Maandelijks archief: augustus 2017

Pepinster (Challenge L’Avenir)

vri 25/08/2017 19.15u * Pepinster (Challenge L’Avenir) * 6,2 km * 00:29:13 * 12,7 * 81/286 * 6/17 * ♥♥♥♥

Het zal vanavond een vluggertje worden in Pepinster. Na ampel beraad met mezelf heb ik beslist om van start te gaan in de Pépi-jogging van Pepinster. Dat is weliswaar niet vlak bij de deur maar vanaf mijn uitvalsbasis makkelijk te bereiken via een netwerk van autowegen. De ultrakorte loop past deze week perfect in mijn planning van langere trainingen. Het parcours wordt bovendien beschreven als eerder “roulant” (lichtlopend) en kan een welkome afwisseling zijn voor de duurlopen. Maar na de verkenning lijkt mij een gemiddelde van 13 per uur dat ik als doel vooropgesteld had hoogst onwaarschijnlijk.
Pepinster ligt in de vallei van de Vesder, enkele kilometers stroomafwaarts van Verviers. Tijdens het inlopen en de wedstrijd denk ik dan ook dat we enkele keren de Vesder oversteken. Maar nadere studie van mijn gps-track leert me dat dit de Hoëgne is die aan de andere kant van de bebouwde kom in de Vesder stroomt. De loop luistert naar de naam “Pépi-Jogging”. Ze houden hier wel van de Pepijn die zijn naam aan het dorp heeft gegeven. Ook de grootste politieke partij van de gemeente heet “Pepin”. Die hebben zelfs de socialistische partij in de oppositie geduwd. Dat mag merkwaardig genoemd worden in een van de oudste industriële regio’s van het land.

Lees verder →


Wij moeten aan de zuidrand van het dorp zijn, langs de N690 die naar Theux leidt. In de rommelige omgeving vinden we na enig zoeken dan toch de toegang tot de parking. De “verkeersregelaar” is dan nog niet op post. Ik vind een plaatsje tussen hopen steenkolen en bouwpuin. Ik zie achteraf dat er ook een meer geciviliseerde parkeergelegenheid is. Ze verwachten hier toch zo’n 400 deelnemers, trail inbegrepen. Wat weggedoken achter en lager dan de weg ligt het voetbalveld. Daar moeten we naartoe. Als ik door de ramen kijk van de donkere kantine zie ik een splinternieuw veld met kunstgras. Waalse paradox! Na een uitgebreide verkenning van de laatste kilometers loop ik enkele rondjes rond het veld. Op deze ondergrond lijkt het of je veren in je schoenen hebt zitten. Pepinster 1 Even voor de start worden we naar de middencirkel geroepen voor een groepsfoto. Bert Ernest posteert zich zonder schroom op de eerste rij. De foto wordt maandag gepubliceerd in L’Avenir, de organiserende krant. Je hoeft je maandag overigens niet naar de kiosk reppen voor de krant. Je zal me toch niet op de foto vinden: te klein, te bescheiden…
Het verkeer wordt even stilgelegd in het stadje (je mag het voor mij ook een groot dorp noemen) voor de start en de eerste kilometers door het centrum. Ik heb me rustig laten meedrijven in de massa die zich naar de startstreep begeeft en moet dan vaststellen dat ik in de achterste gelederen van het peloton moet vertrekken. Dat wordt weer een weg naar voren zoeken in de massa. We steken de rivier, de Hoëgne dus, voor het eerst over na 400 meter. Op die afstand ben ik niet verder gekomen dan 10,5 gemiddeld. In de eerste meters sta ik stil in het gedrum en, eenmaal er een beetje ruimte komt, roepen mijn benen me tot de orde. Het laatste kwartier ben ik nauwelijks in beweging geweest. Het lijkt wel alsof er een giftige stof in mijn benen is gespoten. Louis Schmetz ben ik wel al voorbijgegaan. Dat is de tachtigjarige die ik een dikke maand geleden in Cornesse, hier in de onmiddellijke buurt, heb leren kennen.
We lopen nu op de hoofdstraat die in dalende lijn gaat. Hier kan ik het onaangename gevoel uit mijn benen lopen en met wat gewring en gezigzag tientallen plaatsen goedmaken. We buigen rechtsaf de Rue Pépin in (daar heb je hem weer) en maken een lusje voor het station. Het gaat even stevig omhoog aan het café in de eerste bocht waar de gasten de gesmeerde keel openzetten voor een plaatselijke vedette. Er volgt heel wat draaien en keren in de tweede kilometer. Het parcours biedt hier en daar de kans om een paar meter af te snijden. Dat plezier laten we ons niet ontnemen. Alleen opletten dat we niet tegen een paaltje of een geparkeerde auto knallen. De 4:40 die ik nodig heb zijn wel een tempo onder de 4:30 waard. Na elke blinde bocht is het even inhouden om niet van de stoep te schuiven of in een putje te trappen in het soms gehavende wegdek. Er zit nog een tweede lus in het parcours, aan het rustoord op het einde van km 2. Niet dat ik hier de buurt ken maar ik heb het woord “maison de repos” horen vallen bij de parcoursvoorstelling een tiental minuten geleden. Ik ben nog altijd lopers aan het inhalen, waarbij de ene al wat meer in de weg loopt dan de andere. Alleen een juffrouw die zelf ook in inhaalmodus is, blijft nog buiten bereik. We volgen even een smal pad langs de Hoëgne. Ik zit hier vast en moet wachten tot we in een nieuwere woonwijk komen voor ik mijn opmars kan verder zetten. Hier scheiden de wegen van de traillopers en de joggers. Ik heb de seingevers in de verte wel aanwijzingen horen geven maar als ik voorbij kom, willen ze hun stem even sparen. Ik kies dan maar voor de meest logische weg in de vallei. Navraag bij een buur bevestigt dat ik de goede keuze heb gemaakt. We kruisen nogmaals de Hoëgne en naderen km 3.
Daar is de klim al. In zo’n korte en (voorlopig) snelle wedstrijd moet je je tijdsperceptie aanpassen. Ik heb het tweede deel van de wedstrijd daarstraks in beide richtingen verkend. En dus eigenlijk al meer klimkilometers gedaan dan in de officiële race. Afgezien van de eerste honderden meters heb ik wel een goed gevoel. Het zal ervan afhangen hoe ik die 1,2 km lange klim zal verteren of de eindbalans ook zo positief zal zijn. Ik bevind mij blijkbaar in het gedeelte van het peloton waar de betere dames voor de prijzen strijden. Twee dames haal ik snel in maar de in het zwart geklede Lina Porrovecchio, die al langer voor mij uit draaft, doet dat ook. Enkele honderden meters verder moet ze zich dan toch gewonnen geven. Het is harken op de steilste stukken (rond de 7%) maar zoals gewoonlijk, in een goede dag, klim ik sneller dan de collega’s rondom mij. Het laatste deel van de klim gaat verder op een grotere rijweg. Daar zie ik Françoise Piscart zich naar boven werken. Met de zware staccato-ademhaling die mij na al die wedstrijden vertrouwd is. Françoise bijhalen, dat is voor mij synoniem voor een maximumquotering. Ik kom ook snel bij de blonde dame voor haar. Oh ja, er lopen ook mannen mee. Maar ik zie hier geen bekende mannelijke collega in de buurt. Jean Dessouroux en Alberto Canales heb ik wel gezien in de middencirkel voor de wedstrijd. Maar die lopen nu 3 minuten voor mij uit. Met Alain Waerts heb ik even gebabbeld tijdens het inlopen. Maar deze oude glorie kan alleen nog dromen van zijn grote tijd bij RAFC Luik, met Karel Lismont en Leon Schots. “Vijftig jaar competitie, dat kraakt je.” De ene blessure na de andere dwingt Alain tot een trainingstempootje. Aan km 3,8 verlaten we de rijweg en krijgen we een van die aangename asfaltweggetjes onder de voeten. Die maken vaak de charme uit van de wedstrijden in de Challenge L’Avenir. Maar hier is de pret al na 150 meter afgelopen. Deze gedetailleerde beschrijving dank ik ( en danken jullie) aan het feit dat ik hier nu al voor de derde keer voorbijkom.
We worden linksaf gestuurd (de traillopers gaan rechtdoor) het vrij donkere bos in op een smal, steil en door keitjes niet ongevaarlijk pad. Gaat deze afdaling me weer een aantal plaatsen kosten? Lina stormt mij vrijwel onmiddellijk voorbij. Dit soort afdalingen past inderdaad beter bij haar gabariet. Maar zelf ga ik, tot mijn verbazing, twee dames voorbij. Oei, die jonge man gaat er stevig tegenaan, is mijn reactie als een veel snellere loper uit de achtergrond opduikt. Ik merk in een ooghoek een ander borstnummer op. Dat moet een van de eersten van de trail zijn. Die hebben 11,5 km af te leggen. Dank zij mijn verkenning durf ik een feller tempo aan te houden. Concentratie blijft geboden tot in de vallei. Beneden kan ik me weer enige afleiding permitteren als ik een juffrouw in een kleurrijk groen-wit plooirokje voorbijga. Twee korte kasseistroken aan de tennisclub en dan naar rechts het brugje over de Hoëgne over. Onmiddellijk links de N690 op.
Pepinster 2 We kunnen hier gelukkig op het asfalt blijven en moeten onze enkels niet pijnigen in de berm. De weg is licht dalend tot we weer een brug over moeten. Over, je raadt het nooit, de Hoëgne. Ik ben nog steeds op enkele lengten van Lina en blijf lopers inhalen. Maar mijn mikpunt van de dag houdt het tempo strak en zo kom ik geen meter korter. Meer nog, op de brug neemt ze afstand en is ze voor goed de pijp uit. Dan ben ik zelf al voorbij de enige mij bekende man gegaan, Roger Dosseray. We wisselen een korte groet – we hebben elkaar voor de wedstrijd niet gezien – aan de Metaltex waar ik kan aansluiten bij de veteraan 4. Ik kan een cadans ruim onder de 4:30 aanhouden, genoeg om geen echte of vermeende concurrenten uit de achtergrond te laten terugkomen. Nog een strook achter dranghekken, eerst links dan rechts van de weg. Politie en vrijwilligers leveren hier weer onbetaalbaar werk om ons veilig van de ene naar de andere kant van de rijweg te loodsen. Nog een honderd meter voor het voetbalveld. De toeschouwers wachten ons hier op. Ik spits mijn oren om een aanmoediging van Marie-Paule te horen. Zonder succes. Is haar stem te zwak of zijn mijn oren aan revisie toe? Dan volgt het kippenvelmoment van de loop. We steken op een overdekte, houten loopbrug opnieuw de Hoëgne over naar de kantine en het voetbalveld van de RUFCC Pepinster. In de laatste bocht aan de ingang van de kantine verdringen zich ook een aantal fans. Een schril “go go go” begeleidt me als ik de laatste bocht naar het voetbalveld neem. Achter me is er niet dadelijk een loper te bekennen. Ik hoef me geen zorgen te maken over de vraag of we nog een ronde om het voetbalveld moeten maken. Dat blijkt zo te zijn. Ik volg een vijftiental meter achter Michael Hock en het slechte voorbeeld om in de bochten de binnenkant van de gekleurde parcoursafbakening te nemen. Lina heeft een half voetbalveld voorsprong. Zij eindigt net voor haar directe concurrente, Myrtille Leusch. In de totaaluitslag eindig ik ruim binnen het eerste derde. Met dank, vermoed ik, aan het bescheiden niveau van het deelnemersveld.
Door het gehannes met het losmaken van de spelden aan mijn borstnummer na de aankomst verlies ik de drankpost uit het oog. Ik moet achteraf bij de bevoorrader pleiten om alsnog een flesje groene Oshee-sportdrank te krijgen. De eerste dorst heb ik dan al gelest met een Jupiler in de kantine. Alain Waerts vindt de combinatie van een hijgende en zwetende sporter met een glas gerstenat vlak na de finish wel grappig. We trekken onmiddellijk naar de uitgang. Even opletten om de binnenkomende collega’s niet te hinderen op het bruggetje. Het laatste beeld dat ik van de loop onthoud is de aankomst van de trailloper die me in de afdaling aan km 4,5 is voorbij gestormd. Hij heeft nog niets van zijn snelheid verloren. Ik trek nog een droog shirt aan en ben weldra op de autoweg in Verviers. De laatste klim van de dag, de Hallembaye, neem ik zonder moeite. Een 1700 motor helpt natuurlijk. We zijn nog voor het donker thuis…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Op weg naar de start. Langs hier lopen we het voetbalveld op bij de finish. Foto 2: Bij het indraaien van de “passerelle”.)

← Toon minder

Tilff (CJPL)

zon 13/08/2017 11u * Tilff (Challenge Province de Liège) * 12,9 km * 01:06:31 * 11,7 * 140/402 * 7/31 * ♥♥♥

De (snel)weg leidt vandaag naar Tilff, even ten zuiden van Luik en toeristische toegangspoort tot de Ardennen. Na ruim vijf jaar heb ik de loop die door Jo Vrancken en Servais Halders wordt beschouwd als een van de mooiste van de Challenge van de Provincie Luik weer op mijn programma staan. Voor 10 uur gonst het stadje gonst al van de sportieve activiteit. De 6 km-lopers zijn zich al aan het inlopen voor hun wedstrijd, de kleintjes trappelen van ongeduld voor hun run, de wandelaars halen hun wandelstokken uit de rugzak voor een tocht door de bosrijke omgeving. De deelnemers aan de 13 km sloffen naar de grote tent voor hun inschrijving, nemen de tijd om hun kennissen te groeten… of beginnen al aan hun opwarming. Dat zijn er maar enkelen, waaronder uiteraard uw dienaar.

Lees verder →

Tilff dankt zijn faam… en parcours aan de Ourthe. En ze houden niet van half werk hier. Eerst drie kilometer biljartvlak langs de rivier die hier aan haar laatste kilometers bezig is voor ze zich aan de Pont de Fragnée in Luik in de armen van de Maas stort. En dan in één ruk naar de toppen van de rechteroever. 2,7 kilometer, de langste helling in het Luikse loopcircuit. Bij mijn opwarming – annex uitgebreide rek-en streksessie – heb ik de gelegenheid de familie Smets uit Millen aan te moedigen die hier de vlakke 6km-loop, aan beide oevers van de Ourthe, betwist. Zij doen dat in verspreide slagorde zodat ik ze een gepersonaliseerde “Allez …” kan toeroepen.
Het is druk aan de start. Zeker nu door een kalenderwijziging deze wedstrijd zowel bij de Challenge de la Province de Liège (CJPL) als de “Cours la Province!” (Clap) punten oplevert. Naar verluidt zou er een kink in de kabel gekomen zijn tussen de Clap en de organisatoren van de “Jogging du circuit de Spa-Francorchamps” van vorige vrijdag. Vandaar de massale aanwezigheid van de oranje “Joggin’Attitude”-lopers. En de gelegenheid mijn goede kennis Pasquale Ruberto nog eens te ontmoeten.
De speaker waarschuwt ons uitvoerig – en nadien bekeken terecht -over enkele gevaarlijke want steile en gladde passages onderweg. Ik vertrek net achter de rug van Pasquale. Dat lijkt me een goede uitgangspositie voor de eerste kilometers. In de eerste bocht naar het fietspad langs de Ourthe hoor ik mijn naam. Dat moet Linda zijn die het vertrek van de “grote jongens en meisjes” volgt na haar korte loop. Door het gedrum bij het vertrek en mijn gebrek aan behendigheid in druk verkeer duurt het 500 meter eer ik weer in het spoor kom van mijn oranje collega Pasquale. “Daar is Willy” zegt hij terwijl ik naast hem opduik. Zoals ook sommige andere lopers herkent hij het geluid – of het ritme – van mijn voetstappen. Hij volgt mijn bescheiden tempo echter niet als ik hem voorbij ga. Op zoek naar mijn “natuurlijke” plaats in het peloton (dat wil zeggen gebaseerd op het tempo dat ik denk aan te kunnen met het vooruitzicht van alles wat ons nog te wachten staat) blijf ik lopers inhalen. Edouard Morana is de enige die ik herken. Rechts loopt de Ourthe, voor ons in tegengestelde richting. Als we achter de huizen vandaan komen, na 2 km, kijk ik links uit op de steile wand van de vallei. Daar moeten we dadelijk dus naar boven. Het felle zonlicht danst op het watervalletje in de Ourthe. Maar na 3,4 km is de sight-seeing voorbij. We steken de rijweg over en moeten meteen 7% omhoog. Dan draaien we rechts op tussen een huizenrij waar het nog verder stijgt. De klim vlakt uit eens we echt in het bos lopen. De bomen houden het kwik binnen de perken. Ik haal achtereenvolgens drie dames in. Dat zouden wel eens Gabriella, Béatrice en Evelyne kunnen zijn. Heel zeker is dat niet. Wat wel vaststaat is dat ze alle drie blond zijn en hun haar in een paardenstaartje dragen. Ik blijf plaatsen inwinnen maar moet ook enkele snellere klimmers laten voorgaan. Een van hen ken ik, Jean-Yves Culot, teamgenoot van Pasquale. Vorig jaar heb ik hem net kunnen voorblijven in Momalle. Zou ik hem durven volgen? Zijn energieke tred maakt wel indruk. Ik besluit zeker niet in het rood te gaan maar blijf, min of meer ongewild, in zijn spoor. Na een vijftal kilometer krijg ik Bernard Marot in de smiezen. Bernard is nog niet zo lang opnieuw op gang na een lange revalidatie ten gevolge van een spierscheur. Na elke bocht kijk ik ook uit naar Luc Hilderson. Maar de kleine man uit Wonck is nergens te bespeuren. Benieuwd waar die is geëindigd. Een minuut voor me, zo blijkt. Sterk, Luc! Nog even herhalen voor de verstrooide lezer. We zijn bezig aan een klim van niet minder dan 2,7 km. Dat is de top-feature van deze loop. Deze klim hoort bij de “Jogging de la Fête de Tilff” zoals een krulstaartje bij een varken. Onnodig te vertellen dat ik op mijn nochtans pittige trainingsparcoursen nergens zo’n lange klim aantref. Ik zal het dus moeten doen met mijn basisklimconditie. De klim vertoont een grillig profiel: stroken rond de 5% worden afgewisseld met partijen rond de 10%. Het wegdek is op bepaalde plaatsen allerbelabberdst. Ik moet goed uitkijken waar ik mijn voeten zet achter de rug van Jean-Yves. Want de grijzende “Joggin’Attitude”-loper kan geen afstand nemen. Km 6 in 6’23”. De blauwe lucht komt weer te voorschijn. We naderen de top. Een bordje kondigt de laatste 300 meter aan. Dat geeft de klimmende burger moed. Maar de Ardense hellingen hebben een slecht karakter. De laatste hectometers blijken net de zwaarste te zijn. Ze doen zelfs Servais Halders pijn. Ik ben dan el een tijdje Richard Mathot voorbijgegaan. Ik merk hem voor het eerst op als ik een loper te voet de helling zie op sukkelen. Ik por mijn categoriegenoot nog tot lopen aan. “Geen probleem Willy” antwoordt de lange, smalle in het Nederlands. Hij maalt er niet om dat ik hem voorbij ga. En probeert ook niet aan te klampen. Maar het tweede deel van de loop is voornamelijk dalend. Ik verwacht hem dus nog terug in de kleine 7 km die nog resten na de top. Dat gebeurt echter niet, kan ik al verklappen. Ook voor Richard beginnen de jaren te wegen. Hij zegt het me nog eens met zoveel woorden na de finish.
Intussen ben ik nog altijd in het gezelschap van Jean-Yves. Nu en dan neem ik eens schuchter de leiding over, voornamelijk in enkele dalende passages. Na een kleine 7 km is het echter weer klimmen geblazen. We zien de met stenen bezaaide bosweg voor ons liggen. De lange helling heb ik goed verteerd maar deze klimmende strook van 200 meter is me te machtig. Jean-Yves lost me op zuivere kracht. We krijgen nog twee knikken te verwerken voor we aan km 4,8 het bos verlaten. Wie dat al zou willen, kan even van de zon genieten. We lopen langs de autoweg op een van de schaarse vlakke wegen. Dat levert mij alleszins geen winst op want ik moet enkele posities prijs geven. Daar komt de gladde grasstrook aan waarvoor gewaarschuwd is voor de start. Ik neem geen risico’s en dribbel met wijdbenige en voor de twee wandelaars die ons beneden gadeslaan wellicht lachwekkende bewegingen de steile helling af. Een kleinere man met een brede borstkas die ik daarnet heb ingehaald gaat mij en een collega hier voorbij. We zijn in het gehucht Cortil waar de asfaltweg verder de dieperik in duikt. De bovenbenen worden weer aangesproken, ditmaal om af te remmen. Als we de bebouwing verlaten, weer op het vlakke nu, komen we na een scherpe bocht naar links – “attention, ça glisse” (goed dat ik wat Frans ken of ik zou nog verongelukken in het Luikse) – op een zompige grasweg langs een maisveld. Een andere oranje loper stuift me weer voorbij. Bij de bevoorradingen verliest hij blijkbaar een aantal meters die hij dan met een fikse versnelling telkens weer goedmaakt. Ik heb de indruk dat een derde van de lopers die me hebben ingehaald vanaf de lange klim teamgenoten zijn van Patrick Philippe, oranjehemden dus.
Km 9,5. Voor me herken ik het graspad met bomen aan de rechter- en weiden aan de linkerzijde. Dit is het mooiste deel van het parcours. Ik loop alleen, voor me lopen de meeste collega’s ook afgescheiden. We maken hier een brede lus. Aan de bocht naar rechts zie ik links een groot gebouw. Dat moet ik even checken voor mijn verslag, bedenk ik. Het is de abdij van Brialmont en de mooie met bomen omzoonde weg verderop is de Drève de Brialmont die naar de abdij leidt. Tilff 1 Dat verklaart meteen de mooie omgeving. Wij lopen dus weg van de abdij, bezig met wereldse beslommeringen. Een goede uitslag behalen, een sterke tijd neerzetten. In het open veld probeer ik te achterhalen of ik nog bekenden zie voor me. Ik herken alleen het oranje shirt van Jean-Yves die nooit echt ver weg uit de buurt is geweest. Na 400 meter onder de open zonnige hemel krijgen we weer schaduw onder de bomen. Voor me loopt een duo. Ik meen in de grote man rechts Eric Martin te herkennen. De twee slaan een babbeltje en schijnen zich niet druk te maken over hun tijd. Ik weet pas in laatste instantie, bij het passeren, met zekerheid dat het ook echt Eric is. “Niet babbelen maar lopen” grap ik naar Eric. Als ik hem nu maar niet op verkeerde gedachten breng… We steken de rijweg over. Voor de derde keer onderweg houdt de politie het verkeer tegen. Wat een luxe! Ik neem door mijn eigen verstrooidheid met moeite een scherpe bocht naar rechts. Dan volgt een halve kilometer draaien en keren in een verkaveling. De accu’s van de seingevers lijken wel leeg te zijn na de passage van de de eerste honderd lopers. Hier en daar moet ik er een wakker schudden. Voor de laatste anderhalve kilometer worden we weer het bos ingestuurd. Ik hoor de speaker van jetje geven in het dal. De aankomst wenkt. Nog een stevige afdaling en we zijn er. Denk ik, tot ik een parcourswachter naar links zie wijzen. Verdomd, weeral bergop. 300 meter volgens mijn Garmin achteraf, op het ogenblik zelf lijkt het wel een kilometer. Ik hoor Eric Martin en zijn vriend luidkeels tateren. Het zou lullig zijn nu nog ingelopen te worden door Eric. Ik val net niet stil en behoud zelfs mijn plaatsje. Een streepje bergaf op het asfalt. Gelukkig is de seingever aan km 12,5 wel bij de les en stuurt hij me scherp rechts af of ik was aan de kerk van Tilff geëindigd. Ik zie plots de kans schoon om bij Jean-Yves te komen. Hij lijkt niet meer gemotiveerd om nog voluit te gaan. Of is de energietank leeg? Ik ga hem nog voor de laatste bocht voorbij. Wel verlies ik zelf nog twee plaatsen in de laatste meters op een grind-bosweg. Dat valt mee op een strook die ik gladder had ingeschat bij het inlopen. Het zit erop.
Ik slurp gulzig het sap van enkele appelsienpartjes op, terwijl ik op een geïmproviseerde bank – een dikke steen – van de inspanningen probeer te bekomen. Maar de zon brandt te fel op mijn kale schedel en ik keer terug naar de beschutting van het bos. Er komen tientallen lopers de helling in het bos afgestormd. Ik zie een jongere collega er nog een verwoede spurt uitpersen terwijl er geen tegenstander in zijn dichte buurt is. Grappig is de aankomst van een jogger met een hondje, genre Jack Russell. Het baasje laat de lijn los op honderd meter van de finish. Het beestje spurt met zijn korte pootjes naar voren en laat zijn meester een vijftigtal lengten (Jack Russellengten) achter zich. Ik loop toevallig de Voerense kompanen Servais Halders en Kris Pipeleers tegen het lijf. Over Servais dadelijk meer. Kris doet het hier in 57 minuten. Dat is, naar zijn zeggen, nog niet op zijn topniveau na een dubbele liesbreukoperatie. In de sporthal stoot ik op de fris gewassen Stijn Vanderbeuken. Voor zijn eerste loop in de Challenge van Luik van dit jaar versiert hij plaats 41, dat is net buiten de eerste 10% van de deelnemers. De man van Diets-Heur is sinds zijn eerste jaren in deze Challenge door het team Paluko uit Tongeren omgekneed tot een trainingsbeest. Jo Vrancken, het goudhaantje van de Zuid-Limburgse delegatie, haalt hier zijn zwakste uitslag van de laatste weken, … tweede. Christophe Mémurlin is de feestverstoorder. 25 seconden is het verschil tussen de twee. Tilff 2 Omdat jullie lezers blijven aandringen, enkele bedenkingen over mijn eigen optreden. Ik heb er vandaag het maximum uitgehaald, met zowel in de afdalingen als in het klimwerk een aanvaardbaar tempo. Op het vlakke, in het begin van de loop, is het verschil met mijn betere jaren ongetwijfeld het grootst. De kracht is uit mijn benen verdwenen. En de spierpijnen – of welke pijn of onaangenaam gevoel het ook is – remmen mij af ongeacht hoe het parcoursreliëf eruit ziet. Het negatief saldo ten opzichte van 2012 bedraagt liefst 8 minuten. Ter vergelijking – ik weet het, deze vergelijking doet niets terzake – Servais Halders levert op die jaren 2’30” in. En nauwelijks enkele plaatsen in de totaaluitslag. Alberto Canales, vandaag derde bij de veteranen 3, kan het maar niet vatten. “Servais, c’est un phénomène” troost ik Alberto. Ik voeg er langs mijn neus weg aan toe “we trainen wel eens samen”. Kwestie van mijn eigen PR te verzorgen.
De prijsuitreiking voor twee van mijn tafelgenoten laat even op zich wachten. En dus is het al over 14 uur als ik de feesttent in het Parc de Brunsode verlaat. Nog even een pain-saucisse halen. Maar na een kwartier aanschuiven moet ik en de andere wachtenden verderop in de rij vaststellen dat de lekkernijen (tijdelijk) zijn uitgeput. Ik wijk uit naar een “sandwich au fromage”. Op weg naar de auto valt mijn oog opnieuw op een huis met een gedurfde verbouwing. De bewoner is net cementzakjes aan het versjouwen. Hij blijkt ook de ontwerper te zijn. En zo eindigt mijn uitstap naar het Luikse met een sympathiek gesprek met een architect. De smalle weg tussen de parking aan de sporthal en het centrum is intussen vrij. Twee uur geleden stond hier een tiental autobestuurders nagelbijtend te wachten tot ze de weg op mochten waar op dat ogenblik de lopers aan hun laatste driehonderd meter bezig waren. Ook ADD-atlete Elke Hubrechts die dan al lang haar 6 km-wedstrijd achter de rug heeft moet boeten voor dit organisatiefoutje. Tilff baadt intussen onder een stralende zon. Dat belooft het beste voor Marie-Paule en Paula (van Willy Hertogen) in de Virga Jesse-ommegang in Hasselt na de middag.

( Foto 1 van de website: De abdij Notre Dame van Brialmont… zoals ik ze ook niet gezien heb. Foto 2, eigen foto: Dit zijn de mannen die mij op minuten hebben gelopen, de laureaten bij de veteranen 3. Van links naar rechts en van het laagste podiumtrapje naar het hoogste: Alberto Canales, Michel Bernard en Servais Halders.)

← Toon minder

Kermisloop Waterschei

ma 07/08/2017 16u * Kermisloop Waterschei * 10 km * 00:48:29 * 12,3 * 9/21 * ==/== * ♥♥♥

Ik droom er al jaren van eens bij de eerste tien te eindigen in een loopwedstrijd. Vandaag is het me gelukt. Hoe ik dat heb gelapt? Je leest het in dit verslag… of je hebt het al begrepen uit de cijfergegevens hierboven.
We zijn in het seizoen van de maandagse kermiswedstrijden. Ik trek met Jean-Pierre Immerix naar een voor mij zo goed als onbekende organisatie in Genk. Jean-Pierre loodst me naar het parcours ergens tussen de E314 en de Stalenstraat. In de Herenstraat wordt daar al voor de 61ste keer een kermis gehouden. Vier dagen liefst, zoals in Cornesse waar ik precies een maand geleden te gast was. We vinden een schaduwrijk parkeerplaatsje langs een haag. Die haag zal na de wedstrijd nog van pas komen als douchescherm. Reguliere douches zijn er niet, Jean-Pierre doet het met een jerrycan water en een waskommetje. Het is voorlopig stil rond de kermiskramen. De geluidsboxen zwijgen nog. Ze zien ons graag komen aan de inschrijvingstafel, veel deelnemers zijn er niet. Echt veel reclame wordt er niet gemaakt voor deze kermisloop. En de beroepsactieve medemens lokken voor een wedstrijd op een maandagmiddag heeft veel van een gok.

