Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir)

vri 04/05/2018 19u30 * Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir) * 9,75 km * 00:49:46 * 11,7 * 215/416 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik ben voor de derde keer in luttele weken in het land van Herve waar sappige appels aan de bomen hangen en waar de weiden op en neer golven. De appels zorgen voor de cider die de podiumgasten als geschenk meekrijgen. Het golvende landschap staat garant voor een pittig parcours. Met bijna 10 km is de Jogging de La Minerie wat langer dan de afgelopen wedstrijden. Het zwaar heuvelachtige profiel is wel hetzelfde. Ik weet dus wat me te wachten staat hoewel ik hier voor het eerst deelneem. Die 415 anderen die dadelijk met mij de start zullen nemen, moeten dat toch ook weten. En toch zijn ze er met zoveel. Voor sommigen mag het ook niet vanzelf gaan. Zoals voor veteraan 3 Nicolas Bynens, met wie ik een deel van de finale verken. Hij vond de Tungri Run van vorige dinsdag… te licht. “Bijna voortdurend bergaf” was de conclusie na zijn eerste wedstrijd over de taalgrens, nauwelijks 10 kilometer van zijn woonplaats Juprelle.
Ik ben geradbraakt uit de Hesbignonloop in Couthuin gekomen. Ik heb het in de voorbije week dan ook bewust en noodgedwongen gehouden bij korte en zachte hersteltrainingen. Woensdag was er precies al beterschap en vanavond bij het inlopen vertonen de benen weer tekenen van bereidwilligheid.
Ik kan de starter niet zien, ingesloten als ik ben door grotere collega’s. En evenmin horen, blijkt als de massa voor mij plots in beweging komt. Het duurt enkele honderden meters eer ik mijn kruistempo kan ontwikkelen. Een groep juffrouwen in het lila neemt de hele breedte van de weg in beslag. Ik ben pas voorbij of we worden rechtsaf een bos ingestuurd. Een toeschouwer langs de weg heeft me daarnet het parcours beschreven. De eerste beklimming door het bos omschrijft hij als “kaduuk”. Benieuwd hoe dat eruit ziet. Veel bekenden zijn er niet in het peloton. Ik ben wel in de eerste meters onverhard voorbij twee veteranen 3 gegaan, Roger Archambeau en Jean-Louis Voss. Stop! De hele meute troept samen voor me. Ik had voor de start het woord “goulot” horen vallen, “flessenhals”. Dat moet deze nauwe doorgang zijn. Drie meter en ettelijke seconden verder zie ik het bruggetje over de Ruisseau de Stockis, een niemendalletje van 1 meter breed. Een ongeduldige collega kiest de kortste weg, door het water. Die “kaduke” helling is een smal pad met de gebruikelijke stenen en wortels. Op het einde van de eerste klim na 700 meter heb ik een gemiddelde van nog geen 9 per uur. Terwijl ik daar zelfs niet heb ingehouden. In rekening te brengen bij de beoordeling van het algemeen gemiddelde. De verharde weg boven loopt ook nog verder op. Veteraan 2 Dominique Bertrand ziet mij in de klim voorbijgaan. “En morgen naar Verlaine?” drukt hij zijn verbazing uit. “Neen, neen, geen twee lopen in een weekend” geef ik gratis goede raad. De doortocht door de straten van Thimister verloopt voornamelijk dalend. Met een gemiddelde van 4’20” zit ik op schema. Na een eerste lus van 2 km passeren we aan de voorkant van het voetbalveld van Espoir Minerois. La Minerie mag dan een gehucht zijn, de voetbalaccomodatie is up to date. Vier velden, waaronder een mat van kunstgras. We worden flink aangemoedigd door toeschouwers aan beide zijden van de weg op het korte klimmetje voor we weer mogen dalen richting Befve. La Minerie 1 Van daaruit gaat het weer stijgend naar La Minerie. Wie denkt dat de naam verwijst naar mijnbouw… heeft het bij het rechte eind. Daar is overigens niets meer van te zien. Ten minste toch niet op de rijweg waarop we naar boven klimmen. De 600 meter lange helling slaat me niet uit het lood. Ik heb na de drie vorige wedstrijden eindelijk nog eens kracht in benen en lijf. We maken een soort 8 in La Minerie. Daar zit aan km 5 weer een stekelig hellinkje in op een gras- en aarden pad. Ik blijf een aanvaardbaar ritme aanhouden om op de dalende gedeelten rond de 4’30” te halen.
