Maandelijks archief: maart 2018

Tihange (Challenge condruzien)

zon 25/03/2018 10u15 * Tihange (Challenge condruzien) * 11,3 km * 01:07:26 * 11,3 * 126/370 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is vroeg dag in Tihange als we om kwart over tien op gang worden geschoten. Door de verandering van uur lijkt het even voorbij negen. Het is nog fris maar de zon gaat zich dadelijk van haar beste kant laten zien, zoveel is zeker. We zijn vertrokken voor meer dan een uur klimmen en dalen in de bosrijke omgeving van het dorp in de Maasvallei dat beheerst wordt door de koeltorens van de beruchte kerncentrale. Een zevende van het deelnemersveld klaart de klus binnen het uur. Door de lussen in het parcours kunnen we die snelle jongens en meisjes zelfs even in actie zien vanuit de achtergrond. De omloop leidt door niet minder dan vijf kasteelparken. De meeste privé en speciaal voor deze loop opengesteld. De route loopt voornamelijk door het bos, hier en daar afgewisseld met een strook asfalt. Een vijver en een beekje maken het bucolische plaatje af. Om van al dat fraais te genieten, beschik je het beste over een degelijke conditie. Voor wat hoort wat… Het hoogteprofiel vertoont twee bulten. Dat betekent op de relatief lange afstand van 13 km lange klimmen en lange afdalingen met deze nuance dat je vanwege de ondergrond en de vaak smalle en bochtige paden de “verloren” tijd in het klimmen nooit kan goedmaken bergaf. Dit is de condruzien “par excellence”.