Lees verder →

Het wordt dus weer een loop in rondjes: 5 maal een lus van 2000 meter. Ik zal de tel goed moeten bijhouden. We lopen door een groene woonwijk. Dat komt ons vandaag goed uit want het is na de middag rond de 25 graden. Het bos biedt ons beschutting over de helft van de ronde. Uiteindelijk staan we met 21 aan de start, waaronder twee dames. Het leeftijdsgemiddelde ligt vrij hoog met twee zeventigers en enkele rijpere zestigers. Dat zijn niet toevallig allemaal bekenden. Weinig vertrekkers dus, maar wel borstnummers met chip en een heus revolverschot als vertreksein. Waterschei 1 Ik lijk wel stil te staan in de de eerste meters, zo snel schieten de beteren vooruit. Ik neem de eerste bocht net achter Jean-Pierre. Die wipt zijn linkerknie plots omhoog in wat een balletbeweging lijkt te zijn. De werkelijkheid is heel wat minder artistiek. “Er versprong plots iets in mijn knie”, vertelt Jean-Pierre me achteraf. Het ongemak duurt maar een fractie van een seconde en zal de Veltwezeltenaar gelukkig niet meer hinderen in het verdere verloop van de wedstrijd. Na nauwelijks 200 meter is het pelotonnetje al in tweeën gebroken en gaapt er al een kloof van een dertigtal meter tussen de twee groepen. Ik loop aan de leiding van groep 2, naast de dame in het geel. Maar Miet Vanherck zal snel verachteren en ik leg de eerst kilometer af in het gezelschap van Jean-Pierre en Laurent Wijnants. Mijn leeftijdsgenoot uit Zutendaal draait soepel rond. Flink op dreef door zijn trainingen voor de marathon van Keulen, bedenk ik. Maar op het einde van de eerste ronde moet hij inbinden. Ik beëindig die ronde met een lichte voorsprong op Jean-Pierre. De hoop dat ik hier plaatsen kan winnen heb ik al opgeborgen, de loper voor me is slechts een klein stipje. Nu afwachten of ik zelf niet word ingehaald door opkomend geweld. In de tweede ronde is het zover. Jo Grondelaers gaat me voorbij en neemt snel een twintigtal meter voorsprong. Een voetballer, zo denk ik af te leiden uit zijn tenue. En een plaatselijke vedette te oordelen naar de groep fans die zich in een van de bochten hebben opgesteld en die hun favoriet bijstaan met aanmoedigingen en een drinkbus. Ikzelf heb intussen vanaf de start met pijnlijke benen af te rekenen. Dat wordt een “twee hartjes”- wedstrijd, is mijn tussentijdse balans. We passeren weer voorbij de finish onder de tent. Het rechte stuk naar de aankomsttent heeft me blijkbaar goed gedaan want plots voelen mijn benen soepeler aan. Ik kan het tempo wat opdrijven en merk dat Jo wat van zijn voorsprong moet inboeten. Hijzelf is ook fel genaderd op de laatste man van de eerste groep. Die is duidelijk door zijn beste krachten heen. Ik kan twee vliegen in een klap slaan. In de smalle en hobbelige passage door het bos kom ik in het spoor van de twee en op het fietspad van de Herenstraat ga ik voorbij. Pieter Janssen is de man in het grijs die in het begin met de eerste groep is meegegaan. Voor hem komt het nu aan op uitlopen. Ook Jo Grondelaers haakt snel af en dus passeer ik alleen de aankomstlijn waar de speaker intussen mijn naam gevonden heeft op de korte deelnemerslijst. Ik neem een koele slok van het bekertje aan de drankpost en kieper de rest over mijn hoofd uit. Dank aan de twee meisjes aan de “toog” die voor fris water zorgen. Daar kunnen grotere organisaties nog een puntje aan zuigen. Overigens heb ik weinig last van de temperatuur. Alleen bij het begin van de Herenstraat durft de zon mij lastigvallen.
Voor de derde keer de lichte afdaling in de Nieuwdorpstraat. Enkele mensen volgen de loop in hun luie zetel voor hun huis. Ongeveer halverwege rechts is er heel wat animo. Een achttal toeschouwers, voorzien van de nodige drank, en vooral een mevrouw die alle deelnemers zonder uitzondering aanmoedigt. Ze deelt natte doeken uit aan wie zijn hoofd, nek of andere lichaamsdelen wil verfrissen. Van de natte doeken heb ik geen gebruik gemaakt maar haar enthousiasme geeft me wel een mentale boost. Ik voel me gewoontegetrouw prettiger op het asfalt. Het tempo wordt telkens gebroken door de onverharde stroken, vooral de driehonderd meter in het bos. Tel daar nog enkele scherpe bochten bij die mijn stramme benen zwaar op de proef stellen en ik weet dat ik hier geen 13 km gemiddelde zal halen. Verre van. In elk geval ben ik bezig mijn derde hartje te verdienen.
Ik loop nu afgescheiden zoals waarschijnlijk alle deelnemers. Dat is een voordeel op een hobbelige grasstrook na 800 meter. De 250 meter vormen een zware belasting voor de enkels. Het is ook opletten om juist uit te komen op drie dikke boomwortels en hier en daar een putje op tijd te zien. Ik zie dat Jef Herbots niet ver voor me loopt, weliswaar met een ronde achterstand. Dat wordt dan mijn uitdaging voor de 3 kilometer die nog resten. Jef dubbelen en maar hopen dat ik zelf uit de greep blijf van de eersten. Jef is er 76 en loopt volgend weekend op het racecircuit van Francorchamps. Een mens moet doelen blijven hebben in zijn leven. Aan de beek vang ik ook twee keer een glimp op van een andere zeventiger, Pierre Hulsmans. Die doet binnenkort dan weer mee aan het wereldkampioenschap vijfkamp. Aan de botsauto’s hebben ze intussen de decibels opgeschroefd.
Einde van de vierde ronde. Er ontstaat beroering in het publiek onder de tent. Een fotograaf grijpt naar zijn toestel. Een ogenblik mag ik de illusie hebben dat mijn doortocht die opwinding heeft teweeg gebracht. Dan hoor ik de speaker de winnaar aankondigen: Wouter Simons, die daarnet trouwens ook al de vijf kilometer op zijn naam heeft geschreven. Een ronde voorsprong voor de jonge Genkenaar, maar hij heeft me toch niet te pakken gekregen. Ook een pluspuntje. Wouter en zijn snelle kompanen mogen rusten, ik heb nog een ronde voor de boeg. Ik kom weer voorbij Els. Dat is de dame met de natte doeken. Hoe ik haar naam ken? Dat lees je hier wat verder. Waterschei 2 Net daar haal ik Jef in. Die gooit een doek in zijn nek voor de volgende ronde. “Ik geef hem volgende ronde af”, zegt hij tegen de verzorgster. Een driehonderd meter verder krijg ik ook de voorlaatste man, Youssef Joumani, te pakken. Na een scherpe bocht naar rechts komen we weer op de moeilijkste strook van het parcours, het graspad langs de beek. Aan de overkant van de beek heb je dan een goed zicht op de achtervolgers. Ik zie dat de eerste man in de wedstrijd op komst is. Als die me maar niet voorbij wil of moet op het kronkelige bospad dadelijk. Aan de overkant van de beek zie ik de loper in zevende positie, Fabio Mercurio, op dezelfde plaats als in de vorige ronde. We lopen nu met hetzelfde ritme. Maar het voordeel dat hij heeft gehaald uit zijn snelle start zal hij niet meer afgeven. De drie laatste ronden leg ik trouwens in krek dezelfde tijd af. Ik heb in deze vierde ronde wat ingewonnen op de nummer acht in blauw shirt. Hij heeft maar een “brugje” voorsprong meer aan de beek. Maar net als ik de laatste meters wil dichtlopen pakt hij uit met een versnelling en word ik weer op mijn plaats gezet. Dat is de negende, voor zover nog niet duidelijk.
Ik blijf onder de vijftig minuten en haal mijn bescheiden doelstelling. Ik wissel nog enkele woorden met Frank Theunissen, de man in het blauw die een vijftiental seconden voor me is gefinisht. “Wat te snel vertrokken”, is het commentaar van Frank. Ik wandel uit naar de Nieuwdorpstraat. Ik wil daar vragen naar de voornaam van de enthousiaste supporteres. Kwestie van een nauwkeurig verslag af te leveren. Enfin, ik geraak in gesprek met Els, Gaby en een jonge zwemmer. Meer nog, ze bieden me zelfs nog een pintje aan. Leuke mensen daar in Waterschei. Ik moet nu snel terug naar de auto. Jean-Pierre wacht op me. Dadelijk denkt hij nog dat ik verdwaald ben. Maar hij ging ervan uit dat ik nog even aan het uitlopen was. Zo’n fanatiekeling ben ik nu ook weer niet, Jean-Pierre.
Na een kattenwasje keren we terug naar de kermis. Jean-Pierre groet nog een aantal bekenden. Na 1300 wedstrijden kennen ze je uiteraard in de Limburgse loopwedstrijden. We drinken nog een Cristalleke en verlaten de kermis die nu al aardig begint vol te lopen. We wensen elkaar succes voor volgende zondag. Dan hebben we een gescheiden programma.

(Foto’s van peterkepompier. Foto 1: Start tussen Jean-Pierre in het groen en Laurent in het oranje. Foto 2: Doortocht aan de streep.)

← Toon minder