We zijn weer in Befve. Niet dat ik het gehucht herken, ik ben alleen verrast hier tussen het groen een overigens fraai pleintje met een appartementsgebouw aan te treffen. Ik heb daarnet even een slok water genomen bij de bevoorrading en bereid me voor op een tweede doortocht door een bos. Dat heb ik onthouden uit de gedetailleerde beschrijving van de toeschouwer uit de derde alinea van mijn verslag. De weg voor het appartement leidt recht naar het groen. Hier moet het zijn. Weer stijgend, tot daar aan toe. Het bospad is echter bezaaid met keien. Dat maakt deze 600 meter tot de moeilijkste van de 10 km. Ik mag al blij zijn dat ik boven de 10 km/uur blijf, wat overigens het gemiddelde tempo is van de lopers in mijn buurt. Ik blijf dus in een rustige cadans, wachtend op betere tijden. Die komen eraan als we boven zijn. Het moeilijkste is nu achter de rug. Vlak, dalend, vlak: ik heb mijn ogen en benen de kost gegeven tijdens de verkenning. Vlak, zei je, is hier überhaupt vlak? Ja, dat is er en dat danken we aan de spoorwegen van het einde van de 19de eeuw. De oude spoorlijn is nu een Ravel-fietspad. Dit is het tracé van de Tectonic 38 weer, mij en u ook hopelijk, voldoende bekend. Heel vlak blijkt dat toch niet zijn. Ik had moeten weten dat er een licht verval is richting Luik. Lopen we toch wel de verkeerde kant op zeker. Ondanks mijn inzet heb ik moeite om onder de 5′ per kilometer te blijven. Ik haal wel enkele collega’s in maar verlies ook enkele posities aan evenmin piepjonge deelnemers. De kleine dame in het rood voor me heeft me in een van de vorige lopen het nakijken gegeven. Genoeg om mijn competitie-instinct aan te wakkeren. Ik haal de aînée 2 Sandra Delrez vrij snel in en bevind mij bij het opdraaien op de rijweg naar Thimister in het gezelschap van een koppel trainer-loopster, een combinatie die je wel meer ziet. De coacht vuurt zijn pupil aan, die volgt met de nodige moeite en vooral met veel wilskracht. Ik bijt me vast in het spoor van Joannie Scholzen. Coach Christian Pesser plaatst een nieuwe versnelling op het laatste stuk van de afdaling. Joannie moet (en vooral kan) volgen. Ik wil nog wat reserve houden voor de laatste kilometer en duik het bos in op een vijftiental meter afstand van het duo. Voor ik het vergeet te schrijven, dit is weer een prachtparcours. Het landschap krijgen de organisatoren cadeau maar de variatie in het parcours mag op naam van de routebouwers worden geschreven. De fans krijgen de gelegenheid hun favorieten enkele keren te zien. De afwisseling en de natuur verzachten de de pijn van de inspanning, tenminste voor de getrainde loper. Ultimo chilometro. Het pad slingert zich nu door een bosje langs een idyllisch beekje (vermoedelijk de Ruisseau de Stockis, al vermeld in mijn verhaal). Ik kan het tempo nog eens optrekken. Plaatsgewin levert het me echter niet op. Aan een hoeve loopt de weg weer op. Dit is het begin van de laatste rechte lijn. Achter de kruising met de rijweg wordt de helling weer steiler. Maar ook in die laatste 200 meter laten mijn benen me niet in de steek. En zo kan ik uitblazen met het beste gevoel van de voorbije maand.
We zullen toch weer niet vroeger moeten vertrekken, vraag ik me af, als we in de ruime kantine van de Espoir Minerois de podiumformaliteiten afwachten. La Minerie 2 De vijf minuutjes voor de prijsuitreiking, zoals aangekondigd door de speaker, zijn er gelukkig maar vijftien. Ik zit toevallig naast Magali Beauwens die mij in Montzen in de laatste bocht voorbijging. Ik vraag haar of ze me vanavond weer geklopt heeft. De dame is verrast als ik haar vertel dat ik haar (her)ken van Montzen. Ik vergeet niet snel wie me op de beslissende momenten voorbijgaat… en wie ik zelf nog ooit geklopt heb. De lijst van de lopers die ik vroeger achterliet maar me nu op minuten lopen, wordt elk jaar langer en langer… Enfin, Magali is tien plaatsen en een halve minuut voor me. Ondanks mijn goed gevoel tijdens de loop ben ik dus verder achter dan in Montzen. Het cliché wordt bevestigd: elke wedstrijd is voor iedereen weer anders. Het is zo ver. De speaker begint eraan en werkt het rijtje winnaars vlot af. Ik maak kennis met de tweede in mijn categorie, Julien Bertrang. We monsteren even de prijs, een fles cider. Niet de plaatselijke Ruwet maar Stassen uit Aubel. Maar dat mag de pret niet drukken. Overigens kan de winnaarspret hier wel nog enige tijd duren. Met een voorsprong van zes minuten zal Julien wel niet dadelijk een bedreiging vormen in de volgende maanden. Alleen mag ik hopen dat ik Roger Dosseray in de volgende maanden het vuur nog eens aan de schenen kan leggen.
Ik volg de raad van mijn echtgenote en vaar (of beter rijd) er goed mee. Ik schakel dit keer wel de GPS in en we rijden feilloos naar de autoweg. Bij het verlaten van het voetbalstadion Marcel Baguette beklimmen we de helling naar La Minerie met de wagen. Vanop een autozetel voelt dat precies wat comfortabeler aan…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1 : Nog even doorbijten op het laatste steile knikje voor de finish. Foto 2 : Met Julien Bertrang, tweede, bij de prijsuitreiking.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *