Maandelijks archief: april 2016

Pailhe

vri 22/04/2016 19.30u * Pailhe (Challenge condrusien) * 9,5 km * 00:50:14 * 11,3 * 141/316 * 8/17 * ♥♥

Ik ben vanavond te gast in de “Condroz profond” (de diepe Condroz) waar zowat elk dorpje zijn jaarlijkse jogging heeft. Tijdens de opwarming zie en hoor ik dat het parcours gewijzigd is ten opzichte van vorig jaar. Noël Heptia vertelt me dat parcoursbouwer Carlos de Almeida aan de ronde heeft moeten sleutelen na moeilijkheden met de jachtopziener. Ik zal later, tijdens de wedstrijd, vaststellen dat de beruchte passage over de Chaussée romaine ook vervallen is. In elk geval ben ik achteraf niet de enige die het oude parcours prefereert.
Ik start per toeval in de eerste gelederen van het uitgebreide peloton en word al in de eerste klimmende hectometers door tientallen collega’s voorbij gehold. Ik zie ze een voor een passeren, Noël, Rosario Ilardo, Marcel Baeckelandt en vele anderen. Ook Thierry Vanherck die, na lange maanden afwezigheid, hier bezig is aan wat hij zelf zijn eerste zware wedstrijd noemt. Ik zie ze passeren en moet ze laten gaan. U heeft het geraden, de benen willen niet mee. Twee asfaltstroken en voorts moeilijk beloopbare bospaden, dat krijgen we in de eerste kilometers voorgeschoteld. Na drie kilometer gaat het pad steil omlaag. Dan toch liever het oude parcours, bedenk ik, terwijl ik met kleine pasjes de wetten der zwaartekracht probeer te temmen. Roger van Langeveldt dartelt me voorbij. In de volgende kilometers zullen nog heel wat collega’s zijn voorbeeld volgen. Aan km 5,5 bereiken we het mooiste gedeelte van het parcours: de passage door het kasteelpark van Saint-Fontaine. Bij het buitenlopen van het domein wacht ons een onaangename verrassing. Pailhe 2 We moeten door een beekje waden. Ik zoek een omweg maar kom toch met mijn rechtervoet in het water terecht. Na een ferme vloek slof ik weer verder. Een bocht naar links na de bevoorrading leidt ons naar een muur. 300 meter tussen de 10 en de 20%. Neen, dan toch liever het oude parcours. (Maar dat heb ik al gezegd, meen ik.) Met enkele wandelpauzes geraak ik dan toch boven maar daar haalt Pol Van Kerrebroeck me in. Pol is wel zo vriendelijk om me in het voorbijgaan nog even te groeten. Weeral een plaatsje verloren in mijn leeftijdsklasse. In de dalende stroken kan ik wel wat tempo maken maar echt vooruit helpt het me niet. IK haal geen enkele loper voor me in. Of toch, maar dan zijn we al in de laatste kilometers … en het zijn dames van de 5 km-loop. We komen weer voorbij de uitgedroogde vijver (?) van daarstraks en moeten weer een steil pad omhoog. Oh ja, dat is de afdaling van het begin. Er resten alleen nog een afdaling en een vlakke strook op een aan flarden gereden smalle asfaltweg. Hier staat Marie-Paule, even voor we de Route de Givet opdraaien naar de aankomstzone. Ik kan alleen maar troosteloos “neen” schudden met het hoofd als ze informeert hoe de wedstrijd is verlopen.
Nadat ik me met moeite een plaatsje heb veroverd in de overvolle “wastent” kan ik mijn stramme leden dan toch verwennen met een warme douche. Pailhe 1 In het zaaltje van de “ancienne école” is er meer dan gewone belangstelling voor de prijsuitreiking. Jos Biets, Patrick Renard en het mannelijk deel van de aanwezigen, ze strekken hun nek om een glimp op te vangen van het podium. Tenminste van de twee hooggehakte missen die door Carlos zijn ingehuurd om de ceremonie cachet te geven. Maja Van Zand, hoewel wat ziekjes, haalt dat podium op haar eigen merites. Even later bestijgt Kris Govaerts het derde trapje. Hij offert zich op om de prijs van Jean Tempels (veteranen 2) en de kussen van een van de podiumdames (is het Esther of Angèle?) in ontvangst te nemen. Na de tombola wordt het licht gedempt en de ambiance enkele klikken opgeschroefd. Hoe dat afloopt, moet u aan de feestvierders vragen. Wij verlaten Pailhe, er wacht ons nog een autorit van een uur.

