Bois-et-Borsu (Challenge condruzien)

vri 10/05/2019 19u30 * Bois-et-Borsu (Challenge condruzien) * 10,9 km * 00:56:44 * 11,6 * 210/500 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is precies twee maanden geleden dat ik nog in de Challenge condruzien te gast was. De vorige loop in Neupré had me opgezadeld met rugpijn – tenminste dat is mijn interpretatie van het euvel. In Bois-et-Borsu, een beetje dieper in de Condroz, reken ik op een aangename loop die wat meer genade toont voor mijn stijve spieren. Deze organisatie – met Manu Huet als drijvende kracht – heeft alles wat de Condruzien zo aantrekkelijk maakt: ambiance, heuvels, afwisselend over onverhard en (Waals) asfalt. Er is ook elk jaar wel een surprise. Maar vooral biedt Bois-et-Borsu een parcours dat de excessen mijdt van andere natuurlopen in deze contreien. Ik lees dat (het grootste deel van) de ronde in omgekeerde richting wordt gelopen. Dat was volgens de deelnemers van vorig jaar toen ook al het geval. Voor mij is het, na een onderbreking van een jaar, afwachten hoe deze wijziging in de praktijk zal uitpakken.
Het dorpje – meer bepaald het deel Borsu – barst vanavond uit zijn voegen. Niet minder dan 900 sportievelingen (500 voor onze loop) trappelen van ongeduld om de benen los te gooien. Zoals de mannen en vrouwen die er altijd zijn en kennissen die ik al een tijdje niet meer heb ontmoet op wedstrijden, Eric Martin en Pasquale Ruberto. En een kleine Paluko-delegatie uit Tongeren die in het zog van het koppel Jean Tempels – Ellen Jacobs de weg heeft gevonden naar de Condroz. Als Jean Tempels al niet zou opvallen in de wedstrijd – wat hij wel doet, gezien zijn tweede plaats bij de veteranen 2 – dan zou hij de aandacht trekken met zijn vervoermiddel. Dat is deze keer een geel (VW?)- busje dat parmantig komt aangetuft als ik me met Marie-Paule naar de feesttent begeef. De twee andere lopers in het Tongers gezelschap zijn de voor mij onbekende Joeri Daerden en Norbert Collas. Die het uitstekend doen. Misschien dat Norbert de vruchten plukt van de woensdagtraining met mij en Servais Halders op Caestert…
We vertrekken in een explosie van muziek en geknal en onder een regen van kleurrijke papiersnippers. Vervelen zul je je ook niet in de eerste kilometer op de kronkelige route die door twee hoeves loopt. Ik zie Joeri Daerden voor me. Voor het eerst hier, vermoed ik. Hij zal zich ook wel de ogen hebben uitgewreven op deze passage. Als de muziek van het blaasorkestje is uitgestorven, zitten we al volop in open landbouwgebied. Bois-et-Borsu 1 In de dichte gelederen van het peloton zoek ik naar de beste loopstroken op de met stenen gestabiliseerde veldweg. Ik houd een tempo aan op zo’n 85% van mijn mogelijkheden. Dat is in elk geval al hoog genoeg om Michel Mancini en even verder Paul Delaitte – twee categoriegenoten – voorbij te gaan. Het gaat nu eens zachtjes dalend, dan weer lichtjes stijgend over goed beloopbare veldwegen tussen het groen tot we aan kilometer 4 weer huizen zien. Carine Munaut, in een leuk rood ensemble met zwarte accenten, die ik nog voor me zag dichter bij Borsu, is nu uit mijn gezichtsveld verdwenen. Achter me, neem ik aan. Kris Govaerts is me voorbijgegaan en geeft nog wat informatie mee: ” Christian Michaux is achter je.” Dat is ook een veteraan 4. Terwijl ik met de vraag worstel hoe ver hij achter me is, en of hij inloopt op mij, is Kris al weer tien meter verder. Gelukkig heb ik nog kunnen informeren naar zijn kleding. Als was hij een vermiste persoon. “Blauwe broek”, daarmee moet ik het doen. Ik kijk daarna nog wel enkele keren achterom maar