Maandelijks archief: oktober 2017

Oreye (Challenge hesbignon)

zon 29/10/2017 10.15u * Oreye (Challenge hesbignon) * 9,6 km * 00:46:31 * 12,4 * 123/300 * 10/28 * ♥♥♥

Na mijn forfait voor de loop in Moha ben ik voor het eerst in lange tijd weer in Hesbignon-gezelschap hier in Oreye. Jos Biets wil zelfs mijn nummer controleren bij de inschrijving. “Zo lang hebben we je al niet meer gezien” grapt de Truienaar. In het peloton loop ik drie kennissen tegen het lijf die ik ook al vele maanden niet meer heb ontmoet: Jean-Marie Haekens, Benny Claes en Armand Pirotte. Die laatste zal nog een rol spelen verderop in dit verslag. De chip heb ik alvast op mijn (bijna) nieuwe Brooks-schoenen geknoopt. In de uitslag zal ik dus wel voorkomen. Op welke plaats, dat zal mee bepaald worden door de reactie van de blessure in de bil. Volgens fysio Christophe zou een van de adductoren de boosdoener zijn. Ik warm op in het spoor van twee toppers, Beny Stulens en Frankie Verluyten. Beide heren maken zich zorgen over de wind die hier op het Haspengouwse plateau hevig te keer gaat. Ze maken overigens hun reputatie waar: Benny wordt achtste en eerste veteraan 1, Frankie staat op het derde trapje van het grote podium. (Hoe je zover geraakt, lees je misschien in zijn blog. Te vinden in de rechterkolom boven.) Maar veelwinnaar Jo Vrancken is ook vandaag niet te vermurwen.

Lees verder →

We mogen eerst nog even genieten van een korte afdaling voor we meteen de lange klim uit Oreye aanpakken. Ik vertrek voorzichtig, deels uit noodzaak om niet meteen in ademnood te geraken, deels om de reactie van mijn bil te testen. Terwijl ik in de eerste meters van de klim nog even met Ianthe Bauduin nababbel over de Ladies Night Run in Tongeren van gisteravond, hou ik de bewegingen voor me in het oog. Armand Pirotte en Noël Heptia zijn samen vertrokken en hebben op een diefje zo’n twintig meter voorsprong bijeen gesprokkeld. Die zal ik later weer moeten proberen goed te maken. Maar dat is werk voor zo dadelijk als we de tumulus langs de rijweg hebben gerond. Ik kan meteen na de 1,2 km lange klim het tempo opdrijven en doe dat met enig vertrouwen nu ik voel dat de rechterbil haar voorzichtige goedkeuring geeft. Ik maak nu wel wat plaatswinst maar mijn collega’s voor me doen dat nog beter. En zo is mijn achterstand ik het kasteelpark van Otrange nog wat verder opgelopen. De ochtenddauw is nog niet volledig opgedroogd op dit vroege uur. Het gras en het deksel van een veerooster zijn nog glad zoals een loper in blauwe shirt voor me mag ondervinden. Oreye 1 Hij glijdt uit, maar is even snel weer recht. Een nieuwe slipper honderd meter in het donkere bosje achter het park kan hij nog net op tijd corrigeren. Voor mij een nieuwe waarschuwing om de blik gericht te houden op het bladerdek. We komen weer in het licht, voorlopig nog op het onverhard tot we weer asfalt onder de voeten krijgen bij het naderen van het dorp Otrange. Dat is Wouteringen voor wie dit liever hoort, deel van Oerle. En Oerle is gewoon Oreye. Na 3 km – nog in de straten van Otrange – dient zich de tweede klim aan. Ook Peter Dufaux is sneller gestart dan ik, ik ga hem hier voorbij. Achter een bocht naar rechts begint het klimwerk pas goed. Daar is Lucien Collard. Voor mij het sein om even door te duwen. Lucien ziet me met de glimlach langskomen… en klampt aan. Alleszins de eerste hectometers. Hij zal een anderhalve minuut toegeven. We zijn nu in open veld waar ik vrij zicht heb op de sliert lopers voor me. En kan dus mijn opdracht voor de volgende kilometers precies inschatten, lees hoeveel meter ik moet goed maken op Noël en Armand. Noël kan het tempo van Armand niet volgen en zal dus mijn eerste doelwit worden. Of neen, dat wordt Mario Smolders, zo’n tiental meter voor me. We draaien in oostelijke richting. Met de wind op kop zou grote Mario wel de ideale windvang zijn voor me. Ik zal nog vijfhonderd meter ruilverkavelingsweg nodig hebben om de man uit Kerkom bij te halen. In een bocht na 4,3 km. Ik weet het nog precies en wie mijn verhaal niet gelooft checkt maar eens de flyby van Strava. We lopen zwijgend en hijgend naast elkaar tot aan de bevoorrading waar ik mijn gezel uit het oog verlies.
Het daalt nog even tot op het laagste punt van het parcours. Het is zompig hier in de vallei van de Jeker maar wij blijven gelukkig op de weg in beton. Dat beetje modder en de plassen nemen we er maar bij. Het blijft even vlak in het oosten van Otrange. (Al klinkt de aanduiding “oosten” wat pretentieus voor het kleine dorp.) “La boucle”, de lus van Oreye loopt dus eigenlijk rond Otrange. Maar zolang die van Wouteringen geen bezwaar hebben tegen de naam van de loop… Het is anderhalve kilometer geleden dat we nog hebben moeten klimmen. Tijd dat we die loopgekken nog eens een helling opjagen, moeten de parcourstekenaars gedacht hebben en na een rechtse bocht is het weer zo ver. Voor me zie ik een helling van verscheidene hectometers maar ik heb geen idee van wat achter die bocht verderop ligt. Het is een van die typische Haspengouwse heuvels, rond de 3%. Voor mij lijkt dit deel van het parcours nieuw. Terwijl ik dacht dat het rondje van Oreye na vier deelnames geen geheimen meer inhield. Overigens bevestigen andere bronnen dat de omloop licht gewijzigd is door wegwerkzaamheden hier in de buurt. Hoe dan ook, als ik Noël wil inhalen, zal het hier moeten gebeuren. Ik ga al meteen voorbij Stefan Meekers die ik in de vallei voor het eerst heb opgemerkt. Zoals zijn clubmakker Mario speelt hij hier ook reclameman voor de jaarlijkse estafette van de Speelhofrunners. Ik lees even de “gazet” op zijn rug en begeef me verder op weg naar Noël. De afstand tot de Seraingloper vermindert snel. Ik zie dat Stéphane Riga (was die misschien bij Armand?) heeft afgehaakt en verder gaat met het groepje rond Noël. Ik schakel nog een tandje bij en op de top, in de linkse bocht na bijna 6 km, ben ik genaderd op 1 (zegge en schrijve één) meter van mijn categoriegenoot. Ik zal nog een halve kilometer nodig hebben om die ene meter dicht te lopen. Hoe komt dat? Wel, om te beginnen, die ene meter wordt snel weer vijf meter. De wind blaast hier pal in het gezicht. Noël loopt in een groepje met een jonge man in het blauw, Olivier Dotrimont, die schijnbaar haas speelt. Hij port Noël aan om zijn spoor te kiezen en zo nemen de twee weer wat meer afstand. Verdorie, moet ik het tegen twee man opnemen! Tussen haakjes, Noël loopt de laatste tijd met een merkwaardig petje dat mij een beetje doet denken aan het hoofddeksel van Tchantchès, een personage uit de Luikse folklore. Kijk naar de lange man in het rood op foto 1. Wie mij overigens ontdekt op die foto mag het antwoord sturen naar de redactie van Groetum. Schiftingsvraag: waar is Lucien Collard? De winnaar mag meehelpen een grote fles Gouden Carolus soldaat te maken. Maar terug naar de wedstrijd. Ik geraak dan toch voorbij. Noël begroet me met “Ah, Paul”. Wie hij bedoelt, is Paul Rihon. Maar die loopt verder vooraan met Armand Pirotte, hoor ik later. “Oh, Willy!” zet hij zijn vergissing recht. In het groepje zijn er voortdurend verschuivingen. Christian Gérard loopt me in de volgende kilometers wel drie keer voorbij en laat zich dan weer afzakken. Ook Stéphane Riga maakt die van die jojo-bewegingen. Opnieuw in de verspreide bebouwing van Otrange, het noorden ditmaal. Ze zijn hier echt de bultjes in het landschap gaan opzoeken, eerst kort bergaf dan weer kort bergop.
Nu vraagt de aandachtige lezer zich ongetwijfeld af waar Armand Pirotte is gebleven. Wel, dat heb ik me zelf ook enkele keren afgevraagd tijdens de wedstrijd. Ik moest in de verte op zoek naar een donker shirt met lange witte mouwen. Die mouwen horen bij een tweede trui die Armand, blijkbaar beducht voor de koude wind, had aangetrokken. Oreye 2 “Te warm gekleed” puft hij na afloop. En een herkenningsteken voor je achtervolgers, denk ik erbij. Maar het heeft niet mogen baten. De voorsprong van 100 meter die hij had in de bocht aan km 4 – mijn laatste duidelijk meetpunt – heeft hij niet meer afgegeven. Eenmaal warm gedraaid heb ik wel ongeveer hetzelfde tempo kunnen draaien als mijn opponent maar die was sneller op toeren in het begin. Zei hij me niet voor de start dat zijn voorkeur de laatste tijd uitgaat naar baanwedstrijden op korte afstanden? Vandaag verzilvert hij de gewonnen snelheid in een stratenloop. Bijhalen zal niet lukken, dan maar proberen zo dicht mogelijk te eindigen. De grootste uitdaging van de dag komt eraan, 500 meter met de steilste strook eerst. Misschien kan ik daar nog iets forceren. Eerst nog door een ruilverkavelingsweg met de mooie naam “Rue Bois Dam’Zel” waar fotograaf Jo Defrère ons voor de tweede keer op de korrel neemt. Ditmaal sta ik wel volledig op de foto en perfect belicht met de flits. Mijn beklimming is allesbehalve flitsend. Maar de 9,5 km/uur die ik nog uit mijn vermoeide lijf haal, brengen we plots wel dichter bij mijn doelwit. De loper langs me pept me nog even op. Dank je, Kosta Sifakakis. Maar ondanks een 4’02″/km in de afdaling blijf ik hangen op 15 seconden. Nog een bocht, de laatste rechte lijn gaat nog stevig omhoog. Het is nu overleven tot aan de boog. Want daar is de finish blijkbaar. Ik meen me uit het verleden een aankomst te herinneren binnen in de sporthal. De laatste moeilijke meters. Veel snelheid heb ik niet meer. Stéphane Riga gaat me met lange halen voorbij. Hij doet dat niet zonder me nog wat aanmoedigingen toe te sturen. Ik krijg een schouderklopje van Jos Biets bij het overschrijden van de streep. Dat heb ik wel verdiend. Beter nog, dat hebben “we” verdiend. We, dat zijn Armand, Noël en uw dienaar. “Nous avons toujours la tête. We willen wel, meer dan de jongeren. Mais nous n’avons plus les jambes. Maar de benen willen niet meer mee.” Zo hoort u het ook eens van een ander, Armand met name.
Na de douche drink ik nog een Leffe aan de tafel van Alken, in het gezelschap van de “running doctors” Bea Strouwen en Marc Buttiens en mijmer met veteraan 3, Romain Uitdebroeks (vandaag derde) na over betere tijden. Dan vertrekken we naar het verre, euh nabije Limburg.

(Foto’s van Jo Defrère. Foto 1: Armand Pirotte links en Stéphane Riga groeten de fotograaf op de afdaling naar het kasteel van Otrange. Foto 2: Nog 2 kilometer. Op weg naar de moeilijkste klim van de dag.)

← Toon minder

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 22/10/2017 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,6 km * 00:42:42 * 12,1 * 83/192 * 4/9 * ♥♥♥

Het is enkele weken stil geweest op jullie vertrouwde blog. Alleen de Strava-gegevens sijpelden door naar de openbaarheid. Voor de kenners voldoende om de oorzaak te raden van mijn afwezigheid op het net. Ik heb me een drietal weken moeten beperken tot wandelingen en trainingen in slow-motion. Het gevolg van een hamstringblessure waarschijnlijk opgelopen tijdens de “Don Bosco” een maand geleden. Ik durfde het waagstuk van Slins, een week later, om toch te starten ondanks de pijn, niet herhalen uit schrik de kwaal nog te verergeren. Het kneedwerk van kinesist Christophe en de rustige aanpak hebben geloond. De laatste training op vrijdag gaf me de bevestiging dat ik een sneller tempo zou overleven. Uiteindelijk heb ik maar één geplande wedstrijd, in Moha, moeten missen.

Lees verder →


Naar Stembert dus, voor de tweede keer dit jaar. Op een ander parcours, met vertrek aan het voetbalveld Lejoly, hoger gelegen dan de startplaats van de voorjaarsloop. Het kan daar trouwens nog hoger zoals ik in de wedstrijd zal ondervinden. Na mijn eerste deelname in 2014 had ik het parcours al aangestipt als een van de mooiere in het circuit. De datum is verplaatst van begin september naar de herfst. En herfst is het boven Verviers: wind, killige temperatuur en motregen. Ik hou me dan ook wat langer dan gewoonlijk schuil in de kantine. Waar ik al meteen op twee kennissen val, Roger Dosseray en Raymond Jungblut. Die laatste geeft echter de voorkeur aan de trail van 24 km die een halfuurtje voor ons van start gaat. Ik hoor hier ook Nederlands. Even geïnformeerd. Een van de jonge gasten die voor de trail naar hier zijn afgezakt, blijkt een Riemstenaar te zijn. Tom Martens. Het is de eerst keer dat ik hem ontmoet. Verwonderlijk, temeer omdat hij ook nog eens in Kanne traint. Hij doet het uitstekend met een gemiddelde van 11 per uur. Met Bert Ernest is onze gemeente met drie man vertegenwoordigd in het land van Verviers. Naast me maakt Thierry Fettweis zich klaar voor de loop. Ik ken hem als de man met het snorretje en het hondje. Het snorretje heeft hij nog altijd. Het hondje, dat al de eer had in een van mijn verslagen te figureren, is er vandaag niet bij. “Gisteren heeft hij ook al gelopen, hij is wat moe” aldus Thierry die ik nu eindelijk ook bij naam ken.
Een aantrekkelijke ronde, een korte afstand, twee argumenten om te kiezen voor de loop in Verviers. En niet die in Esneux (CJPL) of in Montenaken (Victors Cup) waar de meeste van mijn loopvrienden voor zullen kiezen. De namiddagwedstrijd in Montenaken spreekt me minder aan, zeker voor een tweede deelname op rij. De nieuwe organisatie in Esneux wekt wel mijn nieuwsgierigheid. Esneux, dat is de Ourthevallei en bossen. Toch maar even een blik werpen op het parcours. Dat loopt haast uitsluitend door groene gebieden op de satellietkaart. Het hoogteprofiel is dooraderd met rode en bruine strepen, klimmen en vooral afdalingen tussen de 10 tot 15%. Geen spek voor mijn bek. Mijn buikgevoel heeft me niet bedrogen. Op de redactie van Groetum valt al snel een flash-bericht van Servais Halders binnen. “Onverantwoord zwaar” vindt Servais. Niet dat het parcours zijn zegedrang in de weg staat. Alleen een administratieve vergissing houdt hem een tijdje van de eerste plaats. Jammer dat de Challenge van de Provincie die sinds jaar en dag stratenlopen groepeert, meer en meer trailparcoursen en andere extreme uitdagingen in het programma opneemt.
We gaan eraan beginnen, hier in Stembert. Ik sta vrij vooraan in de groep van bijna 200. Even achter Jean Dessouroux, de veteraan 3 die na een blessure weer op niveau komt. Ik zoek naar de beste V3 in deze challenge, Nando Caria. De beschrijving van Roger “un tout petit bonhomme” helpt me ook niet verder. De derde V3 zou ik op een goede dag moeten kunnen bijhouden. Probleem, ik ken hem ook niet. Stembert 1
Het peloton wordt op sleeptouw genomen door “voorrijder” Serge Massin. Ik heb ook Pascal Julin rondjes zien draaien op zijn mountainbike. Merkwaardig dat de voorzitter van het CJPL-comité en liefhebber van uitdagende parcoursen niet in Esneux de regie voert. De eerste kilometer gaat meteen omhoog. Ik heb het grootste deel daarnet verkend met Roger Dosseray. Tijdens de opwarming heb ik enkele keren de hartslag de hoogte ingejaagd, kwestie van weer enigszins in het wedstrijdritme te komen na drie weken stapvoets verkeer. Ik gun mezelf geen inlooptijd en ga er meteen fors tegenaan. En kom mezelf na 300 meter al tegen. Hijgend als een postpaard probeer ik het tempo vast te houden tot boven. De Garmin geeft 5 minuten aan voor deze eerste kilometer. Dat is echt het maximum met mijn huidige conditie. Na 1 km kunnen we even uitblazen op een vijfhonderd meter lange afdaling, nog steeds op het asfalt. Dan draaien we linksaf een smal onverhard pad in. Ik herinner me nog een single track in het begin van de loop. Dat moet hier zijn. Intussen moet ik bekomen van mijn felle aanhef op het asfalt. In de volgende kilometer verlies ik wel zo’n twintigtal plaatsen. Achter me hoor ik voortdurend het zware gehijg van Roger Dosseray. Ik ben hem al na een zeshonderd meter voorbijgegaan. Dat is heel vroeg en misschien wel de onbewuste reden van mijn onbesuisde aanvalsdrift. We zijn intussen de gewonnen hoogtemeters weer kwijtgespeeld in de afdaling en beginnen dus weer aan een nieuwe klim, ditmaal in het bos. Met alles wat daarbij hoort: stenen, putten, boomwortels. Op bepaalde plaatsen is het flink glad. Terwijl ik mijn nieuwe Brooks-schoenen hun eerste Ardens modderbad geef. heb ik moeite om het evenwicht te bewaren. Een mens onthoudt blijkbaar alleen maar de mooie stukken van een parcours. Mijn geest heeft deze moeilijk beloopbare strook uit het geheugen gewist. Bij elke bocht kijk ik uit naar het einde van de klim maar het zal wachten worden tot km 3 eer we op een breder en vlakker pad uitkomen. Dit zijn de bospaden die wel nog in mijn herinnering zijn blijven hangen en die mijn gunstig vooroordeel over dit parcours hebben bepaald. Ik elk geval lijkt mijn vrees niet uit te komen dat het parcours misschien veranderd is en ons hier een ploeterpartij wacht. De derde kilometer heeft me wel 6’20” gekost en het zal nog wel enkele minuten duren voor ik weer helemaal op mijn effen breng. Voorlopig kan ik alleen maar vaststellen dat de gedwongen rust een flinke hap uit de conditie heeft gebeten.
Maar wanhoop niet lezer, vanaf nu zal alles beter worden. Roger Dosseray hoor ik niet meer achter me. Ik kan weer wat plaatsjes opschuiven en wie mij voorbij wilde of kon heeft dat in de lange klim gedaan. We lopen op brede bospaden, hier en daar wat keitjes, en een plasje maar voor het overige is het hier genieten tussen de weiden. Links van me zie ik een peloton koeien grazen. De spierpijnen die me gedurende de langzame trainingen van de vorige dagen hebben geteisterd zijn verdwenen. En zo heb ik opnieuw het paradoxale gevoel dat mijn benen meer afzien op training dan in een wedstrijd. Niet dat ik pijnvrij onderweg ben. De pijnplek die zich eerst in mijn dijspier manifesteerde, is in de loop van de vorige weken naar boven opgeschoven en zit nu onder mijn bekken. Ik sla de bevoorrading halfweg over. We maken hier een bocht om onmiddellijk weer in tegengestelde richting terug te lopen. Gedurende 1 km op een privéweg, eerst onverhard, daarna op steengruis. De vierde en vijfde kilometer op het plateau leg ik af in circa 5 minuten. Dat vind ik achteraf wel wat tegenvallen. Maar ik had blijkbaar nog een tiental minuten nodig om onder stoom te geraken.
Na een goede 5 km komen we uit op de rijweg. Tijd om het tempo op te krikken. Ik richt me op de loper voor me. Ik heb eerst enkele honderden meters vals plat en dan de afdaling naar Hèvremont om hem bij te benen. Terwijl ik de inspanning lever en meter na meter goed maak, zoek ik afleiding in het uitzicht op de vallei rechts van me. Nummer 854 – dat is senior Jonathan Eloye – moet zich gewonnen geven voor we links op een kleinere asfaltweg worden ingestuurd. Stembert 2 De weg loopt hier weer licht omhoog en de wind werkt ook flink tegen. (Stembert was dus ook een betere keuze dan Montenaken waar de wind vol kon uithalen in de open Haspengouwse vlakte.) Ik hoor allerlei geschuifel achter me maar bedenk dat ik me niet moet druk maken om een plaatsje achteruit in het klassement. Maar ik zie niemand terugkomen en boven waar de wind weer afneemt, heb ik opnieuw wat meer afstand genomen. Heb ik daarnet niet het gekreun van Roger Dosseray gehoord? “Ik ben tot op drie meter van je teruggekomen” vertelt de veteraan 4 me na de wedstrijd. 3 meter zal wel “wishful thinking” geweest zijn van de man uit Pepinster. Maar gemotiveerd om mij in te halen was hij zeker. Nu, dat is wederzijds. En volgend jaar – bij leven en welzijn – zijn we opnieuw echte concurrenten. Er gaapt nog een flinke kloof tussen mij en een duo voor me. Voor de twee uit zie ik ook nog een dame die alleen onderweg is. Ik geef mezelf niet te veel kans om hen nog in te halen in de ongeveer 1,5 kilometer die er nog resten. Maar na een pauze van drie weken is de honger groot. Het tempo rond de 4’30” dat ik hier kan draaien brengt me snel bij Olivier Schnakers en Christophe Goddé. Een van hen maakt galant plaats om me door te laten in een bocht naar rechts. Ik ben nu op weg naar de dame voor me. De enkele procenten stijging zijn mijn bondgenoot maar ik hou nog enige reserve. Ik heb geen idee hoe fel de klim is achter de volgende bocht. Tussen de eerste huizen van Stembert kan ik de aansluiting forceren. Niet zonder moeite want de kleine dame – aînée 1 Claire Breuer – vecht voor elke meter. De politie waakt op de Rue de Hèvremont als we de straat oversteken die we een halfuur vroeger ook al hebben gekruist, zo’n 200 meter verder. Claire weert zich als een duivel in een wijwatervat om haar positie te handhaven. Als ze de poort links sluit, zoek ik rechts een doorgang. Uiteindelijk geraak ik toch voorbij en kan met een bijkomende versnelling in de afdaling enkele meters voorsprong nemen. Die ik met een ultieme temposnok in de laatste honderd meter kan veilig stellen. Zoals de loper voor me twijfel ik aan welke zijde van het lint we naar de streep moeten. Ik kan er nog net op tijd onderdoor glippen. Ik klok af op een eervolle 42 minuten.
Het druilerige weer in Stembert nodigt niet uit tot een langer verblijf en drie kwartier later zijn we weer in Heukelom. Daar trakteer ik mezelf voor mijn geslaagd heroptreden op een Duvel en… couscous.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Finish. Foto 2: Napraten met Roger Dosseray in de regen.)

← Toon minder

Slins (Challenge Cours la Province!)

zon 01/10/2017 10.30u * Slins (Cours la Province!) * 10,3 km * 00:49:40 * 12,4 * 31/130 * 4/14 * ♥♥♥

Het is fris en er waait een stevig windje op de hoogvlakte van Fexhe-Slins boven de Jekervallei vanochtend om halftien. Het sportcomplex van Slins gonst al van de bedrijvigheid, de traillopers maken zich klaar voor hun loop van 20 of 35 km. Ik hou het bescheiden vandaag met de jogging van 10 km. Het is een nieuwe loop, deel van de Zato’Belge, onder de koepel van de CLAP. Wat CLAP betekent, staat in de titel van dit verslag. De Zato slaat op de mythische Tsjechische afstandsloper Emil Zatopek. Nog niet mythisch, maar wel gevreesd is Jo Vrancken. Hij is hier ook, tot leedwezen van enkele andere jongens die hun kans op een overwinning in de Haspengouwse lucht zien verdampen. De Tongenaar laat er geen gras over groeien en vertrekt meteen solo. De tweede is ook een Limburger, Peter Withofs van Diepenbeek. Nogmaals pech voor diezelfde ambitieuze jongens. Er doet nog een tweede Tongenaar mee, of beter een ex-Tongenaar. Guido Proesmans woont al meer dan veertig jaar in Juprelle en was als schepen een van de initiatiefnemers van de bouw van de nieuwe sporthal. Hij vertelt het met de nodige trots en grote welsprekendheid in drie talen (Frans, Nederlands en Tongers) aan zijn tafelgenoten na de wedstrijd. Ik zit ook aan die tafel met enkele leeftijdsgenoten en de winnaar Jo Vrancken. Later schuiven ook de toppers van de trail Patrick Philippe en Geoffray Gillet mee aan.

Lees verder →


Maar nu terug naar de wedstrijd. De parcourstekening op de overigens knappe website van de organisatie heeft me niet veel wijzer gemaakt. Gelukkig vult thuisloper Nicolas Bynens de summiere sitebeschrijving aan met de nodige details. Dat ik hier aan de start sta, is trouwens een gok… die verkeerd kan aflopen. De furieuze afdaling vorige zondag in de “Don Bosco” heeft me niet alleen een derde plaats opgeleverd maar ook een blessuurtje in de rechterbil. Het gevolg waarschijnlijk van de ongewoon hoge snelheid die mijn door de voorafgaande klimmeters al geteisterde benen moesten ontwikkelen. De pijn heeft me niet verhinderd om mijn doordeweekse trainingen af te werken, zij het nog voorzichtiger dan anders. Maar een zwaardere blessure ligt op de loer. Ik moet in de beginmeters dan ook meteen de voorzichtigheidsgrendel wegschuiven om mijn concurrenten net te ver laten weglopen. Bernard Marot haal ik snel in als we in de straten van Slins zijn. Ik loop in het spoor van Béatrice Kevelaer. Na 1 kilometer verlaten we de bebouwing en draaien de ruilverkavelingswegen in het open veld in. Hier heb ik een mooi uitzicht op de sliert lopers. Slins parcours Onvoorstelbaar hoe lang die sliert intussen is. Is dat Jo Vrancken daar in het rood in tweede stelling? Maar die is intussen al uit mijn gezichtsveld verdwenen, hij heeft de hele loop geen concurrent voor zich geduld. Ik kijk ook eens achterom en zie dat ik zelf een brede kloof heb geslagen met de laatste deelnemers. En dat na nauwelijks een kilometer. Ondanks het ongemak in de bil ben ik er fel ingevlogen. De tweede en de derde kilometer in 4’30”. Dat is zowat mijn top-kruissnelheid. Ik ben Béatrice op een kort bultje voorbijgegaan en heb even verder ook Christian Vandevenne ingehaald. Alleen Pasquale Ruberto behoudt nog een kleine voorsprong. Ook Christophe Caneve en Cristelle Lemay heb ik achter me gelaten. Het tempo op de licht dalende weg wordt plots afgeremd door een modderplas van zo’n 10 meter. Na enige aarzeling volg ik het voorbeeld van de lopers voor me en zoek rechts de hoger gelegen akker op om mijn voeten droog te houden. Béatrice loopt dwars door de poel en neemt zo meteen 10 meter voorsprong. We draaien nu linksaf een bosje in. Dit moet de poort zijn naar de “technische afdaling” die Nicolas Bynens heeft beschreven. “Technisch” staat voor mij voor “gevaarlijk”. Ze is overigens nog “technischer” dan ik al vreesde. Geulen, bulten, kleine keien en dikke stenen waarmee je een dinosaurus zou kunnen uitschakelen. Ik troost me met de gedachte dat we er na 400 meter vanaf zijn. Nicolas had de afstand gelukkig goed ingeschat. Pasquale, niet toevallig met mij de oudste in het gezelschap, doet het ook voorzichtig maar blijft me wel voor. De anderen die ik daarnet heb ingerekend gaan me allemaal weer voorbij. Plus Evelyne Cupers die opduikt vanuit de achtergrond. Aan km 3,8 valt al het werk dat ik in de voorbije kilometers heb opgeknapt weer te herdoen.
We komen uit langs de E313-autoweg voor de brug van Boirs. Hé, deze weg, een veldweg met keien en stenen, herken ik. Ik heb hier in het grijze verleden nog eens een wedstrijd betwist. Hoelang zou dat geleden zijn, vraag ik me telkens af als ik hier met de auto passeer, vaak op weg naar een of andere loop. Dit verslag is een goede aanleiding om dat eens op te zoeken. De tab “wedstrijden” op deze blog leert me dat het in 2001 moet geweest zijn. Maar was dat de wedtrijd met start in Slins, Visé of Heure-le-Romain? Ik moet u en vooral mezelf het antwoord schuldig blijven. Mijn documentatie uit die tijd was lang niet zo gedetailleerd als nu… Enfin, ik moet me reppen om mijn achterstand weer goed te maken. Béatrice heeft nu bijna 100 meter voorsprong. Met een fikse tempoversnelling haal ik Pasquale voor het eerst, Christian, Christophe en Christelle opnieuw in. Evelyne ga ik voorbij net voor we de nu weer stijgende asfaltweg overgaat in onverhard. We hebben net het mooiste stuk van het parcours achter de rug. Dat is de strook naar en onder de brug van de autosnelweg en het spoorviaduct. Zo voel ik het alleszins aan. Zou het toeval zijn dat ik net hier mijn sterkste fase ken, in de afdaling en de klim? We lopen evenwijdig met de autosnelweg, terug van Boirs naar Slins. De asfaltweg gaat na een kleine 5 km over in een pad bezaaid met keien. Een loper staat langs de weg te wachten (op zijn tweede adem?). Die zal hij nodig hebben in de volgende kilometers. Béatrice loopt nu voor me uit. Zij heeft wel wat van haar voorsprong ingeboet maar houdt toch nog een bonus van enkele tientallen meter over. Vlak achter me werkt Evelyne Cupers zich naar boven. En zo zit ik gesandwicht tussen twee vrouwelijke loopsters en wordt dit toch weer een verhaal met een sterke vrouwelijke aanwezigheid. De posities blijven een tijdje onveranderd. Voor me houdt Béatrice stand, achter me blijft Evelyne volgen. De klim lijkt eindeloos. Het uitzicht is wel wat veranderd, we lopen nu onder het