Ans (CJPL)

zon 17/06/2018 10.30u * Ans (Challenge de la Province de Liège) * 10,3 km * 00:49:20 * 12,5 * 43/134 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat heeft een mens op een zondag voor de middag te zoeken in Ans, in de westelijke rand van Luik? Wel, een nieuwe loopwedstrijd. Dan is Willy er weer bij, weet de lezer inmiddels. Hoewel “nieuw” niet helemaal klopt. Volgens Willy Hertogen werd er meer dan tien jaren hier ook al gelopen voor de Challenge van de provincie. De VZW (stichting) “Le coeur ansois” ( Het hart van Ans) die zich inzet voor sociale doelen, heeft de sportieve draad dit jaar weer opgenomen. Ik herken alvast een lid, David Frison, met wie ik al op pad ben geweest in andere wedstrijden. We zijn nog sneller ter plekke dan gedacht en maken nog de briefing van de seingevers mee in de inschrijvingsruimte. Een grote groep mannen en vrouwen in een geel veiligheidshesje luisteren naar de instructies van challenge-organisator Jean-Claude Odeurs. Die zijn vandaag des te belangrijker omdat de organisatie nieuw is en niet kan teren op jaren ervaring. En voor een loop in een verstedelijkte omgeving – zeg maar in een stad – heb je tientallen verkeersregelaars nodig. Als deelnemer word je zo nog eens met de neus op de feiten geduwd: zonder vrijwilligers geen wedstrijd, geen competitie en geen ambiance achteraf.

Lees verder →

Pierre Olivier is de snoeren van de tijdsregistratie-apparatuur nog aan het vastklikken als ik aan mijn opwarming begin. Er is hier ruimte zat voor een snelle finish. Alleen de paraatheid van de benen en de wind zouden voor hinder kunnen zorgen. Ik kan ook de tijd nemen de collega’s uitgebreid te begroeten.Ans 1 Willy Hertogen bijvoorbeeld. Vanwege logistieke redenen (om het met een moeilijk woord te zeggen) zijn we vandaag apart naar Ans gereden. Mergelloper Eric Stassen uit Valmeer is er ook. Gisteren moest hij ook al om logistieke redenen verstek laten gaan voor de Aterstaosejogging in Tongeren. Hij heeft het laatste jaar reuzenstappen vooruit gezet. Ik ben nu geen partij meer voor hem. Toch zal hij ongewild nog in mijn verhaal voorkomen. Via Willy Hertogen maak ik kennis met René Eggen, een rijpe v3 en al jaren een vaste waarde in het circuit. Door een verstuiking en een gebroken voetbeentje is hij maanden buiten strijd geweest. “Voorlopig pak ik het rustig aan, ik bereid me voor op volgend jaar. Dan ga ik de strijd aan met jullie bij de veteranen 4!” houdt de man uit Retinne er de moed in. Het blijkt dat hij in Zussen getrouwd is en onze streek op zijn duimpje kent.
Voor de start gegeven wordt en na het gebruikelijke welkomstwoord van de organisator, vraagt Jean-Claude Odeurs nog even de megafoon. Hij deelt mee dat de volgende wedstrijd op de Challenge CJPL-kalender in Awans, op een boogscheut hiervandaan, is afgelast. Tegenslag voor Willy Hertogen en wellicht ook Jean-Pierre Immerix voor wie het minimum aantal deelnames – 10 om in het klassement opgenomen te worden – bedreigd wordt. De deelnemersaantallen gaan de laatste maanden fors naar beneden. Vandaag komen we net boven de 200 man voor de twee lopen. Het overaanbod aan wedstrijden en onenigheid binnen de organisatie beginnen zich te wreken. Is de oudste Luikse challenge – en dertig jaar geleden de enige – die heel wat Zuid-Limburgse lopers over de taalgrens lokte, in gevaar?
Hoe dan ook, daar kan ik me nu geen kopzorgen over maken. De focus moet staan op de wedstrijd die start over vijf seconden. Een klein peloton, een brede weg, ik vind zonder problemen de ruimte om snel op tempo te komen. Dat tempo wordt trouwens in de eerste plaats bepaald door de kracht in mijn benen… die ik eerst zal moeten losschudden. Claude Herzet, de vierde Riemstenaar in het pak, is al meteen uit het zicht. Hij heeft soepele benen meegebracht van zijn hoogtestage in het noorden van Griekenland. Hij bouwt een voorsprong op van een dikke twee minuten. Dat blijft binnen de marge van mijn gemiddelde achterstand de laatste jaren. In de eerste kilometer richt ik mij op drie collega’s. De ene in het groen, Bernard Marot, de andere twee in het oranje, Jean-Yves Culot en Pasquale Ruberto. Zij zijn wel geen directe concurrenten maar ik heb ze in een recent of niet te ver geleden nog kunnen verslaan. Ans 2 En dan leef je in de overtuiging of de illusie dat dat vandaag ook lukt. Pasquale, veteraan 3, maakt zich ook snel uit de voeten. Zou ik hem nog kunnen terugpakken vandaag? Jean-Yves Culot, nog maar veteraan 1, blijkt vandaag ook een maatje te sterk. Alleen veteraan 3 Bernard Marot is zo vriendelijk in mijn buurt te blijven. Ik zou hem over een kilometer toch moeten inhalen. Dat leert het verleden me. Maar ja, het is zoals op de beurs: de koersen van gisteren geven geen enkel garantie voor die van vandaag of morgen. We lopen intussen op beton of asfalt tussen de huizen. Achter die huizen liggen de velden. Hier begint Haspengouw. We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of er is al een drankpost. Voor de hitte moeten ze het niet doen. De meeste deelnemers zullen de 16 graden als ideaal ervaren. Voor mij mag het wel een tikkeltje warmer zijn. Een bevoorrading dus, heel snel na het vertrek. Die merk ik nochtans niet onmiddellijk op. Plots zie ik plastic bekertjes voor me op weg liggen… en vraag ik me af waar Bernard gebleven is. Ik kijk om me heen en zie aan de rechterkant van de weg in een bocht de drankentafel. Je moet hier echt meters omlopen om aan een slok water te komen. Terwijl de door de wol geverfde loper – ik reken mezelf bij die categorie – altijd de kortste bocht (hier een linkse bocht) zo scherp mogelijk aansnijdt. Mij maakt het missen van het drankje vandaag dus niet uit… en ik ben zonder bijkomende inspanning voorbij Bernard gegaan die wel al behoefte heeft aan een slokje. Maar de kleine man uit Chênée komt vandaag brutaal uit de hoek ( lees: hij heeft er zin in) en gaat me even verder opnieuw voorbij. We kronkelen nog even door een woonwijk. Niets bijzonders te melden, tenzij dat de loper voor mij plots op zijn stappen terugkeert om een verloren bankbiljetje op te rapen. Die heeft zijn premie voor vandaag al binnen. Na drie kilometer komen we uit op een doorgaande weg tussen de akkers. De rechte weg die eerst licht dalend is, gaat tussen de huizen op het voetpad weer licht omhoog. Ik ben al een tijdje in het gezelschap van een blonde dame met wie ik tijdens de verkenning enkele woorden heb gewisseld. Om mij opzoekingswerk te besparen bij het schrijven van het verslag heeft ze haar nummerband gedraaid zodat ik haar nummer “165” mooi op haar rug kan aflezen. Valérie François kan mijn tempo op de glooiing niet meer volgen en haakt af. Adieu, misschien tot in een volgend verslag. Op het einde van de Rue de la Résistance, daar zijn we nu, worden de 10 km-lopers naar links gestuurd. De deelnemers aan de 6 km moeten rechtdoor. En hier loopt het mis voor Eric Stassen. “Dix” en “six” verward, even verstrooid, onduidelijke mondelinge aanwijzingen? De man uit Valmeer is ervan overtuigd dat hij rechtdoor moet en stelt na een dikke tien minuten tot zijn leedwezen vast dat voor hem de pret over is na 6,5 km. Wij worden een parkje ingestuurd over een zandweg waar oneffenheden en gaten het tempo doen stokken. Maar na 300 meter zijn we weer op het verhard. Rond km 5 is er een nieuwe bevoorrading. Ik neem nu wel een slok. Bernard ook, maar die heeft meer tijd nodig en verspeelt zo weer zijn voorsprong. Definitief deze keer? Zeker niet, ook in de volgende kilometers blijft hij aanklampen. Op enkele meters, maar als ik uit mijn ooghoeken naar achteren kijk, krijg ik het groene Lampiris-shirt meteen in het vizier. Aan een rotonde wordt het belang van goede seingevers nog eens duidelijk als de man in het fluogeel een autobestuurder met luide stem de goede rijrichting – dat wil zeggen in de richting van het parcours – moet uitsturen. We maken hier een grote lus in de vorm van een acht. Gelukkig is het autoverkeer ook in het dichtbebouwde centrum van het dorp op deze zondagochtend beperkt. Het café Le Hombroux is nog dicht. Je vraagt je af waar ze de namen vandaan halen. Een blik op de Garmin-kaart leert me dat we hier in het gehucht Hombroux zijn. En laat het nu net hier zijn dat we (Bernard en ik) Richard Mathot inhalen en ter plaatse laten. Voor Bernard een plaats gewonnen bij de veteranen 3, voor mij een bevestiging van wat Richard voor de wedstrijd tegen enkele kompanen zei toen ik in zijn buurt aan het opwarmen was. “Ook de veteranen 3 moeten bang zijn voor die veteraan 4”. Hij had het over mij en krijgt dus gelijk. Te snel gestart en dan noodgedwongen in wandeltempo op adem moeten komen, het is niet de eerste keer dat het Richard overkomt.
Km 5,6, de knoop van de “acht”. Ik kruis hier twee lopers die een voorsprong van zo’n 7 minuten blijken te hebben. Die moeten dan toch in de kop van de wedstrijd lopen. Mij zijn ze onbekend, maar ja, zo vaak zie ik ze niet vanuit de buik van het peloton. We slingeren ons nu door een sociale woonwijk en tussen garageboxen, stoep op, stoep af. Ik kan niet voluit gebruik maken van het dalend reliëf, de vele bochten remmen de snelheid af. Dan weer een rechter stuk waar die duivelse Bernard Marot nog altijd niet van wijken wil weten. Voorbij de Ferme à l’Arbre de Liège (grondgebied Lantin) waar bio-producten worden geteeld en dieren op duurzame wijze worden gefokt. Op zo’n zondagochtend kan je dus nog wat bijleren. Een linkse bocht na 6,7 kilometer leidt ons naar een langere klim – dat betekent hier 1 tot 2%. Dat lijkt een pruts maar ik kan hier wel mijn tempo vasthouden en mijn positie in het klassement nog gevoelig verbeteren. ten koste van onder meer twee dames, Valérie Meyan en Aurore Tumson. Overigens moeten deze jonge dames het wel afleggen tegen aînée 2 Dominique Friedrich en aînée 1 Françoise