Maandelijks archief: april 2017

Herk-de-Stad

zat 15/04/2017 15u * Herk loopt * 9,95 km * 00:45:40 * 13 * 116/313 * (50+) 22/59? * ♥♥♥

Herk loopt en ik loop mee… tot verbazing van Kris Govaerts. Ik kies voor een nieuwe wedstrijd op een vlak parcours. Dan is het altijd even afwachten hoe zo’n “blind date” uitpakt. De website en de ontvangst behoren alleszins tot de betere klasse. De kleedkamers en de douches krijgen ook een A++. Het inschrijvingsgeld ligt binnen de Limburgse normen… En alles daartussen leest u in het wedstrijdverslag. Het deelnemersveld bestaat vooral uit onbekenden voor mij. Gelukkig zijn er enkele Tongenaren en een ruime delegatie deelnemers uit Alken en Sint-Truiden en loop ik dus niet volledig verloren. Bij de babbel vooraf maak ik ook kennis met Steven Vanschoonbeek. Die een liefhebbende vader blijkt te zijn…

Lees verder →

Even terug naar de wedstrijd in Oleye van vorige zondag. Na een goede 3 kilometer in een klim staat er plots een jonge loopster langs de kant. “Mijn benen doen pijn” jammert ze. Een man – haar vader? – spoort haar in niet mis te verstane termen – waarbij ook een “godverdomme” door de Waalse lucht vliegt – aan om verder te doen. “Wat een beul” denk ik als ik de man voorbijloop. Die man blijkt inderdaad de vader, Steven dus. Hij vertelt me dat zijn dochter Eline voor het podium loopt bij de “starters” in de Hesbignon. “Na de wedstrijd was ze me dankbaar” zegt Steven. En ik ben opgelucht dat het merkwaardige moment in de Hesbignon een onschuldig akkefietje blijkt te zijn.
Ik wurm me naar voren in de dichte rijen voor de start om in de buurt van Kris Govaerts te geraken. “Ik ga rustig starten” zegt Kris. Ik weet wat dat betekent… We zijn met meer dan 300 vertrekkers, een succes dus voor de organisatoren. Ik wil in het spoor blijven van Maja Van Zand en Stefan Meekers en vertrek dus meteen met een fiks tempo. De eerste wordt de op één na snelste kilometer van de 10. We lopen op een stoep rond het dorps- pardon stadscentrum waar er heel wat fans langs de weg staan en de “allez Maja”-kreten niet van de lucht zijn. Herk 1 Aan kilometer 2, bij de ingang van het Olmenpark, liggen er tijdsregistratiematten. Wie er zin in heeft, kan proberen een besttijd te realiseren op de tweede en de zesde kilometer (bij de tweede doortocht) en zo een extra prijs in de wacht slepen. Sommige atleten houden zich bewust in om hier een snelle tijd neer te zetten, vertelt Koen Vangrieken, tiende algemeen, me na de wedstrijd. Het parcours slingert zich door het park in zachte voorjaarskleuren maar voor wat mij betreft wordt de passage verpest door de afgrijselijke muziek die door de boxen schalt. Raphael Van Den Broeck loopt enkele kronkels voor me. Hij zal snel meer afstand nemen. Na de meanders van de tweede kilometer lopen de volgende drie kilometer over lange rechte stukken, eerst nog tussen de huizen, dan tussen de weiden en de velden terug naar de marktplaats. Op een betonpad tussen km 2,6 en 3,2 krijgen we de wind pal op de neus. Peter Vanloffelt schuift met sombere blik voorbij. Bart Saenen en de winnares bij de dames 50+ Leen Vankrunkelsven hebben me al vroeger ingehaald. Maja volgt op hijgafstand, Stefan blijft stevig doorgaan vlak voor me. Maar ik heb ook aandacht voor wat achter me gebeurt. Waar is Kris Govaerts? Bij de bocht aan km 3,2 heb ik de kans om even achteruit te loeren. Daar is hij, op zo’n 20 meter. Op de Keernestraat , een rechte streep van 800 meter die vervelend naar rechts afhelt, gaat hij ons voorbij. Van volgen is geen sprake. Bij de opwarming leek de wind strakker, nu valt het best mee. Het wordt zelfs wat warmer. Op weg terug naar het centrum voelen we dat het kwik wat gestegen is. Herk 2 “Dan heb ik nog liever wat wind” puft Stefan. Ik moet dringend mijn windvestje en mutsje kwijt raken, denk ik. Misschien aan Greta Philippaerts die ergens langs het parcours staat. Daar staat ze al. Ik krijg mijn overtollige kleding net op tijd uitgetrokken. Maja ontdoet zich ook van haar handschoenen. In elk geval dank aan Greta voor de assistentie. Ik zie haar later op het podium van de 5 km bij de Master Dames.
We passeren de aankomststreep voor een tweede ronde. Ook hier kunnen ze het niet laten, de rondjes. Nu, dan weten we wel wat ons te wachten staat. Stefan geeft een snok aan het tempo. Hij had zelf niet het gevoel dat hij versnelde, vertelt hij me na de finish. Ik voel het des te meer en kan op de licht oplopende strook in het centrum met moeite aanklampen. De supportershaag van de eerste ronde is nu verdwenen. Bij de tweede ronde in het park – de deejay blijft van jetje geven en mij irriteren – heeft Kris 15 seconden voorsprong. De korte passage over het gras ligt me ook niet bijzonder. Ik ben Stefan weer voorbijgegaan maar verlies dat voordeel weer aan opkomende lopers. Ik win wel een plaatsje ten koste van de slanke Katrien Stas Het is nu zaak mijn tempo vast te houden in de lange rechte stukken die eraan komen. Stefan heeft definitief gelost. De taaie Maja blijft op geringe afstand volgen. Herk 3 Door een misverstand mist ze jammer genoeg de podiumhuldiging… maar niet haar prijs. Op de betonweg dribbelt Patrick Vanaken van Diepenbeek me voorbij. Ik zit op mijn limiet, vanaf de start sturen mijn benen al ongunstige signalen uit. Bij de bocht naar de Keernestraat – waar de Afrikaanse drums geroffeld worden – heeft Kris zijn voorsprong uitgebouwd tot een minuut. En daar zal hij nog 20 seconden bijdoen in de resterende kilometer. Als een locomotief die hoe langer hoe sneller voortdendert. Terug naar het centrum. Ondanks een laatste kilometer in 4’20” word ik in de laatste 250 meter nog door een vijftal lopers overrompeld. Ene Farid loopt me haast omver om plaats 115 te bemachtigen. Ik was hem zelf in het begin van de windstrook voorbijgegaan. Voor de tweede ronde heb ik uiteindelijk een half minuutje meer nodig. Ik haal een verdienstelijk gemiddelde maar dat heeft me wel drie kwartier pijn en moeite gekost.
Na de douche keer ik nog terug naar de markt. Daar is de ambiance tot tegen het nulpunt gezakt. De prijsuitreiking op de markt is een koele bedoening, in beide betekenissen van het woord. Enkele podia zijn niet volledig bezet, de grote massa van een half uur geleden lijkt verzwonden in de Herkse lucht. Ik vind mijn kennissen uit Sint-Truiden en Alken terug in het cafetaria van de sporthal, een halve kilometer daar vandaan, en kan de uitstap toch nog in gezelligheid afsluiten.

(Foto’s Benny Cox. Foto 1: Koen Vangrieken. Foto 2: Patrick Vanaken. Foto 3: Greta Philippaerts links.)

← Toon minder

Oleye (Challenge hesbignon)

zon 09/04/2017 10.15u * Oleye (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:53:15 * 12 * 117/280 * 13/30 * ♥♥

Waarom wil ik twee wedstrijden lopen in drie dagen? ( En waarom veroordeel ik mij tot het schrijven van twee verslagen?) Het is mijzelf ook niet helemaal duidelijk. In de uitslagentabellen stel ik alleszins vast dat ik niet de enige dwangarbeider van het weekend ben. Ik weet vooraf dat presteren op niveau (zij het mijn bescheiden niveau) in beide wedstrijden uitgesloten is. Alberto Canales maakt in elk geval wel indruk met een zege bij de veteranen 3 in Grand-Rechain en een tweede plaats zaterdag in Blegny.
Oleye 1 Het deelnemersveld in Oleye is traditioneel gekleurd met vele Limburgs-Brabantse accenten. Het is mijn eerste wedstrijd in de Challenge hesbignon dit jaar. Ik ontmoet er vele kennissen die ik al enkele maanden niet meer heb gezien. Jean-Marie Haekens, Armand Pirotte, Roland Vandenborne, Romain Uitdebroeks, Isabelle Haesen en anderen.

Lees verder →

Wie zijn naam hier ook vermeld wil zien, kan een aanvraag richten tot de redactie van dit blog… Het krioelt hier ook van de veteranen 3. Met de kwaliteit van dat oude geweld gok ik voor vandaag op plaats 12. U heeft in de vetgedrukte feitenbalk boven het artikel gezien dat ik die bescheiden target zelfs niet haal. Van kwaliteit gesproken, de winnaar bij de veteranen 3 Dominique Mathy eindigt voor de winnaar bij de veteranen 1 en 2…
Als we op het voetbalveld op gang worden geschoten heb ik geen tactisch plan in mijn hoofd. Dat heeft door de uitspattingen van vrijdagavond ook geen zin. De benen eerst langzaam op temperatuur brengen en dan maar afwachten. Ik schuifel langzaam naar voren in de licht stijgende eerste 1,5 km door het dorp. Dat staat op sommige landkaarten nog vernoemd met zijn oude Vlaamse naam “Liek”. Het is maar dat u het weet. Ik loop in het gezelschap van Jules Kempeneers. Een babbel kan er met ons tempo wel vanaf. “Ik geraak niet meer aan 12 km per uur” zegt Jules, met lichte overdrijving zal ik later vaststellen. Nog een aanmoediging van Marcel Baeckelandt (om een mij onbekende reden langs de weg en niet in de wedstrijd) voor we de bebouwing verlaten op zoek naar voornamelijk ruilverkavelingswegen in de open Haspengouwse vlakte. Er waait een zacht windje, het is wel te hopen dat de zon voor de middag niet te fel wordt opgepookt. Even verder wordt het peloton in een smal pad geperst. Toch weer niet? Ik heb anders wel mijn deel singletracks gehad dit weekend. De lichte klim aan een bosrand aan km 2,5 komt me bekend voor. Al een “geparkeerde” loper aan de linkerkant. Het is Pierre Dubois. “Weer te snel gestart”, lacht Emile Sacreas na de wedstrijd, “na vijftig jaar lopen kan hij zijn wedstrijd nog niet indelen”. Ik volg het tempo van Emile, ook een veteraan 3, die zich afvraagt waar zijn Landense clubgenoot Juul Kempeneers blijft. Na een passage op het gras door een laagstamboomgaard gaat het 2 km lichtjes bergaf. Emile houdt een tempo aan rond de 4’45”, perfect voor een praatje en om het zware gevoel in lijf en leden weg te masseren. Op een lange rechte lijn aan km 4 por ik Mauro Calogero aan om zich in ons spoor vast te bijten. Dat is net even te hoog gegrepen voor deze rijpe veteraan 4. Na de bevoorrading aan km 5,2 gaat de betonweg weer omhoog. Dit moet de “heuvelzone” zijn. Plots duikt Jules Kempeneers toch achter ons op. Ik volg het tempo van de Landenaars op de eerste zachte glooiing van enkele honderden meters. Boven schuif ik onbewust weg van mijn twee kompanen. Heeft mijn geest zich intussen aangepast aan de pijn van het lichaam? Ik ga voorbij een duo met Matteo Dattoli. Leid hier niet uit af dat ik plots met 16 per uur door de Haspengouwse velden scheur, alleen dat Matteo hier blijkbaar aan een trainingsloopje bezig is. Oleye 2 We hebben vrij uitzicht over de lopers voor ons. Ik zie Michel Mancini en even voor hem Stefan Meekers de bocht naar rechts nemen, op weg naar de “Ezelshelling” waar er hoogstens ezels op de weg lopen maar niet meer in een weide. Ik ga snel voorbij een jongen in het zwart (Antoine Dubois?). Merkwaardig genoeg gaat hij me op een kort bultje even verder weer voorbij. Ik had nochtans niet de indruk dat ik tempo aan het verliezen was. Ik heb nu Michel Mancini voor me. En dat is een taaie brok. Op weg naar de eerste plaats bij de veteranen 4 passeert hij tijdens de klim zonder scrupules een loper die misschien wel 20 jaar jonger is. In de uitloper van de 700 meter lange klim ga ik dan toch voorbij de Sérésien. Nog 500 meter op een plateautje. Rechts van ons staan de laagstamboompjes in bloei. Nu ik na enkele jaren opnieuw in Oleye ben, valt me op dat dit parcours wel een kloon lijkt van de Jogging van Mielen. Even terzijde: voor wie het verslag van Grand-Rechain gelezen heeft – en welke reden kan je bedenken om dat niet te doen? – waarom noemen we de Jogging van Mielen niet “La Biets”? Verder met het verslag van Oleye. Een korte afdaling leidt naar het laatste klimmetje van de dag, 3% stijgingsgraad op het gras. Voor mij de springplank naar Stefan Meekers. Ik passeer in één moeite ook Bart Saenen. Ik zie de man in het blauw alleen op de rug maar de foto’s van Eddy Defrère onthullen de identiteit van de Limburger die ik vooral ken van de Haspengouw Challenge.
We zijn 9 km ver als we het dorp weer binnenlopen. Ik ben nu toch in inhaalmodus en richt me nu op een oudere loper in wit tenue. Het is veteraan 2 Emmmanuel Dermonne. Mij onbekend en u ook, vermoed ik. Aan het neerhof op de Rue des Peupliers ben ik hem al voorbij (het beeld van de kraaiende hanen en de kakelende kippen is sinds mijn vorige deelnames ergens op mijn interne harde schijf opgeslagen). Voor hem loopt een dame in het rood. Ik herken haar pas een honderdtal meter voor we links een kleine woonwijk worden ingestuurd. Oleye 3 Het is Carine Munot, week na week op post in de Hesbignon of de Condruzien. Wat een karakter! Ik twijfel even: achtervolgen of niet? En… volg mijn jachtinstinct. Stoep op, stoep af. Carine houdt blijkbaar moeiteloos haar tempo. Ik versnel nog eens en… geniet van de pijn. In de Rue des Marais – de laatste rechte lijn – snel ik voorbij. Marie-Paule staat op de uitkijk even voor het opdraaien van het voetbalveld. Voorbij de hobbelige graszoden in de bocht trek ik nog een bescheiden spurtje voor ik naast de (nieuwe?) caravan van Claudy Dechanet over de blauwe finishmatten loop. Ik heb toch wel enkele minuten nodig om te herstellen van de laatste inspanningen. Niet de benen, wel de maag speelt op. En, dat weet ik uit ervaring, is het gevolg van een zo goed als slapeloze nacht. Ook dat nog. Maar ik ben niet de enige. Jean Detaille, een 70-plusser, klaagt ook over te weinig slaap, zo vertelt hij me toevallig op de parking. Hij is om 5 uur vanochtend wakker gemaakt door… zijn hond. Uiteindelijk ben ik toch tevreden over het tweede deel van mijn loop. Maar de dubbele opdracht van dit weekend heeft teveel krachten gekost. Opdracht, wat schrijf ik? Ik heb uit vrije wil beslist en moet achteraf dus ook niet jammeren dat het te veel van het goede is geweest.
De meeste lopers herstellen van de gedane arbeid op en naast het voetbalveld in de aangename warmte van de uitbundige voorjaarszon. Jean-Marie Haekens let op de hond van de Danny Connard terwijl het baasje zich doucht. Ik drink mijn Leffe in het gezelschap van de Seraing Runners Michel Mancini, Mauro Calogero en Noël Heptia. Ik vraag Noël waar we terecht kunnen voor een Italiaanse hap in de buurt. Hij roept er een kenner bij, Christian Gérard. Die blijkt een encyclopedische kennis te hebben over het onderwerp. Zou “escalope pizzaiola” een goede herstellunch zijn? Smakelijk was het alleszins…

(Foto’s Eddy Defrère. Foto 1: Het Haspengouwse dorpje Oleye of Liek. Foto 2: Twee van de dertig veteranen 3. Links in het blauw Dominique Mathy. Draait hij op een magische drank van zijn sponsor? Rechts Roland Vandenborne. Foto 3: Ik haal Stefan Meekers in op de laatste helling.)

← Toon minder

Grand-Rechain ( Challenge L’Avenir)

vri 07/04/2017 19u * Grand-Rechain (Challenge L’Avenir) * 10,6 km * 00:57:31 * 11 * 134/307 * 5/18 * ♥♥

De GPS heeft op het einde van de rit nog een fantasietje in petto voor we Grand-Rechain bereiken. Ik herken de centrale plaats op de Avenue des Platanes waar ik wel al eens geweest voor een internationale wielerwedstrijd. Als loper is dit mijn eerste bezoek. Niet verwonderlijk want de wedstrijd van vanavond wordt voor het eerst georganiseerd. De organisator heeft de loop in alle bescheidenheid genoemd naar… zichzelf. Dat is Robert Bastin. Vandaar “La Bastin”, al de elfde wedstrijd van het seizoen en mijn tweede in minder dan een week in de Challenge L’Avenir. Grand-Rechain 1 Waar een Grand-Rechain is, moet ook een Petit-Rechain zijn. Zo “petit” is dat trouwens niet want je ziet de imposante kerk al vanop kilometers liggen. Dat is misschien een mooi doel voor mijn opwarming, denk ik, rechttoe rechtaan, heen en weer. Tijd zat, ik ben weer bij de eerste inschrijvers, ondanks een file aan de verkeerswisselaar in Cheratte. Bij het draaien in Petit-Rechain moet ik een andere weg genomen hebben want plots bevind ik mij in onbekend gebied.

Lees verder →

Twee wandelaarsters die ik al op de heenweg ben tegengekomen, wijzen me weer de goede richting en zo ben ik toch nog op tijd terug voor de start. Zelfs aan de aerobics-oefeningen had ik kunnen en misschien wel moeten meedoen. We wachten met meer dan 300 tot de dj nog even zijn zin heeft kunnen doen en een portie dreunende muziek de lucht heeft ingejaagd.
Als we dan worden losgelaten lijkt het alsof het wachten de voordelen van mijn lange opwarming weer teniet heeft gedaan. Een onaangenaam gevoel woekert in mijn benen gedurende de eerste hectometers in het dorpscentrum. Aan “La Rocade” verlaten we al de rijweg en zoeken een pad op tussen de weiden. Ik geef even de naam mee van de friterie voor wie de route wil nalopen. Of dat wel een goed idee zou zijn zal blijken uit het verslag. Dan volgen 1,6 kilometer hobbelen over een smalle veldweg. Voor me zie ik ruggen en benen, onder me karrensporen, putten en stenen. Niet het ideale terrein om veel plaatsen op te schuiven. Het plan om in de buurt te blijven van Dominique Heusschen – duidelijk zichtbaar in zijn oranje shirt en nog al eens in mijn buurt te vinden in deze challenge – moet ik al snel laten varen. Bij een smalle doorgang (voor één niet al te dik persoon) na 1 km staat het hele peloton trouwens stil. De veldweg wordt wat breder op het einde voor we op een mooie asfaltweg komen. Naast me rent een laagbijdegrondse tegenstander, zijnde een hondje dat ondanks overgewicht flink zijn best doet. In de afdaling van bijna 2 kilometer door Lambermont kan ik eindelijk een aanvaardbaar wedstrijdtempo ontwikkelen. Voor ons strekt de Vesdervallei zich uit.
Die zullen we evenwel niet bereiken want we worden rechts een smal pad in een bos ingestuurd. Een voortdurend babbelend trio – twee dames en een jongeman – dat ik in de afdaling voorbij gegaan, passeert me gelukkig snel zodat ik me op de ondergrond kan concentreren. De doorgang wordt alsmaar smaller en gevaarlijker. Waar ben ik hier verzeild? Links ligt er een ravijntje, rechts loopt de rotsige bodem steil omhoog. Zelfs als ik zou willen stoppen – en de neiging om dat te doen bekruipt me even – kan ik geen kant uit. Bij een verraderlijke passage op rotsige bodem verontschuldig ik me bij de achtervolgers voor het oponthoud dat ik veroorzaak. “Een potenbreker” noemt Roger Dosseray het parcours achteraf. De winnaar van de veteranen 4 eindigt een dikke minuut voor me. Een verslag zoals dit is altijd de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Ik verwoord het gevoel van een angsthaas met stramme spieren. Andere deelnemers, jongeren met een soepeler gestel, lopers die kicken op trailparcoursen of collega’s die niet vies zijn van wat waaghalzerij, zullen mijn beschrijving een beetje of fel overdreven vinden. In elk geval, mijn eerste “Bastin” zal ook mijn laatste zijn. Intussen loop ik hier en hoop ik zonder averij weer in Grand-Rechain aan te komen. Ik schakel dan maar van lieverlede over op een veredeld trainingstempo, blijf op mijn positie en maak me vooral geen zorgen of ik zelf word voorbijgelopen. Dat zal in de volgende kilometers nog geregeld gebeuren. Het parcours waarin ook nog enkele stevige knikken zitten, kronkelt gedurende – voor mij eindeloze – 4 kilometer door het bos.
Na 7,8 km bereiken we de rand van het bos waar ik eindelijk weer wat vaart kan maken op een rechte en vooral ondanks de stenen veilige bosweg. Ik probeer enkele plaatsen goed te maken die ik in de vorige onzalige kilometers heb verloren. Ik haal een eerste juffrouw in die echter andere zorgen heeft dan haar positie in de wedstrijd. Grand-Rechain 2 Zij is gedwongen tot een sanitaire stop en vindt achter een boom een twijfelachtige beschutting voor indiscrete blikken. We draaien rechtsaf. Op een brede asfaltweg ben ik snel bij de juffrouw in het zwart die me in het tweede deel van het bosparcours is voorbijgegaan. En passeer ook een vrouwelijke deelneemster in het oranje. Na 500 meter maakt het asfalt weer plaats voor een smal pad tussen de weiden. Maar er is in deze afdaling voldoende ruimte om de hindernissen in te schatten en ik kan nog twee plaatsen inwinnen. Voor me zie ik een nieuwe helling liggen en eindelijk een bekende, senior Vincent Degueldre. Die lijkt ook het beste te hebben gehad vanavond. Ik ga hem voorbij in het midden van de klim. Op de moeilijke beloopbare maar wel wat bredere veldweg kan ik ook de lopers achter me afhouden. Toch nog een kleine succeservaring. Nog 400 meter op asfalt in het dorp. De weg blijft omhoog gaan maar opgelucht als ik ben dat we weer in veiliger oorden zijn, zet ik nog eens druk op mijn gepijnigde benen en snel nog voorbij een drietal (twee lopers en een hond). Zoals mijn collega’s eindig ik in een… schuimbad. Een ideetje van de scouts, de mede-organisatoren van deze loop. Voor de kinderen is het een buitenkansje, voor de rijpere loper een leuk detail.
Na een sober natje en een stevig droogje vertrekken we huiswaarts. Onderweg herken ik het laatste deel van het parcours van de Halve Marathon van Herve eind oktober 2016. Het doorkruisen van Herve zorgt nog voor enige verwarring maar daarna zijn we snel in Visé en aan de Hallembaye. Mijn trainingswegen liggen er vredig bij wachtend op mijn volgende passage…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Nog met de glimlach en met de verwachting van een leuk parcours. Foto 2: Tijdens en na het schuimbad.)

← Toon minder

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 02/04/2017 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,05 km * 00:38:26 * 12,5 * 76/252 * 4/18 * ♥♥♥♥

Vrijdagavond besluit ik mijn loopplan voor dit weekend te wijzigen. Bij nader toezien blijkt de “Grand Jogging de Stembert” een ander parcours te hebben dan de loop die ik vier jaar geleden heb betwist en waar ik goede herinneringen aan bewaar vanwege het aangename parcours met mooie bospaden en aangename asfaltwegen. Op papier ziet de omloop er minder aantrekkelijk uit dan dat van de Jogging de Stembert (let op, zonder “grand”, ze missen daar wat fantasie in het bedenken van namen). Dan misschien toch liever naar Sart-Tilman waar ik wel enkele Limburgse getrouwen van de Challenge van Luik zal treffen. Stembert 1 Maar die loop blijkt verboden door de stad vanwege terreurdreiging. Dan toch maar naar de oostelijke voorstad van Verviers. Als de terroristen nu dit evenement maar niet als doelwit hebben gekozen… De jogging waar ik oorspronkelijk op zoek naar was, is verschoven naar oktober. Wie weet, treed ik dit jaar twee keer op in Stembert. Jean-Louis Voss, een categoriegenoot, stelt me tijdens de opwarming gerust dat dit parcours ook zijn charmes heeft. Wel meer asfalt en “gespierd” voegt hij eraan toe. Hij slaat twee keer de nagel op de kop. De loop wordt georganiseerd door de Royale Jeunesse Sportive ook al horen de vrijwilligers achter de toog en de inschrijvingstafel bij een rijpere leeftijdsklasse. En jij dan, hoor ik sommige lezers grinniken. Wel, ik ben dit keer alleszins niet bij de drie oudste deelnemers.

Lees verder →

De start vindt plaats voor de kantine van de voetbalclub Entente Stembertoise. Aan de andere kant van de weg liggen volkstuintjes in deze dichtbevolkte wijk. In afwachting dat de weg vrijgemaakt is, kunnen we nog even verpozen onder de voorjaarszon. De omroeper kondigt ook aan dat de eerste lopers begeleid worden door Vespa-rijders. Ik kan niet genieten van deze nieuwigheid. Ondanks de aangename temperatuur zijn er nog niet genoeg “wespen” uitgekomen om de tragere lopers te vergezellen.
De eerste 200 meter zijn vlak. Maar eens we de brede Avenue zijn overgestoken, gaat het al meteen stevig omhoog en is ook dadelijk meer ruimte om wat plaatsen op te schuiven. Even verder draaien we links een smal graspad op. Na nauwelijks 400 meter zit iedereen al in het rood. Gehijg alom in de opeengepakte sliert lopers. Want het blijft hier natuurlijk stijgen. Dat zal nog een hele poos duren, de omroeper heeft ons gewaarschuwd. We zoeken een smallere en vooral steilere weg op achter een bredere rijweg. Er zijn wel wat mensen uit hun huizen gekomen. Misschien niet toevallig, de speaker rijdt met zijn 4×4 vooruit om onze komst aan te kondigen. Ik haal enkele dames in maar richt me vooral op de enige man die ik herken tussen de lopers voor me. Dat is Helmut Weynand, een Duitstalige 70-plusser, met wie ik al vaker op pad geweest ben in deze regio. Een paar korte vlakke “overloopjes” niet te na gesproken blijft het maar klimmen. In die klim heeft veteraan 3 Jean Dessouroux zijn concurrenten al afgeschud. Dat meldt Alberto Canales me na de wedstrijd. Ik verteer de stijgingen vrij goed maar wil mijn kruit hier natuurlijk al niet verschieten. Helmut geeft geen krimp en houdt zijn kleine voorsprong vast. Na een twaalftal minuten en 2,4 kilometer zijn we dan eindelijk boven. Ik zie aan de tegenliggers achter een nadarafsluiting dat we hier een lus maken. Een slanke jongeman kruist me. Een echte atleet in tegenstelling tot de oudere en wat uit het model geraakte deelnemers die verderop sukkelen en waar ik ook bijhoor. Hij ligt in vierde positie (tenminste hij eindigt in die positie), vertelt hij me na de finish. Er worden ons 600 meter afdaling gegund. Na een bocht op een mooi aangelegde stoep rond een fraai vijvertje (met enige zin voor overdrijving “Le grand Vivier” genoemd) wacht de volgende helling. In die 400 meter kom ik dan toch in het spoor van Helmut. We zijn dan door een parkje gelopen op een smal pad bezaaid met dood hout en ontluikend groen. Intussen word ik ook bekoord door deze groene omgeving. De beoordeling van Jean-Louis Voss klopt dus. Helmut krijgt mij in de smiezen als ik bij de bevoorrading langs hem opduik. Ik neem ook een slok. De loop is kort maar de warmte laat zich gevoelen. In de volgende dalende kilometer over een ongelijk asfaltweggetje drijft Helmut met grote halen het tempo op. Ik moet op mijn tanden bijten om in zijn spoor te blijven. Nu ik hem eindelijk heb bijgehaald wil ik ook niet meer lossen. Na twee bochten zien we de volgende klim al voor ons liggen. We lopen nu tussen de weiden. Hier voel je en ruik je de boerenbuiten. Ik hijs me weer op de hoogte van Helmut die puft in de de hitte. In het eerste deel van 200 meter ga ik de Bütgenbacher voorbij. Na een korte dalende strook neem ik op de tweede klim van 300 meter afstand. Die laatste helling is er ook te veel aan voor de piepjonge Brieuc Masson.