Lees verder →


Na nauwelijks 200 meter lopen we al het eerste kasteelpark in. Het vlakke lusje rond het kasteel op een zachte ondergrond biedt me meteen de gelegenheid de benen te strekken. En ik voel dat het goed zit, nu nog 13 km volhouden… We lopen even terug in de richting van de startplaats, maar al snel worden we de hoogte opgejaagd. Na 500 meter heb ik Michel Mancini al te grazen. Een scherpe bocht aan de poort waar we daarnet het park zijn ingedraaid is het begin van een helling die almaar moeilijker en drassiger wordt. Tihange 1 Maar op het einde van de smalle gleuf, na 1,3 km, hebben we eigenlijk al de modder voor vandaag gehad. Het blijft echter klimmen, deels op het asfalt, deels op onverhard of een ondergrond die niet goed weet te kiezen tussen de twee. Tussen het gehijg en het getrappel hoor ik plots een metalen Engelstalige vrouwenstem. Een collega is onderweg met een sprekende afstandsmeter. De eerste bult hebben we nu achter ons.
We zijn drie kilometer ver… en hebben al een jasje uitgedaan. Een enorm Boeddhabeeld staart ons aan als we door het park van het Château du Fond L’Evêque lopen. Boeddha staat daar niet zomaar. Google maar eens “Tibetaans instituut Hoei”. Maar we moeten verder. “Kom op Willy, dalen nu” moedigt Armand Pirotte me aan. Hij heeft zich daarnet even omgedraaid om te zien wie hem daar als een schaduw volgt. Ik loop al een kleine kilometer achter hem aan. Dat lijkt een strategie maar is gewoon toeval. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, hoewel, zoals vorige week in Berloz, Armand net dat tikkeltje meer kracht in de benen lijkt te hebben. Met al die sympathisanten is het al wat gemakkelijker, plaag ik hem. Ik ken vooral het parcours, is het antwoord. “Bien gérer”, goed indelen, is het belangrijkste, aldus mijn mentor van de dag. De route leidt ons over een ruim grasperk naar het Château de Bonne Espérance. De kasteelheer (?) heeft zich voor zijn kasteel in een gemakkelijke stoel geïnstalleerd om ons gade te slaan. Een dikke honderd meter voor mij moet hij daar Eric Martin gezien hebben. Op de Rue du Petit Bois, op asfalt van het betere soort, gaat het zo’n 400 meter weer flink omhoog. We zijn nog maar aan km 5 en het doet hier al flink pijn. Ik laat enkele meters op Armand die boven op me wacht – zo lijkt het althans – en we zetten samen de afdaling verder. We houden er een flinke vaart in op weg naar een viaduct. Er zijn er die dat nog sneller doen, we leveren enkele plaatsen in aan jongere elementen. Opletten dat ik niet in een beekje tuimel. Gelukkig is het “brugje” breed genoeg, ook voor stijve harken als ondergetekende. Ik sla de bevoorrading over. Die is strategisch opgesteld aan een knooppunt van een lus van 2,7 km. In Tihange houden ze wel van kronkels, er zitten er vijf – kleine en grote – in het parcours.
We zijn nu op het laagste punt van het parcours, dat is dus in de Maasvallei. De koeltorens van de kerncentrale doemen dreigend voor ons. Ze spuwen witte damp in de staalblauwe lucht, een indrukwekkend schouwspel dat ik voor het eerst opmerk in mijn derde deelname. Dat is nochtans het traditionele parcours, verzekert Armand me. Kasteel 4 komt eraan. Het Château de la Neuville en zijn voornaamste attractie – voor ons alleszins – de koestal. Speciaal voor ons is er vers stro gelegd op de betonvloer om niet uit te glijden op de… Een condruzien zonder doortocht door een hoeve is als een dame blanche zonder slagroom. De passage door het Centre de Formation continuée zou hier onvermeld blijven als niet een van de lopers voor me haast een aantal verkeersborden had omgelopen. Kosta Sifakakis draait zich op het verkeerde moment om maar weet het obstakel nog nipt te vermijden en kan zonder kleerscheuren verder. Goed voor hem of hij had thuis niet kunnen vertellen dat hij twee plaatsen voor mij geëindigd was. Even verder kruisen we de lopers die al een kilometer meer achter de hielen hebben. Die afstand ben ik achter op José Lemos-Cruz… en voor op de nummer 3 van mijn categorie, Paul Delaitte.
Ik neem toch een slok bij de tweede passage aan de bevoorradingstafel en begin met enige angst aan een steile helling op een ondergrond van stenen. Hier heb ik daarstraks de eerste twee van de race zien voorbijkomen. De grimas op het gezicht en de ongemakkelijke foulée van de tweede Stephen Radelet beloven niet veel goeds. Ik kies mijn eigen tempo in de hoop niet compleet stil te vallen. Na een scherpe bocht neemt het stijgingspercentage wat af en kan ik een redelijk tempo onderhouden. Het RFC Liège-clublid Pauline Seldeslachts – even blond als jong – die we rond km 5 hebben ingehaald, heeft blijkbaar goed gedoseerd en gaat ons weer voorbij. Nu, ze zal het parcours wel kennen en heeft, te horen aan de herkenningskreten langs de weg, hier alleszins heel wat supporters. Angélique Heindrichs verliest dan weer enkele plaatsen.
We zijn intussen 10 kilometer ver. Net hier waar je naar het einde snakt hebben ze boomwortels op de route uitgestrooid. Dat zijn kwelduivels voor mijn spieren. Armand neemt een kleine voorsprong. Ik denk dat het moment van het afscheid is aangebroken. Maar na een tweehonderdtal meter kom ik toch weer beter in mijn ritme en sluit ik weer aan. Armand merkt dat ik weer in zijn spoor zit en vindt dat blijkbaar OK. Ik heb al vanaf het begin van onze gezamenlijke tocht de indruk dat hij op mij wacht. Al ontkent hij dat na de finish. Het bospad wordt nog smaller en hobbeliger. Maar opgejaagd door de adrenaline en de lopers achter je blijf je tempo maken. Vanachter mijn rug roept Armand me toe dat hij dadelijk zijn duizendste wedstrijd beëindigt. Ik moet de felicitaties tot straks uitstellen, geconcentreerd als ik ben op deze enerverende strook. Na een korte maar hevige afdaling – “ik kan niet meer stoppen” hoor ik een loper achter me, naast me en voor me (ik heb het over dezelfde loper) – zijn we verlost van de ellende. De moeilijkste 2,5 km van het parcours, althans voor mij. Tihange 2 Noël Heptia, daarentegen, leeft zich uit op dit soort paden. We zullen ons dadelijk afvragen of we de Seraingrunner daar voor ons uit zien. Maar hij heeft een gat geslagen geslagen van 2 minuten en staat al in de zon te blinken als wij binnenlopen. Maar zo ver zijn we dus nog niet. Eerst nog een afdaling op het asfalt. “Geen péket voor mij”, antwoordt Armand de opgewonden dames die hem en de andere deelnemers een glaasje likeur aanbieden. “Ik moet Willy volgen”. Humor heeft de nieuwbakken Hutois nog over, lucht wat minder. Want, gek genoeg, Armand schijnt het moeilijk te hebben om mij te volgen. Ik heb het ritme opgeschroefd en Pauline weer ingehaald. Ik geef ook het tempo aan in de afdaling door het park van het Château Poswick (te koop, voor de geïnteresseerden), daarbij uitkijkend om mijn enkels niet te verstuiken op het ongelijke pad. Nog even over kasseien en door de poort. We gaan hier toch niet sprinten, bedenk ik en laat Armand langs mij komen. Die heeft het ook zo begrepen en we overschrijden samen de streep. Zij het met enige vertraging om Frédéric Robinet de kans te geven de finish van de duizendste van Armand vast te leggen. Mijn gezel kan het niet laten om na de aankomst nog wat zout in de wonde van Michel Mancini te wrijven als hij hem langs zijn neus weg zegt dat hij haas heeft gespeeld voor mij. Michel is er nog mee weg ook…
De laatste moeilijkheid van de dag moet nog komen, de prijsuitreiking. Ik weet uit ervaring dat het hoogste schavotje hier erg hoog is. Als veteraan 3 had ik in een ver verleden al eens de eer hier te staan. Hoogtevrees en een licht verdoofd rechterbeen (die hernia wil er niet meer uit) zijn de verklaring van mijn onzekere houding. De speaker geeft me met zijn arm wat extra stabiliteit. Hij doet dat met de nodige discretie zodat mijn gewiebel hopelijk niet op de foto’s te zien is. We kunnen jammer genoeg niet lang genieten van het zonnetje op het voorpleintje van het Gymnase. Een afspraak roept ons terug naar Riemst.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het eerste kasteel op onze “Tour des Châteaux”. Foto 2: Met Armand Pirotte onder de poort van het laatste kasteel, net voor de aankomst.)

