Kermisloop Waterschei

ma 07/08/2017 16u * Kermisloop Waterschei * 10 km * 00:48:29 * 12,3 * 9/21 * ==/== * ♥♥♥

Ik droom er al jaren van eens bij de eerste tien te eindigen in een loopwedstrijd. Vandaag is het me gelukt. Hoe ik dat heb gelapt? Je leest het in dit verslag… of je hebt het al begrepen uit de cijfergegevens hierboven.
We zijn in het seizoen van de maandagse kermiswedstrijden. Ik trek met Jean-Pierre Immerix naar een voor mij zo goed als onbekende organisatie in Genk. Jean-Pierre loodst me naar het parcours ergens tussen de E314 en de Stalenstraat. In de Herenstraat wordt daar al voor de 61ste keer een kermis gehouden. Vier dagen liefst, zoals in Cornesse waar ik precies een maand geleden te gast was. We vinden een schaduwrijk parkeerplaatsje langs een haag. Die haag zal na de wedstrijd nog van pas komen als douchescherm. Reguliere douches zijn er niet, Jean-Pierre doet het met een jerrycan water en een waskommetje. Het is voorlopig stil rond de kermiskramen. De geluidsboxen zwijgen nog. Ze zien ons graag komen aan de inschrijvingstafel, veel deelnemers zijn er niet. Echt veel reclame wordt er niet gemaakt voor deze kermisloop. En de beroepsactieve medemens lokken voor een wedstrijd op een maandagmiddag heeft veel van een gok.

Lees verder →

Het wordt dus weer een loop in rondjes: 5 maal een lus van 2000 meter. Ik zal de tel goed moeten bijhouden. We lopen door een groene woonwijk. Dat komt ons vandaag goed uit want het is na de middag rond de 25 graden. Het bos biedt ons beschutting over de helft van de ronde. Uiteindelijk staan we met 21 aan de start, waaronder twee dames. Het leeftijdsgemiddelde ligt vrij hoog met twee zeventigers en enkele rijpere zestigers. Dat zijn niet toevallig allemaal bekenden. Weinig vertrekkers dus, maar wel borstnummers met chip en een heus revolverschot als vertreksein. Waterschei 1 Ik lijk wel stil te staan in de de eerste meters, zo snel schieten de beteren vooruit. Ik neem de eerste bocht net achter Jean-Pierre. Die wipt zijn linkerknie plots omhoog in wat een balletbeweging lijkt te zijn. De werkelijkheid is heel wat minder artistiek. “Er versprong plots iets in mijn knie”, vertelt Jean-Pierre me achteraf. Het ongemak duurt maar een fractie van een seconde en zal de Veltwezeltenaar gelukkig niet meer hinderen in het verdere verloop van de wedstrijd. Na nauwelijks 200 meter is het pelotonnetje al in tweeën gebroken en gaapt er al een kloof van een dertigtal meter tussen de twee groepen. Ik loop aan de leiding van groep 2, naast de dame in het geel. Maar Miet Vanherck zal snel verachteren en ik leg de eerst kilometer af in het gezelschap van Jean-Pierre en Laurent Wijnants. Mijn leeftijdsgenoot uit Zutendaal draait soepel rond. Flink op dreef door zijn trainingen voor de marathon van Keulen, bedenk ik. Maar op het einde van de eerste ronde moet hij inbinden. Ik beëindig die ronde met een lichte voorsprong op Jean-Pierre. De hoop dat ik hier plaatsen kan winnen heb ik al opgeborgen, de loper voor me is slechts een klein stipje. Nu afwachten of ik zelf niet word ingehaald door opkomend geweld. In de tweede ronde is het zover. Jo Grondelaers gaat me voorbij en neemt snel een twintigtal meter voorsprong. Een voetballer, zo denk ik af te leiden uit zijn tenue. En een plaatselijke vedette te oordelen naar de groep fans die zich in een van de bochten hebben opgesteld en die hun favoriet bijstaan met aanmoedigingen en een drinkbus. Ikzelf heb intussen vanaf de start met pijnlijke benen af te rekenen. Dat wordt een “twee hartjes”- wedstrijd, is mijn tussentijdse balans. We passeren weer voorbij de finish onder de tent. Het rechte stuk naar de aankomsttent heeft me blijkbaar goed gedaan want plots voelen mijn benen soepeler aan. Ik kan het tempo wat opdrijven en merk dat Jo wat van zijn voorsprong moet inboeten. Hijzelf is ook fel genaderd op de laatste man van de eerste groep. Die is duidelijk door zijn beste krachten heen. Ik kan twee vliegen in een klap slaan. In de smalle en hobbelige passage door het bos kom ik in het spoor van de twee en op het fietspad van de Herenstraat ga ik voorbij. Pieter Janssen is de man in het grijs die in het begin met de eerste groep is meegegaan. Voor hem komt het nu aan op uitlopen. Ook Jo Grondelaers haakt snel af en dus passeer ik alleen de aankomstlijn waar de speaker intussen mijn naam gevonden heeft op de korte deelnemerslijst. Ik neem een koele slok van het bekertje aan de drankpost en kieper de rest over mijn hoofd uit. Dank aan de twee meisjes aan de “toog” die voor fris water zorgen. Daar kunnen grotere organisaties nog een puntje aan zuigen. Overigens heb ik weinig last van de temperatuur. Alleen bij het begin van de Herenstraat durft de zon mij lastigvallen.
Voor de derde keer de lichte afdaling in de Nieuwdorpstraat. Enkele mensen volgen de loop in hun luie zetel voor hun huis. Ongeveer halverwege rechts is er heel wat animo. Een achttal toeschouwers, voorzien van de nodige drank, en vooral een mevrouw die alle deelnemers zonder uitzondering aanmoedigt. Ze deelt natte doeken uit aan wie zijn hoofd, nek of andere lichaamsdelen wil verfrissen. Van de natte doeken heb ik geen gebruik gemaakt maar haar enthousiasme geeft me wel een mentale boost. Ik voel me gewoontegetrouw prettiger op het asfalt. Het tempo wordt telkens gebroken door de onverharde stroken, vooral de driehonderd meter in het bos. Tel daar nog enkele scherpe bochten bij die mijn stramme benen zwaar op de proef stellen en ik weet dat ik hier geen 13 km gemiddelde zal halen. Verre van. In elk geval ben ik bezig mijn derde hartje te verdienen.
Ik loop nu afgescheiden zoals waarschijnlijk alle deelnemers. Dat is een voordeel op een hobbelige grasstrook na 800 meter. De 250 meter vormen een zware belasting voor de enkels. Het is ook opletten om juist uit te komen op drie dikke boomwortels en hier en daar een putje op tijd te zien. Ik zie dat Jef Herbots niet ver voor me loopt, weliswaar met een ronde achterstand. Dat wordt dan mijn uitdaging voor de 3 kilometer die nog resten. Jef dubbelen en maar hopen dat ik zelf uit de greep blijf van de eersten. Jef is er 76 en loopt volgend weekend op het racecircuit van Francorchamps. Een mens moet doelen blijven hebben in zijn leven. Aan de beek vang ik ook twee keer een glimp op van een andere zeventiger, Pierre Hulsmans. Die doet binnenkort dan weer mee aan het wereldkampioenschap vijfkamp. Aan de botsauto’s hebben ze intussen de decibels opgeschroefd.
Einde van de vierde ronde. Er ontstaat beroering in het publiek onder de tent. Een fotograaf grijpt naar zijn toestel. Een ogenblik mag ik de illusie hebben dat mijn doortocht die opwinding heeft teweeg gebracht. Dan hoor ik de speaker de winnaar aankondigen: Wouter Simons, die daarnet trouwens ook al de vijf kilometer op zijn naam heeft geschreven. Een ronde voorsprong voor de jonge Genkenaar, maar hij heeft me toch niet te pakken gekregen. Ook een pluspuntje. Wouter en zijn snelle kompanen mogen rusten, ik heb nog een ronde voor de boeg. Ik kom weer voorbij Els. Dat is de dame met de natte doeken. Hoe ik haar naam ken? Dat lees je hier wat verder. Waterschei 2 Net daar haal ik Jef in. Die gooit een doek in zijn nek voor de volgende ronde. “Ik geef hem volgende ronde af”, zegt hij tegen de verzorgster. Een driehonderd meter verder krijg ik ook de voorlaatste man, Youssef Joumani, te pakken. Na een scherpe bocht naar rechts komen we weer op de moeilijkste strook van het parcours, het graspad langs de beek. Aan de overkant van de beek heb je dan een goed zicht op de achtervolgers. Ik zie dat de eerste man in de wedstrijd op komst is. Als die me maar niet voorbij wil of moet op het kronkelige bospad dadelijk. Aan de overkant van de beek zie ik de loper in zevende positie, Fabio Mercurio, op dezelfde plaats als in de vorige ronde. We lopen nu met hetzelfde ritme. Maar het voordeel dat hij heeft gehaald uit zijn snelle start zal hij niet meer afgeven. De drie laatste ronden leg ik trouwens in krek dezelfde tijd af. Ik heb in deze vierde ronde wat ingewonnen op de nummer acht in blauw shirt. Hij heeft maar een “brugje” voorsprong meer aan de beek. Maar net als ik de laatste meters wil dichtlopen pakt hij uit met een versnelling en word ik weer op mijn plaats gezet. Dat is de negende, voor zover nog niet duidelijk.
Ik blijf onder de vijftig minuten en haal mijn bescheiden doelstelling. Ik wissel nog enkele woorden met Frank Theunissen, de man in het blauw die een vijftiental seconden voor me is gefinisht. “Wat te snel vertrokken”, is het commentaar van Frank. Ik wandel uit naar de Nieuwdorpstraat. Ik wil daar vragen naar de voornaam van de enthousiaste supporteres. Kwestie van een nauwkeurig verslag af te leveren. Enfin, ik geraak in gesprek met Els, Gaby en een jonge zwemmer. Meer nog, ze bieden me zelfs nog een pintje aan. Leuke mensen daar in Waterschei. Ik moet nu snel terug naar de auto. Jean-Pierre wacht op me. Dadelijk denkt hij nog dat ik verdwaald ben. Maar hij ging ervan uit dat ik nog even aan het uitlopen was. Zo’n fanatiekeling ben ik nu ook weer niet, Jean-Pierre.
Na een kattenwasje keren we terug naar de kermis. Jean-Pierre groet nog een aantal bekenden. Na 1300 wedstrijden kennen ze je uiteraard in de Limburgse loopwedstrijden. We drinken nog een Cristalleke en verlaten de kermis die nu al aardig begint vol te lopen. We wensen elkaar succes voor volgende zondag. Dan hebben we een gescheiden programma.

(Foto’s van peterkepompier. Foto 1: Start tussen Jean-Pierre in het groen en Laurent in het oranje. Foto 2: Doortocht aan de streep.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *