Overzicht 2018

zon 14/01/2018 10u * Trèfle à quatre feuilles Olne * 12,7 km * 01:08:17 * 9,7 * 57/209 * 2/8 * ♥♥

Mijn achterbuur Wesley draait zich nog eens om in zijn bed als we om acht uur naar Olne vertrekken. Hij heeft nog wat tijd voor zijn lactaatloop rond Heukelom. Olne, even ten zuiden van de lijn Luik-Verviers, is niet alleen “un des plus beaux villages de Wallonie”, maar ook het centrum van het traillopen in dit deel van Wallonië. Hier worden jaarlijks verscheidene wedstrijden georganiseerd door een traditierijke en dynamische groep onder het motto “Courir pour le plaisir”. Ik ben hier in het verre verleden al enkele keren actief geweest. Met een degelijk resultaat, mag ik achteraf zeggen. De eerste wedstrijd van het jaar is de “Trèfle à quatre feuilles” (“klavertje vier”). Een romantische naam voor een uitdagende loop over vier verschillende ronden. Nu, het hoeven er niet echt vier te zijn. Want de “trèfle” is een atypisch concept in lopersland. Je bepaalt namelijk pas tijdens de wedstrijd (of tenminste je hebt de mogelijkheid om dat te doen) hoeveel kilometer je loopt. Je hebt de keuze tussen vier afstanden: afgerond een kwart, halve, driekwart of volledige marathon. De inschrijvingsprijs is gelijk voor alle afstanden. Als je op de kleintjes let, kan je dus je voordeel doen bij de langste loop. Je moet er dan wel 42 kilometer zwaar labeur voor over hebben. Olne 1 Bij de doorkomst aan de sporthal na elke ronde neem je de afslag naar links als je verder wil doen, naar rechts als je het welletjes vindt. Na vier ronden moet je wel stoppen. Heb je nog niet genoeg aan een marathon, moet je geduld oefenen tot november voor Olne-Spa-Olne, …69 kilometer. De start- en aankomstsite, de sporthal van Froidbermont, is ook voor mij nieuw want “van na mijn tijd”. Ik was hier het laatst in 2007 voor de marathon, de vier ronden dus. Het kleine chalet, jaren het epicentrum van “Courir pour le plaisir”, is tegen de vlakte gegaan. We hebben nu een volwaardige sporthal ter beschikking. Nieuwe hal, ook een nieuw parcours? Ik kan me haast niet voorstellen dat ik met de eerste ronde die we dadelijk voor de voeten gaan krijgen (je krijgt meteen de details) een eindtijd van 3u49′ kon neerzetten. Ik ben de laatste jaren deze “plaisir”-lopen wat uit het oog verloren maar stel ter plekke vast dat de belangstelling vanuit Vlaanderen en Nederland nog is toegenomen. Hier en daar herken ik lopers uit het challenge-circuit. De jongens en meisjes van “Run’Essence”, de lopersgroep van Hermalle-sous-Huy, bijvoorbeeld. Marcel Baeckelandt deinst zelfs niet terug voor drie ronden. Op hun aanraden trek ik trouwens mijn trailschoenen aan. Yves Keil is een andere moedige van de drie ronden. Ook voor Johan Jorissen zal het een lange dag worden, 5u13′ voor de volledige afstand. Voor de wedstrijd had de Maastrichtenaar nog geen idee van de tijd die hij zou lopen. Gelukkig had hij zijn familie niet meegebracht. Bij het napluizen van de uitslagenlijsten ontdek ik nog enkele vertrouwde namen.
Na een schuchter opwarmingsrondje in het mooie dorp, wacht ik de start af achter de dichte rijen van de snelle en loophongerige mannen en vrouwen vooraan. Het toeval brengt me naast Eric Martin. Ik informeer even naar zijn plannen. 2 of 3 ronden. 3 ronden? Dan kan ik misschien zijn tempo volgen in de eerste 2 ronden en zo heb ik meteen een tactisch houvast. Oh ja, ik vertrek met de bedoeling twee ronden af te leggen. Olne 2We nemen onmiddellijk een bocht naar rechts en lopen bergaf door de slaperige straten van Olne. Pascal Julin rijdt voorop in een monsterlijke 4×4 van Adeps, het franstalige BLOSO. Na een goede kilometer laten we het dorp achter ons. De vallei (van de Vaux?) ligt in de zon te glinsteren. Ik herken de slingerende weg van mijn fietstochten. Het gaat nu stevig naar beneden. Ik hou het die eerste twee kilometer bij een matig tempo, ruim boven de 5 minuten. Er zijn trouwens leukere dingen dan met harde trailzolen op het asfalt te kletteren. Na 1,8 kilometer moeten we de vallei weer uit. Het wordt de eerste van een voor mij onbekend aantal hellingen. En het is meteen de steilste, stel ik achteraf vast. Tot ruim boven de 10%. In de afdaling ben ik moeiteloos in het spoor van Eric gebleven maar in het tweede deel van de klim neemt hij onherroepelijk afstand. Op de smalle asfaltweg richt ik herhaaldelijk de blik naar boven, speurend naar de horizon. Die duikt pas op na 1,1 km klauteren. Mijn benen hebben deze eerste aanslag op de spieren overleefd. Maar hoe zullen ze reageren op de volgende beproevingen? Boven wacht Pascal Julin ons op, in het gezelschap van fotograaf Gédéon Baltazard. We lopen een honderdvijftig meter op een plateau voor we rechtsaf weer mogen dalen. Eric heeft zowat de helft van die afstand voorsprong genomen. Mijn plannetje wordt al meteen weggevaagd door de harde realiteit. Eric die gewoontegetrouw in korte mouwen loopt zal zijn tempo ook in de volgende ronde kunnen blijven aanhouden. De drie ronden maakt hij echter niet vol. We blijven op het asfalt. De lezer van dit blog of de bezoeker van deze regio weet wat deze benaming betekent: flarden verhard tussen putten en gaten. Nu, het gaat bergaf en ik haal even een sub-5′ tempo. Voor het dorp Saint-Hadelin worden we linksaf gestuurd, (u heeft het geraden) bergop. Die tweede helling is gelukkig wat milder dan de eerste maar nog altijd fors genoeg om me weer boven de 6′-kilometertijd te duwen. De regionale omroep, TeleVesdre, is hier aan het filmen. De camera draait terwijl ik voorbij loop. Ik word achteraf weggeknipt, u zal mijn vloeiende loopstijl dus niet live kunnen bewonderen. Maar kijk, wie staat daar op de film? Mijn trouwste fan die de frisse wind op het plateau van Froidbermont trotseert om mij na de finish op te vangen! Hier klikken voor de reportage. Wie haar als eerste ontdekt, heeft recht op een grote Leffe, te consumeren in Heukelom Dorp. Antwoorden via het contactformulier.
Door dorpskernen passeren is uit den boze in dit soort wedstrijden, het zou daar maar eens wat soepeler moeten lopen. Dus worden we voor Forêt linksaf geleid, een gigantische weide in. De asfaltwegen hebben we voorlopig achter de rug. Een platgelopen spoor in het gras loopt rechtdoor de vallei in. Ik geef van jetje ( een klein jetje wel te verstaan), mijn trailschoenen bieden me voldoende houvast. Ik had me de moeite kunnen besparen want na 700 meter zitten we strop aan een draaipoortje. We wringen ons door de versmalling en kijken tegen een nieuwe, lange helling aan. Het is harken, de eerste 7 km hebben mijn benen al danig afgemat. Tussen onbekende lopers is het moeilijk om een idee te hebben van mijn positie. Win ik plaatsen of zit ik in een negatieve trend? Net voor de zevende kilometer schuif ik alvast een plaatsje op. Ten nadele van… de onverwoestbare Mauro Calogero. Olne 3 De 77 voorbij en nog altijd goed voor plaats 69 op 209. Boven in Hansez kijk ik even naar links en zie een indrukwekkende lange sliert lopen door het groene landschap kruipen. De laatsten (?) beginnen nu pas aan de afdaling van km 5 in Forêt. Op het vlakke en het asfalt probeer ik toch weer wat tempo te halen. Maar ook op de volgende lange afdaling over gras en aarden, soms modderige, paden blijft het moeilijk vaart te maken. Het is voor mij in elk geval al een geruststelling dat het parcours redelijk beloopbaar blijft en niet te “technisch” (lees gevaarlijk) is. Nu maar hopen dat ons geen onaangename verrassingen wachten in de laatste kilometers van deze eerste ronde. Aan een bomenrij in het midden van een uitgestrekte weidenpartij is het weer prijs. Een draaipoortje met een nog grotere opstopping dan daarnet. Ik zie lopers links en rechts proberen een gaatje te vinden tussen en onder de prikkeldraad die tussen de bomen loopt. Maar dat lijkt niet echt te lukken. Dus sluit ik maar braafjes aan bij de rij wachtenden voor me. En daar zie ik hem plots, de man naar wie ik voor de start al heb uitgekeken. Paul Celis, zeg maar Polle of Polleke. Van Nijlen in het Antwerpse maar niet weg te slaan uit de trails in het Land van Herve. Hij was hier nog enkele weken geleden voor een halve marathon in de sneeuw. Ik weet dat hij voor niet minder dan de marathon komt. Vorig jaar deed hij dat in 4u20′. Een tempo in zijn spoor zou me al aardig op weg zetten naar een mooie chrono. We ploeteren samen door een zompige weide. Even verder worden we op een verzopen weg getrakteerd. Echt hinderen doet het me niet. Rond km 9 komen we weer even tussen de huizen. Ik probeer me te oriënteren. De straatnaamborden geven Olne aan. Op mijn Garmin-track zie ik later dat we in Nessonvaux zijn, in de vallei van de Vaux, een bijriviertje van de Vesder. We kunnen even ontspannen in de kronkelende achterafstraatjes van het dorp voor we de laatste heuvel (hoop ik) van de eerste ronde moeten overwinnen. We moeten immers terug naar de sporthal op de hoogte van Froidbermont. Daarvoor hebben de parcourstekenaars de bedding van een beekje uitgezocht. Gladde keien en stenen, takken, geultjes, dat is het looppad. De organisatoren hebben de grootste moeilijkheden in deze eerste ronde gelegd. Kwestie van iedereen waar voor zijn trailgeld te geven. Dit is het vervelendste stuk hoor ik van Polle achter mij. Ik wil hem voorbij laten maar Polle neem zijn tijd. Er wachten hem nog… 31 kilometer. Ik glij weg op een gladde steen. “Pas op dat je op jouw leeftijd hier niet…” hoor ik achter me “…sneuvelt” vul ik aan. Een luide lach weerklinkt. Mijn gezel heeft nog adem genoeg, zo te horen. De stenen hebben we eindelijk achter de rug. Maar het blijft klimmen: 2,7 kilometer in het totaal met een stijgingsgraad rond de de 5%. Bij een splitsing stuurt Polle me rechtdoor, enkele meters gewonnen. Boven kom ik netjes uit voor de juffrouw in het roze die me daarnet is voorbijgegaan. Aan km 11 lopen we Olne binnen. De hellingsgraad zwakt af op het asfalt. Olne 4Polle heeft nu een kleine voorsprong genomen. Ik gluur even naar mijn Garmin en zie ik dat ik voor deze eerste ronde meer dan 1u15′ nodig zal hebben. Dat betekent een eindtijd voor de twee ronden rond de 2u30′ … als ik geen inzinking krijg. Daarvoor is mijn voorbereiding onvoldoende, besef ik. Bovendien wordt de wachttijd voor Marie-Paule nog een stuk langer. Na een halve kilometer twijfelen ben ik eruit. Ik neem dadelijk de rechterloopstrook. (Wie mijn inleiding aandachtig heeft gelezen, weet wat ik bedoel.) Ik trek nog een spurtje tot bij Polle en wens hem succes voor het vervolg van de loop. Hij zal de klus klaren in 4u30′, goed voor plaats 2 bij de veteranen 3. Ikzelf eindig op plaats 57, dat is niet zo ver van de top 50 die ik voor ogen had in de twee ronden. Te optimistisch, blijkt nu: een matige dag en een veel zwaarder parcours dan gedacht. Ik word hier overigens nog bij de veteranen 3 gerangschikt. Bij de veteranen 4 zou ik trouwens ook op plaats 2 zijn geëindigd. Na de douche neem ik nog even de tijd voor een pintje en een chipje. Dan trekken we huiswaarts. Bij het verlaten van het cafetaria weersta ik met moeite de geuren van een dampende hotdog. Thuis wacht een stevige steak.

(Foto’s 1 en 4 van Marie-Paule. Foto’s 2 en 3: Internet. Foto 1: De sliert van de 766 deelnemers trekt zich op gang. Foto 2: de eerste weide aan km 5. Foto 3: De beekbedding aan km 10. Foto 4: Nog enkele meters tot de streep. Rechts in het blauw Polleke Celis.)

zon 21/01/2018 11u * Halve Marathon van Posterholt * 20,85 km * 01:45:14 * 11,8 * 96/154 * 9/13 (60+) * ♥♥♥♥

Door gehannes met mijn smartphone-gps duurt de trip naar Posterholt een kwartiertje langer dan voorzien. Mijn medereiziger Jean-Pierre Immerix vertoont al tekenen van zenuwachtigheid. Maar we zijn nog ruim op tijd voor de plichtplegingen voor de start. Posterholt is dus de bestemming dit weekend. Dat is in de omgeving van Roermond. De wegen zijn hier biljartvlak en dat is ook de reden waarom een aantal atleten van RFC Liège aan de start staan. Kwestie van afwisseling met de zwaar golvende parcoursen in en rond Luik. Jean-Pierre heeft natuurlijk een groot aandeel in de keuze van deze wedstrijd in de Nederlandse grensstreek. Maar in tegenstelling tot mijn maatje kies ik voor de langste afstand, de halve marathon.
Posterholt 1 De vijf kilometer is al vertrokken als de lopers van de kwart en halve marathon naar de start worden geroepen. Myrthe Meex van Kanne is op weg naar een derde plaats bij de dames. Jean-Pierre duikt gelukkig net op tijd achter mij op in de wachtende groep. Gelukkig, want ik heb een plannetje in mijn hoofd. Mijn maatje volgen of alleszins niet uit het oog te verliezen in de eerste (voor hem enige) ronde. Dan zou ik meteen een goed tempo vasthebben om dan in de tweede ronde mijn duivels te ontbinden. Zoals jullie al lang weten, zijn dat de laatste jaren erg brave duiveltjes geworden. Het tempo houden, zou al een mooie prestatie zijn.
Jean-Pierre dwingt me in de eerste kilometer al meteen tot een tempo van 4’38”. Ga ik die voor mij ongewoon snelle start niet bekopen, flitst het door mijn hoofd. Ook na de tweede kilometer in 4’51” heb ik mijn adem nog niet onder controle. Aan km 2,2 zijn we uit de bebouwing en slaan we rechte landwegen in, op asfalt wel te verstaan. Het peloton van 337 (voor de twee afstanden) is nu al langgerekt. De frisse bries speelt rond onze oren en benen. Ik behoor met mijn korte broek bij de uitzonderingen. Maar te oordelen naar het gejammer van Jean-Pierre over zijn warme lange broek, heb ik de juiste keuze gemaakt. Ver voor ons uit bikkelen Beny Stulens (Mal) en Frankie Verluyten (Hoeselt) voor een plaats in de toptien van de kwartmarathon. Ze eindigen beiden in 36′, Beny op de vijfde plaats (en eerste plaats bij de veteranen 40+), Frankie op de zevende plaats. Overigens wordt de halve marathon gewonnen door Kevin Verluyten. Is dat de broer van Frankie? Enfin, in het tweede deel van het peloton heeft Jean-Pierre het tempo laten zakken en kan ik even herstellen. We zitten nu op een kilometertijd rond de 5′, dat is zowat mijn kruissnelheid. Als je van snelheid kan spreken, natuurlijk. Ik heb intussen de leiding genomen in onze duo-loop en op een moeilijker stuk tegen de wind in verliest Jean-Pierre zelfs voeling. Na die lange, rechte strook van 2,3 kilometer, draaien we de andere richting uit, terug naar Posterholt. Posterholt 2 We hebben een matige wind in de rug. Met een versnelling komt Jean-Pierre opnieuw in mijn spoor. We zijn nu halfweg de eerste ronde. In het tweede deel zitten er welgeteld nog twee echte bochten. Om een lang verhaal kort te maken, we blijven bij elkaar tot de laatste meters. Wie meer bijzonderheden wil, kan het ook vragen aan Jean-Pierre. Ik heb de indruk dat hij blij is als hij de aankomstboog in de verte ziet hangen. Ik maak me klaar voor de tweede ronde. Jean-Pierre draait rechtsaf naar de finish, enkele meters verder. Zijn naam weerklinkt door de luidsprekers. Mij zal deze eer niet te beurt vallen bij mijn finish. Vergeeft u mij deze korte maar onweerstaanbare opwelling van jaloezie?
Ik begin voor de tweede keer aan de kronkelende weg door de woonwijken van Posterholt. Ik ben nu in het gezelschap van Nathalie Baars die daarnet bij ons heeft aangehaakt. Ik ken nu de stoepen en de bochten… en weet waar ik kan afsnijden. Ik vraag Nathalie of zij een plaatselijke vedette is, aangemoedigd als ze wordt door de parcourswachters. Eens we buiten het dorp zijn, werp ik een blik achteruit: een grote leegte met hier en daar een eenzame loper. De tweede ronde wordt een saaie tocht. Aan de haak in de rechte parcoursstreep rond km 13 schat ik de afstand tot de lopers voor me in. Zal ik nog een plaatsje kunnen winnen? Maar eerst afwachten hoe ik de moeilijke kilometer 14 overleef. Nathalie moet lossen in het klimmetje. Dat het een klimmetje is, merk ik nu pas op. Nathalie had het daarnet over een “berg”. Ik kan met enige moeite een redelijk tempo handhaven… dat evenwel niet volstaat om niet ingelopen te worden door een veteraan 2. Maar even verder heb ik nummer 33 te pakken en houd ik de status-quo. Posterholt 3 Fotograaf Jack van Montfort heeft zich net hier geposteerd als ik voorbijkom. Hij heeft zich vandaag de sloffen van onder het lijf uitgelopen (een beetje geholpen door zijn Citroën Picasso) om de wedstrijd in beeld te brengen. Een dag later staan de foto’s op het net. Snel, van uitstekende kwaliteit en gratis: dat betekent het label “javamo” op de plaatjes. Ik roep Jack uit tot man van de wedstrijd. We zijn intussen het bordje 15km en het hoogste punt van het parcours voorbij en kunnen de benen weer licht ontspannen in de volgende kilometer. In de bocht op de uiterst westelijke punt van het parcours zie ik een loper in het blauw naderen. Het gehijg wordt almaar feller, voor de bevoorrading is hij bij me. Op die bevoorrading heb je trouwens de keuze tussen water (rechts) en thee (links). Dat had ik daarstraks niet door en zo zat ik bijna met mijn handschoenen in de gesuikerde thee. Ik houd het nu bij een slokje water en zet mijn weg voort in het gezelschap van de jonge man in het blauw. Die is niet van het spraakzame type en dus malen we de hectometers in stilte af. Tot aan de bocht aan km 17,7 waar hij hersteld lijkt van zijn inhaaljacht van daarnet en de oude knar naast hem achterlaat. Ik lever dus weer een positie in ten opzichte van mijn eerste passage aan de streep maar kan dat verlies even verderop weer goed maken door de loper in te halen die ik al kilometers in het vizier heb. Met dit soort berekeningen zoek ik wat afwisseling in deze eentonige tocht. Ik vraag me af waarom ik nu eigenlijk de lange afstand heb gekozen. En zo krijgt Joep Drent gelijk, de zestigplusser uit Maastricht, die enkele weken geleden bedenkelijk keek toen ik hem, bij een ontmoeting op training, mijn programma ontvouwde. “Daar zal je alleen lopen” was zijn reactie. Nog enkele kilometers geduld, dus. Wie alleszins veel geduld heeft, is het koppel dat hier vorige ronde ook al stond. Ze staan voor een hoeve. (Hun hoeve?) Op het platteland hier zie je trouwens alleen maar boerderijen. Ze bedenken elke loper of groep met een applausje. Ik wenk terug als dankjewel. Voorbij het bungalowpark aan de linkerzijde is het niet meer ver voor we weer in het dorp komen. Frisse benen heb ik zeker niet (meer) maar er zit nog voldoende jus in voor de laatste kilometers. Ik krijg nog een opgestoken duim aan een kruispuntje en neem de laatste bocht naar rechts. Posterholt 4 Die ik me gelukkig nog herinner want de parcourswachters wijzen de weg niet aan. 12 km/uur lopen heeft trouwens soms zijn voordelen. Severino Vega, een van de Luikenaren, winnaar bij de 50+ en toptien overall, schoot op een van de bochten met 15 km/uur rechtdoor en merkte zijn wegvergissing pas enkele honderden meters verder op toen de auto’s zijn weg kruisten. De seingevers stonden met de handen in de broekzakken…
Daar is het gebouw van Geelen Beton, nog 800 meter. Ik verheug me zowaar op het geschal van de omroeper die me voor de start op de zenuwen werkte met zijn luidruchtig en onophoudelijk gedram. Ik verbaas mezelf met een spurt in de laatste rechte lijn. Die me nog een plaatsje winst oplevert. Net boven de 1u45′. Maar ik durf de tijd van vandaag toch even hoog in te schatten als de 1u43′ in Ell, twee maanden geleden. Het parcours was vandaag waarschijnlijk een tikkeltje zwaarder. En ik had ditmaal geen groepje om het tempo te onderhouden en de eentonigheid van de route te breken. Mijn bescheiden plaats globaal en in mijn leeftijdsklasse bewijzen vooral dat hier alleen de beter getrainde en jongere atleten aan de start stonden.
In het cultureel centrum “De Beuk” waar we te gast zijn, loopt het water heerlijk warm uit de douches. Ik vind de mannendouches op goed geluk want aanwijzingen zijn er niet. Erg on-Nederlands. Jammer voor de organisatoren dat de podia zo schaars bezet zijn. De terugrit naar huis verloopt zonder hindernissen. We bereiden ons al voor op de volgende uitdaging…

(Foto , eigen foto: Jean-Pierre Immerix kan nummer 1303 bijschrijven op zijn palmares. Foto’s 2,3 en 4 van Jack van Montfort. Foto 2: Beny Stulens links en Frankie Verluyten in het midden. In het tweede groepje, neem ik aan. Foto 3: Severino Vega van RFC Liège. Foto 4: Op de Aaster”berg”.)

zon 28/01/2018 11u * Louis Persoons Memorial Genk * 11,67 km * 00:55:17 * 12,6 * 23/82 * ==/== * ♥♥♥♥

Dat waren nog tijden. Een heuveltraining van 30 km op dinsdag en de zondag daarop een van je beste tijden lopen in een marathon die je als training bedoeld en gelopen had. We zijn nu 15 jaar later. De oude dag heeft zich definitief meester gemaakt van mijn knoken en spieren maar deze zoete herinnering duikt natuurlijk weer op, nu ik nog eens de richting insla van het domein Kattevennen in Genk. Bij ons vertrek uit Heukelom is Mergelloopster Marina al bezig aan haar ochtendloopje in het gezelschap van echtgenoot Erik op de fiets.
Vandaag houd ik het bij een brave 11 km. Opnieuw in het gezelschap van Jean-Pierre Immerix voordat onze wegen vanaf volgende week tijdelijk scheiden. De organisatoren zien het belang in van een goede opwarming en leiden ons naar een parkeerplaats op een kilometer van de startplaats. Het is even zoeken in de grote drukte aan het BLOSO-centrum. Pijlen naar de inschrijving, de bewaarplaats voor de sporttassen en de douches zouden geen overbodige luxe geweest zijn. Maar er zijn medewerkers in overvloed die hun opdracht snel en met goede luim uitvoeren. LPM 1 De Louis Persoons Memorial (genoemd naar een vroeg overleden lange afstandsloper) trekt heel wat deelnemers aan uit regio’s waar ik zelden vertoef. Weinig bekenden dus in de massa van bijna 500 lopers (voor vier afstanden). Wie ik hier na enkele jaren wel opnieuw ontmoet is Philip Poilvache, de getalenteerde marathonloper uit Martenslinde. Hij rijgt de laatste weken de kilometers aan elkaar als voorbereiding op de Zes Uur van Stein. Hij start hier uiteraard in de marathon. Als “training”. Dat belet hem niet om als zesde te eindigen, een zucht boven de 3 uur. Opgewarmd was hij alleszins, hij had er al 17 kilometer opzitten in de buurt van Bilzen. Als dat trouwens maar goed afloopt met die ultra-ambities… Mergelloper Francis Loyens komt ook kilometers zoeken in de bijna-halve marathon. Ze zijn zelfs zwaarder dan vooraf gedacht. maar met een tijd onder de 1″40′ kan je thuiskomen, in Valmeer.
Ik sta klaar voor de start van de 11,5 kilometer. Ik ben opgeschoven naar de eerste groep … en dat is ook nodig want de veel grotere tweede groep is die van de 20 km. Die staan dus ook al klaar, op een half metertje van de eerste groep. Op die manier maak je het jezelf als organisator wel moeilijk. Dat de start voor de kortere afstand vijf minuten voor de start van de 20 km wordt gegeven, is trouwens het enige wat ik uit de megafoonaanwijzingen van de starter heb kunnen opmaken. Voor me hebben twee (Amerikaanse?) dames en een Roemeen nog net op tijd de ware toedracht achterhaald en verhuizen naar groep 2.
We zijn ermee weg. Ik begin aan de loop met de overtuiging dat gezien het geringe aantal deelnemers – ruim onder de 100 – een plaats in de eerste helft wel een utopie zijn. Mijn eerste opdracht op korte termijn is Jean-Pierre Immerix in te halen. Die heeft zich meer naar voor weten te werken bij de start… of stond gewoon vroeger klaar. Ik ben al enkele babbelende juffrouwtjes voorbijgegaan als we na 150 meter voorbij de finishlijn komen. Het is hier opletten voor de ongelijke klinkers in het bebouwde deel van het bosgebied. We draaien rechtsaf een asfaltweg op langs een verlaten ski-oefenpiste. Deze weg herken ik nog van de marathon in 2003. Ik had er al een echo van opgevangen voor de start maar nu stel ik ook de visu vast dat er onverhard in het parcours zit. Het is al meteen klimmen op een bospad, zo’n 6OO meter, op het einde vooral vals plat.
Ik heb Jean-Pierre bij de lurven in de eerste klimmende meters en laat hem onmiddellijk achter. In de competitie tellen geen emoties… ook al is het vandaag de verjaardag van mijn streekgenoot. Voor we weer op het asfalt komen ben ik ook nog een jonge dame voorbijgegaan. Ik heb hier in Genk meteen een goed ritme te pakken. Ik ben met overtuiging aan de wedstrijd begonnen maar vaak roepen de adem of de spieren me snel tot de orde. Vandaag zet ik mijn inspanning door en ga op zoek naar de loper voor me. Op de licht dalende weg kan ik aansluiten bij mijn veel jongere collega. In de volgende kilometer kan ik het tempo volgen en zelfs even aangeven. We naderen weer de finish, dit moet het einde zijn van de eerste kleine ronde. Ik ben al opgelucht dat ik niet opnieuw alleen verder moet, zoals vorige week in Posterholt. Jean-Pierre zal minder geluk hebben. Ik hoor langs de weg dat ik bij de eerste 25 zit. In deze positie zou ik mijn doelstelling ruim overtreffen. Andere lopers inhalen is dan weer te hoog gegrepen.
Voorbij de finish worden we rechtdoor gestuurd. Hier ligt een flinke knik in het parcours. Ik kan een redelijk tempo vasthouden maar hoor wel een duo sterk naderen. Boven sluit de man in het rood (jammer genoeg kan ik geen namen plakken op de shirts) aan, zijn fluo-collega heeft zich blijkbaar opgeblazen en wordt achteruitgeslagen. Het duo van daarnet wordt een trio. Er is trouwens sneller volk op komst. Vanaf km 4 beginnen de eerste halve marathon-lopers ons in te halen. Achtereenvolgens stomen David Drion, Hannes Mertens en Pascal Van Marcke ons voorbij. Ik houd het bij de jongens die ik ken. We kronkelen door Gelieren. De man in het zwart lijkt het sterkste. Ongeveer halverwege, als we weer het bos intrekken ( in de zone tussen Genk en Wiemismeer) heeft hij een kleine voorsprong genomen. Op een lichte klim kan ik weer naar hem toe sluipen. Door zijn en mijn versnelling moet de man in het rood wel afhaken. We zijn weer met zijn tweeën. LPM 3 Op wat de moeilijkste strook blijkt te zijn aan km 7 – een brandgang met hobbelige zoden en wat modder – neemt mijn gezel weer enkele meters voorsprong. Die kan ik aan km 7 opnieuw dichten. We zijn net de laatste marathonloper voorbijgegaan. Die is in slow-motion bezig aan wat nog een lange tocht zal worden. Het parcours is ingrijpend veranderd, zoveel is duidelijk. Ik herinner me alleen asfalt van mijn vorige deelname. Na de finish hoor ik dat voor het eerst (zoveel) onverhard in het parcours zit. Verscheidene commentaren op Strava hebben het over een “vettige” ronde. Zalig zijn zij die geen Luikse wedstrijden lopen… Hoe dan ook, het is een gevarieerde omloop, afwisselend asfalt en onverhard. Het soort wedstrijden waar ik van hou, zij het dat het gemiddelde wel telkens een klap krijgt op de moeilijker beloopbare stroken. Ik blijf nog even in het gezelschap van mijn onbekende collega. Er gaat ons opnieuw een klad halve marathon-lopers voorbij. Die zijn minimaal vijf minuten achter ons vertrokken en moeten straks aan het sportcentrum nog een grote ronde afwerken. Als je het zo bekijkt stelt mijn tempo niet veel voor. Ik herken de boomlange en messcherpe Ronny Thijs. In het totaal word ik door 34 lopers “gedubbeld”. Ik kijk angstvallig naar wie me inhaalt. Gelukkig blijf ik uit de greep van enkele bekenden, Daniel Drion bijvoorbeeld. Zo blijft me ook de vermelding bespaard in zijn verslag… De man in het zwart – u kent hem intussen – heeft weer een kleine voorsprong genomen maar is nog steeds in zicht. Km 8,5, daar is de koepel van het planetarium. Een groep halve marathonners haalt ons in. Mijn mikpunt heeft het juiste ingeving… en de benen om aan te haken en laat me definitief in de steek. Ontploffen doe ik niet maar aan snelheid inboeten, zeker wel. Mijn gezwollen beeldspraak is trouwens geïnspireerd door de affiche met de titel “De oerknal en wat daarna kwam” op de gevel van het planetarium.
We zijn weer in de onmiddellijke buurt van het sportcentrum. Ik krijg hier zowaar aanmoedigingen van twee dames. Waarvoor dank. Er blijven nog enkele kilometers te gaan. Ik ben benieuwd wat de parcoursbouwers nog voor ons in petto te hebben. Hetzelfde rondje als daarnet bij het begin. Gebrek aan inspiratie… of aan seingevers? De lichte klim aan km 10 kost me een vijftiental seconden. Meteen de enige kilometer waarin ik niet onder de vijf minuten blijf. Ik kijk uit naar de aankomst. Mijn stevige start en het strakke tempo onderweg hebben veel energie gekost. Ik kan nog een plaatsje inwinnen ten koste van een deelnemer die helemaal stilgevallen lijkt. Een official op de fiets rijdt me voorbij. Ik informeer even wie hij begeleidt. Het is de eerste dame in de halve marathon. En zo haalt Michaela Kondasova me als laatste in. Ik kan ermee leven en Michaela heeft iets om mee uit te pakken in Dilsen. Een onverwacht hoge plaats in de rangschikking en een mooie tijd bekronen mijn tweede LPM-deelname. Ik feliciteer mijn bebaarde gezel van daarnet.. maar vergeet zijn naam te vragen. Mijn informatiebron aan de finish, Marie-Paule, vertelt me later hoe ontgoocheld de winnaar van onze loop was bij zijn aankomst. Geen applaus, geen aanwijzingen van officials, hij moest zelfs vragen of hij nu echt over de streep was. Jammer. En zo gaat de drieëntwintigste gelukkiger naar huis dan de eerste. Ik moet het kopje erbij houden in de kleedkamer zodat me niet hetzelfde malheur overkomt als in Posterholt, mijn loopschoenen vergeten. We kaarten nog even na in de ruime zaal van het sportcentrum. Tomatensoep met balletjes stilt de eerste honger…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: sculptuur in het natuurdomein Kattevennen. Foto 2: Een medaille, … in Genk houden zo nog aan die traditie vast.)

zat 10/02/2018 16u * Heusy (Challenge L’Avenir) * 7,5 km * 00:37:59 * 11,8 * 125/306 * 2/4 * ♥♥♥

Het Luikse challengeseizoen is weer begonnen. Als eerste wedstrijd heb ik gekozen voor Heusy, in het ommeland van Verviers. Het alternatief, Modave, de start van de Challenge condrusien, heb ik opzij geschoven wegens een vermoeden van modder. Dat vermoeden wordt later op de avond bevestigd door drie ooggetuigen. Het is meteen mijn eerste wedstrijd als veteraan 4. Naar mijn tegenstander van vandaag moet ik niet lang zoeken. Dat is in deze challenge Roger Dosseray. Het grappige is wel dat Roger mijn inschrijvingsgeld voorschiet nu ik Marie-Paule niet dadelijk terugvind… In de meute van meer dan 300 is er nog een Limburger,of beter een Limburgse, Isabelle Haesen. Dochter van Maja, voor wie haar niet kent. Ik maak een opwarmingsrondje in het gezelschap van Roger. Het korte parcours heb ik nog van vorig jaar in mijn hoofd zitten.
In de eerste honderden meters zit ik opgesloten in de compacte groep. Daarna kan ik in de eerste rechte lijn (die ook de laatste rechte lijn zal zijn) wel wat plaatsen goed maken. Net voor we de Drève de Maison-Bois verlaten, ga ik voorbij Nicolas Bynens. Het is afzien voor Nicolas. “C’est la croix et la bannière” zou hij zeggen. Hij voelt de naweeën van een nog niet geheelde blessure in de bil. Op de dalende asfaltweggetjes – zoals altijd hier van bedenkelijke kwaliteit – loop ik in het gezelschap van een hond (ik moet u het ras schuldig blijven) op een drietal meter gevolgd door zijn/haar baasje. Het baasje is vrouwelijk en jong, dat kan ik u wel met zekerheid bevestigen. Zij stuurt het beestje met een mooie dikke vacht door de bochten. “A gauche, à droite”, de viervoeter volgt stipt de bevelen van het meesteresje. Zij moet het beestje wel geregeld intomen. Dat “doucement” zou ook voor mij kunnen gelden. Ik probeer mijn vierpotige gezel niet in de weg lopen en hier en daar ook bevroren ijs-en sneeuwplekken te ontwijken. Bij een klein knikje bergop laat ik het duo achter me. Ik ben bezig aan twee kilometer in respectievelijk 4’19” en 4’24”. Daarmee heb ik het beste gehad voor vanmiddag.
Ik kijk uit naar Roger Dosseray en meen zijn karakteristieke houding te herkennen in een bocht na een dikke kilometer. De afstand, een kleine honderd meter. We lopen voorbij de “Golf du Haras”, het golfterrein van de stoeterij, dat ik overigens niet zie. Ik blijf me voor alle zekerheid maar concentreren op het wegdek. We zijn nu in het bos, op aarden paden. Het gaat almaar steiler naar beneden. Heusy 1 De winterse omstandigheden dwingen wel tot enige voorzichtigheid maar ik verlies nauwelijks plaatsen. Ik verbaas er mij over dat er een flinke afdaling in het bos in het parcours zit. Dat gedeelte zit althans niet meer in mijn geheugen. De speaker heeft het ons voor de start al ingepeperd. We zullen de traillopers (een uur voor ons gestart) kruisen en moeten dus niet in paniek geraken als we lopers uit de tegengestelde richting zien naderen. Die krijgen trouwens aanmoedigingen van de joggers, dat zijn wij. Ik uit mijn bewondering voor de traillopers niet hardop – kwestie van adem te sparen – maar neem hier mijn petje af voor de moedigen die niet opzien tegen 20 km in de winterse bossen. Ik speur intussen vergeefs naar het profiel van Roger in de groepjes voor me. De laaghangende zon in tegenlicht maakt het mij niet gemakkelijk. En kijk, op het laagste punt van de ronde, net voor de bevoorrading, zie ik hem plots vlak voor me. We slaan beiden het aangeboden bekertje af en beginnen aan de enige moeilijkheid van de dag. De enige moeilijkheid, maar wel een die kan tellen. Een klim van 2 km, zei de omroeper, maar dat is te laag geschat. Mijn Garmin geeft achteraf 2,4 km aan. Met pieken boven de 5% op een ondergrond van stenen, geulen en voren. Een jonge dame is ons net voorbijgegaan als ik naast Roger verschijn. We wringen ons met veel moeite naar boven, voortdurend zoekend naar de meest stabiele ondergrond. Roger krijgt aanmoedigingen van een supporter die mij daarnet bij de opwarming met “Allez champion” begroette. Zo voel ik me nu nochtans niet. Ik ben al blij dat ik in het spoor van mijn wat oudere collega kan blijven. Ik heb daarnet wel even vooropgelopen maar Roger neemt niet veel later weer het commando over. Om de tweehonderd meter gluurt hij even over de schouder om te zien of ik nog altijd volg. Dat doe ik. Maar van het tempo op te drijven, is er geen sprake. “Jij hebt veel geduld” concludeert Roger na de aankomst. Maar deze keer is mijn geduld geen tactische keuze, maar de noodzaak om mijn ademhaling en zware benen te sparen. We zijn dan toch aan de rand van het bos geraakt maar het blijft klimmen. Het asfalt vanaf hier is bedekt met sneeuw en maakt een verrassingsaanval nog moeilijker. De jonge dame, Espoir Emma Straet, hebben we intussen wel achter ons gelaten.
Boven op de helling is het sneeuwtapijt gesmolten. Nu rest er alleen nog (nat) asfalt. Hier, in de laatste anderhalve kilometer, zal het moeten gebeuren. Op een zacht oplopende strook neem ik de leiding over van Roger. Een linker- en een rechterbocht brengt ons voorbij het voetbalveld op de laatste (en dus ook de eerste rechte lijn, remember het begin van mijn verhaal). Roger plaatst een van zijn geliefkoosde versnellingen. Die zijn al fel afgezwakt sinds onze memorabele confrontatie in de jogging van Voeren, nu alweer enkele jaren geleden. Heusy 2 Ik sluit weer aan. We lopen langs elkaar op de brug over de autoweg. Het geluid van de onder ons door razende auto’s overstemt het gekreun van Roger. Een jongere collega stormt ons nog voorbij. Ik geraak in de finale wel niet boven de 13 k/u. Wij halen Dominique Heusschen nog in. Toch nog een opstekertje. Meestal gaat Dominique mij vooraf. Hij heeft er geen idee van, maar dank zij hem pak ik nipt mijn derde hartje… Het verdict zal dus moeten vallen in de laatste tweehonderd meter. Die gaan weer licht omhoog… en bieden Roger de springplank voor een nieuwe aanval. Ik kijk meteen tegen een kloofje van vijf meter aan. Te veel om nog goed te maken. Te weinig kracht in het lijf en de benen. Ik knijp nog wel enkele meters van mijn achterstand af maar Roger houdt als een volleerd pistier mijn bewegingen in te gaten. Ik laat u oordelen over het verschil op de foto van Marie-Paule die de laatste meters feilloos en voor de eeuwigheid heeft vastgelegd. Deze eerste ronde van het nieuwe seizoen eindigt in het voordeel van mijn collega uit Pepinster die hier een thuiswedstrijd betwist. Vanuit zijn woonst op de hoogte heeft hij uitzicht op het parcours, vertelde hij me voor de start.
Roger is me ook voor in de douches. Die zijn hypermodern en kraaknet. En ruim genoeg, ook voor de traillopers die nu in groten getale aankomen. In een deelnemersveld van 4 is het niet moeilijk een podiumplaats te veroveren. Maar de prijsuitreiking laat te lang op zich wachten. Een afspraak wenkt en zo verlaten we de mooie Kineo Fitness-zaal voortijdig. Het is al over middernacht als we huiswaarts keren. Maar we zijn niet de laatsten, er is ook nog een vos op pad…

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1: De kop van de wedstrijd… die ik dus nooit zie. Ik herken Eddy Vandeputte (840) en Gregory Baar (groen-blauw gestreept in vierde positie). Foto 2: Samen met Roger Dosseray voor de start en een klein uurtje later. Het verschil is miniem. Maar elke centimeter telt…)

zat 17/02/2018 15.30u * Wegnez (Challenge L’Avenir) * 7,6 km * 00:42:03 * 10,8 * 120/293 * 1/4 * ♥♥♥

Door een speling van de kalender en mijn eigen voorkeur ben ik opnieuw in het land van Verviers voor mijn weekendloop. Het centrum van de feestelijkheden is gewoon verplaatst van de rechter- naar de linkeroever van de Vesdervallei. Plaats van het gebeuren is Wegnez. Spreek uit “Wenjee”. De Hollandse GPS-juffrouw brengt ons naar “Wegnes” maar we komen uit waar we moeten zijn , aan de Hall du Paire. Dat blijkt een nieuwe sporthal te zijn met een schitterende indoorzaal. Mijn gezel van vandaag vangt op dat de ex eerste klasse-basketclub Pepinster hier haar thuiswedstrijden speelt. Ik heb mijn achterbuur, Mergelloper Wesley Serrano, kunnen verleiden voor deze korte loop met een gemiddelde moeilijkheidsgraad. Dat is tenminste de omschrijving van de organisatie waarmee ik Wesley naar het Zuiden heb gelokt. Na afloop vraagt mijn compagnon me met een van pijn en vermoeidheid vertrokken gezicht hoe ik dit soort parcoursen kan blijven betwisten. Maar laten we niet vooruitlopen op de feiten. In elk geval, zelf heb ik hier nooit deelgenomen. Ik was een aantal jaren geleden wel eens in Wegnez maar dat was toen op een ander parcours in het kader van de Challenge van de provincie Luik. Ondanks enkele omwegen – door mijn eigen verstrooidheid – zijn we bij de eerste inschrijvers. Ik heb ruim de tijd om een aantal kennissen te groeten. Bij het betreden van de hall word ik welkom geheten door Maya. Neen, niet de Maja die jullie kennen, maar een herdershond… Maurice Gillet geeft me een gedetailleerde beschrijving van het parcours maar ik word toch nog verrast door de zware helling in het bos van Lambermont. Ik verken de laatste kilometer met Wesley en ben dus gelukkig op de hoogte van de chicanes en de obstakels in de finale.
De traillopers zijn al op pad als we met een vijftal minuten vertraging en na een voorstelling van het parcours (die achteraf ook niet helemaal blijkt te kloppen) op gang worden geschoten. Het peloton is enkele eenheden kleiner dan vorige week… en ik zoek vergeefs naar Roger Dosseray. Een revanche, of alleszins een nieuwe confrontatie, zit er dus niet in. Jammer. Zoals door de speaker vooraf aangekondigd, beginnen we met twee rondjes rond de sporthal. Met als enige bedoeling waarschijnlijk de afstand te rekken tot circa 8 km. Maar de lopers zijn wie ze zijn en er wordt hier dus duchtig afgesneden. Langs een rechte, voornamelijk dalende rijweg verlaten we het dorp. Dit is een van de drie stroken van het parcours waar wat snelheid kan gemaakt worden. Na 600 meter is de pret over. De eerste klim is daar, eerst nog op de rijweg. Het stijgingspercentage gaat bruusk de hoogte in op een smallere asfaltweg met de gebruikelijke hobbels en gaten. We hebben de koekjesfabriek van Delacre net achter ons gelaten. De oude knol is sneller gestart dan het jonge veulen – euh ik bedoel, ik ben sneller gestart dan mijn 30 jaar jongere collega Wesley. Maar Wesley herstelt de leeftijdsorde op de eerste helling en gaat me voorbij. Ik tracht intussen adem en benen te sparen op de 7%-klim. Zelden heb ik zo’n zware en heftige ademhaling gehoord als die van Nicolas Bynens tijdens de klim. Ik heb hem daarnet bij de afdaling in het vizier gekregen en ga hem nu voorbij. Nicolas is duidelijk nog niet op wedstrijdniveau. Yves Van Tomme die ik al een eeuwigheid niet meer heb gezien, staat al wat verder in zijn conditie-opbouw na maanden van blessureleed. Ik vang een glimp van hem op tijdens de beklimming. Daarna is hij de pijp uit. Bij een bocht naar links na 2,3 km, op het einde van de klim, moet ik even uitwijken voor Keyla. Wie is Keyla? Wel, dat is het vrouwtje spitshond waar ik het in mijn vorig verslag over had. Ik weet nu al wat meer over de enthousiaste viervoeter met de mooie witte vacht. Haar baasje (Stéphanie Lognard?) is er vandaag ook weer bij. Na de wedstrijd vraag ik me wel af hoe het duo Keyla-Stéphanie door de smalle bospaadjes geraakt is. We kunnen weer even op krachten komen in een woonwijk die ik herken van een wedstrijd in Lambermont van enkele jaren geleden. Ik hoop van de korte, min of meer vlakke, strook op beton gebruik te maken om weer in het spoor van Wesley te geraken. Dat is me zo goed als gelukt aan km 3. Maar daar duiken we het bos in en mijn dorpsgenoot is net wat soepeler op de kronkelende en vrij gladde bospaden. Ik kijk snel weer tegen een achterstand van 15 meter aan. Ik zie Wesley enkele keren achterom lonken als schijnt hij een snelle terugkeer te verwachten. Maar daarvoor is zijn tempo in het bos net dat tikkeltje hoger dan dat van uw verslaggever. Met mondjesmaat vergroot hij zijn voorsprong. We zijn nu vertrokken voor 4 km bospaden. Dat bos is overigens maar een zakdoek groot en zo kronkelen we hier een klein halfuur als een lange slang rond. Meer dan eens zie je de snellere en/of tragere lopers in je buurt in tegengestelde richting lopen. Hier en daar duikt er ook een trailloper op die bezig is aan zijn 18 km. Goed dat ik andere lopers in mijn buurt heb die de goede richting (schijnen te) kennen of ik was nu nog rondjes aan het draaien in het Bois de Lambermont. Plots zijn we aan het klimmen. En het gaat fors omhoog. Met uitschieters tot boven de 10%. Ik blijf wel in loopmodus. Wesley overigens ook, hij breidt zijn voorsprong weer met enkele seconden uit. Op een van de weinige rechte stukken kan ik hem in de verte dan toch nog even ontwaren. Dat is meer dan 100 meter, schat ik. Er zit zowaar een vlak stuk in het bos. Dat op mijn Garmin overigens overigens ook lichtjes omhooggaat en de kilometertijd nog ruim boven de 5′ houdt.
Daar is de bevoorrading, op het hoogste punt van het parcours. Ik bedank voor het bekertje en begin vol goede moed aan de afdaling. Het tempo verhogen? Vergeet het. De zone aan een brugje en bijbehorend beekje is behoorlijk drassig en vereist al de nodige acrobatie om rechtop te blijven. Op een korte maar steile afdaling geraken mijn benen plots in overdrive. Gelukkig heb ik grip in het malse bladertapijt in het midden van het pad. In de verte turen om te zien waar Wesley zich ophoudt, is nu niet meer aan de orde. Het is te riskant om de ogen af te wenden van het pad voor me. Ik kan zelfs de tijd niet nemen om mijn handschoenen weg te moffelen. Een boomstam die de weg verspert, kost me weer wat oponthoud. Even later is het opnieuw van dat. Ik ben daarnet in de beklimming een duo voorbijgegaan, een man en een vrouw. Hun persoonlijke relatie is mij onbekend. Hun sportieve verhouding is er een van coach en pupil. De coach regelt het tempo. Dat wil zeggen, hij poogt met onophoudelijke peptalk het tempo van zijn gezellin aan te zwengelen. Dat lukt het beste in de afdaling en ik maak me maar snel uit de voeten in de strook van de ontwortelde bomen. Ze nemen echter nauwelijks voorsprong en ik zal straks net achter hun over de streep komen. Met kilometertijden in het bos rond de 6′ kom ik niet boven de 11 km gemiddeld uit. En dan ben ik nog niet eens zo slecht bezig, vind ik zelf. Voor wie de beschreven omstandigheden nog niet voldoende vindt als verklaring, vermeld ik nog de verraderlijke boomwortels en de smalle loopstrook, op bepaalde plaatsen niet meer dan een diepe voor in de bosgrond. Het zal de lezer niet verbazen dat ik snak naar het einde van het boscircuit. Ik herken het pad dat ik daarstraks heb verkend. Het is nu niet ver meer. Nog even opletten in een afdaling. En net hier daagt een mountainbiker in tegengestelde richting op. Die heeft ook het verkeerde uur gekozen voor zijn ritje. Ik geraak heelhuids langs hem heen. Daarnet heb ik zelf vrije baan gegeven aan een loper die met hogere snelheid achter me aankwam. Misschien wel de eerste trailer want bij mijn aankomst meldt de omroeper net dat dat de winnaar van de 19km-lange trail over de streep is gekomen.
Ik ben nu in de laatste kilometer. Die houdt door een dubbele verkenning daarstraks geen geheimen meer in. Ik zit nog even vast achter Françoise en Eric, het duo van daarnet. Françoise zit compleet stuk op de hellinkjes maar straks in de afdaling zal ze weer onvermoede krachten vinden om nog een versnelling te plaatsen. Het bos ligt achter ons. Gédéon Baltazard neemt ons nog een tweede keer in het vizier van zijn Nikon. We wringen ons tussen twee smalle poortjes door, duiken op een kort asfaltpad van 16% naar beneden en kunnen dan eindelijk nog eens de benen strekken in de laatste 500 meter. Maar de afstand tot de finish is te kort om nog voldoende souplesse op te wekken in mijn benen. Wesley heeft de loop in ralenti beëindigd en houdt zo maar 20 seconden over. Hij trekkebeent naar de auto. Zijn linkerknie heeft blijkbaar de glibberige en ongelijke ondergrond niet goed verteerd. Gelukkig heeft de warme douche een gunstig effect op het gehavende lichaamsdeel. Het is wel een geruststelling dat ik hem straks in intacte staat op de Heukelommerweg kan afleveren.
Ik verlaat de sporthal van Wegnez met een krat Saint-Feuillien. Ze leggen hier ook de veteranen 4 in de watten. Wesley blijkt over een uitstekend oriëntatievermogen te beschikken en loodst me feilloos naar de autoweg. Een drie kwartier later krijgen onze afgepeigerde lijven rust in Heukelom. Of ik mijn dorpsgenoot in de volgende weken nog eens kan warm maken voor een Luikse wedstrijd is voorlopig een open vraag. Het antwoord binnenkort op deze site…

(Foto’s: nog niets gevonden op het net…)

zon 25/02/2018 13.30u * Bergrun Vijlen* 10,4 km * 00:59:03 * 10,6 * 32/92 * ==/== * ♥♥♥♥

In een weekend met zes joggings in de provincie Luik trek ik naar Vaals op de grens van Nederlands-Limburg, net voor Aken. Ik heb de relatief nieuwe Bergrun Vijlen – het is vandaag de derde editie – op de kalender ontdekt en voel me wel aangesproken door het mooie decor van het Zuid-Limburgse heuvelland. Om in Vijlen van start te gaan moet je wel een flinke duit veil hebben. Maar een stevige inschrijvingsprijs is een van de specialiteiten van organisator Bearsports uit Maastricht. De start en finish liggen naast Camping Rozenhof op de lange klim van Camerig naar Vaals. Dat is de langste helling in Nederland, lees ik op de webpagina. Ik heb die vroeger wel enkele keren met de fiets gedaan. Benieuwd wat dat gaat geven al lopend, ook al zullen wij voornamelijk boswegen nemen. Bij het afhalen van mijn startnummer val ik al meteen op het groepje Kris Pipeleers, Roger Rousseau en Marc Heusschen. In hun gezelschap is ook Nicole (haar achternaam is me onbekend). Roger, Nicole en Kris lopen in team, 30 kilometer in het totaal over drie ronden. Marc loopt solo zoals uw dienaar, dus een ronde van 10 km. Dat zal wel volstaan zeker? Ook al zijn er 42 vermetelen die de 30 km in hun eentje afhaspelen. Kris vraagt zich af wat er prettig aan kan zijn om dit rondje drie keer af te leggen. Ik vraag het me met hem af, zeker na afloop. Het team van Kris plus Marc zijn ook de enige bekenden van vandaag. Veel Hollanders hier, noorderlingen dus, die hier een voor hun ongewone uitdaging vinden. Voorts nog enkele Vlamingen en ook wat Duitsers.
Een rondje opwarmen hier is geen sinecure. De camping ligt halverwege een steile helling. Ik loop dan maar de benen los naar het dal en verdeel de klim terug in kleine porties lopen en stappen. Mijn trailschoenen mogen alvast in de autokoffer blijven liggen. Was het hier in het begin van de week nog modderig, nu is de ondergrond beenhard geworden door de vrieskou. Kris is hier op verkenning geweest en via Servais had ik weet van de staat van het parcours. Maar de weersomstandigheden zijn intussen dus gewijzigd. Ik heb bij mijn kennissen ook even gepolst naar het profiel van het parcours. Ik onthoud dat er op het einde nog een flinke klim in zit.
We kijken nog even naar de start van de teamloop, een half uurtje voor we zelf op pad worden gestuurd. De omroeper geeft ons nog wat info mee over de loop. Die, voor wat de finale betreft, niet helemaal of helemaal niet blijkt te kloppen. Tenminste ik heb zijn woorden anders geïnterpreteerd en Marie-Paule ook. En mijn vrouw heeft altijd gelijk, dus… Hoe dan ook, het fluitsignaal is wel duidelijk en we zijn vertrokken. Vijlen 1 Voor een fikse duik naar het dal in de eerste kilometer. Ik hou wel van een dalende aanvangsfase. Je kan de benen meteen in competitiestemming brengen en het lichaam op temperatuur brengen, geen overbodige luxe als het kwik niet boven het nulpunt uitkomt. We bereiken het diepste punt van het dal overigens niet maar worden rechtsaf gestuurd richting bos. We zijn al flink aan het klimmen op het asfalt als we na 1,3 km het bos worden ingestuurd. Dat zullen we pas 5 kilometer verder weer verlaten. Ik ben intussen al flink naar voren aan het opschuiven in het gezelschap van enkele lopers van de SC Erftstadt. Die zijn dus uit de omgeving van Keulen naar deze grensstreek afgereisd. Het bospad is smal en steil, ik word even opgehouden in de lopersketting die hier nog intact is. Na 2 km wordt de weg wel wat breder maar nog steiler, tot boven de 15%. Ik besluit meteen op stapmodus over te gaan. Ik verlies nauwelijks één positie. Even verder haal ik een mevrouw uit Amersfoort in. Tenminste die naam prijkt op haar shirt. Ze was mij voor de start al opgevallen met haar lange, witte benen. Haar lange broek vond ze te warm, hoorde ik haar tegen een vriendin zeggen. Ik hoor ook bij de schaarse kortebroekdragers in het peloton. De vrouwen die in mijn buurt de eerste kilometers afwerken gaan allemaal voor de bijl, voor de mannen in mijn gezichtsveld zal ik wat meer tijd nodig hebben.
We hebben de klim van 1,8 km achter ons en krijgen nu een lange afdaling van bijna 1 km voorgeschoteld. Dat is bijlange na niet de 3 km lange klim (de langste van Nederland) waarmee de organisatie schermt in haar publiciteit. We dalen nu weer 60 meter. Daarvoor hebben de parcoursbouwers een smal pad uitgezocht met geulen en voren dat bovendien de laatste weken door rupsvoertuigen is omgeploegd. Ik moet terugdenken aan de Trophée de la Gileppe vijf jaar geleden waar ik ook hoge verwachtingen van had. Deze ambitieuze organisatie had ook de slechtste wegen uitgezocht in een eveneens fraaie omgeving. In uiterste concentratie laveer ik van de ene naar de andere kant van het pad om de meest stabiele loopstrook op te zoeken. De richels van het rupsspoor priemen door de zolen van mijn Brooks-schoenen. De bomen werpen smalle schaduwen op de lichtbruine aarde en maken de visuele interpretatie van de ondergrond nog moeilijker. Gelukkig verlies ik geen snelheid. Mijn achtervolgers blijven op dezelfde achterstand hangen. Een bocht naar rechts en we mogen weer gaan klimmen. Daarvoor zijn we hier trouwens in deze “bergrun”. Nu hoor ik plots wel gekletter achter mij. Ik probeer plaats te maken voor een duo, een man en een vrouw. Aan hun snelheid te oordelen moeten dat de eersten zijn van de teamloop. Ik ben dus 22 minuten uit hun greep kunnen blijven. De man lost de vrouw snel in de eerste hectometers van de klim. Ik neem aan dat de eerste loper van haar team de snelste eerste ronde heeft afgelegd. We zijn intussen weer 60 meter lager dan na de eerste helling. Van hieruit moeten we weer klimmen naar wat echt het hoogste punt van de ronde is. 2 kilometer bergop, met de steilste stroken in het begin. Ik dring niet aan op de meest extreme passages maar haal even verder toch nog een loper voor me in. Dat is al een hele gebeurtenis hier want sinds de helft van de eerste klim loop ik afgezonderd. De laatste kilometer van deze tweede piek voelt aan als vlak, temeer omdat ik de lezer met genoegen mag melden dat ik in goede doen ben. Aan de bevoorrading kies ik voor een bekertje met een roze drank. Ik vermoed dat het een sportdrank is. Ik wil de bevoorraders niet storen in hun babbel. De uitgebreide keuze aan krachtvoer – bananen en dergelijke – laat ik aan de 30 km-lopers. Ik merk plots een loper met een rugzak op die ik in de vorige kilometer niet in het vizier had. Maar dat blijft een fotograaf te zijn die niet te beroerd is om zelf een looppasje te wagen. Hij legt mijn stijl en (hopelijk) mijn glimlach vast, even voor ik een rijweg moet oversteken. Ik informeer even of ik rechtdoor moet. De verkeersregelaars houden zich hier strikt aan hun opdracht – het autoverkeer regelen – en laten de lopers zelf de zwarte pijlen op gele achtergrond zoeken. Die zijn gelukkig overvloedig op de bomen aangebracht waardoor het aantal seingevers op het kronkelige bosparcours tot een minimum is beperkt. Ik vergeet haast te vermelden dat ik weer een plaatsje ben opgeschoven. Er is intussen een tweede duo teamlopers me voorbijgegaan, minuten na de eerste twee. Het pad is intussen beter beloopbaar en dat blijft zo op de lange afdaling die we nu voor de voeten krijgen.
Die afdaling duurt zo lang – althans dat gevoel heb ik – dat ik de indruk heb dat er in deze “bergrun” meer wordt afgedaald dan geklommen. Dat is in afstand niet uitgesloten als de hellingen steiler zijn. En dat gevoel heb ik eveneens. Opnieuw een man ingehaald. Heb ik het u niet voorspeld bij het begin van dit weer te lange verslag? Er zijn op deze zonnige maar berekoude namiddag wel wat wandelaars op pad. De meesten hebben geen aandacht voor de atleten die de berg afrennen. Toch een uitzondering daarstraks bij de tweede klim. Ik zeg een koppel dan maar zelf gedag. En krijg een kort gegrom terug. Ik hou er flink de vaart in op weg naar Cottessen. Vijlen 2 We krijgen zowaar een stukje rijweg, de Epenerbaan, waar je van het uitzicht op deze mooie streek kan genieten. Hiervoor ben ik eigenlijk naar Vijlen gekomen. Maar na 200 meter is de pret voorbij. Ik heb wel even met een snelheid in de buurt van de 4’/km mogen flirten. Opletten aan kilometer 7 waar er volgens de speaker een spekgladde asfaltstrook ligt. Maar de zon heeft het ijs al flink tussen handen gehad. Toch bedankt voor de waarschuwing, speaker. Ik stuif naast en tussen de wandelaars door naar wat het laagste punt op het parcours moet zijn. De in het zwart gehulde loper die me in het begin van de wedstrijd, nog in Camerig, is voorbijgegaan, heeft nu geen verhaal meer tegen mijn tempo. Het laagste punt van de loop is de Geul die hier tussen de weiden meandert. Wij hebben een brede grasstrook ter beschikking. Maar die is even zompig als breed. Daar heb je de modder dan toch. Ik waad tussen de verzopen graszoden door terwijl me nog een teamloper voorbijgaat. Mijn schoenen plonsen in de modder en het water. Na het derde draaipoortje zijn we verlost van het geklieder.
Daar is de laatste helling die Nicole – de teamgenote van Kris Pipeleers – met een venijnig lachje heeft aangekondigd. Dat blijkt een smalle holle weg te zijn die ongeschikt is voor de loopsport en daarom waarschijnlijk in het parcours zit. Voor de derde keer vanmiddag dwingt de stijgingsgraad op een korte strook me tot stappen. Maar ook nu kunnen de achtervolgers daar geen gebruik van maken. Ze zitten even zwaar in het rood als ik. Alsof de miserie nog niet groot genoeg is, neemt een amateurfotograaf nog een eilandje – een aarden bultje – in waar ik mijn voet wilde neerplanten. We eindigen in een keiharde vertrappelde weide achter de parking. Zouden we nu nog een lus moeten maken om in dezelfde richting als de startrichting over de finish te komen? Dat heb ik alleszins uit de woorden van de speaker opgemaakt. Even zoeken en vragen naar de juiste weg aan een lint en zo kom ik terug aan de camping. Rechtdoor zegt men me, na een nieuwe vraag. Dus toch rechtstreeks naar de finish? Dan heeft de omroeper zich daarstraks toch wel ongelukkig uitgedrukt. Er zit overigens geen chip in het nummer. Blijkbaar hanteert de dure Bearsports-organisatie nog de oude manuele methode. In elk geval, nadat ik onder het spandoek ben gepasseerd, komt een jonge man mij nagelopen om mijn nummer te noteren. Oef, ik sta ertussen, is mijn reactie als ik een dag later de uitslag onder ogen krijg. Ik eindig net onder het uur, mijn tijdsdoelstelling heb ik dus gehaald. Mijn prestatie zelf kan ik het nog het beste verwoorden met de aanmoedigingen die ik kreeg van de toeschouwers na de laatste klim: netjes en keurig. Mijn eigenzinnige keuze voor Vijlen levert me een (fictieve) medaille met twee zijden op: een tegenvallend parcours en een prettig loopgevoel.
Nu snel de douche in om de koude geen kans te geven het door de inspanningen opgewarmde lijf opnieuw af te koelen. We verlaten meteen het overvolle campingrestaurant en vinden nog een vrij tafeltje in Epen waar ik de innerlijke mens kan versterken met een boerenpannenkoek. Na omzwervingen op kleine landwegen geraken we dan toch in Gulpen vanwaar het in rechte lijn terug naar de heimat gaat. Net als Dylan Groenewegen met gebalde vuist over de streep rijdt in Kuurne-Brussel-Kuurne , dixit Christophe Vandegoor, staan we voor de garagepoort in Heukelom.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De spieren strekken voor het vertrek. Kris Pipeleers trekt zich op gang als laatste loper van zijn team. Mijn wedstrijd zit er al op.)

Bokkensprongen
…maakte het weer in de voorbije (trainings)week. Na de bijtende kou van de eerste dagen leek het gisteren wel lente. Alleen had ik dat wat te laat door en vertrok ik met te warme kleding. En was ik opgelucht dat ik na vijftien kilometer mocht …afkoelen. Ik was in het gezelschap van Wesley Serrano die op zoek is naar kilometers in het vooruitzicht van de halve marathon van Visé. Wesley mag dan voorlopig nog niet mijn kilometersvolume in de benen hebben, hij steekt me wel naar de kroon in oriëntatievermogen (vastgesteld in Wegnez) en observatievermogen. In Klein-Ternaaien merkte hij zelfs een pakje wiet op de weg op. Zelf heb ik het niet gezien. Stuur me dus geen mail met de vraag op je ook iets mag hebben. In elk geval maakt de vondst nog eens duidelijk dat de weg Ternaaien – Maastricht (deel uitmakend van “Groet um”) niet alleen een route is voor langeafstandslopers. Een andere Mergelloper, niemand minder dan de voorzitter Francis Loyens, maalde dan weer 26 km af in het open veld tussen Valmeer en Vroenhoven. Met een marathon, ook in mei, als doelstelling.
Nog even terug naar Siberië. Op dinsdag was ik bij een temperatuur van min 2 graden op pad langs het kanaal naar de sluis en de brug van Ternaaien. ik kwam er een jonge man tegen in korte broek. Ieder zijn uitdaging. Mijn wereld was op maandagochtend op een klein uur tijds plots wit geworden. Niets weervoorspelling, het kwam zomaar uit de lucht gevallen. Intussen weten we dat het sneeuwpakket door het Duitse koerierbedrijf “Ruhr Express” werd afgeleverd. En het was echt “mijn” wereld. Want 2 kilometer van thuis was er geen sneeuw te bespeuren. Jean-Pierre Immerix van Veldwezelt viel uit de lucht toen ik hem vertelde dat ik op woensdag op Caestert met Servais Halders anderhalf uur door de sneeuw had gedokkerd.
Geen bokkensprongen voor de deelnemers aan de Vijf uur van Stein (Nederlands-Limburg) zondagmiddag. Daar is net geen tijd voor als je in vijf uren zoveel mogelijk kilometers wil afleggen. Dat moet gebeuren op een rondje van 2,5 km. Ieder zijn afwijking…
Zo, ik kan dus ook nog korte stukjes schrijven. Hopelijk stel ik hiermee mijn trouwe lezer M.R. uit T. tevreden die na zijn croissant en hardgekookt eitje op dinsdagochtend altijd trek heeft in een berichtje uit Heukelom.

zon 11/03/2018 10u30 * Neupré (Challenge condruzien) * 10,7 km * 00:56:34 * 11,3 * 151/500 * 1/7 * ♥♥♥♥

Het is een indrukwekkende groep die om half elf de straten van Rotheux overspoelt. We zijn met 500 in Rotheux, deelgemeente van Neupré, de poort van de Condroz. Het gaat bergaf: niet alleen het aantal, ook de snelheid maakt indruk op de toeschouwers langs de weg waaronder Marie-Paule en Liesbeth, mijn twee fans. Neupré 1Ik probeer al meteen wat achterstand in te halen op de langzamere lopers die een beter plaatsje wisten te bemachtigen bij de start. Mijn schoenen kletteren op het beton. Ik heb in laatste instantie mijn trailschoenen aangetrokken, in navolging van Kris en Maja, die dat op hun beurt deden op advies van de manitou van het joggerswereldje van deze regio, Gaetano Falzone. Ik ben Roland Vandenborne al voorbijgegaan. Ik heb het raden naar de plannen en de conditie van de Truienaar. Mario Smolders hoor ik even later als hij de aanmoedigingen van mijn supporteressen ondersteunt met een luide schreeuw “allez Willy”.
Het is nog even vlak tussen de huizen en dan krijgen we weer een flinke duik waar ik even onder de 4′ per km geraak. Voor de wedstrijd heb ik geruchten opgevangen dat het parcours zou gewijzigd zijn (in vergelijking met 2015, mijn laatste deelname). Maar Stefan Meekers, naast me, ziet geen verschil met vorig jaar. Hij schuift enkele meters van mij weg in de afdaling maar in de donkere Rue du Moulin waar de weg weer omhoog gaat moet hij zijn voorsprong weer inleveren. We zien de laatste 600 meter asfalt voor ons liggen: een stijgende rijweg. Die leidt naar een hoeve waar de echte Condruzien in het bos kan beginnen. Ik heb hier een ruime uitkijk op het flink uitgedunde peloton voor mij. Mijn interesse gaat uit naar het rode shirt, zo’n twintigtal meter voor me, dat van Michel Mancini. Dat is het voordeel bij de veteranen 4: je hebt maar enkele concurrenten in het oog te houden. Paul Delaitte ben ik al in de straten van Rotheux voorbijgegaan. Alleen Michel loopt nog voor me uit. Ik maak van de klim gebruik om in zijn spoor te komen. Aan km 3, waar we het boerenerf oplopen, is het zover. Neupré 2 Niet voor lang want Michel blijkt de hobbelige weg naar de hoeve soepeler af te lopen en blijft ook op een nieuwe afdaling dwars door een weide van jetje geven. We draaien rechtsaf een smal pad in. Ik blijf voorlopig achter Michel die trouwens flink blijft doorpezen. In ons gezelschap loopt ook aînée 2 Monique Kéris. Ik wil haar niet hinderen in haar offensieve drang en laat haar voorgaan. Onderweg worden we aangemoedigd door Rosario Ilardo. “Geblesseerd?” informeer ik, maar zijn antwoord maakt me niet veel wijzer. In elk geval, door zijn luide aanmoediging aan mijn adres vrees ik dat Michel nu weet dat ik niet ver achter ben. Ik had het eigenlijk wat stiekemer willen spelen.
Ik herken dan toch een stukje van het parcours als we een brede bocht maken aan een ven. We moeten hier op het laagste punt van de ronde zijn, ongeveer halfweg. De afdaling – hier en daar in de modder – is achter de rug en heb ik dank zij mijn aangepast schoeisel zonder problemen kunnen afwerken. Vanaf hier blijven de bospaden in stijgende lijn gaan tot aan de rand van het dorp, op een kilometer van de streep. Ik ben nu weer vlak achter Michel. Ik heb voorlopig geen idee of hij mij in de smiezen heeft. Ik wacht op het geschikte moment en een beetje ruimte om voorbij te gaan. Als dat dan toch gebeurt, blijkt hij me toch al herkend te hebben. De klim, van in het totaal 1 kilometer, gaat voor de laatste 400 meter over het gloednieuwe asfalt van de Rue de Berleur. In de haarspeldbocht naar de rijweg kijk ik even achterom en zie dat Michel al meteen een veertigtal meter afstand heeft opgelopen. Op de smalle strook achter de kegeltjes die voor ons is voorbehouden zit ik plots vlak achter André Piron, een veteraan 3 van Seraing. Ik heb hem al enige tijd in het vizier maar ik heb me voorgehouden in deze wedstrijd niet achter elke bekende en onbekende aan te gaan. Op de smalle loopstrook zit ik zelfs zo kort achter hem dat ik enkele keren verrast word door de kegeltjes en een kleine uitwijkbeweging moet maken. Seingever Croce Falzone stuurt ons opnieuw een bosweg in, wenst ons “courage” en kondigt meteen de bevoorrading aan. Ik houd het bij een klein slokje. André Piron en Monique Kéris nemen wat meer tijd maar zullen hun verloren positie snel weer goed maken. Voor ons ligt het château d’Englebermont te schitteren, midden in de natuur. Het pad door het kasteelpark is even wat breder dan de smalle boswegeltjes waarover het parcours voornamelijk loopt.
We zijn bezig aan een prachtig rondje door de Condroz in voorjaarstooi. Een voorwaarde om volop van al dit moois te genieten: een goede conditie en vandaag de juiste schoenen. Ik beleef alleszins een van mijn betere dagen. Ik ben net op tijd hersteld van de overdaad aan kilometers in de eerste dagen van vorige week. Intussen ben ik genaderd op een groepje met Marcel Baeckelandt. Serge Gillet ben ik al voorbijgegaan. De minnestreel (hij dankt die eretitel aan zijn kapsel) is de vader van winnaar Geoffray. Maar hij mist duidelijk nog wat kilometers in het begin van het seizoen. Op de foto hierboven heeft u al gezien dat de zoon al in blakende conditie verkeert.
In de zevende kilometer wacht weer en lange en bijwijlen pittige helling. Ik wroet me naar boven kort achter André en Monique. Op een plateautje krijgen we plots een vreselijke kasseiweg onder de voeten. Is dit ook een chaussée romaine? De stenen zijn in elk geval even puntig en gemeen. “Miserie, miserie” grijns ik in het voorbijgaan naar Marcel Baeckelandt. Die loopt hier op reserve. Volgende week gaat hij even de Petit Ballon beklimmen in de Elzas. De kleine trail, slechts 27 km… Twee veteranen 1 van Seraing gaan me met een stevig tempo voorbij. Even verder staat een van de twee stil, te wachten op zijn maat die op een akker zijn blaas ledigt. Neupré 3 Het zijn de heren Campeggio en Cinquina, bezig aan een ontspannend zondagochtendloopje.
Aan km 8 komen we weer even in de bewoonde wereld. Dan draaien we weer rechtsop voor een nieuwe klim in het bos. Ze hebben de steilste helling precies bewaard voor het laatste deel. Ik verlies wel een plaatsje maar haal andere lopers voor me dan weer in. Eens boven hebben ze dan weer de modderigste passages voor ons in petto. Ik heb hier verkend samen met Noël Heptia en ben dus voorbereid op wat komt. Is dat trouwens Noël niet die ik daar in de verte zie? Met zijn lange witte benen op de grasstrook links van het pad, zoals hij vooraf had gezegd. Dat is ook zo, blijkt na de aankomst. Hij eindigt 20 seconden voor me. En Kris Govaerts, vraagt de trouwe lezer zich nu af. Wel, die heb ik alleen voor de start (en na de aankomst) gezien. Het heeft bijna drie jaar geduurd maar eindelijk kan ik Kris nog eens kloppen. De smaak van deze overwinning smaakt nog zoeter dan de beste champagne.
Maar de wedstrijd is nog niet afgelopen. Verder met het verslag. Ik besluit dan toch een aanval in te zetten op André Piron. In een met waterige smurrie verzopen bocht ben ik al voorbij en verlaat ik het bos onder het oog van fotografen Jo Defère en Louis Maréchal. De laatste kilometer op het asfalt. Dit lijkt wel Angelique Heindrichs die hier voor me aan het zwoegen is en zich zelf oppept. Na de hellingen en de modder in de laatste 2 km reageren de spieren niet meer ogenblikkelijk op het bevel van de hersenen om weer meer snelheid te maken. Ik geraak dan toch weer op gang, voldoende om Angelique voorbij te gaan. Monique heeft wel nog de soepelheid om te versnellen in de laatste 300 meter. Ik haal nog even de 15 per uur in de laatste rechte lijn terwijl ik de onvoorspelbare bewegingen van enkele loslopende kinderen in de gaten hou. Toch duikt er plots nog een woelwater voor me op aan de rechterkant. Ik kan net een valpartij (en een kindermoord) vermijden en beëindig ongehavend en met een uitstekend gevoel de streep van de Neupréenne.
Neupré 4 De infrastructuur hier in Rotheux biedt de ruimte en het comfort om een grote massa lopers te ontvangen. In de hal zwengelt Gaetano Falzone het enthousiasme voor het tienjarig jubileum nog wat aan. Twee collega’s – Baudouin Fastré en de onvermijdelijke Mauro Calogero – hebben alle tien de lopen meegedaan en worden letterlijk met geschenken overladen. In ons gezelschap aan de tafel vallen we met drieën in de prijzen. Jean Tempels wordt tweede bij de veteranen 2. Op de laatste helling in het bos heeft hij Antonino Diliberto uit Crisnée moeten laten gaan. Maja Van Zand heeft wel een nieuwe concurrente, Myriam Jungblut, maar blijft afgetekend op nummer een. En uw dienaar vindt op het hoogste trapje van het podium troost voor de last van de voorthollende jaren. We krijgen een bijzonder fraaie kistje met accessoires voor fijnproevers en uiteraard een fles wijn.

(Foto’s Marie-Paule en Carine Heyne. Foto 1: Geoffray Gillet heeft maar enkele honderden meters nodig om zijn overwicht te bewijzen. Foto 2: Michel Mancini, met baardje. Foto 3: De voorlaatste bocht voor Angelique Heindrichs. Foto 4: Mauro Calogero en Baudouin Fastré, de trouwste Neupréens.)

zon 18/03/2018 10u15 * Berloz (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:52:21 * 12,5 * 98/240 * 1/5 * ♥♥♥♥

De IPICO-chip zit vast onder mijn veters, ik ben klaar voor mijn eerste Hesbignon-loop van het seizoen. Of nog niet helemaal. Ik twijfel nog over mijn kleding vanochtend. Daar is ook alle reden toe. De siberische koude stelt ons voor een moeilijke vestimentaire keuze. Onder mijn mutsje heb ik een bandana om mijn oren te beschermen. Ik trek dan toch maar mijn windvestje uit om geen ingepakt gevoel te hebben in de windvrije zones. En houd mijn lange trainingsbroek aan. Er zijn toch nog een twintigtal vertrekkers in korte broek. Een enkele jonge (en hopelijk) snelle deelnemer loopt zelfs in singlet. Ieder heeft zijn eigen, soms opvallende keuze gemaakt. De passage van de lopers op de eerste helling, vastgelegd door Nadine Claessens, lijkt wel op een modeshow van winterse sportkledij.
Het deelnemersaantal van 240 bewijst alleszins dat de koude niemand uit Berloz heeft weggehouden. Atletiekclub Alken heeft weer zijn zonen en dochters uitgezonden. Drie van hen – als ik goed heb geteld – gaan ook met prijzen naar huis. Martine Sobkowiak en Femke Driesen, tweede en derde bij de seniores dames. En Peter Bellen, tweede bij de veteranen 1. Bij het lezen van de uitslag achteraf ben ik verbaasd enkele namen van bekenden terug te vinden die ik nergens heb opgemerkt. Wie ik wel zie, althans voor de start, is Mario Smolders. Hij torent uit boven de dichte rijen voor me. Een start-schot, -bel of -fluitje horen we niet in het tweede deel van het peloton. Wanneer we de rijen voor ons in beweging zien komen, gaan we er maar achteraan. Jogging is geen ingewikkelde sport.
Mijn voorbereiding op deze loop ben ik enkele dagen geleden al begonnen… met het lezen van mijn verslag uit 2014. Daar mag, zoals vaak, veel flauwekul in staan, voor mij was het een leerrijk document. Ik lees dat een te snelle start op de eerste klim mij toen de hele wedstrijd parten heeft gespeeld. Berloz 1 Die fout wil ik dit jaar niet meer maken. De helling in kwestie begint na 600 meter. We zijn dan het dorp al uit en ik ben Michel Mancini al voorbijgelopen. Die houdt het vandaag bij een kalme start. Een koude omgeving is niet echt zijn geliefkoosde biotoop. De eerste helling steekt zich niet weg. We zien meteen hoelang de klim duurt en welk percentage we voor de voeten krijgen. 700 meter en zo’n drie percent. Armand Pirotte – hij verafschuwt de koude, vertelt hij me voor de start – gaat me hier nochtans voorbij. Ik hou reserves, in het gezelschap van Stéphane Riga, zoals Armand ook van Hoei, en een veteraan 1 met wie ik toevallig bij de opwarming heb kennis gemaakt, Dominique Vanderwaeren van Landen. Drie moedige en koudebestendige fotografen nemen het al uitgerekte peloton in het vizier.
Na 1,3 km zijn we boven en draaien we linksaf, nog steeds op een ruilverkavelingsweg. De oostenwind blaast hier pal in het gezicht. En snijdt door merg en been. Deze twaalfhonderd meter rechtdoor in het open Haspengouwse veld op het hoogste punt van het parcours moet de koudste strook zijn die ik ooit in competitie te verwerken heb gekregen. Ik merk dat ik langs Stéphane Riga loop. Beiden in de wind, dus. Wellicht is het ietsje makkelijk achter de rug van de lange Stéphane. Maar de genadeloze wind weet me ook hier te vinden. Het bord “Berloz” kondigt het einde van de glaciale verschrikking aan. Even verder draaien we weer linksaf, richting het dorp. Op de licht dalende weg tegen een helling aan zijn we beschut tegen de sadist uit het Oosten. We maken een kronkel door het dorp waar enkele supporters langs de weg staan. Ik merk Marie-Paule op en wijk op de brede weg naar rechts uit om beter op de foto te staan. Ijdelheid is een van mijn vele ondeugden. Dominique volgt mij maar vraagt zich waarschijnlijk af wat de bedoeling is van mijn manoeuvre. “Voor de foto” roep ik hem toe. Als die dat gaat vertellen in Landen… Na een kruispuntje en een blinde bocht brengen twee lange rechte wegen, samen ongeveer 1 km lang, ons naar de spoorweg en de autoweg die hier parallel lopen. Ik ben nog steeds in het gezelschap van Stéphane en Dominique. Voor de eerste plaats in mijn leeftijdsklasse zit ik gebeiteld. Vorige week heb ik nog enige reserve aan de dag gelegd, maar vandaag wil ik voluit gaan. Ik zou wel zin hebben gehad in een robbertje met Juul Kempeneers maar die is wegens ziekte thuis gebleven (info van Dominique). Mijn focus gaat nu uit naar Armand Pirotte die me in het begin van de wedstrijd is voorbijgegaan maar niet echt afstand kan nemen. De temperatuur is hier draaglijk, alleen hebben Stéphane en ik wel last van snot. Dat ik al wat makkelijker kwijtraak dan Stéphane die voortdurend met een papieren zakdoekje in de weer is. We verlaten even het beton voor een strook onverhard in een parkje langs de autoweg. “Onverhard” bij manier van spreken, want de ondergrond is natuurlijk beenhard. Philippe Gheury is intussen komen aansluiten. We draaien samen onder het autowegviaduct door onder het goedkeurend oog van Fernand Schosse, trainer van Seraing. Voor Corswarem draaien we linksop, richting Rosoux. Een smalle passage tussen twee rijen boompjes zorgt voor variatie in het stratencircuit. We komen dus net niet in het dorp aan wie “PH”, Paul-Henri Corswarem (23ste vandaag), zijn naam dankt. Dominique heeft intussen moeten afhaken. Ik ga verder met Stéphane op jacht naar Armand. Al vermoed ik dat mijn gezel van het ogenblik niet zo gefixeerd is op zijn teamgenoot Armand als ik. Ik ben nu op een vijftal meter genaderd op het groepje met Armand. Philippe Gheury heeft ons achtergelaten en zit nu ook in het groepje van Armand. Berloz 2 Het parcours golft zachtjes op en af. Op een van die glooiingen blijft Stéphane achter, zonder dat ik er aanvankelijk erg in heb. Armand heeft intussen in de smiezen gekregen dat ik hem op de hielen zit. Hier – we zijn bezig aan de zesde kilometer – heb ik een vrij uitzicht op de rij lopers voor me. En probeer ik antwoord te vinden op de prangende vraag waar Mario Smolders wel mag uithangen. Ik voel dat ik nog een versnelling aankan in de volgende kilometers om hem alsnog in te halen. Maar geen Mario te zien, zover mijn oog reikt. De flyby (vergelijking) op Strava zal me wijzer maken. Mario is sneller gestart en, op het middenstuk na, sneller onderweg. Gewoon beter dus. Maar is dat Noël Heptia niet, daar wat verder in het rood? We draaien een smal graspad in, bezaaid met dode bladeren. En stel de vraag aan Armand, nu vlak voor me. Ik denk het wel, is het antwoord. Op hetzelfde pad dat nu weer stijgt kom ik snel dichter. We passeren de kerk van Rosoux en maken een bocht, een langgerekte U, in het dorp. Voor de rotonde, op het eerste been van de U, ga ik de veteraan 2 uit Ivoz voorbij. Hij trekt wat met het rechterbeen, merk ik op. Zijn korte broek was me al vroeger opgevallen. De overige posities veranderen nauwelijks. Armand en Philippe spelen enkele keren haasje over. Telkens de weg licht oploopt merk ik dat Armand sneller in het juiste ritme zit. Met dank aan de 1500 meter-trainingen op de Hoeise atletiekbaan. Een keer kom ik met een korte versnelling naast hem. Alweer nadat ik een fotograaf naast de weg zie. Nu maar hopen dat Louis Maréchal zijn objectief op ons heeft gericht. Misschien heeft hij meer oog voor de gracieuze armbeweging van Bernard Dubois die we net hebben ingehaald. Bernard neemt Françoise Debaty (tweede a2) op sleeptouw. Samen met Carine Munaut doen ze na de wedstrijd nog een uitgebreide cooling-down. Some like it cold… Na dat intermezzo neemt Armand opnieuw zijn 2 meter voorsprong. Rond km 8 worden we weer een smal pad ingestuurd. De mevrouw seingeefster geeft met een duidelijk gebaar de richting aan. Een model in het genre. Het is het moment om de prijs voor de man van de wedstrijd toe te kennen. Die gaat niet naar één man of één vrouw maar naar alle vrijwilligers-seingevers die op deze gure ochtend zo’n anderhalf uur de koude hebben getrotseerd om ons de gelegenheid te geven onze lievelingssport te beoefenen.
Vanuit Rosoux gaat het opnieuw oostwaarts naar de finish. De wind heeft hier weer vrij spel. Veteraan 1 Philippe Masset maakt gebruik van de korte klim naar de autowegbrug om me weer voorbij te gaan. De korte afdaling biedt weinig soelaas want daar doemt een nieuwe helling op, 500 meter rechttoe rechtaan naar de rand van het dorp. Armand toont meer souplesse en neemt een vijftiental meter voorsprong en haalt ook weer Philippe in. Ik vecht alleen in de wind tegen het groepje voor me. Ik kan met de nodige taaiheid de schade beperken. Uit de achtergrond snelt senior Mark Groffi mij en nog 5 collega’s voorbij. Indrukwekkend maar te laat voor een spraakmakende uitslag. Mijn ogen lijden onder de ijskoude bries. Mijn zicht is zowaar wat troebel geworden als ik rechtsaf sla richting finish. We hebben overigens nog twee bochten en een kilometer te gaan. In die kilometer laat Philippe het duo Pirotte-Masset achter, consolideert Armand zijn voorsprong op mij en loop ik nog mijn snelste kilometertijd. Ik blijf uit de greep van een snel naderend geel gevaar achter mij. Een jong manneke dat god weet waar vandaan komt (van de 5 kilometer-loop?) zet een furieuze spurt in langs mij maar moet vijftig meter voor de streep uitgeput naar adem happen. Een degelijk gemiddelde, een plaats vlak achter veteraan 2 Armand, meer moet dan niet zijn. Of toch, een warme douche.
De barre omstandigheden hebben ook de organisatoren een loer gedraaid. De doucheverwarming laat het afweten en het toilet is vastgevroren. Het ongemak treft echter alleen de dames. In de mannenkleedkamer, gehuld in een mist van waterdamp, is de douche zelfs zo heet dat alleen doorwinterde sauna-gebruikers zich onder de straal wagen.Berloz 3 Ook onder de tent is het kouwkleumen in afwachting van de prijsuitreiking. Beschouw deze beschrijving niet als botte kritiek op de organisatie. De omstandigheden waren wel echt extreem. Ook in de tent was er een kacheltje en een warmteblazer. Te weinig, maar mag je van een vrijwilligersinitiatief en voor een inschrijving van 5 euro meer eisen? Trouwens volgend jaar beter, belooft organisator Alain Happaerts. De eindbalans in de beoordeling valt overigens positief uit met prijzen voor de eerste drie van niet minder dan 16 klassementen. En een tombola. Tussen de sterke prestaties vallen mij vooral de chrono en de totaaluitslag van Raymond Demaret (v3) en Anne Kerens (a2) op. En de comeback van Max Knapen, tweede veteraan 2. Beladen met fruit en afgeleide producten – voor de gezonde appetijt – zoeken we de thuiswarmte op.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Enzo Noël overvleugelt het peloton. Foto’s Marie-Paule: Foto 2: Na 3 kilometer voor Dominique Vanderwaeren en Stéphane Riga. Foto 3: Voor de liefhebbers van podiumfoto’s. Links op het podium: Michel Mancini. Rechts: Mauro Calogero.)

zon 25/03/2018 10u15 * Tihange (Challenge condruzien) * 11,3 km * 01:07:26 * 11,3 * 126/370 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is vroeg dag in Tihange als we om kwart over tien op gang worden geschoten. Door de verandering van uur lijkt het even voorbij negen. Het is nog fris maar de zon gaat zich dadelijk van haar beste kant laten zien, zoveel is zeker. We zijn vertrokken voor meer dan een uur klimmen en dalen in de bosrijke omgeving van het dorp in de Maasvallei dat beheerst wordt door de koeltorens van de beruchte kerncentrale. Een zevende van het deelnemersveld klaart de klus binnen het uur. Door de lussen in het parcours kunnen we die snelle jongens en meisjes zelfs even in actie zien vanuit de achtergrond. De omloop leidt door niet minder dan vijf kasteelparken. De meeste privé en speciaal voor deze loop opengesteld. De route loopt voornamelijk door het bos, hier en daar afgewisseld met een strook asfalt. Een vijver en een beekje maken het bucolische plaatje af. Om van al dat fraais te genieten, beschik je het beste over een degelijke conditie. Voor wat hoort wat… Het hoogteprofiel vertoont twee bulten. Dat betekent op de relatief lange afstand van 13 km lange klimmen en lange afdalingen met deze nuance dat je vanwege de ondergrond en de vaak smalle en bochtige paden de “verloren” tijd in het klimmen nooit kan goedmaken bergaf. Dit is de condruzien “par excellence”.
Na nauwelijks 200 meter lopen we al het eerste kasteelpark in. Het vlakke lusje rond het kasteel op een zachte ondergrond biedt me meteen de gelegenheid de benen te strekken. En ik voel dat het goed zit, nu nog 13 km volhouden… We lopen even terug in de richting van de startplaats, maar al snel worden we de hoogte opgejaagd. Na 500 meter heb ik Michel Mancini al te grazen. Een scherpe bocht aan de poort waar we daarnet het park zijn ingedraaid is het begin van een helling die almaar moeilijker en drassiger wordt. Tihange 1 Maar op het einde van de smalle gleuf, na 1,3 km, hebben we eigenlijk al de modder voor vandaag gehad. Het blijft echter klimmen, deels op het asfalt, deels op onverhard of een ondergrond die niet goed weet te kiezen tussen de twee. Tussen het gehijg en het getrappel hoor ik plots een metalen Engelstalige vrouwenstem. Een collega is onderweg met een sprekende afstandsmeter. De eerste bult hebben we nu achter ons.
We zijn drie kilometer ver… en hebben al een jasje uitgedaan. Een enorm Boeddhabeeld staart ons aan als we door het park van het Château du Fond L’Evêque lopen. Boeddha staat daar niet zomaar. Google maar eens “Tibetaans instituut Hoei”. Maar we moeten verder. “Kom op Willy, dalen nu” moedigt Armand Pirotte me aan. Hij heeft zich daarnet even omgedraaid om te zien wie hem daar als een schaduw volgt. Ik loop al een kleine kilometer achter hem aan. Dat lijkt een strategie maar is gewoon toeval. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, hoewel, zoals vorige week in Berloz, Armand net dat tikkeltje meer kracht in de benen lijkt te hebben. Met al die sympathisanten is het al wat gemakkelijker, plaag ik hem. Ik ken vooral het parcours, is het antwoord. “Bien gérer”, goed indelen, is het belangrijkste, aldus mijn mentor van de dag. De route leidt ons over een ruim grasperk naar het Château de Bonne Espérance. De kasteelheer (?) heeft zich voor zijn kasteel in een gemakkelijke stoel geïnstalleerd om ons gade te slaan. Een dikke honderd meter voor mij moet hij daar Eric Martin gezien hebben. Op de Rue du Petit Bois, op asfalt van het betere soort, gaat het zo’n 400 meter weer flink omhoog. We zijn nog maar aan km 5 en het doet hier al flink pijn. Ik laat enkele meters op Armand die boven op me wacht – zo lijkt het althans – en we zetten samen de afdaling verder. We houden er een flinke vaart in op weg naar een viaduct. Er zijn er die dat nog sneller doen, we leveren enkele plaatsen in aan jongere elementen. Opletten dat ik niet in een beekje tuimel. Gelukkig is het “brugje” breed genoeg, ook voor stijve harken als ondergetekende. Ik sla de bevoorrading over. Die is strategisch opgesteld aan een knooppunt van een lus van 2,7 km. In Tihange houden ze wel van kronkels, er zitten er vijf – kleine en grote – in het parcours.
We zijn nu op het laagste punt van het parcours, dat is dus in de Maasvallei. De koeltorens van de kerncentrale doemen dreigend voor ons. Ze spuwen witte damp in de staalblauwe lucht, een indrukwekkend schouwspel dat ik voor het eerst opmerk in mijn derde deelname. Dat is nochtans het traditionele parcours, verzekert Armand me. Kasteel 4 komt eraan. Het Château de la Neuville en zijn voornaamste attractie – voor ons alleszins – de koestal. Speciaal voor ons is er vers stro gelegd op de betonvloer om niet uit te glijden op de… Een condruzien zonder doortocht door een hoeve is als een dame blanche zonder slagroom. De passage door het Centre de Formation continuée zou hier onvermeld blijven als niet een van de lopers voor me haast een aantal verkeersborden had omgelopen. Kosta Sifakakis draait zich op het verkeerde moment om maar weet het obstakel nog nipt te vermijden en kan zonder kleerscheuren verder. Goed voor hem of hij had thuis niet kunnen vertellen dat hij twee plaatsen voor mij geëindigd was. Even verder kruisen we de lopers die al een kilometer meer achter de hielen hebben. Die afstand ben ik achter op José Lemos-Cruz… en voor op de nummer 3 van mijn categorie, Paul Delaitte.
Ik neem toch een slok bij de tweede passage aan de bevoorradingstafel en begin met enige angst aan een steile helling op een ondergrond van stenen. Hier heb ik daarstraks de eerste twee van de race zien voorbijkomen. De grimas op het gezicht en de ongemakkelijke foulée van de tweede Stephen Radelet beloven niet veel goeds. Ik kies mijn eigen tempo in de hoop niet compleet stil te vallen. Na een scherpe bocht neemt het stijgingspercentage wat af en kan ik een redelijk tempo onderhouden. Het RFC Liège-clublid Pauline Seldeslachts – even blond als jong – die we rond km 5 hebben ingehaald, heeft blijkbaar goed gedoseerd en gaat ons weer voorbij. Nu, ze zal het parcours wel kennen en heeft, te horen aan de herkenningskreten langs de weg, hier alleszins heel wat supporters. Angélique Heindrichs verliest dan weer enkele plaatsen.
We zijn intussen 10 kilometer ver. Net hier waar je naar het einde snakt hebben ze boomwortels op de route uitgestrooid. Dat zijn kwelduivels voor mijn spieren. Armand neemt een kleine voorsprong. Ik denk dat het moment van het afscheid is aangebroken. Maar na een tweehonderdtal meter kom ik toch weer beter in mijn ritme en sluit ik weer aan. Armand merkt dat ik weer in zijn spoor zit en vindt dat blijkbaar OK. Ik heb al vanaf het begin van onze gezamenlijke tocht de indruk dat hij op mij wacht. Al ontkent hij dat na de finish. Het bospad wordt nog smaller en hobbeliger. Maar opgejaagd door de adrenaline en de lopers achter je blijf je tempo maken. Vanachter mijn rug roept Armand me toe dat hij dadelijk zijn duizendste wedstrijd beëindigt. Ik moet de felicitaties tot straks uitstellen, geconcentreerd als ik ben op deze enerverende strook. Na een korte maar hevige afdaling – “ik kan niet meer stoppen” hoor ik een loper achter me, naast me en voor me (ik heb het over dezelfde loper) – zijn we verlost van de ellende. De moeilijkste 2,5 km van het parcours, althans voor mij. Tihange 2 Noël Heptia, daarentegen, leeft zich uit op dit soort paden. We zullen ons dadelijk afvragen of we de Seraingrunner daar voor ons uit zien. Maar hij heeft een gat geslagen geslagen van 2 minuten en staat al in de zon te blinken als wij binnenlopen. Maar zo ver zijn we dus nog niet. Eerst nog een afdaling op het asfalt. “Geen péket voor mij”, antwoordt Armand de opgewonden dames die hem en de andere deelnemers een glaasje likeur aanbieden. “Ik moet Willy volgen”. Humor heeft de nieuwbakken Hutois nog over, lucht wat minder. Want, gek genoeg, Armand schijnt het moeilijk te hebben om mij te volgen. Ik heb het ritme opgeschroefd en Pauline weer ingehaald. Ik geef ook het tempo aan in de afdaling door het park van het Château Poswick (te koop, voor de geïnteresseerden), daarbij uitkijkend om mijn enkels niet te verstuiken op het ongelijke pad. Nog even over kasseien en door de poort. We gaan hier toch niet sprinten, bedenk ik en laat Armand langs mij komen. Die heeft het ook zo begrepen en we overschrijden samen de streep. Zij het met enige vertraging om Frédéric Robinet de kans te geven de finish van de duizendste van Armand vast te leggen. Mijn gezel kan het niet laten om na de aankomst nog wat zout in de wonde van Michel Mancini te wrijven als hij hem langs zijn neus weg zegt dat hij haas heeft gespeeld voor mij. Michel is er nog mee weg ook…
De laatste moeilijkheid van de dag moet nog komen, de prijsuitreiking. Ik weet uit ervaring dat het hoogste schavotje hier erg hoog is. Als veteraan 3 had ik in een ver verleden al eens de eer hier te staan. Hoogtevrees en een licht verdoofd rechterbeen (die hernia wil er niet meer uit) zijn de verklaring van mijn onzekere houding. De speaker geeft me met zijn arm wat extra stabiliteit. Hij doet dat met de nodige discretie zodat mijn gewiebel hopelijk niet op de foto’s te zien is. We kunnen jammer genoeg niet lang genieten van het zonnetje op het voorpleintje van het Gymnase. Een afspraak roept ons terug naar Riemst.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het eerste kasteel op onze “Tour des Châteaux”. Foto 2: Met Armand Pirotte onder de poort van het laatste kasteel, net voor de aankomst.)

Balans van de paasweek
Feit: keelontsteking en ontsteking van speekselklier.
Gevolg: felle pijn, twee dagen en twee nachten. Niet geslapen: drie nachten. Niet gegeten: drie dagen. Niet gepraat: drie dagen.
Gemist: drie trainingen en een stel lamskoteletjes.
Verrijzenis : uitgesteld tot een latere datum.

Parijs

Parijs
Nu ik verstek heb moeten geven voor de geplande loop in Warnant-Dreye heb ik de focus dit weekend verplaatst naar… Parijs. Tussen de 55000 deelnemers zoek ik naar de turquoise shirts van vier Zuid-Limburgers. Daar is Joris Vanderbeuken van Heur. Hij is op weg naar een tijd van 3u42′. Even voor hem ontwaar ik Joren Menten van Borgloon, 3u38′. Ik baan me een weg naar voren door een kluwen van duizenden lopers. Daar is de man die ik zoek, Wim Meyers van Vlijtingen. Hij mist dat tikkeltje conditie om zijn tijd van Valencia te benaderen maar met een chrono van 3u06′ en een gelijke split blijft hij uitzicht houden op zijn droomtijd in een van de volgende marathons. Wim traint op schema’s opgesteld door Christophe Roosen van Tongeren. Die daar zelf ook beter van wordt. En niet zo’n klein beetje. Bij zijn eerste marathon nipt onder de drie uur. En nu met de klap zeven minuten sneller. Waar gaat dat eindigen?
In de CJPL-loop van Blegny worden alle leeftijdsgebonden wetmatigheden omvergekegeld. De rijpe veteraan 3 Servais Halders loopt doodleuk mee in de voorste gelederen van het peloton: plaats 15 op een totaal van 250. Winnaar bij de veteranen 4, Roger Dosseray, gaat de meeste veteranen 3 vooraf. Michel Mancini doet nauwelijks voor hem onder. En de 78-jarige Mauro Calogero eindigt nog ruim in het eerste deel van het deelnemersveld. Talent, motivatie, karakter, taaiheid? Zoals Jo Schoonbroodt, ook al flink op weg naar de zeventig. Hij flikt het opnieuw, zijn zeventigste(?) marathon onder de 3 uur in Rotterdam.

(Foto 1: Vermoeide benen maar lachende gezichten. Van links naar rechts: Wim Meyers, Christophe Roosen, Joren Menten en Joris Vanderbeuken. Foto 2: Man van de dag.)

vri 13/04/2018 19.15u * Bruyères (Challenge L’Avenir) * 8,5 km * 00:43:26 * 11,8 * 199/455 * 2/6 * ♥♥♥

Door het virus dat mij meer dan een week in zijn/haar greep hield, heb ik mijn wedstrijdplanning moeten aanpassen. Maar “elk nadeel heb zijn voordeel” en zo ben ik na zes jaar nog eens in Bruyères, in het hart van het Land van Herve. Het mooie parcours is me altijd bijgebleven. Ik herinnerde me vaag dat ik die wedstrijd toen ook na een onderbreking had gekozen. Het verslag van 2012 leert me nog meer. Dat ik toen ook, net als nu, een pijnlijke keelontsteking had verwerkt. Blijkbaar is mijn gestel in de maand maart gevoelig voor aanvallen van het kleine gespuis. Hoe dan ook, de gedwongen pauze heeft een verwoestend effect gehad op mijn benen. De ergste verzuring heb ik er met enkele korte en trage loopjes uitgezuiverd. Maar het blijft gokken hoe het organisme zal reageren in wedstrijdomstandigheden.
“Daar is hij eindelijk” is mijn reactie als ik een minuutje voor de start Roger Dosseray enkele rijen voor me zie. Hij was al opgemerkt door twee ooggetuigen, Nicolas Bynens en Marie-Paule, voor mij bleef hij onvindbaar tijdens de opwarming. Ik heb voor alle zekerheid de laatste kilometer verkend. Een sprint met Roger is nooit uitgesloten. Bruyères 1 Uit de parcoursbeschrijving onthou ik vooral dat er ons enkele lange klimmen en afdalingen te wachten staan. Als welkomstgeschenk krijgen we een afdaling van 800 meter naar de Trou du Chat. Ik ben gestart als een raket. Deze beeldspraak doelt dan vooral op het gevoel. Op filmbeelden van Marie-Paule lijkt het eerder een gezapig galopje. Met mijn felle start hoop ik het gevoel van sufheid dat vanavond over me hangt weg te vegen. En hoop ik in de buurt van Roger te blijven. Van wie ik dan weer de indruk heb dat hij een langzame aanloop neemt. In het gewoel voor me herken ik Béatrice Kevelaer. Ze zal dadelijk afstand nemen. Voorbij het kattengat worden we linksaf gestuurd. Weldra begint de eerste klim. Ik nader op Roger. Boven op de Rue du Château loop ik haast in zijn spoor. Alsof het parcours zo nog niet moeilijk genoeg is, duwt een jonge lopende vader een wandelwagen voort. Onder een plasticzeiltje zitten twee kinderen tegen elkaar aangedrukt. Die vader heeft trouwens nog grotere plannen. Over enkele weken wil hij op die manier een marathon afleggen. Hij bereidt zijn ukjes alvast voor op een tocht van 3u30′. In de afdaling stormt hij mij weer voorbij. Later dwingt de route hem wel tot een rustiger tempo.
Mijn fans die nu verwachten dat ik Roger in de afdaling met een verschroeiende versnelling ga achterlaten, moet ik helaas ontgoochelen. Ik verlies weer alle terrein dat ik daarnet met moeite op de klim heb goedgemaakt. De weg gaat steil naar beneden, de harde klappen op het asfalt pijnigen een onwillige spier in het onderbeen. Na enkele meters op het vlakke worden de benen opnieuw door elkaar geschud op de graszoden van een weide. De boer (?) slaat onze doortocht gade vanachter een houten afsluiting. Na 3,5 km kondigt zich de tweede beklimming aan. 1,8 kilometer met een overloop na twee derden. Ik knabbel wat van mijn achterstand af en blijf Roger op “inhaalbare” afstand houden. Eric Joway geeft er even verder de brui aan. Achteraf zie ik dat hij zijn beste krachten spaart voor de 15km-loop in Glons zaterdag. Ik heb wel zin in een slokje bij de bevoorrading maar durf niet nog meer terrein verliezen en ga dan maar met droge tong door. Op het einde van de helling komen we tussen de huizen, een woonstraat van Grand-Rechain. Hier op het plateau kunnen we even genieten van een vlak stuk, in deze contreien even zeldzaam als water in de woestijn. De asfaltwegen slingeren zich verder tussen de weiden. We lopen van boerderij naar boerderij. Waar het parcours bereikbaar is met de auto troepen fans samen om hun favorieten aan te moedigen. Bruyères 2 De lange hellingen zijn achter de rug, nu worden we over korte maar nijdige bultjes gestuurd. Roger toont geen enkel teken van verzwakking. Ook al loopt hij zonder druk – hij weet immers niet dat ik achter hem volg – blijft hij stevig doorjassen. Ik ben redelijk voorin gestart maar word nu overrompeld door hele trossen opkomende lopers.
Vanaf km 7 gaat het voornamelijk bergafwaarts. Wie nog jus in te benen heeft kan hier nog een versnelling plaatsen. Die zit er voor mij niet in. Het mooie parcours is ongenadig voor wie, zoals ik vandaag, kracht ontbeert in lijf en leden. Roger neemt nog meer voorsprong. Hij is nu zelfs uit mijn gezichtsveld verdwenen. Er snellen mij nog meer lopers vanuit de achtergrond voorbij. Aan km 7,5 steken we de rijweg naar Manaihant over. Dat is een van de dorpjes rond Herve. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Maar voor wie zelf eens een rondje wil proberen hier, in plaats van met een borrelnootje en een drankje het verslag te lezen van een ander, in al die dorpjes rond Herve worden loopwedstrijden gehouden. Zeg dus niet dat u het niet weet. Hier staat het bord dat de laatste kilometer aangeeft. Veteraan 3 op rust, Pierre Bruwier, die ik al vroeger langs de weg heb opgemerkt, volgt hier de finale. “Roger is niet ver voor je”, roept hij me toe. Als aanmoediging helpt het me niet vooruit. Mijn enige zorg is het verlies te beperken. Eerst nog even verder naar beneden, dan de laatste helling van 400 meter naar de finish. Jean-Marie Deflandre, die ik daarstraks nog heb achtergelaten, gaat me op de valreep nog voorbij. Dat doet ook de “espoir” Tom Deru, onder luid applaus van de fans langs de weg. Ik hoor het geknars van het wagentje met de kinderen plots weer achter me maar kan de energieke vader Cédric Lemaire nog net voor blijven. 43 minuten: voor de tijd durf ik mezelf het bordje met de drie hartjes tonen, voor het gevoel zit ik onder de helft. Toch te vroeg herbegonnen?
Na de finish zoek ik opnieuw vergeefs naar Roger. Maar die is al gewassen als ik de doucheruimte binnenga. Nicolas Bynens is er ook al, hij is enkele plaatsen voor Roger geëindigd. Zijn voorspelling dat ik hem zou inhalen blijkt te pessimistisch. Roger is verbaasd mij te zien als ik hem feliciteer met zijn prestatie. “Maar goed”, zegt hij, “dat ik geen idee had dat je achter me liep, het zou me alleen maar meer stress hebben opgeleverd”. Hij diept nog een paar Kalenji-handschoenen op uit zijn tas, mijn prijs van Heusy nu al twee maanden geleden. Gratis douche (waar is die niet gratis?), daar pakken ze hiermee uit. Maar ik wil geen kou vatten in een lange rij wachtenden voor ocharme één douchekraan en trek dan maar snel droge kleren aan. Ik verorber een pain-saucisse in de intussen volgestroomde zaal. We wachten lang op de prijsuitreiking maar de organisatoren wachten nog langer en zo druipen we voortijdig af. Vertrek in mineur…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming. Foto 2: De besten hebben al voorsprong genomen op de lange sliert in de eerste afdaling onmiddellijk na de start.)

zon 22/04/2018 11u * Montzen (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:43:07 * 11,5 * 131/289 * 1/3 * ♥♥♥

Ik grijp dit weekend de kans om de naam Montzen op mijn to-dolijst van de eindeloze reeks wedstrijden in de Challenge L’Avenir te schrappen. Het frisse groen van de wilgen en het roze van de Japanse kerselaars op het fraaie dorpsplein vormen het kleurrijke decor van de aankomstplaats in de deelgemeente van Blieberg of Plombières, niet ver van Aken. Het was opletten op de eerste letter van de naam, daarnet met de auto. Linksaf was Montzen, rechtsaf Lontzen. Ik ben vandaag alleen op stap maar stoot al snel op bekenden als Jean-Louis Voss, Louis Schmetz en Harry Hamers. En ik maak eindelijk kennis met Paul Vandeberg, 75 en al jaren actief in deze regio en zelfs nog op nationaal niveau op de baan. De naam ken ik al jaren maar ik moet tot in Montzen wachten eer ik de kleine, pezige man uit Thimister persoonlijk ontmoet. Wie hem zoekt, gaat trouwens het best eerst kijken op de piste van Bielmont in Verviers.
Ik heb uiteindelijk vijf aanspreekpunten nodig om te weten te komen hoe de laatste honderden meters verlopen en in welke richting we onder de aankomstboog zullen doorlopen. De laatste helling heb ik net verkend, ik heb dan nog de illusie dat ik in de wedstrijd wel wat sneller zal klimmen. Het heeft nog wat voeten in de aarde eer de start wordt gegeven. We staan eerst “politiquement correct” (zoals veteraan 3 Roger Carl zegt) achter de dranghekken, dan beweegt de meute zich naar voor om uiteindelijk toch weer achter de afsluiting te worden teruggestuurd. Montzen 1 Het is wachten tot de weg vrij is voor een tiental gehandicapten in duwwagentjes voor hun sportieve zondagochtend. Zij worden onder applaus eerst op pad gestuurd. We zullen hen in de volgende kilometers voorbijgaan terwijl de moedige begeleiders zich in het zweet lopen en duwen.
Na 800 meter verlaten we de bebouwing – we hebben dan al een stukje vals plat achter de rug – en lopen nog even op het vlakke tussen de weiden. Bij een flauwe bocht aan km 1,3 loopt de nu smallere asfaltweg al op. De benen voelen niet echt fris aan maar ik maak me wijs dat ik nog niet goed ben ingelopen. Niettemin boek ik plaatswinst tussen de eerste rijen supporters die ons hier opwachten. Na een scherpe bocht na 2 km worden we beloond met een afdaling, van enkele kilometers volgens de beschrijving van Alberto Canales, de latere winnaar bij de veteranen 3. Hier moet het gebeuren als ik het gemiddelde wil opschroeven. Maar hoe ik me ook inspan, ik heb de indruk dat de benen niet vooruit willen. De warmte is wel te verdragen – hoewel ik lichtere sokken had moeten aantrekken – maar de plotse temperatuurstijging van de voorbije dagen maakt het er ook niet gemakkelijker op. Ik heb de grootste moeite om een dame en een jongeman te volgen. Ik blijf op een aantal meters hangen maar word evenmin definitief gelost. De tweede wedstrijdhelft zal uitsluitsel brengen. We komen weer tussen de huizen, opnieuw in Montzen maar nu een vierhonderdtal meter van de start. De deelnemers aan de korte loop slaan linksaf. Een officieel spandoek kondigt de splitsing aan. Grappig voor wie weet waar naartoe is dat een supporter zich net voor de rechterpijl heeft neergehurkt en de informatie van de organisatie gedeeltelijk verbergt. We draaien onder een viaduct door en na een korte klim, waar ik een nieuwe poging onderneem om wat dichter te komen bij mijn twee toevallige hazen, is het opnieuw lichtjes dalen. Ditmaal op een mooi, onverhard en lommerrijk pad. Mede dank zij Alberto herken ik de “lijn 38”. Lezers van dit verslag uit 2016 weten wat ik bedoel. Het blijft wroeten en wringen. Mijn benen blijven zich verzetten tegen elke vorm van soepelheid. Intussen zijn we toch al halfweg, de enige troost. We verlaten het pad voor een nieuwe helling. Op het asfalt ben ik zelfs voorbij mijn twee mikpunten gegaan. Ik klauter naar boven naast een veteraan 3 die hijgt “Die zat er vorig jaar niet in”. De nieuwe helling is duidelijk niet naar zijn zin. In elk geval, het parcours is gewijzigd maar aangezien het mijn eerste deelname is laat die wetenschap me koud.
Aan km 5,2 draaien we een bos in. Smal, steil en bezaaid met boomwortels. Dit gaat mijn krachten te boven. Ik schakel meteen op wandelmodus over, zoals overigens ook Jean-Pierre Jans. Die naam vind ik terug in de uitslag. Ik herken hem nochtans niet meer van de halve marathon op de Ravel twee jaar geleden waar we samen kilometers onderweg zijn geweest. Te lezen in hetzelfde verslag waarover ik het daarnet had. De dame in mijn gezelschap en enkele achtervolgers laten me nu definitief achter. Na 250 meter trek ik me weer op gang en por Jean-Pierre aan om mijn voorbeeld te volgen. Hij doet dat met enige vertraging en verliest meteen een vijftiental meter. Dit is best een leuk rondje, smal maar zonder valkuilen, ook niet in een technische afdaling die we voor de voeten krijgen. De organisatoren zijn zelfs zo vriendelijk geweest een korte modderstrook met stro te bedekken om ons natte voeten en vuile schoenen te besparen. Een nieuw steil knikje dwingt me opnieuw tot stapvoets verkeer. Nu moedigt Jean-Pierre me aan om niet te lang te lanterfanten. Boven schakel ik opnieuw op een hoger tempo over en laat ik hem weer achter. Km 6,2: dit is precies weer de Ravel maar dan nu in westelijke richting, zoals hij gelopen wordt in de Tectonic. Na een bocht naar rechts, even voor km 7, worden we weer op een afdaling getrakteerd maar de vreugde wordt getemperd door het vooruitzicht van de laatste en felle klim naar het dorp. Tijdens het inlopen heb ik die helling voor mezelf ingedeeld in drie stukken. Dat helpt misschien om hem makkelijker te bedwingen. Ijdele hoop, op het steilste deel is het weer stappen. Ik ben wel lopend voorbij het kapelletje van de martelaar, Sint Johannes Nepomucenus, gesukkeld. De naam heb ik onthouden van de verkenning. Montzen 2 Ik ben mezelf misschien ook aan het martelen. Een heilige ben ik dan weer niet. Twee aînées 1, Caroline en Sophie, trippelen mij voorbij. Dat moet ik toch ook nog kunnen, probeer ik mij op te peppen, maar tevergeefs. Op de resterende kilometer is het overleven, op het vlakke, het vals plat en in de laatste licht dalende meters. De dj die me daarstraks al op de heupen werkte met zijn loeiharde muziek slingert nu wat platitudes de lucht in. Hij zou beter mijn finish aankondigen of tenminste die van Magali, ook een aînée 1 die mij in de laatste bocht te grazen neemt. Mijn tijd verschilt uiteindelijk nauwelijks van die van vorige week in Bruyères. Het wandeltempo op de steile stukken heeft het gemiddelde wel geen goed gedaan. Of het voldoende geweest zou zijn om Roger Dosseray – met vakantie – te kloppen, ik heb er sterke twijfels over. Zonder zijn tegenstand valt de eerste plaats me zomaar in de schoot. De hitte heeft ook zijn sporen nagelaten op de finishers die zich laven aan drank en sinaasappelen. Hildegard Depreitere, aînée 3, staat wat verder te puffen van de warmte en de inspanning. Haar echtgenoot en vaste begeleider wil weten waar Jo Vrancken uithangt. “Ik zie hem niet meer in de Challenge van Luik.” Misschien bieden de korte Avenir-omlopen een nieuwe uitdaging: vandaag 3 hellingen op nauwelijks 8,5 km in een schitterende omgeving. Aanbevolen voor wie nog de kracht van de jeugd heeft.
De podiumceremonie verloopt hier net dat tikkeltje anders. De eersten van alle categorieën worden samen op het podium geroepen. Ik sta dus tussen de jongeren te pronken. Helaas heeft de door mij op goed geluk ingehuurde fotograaf geen vaste hand en moet ik de onscherpe foto in de archieven laten. De rode doos die we in de hand hebben en die jullie dus niet zien bevat een hele mooie prijs. Wie die prijs wil zien en vooral proeven is hierbij uitgenodigd in Heukelom. Wacht echter niet te lang…

(Eigen foto’s. Foto 1: Aankomst op het mooie dorpsplein van Montzen. Foto 2: Het podium voor plaats 2. In het midden met groene broek, Paul Vandeberg, veteranen 4.)

zat 28/04/2018 19u * Couthuin (Challenge hesbignon) * 12 km * 01:04:07 * 11,2 * 114/236 * 1/3 * ♥♥♥

De gedwongen parcourswijziging van de Tungri Run heeft het rondje in de stad, in mijn ogen althans, een stuk minder aantrekkelijk gemaakt en dus zie ik dit jaar af van de 1 mei-loop. Ik heb nu meteen de ruimte om twee andere wedstrijden op de drukke kalender mee te pikken. Vanavond de Hesbignonloop in Couthuin en volgende week een voor mij nieuwe wedstrijd. Ik laat jullie nog even in het ongewisse welke wedstrijd dat is. Toch al van een teaser gehoord? Couthuin dus, een van de verste verplaatsingen in de Hesbignon, voorbij Hoei, behorend bij de fusiegemeente Héron. En een van de moeilijkste. Ik neem de GPX-track van Mario Smolders van vorig jaar onder de loupe en kom dus niet onvoorbereid aan de start. Het parcours is gewijzigd ten opzichte van mijn twee vorige deelnames. Het loopt nu gedeeltelijk andersom en is vooral nog moeilijker geworden, de zwaarste hellingen liggen in het laatste deel.
De start wordt gegeven op zo’n 500 meter van de finish in een klein bosje. Ik vermoed dat men die ongewone startplaats heeft gekozen om het peloton op een ietwat bredere en veilige asfaltweg te kunnen laten vertrekken. Ik sla nog een praatje met Eddy Hoylaerts die een handvol seconden achter me zal eindigen. Mario Smolders wacht de start af in het gezelschap van Peter Dufaux. Peter laat me vanavond anderhalve minuut achter zich. Couthuin 1 Mario is nog sterker op dreef. Net niet onder het uur, dat zal dan de uitdaging voor volgend jaar worden. Tijd om de draad van je blog weer op te pakken Mario, je hebt meer goed nieuws te melden dan ondergetekende… Ik heb me achter de rug van Kris Govaerts genesteld, hij zou het rustig aanpakken in het begin. Uit de uitslagen van de vorige weken leid ik af dat het dipje van Kris voorbij is. Hijzelf ontkent dat uiteraard. In elk geval, we zijn pas vertrokken of ik ben zijn spoor al kwijt. De Truienaar zal geleidelijk verder uitlopen om 4 minuten voor me te eindigen, een zucht achter Domenico Di Vito. Ik ga al snel voorbij Mauro Calogero, vanavond mijn enige tegenstander in mijn leeftijdsklasse. De kleine Sérésien zal het verschil tot tien plaatsen beperken. De doortocht door het gehucht Surlemez is vlak tot licht golvend over asfalt en onverhard, op smalle paden en kleine weggetjes. Ik ben daarnet enkele Alken-lopers, onder wie Maja Van Zand, voorbijgegaan en heb snel het tempo te pakken dat ik voor de start in gedachten had. Ik heb me voorgehouden tot kilometer 8 uit de rode zone te blijven.
Aan km 2, buiten de bebouwing van Surlemez, strekt de asfalt- en betonroute zich als een slang uit. De gele koolzaadvelden steken fel af in het groen-bruine landschap. De fotografen die ik daarnet achter hun lenzen heb zien turen, missen jammer genoeg de kans om het peloton in deze zeeën van geel vast te leggen. Ik laat me op de eerste afdaling niet tot een tempoverhoging verleiden en zie de ene na de andere loper voorbij snellen. De Alkense veteraan 1 Stefaan Huybrechts gaat het felst te keer en maakt even verder de aansluiting met Kris. Ook Stefan Meekers en Carine Munaut schroeven het tempo op. Even verder duiken Michel Ruymen en Bea Strouwen naast me op. Couthuin 2 Ik klauter in hun gezelschap naar boven op de eerste helling van zo’n 500 meter. Op de vlakke en/of de licht dalende ruilverkavelingsweg langs de autoweg nemen Michel en Bea enkele meter voorsprong en zorgen voor een primeur in mijn carrière. Het is voor het eerst dat ik het koppel voor me zie. Ik zal nog kilometers op luttele afstand blijven hangen. Ik blijf trouw aan mijn tactisch plan om de tegenaanval pas in het tweede derde van de afstand in te zetten. Hoe dat afloopt, leest u dadelijk. Dit gedeelte van het parcours herinner ik me van verscheidene jaren geleden, toen de start en de aankomst aan het château-ferme de Marsinne lagen. Daar komen we nu voorbij aan km 5,7, dat is even voor halfweg. Het parcours blijft glooien als we weer in Couthuin komen. Ik blijf een aangenaam ritme onderhouden en kan zelfs genieten van landschap en omgeving. Michel en Bea, voortdurend in deze volgorde, lopen nog steeds kort voor me. Carine Munaut neemt wel meer afstand, Stefan Meekers schijnt stilaan tempo te verliezen. Op een van de bultjes is hij eraan voor de moeite. Daar is de tweede helling van de dag. Ik zie de lopers voor me zwoegen op het zwaarste stuk, een graspad tussen de weiden. Het is even harken op de top. Boven hoop ik de handrem los te laten. Hoewel, telkens wanneer ik het gaspedaal wil induwen, duikt een nieuw knikje op. Een dame van Waremme, Manon Vandensavel, doet een zware inspanning op een van de heuvels maar bekoopt haar versnelling blijkbaar in de volgende strook. Intussen is er een Dirk mij voorbijgegaan. Dirk De Batselier is de volledige naam. Misschien wel een loper van Landen, een veelvoorkomend specimen in deze challenge.
Aan km 8 zetten we eindelijk de afdaling in, voornamelijk op graspaden, zelfs even tussen twee prikkeldraden. Mijn poging om te naderen op het Alkense duo voor me wordt afgeblokt door mijn stroeve hamstrings. Tactisch zat mijn plannetje misschien goed in elkaar, de spieren beslissen er anders over. Ik maak geen centimeter goed en verlies zelfs meer terrein op de smalle bospaden die we nu voor de voeten krijgen. Couthuin 3 Een felle afdaling in het bos helpt me ook niet echt vooruit. Daar is de bocht naar rechts voor de laatste klim op een veldweg. Ik heb die daarnet volledig verkend en hoop maar dat ik, in tegenstelling tot de vorige weken, de volledige helling wel lopend kan afwerken. Dat lukt, ook op de karrensporen die afgewisseld worden met de geëffende stroken. Ik maak zelfs nog een plaatsje goed maar de bekenden die me in de afdaling in het begin zijn voorbijgelopen, blijven buiten schot. Mijn benen blijven tegenwerken op een korte licht dalend asfaltstrook. In de bocht naar het bos waar de laatste 500 meter wachten, zie ik het blauwe shirt en het grijze hoofd van Roland Vandenborne. Hij is aan het uitbollen, zo lijkt het, en doet dat met zoveel overtuiging dat ik hem de laatste honderd meter, willens nillens, moet voorbijgaan.
Het laatste derde van de wedstrijd heeft zijn tol geëist. Ik sukkel naar de drankentafel. Terwijl Domenico, Kris en Noël Heptia al gerecupereerd zijn en aan de wedstrijdanalyse toe zijn, moet ik nog even op mijn positieven komen. Marie-Paule zal nog even op een eerste reactie moeten wachten eer ik uitgehijgd ben en het sinaasappelpartje heb opgezogen. Ik kom toch nog ruim boven het uur uit op deze mooie ronde waarin voor elk wat wils zat maar toch het meest voor de liefhebber van het zwaardere werk. Door mijn voorzichtige aanpak heb ik me alleszins een inzinking bespaard op het einde maar moet ik een mindere tijd en een bescheiden algemeen klassement op de koop toe nemen.
De bouwer van de geïmproviseerde douchetent zal zijn ontwerp volgend jaar moeten overdenken. Het overvloedige water pletst op een zeil op de grond en zet de tent onder water. Met de nodige voorzichtigheid en acrobatie slagen we erin om zonder natte kleren weer buiten te geraken waar we ons dan maar in de open lucht verder aankleden.
Na de podiumformaliteiten zijn we uiteindelijk bij de laatsten die de zaal “Plein Vent” verlaten en zonder GPS in het donkere land van Hoei onze weg naar huis zoeken. “Waarom wil je toch altijd zonder GPS naar huis rijden?”, vraagt Marie-Paule zich vertwijfeld af. Maar uiteindelijk vinden we snel bekende wegen. Een grote uil wenst ons nog een veilige thuiskomst.

(Foto 1 Marie-Paule. Het kleurrijke decor van de koolzaadvelden op het Haspengouwse plateau. Foto’s Nadine Claessens. Foto 2: De eerste kilometer. In het zwart vooraan Jean-Marie Haekens. In het midden Maja Van Zand. Daarachter de Landenaren Emile Sacréas en José Goossens, in het groen. In het oranje achteraan Mauro Calogero. Foto 3: Domenico Di Vito in volle inspanning.)

vri 04/05/2018 19u30 * Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir) * 9,75 km * 00:49:46 * 11,7 * 215/416 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik ben voor de derde keer in luttele weken in het land van Herve waar sappige appels aan de bomen hangen en waar de weiden op en neer golven. De appels zorgen voor de cider die de podiumgasten als geschenk meekrijgen. Het golvende landschap staat garant voor een pittig parcours. Met bijna 10 km is de Jogging de La Minerie wat langer dan de afgelopen wedstrijden. Het zwaar heuvelachtige profiel is wel hetzelfde. Ik weet dus wat me te wachten staat hoewel ik hier voor het eerst deelneem. Die 415 anderen die dadelijk met mij de start zullen nemen, moeten dat toch ook weten. En toch zijn ze er met zoveel. Voor sommigen mag het ook niet vanzelf gaan. Zoals voor veteraan 3 Nicolas Bynens, met wie ik een deel van de finale verken. Hij vond de Tungri Run van vorige dinsdag… te licht. “Bijna voortdurend bergaf” was de conclusie na zijn eerste wedstrijd over de taalgrens, nauwelijks 10 kilometer van zijn woonplaats Juprelle.
Ik ben geradbraakt uit de Hesbignonloop in Couthuin gekomen. Ik heb het in de voorbije week dan ook bewust en noodgedwongen gehouden bij korte en zachte hersteltrainingen. Woensdag was er precies al beterschap en vanavond bij het inlopen vertonen de benen weer tekenen van bereidwilligheid.
Ik kan de starter niet zien, ingesloten als ik ben door grotere collega’s. En evenmin horen, blijkt als de massa voor mij plots in beweging komt. Het duurt enkele honderden meters eer ik mijn kruistempo kan ontwikkelen. Een groep juffrouwen in het lila neemt de hele breedte van de weg in beslag. Ik ben pas voorbij of we worden rechtsaf een bos ingestuurd. Een toeschouwer langs de weg heeft me daarnet het parcours beschreven. De eerste beklimming door het bos omschrijft hij als “kaduuk”. Benieuwd hoe dat eruit ziet. Veel bekenden zijn er niet in het peloton. Ik ben wel in de eerste meters onverhard voorbij twee veteranen 3 gegaan, Roger Archambeau en Jean-Louis Voss. Stop! De hele meute troept samen voor me. Ik had voor de start het woord “goulot” horen vallen, “flessenhals”. Dat moet deze nauwe doorgang zijn. Drie meter en ettelijke seconden verder zie ik het bruggetje over de Ruisseau de Stockis, een niemendalletje van 1 meter breed. Een ongeduldige collega kiest de kortste weg, door het water. Die “kaduke” helling is een smal pad met de gebruikelijke stenen en wortels. Op het einde van de eerste klim na 700 meter heb ik een gemiddelde van nog geen 9 per uur. Terwijl ik daar zelfs niet heb ingehouden. In rekening te brengen bij de beoordeling van het algemeen gemiddelde. De verharde weg boven loopt ook nog verder op. Veteraan 2 Dominique Bertrand ziet mij in de klim voorbijgaan. “En morgen naar Verlaine?” drukt hij zijn verbazing uit. “Neen, neen, geen twee lopen in een weekend” geef ik gratis goede raad. De doortocht door de straten van Thimister verloopt voornamelijk dalend. Met een gemiddelde van 4’20” zit ik op schema. Na een eerste lus van 2 km passeren we aan de voorkant van het voetbalveld van Espoir Minerois. La Minerie mag dan een gehucht zijn, de voetbalaccomodatie is up to date. Vier velden, waaronder een mat van kunstgras. We worden flink aangemoedigd door toeschouwers aan beide zijden van de weg op het korte klimmetje voor we weer mogen dalen richting Befve. La Minerie 1 Van daaruit gaat het weer stijgend naar La Minerie. Wie denkt dat de naam verwijst naar mijnbouw… heeft het bij het rechte eind. Daar is overigens niets meer van te zien. Ten minste toch niet op de rijweg waarop we naar boven klimmen. De 600 meter lange helling slaat me niet uit het lood. Ik heb na de drie vorige wedstrijden eindelijk nog eens kracht in benen en lijf. We maken een soort 8 in La Minerie. Daar zit aan km 5 weer een stekelig hellinkje in op een gras- en aarden pad. Ik blijf een aanvaardbaar ritme aanhouden om op de dalende gedeelten rond de 4’30” te halen.
We zijn weer in Befve. Niet dat ik het gehucht herken, ik ben alleen verrast hier tussen het groen een overigens fraai pleintje met een appartementsgebouw aan te treffen. Ik heb daarnet even een slok water genomen bij de bevoorrading en bereid me voor op een tweede doortocht door een bos. Dat heb ik onthouden uit de gedetailleerde beschrijving van de toeschouwer uit de derde alinea van mijn verslag. De weg voor het appartement leidt recht naar het groen. Hier moet het zijn. Weer stijgend, tot daar aan toe. Het bospad is echter bezaaid met keien. Dat maakt deze 600 meter tot de moeilijkste van de 10 km. Ik mag al blij zijn dat ik boven de 10 km/uur blijf, wat overigens het gemiddelde tempo is van de lopers in mijn buurt. Ik blijf dus in een rustige cadans, wachtend op betere tijden. Die komen eraan als we boven zijn. Het moeilijkste is nu achter de rug. Vlak, dalend, vlak: ik heb mijn ogen en benen de kost gegeven tijdens de verkenning. Vlak, zei je, is hier überhaupt vlak? Ja, dat is er en dat danken we aan de spoorwegen van het einde van de 19de eeuw. De oude spoorlijn is nu een Ravel-fietspad. Dit is het tracé van de Tectonic 38 weer, mij en u ook hopelijk, voldoende bekend. Heel vlak blijkt dat toch niet zijn. Ik had moeten weten dat er een licht verval is richting Luik. Lopen we toch wel de verkeerde kant op zeker. Ondanks mijn inzet heb ik moeite om onder de 5′ per kilometer te blijven. Ik haal wel enkele collega’s in maar verlies ook enkele posities aan evenmin piepjonge deelnemers. De kleine dame in het rood voor me heeft me in een van de vorige lopen het nakijken gegeven. Genoeg om mijn competitie-instinct aan te wakkeren. Ik haal de aînée 2 Sandra Delrez vrij snel in en bevind mij bij het opdraaien op de rijweg naar Thimister in het gezelschap van een koppel trainer-loopster, een combinatie die je wel meer ziet. De coacht vuurt zijn pupil aan, die volgt met de nodige moeite en vooral met veel wilskracht. Ik bijt me vast in het spoor van Joannie Scholzen. Coach Christian Pesser plaatst een nieuwe versnelling op het laatste stuk van de afdaling. Joannie moet (en vooral kan) volgen. Ik wil nog wat reserve houden voor de laatste kilometer en duik het bos in op een vijftiental meter afstand van het duo. Voor ik het vergeet te schrijven, dit is weer een prachtparcours. Het landschap krijgen de organisatoren cadeau maar de variatie in het parcours mag op naam van de routebouwers worden geschreven. De fans krijgen de gelegenheid hun favorieten enkele keren te zien. De afwisseling en de natuur verzachten de de pijn van de inspanning, tenminste voor de getrainde loper. Ultimo chilometro. Het pad slingert zich nu door een bosje langs een idyllisch beekje (vermoedelijk de Ruisseau de Stockis, al vermeld in mijn verhaal). Ik kan het tempo nog eens optrekken. Plaatsgewin levert het me echter niet op. Aan een hoeve loopt de weg weer op. Dit is het begin van de laatste rechte lijn. Achter de kruising met de rijweg wordt de helling weer steiler. Maar ook in die laatste 200 meter laten mijn benen me niet in de steek. En zo kan ik uitblazen met het beste gevoel van de voorbije maand.
We zullen toch weer niet vroeger moeten vertrekken, vraag ik me af, als we in de ruime kantine van de Espoir Minerois de podiumformaliteiten afwachten. La Minerie 2 De vijf minuutjes voor de prijsuitreiking, zoals aangekondigd door de speaker, zijn er gelukkig maar vijftien. Ik zit toevallig naast Magali Beauwens die mij in Montzen in de laatste bocht voorbijging. Ik vraag haar of ze me vanavond weer geklopt heeft. De dame is verrast als ik haar vertel dat ik haar (her)ken van Montzen. Ik vergeet niet snel wie me op de beslissende momenten voorbijgaat… en wie ik zelf nog ooit geklopt heb. De lijst van de lopers die ik vroeger achterliet maar me nu op minuten lopen, wordt elk jaar langer en langer… Enfin, Magali is tien plaatsen en een halve minuut voor me. Ondanks mijn goed gevoel tijdens de loop ben ik dus verder achter dan in Montzen. Het cliché wordt bevestigd: elke wedstrijd is voor iedereen weer anders. Het is zo ver. De speaker begint eraan en werkt het rijtje winnaars vlot af. Ik maak kennis met de tweede in mijn categorie, Julien Bertrang. We monsteren even de prijs, een fles cider. Niet de plaatselijke Ruwet maar Stassen uit Aubel. Maar dat mag de pret niet drukken. Overigens kan de winnaarspret hier wel nog enige tijd duren. Met een voorsprong van zes minuten zal Julien wel niet dadelijk een bedreiging vormen in de volgende maanden. Alleen mag ik hopen dat ik Roger Dosseray in de volgende maanden het vuur nog eens aan de schenen kan leggen.
Ik volg de raad van mijn echtgenote en vaar (of beter rijd) er goed mee. Ik schakel dit keer wel de GPS in en we rijden feilloos naar de autoweg. Bij het verlaten van het voetbalstadion Marcel Baguette beklimmen we de helling naar La Minerie met de wagen. Vanop een autozetel voelt dat precies wat comfortabeler aan…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1 : Nog even doorbijten op het laatste steile knikje voor de finish. Foto 2 : Met Julien Bertrang, tweede, bij de prijsuitreiking.)

zat 12/05/2018 19.30u * Buvingen (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:54:28 * 11,8 * 88/157 * 1/4 * ♥♥♥♥

De Luikse Challenge hesbignon is voor de tiende keer te gast in Limburg. En is al aan haar derde start-en aankomstplaats toe. Jos Biets, altijd op zoek naar de meest geschikte locatie voor zijn organisatie, is dit jaar uitgeweken naar het A-terrein van de plaatselijke voetbalclub Gravelo. En zo zijn we dus op deze aangename mei-avond in Buvingen. Dat is een van de vele dorpen van de fusiegemeente Gingelom in de driehoek Sint-Truiden-Landen-Waremme. We mogen dan wel in Limburg zijn, het landschap en het daarbij horende parcours dragen een onmiskenbaar Hesbignonstempel… en de GPS-reisweg naar de wedstrijd loopt over Waalse wegen. Zo komen we dus, dank zij een Luikse challenge, ook eens in de zuidwestelijke punt van onze provincie. Niettemin blijft de taalgrens een moeilijk te nemen barrière voor onze Franstalige landgenoten en loopvrienden. Er zijn minder deelnemers dan in de gemiddelde Hesbignonlopen. Mogelijk speelt naast de concurrentie van andere lopen ook het lange weekend mee. Ik heb de indruk – die ik niet kan staven met cijfers – dat voornamelijk Vlaamse inschrijvingen voor het toch nog respectabele deelnemersveld van ruim over de 200 (in de twee wedstrijden samen) hebben gezorgd. Enkele Tongerse lopers hebben de weg gevonden naar de Hesbignon. Alken en Landen zijn traditiegetrouw massaal aanwezig. De kwantiteit mag dan enigszins tegenvallen, de kwaliteit is er wel. Jo Vrancken, die ik na vele maanden nog eens in levende lijve ontmoet, gaat een plejade aan sterke mannen vooraf en pakt hier zijn zoveelste overwinning van het seizoen.
Het uiteraard nieuwe parcours is het geesteskind van Roland Vandenborne en Mario Smolders. Mario laat de kans niet onbenut om zijn dorp Kerkom – op 3 km van de startplaats – in de picture te plaatsen. Opvallend is dat er een drietal kilometer onverhard in de ronde is opgenomen. Hier heeft de ruilverkaveling toch nog enkele stukjes natuur ongemoeid gelaten. Die reepjes natuur moet je dan wel aan elkaar kunnen knopen. Daar hebben Roland en Mario wel voor gezorgd… alsook voor de paternoster aan hellingen die we voor de voeten krijgen. Peter Dufaux verorbert nog een halve banaan even voor de start. Ik heb drie uur geleden een klein kippenboutje opgepeuzeld. Empirisch onderzoek op basis van de uitslag van één wedstrijd, die van vanavond, toont aan dat de methode-Dufaux meer kans op succes biedt dan de methode-Cortleven.
Ik heb de GPX-track van Mario grondig bekeken en de laatste kilometers verkend. Hopelijk helpt die voorkennis me dadelijk als het er echt om gaat. We vertrekken midden in een fruitbedrijf. (Misschien een ideetje voor Wim Meyers?) De waarschuwing van de politie middels de megafoon van Jos dat we geen voorrang hebben op fietsers en tractoren wordt op hoongelach onthaald. “Maar wij lopen sneller dan tractoren ” roept Marc Tutelaire terug. Dat doet hij zelf alleszins niet. De fiets heeft de laatste maanden zijn voorkeur. Ook op de fiets, maar als toeschouwer, is Thierry Vanherck. Hij laat vandaag een mogelijke podiumplaats bij de veteranen 2 schieten voor een triatlon morgen in Geel. Goed, we zijn vertrokken. Buvingen 1 Dat verloopt niet zonder slag of stoot voor een dame die een richtingbordje met het hoofd aantikt. Dat zorgt gelukkig alleen maar voor hilariteit. Even verder wijst Carlos de Almeida ons op een gevaarlijk betonnen boordje langs het kiezelpad. Zo kunnen we dus zonder kleer- en andere scheuren aan de tocht van een kleine 11 km beginnen. Na 500 meter, al buiten de bewoonde wereld, wacht een eerste helling op ruilverkavelingswegen. Mauro Calogero ben ik dan al voorbijgegaan. Onze collega-veteraan 4 Michel Mancini ziet af van een tweede loop in twee dagen en zal zich dus niet mengen in het onderonsje van de ouderen. Ik loop in de buurt van Michel Ruymen en Bea Strouwen. Die twee horen bij elkaar zoals wortelen en erwten (of yin en yang, als u het meer filosofisch verkiest). Bij het inlopen heb ik hun gevraagd of ze me vanavond weer gaan kloppen, zoals in Couthuin. “Ik zal er eens over nadenken” grapt Michel. Als ik hen voorbij ga, klinkt het ernstiger: “Het is nog lang.” Dat klopt maar ik heb niet de indruk dat ik boven mijn tempo loop. Het gevoel in de benen is alleszins beter dan wat ik vreesde bij het inlopen. Een tiental meter voor me zie ik Kris Govaerts. Als hij al voor me uitloopt in de eerste kilometer, is dat meestal een aanwijzing dat hij me zal voor blijven. Nu, je weet maar nooit. De route doet me denken aan de eerste kilometers in Mielen van de vorige jaren. Als we de Mielenstraat oversteken kunnen we van de eerste kliminspanning herstellen op een afdaling. Thierry Vanherck geeft nog een aanmoediging mee voor we een graspad worden ingestuurd. De krachtige veteraan 2 Thierry Delvaux gaat me voorbij. Enkele kilometers verder draai ik de rollen om, hij zal nog een dikke 2 minuten inleveren. Het graspad wordt smaller en eindigt in een trechter tussen bomen. Het loopt wel lekker, ik moet alleen uitkijken voor een fietser die een trio jonge mannen net voor me begeleidt. De begeleider is gelukkig gewend in een loperspeloton te fietsen en doet zijn best om mij niet te hinderen. Ik word wel belaagd door klein vliegend gedierte. Een vlieg speelt het wel heel brutaal door in mijn keel te duiken. Het kreng eindigt enkele meter verder in de berm. Na drie kilometer en een linkerbocht komen we weer uit op het verhard, namelijk het beton van de landbouwwegen. Zo gaat het anderhalve kilometer licht glooiend verder. De wereld is hier stil. Zo stil dat je telkens even schrikt als er weer een schot weerklinkt van een alarmkanon. Langs een boomgaard is er ook even gebrom van een tractor. De noeste werkers van deze zaterdagavond houden zich verscholen tussen de fruitboompjes. Opgelet: concentratie gevraagd in een linke afdaling. De veldweg is alleen mooi van naam: “In den Paerdendell”. Voor het overige ligt het hier vol stenen en uitgespoelde geulen.
We maken nu een lus door Kerkom. En hebben bij het binnen-en buitenlopen van het dorp de gelegenheid om een aantal snelle jongens in actie te zien. Toevallig kruis ik twee bekenden, Michel Wolfs en Guido Boghe, de nummers 2 en 3 bij de veteranen 2. Zij hebben hier een voorsprong van ruim 2 kilometer op mij. Het geeft niet echt moed die twee met een razende vaart te zien voorbijstuiven als je zelf aan een stekelige helling moet beginnen. Gelukkig duren de klimmetjes hier niet lang en op een licht dalend fietspad heb ik snel mijn ritme terug. Ik ga voorbij Ludivine Horion. Voor het overige loop ik nu al kilometers in hetzelfde gezelschap. Of nauwkeuriger uitgedrukt, een vijf tot tien meter achter de drie jonge mannen met de begeleider op de fiets (die van kilometer 2). Er wordt heel wat gebabbeld in het groepje. Bij hen in de buurt zaten nog twee lopers. De eerste hebben we achtergelaten, de tweede ben ik daarnet in een afdaling voorbijgegaan. Maar in een klim heeft de tweede, een kaalhoofdige veteraan 2, weer de orde hersteld. Hij draagt een groen Lampiris-shirt, misschien wel van de 15 km van Luik van vorige week. Ik heb ruim de tijd om de boodschap te lezen die hij op zijn rug meedraagt. Vrij vertaald: “De pijn van de inspanning stelt niets voor in vergelijking met de vreugde bij het overschrijden van de aankomststreep.” Denk er maar eens over na, beste lezer. Ik zet intussen mijn weg verder in Kerkom, met veel draaien en keren, heuveltje op, bergje af. Heel wat mensen zijn uit hun huis gekomen om die rare kwieten in korte broek te bekijken. Eentje moedigt me zelfs aan. Buvingen 2 Er was ongetwijfeld meer animo enkele minuten geleden, toen hun favoriet, Mario Smolders en andere Speelhofrunners hier voorbij zijn gekomen. Kris Govaerts moet ook in hun buurt hebben gezeten. Naar gewoonte heeft hij zijn kleine voorsprong in het begin van de wedstrijd stelselmatig uitgebouwd. Ik sla de tweede bevoorrading over en ga weer voorbij de man in het groen, Marc Mottin. We verlaten Smolders-country langs een smal en donker pad in wat ooit een “Eykenbos” moet geweest zijn. Het is weer klimmen geblazen. Is dit de helling die Mario pas ontdekt heeft bij het uittekenen van het parcours, zoals hij me voor de wedstrijd vertelde? Ik laat een loper door die met snelle passen nadert. Het is opnieuw de groene man. Plots staan we voor een steile aarden muur van een vijftigtal meter. Ik wil me hier niet opblazen en ga stapvoets naar boven. Ik verlies enkele meter ten opzichte van mijn voorgangers maar hoor uit de achtergrond niemand korter komen. Overigens is het al een tijdje geleden dat me nog iemand is voorbijgegaan. Daar zal het relatief geringe aantal deelnemers wel voor veel tussen zitten. Michel en Bea volgen intussen al veel verderop. Opnieuw een scherpe bocht en een afdaling waarop ik het tempo weer kan optrekken. Niet dat ik hier een wereldschokkende snelheid haal. Maar genoeg om een man in het zwart bij te benen en in één moeite voorbij het trio senioren te gaan. Let op: senioren zijn de jongsten in het peloton. Een van de drie neemt zijn twee kompanen op sleeptouw. Hij moet almaar nadrukkelijker op hen inpraten naarmate de kilometers vorderen en de vermoeidheid toeneemt.
Voorbij kilometer acht. Ik kijk uit naar de derde onverharde strook die er nu moet aankomen. Ik heb daarstraks het mooie graspad verkend maar heb wat moeite om me te oriënteren nu ik uit de andere richting kom. Het lijkt alsof de lopers hier uit alle richtingen komen. Met dank aan het betere plakwerk van Roland en Mario. Hoe dan ook, ik moet alleen het jeugdige trio achter me zien te houden. De groene man zal even verder een veelkleurige loper bij de lurven vatten. Misschien lukt mij dat ook nog. Het mooie pad loopt door een valleitje. Rechts zie ik een waterloopje dat we in onze contreien een “zouw” noemen. Gelukkig heb ik me goed gedocumenteerd voor dit verslag en kan ik de echte naam vermelden. Dit is de Cicindria-beek. Dat klinkt al heel wat poëtischer. De achtervolgers blijven voorlopig op afstand. We moeten nog door Muizen, het dorpje voor Buvingen. Muizen heeft een berg gebaard. Die we over moeten. Merkwaardig genoeg verloopt de klim in de Kaneelstraat vlotter dan bij de opwarming. En ook op de laatste dalende asfaltstrook naar het terrein van Gravelo A komen de drie achter me, ondanks de onophoudelijke en irritante peptalk van hun coach, geen meter korter. De veelkleurige loper voor me met de even kleurrijke naam Philippe De Quinnemaere kan zich met een versnelling op de ultieme grasstrook wel tijdig uit de voeten maken. Marie-Paule wacht in de voorlaatste bocht op mijn triomfantelijke (?!) intrede. Naast haar kijkt onze gemeentegenote Jeannine uit naar haar echtgenoot Peter Beirinckx die van Roland Vandenborne een wildcard heeft gekregen voor deze Hesbignonloop. Over de streep: ik haal net niet de twaalf kilometer gemiddeld, het enige schaduwvlekje op mijn versie van de Jogging van Buvingen.
De prijsuitreiking verloopt vlot onder de regie van Kris Govaerts. Plaats genoeg in de kantine van Gravelo, Jos Biets heeft zich in de vooravond dan toch nodeloos zorgen gemaakt. En er is een overvloedige prijzentafel, zowel voor de laureaten als de tombolawinnaars. Ik kan alleen besluiten met een dikke proficiat voor het aantrekkelijke parcours en de vlekkeloze organisatie. De voorbereiding van een heel jaar – zo lang zijn Jos en zijn medewerkers in de weer voor hun jogging – heeft een schitterende sportavond opgeleverd… die voor de harde kern wel tot in de vroege uurtjes zal doorgaan.

(Foto 1 van Marie-Paule: Bij het buitenlopen van Buvingen, kort na de start. Achter me David Baerts. In het midden Maja Van Zand. Foto 2 van Google: Bij het verlaten van Muizen de laatste asfaltstrook naar het stadion van Gravelo.)

vri 25/05/2018 19u15 * Vyle et Tharoul (Challenge condruzien) * 16,8 km * 01:38:57 * 10 * 237/440 * 1/4 * ♥♥

Vrijdagmorgen beslis ik, na dagen twijfelen, ’s avonds toch nog een wedstrijd te betwisten, net voor we enkele dagen de Haspengouwse heimat verlaten. Ik denk in mijn naïviteit dat de Condruzien-loop wel ongeveer zal overeenkomen met een geplande 20 km-training in de Jekervallei. Dan kan ik na jaren nog eens proeven van wat velen omschrijven als de mooiste Condruzien-loop van het seizoen.
“Het moeilijkste is achter de rug” zeg ik als begroeting aan Gaetano Falzone, doelend op de opstoppingen die we hebben moeten trotseren tijdens de lange verplaatsing naar het zuiden van het land van Hoei. Vyle 1 Het piepkleine dorp, deel uitmakend van Marchin, is de Condroz in het kwadraat. Groen, golvend, rustgevend… om het verhaal positief in te zetten. We zijn slechts een klein halfuurtje voor het vertrek ter plaatse. Ik heb het inlopen tot een tiental minuutjes moeten beperken. Geen reden om me druk te maken, bedenk ik, de wedstrijd is lang genoeg voor een rustige opbouw. Vanwege de genoemde files is de start trouwens tien minuten verlaat en heb ik uitgebreid de gelegenheid om een aantal maatjes te groeten. Dat zijn dan vooral grijze koppen van de veteranen 3 en 4.
Voor de kerk en de eerste bocht ga ik al voorbij Noël Heptia. De veteraan 3 houdt te veel van de Condruzien om zijn verstand te volgen en zijn geblokkeerde rug rust te gunnen. De kalme aanpak die ik voor de start voor ogen heb wordt bemoeilijkt door het parcours dat al na 300 meter een kuitenbijter klaar heeft: steil en op “chaussée romaine”-stenen. Ik ga met een redelijk tempo naar boven… dat ik achteraf beter onredelijk tempo noem. “Jeugdige overmoed?” lacht Jean Tempels later op de avond. In elk geval te fel voor mijn benen van vanavond. De steile klim wordt onmiddellijk gevolgd door een steile afdaling die mijn spieren opnieuw op de proef stelt. Als we dan toch op vlakke veldwegen komen, zijn die zo hobbelig en verraderlijk dat mijn hoop op een leuke natuurloop al vervlogen is.Vyle 2 Domenico Di Vito gaat me pas na 3 kilometer voorbij. ik ben gestart alsof het een wedstrijd van 10 km is en het parcours vergevingsgezind voor een mindere dag. Ik werp een blik op mijn Garmin: kilometer 5, nog niet eens een derde achter de rug en het vet is al van de soep. In de volgende kilometers lopen meer en meer achtervolgers mij voorbij. Ik troost me met de wetenschap dat ik vrij vooraan ben gestart en dat ik hier boven mijn stand loop. Het parcours heeft alle toeters en bellen van de Condruzien: groene paden tussen weiden, tussen en door bossen, met muzikale “begeleiding” onderweg, door kasteelparken en langs vijvers. Maar die pracht kan me niet meer bekoren. ik ben niet alleen moe, maar – wat nog erger is – “het” moe. De beklimmingen aan kilometer 8 en 11 moet ik deels stapvoets afleggen, ik sukkel nog verder achteruit in de rangschikking. Mijn argeloos optimisme voor de start of de onderschatting van het parcours breken mij zuur op. Sarah Robinet die ik in een dalend gedeelte heb achtergelaten kan nu niet wachten om me voorbij te gaan op een smal paadje en zal 6 minuten voor me eindigen. In Tahier, na 10 kilometer, merk ik aan een kruispuntje een wegwijzer op naar Tharoul. Kon ik hier maar de snelste weg terug naar de douches nemen. Vyle 3 Maar ik zal de kelk die de organisatoren hebben klaargezet tot op de bodem moeten ledigen. Op de open stukken kijk ik enkele keren achter me om te zien of ik nergens het rode shirt van Michel Mancini opmerk. Dat is voorlopig niet te bespeuren. Nog enkele kilometers. Het bospad in een valleitje dat ik in andere omstandigheden idyllisch zou noemen, helt af en is door de regenval van de laatste dagen hier en daar flink modderig. Die laatste hectometers blijven maar duren tot ik uiteindelijk een signaalgever naar links zie wijzen. Nog even, maar met niet minder moeite, door twee weiden en dan eindelijk over de Chronorace-matten. Michel Mancini loopt maar even na mij binnen, Paul Delaitte heeft enkele minuten meer nodig. Ik heb wat tijd nodig om te bekomen maar begeef me toch al snel naar de doucheruimte om het zweet en de ontgoocheling weg te spoelen. Te snel want de drukkende temperatuur onder het zeil maakt me duizelig. Ik ben blij dat ik weer in de frisse lucht kom en de dorst kan te lijf gaan met twee cola’s.
Op het binnenplein van het plaatselijk schooltje “Saint-Joseph” brengen we nog een aangenaam uurtje door in gezelschap van Jean Tempels en Ellen Jacobs. En we worden op het podium met een enthousiast applaus beloond. Als prijs krijg ik mijn gewicht mee in droge worsten. (Overdrijving als stijlfiguur.) Tijdens de tombola halen Jean en ik nog wat herinneringen op uit de oude marathondoos. Het is uiteindelijk al zaterdagmorgen als we de thuisbasis weer bereiken. Toch nog even voor de computer. Maar de nukkige Garmin weigert mijn track op te slaan en enkele dagen later wordt zelfs de hele geschiedenis gewist. En zo blijft er van mijn wanprestatie gelukkig geen spoor over. De uitslag blijft wel bewaard voor het nageslacht. En die mag gelukkig gezien worden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Jean Tempels, winnaar bij de veteranen. Foto 2: De pijn is al vergeten. Met twee veteranen 3 na de finish: eerste van links Rosario Ilardo, daarnaast Lucien Collard. Foto 3: Het podium bij de veteranen 4, tussen Michel Mancini links en Paul Delaitte rechts.)

zon 03/06/2018 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,1 km * 00:41:03 * 11,8 * 116/241 * 1/2 * ♥♥♥

Mijn oorspronkelijke bestemming Trooz in de Vesdervallei is overstroomd. Dan maar enkele kilometers verder, op de hoogten boven de Vesder, in Stembert aan de slag. Dat ik vanochtend niet in Trooz sta te koekeloeren en dat u überhaupt een verslag krijgt, danken we aan Kris Govaerts die ik zaterdag toevallig tref op de Willerrun. Hij heeft het onooglijke bericht over het annuleren van de wedstrijd op Facebook opgemerkt. De officiële sites van de organisatie en de challenge zwijgen in alle talen. De jogging in Polleur vrijdagavond, ook een mogelijkheid dit weekeinde, is wel doorgegaan en heeft – zo te horen aan de reacties van enkele collega’s die er wel waren – veel te lijden gehad onder water en modder. Vanochtend is het weer prima, we staan hier hoog en droog en als mijn benen goed zijn – te verifiëren in het vervolg van het verhaal – zou ik wel eens de goede wedstrijd hebben geloot.
Stembert is mij bekend van de vorige jaren. Het verstedelijkte dorp aan de noordoostrand van Verviers organiseerde – tot vorig jaar alleszins – twee joggings. Die ik beide al heb betwist. Ik vertrek naar Verviers met de wedstrijd van de Futurofoot in mijn hoofd. Tijdens de opwarming dringt het pas tot mij door dat dit de “Grand Jogging” is. Die verloopt voor het grootste deel op asfaltwegen, maar dat komt mij evenmin slecht uit. Ik ben al om kwart over tien aan mijn verkenning begonnen. “Voilà déjà un échappé” (daar is er al een ontsnapt uit het peloton) hoor ik iemand in een deuropening tegen twee kennissen grappen. Voor de start heb ik al zo’n 5 kilometer – wandelpauzes inbegrepen op een lange klim en afdaling – in de kuiten. Stembert 1 Die lange opwarming heb ik nodig. Of ze ook resultaat zal opleveren, valt af te wachten. Aan de inschrijvingstafel herken ik de drie oudere dames van vorig jaar. Tenminste, ik vermoed dat het dezelfde zijn als toen. De twee dames links achter het koffertje met de munten en de biljetten sturen me met mijn inschrijvingsstrookje naar de dame aan de rechterzijde. Ik krijg mijn nummer mee en vertrek terug naar de auto. Dat verloopt vlot als je vroeg bent, denk ik. Ik ben al een eindje onderweg als mij plots te binnen schiet dat ik nog niet betaald heb. Ik meld de vergetelheid bij de dames aan het koffertje die mijn bijdrage met de glimlach in ontvangst nemen.
Het is al een tikkeltje te warm als we starten. Maar ik zal in de wedstrijd nauwelijks last ondervinden van de zomerse temperatuur. Ik trek me rustig op gang tijdens de eerste 400 meter. Zo lang hebben we respijt voor de eerste lange klim begint. We vertrekken aan het voetbalveld van FC Stembert, ongeveer halverwege boven de vallei van de Vesder. Er blijven dus nog de nodige hoogtemeters over om een pittig rondje uit te tekenen. 2 kilometer zijn het, naar het plateau. Met stevige percentages. Twee korte, steile bultjes roepen de herinnering op aan de echte Grand Jogging, die van Verviers. We verlaten nu even de brede weg en worden een smal donker paadje ingestuurd tussen het groen achter twee rijen huizen. Een jong koppeltje dat dacht hier met zijn tweeën alleen op de wereld te zijn, ziet plots een meute hijgende sportievelingen passeren. Ze maken zich smal en kruipen zo dicht mogelijk tegen een haag en tegen elkaar. Iedereen blij. Voor het overige hou ik mijn ogen op de grond gericht. Het is hier uitkijken voor stenen die plots achter de benen van de lopers vlak voor je opduiken. Weer op de weg. Bij een bocht na een kilometer klimmen hoor ik een seingever een aanmoediging roepen naar een passerende kennis: “Kom op, het wordt vlak… een beetje”. Ik doe het rustig aan, voor zover dat hier mogelijk is en wil mezelf zeker niet voorbijlopen, zoals vorige week. Enkele meter voor me zie ik Magali Beauwens die ook al de eer heeft genoten in mijn verslagen te figureren.
We zijn nu op het hoogste punt van het parcours. In een betere woonwijk maken we een lus van een kilometer. Een afdaling van vijfhonderd meter naar en rond een visvijvertje, gevolgd door een steile beklimming die uitvlakt in een bosje. Ik ben opgelucht als we het smalle en hobbelige bospad achter de rug hebben en de achtervolgers niet langer achter je rug zitten te dringen. Bij de kruising kan ik mijn voorsprong meten op de bezemwagen, een kilometer dus. De meeste deelnemers zijn aan die kilometer bezig, dat leert de uitslag me achteraf. Bij de volgende afdaling – op “Waals” asfalt – kan ik wat snelheid maken. Ik houd echter vast aan mijn behoudende tactiek. Magali loopt nog steeds met dezelfde voorsprong voor mij uit. Na een scherpe bocht naar links duiken we een smal en donker pad in tussen bomen. Hier word ik niet gehinderd door mijn kaduke benen maar door mijn oude ogen. Ik ben beducht voor de stenen en de geulen in het pad, kom enkele keren haast tot stilstand en til mijn knieën hoog op om niet tegen een of ander natuurlijk obstakel te stoten. Het ziet er waarschijnlijk niet uit maar ik ambieer ook geen schoonheidsprijs. Kortom, veel voordeel kan ik niet halen uit deze afdaling. De Rue de Mariomont is dan weer helemaal mijn ding. Mooi asfalt tussen de weiden, een plaatje voor een reclametekening. De volgende helling ligt in haar glorie in de zon te schitteren. Vooral op het einde, voorbij de tweede hoeve, wordt het nog even steil. Ze spelen het toch weer klaar: “slechts” 8 kilometer maar wel drie hellingen onderweg. Overigens mag ik vandaag niet klagen. Het beste moet nog komen, dat voel ik aan mijn water, euh mijn benen. Ik tuur even vooruit en herken de top van de helling. Tot hier heb ik daarstraks verkend. Vanaf hier gaat het bergafwaarts. Stembert 1 Met een korte snok op het laatste bultje kom in het spoor van Magali. Ik laat de handrem nu definitief los en begin de achtervolging op de lopers voor me. Ook al zijn het allen onbekenden. Voor zover ik weet heb ik hier vandaag geen tegenstand in mijn leeftijdsklasse. Ik richt me dan maar op de dames voor me. (Ik zie er al sommigen grijnzen bij het lezen van deze regels.) Ze zijn met minder en makkelijker te detecteren in de uitslag. Magali Beauwens heb ik in de eerste hectometers van de afdaling achtergelaten. Laure Etienne met de hoofddoek (tegen de zon, vermoed ik) is me in het begin van de loop voorbijgegaan. Het is altijd een kleine overwinning als je de snelle(re) starters op het einde nog kan terughalen. En Françoise Bonaventure. Zij is nog in gesprek met een mannelijke collega naast haar. En kijkt verbaasd op als ik haar voorbijsnel. Ik volg toevallig een plaatselijke loper die ruim de tijd neemt om zijn supporters, of alleszins kennissen, langs de weg te groeten. Muziek in de oren, zwaaiend naar de mensen, hij pakt het “cool” aan. In het midden van de afdaling ligt er een dubbele rotonde. Twee politiewagens sluiten de weg af om ons vrije doorgang te verlenen. Voor zoveel attenties van de stedelijke overheid moet je wel je best doen. Ik steek nog een tandje bij op het steilste stuk. Françoise heeft haar mannelijke begeleider in de steek gelaten en wil dat deze loop alsnog een “bonne aventure” wordt en plaatst een versnelling in de laatste rechte lijn naar het voetbalveld, met andere woorden de aankomstzone. Ik verlies enkele meters. Na 2,4 km op de grote plaat op het asfalt is het even aanpassen op de hobbelige graszoden langs het voetbalveld van vierde provincialer Stembert. Ik pers er nog een versnelling uit om mijn plaatsje veilig te stellen. Dat lukt tot we op een smal betonnen paadje komen waar de streep (het streepje) getrokken is. Een jonge onstuimigaard (Julien, vermoed ik) wringt zich nog voorbij mij en Françoise voor me. De posities worden hier nog manueel geregistreerd en door het manoeuvre van Julien heeft de dame aan de finish het nummer van Françoise niet kunnen noteren. Ze roept “Votre dossard”. Ik ben niet zeker of ze mijn nummer genoteerd heeft en maak rechtsomkeert om het nummer 805 te tonen. “Pour vous c’est en ordre” stelt ze me gerust. Intussen zijn enkele achtervolgers voor me in geglipt… en vergeet ik mijn Garmin in te drukken. Strava houdt blijkbaar rekening met deze stilstaande fase en zo worden de vier minuten die ik verlies met het losmaken van de spelden niet meegerekend. Peanuts, denken sommigen nu. Wel, dat die het rondje maar eens gaan lopen. Ik zal met plezier de gps-track sturen.
Ik sta op het podium met René Coumont. Zijn naam was mij bekend, zijn profiel eveneens – mag ik het omschrijven als het profiel van een piraat? Maar de link tussen beide kan ik pas leggen bij de prijsuitreiking. Het toeval wil dat ik hem voor de koers heb gegroet toen hij een praatje sloeg met Louis Schmetz, mijn vast aansprekingspunt in de “Avenir”. Overladen met prijzen kan ik als een tevreden man de terugweg aanvatten. Nu enkele dagen genieten en ontspannen op training. De volgende wedstrijd staat al binnen minder dan een week op het programma.

(Foto’s. Foto 1 Google: Km 2, op de lange klim. Foto 2, eigen foto: Op het podium met René Coumont.)

vri 08/06/2018 19.30u * Wégimont (Challenge Cours la Province!) * 8 km * 00:43:00 * 11 * 211/568 * 1/8 * ♥♥♥♥

Willy Hertogen kent hier de weg, in het Provinciaal Domein van Wégimont, gemeente Soumagne, waar we dadelijk zullen starten in de Wégi-night. Hij is hier al vaker geweest voor wedstrijden en de uitreiking van de seizoensprijzen van de Challenge van de provincie Luik. We zijn vanavond met z’n vieren naar het land van Herve getrokken: twee Willy’s, twee Paula’s en twee C/Kortlevens. We zijn er samen met bijna 1000 deelnemers en talrijke supporters. Het zal wel geen toeval zijn dat precies op deze locatie drie Luikse challenges de handen in elkaar hebben geslagen: de twee die “provincie” in hun naam dragen, de Challenge de la Province de Liège, de Challenge Cours la Province! en als derde de challenge van de regio Verviers, de Challenge L’Avenir.
Het parcours ziet er op papier aantrekkelijk uit: een combinatie van park, bos en weg met een golvend reliëf. Tijdens mijn verkenning wil ik mij vooral een beeld vormen van de laatste kilometer. Ik probeer enkele routes en richtingen uit tussen de linten voor de aankomstboog ( de groene met de O’Top-bestelwegen van Pierre Olivier zal wel de juiste zijn), klamp een zestal bekenden en onbekenden aan … en ben na een halfuur nog niets wijzer. Wégimont 1 De speaker roept de deelnemers naar de witte boog. Ik kan even zijn onophoudelijk gebabbel onderbreken in de hoop nu eindelijk uit mijn twijfels verlost te worden. “U zal het wel zien, u kan maar in één richting lopen, mijnheer.” “Ne vous tracassez pas” (Maak u niet ongerust). Maar dat doe ik nu net wel. Wat de man niet weet, is dat ik vanavond weer het duel zal moeten aangaan met Roger Dosseray. Ik heb Roger daarstraks even gezien maar nog niet gesproken. Het zou niet de eerste keer dat de beslissing pas in de laatste meters valt. Ik wil dus liever niet verrast worden door het parcours. Enfin, de finale is nog altijd een blinde vlek voor me. En achteraf bekeken, is dat misschien maar goed ook.
Ik sta ergens midden in het pak aan de start. Met een minuut applaus wordt er hulde gebracht aan een verdienstelijk persoon van een van de challenges. Ik kan zo goed als niets opmaken uit de niet aflatende woordenstroom die door de luidsprekers galmt. Alleen dat de “encore trente secondes avant le départ” minuten later nog steeds niet verstreken zijn. Met zo’n 750 man is het op de asfaltpaden in het park vooral uitkijken waar je je voeten zet en tijdig reageren op de onverwachte bewegingen van voornamelijk jonge deelnemers. Ik kan dan toch al wat plaatsen winnen en blijf recht ondanks het gezigzag van enkele zondagslopers. Na 500 meter verlaten we het verharde gedeelte in het park. We hebben dan al vier scherpe bochten genomen, de eerste van een lange reeks. Op een veldweg net buiten het domein wordt het nog smaller en nog hobbelig ook. We draaien weer het kasteelpark in dat snel de allures van een bos krijgt. Het blijft zoeken naar ruimte in de stroom lopers op het op en neer golvende pad. We scheren langs een paaltje midden op de weg en rakelings langs een bank. Dit stuk heb ik wel verkend, maar ik blijf op mijn qui vive en ben dus nog niet aan mijn kruistempo toe. Een korte maar steile afdaling brengt ons naar een pad, later een asfaltweggetje dat eindelijk even rechtdoor gaat. Ik kan nu weer wat plaatsen goed maken. We lopen achter de kleedkamers door – het schitterende openlucht zwembad erachter zal ik pas na de wedstrijd opmerken. Daar is Willy Hertogen. Hij heeft dan toch weer een plaatsje voorin het peloton weten te versieren aan de start. De grote Vlijtingenaar loopt met starre rug voor mij uit. Het is alsof onze twee dames het vooraf wisten maar ze wachten ons op net waar ik in het spoor van mijn voornaamgenoot kom. Marie-Paule heeft het ogenblik feilloos in beeld gebracht (foto 2). We maken nu een scherpe bocht naar rechts op een hellende grasstrook om een vijvertje te ronden. Dan trekken we weer het bos in. Ik zoek naar mijn evenwicht op een pad van nauwelijks 50 centimeter en moet even uitwijken naar rechts waar ik in een vettige smurrie terecht kom. Weer enkele plaatsen verloren. Wégimont 2 Het blijft harken op de bultjes in het bos en draaien van de ene bocht naar de andere. Plots op het beton tussen de caravans. Dit moet de camping zijn. Een campingbewoner die zijn vrije tijd meestal liggend doorbrengt, vermoed ik, daagt ons nog wat uit. “Plus vite, plus vite”. We zigzaggen tussen de caravans door. En blijven lussen tekenen op het gras dat weer parkachtig aandoet.
Mijn oriëntatie ben ik intussen al lang kwijt. Door het onophoudelijke tollen heb ik de indruk dat we al kilometers achter de rug hebben. Maar we zijn nog niet eens halfweg merk ik, als we de splitsing tussen de 4 en de 8 km-loop passeren. We komen weer langs de parking, ik herken de veldweg van de eerste ronde. Dit keer lopen we rechtdoor. Niet dat het me echt veel helpt. Het is laveren van links naar rechts om een geschikte loopstrook te vinden en uitzicht te hebben achter de rug van je voorgangers. Het tempo komt niet hoger dan 5’30”. Terwijl ik wel de energie heb om een tandje hoger te schakelen. Dat verbetert er niet op als we de bosrand verlaten na 4,5 km en op open terrein terecht komen. Ik heb daarstraks in het voorbijgaan bij Willy Hertogen geïnformeerd of Roger Dosseray voor hem liep. Nu zie ik hem daar op een vijftigtal meter voor me. Maar ik zit hier gevangen achter een sliert lopers op een smal aarden lint tussen het hoge gras rondom ons. Ik moet noodgedwongen geduld oefenen tot we op een bredere asfaltweg uitkomen die naar de bewoning leidt. De weg loopt hier vrij steil omhoog. Ik moet van de klim gebruik maken om bij Roger te geraken. Eigenlijk loopt de route vanaf het vijvertje, bijna 3 kilometer geleden, al omhoog. Op een kort plateautje tussen de huizen kom ik in het spoor van mijn taaiste concurrent in alle challenges. “Ik had je al verwacht”, met deze woorden word ik verwelkomd. En Roger voegt er meteen aan toe: “Ik heb last van mijn knie”. Alberto Canales had me vorige week al op de hoogte gebracht. Maar met Roger weet je nooit, ik blijf op mijn hoede. Ik houd mijn hoger tempo aan maar de afdaling is pas begonnen of Roger snelt me weer voorbij. “Toch niet zo erg, die blessure” schiet het door mijn hoofd. Op een korte vlakke strook tussen twee bochten kan ik Roger definitief afschudden. Dat het definitief is kan ik pas later vaststellen. Ik vertel het nu al om de lezer een houvast te geven in dit kronkelige verhaal. Dit is mijn sterkste fase vandaag: rond km 6,2 voor wie het precies wil weten. In de laatste meters van de afdaling, vlak voor we een scherpe bocht nemen weer het kasteeldomein in, ga ik voorbij Claudio Nardozi. De veteraan 3 die ik hier voor de eerste keer ontmoet, heeft zich in de voorbije hectometers flink geweerd om uit mijn greep te blijven. En in één moeite passeer ik ook Sandra Delrez, vaker in mijn buurt in deze regio. Even verder zijn we alweer aan de vijver. Ik ga op mijn elan verder en loop nog een jongere loper voorbij. In het bos nemen we nu een andere weg blijkbaar. Ik hoor een parcourswachter ons waarschuwen: “Attention, escalier”. Die komt er pas aan na nog enkele bobbels. We staan zo goed als stil, gelukkig zijn er geen waaghalzen die hier nog voorbij willen. Verder door het park (of het bos) naar de finish die nu niet meer veraf kan zijn. Wat is dat ineens? Een muur! Het lijkt wel alsof we uit een ravijn moeten kruipen. Niet nadenken nu, vooruit, hoor ik mezelf. Rechts zie ik boomwortels. Die kunnen me houvast geven. Ik glij toch even uit en kruip dan maar enkele meters op handen en voeten verder. In de laatste meters kan ik me dan toch weer min of meer oprichten. Claudio pikt me mijn plaatsje wel weer af. “Kom op Willy, nog dertig meter” hoor ik. Dank je wel, Alberto Canales, hier heb ik nog iets aan. Denk aan de omroeper ” maak je maar geen zorgen” in het begin van het verslag.
Ik vergeet deze keer niet mijn nieuwe Garmin in te drukken en zoek mijn weg tussen de zwetende lijven achter de streep. Ik doe me te goed aan (sport?)drankjes met verschillende kleuren en smaken. Wégimont 3 Ik wissel de eerste ervaringen uit met enkele bekenden. En vertel aan iedereen die het horen wil dat dit soort omlopen helemaal niet naar mijn smaak zijn. Bij de meeste gesprekspartners is een andere toon te horen. Michel Jeukens (veteraan 1 en CJPL-getrouwe) vertelt met een monkellachje dat hij er net wel van genoten heeft. Nicolas Bynens is ook opgetogen… en jaloers op zijn kleinzoontje die bij zijn eerste wedstrijdje (400 meter) al meteen een beker mee naar huis krijgt. “Terwijl ik elke week vecht om op het podium te geraken en er maar niet in slaag” lacht de veteraan 3. De ultieme klim die de parcoursbouwers op onze weg hebben gelegd roept daarentegen alleen negatieve reacties op.
Het lezen van de uitslag – zoals gewoonlijk in kleine lettertjes op een donker plekje – levert een aangename verrassing op voor de twee Willy’s: we staan met zijn beiden op het podium bij de veteranen 4. Mijn naamgenoot is enkele maanden ouder dan ik en loopt hier vanavond zijn beste wedstrijd van het seizoen. Jammer dat Servais Halders er vanavond niet bij is! Een nieuwe (of oude) blessure houdt hem in Voeren. Ik maan Marie-Paule alvast aan haar fototoestel in aanslag te houden. Wanneer dan na veel vijven en zessen de prijsuitreiking begint, steekt dan toch een gevoel van ontgoocheling op. De organisatoren kiezen hier, zoals in Montzen, voor het afroepen per plaats. Alle eersten samen, dan de tweeden, enzovoort. En zo moeten we onze prijs apart afhalen en levert de ceremonie vooral veel gedrum en wanorde op. Naast een fles drank geven de organisatoren nog een boodschap mee: “eat small”, eet… krekels. Ik krijg een doosje met insecten mee. “En hoe smaakt dat?”, hoor ik. Ik hou u op de hoogte. Vanavond heb ik nog de honger gestild met een gebraden worst. En plaats op die manier toch weer een zware ecologische voetafdruk…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: In het Provinciaal Domein van Wégimont. Foto 2: Nog enkele meters en ik heb Willy Hertogen bij de lurven. Foto 3: U herkent de laureaten bij de veteranen 4.)

zon 17/06/2018 10.30u * Ans (Challenge de la Province de Liège) * 10,3 km * 00:49:20 * 12,5 * 43/134 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat heeft een mens op een zondag voor de middag te zoeken in Ans, in de westelijke rand van Luik? Wel, een nieuwe loopwedstrijd. Dan is Willy er weer bij, weet de lezer inmiddels. Hoewel “nieuw” niet helemaal klopt. Volgens Willy Hertogen werd er meer dan tien jaren hier ook al gelopen voor de Challenge van de provincie. De VZW (stichting) “Le coeur ansois” ( Het hart van Ans) die zich inzet voor sociale doelen, heeft de sportieve draad dit jaar weer opgenomen. Ik herken alvast een lid, David Frison, met wie ik al op pad ben geweest in andere wedstrijden. We zijn nog sneller ter plekke dan gedacht en maken nog de briefing van de seingevers mee in de inschrijvingsruimte. Een grote groep mannen en vrouwen in een geel veiligheidshesje luisteren naar de instructies van challenge-organisator Jean-Claude Odeurs. Die zijn vandaag des te belangrijker omdat de organisatie nieuw is en niet kan teren op jaren ervaring. En voor een loop in een verstedelijkte omgeving – zeg maar in een stad – heb je tientallen verkeersregelaars nodig. Als deelnemer word je zo nog eens met de neus op de feiten geduwd: zonder vrijwilligers geen wedstrijd, geen competitie en geen ambiance achteraf.
Pierre Olivier is de snoeren van de tijdsregistratie-apparatuur nog aan het vastklikken als ik aan mijn opwarming begin. Er is hier ruimte zat voor een snelle finish. Alleen de paraatheid van de benen en de wind zouden voor hinder kunnen zorgen. Ik kan ook de tijd nemen de collega’s uitgebreid te begroeten.Ans 1 Willy Hertogen bijvoorbeeld. Vanwege logistieke redenen (om het met een moeilijk woord te zeggen) zijn we vandaag apart naar Ans gereden. Mergelloper Eric Stassen uit Valmeer is er ook. Gisteren moest hij ook al om logistieke redenen verstek laten gaan voor de Aterstaosejogging in Tongeren. Hij heeft het laatste jaar reuzenstappen vooruit gezet. Ik ben nu geen partij meer voor hem. Toch zal hij ongewild nog in mijn verhaal voorkomen. Via Willy Hertogen maak ik kennis met René Eggen, een rijpe v3 en al jaren een vaste waarde in het circuit. Door een verstuiking en een gebroken voetbeentje is hij maanden buiten strijd geweest. “Voorlopig pak ik het rustig aan, ik bereid me voor op volgend jaar. Dan ga ik de strijd aan met jullie bij de veteranen 4!” houdt de man uit Retinne er de moed in. Het blijkt dat hij in Zussen getrouwd is en onze streek op zijn duimpje kent.
Voor de start gegeven wordt en na het gebruikelijke welkomstwoord van de organisator, vraagt Jean-Claude Odeurs nog even de megafoon. Hij deelt mee dat de volgende wedstrijd op de Challenge CJPL-kalender in Awans, op een boogscheut hiervandaan, is afgelast. Tegenslag voor Willy Hertogen en wellicht ook Jean-Pierre Immerix voor wie het minimum aantal deelnames – 10 om in het klassement opgenomen te worden – bedreigd wordt. De deelnemersaantallen gaan de laatste maanden fors naar beneden. Vandaag komen we net boven de 200 man voor de twee lopen. Het overaanbod aan wedstrijden en onenigheid binnen de organisatie beginnen zich te wreken. Is de oudste Luikse challenge – en dertig jaar geleden de enige – die heel wat Zuid-Limburgse lopers over de taalgrens lokte, in gevaar?
Hoe dan ook, daar kan ik me nu geen kopzorgen over maken. De focus moet staan op de wedstrijd die start over vijf seconden. Een klein peloton, een brede weg, ik vind zonder problemen de ruimte om snel op tempo te komen. Dat tempo wordt trouwens in de eerste plaats bepaald door de kracht in mijn benen… die ik eerst zal moeten losschudden. Claude Herzet, de vierde Riemstenaar in het pak, is al meteen uit het zicht. Hij heeft soepele benen meegebracht van zijn hoogtestage in het noorden van Griekenland. Hij bouwt een voorsprong op van een dikke twee minuten. Dat blijft binnen de marge van mijn gemiddelde achterstand de laatste jaren. In de eerste kilometer richt ik mij op drie collega’s. De ene in het groen, Bernard Marot, de andere twee in het oranje, Jean-Yves Culot en Pasquale Ruberto. Zij zijn wel geen directe concurrenten maar ik heb ze in een recent of niet te ver geleden nog kunnen verslaan. Ans 2 En dan leef je in de overtuiging of de illusie dat dat vandaag ook lukt. Pasquale, veteraan 3, maakt zich ook snel uit de voeten. Zou ik hem nog kunnen terugpakken vandaag? Jean-Yves Culot, nog maar veteraan 1, blijkt vandaag ook een maatje te sterk. Alleen veteraan 3 Bernard Marot is zo vriendelijk in mijn buurt te blijven. Ik zou hem over een kilometer toch moeten inhalen. Dat leert het verleden me. Maar ja, het is zoals op de beurs: de koersen van gisteren geven geen enkel garantie voor die van vandaag of morgen. We lopen intussen op beton of asfalt tussen de huizen. Achter die huizen liggen de velden. Hier begint Haspengouw. We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of er is al een drankpost. Voor de hitte moeten ze het niet doen. De meeste deelnemers zullen de 16 graden als ideaal ervaren. Voor mij mag het wel een tikkeltje warmer zijn. Een bevoorrading dus, heel snel na het vertrek. Die merk ik nochtans niet onmiddellijk op. Plots zie ik plastic bekertjes voor me op weg liggen… en vraag ik me af waar Bernard gebleven is. Ik kijk om me heen en zie aan de rechterkant van de weg in een bocht de drankentafel. Je moet hier echt meters omlopen om aan een slok water te komen. Terwijl de door de wol geverfde loper – ik reken mezelf bij die categorie – altijd de kortste bocht (hier een linkse bocht) zo scherp mogelijk aansnijdt. Mij maakt het missen van het drankje vandaag dus niet uit… en ik ben zonder bijkomende inspanning voorbij Bernard gegaan die wel al behoefte heeft aan een slokje. Maar de kleine man uit Chênée komt vandaag brutaal uit de hoek ( lees: hij heeft er zin in) en gaat me even verder opnieuw voorbij. We kronkelen nog even door een woonwijk. Niets bijzonders te melden, tenzij dat de loper voor mij plots op zijn stappen terugkeert om een verloren bankbiljetje op te rapen. Die heeft zijn premie voor vandaag al binnen. Na drie kilometer komen we uit op een doorgaande weg tussen de akkers. De rechte weg die eerst licht dalend is, gaat tussen de huizen op het voetpad weer licht omhoog. Ik ben al een tijdje in het gezelschap van een blonde dame met wie ik tijdens de verkenning enkele woorden heb gewisseld. Om mij opzoekingswerk te besparen bij het schrijven van het verslag heeft ze haar nummerband gedraaid zodat ik haar nummer “165” mooi op haar rug kan aflezen. Valérie François kan mijn tempo op de glooiing niet meer volgen en haakt af. Adieu, misschien tot in een volgend verslag. Op het einde van de Rue de la Résistance, daar zijn we nu, worden de 10 km-lopers naar links gestuurd. De deelnemers aan de 6 km moeten rechtdoor. En hier loopt het mis voor Eric Stassen. “Dix” en “six” verward, even verstrooid, onduidelijke mondelinge aanwijzingen? De man uit Valmeer is ervan overtuigd dat hij rechtdoor moet en stelt na een dikke tien minuten tot zijn leedwezen vast dat voor hem de pret over is na 6,5 km. Wij worden een parkje ingestuurd over een zandweg waar oneffenheden en gaten het tempo doen stokken. Maar na 300 meter zijn we weer op het verhard. Rond km 5 is er een nieuwe bevoorrading. Ik neem nu wel een slok. Bernard ook, maar die heeft meer tijd nodig en verspeelt zo weer zijn voorsprong. Definitief deze keer? Zeker niet, ook in de volgende kilometers blijft hij aanklampen. Op enkele meters, maar als ik uit mijn ooghoeken naar achteren kijk, krijg ik het groene Lampiris-shirt meteen in het vizier. Aan een rotonde wordt het belang van goede seingevers nog eens duidelijk als de man in het fluogeel een autobestuurder met luide stem de goede rijrichting – dat wil zeggen in de richting van het parcours – moet uitsturen. We maken hier een grote lus in de vorm van een acht. Gelukkig is het autoverkeer ook in het dichtbebouwde centrum van het dorp op deze zondagochtend beperkt. Het café Le Hombroux is nog dicht. Je vraagt je af waar ze de namen vandaan halen. Een blik op de Garmin-kaart leert me dat we hier in het gehucht Hombroux zijn. En laat het nu net hier zijn dat we (Bernard en ik) Richard Mathot inhalen en ter plaatse laten. Voor Bernard een plaats gewonnen bij de veteranen 3, voor mij een bevestiging van wat Richard voor de wedstrijd tegen enkele kompanen zei toen ik in zijn buurt aan het opwarmen was. “Ook de veteranen 3 moeten bang zijn voor die veteraan 4”. Hij had het over mij en krijgt dus gelijk. Te snel gestart en dan noodgedwongen in wandeltempo op adem moeten komen, het is niet de eerste keer dat het Richard overkomt.
Km 5,6, de knoop van de “acht”. Ik kruis hier twee lopers die een voorsprong van zo’n 7 minuten blijken te hebben. Die moeten dan toch in de kop van de wedstrijd lopen. Mij zijn ze onbekend, maar ja, zo vaak zie ik ze niet vanuit de buik van het peloton. We slingeren ons nu door een sociale woonwijk en tussen garageboxen, stoep op, stoep af. Ik kan niet voluit gebruik maken van het dalend reliëf, de vele bochten remmen de snelheid af. Dan weer een rechter stuk waar die duivelse Bernard Marot nog altijd niet van wijken wil weten. Voorbij de Ferme à l’Arbre de Liège (grondgebied Lantin) waar bio-producten worden geteeld en dieren op duurzame wijze worden gefokt. Op zo’n zondagochtend kan je dus nog wat bijleren. Een linkse bocht na 6,7 kilometer leidt ons naar een langere klim – dat betekent hier 1 tot 2%. Dat lijkt een pruts maar ik kan hier wel mijn tempo vasthouden en mijn positie in het klassement nog gevoelig verbeteren. ten koste van onder meer twee dames, Valérie Meyan en Aurore Tumson. Overigens moeten deze jonge dames het wel afleggen tegen aînée 2 Dominique Friedrich en aînée 1 Françoise Piscart, in deze volgorde. De klimmende weg die ook verder blijft doorlopen biedt me ook de kans om Bernard definitief af te schudden. Meer om mezelf te bewijzen dat ik het nog kan, heb ik van mijn hart een steen gemaakt en de sympathieke inwoner van Chênée achtergelaten. Km 8,5: ik zie rechts voor me een sliert lopers in een groene omgeving. Ik herken Pasquale Ruberto. Zijn voorsprong schat ik op zo’n 150 meter. Die kloof krijg ik niet meer gedicht. Het andere oranje shirt van Jean-Yves Culot is nergens te bespeuren, hij is Pasquale al vroeger voorbijgegaan. Dit moet het tweede park op het parcours zijn. Een mooi pad leidt naar een kiosk waar een enkele toeschouwer de esbattementen vanuit de hoogte volgt. Die toeschouwer en fotograaf is Marie-Paule. Zij heeft de weg gevonden naar het mooiste plekje van Alleur. We komen uit op het fraai gerenoveerde kerkplein van Alleur. Want eigenlijk blijkt deze loop voornamelijk in Alleur zijn beslag te krijgen. Door mijn verkenning van daarstraks vind ik moeiteloos de snelste weg tussen het straatmeubilair en ben ik niet verrast door het trapje waar we op moeten. Wel verrast ben ik als ik plots word voorbijgestoken door veteraan 3, Laurent Knapen. “Van waar komt die?”, is de vraag die spontaan bij me opkomt. Ans 3 Het antwoord hoor ik na de finish. Ook Laurent is ergens verkeerd gelopen. De precieze omstandigheden zijn me niet duidelijk, evenmin of hij de enige is die het spoor bijster is geraakt. Wat er ook van zij, Laurent heeft sportieve collega’s. Hij krijgt van Alberto Canales en Claude Herzet de tweede plaats waarop hij recht heeft. Nog even bergop en we zijn weer in de verkavelingszone die we daarstraks na de start ook gedeeltelijk hebben doorkruist. Ik kan een tempo van 4’30” aanhouden, voldoende om eventuele aanvallende neigingen achter me in de kiem te smoren. Behalve die van Julien Bayonnet. Maar van de senior van Seraing Athlétisme kan ik dat wel verdragen: ik ken hem al van mijn eerste deelnames in de de Condruzien de Hesbignon en hij heeft de laatste jaren nogal wat ups en downs gekend. Nog onder het viaduct van de autoweg door. Voilà, opdracht volbracht. Voor het toekennen van de hartjes heb ik dit keer hulp gekregen van een trouwe lezer…
Terwijl we wachten op de prijsuitreiking in het cafetaria van de sporthal stapt een in maatpak uitgedoste knappe heer af op Eric Stassen en schudt hem de hand. “Eric kennen ze wel overal”, denk ik nog. Maar ook wij worden vriendelijk begroet. Het is de burgemeester – vermoeden we, achteraf bevestigd door Google – die al in verkiezingsmodus is. Hij bekleedt nog niet zo lang die functie, verneem ik verder. De artikels over de gemeentelijke politiek in de voorsteden van Luik lezen overigens nog spannender dan mijn verslagen (hum…).
Een heel comité notabelen deelt de prijzen uit. De jongste sporters krijgen een medaille. Dan zijn de grote jongens en meisjes aan de beurt. Grégory Baar is overal aanwezig maar blijft vruchteloos jagen op een overwinning. Vandaag moet hij zich tevreden stellen met de meest ondankbare plaats, de tweede. Rudy Lacroix, winnaar bij de veteranen 3, poseert trots met een grote doos. Marie-Paule – wie niets ontgaat – weet dat er een trolley reiskoffer in zit. Het mag een troost zijn voor Servais Halders, nog steeds afwezig, dat hij niet echt een reisduif is. Willy Cortlevèn en Willy Hertogèn worden naar voor geroepen. Nummers 1 en 2. Of voorlaatste en laatste, als je de uitslag bij de veteranen 4 vanuit de andere richting bekijkt. We geven onze cadeaubon van plaatselijke handelaars na afloop verder aan kennissen die er wel hun voordeel mee kunnen doen. Het komt dan toch nog goed voor Eric. Hij is opgenomen in de uitslag van de 6,6 km-wedstrijd: plaats 6 van 87 en eerste veteraan 2. Helaas zijn de prijzen op na de 10 km…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Briefing van de seingevers. Foto 2: Claude Herzet in het park. In de achtergrond Françoise Piscart. Foto 3: Na de finish met Willy Hertogen en Eric Stassen, in het midden.)

zon 01/07/2018 10.30u * Eben Au cours du Geer * 9,5 km * 00:47:47 * 12 * 14/59 * 1/3 * ♥♥♥♥

Het is vandaag een thuiswedstrijd voor mij, althans zo voelt het aan. Nauwelijks enkele kilometers van Heukelom en op mijn trainingsroutes. De nieuwe loop – voor de tweede maal georganiseerd door de Fanfares van Eben – moet nog naam maken en zal het moeten stellen met een klein deelnemersveld van een honderdtal lopers. Daartussen enkele Limburgers die allemaal hun plaatsje krijgen in dit verslag. Eben, dat meestal in één adem genoemd wordt met Emael, ligt in de Jekervallei en is voor mij vaak een passage op langere en relatief vlakke trainingstochten. Het uitgetekende parcours laat van het predicaat “vlak” evenwel niet meer veel over. Eben 2 Er zitten twee stekelige hellingen in, een op asfalt, de ander op een smal, hobbelig pad. Reken daar nog twee andere smalle passages en enkele draaipoortjes bij en de snelheid is er meteen ook uit. Om het gemiddelde omhoog te krikken blijven dan nog alleen de kleine 3 kilometer vlakke Ravel-kilometers over. De parcoursbouwers zijn er wel in geslaagd hun 10 km-loop uit te tekenen op alle autoluwe wegen die er in het dorp te vinden zijn. En ze hebben het zusterdorp Emael de eer gegund van een passage voor het internationaal vermaarde Fort van Emael. In de hoop natuurlijk dat de lopers, die nog al eens de neiging hebben zich van de wereld af te sluiten, de grijze historische getuige opmerken. De loop is overigens “Au cours du Geer” gedoopt maar de meeste lopers die hier niet zo bekend zijn, zullen het riviertje waarschijnlijk ternauwernood gezien hebben. Ik heb vrijdag bij wijze van voorbereiding de route herkend, althans een poging ondernomen nadat ik het tracé had proberen te memoriseren. Ik heb alvast een veldweg ontdekt langs de mergelgroeve. Dat is de groeve die enkele jaren geleden is uitgebreid en een deel van een traditionele Zweitlanceurs-route heeft opgeslokt. Voor de ontbrekende schakel in de laatste kilometer heb ik moeten wachten tot vanochtend. Een pijl wijst naar een smal donker pad. Ik ben hier dus al twintig jaar voorbijgelopen zonder die doorgang ooit opgemerkt te hebben.
Ik wil meteen vanaf de start de benen onder spanning brengen. Geen rustige aanloop dus. Mijn laatste twee trainingen zijn een afknapper geworden en een (relatief) snelle start is een paardenmiddel om vandaag wel in mijn ritme te komen. Het is nu maar afwachten of de remedie ook werkt. Het vertrek wordt gegeven in de Rue du Village, haast voor de deur van zeventiger Guy Okwicka. Hij maalt nog twee keer per week zijn kilometers. Ik zie hem geregeld op de helling naar de kerk van Eben. Vandaag staan we voor het eerst in lange tijd samen aan de start. Na een korte afdaling draaien we rechtsaf een veldweg in. Ik heb me jaren afgevraagd waar die naartoe leidt – als het al geen doodlopende weg was naar een boerenerf – nu weet ik het dus eindelijk. Al meteen klimmend op losse stenen, daarna dalend op grind waar onder de volle zon moeilijk te herkennen gaten alle aandacht vragen. Rechts achter de bomen ligt een grote groeve en een breekinstallatie voor silexstenen. Niet dat ik daar nu enige belangstelling voor heb, de blik is gericht naar voren, een antwoord zoekend op de vraag waar ik mij in het peloton bevind. Nier ver voor me zie ik Claude Herzet, evenals ondergetekende een “régional de l’étape”. Nicolas Bynens heeft na een kilometer al een 75 meter voorsprong. Na 1,2 km steken we de N671 over. Dat is de weg door het afgegraven gedeelte van de groeve. Een gewaagde keuze van de organisatoren. Op deze weg wordt wel eens doorgevlamd door autobestuurders maar de weinige auto’s op deze zondagochtend blijven braaf staan voor het bord van de signaleuse terwijl de politie een officieel oogje in het zeil houdt. Eben 2 Daar is de eerste serieuze klim. Een bochtige asfaltweg die hier eigenlijk alleen ligt voor de mergelwinning en de toegang naar Eben-Ezer, een kasteel of toren in silexstenen. Een aanrader voor wie de streek niet kent en voor wie een rustige wandeling wil maken in en boven de Jekervallei. Ik zie dat Claude het traditioneel moeilijk heeft op de helling, ik kom wat dichterbij. Na een van de bochten hoor ik plots aanmoedigingen voor een Willy. Is dat voor mij? Jawel, ik zie Jean Tempels die hier vorig jaar derde eindigde. Dit jaar maakt hij zich verdienstelijk aan de rand van de weg met het filmen van onze moeizame doortocht. Boven draaien we rechts af en passeren dus niet voor en onder de apocalypsebeelden van Eben-Ezer. Ik heb nu geen tijd om meer uitleg te geven. Ga er, zoals gezegd, eens een kijkje nemen. Of kom eens een keertje mee op training. Het gaat nu een driehonderdtal meter stevig naar beneden over een veldweg en een weide. Ik ken hier wel elke morzel grond maar neem geen overdreven risico’s om bijvoorbeeld Francis Smets van Millen bij te houden. Ik zal hem tot bij de splitsing van de 5 km een vijftiental meter voor mij uit zien draven. Hij neemt dan de kortste route maar moet in het moeilijke tweede deel (gelijk aan dat van de 10 km) nog heel wat tijd inleveren. Er wacht ons nu een tweetal golvende kilometers over asfalt en beton. Ik houd mijn tempo goed aan en stel tot mijn voldoening vast dat Claude niet verder uitloopt. Mijn benen voelen alleszins heel wat beter aan dan tijdens de week, ondanks de hitte. Die heeft me wel een droge tong bezorgd. We doorkruisen het dorp naar het gehucht Lava waar we weer op de Ravel zullen uitkomen. Ik kijk al uit naar het licht dalende fietspad tussen de bomen. Maar eer het zo ver is… kan er nog heel wat fout lopen. En dat gebeurt ook… bijna. Bij het indraaien van het Ravel-fietspad na 3,8 km verstuikt Claude Herzet zijn voet. Even paniek, dan toch verder en na afloop geen pijn meer. Maar het ontwaken morgenochtend kan pijnlijk zijn. Even verder, aan de bevoorrading, loopt het bijna verkeerd voor mij. Ik zie nog net dat de 10 km-lopers rechts een graspad worden opgestuurd. Na de eerste lettergreep van een Vlaamse vloek heb ik de juiste richting te pakken. Ik verfris mijn hoofd met het koele water (een pluspunt voor de organisatie!) en bedenk dat de parcourstekenaars geen zijweg onbenut hebben gelaten. Het pad wordt almaar smaller tot we weer op het Ravel-beton uitkomen en eindelijk de gashendel kunnen opendraaien. Ik haal hier een gemiddelde van tegen de 4’35”. Dat is voldoende om Claude in het vizier te houden maar onvoldoende om Anne Balter te volgen. Deze jongedame is me daarnet voorbijgegaan en zal op weg naar Emael ook Claude achter laten. We lopen voorbij de paardenstallen – ik ga er nu even vanuit dat jullie weten waar ik mij bevind – en kom voorbij de Rue du Garage op de hoogte van Claude. Die heeft mijn stap intussen herkend. Ik hou bewust even in om Claude de gelegenheid te geven te volgen. Met tweeën is het aangenamer dan alleen, lijkt ons. We draaien samen om bij het Fort en slaan de single track in rechts naast de Jeker op weg naar het vijvertje in de Biotope du Guizette. We kennen deze plek beter dan onze eigen tuin. Alleen heeft Claude weer de leiding genomen en is het voor mij in zijn spoor toch uitkijken, bijvoorbeeld om niet mijn voet te verstuiken… De kerkklok van Emael slaat elf uur als we ons sierlijk – Claude doet het alleszins sierlijk – voorbij het draaipoortje wentelen en onze smalle weg langs de Jeker verderzetten.
Na 6,4 km komen we weer op het verhard, de Rue du Garage. Honderd meter verder draaien we de Rue l’Aumont in – ik vermoed dat dit nog altijd Emael is – waar het weer bergop gaat. Dit is geen makkelijk stuk, weet ik uit jarenlange ervaring, en het verhakkelde asfalt tussen de weiden even verder blijft nog honderden meters irritant oplopen. Wat ik vermoedde, wordt bevestigd. Claude heeft vandaag niet zijn beste dag en moet al snel loslaten. Anne Balter loopt niet meer verder uit. Ik hou mijn tempo netjes vast maar bouw nog wat reserve in, er volgen immers nog twee moeilijke slotkilometers. In de open stukken schijnt de zon ongenadig maar ook dank zij de schaduwpartijen kan ik mij staande of beter gezegd lopende houden. Ik vraag me intussen wel af waar Marie-Paule zich ophoudt. Aan het Fort is ze niet. Ze zal dus wat verderop staan, hoop ik. Stel u voor, een verslag zonder foto’s. U zou mijn verhaaltjes misschien niet geloven… Ah, daar is ze, vlak voor we links weer de natuur worden ingestuurd. Eben 3 In de schaduw over een Jekerbrugje, dan opnieuw een smal voetpad met boomwortels, scherpe bochten en twee draaideurtjes. Ik heb de strook vrijdag en vandaag herkend en ben dus voorbereid op de obstakels. Niettemin blijf ik uitkijken. Als de loper achter mij die ik nu snel hoor naderen, mij inhaalt, het zij zo. Nu, voorlopig gaat niemand me voorbij, ook niet op de Rue des Enclos en de Rue du Vieux Moulin. De namen zeggen u wellicht niets, mij des te meer. Ik ken hier elke gevelsteen, elke spleet in het wegdek, elke hond – dat zijn er drie in de eerste straat. Het is wel voor het eerst dat ik hier in wedstrijdtempo voorbijkom. Voor mij is er vandaag dus ook iets nieuws te beleven. Mijn benen mogen dan wel eens in goede doen zijn, mijn rechtervoet bezorgt me wel last. Een eeltplek in het midden onder de voet en een onverklaarbare maar irritante pijn aan de binnenkant naast de hiel. Het ongemak heeft zich vorige week ook al gemanifesteerd tijdens het tweede deel van een lange training. Toevallig of niet, ook in deze omgeving. Dadelijk worden we het smalle en donkere pad ingestuurd waar een klimpercentage tot 10% op ons wacht. Zal ik mijn achtervolger hier ook kunnen voor blijven? Aan gebrek aan steun zal het niet liggen. We lopen opnieuw voorbij de plaats waar Marie-Paule heeft post gevat. Maar ze is niet alleen. In haar gezelschap schreeuwt Dania, de vriendin van Nicolas Bynens, haar stem schor om de lopers – zonder uitzondering – aan te moedigen. Het is met “Willy Willy Willy” in de oren dat ik de laatste moeilijkheid van de dag aanpak. De signaleur bereidt ons ook voor : “Allez. Dernière bosse” (Vooruit, laatste klimmetje). En dan, een seconde later, je hebt net alle moed bij elkaar geraapt: “Mais c’est une bonne bosse, quand même”. (Let op, het is toch wel een ferme klim). De hoeveelheid moed zakt met 50 percent. We beginnen eraan. Meer dan 10% in de eerste meters. Ik sta haast stil, ook al omdat twee dames – van de vijf kilometer ongetwijfeld – zich met moeite en stapvoets naar boven hijsen en dus de best beloopbare strook, zo’n halve meter breed – in beslag nemen. Ik kruip dan maar links voorbij. Ik voel intussen de hete adem van mijn achtervolger in de nek. De tweede dame laat ons voorbij. “Merci” is het minste wat ik kan zeggen. We zijn nu uit het donkere gedeelte, het graspad intussen loopt nog zachtjes verder omhoog. De doortocht blijft smal en mijn rechteroor schuurt langs een laurierhaag. We zijn boven en moeten hier de rijweg naar Kanne kruisen. Een seingever moet een opdringerige autobestuurder tot de orde roepen opdat ik mijn weg veilig kan verderzetten. Nu volgt er een korte uitstulping richting Zichen, eerst nog stijgend, tot na een draai. Eben 4 Daar komen we uit op de oude rijweg naar Zichen die wat verder in de uitgegraven mergeldiepte is “gevallen”, zoals dat in deze regio van mergelgroeven wordt gezegd. Mijn achtervolger, veteraan 1, Xavier Heyns, is intussen op mijn hoogte gekomen. Vanaf nu is het alleen maar dalen. Ik trek het tempo meteen op en doe er in de Rue du Couvent nog een schepje bovenop. De eindspurt van Xavier komt er niet. Meer nog, hij moet een vijftiental meter toegeven en ik kan afgescheiden over de streep lopen. Merkwaardig is wel dat Xavier – wiens loop ook op Strava is vastgelegd – een hoger gemiddelde haalt dan ik. Hij heeft een honderdtal meter meer op de teller staan. Nochtans waren er zo goed als geen afsnijmogelijkheden… Ik sleep nog een behoorlijk gemiddelde uit de brand, of alleszins de hitte. Ik eindig binnen de minuut en op drie plaatsen van Nicolas Bynens. Anne Balter houdt maar 9 seconden over. Goed standgehouden in het tweede deel van de loop dus.
Geen leeftijdsklassen vandaag. Wel prijzen voor de eerste drie bij de dames en de heren in beide wedstrijden. En prijzen voor Limburgers. Ianthe Bauduin van Millen legt beslag op de tweede plaats in de 5 kilometer. Haar moeder, Linda Smets, wordt dan weer eerste bij de Aînées 2. De grote winnaar van vandaag in de 10 kilometer is Raf Clerinx uit Piringen. Hij heeft eerst zijn voornaamste tegenstander Didier Lopez-Nava laten uitrazen in de eerste 3 kilometer om dan met een gemiddelde boven de 16 per uur naar de overwinning te snellen. Ronny Vanhay van Mal eindigt op de tiende plaats. Voor we de korte trip huiswaarts maken, geeft Henri Hardy, ook al een eind in de zeventig, ons nog een boodschap mee “Wat is er mooier dan een rondje te lopen en dan met de vrienden te genieten?”.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De wedstrijd wordt georganiseerd door de fanfares van Eben. Na de loop even nakaarten met Claude Herzet. Foto 2: Om het zusterdorp Emael ook tevreden te stellen een foto van de kerk van Emael. Wij lopen vandaag in tegenovergestelde richting en hebben dit uitzicht dus niet. Op dat ogenblik heb ik het trouwens te druk om Claude Herzet te volgen. Foto 3: Onder de zon op weg naar de laatste en moeilijkste helling van de wedstrijd. Foto 4: Ianthe Baudiun van Millen, links, tweede bij de dames op de 5 km. Naast haar de duitstalige Sonja Vernikov.)

zat 07/07/2018 19.15u * Ampsin (Challenge hesbignon) * 10,5 km * 00:54:58 * 11,5 * 90/195 * 1/4 * ♥♥♥

De naam “Ampsin” roept herinneringen op aan mijn jeugd toen in Ampsin-Neuville schotbalken werden opgehaald voor de scheepvaart op de Maas. Het grote publiek mocht elke middag meegenieten van de mededeling op de radio die bedoeld was voor de binnenschippers. Vandaar… Vanavond vang ik nauwelijks een glimp op van de Maas, laat staan de schotbalken (als dat systeem nog bestaat…), maar ben ik hier voor een nieuwe wedstrijd (tweede editie) van de Hesbignon. Ampsin ligt aan de linkeroever van de Maas en dat is meteen de reden waarom de loop bij de Hesbignon hoort. Tihange hier schuin tegenover aan de andere oever van de Maas maakt deel uit van de Condruzien, zo heeft de geologie het gewild. Voor het reliëf en het parcours maakt het in dit geval niet veel uit, voor eventuele radio-actieve bestraling evenmin, neem ik aan. De weg naar het dorpje leidt door wat ons als een industrieel erfgoed-landschap overkomt. Straks zal duidelijk worden dat we ons niet vergissen. Op het dorpsplein staat de kerk nog in het midden. De feesttent en de aankomstboog op het kerkplein maken duidelijk dat we onze bestemming hebben bereikt.
Met de verkenning van de eerste en laatste kilometers in het gezelschap van Armand Pirotte en de gedetailleerde parcoursbeschrijving van Albert Vandensavel en Eddy Hoylaerts – (toevallig of niet?) allen veteranen 3 – in het achterhoofd, voel ik me voldoende gewapend om mijn eerste deelname in Ampsin. Toch één groot vraagteken dat voor elke wedstrijd opduikt, hoe is het met mijn benen gesteld? Het antwoord zal ik snel krijgen. We maken eerst een lusje door het dorp, passeren al een keer voorbij de streep waar de meeste supporters – onder wie Marie-Paule – ons opwachten en gaan dan zachtjes klimmend naar de eerste landmark van de dag, een helling van 100 meter met veertig trappen, mooi uitgehouwen in steen. Ampsin 1 Boven wacht de tweede meegereisde fan op me, mijn zus Liesbeth. We kunnen nu even van de eerste inspanningen bekomen op een dalende kilometer in een fraaie beboste omgeving. Het parcours slingert zich hier namelijk door een natuurgebied boven en langs de verlaten steengroeve Dumont-Wautier. Maar we zijn nu weer in de vallei – links ligt het Musée du Feu (over de verwerking van de gedolven kalksteen en dolomiet) – en we mogen ons middels een zachte helling voorbereiden op een stevige kuitenbijter op het asfalt. De aanmoedigingen langs de weg ten spijt moet Frédéric Florkin achterblijven. De volgende kilometer gaat met korte snokken op en af tussen de huizen waar de bewoners zich binnen schuil houden tegen de zon. Tenzij ze het wereldkampioenschap verkiezen boven de live-ervaring van de Hesbignon. Nu, voor mij moeten ze niet buitenkomen, want ik draag een onaangenaam gevoel mee in de benen. In de vlakke aanvangskilometer heb ik nog even de illusie gehad Armand Pirotte te kunnen volgen maar die is intussen al nergens meer te bespeuren. Armand zal wel dubbel gemotiveerd zijn na een artikel in La Meuse naar aanleiding van zijn duizendste loopwedstrijd. Dit respectabele aantal heeft hij opgebouwd in meer dan 40 jaar baanwedstrijden, marathons en joggings met tijden waarvan u (misschien) en ik (alleszins) alleen maar kunnen dromen. Ik ben nog steeds op zoek naar een aanvaardbaar ritme als we na 3,5 km het bos worden ingestuurd voor de voornaamste uitdaging van de dag: anderhalve kilometer steil klimmen op een smal, gegroefd en met stenen en wortels bezaaid bospad. Ik verlies meteen enkele plaatsen aan achtervolgers en probeer vooral mijn benen niet volledig op te blazen. Na de eerste beroerde hectometers verlies ik dan toch al geen plaatsen meer en blijf ik in het spoor van de lopers in mijn buurt. Een in het zwart geklede jongedame, Mélissa Kinnard, is me ook voorbijgegaan. Even wordt de stijging me te machtig en houd ik het bij stappen. Als ik me weer op gang trek, probeer ik ook Mélissa weer tot lopen te overhalen. Of dat ook meteen gelukt is, blijft onduidelijk. Ik zal haar alleen nog na de finish terugzien. In de laatste 700 meter vals plat kan ik redelijk herstellen en durf ik in de achtervolging te gaan op een duo rijpe veteranen 1 of veteranen 2 – ik gok even voor de leeftijd. Ik heb voor het eerst het gevoel dat er weer wat snelheid te halen valt.
WAmpsin 2 zijn nu half wedstrijd aan de rand van het bos boven op een plateau. Op een korte strook vlakke weg waar zich ook enkele huizen bevinden ga ik het duo – bestaande uit een “gele” en een “paarse”- voorbij. Die hebben nog de lucht om te babbelen, misschien dat ik hen wel prikkel als ze zien dat die ouwe knar hen voorbijgaat. We zijn nu begonnen aan de afdaling naar de Maasvallei. Het moeilijkste is achter de rug maar ik heb wel geen idee of hier nog ergens een plotse klim verborgen ligt. Ik duw de twijfel van mij af en schakel op een hogere versnelling over. Het duo heb ik (voorlopig?) achter me gelaten. We verlaten de schaarse bewoning en duiken een graspad in tussen de weiden. Ik haal een in het zwart gehulde loper in met wat zwabberige beenbewegingen. Het graspad, nu mooi in de schaduw van het bos, is goed beloopbaar maar ik kan het niet nalaten enige voorzichtigheid in te bouwen, vooral in de soms scherpe bochten. Gelukkig heb ik wat bewegingsruimte voor en achter me. Die had veteraan 3 Bruno Broos zo’n 4 minuten voor me niet. Na de finish toont hij me zijn shirt dat de sporen van een valpartij draagt. Het gaat lekker vooruit gedurende een dikke kilometer. Maar ik zie ik het van ver aankomen in de zevende kilometer. De asfaltweg buigt naar rechts af en loopt flink omhoog. De paarse die mij daarnet toch weer is voorbijgegaan botst plots op zijn grens en moet stilstaand op adem komen. Daarnet hadden hij en zijn maat – daginschrijvers aan de nummers te zien – nog de tijd om kennissen langs het parcours te groeten. Even later word ik zelf ingehaald door een “gele”. Het is mij echter niet duidelijk of dat de gele man van het duo is. Na 400 meter is de nieuwe klimellende geleden en duiken we weer steil de dieperik in. De plotse overgang wordt niet op prijs gesteld door mijn bovenbenen. Ik ben net weer op mijn positieven voor een vlakker stuk tussen de huizen waar Liesbeth met het Canon Ixus-cameraatje van Marie-Paule langs de weg staat. Amai, denk ik bij mezelf, hoe gaat die op tijd terug zijn voor mijn triomfantelijke aankomst voor de kerk van Ampsin. Een scherpe helling van honderd meter met een stijging van boven de 10% wordt wel geregistreerd door mijn Garmin maar is blijkbaar volledig van de harde schijf onder mijn hersenpan gewist. Merkwaardig. We zijn opnieuw aan het dalen, in de schaduw tussen de bomen. Heerlijk… en ik ga nog goed vooruit ook want ik haal nog een mannetje voor me in. Ik zie een eenzame supporter langs de weg, de moeder van winnaar Geoffray Gillet. Die ook de prestaties van de anonieme loper weet te appreciëren. We zijn nu voorbij km 9. Ampsin 3 Rechts ligt de trappenpartij van km 1,5. Links draaien we het fietspad van de Rue Hippolyte Dumont op. We rapen nog enkele late loopsters op van de 6 km-loop. Dat geeft je het gevoel dat je wel bijzonder snel onderweg bent. Maar even voor de kerk krijgt de euforie een deuk als ik tweehonderd meter voor me de lopers uit de tegenovergestelde richting naar de aankomst zie opdraaien. We hebben nog een lus te doen, blijkbaar. Hoe lang? Ik heb al geconstateerd dat de kilometeraanduidingen hier correct zijn of zelfs lichtjes onderschat. Ik heb me met volle overgave in de afdaling gestort. Een bijkomende kilometer zou me wel eens zuur kunnen opbreken. Het overkwam Armand Pirotte drie minuten geleden. Hij moest een versnelling op de Rue Hippolyte – u inmiddels bekend – bekopen op het bijkomend rondje dat hij niet had voorzien. Domenico Di Vito snoepte hem de gewonnen meters weer af. Een aantal bekenden – zoals Lucien Collard, Noël Heptia en Philippe Gheury – kon hij wel afhouden. Hoe dan ook, we draaien links in en ik herken de eerste lus van de loop op het korrelige asfalt dat daarstraks mijn voeten al pijnigde. In de eerste bocht ga ik voorbij een loper uit Alken. Die een jongere op sleeptouw neemt. Het is mij nu nog een raadsel wie wie is. Maar ik kan niet bij het duo en de vraag blijven stilstaan. Op karakter probeer ik het tempo vast te houden en zelfs een tijdje mee te gaan in het spoor van veteraan 1 Yves Richard. Daar is fotografe Liesbeth opnieuw! Die kent hier blijkbaar alle tussendoorwegeltjes al of heeft plots vleugels gekregen. Tussen de seingevers en het wachtend verkeer door naar de aankomst. Naar een plaats net in de eerste helft van het peloton. Dat verdient een schouderklopje van Jos Biets. Geen vier hartjes, het laatste was ik al kwijt na mijn tegenvallende eerste derde van de “Ampsinoise”. Michael Guyen eindigt anderhalve minuut voor me. Michael wie? Wel, ik ken de man ook niet persoonlijk maar heb wel zijn blog ontdekt op het net. Een collega-blogger dus. Ik ben benieuwd naar zijn verslag.
Ampsin 4 Het is lang, heel lang wachten op de prijsuitreiking. Organisator David Frison zal zich volgend jaar wel nog een keer bedenken eer hij weer in zee gaat met muzikanten die al voor een pandemonium zorgen tijdens de inschrijvingen en achteraf hun volledig repertorium afwerken voor ze de microfoon weer willen afstaan. Ik heb de ruim de tijd om met Jos Biets een evaluatie te maken van de race: op de lange wachttijd na, niets dan lof. En met Pierre Olivier terug te blikken op de zes jaar in zijn nieuwe leven als tijdsopnemer. Het is dan eindelijk zo ver. De Limburgers gooien opnieuw hoge ogen. Bij de veteranen 2 is het podium zelfs exclusief Limburgs getint: Thierry Vanherck voor Michel Wolfs en Ludo Werckx. Bij de veteranen 4 word ik geflankeerd door Pierre Driessens, voor mij een nieuw gezicht uit Seraing en Willy Simon.

(Foto’s Marie-Paule en Liesbeth. Foto 1: Verkenning met Armand Pirotte boven naast de steengroeve. In de wedstrijd zelf gaat het hier bergaf. Foto 2: De dreigende koeltorens van de kerncentrale van Tihange beheersen de Maasvallei. In kilometer 8 op het opgekalefaterde Waalse asfalt. Foto 3: In de laatste lus voor de finish. Veteraan 1 Yves Richard in het wit blijft me net voor. De dame rechts is een deelneemster van de 6 km. Foto 4: Nagenieten na de inspanning. Samen met mijn twee fans en op het podium. Links van me Willy Simon, derde veteraan 3, rechts Pierre Driessens en organisator David Frison.)

vri 13/07/2018 20u * Bolland (Challenge L’Avenir) * 9,1 km * 00:46:17 * 11,8 * 104/242 * 1/5 * ♥♥♥♥

Wedstrijd 31 van de Challenge L’Avenir past precies in mijn wedstrijdschema en dus ben ik in de late middag onder een uitbundige zon op weg naar Bolland. Een lezer die de platgetreden paden node verlaat, vraagt zich nu misschien af: “Waar mag dat wel zijn?” Wel, korter bij dan u denkt. Voor ons is Hasselt zelfs verder. Ik kende de vlek in het land van Herve (en behorend bij die gemeente) door mijn fietstochten en was toen gecharmeerd van het mooie dorpscentrum in een kom gedomineerd door een kasteelhoeve. Het mag dus niet verbazen dat ik ook deze loop aan mijn palmares wil toevoegen. De inmiddels vertrouwde autoweg vanaf Visé brengt ons in no time in Soumagne. Bolland 1 Van daaruit hoeven we ons zelfs niet in de meanders van de asfaltweggetjes rond Herve te wagen om het voetbalveld van CS Bolland te vinden. Dat ligt in het groen in het gehucht Noblehaye op een plateau. Jammer genoeg buiten de dorpskern die we tijdens de loop rechts laten liggen. De passage door het charmante centrum is dus voorbehouden aan wandelaars, zoals Marie-Paule. Zij brengt een rijke oogst aan foto’s mee, waarvan enkele dit verslag opsmukken.
Het gelijknamige riviertje de Bolland zorgt voor een landschap en een parcours in pieken waarvan vooral de eerste twee mijn benen en longen zwaar op de proef stellen. Nog een geluk dat bij het vertrek om 20 uur de zon al haar beste pijlen verschoten heeft en mij alvast niet of nauwelijks hindert.
Tien meter na het vertrek ligt er al een bocht. Die ongewone start heeft waarschijnlijk met de veiligheid te maken. Om de lopers van de rijweg af te houden, hebben de organisatoren verzamelen geblazen achter de startboog op het oefenveld dat vanavond als parking dienst doet. Bolland 2 In de eerste tweehonderd meter is het zoeken naar ruimte. Maar dan begint de weg stevig te dalen en trekt de spontane versnelling van de lopers het peloton uiteen. Een eerste kilometer in 4’16” met inbegrip van het gedrum in de aanvangsmeters, het is me nog niet vaak overkomen. Op de steilste stukken hou ik dan nog wat in om mijn benen te sparen voor de eerste klim die al op de loer ligt. Temeer omdat de pees aan mijn rechterenkel opspeelt, een inmiddels bekend gegeven. Na 900 meter draaien we een smal pad in dat weldra fel omhoog gaat door een bosje. Dit gedeelte heb ik daarnet verkend maar ik blijf op mijn hoede voor stenen en gleuven. Die leveren schijnbaar geen probleem op voor de lopers voor en achter me die ofwel met soepele tred de hindernissen ontwijken ofwel hun laatste prestaties met gemak kunnen navertellen. Ik ga tot mijn verbazing veteraan 3 Guy Raes voorbij. Toch niet in te beste vorm. Ik heb hem voor de start gegroet in het gezelschap van Nicolas Bynens die een klein minuutje voor me zal eindigen. Boven worden we uitbundig aangemoedigd door enkele jonge mannen Ze waren daarnet hun stembanden al het smeren, heb ik bij de verkenning vastgesteld. Maar wat ik daarnet als “boven” omschreef blijkt maar half boven te zijn. De klim gaat gewoon verder, nu op verharde ondergrond tussen enkele huizen. Het is steil en warm maar ik overleef. Ik neem de daaropvolgende afdaling in het gezelschap van twee dames die wel vaker in mijn gezelschap vertoeven. Voor u hier verkeerde conclusies aan gaat verbinden, wij hebben ongeveer hetzelfde tempo. Na 2 km dient de volgende klim zich al aan. Voornamelijk in de schaduw dat wel, maar nog steiler dan daarnet. Op het eerste deel ben ik Sandra Delrez en Magali Beauwens voorbijgegaan, dat zijn de twee dames in kwestie. Op de steilste stroken – boven de 10% – hangen we met de neus haast op het asfalt en is de ene voet voor de ander zetten al een opgave. Ik doe het toch nog een fractie sneller dan Roger Dosseray, mijn collega veteraan 4. Ik vind nog net de adem om hem aan te moedigen, in de stille hoop natuurlijk dat hij zich niet te fanatiek in mijn spoor gaat vastklampen. Een andere jonge dame, Laure Etienne, is me in de klim voorbijgegaan. Ik herken haar van de wedstrijd in Stembert waar ik haar voor kon blijven. Ideaal als mikpunt dus. Ik spoor, niet zonder moeite, mijn benen tot een hoger tempo aan. En ga voorbij Laure. Zij zal nog kilometers op luttele meters blijven hangen. Bolland 4 Op die manier kan ik ook meegenieten van de talrijke aanmoedigingen die ze onderweg krijgt. Roger doet intussen verwoede pogingen om weer aan te sluiten. Na enkele honderden meters neemt het geluidsvolume van zijn zware ademhaling langzaam af… Links ligt een eenzame boerderij tussen de weiden. Het wegdek is ook alleen geschikt voor tractoren en ander landbouwtuig, lopersvoeten vinden hier geen comfort. Ik slaag er maar niet in soepel rond te draaien. Het blijft harken om het tempo vol te houden. Bij het bekijken van tijden en parcours op mijn Garmin, wordt me duidelijk waarom. Het loopt hier gedurende twee kilometer vals plat omhoog. Op een smal graspad vijfhonderd meter rechtdoor nader ik dan toch op enkele voorgangers. Ik zet de achtervolging verder op een rijweg, even op degelijk asfalt. Vanzelf gaat het niet maar ik krijg dan toch Dominique Heusschen te pakken. De veteraan 2 met de outfit van een voetbalscheidsrechter die ik in mijn betere dagen wel kan kloppen. Maar ik ben nauwelijks honderd meter in zijn zog of ik word er weer afgelopen op de volgende helling. Voor wie de tel kwijt is, dit is de derde klim in 6 kilometer. Minder zwaar dan de eerste twee – zo voel ik het aan maar misschien zit ik nu beter in het ritme – maar op de moeilijkste stroken blijf ik toch hangen onder de 10 km/uur. Dominique dus weer enkele meter voor me uit. Een jonge dame, Julie Pirenne neem ik aan, krijgt wel een tikje en kan mijn tempo niet volgen. In een dalletje lopen we tussen enkele huizen door op zoek naar het vervolg van de helling, eerst op een stenen pad. Een collega – bekend gezicht, onbekende naam – ziet me met een door de inspanning getekend gezicht voorbijgaan. We zijn nu weer op een plateau, vanaf hier gaat het langzaam naar beneden. Denk nu niet dat ik hier meteen naar een hogere versnelling kan schakelen. De reden bevindt zich onder onze schoenen. De staat van het wegdek tart elke verbeelding. Het is gissen naar de oorspronkelijke wegbedekking. Precies geasfalteerde molshopen. “Op welke bult ga ik nu mijn voeten zetten?” vraag je je af bij elke stap. Bolland dat is de overtreffende trap van slecht asfalt. En dan km 6,6: de verlossing, na twee derde wedstrijd.
We draaien rechtsaf, het Ravel-fietspad op. Dit is het tracé van de Tectonic. De 38 – genoemd naar de oude spoorweglijn – is een soort passe-partout voor een aantal wedstrijden in de buurt van Herve. Dit moet al de derde keer zijn dit seizoen dat ik over de oude spoorwegbedding loop. En ditmaal in de “goede” richting. Westwaarts, met een licht verval. En dat op een nagelnieuwe asfaltlaag. 900 meter rechtdoor nu. Bolland 5 In de voorgaande kilometers heb ik de eeuwig zeurende pijn niet uit mijn benen kunnen lopen. Dan maar op karakter naar de lopers voor me. Dominique Heusschen is het eerste slachtoffer van mijn aanvalslust. Op het einde nemen we een U-bochtje en draaien in de tegenovergestelde richting terug, 200 meter parallel aan het fietspad. Dat geeft ons de gelegenheid de voorsprong op de achtervolgers in te schatten. Guy Raes loopt op zo’n honderd meter. Roger Dosseray komt nu pas vanachter de bomen te voorschijn. Een spurt in de finale zal dit keer niet nodig zijn. Een scherpe bocht naar rechts. Is dit de laatste rechte lijn? Ik duw het tempo nog verder omhoog, tegen de 4’20” op de vlakke stroken. Uiteindelijk is het nog 1300 meter naar de finish. Er wachten nog twee glooiingen in het tegenlicht. Bij de eerste kom ik in het spoor van mijn voorganger, Michel Terf. Bij de tweede laat ik hem achter. Maar met een uiterste krachtsinspanning haalt de veteraan 2 me in de laatste honderd meter weer in. Ik loop ook nog senior Laurent Leinartz in die wel mooi achter me blijft. “Opletten, volledig draaien”, een toeschouwer wijst er ons op dat de finish enkele meters voorbij de boog ligt. In feite lopen we voor de boog door. Het nummer wordt genoteerd, de buit is binnen. Die buit bestaat vanavond uit een selectie streekbieren, stel ik later vast. Ik neem enkele gulzige slokken van de lekkere Oshee-sportdrank. Roger meldt me met een bedrukt gezicht dat hij echt niet goed was. Bolland 6 Een compliment voor de winnaar in zijn leeftijdsklasse kan hij echter niet over de lippen krijgen. Derde wordt Helmut Weynand. En dat is een verhaal apart. De loper uit Bütgenbach, al met twee voeten in de zeventig, kreeg in januari drie stents ingeplant na een hartaanval. “Ik dacht dat ik ging sterven. Maar ik was niet bang.” Zo beschrijft hij de hachelijke ervaring. “Is dat wel een goed idee, een zware loop in deze temperatuur?” waag ik. Een schouderophalen en dan het laconieke antwoord “Je moet niet forceren”. Mijn eigen wedstrijd wil ik met een understatement samenvatten: ik heb me niet verveeld in deze loop vol contrasten en uitersten: de kortste startstrook, de langste laatste rechte lijn, het asfalt voor twee derden afgrijselijk, op het eind zo glad als een biljartlaken. En vooral: het gevoel ging crescendo naarmate de loop vorderde.
Het is weer lang wachten op de prijsuitreiking. Maar het is zalig genieten in de avondschemering op het voetbalveld van Bolland. En aan de tafel zorgen Nicolas en Guy voor de vrolijke noot.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Een oude richtingaanwijzer in Bolland. Foto 2: De kapel van Noblehaye in de laatste kilometer. Foto 3: Françoise Piscart rept zich naar de finish aan het stadion van CS Bolland. Foto 4: De grinta van Nicolas Bynens die sneuvelt op de vierde plaats bij de veteranen 3. Foto 5: Uw dienaar op honderd meter van de streep. Michel Terf in het groen zal me nog een plaatsje afsnoepen. Helemaal in de achtergrond Laure Etienne.)

zat 28/07/2018 19.00u * Borlez (Challenge hesbignon) * 10,75 km * 00:53:22 * 12 * 79/173 * 1/7 * ♥♥♥

Eén dag soelaas heeft de zonnegod ons deze week gegund, op zaterdag, net als de Hesbignonloop in Borlez wordt gehouden. De extreme hitte van de vorige dagen zou competitielopen hebben uitgesloten. Tenminste voor mij. Want de meer dan 350 deelnemers aan de Condruzienwedstrijd in Villers-le-Temple bewijzen dat er altijd lopers zijn die de moed (of de onbezonnenheid) hebben om 30 graden of meer te trotseren. De beslissing om naar de deelgemeente van Faimes in de buurt van Waremme te trekken, neem ik uiteindelijk pas ’s middags. Tien graden koeler dan daags voordien en een weldoende wind, ook mijn achterbuur Martin Kossig ziet een deelname wel zitten. Borlez 1 Voor hem is de wedstrijd een welgekomen gelegenheid om nog eens voluit te gaan in de vakantieperiode van de Victors Cup. Martin is de schoonvader van Wesley Serrano, mijn trainingsmaat van de zomerse woensdagavonden en al twee keren mee op verplaatsing naar Wallonië. Wesley moet zijn trainingen voorlopig beperken tot rustige loopjes van 5 kilometer vanwege pijnlijke kuiten. Ik ben vanavond op weg met een man met een glorierijk marathonverleden. In 1997 stonden we samen aan de start van de marathon van Antwerpen. Met een tijd ruim onder de 3 uur hoorde hij in die periode bij de beste lopers van de streek. Ondanks een lange periode van inactiviteit, opgeëist door beroeps- en familiale besognes, bleef zijn sponsorcontract met Carrefour doorlopen. De laatste maanden bond hij dan opnieuw de loopschoenen aan.
De Hesbignon-karavaan is al voor de tweede maal dit seizoen te gast in Borlez. Na de Jogging de l’Etoile (naar de naam van de voetbalclub), is er vanavond de Jogging des Grigneuses, naar de naam van een plaatselijk bier. Hoe zo’n boerengat – niet laatdunkend bedoeld – twee loopevenementen in eén jaar kan organiseren? Wel, de jogging maakt deel uit van het dorpsfeest, zoals vaak in het Luikse, er zijn enkele gulle sponsoren en de Djoyeus Borlatis ( de vrolijke mannen en vrouwen van Borlez, het feestcomité) hebben er veel zin in.
We verzamelen in de buurt van de feesttent en de kerk waar de speaker even het parcours overloopt dat als vlak en snel wordt omschreven. En voor wie de Franse introductie niet veel wijzer maakt, is er ook de Nederlandstalige presentatie van Koenraad Nijssen, mijn ex-collega die hier woont. De Franstaligen hebben hier echter geen oren naar en uiteindelijk overstijgt het geroezemoes de nochtans krachtige stem van de historicus-journalist-vakbondsman, Koenraad dus. Hopelijk moeten we niet meer te lang ter plaatse trappelen voor de start of het effect van mijn voorbereiding, opnieuw in het gezelschap van Armand Pirotte, gaat weer verloren. “Trois, deux, partez”, we zijn weg.
Tot aan het kapelletje onderaan de Cortil Jonet na 800 meter is het in het peloton – waarbij ook de deelnemers aan de korte wedstrijd, samen goed voor zo’n 250 man – een constant geschuif van snellere lopers die van achteren opkomen en tragere lopers die hun betere startpositie snel moeten inleveren. Dat geeft je dan wel de kans een aantal bekenden te zien die je voor de start niet hebt opgemerkt. Veteranen 3 Mark Geyskens en Bruno Broos bijvoorbeeld. Ik vertrek in het spoor van Stefan Meekers die me meteen achterlaat. Ik zie hem de hele wedstrijd niet meer. Maar na afloop blijkt dat dat ik hem al snel na de start weer heb ingehaald. Ik kan ook niet alles en iedereen in de gaten houden. Wie ik wel heb zien voorbijschuiven, is Noël Heptia. In de afdaling van de Cortil Jonet neemt hij al afstand. Ik keek er natuurlijk naar uit om alleszins een deel van de loop in het gezelschap van mijn dorpsgenoot Martin af te werken. Dat is gezelliger en op basis van zijn tijden in de Victors Cup ook niet onmogelijk. Dag Jan! Na tien meter is hij al ribbedebie. Zo’n snelle start heb ik niet in me. En hij verdwijnt zelfs meteen uit mijn gezichtsveld. We draaien nu achter het kapelletje aan de Cortil Jonet door, ook al vermoed ik dat het officiële parcours voor het kapelletje loopt. Nu denkt de lezer misschien, die Cortleven doet alsof hij hier alle wegen kent. Wel, ik ben hier inderdaad al vaker geweest, als loper, als fietser, zelfs als gast. We krijgen de eerste lange rechte lijn voor de voeten. Armand had me net voor de start nog meegegeven dat het parcours voornamelijk “rectiligne” was. Dat is dus een van die lange rechte stroken. Armand zal overigens maar een halve minuut voor me eindigen. Het is misschien nog wat vroeg om het te zeggen maar qua tijd en positie zal ik op een degelijke loop mogen terugblikken. Maar we zijn er nog lang niet. Nauwelijks een kilometer ver. Hier gaat mijn goede kennis Eric Martin me voorbij. Ik zie een groep met Noël Heptia en Sandrine Balon langzaam van me weglopen. Vervelend want ik zit nu in mijn eentje in de tegenwind. Die zorgt wel voor verkoeling. En dat is in deze barre, hete tijden mooi meegenomen. Borlez 2 Even verder gaat de ruilverkavelingsweg in beton over op een hobbelig aarden pad. Dat is ook niet mijn geliefkoosde ondergrond maar ik maak wel wat plaatsen goed. Scherpe bocht naar rechts aan km 2,6. Oef, weer asfalt. Maar wel 3% omhoog. Ik had mijn benen nog een tijdje willen sparen maar ik weet dat zo’n klimmetje me beter ligt dan de meeste van de collega’s in mijn buurt en dus schroef ik het tempo op. Enkele lopers achter me hebben hetzelfde idee, ik verlies een plaats of twee, drie maar haal anderen dan weer in. De balans boven is in elk geval positief. Ik ga in een aangenaam dalend stukje op mijn elan verder, ten koste van …Gorik Nijssen. Deze piepjonge “starter” (dat is de officiële naam van de deelnemers aan de korte wedstrijd) is de zoon van de Nederlandstalige “Public Address” Koenraad. Ik moedig hem in het voorbijlopen nog even aan. Of dat geholpen heeft, zal ik later misschien nog eens van zijn vader vernemen. De starters lopen rechtdoor, de 10 km-lopers nemen een bocht naar links, een kort knikje omhoog en dan zachtjes dalend – alleen te zien op Garmin – lang rechtdoor. Ik hou een tempo aan rond de 5′ per kilometer. Mijn benen willen voorlopig niet sneller en de wind werkt ook wat tegen. Intussen word ik wel ingehaald door een groepje van drie. De eerste en meest “vooruitstrevende” is Eddy Hoylaerts, de immer vriendelijke veteraan 3. In zijn gezelschap is er een jonge dame in het roze (ik gok op Allison Hans) en een loper in het blauw. De twee verliezen in de bevoorrading weer de kleine voorsprong die ze net hebben verworven. Ik neem een slokje… dat ik snel weer uitspuw. Het lauwe water bevalt me niet. De rest kieper ik uit over mijn kale knikker die de verfrissing in dank aanvaardt. Eddy heeft geen bekertje aangenomen en stoomt door.
We hebben nu enkele bochten achter de rug in een dorpje. Dat moet dan Les Waleffes zijn. De signaalgevers kennen overigens een rustige avond. Veel verkeer is er niet in dit deel van Waals Haspengouw. We zijn nu halfweg. Op een van de lange rechte wegen, nog steeds in het dorp, gaat een loper in het rood me voorbij. Ik herken plots Koen Vangrieken. “Wat doet die hier, tussen de anonieme leden van het peloton?” gaat het door mijn hoofd. Ik heb geen energie over om het hem te vragen maar vermoed dat hij woensdagavond voluit is gegaan in de estafettechallenge van Limont. Koen is de algemene winnaar van de challenge 2016. Hij haspelt de Jogging des Grigneuses af met een voor hem matige snelheid… die Eddy Hoylaerts net lijkt te passen. Ik zie dat de veteraan 3 zich in het spoor van de Truiense senior heeft genesteld of althans een poging doet in die zin. Dan is mijn kans om de man uit Saint-Georges alsnog in te halen helemaal verkeken. Een ogenblik bekruipt me de verleiding om Koen toe te roepen het tempo te milderen. Competitiedrang doet gekke dingen met een mens. We lopen nu met de wind mee blijkbaar en de hitte is weer voelbaar. Gelukkig zorgt een laagstamaanplanting op een recht stuk (of wat u gedacht?) voor wat schaduw. Even verder zijn we in een bosje helemaal beschut tegen de zon. Eddy heeft de voeling met Koen Vangrieken verloren en loopt nu slechts een vijftal meter voor me. Hij lijkt wel wat meer in zijn sas op het bospad. Ik ben nog meer in het nadeel aan de rand van het bos op een ongemakkelijke veldweg die ik herken van de Etoile-loop, ook in Borlez dus. Een lichte graad van opluchting maakt zich van mij meester als we na 900 meter weer op het verhard komen. Even beton tot aan een bocht en dan asfalt. Ik ben intussen nog altijd in de weer aan te sluiten bij Eddy. Het is de eerste keer in al die jaren dat we echt een duel uitvechten. Ik weet overigens niet of Eddy weet wie hem volgt. Borlez 3 En ik heb ook geen idee waar Koen Vangrieken is gebleven. Waarschijnlijk heeft hij na een vijftal kilometer de vermoeidheid van de estafette uit de benen gelopen en is hij nu bezig de ene na de andere amateur (dat zijn wij) op te rollen. Op het asfalt dus, op de mooie dreef die naar het kasteel leidt. We beginnen aan het laatste deel (het laatste derde) van de wedstrijd. De eerste 7 kilometer hebben de pijn en het eeuwig aanwezige stramme gevoel in mijn benen nog aangewakkerd. Maar de geest kan de pijn verdringen of alleszins gedeeltelijk verdoven. Even voor we het kasteelpark inlopen kom ik dan eindelijk langszij bij Eddy. Hij heeft me dan toch herkend. Bij de Etoile-jogging lopen we voor het kasteel door. De organisatoren van vandaag hebben misschien (betere) connecties met de privé-eigenaars. Het is aangenaam lopen op de grindpaden in het park en tussen de eeuwenoude bomen. Ik heb de leiding genomen en behoud die ook in de dalende weg langs het hoevegedeelte van het Château. Rechtsaf nu. Ik zie het parcours nu zo voor me. In de Rue Saint-Pierre is het weer klimmen, enkele procenten, het zwaarste wat hier voorhanden is. Maar ik zie dat ik snel nader op de laatste lopers van het groepje dat na de eerste kilometer van me wegliep. Intussen al zo’n 45 regels geleden. Voor de hoeve rechts ga ik voorbij Sandrine Balon. Nog een slok in de tweede bevoorrading – het water is hier frisser – en dan de lange veldweg op naar het kapelletje op de hoek van de Cortil Jonet en de Rue Georges Berotte. Ik verander enkele keren van loopstrook om de stenen te vermijden op deze “chemin empierré”. (Het Nederlands heeft hier geen woord voor.) Ik ben nu in het spoor gekomen van een langbenige jonge dame (een “espoir) die naar de naam Elise Mievis luistert. En hier een boogscheut verder woont, aldus mijn plaatselijke informatiebron. Zij zweeft over de keien, terwijl ik krampachtig naar de goede cadans zoek. Ik ben haar even voorbijgegaan maar alleen al voor haar gracieuze stijl laat ik haar opnieuw voorgaan. Achter me blijft Eddy Hoylaerts aanklampen. Ik houd het tempo strak en wil alvast nog enkele lopers voor me inhalen. Het duo Bernard Dubois en Françoise Debaty lijkt voor het grijpen maar deze taaie wedstrijdlopers geven zich niet gewonnen. Op de 900 meter lange veldweg tussen de weiden en de plantages herken ik nog meer potentiële prooien. Noël Heptia, bijvoorbeeld, ik heb hem al van in Les Waleffes in het vizier. En kijk wie we daar hebben, Martin Kossig! Voor het eerst sinds de eerste meters binnen bereik… als ik nog een tandje groter kan schakelen. Dan toch gestart met het tempo van de 5k-loop in de Victors Cup en een prijs betaald in het tweede deel? We krijgen aanmoedigingen aan de kruising met de Rue Berotte. Ik herken alvast eén stem maar het tegenlicht verhindert om de fans aan mijn rechterzijde te zien. De stijgende Cortil Jonet biedt het geschikte profiel om nog korter te komen. En een ultieme jump op de dalende Rue Vandervelde brengt me, haast op hetzelfde ogenblik, naast en voorbij Noël en Martin. Ik blijf in het gezelschap van mijn “copain” Noël en kan zowaar nog genieten van de (laaghangende) zon. Het is nog even licht bergaf, rechtdoor naar een boerenerf. De boog staat opgesteld onder de toegangspoort van een hoeve. Links kunnen de kalfjes nog net een glimp opvangen van onze aankomst.
Ik wandel door de koestal naar de tentjes voor een frisse slok en enkele sappige sinaasappelpartjes. De “pendelbus” (zie verder) naar de douches is net vertrokken en samen met Martin neem ik de wandeling van zo’n vijfhonderd meter dan maar te baat om de spieren te ontspannen. In de kleedkamers van de Etoile de Faimes heerst er een saunaklimaat. Na een kwartiertje biedt de open lucht verkoeling. Martin heeft dan al op Strava de wedstrijdgegevens van een aantal collega’s geanalyseerd en stelt vast dat hij niet de enige is die tijd heeft moeten inleveren in het tweede deel. Borlez 4 Ik hoor dan bij de uitzonderingen (?) die het tempo wel hebben kunnen vasthouden. Dat lag dan wel lager in de eerste helft. Maar je kan niet alles hebben… De “pendelbus” staat klaar om ons terug naar het centrum van het dorp en de feestelijkheden te brengen. Het voertuig lijkt nog het meest op een huifkar en is dat misschien ook. En wordt voortgetrokken door een tractor. Bestuurder en begeleiders zijn de Djoyeux Borlatis. Die zorgen dus niet alleen voor vertier maar ook voor een vlotte organisatie. We hotsen en botsen op de houten banken maar de passagiers, zoals Martin, hebben er wel lol in.
Aan de feesttent haalt Noël, opgegroeid in het naburige Viemme, herinneringen op aan zijn jeugd. Aan de danszaal achter bij Irma, aan de voetbalclub gesticht door de vader van organisator Jean-Marc Delchambre. Cortleven, Cuipers en Driessens worden naar voren geroepen voor het podium van de veteranen 4. Drie Limburgse namen. Een “volledige” Limburger. Een uitgeweken Limburger, ook een Willy, van Herderen en wonend in Juprelle. En een Luikenaar, Pierre uit Seraing. Ik zie Willy Cuipers hier voor het eerst dit seizoen. Een spierscheur gooide roet in het eten van de winnaar van de challenge bij de veteranen 4 in 2017. Overigens stonden hier vanavond in onze categorie meer kandidaten aan de start dan er plaatsen zijn op het podium. Pech voor Jacques Detaille. Als ik dan nog vertel dat de ambiance in en rond de tent verzorgd werd door de streetband “Les Marteaux” dan zijn jullie weer helemaal bij. Houd het koel en tot binnenkort voor een volgende loop en verslag!

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Achter de finishlijn. Foto 2: Eindspurt van Armand Pirotte. Foto 3: De laatste meters met Noël Heptia. Achter ons Eddy Hoylaerts. Foto 4: Op weg naar de douches met Martin Kossig.)

vri 03/08/2018 19.30 * Thimister (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:44:29 * 11,2 * 136/216 * 1/3 * ♥♥

“Is dit wel wijs?” vraag ik me af als we op de weg zijn naar Thimister en ik de temperatuur op het dashboard van de auto zie stijgen tot 35 graden. Om halfacht is de zon al aan het zakken zijn, er is daar in het land van Herve wel beschutting van bomen, houd ik mezelf voor. Maar waarom ben ik überhaupt vertrokken? Blijkbaar kan ik een geplande wedstrijd, eenmaal opgeslagen onder mijn hersenpan, niet meer wissen. In de voorbije dagen heb ik nog de hoop dat de organisatoren zelf de knoop doorhakken en de loop annuleren. Maar die willen ook van geen wijken weten. En zo zijn we nu toch in het dorp van de cider en zien, naarmate de avond vordert, almaar meer looplustigen arriveren. Uiteindelijk zijn we met meer dan 200. En dat zijn niet altijd de jongsten, mannen en vrouwen in de fleur van hun leven en conditie die bestand zijn tegen de excessen van de temperatuur. Zijn bij de eersten ter plekke: Louis Schmetz, Julien Bertrang en Jean-Louis Voss, een tachtiger, een zeventiger en een rijpe zestiger. Ze hebben allemaal wel een excuus of een goed voornemen: het kalm aan doen. Louis vindt dat hij niet kan wegblijven: “Ik woon hier op enkele minuten, je passeert twee keer voor mijn huis.” Ik werp nog op dat het ook in zijn eigen dorp warm blijft, maar hij lacht mijn bezwaar weg. Hoe dan ook, ik zal in de eerste plaats voor mijn eigen lichamelijk heil moeten zorgen en de temperatuur trotseren. Ik weet na de “opwarming” al meteen hoe laat het is. Archi-slechte benen, zoals tijdens mijn laatste trainingen. Ik zal wel gedwongen zijn het rustig aan te doen. En nu mijn belangrijkste concurrent Roger Dosseray er niet is, heb ik geen enkele reden om hier fel van stapel te lopen. Tijdens de verkenning herken ik het bebloemde bruggetje in het begin van de Tectonic, drie jaar geleden. En als ik na een ommetje opnieuw de sporthal bereik, komt mij ook de vertrekplaats weer voor de geest.
Terwijl we verzamelen voor de boog van Omnimut, het vrije ziekenfonds en sponsor van de Challenge L’Avenir, geeft de speaker een uitgebreide beschrijving van het parcours. Het is allemaal wat langdradig en futloos. Eén belangrijk detail heb ik wel onthouden. Daarover dadelijk meer. Kort voor de start ontmoet ik nog drie jonge lopers uit Tongeren. Hitte? Dat maakt ons niet veel uit, wij hebben al verscheidene wedstrijden gelopen de laatste weken, is het commentaar van Ronny Vanhay. Halfacht, 33 graden. We vertrekken over een grote weide achter de sporthal. Na 200 meter zijn we al op het fietspad van de oude spoorlijn 38. (De lezer wordt na talloze verslagen over wedstrijden in de buurt wel geacht te weten wat ik bedoel.) Thimister 1 Het getrappel van de meer dan 150 lopers voor me op het assenpad werpt een heuse stofwolk op. Dat is eens wat anders dan de modder in nattere tijden. We verlaten snel (en voorlopig) het pad en duiken naar beneden langs de tennisterreinen. Slechte benen, rustige start en toch de snelste kilometer met dank aan de afdaling. Vlak voor de eerste klim op weg naar het dorpscentrum gaat Dominique Heusschen mij voorbij. Boven op diezelfde klim passeert Laure Etienne me met krachtige tred. De hitte is voor deze dame geen beletsel om voluit te gaan. De veteraan 2 en de dame zullen respectievelijk 1’30” en 2′ voor me eindigen. In een wedstrijd met vier hartjes zou ik zo’n half minuutje, driekwart minuut voor hen de finish hebben bereikt. 2 minuten of ietsje meer is dus het cijfermatige verschil tussen twee en vier hartjes. Het loopgevoel zit wel duidelijk in het rood. Ik blijf braafjes mijn matige tempo aanhouden en laat me ook in de daaropvolgende dalende weg niet opjagen. We zijn het dorp uitgelopen en komen plots op een smal, donker pad tussen bomen terecht. Het eerste deel van de loop is voornamelijk dalend. Hier in het bosje halen we de steilste dalingspercentages. Niet echt mijn ding. Het licht- en schaduwspel maakt het voor mij nog moeilijker. Ik schat een schuine kant verkeerd in en plof met mijn rechterbeen hard op de grond. Even een hachelijk moment. De man voor me informeert “ça va?” waarop ik gelukkig bevestigend kan antwoorden. Het bospad loopt uit op een asfaltweg, nog steeds in dalende lijn. We zijn op weg naar het gehucht La Minerie waar ik drie maanden geleden nog actief was. Ik heb de weg Stockis toen in lyrische bewoordingen beschreven. Vanavond ben ik minder uitbundig temeer omdat er een klim wacht naar het voetbalveld waar toen de aankomst lag. Oh ja, heb ik al vermeld dat mijn vorige deelname dateert van twintig jaar geleden? Een korte afdaling, dan weer klimmen en uiteindelijk een afdaling van 400 meter naar het gehucht Befve. Ik hobbel verder tot we rechtsaf worden gestuurd. Opletten, niet de eerste weg rechts, die leidt naar het rustoord. Daarvoor is het nog wat te vroeg… We volgen nu een tijdje het parcours van La Minerie. Daar is al de tweede bevoorrading. Dat had de omroeper gemeld voor de start: er is hier een bevoorrading om de twee kilometer. De leden van de Cercle Familial, de organisator, hebben hun huiswerk goed gemaakt. Het gaat verder over een grote dorre grasvlakte. Ik zal pas na de loop tot het besef komen dat dit dezelfde weide is als in de jogging van La Minerie. De droogte heeft een verwoestend effect op de natuur. Ik loop een tiental meter achter Sandra Delrez, vaak in mijn buurt in deze regio en ook vertrokken met de handrem op. “Dat ook nog” is mijn reactie als we dezelfde stenige en smalle klim van drie maanden geleden onder de voeten krijgen. De loper die met een kinderwagen onderweg is – inbegrepen zijn klein zoontje – staat met pech aan de kant. De parcoursbouwers hebben medelijden met ons en na een paar honderd meter worden we rechtsaf gestuurd. Nog altijd smal maar wel makkelijker beloopbaar – wandelpaden blijkbaar – en nog steeds onder een beschermend bladerdek. Ik loop hier net snel genoeg om geen plaatsen te verliezen. Bij het laatste knikje kom ik in het spoor van Sandra. Ik zal haar in de daaropvolgende asfaltstrook voorbijgaan. Na 5,5 km draaien we linksaf een rijweg op. Dit is weer het parcours van La Minerie. Ja, het kan moeilijk anders dat je elkaars parcoursen moet “lenen” als je zoveel wedstrijden op een zakdoek uittekent. Ik verteer de 600 meter lange klim vrij aardig en begin nu ook lopers in te halen. Onder meer de “espoir” Tom Deru. Ik ben veteraan 3 Guy Raes al na een kleine kilometer uit het oog verloren en zie hem nu ook nergens voor me. Normaal, denk ik, met het trainingstempo dat ik vanavond aanhoud. Blijkt achteraf dat hij minuten na me geëindigd is.
Een linkse bocht na 6,1 km luidt het laatste deel in. Vanaf nu gaat het haast uitsluitend over de Ravel, heel lichtjes (1%) maar wel onophoudelijk stijgend tot de finish. In die bocht is ook de derde en laatste bevoorrading. Een slok drinken en de rest over het hoofd, zo ga ik de hitte te lijf. En dat lukt redelijk, ook al omdat er windje staat en bomen voor verkoeling zorgen. Thimister 2 Intussen heeft Cedric Lemaire zijn karretje weer aan de praat gekregen en gaat hij mij en enkele andere lopers voorbij. Tussendoor vindt hij nog de adem om zijn zoontje het verdere verloop van de avond te vertellen. Het kereltje in het zitje babbelt onophoudelijk en strooit kwistig aanmoedigingen in het rond. Als is het mij niet duidelijk voor wie die bedoeld zijn. Ik voel voor het eerst de neiging naar voren op te schuiven. En er zijn wel wat kandidaten om ingehaald te worden. De hitte begint stilaan zijn tol te eisen. Nu ik lichtjes versnel, voel ik hoe de warmte als een waxlaag op mijn hoofd kleeft. Overigens vertelt mjjn Garmin dat ik boven de 5′ per km blijf hangen. Het blijft dus ondermaats. We worden aangemoedigd door enkele supporteressen die de euvele moed hebben hun gekoelde huizen te verlaten. Zijn dat niet de twee dames die al bij het inlopen langs de weg stonden? De laaghangende zon vuurt nog enkele scherpe pijlen af op het einde van de 2 km lange Ravelroute. We wroeten ons door de weide die we in het begin van de loop in de tegenovergestelde richting hebben afgelegd. Ik verlies per saldo nog een plaatsje – twee jonge mannen spurten me voorbij, ik raap nog een moegestreden collega op – en bots op het grind voor de aankomstboog weer op Cedric Lemaire, de vader met de kinderwagen. Dit hebben we weer overleefd…
We verwijlen nog een uurtje aan de sporthal. Na de douche in het moderne sportcomplex vinden we een plaatsje net buiten bereik van de zon. De pain-saucisse krijgt een grote onderscheiding van Marie-Paule. De Jogging du Cidre wordt voor mij afgesloten met het in ontvangst nemen van een … fles cider. Ze maken het hier trouwens niet ingewikkeld, cider voor alle podiumlaureaten.

(Foto 1 van Fabien Teller: Links met de grimas, uw dienaar. Rechts met de glimlach, Laure Etienne. Foto 2 van Marie-Paule: Finish.)

zon 19/08/2018 11u * Lantin (Challenge de la Province de Liège) * 9,8 km * 00:47:39 * 12,4 * 61/154 * 1/4 * ♥♥♥♥

Uit de grabbelton aan wedstrijden dit weekend vis ik de Provincie Luik-loop in Lantin op. Daar ligt niet meteen het meest aansprekende parcours op ons te wachten maar het is misschien de laatste kans dit jaar om Monsieur CJPL Servais Halders nog eens in een wedstrijd te ontmoeten. Ik vat de korte verplaatsing naar het dorp aan de noordzijde van de Luikse agglomeratie aan met grote vraagtekens. De DJ van een privéfeest thuis achter heeft de rust van de buurt tot halfvier ’s nachts verstoord. De achterburen hebben hun pleziertje gehad, zal mij dadelijk nog enig loopgenot gegund zijn? Ik reken er dan maar op dat ik enkele uren later nog een inspanning van drie kwartier zal kunnen opbrengen. Bij de opwarming sturen mijn benen alvast gunstige signalen uit.
Het peloton is zo’n 150 man sterk. Dat is het gemiddelde dat het CJPL-criterium de laatste maanden haalt. Tussen de deelnemers zoals steeds een sterke veteranen 3-delegatie met alle bekende gezichten. Genoeg om Nicolas Bynens, die hier een boogscheut vandaan woont, het moreel te ontnemen om het podium te halen. Aan zijn vriendin Danielle zal het alvast niet liggen. Zij zorgt in haar eentje voor ambiance langs het parcours. Voor gokkers valt er bij de V3 overigens weinig te rapen. Als Servais aan de start staat, wint Halders. Lantin 1 Alleen in Tilff zorgde Marc Vranken voor een kink in de eindeloze zegereeks van de Voerenaar. Wel verandering bij de tijdsregistratie: Pierre Olivier verleent hier nu de O’Top Service. Wie niet weet wat ik bedoel, tikt die naam maar in op Google. Het vertrek en de aankomst vinden plaats op het domein van het Fort van Lantin. Maar de wedstrijd krijgt zijn beloop voornamelijk in de velden tussen de dorpen Lantin, Xhendremael, Diets-Heur en Juprelle. Alleen de douches in de catacomben van het Fort roepen nog het beeld op van het grimmige oorlogsverleden. De 19de eeuwse vesting was een onderdeel van de verdedigingsgordel rond Luik die echter snel viel in de eerste wereldoorlog. Dat we hier überhaupt te gast zijn danken we onder meer aan Les Amis du Fort de Lantin die het initiatief hebben genomen het vervallen fort te restaureren. Lantin is natuurlijk ook bekend van zijn gevangenis. Bij mijn vorige deelname… 21 jaar geleden liep het parcours die kant uit. Nu zetten we dus onmiddellijk koers in noordelijke richting. En dus heeft u nu het laatste gelezen over de grootste strafinrichting van het land.
We gaan eraan beginnen. De foto van het podium bij de veteranen 4 is al klaar voor de start… Tijdens de opwarming vraagt Richard Mathot aan een wachtende seingever een kiekje te maken van Roger Dosseray, Mauro Calogero en ondergetekende. Dat blijkt een klein uurtje later ook de winnende tiercé te zijn.
Ik vertrek enkele meters achter het duo Hertogen-Hertogen. Dat zijn Willy (70 jaar) en Robbe (14 jaar), opa en kleinzoon dus. En het is de jongste die de oudste heeft overgehaald om hier in het Luikse een 10km af te leggen. Zijn eerste. En met succes afgerond. Na de eerste 600 meter hebben we al een lichte afdaling, een bocht en klim in een brede holle weg achter de rug. Dat is qua afwisseling het beste wat we vandaag voor de voeten zullen krijgen. Daarna wachten ons voornamelijk lange rechte stukken in het open veld. Ik ben Bernard Marot al voorbijgegaan als we een klein kruispuntje oversteken waar we daarnet de seingever-fotograaf ontmoetten en waar Marie-Paule ons nu opwacht. Guy Raes duikt plots naast me op en neemt me anderhalve kilometer op sleeptouw. “Let op, blijf hier achter het groepje uit de wind, we kunnen dadelijk versnellen in een afdaling” enzovoort. Dat noemt men met raad en daad bijstaan. Ik heb me in de klimmetjes van zo’n honderd tot honderdvijftig meter goed kunnen schuilhouden achter een brede rug maar in de daaropvolgende strook bergaf plaatst Guy een versnelling die ik niet kan en zeker niet wil beantwoorden. Ik blijf in een groepje met Sandra Delrez en haar begeleider Michel Siebenbour. Ik ken beiden van de Challenge L’Avenir rond Verviers. Zij behoren tot de vriendengroep van Alberto Canales, die tweede zal worden bij de veteranen 3. We steken de weg Juprelle-Xhendremael over. Rechts staat een graansilo als een merkpunt in de open vlakte. Michel groet overal de seingevers. Die verdienen trouwens ons grootste respect, zoals ik al meer dan eens heb aangehaald in mijn verslagen. Ik heb een goed gevoel, blijf een egaal tempo aanhouden… en laat me niet opjutten door Michel die naar voren wijst met de veelbetekenende woorden “Daar loopt Roger!” Ik antwoord: “Ik verlies hem niet uit het oog”. Lantin 2 Maar ik heb nog ruim de tijd om mijn voornaamste concurrent Roger Dosseray bij te benen. Er zijn me intussen nog een viertal lopers/loopsters voorbijgegaan. U en ik zullen ze nog ontmoeten in het tweede deel van de wedstrijd en dit verhaal. In het felste klimmetje (van het eerste gedeelte alleszins) moet Sandra, en dus ook Michel, wat tempo milderen en trek ik alleen op zoek naar Roger. Aan km 4 ben ik bij hem, hij had me al horen naderen. Heb ik dan zo’n speciale tred dat ze mij herkennen zonder me te zien? De weg blijft dalen, ook na een rechtse bocht die ik neem in het spoor van Roger. De Pépin (inwoner van Pepinster) kan het niet laten en probeert me met korte snokjes enkele meters aan te smeren. Een bomenrij aan km 4,5 houdt de verkoelende wind van de voorbije kilometers tegen en zo valt de hitte plots op ons. De bevoorrading komt net op tijd om het hoofd te bevochtigen met een frisse geut Spa-water. Die bevoorrading in een haakse bocht ligt precies halfweg en leidt weer terug richting Lantin. En blijkt ook op het laagste punt van het parcours te liggen. Maar dat zal ik pas over enkele kilometers proefondervindelijk vaststellen.
Dit is ook het moment om een nieuwe alinea te beginnen. Het parcours mag dan voor sommigen saai zijn, het valt alleszins mooi op te delen voor een verslag. Het gaat meteen omhoog – dat betekent hier zo’n 1,5 tot 2% – en ik merk al in de eerste meters dat Roger het moeilijk heeft om mijn tempo te volgen. We lopen 400 meter in de schaduw van een bosrand. Ik voel me lekker, de afwisseling van lange en korte trainingen van de vorige week heeft me blijkbaar goed gedaan. Ik besluit door te trekken. Een koppel dat me daarstraks is voorbijgegaan, Nathalie Steimes en Jean-Pierre Guidolin, moet hier inbinden. Roger blijft volgen op enkele meters. Waar de klim overgaat in vals plat doe ik er nog een schepje bovenop. Aan de linkerbocht aan km 6,4 – we hebben net een recht stuk van bijna anderhalve kilometer achter de rug – stel ik vast dat Roger nog altijd mijn eerste achtervolger is, zij het nu op een vijftigtal meter. De volgende rechte strook van 3 kilometer wordt alleen door een soort chicane onderbroken. Niet te verwonderen dat de meeste lopers de route eentonig vinden. Toch één uitzondering, Claude Herzet. Mijn gemeentegenoot kickt op deze wegen waar zijn oogstrelende foulée optimaal tot zijn recht komt. Hij is hier elk jaar, zelfs als hij daarvoor moet wegglippen op een feest. Uit sympathie voor zijn vriend, organisator Denis Deuse. Vandaag heb ik Claude het laatst gezien voor de start. Nu moet hij een kleine 2 minuten voor mij uitlopen. Ik loop intussen alleen tussen de gewassen op de Haspengouwse velden – dat zijn voor de liefhebbers vlas, aardappelen en bieten. De graanvelden zijn al omgeploegd. Lantin 3 Het begint stilaan tot me door te dringen dat de weg terug zo goed als continu zal blijven stijgen. Dat kan in mijn voordeel spelen… als ik mijn tempo kan vasthouden. En dat is ook zo. Ik haal een niet nader te identificeren mannelijke deelnemer in en nader metertje voor metertje op een dame in rood voor me. Ze is me in het eerste deel voorbijgegaan. Ik ben dus geprikkeld om haar terug op haar plaats te zetten. Dat wil zeggen, achter mij. In de chicane waar ik het 10 regels geleden over had is het zo ver. We komen hier zowaar in de buurt van enkele huizen. En het is zelfs tweehonderd meter vlak of licht dalend. We dwarsen de uitlopers van het dorp Juprelle. Rechts merk ik een vreemdsoortige combinatie voetbalveld/speeltuin op. Precies weet ik het niet, ik heb het nu te druk met Marianne. Zij krijgt aanmoedigingen langs de weg, vandaar dat ik haar voornaam al tijdens de wedstrijd te weten kom. Marianne Dumont van Seraing Athlétisme blijft nog even in mijn zog tot we weer op een kaarsrechte strook uitkomen waar ze langzaam voeling verliest. Ik zoek in de verte naar de boerderij waar de laatste klim naar het Fort begint. Ik heb tot daar verkend om niet verrast te worden door het parcours in de finale. Met Roger weet je maar nooit. Maar nu heeft hij toch definitief afgehaakt. Uiteindelijk zal hij twee minuten toegeven. De boerderij ligt uiteindelijk nog vijfhonderd meter verder. Op een vlakker stuk voor die laatste klim win ik nog een plaatsje ten koste van veteraan 1 Laurent Mullens. Want de monotonie van het parcours mag dan beginnen te wegen, ik blijf een tempo onderhouden dat net wat hoger ligt dan dat van de lopers achter mij en van het groepje voor me. Achteraan in dat groepje herken ik Guy Raes. De laatste stijgende hectometers in de wind zijn er te veel aan voor hem. Misschien kan ik toch nog terugkomen. We nemen de laatste bocht naar het domein van het Fort. De afstand tot Richard Mathot die net naar links is opgedraaid is te groot om nog dicht te lopen. Ik zie nog twee hapklare brokken voor mij. Op het krakkemikkige asfalt (even een afwisseling voor het harde beton) ga ik voorbij Valérie François en kom ik ook in het spoor van Guy Raes. Zodra hij me opmerkt zet de grijze Fléronnais een versnelling in die me enkele meters achteruit slaat. Ik probeer het nog eens in de laatste bocht – de weg naar de finish heeft wat weg van een wielerpiste – maar Guy perst er nog een bijkomende demarrage uit. Met drie seconden voorsprong loopt hij over de tijdmat… en zijgt neer op de grasstrook langs de weg. Zo moet de aankomst van Pheidippides in Athene er hebben uitgezien, behalve dat Guy alleen maar gekuch en gerochel kan uitbrengen. Ik help hem even later recht en lach naar tijdopnemer Pierre Olivier: “Dat komt ervan als je een oude knar van 70 wil voor blijven!” Ik heb net een degelijke wedstrijd achter de rug. Dat gevoel wordt achteraf ook bevestigd door mijn Garmin die heel regelmatige, zelfs enkele tot op de seconde identieke kilometertijden aangeeft.
In Lantin doen ze het nog op de traditionele manier, een beker voor de winnaar. En de prijs mag je zelf uitkiezen. Volgens het principe : Wie het eerst komt (loopt), het eerst maalt (kiest). Ook Robbe Hertogen die een categorie op zich vormt krijgt alsnog een beloning van de gulle organisator.

(Foto’s 1 en 2 van Marie-Paule. Foto 1: Danielle, vriendin van Nicolas Bynens, de felste aller supporters. Foto 2: Servais Halders op weg naar de zoveelste zege bij de veteranen 3 – zou hij zelf de tel niet kwijt zijn? – en 16de plaats algemeen. Foto 3 van Dania Benchikh: In de laatste meters, spurtend achter Guy Raes. Valérie François volgt op enkele meters.)zon 02/09/2018 10.30u * Halve Marathon Luik La Belle-îloise * 21,2 km * 01:49:38 * 11,6 * 142/316 * 1/4 * ♥♥♥

Vorige week heeft u tevergeefs gewacht op een wedstrijdverslag (hoop ik tenminste), deze week is er weer leesvoer voorradig. Het winkelcentrum Belle-Ile en vooral de wijde omgeving is ditmaal het toneel van mijn avonturen. En die zijn niet altijd even leuk. Zoals vorig weekend. We zijn zaterdag in de vroege ochtend op weg naar Altenahr, een pittoresk oord in de meest noordelijke wijnstreek van Rijnland-Palts en trouwens van heel Duitsland. Ik heb me een fantasietje veroorloofd in de vorm van een heuvelloop van 16 km tussen de wijngaarden. We zijn dus op weg… maar niet voor lang. In Maastricht laat mijn karretje het plots afweten. De adem gegeven, niets meer… Ik bespaar u de details maar vier uur na ons vertrek zijn we opnieuw in Heukelom na een ritje aan boord van een ANWB-takelwagen. Op dat uur zou ik in Altenahr al twee derde van de wedstrijd achter de rug hebben. De ontgoocheling van de eerste minuten is wel al weggeëbd en thuis duik ik onmiddellijk in een joggingagenda – ik raad Limburgrunning.nl van Huub Rokx aan – om een alternatief te zoeken. Kijk, een halve marathon in Luik. Ik heb de laatste weken enkele langere trainingslopen afgewerkt. De 21 kilometer moet ik met deze voorbereiding tot een bevredigend einde kunnen brengen. Ik doe donderdag nog een doorgedreven test maar beslis uiteindelijk pas zaterdagavond.
De inschrijvingsformaliteiten vinden plaats in de sporthal van Angleur, in het park van het Château de Péralta, dat mij bekend is van vroegere wedstrijden hier in de buurt. Oh ja, we hebben ons reisdoel dit keer wel bereikt. Met de wagen van vrouwlief… Toch vandaag ook weer pech: de batterijen van het fototoestel hebben het laten afweten en zo moet ik op zoek naar andere foto’s op het net. Belle-Ile 1 maar die publicaties zijn niet zo klokvast als uw lievelingsblog. Terwijl Marie-Paule de omgeving verkent, vul ik het uur voor het vertrek met een korte opwarming en een uitgebreide begroeting van enkele bekenden. Onder meer Guy Raes die op zoek is naar kilometers en zelfs de verplaatsing van en naar huis (6 km) aan de halve marathon-afstand wil vastknopen. Dat is een paardenremedie om het vormpeil op te krikken en een inzinking als in Lantin – uitgebreid beschreven in dit blog – te vermijden. Ik vind een mooi plaatsje in het peloton van meer dan 700 – voor drie wedstrijden – en verras mezelf in de eerste meters door soepel tussen de rijen te glijden en snel bewegingsruimte te vinden. De term “soepel” zal u overigens verder niet meer in dit verslag lezen. Na een halve kilometer neemt de stramheid in de benen weer het bewind over. We maken eerst een lus van 4 km door het commerciële centrum Belle-île en tussen het Canal de l’Ourthe en de echte Ourthe. Vandaar misschien dat dit gebied een eiland wordt genoemd. Of dat een mooi eiland is, laat ik over aan ieders smaak. De doortocht langs een oud industrieel complex in de eerste lus heeft wel een zekere charme. De Ourthe mondt hier even verder in de Maas uit – zo, weer wat aardrijkskunde bijgeleerd. Ik kom snel in de buurt van Bernard Marot, de veteraan 3 die vaak als mijn eerste doelwit fungeert in de 10km-lopen van de challenge van de provincie. Ik kan mijn reflexen van de kortere lopen niet bedwingen en kruip in het spoor van Bernard. Hij mag dan wel minder snel onderweg zijn en op zijn hartslagmeter lopen, zoals hij me voor de start vertelde, ik vraag me af of ik niet te snel van stapel loop. Temeer omdat mijn kuiten, zoals vaak in het begin van een (trainings)loop pijnlijk aanvoelen. We wisselen enkele woorden, voor zover ons gesprek niet verstoord wordt door een horde motorrijders aan de overkant van het water. De 5 “wilden”, om het met de woorden van Bernard te zeggen, maken meer lawaai dan wij met zijn zevenhonderd. De kilometers 2, 3 en 4 blijken meteen de snelste van de hele loop. Na 3,5 km trekt Bernard dan toch wat feller door en zet ik mijn weg alleen verder. Ik zie hem enkele kilometer verder wel nog de bocht nemen naar de finish van de 10 km. We lopen opnieuw onder de vertrekboog door, nu in tegengestelde richting. Marie-Paule houdt hier trouw de wacht. Anderhalf uur later wacht ze me ook op aan de finish. In de tussentijd was ze onder meer te vinden aan een hamburgerkraam. Maar verder met de wedstrijd. Na 4,5 km draaien de 5km-lopers rechtsaf, even verder worden de 10 km-lopers linksaf gestuurd. Van dan af blijven alleen nog de grote jongens en meisjes over.
Gedurende 5 km volgen we de meanders van de Ourthe. In de eerste anderhalve kilometer hebben we rechts uitzicht op de nieuwe fabriekshallen en de kleurrijke graffiti van de Vieille Montagne en even verder op een rij donkere arbeidershuizen. Van dan af lopen we in het groen tussen de bomen. Links stroomt de Ourthe, nu eens snel, dan weer traagzaam, zo lijkt het althans. De kuiten zijn intussen warm gelopen en bezorgen me geen last meer maar een gemiddelde van 12 km/uur zit er vandaag niet in. Wat trouwens een bevestiging is van het gevoel in mijn lange duurtrainingen van de laatste weken. Bekenden zie ik niet in mijn omgeving, ik zal het in mijn verslag moeten houden bij omschrijvingen als “de man in het blauw” of “de dame in het oranje”. Wat die twee betreft , ik loop de eerste kilometer in het gezelschap van de jongere man in het blauw. De dame, in het oranje dus, haalt mij na een zevental kilometer in. Zij is in het gezelschap van een stevig gebouwde man. De twee lijken in voorbereiding te zijn op een marathon. De man geeft aanbevelingen over de drankvoorziening. Voor een drankpost zie ik de dame een gelletje uithalen, dat zoals u weet of niet weet, met een flinke slok water moet worden doorgeslikt. Terwijl ik het tafereel gade sla vraag ik me af of ik mijzelf ook niet die discipline had moeten aanleren tijdens mijn marathonperiode. Ik was namelijk een gelloze en schemaloze marathonloper. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer, en ik zal maar zorgen dat ik hier alvast de streep haal. Ik kies bij de derde bevoorrading voor een bekertje sportdrank. Wat keuze en mankracht betreft beantwoorden de drankposten overigens aan de normen die een kritische deelnemer mag stellen. De posities liggen na een klein derde van de wedstrijd grotendeels vast. Ik blijf in het spoor van een groepje met de oranje dame. Nu en dan gaat een opkomende loper ons voorbij. Eindelijk een bekende, aan kilometer 9 of daaromtrent. Yves Keil passeert op een grasstrook langs het beton. Aan de intonatie van de klassieke vraag “ça va?” in mijn richting leid ik af dat het bij hem in elk gevoel wel goed gaat. Waar de beschutting van de bomen ophoudt kan de zon ons tijdelijk even plagen maar dit parcours blijkt veel loopvriendelijker en gevarieerder dan ik me vooraf had voorgesteld. Het Ravelfietspad op beton langs de Ourthe begint op den duur wel rug en benen te irriteren. En echt vlak is het ook niet. We lopen stroomopwaarts en moeten tot het keerpunt dus wel een heel licht stijgend reliëf verdragen. Daarom haal ik niet de 12 km/uur. Dat maak ik me alleszins wijs. Om mezelf op die lange stroken, uiteraard steeds in dezelfde richting, te motiveren richt ik mijn aandacht op twee lopers voor me. Na vele kilometers op een vijftiental meter kan ik een jongere dame in het zwart dan toch inhalen en achterlaten bij een bevoorrading. Zo kan het dus ook. Dat lukt niet bij de man die zo’n 75 meter voor me uitloopt. Oranje trui, zwarte broek. Maar dit keer ken ik de naam wel: Freddy Hounje van Aubel. We zijn ongeveer in dezelfde periode door de joggingmicrobe gebeten. Ik herinner me zijn scherpe profiel nog van mijn eerste marathons. Onze tijden lagen in elkaars buurt en ook vandaag hebben we dezelfde richttijd voor ogen, onder de 1u50′. We slagen beiden in ons opzet en bewijzen meteen dat we ook een goed inzicht hebben in onze huidige mogelijkheden. Ik nader wel geen meter op Freddy tot ik een kilometertje verder ineens voor hem loop. Dat zit zo. Na 11,5 km steken we op een voetgangersbruggetje de Ourthe over en lopen een 700 meter aan de rechteroever. Belle-Ile 2 Aan de rand van een dorp dat ik niet kan thuis brengen. Ik had het moeten weten, Freddy had het me voor de start verteld. Het is Tilff. Daar kruisen we de lopers voor ons. In de verte ligt dus het keerpunt. Enkele lopers die al op de terugweg zijn maken misbaar bij een seingever. De reden is me onduidelijk. Ik loop nu afgezonderd en in een bocht zoek ik naar de loper voor me. Daar is hij, rechts. Ik volg tot ik een viertal lopers voor me zie met de handen in de lucht en met vertwijfelde blik in de ogen. Verkeerde richting. Geen aanduiding, geen seingever. En zo haal ik Freddy dan toch in en loop nu zelfs enkele tientallen meter voor hem uit. En de dame in het oranje en de heer in het blauw hebben zo plots een voorgift van een kleine 100 meter. Die weer goedmaken op lopers die ongeveer hetzelfde tempo aanhouden is een werk van kilometers. Ik begin er meteen aan. Even voorbij km 13 meldt Freddy dat er achter een rechterbocht een helling wacht, steil maar niet lang. Jammer dat hij zich daarnet de weg niet meer herinnerde. Trouwens de helling is alleen in het begin steil maar blijkt uiteindelijk toch een 800 meter lang te zijn. De klim op het bospad is een welkome afwisseling voor de harde ondergrond op het grootste deel van het parcours. Tot twee keer toe, op het vlakke daarnet en nu op de klim, voorspelt Freddy dat hij mijn tempo niet zal kunnen houden en dat hij zal “caler”, stilvallen. “Verdorie, jij loopt goed” doet hij er nog een schepje bovenop. Leuk om te horen maar ik blijf voorzichtig. Mijn lopersinstinct laat me niet in de steek. Even later neemt de man uit Aubel een kleine voorsprong (een halve minuut) die hij tot aan de streep zal behouden. De jonge dame in het zwart (zou dat Lola Lawarrée zijn?) en de man in het blauw ga ik wel weer voorbij. Het duurt een drietal kilometer eer ik weer in het spoor kom van de dame in het oranje. We lopen nu weer op een smal fietspad in het bos, nog altijd op de rechteroever. Ik sla een aanbod af om voorbij te gaan en verkies nog even het tempo van het duo voor me te volgen. Als ik dan word ingehaald door een oudere man in het zwart maak ik dan toch van de gelegenheid gebruik om ook voorbij te gaan. Het tempo van de nieuwkomer in het zwart ligt net een tikkeltje te hoog, ik blijf op een tiental meter hangen. Mijn blik is niet alleen op de loper(s) voor me gericht, ik houd ook de bewegingen van tegemoetkomende fietsers en vooral fietsertjes in de gaten. Ik bereik zonder ongelukken kilometer 16 waar we ons weer kunnen laven aan sportdrank en water. Ik neem een slok van beide en begin met goede moed maar stilaan vermoeide benen aan het laatste deel van de Belle-îloise.
We zijn nu weer op de linkeroever op het fietspad dat we daarstraks al eens een tegengestelde richting hebben afgelegd. Ik loop een tweetal kilometer onmiddellijk achter en even voor de man in het zwart. Net als mijn omschrijvingen verwarrend dreigen te worden is de verklaring nabij. Mijn gezel heet Stefaan Bomans. Limburgse naam en roots maar wel een Luikenaar. Hoe ik dat weet? Wel, gewoon gevraagd na de aankomst, bij het waterkraam. (Woord gevormd naar analogie met frietkraam). Voor mijn verslag, heb ik eraan toegevoegd. We hebben nog een leuk gesprek gehad. Stefaan is 65 en heeft nog ambities in de marathon en de 4 Cîmes van Battice. U kan zich voorstellen dat ik niet om gespreksstof verlegen zat. Maar goed, ik ben dus op weg met een onbekende, oudere loper. Enkele jaren jonger, vermoed ik op dat moment, en niet veel maar wel duidelijk beter. Kortom, rond km 17, ben ik weer op achtervolgen gewezen. Maar ik voel dat dit een “chasse patate” wordt. Overigens is het wel een opsteker dat we al aan kilometer 17 zijn. Er zijn geen kilometeraanduidingen en ik heb al een tijdje mijn horloge niet meer bekeken. Nog 4 kilometer, of beter: maar 4 kilometer meer. Vanaf nu is het aftellen. Ik blijf wel het tempo van de eerste passage aanhouden, waarschijnlijk wat geholpen door het licht dalende profiel. Ik wroet me naar boven op een kort maar steil klimmetje aan km 18. Daarnet was ook de tegenwind voelbaar, zo rond 3 Beaufort. Ik moet alle mentale truken bovenhalen om de kilometers sneller voorbij te laten gaan. Mijn programma van de volgende dagen overlopen en al vooraf genieten van de rust die ik mezelf zal gunnen. Visualiseren wat de looproute nog te bieden heeft. Ik kan me het parcours van daarstraks nog goed voor de geest halen. Daar is het kasseistrookje aan de huizenrij. Daar zijn de graffiti op de fabrieksmuren. In de laatste anderhalve kilometer deelt de zon nog een prik uit op een troosteloze streep beton langs het Canal de l’Ourthe. Belle-Ile 3 Je loopt voorbij de parcourswachters en hoopt op een aanmoediging. Daar heeft de ene al meer zin in dan de andere. “Allez, c’est la fin” geeft de laatste mee. Ik heb zonet de aankomstboog in de verte gezien en weet dat de man me geen blaasjes wijs maakt. Niets zo vervelend als je hoop stellen op een afstand die niet klopt, dat wil zeggen een stuk langer uitvalt dan de gok van een seingever. Aan een rotonde worden we een grindpad opgestuurd. Zijn we daarstraks hier ook geweest, vraag ik me af. Het antwoord krijg ik dadelijk van Marie-Paule. De aankomstboog die ik daarnet in de verte heb gezien is niet dezelfde als de vertrekboog. Nog vijfhonderd meter op gele steentjes, in andere omstandigheden zou ik van de lichte kleur genieten. Ik ben intussen kilometers alleen aan het vechten. Daar hoor ik dan toch een achtervolger naderen en nog snel ook. Ik verlies nog twee plaatsen maar kom nog ruim in de eerste helft van het veld aan. Uiteindelijk geeft mijn Garmin een afstand van 21,240 km aan. Dat is dus meer nog dan de officiële afstand die nooit gehaald werd in de halve marathons die ik in de laatste twee jaren heb betwist.
Na de finish stoot ik nog op enkele bekenden die in de drukte voor de start aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Mijn gemeentegenoot Claude Herzet die tweede eindigt bij de veteranen 3. En dat zonder specifieke lange afstandstraining. En twee Paluko-jongens – dat zijn leden van een Tongerse runninggroep – Dirk Claesen en Gert Moermans die hier voor een van hun eerste optredens in het Luikse meteen hoge ogen gooien, respectievelijk op plaats 20 en 23. Dirk wordt bovendien tweede bij de veteranen 2. Voor wie onder de indruk is van hun tijd onder de 1u30′ zeg ik er even bij dat zij een trainingstempo hebben aangehouden ter voorbereiding van de marathon van Berlijn. Hou uw felicitaties dus nog maar even in beraad tot deze discipelen van Christophe Roosen (alleszins van zijn schema’s) echt “losgehen” in de Duitse hoofdstad. Een klassement voor veteranen 4 is er, in tegenstelling tot wat ik vooraf dacht, wel. Een podiumceremonie niet, maar met een voorsprong van twaalf minuten op de tweede Pierre Driessens mag ik niet zeuren. Thuis gun ik me enkele uren recuperatietijd voor ik aan tafel aanschuif voor een lamsburger-friet.

(Foto’s Bougez mieux Bougez plus). Foto 1: Freddy Hounje in de laatste rechte lijn. Foto 2: Stefaan Bomans op weg naar een derde plaats bij de veteranen 3. Foto 3: Tijd dat het afgelopen is…)

vri 07/09/2018 19u * Seraing (Challenge condruzien) * 9,7 km * 00:49:35 * 11,7 * 94/174 * 1/4 * ♥♥♥♥

Een nieuwe Condruzien-loop op een bekend parcours. Dat is de uitdaging van het weekend, nauwelijks vijf dagen na de halve marathon. Ik heb de voorbije twee trainingen dan ook in spaarmodus afgewerkt. De in Luikse loopmiddens alom bekende en gewaardeerde Michel Mancini heeft een parcours uitgetekend in het bos ten zuiden van Seraing, hoog boven de industriële gordel langs de Maas. Het tracé lijkt op een driehoekige vlieger met een staart. De driehoek die we twee keer afleggen ligt in het bos. De staart is de weg naar de sportaccomodaties in een nieuwbouwwijk. De krul van de staart is de atletiekbaan van Seraing Athlétisme. Michel heeft voor het gemakkelijke parcours geopteerd. Het idee van een duik naar en terug uit de vallei heeft hij laten varen wegens te zwaar en te risicovol. Over een gebrek aan reliëfverschillen mogen de liefhebbers van het genre ook in het gekozen parcours alvast niet klagen. Maar daarover dadelijk meer.
De grote massa heeft de weg naar Seraing nog niet gevonden. De start om 19u op een vrijdagavond is vooral voor de nog werkende medemens kantje boordje. De harde Condruzien-kern is er wel. De begroeting van de vele bekenden verloopt zoals altijd hartelijk. Eén ontmoeting doet bijzonder plezier. Die met Bert Ernest van Herderen. Seraing 1 Bert dook geregeld op in mijn verslagen… tot voor enkele maanden. Een zwaar ongeval bij werkzaamheden in de tuin maakte een bruusk einde aan de beoefening van zijn hobby. Gelukkig is hij weer aan de beterhand hoewel de weg naar een volledig herstel nog lang is. Dit jaar zal mijn gemeentegenoot niet meer in actie komen, tenminste niet in competitie. Bert trainde sinds enkele maanden met de plaatselijke joggingclub, die onder de naam “Seraing Athlétisme hors stade” door het leven gaat. Hij heeft de “convivialité”, de gezelligheid van de Luikse wedstrijden node gemist. Vandaag komt hij voor het eerst weer de sfeer opsnuiven van de challenge waarvan hij sinds enkele jaren een trouwe gast was.
We krijgen vanavond een luxe-start op het lichtblauwe tartan van de Piste Philippe Wathelet. Ruimte zat en een genot voor pezen en gewrichten. Ik groet Marie-Paule nog even voor we via een smal kronkelig pad het bos opzoeken. Na 800 meter begint de bosweg al op te lopen. Lucien Collard en Rosario Ilardo zijn achter me gestart en groeten nog even in het voorbijgaan. Het stijgt nog steviger op de Avenue de l’Europe, de enige asfaltstrook die op het parcours ligt. 200 meter verhard tot we rechtsaf het “grote” bos worden ingestuurd. Na anderhalve kilometer beginnen we aan de onderste zijde van de gelijkbenige driehoek. (Ik waag me met deze vergelijking op gevaarlijk terrein, mijn meetkundige kennis moet nog lager worden ingeschat dan mijn snelheid in de loopwedstrijden de laatste jaren.) Ik mag dan wel voor de tweede kilometer een halve minuut meer nodig gehad hebben dan voor de eerste, ik ben met een redelijk positief gevoel onderweg en hoop nu maar dat de boswegen er goed beloopbaar bijliggen. Ik merk wel op dat de paden bezaaid zijn met stenen. Dat herinner ik me alvast niet van mijn vorige loop in dit bos, een wedstrijd van de Challenge van de Provincie Luik, ook in dit bos en met dezelfde vertrek- en aankomstplaats. Ik zie Guy Raes en wat verder Noël Heptia nog even voor me. Noël heeft een van zijn betere dagen. Guy eindigt een halve minuut voor me.
We zijn nu begonnen aan de “Drèves de la Vecquée”, naar de naam van de loop, de lange, rechte paden die we dus in driehoeksvorm afleggen. Het parcours gaat vanaf km 2,8 in dalende lijn tot aan een scherpe bocht waar we in de remmen moeten om niet door middelpuntvliedende krachten in het beboste decor te belanden. Veteraan 2, Marcel Baeckelandt, gaat me even na de bocht voorbij. Voor het overige heb ik een mooi tempo vast, die indruk heb ik althans. Op de tweede Drève, die van de “chevreuil”, ree, is het wel goed uitkijken voor stenen en geulen, temeer omdat we nog altijd vrij dicht achter elkaar lopen. Er zit ook een korte kronkel in waar boomwortels op de loer liggen. Seraing 3 In wat nu blijkbaar de Drève du Forestier heet, van de boswachter dus, zit een smalle passage op een soort landbruggetje tussen twee kraters. Hoe het pad ook heet, de naam van de veteraan 3 die me hier voorbijstoomt, ken ik en kennen jullie maar al te goed, Kris Govaerts. Na een nieuwe bocht van 90 graden komen we op de Drève des Airelles, de veenbessendreef – ik beken dat ik het woord ook heb moeten opzoeken. Wat ik wel meteen weet, is dat we opnieuw aan het klimmen zijn. Meer dan een kilometer, met vooral in het begin een fikse stijging van boven de 5%. Dit is de moeilijkste strook van het parcours. Hier blijven alleen de sterksten overeind. Ik hoor er vanavond bij, tenminste in dit deel van het peloton. Een jonge dame in het blauw die me daarnet met veel zwier is voorbijgegaan, valt terug en ook Marcel Baeckelandt, weer met enkele kilootjes te veel, moet lossen. Ik zie Kris Govaerts wel zigzaggen langs tragere lopers en de laatste dames van de 6 km-loop, maar meer dan 15 meter voorsprong neemt hij ook niet. Halverwege de klim kruist een gehaaste fietser de sliert lopers waar ik tussen zit. Hij heeft ook alle reden om gehaast te zijn, in zijn spoor volgt de eerste loper van de korte loop die al op de terugweg is naar de piste.
We beginnen aan de tweede ronde in het bos. De passage op de Chemin du Mont Chéra – tiens, geen dreef – houdt geen geheimen meer in. Ik kan mijn tempo vasthouden en enkele jongere kerels voorlopig achter me houden. Ik loop zelfs in op Kris en kom in de haakse bocht na 6,5 km in zijn spoor. Ik twijfel even of ik nu echt de aanval moet inzetten. De rode doek en de stier, weet je wel. Maar ja, inhouden heeft ook niet veel zin. De Truienaar kijkt toch wel even op als ik naast hem verschijn, ongeveer op de plaats waar hij me in de eerste ronde inhaalde. Maar, zoals verwacht, steekt hij een tandje bij. Ik volg op enkele meters in de “technische” passage tussen de putten. Kris laveert met houterige bewegingen tussen de wortels op het smalle paadje. De loper achter me zal van mij overigens dezelfde indruk hebben. De daaropvolgende klim duurt nu maar half zo lang als daarnet. We worden immers linksaf terug naar de finish gestuurd. Kris neemt nog enkele meters extra. Ik heb nochtans ook nog voldoende kracht in de benen en ben zelfs een zuchtje sneller dan bij de eerste passage. Wat een verschil met vorige zondag. Ik heb het gevoel aan een sprintwedstrijd bezig te zijn, voortdurend op hoog tempo en geconcentreerd in de inspanning.
De terugweg is grotendeels dalend. Op het asfalt van de Avenue de l’Europe schakel ik nog een versnelling hoger maar bij het binnenlopen van de beboste strook naar de atletiekbaan is mij al duidelijk dat mijn tegenstander van de avond niet meer zal verzwakken. Seraing 2 Ik zou wel graag mijn plaatsje vlak achter hem in de uitslag vasthouden. Maar een veteraan 1 steekt daar een stokje voor. En een jonge dame. Op het klimmetje voor het binnenlopen van de atletiekbaan hijst ze zich met wilde armbewegingen maar wel stapvoets naar boven. Zij zal me even verder op het kronkelpaadje met een afsnijmanoeuvre weer voorbijgaan, op de baan weer eens op stappen overgaan maar in de laatste rechte lijn dan toch nog voorbijsnellen. Kris doet nog enkele seconden bovenop mijn achterstand. De teller blijft staan op 18 seconden. Al een vijftigtal meter voor de finish kondigt Michel Mancini me aan als winnaar in mijn categorie. Het goede gevoel wordt wel getemperd door de koele cijfers: niet onder de 5 min per km. Waren het de moeilijke passages in het bos, de hellingen in het parcours… of zit die snelheid gewoon niet mer in mijn spieren?
De prijsuitreiking in de drukke kantine van de “piscine olympique” duurt zijn tijd. Maar ja, er zijn vele prijzen voor vele categorieën. En in de Condruzien geldt de regel dat wie niet lijfelijk aanwezig is geen prijs krijgt. Die is dan voor de volgende in de uitslag die dan weer moet worden opgeroepen in het geroezemoes van het publiek. Gentleman als hij is, roept Michel alle veteranen 4 naar het podium. Dat zijn er maar vier, ieder vindt een plaatsje. De duisternis heeft inmiddels bezit genomen van de groene rand van Seraing. Geflankeerd door twee dames, Marie-Paule en Maja, schuifel ik in het pikkedonker naar de verlichte parkeerruimte. De GPS leidt ons door onbekende wijken en wegen naar de ring van Luik. Van daaruit vindt mijn inmiddels herstelde auto blindelings de weg naar huis.

Foto 1 van Bougez mieux, Bougez plus: Steunbetuigingen voor Bert Ernest na zijn ongeval. Foto 2 van Carine Heyne: Tussen Abdelhadi Dinari en Pierre Darmont tijdens de tweede ronde. Foto 3 van Marie-Paule : Het podium met alle veteranen 4. De derde Christian Michaux staat verscholen achter Mauro Calogero, links, 78 jaar jong. Rechts: Paul Delaitte. Aan de micro: Michel Mancini.)

zon 23/09/2018 10.15u * Hannut (Challenge hesbignon) * 10,8 km * 00:47:34 * 12,3 * 100/191 * 1/2 * ♥♥♥♥

Ik ben voor het eerst in zeven jaar weer in Hannuit voor de Hesbignonloop. De corrida eind december heb ik wel al verscheidene keren betwist maar nu blijven we aan de rand van de stad, in de open Haspengouwse vlakte. Vergeet alle onheilstijdingen over stormweer. Het is zo goed als windstil, het weer is fris maar ideaal voor een duurloop. De perfect tweetalige organisator Gert Theunis, zelf een begenadigd loper, stelt nog even het parcours voor. Het geluid gaat zoals gewoonlijk verloren in het geroezemoes. Hannuit 2 Ik heb wel het hoogteprofiel in mijn hoofd zitten en heb ook al even de laatste honderden meters op een veldweg verkend. De modderstrook is te kort om mijn trails aan te binden… in de veronderstelling dat ik die zou hebben meegebracht. Het toeval wil dat deze wedstrijd zoals ook de vorige in Seraing start en aankomt op een atletiekbaan. Geen rommelig gedoe in de eerste hectometers, ruimte genoeg voor jonge en oude, snelle en trage deelnemers. Enthousiast zijn ze allemaal, maar één man toch een tikkeltje meer dan de anderen, Mario Smolders. Blij dat hij er opnieuw bij is, na enkele maanden van zorgen over zijn toekomst als loper. “Diskwalificeren” hoor ik hem grappen als een loper de bocht afsnijdt op het gras langs de piste. En even verder: “Willy, laat de vrouwen met rust”, als ik een gesprekje aanknoop met Maja Van Zand en Bea Strouwen. Maja blijft bij haar clubgenote die nog herstellende is van een gebroken teen en pakt en passant ook de eerste plaats mee in haar categorie. Het tempo gaat even boven de 5′ per km in de eerste kronkels van het parcours buiten het stadion en een kort knikje na 500 meter. Als een veulen in een wei schiet Mario vooruit, ik volg. We doorkruisen samen een woonwijk in het noorden van de stad. Na 1,7 km laten we de laatste huizen achter ons en zetten onze tocht verder op een asfaltweg tussen de velden. De weiden en de akkers die zich weids voor ons uitstrekken, zijn gehuld in nevelen. Ik zie het duo Bernard Dubois-Françoise Debaty voor me. Zou het een goed idee zijn om hen proberen te volgen? Ik heb er in elk geval de benen voor. Bernard kijkt geregeld achterom om de achterstand op een concurrente van Françoise in te schatten. Als ik de uitslag juist interpreteer, moet dat Bea Strouwen zijn. Tussendoor hebben ze ook nog de tijd om hun mobieltje uit een plastic hoesje te halen en een sms-berichtje te bekijken. Ik beperk me tot lopen en ben blij dat ik in hun spoor kan blijven. Mario heeft nu wel moeten afhaken maar heeft alles bij elkaar vlot de overgang verteerd van “sportief wandelen” op training naar de competitie. Rond km 3 – de meeste lopers hebben dan al lang hun plaats gevonden in het peloton – worden we ingehaald door een duo dat duidelijk aan een ontspannend oefenloopje bezig is. Een van hen is de topper (op jaren) Dominique Noël. Hannuit 3 Waarschijnlijk meegekomen met zijn zoon. Adrien wordt vandaag tweede algemeen achter de plaatselijke vedette Cédric Raemackers. (Voor alle zekerheid, even de schrijfwijze van de naam checken. Ten tijde van de inwijking van zijn voorouder zal de Franstalige ambtenaar de spelling van de Limburgse naam wel hebben verwrongen.) Ik hoor aanmoedigingen voor “Marcel” achter me. Maar Marcel Baeckelandt zie ik niet voorbijkomen. Ik wacht vooral op een andere trouwe “challengist”. Aan km 3,5 is het zo ver. Kris Govaerts gaat me zoals gewoonlijk met een strak tempo en ditto blik voorbij. Aansluiten lukt dan niet… tot bij mijn vorige wedstrijd in Seraing. Daar ben ik zelfs kunnen terugkomen. Ik waag het erop en bijt me vast in het spoor van de Truienaar. En laat nu zowaar Bernard en Françoise achter. Aan km 4 komen we op het laagste punt van het parcours, niet toevallig aan een beekje. We volgen even de loop van de Henri-Fontaine. Dat is de naam van het bijriviertje van de kleine Gete. We zijn nu in het dorp Grand Hallet. (“Grand” moet u overigens niet letterlijk opvatten). Het smalle pad loopt aan de rand van een bosje. Mooi om te wandelen, wat minder om op tempo te lopen. Althans voor mij, vlak achter Kris. Hier en daar is het wat glibberig en is het uitkijken voor wortels en stenen. Het tempo zakt naar 5 minuten. Plots begint Kris te hoesten en te proesten. Gelukkig is de bevoorrading nabij. Een bekertje water brengt soelaas. Ik neem ook een slok, uit solidariteit.
Km 5, dat is aan het huis met het blaffende (maar voor het overige sympathiek ogend) hondje, waar we de rijweg N 64 oversteken en Peter Dufaux inhalen. We lopen nog steeds langs de ruisseau, die van Henri-Fontaine dus, maar wel boven het valleitje. Hier is de ondergrond droger maar het pad blijft smal. Op de single track moet ik mijn nek naar links en rechts blijven strekken om enig zicht te hebben op de weg voor me. Zelf versnellen en de leiding nemen, vind ik dan weer te gewaagd. Wie weet wat Kris achteraf nog uit zijn benen gaat schudden. In de buurt van het volgende dorp, Avernas-le-Bauduin, wordt het pad, nu bestrooid met grind, breder en heb ik eindelijk wat meer loopcomfort. We laten Pasquale Ruberto zonder plichtplegingen achter voor we een brede bocht door het dorp nemen. De weg klimt hier maar de kleine achterstand – enkele meters – die ik op bepaalde momenten moet toestaan kan ik telkens weer dichten. We blijven een tempo ruim onder de 5′ per km aanhouden ondanks het stijgende profiel van het tweede deel. Een brugje in kasseien over de Henri-Fontaine leidt de klim in naar het kerkhof. We halen een senior-dame in, een jonge dame dus, Anneleen Malfroid. Dat is overigens een Vlaamse. En voor de rest lijkt ze een inzinking nabij. Tenzij ik haar gezichtsuitdrukking, als we haar passeren, verkeerd beoordeel. Na zeven jaar is de herinnering aan het parcours grotendeels vervaagd. Dat heeft dan wel als voordeel dat je kunt genieten van mooie passages die je opnieuw ontdekt. Maar het kerkhof op de hoogte is wel in mijn geheugen gegrift sinds 2011. Toen probeerde Rosario Ilardo me af te schudden. Hannuit 5 Dit jaar is de tactiek van mijn tegenstander dezelfde, alleen de naam is verschillend. En het resultaat is ook gelijk. Ik blijf aanklampen als Kris stiekem het gashendel opendraait. Op het hoogste deel van de helling in open veld kom ik zelfs langszij. Niet dat het geen moeite kost. Misschien gunt hij me nu wat respijt, flitst het door mijn hoofd als we boven komen. Maar daar zie ik Domenico Di Vito. Van inhouden zal nu zeker geen sprake meer zijn. Kris zal zich nog eens extra pijnigen om zijn clubgenoot bij de lurven te vatten. Een afdaling van 300 meter verder, wacht een nieuwe helling. Nu op een brede holle weg tussen de bomen naar een woonstraat aan de rand van Avernas-le-Bauduin. Kris ziet een nieuwe kans om mij op afstand te lopen. Goed geprobeerd maar mislukt. Ik kom opnieuw terug op de laatste strook.
Ik loop nu al kilometers in het zog van Kris. Hoe gaat dat eindigen? Ik denk dat ik de afloop al ken. Mijn gezel bepaalt het tempo en heeft nog overschot voor een versnelling. Als het parcours anders was, zou de laatste pisteronde me fataal geworden zijn. Maar het parcours is zoals het is: met een “cross”strook van een kleine kilometer vanaf km 8. Daar zal Kris zich kunnen uitleven en zal ik de rol moeten lossen. En zo geschiedt. Net bij het begin van de Chemin d’Avernas halen we Domenico in. Die “Chemin” is een veldweg en dankt zijn naam waarschijnlijk aan het kasseistrookje in het midden. Je hebt hier de keuze tussen drie opties. De genoemde kasseistrook die er vervaarlijk glad uitziet. Twee karrensporen die door de regen van de voorbije dagen ook niet veel goeds voorspellen. En een smalle grasstrook links die blijkbaar de voorkeur geniet van de meeste lopers en intussen is platgetreden. Hannuit 4 Ik volg, zoals ook Kris na enige aarzeling, de lopers voor me op het gras of wat daarvan overblijft. De man in het zwart houdt ons wel op. Een jonge dame in het roze en Kris nadien passeren dan maar links op een omgeploegd veld. Ik wacht op een betere mogelijkheid. Als ik dan toch eindelijk voorbij geraak, heeft Kris het ruime sop gekozen. Op het einde van de glijbaan haal ik ook Mélissa Kinnard in, de juffrouw in het roze en al vaker in mijn buurt. Daarvoor heb ik de kortste weg gekozen, dwars door de plassen, in het linkse karrenspoor. Rechts kon ook, in Hannuit geven ze je de keuze. Slotsom van de doortocht op de Chemin d’Avernas: een kilometertijd van 5’20”, voornamelijk op naam te schrijven van de ondergrond. Het licht stijgende reliëf van de achtste kilometer zou me vandaag niet gestopt hebben. Achter “Brico Dullaers” krijgen we weer verharde bodem onder de voeten. Ik trap even de modder van mijn schoenen en schakel weer op mijn “weg”snelheid over. Ik voel dat er nog tonus op de benen zit maar de kloof is nu te groot. Dwars over de rotonde tussen de wachtende auto’s en de wakende politie en nog even doorduwen op de atletiekbaan van het Stade Lucien Gustin. In de laatste rechte lijn is de spurtsnelheid van veteraan 1 Jonathan Bellaire me toch te machtig, de aanmoedigingen van enkele collega’s aan de finish ten spijt. De felicitaties van speaker Gert Theunis neem ik in dank aan. Ik geniet nog even na met Kris aan de finish. De last der jaren heeft ons wel in het tweede deel van het peloton geduwd, maar de voldoening voor onze goede prestatie is er niet minder om.
Het is dringen om een plaatsje te vinden in de kleedkamers en achteraf in de kantine. De voorspelde buien krijgen we dan toch, als we ons naar de auto haasten en later op weg naar huis.

(Foto 1 van Marie-Paule: Het peloton in de eerste bocht van de atletiekbaan in het stadion genoemd naar een vroegere burgemeester. Foto’s 2 en 4 van Nadine Claessens. Foto 2: Mario Smolders, energiek als in zijn beste dagen. Foto 3: Foto van Louis Maréchal: Vechtend op de helling aan het kerkhof. Foto 4: Peter Bellen van Alken op het einde van de modderstrook.)

zon 30/09/2018 15u * Halve Marathon Route du Vin Remich * 21,1 km * 01:42:38 * 12,3 * 399/1439 * 1/4 * ♥♥♥♥

Komt dat goed uit! De Route du Vin, de halve marathon in de vallei van de Moezel op de Luxemburgs-Duitse grens, valt dit jaar net op mijn zeventigste verjaardag. De wedstrijd is me bekend van een ver verleden toen de Bilzerse Jogging Club nog actief was in het marathoncircuit. In mijn achterhoofd speelde al jaren de gedachte om ook eens naar de Moezel te trekken. Dit jaar wilde ik er eindelijk werk van maken. En toen ik de wedstrijddatum 30 september zag, was ik helemaal verkocht. Dat is eens wat anders dan kaarsjes uitblazen!
Mijn wagentje brengt me ditmaal zonder sputteren ter plekke. Dat is al een eerste geruststelling. We zijn al vroeg in het “Race Office” voor het startnummer… en een fles Crémant de Luxembourg. De eerste prijs heb ik dus al binnen. In afwachting van de start doen we een terrasje en een gepensioneerdenwandelingetje aan de oever van de Moezel. Nog een klein uurtje. Terwijl een aantal collega’s op het gras zitten of liggen, de blik gericht op hun smartphone, doe ik een uitgebreide stretching. Oude spieren hebben al wat meer opwarming nodig. De uitslagenlijsten leren me dat er acht zeventigjarigen aan de start staan. Vier van hen hebben de categorie M75 bereikt. Ter intentie van Marie-Paule haast ik me eraan toe te voegen dat ik geen ambities heb om over vijf jaar nog langs de Moezel te rennen… of te kruipen.
Ik loop in tot enkele minuten voor de start. Onder de ING-boog verdringen zich al een kleine vijftienhonderd deelnemers. Ik kan nog een plaatsje veroveren net achter het lint waar de toppers – de meesten van Afrikaanse origine – trappelen van ongeduld. Dadelijk wordt de 57ste editie van de loop op gang geschoten. Een klassieker dus, deze Route du Vin, op de linkeroever van de Moezel. Deel uitmakend van de Association of International Marathons and Distance Races en officieel opgemeten door deze organisatie. “Five, four, three, two, pang”. Ik word meteen overrompeld door een vijftigtal lopers. Nauwelijks honderd meter na de start gaat de loperszee al open en kan ik vrijelijk mijn weg kiezen.
“Mir hunn e plang” (Wij hebben een plan) heb ik daarstraks op een verkiezingsaffiche gelezen. (Over veertien dagen zijn hier parlementsverkiezingen.) Heb ik een plan? Ja, dat heb ik. Niet te traag starten en dat tempo in de volgende kilometers proberen aan te houden. Het gevoel zal beslissen over het tweede deel van mijn plan. Als de benen meewillen, ga ik voluit in het laatste kwart. De laatste 10 km-lopen hebben me wel vertrouwen geschonken. En de lange trainingen hebben hopelijk de basis gelegd voor een degelijke prestatie. In elk geval acht ik me in staat om zelfs bij een slechte dag onder de 2 uur te eindigen. Na een kilometer zit ik op schema, ruim onder de 5 minuten. Ik zal mijn horloge verder op de hele “heenweg” niet meer bekijken. Die heenweg loopt tot in het dorpje Ehnen, daarna draaien we gewoon om en lopen weer terug naar de vertrekplaats. Verkeerd lopen, zoals een maand geleden in Tilff, is hier uitgesloten. Een tweede geruststelling.
We zijn nu goed en wel op weg. Hoog boven ons cirkelt een helicopter. Het lijkt wel op een rechtstreekse televisie-uitzending. Na een kilometer verstomt het geluid van de draaiende rotoren. Alleen het getrappel van de honderden voeten verbreekt de stilte tussen de wijngaarden aan onze linkerzijde en de vredig stromende rivier aan onze rechterzijde. Intussen gaan tientallen en tientallen lopers me voorbij. Remich 1 Ligt mijn tempo dan zo laag? Ik blijf nochtans een constant ritme aanhouden – net onder de 5 minuten, zoals ik achteraf van mijn Garmin zal aflezen – maar ik neem aan dat snellere lopers die achter me stonden aan het vertrek nu hun rechtmatig plaatsje in het peloton opzoeken. Aan km 3 is er wat meer animo langs de kant. We lopen door Stadbredimus waar fans ons moed toeroepen voor de lange tocht die we nog voor de boeg hebben. De kerktoren in de steigers die ik al van ver heb opgemerkt blijkt aan de andere oever van de Moezel te liggen, in Duitsland dus. We lopen het dorp uit. Recht voor ons glinsteren de wijnranken onder de rotsige wanden in de zon. Een halve kilometer verder bereiken we de tweede ING-boog in een brede meander van de Moezel. Dit moet km 5 zijn. Een indrukwekkende sliert lopers schuift onder de boog door. Die zijn me intussen allemaal al voorbijgelopen. En het houdt niet op, de stroom lopers die vanuit de achtergrond opduikt. Ik begin me nu zorgen te maken hoe ver ik intussen achteruit geslagen ben en probeer te berekenen hoeveel lopers me per “lichting” voorbijgaan. Maar mijn berekeningen maken me niet veel wijzer. Ik ga dan maar door op de ingeslagen weg, letterlijk en figuurlijk, met een gelijkmatig tempo.
De weg maakt opnieuw een brede bocht. Het is hier uitkijken om twee weggeschraapte asfaltrepen te vermijden. Nu, er is plaats genoeg op de brede asfaltweg. In theorie is dat de snelst mogelijke ondergrond voor een stratenloop. Ik heb een ander gevoel, maar daarover straks meer… in het tweede deel van de loop en het verslag. Een auto is hier overigens niet te zien. De looproute is hermetisch afgesloten door de Police Grand-Ducale onder het motto “Zesummen fir Iech”. Fietsers worden ook gebannen van het parcours. De weg is voor ons alleen.
We lopen nu door een schaduwrijke zone. Ik zie plots een loper naast me opduiken met een shirt van “electrogoedkoop.be”. Misschien kan ik een woordje wisselen met hem. Ik word uiteraard omringd door nobele onbekenden… die me op de koop toe nog allemaal voorbijlopen ook. De veertiger (vermoed ik) is afkomstig van de buurt van Aalst, antwoordt hij op mijn vraag, enigszins verwonderd Nederlands te horen. Afgaande op de uitslag identificeer ik hem als ” Emmanuel Adam”. Als ik het verder over Emmanuel heb, weten jullie wie ik bedoel. Het peloton bestaat uit een groot aantal nationaliteiten. De meesten wonen waarschijnlijk in het internationaal getinte Groot-Hertogdom.
De kilometers volgen elkaar op, we naderen stilaan het keerpunt. Ik kijk er alvast naar uit. Hoe sta ik er intussen voor? Ik kan mijn tempo vasthouden en de grote stormvloed die ik over me heb gekregen in het eerste derde van de race is stilaan uitgewoed. Ik meld met trots dat ik rond de vijfde kilometer voor het eerst een collega voorbijga. In het midden van de weg zijn er nu kegeltjes opgesteld. Oranje uiteraard, maar dat is dan toeval in het voorts door ING-oranje gekleurde event. Vanaf hier verwacht men tegenliggers. “Daar zijn ze al” meldt Emmanuel. “Ze”, dat zijn de eerste lopers die al op de terugweg zijn en hier, na een kleine 9 km zo’n 3 km voorsprong hebben. “Ze” zijn allemaal zwart en stomen in een groepje van zo’n tien man terug naar Remich. Ik kijk toe in verwondering. En met medelijden voor de volgende lopers aan de kop van de wedstrijd die moederziel alleen vechten voor hun plaats en tijd. De drie eerste dames lopen ook afgezonderd. Op de eerste blanke atleet moet ik wachten tot rond de vijftiende plaats. We lopen nu het dorp Ehnen binnen. Hier staan de meeste toeschouwers. Ze krijgen hier immers twee lopen voor de prijs van één. We passeren de tweede boog maar het is nog even geduld oefenen voor we aan het keerpunt komen. De U-bocht wordt gevormd door twee dranghekken. Geen tijdsregistratiemat op de grond. Dat had ik wel anders verwacht maar men heeft blijkbaar vertrouwen in de eerlijkheid van de loper. En misschien vindt de organisator dat de recreanten het allemaal niet zo ernstig moeten opvatten. Dat doe ik wel: ook op een heel bescheiden niveau moet je je niet te snel tevredenstellen.
We zijn dus op de terugweg naar Remich. Er is hier wat tegenwind maar dat is misschien niet zo ongunstig onder de soms felle middagzon. We zien nu de langzamere lopers aan de Moezelzijde. Ik probeer mij een idee te vormen van het aantal lopers die wel achter me zijn gebleven. Daar is de groene vlag al, achter de laatste loper. Ik zit ver in de tweede helft van het veld, zoveel lijkt me duidelijk. Ik begin nu wel meer en meer lopers voor me in te halen. Emmanuel heeft al enkele keren een kleine voorsprong genomen maar ik kom telkens op mijn eigen tempo terug en ga hem op mijn beurt weer voorbij. Dat zijn natuurlijk onbetekenende gebeurtenissen in een massaloop maar een mens moet toch ergens een aanknopingspunt hebben. We zijn weer aan een bevoorrading. Opnieuw alleen water, geen sportdrank. Dat valt me toch wat tegen voor een internationale wedstrijd. Ik zie collega’s aan een gelletje slurpen. Daar heb ik zelfs niet aan gedacht. In mijn marathontijd ook nooit gebruikt. Misschien een fout, vandaag zal ik ze ook niet rechtzetten… Wat me nu ook plots opvalt is dat hier geen pacers zijn. Die waren er gisteren zelfs in de Ambiorix Run in Tongeren. Ze kunnen hier nog wat opsteken van de Victors Cup. Maar die hebben dan weer geen rangschikking voor 60- en zeker niet voor 70-plussers. Zo is er altijd wat.
Hoe dan ook, ik sta voor het tweede luik van mijn wedstrijdplan. Voluit gaan in de tweede helft of sparen om geen terugval te krijgen? Ik heb geen reden om in te houden. De eeuwige stijfheid in kuiten en bovenbenen is draaglijk. Adem heb ik nog voldoende in voorraad. Alleen mijn rechtervoet speelt weer op. Het euvel heb ik de laatste maanden geregeld gevoeld op lange trainingen… en heb ik leren verbijten. Het wegdek maakt het er niet gemakkelijker op. Op foto’s ziet het eruit als een vlak biljartlaken maar in werkelijkheid helt de weg licht. Vooral in de lange bochten duikt de pijn op in de enkel en de achtervoet. Wat lijkt op een blaar is meteen na de wedstrijd ook weer verdwenen. Intussen zal ik het nog een zevental kilometer moeten volhouden. Mijn tempo lijdt er niet onder. Meer nog, als we de boog van de 5 en de 15km (dat is dezelfde) naderen, stel ik tot mijn genoegdoening vast dat ik snel terrein goed maak op een aantal concurrenten voor mij. Remich 2 Ik herken enkele lopers die mij in het eerste deel van de loop zijn voorbijgegaan en nu onherroepelijk moeten achterblijven. Mijn horloge heb ik halfweg even vluchtig bekeken: omgerekend zou ik rond de 1u43′ kunnen uitkomen. Met enig verlies in het laatste kwart is een tijd onder de 1u45′ mogelijk. Dat zou beantwoorden aan mijn meest optimistische scenario.
Ik heb het parcours van in het begin nog goed in het hoofd en weet dat ik na de open strook voor Stadtbredimus beschut zal zijn tegen de zon. Die laatste kilometers zullen sowieso al zwaar genoeg zijn. Om de geest af te leiden zoek ik verstrooiing langs de kant van de weg. Het verkiezingsbord van Etienne Schneider, de grote blauwe ballon van CK.lu. Wat zou dat betekenen? Ik weet het intussen… maar ga hier ook niet alles verklappen. Emmanuel is rond km 17 voor de zoveelste keer van mij weggelopen. Dit keer meent hij het echt. Ik zal hem niet meer bijbenen. 30 seconden bedraagt het verschil aan de streep. Jammer dat ik hem na de finish niet meer terugvind in de krioelende menigte. Ik tel de kilometers af. Voor de natuurpracht heb ik nu geen oog meer. Een nieuwe blik op mijn horloge. Een tijd onder de 1u45′ zit er zelfs in. Ik pijnig de benen nog eens en trek me bij elke verzwakking weer op gang. En dopeer me zelf met de gedachte dat het over enkele minuten nog alleen genieten zal zijn aan de Moezel. De zelfkastijding levert de snelste (km 21) en op twee na snelste kilometertijd (km 20) op. Langs de ballon van de Loterie Nationale. Na de startboog rest er nog honderd meter op een pleintje. Ik neem de rechterbocht aan de fontein waar Marie-Paule wacht. En hoor nog net haar aanmoediging als ik de streep overschrijd. Ik neem de medaille en de “Cungratulation (in het Lëtzebuergesch) in ontvangst. En grabbel een flesje sportdrank mee. Het is er dus toch, maar rijkelijk laat… Nog een fotootje voor het album en op weg naar de douche in het hotel.
De eindtijd onder de 1u43′, de snelste van de laatste jaren op de correcte afstand, is buiten verwachting. Mijn Garmin geeft zelfs een kleine honderd meter te veel aan. Maar de grootste voldoening volgt een dag later als ik de uitslagen onder ogen krijg. Bij de eerste 400, dat is ruim in het eerste derde van het veld. Ik heb mijn nieuwe decennium succesrijk ingezet. Als ik nu eindelijk tot de jaren van verstand zou komen, is dit mijn laatste lange afstandsloop geweest. Benieuwd of ik dat kan opbrengen…

(Foto 1 van Serge Waldbillig: Het peloton op weg naar de eerste boog aan kilometer 5. Foto 2 van Marie-Paule: De boodschap is duidelijk.)

zat 13/10/2018 16u * Mangombroux (Challenge L’Avenir) * 9,2 km * 00:56:56 * 9,7 * 86/126 * 1/2 * ♥

Mangombroux! Zeg nu niet dat je al ooit van het plaatsje gehoord hebt. Ik heb de loop en de naam ontdekt in de schier eindeloze reeks wedstrijden van de Challenge L’Avenir. Het blijkt een wijk te zijn aan de rand van de agglomeratie van Verviers. Tussen Heusy en Stembert die eerder dit jaar op mijn programma stonden. Ik ontmoet alvast één bekende aan de startplaats, veteraan 3 Maurice Gillet. Blijkt dat de gewezen postbode hier woont, op 50 meter van de startboog. Zelf doet hij wegens ernstige gezondheidsproblemen niet meer mee. Hij waarschuwt me meteen voor wat ons te wachten staat. Een klim zo steil als een muur, stenen, smalle paden, boomwortels. Zijn beschrijving is angstaanjagend. De vooruitzichten worden nog somberder als ik de benen test op de eerste kilometers. Het zal een beproeving worden op deze warme herfstdag.
Een klein peloton staat klaar achter de Ecole Verdi. De school organiseert de wedstrijd in het kader van de schoolfeesten. De schooldirecteur komt ons ook groeten. Voor het parcours in de omgeving van zijn school hebben de parcoursbouwers steile hellingen en een bos ter beschikking. Ze zullen er ongegeneerd gebruik van maken. Dit moet de eerst editie zijn. De speaker, ook al een local, had nooit gedacht dat hij een wedstrijd zou aankondigen in zijn voortuintje. Hij bezweert ons niet te snel van stapel te lopen. Mangombroux 1 Mij moet hij niet meer overtuigen. Mijn dubbele verkenning van de eerste kilometer laat geen andere keuze. Daarna stelt hij een trailparcours in het vooruitzicht. “Jullie zullen ervan houden”, pept hij ons op. Ik heb zware twijfels. Zou het enige verschil tussen de “jogging” en de “trail” – die ook wordt georganiseerd – het aantal kilometers zijn, vraag ik me af.
We zijn nauwelijks onder de startboog door of de weg begint al omhoog te lopen. En dat is nog maar de voorbode van een steile klim van 800 meter door een woonwijk. “Garder le cap”, op koers blijven, maken de PS-kandidaten zich sterk op verkiezingsborden langs de weg. Hoe de PS dat zal doen, leest u in de krant. Ik doe het met een trippelpas om alleszins in beweging te blijven en mijn benen niet helemaal op te blazen op de stijging tot meer dan 15%. Dat ik langs links en rechts word voorbijgelopen, neem ik er dan maar bij. Zelf haal ik ook wel enkele deelnemers in. Onder meer mijn enige categoriegenoot van vandaag, Julien Bertrang. 7,5 per uur, sneller kan niet en hoeft eigenlijk ook niet. De eindtijd zal toch in de volgende 9 kilometer worden bepaald en niet in deze huiveringwekkende eerste kilometer. Als ik mijn hoofd even opricht stel ik tot mijn verbazing vast dat het einde van de helling al in zicht komt. Daar ben ik dus sneller vanaf dan gedacht. Alberto Canales die me een aanmoediging meegeeft, ontsnapt door een blessure aan de klimellende. Boven de Cité du Bois Goulet gaat het asfalt over in een tapijt van stenen, de ene nog dikker en scherper dan de andere. Nog langzamer lopen heeft geen zin, ik ga stapvoets verder. Na honderdvijftig meter wordt de veldweg beloopbaar en doe ik een eerste poging om in mijn loopritme te komen. Maar honderd meter verder worden we het bos ingestuurd op een smal pad waar nu weer boomwortels het plezier bederven. Ik zit een vijfhonderd meter lang vast achter een jonge dame die dan uiteindelijk een stapje opzij zet om me door te laten. Ik heb nu wel een vrijer uitzicht maar daarom nog geen soepeler benen. De looproute kronkelt tussen de bomen en uitstekende boomstammetjes. We krijgen in de volgende anderhalve kilometer ook nog twee klimmetjes te verwerken. Op de tweede moeten we ons even op handen en voeten naar boven hijsen, hier is zelfs geen pad voorhanden. Mijn bange voorgevoelens over het parcours worden bevestigd. Gelukkig is het bos droog. Ik heb even mijn positie in de sliert kunnen behouden maar begin nu langzamerhand verder achteruit te boeren. Na 3,4 km – ik heb de indruk dat we al vijf kilometer aan het zwoegen zijn – mogen we het bos verlaten. Eindelijk weer een effen ondergrond onder de voeten. Een nieuwe poging om in een lekker loopritme te komen mislukt jammerlijk. Het gaat nu vals plat omhoog. Zelfs 5 minuten per km zit er niet in. Het is trouwens ook niet fijn lopen aan de rand van een rijweg met weliswaar voorzichtig auto- en vrachtwagenverkeer. Na 800 meter hebben we de weg – een geasfalteerde veldweg – weer voor ons alleen. Tussen de weiden in het unieke Herfse bocagelandschap. Maar na zevenhonderd meter is die pret ook weer voorbij. Nu, pret zit er vandaag toch niet meer in. De eerste passage in het bos heeft mijn benen afgesneden. Hier voel je ook de ongewone najaarswarmte. Ik moet wel drie keer voorbij een loper die na een tempoverhoging telkens weer de benen stilhoudt. Mijn irritatie over zijn loopgedrag heeft wel in de eerste plaats te maken met mijn eigen off-day.
Daar is eindelijk de drankpost waar ik al zo lang naar uitkijk. Niet alleen omdat mijn tong wel een stuk droog leer lijkt maar vooral om dan tenminste toch al halfweg te zijn. Maurice Gillet is met de fiets tot hier gekomen en biedt zelfs nog drank aan. Maar ik heb me al gelaafd aan water en sportdrank. De Oshee-drank die in deze challenge wordt geserveerd bevalt me trouwens uitstekend. Daarmee hebben jullie overigens de laatste optimistische noot van vandaag gehoord. Maurice heeft nu beter nieuws dan voor de start. Het ergste is achter de rug. Dat klopt voor wat het parcours betreft… De bospaden zijn breder en het rondje door dit deel van het bos is best aangenaam… voor de betere loper. We zoeken onze weg tussen de Etangs (de vijvers) van Cossart. Mangombroux 2 Voor sommigen, zoals V3-winnaar Jean Dessouroux, is dat zelfs letterlijk zo. Aan km 7 ben ik ook even in dubio over de juiste richting. De organisatoren hebben er niet beter op gevonden dan een kleur te gebruiken (oranje) die sterk gelijkt op de rode pijlen die een andere organisatie hier al heeft aangebracht.
We zijn nu op weg naar Sécheval. De weg daalt hier flink en is na 8 km zelfs in zacht asfalt. Ideaal voor uw verslaggever ware het niet dat de pijn aan de voet die mij ook al hinderde in de Halve van Remich mij dwingt om enkele tandjes terug te schakelen. Net daar waar ik wat snelheid had kunnen maken moet ik vaart minderen. Nu is mijn gemiddelde helemaal om zeep. Uiteindelijk blijf ik steken op 9,5 km/uur. De pijn was al opgestoken op het afhellende pad naar de vijvers. Ik heb in de laatste kilometers nog enkele plaatsen verloren, ook aan lopers die ik daarstraks zelf heb ingehaald. Ik loop intussen zo goed als alleen. Wel zijn de eerste lopers van de trail (25 km) me in het bos met elegante bewegingen voorbijgegaan. In Sécheval kruisen we de rijweg naar Verviers. De passage wordt wel bewaakt door seingevers maar ik moet opnieuw even zoeken naar de richting. We volgen gedurende 500 meter de Rue de Jalhay. Die gaat gelukkig in dalende lijn maar door het tegenkomend verkeer zoek ik toch enkele keren het gootje op langs de weg. De pijn is weliswaar wat verminderd maar echt prettig loopt dit ook niet. Voor wie het nog niet begrepen heeft, het is niet echt een “coup de foudre” met het parcours vandaag. Ik knap wel even op van de aanmoediging van een trailloper die nog energie heeft voor een moreel steuntje. Daar merk ik een fluovest op. De dame stuurt me een scherpe bocht naar links in, op gras. “Opgelet, steil en glad”. Ik neem geen enkel risico en moet zelfs nog volledig halt houden om de juiste weg te zoeken. Een trailloper achter me stormt naar rechts. Dat is dus de richting van de weide die we nog moeten opklauteren. Maar ik heb het nu helemaal gehad en ga stapvoets verder. Zelfs de “Allez Monsieur”-kreten die ik boven, voor mij in tegenlicht, uit verschillende kelen hoor, kunnen me niet meer vermurwen. Gelukkig kan ik de aankomststreep nog lopend overschrijden om plaats 86, ver in het tweede deel van het peloton, veilig te stellen. De schoolkinderen zijn er al onmiddellijk met drank en manen me aan mijn startnummer onmiddellijk in de doos te deponeren. Ik wil nu vooral met rust gelaten worden en vergeet zowaar mijn chrono af te drukken. Taxeer me dus niet op de Garmin-tijd.
In de kleedkamer (een gang in de school) worden we nog even verrast/opgeschrikt (schrappen wat niet past) door twee jonge dames. De plaats van de tijdelijke douches in een hoek van de speelplaats moet volgend jaar misschien nog eens opnieuw bekeken worden. Ik zal er dan niet meer bij zijn. Maar dat heeft niets met de infrastructuur te maken. Ik heb in de feestzaal van de school nog een leuke babbel met de enige collega 70+ Julien Bertrang. Het verschil tussen ons beiden aan de finish is ternauwernood een minuut. Daar waar de kloof in de vorige wedstrijden opliep tot tegen de 10 minuten. Na de eerste kilometer in staptempo heeft Julien zich wel geamuseerd in het bos. Hij had een rooskleuriger verhaal kunnen schrijven. Hij loopt hier overigens ook al een tijdje te ijsberen. Ze zijn blijkbaar niet erg gehaast met het uitreiken van de prijzen in de Ecole Verdi… of ze wachten op de laatste drie finishers. Die hebben een halfuur meer nodig dan de vierde laatste. Onze tijd is echter op. We ruilen het plateau boven de Vesder voor het Limburgse laagland.

(Foto 1 van Lu novê Leûp, mensuel de Stembert: De wielerbaan van Mangombroux tussen 1919 en 1923. Foto 2 van Marie-Paule: Dat smaakt!)

don 01/11/2018 11.15u * Luik La Boverie (Challenge de la Province de Liège) * 9,5 km * 00:47:06 * 12 * 91/180 * 1/3 * ♥♥♥

Voor we ons op het kerkhof bezinnen over de vergankelijkheid van het bestaan is er voor de middag nog tijd voor lichamelijke en hopelijk ook geestelijke ontspanning. Vandaag in de vorm van rondjes draaien in het Parc de la Boverie in Luik. Nu ik Oreye van vorige zondag heb geskipt zouden de benen na meer dan twee weken competitiepauze weer klaar moeten zijn voor een inspanning van drie kwartier. Dat blijkt snel ijdele hoop… maar laat me niet vooruitlopen op de feiten. Eerst het decor planten van deze klassieker op de CJPL-kalender. Dat is het stadspark van Luik op de zuidelijkste punt van het gebied dat nu een schiereilandje geworden is tussen de Maas en de Dérivation, een afwateringskanaal. Hier mondt ook de Ourthe uit in de Maas. Vandaar de Dérivation uit de 19de eeuw om het overvloedige water te kanaliseren. (Ik heb goed opgelet tijdens de jaarlijkse schooluitstappen naar Luik.) Op een oppervlakte van nauwelijks 700 meter lang en maximaal tweehonderd meter breed is hier een kronkelig parcours uitgetekend dat in de kaart speelt van de soepele en wendbare loper. De ondergrond varieert van asfalt (vaak met spleten en gaten) en klinkers tot kiezel en hobbelige aarde. Per ronde liggen niet minder dan 10 haakse bochten op onze weg. De verloren snelheid kan je dan proberen goed te maken in vier rechte stroken van tweehonderd meter. Je wordt op andere plaatsen dan weer afgeremd door stekelige mini-hellinkjes.
Wie er allemaal is? Wel, iedereen die je hier mag verwachten, behalve Roger Dosseray en Michel Mancini. Michel is er wel maar niet in loperstenue. Pijnlijke knie. De eer van de familie wordt hooggehouden door vrouwtje Marie-Jeanne in de 5 km-loop. Ik heb een fikse opwarming gehad, gedeeltelijk noodgedwongen nadat ik veel te ver ben moeten uitwijken om een parkeerplaatsje te vinden. Uiteindelijk blijkt er aan de Guillemins-zijde plaats genoeg en haal ik mijn karretje dichterbij. De laatste inloopmeters doe ik in het park in het gezelschap van mijn Limburgse vrienden. Die indruk maken op Richard Mathot. “Mais c’est un complot” grapt de lange Luikenaar.
In de eerste ronde is het even zoeken naar de beste looplijnen in het nog compacte peloton van 180 deelnemers. Ik zie Francis Smets en Claude Herzet voor me. Claude is al snel uit de voeten. Ook al is hij naar eigen zeggen kalm gestart om de naweeën van een avondje stappen uit te zweten. Francis zal ik nog verscheidene keren tegenkomen – lees kruisen – maar de afstand tussen ons twee wordt ook alleen maar groter. Ik volg een tijdje in het spoor van Sandra Delrez, vandaag in het gezelschap van mental coach Alain Dethier. Zij heeft een ruime keuze in begeleiders, stel ik vast. Na driekwart ronde kan ik afstand nemen. Op de rechte strook langs de Maas ga ik voorbij Françoise Piscart. Ik neem aan dat ze zich spaart voor andere doelen. Luik La Boverie Hoe dan ook, ik ben niet met de beste benen onderweg. Om een tempo van 12 per uur vast te houden moet ik er de pijn in de benen bijnemen.
Veel verschuivingen doen zich niet meer voor in het deel van het peloton waar ik mij bevind. Ik zal de twee volgende ronden afleggen in het gezelschap van een jonge man in het zwart. Die ik in de uitslag kan identificeren als Dimitri Manfé. Door het heen en weer kronkelen van het parcours kan ik me wel een idee vormen van de positie van een aantal bekenden. Echt vrolijk word ik daar ook niet van. Nicolas Bynens, Guy Raes en consoorten hebben al snel een flinke voorsprong opgebouwd en zullen die blijven behouden tot op het einde. Eigenlijk zie je hier overal collega’s. Voor je, achter je, links van je, rechts van je, zelfs onder je. Dat laatste op een kleine uitstulping van het rondje over de Dérivation waar we eerst over een brug en daarna onder diezelfde brug worden gestuurd. Op het lusje van 400 meter heb je twee venijnige knikjes en vier haakse bochten. Genoeg om het tempo telkens opnieuw te breken. Voor wie niet zoveel belangstelling heeft voor de details van een loopparcours en toevallig op deze site beland is, geef ik nog wat “wist-je-dat”-jes mee. Het grote gebouw dat het park domineert waar nu het Museum voor Schone Kunsten is gevestigd, dateert van de wereldtentoonstelling in 1905. En op de plaats waar nu een rozentuin is aangelegd was er ooit een velodroom op het einde van de 19de eeuw. De wielerbaan werd later vervangen door een voetbalveld waar FC Luik en achteraf Standard in hun beginjaren hun wedstrijden speelden.
Ik spoel de film door naar ronde drie. U heeft niets gemist van de vorige ronde. Mijn tempo blijft gelijk, de benen sputteren nog altijd tegen, de lucht is nog steeds grijs, het is en blijft windstil. Op de brug over de Dérivation is er dan toch een nieuw feit te melden: ik word door de eerste loper gedubbeld. Dat is de onverslijtbare Patrick Philippe. Hij gaat me met energieke halen voorbij. Even verder langs de rozentuin is nummer twee daar, Thomas Vanhee. Mij niet bekend maar de aanmoedigingen van lopers in mijn omgeving maken mij wijzer. Op Julien Charlier is het wachten tot aan de noordzijde van het park. Zij hebben 14 minuten minder nodig dan ik om de 9,5 km te ronden. Grégory Baar haalt me in als vijfde in de rij. Aan km 7 – de kilometeraanduiding geldt voor mij – is nummer zes daar. “Cas” Castermans van Tongeren heeft gewacht tot zijn laatste honderd meter om mij een ronde aan de broek te lappen.
Ik neem voor de vierde keer de chicane voor de aankomstboog en negeer weer de uitgestoken drankbekertjes. Ik heb daarnet zelf de eerste collega gedubbeld en zal op de Ravel langs de Maas nog enkele dames een ronde aansmeren… alsof zij zich daar zorgen over zouden maken. Nog een laatste keer voor het clubgebouw van de roeivereniging door. Daarnet zag ik de roeiers trainen op de Maas in de (figuurlijke) schaduw van de imposante Tour des Finances. Wie ik intussen nog niet gezien heb, zijn Jean-Pierre Immerix en Servais Halders. Eric Joway, de habitué van de Challenge L’Avenir, die vandaag het livrei van de fotograaf heeft aangetrokken, heeft ze misschien wel kunnen betrappen. Jean-Pierre volgt op twee minuten, de ideale afstand, zo lijkt het, om uit mijn vizier te blijven. Servais, 7 minuten voor me, heeft dan toch moeten boeten voor zijn trainingsachterstand van de laatste maanden. Pierre Ravigna is een minuut sneller dan de Voerenaar. Op en af aan de brug, langs de rozentuin om te beginnen aan wat met enige goede wil een recht stuk van 400 meter kan genoemd worden. Kiezeltjes, asfalt en een hobbelige passage langs en tussen de bomen, voor elk wat wils. Ik heb Dimitri Manfé dan toch kunnen afschudden en loop nu afgezonderd naar de finish. Aan de bevoorradingspost wachten er nog 600 meter, met nauwelijks één scherpe bocht. Ideaal om de laatste druppels energie aan te spreken. Maar in dat spelletje schiet ik tekort tegen jongere en sterkere mannen die achter mijn rug opduiken. Daar heb je Dimitri toch weer, ik had het kunnen weten.
Na de wedstrijd rep ik me naar huis. “En hoe was het?” vraagt Marie-Paule. Mijn antwoord is ook het besluit van dit verslag: “Niet speciaal goed, niet speciaal slecht.” De prijs wordt me door ijlbode Willy Hertogen thuis bezorgd. Waarvoor dank.

(Foto : De rozentuin en het museum op een zonnige dag.)

zon 11/11/2018 11u * Seraing Ougrée (Challenge de la Province de Liège) * 10,9 km * 00:55:42 * 11,7 * 64/153 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het heeft wat voeten in de aarde gehad maar uiteindelijk wordt de 11-11-11-loop in Seraing op hetzelfde parcours betwist als vorig jaar. Door het overlijden van de nieuwe organisator André Dehairs moet Michel Mancini opnieuw aan de bak voor zijn tweede organisatie van het seizoen. De naam van de organisator is meteen ook de reden waarom ik hier voor het vierde keer in vijf jaar aan de start sta. Ik hoor achteraf dat er voor volgend jaar echt een nieuw parcours op de tekentafel ligt. In het dal, op de Ravel. Dit jaar spelen de esbattementen zich nog af op de steile hellingen van de Maasvallei. Michel is blij enkele Zuid-Limburgers te kunnen begroeten. Hij houdt zijn hart vast voor het aantal deelnemers op een dag dat niet minder dan vier wedstrijden worden gelopen in een straal van zo’n 40 kilometer. De kalender met de elfde november op een zondag speelt immers in het nadeel van de voorlaatste wedstrijd van de Challenge van de Provincie Luik. Maar met 200 deelnemers voor de twee wedstrijden kan de CJPL nog net de meubelen redden.
Ik heb als opwarming al de klim en de afdaling van de eerste kilometer in de benen als Jean-Pierre Immerix en Willy Hertogen aan hun rondjes beginnen op het voetbalveld. Ik kan nu alleen nog een schietgebedje prevelen dat mijn benen vandaag beter meewillen dan vrijdag op training. Jo Vrancken, de toekomstige winnaar, zoekt de eerste rij op in het startpeloton, ik hou me schuil in het midden van het pak. Ougrée 1 Mijn derde oog (Marie-Paule) ziet Michel Mancini op de fiets vertrekken enkele seconden voor de start. Dat hij een elektrisch tuig onder de bips heeft, mag niet verbazen met de steile percentages die we dadelijk voor de voeten krijgen. Voor we het “stadion” van Ougrée verlaten, zijn mij al tientallen collega’s voorbijgesneld. Ik herken Dimitri Manfé die me in het park van La Boverie in de laatste meters nog een plaatsje afsnoepte. Hij zal vandaag haast onmiddellijk uit mijn gezichtsveld verdwijnen ook al zal het verschil aan de streep maar een minuutje bedragen. Net voor we de bocht nemen naar een betonnen pad tussen de ezeltjes en de geitjes duikt veteraan 3,Lucien Collard, naast me op. Lucien zal nog vaak voorkomen in dit verslag. De ezeltjes en de geitjes niet meer, maar die zijn er altijd, zoals ik in mijn verhalen van de voorbije jaren uitgebreid heb beschreven. Ik schuif voorbij Françoise Piscart die het bewust kalm aan doet. Nu weet ik waarom: te veel wedstrijden gelopen de laatste maanden. Die verklaring dank ik aan mijn informant Jean-Pierre Immerix. Nu de Sérésienne in een Nederlandstalige werkkring actief is en het Diets al aardig onder de knie begint te krijgen, verloopt de communicatie tussen Françoise en Jean-Pierre wat vlotter.
Tijd om rustig in je ritme te komen is je hier niet gegund. We zijn al bezig aan 600 meter klauterwerk op het asfalt met stijgingen tegen en over de 10%. Op de steilste stukken zit ik boven de 7’/km. Toch te snel voor Sandra Delrez, opnieuw in het gezelschap van Alain Dethier. We zijn hier nu in de bebouwde kom tussen Seraing en Ougrée waar we een driehonderdtal meter mogen uitblazen in een afdaling. Dat doet Claude Herzet nu net niet. Hij schiet me voorbij. Ik kan hem nog net op tijd een plaagstoot geven. “Ben je zo gehaast?” roep ik hem na. Overigens heb ik een bekende in deze buurt. De Mechelse herder (ras onder voorbehoud) die vorig jaar het peloton begeleidde met zijn geblaf. Dit jaar is hij beter geluimd. De weg loopt over in een Ravel-fietspad in het bos. Mauro Calogero houdt de wacht aan de rand van “Le Bois de la Marchandise”. Eric Joway, vorige week nog fotograaf in Luik, acht zijn ogenblik gekomen om naar voren op te rukken. De weg begint langzaam omhoog te lopen. Tot 4% maar onophoudelijk, 2,5 km lang. Ik ben nog altijd met Lucien Collard onderweg. Bij elke knik verwacht ik dat hij me zal achterlaten maar dat gebeurt voorlopig niet. Het duurt een hele poos voor we twee dames voor ons hebben ingelopen. Dat zijn Cécile Paps in een wit shirt van RFC Liège en Nathalie Steimes in een rood-witte uitrusting van Seraing Athlétisme. Nathalie wordt bijgestaan door een mannelijke begeleider wiens naam ik niet met zekerheid kan traceren in de uitslag. Ik volg meestal in het spoor van wat nu een groepje kan genoemd worden. Omdat het al niet vaak gebeurt dat ik een groepje vertoef in een wedstrijd, geniet ik wel van de ongewone ervaring. Ik heb nu een mooi tempo te pakken en kan de eindeloze stijging redelijk verwerken. Met andere woorden: de benen willen wel mee vandaag. Ik heb nu echter al een tijdje last van een kriebel in de keel. Met wat hoesten en kuchen kan ik de kwelduivel aan banden leggen. Een slok water in de bevoorrading zou welkom zijn. Maar daar moet ik nog een drie kilometer op wachten. In het groepje loopt ook een jongere man mee, veteraan 1 Jean-François Deloge. Hij vraagt naar het parcours en of we misschien twee rondjes in het bos lopen. Ik heb nog een precieze herinnering aan het parcours van vorig en dus ook van dit jaar en beschrijf hem zo goed en zo kwaad mogelijk – rekening houdend met mijn ademhaling – wat hem nog te wachten staat. Ik heb nauwelijks mijn verhaal met horten en stoten verteld of hij loopt van ons weg in de afdaling en houdt zijn voorsprong ook vast in de tweede ronde. Lucien loopt hier trouwens ook voor het eerst.
En daarmee zijn we dus aan de afdaling bezig, opnieuw tussen de huizen. Georges Mabille wijst ons de weg en maant ons aan een kleine rotonde aan de goede kant te nemen en dus niet af te snijden. Ougrée 2 De vliegende cameraman van de Luikse challengewedstrijden heeft wel zijn traditionele pet op zijn hoofd, maar niet zijn GoPro. Nu had hij de lopers eens frontaal kunnen filmen! De weg duikt over zo’n tweehonderd meter steil naar beneden en drijft de spieren in de bovenbenen tot de uiterste spanning op. De twee dames maken van de afdaling gebruik om weer wat voorsprong te nemen.
We komen weer op het parcours dat we kennen van km 1. Eindelijk heb ik het bekertje water te pakken waar ik al zo lang naar verlang. Ik hou het voorzichtigheidshalve bij twee kleine slokjes. De kriebelaar zal mij overigens niet meer lastigvallen. Klaar voor de tweede ronde. De twee dames kunnen hun versnelling niet volhouden en verliezen nu snel terrein bergop. Ik ben nu alleen met Lucien. Die blijkbaar bij me gaat blijven. Dat maakt het alvast wat aangenamer. Ik hou wel van dit betonpad dat in dit herfstseizoen zijn hard karakter verbergt onder een masker van bladeren. Het is in de bochten wel even opletten om niet in de blubber terecht te komen naast het beton. De Garmin-analyse achteraf leert me dat we zelfs ons tempo van de eerste ronde hebben kunnen handhaven. En we halen ook Luciano Battistini in die al een tijdje met de handen in de zij achterom aan het loeren is. We zijn er, Luciano. Ik heb hem al vaker gezien in mijn buurt maar wist niet dat het de Battistini is die ik het laatste jaar meestal enkele plaatsen voor mij in de uitslag zie. Niet slecht bezig vandaag, zo lijkt het. Ik verwittig Lucien dat het moeilijkste stukje van de klim eraan komt. De tweede ronde verschilt immers gedeeltelijk van de eerste. Een scherpe bocht naar rechts en dan twee pittige bultjes in een rechte lijn van 600 meter. Goed voor de traagste kilometer van de dag, maar dankzij een korte afdaling toch nog onder de 6′. De lichtvoetige Lucien kreunt onder de inspanning, de zwaargebouwde Vincent Vanaschen moet tijdelijk stapvoets verder. Het blijft nog even klimmen na een linkerbocht maar we hebben nu het einde van de 3 km lange klim toch in zicht. En kijk, daar zie ik Claude Herzet na zes kilometer nog eens, althans op de rug. De helling heeft hem parten gespeeld maar je kan er gif op nemen dat hij in de afdaling met zijn soepele tred weer afstand zal nemen. Dat gebeurt ook, hoewel ik me met vier plaatsen en 45 seconden achterstand aan de streep, niet moet schamen voor de charmeloper van de Krinkelsgracht.
Na precies 8 kilometer verlaten we het bos en kunnen we herstellen, versnellen en genieten op een kaarsrechte en lichtdalende asfaltweg. Dit is een van de heerlijkste parcoursstroken van het hele seizoen. Zeg dat Cortleven het gezegd heeft. Servais Halders trouwens ook, zoals hij ook de 600 meter van daarnet als de zwaarste van de wedstrijd bestempelt. Van Servais gesproken, hij loopt hier de tweede veteraan 3, Rudy Lacroix, op 2 minuten. En is daarmee op weg naar zijn (hoeveelste?) categoriezege in de challenge. En de zoveelste wonderbaarlijke heropstanding. Op de Rue du Fort halen we rond de 4’30”. Hoe sneller, hoe makkelijker. Maar zo is het meestal. Na 900 meter draaien weer voor even het bos in, op een dik bladertapijt. De afdaling naar de finish wenkt. We krijgen nog een aanmoediging van Luigi Saggiorato. Ik ken vandaag haast meer mensen langs de kant dan in de koers. We zijn nu even met z’n drieën. Ik word geflankeerd door Lucien en Luciano. Die laatste is dus weer komen aansluiten. Hij informeert naar mijn categorie. Lucien geeft het antwoord. “Vétéran 4? Quelle forme!” is zijn reactie. Hij moest eens weten… Ougrée 3 Overigens stonden hier vandaag 6 veteranen 4 aan de start. Het maximum dit jaar, vermoed ik. Willy Hertogen staat naast me op het podium. Aan de andere zijde staat Pierre Driessens, veertien dagen geleden nog in de marathon van Frankfurt. Verder met de weedstrijd. Daar is Georges Mabille weer die de lopers onophoudelijk blijft aansporen om de mini-rotonde voor de afdaling volledig te nemen. Luciano en ik volgen zijn consignes plichtsgetrouw. Lucien neemt de binnenkant en snijdt zo drie meter af. “Je zal gediskwalificeerd worden” lach ik. “Ik ben niet ingeschreven” lacht de smalle LO-leraar terug. “Dit is een mooie training.”
We zullen snel terug in Ougrée-Bas zijn met percentages tot -10%. Ik hou me niet in ondanks een opspelende rechterheup. Op een vlakker stuk loopt Luciano Battistini toch weer van ons weg. Zelf halen we nog een dame in, Maude Demoigie, die ik een drie kwartier geleden in het bos nog even voor me uit heb zien lopen. In het voorbijvliegen groet ik nog even Philippe Gheury, vandaag ook als signaleur. We draaien samen het voetbalveld op waar Marie-Paule en Servais Halders, al negen minuten binnen, ons aan het toegangshekken opwachten. Nog een halve ronde langs het voetbalveld. Die laatste hectometers kosten me wel eens één of meer plaatsen. Ik zie iets roods naderen. Gelukkig heeft de achtervolger ook niet meer de jongste benen. Het is veteraan 2, Roger Mennicken, mij van naam bekend uit de Challenge L’Avenir. “Niet met mij, menneke” zweer ik en ik red mijn plekje, 64 is dat. De lange klimkilometers hebben uiteindelijk het gemiddelde toch onder de 12 per uur geduwd. Bij het overschrijden van de streep bedank ik meteen mijn gezel van vandaag, Lucien Collard.
De middag in de kantine verloopt volgens het geijkte stramien. Ik verlaat Ougrée met een uitstekend gevoel. Is het niet de beste, dan toch de aangenaamste wedstrijd van het seizoen geweest. Ik geef me dan ook zonder aarzelen vier hartjes.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming op het veld van Royale Amical Club Ougrée. Foto 2: Michel Mancini opent de wedstrijd op de fiets. Foto 3, archieffoto van Jo Defrère: Lucien Collard die me vandaag de hele tijd gezelschap houdt.)

