Categoriearchief: Wedstrijden

Beaufays

zon 16/12/2018 11u * Beaufays Jogging de Noël * 10 km * 00:50:37 * 11,9 * 48/146 * 1/1 * ♥♥♥♥

De lucht is grijs, de temperatuur schommelt rond het vriespunt, de velden en huizen zijn bedekt met een sneeuwtapijt. Dit is Malaga niet onder een aangenaam zonnetje van 20 graden. Dit is Beaufays, op het plateau boven de Ourthe, ten zuiden van Luik. Ik krijg hier mijn tweede kerstmuts in acht dagen. Op het onvermijdelijke attribuut van de Jogging de Noël moeten we wel even wachten. Want in Beaufays zijn ze niet gehaast. We zijn er traditiegetrouw een dik uur voor de wedstrijd. Philippe Fourny en zijn dame zijn er ook al. En tijdopnemer Pierre Olivier. Maar de organisatoren moeten de inschrijvingstafel nog installeren. “Euh, hoeveel bedraagt het inschrijvingsgeld?” vraagt de juffrouw ons. We zoeken het even op, voor alle zekerheid. 6€ voor de twee wedstrijden. Als je er geen zin meer in hebt na een ronde, neemt Pierre je gewoon op in de uitslag van de korte wedstrijd. Er is bitter weinig volk in dat eerste kwartier. Ik verlaat de kantine voor een opwarming en een verkenning van de eerste kilometer. Als ik nog een kijkje ga nemen, een kwartiertje voor de start, blijkt het zaaltje plots volgelopen. De deelnemers, de meesten uit de buurt, hebben de laatste minuut afgewacht om zich in te schrijven. En ze zorgen er voor dat de start met een kwartier wordt uitgesteld.
Jean-Marie Chudyba, een van de weinige kennissen hier, heeft me gerustgesteld dat de loop voornamelijk op de weg is uitgetekend. Voor de start verneem ik van de speaker dat de twee rondes over een verschillend parcours worden gelopen met een passage aan de finish halfweg. Tot zover mijn parcourskennis. Ik start met muizenpasjes. We zijn op mekaar geperst in de beginmeters en het besneeuwde pad is glibberig. Maar zodra we de eerste bocht gerond hebben en aan een kleine rotonde honderd meter verderop gepasseerd zijn, is de weg vrij en kunnen we op wedstrijdtempo overschakelen. Dat doen ook een klad lopers achter me die me in de dalende eerste kilometer voorbijlopen. Van dan af zal ik maar één positie meer verliezen …in de laatste kilometer. We passeren nu aan een drukke rotonde langs de autoweg. We bereiken de eerste woonwijk via een mooi groen pad, vanochtend dus in wintertooi. Beaufays 2 Het loopt in groep al een stuk lekkerder dan daarstraks bij mijn verkenning. Op de asfaltwegen is de sneeuw zelfs al verdwenen, of zijn die wegen al vrijgemaakt? Ik loop zo’n 10 meter afgescheiden van de laatste lopers voor me. Achter me gaapt een grote kloof. Na mij mogen de auto’s door die hier op de kruisingen braaf moeten wachten tot de dames en heren joggers voorbij zijn. Na 2 kilometer – ik loop nog steeds in dezelfde positie – worden we linksaf gestuurd, een bosje in. Dat moet een domein zijn, een hekken is speciaal voor ons opengedraaid. Een jong mannetje voor me valt terug uit het groepje voor me. Hij kijkt voortdurend achterom. Om te zien of ik blijf volgen? Ja, dat doe ik. Ik neem even verder de kans te baat om hem voorbij te gaan. Hij sputtert nog wel even tegen maar moet na enkele honderden meters dan toch achterblijven. We maken een bocht door het domein. We lopen door een kasteelpark, neem ik aan. We nemen een bocht in de sneeuw langs een fraaie vijver. Voor ons ligt het kasteel. Welke stijl, vraag ik me af. Niet te verwonderen dat ik de bouwstijl niet meteen kan thuisbrengen. Het is immers een oude augustijnerabdij. Marie-Paule geeft het antwoord na de wedstrijd. Haar wandeling heeft haar dit keer naar een kerk uit de 17de eeuw geleid. Die bij het domein hoort. Ik ben verbaasd dat ik mijn trouwste fan hier onderweg opmerk. Maar u weet nu hoe ze hier is terechtgekomen. Ze heeft nog een flinke terugweg voor de boeg… en zal mijn aankomst missen. Nu, als je moet kiezen tussen de finish van deelnemer met nummer 2502 op plaats 48 en een bezoek aan een historische site (12de tot de 18de eeuw), is de keuze snel gemaakt. Hoe dan ook, ik haal nog een loper in (de jongeman met de kerstmuts op de foto) en nader op het gemengde duo voor me. Het parcours golft op en neer maar loopt langzaam op naarmate we de finish naderen. Waar er een tweede ronde wacht. Uiteraard gaat het reliëf hier in stijgende lijn, bedenk ik plots, de aankomstboog bevindt zich onder een watertoren. Als inwoner van Heukelom met zijn trotse bakstenen watertoren zou ik het moeten weten. Ik ben intussen het duo voorbijgegaan. De man roept me de juiste richting na als ik in een bochtige passage in een woonwijk tevergeefs zoek naar de roze pijl op het bordje en de oranje pijl op de grond. Er volgt een tweede moment van verwarring als ik, na de passage over de streep, op de kerstmarkt twijfel over het rondje dat we hier moeten afleggen. Het kost me enkele seconden die ik dan maar moet zien goed te maken in de tweede ronde.
Die begint hier. We volgen nog 200 meter het parcours van daarstraks en worden dan rechtsaf gestuurd door een woonwijk. Overigens moet op dit parcours niet veel gestuurd worden. Met uitzondering van enkele “hotspots” in het centrum en de twee passages over de rijweg in de aanvangsfase, is er nauwelijks verkeer in de wijken en volstaan de u inmiddels bekende roze en oranje pijlen. Liep de eerste ronde al door mooie woonwijken, de tweede ronde is een een tocht tussen grote, soms wel protserige villa’s. De bebouwing heeft hier een hap geknaagd uit het bos. Hoe groot de luxe langs de weg ook is, het asfaltpad zelf kan wel een nieuwe asfaltlaag gebruiken. Beaufays 3 De kas van de gemeenschap is duidelijk minder gespekt dan die van de villabewoners. Niet dat het mij hindert. De dalende lange rechte weg levert me niet alleen mijn snelste kilometer op maar ook nog enkele plaatsjes winst. Na de bocht naar rechts aan km 7,5 gaat het weer bergop. En zo blijft het met enkele rustpauzes op het vlakke tot aan de finish. Met klimpercentages van 0,5 tot 3 is het vechten om snelheid te houden. Die valt sowieso terug. Ik verlies in die tweede ronde zo’n 2 minuten, rekening houdend met de langere afstand van circa 700 meter. Dat belet niet dat ik op karakter nog bij de loper voor me geraak. Ik loop zelfs even zij aan zij met senior Sébastien Ninane. We steken samen de brug over de snelweg over, zo’n vijfhonderd meter van de plaats waar we aan km 5,3 de E25 in de andere richting hebben gekruist. In de verte ligt de Ourthe-vallei. Die blijft ons vandaag gespaard. Voor wie zin heeft in de 3 km-lange klim uit de vallei is er immers de CJPL-loop in Tilff. Er zitten nu wat meer bochten in de route maar achter die bochten blijft het evengoed klimmen. Er duikt nog één loper uit de achtergrond op, senior Gill Nelissen die ons meteen ter plaatse laat. Sébastien kan net een tikkeltje meer snelheid maken en neemt weer enkele meters afstand. Ik probeer nog enkele keren opnieuw in het spoor te komen maar moet dan toch een zevental seconden toegeven. Achter me loert geen gevaar meer. En de klim is me net dat tikkeltje te zwaar om nog te versnellen. Het is ook goed zo. Uiteindelijk is plaats 48 ook goed genoeg voor een nipte vier hartjes-quotering. Mijn totaaluitslag, binnen de anderhalve minuut van Béatrice Kevelaer en Eric Joway, geven de doorslag. In de laatste tweehonderd meter, als we de rechte rijweg verlaten, is het nog even opletten om de juiste route te vinden tussen de geparkeerde auto’s, een smal paadje en een gladde bocht voorbij Pâtisserie Hardy. Daar is Trakks-boog en de streep.
Een warme wijn – aangeboden door de organisatie – en een broodje raclette verder, zijn we alweer op weg naar huis. Het is intussen 3 graden. Bij Pâtisserie Hardy hebben we een eclair uitgehaald voor het vieruurtje.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Van de Abbaye weer op weg naar het centrum van Beaufays. Foto 2: Het zit erop.)

Waremme Corrida

zat 08/12/2018 19.30u * Waremme Corrida * 8,45 km * 00:42:07 * 12 * 59/161 * 1/1 * ♥♥♥

Ik zal mijn Garmin-sporthorloge toch eens beter moeten leren gebruiken. Is hij aan het opnemen? Ik druk tweemaal het rode knopje in, zie dat er een rood driehoekje verschijnt en hoop dan maar dat hij bij de derde poging zijn werk doet. Zie je dat dan niet, hoor ik de lezer vragen. Nee, want ik sta hier zo goed als in het donker, heb mijn bril niet op en in een startend peloton van meer dan 250 man zal ik de blik maar beter op mijn collega-lopers en de weg gericht houden. Oh ja, ik zal maar eerst eens vertellen waar ik ben. Dat is in Waremme. Waar ik veertien dagen geleden ook al was voor een aflossingswedstrijd, hier een kilometer vandaan aan de rand van de stad. Ditmaal is het te doen rond de kerstmarkt in het centrum van het stadje. Het is – voor mij althans – de eerste corrida van december, de maand waarin de rondjeslopen in de Luikse dorpen en steden welig tieren. We zijn dus in de eerste van vier ronden. Door het gehannes met mijn horloge, het dichte deelnemersveld in de bochtige straten bezaaid met allerlei hindernissen… en mijn stramme benen is de eerste kilometer nauwelijks meer dan een stevige opwarming. Waremme 2 Vanaf km 2 kan ik dan toch wat meer vaart uit mijn benen persen en schuif ik al wat plaatsen op. Ik loop vandaag zuiver op het gevoel. De uitdaging om een concurrent te vloeren is er niet, bij gebrek aan concurrenten. Verder dan 50 meter voor je uit kun je overigens toch niemand herkennen. De enkele bekenden die ik bij de inschrijving heb gezien, verwacht ik niet in mijn buurt. Het heeft er alle schijn van dat ik hier als enige Limburger aan de start sta en dat ik ook de twijfelachtige eer geniet de oudste te zijn van het hele pak.
Het gevoel wordt overigens gaandeweg beter, misschien wel dankzij mijn rustige aanhef. Het moreel was een uur voor de loop tot onder nul gezakt. Na de duistere tocht door de Haspengouwse velden die door windstoten en regenbuien gegeseld werden, moesten we ons een kwartier in de auto verschansen om niet als natte dweilen aan de inschrijvingstafel te verschijnen. Mijn trouwste fan heeft me, ondanks de gure weersomstandigheden, ook vanavond niet in de steek gelaten. Zij verdient een medaille voor zelfopoffering. Dan tonen de weergoden toch enige clementie en kunnen we van een tijdelijke rustpauze genieten… die duurt tot het begin van de laatste ronde, mijn laatste ronde. De ongeveer tien snelle jongens die mij gedubbeld hebben – Patrick Philippe bijvoorbeeld – houden zich dan al droog onder het zeil van de feesttent. Ik draai rondjes van even boven de 10′. En elke ronde knijp ik nog een paar seconden af van mijn tijd. Dat lees ik af uit de O’Top-tijdsopnames. Zoals in de estafette redt Pierre Olivier me uit het geklungel met het horloge.
Het imposante postuur van Jos Biets is de baken in het lopersverkeer binnen in de tent. Hij is beter zichtbaar en stabieler dan een aankomstboog. Waar Jos staat, eindigt de voorbije ronde en begint de volgende. Vlak achter hem in de looprichting reiken de bevoorraders de bekertjes met drank aan. Fabienne Renard is ook hier in de weer, nadat ze daarstraks al de controle van de voorinschrijvers voor haar rekening nam. De rol van Patrick vanavond is me niet duidelijk. Deelnemer was hij alleszins niet.
Wie de ronde tot in detail wil kennen, volgt mij. De anderen kunnen meteen overgaan naar de alinea die begint met “De regen”. Opletten dat je je voet niet verzwikt bij het verlaten van de tent. Hier ligt ook nog een kabel en je moet al onmiddellijk een bocht naar links nemen. De kasseitjes vormen een fraai patroon maar zijn wel glad vanavond. Opnieuw opletten dus, zoals ook in de volgende bocht. Dat is al vier maal opletten op 30 meter. Om dit verslag korter te maken zal ik het woord “opletten” in de volgende regels vervangen door “!!!” Er volgt nu 300 meter vlak asfalt in een winkelstraat. Behalve naar de etalages van de winkels kun je rechts ook even een blik werpen op een verlicht kerststalletje. Op naar de volgende dubbele bocht. !!! stoep (tweemaal). De weg gaat omhoog naar een parkje aan de linkerkant. Naar links tussen een smal poortje in twee delen. De eerste ronde staan we hier stil. Voor de volgende 50 meter geldt code !!!!!!. Dat zijn dus zes uitroeptekens. Die tik ik niet zomaar. Het is er donker en glad en er ligt nog een gemeen stoeprandje. Waremme 1 In de laatste ronde kom ik hier vol op mijn zool terecht. Opnieuw op een brede goed verlichte en dalende asfaltweg. Lekkere strook, ook door een zwierige draai op een kruispunt. De wind blaast hier wel in het nadeel. De weg blijft dalen naar de Eglise Saint-Pierre toe en maakt daar twee sierlijke kronkels. Aangenaam stukje. Na een bocht naar links (!!! voor oudere en niet meer zo soepele loper) ligt er een vlak stuk waar de taaiere lopers, zoals ik, hun vermogen kunnen aanspreken. Twee brede bochten bergop remmen het tempo even af maar kunnen de wilskrachtige loper, euh zoals ik, ook een boost geven. We kruisen hier even de lopers die nog (of al) in de winkelstraat zijn. Oei, Albert Vandensavel heeft hier een kilometer voorsprong. Opnieuw een stuk rechtdoor, over de markt. De klinkertjes liggen er glanzend bij, het water spat op onder de voeten. Ik lust er wel pap van. Hier heb ik Marie-Paule opgemerkt en kan ik in de derde ronde mijn handschoenen inleveren. In die derde ronde word ik overigens door de snelste jongens gedubbeld. Voorbij de markt !!! voor het stratmeubilair, zeker als je een paar meter wil afsnijden. Rechts de donkere Rue Zénobe Gramme in. Na 100 meter een bocht naar links. Een ongelukkig geparkeerde bestelwagen zorgt voor een dilemma. Links of rechts voorbij. Ik kies de eerste twee keer voor de rechtse omweg. Maar in de laatste ronde, op het smalle voetpad tegen de huizen langs links, zorgt een tragere loper voor oponthoud. Enkele microseconden kwijtgespeeld. De Rue Emile Hallet is vergelijkbaar met het rechte stuk van daarnet (sleutelwoord “boost”). Naar rechts over een parking. In de derde ronde ga ik hier voorbij een rinkelende jongedame. Zij draagt een outfit met belletjes. “Jingle Bells”, helemaal in de kerstsfeer. Op het einde van de parking worden we links op gestuurd. Aan de rechterzijde is de weg open. In het eerste deel van het 2,1 km lange rondje waren we tussen de huizen vrij goed beschut tegen de elementen. Ik moet opnieuw in mijn buidel uitroeptekens grabbelen. !!! stoep in een smalle bocht. Waremme 3 De snelsten zullen hier wel de dranghekken geaaid hebben. !!! twee opstapjes op een stukje grindpad. Aan een rotonde loopt de weg nog even stevig omhoog. Dan gaat het licht dalend verder op een smal en karig verlicht voetpad. !!! dus. Ik draai hier goed rond. En schakel nog een versnelling hoger op de brede Avenue Reine Astrid, van het station naar de markt annex feesttent, vanavond verkeersvrij. Wel op tijd afremmen bij de natte en gladde bocht naar de kerstmarkt. Nog even tot aan de streep. Driemaal !!! voor overstekende kerstmarktbezoekers, een dikke kabel en een gootje. Dat alles in het donker dat sterker is dan de kleurrijke kerstverlichting. Trappen op, even over een zandstrook waar de regen plassen heeft gevormd. Als ik dan nog het opstapje naar de tent goed inschat, ben ik aan de streep en kan ik aan de volgende ronde beginnen. Met mijn microscopische kennis, opgedaan in mijn twee vorige deelnames op een totaal van drie edities en vanavond bij de opwarming nog eens opgefrist, moet dat lukken.
De regen komt dan toch nog spelbreker spelen in de laatste ronde. Maar fotografe Nadine Claessens houdt stand in de regen en de drop. Ik ken haar de prijs voor de strijdlust toe. De koude nattigheid dringt intussen door mijn sporthemdje. Door de kilometers, het optrekken na elke bocht, zijn de benen dan toch stilaan afgemat. Maar ik heb nog voldoende energie om het tempo strak te houden. Nog een keer het hellinkje op langs de rotonde en voor het café met de originele naam “Elle sort ce soir” door. Ik loop nu afgescheiden op de laatste rechte lijn naar de markt. Ik gluur even achterom, ik verwacht toch nog een late spurt van achteropkomend geweld. Ik moet vanavond maar één plaatsje inleveren. Aan senior Denis Vanherteryck. Het is hem vergeven, hij maakt mij achteraf een compliment over mijn constant tempo. Hij kan het weten… Conclusie: leuk gevoel, nog ruim in de eerste helft van het veld.
We blijven na de wedstrijd nog even in de feesttent waar de Remix-band (een enthousiast koperensemble) een verdienstelijke poging doet om er de sfeer in te blazen. Het is hier alleszins warmer dan veertien dagen geleden aan de sporthal, maar nu laten de lopers het massaal afweten. Jammer voor de organisator die zelfs een van de podia – dat van de dames – niet gevuld krijgt. De kraampjes van de kerstmarkt zien wel nog zwart van het volk als we ons huiswaarts begeven…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Sneller dan de sluitertijd van de camera… Foto 2: Jos Biets regelt het verkeer. Foto 3: Finish.)

Waremme Estafettechallenge

zon 25/11/2018 10.30u * Waremme Estafettechallenge * met Carlos De Almeida * 01:00:00 * 12,980 * 47/84 * 3/5 (Heren 110+) * ♥♥♥

Enkele loopvrienden knipperen met hun ogen als ze me in looptenue op de Estafettechallenge van Waremme zien opduiken. Ik ben zelf ook wel verbaasd dat ik na jaren nog eens aan de start sta van deze aflossingswedstrijd met twee. Ik ben niet zo gek op deze korte maar felle oefening. De intensiteit van de inspanning ligt mij te hoog, de duur te laag… Als training, zoals sommigen het opvatten, is het me te zwaar en zou ik moeten schrappen in mijn wedstrijdplanning. Liever niet dus. Waarom vandaag dan wel? Een, het wedstrijdaanbod is beperkt. Twee, volgend weekend is sowieso ingenomen door andere bezigheden. Ik heb dus dringend een competitieshot nodig om de volgende veertien dagen te overbruggen… Voor de niet-ingewijden, de bedoeling is dat de twee lopers om beurt één kilometer afleggen gedurende één uur. De totaal afgelegde afstand bepaalt de uitslag. De organisatoren hebben een systeem uitgedokterd om de wedstrijd vlekkeloos te laten verlopen en het overzicht te behouden in de wirwar van aankomende en vertrekkende lopers. Waremme 1 Het stokje geef je, na de gelopen kilometer, in een afgebakende wisselzone door aan je ploegmaat. Een jeton (met het nummer van je ploeg) lever je in om een nieuwe jeton te ontvangen voor de volgende ronde. Ik leg het hier wel uit maar na de eerste ronde ben ik de procedure zelf vergeten. Gelukkig sta ik in de buurt van Kris Govaerts die me net op tijd op mijn vergetelheid wijst. Dat foutje is dus rechtgezet. De tijdsopname met mijn Garmin loopt wel in het honderd. Ik ken het toestel onvoldoende om elke gelopen kilometer (zonder de rustpauzes) op te nemen. Het zal achteraf nog flink wat rekenwerk vergen om de exacte tijden uit de gegevens te distilleren. Als me dat überhaupt lukt…
Estafette-organisator Roland Vandenborne heeft me gekoppeld aan een andere individuele inschrijver, Carlos De Almeida, Portugees van origine, wonend in Clavier en organisator van de Condruzien-loop in Pailhe. Mijn ploegmaat heeft me al ingeschreven als ik een uur voor de wedstrijd het tentje binnenstap. Even voor de start krijg ik de jeton en spreken we af dat ik de eerste ronde voor mijn rekening zal nemen. Zoek daar geen tactische berekening achter, we zijn hier in de eerste plaats voor de ambiance. Voor wie Carlos kent, hij is er altijd voor de ambiance. De meeste andere deelnemers vormen een vast duo, wat overigens een must is om in aanmerking te komen voor het jaarklassement. De indeling in categorieën verschilt uiteraard van de reguliere lopen. Zoals in het tennis is hier ook een competitie voor gemengde teams. Dimitri Driessen en Anja Uitdebroeks bijvoorbeeld vormen een gemengde ploeg. Voor echtelieden is er wel geen aparte rangschikking… Ik zit in de klasse Heren 110+. Dat “lage” getal wordt verklaard door de nog jeugdige leeftijd van mijn compagnon, ergens in de vijftig…
Roland Vandenborne en Jos Biets zien er gespannen uit als ze het parcours voor de laatste keer inspecteren en informeren enkele keren of ik nog bedenkingen heb. Veiligheid voor alles, is het motto. Ik zal dadelijk nog ruim de gelegenheid hebben om in te gaan op de details van het rondje. Wat ik wel al meteen vaststel, is dat de talrijke lussen rond het sportcentrum en het park aan de rand van Waremme het tempo voortdurend breken. Ik vraag me zelfs af of ik hier wel een gemiddelde van 12 km/uur kan halen.
Het is een gemengd Vlaams-Waals gezelschap dat om half elf klaarstaat voor het vertrek. Van de 9 wedstrijden op de kalender (van januari tot november) worden er 3 in Wallonië gelopen. Het is mij niet bekend of het toeval is dat de locaties zich allemaal in Haspengouw/Hesbaye bevinden. De opbrengst van de organisaties gaat naar een goed doel. Op de aankondiging voor de wedstrijd van vandaag heb ik overigens geen begunstigde teruggevonden. In het eerste rondje is het vooral uitkijken om niet verstrengeld te raken in de benen van een andere loper op de smalle paden en in de vele scherpe bochten. Ik wil ook niet de fout te maken van een vorige deelname vele jaren geleden in Sint-Truiden waar een te snelle aanhef mij de adem afsneed na nauwelijks een halve kilometer. Nu dreig ik echter in een andere val te trappen, namelijk te voorzichtig van start te gaan. Hier levert mijn behoudende tactiek van de 10km-lopen immers niets op. De tijd van ongeveer vijf minuten in de eerste kilometer is toch nog netjes op schema en laat nog wat vooruitgang toe in de volgende ronden. Waremme 3 Carlos heeft zijn eerste ronde alleszins sneller afgelegd maar zal in de volgende ronden tijd moeten inleveren. “Op mijn adem getrapt”, aldus de Condruzien, “ik heb geprobeerd Arnaud Renard te volgen.” Wat te hoog gegrepen, Carlos! De vijf minuten pauze zijn net snel genoeg voorbij om niet af te koelen. Na een ronde of drie zijn mijn benen aangepast aan het ritme – eerst voluit, dan weer in stilstand – en haal ik rondetijden om en bij de 4’45”. Dat is voor mij hier het hoogst haalbare. Drie ronden afgelegd, ik ga ervan uit dat ik halverwege ben. Dat klopt ongeveer met de aankondiging van de speaker dat we een half uur ver zijn.
Ik neem het stokje weer over van Carlos. Ik heb dan al een minuutje of zo op de uitkijk gestaan naar mijn ploegmaat. Marie-Paule staat op wacht aan de andere kant van de aankomststrook en verwittigt mij als zij Carlos ziet opduiken. Mijn gezichtsvermogen op grotere afstand neemt zonder bril schrikbarend af en ik ben dus blij dat Marie-Paule verrekijker speelt. Ik moet me ook concentreren om niet de andere passerende deelnemers na te staren en zo mijn “target” te missen. Ik kijk uit naar een kleinere man met een vrij korte tred, met een zwart shirt en korte broek. De stokwissels verlopen gelukkig zonder haperingen. Ik trek me weer op gang voor ronde vier. “Vier” kun je natuurlijk ook vervangen door twee, drie, vijf en zeven. Loop je een rondje mee? Na 80 meter is er al een eerste scherpe bocht. Ongeveer dezelfde afstand verder, weer van dat. In de eerste 400 meter liggen niet minder dan acht haakse bochten. We krijgen het allemaal voorgeschoteld: een ongelijk wegdek in beton en asfalt, spleten, gaten, gootjes en een zandpad door de speeltuin. En een kort maar steil klimmetje, ingeleid en afgesloten met een scherpe bocht. In die kronkelzone rond de sporthal is het voor mij onhandig manoeuvreren en zelfs wat energie sparen om uit te pakken vanaf het bordje 400 meter. De volgende 600 meter liggen me alleszins een stuk beter. Op de rechte strook langs de rijweg kunnen mijn benen dan onder stoom komen om dan met min of meer volgehouden tempo weer naar de streep te snellen. Twee scherpe bochten, twee afdalinkjes op (nat) gras en twee chicanes (de tweede over de Jeker) kunnen hier wel nog stokken in de wielen steken. Die eerste kronkel is er waarschijnlijk ingelegd om de afstand van 1000 meter vol te maken.
Wat vind ik nu van het parcours, is Jos Biets bezorgd. Euh, een aantal lopers met ervaring in de aflossingswedstrijd van Waremme melden me met enige ontgoocheling dat het parcours langs de vijvers in de vorige jaren mooier was. Ik kan de vergelijking niet maken. De eerste 400 meter vind ik maar niks. Mijn krasse beoordeling moet wel met de nodige nuance gelezen worden. Hier spreekt een oude knar (de oudste van het peloton?) die qua houterigheid zijn gelijke niet heeft. Bovendien is het de vraag of er überhaupt een ander rondje kan gevonden worden in de directe omgeving van de sporthal. Want die sporthal wensen we wel op korte afstand om snel bij de kleedkamers en het cafetaria te zijn.
De tijd verstrijkt, de lopers blijven bochten nemen, remmen, optrekken, stokjes doorgeven. Voor de toeschouwers en de twee fotografen Nadine Claessens en Louis Maréchal is er genoeg te beleven. Waremme 2 Zelf moet ik mijn geliefkoosde tijdsbesteding tijdens een competitieloop – mijn tegenstanders taxeren, de omgeving afspeuren – noodgedwongen beperken. Te gevaarlijk op de smalle paadjes met tal van obstakels. Op het rechttoe rechtaan-voetpad langs de rijweg is het opletten om de snellere collega’s niet in de weg te lopen. De terugweg langs de Jeker die hier naar de naam Geer luistert, biedt wel verpozing voor de drukte. Maar de enige open zijde biedt alleen uitzicht op een troosteloze parking, vanochtend dan nog in nevelen gehuld. Niettemin heb ik toch enkele collega’s kunnen volgen. Ten minste met de ogen. De winnaars, de broers Noël zijn me enkele keren met een rotvaart voorbijgesneld. Ik had wel eens willen zien hoe zij de middelpuntvliedende kracht in de talloze bochten overmeesteren. Het tempo van Domenico Di Vito kan ik tot mijn eigen verbazing volgen, ten minste in de twee ronden dat ik hem voor me zie. Lydia Moons duikt ook tweemaal voor mij op. Van de twintig meter achterstand kan ik echter geen sikkepit afknijpen.
“Laatste ronde” klinkt het uit de megafoon. Die laatste ronde duurt voor de ene natuurlijk al wat langer dan voor de andere. Hoe dan ook, je wordt verondersteld de laatste druppels uit de tank te halen. En de ene doet dat al wat fanatieker dan de andere. Die “ene” is bijvoorbeeld Peter Bellen. De ploegmaat van Martine Sobkowiak rukt haast een paaltje uit de grond bij het ingaan van de zandbak. Ik hou (bij manier van spreken) mijn achteruitkijkspiegel in de gaten om niet vermorzeld te worden door een razende achtervolger. In de chicane word ik haast tegen de afsluiting geplet door de passerende Piet Neven. Geen kwaad opzet natuurlijk, maar de adrenaline van de competitiesporter. Carlos is me tegemoet gelopen en vuurt me onophoudelijk aan in de resterende 300 meter. Ik strand uiteindelijk op een vijftiental meter van de streep. Jammer, als ik me zelf bij aanvang van de zevende ronde een kans gegeven zou hebben om de streep te bereiken, had ik de eerste kronkelende 00 meter met meer overtuiging aangepakt. We halen dus net niet de 13 km. Dat is alvast te weinig om in de eerste helft van de algemene rangschikking post te vatten. De derde plaats op vijf van onze categorie is wel wat geflatteerd. Kris Govaerts en zijn maatje Ludo Werckx geven vandaag de voorkeur aan de veldloop in Genk en ook achter ons zie ik snellere mannen.
Na afloop laat ik de warme wijn aan mijn trouwste fan. Ik houd het bij de traditionele blonde Leffe en een hotdog. Jammer genoeg is de prijsuitreiking en de aansluitende tombola in de tent een kouwelijke bedoening. Ik loop de hoofdprijs mis en haast me naar warmere oorden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het parcours loopt dit jaar niet langs de vijvers en tussen de ganzen. Foto 2 van Louis Maréchal: het echtpaar Dimitri Driesen en Anja Uitdebroeks. Foto 3: Aflossing met Carlos De Almeida.)

Marchin (Challenge condruzien)

zat 17/11/2018 15u * Marchin(Challenge condruzien) * 11,1 km * 00:59:17 * 11,2 * 100/212 * 1/4 * ♥♥♥

Je moet goed gek zijn om tweemaal 70 km te rijden voor een loopwedstrijd van een uur. Ik ben dat. Om één uur vertrokken, om halfzes opnieuw thuis. Door verplichtingen later op de avond moet ik het aangenaamste deel van de uitstap missen. Na een onderbreking van een jaar ben ik toch weer naar het golvende land ten zuiden van Hoei getrokken voor de laatste Condruzien-loop van het jaar. Die alle ingrediënten van de Challenge bevat en toch nog net binnen mijn mogelijkheden past. En mij als parcours ook aanspreekt, voornamelijk het tweede deel. Overigens ben ik niet de enige Riemstenaar hier zo ver van huis. Ook Bert Ernest van Herderen tekent present. En is dus na zijn zwaar ongeval vroeger dan verwacht weer in competitie.
Ik vertrek in het gezelschap van Paul Delaitte en Noël Heptia. Die onmiddellijk uit mijn gezichtsveld verdwijnen, de eerste achter me, de tweede in de massa van meer dan 300 starters – in de twee wedstrijden samen – voor me. Na 500 meter ronden we het mooie dorpsplein en buigen af voor het kasteel van Belle-Maison. Het kasteelpark blijft gesloten voor ons. We genieten hier niet van de privilegies van andere Condruzien-lopen. Ik vertrek met een tempo net onder de 5’/km, dat is op schema. De tweede kilometer blijft vlak maar loopt in het tweede deel over een smal pad aan de bosrand waardoor de kilometertijd toch weer boven de 5-minutengrens zit. De volgende twee kilometer leiden ons over kronkelende, golvende en met overvloedige herfstbladeren bedekte paden door het bos. De grote massa snellere lopers, onder meer die van de 6,8 km-wedstrijd, zijn me daarnet in het dorp al voorbijgesneld. In het bos vermindert het achteropkomend verkeer. Ik herken Eric Limet, zoals steeds in het gezelschap van zijn drinkbus. Marchin 1 Ik geraak weer aan een kilometer van 12 per uur daar waar het bospad voornamelijk in dalende lijn gaat. Na 4 kilometer verlaten we het bos en kruisen de Rue Joseph Wauters. Het vertrek is overigens aan de Rue Emile Vandervelde. Met andere woorden, Marchin eert zijn socialistische voorvaderen. Het gaat goed vooruit in de vijfde kilometer. Niet te verwonderen, met een voordelig reliëf tot meer dan 10%. We slingeren op de asfaltweggetjes tussen de verspreide bebouwing door, voor we een lange rechte weg van 400 meter worden opgestuurd. Ik draai hier een gemiddelde van ruim onder de 5′ en geniet even van mijn tempo en het aangename zonnetje. Daarnet stonden er nog enkele fans langs de weg, hier is geen levende ziel te bespeuren. Wel vijf paarden aan de rechterkant. Ik zal wel de enige deelnemer zijn die ze geteld heeft… Van de Rue Bruspré slaan we rechts de Rue de la Mouchenire in. Die duikt een valleitje in. Is dit een bruggetje? Het voelt in elk geval aan als het laagste punt van het parcours. En op mijn Garmin-route blijkt dat ook zo te zijn.
Tijd voor een nieuwe alinea. En het tweede deel van de Jogging de la Saint Nicolas. De vallei is maar enkele meters breed. Daar is de gevreesde helling halfweg de wedstrijd. Een halve kilometer tussen de 5 en 7 %, op het asfalt. Ik blijf op de steilste stroken nog boven de 9 km per uur. En dat vind ik best een prestatie. Ik haal enkele collega’s in en kan mijn achtervolgers op afstand houden. Onder meer Agnès Demoitié moet hier een tandje terugschakelen. Na een steile aanhef tussen het groen komen we in het open veld, alleszins aan de linkerkant. De boer van de eenzame hoeve schreeuwt nog een aanmoediging naar een van de lopers voor me. Deze Christophe Gatin loopt hier voor eigen volk, mag ik afleiden uit de steunbetuigingen van supporters langs de weg. Hij loopt in het gezelschap van Jean-Marc Helotte. Zij hebben in het bos al twee keer haasje-over gespeeld. Op de top van de helling zullen ze nog maar luttele meters van hun voorsprong behouden. Net als we boven de linkerbocht nemen, hoor ik mijn Garmin brommen. Kilometer zes. Dat is de strook van de modderige veldweg. In het begin moeten we even langs metersbrede plassen laveren maar het pad ligt er voor het overige goed beloopbaar bij, met dank aan de voorbije droge weken. Na 500 meter buigt de weg naar rechts af. Ik ken het parcours en ben dus voorbereid op de 250 meter gruwel die ons te wachten staat: de Chaussée Romaine, al vaak en uitvoerig beschreven in dit blog. Ik verlies er traditiegetrouw enkele plaatsen. Ik loop kriskras op zoek naar de minst oncomfortabele stroken, zonder daar overigens in te slagen. Christophe en Jean-Marc nemen de afdaling “cool” alsof ze hier elke dag voorbijkomen. Bijna aan km 7, in een bosrijk valleitje, wacht een strook die me beter ligt. De Thier à la Tour is een klim op een bospad waar stenen en aarde een goede ondergrondmix vormen. Ik ga hier voorbij Bert Ernest die in het gezelschap van een dame nog bezig is aan de 6,8km-loop. De hoffotografe van de Challenge condruzien, Carine Heyne, registreert elke beweging. Als Carine de foto’s tijdig op het net gooit – dat wil zeggen voor het verschijnen van dit exclusieve verhaal – neem ik nog een plaatje op. Na 7,5 km draaien we een rijweg op, een rechte streep van 500 meter, heel lichtjes stijgend in het open veld. De wind speelt hier vandaag trouwens geen rol. Een bordje vermeldt de naam van het beekje dat hier stroomt. Ik memoriseer “Ruisseau du Lilleau” voor het verslag. Ik ben nu in het spoor gekomen van het duo Christophe-Jean-Marc (voor alle duidelijkheid, Jean-Marc is één persoon) en ben enige tijd in twijfel of ik hen zal voorbijgaan of niet. Veel sneller ben ik in elk geval niet, dan is het tactisch misschien beter achter hun rug mee te schuiven tot zich een betere gelegenheid voordoet. De twee babbelen de hele tijd en hebben niet de minste aandacht voor die kleine grijze en kale die hen al die tijd volgt en hen daarstraks in het bos in de weg liep. Die vijfhonderd meter rechte weg, de Rue Docteur J. Olyff, zou een onbetekenend detail geweest zijn in mijn wedstrijdervaring zonder de combinatie van twee elementen. Het verkeer op de weg wordt in beide richtingen gecontroleerd door signaleurs en de politie maar krijgt wel doorgang zodat je als loper aan de rand van de weg moet blijven. En daar helt de weg precies af. Zoals jullie weten uit vorige verslagen (onder meer van de gedenkwaardige Halve Marathon van Remich), is dat niet mijn lievelingsloopstrook. Ik ben dan ook opgelucht dat we rechtsaf mogen afslaan waar er ruimte zat is en ik mijn twee kompanen voorbijga. Ik kijk even naar de grote paaardentrailers voor de manège aan de linkerzijde van de weg en bedenk dat hier meer geld omgaat dan in de amateursport die ik aan het beoefenen ben. Hier buigt het parcours links af en gaat de asfaltweg over in een veldweg. Niet dat het veel uitmaakt, alleen zijn mijn twee gezellen wat soepeler in de bochten. Daar is het beekje dat de weg dwarst – dit moet nog altijd de Ruisseau du Lileau zijn – en waar ik bij een van mijn vorige deelnames dwars doorheen ben gelopen. Nu is de omleiding (even de berm op) beter aangegeven en hou ik mijn voeten droog.
Ik geniet al bij het vooruitzicht van de volgende kilometer die ik vorig jaar in lyrische bewoordingen heb beschreven. We nemen nu weer op verhard een bocht naar rechts. Ik mag dan wel enthousiast zijn over het parcours dat voor ons ligt, mijn benen herinneren er mij in de scherpe, stijgende bocht wel aan dat we al het een en ander te verwerken hebben gekregen. Ik heb vandaag eerder behoudend gelopen maar de veeleisende parcoursen in deze contreien zijn ongenadig voor oude spieren. Marchin 2 We zijn nu op de Rue Pierpont. Dit keer vermeld ik de naam van de straat niet om stilistische redenen (afwisseling in de beschrijving, aanleiding voor een al of niet geslaagde woordspeling) maar om de kern van mijn betoog duidelijk te maken. In plaats van na 300 meter rechtdoor te lopen, daar een leuke chicane nemen en enkele honderden meter verder linksaf een helling tussen de bomen te worden opgestuurd, moeten we nu al onmiddellijk linksaf. Of beter links op. Maar daar is eigenlijk helemaal geen weg. Een platgetreden/platgelopen reepje grond van 30 centimeter tussen de graszoden. En dit heet dan ook nog “Rue Pierpont”. Stroken van 10 tot 12%. Ik val stil en hou mijn twee achtervolgers even op. Die zoeken een passage in het gras maar geven het even verder zelf op. Het moreel krijgt een klap. Het mooiste deel van het parcours is vervangen door dit misbaksel. En dan nog zonder reden, verkeer bijvoorbeeld. Dat is hier helemaal niet. “Nieuw parcours?” vraag ik aan de man achter mij. Maar die is hier voor het eerst en is zich van geen kwaad bewust. “Verander nooit een winnend parcours”, schiet me door het hoofd, zoals in het voetbal “Never change a winning team”. Niet meer komen volgend jaar, als wraak? Dat kan ook niet.”C’est la der”, dit is de laatste editie, verneem ik voor de wedstrijd toevallig van journalist en fotograaf Pierre Jadot. Hoe dan ook, kilometer 10 in 6’39”. De vrij egale tempografiek vertoont hier een plotse neerwaartse piek. Toch één troost, ik blijf nog net onder het uur op de 11,1 km. Genoeg gekankerd, of nog niet… Na driehonderd meter draaien we dan een veldweg op die ook niet echt gemakkelijk loopt en waar ik nog enkel plaatsen verlies. We passeren nu aan de Peugeot-garage op de top van de Thier Bouflette, de voorlaatste helling van het oude parcours. Er blijven nog 1200 meter over tot de finish. Eerst een afdaling waar ik, tussen de achtergebleven dames van de korte loop, Christophe en Jean-Marc voor de vijfde(?) keer voorbij ga en dit keer ook voor blijf. Daarvoor moet ik de laatste klim tussen de geparkeerde auto’s (onder andere die van mij) op puntige stenen, overleven. De signaleuse onder supervisie van een agente helpt me de Rue Emile Vandervelde over voor de laatste stijgende 200 meter asfalt naar het voetbalveld van Royal Marchin Sport.
Terwijl we terug wandelen naar de auto, zie ik Luciano Battistini aankomen. Vorige week was hij net voor me in Ougrée. Even verder zwoegt Gaetano Falzone zich naar de streep. Het is nauwelijks kwart over vier als ik droge kleren aantrek en me terug naar Heukelom spoed.

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1:De eerste bocht na de start. Enkele plaatsen achter me, in het zwart nog net op de foto, Paul Delaite, tweede in mijn leeftijdsklasse. Voor hem, ook in het zwart, met het petje, Didier Dendal die ik in mijn vorig leven nog kon volgen… Foto 2 : De laatste meters in vogelperspectief. Vanop de trap naar het cafetaria van Royal Marchin Sport.)

Ougrée (CJPL)

zon 11/11/2018 11u * Seraing Ougrée (Challenge de la Province de Liège) * 10,9 km * 00:55:42 * 11,7 * 64/153 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het heeft wat voeten in de aarde gehad maar uiteindelijk wordt de 11-11-11-loop in Seraing op hetzelfde parcours betwist als vorig jaar. Door het overlijden van de nieuwe organisator André Dehairs moet Michel Mancini opnieuw aan de bak voor zijn tweede organisatie van het seizoen. De naam van de organisator is meteen ook de reden waarom ik hier voor het vierde keer in vijf jaar aan de start sta. Ik hoor achteraf dat er voor volgend jaar echt een nieuw parcours op de tekentafel ligt. In het dal, op de Ravel. Dit jaar spelen de esbattementen zich nog af op de steile hellingen van de Maasvallei. Michel is blij enkele Zuid-Limburgers te kunnen begroeten. Hij houdt zijn hart vast voor het aantal deelnemers op een dag dat niet minder dan vier wedstrijden worden gelopen in een straal van zo’n 40 kilometer. De kalender met de elfde november op een zondag speelt immers in het nadeel van de voorlaatste wedstrijd van de Challenge van de Provincie Luik. Maar met 200 deelnemers voor de twee wedstrijden kan de CJPL nog net de meubelen redden.
Ik heb als opwarming al de klim en de afdaling van de eerste kilometer in de benen als Jean-Pierre Immerix en Willy Hertogen aan hun rondjes beginnen op het voetbalveld. Ik kan nu alleen nog een schietgebedje prevelen dat mijn benen vandaag beter meewillen dan vrijdag op training. Jo Vrancken, de toekomstige winnaar, zoekt de eerste rij op in het startpeloton, ik hou me schuil in het midden van het pak. Ougrée 1 Mijn derde oog (Marie-Paule) ziet Michel Mancini op de fiets vertrekken enkele seconden voor de start. Dat hij een elektrisch tuig onder de bips heeft, mag niet verbazen met de steile percentages die we dadelijk voor de voeten krijgen. Voor we het “stadion” van Ougrée verlaten, zijn mij al tientallen collega’s voorbijgesneld. Ik herken Dimitri Manfé die me in het park van La Boverie in de laatste meters nog een plaatsje afsnoepte. Hij zal vandaag haast onmiddellijk uit mijn gezichtsveld verdwijnen ook al zal het verschil aan de streep maar een minuutje bedragen. Net voor we de bocht nemen naar een betonnen pad tussen de ezeltjes en de geitjes duikt veteraan 3,Lucien Collard, naast me op. Lucien zal nog vaak voorkomen in dit verslag. De ezeltjes en de geitjes niet meer, maar die zijn er altijd, zoals ik in mijn verhalen van de voorbije jaren uitgebreid heb beschreven. Ik schuif voorbij Françoise Piscart die het bewust kalm aan doet. Nu weet ik waarom: te veel wedstrijden gelopen de laatste maanden. Die verklaring dank ik aan mijn informant Jean-Pierre Immerix. Nu de Sérésienne in een Nederlandstalige werkkring actief is en het Diets al aardig onder de knie begint te krijgen, verloopt de communicatie tussen Françoise en Jean-Pierre wat vlotter.
Tijd om rustig in je ritme te komen is je hier niet gegund. We zijn al bezig aan 600 meter klauterwerk op het asfalt met stijgingen tegen en over de 10%. Op de steilste stukken zit ik boven de 7’/km. Toch te snel voor Sandra Delrez, opnieuw in het gezelschap van Alain Dethier. We zijn hier nu in de bebouwde kom tussen Seraing en Ougrée waar we een driehonderdtal meter mogen uitblazen in een afdaling. Dat doet Claude Herzet nu net niet. Hij schiet me voorbij. Ik kan hem nog net op tijd een plaagstoot geven. “Ben je zo gehaast?” roep ik hem na. Overigens heb ik een bekende in deze buurt. De Mechelse herder (ras onder voorbehoud) die vorig jaar het peloton begeleidde met zijn geblaf. Dit jaar is hij beter geluimd. De weg loopt over in een Ravel-fietspad in het bos. Mauro Calogero houdt de wacht aan de rand van “Le Bois de la Marchandise”. Eric Joway, vorige week nog fotograaf in Luik, acht zijn ogenblik gekomen om naar voren op te rukken. De weg begint langzaam omhoog te lopen. Tot 4% maar onophoudelijk, 2,5 km lang. Ik ben nog altijd met Lucien Collard onderweg. Bij elke knik verwacht ik dat hij me zal achterlaten maar dat gebeurt voorlopig niet. Het duurt een hele poos voor we twee dames voor ons hebben ingelopen. Dat zijn Cécile Paps in een wit shirt van RFC Liège en Nathalie Steimes in een rood-witte uitrusting van Seraing Athlétisme. Nathalie wordt bijgestaan door een mannelijke begeleider wiens naam ik niet met zekerheid kan traceren in de uitslag. Ik volg meestal in het spoor van wat nu een groepje kan genoemd worden. Omdat het al niet vaak gebeurt dat ik een groepje vertoef in een wedstrijd, geniet ik wel van de ongewone ervaring. Ik heb nu een mooi tempo te pakken en kan de eindeloze stijging redelijk verwerken. Met andere woorden: de benen willen wel mee vandaag. Ik heb nu echter al een tijdje last van een kriebel in de keel. Met wat hoesten en kuchen kan ik de kwelduivel aan banden leggen. Een slok water in de bevoorrading zou welkom zijn. Maar daar moet ik nog een drie kilometer op wachten. In het groepje loopt ook een jongere man mee, veteraan 1 Jean-François Deloge. Hij vraagt naar het parcours en of we misschien twee rondjes in het bos lopen. Ik heb nog een precieze herinnering aan het parcours van vorig en dus ook van dit jaar en beschrijf hem zo goed en zo kwaad mogelijk – rekening houdend met mijn ademhaling – wat hem nog te wachten staat. Ik heb nauwelijks mijn verhaal met horten en stoten verteld of hij loopt van ons weg in de afdaling en houdt zijn voorsprong ook vast in de tweede ronde. Lucien loopt hier trouwens ook voor het eerst.
En daarmee zijn we dus aan de afdaling bezig, opnieuw tussen de huizen. Georges Mabille wijst ons de weg en maant ons aan een kleine rotonde aan de goede kant te nemen en dus niet af te snijden. Ougrée 2 De vliegende cameraman van de Luikse challengewedstrijden heeft wel zijn traditionele pet op zijn hoofd, maar niet zijn GoPro. Nu had hij de lopers eens frontaal kunnen filmen! De weg duikt over zo’n tweehonderd meter steil naar beneden en drijft de spieren in de bovenbenen tot de uiterste spanning op. De twee dames maken van de afdaling gebruik om weer wat voorsprong te nemen.
We komen weer op het parcours dat we kennen van km 1. Eindelijk heb ik het bekertje water te pakken waar ik al zo lang naar verlang. Ik hou het voorzichtigheidshalve bij twee kleine slokjes. De kriebelaar zal mij overigens niet meer lastigvallen. Klaar voor de tweede ronde. De twee dames kunnen hun versnelling niet volhouden en verliezen nu snel terrein bergop. Ik ben nu alleen met Lucien. Die blijkbaar bij me gaat blijven. Dat maakt het alvast wat aangenamer. Ik hou wel van dit betonpad dat in dit herfstseizoen zijn hard karakter verbergt onder een masker van bladeren. Het is in de bochten wel even opletten om niet in de blubber terecht te komen naast het beton. De Garmin-analyse achteraf leert me dat we zelfs ons tempo van de eerste ronde hebben kunnen handhaven. En we halen ook Luciano Battistini in die al een tijdje met de handen in de zij achterom aan het loeren is. We zijn er, Luciano. Ik heb hem al vaker gezien in mijn buurt maar wist niet dat het de Battistini is die ik het laatste jaar meestal enkele plaatsen voor mij in de uitslag zie. Niet slecht bezig vandaag, zo lijkt het. Ik verwittig Lucien dat het moeilijkste stukje van de klim eraan komt. De tweede ronde verschilt immers gedeeltelijk van de eerste. Een scherpe bocht naar rechts en dan twee pittige bultjes in een rechte lijn van 600 meter. Goed voor de traagste kilometer van de dag, maar dankzij een korte afdaling toch nog onder de 6′. De lichtvoetige Lucien kreunt onder de inspanning, de zwaargebouwde Vincent Vanaschen moet tijdelijk stapvoets verder. Het blijft nog even klimmen na een linkerbocht maar we hebben nu het einde van de 3 km lange klim toch in zicht. En kijk, daar zie ik Claude Herzet na zes kilometer nog eens, althans op de rug. De helling heeft hem parten gespeeld maar je kan er gif op nemen dat hij in de afdaling met zijn soepele tred weer afstand zal nemen. Dat gebeurt ook, hoewel ik me met vier plaatsen en 45 seconden achterstand aan de streep, niet moet schamen voor de charmeloper van de Krinkelsgracht.
Na precies 8 kilometer verlaten we het bos en kunnen we herstellen, versnellen en genieten op een kaarsrechte en lichtdalende asfaltweg. Dit is een van de heerlijkste parcoursstroken van het hele seizoen. Zeg dat Cortleven het gezegd heeft. Servais Halders trouwens ook, zoals hij ook de 600 meter van daarnet als de zwaarste van de wedstrijd bestempelt. Van Servais gesproken, hij loopt hier de tweede veteraan 3, Rudy Lacroix, op 2 minuten. En is daarmee op weg naar zijn (hoeveelste?) categoriezege in de challenge. En de zoveelste wonderbaarlijke heropstanding. Op de Rue du Fort halen we rond de 4’30”. Hoe sneller, hoe makkelijker. Maar zo is het meestal. Na 900 meter draaien weer voor even het bos in, op een dik bladertapijt. De afdaling naar de finish wenkt. We krijgen nog een aanmoediging van Luigi Saggiorato. Ik ken vandaag haast meer mensen langs de kant dan in de koers. We zijn nu even met z’n drieën. Ik word geflankeerd door Lucien en Luciano. Die laatste is dus weer komen aansluiten. Hij informeert naar mijn categorie. Lucien geeft het antwoord. “Vétéran 4? Quelle forme!” is zijn reactie. Hij moest eens weten… Ougrée 3 Overigens stonden hier vandaag 6 veteranen 4 aan de start. Het maximum dit jaar, vermoed ik. Willy Hertogen staat naast me op het podium. Aan de andere zijde staat Pierre Driessens, veertien dagen geleden nog in de marathon van Frankfurt. Verder met de weedstrijd. Daar is Georges Mabille weer die de lopers onophoudelijk blijft aansporen om de mini-rotonde voor de afdaling volledig te nemen. Luciano en ik volgen zijn consignes plichtsgetrouw. Lucien neemt de binnenkant en snijdt zo drie meter af. “Je zal gediskwalificeerd worden” lach ik. “Ik ben niet ingeschreven” lacht de smalle LO-leraar terug. “Dit is een mooie training.”
We zullen snel terug in Ougrée-Bas zijn met percentages tot -10%. Ik hou me niet in ondanks een opspelende rechterheup. Op een vlakker stuk loopt Luciano Battistini toch weer van ons weg. Zelf halen we nog een dame in, Maude Demoigie, die ik een drie kwartier geleden in het bos nog even voor me uit heb zien lopen. In het voorbijvliegen groet ik nog even Philippe Gheury, vandaag ook als signaleur. We draaien samen het voetbalveld op waar Marie-Paule en Servais Halders, al negen minuten binnen, ons aan het toegangshekken opwachten. Nog een halve ronde langs het voetbalveld. Die laatste hectometers kosten me wel eens één of meer plaatsen. Ik zie iets roods naderen. Gelukkig heeft de achtervolger ook niet meer de jongste benen. Het is veteraan 2, Roger Mennicken, mij van naam bekend uit de Challenge L’Avenir. “Niet met mij, menneke” zweer ik en ik red mijn plekje, 64 is dat. De lange klimkilometers hebben uiteindelijk het gemiddelde toch onder de 12 per uur geduwd. Bij het overschrijden van de streep bedank ik meteen mijn gezel van vandaag, Lucien Collard.
De middag in de kantine verloopt volgens het geijkte stramien. Ik verlaat Ougrée met een uitstekend gevoel. Is het niet de beste, dan toch de aangenaamste wedstrijd van het seizoen geweest. Ik geef me dan ook zonder aarzelen vier hartjes.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming op het veld van Royale Amical Club Ougrée. Foto 2: Michel Mancini opent de wedstrijd op de fiets. Foto 3, archieffoto van Jo Defrère: Lucien Collard die me vandaag de hele tijd gezelschap houdt.)