← Toon minder

Berloz (Challenge hesbignon)

zon 18/03/2018 10u15 * Berloz (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:52:21 * 12,5 * 98/240 * 1/5 * ♥♥♥♥

De IPICO-chip zit vast onder mijn veters, ik ben klaar voor mijn eerste Hesbignon-loop van het seizoen. Of nog niet helemaal. Ik twijfel nog over mijn kleding vanochtend. Daar is ook alle reden toe. De siberische koude stelt ons voor een moeilijke vestimentaire keuze. Onder mijn mutsje heb ik een bandana om mijn oren te beschermen. Ik trek dan toch maar mijn windvestje uit om geen ingepakt gevoel te hebben in de windvrije zones. En houd mijn lange trainingsbroek aan. Er zijn toch nog een twintigtal vertrekkers in korte broek. Een enkele jonge (en hopelijk) snelle deelnemer loopt zelfs in singlet. Ieder heeft zijn eigen, soms opvallende keuze gemaakt. De passage van de lopers op de eerste helling, vastgelegd door Nadine Claessens, lijkt wel op een modeshow van winterse sportkledij.
Het deelnemersaantal van 240 bewijst alleszins dat de koude niemand uit Berloz heeft weggehouden. Atletiekclub Alken heeft weer zijn zonen en dochters uitgezonden. Drie van hen – als ik goed heb geteld – gaan ook met prijzen naar huis. Martine Sobkowiak en Femke Driesen, tweede en derde bij de seniores dames. En Peter Bellen, tweede bij de veteranen 1. Bij het lezen van de uitslag achteraf ben ik verbaasd enkele namen van bekenden terug te vinden die ik nergens heb opgemerkt. Wie ik wel zie, althans voor de start, is Mario Smolders. Hij torent uit boven de dichte rijen voor me. Een start-schot, -bel of -fluitje horen we niet in het tweede deel van het peloton. Wanneer we de rijen voor ons in beweging zien komen, gaan we er maar achteraan. Jogging is geen ingewikkelde sport.