We zijn nu 5,4 km ver. Ik maak van de volgenden zacht dalende hectometers gebruik om mijn benen die al heel wat te verduren hebben gekregen even wat rust te gunnen. Ik kan zelf even het tempo bepalen, voor me zie ik niet dadelijk een uitdager. Dat is voor de taaie Helmut meteen een uitnodiging om het kloofje te dichten en de leiding weer over te nemen. Stembert 2 Rond km 6,7 waar het wat vlakker is en we de bebouwde kom van Stembert binnenlopen legt hij er weer de pees op. Hij wil wel plaats maken voor veteraan 2, Alain Dethier, die plots achter onze rug opduikt. “Neen, neen , ik kan niet” hijgt Alain. Twee senioren – onder meer Alexandre Charlier – gaan ons met enige moeite voorbij en zullen in de volgende kilometers tot aan de finish even voor ons uit blijven draven. Niet slecht voor twee mannen – wij dus – die zo’n dertig jaar ouder zijn. We zijn nu aan km 7. Daarnet had ik nog twijfels, nu kan ik zeker zijn dat er geen klimmetje meer volgt. Het gaat stevig naar beneden in de dichtbebouwde straten van Stembert. We stuiven voorbij een dubbele rotonde. Het verkeer wordt staande gehouden om onze dolle vaart niet te hinderen. (Ik zie het nog niet gebeuren in bijvoorbeeld de Haspengouw Challenge.) Alain Dethier gaat ons nu toch voorbij. Helmut schudt nog eens alle energie uit de kuiten en dwingt me weer tot het uiterste. Mijn benen zijn niet meer gewend aan snelheden onder de 4′. Toch is het mijn grijze collega zelf die het gelag betaalt van de snelle afdaling. Stembert 3 Hij moet een twintigtal meter toegeven als we weer uitkomen op de Rue du Panorama waar we nog een halve ronde rond het voetbalveld moeten afwerken. Ik hoor nog een loper naderen. In de laatste rechte lijn neemt senior Thierry Didderen mij en Alain Dethier nog te grazen. Helmut Weynand finisht luttele seconden na mij. “Je hebt me pijn gedaan”, lach ik naar de laureaat in de V4-categorie. “Nog niet genoeg” is zijn reactie later in de kantine, “je valt net buiten de prijzen bij de veteranen 3”. De speaker raakt maar niet uitgepraat over het groot aantal dames in de loop die hij stuk voor stuk bedankt voor hun aanwezigheid en complimenteert met hun prestatie. Hij vermeldt telkens hun nummer. Jammer genoeg zegt “165” of 887″ niet echt veel. Dan spreekt “Micheline” of “Laurence” meer aan. Zelf ben ik uiteindelijk toch tevreden dat ik hier naar Stembert ben getrokken. Zowel het parcours als de ambiance langs de weg scoren boven het gemiddelde. Over mijn uitslag en gemiddelde mag ik ook al niet mopperen.
Ik check nog even de kleedruimtes in de achterbouw van de kantine die haar leeftijd niet kan verbergen. Maar daar is volop plaats en de doucheruimte zelf blijkt gerenoveerd te zijn. Ik wissel nog wat ervaringen uit met Alberto Canales, net voor me in de uitslag van de veteranen 3 maar wel met een voorsprong van 2’30”. Er is hier een prijsuitreiking met alles erop en eraan, eerder uitzonderlijk in de Challenge L’Avenir. Daarna is ook de Leffe leeg en de “pain-saucisse” op. Die van mij in elk geval. We wensen Françoise Piscart nog een fijne namiddag in het gezelschap van haar zoontje op de carnavalstoet van Goé en nemen afscheid van Stembert. Na een tussenstop in de Pam-Pam in Visé zijn we snel weer in het zonovergoten Heukelom.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Een nieuwigheid in een loopwedstrijd. De lopers worden begeleid door vespa’s. Met dank aan de Vespa-club van Verviers. Foto 2 : Senior Alexandre Charlier leidt het groepje in de laatste meters naast het voetbalveld. Helmut Weynand loopt hier in voorlaatste positie. Foto 3: Happend naar lucht achter de rug van veteraan 2 Alain Dethier.)

← Toon minder