Liège-Laveu Don Bosco (CJPL)

zon 24/09/2017 10u * Liège-Laveu Don Bosco (Challenge Province de Liège) * 10,6 km * 00:51:47 * 12,2 * 53/199 * 3/18 * ♥♥♥♥

Het is negen uur. De nevel boven Luik begint op te trekken. Het is wel nog fris maar de zon is al van de partij als we de parking van de Don Bosco-school binnenrijden. We zijn hier in de wijk Laveu, achter het Guillemins-station. Voor een CJPL-loop op een zwaar golvend stadsparcours. De organisatoren maken het zich niet gemakkelijk met een grote ronde in een dichtbevolkt gebied. Ze hebben wel heel wat steun van de politie die ik tijdens mijn opwarming in de weer zie voor onze veiligheid tijdens de wedstrijd.
Ik vertrek in het gezelschap van Willy Hertogen. De eerste 800 meter zetten al meteen de toon voor het hele parcours: een afdaling en een klim. Vlakke meters zoek je hier vergeefs. Ik heb een redelijke kennis van wat er nog zal volgen, van mijn vorige deelname en de wedstrijd in Cointe die gedeeltelijk hetzelfde parcours neemt, zij het voor een stuk in omkeerde richting. Willy is snel achtergebleven maar zal de weg wel niet kwijtraken.Don Bosco 1 Hij heeft hier nog geen enkele editie gemist. Een Riemstenaar achter me, een andere voor me, Claude Herzet. Hij heeft het wel moeilijk op de helling maar neemt op een dalende strook van 800 meter weer wat meer afstand. De grote gestalte van Eric Martin is dan al een kleinere stip geworden. Een fluo-dame (Josiane Simons?) is me op de klim al snel voorbijgegaan. De snipverkouden Françoise Piscart heb ik al achter me gelaten. Dat zijn meteen de enige dames die ik in deze loop in mijn omgeving heb opgemerkt. Het verslag zal dit keer exclusief door mannen worden opgeëist. We zijn intussen 2 kilometer ver, op de Rue Henri Maus. Zonder die straat zou ik nooit van de man hebben gehoord. Zijn prestaties verdienen ook of vooral uw aandacht. Tik zijn naam maar eens in. Enfin, we zijn weer aan het klimmen. En nu wordt het echt menens. Een klim van in totaal 2 kilometer, enkele meters vlak inbegrepen, eerst op het asfalt tussen de huizen, daarna via twee haarspeldbochten op kasseien, naar de Boulevard Kleyer waar het lichtjes blijft omhoog gaan. Ik blijf in de derde kilometer net onder de 6 minuten. Dat vind ik met een stijgingsgraad tussen de 5 en de 7% verdienstelijk. Genoeg om Claude voorbij te gaan op de laatste meters kassei. Na 3, 7 kilometer is de zwaarste klim van de loop achter de rug. Bergaf! Is dit nu Saint-Nicolas of Cointe? Hoe dan ook, we lopen hier plots tussen het groen en even verder met een machtig uitzicht op de industriële Maasvallei. De eerste bevoorrading heb ik overgeslagen. Zo win ik weer een paar seconden. Niet genoeg om Claude Herzet achter me te houden die me in zijn vloeiende stijl voorbij zoeft. Op het volgende korte knikje omhoog blijft zijn tred even soepel… maar minder krachtig en haal ik hem weer bij. Ik hier loop hier onder meer in het gezelschap van een Seraing Runner. Is dit André Piron?
We zijn in een moderne woonwijk met heel wat groen, ik neem aan in Cointe. Eerst licht bergop, dan weer dalend maar een boogscheut verder weer klimmend. Heb ik al gezegd dat ze hier de vlakke weg nog moeten uitvinden? Ik voel me vrij goed maar heb in deze eerste kilometers al veel gegeven en kijk met enige angst uit naar wat nog komen gaat. Het tempo is in elk geval tot ver onder de 12km/uur gezakt. Ik loop aan het hoofd van een groepje het park van Cointe in. Dit is bekend terrein voor me. Maar de smalle paadjes blijven verraderlijk door de vele boomwortels en keien. Ik verlies hier even mijn eerste plaats maar pak die weer terug op een breder geasfalteerd pad. Claude heeft de voeling verloren in de wijk, vertelt hij me later. Niet ver voor me zie ik al een hele tijd Richard Mathot. Don Bosco 2 We kronkelen nog altijd tussen de grasperken in het park maar nu zijn de paden weer aan het klimmen. Dat zal zo’n kleine twee kilometer duren. Van het park van Cointe lopen we het Parc Comhaire in. De naam mag veranderen, het reliëf niet. Het groepje van daarnet loopt niet meer in mijn spoor, ik haal hier en daar nog een enkeling in op de steilere stukken in het park. Ik nader op Richard Mathot en Jean-Luc Letellier die ik nu ook herken. We maken een kleine lus voor de bevoorrading. Richard stopt voor een bekertje en verslikt zich haast als ik hem op een grasperkje voorbijga. We zijn weer op de Boulevard Kleyer, die we daarstraks in tegengestelde richting hebben afgelegd. We lopen op een soort voetpad langs de weg op kiezeltjes, klinkers of gewoon aarde. De ongemakkelijke ondergrond en de eindeloos zeurende stijging van 1 tot 2% halen het tempo er helemaal uit. 11 per uur, meer zit er niet meer in. Ik zal het van de afdaling naar de finish moeten hebben om nog een gemiddelde van 12 te halen. Mijn concurrenten hebben het blijkbaar ook moeilijk. Ik zie er alleszins geen langs mij opduiken. En leef met de hoop dat ik Jean-Luc voor me nog kan inrekenen.
Bij het begin van de afdaling aan km 8,5 kijk ik even achterom. Ik verwacht Richard nog in de afdaling. Daar is hij ook. Ik heb nog zo’n dertig meter. Het kan ook een paar meter meer zijn, ik heb nu echt geen tijd meer om de juiste afstand te berekenen. Op de kasseistrook van 200 meter tussen de twee haarspeldbochten is het bovendien zaak om je enkels niet te verstuiken op de ongelijk liggende stenen. Een ongelukkig geparkeerde auto maakt die tweede bocht nog linker. Ik geraak er zonder kleerscheuren langs, Richard ook. Voor ons ligt een streep van 500 meter rechttoe rechtaan naar beneden. Ik voel mij in de onbehaaglijke positie van de haas die recht voor de jager over het open veld spurt. Ik geef mezelf weinig kans om uit de greep van de lange Luikenaar te blijven. Moet ik het tactisch spelen? Even inhouden om dan in de laatste steile klim toe te slaan? Of alles geven in de afdaling en mijn achtervolger tot een nog grotere inspanning te verplichten, in de hoop de ultieme helling beter te verteren? Ik kies voor de tweede optie. Uit ervaring weet ik dat ik in veilige omstandigheden op het asfalt een fikse afdaling uit mijn benen kan schudden. Dat betekent hier een gemiddelde van 3’50” op de rechte strook. Daar heeft Richard niet van terug. Ik hoor hem zichzelf nog oppeppen maar ik blijf een vijftiental meter voorsprong behouden. Ik geraak als eerste aan de rechtse bocht. Als eerste van ons twee want Jean-Luc blijft buiten bereik. De steilste percentages omlaag volgen nog na die bocht. Dan gaat het plots weer omhoog. Ik haal Eric Martin in die stilgevallen lijkt. Hij klampt zich vast in mijn spoor en is zo vriendelijk me de weg te wijzen in de bochtige laatste honderden meters. De seingevers reageren zoals zo vaak te laconiek. Waar is Richard? Hij is er nog steeds en wroet zich omhoog aan de andere kant van de weg. Een tactisch manoeuvre? In elk geval, ik begin met voorsprong aan wat ik als de strook van de redding beschouw. Een blinde bocht scherp naar rechts voor de uitsmijter van driehonderd ultra-steile meters. Het gehijg van Eric vermindert, hij moet loslaten. Ik heb er vertrouwen in dat Richard op deze strook ook niet meer zal terugkeren. De plotse bocht en de smalle passage naar de streep zijn me gelukkig bekend. Daar is de Solidaris-aankomstboog. En daar is ook Jo Vrancken. De Neremnaar is als tweede algemeen al 13 minuten binnen. Hij geeft me nog een laatste aanmoediging mee. Die blijkt ook nodig te zijn. Richard is in de klim nog verbazend dicht gekomen. Maar met een korte temposnok kan ik mijn duur bevochten plaatsje veiligstellen. “Ik heb er alles uitgeperst, maar ik kreeg je niet te pakken” hijgt mijn lange tegenstrever, verrast door mijn snelheid in de afdaling. In de douches toont hij me de reden van wat hij als een mindere prestatie beschouwt. Enkele vetplooien rond zijn middel. Ik zal moeten vermageren, vindt de zo al magere Luikenaar. “Punten verloren in het klassement, maar (tot mij) je derde plaats is verdiend”, besluit Richard.
Voorover leunend op de dranghekken praten Nicolas Bynens en Guy Raes na over hun wedstrijd… en genieten van hun eerste en tweede plaats in hun en mijn leeftijdsklasse. Een ongewone uitslag waar de afwezigheid van de tenoren ook wel voor iets of voor veel tussen zit. Zoals mijn derde plaats… Don Bosco 3 Nicolas en Guy zijn late roepingen in het loopwereldje, mannen zonder verleden, zoals Guy het uitdrukt. Servais Halders is er vandaag niet bij. Maar hij is wel prominent aanwezig in het après-course-gesprek met de collega’s. Hij haalt aan de boorden van de Maas en het kanaal van Briegden trouwens weer verschroeiend uit met een elfde plaats algemeen. Na de finish zoek ik vergeefs naar Marie-Paule. Die blijkt nog niet terug te zijn van een lange wandeling (en klim) naar het herdenkingsmonument in Cointe. Ik vind haar later terug op de zonnige binnenplaats van de school. Willy Hertogen en Jo Vrancken hebben zich al naar huis gerept. Ik breng de aangename wachttijd voor de prijsuitreiking door in het gezelschap van mijn categoriegenoten Nicolas Bynens, Guy Raes, Bernard Marot en Claude Herzet.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Willy en Willy vol vertrouwen voor de start. Foto 2: Betrapt door de alziende lens van Marie-Paule in het park van Cointe. Foto 3: Het podium van de veteranen 3. Links tweede Guy Raes, in het midden winnaar Nicolas Bynens.).

Een gedachte over “Liège-Laveu Don Bosco (CJPL)

  1. S. Halders

    Willy,
    Proficiat met je podium te Don Bosco.
    Het klimwerk ligt je blijkbaar goed.
    Volgens mij heb ik Willy Hertogen zondagnamiddag
    langs het parcours gezien.
    Gr.
    Servais

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *