Maandelijks archief: oktober 2016

Herve Halve Marathon (Challenge L’Avenir)

zat 29/10/2016 14u * Herve (Challenge L’Avenir) * 20,9 km * 01:44:20 * 12 * 168/370 * 8/20 * ♥♥♥♥

Ik ben bezig aan een lange afdaling vanaf de tartanbaan van Herve Athlétique Club naar het dorpje Bruyère… en ben opgelucht dat ik dat kan doen in het peloton van de “Semi de Herve”. Een uur geleden zat ik nog te nagelbijten in een file op de autoweg rond Luik. Gelukkig was ik op tijd vertrokken, zoals ook Koen Vangrieken die het oponthoud zelfs heeft opgemeten. Koen is leider in de Challenge hesbignon en zal vandaag lang in strijd zijn voor een podiumplaats. Na 500 meter steken we de brug van de E40-autoweg over. Ik zie de brug nog enkele keren in de loop van de wedstrijd op de hoogste stroken van het parcours. De afdaling is ideaal om de gewrichten en spieren te smeren. Maar het vooruitzicht dat we straks dezelfde percentages in een klim moeten overwinnen tempert het goede gevoel dat ik nu heb. Het reliëf in deze streek is onverbiddelijk: na een steile afdaling volgt er een stekelige klim. Ik kom in het spoor van Paul Celis, een oude bekende uit mijn marathontijd, voor wie de lange afstandslopen in het land van Herve geen geheimen meer inhouden. Als ik hem voorbij ga en een aantal meters achterlaat, vraag ik me wel af of ik niet te snel van stapel loop. Maar ik volg mijn gevoel en hoop dan maar dat mijn ervaring dit gevoel perfect weet te sturen. Voorlopig maak ik me meer zorgen over mijn kleding. Ben ik niet te warm gekleed? De zon is er doorgekomen en geeft nog een extra pigment aan het schitterende bocage-landschap. Ik ben dan al Dominique Bertrand gepasseerd, rustig gestart in het gezelschap van een dame. Overigens heb ik voor de start toch heel wat bekenden opgemerkt. Het is de enige wedstrijd van de Luikse challenges dit weekend en dus zijn een aantal diehards die het competitie-shot echt niet kunnen missen naar Herve afgezakt. Ook Jo Schoonbroodt is van de partij. Ik kan de winnaar bij de veteranen 3 al meteen noteren.
De geasfalteerde landwegen, vaak omzoomd door bomen, slingeren zich op en af tussen de weilanden. Maar om van dit fraais te genieten moet je wel een inspanning doen. Wat zeg ik, één inspanning? Na 6,5 km kunnen we weer wat energie tanken in een lange afdaling. Ik ben al wat plaatsjes opgeschoven en loop niet ver achter Clarisse Wagelmans. Het zou wel leuk zijn als ik dat groepje kon bijbenen. De dame in haar gezelschap haal ik wel in maar op het ogenblik dat ik wil aansluiten in een bocht na 7,6 km versnelt Clarisse plots. Ik hoor een mannelijke medeloper nog roepen “van km 7 tot km 11”. Blijkbaar is het duo hier aan een training bezig en is het nu tijd voor een versnelling. Clarisse schiet als een pijl uit een boog en verdwijnt snel in de verte. Ik zie haar pas terug aan een bevoorrading rond km 11 waar ze weer op “ralenti” overgaat. Ik ga voorbij Jean-Luc Letellier en informeer of Françoise Piscart voor hem loopt. Hij antwoordt met zoveel overtuiging “ja” dat ze al een forse voorsprong moet hebben. Dat is ook zo, ik zal haar deze keer niet zien in de wedstrijd, tenzij misschien als een kleine rode stip, ver voor me.
We komen weer in de bebouwing. Rechts zie ik een kerktoren, die van Xhendelesse. We blijven aan de rand van het dorp maar mogen weer even genieten van een afdaling. Dan volgt er een rechte streep van een vijfhonderd meter op de rijweg. Echt soepel loopt het hier niet, maar de weg is hier al lichtjes aan het stijgen. Bij het buitenlopen van Xhendelesse moet een politie-agent een ongeduldige autobestuurder tot kalmte aanmanen. Het zal nu drie kilometer in stijgende lijn gaan, eerst op een graspad, daarna weer op een asfaltweg tussen het groen. Ik kan mijn tempo goed handhaven en raap hier en daar nog een collega op. Ik heb al enkele kilometers een groepje in het vizier. In de beklimming kan ik niet echt naderen. Dan maar proberen in de afdaling naar Manaihant. Maar mijn tempo ligt niet hoog genoeg en ik blijf op een vijftigtal meter hangen.
Een agent houdt de wacht aan een bocht naar links waar we op de rijweg uitkomen. In het groepje voor me heeft een loper in het wit moeten loslaten. Ik maak van de afdaling gebruik om hem bij te benen. Dit zal mijn laatste inhaalbeweging geweest zijn. Vanaf nu is het een kwestie van overleven. We draaien rechtsaf, de stevig golvende Vinave op. De man in het witte shirt, veteraan 1 Geoffrey Hardy, wenst me goede moed in het voorbijgaan. Hij overschat mijn mogelijkheden na 16 Land van Herve- kilometers. We zullen de volgende kilometers in elkaar gezelschap afleggen, aangemoedigd door fans langs de weg. Hun “super, bravo, courage”-s beantwoordt Geoffrey telkens met een vriendelijk “merci”. Ik spaar mijn adem en schiet alleen uit mijn krammen als ik bij de laatste bevoorrading niet snel mijn glucose-drankje krijg aangereikt. Ik ben niet echt de sympathiekste mens op het einde van een loopwedstrijd als de benen vermoeid en de geest verdoofd is. Even voorbij kilometerpaal 17 mogen we weer bergaf. De “Trou du chat” (het kattengat) moet de laatste afdaling zijn voor we aan de slotklim beginnen.
We lopen nu blijkbaar onder de autoweg door en nemen dus een andere terugweg. De echte klim moet nog beginnen maar het vals plat zuigt de laatste jus uit de benen. Een loper nadert. Ik herken de groene zonneklep rond de kale knikker van veteraan 2 Eric Joway, een strijder van vele loopoorlogen. Ik was tien kilometer geleden al verwonderd dat ik hem inhaalde. Eric meldt Geoffrey dat hij op zoek is naar Christian (Roomans) in het groepje voor ons. Hij zal hem nog met duidelijk verschil achterlaten. Net voor we een woongebied aan de rand van Herve bereiken waar de stijgingsgraad naar 5% gaat, vallen mij drie achtervolgers op de nek. Mannen die ik de hele wedstrijd nog niet heb gezien en duidelijk nog droog poeder in de kuiten hebben. Kilometer 20 of daaromtrent, we draaien een smal paadje in. Er dient zich een nieuwe golf opkomend geweld aan. Bij hen ook een dame (Françoise Loly)… en Paul Celis. Had ik het daarstraks niet gedacht? In elk geval Polleke heeft nog flink van jetje moeten geven om mij in te halen, vertelt me achteraf in de “Extra” (zie verder). Maar nu kan ik het omwentelingsritme van zijn korte beentjes niet aan. We zijn nu in het centrum van het stadje. Het wegdek verandert, de steile hellingsgraad niet. Nog enkele bochten, daar is het sportcomplex “Popeye Piters”, genoemd naar het Standard-icoon uit de jaren 50. De supporters schreeuwen ons vooruit in de laatste meters naar de atletiekbaan. Als beloning krijgen we nog 300 meter zijdezachte tartan onder de voeten. De posities liggen vast. Paul Celis eindigt zeven plaatsen voor me, Philippe Jamin die ik al vanaf km 12 volg en Geoffrey gaan me vooraf. Zelf kan ik niet meer bedreigd worden, achter me is geen loper te bekennen. Ook even naar de klok geloerd. Lees ik dat goed, 1 uur 44 minuten? Buiten verwachting! Er staan drie aankomstrechters, ik mag hopen dat ze ditmaal mijn finish wel hebben geregistreerd. (De laatste keer dat ik hier op de piste aankwam in de Corrida van Herve stond ik niet in de uitslag.) Yves Van Tomme is al binnen. Hij is enkele kilometers geleden getuige geweest van “une de ces chutes”, een flinke valpartij. In de afdaling zijn de twee vrienden Philippe Gheury en Paul Rihon in elkaar gehaakt. Paul slaat tegen de grond, pal op zijn gezicht. Ik zie hem even later met een bebloede neus maar wel nog een glimlach rond de mond. “Ik voelde me goed, aldus Paul, misschien te goed. Plots lag ik er”.
Na een deugddoende douche – euh, dat beweert tenminste een grapjas in de kleedkamer als we bibberend van onder de zo goed als koude waterstraal komen – stoot ik op Paul Celis. Gaan we een pintje drinken, Paul? Die heeft daar wel oren naar, meer nog hij is op weg naar zijn stamcafé in Battice. Na vijfentwintig deelnames in de “quatre cîmes” heeft Paul een goede kijk op het horeca-aanbod in Battice, inclusief banketbakkerijen. We kruipen op een krukje aan de toog van de “Extra”. Er volgen twee Val-Dieu’s (een te veel) en vele loopverhalen…

(Jammer genoeg geen foto’s, een manco van deze challenge.)

Montenaken

zon 23/10/2016 15u * Montenaken Turbinekensrun (Victors Cup) * 12,8 km * 00:59:22 * 13 * 47/130 * ??/?? (55+) * ♥♥♥♥

We zijn in het uiterste zuidwesten van onze geliefde provincie, in Montenaken (deel van Gingelom), voor de meesten van ons onontgonnen gebied. De snelste route daar naartoe loopt over Waals grondgebied en zo lijkt het toch alsof we op weg zijn naar een loop van de Hesbignon. De zon doet enkele schuchtere pogingen om de herfstkleuren te laten schitteren maar grijs overheerst vandaag het kleurenpalet van de natuur. Enkele moedigen rond initiatiefneemster Machteld Degreef hebben hier een nieuwe loopwedstrijd uit de Haspengouwse leemgrond gestampt. Die heeft meteen een plaatsje gevonden in de Victors Cup. Daarmee beleeft het Haspengouwse dorp, na meer dan vijf eeuwen, opnieuw een historische gebeurtenis. Dit keer voor een vreedzame versie van de Slag van Montenaeken. Montenaken 1 Nu we toch in de geschiedenis duiken, de schrijver van dit stuk is ook van Montenaken. Hoe, wat? Wel het dorp van mijn jeugd, Vroenhoven, wordt in de dorpsmond ook zo genoemd, naar de oude benaming in het graafschap Vroenhof. De (Belgische) gemeente Vroenhoven bestaat pas sinds 1839, de definitieve scheiding van de twee Limburgen. Genoeg geschiedenis, over naar de feiten van de dag.
Als we op het dorpsplein aankomen heeft Patrick Nijs, winnaar bij de Masters 55, er net de korte loop op zitten. Van Wesley Serrano krijg ik de eerste verse indrukken van het parcours. “Voortdurend op en af”, hijgt hij terwijl zich met zijn jong gezinnetje naar de sporthal begeeft. Daarmee ben ik gewaarschuwd als we met 130 op pad worden gestuurd voor één grote ronde door de Haspengouwse velden. Een ronde dus, 13 km dan nog, de nieuwbakken organisatoren hebben vertrouwen in hun parcours en seingevers. Na nauwelijks 350 meter verlaten we al de bebouwing en na 600 meter draaien we de ruilverkavelingswegen op die we in de volgende 10 km – op twee korte stukjes na – zullen volgen. Ik rep me naar voren in de veelkleurige meute, onderweg een kreet van bewondering slakend voor het nieuwe zwarte Paluko-singlet van Nora Schoefs. De tred van Jean-Pierre Immerix is veelbelovend. Die goede indruk wordt ook na de wedstrijd bevestigd door zijn gemiddelde van meer dan 12 per uur. Na een mooie afdaling en klim aan een bosrand draaien we de andere richting uit en maken we meteen kennis met een nieuwe tegenstander van vandaag, de wind. Die waait wel niet op zijn felst maar is wel er degelijk en voelt schraal aan. Hier loop je beter niet in je eentje. Ik kan me gelukkig verbergen achter de rug van een lange Daring Leuven-loper. In mijn onmiddellijke buurt loopt ook Maja Van Zand die wijze raadgevingen krijgt van Edward Vanhove – “let op, de wedstrijd is pas een kwartier ver”. Maar de benen van Maja draaien soepel en het zal niet lang duren voor ze Gavina Dettori en Ellen Jacobs zal inhalen. Ellen maakt zienderogen vooruitgang. Ze heeft dan ook een persoonlijke coach ter beschikking, Jean Tempels, vierde algemeen en eerste M45 vandaag. In de bocht van daarnet heb ik ook de positie van mijn twee Mergellopersvrienden Francis Loyens en Ludo Ramakers kunnen vaststellen, een vijftiental meter achter me. Maar plots duikt Francis achter me op. “Ik ga me testen, we zien wel hoe lang ik het uithoud.” Even verder meldt zich een andere bekende, Kris Govaerts. Door het wegvallen van de Hesbignon-manche in Oreye zijn Kris en Maja hier in Montenaken, op een boogscheut van hun woonplaats en dus voor het eerst van de partij in de Victors Cup. Voor de start klaagt Kris over een pijnlijk been, het gevolg van een valpartij in Moha. “En nu was ik net in vorm” tempert hij de verwachtingen voor vandaag. Wel, pijnlijk been of niet, Kris laat ook al snel het groepje waarin ik me verscholen houd, in de steek. Als u iets uit dit verhaal moet onthouden, dan wel dit: “Vertrouw nooit je loopvrienden voor en tijdens de wedstrijd. Hun verhalen over lijfelijke kwalen, hun parcoursbeschrijvingen, hun tactische plannen.” Dat komt overigens wel goed bij een pint in de kantine na de wedstrijd. Een ogenblik ben ik in twijfel: proberen mee te gaan of mijn eigen tempo aanhouden. Ik kies voor de tweede optie. Op dit deel van het parcours is geen meter vlak en de hellingen mogen dan maar rond de 2 tot 3% schommelen, als je hier stil valt, is de weg nog lang. Ik wil me in elk geval tot in het laatste derde van de loop gedeisd houden. Rechts van ons reiken drie windturbines naar de grijze hemel. Het zijn de patroonheiligen van de Turbinekensrun. Na 5 km en een nieuw klimmetje verlaten we even de ruilverkavelingsweg voor een passage door Kortijs. Dat is het geboortedorp van Rosette, mijn ex-collega Frans, en dochter van Marcel Vanelderen die hier jaren een loop georganiseerd heeft in het kader van de Haspengouw Challenge. Dat herinnert mij aan een grappige anekdote. Wie gehaast is kan de volgende regels overslaan zonder iets van het verdere verslag van de Turbinekensrun te missen. ( Ik heb één keer deelgenomen aan die manche in Kortijs. Dat was in 2004, in een tijd dat ik de Challenge ternauwernood kende en er nog geen websites bestonden met allerlei informatie. Er staat een groep lopers klaar. Is dat al het vertrek, vraag ik me af. Ik kies het zekere voor het onzekere en ga mee van start. Terwijl ik aan het lopen ben zie ik andere, ook oudere lopers, naast de weg inlopen. Hier klopt iets niet. Ik doe toch maar door en loop nog een mooie tijd. Achteraf blijkt dat er twee wedstrijden zijn met dezelfde afstand. Een voor dames en jongeren. Een voor mannen, vanaf de leeftijdsklasse senioren. Die langs de weg zullen ook raar opgekeken hebben. Nu, ik ben toch in de uitslag opgenomen van de mannenwedstrijd en heb dus geen bedrog hoeven te plegen over mijn geslacht of leeftijd. ) De doortocht in Kortijs is nauwelijks een bocht van 250 meter lang. Maar er wacht mij nog een aangename verrassing. Wie staat daar langs het parcours op de plaats waar we de Klapotie inslaan? Dat is de ruilverkavelingsweg in het veld. Mijn lieve collega Rosette!
Op de eerste lange vlakke – eigenlijk heel licht dalende – strook na vijf kilometer komt ook Ludo Ramakers in ons spoor. We zijn nu met drie Mergellopers samen. De vierde Jo Ruyters volgt verder op. (Theo Huls moet hier in vermomming aan de start hebben gestaan, ik heb hem in ieder geval niet herkend.) De tumuli langs het parcours zijn me ontgaan, het spruitenveld niet. “Daar heb ik nu geen zin in” is het droge antwoord van Ludo als ik het hem wijs. In ons gezelschap lopen al een tijdje een jongere (in witte broek) en een M2, vermoed ik, in zwarte outfit. Montenaken 2 Francis geeft meestal het tempo aan. Ik volg, behalve wanneer Francis een tandje hoger schakelt op de hellingen. De enkele meters die ik dan moet laten, kan ik evenwel snel weer goedmaken in de afdalingen of op het vlakke. Ook de jongere in witte broek geeft telkens een snok aan het tempo als het bergop gaat. Hij heeft er zelf echter geen erg in dat hij aan een soort intervaltraining bezig is. In de verte zie ik Kris Govaerts tegen zichzelf vechten. Hij wint het gevecht met brio en zal 35 seconden voor me binnenlopen. Rond km 9 komen we weer even tussen de mensen. Niet die van Klein-Vorsen waar we nu zijn – die zijn aan de taart bezig in huis – , maar fans van deelnemers. Stefan Meekers – al twee weken buiten strijd met een blessure – filmt onze doortocht en die van zijn vrouwtje Marie-Anne.
Bij het buitenlopen van Klein-Vorsen ligt een nieuwe helling op ons te wachten. Ideaal voor een versnelling. Francis gaat mee, onze gezellen haken af. “Content dat ik dat kan vandaag” hijgt Francis. “Nu uitlopen” voegt hij eraan toe als we een afdaling van zo’n 300 meter aanvatten. Echt geloof ik het niet. Ik schakel twee tanden hoger. Francis pept zich nog eens op en klampt aan. Op de lange vlakke Oude Tramstraat die terug naar Montenaken leidt rapen we één voor één de lopers op van het groepje dat ik al kilometers voor me zie. Jochen Goss en Pascal Aerts betalen onder meer het gelag van onze tempoversnelling. Aan km 11 zijn we weer tussen de huizen. We beginnen aan een lange afdaling naar het centrum van Montenaken. Francis krijg ik er niet af: wat hij mist aan conditie maakt hij ruimschoots goed met karakter. In de bochten na de Ridderstraat moeten we gokken welke richting we uit moeten. Lopers zijn er niet te bespeuren voor ons. Kris Govaerts heeft te veel voorsprong om als richtpunt te dienen. Ik volg de politie-auto die ons net is voorbijgereden. Een seingever of een streep verf op de grond zou welgekomen zijn. De laatste seingeefster laat het richtingbordje aan haar hand bungelen. “Rechts” zegt Francis en snijdt de bocht af. Verdorie, dat is wel een knullige manier om terrein te verliezen. Een flinke vloek verder ben ik weer bij mijn ploegmaat. Gelukkig heb ik de laatste klim naar het dorpsplein verkend. Net als ik een aanval van Francis verwacht, geeft hij dan toch een kleine 10 meter prijs. Ik overleef ook de 3,5% naar de kerk toe. Moeten we nog een lus maken rond het dorpsplein? Nog eens geïnformeerd naar de richting bij Linda Smets langs het parcours. Links af, dat is de kortste weg naar de streep. Onder het uur op net geen dertien kilometer, daar had ik vooraf voor getekend.
Paul Hendrix en Norbert Collas eindigen enkele plaatsen voor mij maar hen zie ik pas na de wedstrijd in de sporthal. Die sporthal bevindt zich blijkbaar in een oude hoeve. Ruim maar jammer genoeg wat karig bezet. Ik speel er go-between tussen Maja Van Zand en Vally Merken van Bilzen. Maja was benieuwd naar de vriendelijke man die haar het grootste deel van de loop heeft begeleid. Tot daar mijn verslag dat ik niet kan afsluiten zonder een compliment voor de nieuwe organisatie. Kijk ook naar de foto’s van Marc Roosen op Facebook en weldra op de site van de Victors Cup, dat is me beloofd.

(Foto 1, Mestreech Online: Oude kaart van de dorpen ten westen van Maastricht uit de tijd dat ik er nog niet trainde. Foto 2 van Marc Roosen: In een groepje na 3 kilometer. In het oranje Kris Govaerts en Maja Van Zand. In het blauw met bril Edward Vanhove, in het blauw zonder bril Francis Loyens.)

Kribbels

Dat is de echte spirit: je stapt ontgoocheld uit een marathon – slechte dag, opkomende ziekte, of om welke reden dan ook – en drie weken later verbeter je je persoonlijk record in een nieuwe marathon. Die mentale sterkte en uiteraard schitterende conditie toonde Wim Meyers uit Vlijtingen gisteren in Amsterdam met een tijd van 3u08’12”. Het doet me denken aan mijn enige opgave in een marathon, die van Beloeil in 1997. In de auto op de terugweg naar huis – een lange trip vanuit Henegouwen – was ik al aan het broeden op revanche op mezelf. Een week later, In het Nederlandse Etten-Leur, heb ik mijn geschonden blazoen opgepoetst met een… degelijke prestatie. Geen PR, dat ook weer niet. Van een besttijd gesproken, in Amsterdam klopt Wim mijn beste tijd (gerealiseerd in Eindhoven in 2002) met 2 seconden. Voorlopig nog een miniem verschil dat hij zonder twijfel in de volgende jaren tot een kloof van minuten zal uitdiepen.
De enige manier om Servais Halders van de overwinning te houden bij de 60-plussers is… geen klassement op te stellen voor die leeftijdsklasse. Ondanks de ongunstige leeftijdsindeling wist de Voerenaar toch een podiumplaats in de wacht te slepen in de Zes Kerkenloop in Kortessem. In de Limburgse criteriums (Haspengouw Challenge en Victors Cup) treed je al op je vijfenvijftigste toe tot de oude garde. Vanaf 65 word je verondersteld (?) je dagen te slijten aan de toog of in de luie zetel. En zo moeten de Laurent Wijnantsen en de Kris Govaertsen van deze wereld het opnemen tegen snaken die jaren jonger zijn.
Ik heb het de laatste veertien dagen bij gevarieerde trainingen gehouden, zoals steeds nauwkeurig geregistreerd door mijn Garmin. Enfin, niet altijd nauwkeurig. Want het beestje heeft het moeilijk met een gedeelte van mijn looproutes: het fietspad op de trekweg van het Albertkanaal. Dat is diep ingesneden in het mergelplateau tussen Ternaaien (Lanaye) en Kanne. De hoge wanden brengen de navigatie van de wijs zodat het lijkt of ik (meer dan eens) het kanaal overzwem. Wees gerust, ik blijf op het droge en heb geen plannen voor een triatlon.
Vanaf volgende week vlieg ik er weer in en hoop ik u weer te verrassen met een live-verslag. Zoals steeds te lezen zonder voorafgaande registratie met je echte naam. Geen facebooktoestanden op dit blog. Je hoeft het niet leuk te vinden. Je wordt niet bestookt met foto’s van allerlei mensen die je kent of niet kent en om de oren geslagen met de namen van de vorige lezers van het stukje. En voor wat het waard is : een zoekfunctie is er wel, op het einde van de eerste bladzijde, rechts beneden. Oh ja, ik vind de foto’s van Marc Roosen leuk. Ik zou hem dat graag zeggen zonder dat ik mijn ID-kaart moet tonen aan die andere Mark, Zuckerberg.

Ambiorix Run Tongeren

zat 01/10/2016 15u * Tongeren (Victors Cup) * 9 km * 00:41:24 * 13 * 69/149 * 8/25 (55+) * ♥♥♥♥

Door werkzaamheden aan de Jeker moet de organisatie van de Ambiorix Run dit jaar het vertrouwde Mottenpark verlaten. Meteen de gelegenheid om de deelnemers aan de Victors Cup met de vernieuwde Plinius-site kennis te laten maken. Het parcours is uitgetekend in de glooiende velden van Mulken en Piringen, ten noordwesten van de stad. Die verandering van decor heeft mij overgehaald om aan te zetten in de zevende manche van het Zuid-Limburgs loopcriterium. De omgeving is mij sinds 38 jaar goed bekend. Niet toevallig woont mijn schoonmoeder er.
We verlaten vrijwel meteen het Pliniuspark en worden rechtsaf richting Mulken gestuurd. In die eerste meters passeer ik Jean-Pierre Immerix en Philip Pauly, twee van de vele bekenden in het peloton. Op weg naar het kerkje van Sint-Gillis word ik meteen overspoeld door een golf snellere jongens en meisjes. Ambiorix 1 Dirk Claesen wijst ons de weg naar de Rooierweg en geeft me nog een aanmoediging mee. Dat doet ook een andere fan-seingever in de volgende bocht. Wie mag dat zijn? We zijn nu een kilometer ver. Ik heb op het vlakke een tempo onder de 4’30”. Dat is wel nodig op de relatief korte afstand van 9 km maar ik voel dat de kuitspîeren er nog niet echt klaar voor zijn. Voor ons ligt het open veld en een eerste klim. Twee gele shirts duiken langs me op. Norbert Collas en Pascal Aerts showen de nieuwe outfit van Team Paluko. Johan Bolinius plaatst in de wind een versnelling. Zo komt de ritmeverandering bij mij althans over. Ik volg het tempo van Norbert die me na de wedstrijd plaagt dat ik me mooi uit de wind kon houden achter zijn brede rug. Pascal volgt meestal even achter me. Ik word verrast door de eerste drankpost die net achter een bocht is opgesteld en door hoge maïs is verborgen. Veel maakt het niet uit, de wedstrijd is nog jong en het vochtverlies minimaal. De helling wordt nu een paar procent zwaarder. Het lijkt wel een parcours voor een wielerwedstrijd: het beton is vol geschilderd met aanmoedigingen aan de lopers. Heeft het organiserend Team Paluko zijn ijverigste supporters op pad gestuurd? Ironie is hen niet vreemd. Ik lees “bijna bergaf” maar zal daar nog heel wat klimmende meters moeten op wachten. Ik mag dan wel de illusie hebben de omgeving goed te kennen, deze helling is ook voor mij nieuw. We mogen even dalen maar dan gaat de ruilverkavelingsweg weer in stijgende lijn. Tot aan de volgende bocht, denk ik, maar de holle weg blijft nog 200 meter omhoog lopen. Even op adem komen, hoop ik, maar net nu versnelt Norbert Collas. Ik probeer niet dadelijk aan te sluiten want ik weet wat ons te wachten staat achter de volgende bocht als we de oude hoeve van Fernand en Simone gerond hebben. (Davy Moors passeert hier op een boogscheut van zijn woning. Geert Clerinx mist die kans door te kiezen voor de 5 km-loop die volledig in het Pliniuspark wordt afgelegd.) De Smisberg loert om de hoek : 200 meter lang, met het hoogste stijgingspercentage van de loop. Maar de hobbelige kasseien van weleer zijn verdwenen en het goed lopende asfalt heeft de scherpe tanden van de oude kuitenbijter afgevijld. Boven verlaten we de dorpskern van Piringen en krijgen we weer een dalende strook op weg naar het Herenbos (dat we rechts laten liggen). Ik loop een vijftiental meter achter een groepje waarin ook Paul Hendrix zich schuil houdt. De Bilzenaar loopt niet echt weg van me, voor mij een aanwijzing dat het wel snor zit met mijn tempo. Ambiorix 2 Ik heb uiteraard het raden naar wat er zich achter mijn rug afspeelt maar houd toch rekening met het aansluiten van een Ludo Ramakers of een Mario Smolders. Voorlopig zie ik ze niet. Er volgt een kort stukje vals plat, genoeg om Atla-loper Jacques Dreessen achteruit te slaan. “Norbert, dzje kint durgun” hoor ik Pascal roepen maar Norbert blijft wachten op zijn maatje. En zo nemen we samen de afdaling naar Mulken-City. Norbert heeft nog tijd voor een geintje met zijn fans in de eerste bocht. Het is lekker lopen in de dalende hoofdstraat van Mulken, bovendien opgezweept door de enthousiaste kreten van de supporters die samentroepen op de kruising met de Mulkenweg. We kunnen nog even van het dalende profiel genieten tot aan de Rooierweg. Daar weerklinken opnieuw aanmoedigingen aan mijn adres. Maar zijn zonnebril en mijn falende ogen beletten mij deze sympathieke seingever te identificeren. Norbert helpt me: het is Ronny Hertogen.
