Maandelijks archief: maart 2016

Seraing

maa 28/03/2016 15.15u * Seraing (Challenge Province de Liège) * 10,5 km * 00:49:24 * 12,8 * 119/378 * 2/20 * ♥♥♥♥

De regen hebben we gehad tijdens de autorit naar Luik, hopen we, als we ons opwarmen op de glimmende, blauwe tartanbaan van Seraing Athlétisme hoog boven de grauwe industriële gordel langs de Maas. De Jogging de Pâques vertrekt vanuit een nieuwbouwwijk aan de rand van het Bois de la Vecquée. In dit bos is een relatief makkelijk parcours uitgetekend waar alleen enkele modderige passages en het oplopende reliëf in de eerste kilometers de snelheid kunnen drukken. Seraing 1 In het bos zullen we nauwelijks last hebben van de wind die enkele Strava-vrienden ’s ochtends op training heeft gegeseld. Philippe Gheury waagt zich hier aan zijn eerste competitiekilometers na zijn voetbreuk opgelopen bij een werkongeval. Hij beëindigt de korte wedstrijd zonder problemen, weliswaar in een gezapig tempo samen met Paul Rihon. Die loopt de 4 km als opwarming voor het grote werk. Anderhalf uur later zal hij zonder tegenstand de V3-categorie winnen. Bij de inschrijving maak ik ook kennis met Raf Clerinx, naam- en dorpsgenoot van mijn lieftallige echtgenote. De laatstejaarssenior eindigt vooraan in het peloton, op plaats 16 in 40 minuten.
Er is ruimte genoeg op de atletiekbaan voor de start van de bijna 400 deelnemers. Na driekwartronde op het zijdezachte tartan is het wel even drummen in de bocht naar een bospad op fijne kiezelsteentjes. Een goede kilometer verder komen we op de enige asfaltstrook van het parcours – 300 meter op de Avenue de l’Europe die we bij het begin en op het einde van het parcours zullen afleggen. De weg loopt hier flink omhoog. Na anderhalve kilometer draaien we rechtsaf opnieuw het bos in voor een lus van 7,5 kilometer. De brede bospaden blijven nu licht klimmen, met pieken tot 3,5%. Ik haal al vlug Richard Mathot in die dit jaar niet echt vlot op gang komt en voorlopig niet meespeelt in de strijd van de oude knarren. Ik heb snel een voor mij comfortabel ritme gevonden maar hoed me voor een versnelling om Claude Herzet die kort voor me loopt in te halen. Na 2,5 km ben ik in mijn tempo tot bij mijn gemeentegenoot gekomen. We zullen in elkaars gezelschap en met Jean-Luc Letellier de volgende kilometers afmalen in het aangename decor van het bos waar de lente nog niet echt is doorgebroken. Veteraan 2 Georges D’Hoey die aanvankelijk ook bij ons is, heeft enkele meters voorsprong genomen. Na 5 kilometer ligt de lange klim achter ons. Net als we door een boomloze strook in het bos lopen krijgen we een regenbui te verwerken. Is de weersverwachting van Claude – we zullen in de stralende zon lopen, maakt hij zich sterk voor de start – dan toch te optimistisch? Maar de regen en de windvlagen houden het niet lang vol. Wij moeten nog een vijftal kilometer volhouden. Dat lukt mij blijkbaar beter dan Claude. Hij versnelt wel in de eerste dalende meters maar net als ik verwacht dat hij me zal lossen, gebeurt het tegenovergestelde. Ook Jean- Luc en Georges blijven achter. Ik haal nu ook nu pas de ranke Rachel Nibona in die kilometers voor ons uit heeft gelopen. Seraing 2 Het parcours gaat nu voornamelijk in dalende lijn. Ik voel me goed genoeg om het tempo wat op te trekken. Nog één man gaat me voorbij. Zijn naam, David Frison, moet ik later in de uitslag opzoeken. Ik herken hem van vorig jaar in Héron waar hij ook in het tweede deel van de wedstrijd kwam opzetten. Ik probeer opnieuw in zijn spoor mee te gaan. Vorig jaar moest ik me in felle tegenwind al vlug gewonnen geven. Ik heb deze keer vertrouwen genoeg om het opnieuw te proberen. Ik blijf op een tweetal meter hangen maar slaag er wel in die afstand vast te houden. De kilometers gaan voorbij. We stuiven door de bochten, houden ons staande in de modder her en der, vermijden de takjes en steentjes op onze weg. Telkens hij een concurrent voorbijgaat kom ik opnieuw in zijn spoor. Manon Liégeois (vierde dame) probeert ons nog te verschalken door een bocht af te snijden tussen de bomen maar is er een halve kilometer later toch aan voor de moeite. Een aantal lopers die me in het begin van de wedstrijd met veel bravoure zijn voorbijgegaan, bekopen hun aanvalsdrift. Op de nu dalende asfaltstrook van de Avenue de l’Europe schroef ik het tempo nog wat op. Maar het ziet er niet naar uit dat er nog een concurrent uit de achtergrond zal opduiken. Ik volg het voorbeeld van David en loop dwars door de plas waar we bij de opwarming nog netjes omheen liepen. We beginnen hier aan een strook van 700 meter over een bospad dat met fijne kiezeltjes bestrooid is. Dat stuk hebben we al in het begin van de race onder de voeten gekregen. Ik heb deze strook, althans een gedeelte, al tijdens mijn opwarming op tempo afgelegd. De meters tellen hier dubbel, zo fel zak je weg in de ondergrond. Vraag het maar aan Pasquale Ruberto die hetzelfde gevoel verwoordt na de finish. De kloof met David is gegroeid tot zo’n 10 meter. Dichter zal ik niet meer komen maar ik win wel nog plaatsen op andere lieden die nog meer tegenstand ondervinden van het kiezeltapijt. Nog een klimmetje en een gladde bocht in de modder voor we weer op de atletiekbaan uitkomen. Weer een plaatsje gewonnen. Met een versnelling in de laatste meters op de piste kan ik alsnog net achter David eindigen. “Bedankt voor het tempo” klop ik hem op de schouders. Meteen weet hij ook wiens adem hij die hele tijd in het bos in de nek voelde. Ik ben heel tevreden over het gevoel in de benen maar toch lichtjes ontgoocheld over het gemiddelde. Jammer dat ik niet de 13 per uur kon halen. Het stijgende eerste deel, de modderstroken in het bos en het kiezelpad op het einde waren dan toch net te zwaar, zo lijkt het.
Seraing 3 Ik krijg felicitaties van Djamel Belgomri van de plaatselijke club. Nog iemand die de dagen aftelt naar de marathon van Rotterdam volgende zondag. Na de wedstrijd zorgen Willy Cuipers en zijn vrouwtje voor heerlijke Luikse wafels, het geschenk van de organisatie voor alle deelnemers aan deze dertigste editie. We verlaten de drukke zaal na een half uurtje. Wat te snel, stel ik later vast, er lag nog een prijs op me te wachten.

(Foto’s 1 en 2 van Pierre Jadot. Foto 1: Raf Clerinx rechts vooraan in het geel-groen. Foto 2: Geconcentreerd in het spoor van David Frison. Foto 3 van Marie-Paule: Van links naar rechts: uw dienaar, Georges D’Hoey, Pasquale Ruberto en Claude Herzet.)

Tihange

zon 20/03/2016 10.15u * Tihange (Challenge condrusien) * 12,8 km * 01:04:22 * 11,9 * 123/388 * 5/16 * ♥♥♥♥

Na mijn ongelukkige ervaring vorige week in Theux sta ik deze keer met een gerust gevoel klaar voor de start van mijn tweede Condrusien-deelname van het jaar in Tihange. Juist, het dorp van de kerncentrale in de Maasvallei aan de poort van Hoei. Ze zijn best wel indrukwekkend, de koeltorens van de centrale. Dat denkt ook Bert Ernest als hij Tihange binnenrijdt en nog een fotootje wil nemen met zijn smartphone, kwestie van een herinnering te hebben aan een van zijn vele sportieve uitstappen in het Luikse. Even verder wordt hij klemgereden door een wagen van een beveiligingsfirma van de centrale. “Verboden terrein” klinkt het, “gelieve de foto’s te wissen”. Zijn outfit en sportief uiterlijk redden Bert van verder onderzoek en hij krijgt nog een “Bonne course!” mee van de bewakingsagent. De eerste bekende die ik ontmoet is Armand Pirotte, in “burgerkleding” vanwege een blessure. Samen met zijn echtgenote is hij hier om zoon, schoondochter en de drie kleinkinderen aan te moedigen. Gaetano Falzone, voorzitter van het organisatiecomité, is er natuurlijk ook, zij het op krukken na een meniscusoperatie.
Scheurtjes in de reactoren, gevaar voor de volksgezondheid? De joggers laten het niet aan hun hart komen en zijn met bijna 600 present voor twee afstanden. Die massa zorgt voor opstoppingen in de eerste kilometers. Na 200 meter bereiken we al de eerste landmark van deze loop. We maken een lus door het park van het Château Springuel. Jos Biets geeft me nog een aanmoediging mee als ik links opdraai voor de eerste meters van een klim die een kleine 2 kilometer zal duren. Het pad heet dan wel “ruelle” (steegje) maar voelt aan als een bospad. Ik zit hier nog steeds opgesloten in de lange sliert lopers. Goed om niet te voortvarend van start te gaan maar het oponthoud kost me waarschijnlijk wel de luttele seconden die ik nodig had voor een eindgemiddelde van 12. Na twee kilometer is er eindelijk wat ruimte om op te schuiven. Het uitgerafeld asfaltwegeltje gaat snel weer op onverhard over. Een haakse bocht en het is weer zigzaggend klimmen en dalen op een paadje van 50 centimeter. In de beklimmingen houd ik in om in de afdalingen – voor zover dat zonder gevaar voor mijn oude knoken kan – weer wat terrein goed te maken. Aan km 4,5 zijn we al aan het tweede kasteel op onze weg, het Château de Bonne Espérance. Met dank aan de uitstekende relaties die de organisatoren van deze challenge hebben met de kasteeleigenaars. Even verder kruisen de deelnemers elkaar maar ik zie geen bekenden. Ik ben dus nog steeds in het ongewisse over de positie van Noël Heptia. Intussen is de wedstrijd al voorbij voor Jean-François Thirion. “Jeff” heeft last van zijn enkels en laat zijn concurrenten in de top van de veteranen 2 lopen. Aan de Rue du Petit Bois aan km 5,5 haal ik Sarah Robinet in. Ze is bezig aan haar wekelijkse Foulées du Plaisir (Stappen van plezier). Zo heet de plaatselijke club waar ze deel van uitmaakt. Samen met vader Frédéric. Die zet wel grotere stappen en haalt de achttiende plaats in de totaaluitslag. Opletten in de bocht voor een smalle overgang over een beekje, een brede plank. Het is een van die punten die je je ook nog na enkele jaren herinnert. Mijn twee vorige deelnames dateren al van 2010 en 2011.
Tihange 1 Voorbij de bevoorrading aan km 6 onder het viaduct van de Rue des Neuf Bonniers waar we na een lus van 1,7 kilometer weer zullen voorbijkomen, hebben we een machtig uitzicht op de verguisde kerncentrale. Een scherpe afdaling en dan een bocht naar rechts: we zijn nu op weg naar de Ferme de la Neuville, ook al een historisch gebouw uit de 16de-17de eeuw. Voor we zover zijn, ben ik bij Dominique Bertrand gekomen die mij voor alle duidelijkheid meldt dat hij niet “à fond” gaat. Op 80-85% van zijn maximale hartslag, preciseert hij ten overvloede in de kleedruimte. Sommigen zijn heel professioneel bezig met hun hobby. Ik volg gewoon mijn gevoel en kijk, ik haal ook Roger Van Langeveld in. Die geeft geen verklaring voor zijn tempo maar houdt het bij een vriendelijke groet. De modderige aanloop naar een vleugel van het gebouw is “geplaveid” met stro. Een nieuweling in het circuit, Jean Tempels (zie einde van dit verhaal), kent de charmes van deze challenge niet en weet nog niet dat het parcours in echte condrusien-traditie dwars door een koestal loopt – vandaag weliswaar zonder koeien.
Op het einde van de minilus van 900 meter rond de hoeve zie ik dat ik die hele afstand voorsprong heb op Carine Munaut. In de moddercross van Modave ging ik haar nochtans pas in het tweede deel voorbij. Niet slecht bezig, kwoteer ik mezelf. Daar zie ik nog een loper in rode uitrusting. Dat zou wel eens Noël kunnen zijn. Ik kom snel korter bij en haal hem in op een van de stijgende stroken aan km 7,5. Tihange 1 We zijn hier begonnen aan de tweede grote helling van de dag, in het totaal weer twee kilometer lang. Een korte groet aan Noël die antwoordt: “Lulu est là devant” “Qui?” hijg ik. “Lucien Collard”. Ah, een verse veteraan 3. Ik probeer het tempo te verhogen maar het is harken op het brede en stenige rotspad. 11 per uur in de negende en de tiende kilometer. Ik nader met mondjesmaat. Lucien is vandaag taaier dan ik dacht. Ik ben nu op 20 meter genaderd van de Luikse turnleraar met de ogenschijnlijk soepele tred. Ik moet nog even uitwijken voor een paard met ruiter dat dwars gaat staan maar ook zonder de hinderende viervoeter zou ik Lucien niet hebben kunnen bijbenen. Er gaan me enkele collega’s zoals “aînée 2” Françoise Debaty voorbij. In een tussentijdse afdaling neemt Lucien meer afstand. ik zie hem pas terug na de finish voor de traditionele “après-course foto” van Marie-Paule. De elfde kilometer waar we volgens het hoogteprofiel in theorie al aan het dalen zijn is een smalle, met boomwortels doorsneden, irritante strook waar de parcourstekenaars in deze challenge op geilen. Hier snelheid halen is voor mij alleszins een onbegonnen zaak.
Een asfaltweg wijst op het naderen van de bewoonde wereld. Maar mijn benen hebben de grootste moeite om een stuk vals plat klein te krijgen. Mijn collega’s hebben het al niet makkelijker en ik kan nog enkele plaatsjes winnen. Op de afdaling naar de aankomst kan ik er nog eens de pees opleggen . De laatste twee kilometers leg ik af met een gemiddelde rond de 4’15”. In de bochtige afdaling in het park van het Château Poswick – dat overigens niets heeft van de grandeur van het gelijknamige kasteel in Kanne – probeer ik tevergeefs mijn voorganger Raphaël Depouhon nog bij de lurven te vatten. Voor we door de poort naar de finishlijn lopen aan het voormalige Maison Communale krijg ik van Armand in “real time” mijn positie door, vijfde bij de veteranen 3. Rosario Ilardo – in bloedvorm – eindigt onder het uur als eerste veteraan 3.
Na de aankomst worden we verrast met een glaasje (een bekertje) champagne (of is het cider?) en paaseitjes ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de wedstrijd. Het effect van de weldadige warme douche gaat snel verloren in de ijskoude kleedruimte buiten onder een zeil. Een half uur later kan ik me, zo goed en zo kwaad als het gaat, opwarmen in het Gymnase dat zijn ouderdom niet meer kan verbergen. Hoog boven ons uit tronen de prijswinnaars van de dag. Bij hen Jean Tempels, veertiende overall en derde bij de veteranen 1. De gelauwerde zestigers en de zeventigers hebben moeite om het hoge podium te beklimmen en zich daar staande te houden. Ik zit gelukkig beneden… achter een reuze pain-saucisse. Om 1 uur verlaten we het Maasdorp en bereiken na een heerlijk Thais intermezzo in Waremme weer de thuishaven.

