Eupen Osterlauf

zat 20/04/2019 15u * Eupen Osterlauf * 15,1 km * 01:26:51 * 10,4 * 220/438 * 1/2 (70-75) * ♥♥

Het lijkt erop dat mijn rugklachten… achter de rug zijn, durf ik met enige voorzichtigheid zeggen. Tijd om weer op bedrijfsregime over te schakelen. Voor de keuze uit het overvloedige zo niet overdadige wedstrijdaanbod van het paasweekeinde laat ik me leiden door heimwee. Naar betere tijden, toen de 15 km van Eupen een opstapje was naar langere afstanden. Ik heb de Osterlauf (Paasloop) van Eupen vijf keer betwist rond de millenniumwisseling en wil nog een keer proeven van het uitdagende parcours in het Hertogenwoud. De vooruitzichten zijn nochtans niet gunstig. Mijn laatste training, op Witte Donderdag, verliep moeizaam en was trouwens te lang en te zwaar. Het is dus maar zeer de vraag of ik op “Karsamstag” (stille zaterdag) een beter gevoel zal hebben. Bij het inlopen op de stijgende Judenstrasse naar de finish op de atletiekbaan krijg ik mijn benen alvast niet op gang. Ik wil de lezer meteen verwittigen: nu het met mijn rug beter gaat, beginnen mijn benen weer op te spelen. Eupen 1 En zullen jullie mijn jeremiades over lome en zere benen weer moeten slikken.
Het krioelt van de sportieve bedrijvigheid in de buurt van het voetbalstadion van KAS Eupen, in de hoger gelegen wijken van de metropool van Duitstalig België. Overigens heeft de LAC – de Leichtatletik Club uit Eupen, de ervaring om dit massa-evenement te organiseren. Ik heb in de vorige dagen al twee mails ontvangen met praktische… en leuke informatie. Bijvoorbeeld dat ik in de tombolaprijzen val. Dus niet uren wachten voor de loten getrokken worden.
Terwijl mijn twee vrouwelijke fans een terrasje doen in het centrum van Eupen, wachten we met een groep van meer dan 800 lopers en loopsters (voor twee wedstrijden) op de start. Bij het zoeken van een geschikt plaatsje, stoot ik op veteraan 3, Eddy Hoylaerts, die zoals ik ook vrijelijk zijn wedstrijden uitkiest zonder zich te binden aan één challenge. Ik hoop een tijdje in het gezelschap te kunnen blijven van Eddy. Op een goede dag moet ik hem zelfs kunnen voor blijven. Maar het omgekeerde is evenmin uitgesloten. Het vervolg van het verhaal zal u leren of deze zonnige namiddag bij mijn betere dagen mag gerekend worden. Deze loop maakt deel uit van twee criteria, de Challenge L’Avenir en de Rur-Eifel Volkslauf-Cup. Het aantal deelnemers van de “Avenir” is eerder beperkt , hier hoor je veel meer Duits dan Frans. De leeftijdsklassen beslaan hier vijf jaar. Nog meer laureaten dus dan in de Waalse challenges. Overigens zie ik in mijn categorie het gevaar voornamelijk uit Duitse hoek komen, van uiteraard onbekende tegenstanders. In het pak schuilen vier deelnemers met een vier in hun geboortejaar. Ongewoon is wel dat de helft van de zeventigplussers vrouwen zijn, Duitse dames. Eén man, de Nederlander Jeu Kremers, heeft al de kaap van tachtig gerond en legt de vijftien zware kilometers af met een gemiddelde van meer dan 8 km per uur…
Jong of oud, we beginnen er met volle moed aan. Na de eerste bocht, onder het oog van een imposante videocamera van de Belgische(r) Rundfunk, gaat het al meteen omhoog. Het gebabbel verstomt meteen, het gehijg neemt de overhand. Mijn eigen gehijg onderbreek ik even om mijn categoriegenoot in de Avenir, Paul Vandeberg, te groeten. We zijn weldra op onverharde paden. Die zijn breed maar wel bezaaid met stenen, voor landbouwgebruik vermoed ik. Opletten dus, temeer omdat het peloton, met de 6km-lopers in ons gezelschap, nog steeds gegroepeerd is. Dit is de rand van het Hertogenwoud, maar het lijkt wel al het bos tussen de dikke hagen die de weiden omzomen. Na 2 km zijn we echt in het bos. We hebben dan al twee klimmetjes achter de rug. Op een relatief vlak stuk probeer ik even te herstellen van de eerste inspanningen. Dat is ook nodig want ik loop hier met flanellen benen. Eddy laveert schijnbaar moeiteloos tussen de lopers voor hem. Voorlopig blijf ik volgen. We gaan voorbij een oudere Avenir-loper die ik nog altijd niet bij naam ken (hoewel ik het hem na de wedstrijd zal vragen). Het gehoor, het geheugen? Aan km 3 kunnen we proberen wat snelheid op te bouwen in een afdaling van 700 meter en duiken we even onder de 4’/km maar de daaropvolgende stijging van anderhalve kilometer slaat het gemiddelde weer achteruit. Na vijf kilometer bereiken we al de tweede bevoorrading. Ik kies voor sportdrank en neem een flinke slok om de dorst voor te blijven. Hier en in de volgende kilometer in een open strook van het bos kan de zon ons wel bereiken en voel je pas de warmte, die bovendien voor het eerst dit seizoen deze piek bereikt. Ik herken de omgeving en de man die we net inhalen. Het is Helmut Weynand, de Rocherather van 76. Als ik hem zie voor de start, wijst hij naar zijn hart. “Machine kaputt” verduidelijkt hij. Hij doelt op een hartoperatie van vorig jaar. Toch heeft hij zich niet ingehouden in die eerste kilometers. “Kalm begonnen?” informeert hij. “Ik kan niet beter” is mijn antwoord en daar is geen letter van gelogen. We kunnen even de benen ontspannen op weg naar de Wesertalsperre. We lopen met zijn drieën (die van de foto onderaan de bladzijde) over de stuwdam. Het tempo gaat weer even omhoog, we halen de juffrouw weer in die ons daarnet is voorbijgegaan, Marine Colson. Die naam komt straks terug in het verhaal, het is maar dat jullie het weten. We nemen een steile haarspeldbocht naar rechts. Helmut moet hier afhaken, ik blijf in het spoor van Eddy, zij het met moeite. Eupen 2 Het ziet er niet naar uit dat het vandaag nog zal beteren, en we zijn nog niet eens halfweg. Het is nu even vlak maar het smalle pad met putten, stenen en wortels in de volgende kilometer maakt het er niet gemakkelijker op. Ik laat enige ruimte met Eddy om niet verrast te worden door een obstakel. Maar als de weg weer breder wordt sluit ik snel weer aan. In de afdaling schroeft Eddy het tempo meteen op. In de volgende twee km, de langste doorlopende strook van het parcours, halen we een snelheid van 4’45”. Zwijgend en hijgend malen we de hectometers af. Alleen bij de aanduiding van 8 km meldt Eddy even dat we voorbij halfweg zijn. Ik antwoord met een tevreden geknor. Hoewel tevreden, intussen heeft een oude blessure weer de kop opgestoken. Een branderig gevoel aan de binnenzijde van de zool van de rechtervoet. Dat ik voor het eerst waarnam vorig jaar in mijn voorbereiding op de Route du Vin, eind september. Hier en daar herinnert een kort spierpijntje mij even aan de rugproblemen van de vorige weken. Dat probleem is blijkbaar van de baan. Helaas manifesteert de vermoeidheid in de benen zich almaar uitdrukkelijker. Ik voel dat ik zal moeten inleveren op de volgende lange klim die ons wacht na de vallei. We draaien samen de rijweg op voor een vijfhonderd meter asfalt.
Ik herinner me de biljartvlakke route alsof ik er gisteren nog gelopen heb. Eddy blijft lopers inhalen, ik volg op een minieme afstand. Die, zoals verwacht, op de helling in het bos langzaam maar zeker zal oplopen tot een dertigtal meter. Het tempo zakt tot onder de 9 km per uur. Ik wroet mij in overlevingsmodus naar boven. Iedereen zit hier op het tandvlees. Uiteindelijk verlies ik nauwelijks plaatsen op de zestienhonderd meter lange klim. Die wordt afgesloten met een bevoorradingspost waar een megafoonstem ons verbaal tracht vooruit te duwen. Eddy neemt ruim de tijd om zich te laven. Mijn achterstand is plots gehalveerd. Eddy draait zich even om. Om mij op te wachten zo lijkt het, maar ik maak hem meteen duidelijk dat het bij mij stilaan op is en dat hij moet doorgaan. Ik zie steeds meer lopers opduiken tussen ons beiden. Het zijn de medelopers die mijn gezel van de vorige kilometers opraapt. In die laatste kilometers met licht dalend profiel in het bos kan ik nog even de schijn ophouden. Ik kan mijn positie vasthouden tot aan de rand van de benedenstad plots een muur voor ons opdoemt. Km 13, nog twee kilometer te gaan of te lopen, naargelang van de mogelijkheden. Ik zie Eddy hier voor het laatst, zo’n honderd meter voor me, in een poging om de 18% lopend te bedwingen. Ik heb zelfs moeite om stapvoets boven te geraken en zwijmel van links naar rechts. Door de plotse hitte voelt mijn mond aan als een droogoven. Op honderd meter is het tijdverlies gelukkig verwaarloosbaar. Eupen 3 Het klinkerpad gaat over in een smal bospad bezaaid met gaten, boomwortels en stenen. Het lijkt wel een gemenere versie van de Treechberg. De passage op de groene Schorberg, boven de daken van de benedenstad, ontneemt me het laatste greintje zin om me verder af te matten. We steken de rijweg, Frankendelle, over, waar het verkeer braafjes wacht tot we voorbij zijn. Mijn herinneringen aan de passages buiten het bos blijken na achttien jaar nog intact. Er rest nog een dikke kilometer en een nieuwe uiterst steile passage op een geplaveid wandelpad. Ik sleep me stapvoets naar boven tot aan een bocht naar rechts waar ik even kan bekomen… en genieten van het uitzicht op de benedenstad in de Vesdervallei. Maar ze weten hier niet van ophouden. Nu we boven zijn, moeten we weer naar beneden om daar aan de klim naar het atletiekstadion te beginnen. De fans hebben zich hier verzameld en doen hun uiterste best om ons naar boven te schreeuwen. Maar ik ben zo dood als een pier en kan alleen nog naar boven strompelen. En voel me schuldig omdat ik het hier laat afweten tussen de enthousiaste supporters. Ik word ingehaald door een groepje waarin ik Marine Colson en enkele mannen herken die ik daarstraks nog heb achtergelaten. De driekwart ronde op de assenpiste is een verplicht nummertje. De blauwe boog blijkt een nepaankomst, ik zie dat ik nog vijftig meter verder moet. Genoeg om nog door een drietal ingehaald te worden. Eddy Hoylaerts heeft in die laatste kilometers nog een voorsprong van twee minuten opgebouwd.
Ik zal een kwartier nodig hebben om op mijn positieven te komen. Zelfs het glas Eupener krijg ik niet volledig leeg… De Paaswake roept ons snel naar Riemst terug. Als ik ’s avonds de balans opmaak, stel ik vast dat ik ruim onder het vooropgestelde doel van anderhalf uur eindig, een kwartier voor de tweede in mijn categorie. Mijn positie net in de eerste helft van het deelnemersveld verspeel ik nipt in de finale. Na lang wikken en wegen houd ik het op twee hartjes. Het derde hartje valt ten prooi aan mijn inzinking van de laatste twee kilometer.

(Foto’s Marie-Paule: Na lange tijd weer in Eupen voor de Paasklassieker. Foto 2: De laatste meters. Uitpuffen op het podium. Foto 3: Meer dan 200 jaar verzameld na de finish. In het midden, Eddy Hoylaerts. Rechts, Helmut Weynand.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.