Piscart, in deze volgorde. De klimmende weg die ook verder blijft doorlopen biedt me ook de kans om Bernard definitief af te schudden. Meer om mezelf te bewijzen dat ik het nog kan, heb ik van mijn hart een steen gemaakt en de sympathieke inwoner van Chênée achtergelaten. Km 8,5: ik zie rechts voor me een sliert lopers in een groene omgeving. Ik herken Pasquale Ruberto. Zijn voorsprong schat ik op zo’n 150 meter. Die kloof krijg ik niet meer gedicht. Het andere oranje shirt van Jean-Yves Culot is nergens te bespeuren, hij is Pasquale al vroeger voorbijgegaan. Dit moet het tweede park op het parcours zijn. Een mooi pad leidt naar een kiosk waar een enkele toeschouwer de esbattementen vanuit de hoogte volgt. Die toeschouwer en fotograaf is Marie-Paule. Zij heeft de weg gevonden naar het mooiste plekje van Alleur. We komen uit op het fraai gerenoveerde kerkplein van Alleur. Want eigenlijk blijkt deze loop voornamelijk in Alleur zijn beslag te krijgen. Door mijn verkenning van daarstraks vind ik moeiteloos de snelste weg tussen het straatmeubilair en ben ik niet verrast door het trapje waar we op moeten. Wel verrast ben ik als ik plots word voorbijgestoken door veteraan 3, Laurent Knapen. “Van waar komt die?”, is de vraag die spontaan bij me opkomt. Ans 3 Het antwoord hoor ik na de finish. Ook Laurent is ergens verkeerd gelopen. De precieze omstandigheden zijn me niet duidelijk, evenmin of hij de enige is die het spoor bijster is geraakt. Wat er ook van zij, Laurent heeft sportieve collega’s. Hij krijgt van Alberto Canales en Claude Herzet de tweede plaats waarop hij recht heeft. Nog even bergop en we zijn weer in de verkavelingszone die we daarstraks na de start ook gedeeltelijk hebben doorkruist. Ik kan een tempo van 4’30” aanhouden, voldoende om eventuele aanvallende neigingen achter me in de kiem te smoren. Behalve die van Julien Bayonnet. Maar van de senior van Seraing Athlétisme kan ik dat wel verdragen: ik ken hem al van mijn eerste deelnames in de de Condruzien de Hesbignon en hij heeft de laatste jaren nogal wat ups en downs gekend. Nog onder het viaduct van de autoweg door. Voilà, opdracht volbracht. Voor het toekennen van de hartjes heb ik dit keer hulp gekregen van een trouwe lezer…
Terwijl we wachten op de prijsuitreiking in het cafetaria van de sporthal stapt een in maatpak uitgedoste knappe heer af op Eric Stassen en schudt hem de hand. “Eric kennen ze wel overal”, denk ik nog. Maar ook wij worden vriendelijk begroet. Het is de burgemeester – vermoeden we, achteraf bevestigd door Google – die al in verkiezingsmodus is. Hij bekleedt nog niet zo lang die functie, verneem ik verder. De artikels over de gemeentelijke politiek in de voorsteden van Luik lezen overigens nog spannender dan mijn verslagen (hum…).
Een heel comité notabelen deelt de prijzen uit. De jongste sporters krijgen een medaille. Dan zijn de grote jongens en meisjes aan de beurt. Grégory Baar is overal aanwezig maar blijft vruchteloos jagen op een overwinning. Vandaag moet hij zich tevreden stellen met de meest ondankbare plaats, de tweede. Rudy Lacroix, winnaar bij de veteranen 3, poseert trots met een grote doos. Marie-Paule – wie niets ontgaat – weet dat er een trolley reiskoffer in zit. Het mag een troost zijn voor Servais Halders, nog steeds afwezig, dat hij niet echt een reisduif is. Willy Cortlevèn en Willy Hertogèn worden naar voor geroepen. Nummers 1 en 2. Of voorlaatste en laatste, als je de uitslag bij de veteranen 4 vanuit de andere richting bekijkt. We geven onze cadeaubon van plaatselijke handelaars na afloop verder aan kennissen die er wel hun voordeel mee kunnen doen. Het komt dan toch nog goed voor Eric. Hij is opgenomen in de uitslag van de 6,6 km-wedstrijd: plaats 6 van 87 en eerste veteraan 2. Helaas zijn de prijzen op na de 10 km…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Briefing van de seingevers. Foto 2: Claude Herzet in het park. In de achtergrond Françoise Piscart. Foto 3: Na de finish met Willy Hertogen en Eric Stassen, in het midden.)

← Toon minder

One thought on “Ans (CJPL)

  1. Hello Willy! Dank U, voor de soepele benen en de mooie foto. En ook proficiat aan jou, jij schrijft zo goed als je loopt (-;)! Claude.

Comments are closed.