(Foto 1 van Carine Heyne: Gesukkel aan de beek. Foto 2 van Marie-Paule: Twee veteranen 3, hopend op betere tijden. Links Kris Govaerts.)

Soiron

vri 15/04/2016 19.30u * Soiron (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:41:02 * 12,2 * 153/422 * 3/18 * ♥♥♥♥

Het seizoen van de vrijdagavondwedstrijden is weer aangebroken. Ik kies vanavond voor Soiron. Dat hoort bij Pepinster, in het oosten van de provincie Luik. De GPS kiest stuurt me langs smalle en kronkelende weggetjes naar het voetbalveld van de plaatselijke club waar de Challenge L’Avenir te gast is. Het voordeel van de eigenzinnige keuze van het navigatiesysteem is wel dat ik nog een glimp kan opvangen van het dorpje in de vallei, “un des plus beaux villages de Wallonie”.
Ik warm op met twee getrouwen van deze challenge, Maurice Gillet en Roger Dosseray. Maurice heeft in zijn jongere jaren nog gespeeld op dit eigenste voetbalveld. Roger beschrijft me het parcours waarop ik, naar zijn zeggen, een derde plaats in mijn categorie mag ambiëren. Of zijn voorspelling ook is uitgekomen ziet u op de eerste vetgedrukte regel van dit verslag. Hijzelf pakt de prijs bij de veteranen 4. Tijdens het inlopen geef ik met enkele korte snokken op de hellingen mijn benen nog enkele “prikkels”. Nu ik het indrukwekkende marathonschema op de voet (euh, niet letterlijk) van Wim Meyers heb gevolgd, ben ik meer vertrouwd met de opbouw …en de terminologie van een wedstrijdvoorbereiding. Beter laat dan nooit. (Wim liep een persoonlijk record in de marathon van Rotterdam met 3u11′. Volg hem op de sociale media!) In elk geval, na de strapatsen op de kasseien van Chênée vorige zondag, is de verzuring pas van vandaag uit mijn benen weggevloeid. Met twee wedstrijden binnen een week heb het ik het in de vorige dagen maar bij twee herstelloopjes gehouden. De wedstrijd zal uitwijzen of dit de juiste aanpak was.
We vertrekken weer met een indrukwekkend peloton voor een vlakke en dalende aanloop van 2 km op het asfalt. Rechttoe rechtaan op de Rue Saint-Germain. Dan rechtsaf aan het Château de Sclassin. Ik heb meteen – nu ja, na het gewriemel van de eerste tweehonderd meter – een mooi tempo te pakken. Met heel wat plaatsen winst als leuk nevenverschijnsel. Na 700 meter verlaten we het asfalt voor een doortocht op een weide en dan een steile afdaling op een pad. De avond valt snel over Soiron, ik mag hopen dat we niet door een donker bos worden gestuurd. Nadat ik bijna verrast word door enkele boomwortels, laat ik wat meer ruimte voor me en bereik zo met de nodige zigzagbewegingen heelhuids het voorlopige einde van de afdaling. Na 3,3 km bereiken we het laagste punt van het parcours. Het pad is smal en de vlakke strook in het midden is (door paarden?) tot moes vertrappeld. Het enige alternatief zijn de schuine kanten. Met onhandige arm- en beenbewegingen probeer ik mijn evenwicht te bewaren. De snelheid is er nu wel uit maar ik ken het verlies beperken tot enkel plaatsen. Terwijl in het bos alleen gehijg en het schuiven en neerklappen van voetzolen te horen is, klinkt boven ons onheilspellend dondergeroffel. Even later – ik ben dan net op een open stuk – steekt de wind op en barst het onweer los. Ik buig me voorover om mijn gezicht tegen de striemende regen te beschermen. Rechts van me, boven in een weide, trotseren een paard en een veulen onbewogen en majestueus de natuurelementen. Roger Dosseray loopt nu vlak voor mij. In zijn kenmerkende stijl, het bovenlichaam lichtjes naar voren en de ellebogen naar buiten gericht. Daardoor maakt hij ongewild de beloopbare strook nog smaller voor mij. Ik houd me dan maar een halve kilometer gedeisd in zijn spoor voor ik hem alsnog voorbij geraak. Op de lange klim is het zoeken naar het goede spoor tussen de voren en de keien maar vanavond word ik gelukkig niet door mijn benen in de steek gelaten.
Na bijna 6 kilometer komen we weer uit op de Rue Croix Maga waar we vertrokken zijn. Nog 2,5 kilometer die ik bovendien daarstraks al verkend heb. De snelle jongens draaien al het voetbalveld op. Ze hebben 2 kilometer, of bijna een vierde wedstrijd voorsprong. Havelange 2015 Een topplaats zal ik dus niet behalen vandaag maar ik heb wel voldoende vertrouwen in mijn benen om het tempo weer op te krikken. Asfalt en onverhard lossen elkaar hier ook weer af. Ik win enkele plaatsen in en kom in het spoor van de jonge man die mij in het begin van de wedstrijd voorbij is gegaan en die ik ei zo in het gezicht had gespuwd. Toen kon hij ermee lachen. Daarvoor heeft hij nu geen adem meer, zeker niet nu hij moet lossen op het volgende bultje. We komen op een klein kruispuntje waar de signaalgever nog net een loper die naar rechts wil op het goede pad houden. Zo kan je – in mijn geval – ook een plaatsje winnen. Ik behoud mijn positie in de steile afdaling die nu volgt …en mijn concentratie en evenwicht in een scherpe linkerbocht naar een veldweg. De stortbui van daarnet heeft het pad een gladde vernislaag gegeven. Ik mag hier en daar wel wegschuiven, maar mijn achtervolgers komen niet dichter. Ik ga nog een mannetje voorbij in de laatste klimmende meters. Na een spurtje op het gras, aan de rand van voetbalveld, loop ik afgescheiden over de streep.
Ik ben vanavond zonder supportersclub naar Soiron afgereisd en vertrek onmiddellijk huiswaarts. Om 20.12 overschrijd ik de aankomstlijn, om 21 uur trek ik de poort achter me dicht in Heukelom. Om halfdrie ’s nachts is de adrenaline eindelijk uit mijn lijf en val ik in slaap.

(Archieffoto van onbekende meester.)

Chênée

zon 10/04/2016 10.30u * Chênée (Challenge Cours la Province!) * 10,8 km * 00:55:24 * 11,8 * 69/194 * 4/13 * ♥♥♥

Ik ben zondagochtend bij de vroege vogels aan het voetbalveld van RJS Chênée, in de zuidoostelijke agglomeratie van Luik. De installaties dateren van de jaren stillekens maar er is beterschap op komst. Een nieuw complex met twee verdiepingen staat in de steigers. Ik maak toevallig kennis met een andere Vlaming, Hugo Raddoux, die vanuit Hoegaarden hierheen is gekomen voor de tiende manche van de Challenge Cours la Province. Even later arriveren mijn maatjes Servais Halders en Jo Vrancken. Onze trouwste supporter Guido Vrancken is ook op post. Chênée 1 Hij heeft zich strategisch opgesteld op de eerste helling waar hij Jo ziet voorbij komen in het kopgroepje met Christian Charnier en Patrick Philippe. Patrick moet niet veel verder loslaten, Christian kan tot halfweg mee maar wordt er afgelopen in de afdaling. Dat is voor de Tongenaar zelf een verrassing: het is de eerste keer dat hij Charnier kan kloppen. Om het succesverhaal van de Jogging du Sart-Moray af te ronden, legt Servais beslag op de achttiende plaats voor concurrenten die vijftien tot twintig jaar jonger zijn. Bij de veteranen 3 heeft hij sowieso geen tegenstand. Zo, nu weet u het belangrijkste. Wie benieuwd is hoe het de achtenzestigste in de uitslag vergaan is, leest verder.
Het peloton op het B-veld van RJS Chênée kleurt oranje met de grote groep Jog’In Attitude-runners uit de stal van Patrick Philippe. Een groep Afghaans en Syrisch uitziende jonge mannen in blitze outfit wachten ook op het startsignaal. Net op tijd worden er nog enkele paaltjes in de startzone verwijderd. We kunnen lekker inlopen op de afdaling naar de Ravel en op de vlakke streep op het fietspad. Met 4’43” op de aanvangskilometer volg ik de raadgevingen van de organisator om vooral krachten te sparen voor het stevige klimwerk dat ons nog te wachten staat. Dit tempo is alleszins hoog genoeg om Bernard Marot en Christian Vandevenne achter me te laten. Na 1100 meter is de speeltijd al over. De signaleur stuurt ons links op met een empathisch “courage!”. Nauwelijks 100 meter verder hikken we aan tegen klimpercentages rond de 10%. Het wegdek is een gatenkaas van asfalt dat snel overgaat in kasseien. Ik kom hier niet meer boven de 10 gemiddeld maar heb mijn ademhaling redelijk onder de controle. Er komt maar geen einde aan de klim. Na 3 kilometer vlakken de percentages wel af maar boven aan de groeven van Rétinne blijft de weg nog altijd oplopen. Ik heb de hevigste hellingen redelijk verteerd en probeer in het spoor te geraken van Georges D’Hoey die al van in het begin van de wedstrijd een tiental meter voor me uitloopt. Dat lukt maar even. Rond de vijfde kilometer zijn we dan eindelijk van de klimmiserie verlost. Maar nu worden de bovenbenen weer geteisterd in een scherpe afdaling. Aan de horizon ontrolt er zich een machtig panorama over de bebouwde Maasvallei. Toch maar voor me kijken op de weg. Aan km 5,6 verlaten we het asfalt en nemen een smal pad tussen de bomen. Ik loop nu afgescheiden maar vrees dat ik in de modderige en hobbelige afdaling traditiegetrouw een aantal plaatsen zal verliezen. Maar alleen een piepjonge Afrikaan danst me voorbij.
Zo lang als de klim duurde, zo eindeloos lijkt ook de afdaling. We zijn terug op het asfalt. Een bocht naar rechts aan km 7,5. Door deze poort? Neen, dat is het kerkhof (het tweede van het parcours). Daarvoor is het nog wat te vroeg. Ik ga voorbij een loper in zwart T-shirt. Een bekend gezicht, van jaren geleden. Dat is Jan Hensgens die ik meer dan een decennium geleden vaak zag in Nederlandse wedstrijden. Na de wedstrijd is hij verbaasd over mijn geheugen. We dalen verder. Alleen twee bultjes tussenin breken het tempo. Op het tweede ga ik weer voorbij de jonge Afrikaan. We kunnen even ontspannen op een relatief vlakke Ravelstrook van 700 meter. Maar we naderen nu de tweede zware helling van de dag, op de Rue Sainte-Anne. Achthonderd meter, een killer. Ik haal Georges hier eindelijk in. “Dure, dure, la vie” hijgt hij terwijl hij op stappen overgaat. Ik volg meteen zijn voorbeeld. Afwisselend stappen en lopen, zo pakt Georges het aan. Maar zelfs stappen is een opgave waar de stijging 15% bedraagt. Te extreem na kilometers dalen. Zou Jo Vrancken hier lopen, vraag ik me af. Ja, dus. Servais heeft het monster ook grotendeels lopend getemd. Ik val hier terug op een gemiddelde van 7,5 per uur. We klampen ons figuurlijk vast aan de bordjes langs de weg die de afstand en vooral het minderen van die afstand aangeven. Boven trek ik me met moeite weer op gang, opnieuw op een tiental meter van Georges. We zijn bijna aan km 9. Ik zie de weg voor me nog steeds uitdagend steil omhoog lopen. Maar de parcourstekenaars zijn genadig. We mogen rechtsaf op de weg die we kennen van in het begin van de loop. Kasseien dus, maar nu bergaf. De man voor me zoekt de mooiste strook in het midden. Op de rug van de kasseien, zoals dat in wielertermen heet. Dit is onze Parijs-Roubaix. Om achter zijn rug een beter zicht op de weg te hebben moet ik naar de schuine zijkant uitwijken waar de stenen wel eens los of ongelijk durven liggen. Na enige tijd kan ik eindelijk langszij en laveer nu tussen de putten en de oneffenheden in het asfalt, nog steeds op zoek naar Georges D’Hoey. Chênée 2 Nog een kilometer. Op de Ravel hark ik me voorbij senior Vincent Meunier maar die speelt het sluw. Hij volgt me een tweehonderdtal meter als mijn schaduw en spurt vanachter mijn rug in het spoor van Georges. Ik stel mijn hoop dan maar op de laatste klim van 400 meter naar het voetbalveld. Maar Georges en zijn gezel hebben ook nog enkele druppels in de tank, ik blijf hangen op vijf meter. Georges heeft zelfs nog een sprintje in petto op het grindpad naar de aankomstboog. Ik haal net niet het eerste derde van de uitslag maar sta wel weer tussen de mensen in mijn leeftijdsklasse. Niet euforisch, wel tevreden, zo verlaat ik Chênée, …en natuurlijk niet zonder pain-saucisse.

(Foto 1: Het podium, van links naar rechts: Christian Charnier, Jo Vrancken en Patrick Philippe. Foto 2: Naast Servais Halders. Voor ons een potje noordkrieken en mirabellen uit de prijzenkorf van Jo. Met dank aan de gulle schenker.)

Warnant – Dreye

zat 02/04/2016 18u * Warnant-Dreye (Challenge hesbignon) * 11,5 km * 00:58:00 * 11,9 * 112/245 * 13/31 * ♥♥

Door een speling van de kalender en mijn eigen(zinnige) keuze heb ik een tweede wedstrijd binnen 6 dagen op het programma staan. Ik ben samen met Jean-Pierre Immerix op weg naar Warnant-Dreye voor onze eerste Hesbignon-loop van het jaar. Dat is een deel van Villers-le-Bouillet, ten noorden van Hoei. De worsten liggen al te sissen op de grill als we ruim op tijd aankomen aan het voetbalveld van RFC Warnant. Op de terugreis straks toeren we wel langer rond op de donkere Haspengouwse wegen voor we de weg naar Waremme vinden. Het aantal Limburgers, Brabanders en Antwerpenaren schijnt jaarlijks toe te nemen in de Hesbignon. Ze zijn voornamelijk geconcentreerd in de V2 en V3-klasse. De eerste prijzen zijn vandaag trouwens voor Limburgers. Ook bij de tombola achteraf vallen we in de prijzen. Met “we” bedoel ik dan Jean-Pierre en enkele Speelhofrunners. De fluo’s uit Sint-Truiden zakken trouwens in groten getale af naar het Waals-Haspengouwse platteland.
Warnant 1 Ik volg niet het voorbeeld van de vele singlet-lopers rondom mij want de aangekondigde hoge temperatuur wordt hier op het plateau afgetopt door een kille wind. Met een slapeloze nacht achter de rug en slappe benen tijdens de opwarming zijn mijn verwachtingen heel laag gespannen. In het sterke deelnemersveld van vandaag zal ik al flink uit mijn pijp moeten komen om bij de eerste tien te eindigen in mijn leeftijdsklasse.
We beginnen eraan op de Place du Tilleul. Ik zie Pasquale Ruberto al meteen wegschieten. Hij heeft deze week dezelfde wedstrijdkeuze gemaakt als ik. Zijn conditie gaat in stijgende lijn, meldt hij met tevredenheid na afloop. Na 600 meter krijgen we het eerste klimmetje voor de voeten naar het Château d’Oultremont. Enkele procenten op grof beton, genoeg om mijn hoop op een snelle en vooral soepele start de grond in te boren. Een windhond loopt me met sierlijke tred voorbij. We lopen door de Ferme van het voornoemde kasteel op griezelig scherpe kiezel. Het graspad dat hier op volgt is alvast wat vriendelijker voor de voeten. Zoeken naar een haalbaar tempo en hopen op betere benen in het verdere verloop van de wedstrijd, meer zit er niet in. In een bocht naar rechts zie ik de rijzige gestalte van Juul Kempeneers. “Ik kom niet vooruit” is zijn reactie voor de wedstrijd. Kan zijn maar hij heeft wel al tweehonderd meter voorsprong na 1,3 kilometer. Ik zal niet meer in zijn buurt komen. Op de anderhalve kilometer dalende ruilverkavelingsweg zit ik in een groepje met Marino Vandelli (eerste veteranen 4) en de dames Sarah Robinet (senior) en Sylvie Nahon (aînée 1). Sarah zal een tijd in mijn spoor volgen maar moet even verder toch afhaken. “Skinfit” Sylvie loopt voor me uit. De weg maakt hier enkele kronkels, het parcours is best aangenaam voor wie zich fit voelt. We lopen voorbij een kerk, die van de deelgemeente Dreye, vermoed ik. Bij het buitenlopen van het dorp na 3,5 km draaien we een pad in dat stevig oploopt. Sylvie moet nu passen. Ik ben hier enkele jaren geleden nog eens geweest maar ben toch verrast door het golvende parcours. De doortocht langs de “Eoliennes” (de windturbines) is zelfs uit het parcours verdwenen, stel ik later vast. En net dat is het stuk dat nog in mijn lopersgeheugen is blijven hangen. Enfin, veel vlak is er niet. En waar het al vlak is – tussen km 4 en 5,5 – verlies ik zelfs voeling met het groepje voor me. Marino loopt van me weg, even later word ik ingehaald door Eddy Hoylaerts. Zijn naam zie ik achteraf in de uitslag. Ook een veteraan 3. Vlaming of Waal, ik zou het niet weten. Ver buiten mijn actieradius herken ik Mario Smolders. Warnant 2 Ik krassel verder, nu in het gehucht Vaux. Het begin en einde