Bij de tweede doortocht op de Rooierweg halen we een jonge dame in die ik nu pas herken, Paulien Poisquet. De triatlete is na een tweede plaats op de 5 kilometer ook op de langere afstand van start gegaan. Maar de kleindochter van collega Theo is wat te kwistig met haar krachten omgesprongen in de eerste ronde en moet nu op een lagere versnelling overschakelen. De afdaling heeft blijkbaar een heilzame invloed gehad op mijn benen – ik ben nu echt warm gedraaid – en het parcours heeft geen verrassende wendingen meer in petto. Ik begin met meer vertrouwen aan de klim en drijf stelselmatig het tempo op. Mijn twee maatjes moeten, gewild of ongewild, enkele meters prijs geven. In de holle weg op het einde van de klim ga ik vlotjes voorbij een jonge man, Pieter-Jan (hij maakt het de verslaggever makkelijk, zijn naam prijkt op zijn shirt). Hij vecht om te overleven op de Dodemansstraat, zoals de weg officieel heet. Het tempo in de afdaling wordt volledig gekraakt door de scherpe bocht aan de boerderij (van…, maar dat heb ik u al verteld). Eens boven op de Smisberg hou ik er de vaart in en richt mijn pijlen op het groepje voor me. Even heb ik de illusie gekoesterd dat ik misschien zelfs Paul Hendrix bij de lurven kan vatten. Maar die heeft blijkbaar hetzelfde tactisch plannetje in het hoofd als ondergetekende en snelt zelf weg van het groepje. “Te voorzichtig vertrokken in de eerste ronde, de hellingen vielen beter mee dan vooraf gevreesd” aldus Paul na de wedstrijd. Het compacte en uitdagende parcours mag overigens een model in het genre genoemd worden. Ambiorix 3 Even een groet aan fotograaf Eddy Defrère die zich in de eerste bocht van de rechte lijn langs het Herenbos heeft geposteerd. Zijn broer en collega-fotograaf Jo neemt de tweede bocht, op het einde van de betonstreep, voor zijn rekening. Beide heren zijn vaste gasten in het Waalse circuit en hebben de laatste jaren ook goede contacten in het Limburgse. De organisatoren van Limburgse stratenlopen en estafettes maken maar wat graag gebruik van hun diensten. Gratis diensten, wel te verstaan. Op het hoogste deel van het parcours langs het Herenbos ga ik zonder veel plichtplegingen maar met binnenpretjes voorbij de twee jongeren die al de hele wedstrijd voor me uitlopen. En in de afdaling naar Piringen kan ik Paul Esters inrekenen.
De hellingen zijn achter de rug. Nu met zevenmijlslaarzen terug naar Plinius. Ik mag het tempo nu niet meer laten zakken op de Mulkenweg terug naar het park, eerst op het zachte zand van een nieuwe straatbedekking in aanleg, dan op het grove beton van de oude weg. Theo, u kent hem, de grootvader van Paulien, vuurt me aan als ik het park indraai. In de verte zie ik de aankomstboog maar ik vermoed dat we nog een lus moeten maken. Mijn twijfels verdwijnen als ik een loper rechtsaf zie draaien. Dat is het rondje dat ik daarstraks Geert Clerinx als tweede in de de 5 km heb zien nemen. Ik moet even inhouden achter een loper met een veel lager tempo en de scherpe bocht op het smalle klinkerpad goed aansnijden om niet op het gras terecht te komen. Mijn achtervolgers komen enkele meters dichter. Weer een scherpe bocht. Max Knapen – zonder loopschoenen maar met camera – links en even verder Marie-Paule rechts volgen mijn laatste meters. Achter me blijft geel gevaar dreigen. Met een spurtje in de laatste rechte lijn kan ik Norbert en Pascal achter houden. Ik heb nog niet aan mijn eerste appelsienpartje gesabbeld of Ludo Ramakers en Mario Smolders vallen ook al binnen in het aankomstvak.
In dit selecte gezelschap van droog getrainde en jongere collega’s haal ik net de eerste helft in de uitslag. Maar het gevoel van de tweede ronde en de laatste kilometer in 4’09” maken de bescheiden plaats goed. De analyse van mijn loop na de wedstrijd op de Garmin levert overigens een verrassend resultaat op. Ik heb de twee rondes in het veld, op enkele seconden na, in dezelfde tijd afgewerkt. Het gevoel stemt dus niet altijd overeen met de reële tijden. Wim Meyers heeft de ontgoocheling van Berlijn weggewist met een scherpe tijd, Luc Lenaerts stelt met een knipoog vast dat hij me deze keer is voor gebleven (zie Momalle), Jean-Pierre Immerix heeft weer het goede gevoel in hoofd en benen en Jo Vrancken doet wat we van hem verwachten, winnen. Iedereen verlaat het strijdtoneel met een brede glimlach. De gelukzalige warmte van het douchewater wordt wel verstoord door een gure wind die in de open ruimte van het zwembad vrij spel heeft. Een babbel met Ludo en met de joggende familie Smets van Millen sluit het middagje in het Pliniuspark af.

(Foto’s Marc Roosen. Foto 1: Winnaar Jo Vrancken op de zwaarste strook van het parcours in het spoor van padvinder op de fiets Stijn Vanderbeuken. Foto 2: Bij het eerste deel van de klim naar Piringen, met Norbert Collas (met zonnebril) en Pascal Aerts. Op de achtergrond in het blauw, volgt Ludo Ramakers. Foto 3: Paulien Poisquet.)