Lees verder →


Mijn voorbereiding op deze loop ben ik enkele dagen geleden al begonnen… met het lezen van mijn verslag uit 2014. Daar mag, zoals vaak, veel flauwekul in staan, voor mij was het een leerrijk document. Ik lees dat een te snelle start op de eerste klim mij toen de hele wedstrijd parten heeft gespeeld. Berloz 1 Die fout wil ik dit jaar niet meer maken. De helling in kwestie begint na 600 meter. We zijn dan het dorp al uit en ik ben Michel Mancini al voorbijgelopen. Die houdt het vandaag bij een kalme start. Een koude omgeving is niet echt zijn geliefkoosde biotoop. De eerste helling steekt zich niet weg. We zien meteen hoelang de klim duurt en welk percentage we voor de voeten krijgen. 700 meter en zo’n drie percent. Armand Pirotte – hij verafschuwt de koude, vertelt hij me voor de start – gaat me hier nochtans voorbij. Ik hou reserves, in het gezelschap van Stéphane Riga, zoals Armand ook van Hoei, en een veteraan 1 met wie ik toevallig bij de opwarming heb kennis gemaakt, Dominique Vanderwaeren van Landen. Drie moedige en koudebestendige fotografen nemen het al uitgerekte peloton in het vizier.
Na 1,3 km zijn we boven en draaien we linksaf, nog steeds op een ruilverkavelingsweg. De oostenwind blaast hier pal in het gezicht. En snijdt door merg en been. Deze twaalfhonderd meter rechtdoor in het open Haspengouwse veld op het hoogste punt van het parcours moet de koudste strook zijn die ik ooit in competitie te verwerken heb gekregen. Ik merk dat ik langs Stéphane Riga loop. Beiden in de wind, dus. Wellicht is het ietsje makkelijk achter de rug van de lange Stéphane. Maar de genadeloze wind weet me ook hier te vinden. Het bord “Berloz” kondigt het einde van de glaciale verschrikking aan. Even verder draaien we weer linksaf, richting het dorp. Op de licht dalende weg tegen een helling aan zijn we beschut tegen de sadist uit het Oosten. We maken een kronkel door het dorp waar enkele supporters langs de weg staan. Ik merk Marie-Paule op en wijk op de brede weg naar rechts uit om beter op de foto te staan. Ijdelheid is een van mijn vele ondeugden. Dominique volgt mij maar vraagt zich waarschijnlijk af wat de bedoeling is van mijn manoeuvre. “Voor de foto” roep ik hem toe. Als die dat gaat vertellen in Landen… Na een kruispuntje en een blinde bocht brengen twee lange rechte wegen, samen ongeveer 1 km lang, ons naar de spoorweg en de autoweg die hier parallel lopen. Ik ben nog steeds in het gezelschap van Stéphane en Dominique. Voor de eerste plaats in mijn leeftijdsklasse zit ik gebeiteld. Vorige week heb ik nog enige reserve aan de dag gelegd, maar vandaag wil ik voluit gaan. Ik zou wel zin hebben gehad in een robbertje met Juul Kempeneers maar die is wegens ziekte thuis gebleven (info van Dominique). Mijn focus gaat nu uit naar Armand Pirotte die me in het begin van de wedstrijd is voorbijgegaan maar niet echt afstand kan nemen. De temperatuur is hier draaglijk, alleen hebben Stéphane en ik wel last van snot. Dat ik al wat makkelijker kwijtraak dan Stéphane die voortdurend met een papieren zakdoekje in de weer is. We verlaten even het beton voor een strook onverhard in een parkje langs de autoweg. “Onverhard” bij manier van spreken, want de ondergrond is natuurlijk beenhard. Philippe Gheury is intussen komen aansluiten. We draaien samen onder het autowegviaduct door onder het goedkeurend oog van Fernand Schosse, trainer van Seraing. Voor Corswarem draaien we linksop, richting Rosoux. Een smalle passage tussen twee rijen boompjes zorgt voor variatie in het stratencircuit. We komen dus net niet in het dorp aan wie “PH”, Paul-Henri Corswarem (23ste vandaag), zijn naam dankt. Dominique heeft intussen moeten afhaken. Ik ga verder met Stéphane op jacht naar Armand. Al vermoed ik dat mijn gezel van het ogenblik niet zo gefixeerd is op zijn teamgenoot Armand als ik. Ik ben nu op een vijftal meter genaderd op het groepje met Armand. Philippe Gheury heeft ons achtergelaten en zit nu ook in het groepje van Armand. Berloz 2 Het parcours golft zachtjes op en af. Op een van die glooiingen blijft Stéphane achter, zonder dat ik er aanvankelijk erg in heb. Armand heeft intussen in de smiezen gekregen dat ik hem op de hielen zit. Hier – we zijn bezig aan de zesde kilometer – heb ik een vrij uitzicht op de rij lopers voor me. En probeer ik antwoord te vinden op de prangende vraag waar Mario Smolders wel mag uithangen. Ik voel dat ik nog een versnelling aankan in de volgende kilometers om hem alsnog in te halen. Maar geen Mario te zien, zover mijn oog reikt. De flyby (vergelijking) op Strava zal me wijzer maken. Mario is