van de “agglomeratie” liggen maar enkele honderden meters uit elkaar. Het stijgt hier wel constant met enkele procentjes. Ik heb me verzoend met mijn offday, loop nu al enkele kilometers alleen en probeer niet helemaal stil te vallen. Rond km 6,5 haal ik zonder er zelf erg in te hebben een loper voor me in. Een primeur voor vandaag. Ik begin zowaar weer wat positieve tintelingen in mijn benen te voelen. De afdaling aan km 7 masseert de loomheid nog wat meer uit mijn benen. Fotograaf Louis Maréchal heeft net het goede plekje uitgekozen om ons op beeld te vereeuwigen. Op de foto ziet mijn “foulée” er zelfs vloeiend uit. Tenminste dat vind ik er zelf van. Ik verteer plots ook beter de hellingen. Ik nader op een groepje met een loper in het rood wiens stijl me aan Frédéric Delchambre doet denken. Deze veteraan 1 evolueert meestal in de voorste gelederen van zijn categorie. Maar ik heb me niet vergist. “Entraînement?” informeer ik even. Een bevestigend knikje, waarschijnlijk concentreert Frédéric zich op de Condruzien. Ik voel me eindelijk in staat het tempo wat op te schroeven. Ik ben al een kilometer in het gezelschap van een jonge man met een voorliefde voor trails. Plots roept hij “là, à droite”. Ik zie een ree in volle vaart over een veld wegvluchten. Ik concentreer me weer op de wedstrijd. We draaien een onverhard pad op. Ik zeg tegen Pierre-François Demeuldre, zo heet de jongeman, dat hij op dit deel van het parcours op zijn wenken wordt bediend. Hij laat me trouwens meteen achter. In de berm geeft fotograaf Eddy Defrere in beide landstalen advies voor de te kiezen zijde van het pad. Ik ben Stefan Meekers voorbij gegaan die door ademhalingsmoeilijkheden een tandje terug moet schakelen. We lopen rond een bosje, Les Bruyères. Ik heb geen idee wat ons boven de helling te wachten staat. Jammer, net nu ik weer wat tempo kan maken, word ik afgeremd op een pad vol modder en diepe tractorsporen. Ik loop achter een dame die ik pas na een halve kilometer zal herkennen. Het is Carine Munaut die ik ook in de moddereditie van Modave, in het begin van het jaar, vrij laat in de wedstrijd heb ingehaald. We laveren van links naar rechts – ik volg de bewegingen van Carine voor me – om een beloopbare strook te vinden. Zodra ik wat meer grip vind op een graspad kan ik haar dan toch voorbij gaan. Enkele minuten na mij volgt Jean-Pierre Immerix. Om zijn splinternieuwe Glycerine 13-schoenen niet vuil te maken gaat hij op zoek naar een droog spoor, een bezigheid die hem vooral tijd kost. Warnant 3 Een ongelukkige tactische keuze, naar mijn mening, voor iemand die de achteruitgang in zijn wedstrijdtijden over een periode van dertig jaar minutieus in kaart brengt en daar ongelukkig van wordt. Na een kilometer kunnen we de vettige aarde aan onze schoenen afkloppen op het asfalt. In de afdaling ga ik voorbij Eddy Hoylaerts. Toch nog een plaatsje gewonnen in mijn categorie. Het brengt me echter niet verder dan een troosteloze dertiende plaats. Met een nieuwe versnelling op het laatste klimmetje voor we de weg naar de aankomstboog inslaan kom ik ook bij Marino Vandelli. Boven zijn de jonge kalfjes uit hun boxen gekomen om de laatste afdaling live mee te maken. In de smalle en kronkelende weg naar de laatste rechte lijn moet ik zelfs inhouden achter twee jongere kerels. Ik ga ze wel even voorbij maar in de eindspurt hebben ze droger kruit in hun jeugdige kuiten. Dat is het dan. Mijn laatste kilometers leveren me nog twee sterren op in mijn zelfevaluatie. Of zo’n 60%, als u dat meer zegt.
De douches van het voetbalveld blijven gesloten voor ons. We moeten het doen in een plastic tentje met twee doucheknoppen. We filosoferen nog wat over heden en verleden van onze joggingcarrière. Het andere nieuws uit de kantine heeft u al gelezen in het begin van dit verslag.

(Foto’s van Eddy Defrère en Louis Maréchal. Foto 1: Jo Haenen van Hasselt in het wit op weg naar de eerste plaats bij de veteranen 2. Foto 2: Eddy Defrere fotografeert mens en dier. Foto 3: In de afdaling aan km 7,5.)