bladerdek van een donker bos. Evelyne heeft dan toch moeten lossen. Ik probeer nu en dan het tempo wat op te trekken om wat sneller te naderen op mijn voorgangster. Mijn pijnlijke bil laat dat nog net toe. Maar het ongemak is duidelijk aanwezig, al vanaf de eerste kilometer. Hoe zou Jo Vrancken met zo’n parcours omgaan, bedenk ik, terwijl ik van links naar rechts laveer op zoek naar de minst onprettige loopstrook. Ik vraag het hem na de wedstrijd. Hij maakt een kapbeweging met verticale handpalm. “Rechtdoor”. Zo eenvoudig kan het leven zijn voor een winnaar. Het einde van de klim moet nu toch stilaan naderen. Alleen wordt het nu hoe langer hoe steiler, tot 5-6 %. Die stroken brengen we wel dicht bij mijn mikpunt. Helemaal ben ik er nog niet en ik hoed me voor een bruuske versnelling in de laatste hectometers, nu weer in het zonlicht.
Boven! Uiteindelijk hebben we meer dan 2,5 kilometer geklommen (vertelt mijn Garmin me achteraf). Ik kan de luttele meters achterstand op Béatrice goed maken op de vlakke Rue de Houtain. Voorbij geraak ik niet. Ze houdt het tempo strak en veel plaats om voorbij te steken heb ik evenmin. De zuidenwind speelt in het lint dat de loopweg afbakent en maakt de smalle wegstrook die we ter beschikking hebben nog smaller. Overigens merk ik nu pas de wind op. Die heeft ons vandaag, in tegenstelling tot wat we voor de wedstrijd dachten, alleszins niet dwarsgezeten. Zo’n vijftig meter voor ons loopt een duo in twee tinten rood. Vanaf kilometer 4 is er geen enkele loper me meer voorbijgegaan. Misschien kan ik er zelf nog eentje bij de lurven vatten? Slins parcours Aan km 7,6 verlaten we de rijweg en worden we een smal graspad ingestuurd. Op deze single track blijf ik noodgedwongen achter mijn gezellin en laat zelfs enkele meter spatie. Die ik achteraf op de verharde weg maar met moeite kan dichten. Het tempo rond de 4’30” brengt ons snel bij de zwakste van het duo voor ons, Yves Hanquet. We stuiven voorbij een bevoorradingspost die geen water aanbiedt “pas de l’eau”, blijkbaar voor de traillopers die nood hebben aan zwaarder spul. Terwijl ik me vastbijt in het spoor van mijn voorgangster reflecteer ik even over een regel van de Franse grammaire. Waarom “pas de l’eau” en niet “pas d’eau”? Daar weet ik het antwoord op. Maar ik prakkezeer me al sinds de eerste kilometer suf over de betekenis van de slogan op het blauwe shirt van Béatrice – Kevelaer is haar familienaam – “Tout en Kevelaer”. Kevelaer is een bedevaartsoord aan de Nederlandse-Duitse grens. Maar wat betekent het dan? Ik hoor het antwoord toevallig in de kleedruimte van mijn Franstalige collega’s die dat plaatsje in Duitsland zelfs niet kennen. Maar zij hebben wel oor voor de klankovereenkomst tussen Kevelaer en kevlar. Béatrice – de loopster alleszins – is gemaakt van het ijzersterke synthetische materiaal kevlar. Dat heb ik vandaag ondervonden. Ik probeer haar voorbij te gaan op een licht stijgende weg in beton. Geen denken aan, haar ademhaling verloopt wat stroever maar haar benen blijven energiek rondwentelen. De volgende blinde bocht naar rechts neemt ze zo scherp mogelijk om geen seconde te verliezen. Ik volg haar voorbeeld zo goed en zo kwaad als kan. We zijn in het centrum van Slins aan de kerk. Hoe lang is het nog? Ik heb niet de reflex (of de tijd?) om op mijn horloge te kijken en probeer me te oriënteren op mijn indrukken van de opwarming. Oei, dat is nog een flink stuk. Kan ik dit tempo volhouden? Ik zie achteraf dat we nog 1,3 km te gaan hebben. Op karakter kan ik dan toch weer de leiding nemen. Ik tuur in de verte naar de lopers voor me. Bijvoorbeeld naar het witte shirt van Guy Raes. Niet te zien. Hij blijkt ruim twee minuten voorsprong te hebben en eindigt vlak na Nicolas Bynens. Beiden hadden wel geen verhaal tegen Laurent Knapen die halfwedstrijd het hazenpad heeft gekozen. We zijn heel wat dichter gekomen bij veteraan 1 Fabrice Diet maar hij blijft uiteindelijk buiten schot. Ik kan de leiding houden in de laatste strook onverhard. De koe met de roze uier in de wei rechts (neen, ik heb geen hallucinaties) is gaan liggen. De laatste bocht komt eraan. Voor Béatrice het sein een versnelling te plaatsen. Die mij onmiddellijk enkele meter achteruitslaat. Een pijnscheut in de bil maant me tot inbinden. Béatrice spurt nog een voorsprong van 10 seconden bij elkaar, aangevuurd door de”Allez maman”-kreten van haar twee zoontjes. Manlief staat aan de finish met de camera om de laatste meters voor de eeuwigheid te bewaren. Mijn tegenstand(st)er van de dag eindigt als derde dame algemeen en eerste aînée 1 (veertig plus). Ik kom uit op een mooie plaats in de algemene rangschikking en bezet in mijn categorie de hoogst haalbare positie. Maar de tevredenheid over mijn loop wordt toch wel overschaduwd door het bange vooruitzicht voor de volgende weken. Zal de blessure me lange of korte tijd uit de roulatie houden? U zal het lezen in de volgende dagen of weken. Stay tuned!

← Toon minder