sneller gestart en, op het middenstuk na, sneller onderweg. Gewoon beter dus. Maar is dat Noël Heptia niet, daar wat verder in het rood? We draaien een smal graspad in, bezaaid met dode bladeren. En stel de vraag aan Armand, nu vlak voor me. Ik denk het wel, is het antwoord. Op hetzelfde pad dat nu weer stijgt kom ik snel dichter. We passeren de kerk van Rosoux en maken een bocht, een langgerekte U, in het dorp. Voor de rotonde, op het eerste been van de U, ga ik de veteraan 2 uit Ivoz voorbij. Hij trekt wat met het rechterbeen, merk ik op. Zijn korte broek was me al vroeger opgevallen. De overige posities veranderen nauwelijks. Armand en Philippe spelen enkele keren haasje over. Telkens de weg licht oploopt merk ik dat Armand sneller in het juiste ritme zit. Met dank aan de 1500 meter-trainingen op de Hoeise atletiekbaan. Een keer kom ik met een korte versnelling naast hem. Alweer nadat ik een fotograaf naast de weg zie. Nu maar hopen dat Louis Maréchal zijn objectief op ons heeft gericht. Misschien heeft hij meer oog voor de gracieuze armbeweging van Bernard Dubois die we net hebben ingehaald. Bernard neemt Françoise Debaty (tweede a2) op sleeptouw. Samen met Carine Munaut doen ze na de wedstrijd nog een uitgebreide cooling-down. Some like it cold… Na dat intermezzo neemt Armand opnieuw zijn 2 meter voorsprong. Rond km 8 worden we weer een smal pad ingestuurd. De mevrouw seingeefster geeft met een duidelijk gebaar de richting aan. Een model in het genre. Het is het moment om de prijs voor de man van de wedstrijd toe te kennen. Die gaat niet naar één man of één vrouw maar naar alle vrijwilligers-seingevers die op deze gure ochtend zo’n anderhalf uur de koude hebben getrotseerd om ons de gelegenheid te geven onze lievelingssport te beoefenen.
Vanuit Rosoux gaat het opnieuw oostwaarts naar de finish. De wind heeft hier weer vrij spel. Veteraan 1 Philippe Masset maakt gebruik van de korte klim naar de autowegbrug om me weer voorbij te gaan. De korte afdaling biedt weinig soelaas want daar doemt een nieuwe helling op, 500 meter rechttoe rechtaan naar de rand van het dorp. Armand toont meer souplesse en neemt een vijftiental meter voorsprong en haalt ook weer Philippe in. Ik vecht alleen in de wind tegen het groepje voor me. Ik kan met de nodige taaiheid de schade beperken. Uit de achtergrond snelt senior Mark Groffi mij en nog 5 collega’s voorbij. Indrukwekkend maar te laat voor een spraakmakende uitslag. Mijn ogen lijden onder de ijskoude bries. Mijn zicht is zowaar wat troebel geworden als ik rechtsaf sla richting finish. We hebben overigens nog twee bochten en een kilometer te gaan. In die kilometer laat Philippe het duo Pirotte-Masset achter, consolideert Armand zijn voorsprong op mij en loop ik nog mijn snelste kilometertijd. Ik blijf uit de greep van een snel naderend geel gevaar achter mij. Een jong manneke dat god weet waar vandaan komt (van de 5 kilometer-loop?) zet een furieuze spurt in langs mij maar moet vijftig meter voor de streep uitgeput naar adem happen. Een degelijk gemiddelde, een plaats vlak achter veteraan 2 Armand, meer moet dan niet zijn. Of toch, een warme douche.
De barre omstandigheden hebben ook de organisatoren een loer gedraaid. De doucheverwarming laat het afweten en het toilet is vastgevroren. Het ongemak treft echter alleen de dames. In de mannenkleedkamer, gehuld in een mist van waterdamp, is de douche zelfs zo heet dat alleen doorwinterde sauna-gebruikers zich onder de straal wagen.Berloz 3 Ook onder de tent is het kouwkleumen in afwachting van de prijsuitreiking. Beschouw deze beschrijving niet als botte kritiek op de organisatie. De omstandigheden waren wel echt extreem. Ook in de tent was er een kacheltje en een warmteblazer. Te weinig, maar mag je van een vrijwilligersinitiatief en voor een inschrijving van 5 euro meer eisen? Trouwens volgend jaar beter, belooft organisator Alain Happaerts. De eindbalans in de beoordeling valt overigens positief uit met prijzen voor de eerste drie van niet minder dan 16 klassementen. En een tombola. Tussen de sterke prestaties vallen mij vooral de chrono en de totaaluitslag van Raymond Demaret (v3) en Anne Kerens (a2) op. En de comeback van Max Knapen, tweede veteraan 2. Beladen met fruit en afgeleide producten – voor de gezonde appetijt – zoeken we de thuiswarmte op.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Enzo Noël overvleugelt het peloton. Foto’s Marie-Paule: Foto 2: Na 3 kilometer voor Dominique Vanderwaeren en Stéphane Riga. Foto 3: Voor de liefhebbers van podiumfoto’s. Links op het podium: Michel Mancini. Rechts: Mauro Calogero.)

