Beyne-Heusay (CJPL)

zon 28/04/2019 11.30u * Beyne-Heusay (Challenge de la Province de Liège) * 9,4 km * 00:48:25 * 11,7 * 63/162 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat een verschil met vorige week! In Eupen liep ik in singlet, hier hou ik mijn mutsje op en mijn windvestje aan. Ik haal zowaar mijn handschoenen uit de sporttas voor de start. Hier, dat is in Beyne-Heusay, in de oostelijke rand van Luik. Waar ik al met een licht geïrriteerd gevoel naar toe rijd omdat er weer verschillende starttijden worden vermeld in de communicatie van de Challenge. Die irritatie wordt nog groter als ik geen borden zie naar de parking in de buurt van de start. De weg zelf naar de sporthal is afgesloten… en de pijl – het pijltje – staat er uiteindelijk wel maar dan ben ik al bezig aan mijn omzwervingen door de eenrichtingsstraten van de dichtbebouwde voorstad. (Ik zie bij het schrijven van het verslag dat op de CJPL-website de ingang van de parking precies staat aangegeven. De fout ligt dus bij mij.) Mijn humeur wordt er wat beter op als ik meteen een tombolaprijs mag afhalen. Een nuttige prijs nog wel, een paar loopsokken. (Dat kan niet gezegd worden van de podiumprijzen, zoals Alberto Canales grommelt na de prijsuitreiking.) De tombola verzoent mij al wat met de organisatie. Het betekent dat de vrijwilligers de moeite hebben gedaan om de prijzen bijeen te bedelen. Wat meer is, na de wedstrijd kan ik zelfs mijn T-shirt, gewonnen in Ans anderhalve maand geleden, oppikken bij Jean-Claude Odeurs aan de aankomstboog. Dat bespaart mij een verplaatsing naar de Décathlon in Alleur. Een mooi trainingsshirt. Weer een nuttige prijs! Wel niet gaan denken dat ik naar Ans ben verhuisd, vanwege de opgedrukte tekst “Commune d’Ans”…
Ik draai een aantal opwarmingskilometers, onder meer in het gezelschap van Servais Halders, Claude Herzet en Willy Hertogen. Die laatste had ik niet aan de start verwacht. Geen drie competitieweekends na elkaar voor de Vlijtingenaar, om de rug te sparen. Dat hij toch hier is, is toe te schrijven aan het jaarprogramma van de Sint Albanus-parochie… In Vlijtingen is vandaag geen hoogmis die Willy wel eens wilde bijwonen op een vrije loopzondag. Vandaag wordt het vormsel gehouden. Maar die plechtigheid duurt dan weer veel te lang, aldus Willy. Op die tijd kan je even goed naar de Luikse agglomeratie rijden – zelfs met een verkeersopstopping – een 10 km-loop afhaspelen, van een uitgebreide “after” genieten, naar Riemst terugkeren… en nog op tijd thuis zijn op de Schepen Mengelslaan voor vrouwtje Paula het deksel van de ketel dampende aardappelen neemt.
Het parcours? Een verslaggever van de editie van 2014 heeft het over een “stadsloop met de steilste klimmen en afdalingen”. Maar die verslaggever durft wel eens overdrijven, weet ik uit ervaring. Hoe dan ook, buiten de laatste kilometer op asfalt in de troosteloze benedenstad, herinner ik me niets meer van het parcours. Het is trouwens veranderd, lees ik op de “informatiefiche” van de loop. Het bos van Fayembois zit er nu in. “Dat is mijn trainingsparcours” glundert Bernard Marot als we ons klaar maken voor het vertrek. De moeilijkheidsgraad wordt aangegeven met twee sterretjes (van de vijf). In elk geval, ik zal me moeten laten verrassen. Zo lang onaangename verrassingen maar uitblijven, bijvoorbeeld van mijn rug of benen. De rug werkte goed mee tijdens de afgelopen trainingsweek, de loomheid in de benen daarentegen is nog niet geweken na de ellende van Eupen. Woensdag moest ik een groepsloop alleen afwerken, onherroepelijk gelost door mijn gezellen van de eerste kilometer. Maar misschien dat het vandaag wel “losloopt”, de opwarming laat in elk geval beterschap verhopen.
Als de klok van de Eglise Saint-Laurent halftwaalf slaat (of zou moeten slaan, want ik hoor ze niet) beginnen we eraan. Wie met mij mee wil, zal fors moeten starten. De eerste kilometer is meteen de snelste, ook dankzij het dalend profiel. Wie dat te traag vindt, zoekt het spoor van Servais Halders. Maar weet dan wel dat (veel) jongere mannen als Vincent Degueldre, Michel Jeukens en Patrick Damblon, om het bij enkele kennissen te houden, achter de taaie Voerenaar eindigen. OK, ik ben dus goed gestart en heb in die eerste hectometers door de woonwijken alleen een logistiek probleempje. Hoe geraak ik mijn handschoenen het makkelijkste kwijt? Beyne 1 Die blijken na een halve kilometer al overbodig. De regen is ook opgehouden. Ik zie dat we voorbij de sporthal komen waar Marie-Paule, van bij onze aankomst, de warmte heeft opgezocht. Misschien zie ik haar naast de weg maar ze is blijkbaar binnen gebleven in de – het moet gezegd, moderne en aangename – ruimte boven de sporthal. Richard Mathot vlak voor me ontdoet zich ook van zijn handbeschermers. Ik beslis in een fractie van een seconde om mijn handschoenen ook naar Christiane – dat is de vrouw van Richard – te gooien. Die komen wel terecht, denk ik, en dat gebeurt zelfs sneller dan gedacht. Marie-Paule heeft mijn doortocht in vogelperspectief gevolgd en zal het kledingstuk onmiddellijk ophalen. Dat probleem is alvast opgelost, nu nog een mooie tijd neerzetten.
We beginnen dus aan de grote ronde. We hebben intussen al een pittig, gelukkig niet te lang, klimmetje achter de hielen. We dwarsen de rotonde in het centrum – van Heusay, neem ik aan – en krijgen na een korte afdaling een nieuwe klim voor de voeten. Dat is op de Rue Neufcour, in het groen aan de rand van de bebouwing. De omgeving is me al enigszins bekend door mijn omzwervingen op zoek naar een parkeerplaats een uurtje geleden. Twee kilometer ver, tweede klim. kort maar toch lang genoeg om Richard Mathot in te halen en voorbij te gaan. Die herstelt de orde boven als we op de evenwijdig lopende Ravel uitkomen. Ik haal een jonge vrouw in die (mij alleszins) opvalt door haar kunstig gemanicuurde nagels. Ik waag me verder liever niet aan een technische beschrijving. De vluchtige passage langs het gerenoveerde stationnetje van Beyne levert me onvoldoende informatie op om de nieuwe bestemming van het gebouw te bepalen. U vindt het niet belangrijk om dat te weten? Ik ben er wel mee bezig, althans enkele seconden. Vier minuten later zijn we weer op dezelfde plek. We hebben blijkbaar een lusje gemaakt om nu op de Ravel uit te komen. Dit moet weer de Ravel op de ligne 38 zijn, bekend van vele verhalen op dit blog. We lopen onder een bruggetje waar we daarnet zijn over gelopen. Ik lust wel pap van die kronkels, zo ver ze mijn tempo niet in de weg zitten. Daarover heb ik voorlopig geen klagen. Wat nu komt, smaakt me nog beter. Nog steeds op het brede fietspad, licht dalend, op een lekker lopend wegdek, 2,3 km – in mijn geval in minder dan 10 minuten – tempo maken. Kilometertijden rond de 4’30”: meer moet dat niet zijn. Meer kan dat ook niet meer zijn. De leeftijd heeft nu eenmaal zijn wetten. Mijn blik is gericht op het oranje petje voor me. Ik heb er met de drager, Bernard Marot, nog over gegrapt voor de start. Bernard is met een mooie cadans gestart. Zijn korte beentjes wentelen soepel rond. Net niet te snel om mij de lust tot achtervolgen te ontnemen maar uitdagend genoeg om mijn competitiedrang te prikkelen. Richard Mathot, en nog wat verder naar voor, Claude Herzet lijken definitief buiten schot. Halverwege op het betonnen lint haal ik Bernard in. Aanklampen kan hij niet meer, hoewel ik geen bezwaren zou hebben tegen zijn gezelschap. Voor het overige heb ik nog wel de ene of andere collega ingehaald maar in dit vrij beperkte peloton van 162 man (het gevolg van een overladen kalender) is de passage op de Ravel toch vooral een individuele bezigheid.
Changement de décor aan km 5,6, dus ongeveer halfweg. We draaien rechtsaf, in noordelijke richting. Eric Joway wenst ons goede moed voor het tweede deel. Hij kent het parcours misschien wel. Ik wacht met enige spanning het vervolg af. De lichte bries die hier tegen blaast is maar een mak beestje in vergelijking met de aangekondigde 4 Beaufort-wind. Even in een open vlakte met het karakter van een parkje. We draaien voor een bank door en hebben dan nog enkele meter kronkelend assenpad te goed voor we het bos worden ingestuurd. Dat is dus het bos van Fayembois. De tennisvelden en het Château de Fayembois liggen – elk apart – aan de rand van het bos. Daar komen we niet langs. Dat doet het vermoeden rijzen dat de parcoursontwerpers de moeilijkste stroken zijn gaan opzoeken. Het wordt smal, hier en daar glad, kronkelig en steil, omhoog en omlaag. In het middelste deel dat lichter golvend is, is de bosgrond bezaaid met dikke stenen. Die lijken hier speciaal te zijn aangevoerd, maar met een voor mij onduidelijke bedoeling. Bij de eerste steile bult zit ik plots in het spoor van Claude Herzet. Hij werkt zich met gebogen rug naar boven, ik ga hem vrij makkelijk voorbij. Hellingen zijn niet Claude zijn ding. Ik verwacht hem later nog terug maar dat gebeurt niet vandaag. De zo goed als onafgebroken stijging naar de aankomst speelt niet in zijn voordeel. Ik heb in de voorgaande snelle kilometers toch nog enige reserve ingebouwd om niet opnieuw over de rooie te gaan, zoals in Eupen. Ik blijf in (lopende) beweging, ook op de steile stroken. Wel verwittigt een wee gevoel in de maag me dat ik stilaan tegen mijn limiet zit. Ik probeer enigszins te herstellen en niet te veel plaatsen te verliezen. Deze evenwichtsoefening lukt vrij goed. Ik schat het plaatsverlies in het bos op drie. Op de middenstrook die naar een dalletje leidt kan ik het tempo weer wat opkrikken. Op de daaropvolgende klim nader ik op Richard Mathot. Dat had ik wel enigszins verwacht. Richard is ook geen heuvelspecialist. Maar hij houdt redelijk stand. Op het steilste stukje – meer dan 10% – schakel ik dan toch op stappen over. Dat doet ook een top10-loper, op dat ogenblik zo’n 6′ voor me. Vertelt hij me later in de kantine.
Ik ben in het begin van het bos Michel Barnabé voorbijgegaan. Dat is een bekend gezicht uit de joggings in dit deel van de provincie Luik. Met een onbekende naam, tot vandaag. Hij is van hier in de buurt en in de wijken waar we straks doorkomen, hoor ik meer dan eens zijn (voor)naam. In het daarnet vermelde 10%-paadje – het lijkt wel een ladder met sporten van boomwortels – gaat hij me toch weer voorbij. We hebben 7,5 km afgelegd als we weer de stadsrand bereiken. De weg door een rustige woonwijk blijft tergend oplopen. Maar ik heb vandaag betere benen en heb mijn krachten goed gedoseerd. Ik haal Michel weer in en wissel enkele woorden met hem. “Un claquage”, een spierverrekking (in de hamstring, neem ik aan) hoor ik hem zeggen als antwoord… op een andere vraag. Dat verklaart meteen waarom hij in deze regionen van het peloton verzeild is geraakt. Een seingever maant een groep argeloze wandelaars met brede armbewegingen aan plaats te maken voor ons bij een scherpe bocht naar een wandelpad rechts. Hier liggen twee biggenruggen. Michel wipt erover – claquage of niet – , ik kies voor de smalle maar veilige ruimte tussen de betonnen obstakels. De omgeving in de achtste en negende kilometer is gedeeltelijk uit mijn herinnering verdwenen, waarschijnlijk door mijn fixatie op Richard Mathot. Die loopt nu kort voor me en ik maak er altijd een punt van eer van de lange uit Rocourt in te halen of althans mijn resterende krachten aan te spreken om dat te proberen. Ik weet namelijk wat er dan gebeurt. Richard schijnt plots uit een toestand van trance te ontwaken en drijft onmiddellijk het tempo op. Zo ook vandaag. Maar zover zijn we nog niet. Beyne 2 Aan km 8,8 staan we plots voor een korte maar stekelige helling. Hier moet ik mijn sprong wagen. Richard schakelt op trippeltempo over. Ik ook, maar ik trippel sneller. 20 meter na de top is de aansluiting een feit. De man in het rood-blauwe RFCL-shirt moet even bekomen van de verrassing. Hij overlaadt me met loftuitingen (“mais c’est formidable, Willy”) en… versnelt om me weer op achterstand te plaatsen. Maar hij moet ook in zijn reserves tasten. De voorsprong zal nooit meer dan enkele seconden bedragen. Maar de voorsprong is er wel en blijft tot aan de finish.
Voor ik verslag uitbreng over de laatste kilometer – op het einde waarvan ik onder luid applaus van de fans (hoop ik) de streep zal overschrijden – geef ik nog wat informatie over de organisatie. Deze loop – de RDV-run (van Rendez-Vous, ik dacht aan een verzekeringsmaatschappij of zo) wordt georganiseerd door het schepenambt van sport en verenigingsleven van Beyne-Heusay. Dat maakt het al wat gemakkelijker om de lokale politie in te schakelen en een loopwedstrijd in een dichtbebouwde kern in goede banen te leiden. En… de burgemeester geeft het goede voorbeeld. Didier Henrottin (PS) neemt zelfs deel aan de drie wedstrijden van vandaag. De veteraan 2 geeft dus blijk van een uitstekende conditie. Drie wedstrijden op een dag volstaan echter niet om het kilometeraantal van zijn Antwerpse collega Bart De Wever in diens stad te overtreffen. Uit de vermelding van deze twee politici moeten overigens geen conclusies getrokken worden over de politieke voorkeur van de steller van dit artikel. Diens enige bedoeling is om de lezer een zo ruim mogelijke informatie over de wedstrijd aan te bieden. Dat deze bedoeling mogelijk leidt tot een langdradig verslag moet dan maar worden beschouwd als collateral damage. De laatste kilometer dus. U zat erop te wachten. Ik volg op enkele meter van Richard en hoor intussen een andere loper naderen. Een man in het geel. Dominique Trevi, veteraan 1. Die maakt merkwaardige bewegingen. Als ik mij omdraai, wenkt hij naar me dat ik moet doorgaan. Als hij me dan toch inhaalt, moedigt hij me met een armbeweging aan om weer voorbij te gaan. Dat lukt mij niet en zo eindig ik op plaats 63. In deze wedstrijd met twee gezichten: een snel eerste deel, een pittig tweede deel.
Het doet wel deugd, zo’n vier hartjes-wedstrijd na het gekwakkel van de laatste weken. Voor Willy Hertogen is het dan toch een wedstrijd te veel geweest. Voor het overige is het aangenaam toeven in de kantine van de Hall Omnisports Edmond Rigo. De pletsende regen op weg naar de auto leidt wel nog tot een onaangenaam echtelijk moment en tot een luide Vlaamse vloek in hartje Wallonië. De schuld van beide neem ik op me. Over deze laatste gebeurtenissen wordt om privacy-redenen geen correspondentie gevoerd…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Eerste doortocht aan de finish na 1 km. Ik speur naar Marie-Paule boven in het warme cafetaria. Foto 2: Het podium van de veteranen 3. Links: Alberto Canales, midden: Servais Halders. Rechts Laurent Knapen. Rechts naast het podium: burgemeester Didier Henrottin. Foto gemaakt door het raam van het cafetaria.)>/em>