Maandelijks archief: februari 2018

Bergrun Vijlen

zon 25/02/2018 13.30u * Bergrun Vijlen* 10,4 km * 00:59:03 * 10,6 * 32/92 * ==/== * ♥♥♥♥

In een weekend met zes joggings in de provincie Luik trek ik naar Vaals op de grens van Nederlands-Limburg, net voor Aken. Ik heb de relatief nieuwe Bergrun Vijlen – het is vandaag de derde editie – op de kalender ontdekt en voel me wel aangesproken door het mooie decor van het Zuid-Limburgse heuvelland. Om in Vijlen van start te gaan moet je wel een flinke duit veil hebben. Maar een stevige inschrijvingsprijs is een van de specialiteiten van organisator Bearsports uit Maastricht. De start en finish liggen naast Camping Rozenhof op de lange klim van Camerig naar Vaals. Dat is de langste helling in Nederland, lees ik op de webpagina. Ik heb die vroeger wel enkele keren met de fiets gedaan. Benieuwd wat dat gaat geven al lopend, ook al zullen wij voornamelijk boswegen nemen. Bij het afhalen van mijn startnummer val ik al meteen op het groepje Kris Pipeleers, Roger Rousseau en Marc Heusschen. In hun gezelschap is ook Nicole (haar achternaam is me onbekend). Roger, Nicole en Kris lopen in team, 30 kilometer in het totaal over drie ronden. Marc loopt solo zoals uw dienaar, dus een ronde van 10 km. Dat zal wel volstaan zeker? Ook al zijn er 42 vermetelen die de 30 km in hun eentje afhaspelen. Kris vraagt zich af wat er prettig aan kan zijn om dit rondje drie keer af te leggen. Ik vraag het me met hem af, zeker na afloop. Het team van Kris plus Marc zijn ook de enige bekenden van vandaag. Veel Hollanders hier, noorderlingen dus, die hier een voor hun ongewone uitdaging vinden. Voorts nog enkele Vlamingen en ook wat Duitsers.

Lees verder →


Een rondje opwarmen hier is geen sinecure. De camping ligt halverwege een steile helling. Ik loop dan maar de benen los naar het dal en verdeel de klim terug in kleine porties lopen en stappen. Mijn trailschoenen mogen alvast in de autokoffer blijven liggen. Was het hier in het begin van de week nog modderig, nu is de ondergrond beenhard geworden door de vrieskou. Kris is hier op verkenning geweest en via Servais had ik weet van de staat van het parcours. Maar de weersomstandigheden zijn intussen dus gewijzigd. Ik heb bij mijn kennissen ook even gepolst naar het profiel van het parcours. Ik onthoud dat er op het einde nog een flinke klim in zit.
We kijken nog even naar de start van de teamloop, een half uurtje voor we zelf op pad worden gestuurd. De omroeper geeft ons nog wat info mee over de loop. Die, voor wat de finale betreft, niet helemaal of helemaal niet blijkt te kloppen. Tenminste ik heb zijn woorden anders geïnterpreteerd en Marie-Paule ook. En mijn vrouw heeft altijd gelijk, dus… Hoe dan ook, het fluitsignaal is wel duidelijk en we zijn vertrokken. Vijlen 1 Voor een fikse duik naar het dal in de eerste kilometer. Ik hou wel van een dalende aanvangsfase. Je kan de benen meteen in competitiestemming brengen en het lichaam op temperatuur brengen, geen overbodige luxe als het kwik niet boven het nulpunt uitkomt. We bereiken het diepste punt van het dal overigens niet maar worden rechtsaf gestuurd richting bos. We zijn al flink aan het klimmen op het asfalt als we na 1,3 km het bos worden ingestuurd. Dat zullen we pas 5 kilometer verder weer verlaten. Ik ben intussen al flink naar voren aan het opschuiven in het gezelschap van enkele lopers van de SC Erftstadt. Die zijn dus uit de omgeving van Keulen naar deze grensstreek afgereisd. Het bospad is smal en steil, ik word even opgehouden in de lopersketting die hier nog intact is. Na 2 km wordt de weg wel wat breder maar nog steiler, tot boven de 15%. Ik besluit meteen op stapmodus over te gaan. Ik verlies nauwelijks één positie. Even verder haal ik een mevrouw uit Amersfoort in. Tenminste die naam prijkt op haar shirt. Ze was mij voor de start al opgevallen met haar lange, witte benen. Haar lange broek vond ze te warm, hoorde ik haar tegen een vriendin zeggen. Ik hoor ook bij de schaarse kortebroekdragers in het peloton. De vrouwen die in mijn buurt de eerste kilometers afwerken gaan allemaal voor de bijl, voor de mannen in mijn gezichtsveld zal ik wat meer tijd nodig hebben.
We hebben de klim van 1,8 km achter ons en krijgen nu een lange afdaling van bijna 1 km voorgeschoteld. Dat is bijlange na niet de 3 km lange klim (de langste van Nederland) waarmee de organisatie schermt in haar publiciteit. We dalen nu weer 60 meter. Daarvoor hebben de parcoursbouwers een smal pad uitgezocht met geulen en voren dat bovendien de laatste weken door rupsvoertuigen is omgeploegd. Ik moet terugdenken aan de Trophée de la Gileppe vijf jaar geleden waar ik ook hoge verwachtingen van had. Deze ambitieuze organisatie had ook de slechtste wegen uitgezocht in een eveneens fraaie omgeving. In uiterste concentratie laveer ik van de ene naar de andere kant van het pad om de meest stabiele loopstrook op te zoeken. De richels van het rupsspoor priemen door de zolen van mijn Brooks-schoenen. De bomen werpen smalle schaduwen op de lichtbruine aarde en maken de visuele interpretatie van de ondergrond nog moeilijker. Gelukkig verlies ik geen snelheid. Mijn achtervolgers blijven op dezelfde achterstand hangen. Een bocht naar rechts en we mogen weer gaan klimmen. Daarvoor zijn we hier trouwens in deze “bergrun”. Nu hoor ik plots wel gekletter achter mij. Ik probeer plaats te maken voor een duo, een man en een vrouw. Aan hun snelheid te oordelen moeten dat de eersten zijn van de teamloop. Ik ben dus 22 minuten uit hun greep kunnen blijven. De man lost de vrouw snel in de eerste hectometers van de klim. Ik neem aan dat de eerste loper van haar team de snelste eerste ronde heeft afgelegd. We zijn intussen weer 60 meter lager dan na de eerste helling. Van hieruit moeten we weer klimmen naar wat echt het hoogste punt van de ronde is. 2 kilometer bergop, met de steilste stroken in het begin. Ik dring niet aan op de meest extreme passages maar haal even verder toch nog een loper voor me in. Dat is al een hele gebeurtenis hier want sinds de helft van de eerste klim loop ik afgezonderd. De laatste kilometer van deze tweede piek voelt aan als vlak, temeer omdat ik de lezer met genoegen mag melden dat ik in goede doen ben. Aan de bevoorrading kies ik voor een bekertje met een roze drank. Ik vermoed dat het een sportdrank is. Ik wil de bevoorraders niet storen in hun babbel. De uitgebreide keuze aan krachtvoer – bananen en dergelijke – laat ik aan de 30 km-lopers. Ik merk plots een loper met een rugzak op die ik in de vorige kilometer niet in het vizier had. Maar dat blijft een fotograaf te zijn die niet te beroerd is om zelf een looppasje te wagen. Hij legt mijn stijl en (hopelijk) mijn glimlach vast, even voor ik een rijweg moet oversteken. Ik informeer even of ik rechtdoor moet. De verkeersregelaars houden zich hier strikt aan hun opdracht – het autoverkeer regelen – en laten de lopers zelf de zwarte pijlen op gele achtergrond zoeken. Die zijn gelukkig overvloedig op de bomen aangebracht waardoor het aantal seingevers op het kronkelige bosparcours tot een minimum is beperkt. Ik vergeet haast te vermelden dat ik weer een plaatsje ben opgeschoven. Er is intussen een tweede duo teamlopers me voorbijgegaan, minuten na de eerste twee. Het pad is intussen beter beloopbaar en dat blijft zo op de lange afdaling die we nu voor de voeten krijgen.
Die afdaling duurt zo lang – althans dat gevoel heb ik – dat ik de indruk heb dat er in deze “bergrun” meer wordt afgedaald dan geklommen. Dat is in afstand niet uitgesloten als de hellingen steiler zijn. En dat gevoel heb ik eveneens. Opnieuw een man ingehaald. Heb ik het u niet voorspeld bij het begin van dit weer te lange verslag? Er zijn op deze zonnige maar berekoude namiddag wel wat wandelaars op pad. De meesten hebben geen aandacht voor de atleten die de berg afrennen. Toch een uitzondering daarstraks bij de tweede klim. Ik zeg een koppel dan maar zelf gedag. En krijg een kort gegrom terug. Ik hou er flink de vaart in op weg naar Cottessen. Vijlen 2 We krijgen zowaar een stukje rijweg, de Epenerbaan, waar je van het uitzicht op deze mooie streek kan genieten. Hiervoor ben ik eigenlijk naar Vijlen gekomen. Maar na 200 meter is de pret voorbij. Ik heb wel even met een snelheid in de buurt van de 4’/km mogen flirten. Opletten aan kilometer 7 waar er volgens de speaker een spekgladde asfaltstrook ligt. Maar de zon heeft het ijs al flink tussen handen gehad. Toch bedankt voor de waarschuwing, speaker. Ik stuif naast en tussen de wandelaars door naar wat het laagste punt op het parcours moet zijn. De in het zwart gehulde loper die me in het begin van de wedstrijd, nog in Camerig, is voorbijgegaan, heeft nu geen verhaal meer tegen mijn tempo. Het laagste punt van de loop is de Geul die hier tussen de weiden meandert. Wij hebben een brede grasstrook ter beschikking. Maar die is even zompig als breed. Daar heb je de modder dan toch. Ik waad tussen de verzopen graszoden door terwijl me nog een teamloper voorbijgaat. Mijn schoenen plonsen in de modder en het water. Na het derde draaipoortje zijn we verlost van het geklieder.
Daar is de laatste helling die Nicole – de teamgenote van Kris Pipeleers – met een venijnig lachje heeft aangekondigd. Dat blijkt een smalle holle weg te zijn die ongeschikt is voor de loopsport en daarom waarschijnlijk in het parcours zit. Voor de derde keer vanmiddag dwingt de stijgingsgraad op een korte strook me tot stappen. Maar ook nu kunnen de achtervolgers daar geen gebruik van maken. Ze zitten even zwaar in het rood als ik. Alsof de miserie nog niet groot genoeg is, neemt een amateurfotograaf nog een eilandje – een aarden bultje – in waar ik mijn voet wilde neerplanten. We eindigen in een keiharde vertrappelde weide achter de parking. Zouden we nu nog een lus moeten maken om in dezelfde richting als de startrichting over de finish te komen? Dat heb ik alleszins uit de woorden van de speaker opgemaakt. Even zoeken en vragen naar de juiste weg aan een lint en zo kom ik terug aan de camping. Rechtdoor zegt men me, na een nieuwe vraag. Dus toch rechtstreeks naar de finish? Dan heeft de omroeper zich daarstraks toch wel ongelukkig uitgedrukt. Er zit overigens geen chip in het nummer. Blijkbaar hanteert de dure Bearsports-organisatie nog de oude manuele methode. In elk geval, nadat ik onder het spandoek ben gepasseerd, komt een jonge man mij nagelopen om mijn nummer te noteren. Oef, ik sta ertussen, is mijn reactie als ik een dag later de uitslag onder ogen krijg. Ik eindig net onder het uur, mijn tijdsdoelstelling heb ik dus gehaald. Mijn prestatie zelf kan ik het nog het beste verwoorden met de aanmoedigingen die ik kreeg van de toeschouwers na de laatste klim: netjes en keurig. Mijn eigenzinnige keuze voor Vijlen levert me een (fictieve) medaille met twee zijden op: een tegenvallend parcours en een prettig loopgevoel.
Nu snel de douche in om de koude geen kans te geven het door de inspanningen opgewarmde lijf opnieuw af te koelen. We verlaten meteen het overvolle campingrestaurant en vinden nog een vrij tafeltje in Epen waar ik de innerlijke mens kan versterken met een boerenpannenkoek. Na omzwervingen op kleine landwegen geraken we dan toch in Gulpen vanwaar het in rechte lijn terug naar de heimat gaat. Net als Dylan Groenewegen met gebalde vuist over de streep rijdt in Kuurne-Brussel-Kuurne , dixit Christophe Vandegoor, staan we voor de garagepoort in Heukelom.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De spieren strekken voor het vertrek. Kris Pipeleers trekt zich op gang als laatste loper van zijn team. Mijn wedstrijd zit er al op.)

← Toon minder

Wegnez (Challenge L’Avenir)

zat 17/02/2018 15.30u * Wegnez (Challenge L’Avenir) * 7,6 km * 00:42:03 * 10,8 * 120/293 * 1/4 * ♥♥♥

Door een speling van de kalender en mijn eigen voorkeur ben ik opnieuw in het land van Verviers voor mijn weekendloop. Het centrum van de feestelijkheden is gewoon verplaatst van de rechter- naar de linkeroever van de Vesdervallei. Plaats van het gebeuren is Wegnez. Spreek uit “Wenjee”. De Hollandse GPS-juffrouw brengt ons naar “Wegnes” maar we komen uit waar we moeten zijn , aan de Hall du Paire. Dat blijkt een nieuwe sporthal te zijn met een schitterende indoorzaal. Mijn gezel van vandaag vangt op dat de ex eerste klasse-basketclub Pepinster hier haar thuiswedstrijden speelt. Ik heb mijn achterbuur, Mergelloper Wesley Serrano, kunnen verleiden voor deze korte loop met een gemiddelde moeilijkheidsgraad. Dat is tenminste de omschrijving van de organisatie waarmee ik Wesley naar het Zuiden heb gelokt. Na afloop vraagt mijn compagnon me met een van pijn en vermoeidheid vertrokken gezicht hoe ik dit soort parcoursen kan blijven betwisten. Maar laten we niet vooruitlopen op de feiten. In elk geval, zelf heb ik hier nooit deelgenomen. Ik was een aantal jaren geleden wel eens in Wegnez maar dat was toen op een ander parcours in het kader van de Challenge van de provincie Luik. Ondanks enkele omwegen – door mijn eigen verstrooidheid – zijn we bij de eerste inschrijvers. Ik heb ruim de tijd om een aantal kennissen te groeten. Bij het betreden van de hall word ik welkom geheten door Maya. Neen, niet de Maja die jullie kennen, maar een herdershond… Maurice Gillet geeft me een gedetailleerde beschrijving van het parcours maar ik word toch nog verrast door de zware helling in het bos van Lambermont. Ik verken de laatste kilometer met Wesley en ben dus gelukkig op de hoogte van de chicanes en de obstakels in de finale.

Lees verder →


De traillopers zijn al op pad als we met een vijftal minuten vertraging en na een voorstelling van het parcours (die achteraf ook niet helemaal blijkt te kloppen) op gang worden geschoten. Het peloton is enkele eenheden kleiner dan vorige week… en ik zoek vergeefs naar Roger Dosseray. Een revanche, of alleszins een nieuwe confrontatie, zit er dus niet in. Jammer. Zoals door de speaker vooraf aangekondigd, beginnen we met twee rondjes rond de sporthal. Met als enige bedoeling waarschijnlijk de afstand te rekken tot circa 8 km. Maar de lopers zijn wie ze zijn en er wordt hier dus duchtig afgesneden. Langs een rechte, voornamelijk dalende rijweg verlaten we het dorp. Dit is een van de drie stroken van het parcours waar wat snelheid kan gemaakt worden. Na 600 meter is de pret over. De eerste klim is daar, eerst nog op de rijweg. Het stijgingspercentage gaat bruusk de hoogte in op een smallere asfaltweg met de gebruikelijke hobbels en gaten. We hebben de koekjesfabriek van Delacre net achter ons gelaten. De oude knol is sneller gestart dan het jonge veulen – euh ik bedoel, ik ben sneller gestart dan mijn 30 jaar jongere collega Wesley. Maar Wesley herstelt de leeftijdsorde op de eerste helling en gaat me voorbij. Ik tracht intussen adem en benen te sparen op de 7%-klim. Zelden heb ik zo’n zware en heftige ademhaling gehoord als die van Nicolas Bynens tijdens de klim. Ik heb hem daarnet bij de afdaling in het vizier gekregen en ga hem nu voorbij. Nicolas is duidelijk nog niet op wedstrijdniveau. Yves Van Tomme die ik al een eeuwigheid niet meer heb gezien, staat al wat verder in zijn conditie-opbouw na maanden van blessureleed. Ik vang een glimp van hem op tijdens de beklimming. Daarna is hij de pijp uit. Bij een bocht naar links na 2,3 km, op het einde van de klim, moet ik even uitwijken voor Keyla. Wie is Keyla? Wel, dat is het vrouwtje spitshond waar ik het in mijn vorig verslag over had. Ik weet nu al wat meer over de enthousiaste viervoeter met de mooie witte vacht. Haar baasje (Stéphanie Lognard?) is er vandaag ook weer bij. Na de wedstrijd vraag ik me wel af hoe het duo Keyla-Stéphanie door de smalle bospaadjes geraakt is. We kunnen weer even op krachten komen in een woonwijk die ik herken van een wedstrijd in Lambermont van enkele jaren geleden. Ik hoop van de korte, min of meer vlakke, strook op beton gebruik te maken om weer in het spoor van Wesley te geraken. Dat is me zo goed als gelukt aan km 3. Maar daar duiken we het bos in en mijn dorpsgenoot is net wat soepeler op de kronkelende en vrij gladde bospaden. Ik kijk snel weer tegen een achterstand van 15 meter aan. Ik zie Wesley enkele keren achterom lonken als schijnt hij een snelle terugkeer te verwachten. Maar daarvoor is zijn tempo in het bos net dat tikkeltje hoger dan dat van uw verslaggever. Met mondjesmaat vergroot hij zijn voorsprong. We zijn nu vertrokken voor 4 km bospaden. Dat bos is overigens maar een zakdoek groot en zo kronkelen we hier een klein halfuur als een lange slang rond. Meer dan eens zie je de snellere en/of tragere lopers in je buurt in tegengestelde richting lopen. Hier en daar duikt er ook een trailloper op die bezig is aan zijn 18 km. Goed dat ik andere lopers in mijn buurt heb die de goede richting (schijnen te) kennen of ik was nu nog rondjes aan het draaien in het Bois de Lambermont. Plots zijn we aan het klimmen. En het gaat fors omhoog. Met uitschieters tot boven de 10%. Ik blijf wel in loopmodus. Wesley overigens ook, hij breidt zijn voorsprong weer met enkele seconden uit. Op een van de weinige rechte stukken kan ik hem in de verte dan toch nog even ontwaren. Dat is meer dan 100 meter, schat ik. Er zit zowaar een vlak stuk in het bos. Dat op mijn Garmin overigens overigens ook lichtjes omhooggaat en de kilometertijd nog ruim boven de 5′ houdt.
Daar is de bevoorrading, op het hoogste punt van het parcours. Ik bedank voor het bekertje en begin vol goede moed aan de afdaling. Het tempo verhogen? Vergeet het. De zone aan een brugje en bijbehorend beekje is behoorlijk drassig en vereist al de nodige acrobatie om rechtop te blijven. Op een korte maar steile afdaling geraken mijn benen plots in overdrive. Gelukkig heb ik grip in het malse bladertapijt in het midden van het pad. In de verte turen om te zien waar Wesley zich ophoudt, is nu niet meer aan de orde. Het is te riskant om de ogen af te wenden van het pad voor me. Ik kan zelfs de tijd niet nemen om mijn handschoenen weg te moffelen. Een boomstam die de weg verspert, kost me weer wat oponthoud. Even later is het opnieuw van dat. Ik ben daarnet in de beklimming een duo voorbijgegaan, een man en een vrouw. Hun persoonlijke relatie is mij onbekend. Hun sportieve verhouding is er een van coach en pupil. De coach regelt het tempo. Dat wil zeggen, hij poogt met onophoudelijke peptalk het tempo van zijn gezellin aan te zwengelen. Dat lukt het beste in de afdaling en ik maak me maar snel uit de voeten in de strook van de ontwortelde bomen. Ze nemen echter nauwelijks voorsprong en ik zal straks net achter hun over de streep komen. Met kilometertijden in het bos rond de 6′ kom ik niet boven de 11 km gemiddeld uit. En dan ben ik nog niet eens zo slecht bezig, vind ik zelf. Voor wie de beschreven omstandigheden nog niet voldoende vindt als verklaring, vermeld ik nog de verraderlijke boomwortels en de smalle loopstrook, op bepaalde plaatsen niet meer dan een diepe voor in de bosgrond. Het zal de lezer niet verbazen dat ik snak naar het einde van het boscircuit. Ik herken het pad dat ik daarstraks heb verkend. Het is nu niet ver meer. Nog even opletten in een afdaling. En net hier daagt een mountainbiker in tegengestelde richting op. Die heeft ook het verkeerde uur gekozen voor zijn ritje. Ik geraak heelhuids langs hem heen. Daarnet heb ik zelf vrije baan gegeven aan een loper die met hogere snelheid achter me aankwam. Misschien wel de eerste trailer want bij mijn aankomst meldt de omroeper net dat dat de winnaar van de 19km-lange trail over de streep is gekomen.
Ik ben nu in de laatste kilometer. Die houdt door een dubbele verkenning daarstraks geen geheimen meer in. Ik zit nog even vast achter Françoise en Eric, het duo van daarnet. Françoise zit compleet stuk op de hellinkjes maar straks in de afdaling zal ze weer onvermoede krachten vinden om nog een versnelling te plaatsen. Het bos ligt achter ons. Gédéon Baltazard neemt ons nog een tweede keer in het vizier van zijn Nikon. We wringen ons tussen twee smalle poortjes door, duiken op een kort asfaltpad van 16% naar beneden en kunnen dan eindelijk nog eens de benen strekken in de laatste 500 meter. Maar de afstand tot de finish is te kort om nog voldoende souplesse op te wekken in mijn benen. Wesley heeft de loop in ralenti beëindigd en houdt zo maar 20 seconden over. Hij trekkebeent naar de auto. Zijn linkerknie heeft blijkbaar de glibberige en ongelijke ondergrond niet goed verteerd. Gelukkig heeft de warme douche een gunstig effect op het gehavende lichaamsdeel. Het is wel een geruststelling dat ik hem straks in intacte staat op de Heukelommerweg kan afleveren.
Ik verlaat de sporthal van Wegnez met een krat Saint-Feuillien. Ze leggen hier ook de veteranen 4 in de watten. Wesley blijkt over een uitstekend oriëntatievermogen te beschikken en loodst me feilloos naar de autoweg. Een drie kwartier later krijgen onze afgepeigerde lijven rust in Heukelom. Of ik mijn dorpsgenoot in de volgende weken nog eens kan warm maken voor een Luikse wedstrijd is voorlopig een open vraag. Het antwoord binnenkort op deze site…

(Foto’s: nog niets gevonden op het net…)

← Toon minder

Heusy (Challenge L’Avenir)

zat 10/02/2018 16u * Heusy (Challenge L’Avenir) * 7,5 km * 00:37:59 * 11,8 * 125/306 * 2/4 * ♥♥♥

Het Luikse challengeseizoen is weer begonnen. Als eerste wedstrijd heb ik gekozen voor Heusy, in het ommeland van Verviers. Het alternatief, Modave, de start van de Challenge condrusien, heb ik opzij geschoven wegens een vermoeden van modder. Dat vermoeden wordt later op de avond bevestigd door drie ooggetuigen. Het is meteen mijn eerste wedstrijd als veteraan 4. Naar mijn tegenstander van vandaag moet ik niet lang zoeken. Dat is in deze challenge Roger Dosseray. Het grappige is wel dat Roger mijn inschrijvingsgeld voorschiet nu ik Marie-Paule niet dadelijk terugvind… In de meute van meer dan 300 is er nog een Limburger,of beter een Limburgse, Isabelle Haesen. Dochter van Maja, voor wie haar niet kent. Ik maak een opwarmingsrondje in het gezelschap van Roger. Het korte parcours heb ik nog van vorig jaar in mijn hoofd zitten.
In de eerste honderden meters zit ik opgesloten in de compacte groep. Daarna kan ik in de eerste rechte lijn (die ook de laatste rechte lijn zal zijn) wel wat plaatsen goed maken. Net voor we de Drève de Maison-Bois verlaten, ga ik voorbij Nicolas Bynens. Het is afzien voor Nicolas. “C’est la croix et la bannière” zou hij zeggen. Hij voelt de naweeën van een nog niet geheelde blessure in de bil.

Lees verder →

Op de dalende asfaltweggetjes – zoals altijd hier van bedenkelijke kwaliteit – loop ik in het gezelschap van een hond (ik moet u het ras schuldig blijven) op een drietal meter gevolgd door zijn/haar baasje. Het baasje is vrouwelijk en jong, dat kan ik u wel met zekerheid bevestigen. Zij stuurt het beestje met een mooie dikke vacht door de bochten. “A gauche, à droite”, de viervoeter volgt stipt de bevelen van het meesteresje. Zij moet het beestje wel geregeld intomen. Dat “doucement” zou ook voor mij kunnen gelden. Ik probeer mijn vierpotige gezel niet in de weg lopen en hier en daar ook bevroren ijs-en sneeuwplekken te ontwijken. Bij een klein knikje bergop laat ik het duo achter me. Ik ben bezig aan twee kilometer in respectievelijk 4’19” en 4’24”. Daarmee heb ik het beste gehad voor vanmiddag.
Ik kijk uit naar Roger Dosseray en meen zijn karakteristieke houding te herkennen in een bocht na een dikke kilometer. De afstand, een kleine honderd meter. We lopen voorbij de “Golf du Haras”, het golfterrein van de stoeterij, dat ik overigens niet zie. Ik blijf me voor alle zekerheid maar concentreren op het wegdek. We zijn nu in het bos, op aarden paden. Het gaat almaar steiler naar beneden. Heusy 1 De winterse omstandigheden dwingen wel tot enige voorzichtigheid maar ik verlies nauwelijks plaatsen. Ik verbaas er mij over dat er een flinke afdaling in het bos in het parcours zit. Dat gedeelte zit althans niet meer in mijn geheugen. De speaker heeft het ons voor de start al ingepeperd. We zullen de traillopers (een uur voor ons gestart) kruisen en moeten dus niet in paniek geraken als we lopers uit de tegengestelde richting zien naderen. Die krijgen trouwens aanmoedigingen van de joggers, dat zijn wij. Ik uit mijn bewondering voor de traillopers niet hardop – kwestie van adem te sparen – maar neem hier mijn petje af voor de moedigen die niet opzien tegen 20 km in de winterse bossen. Ik speur intussen vergeefs naar het profiel van Roger in de groepjes voor me. De laaghangende zon in tegenlicht maakt het mij niet gemakkelijk. En kijk, op het laagste punt van de ronde, net voor de bevoorrading, zie ik hem plots vlak voor me. We slaan beiden het aangeboden bekertje af en beginnen aan de enige moeilijkheid van de dag. De enige moeilijkheid, maar wel een die kan tellen. Een klim van 2 km, zei de omroeper, maar dat is te laag geschat. Mijn Garmin geeft achteraf 2,4 km aan. Met pieken boven de 5% op een ondergrond van stenen, geulen en voren. Een jonge dame is ons net voorbijgegaan als ik naast Roger verschijn. We wringen ons met veel moeite naar boven, voortdurend zoekend naar de meest stabiele ondergrond. Roger krijgt aanmoedigingen van een supporter die mij daarnet bij de opwarming met “Allez champion” begroette. Zo voel ik me nu nochtans niet. Ik ben al blij dat ik in het spoor van mijn wat oudere collega kan blijven. Ik heb daarnet wel even vooropgelopen maar Roger neemt niet veel later weer het commando over. Om de tweehonderd meter gluurt hij even over de schouder om te zien of ik nog altijd volg. Dat doe ik. Maar van het tempo op te drijven, is er geen sprake. “Jij hebt veel geduld” concludeert Roger na de aankomst. Maar deze keer is mijn geduld geen tactische keuze, maar de noodzaak om mijn ademhaling en zware benen te sparen. We zijn dan toch aan de rand van het bos geraakt maar het blijft klimmen. Het asfalt vanaf hier is bedekt met sneeuw en maakt een verrassingsaanval nog moeilijker. De jonge dame, Espoir Emma Straet, hebben we intussen wel achter ons gelaten.
Boven op de helling is het sneeuwtapijt gesmolten. Nu rest er alleen nog (nat) asfalt. Hier, in de laatste anderhalve kilometer, zal het moeten gebeuren. Op een zacht oplopende strook neem ik de leiding over van Roger. Een linker- en een rechterbocht brengt ons voorbij het voetbalveld op de laatste (en dus ook de eerste rechte lijn, remember het begin van mijn verhaal). Roger plaatst een van zijn geliefkoosde versnellingen. Die zijn al fel afgezwakt sinds onze memorabele confrontatie in de jogging van Voeren, nu alweer enkele jaren geleden. Heusy 2 Ik sluit weer aan. We lopen langs elkaar op de brug over de autoweg. Het geluid van de onder ons door razende auto’s overstemt het gekreun van Roger. Een jongere collega stormt ons nog voorbij. Ik geraak in de finale wel niet boven de 13 k/u. Wij halen Dominique Heusschen nog in. Toch nog een opstekertje. Meestal gaat Dominique mij vooraf. Hij heeft er geen idee van, maar dank zij hem pak ik nipt mijn derde hartje… Het verdict zal dus moeten vallen in de laatste tweehonderd meter. Die gaan weer licht omhoog… en bieden Roger de springplank voor een nieuwe aanval. Ik kijk meteen tegen een kloofje van vijf meter aan. Te veel om nog goed te maken. Te weinig kracht in het lijf en de benen. Ik knijp nog wel enkele meters van mijn achterstand af maar Roger houdt als een volleerd pistier mijn bewegingen in te gaten. Ik laat u oordelen over het verschil op de foto van Marie-Paule die de laatste meters feilloos en voor de eeuwigheid heeft vastgelegd. Deze eerste ronde van het nieuwe seizoen eindigt in het voordeel van mijn collega uit Pepinster die hier een thuiswedstrijd betwist. Vanuit zijn woonst op de hoogte heeft hij uitzicht op het parcours, vertelde hij me voor de start.
Roger is me ook voor in de douches. Die zijn hypermodern en kraaknet. En ruim genoeg, ook voor de traillopers die nu in groten getale aankomen. In een deelnemersveld van 4 is het niet moeilijk een podiumplaats te veroveren. Maar de prijsuitreiking laat te lang op zich wachten. Een afspraak wenkt en zo verlaten we de mooie Kineo Fitness-zaal voortijdig. Het is al over middernacht als we huiswaarts keren. Maar we zijn niet de laatsten, er is ook nog een vos op pad…

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1: De kop van de wedstrijd… die ik dus nooit zie. Ik herken Eddy Vandeputte (840) en Gregory Baar (groen-blauw gestreept in vierde positie). Foto 2: Samen met Roger Dosseray voor de start en een klein uurtje later. Het verschil is miniem. Maar elke centimeter telt…)

← Toon minder