ontwaar geen blauwe broek. Ik zal Christian voor het eerst in levende lijve zien op het podium. Op een van de hellinkjes duikt ook Kamel Benbouali op, de man met de imposante baard uit mijn Neupré-verslag. Hij zal in mijn buurt blijven tot aan de finish, zoals ook Eric Martin. In de Rue des Sacréments in Méan dringt het tot mij door dat we inderdaad in tegengestelde richting lopen. Vorige keer nog een fikse klim, nu een afdaling. Niet dat ik de naam van de straat ken, zelfs niet de naam van het dorp. Méan zegt de niet-Riemsterse lezer waarschijnlijk niets. Voor een Riemstenaar klinkt de naam “de Méan” wel vertrouwd in de oren. Vanwege een vierkantshoeve in Bolder, vernoemd naar de Luikse adellijke familie de Méan. Ik ga er nu geen geschiedenisles van maken, ik ben nu goed op dreef, wil vooruit… en verheug me in het gezelschap van Eric Martin. De vraag is of Eric het tempo niet zal opdrijven in het tweede deel van de ronde. Hij schijnt het parcours niet in detail te kennen ook al stond hij vorig jaar nog aan de start. Ik herinner me zelfs wie ik hier in mijn laatste deelname heb ingehaald… Een goed geheugen is wel nuttig voor mijn verslag, geef ik Eric mee. Onder de snelwegbrug door, en dan een nieuwe klim op een (beton?)weg. Een kort snokje dat ik vermeld vanwege een grappig intermezzo. We horen een merkwaardig geluid achter ons, iets wat fel hijgt en piept. Het komt van laag tegen de grond… van een kleine bulldog die ons met waggelpas voorbijraast. Zonder leiband, ik heb het raden wie het baasje is. Met zijn platte snuit, mollige buik en korte pootjes, heeft het beestje niets van zijn sierlijke soortgenoten die ook in het peloton meerennen. Het mormel beschikt in elk geval over een goede conditie.
Halfweg, zo leert mijn Garmin me. Een mooie afdaling, nu weer op onverhard in het groen, leidt naar de langste klim van de dag. 800 meter met stijgingen tot 6%. In etages, zo lijkt het. Na een steil stukje volgt drie keer een relatieve recuperatiestrook. Ik heb geen herinneringen aan deze klim. Niet zo verwonderlijk want bij mijn vorige deelnames liepen we hier bergaf en een gemakkelijke passage blijft minder in het geheugen hangen. Ik denk een ogenblik dat Eric me hier gaat achterlaten maar uiteindelijk kom ik samen met hem boven. Tijd om Croce Falzone ten tonele te laten verschijnen. De kleine broer van Gaetano loopt al vanaf kilometer 2 in mijn buurt. Hij moet telkens een tiental meter prijsgeven op de hellingen maar in de afdalingen neemt hij met vinnige pasjes weer de leiding over. Op het dalende bospaadje naar het kasteel van Bassines komt hij weer als een duiveltje uit een doosje te voorschijn. De doortocht door het kasteelpark heb ik al herhaaldelijk beschreven. Ik kan mezelf toch niet gaan plagiëren en houd het dan maar bij de melding dat ook hier de kortste weg rechtdoor is, dwars over de mooi afgebakende grasperkjes. We passeren de lierspeler aan de ingang van het park voor de tweede keer en worden nu weer naar de vallei gestuurd. Eerst op een bospad met verspreid liggende stenen en hier en daar wat modder. Dan op een rechte veldweg bestrooid met “caillasse”, zoals het staat in de officiële beschrijving van de loop. “Steenslag, kasseien…” Hoe je het ook vertaalt, het blijft een foltering voor de voeten. Maar in een afdaling is het wel veel makkelijker om de beste loopstrook uit te zoeken. En uiteindelijk ben je er op een dikke minuut vanaf. Het omgekeerde parcours heeft toch wel het venijn uit het parcours gehaald. Voor mij alleszins een geslaagde ingreep van de organisatoren. In de afdaling toont Croce zijn laatste kunstje vandaag. Op de Route de Borsu tussen de weiden op weg naar het plateau boven Borsu, verliest hij meteen terrein. Ik blijf ook hier in het gezelschap van Eric. En twijfel even of ik zou proberen een opkomende collega te volgen. Hij lijkt wel een Viking (op leeftijd) met zijn lange grijze manen. Een gele bandana maakt het excentrieke plaatje compleet. De Viking blijkt achteraf een… Spanjaard te zijn. Hoe dan ook, ik blijf braaf waar ik ben en bewaar nog wat reserves voor de laatste 3 kilometer. Dan is er alleen nog bekend terrein. Een rechte streep door het veld van 900 meter. Het is wel wat zoeken naar het goede (karren)spoor achter de rug van Eric die hier blijkbaar versnelt. Zonder dat hij het zelf wist, blijkt na de finish. Dan 700 meter singletrack in een bosje. De posities blijven ongewijzigd. Nog enkele honderden meter vlak op het plateau en dan de afdaling naar een klein valleitje. Aan de horizon toont de kerktoren waar we naartoe moeten. De hoornblazers lokken ons in de juiste richting met hun luid geschal. Een loper voor me laat zich eerst inhalen om dan aan het beekje een versnelling in te zetten. Daar is een goede reden voor: de laatste klim wordt – zoals gebruikelijk – gechronometreerd. Bois-et-Borsu 2De klim is licht gewijzigd en heeft nu een aparte charme gekregen met een passage op gras en door een smal gangetje in een privé-gebouw. Ik kan me zonder problemen handhaven in het groepje waarin ik loop. Aan de “laatste bevoorrading” blijft Eric even achter. “Heb je echt gedronken?” vraag ik hem enkele seconden later. “Jawel” lacht hij. Aan die bevoorrading wordt maar één drank aangeboden: péket… Nog een kort, steil bultje. Dan door de verrassing van vanavond, een “rooktunneltje”. Op de foto zie je hoe we uit de mist opdoemen. Christian Dawance, die in het dorp heel wat aanmoedigingen krijgt van supporters langs de weg, zakt weer terug. Kamel Benbouali heeft in de laatste kilometer ook voeling verloren. Hier, in Borsu, eindigt iedereen op het podium. Letterlijk dan. Ik plaats nog een kleine versnelling om de juffrouw voor mij te remonteren. Dat is Catherine Cuvelier die mij in de tweede kilometer aanmaande om plaats te maken voor haar. Als je een slecht karakter hebt zoals ik, onthou je die dingen… Een elektronisch bord toont meteen onze tijd en positie. Dat is nog ruim onder het uur, zoals Manu Huet bij de prijsuitreiking aan de micro niet nalaat te vermelden. Bij het uitlopen zie ik Eric Martin aan zijn auto enkele rozijnen oppeuzelen. “We hebben samen een mooie wedstrijd gelopen” vat ik onze avond samen. Instemmend geknik bij de lange veteraan 1 van Wandre. Ik heb mij vanavond geschuwd voor te bruuske inspanningen en overleef deze condruzien met een goed gevoel. Vier hartjes, lichtjes geflatteerd dat wel.
In de douchetent is het zoeken naar een plaatsje. En daarna is het lang wachten op een glas cola (ja ja, cola) in de menigte voor de tent. Eens begonnen, verloopt de prijsuitreiking vlot. Hier ook een surprise: een korf met exotisch fruit. Ik zal een gezellige babbel met Kris en Maja tot een volgende gelegenheid moeten uitstellen: geen zitplaatsen (wij zijn al wat oudere mensen…), te druk, te lawaaierig. Op terugweg worden we tot stilstand gedwongen in de buurt van het Standard-stadion. Hier hangt precies een depri-sfeertje. Dat geldt alleszins niet voor mij: ik geniet nog anderhalf uurtje na van een aangename loopavond.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Manu Huet, organisator. Foto 2 van Marie-Paule: In de kunstmatige mist op weg naar de finish.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.