Maandelijks archief: januari 2017

Visé

zon 29/01/2017 10.35u * Visé La Zatopek en famille (Challenge L’Avenir) * 9,9 km * 00:47:33 * 12,5 * 144/480 * 9/37 * ♥♥♥♥

Het kriebelde al een tijdje, nu is het zo ver: de competitie barst weer los. Ik heb de laatste weken twee afspraken gemist, te laat gezien dat alleen voorinschrijving mogelijk was. Sprimont zou wel eens te modderig kunnen worden, dus hou ik het kort bij huis, in Visé. Ik zal me hier minder eenzaam voelen dan Robinson Crusoe op zijn eiland. (Een eilandje op de Maas hier is genoemd naar de fictieve eilandbewoner uit de roman van Daniel Defoe.) Met 1200 zijn we, voor de vijf afstanden. Heel wat gezinnen met kinderen voor deze eerste loop van de Challenge L’Avenir. Want de “Zatopek en famille” is in de eerste plaats een gezinsfeest. Zatopek is de titel van een jogging- en runningmagazine dat zijn tienjarig bestaan viert. Maar Zatopek – Emil is de voornaam – is vooral een legendarische hardloper, de Tsjechische locomotief genoemd. Lees eerst mijn verslag voor je zijn biografie opzoekt, anders klinkt mijn verhaal nog futieler.
Na de berekoude trainingen van de vorige weken is de temperatuur weer wat milder, alhoewel toch wat frisser dan gisteren. De westenwind voelt ook niet echt aangenaam aan, ik zal mijn windvestje maar aanhouden. De lange broek kan wel in de kast blijven. Servais Halders neemt plaats in de eerste rijen van het peloton. Ondanks enkel- en knieperikelen wil hij er in vliegen. En dat doet hij ook. Winnaar met een voorsprong van zes minuten op ondergetekende. Te snel zelfs voor de officials die hem aanvankelijk als tweede hebben geplaatst. Hij is een van de niet minder dan 39 veteranen 3 aan de start. Van de bekenden die voor me eindigen heb ik alleen Pierre Bruwier opgemerkt.
In de eerste tweehonderd meter laat ik me meedrijven in de massa – ik ben trouwens redelijk voorin gestart – en begin wat op te schuiven zodra de weg naar beneden gaat. De Hall Omnisport ligt op het plateau boven de Maasvallei. We hebben dus een fikse afdaling voor de boeg om de Maas te bereiken. Links naast me duikt Jean-Pierre Immerix op. Om toch even naast me te lopen nu het nog kan, zegt hij. En om een vermelding te krijgen in dit verslag, neem ik aan. Wat bij deze gebeurd is. Hij zal zijn doel – binnen de 50′ eindigen – net niet halen. En keert dus toch niet 100% happy terug naar Veldwezelt. Op de 1,4 km lange duik naar de Maas kunnen de benen eens lekker rondwentelen en kan het lichaam gerodeerd worden voor de kilometers op het vlakke. Ik kom wel enkele ogenblikken in de buurt van de 4′ per km maar hou bewust wat in: het echte werk moet nog beginnen… en ik wil de harde schokken op het asfalt temperen. De onderrug begint na een tijd wat op te spelen en ik ben opgelucht dat de vlakke kilometers eraan komen. Het peloton slingert zich langs de Place Reine Astrid die herinneringen oproept aan de drie marathons die ik hier in triomf heb beëindigd (zo voel ik het althans aan, u laat het misschien koud). Ik moet mijn privé-fotograaf zelf opmerkzaam maken op mijn passage. Ze kan nog net afdrukken voor ik aan de Maasbrug naar rechts afsla voor het eerste vlakke stuk op de rechteroever. Voor actiefoto’s op het einde van de wedstrijd is ze helaas te laat wegens een te lange pauze in de Pam Pam.
Op een betonnen fietspad kom ik eindelijk bij Alain Waerts die ik al van even na het vertrek in het vizier heb. Alain is 15 kilo kwijtgespeeld in de voorbije maanden en zou conditioneel weer wat moeten kunnen verbeteren. Even daarvoor heb ik Jean-Louis Voss ingehaald, een veteraan 3 die hondstrouw is aan de Challenge L’Avenir. Visé 1 Ik ben best tevreden over mijn tempo dat schommelt rond de 4’30” per kilometer. Na 3,2 kilometer draaien we naar links. Even klimmen naar de rotonde op de Rue des Cimentiers. Een van die cimentiers zal dadelijk in dit verhaal voorkomen, hij loopt namelijk mee. Over de brug naar de overkant van de Maas. Is dit trouwens de Maas of het kanaal, vraag ik me af. Ik kom hier zo vaak en moet telkens opnieuw mijn hersens pijnigen om die vraag te beantwoorden. Mijn geest is beneveld door de inspanning. De fabrieken die ik zie, liggen even verder. Daar is het kanaal en dus heb ik Jean-Pierre na de wedstrijd verkeerd ingelicht. We lopen opnieuw richting Visé. Dit is een gedeelte van het parcours van de marathon waar ik in betere tijden vaak mijn lange duurlopen heb afgewerkt. Foei, dat ik nog altijd in de war ben over welke waterweg waar ligt! Ik heb Nicolas Bynens in de gaten gekregen. Ik zie dat hij wat scheef loopt. Dat kan de leeftijd zijn – de meeste veteranen 3 zoeken een ongewone houding om hun ouderdomskwalen te compenseren – maar waarschijnlijker is het een gevolg van een breuk van de malleolis (dat is de knobbel van de enkel) waardoor hij vijf weken in het gips heeft doorgebracht en pas sinds enkele weken weer aan het trainen is. Hij is aan het afzien, maar lopers zijn harde jongens en dus doet hij dapper door. Bij het voorbijgaan geeft hij me nog een opdracht mee: “Claude Herzet loopt hier niet ver voor je. Je kan hem nog inhalen.” Dat is te hoog gegrepen, antwoord ik. In elk geval kan ik Claude niet ontdekken in het groepje voor me. Hij is de ex-cimentier waar ik het net over had. Ik ben dus bezig aan een rechte strook van 1,7 kilometer, eerst op asfalt, daarna op beton. Alleen onderbroken door een fraai voetgangersbruggetje aan de jachthaven van Visé. Aan de jachthaven links van ons waggelen de eenden op zoek naar een groen sprietje gras. Zouden ze eindigen als specialiteit, in een pot, als “oie à l’instar de Visé”? Het tempo is wat gezakt, leid ik af uit mijn Garmin-gegevens. We draaien naar rechts onder de Maasbrug. Grappig, ik zie pas op de Garmin-kaart dat we een lus hebben gemaakt op het Ile Robinson. Ik heb te druk om naar bekenden te speuren. Ah, daar zie ik Françoise Piscart die al op de terugweg is over het bruggetje. Ik twijfel even maar neem dan toch geen bekertje aan bij de drankpost. Een mens heeft er geen idee van hoeveel beslissingen je in zo’n wedstrijd moet nemen. We moeten een korte pittige klim maken om boven op de Maasbrug uit te komen. Na de scherpe bocht naar rechts boven op de brug zie ik de lopers voor me passeren. Daar is Claude Herzet. Die kijkt naar beneden en ziet mij ook. Een glimlach als groet. Is dat codetaal om te zeggen ” Mij zul je vandaag niet krijgen”? Ik maak gebruik van de smalle strook op de rijweg die met kegeltjes is afgezet. De meeste collega’s nemen het voetpad. We zijn nu halfweg. Het moeilijkste deel van het parcours moet nog komen. Ik heb nog steeds het gevoel goed onderweg te zijn en haal op tijd en stond een concurrent in.
We lopen nu door de binnenstad, op het voetpad achter de geparkeerde auto’s. Dit vind ik niet echt gezellig lopen maar het tempo gaat toch weer de hoogte in. Ik zit hier weer rond de 4’30”. Ik vraag me wel af via welke weg we weer naar de bovenstad zullen lopen. Oei, dat wordt een steile klus, is mijn reactie als ik de weg naar boven herken. De stijgingsgraad klimt snel naar de 10% en hoger. Een jonge snaak stormt voorbij. Mijn buur aan de binnenkant van de weg is al even sterk onder de indruk als ikzelf. Wie loopt daar nauwelijks een tiental meter voor me? Claude Herzet. Visé 2 Zijn foulée op het vlakke heeft nog de jeugdige schwung, maar zijn grinta, zijn verbetenheid is wel aangevreten door de tand des tijds. Ik haal hem snel in. Vriendelijk als altijd moedigt hij me nog aan. Kan ik misschien ook een glimp opvangen van Françoise Piscart? Maar het witte shirt dat ik zie hoort toe aan een man. Bij de laatste huizen waar de weg wat minder helt kan ik het tempo weer wat opkrikken. De asfaltweg gaat nu over in een smal bospad. Modder en boomwortels kraken het tempo volledig. Dan even verpozing op een vlak stuk voor we weer een modderige veldweg opgestuurd worden waar ook nog de wind tegenwerkt. Ik hou hier goed stand en heb nog wat energie in de tank voor wat je met enige fantasie de laatste rechte lijn naar de finish kan noemen. Er staan wel wat plassen op de veldweg maar die kunnen het tempo niet meer breken. Ik passeer Pauline Lopez-Nava en pak ook de jonge man in zijn groene outfit terug die daarnet zo onstuimig de beklimming nam en de bewondering afdwong van zijn collega’s die zich met veel meer moeite naar boven hesen. In de laatste kilometer zijn twee jonge mannen me nog te snel af: de ene merk ik nu pas voor het eerst op, de andere neemt zijn plaats weer in die ik hem daarnet ontfutseld heb. Ik open de ritssluiting van mijn windvest om mijn borstnummer goed zichtbaar te maken voor de officials. In de laatste bocht volgt Servais al ettelijke minuten het gebeuren als toeschouwer.
We moeten nog door een smalle doorgang tussen dranghekken alvorens we onze rugnummers kunnen inleveren. Daar wacht een warme thee. Maar je koelt nu snel af en ik haast me naar de sporthal. De opvang is hier uitstekend. Deze organisatie is berekend op de grote massa. Er wordt ons gevraagd onze besmeurde schoenen in een plastic zakje te stoppen. Een medewerker loodst ons verder naar een vrije kleedkamer. Het water van de douche is zalig warm. In de volle kantine bots ik al meteen op Jean-Pierre en Servais. Luttele seconden later hou ik al een blonde Leffe in mijn handen. Jean-Louis Voss’ voorkeur gaat zo te zien uit naar een Leffe Ruby. “T’as déjà une bière, c’est le plus important” antwoordt hij als ik hem zeg dat ik op zoek ben naar mijn vrouw. Deze uitspraak is uiteraard volledig voor rekening van de besnorde veteraan. Even later spot ik ook Marie-Paule. Na de traditionele wedstrijdbespreking besluiten we onze uitstap in de “Santa Rosa”. (Dit artikel is tot stand gekomen zonder enige geldelijke steun van de Horeca van Visé.)

(Foto 1 van Marie-Paule: Voor de Maasbrug, na 1,7 km. Foto 2: De eenden langs de Maas.)

LCC Veldloop Lanaken

zon 08/01/2017 15.40u * LCC Veldloop Lanaken * 7 km * 00:36:08 * 11,6 * 45/47 * –/– * ♥♥

Het leven hangt met toevalligheden aan elkaar. En zo kom ik zondagmiddag terecht op de LCC-veldloop in Lanaken. LCC staat voor Limburgs Cross Criterium. Als mijn geheugen me niet in de steek laat moet mijn laatste veldloop dateren van rond 1960… Er wordt hier in categorieën gelopen of alleszins in een combinatie van categorieën. De dames lopen allemaal samen van jong tot oud. De masters vanaf 35 worden ingedeeld met de junioren. De senioren-heren vormen de elite-eenheid. De inschrijving kost maar enkele euro’s en toch mogen alle deelnemers met een prijs naar huis. De registratie van de naam aan de finish stamt nog uit het pre-digitale tijdperk en doet me denken aan het oude systeem van de Challenge van de provincie Luik. Je moet je “naamkaartje” aan het nummer bevestigen. Dat wordt dan aan de finish van het nummer gehaald door bijvoorbeeld een besnorde heer. Ik heb in Lanaken meer geluk want ik word opgevangen door een jonge juffrouw. De hele procedure wordt me duidelijk uitgelegd bij de inschrijving. Ik heb immers geen officieel borstnummer van de Val (Vlaamse Atletiekliga) en vertrek dus met een wit dagnummer. “Dat is voor gastvedetten” antwoord ik als habitué Michel Ruymen me een ironisch compliment maakt met dit ongewone attribuut.
Een veldloop wordt niet voor niets zo genoemd. Het meestal kronkelende parcours loopt over wisselende, maar steeds onverharde ondergrond en moet een aantal keren worden afgelegd om de benodigde kilometers te halen. De afstand is normaal gesproken beduidend korter dan die van stratenlopen. Maar het grote verschil met de stratenlopen is wat ik zou omschrijven als de professionele sfeer. Scherp getrainde en veel jongere atleten volgen een strikt gepland opwarmingsschema – met stevige spurtjes – voor de loop en plakken er achteraf nog een uitgebreide cooling-down aan vast. Die toppers zijn er in de stratenlopen uiteraard ook maar vallen daar vele minder op in de massa van de zondagslopers die gezapig rondjes draaien terwijl ze onderweg hun collega’s groeten en met wat smalltalk de tijd te doden in afwachting van de start.
Ik heb mijn opwarmings- en verkenningsronde achter de rug en voel meteen dat dit parcours – of wie weet een crossparcours tout court – geen spek voor mijn bek is. Ik heb de putten, de bochten en de heuvels kunnen taxeren en weet dus waar ik speciaal uit mijn doppen moet kijken. Voor mijn verslag is het alleszins een pluspunt dat fotograaf Eddy Defrère hier aanwezig is. Hij is vanuit Crisnée – “en ligne droite” zoals hij het zelf uitdrukt – naar Lanaken afgezakt, speciaal om ons te verblijden met zijn beelden. In de andere wedstrijden treden enkele taalgenoten van hem aan, met succes overigens.
Lanaken 1 De dames zijn onderweg, nadien zijn wij aan de beurt. Het is zaak de aankomst van de gestarte categorieën goed in de gaten te houden want het vertrekuur is relatief en kan eventueel een aantal minuten vervroegd worden. Onmiddellijk na de aankomst van de laatste deelnemer van de aan gang zijnde wedstrijd wordt de volgende loop op gang geschoten. Maar ook die regel is relatief, zoals ik zal vaststellen na afloop van mijn wedstrijd. De lopers treffen de laatste vestimentaire voorbereidingen in tentjes met de naam van hun atletiekvereniging. Dank zij mijn contacten met de familie Govaerts-Van Zand mag ik bij Atletiek Club Alken onder het zeil. In de startzone neem ik plaats in de achterste rijen. Ik monster mijn buren. Hier en daar nog een oude (of tenminste ouder uitziende) deelnemer. Een nog redelijk jong ogende collega zegt al tevreden te zijn als hij de laatste plaats weet te vermijden. Meer ambitie of illusies heb ik zelf ook niet. In dit kleine peloton met sterke lopers wordt het voor mij sowieso een achterhoede gevecht.
Het startschot weerklinkt, en hier is dat nog een echt schot. Na het schot volgt de schok. Na 50 meter heb ik al een achterstand van 10 meter op de meute. Alleen een deelnemer in witte ADD-uitrusting (ADD: Atletiekcub De Demer) loopt vlak voor me. Achter me vermoed ik alleen de 70-plusser Pierre Hulsmans. Ondanks de lange opwarming zijn mijn benen nog niet klaar voor een plotse inspanning, mijn longen evenmin. Eerst in mijn tempo proberen te komen, daarna pas denken aan terrein goedmaken. Maar daar is hier geen sprake van. Ik zal in de gehele wedstrijd geen enkele deelnemer van de meute die net van me is weggeschoten nog kunnen bijbenen. Ik maak kennis met het relatief lange rondje van 1,7 km in wedstrijdomstandigheden. Mijn gezel Kris Eeckhout heeft meestal de leiding en geeft de indruk het tempo te gaan optrekken in de volgende kilometers. Ik kijk uit om hem niet in de weg te lopen en zelf niet op een of andere bobbel te stoten of uit te glijden op een ijsplek. Na een ronde heb ik al een idee van de verhoudingen tussen positie 45 en 46 in de loop. Ik kan een hoger ritme aan op de langere stukken op zachte ondergrond dan mijn gezel. Maar dat voordeel gaat teniet op de nog steeds bevroren stroken en zeker in de korte afdalinkjes waar ik telkens een aantal meter moet prijsgeven. In de talrijke lussen kan ik mij een idee vormen van mijn achterstand. Dimitri Driesen zal ik drie keer kruisen. Hij zal met een kleine voorsprong voor Kris Govaerts eindigen, nog zo’n doorwinterd veldloper. Van Kris vang ik alleen een glimp op in de eerste ronde. Eddy Defrère – de mobielste en actiefste onder de aanwezige fotografen – legt onze doortocht vast. “Ik hoop dat je deze niet heb gemist” plaag ik hem in het voorbijgaan. Een zinspeling op zijn ongelukkige nachtopnamen in Hannuit. Kris Eeckhout heeft de morele steun van zijn familie onderweg maar begint toch tekenen van verzwakking te vertonen. In het begin van de derde ronde moet hij een kloofje laten dat in de volgende kilometers nog groter zal worden. Intussen zie ik de snelste jongens naderen. In het begin van de derde ronde is het zo ver. Willy Peter en Ruben Quagliari schieten mij met krachtige tred voorbij. De speaker kondigde hun komst al aan. Nog even oefenen op de uitspraak van de Italiaanse naam en de voor- en achternaam in die volgorde zeggen, Rik! Goed, ze beginnen me dus te dubbelen en ik hou me van de koord (of het lint) weg om de snellere jongens niet te hinderen. Van de laatste die me een ronde aan het been lapt krijg ik zelfs een bedankje. Jo Vrancken stoomt me voorbij zonder een woord maar hij wil wellicht tijd inhalen na een ongelukkig manoeuver van een concurrent die zijn spike heeft doorboord. En Raf Clerinx kan niet meer dan een amechtige klank uitbrengen als ik hem met “Allez Piringen” aanmoedig. Aan een kruising waar zich enkele supporters ophouden komt Marc Ruymen mij in tegengestelde richting tegemoet met een goede 300 meter voorsprong. Wat een verschil met een wegwedstrijd. Dan volgt de brede lus over een bospad. Dat stuk ligt me het beste. Ik moet het bijwijlen modderige pad met trailschoenen bedwingen. Spikes, het onmisbare werktuig van de geoefende veldloper, behoren immers niet tot mijn standaarduitrusting. Wellicht zouden ze hier voordeel hebben opgeleverd. Op het einde, voor we links de start- en aankomstzone opdraaien, staan twee fotografen al vanaf het begin van de wedstrijd met de telelens in aanslag. Maar ze vinden me geen bit geheugenopslag waard.
Als ik de laatste ronde inga worden de laureaten al naar het podium geroepen. Mijn doorkomst gaat dus onopgemerkt voorbij. Nu, uit het verslag heeft u al lang begrepen dat mijn prestatie op deze mistige middag ook geen bijzondere aandacht verdient. Wat ik de lezer wel kan meegeven is dat het parcours uitgetekend is achter het H.Hartcollege waar in 2018 een gloednieuw sportcomplex zal verschijnen, Sportpark Montaignehof. De werkzaamheden zijn volop aan de gang en de zware machines hebben sporen nagelaten op een strook van het parcours. De laatste ronde dus. Lanaken 2< Voor de vierde en laatste keer over een hobbelig en beenhard graspad naar een weide. Twee bochten verder moeten we over een ijsschots klauteren (dit blog is zoals u weet niet vrij van enige overdrijving). Dit is het harde gedeelte van het parcours. De bevroren platgelopen sneeuw van de vorige dagen is nog niet helemaal verdwenen en het is niet prettig lopen op de harde ondergrond met de gladde zool van mijn trailschoenen. Maar ik ben te houterig en heb te veel angst voor een valpartij om hier potten kan breken. Ik zal al tevreden zijn als ik geen botten breek. Ik loop hier moederziel alleen. Het publiek houdt zich aan de andere zijde van het parcours op. De meeste mensen zijn trouwens al naar huis. De snelste jongens zullen dadelijk hun wedstrijd in de eenzaamheid en de desolaatheid van de valavond moeten afwerken. Nog een keer het lusje achter het College. Wat is dat toch een ellendig stuk! Ik snap niet hoe de snelle lopers op hun lichte spikes hier hun enkels niet kraken. Ik geraak heelhuids door de laatste greppel en kan weer ontspannen op mijn favoriete bospad. Ik heb nog even hoop dat de fotografen mij dan toch een plaatje gunnen, tevergeefs. Als ik voor het laatst het grote grasveld oploop, zie ik dat net de start van de seniorenwedstijd is gegeven. Ze hebben niet op me gewacht. Ik val vandaag buiten de tolerantienormen. Een slap spurtje beëindigt mijn eerste cross in decennia. Ondanks de omstandigheden die mij niet echt gunstig waren, ben ik niet ontevreden over deze loop die ik als een veredelde training wil catalogeren. Zal het bij dit eenmalig optreden blijven? De toekomst en de lectuur van dit blog zal het uitwijzen. (Foto’s defrere athletics fotos. Foto 1: Langzame loper in de mist. Foto 2: Snelle lopers in de mist, vooraan Jo Vrancken.)