zat 17/11/2018 15u * Marchin(Challenge condruzien) * 11,1 km * 00:59:17 * 11,2 * 100/212 * 1/4 * ♥♥♥

Je moet goed gek zijn om tweemaal 70 km te rijden voor een loopwedstrijd van een uur. Ik ben dat. Om één uur vertrokken, om halfzes opnieuw thuis. Door verplichtingen later op de avond moet ik het aangenaamste deel van de uitstap missen. Na een onderbreking van een jaar ben ik toch weer naar het golvende land ten zuiden van Hoei getrokken voor de laatste Condruzien-loop van het jaar. Die alle ingrediënten van de Challenge bevat en toch nog net binnen mijn mogelijkheden past. En mij als parcours ook aanspreekt, voornamelijk het tweede deel. Overigens ben ik niet de enige Riemstenaar hier zo ver van huis. Ook Bert Ernest van Herderen tekent present. En is dus na zijn zwaar ongeval vroeger dan verwacht weer in competitie.
Ik vertrek in het gezelschap van Paul Delaitte en Noël Heptia. Die onmiddellijk uit mijn gezichtsveld verdwijnen, de eerste achter me, de tweede in de massa van meer dan 300 starters – in de twee wedstrijden samen – voor me. Na 500 meter ronden we het mooie dorpsplein en buigen af voor het kasteel van Belle-Maison. Het kasteelpark blijft gesloten voor ons. We genieten hier niet van de privilegies van andere Condruzien-lopen. Ik vertrek met een tempo net onder de 5’/km, dat is op schema. De tweede kilometer blijft vlak maar loopt in het tweede deel over een smal pad aan de bosrand waardoor de kilometertijd toch weer boven de 5-minutengrens zit. De volgende twee kilometer leiden ons over kronkelende, golvende en met overvloedige herfstbladeren bedekte paden door het bos. De grote massa snellere lopers, onder meer die van de 6,8 km-wedstrijd, zijn me daarnet in het dorp al voorbijgesneld. In het bos vermindert het achteropkomend verkeer. Ik herken Eric Limet, zoals steeds in het gezelschap van zijn drinkbus. Marchin 1 Ik geraak weer aan een kilometer van 12 per uur daar waar het bospad voornamelijk in dalende lijn gaat. Na 4 kilometer verlaten we het bos en kruisen de Rue Joseph Wauters. Het vertrek is overigens aan de Rue Emile Vandervelde. Met andere woorden, Marchin eert zijn socialistische voorvaderen. Het gaat goed vooruit in de vijfde kilometer. Niet te verwonderen, met een voordelig reliëf tot meer dan 10%. We slingeren op de asfaltweggetjes tussen de verspreide bebouwing door, voor we een lange rechte weg van 400 meter worden opgestuurd. Ik draai hier een gemiddelde van ruim onder de 5′ en geniet even van mijn tempo en het aangename zonnetje. Daarnet stonden er nog enkele fans langs de weg, hier is geen levende ziel te bespeuren. Wel vijf paarden aan de rechterkant. Ik zal wel de enige deelnemer zijn die ze geteld heeft… Van de Rue Bruspré slaan we rechts de Rue de la Mouchenire in. Die duikt een valleitje in. Is dit een bruggetje? Het voelt in elk geval aan als het laagste punt van het parcours. En op mijn Garmin-route blijkt dat ook zo te zijn.
Tijd voor een nieuwe alinea. En het tweede deel van de Jogging de la Saint Nicolas. De vallei is maar enkele meters breed. Daar is de gevreesde helling halfweg de wedstrijd. Een halve kilometer tussen de 5 en 7 %, op het asfalt. Ik blijf op de steilste stroken nog boven de 9 km per uur. En dat vind ik best een prestatie. Ik haal enkele collega’s in en kan mijn achtervolgers op afstand houden. Onder meer Agnès Demoitié moet hier een tandje terugschakelen. Na een steile aanhef tussen het groen komen we in het open veld, alleszins aan de linkerkant. De boer van de eenzame hoeve schreeuwt nog een aanmoediging naar een van de lopers voor me. Deze Christophe Gatin loopt hier voor eigen volk, mag ik afleiden uit de steunbetuigingen van supporters langs de weg. Hij loopt in het gezelschap van Jean-Marc Helotte. Zij hebben in het bos al twee keer haasje-over gespeeld. Op de top van de helling zullen ze nog maar luttele meters van hun voorsprong behouden. Net als we boven de linkerbocht nemen, hoor ik mijn Garmin brommen. Kilometer zes. Dat is de strook van de modderige veldweg. In het begin moeten we even langs metersbrede plassen laveren maar het pad ligt er voor het overige goed beloopbaar bij, met dank aan de voorbije droge weken. Na 500 meter buigt de weg naar rechts af. Ik ken het parcours en ben dus voorbereid op de 250 meter gruwel die ons te wachten staat: de Chaussée Romaine, al vaak en uitvoerig beschreven in dit blog. Ik verlies er traditiegetrouw enkele plaatsen. Ik loop kriskras op zoek naar de minst oncomfortabele stroken, zonder daar overigens in te slagen. Christophe en Jean-Marc nemen de afdaling “cool” alsof ze hier elke dag voorbijkomen. Bijna aan km 7, in een bosrijk valleitje, wacht een strook die me beter ligt. De Thier à la Tour is een klim op een bospad waar stenen en aarde een goede ondergrondmix vormen. Ik ga hier voorbij Bert Ernest die in het gezelschap van een dame nog bezig is aan de 6,8km-loop. De hoffotografe van de Challenge condruzien, Carine Heyne, registreert elke beweging. Als Carine de foto’s tijdig op het net gooit – dat wil zeggen voor het verschijnen van dit exclusieve verhaal – neem ik nog een plaatje op. Na 7,5 km draaien we een rijweg op, een rechte streep van 500 meter, heel lichtjes stijgend in het open veld. De wind speelt hier vandaag trouwens geen rol. Een bordje vermeldt de naam van het beekje dat hier stroomt. Ik memoriseer “Ruisseau du Lilleau” voor het verslag. Ik ben nu in het spoor gekomen van het duo Christophe-Jean-Marc (voor alle duidelijkheid, Jean-Marc is één persoon) en ben enige tijd in twijfel of ik hen zal voorbijgaan of niet. Veel sneller ben ik in elk geval niet, dan is het tactisch misschien beter achter hun rug mee te schuiven tot zich een betere gelegenheid voordoet. De twee babbelen de hele tijd en hebben niet de minste aandacht voor die kleine grijze en kale die hen al die tijd volgt en hen daarstraks in het bos in de weg liep. Die vijfhonderd meter rechte weg, de Rue Docteur J. Olyff, zou een onbetekenend detail geweest zijn in mijn wedstrijdervaring zonder de combinatie van twee elementen. Het verkeer op de weg wordt in beide richtingen gecontroleerd door signaleurs en de politie maar krijgt wel doorgang zodat je als loper aan de rand van de weg moet blijven. En daar helt de weg precies af. Zoals jullie weten uit vorige verslagen (onder meer van de gedenkwaardige Halve Marathon van Remich), is dat niet mijn lievelingsloopstrook. Ik ben dan ook opgelucht dat we rechtsaf mogen afslaan waar er ruimte zat is en ik mijn twee kompanen voorbijga. Ik kijk even naar de grote paaardentrailers voor de manège aan de linkerzijde van de weg en bedenk dat hier meer geld omgaat dan in de amateursport die ik aan het beoefenen ben. Hier buigt het parcours links af en gaat de asfaltweg over in een veldweg. Niet dat het veel uitmaakt, alleen zijn mijn twee gezellen wat soepeler in de bochten. Daar is het beekje dat de weg dwarst – dit moet nog altijd de Ruisseau du Lileau zijn – en waar ik bij een van mijn vorige deelnames dwars doorheen ben gelopen. Nu is de omleiding (even de berm op) beter aangegeven en hou ik mijn voeten droog.
Ik geniet al bij het vooruitzicht van de volgende kilometer die ik vorig jaar in lyrische bewoordingen heb beschreven. We nemen nu weer op verhard een bocht naar rechts. Ik mag dan wel enthousiast zijn over het parcours dat voor ons ligt, mijn benen herinneren er mij in de scherpe, stijgende bocht wel aan dat we al het een en ander te verwerken hebben gekregen. Ik heb vandaag eerder behoudend gelopen maar de veeleisende parcoursen in deze contreien zijn ongenadig voor oude spieren. Marchin 2 We zijn nu op de Rue Pierpont. Dit keer vermeld ik de naam van de straat niet om stilistische redenen (afwisseling in de beschrijving, aanleiding voor een al of niet geslaagde woordspeling) maar om de kern van mijn betoog duidelijk te maken. In plaats van na 300 meter rechtdoor te lopen, daar een leuke chicane nemen en enkele honderden meter verder linksaf een helling tussen de bomen te worden opgestuurd, moeten we nu al onmiddellijk linksaf. Of beter links op. Maar daar is eigenlijk helemaal geen weg. Een platgetreden/platgelopen reepje grond van 30 centimeter tussen de graszoden. En dit heet dan ook nog “Rue Pierpont”. Stroken van 10 tot 12%. Ik val stil en hou mijn twee achtervolgers even op. Die zoeken een passage in het gras maar geven het even verder zelf op. Het moreel krijgt een klap. Het mooiste deel van het parcours is vervangen door dit misbaksel. En dan nog zonder reden, verkeer bijvoorbeeld. Dat is hier helemaal niet. “Nieuw parcours?” vraag ik aan de man achter mij. Maar die is hier voor het eerst en is zich van geen kwaad bewust. “Verander nooit een winnend parcours”, schiet me door het hoofd, zoals in het voetbal “Never change a winning team”. Niet meer komen volgend jaar, als wraak? Dat kan ook niet.”C’est la der”, dit is de laatste editie, verneem ik voor de wedstrijd toevallig van journalist en fotograaf Pierre Jadot. Hoe dan ook, kilometer 10 in 6’39”. De vrij egale tempografiek vertoont hier een plotse neerwaartse piek. Toch één troost, ik blijf nog net onder het uur op de 11,1 km. Genoeg gekankerd, of nog niet… Na driehonderd meter draaien we dan een veldweg op die ook niet echt gemakkelijk loopt en waar ik nog enkel plaatsen verlies. We passeren nu aan de Peugeot-garage op de top van de Thier Bouflette, de voorlaatste helling van het oude parcours. Er blijven nog 1200 meter over tot de finish. Eerst een afdaling waar ik, tussen de achtergebleven dames van de korte loop, Christophe en Jean-Marc voor de vijfde(?) keer voorbij ga en dit keer ook voor blijf. Daarvoor moet ik de laatste klim tussen de geparkeerde auto’s (onder andere die van mij) op puntige stenen, overleven. De signaleuse onder supervisie van een agente helpt me de Rue Emile Vandervelde over voor de laatste stijgende 200 meter asfalt naar het voetbalveld van Royal Marchin Sport.
Terwijl we terug wandelen naar de auto, zie ik Luciano Battistini aankomen. Vorige week was hij net voor me in Ougrée. Even verder zwoegt Gaetano Falzone zich naar de streep. Het is nauwelijks kwart over vier als ik droge kleren aantrek en me terug naar Heukelom spoed.

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1:De eerste bocht na de start. Enkele plaatsen achter me, in het zwart nog net op de foto, Paul Delaite, tweede in mijn leeftijdsklasse. Voor hem, ook in het zwart, met het petje, Didier Dendal die ik in mijn vorig leven nog kon volgen… Foto 2 : De laatste meters in vogelperspectief. Vanop de trap naar het cafetaria van Royal Marchin Sport.)

zon 25/11/2018 10.30u * Waremme Estafettechallenge * met Carlos De Almeida * 01:00:00 * 12,980 * 47/84 * 3/5 (Heren 110+) * ♥♥♥

Enkele loopvrienden knipperen met hun ogen als ze me in looptenue op de Estafettechallenge van Waremme zien opduiken. Ik ben zelf ook wel verbaasd dat ik na jaren nog eens aan de start sta van deze aflossingswedstrijd met twee. Ik ben niet zo gek op deze korte maar felle oefening. De intensiteit van de inspanning ligt mij te hoog, de duur te laag… Als training, zoals sommigen het opvatten, is het me te zwaar en zou ik moeten schrappen in mijn wedstrijdplanning. Liever niet dus. Waarom vandaag dan wel? Een, het wedstrijdaanbod is beperkt. Twee, volgend weekend is sowieso ingenomen door andere bezigheden. Ik heb dus dringend een competitieshot nodig om de volgende veertien dagen te overbruggen… Voor de niet-ingewijden, de bedoeling is dat de twee lopers om beurt één kilometer afleggen gedurende één uur. De totaal afgelegde afstand bepaalt de uitslag. De organisatoren hebben een systeem uitgedokterd om de wedstrijd vlekkeloos te laten verlopen en het overzicht te behouden in de wirwar van aankomende en vertrekkende lopers. Waremme 1 Het stokje geef je, na de gelopen kilometer, in een afgebakende wisselzone door aan je ploegmaat. Een jeton (met het nummer van je ploeg) lever je in om een nieuwe jeton te ontvangen voor de volgende ronde. Ik leg het hier wel uit maar na de eerste ronde ben ik de procedure zelf vergeten. Gelukkig sta ik in de buurt van Kris Govaerts die me net op tijd op mijn vergetelheid wijst. Dat foutje is dus rechtgezet. De tijdsopname met mijn Garmin loopt wel in het honderd. Ik ken het toestel onvoldoende om elke gelopen kilometer (zonder de rustpauzes) op te nemen. Het zal achteraf nog flink wat rekenwerk vergen om de exacte tijden uit de gegevens te distilleren. Als me dat überhaupt lukt…
Estafette-organisator Roland Vandenborne heeft me gekoppeld aan een andere individuele inschrijver, Carlos De Almeida, Portugees van origine, wonend in Clavier en organisator van de Condruzien-loop in Pailhe. Mijn ploegmaat heeft me al ingeschreven als ik een uur voor de wedstrijd het tentje binnenstap. Even voor de start krijg ik de jeton en spreken we af dat ik de eerste ronde voor mijn rekening zal nemen. Zoek daar geen tactische berekening achter, we zijn hier in de eerste plaats voor de ambiance. Voor wie Carlos kent, hij is er altijd voor de ambiance. De meeste andere deelnemers vormen een vast duo, wat overigens een must is om in aanmerking te komen voor het jaarklassement. De indeling in categorieën verschilt uiteraard van de reguliere lopen. Zoals in het tennis is hier ook een competitie voor gemengde teams. Dimitri Driessen en Anja Uitdebroeks bijvoorbeeld vormen een gemengde ploeg. Voor echtelieden is er wel geen aparte rangschikking… Ik zit in de klasse Heren 110+. Dat “lage” getal wordt verklaard door de nog jeugdige leeftijd van mijn compagnon, ergens in de vijftig…
Roland Vandenborne en Jos Biets zien er gespannen uit als ze het parcours voor de laatste keer inspecteren en informeren enkele keren of ik nog bedenkingen heb. Veiligheid voor alles, is het motto. Ik zal dadelijk nog ruim de gelegenheid hebben om in te gaan op de details van het rondje. Wat ik wel al meteen vaststel, is dat de talrijke lussen rond het sportcentrum en het park aan de rand van Waremme het tempo voortdurend breken. Ik vraag me zelfs af of ik hier wel een gemiddelde van 12 km/uur kan halen.
Het is een gemengd Vlaams-Waals gezelschap dat om half elf klaarstaat voor het vertrek. Van de 9 wedstrijden op de kalender (van januari tot november) worden er 3 in Wallonië gelopen. Het is mij niet bekend of het toeval is dat de locaties zich allemaal in Haspengouw/Hesbaye bevinden. De opbrengst van de organisaties gaat naar een goed doel. Op de aankondiging voor de wedstrijd van vandaag heb ik overigens geen begunstigde teruggevonden. In het eerste rondje is het vooral uitkijken om niet verstrengeld te raken in de benen van een andere loper op de smalle paden en in de vele scherpe bochten. Ik wil ook niet de fout te maken van een vorige deelname vele jaren geleden in Sint-Truiden waar een te snelle aanhef mij de adem afsneed na nauwelijks een halve kilometer. Nu dreig ik echter in een andere val te trappen, namelijk te voorzichtig van start te gaan. Hier levert mijn behoudende tactiek van de 10km-lopen immers niets op. De tijd van ongeveer vijf minuten in de eerste kilometer is toch nog netjes op schema en laat nog wat vooruitgang toe in de volgende ronden. Waremme 3 Carlos heeft zijn eerste ronde alleszins sneller afgelegd maar zal in de volgende ronden tijd moeten inleveren. “Op mijn adem getrapt”, aldus de Condruzien, “ik heb geprobeerd Arnaud Renard te volgen.” Wat te hoog gegrepen, Carlos! De vijf minuten pauze zijn net snel genoeg voorbij om niet af te koelen. Na een ronde of drie zijn mijn benen aangepast aan het ritme – eerst voluit, dan weer in stilstand – en haal ik rondetijden om en bij de 4’45”. Dat is voor mij hier het hoogst haalbare. Drie ronden afgelegd, ik ga ervan uit dat ik halverwege ben. Dat klopt ongeveer met de aankondiging van de speaker dat we een half uur ver zijn.
Ik neem het stokje weer over van Carlos. Ik heb dan al een minuutje of zo op de uitkijk gestaan naar mijn ploegmaat. Marie-Paule staat op wacht aan de andere kant van de aankomststrook en verwittigt mij als zij Carlos ziet opduiken. Mijn gezichtsvermogen op grotere afstand neemt zonder bril schrikbarend af en ik ben dus blij dat Marie-Paule verrekijker speelt. Ik moet me ook concentreren om niet de andere passerende deelnemers na te staren en zo mijn “target” te missen. Ik kijk uit naar een kleinere man met een vrij korte tred, met een zwart shirt en korte broek. De stokwissels verlopen gelukkig zonder haperingen. Ik trek me weer op gang voor ronde vier. “Vier” kun je natuurlijk ook vervangen door twee, drie, vijf en zeven. Loop je een rondje mee? Na 80 meter is er al een eerste scherpe bocht. Ongeveer dezelfde afstand verder, weer van dat. In de eerste 400 meter liggen niet minder dan acht haakse bochten. We krijgen het allemaal voorgeschoteld: een ongelijk wegdek in beton en asfalt, spleten, gaten, gootjes en een zandpad door de speeltuin. En een kort maar steil klimmetje, ingeleid en afgesloten met een scherpe bocht. In die kronkelzone rond de sporthal is het voor mij onhandig manoeuvreren en zelfs wat energie sparen om uit te pakken vanaf het bordje 400 meter. De volgende 600 meter liggen me alleszins een stuk beter. Op de rechte strook langs de rijweg kunnen mijn benen dan onder stoom komen om dan met min of meer volgehouden tempo weer naar de streep te snellen. Twee scherpe bochten, twee afdalinkjes op (nat) gras en twee chicanes (de tweede over de Jeker) kunnen hier wel nog stokken in de wielen steken. Die eerste kronkel is er waarschijnlijk ingelegd om de afstand van 1000 meter vol te maken.
Wat vind ik nu van het parcours, is Jos Biets bezorgd. Euh, een aantal lopers met ervaring in de aflossingswedstrijd van Waremme melden me met enige ontgoocheling dat het parcours langs de vijvers in de vorige jaren mooier was. Ik kan de vergelijking niet maken. De eerste 400 meter vind ik maar niks. Mijn krasse beoordeling moet wel met de nodige nuance gelezen worden. Hier spreekt een oude knar (de oudste van het peloton?) die qua houterigheid zijn gelijke niet heeft. Bovendien is het de vraag of er überhaupt een ander rondje kan gevonden worden in de directe omgeving van de sporthal. Want die sporthal wensen we wel op korte afstand om snel bij de kleedkamers en het cafetaria te zijn.
De tijd verstrijkt, de lopers blijven bochten nemen, remmen, optrekken, stokjes doorgeven. Voor de toeschouwers en de twee fotografen Nadine Claessens en Louis Maréchal is er genoeg te beleven. Waremme 2 Zelf moet ik mijn geliefkoosde tijdsbesteding tijdens een competitieloop – mijn tegenstanders taxeren, de omgeving afspeuren – noodgedwongen beperken. Te gevaarlijk op de smalle paadjes met tal van obstakels. Op het rechttoe rechtaan-voetpad langs de rijweg is het opletten om de snellere collega’s niet in de weg te lopen. De terugweg langs de Jeker die hier naar de naam Geer luistert, biedt wel verpozing voor de drukte. Maar de enige open zijde biedt alleen uitzicht op een troosteloze parking, vanochtend dan nog in nevelen gehuld. Niettemin heb ik toch enkele collega’s kunnen volgen. Ten minste met de ogen. De winnaars, de broers Noël zijn me enkele keren met een rotvaart voorbijgesneld. Ik had wel eens willen zien hoe zij de middelpuntvliedende kracht in de talloze bochten overmeesteren. Het tempo van Domenico Di Vito kan ik tot mijn eigen verbazing volgen, ten minste in de twee ronden dat ik hem voor me zie. Lydia Moons duikt ook tweemaal voor mij op. Van de twintig meter achterstand kan ik echter geen sikkepit afknijpen.
“Laatste ronde” klinkt het uit de megafoon. Die laatste ronde duurt voor de ene natuurlijk al wat langer dan voor de andere. Hoe dan ook, je wordt verondersteld de laatste druppels uit de tank te halen. En de ene doet dat al wat fanatieker dan de andere. Die “ene” is bijvoorbeeld Peter Bellen. De ploegmaat van Martine Sobkowiak rukt haast een paaltje uit de grond bij het ingaan van de zandbak. Ik hou (bij manier van spreken) mijn achteruitkijkspiegel in de gaten om niet vermorzeld te worden door een razende achtervolger. In de chicane word ik haast tegen de afsluiting geplet door de passerende Piet Neven. Geen kwaad opzet natuurlijk, maar de adrenaline van de competitiesporter. Carlos is me tegemoet gelopen en vuurt me onophoudelijk aan in de resterende 300 meter. Ik strand uiteindelijk op een vijftiental meter van de streep. Jammer, als ik me zelf bij aanvang van de zevende ronde een kans gegeven zou hebben om de streep te bereiken, had ik de eerste kronkelende 00 meter met meer overtuiging aangepakt. We halen dus net niet de 13 km. Dat is alvast te weinig om in de eerste helft van de algemene rangschikking post te vatten. De derde plaats op vijf van onze categorie is wel wat geflatteerd. Kris Govaerts en zijn maatje Ludo Werckx geven vandaag de voorkeur aan de veldloop in Genk en ook achter ons zie ik snellere mannen.
Na afloop laat ik de warme wijn aan mijn trouwste fan. Ik houd het bij de traditionele blonde Leffe en een hotdog. Jammer genoeg is de prijsuitreiking en de aansluitende tombola in de tent een kouwelijke bedoening. Ik loop de hoofdprijs mis en haast me naar warmere oorden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het parcours loopt dit jaar niet langs de vijvers en tussen de ganzen. Foto 2 van Louis Maréchal: het echtpaar Dimitri Driesen en Anja Uitdebroeks. Foto 3: Aflossing met Carlos De Almeida.)

zat 08/12/2018 19.30u * Waremme Corrida * 8,45 km * 00:42:07 * 12 * 59/161 * 1/1 * ♥♥♥

Ik zal mijn Garmin-sporthorloge toch eens beter moeten leren gebruiken. Is hij aan het opnemen? Ik druk tweemaal het rode knopje in, zie dat er een rood driehoekje verschijnt en hoop dan maar dat hij bij de derde poging zijn werk doet. Zie je dat dan niet, hoor ik de lezer vragen. Nee, want ik sta hier zo goed als in het donker, heb mijn bril niet op en in een startend peloton van meer dan 250 man zal ik de blik maar beter op mijn collega-lopers en de weg gericht houden. Oh ja, ik zal maar eerst eens vertellen waar ik ben. Dat is in Waremme. Waar ik veertien dagen geleden ook al was voor een aflossingswedstrijd, hier een kilometer vandaan aan de rand van de stad. Ditmaal is het te doen rond de kerstmarkt in het centrum van het stadje. Het is – voor mij althans – de eerste corrida van december, de maand waarin de rondjeslopen in de Luikse dorpen en steden welig tieren. We zijn dus in de eerste van vier ronden. Door het gehannes met mijn horloge, het dichte deelnemersveld in de bochtige straten bezaaid met allerlei hindernissen… en mijn stramme benen is de eerste kilometer nauwelijks meer dan een stevige opwarming. Waremme 2 Vanaf km 2 kan ik dan toch wat meer vaart uit mijn benen persen en schuif ik al wat plaatsen op. Ik loop vandaag zuiver op het gevoel. De uitdaging om een concurrent te vloeren is er niet, bij gebrek aan concurrenten. Verder dan 50 meter voor je uit kun je overigens toch niemand herkennen. De enkele bekenden die ik bij de inschrijving heb gezien, verwacht ik niet in mijn buurt. Het heeft er alle schijn van dat ik hier als enige Limburger aan de start sta en dat ik ook de twijfelachtige eer geniet de oudste te zijn van het hele pak.
Het gevoel wordt overigens gaandeweg beter, misschien wel dankzij mijn rustige aanhef. Het moreel was een uur voor de loop tot onder nul gezakt. Na de duistere tocht door de Haspengouwse velden die door windstoten en regenbuien gegeseld werden, moesten we ons een kwartier in de auto verschansen om niet als natte dweilen aan de inschrijvingstafel te verschijnen. Mijn trouwste fan heeft me, ondanks de gure weersomstandigheden, ook vanavond niet in de steek gelaten. Zij verdient een medaille voor zelfopoffering. Dan tonen de weergoden toch enige clementie en kunnen we van een tijdelijke rustpauze genieten… die duurt tot het begin van de laatste ronde, mijn laatste ronde. De ongeveer tien snelle jongens die mij gedubbeld hebben – Patrick Philippe bijvoorbeeld – houden zich dan al droog onder het zeil van de feesttent. Ik draai rondjes van even boven de 10′. En elke ronde knijp ik nog een paar seconden af van mijn tijd. Dat lees ik af uit de O’Top-tijdsopnames. Zoals in de estafette redt Pierre Olivier me uit het geklungel met het horloge.
Het imposante postuur van Jos Biets is de baken in het lopersverkeer binnen in de tent. Hij is beter zichtbaar en stabieler dan een aankomstboog. Waar Jos staat, eindigt de voorbije ronde en begint de volgende. Vlak achter hem in de looprichting reiken de bevoorraders de bekertjes met drank aan. Fabienne Renard is ook hier in de weer, nadat ze daarstraks al de controle van de voorinschrijvers voor haar rekening nam. De rol van Patrick vanavond is me niet duidelijk. Deelnemer was hij alleszins niet.
Wie de ronde tot in detail wil kennen, volgt mij. De anderen kunnen meteen overgaan naar de alinea die begint met “De regen”. Opletten dat je je voet niet verzwikt bij het verlaten van de tent. Hier ligt ook nog een kabel en je moet al onmiddellijk een bocht naar links nemen. De kasseitjes vormen een fraai patroon maar zijn wel glad vanavond. Opnieuw opletten dus, zoals ook in de volgende bocht. Dat is al vier maal opletten op 30 meter. Om dit verslag korter te maken zal ik het woord “opletten” in de volgende regels vervangen door “!!!” Er volgt nu 300 meter vlak asfalt in een winkelstraat. Behalve naar de etalages van de winkels kun je rechts ook even een blik werpen op een verlicht kerststalletje. Op naar de volgende dubbele bocht. !!! stoep (tweemaal). De weg gaat omhoog naar een parkje aan de linkerkant. Naar links tussen een smal poortje in twee delen. De eerste ronde staan we hier stil. Voor de volgende 50 meter geldt code !!!!!!. Dat zijn dus zes uitroeptekens. Die tik ik niet zomaar. Het is er donker en glad en er ligt nog een gemeen stoeprandje. Waremme 1 In de laatste ronde kom ik hier vol op mijn zool terecht. Opnieuw op een brede goed verlichte en dalende asfaltweg. Lekkere strook, ook door een zwierige draai op een kruispunt. De wind blaast hier wel in het nadeel. De weg blijft dalen naar de Eglise Saint-Pierre toe en maakt daar twee sierlijke kronkels. Aangenaam stukje. Na een bocht naar links (!!! voor oudere en niet meer zo soepele loper) ligt er een vlak stuk waar de taaiere lopers, zoals ik, hun vermogen kunnen aanspreken. Twee brede bochten bergop remmen het tempo even af maar kunnen de wilskrachtige loper, euh zoals ik, ook een boost geven. We kruisen hier even de lopers die nog (of al) in de winkelstraat zijn. Oei, Albert Vandensavel heeft hier een kilometer voorsprong. Opnieuw een stuk rechtdoor, over de markt. De klinkertjes liggen er glanzend bij, het water spat op onder de voeten. Ik lust er wel pap van. Hier heb ik Marie-Paule opgemerkt en kan ik in de derde ronde mijn handschoenen inleveren. In die derde ronde word ik overigens door de snelste jongens gedubbeld. Voorbij de markt !!! voor het stratmeubilair, zeker als je een paar meter wil afsnijden. Rechts de donkere Rue Zénobe Gramme in. Na 100 meter een bocht naar links. Een ongelukkig geparkeerde bestelwagen zorgt voor een dilemma. Links of rechts voorbij. Ik kies de eerste twee keer voor de rechtse omweg. Maar in de laatste ronde, op het smalle voetpad tegen de huizen langs links, zorgt een tragere loper voor oponthoud. Enkele microseconden kwijtgespeeld. De Rue Emile Hallet is vergelijkbaar met het rechte stuk van daarnet (sleutelwoord “boost”). Naar rechts over een parking. In de derde ronde ga ik hier voorbij een rinkelende jongedame. Zij draagt een outfit met belletjes. “Jingle Bells”, helemaal in de kerstsfeer. Op het einde van de parking worden we links op gestuurd. Aan de rechterzijde is de weg open. In het eerste deel van het 2,1 km lange rondje waren we tussen de huizen vrij goed beschut tegen de elementen. Ik moet opnieuw in mijn buidel uitroeptekens grabbelen. !!! stoep in een smalle bocht. Waremme 3 De snelsten zullen hier wel de dranghekken geaaid hebben. !!! twee opstapjes op een stukje grindpad. Aan een rotonde loopt de weg nog even stevig omhoog. Dan gaat het licht dalend verder op een smal en karig verlicht voetpad. !!! dus. Ik draai hier goed rond. En schakel nog een versnelling hoger op de brede Avenue Reine Astrid, van het station naar de markt annex feesttent, vanavond verkeersvrij. Wel op tijd afremmen bij de natte en gladde bocht naar de kerstmarkt. Nog even tot aan de streep. Driemaal !!! voor overstekende kerstmarktbezoekers, een dikke kabel en een gootje. Dat alles in het donker dat sterker is dan de kleurrijke kerstverlichting. Trappen op, even over een zandstrook waar de regen plassen heeft gevormd. Als ik dan nog het opstapje naar de tent goed inschat, ben ik aan de streep en kan ik aan de volgende ronde beginnen. Met mijn microscopische kennis, opgedaan in mijn twee vorige deelnames op een totaal van drie edities en vanavond bij de opwarming nog eens opgefrist, moet dat lukken.
De regen komt dan toch nog spelbreker spelen in de laatste ronde. Maar fotografe Nadine Claessens houdt stand in de regen en de drop. Ik ken haar de prijs voor de strijdlust toe. De koude nattigheid dringt intussen door mijn sporthemdje. Door de kilometers, het optrekken na elke bocht, zijn de benen dan toch stilaan afgemat. Maar ik heb nog voldoende energie om het tempo strak te houden. Nog een keer het hellinkje op langs de rotonde en voor het café met de originele naam “Elle sort ce soir” door. Ik loop nu afgescheiden op de laatste rechte lijn naar de markt. Ik gluur even achterom, ik verwacht toch nog een late spurt van achteropkomend geweld. Ik moet vanavond maar één plaatsje inleveren. Aan senior Denis Vanherteryck. Het is hem vergeven, hij maakt mij achteraf een compliment over mijn constant tempo. Hij kan het weten… Conclusie: leuk gevoel, nog ruim in de eerste helft van het veld.
We blijven na de wedstrijd nog even in de feesttent waar de Remix-band (een enthousiast koperensemble) een verdienstelijke poging doet om er de sfeer in te blazen. Het is hier alleszins warmer dan veertien dagen geleden aan de sporthal, maar nu laten de lopers het massaal afweten. Jammer voor de organisator die zelfs een van de podia – dat van de dames – niet gevuld krijgt. De kraampjes van de kerstmarkt zien wel nog zwart van het volk als we ons huiswaarts begeven…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Sneller dan de sluitertijd van de camera… Foto 2: Jos Biets regelt het verkeer. Foto 3: Finish.)

zon 16/12/2018 11u * Beaufays Jogging de Noël * 10 km * 00:50:37 * 11,9 * 48/146 * 1/1 * ♥♥♥♥

De lucht is grijs, de temperatuur schommelt rond het vriespunt, de velden en huizen zijn bedekt met een sneeuwtapijt. Dit is Malaga niet onder een aangenaam zonnetje van 20 graden. Dit is Beaufays, op het plateau boven de Ourthe, ten zuiden van Luik. Ik krijg hier mijn tweede kerstmuts in acht dagen. Op het onvermijdelijke attribuut van de Jogging de Noël moeten we wel even wachten. Want in Beaufays zijn ze niet gehaast. We zijn er traditiegetrouw een dik uur voor de wedstrijd. Philippe Fourny en zijn dame zijn er ook al. En tijdopnemer Pierre Olivier. Maar de organisatoren moeten de inschrijvingstafel nog installeren. “Euh, hoeveel bedraagt het inschrijvingsgeld?” vraagt de juffrouw ons. We zoeken het even op, voor alle zekerheid. 6€ voor de twee wedstrijden. Als je er geen zin meer in hebt na een ronde, neemt Pierre je gewoon op in de uitslag van de korte wedstrijd. Er is bitter weinig volk in dat eerste kwartier. Ik verlaat de kantine voor een opwarming en een verkenning van de eerste kilometer. Als ik nog een kijkje ga nemen, een kwartiertje voor de start, blijkt het zaaltje plots volgelopen. De deelnemers, de meesten uit de buurt, hebben de laatste minuut afgewacht om zich in te schrijven. En ze zorgen er voor dat de start met een kwartier wordt uitgesteld.
Jean-Marie Chudyba, een van de weinige kennissen hier, heeft me gerustgesteld dat de loop voornamelijk op de weg is uitgetekend. Voor de start verneem ik van de speaker dat de twee rondes over een verschillend parcours worden gelopen met een passage aan de finish halfweg. Tot zover mijn parcourskennis. Ik start met muizenpasjes. We zijn op mekaar geperst in de beginmeters en het besneeuwde pad is glibberig. Maar zodra we de eerste bocht gerond hebben en aan een kleine rotonde honderd meter verderop gepasseerd zijn, is de weg vrij en kunnen we op wedstrijdtempo overschakelen. Dat doen ook een klad lopers achter me die me in de dalende eerste kilometer voorbijlopen. Van dan af zal ik maar één positie meer verliezen …in de laatste kilometer. We passeren nu aan een drukke rotonde langs de autoweg. We bereiken de eerste woonwijk via een mooi groen pad, vanochtend dus in wintertooi. Beaufays 2 Het loopt in groep al een stuk lekkerder dan daarstraks bij mijn verkenning. Op de asfaltwegen is de sneeuw zelfs al verdwenen, of zijn die wegen al vrijgemaakt? Ik loop zo’n 10 meter afgescheiden van de laatste lopers voor me. Achter me gaapt een grote kloof. Na mij mogen de auto’s door die hier op de kruisingen braaf moeten wachten tot de dames en heren joggers voorbij zijn. Na 2 kilometer – ik loop nog steeds in dezelfde positie – worden we linksaf gestuurd, een bosje in. Dat moet een domein zijn, een hekken is speciaal voor ons opengedraaid. Een jong mannetje voor me valt terug uit het groepje voor me. Hij kijkt voortdurend achterom. Om te zien of ik blijf volgen? Ja, dat doe ik. Ik neem even verder de kans te baat om hem voorbij te gaan. Hij sputtert nog wel even tegen maar moet na enkele honderden meters dan toch achterblijven. We maken een bocht door het domein. We lopen door een kasteelpark, neem ik aan. We nemen een bocht in de sneeuw langs een fraaie vijver. Voor ons ligt het kasteel. Welke stijl, vraag ik me af. Niet te verwonderen dat ik de bouwstijl niet meteen kan thuisbrengen. Het is immers een oude augustijnerabdij. Marie-Paule geeft het antwoord na de wedstrijd. Haar wandeling heeft haar dit keer naar een kerk uit de 17de eeuw geleid. Die bij het domein hoort. Ik ben verbaasd dat ik mijn trouwste fan hier onderweg opmerk. Maar u weet nu hoe ze hier is terechtgekomen. Ze heeft nog een flinke terugweg voor de boeg… en zal mijn aankomst missen. Nu, als je moet kiezen tussen de finish van deelnemer met nummer 2502 op plaats 48 en een bezoek aan een historische site (12de tot de 18de eeuw), is de keuze snel gemaakt. Hoe dan ook, ik haal nog een loper in (de jongeman met de kerstmuts op de foto) en nader op het gemengde duo voor me. Het parcours golft op en neer maar loopt langzaam op naarmate we de finish naderen. Waar er een tweede ronde wacht. Uiteraard gaat het reliëf hier in stijgende lijn, bedenk ik plots, de aankomstboog bevindt zich onder een watertoren. Als inwoner van Heukelom met zijn trotse bakstenen watertoren zou ik het moeten weten. Ik ben intussen het duo voorbijgegaan. De man roept me de juiste richting na als ik in een bochtige passage in een woonwijk tevergeefs zoek naar de roze pijl op het bordje en de oranje pijl op de grond. Er volgt een tweede moment van verwarring als ik, na de passage over de streep, op de kerstmarkt twijfel over het rondje dat we hier moeten afleggen. Het kost me enkele seconden die ik dan maar moet zien goed te maken in de tweede ronde.
Die begint hier. We volgen nog 200 meter het parcours van daarstraks en worden dan rechtsaf gestuurd door een woonwijk. Overigens moet op dit parcours niet veel gestuurd worden. Met uitzondering van enkele “hotspots” in het centrum en de twee passages over de rijweg in de aanvangsfase, is er nauwelijks verkeer in de wijken en volstaan de u inmiddels bekende roze en oranje pijlen. Liep de eerste ronde al door mooie woonwijken, de tweede ronde is een een tocht tussen grote, soms wel protserige villa’s. De bebouwing heeft hier een hap geknaagd uit het bos. Hoe groot de luxe langs de weg ook is, het asfaltpad zelf kan wel een nieuwe asfaltlaag gebruiken. Beaufays 3 De kas van de gemeenschap is duidelijk minder gespekt dan die van de villabewoners. Niet dat het mij hindert. De dalende lange rechte weg levert me niet alleen mijn snelste kilometer op maar ook nog enkele plaatsjes winst. Na de bocht naar rechts aan km 7,5 gaat het weer bergop. En zo blijft het met enkele rustpauzes op het vlakke tot aan de finish. Met klimpercentages van 0,5 tot 3 is het vechten om snelheid te houden. Die valt sowieso terug. Ik verlies in die tweede ronde zo’n 2 minuten, rekening houdend met de langere afstand van circa 700 meter. Dat belet niet dat ik op karakter nog bij de loper voor me geraak. Ik loop zelfs even zij aan zij met senior Sébastien Ninane. We steken samen de brug over de snelweg over, zo’n vijfhonderd meter van de plaats waar we aan km 5,3 de E25 in de andere richting hebben gekruist. In de verte ligt de Ourthe-vallei. Die blijft ons vandaag gespaard. Voor wie zin heeft in de 3 km-lange klim uit de vallei is er immers de CJPL-loop in Tilff. Er zitten nu wat meer bochten in de route maar achter die bochten blijft het evengoed klimmen. Er duikt nog één loper uit de achtergrond op, senior Gill Nelissen die ons meteen ter plaatse laat. Sébastien kan net een tikkeltje meer snelheid maken en neemt weer enkele meters afstand. Ik probeer nog enkele keren opnieuw in het spoor te komen maar moet dan toch een zevental seconden toegeven. Achter me loert geen gevaar meer. En de klim is me net dat tikkeltje te zwaar om nog te versnellen. Het is ook goed zo. Uiteindelijk is plaats 48 ook goed genoeg voor een nipte vier hartjes-quotering. Mijn totaaluitslag, binnen de anderhalve minuut van Béatrice Kevelaer en Eric Joway, geven de doorslag. In de laatste tweehonderd meter, als we de rechte rijweg verlaten, is het nog even opletten om de juiste route te vinden tussen de geparkeerde auto’s, een smal paadje en een gladde bocht voorbij Pâtisserie Hardy. Daar is Trakks-boog en de streep.
Een warme wijn – aangeboden door de organisatie – en een broodje raclette verder, zijn we alweer op weg naar huis. Het is intussen 3 graden. Bij Pâtisserie Hardy hebben we een eclair uitgehaald voor het vieruurtje.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Van de Abbaye weer op weg naar het centrum van Beaufays. Foto 2: Het zit erop.)

zat 22/12/2018 19.45u * Hannuit Corrida * 10,2 km * 00:47:56 * 12,7 * 180/408 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik heb blijkbaar iets met de Corrida van Hannuit. Voor de vierde keer aan de start, de laatste jaren twee maal op rij. Ongewoon voor iemand die variatie najaagt in zijn wedstrijdagenda. Jean-Pierre Immerix is dan ook verbaasd als hij hoort dat ik dit jaar opnieuw meedoe. En hij springt graag mee op de kar. Euh, ik bedoel, hij springt mee in de auto en maakt zo voor het eerst kennis met de rondjesloop in het Waals-Haspengouwse stadje. Waarom kom ik hier vaker dan elders? De datum ongetwijfeld: in deze periode van het jaar is het wedstrijdaanbod al wat beperkter. En ik kan wel genieten van rondjes draaien in de feestelijk verlichte stadsstraten. Er is hier altijd veel volk, net genoeg voor de gezelligheid en niet te veel om elkaar niet voor de voeten te lopen. Waremme Corrida De loop zelf op een vierkant (met één verkreukelde zijde) biedt ruimte voor snelheid en is voldoende verlicht. Een korte donkere strook van 150 meter tussen de stad en de ringweg buiten beschouwing gelaten. De organisatie is vlekkeloos: de politie sluit alle autoverkeer af, er is een overvloedige prijzentafel voor de winnaars en een toptombola. In de grote markthal vindt iedereen makkelijk plaats. De lopers en fans blijven hier in groten getale aanwezig in de hal, waarschijnlijk vanwege de tombola. En tenslotte – mijn tijd vanavond zal het bewijzen – het parcours ligt me. Lange rechte stukken, heel licht golvend. Naar de winkelstraat toe met een zachte stijging, van de stad naar de aankomsthal met een even zachte daling.
Ik sta verscholen in de massa van meer dan 800 deelnemers (voor de twee wedstrijden). Rechts van me staat een zeventiger, Pierre Hulsmans uit Zonhoven, met wie ik straks ook het podium mag delen. Links word ik geflankeerd door… een communicant. Althans, zo noemt hij zichzelf. Jean-Pierre Immerix kijkt met kinderlijk ongeduld uit naar de start van de wedstrijd nadat hij voor het eerst in zijn dertigjarige carrière een competitiepauze van zes weken heeft moeten inlassen. Het vertrek verloopt deze keer redelijk vlot, alhoewel we ons in het midden van het pak afvragen of het fluitsignaal ook het startsignaal is. Dat blijkt zo te zijn. Ik kan mijn Garmin deze keer wel op tijd aan de praat krijgen. Na een aanloopstrook van 400 meter passeren we een eerste keer in de overdekte markthal waar de aankomst ligt. Door het gedrang vlak na de start is de eerste halve kilometer meteen de traagste van de wedstrijd. Eens de kronkels voor, in en achter de hal voorbij, kan ik op kruistempo overschakelen. Daar verliest Jean-Pierre me ook uit het oog, vertelt hij me later. Hoewel dit ook te maken zal hebben met de duistere passage tussen de toortsen die de rand van de weg markeren.
Het parcours is tot op de centimeter identiek is aan dat van vorig jaar. Een minutieuze beschrijving bevindt zich in de stilaan uitpuilende archieven van Groetum. Ik bespaar jullie een copy-paste van mijn verslag van de vorige jaren. Een compliment aan organisator, Raymond Demaret, wil ik wel nog eens graag herhalen. Het verhaal van de wedstrijd is er een van het passeren van tientallen, meestal onbekende collega’s. Hannuit 2 Daar is Dominique Bertrand, die later op de avond met de tombola-mountainbike van sponsor Muselle naar huis zal trekken. En het is een verhaal van zelf voorbijgesneld worden door de toppers. In de tweede ronde is daar de zwarte winnaar Bernard Kipkorir, na een minuut gevolgd door Arnaud Dely. Nog even later de gebroeders Noël, dit keer niet zij aan zij. In de hal, voor mij het begin van de derde ronde, stoomt een groepje me voorbij met Patrick Philippe en Dominique Noël, de vader van Enzo en Adrien. Tussen de volgende lopers van de toptwintig herken ik de Vlaamse “gastlopers” Chris Wouters en Tom Partoens. Tom kan me nog net voor de streep, in de laatste meters van zijn loop, bij de lurven vatten. Chronorace bezorgt ons geen rondetijden. Ik ben dus aangewezen op de interpretatie van mijn Garmin-gegevens. Maar ik denk dat ik niet ver van de waarheid zit als ik beweer dat ik mijn rondetijden – rond de 11:30 op bijna 2,5 km – telkens heb verbeterd. Dit was nochtans geen doel op zich. Alleen in de laatste ronde heb ik het pedaal verder ingedrukt en kan ik nog bijna een halve minuut afknijpen van de derde rondetijd. En ik zie maar een loper terugkomen uit de achtergrond. Jean-Pierre moet een minuut per ronde toegeven. De tweede ronde gaat hem het beste af, in de laatste is het vet van de soep. Pierre heeft per kilometer een minuut meer nodig. De zachte temperatuur heeft blijkbaar een weldoend effect gehad op mijn benen.
Het is even wachten op de prijsuitreiking en de tombola. Maar de Leffe smaakt, zegt Jean-Pierre, na zes weken onthouding…

(Foto 1: Archieffoto van La Province.be: Corrida Waremme. Foto 2 van Marie-Paule: Onderweg op de Rue Albert 1er.)