(Foto 1 van Pierre Jadot : Op het smalle bospad, voor in het groepje Dominique Bertrand, als laatste in het rood Noël Heptia. Foto 2 van Marie-Paule: Met Lucien Collard.)

Teleurstelling in Theux

Theux

Zondagochtend: het is zonnig en ik heb wel zin in een vijftigtal minuten competitie op het uitdagende parcours van Theux (Challenge Province de Liège). Mijn eerste en enige deelname dateert al van het millenniumjaar 2000. Ik ben ruim op tijd ter plekke en heb tijd zat voor mijn gebruikelijke opwarming van een half uur. Door de grote toeloop heb ik mijn wagentje moeten achter laten langs de grote weg op een halve kilometer van de start en ver van de start- en aankomstzone.
Ik heb nauwelijks mijn trainingsjasje uitgetrokken om me naar de start te begeven of ik zie politie op de motor en een uitgestrekte meute over de rijweg in mijn richting komen. Dit kan niet waar zijn! De wedstrijd is al gestart, het op de officiële CJPL-site aangekondigde startuur klopt niet. Even verder zie ik het beteuterde gezicht van de Maasrunner die toevallig achter me geparkeerd is. Hij bevestigt het startuur van half twaalf. Als verstekeling in de voorste gelederen meeglippen? In geen geval! De wedstrijd opvatten als een trainingsloopje? Daarvoor ben ik te ontgoocheld en te kwaad.
In arren moede sluit ik dan maar aan bij het peloton voor de lus van twee kilometer door het centrum naar de eerste passage over de finishlijn waar mijn twee meegereisde fans zich vermoedelijk hebben opgesteld. Ik maak met een kruisgebaar duidelijk dat ik uitstap. En houd me aan mijn voornemen ondanks de aansporing van Marie-Paule om er dan maar een training van te maken. Maar de teleurstelling is te groot. 10 minuten later stap ik in de auto en rij in gestrekte vaart terug naar Heukelom.