← Toon minder

Neupré (Challenge condruzien)

zon 11/03/2018 10u30 * Neupré (Challenge condruzien) * 10,7 km * 00:56:34 * 11,3 * 151/500 * 1/7 * ♥♥♥♥

Het is een indrukwekkende groep die om half elf de straten van Rotheux overspoelt. We zijn met 500 in Rotheux, deelgemeente van Neupré, de poort van de Condroz. Het gaat bergaf: niet alleen het aantal, ook de snelheid maakt indruk op de toeschouwers langs de weg waaronder Marie-Paule en Liesbeth, mijn twee fans. Neupré 1Ik probeer al meteen wat achterstand in te halen op de langzamere lopers die een beter plaatsje wisten te bemachtigen bij de start. Mijn schoenen kletteren op het beton. Ik heb in laatste instantie mijn trailschoenen aangetrokken, in navolging van Kris en Maja, die dat op hun beurt deden op advies van de manitou van het joggerswereldje van deze regio, Gaetano Falzone. Ik ben Roland Vandenborne al voorbijgegaan. Ik heb het raden naar de plannen en de conditie van de Truienaar. Mario Smolders hoor ik even later als hij de aanmoedigingen van mijn supporteressen ondersteunt met een luide schreeuw “allez Willy”.

Lees verder →


Het is nog even vlak tussen de huizen en dan krijgen we weer een flinke duik waar ik even onder de 4′ per km geraak. Voor de wedstrijd heb ik geruchten opgevangen dat het parcours zou gewijzigd zijn (in vergelijking met 2015, mijn laatste deelname). Maar Stefan Meekers, naast me, ziet geen verschil met vorig jaar. Hij schuift enkele meters van mij weg in de afdaling maar in de donkere Rue du Moulin waar de weg weer omhoog gaat moet hij zijn voorsprong weer inleveren. We zien de laatste 600 meter asfalt voor ons liggen: een stijgende rijweg. Die leidt naar een hoeve waar de echte Condruzien in het bos kan beginnen. Ik heb hier een ruime uitkijk op het flink uitgedunde peloton voor mij. Mijn interesse gaat uit naar het rode shirt, zo’n twintigtal meter voor me, dat van Michel Mancini. Dat is het voordeel bij de veteranen 4: je hebt maar enkele concurrenten in het oog te houden. Paul Delaitte ben ik al in de straten van Rotheux voorbijgegaan. Alleen Michel loopt nog voor me uit. Ik maak van de klim gebruik om in zijn spoor te komen. Aan km 3, waar we het boerenerf oplopen, is het zover. Neupré 2 Niet voor lang want Michel blijkt de hobbelige weg naar de hoeve soepeler af te lopen en blijft ook op een nieuwe afdaling dwars door een weide van jetje geven. We draaien rechtsaf een smal pad in. Ik blijf voorlopig achter Michel die trouwens flink blijft doorpezen. In ons gezelschap loopt ook aînée 2 Monique Kéris. Ik wil haar niet hinderen in haar offensieve drang en laat haar voorgaan. Onderweg worden we aangemoedigd door Rosario Ilardo. “Geblesseerd?” informeer ik, maar zijn antwoord maakt me niet veel wijzer. In elk geval, door zijn luide aanmoediging aan mijn adres vrees ik dat Michel nu weet dat ik niet ver achter ben. Ik had het eigenlijk wat stiekemer willen spelen.
Ik herken dan toch een stukje van het parcours als we een brede bocht maken aan een ven. We moeten hier op het laagste punt van de ronde zijn, ongeveer halfweg. De afdaling – hier en daar in de modder – is achter de rug en heb ik dank zij mijn aangepast schoeisel zonder problemen kunnen afwerken. Vanaf hier blijven de bospaden in stijgende lijn gaan tot aan de rand van het dorp, op een kilometer van de streep. Ik ben nu weer vlak achter Michel. Ik heb voorlopig geen idee of hij mij in de smiezen heeft. Ik wacht op het geschikte moment en een beetje ruimte om voorbij te gaan. Als dat dan toch gebeurt, blijkt hij me toch al herkend te hebben. De klim, van in het totaal 1 kilometer, gaat voor de laatste 400 meter over het gloednieuwe asfalt van de Rue de Berleur. In de haarspeldbocht naar de rijweg kijk ik even achterom en zie dat Michel al meteen een veertigtal meter afstand heeft opgelopen. Op de smalle strook achter de kegeltjes die voor ons is voorbehouden zit ik plots vlak achter André Piron, een veteraan 3 van Seraing. Ik heb hem al enige tijd in het vizier maar ik heb me voorgehouden in deze wedstrijd niet achter elke bekende en onbekende aan te gaan. Op de smalle loopstrook zit ik zelfs zo kort achter hem dat ik enkele keren verrast word door de kegeltjes en een kleine uitwijkbeweging moet maken. Seingever Croce Falzone stuurt ons opnieuw een bosweg in, wenst ons “courage” en kondigt meteen de bevoorrading aan. Ik houd het bij een klein slokje. André Piron en Monique Kéris nemen wat meer tijd maar zullen hun verloren positie snel weer goed maken. Voor ons ligt het château d’Englebermont te schitteren, midden in de natuur. Het pad door het kasteelpark is even wat breder dan de smalle boswegeltjes waarover het parcours voornamelijk loopt.
We zijn bezig aan een prachtig rondje door de Condroz in voorjaarstooi. Een voorwaarde om volop van al dit moois te genieten: een goede conditie en vandaag de juiste schoenen. Ik beleef alleszins een van mijn betere dagen. Ik ben net op tijd hersteld van de overdaad aan kilometers in de eerste dagen van vorige week. Intussen ben ik genaderd op een groepje met Marcel Baeckelandt. Serge Gillet ben ik al voorbijgegaan. De minnestreel (hij dankt die eretitel aan zijn kapsel) is de vader van winnaar Geoffray. Maar hij mist duidelijk nog wat kilometers in het begin van het seizoen. Op de foto hierboven heeft u al gezien dat de zoon al in blakende conditie verkeert.
In de zevende kilometer wacht weer en lange en bijwijlen pittige helling. Ik wroet me naar boven kort achter André en Monique. Op een plateautje krijgen we plots een vreselijke kasseiweg onder de voeten. Is dit ook een chaussée romaine? De stenen zijn in elk geval even puntig en gemeen. “Miserie, miserie” grijns ik in het voorbijgaan naar Marcel Baeckelandt. Die loopt hier op reserve. Volgende week gaat hij even de Petit Ballon beklimmen in de Elzas. De kleine trail, slechts 27 km… Twee veteranen 1 van Seraing gaan me met een stevig tempo voorbij. Even verder staat een van de twee stil, te wachten op zijn maat die op een akker zijn blaas ledigt. Neupré 3 Het zijn de heren Campeggio en Cinquina, bezig aan een ontspannend zondagochtendloopje.
Aan km 8 komen we weer even in de bewoonde wereld. Dan draaien we weer rechtsop voor een nieuwe klim in het bos. Ze hebben de steilste helling precies bewaard voor het laatste deel. Ik verlies wel een plaatsje maar haal andere lopers voor me dan weer in. Eens boven hebben ze dan weer de modderigste passages voor ons in petto. Ik heb hier verkend samen met Noël Heptia en ben dus voorbereid op wat komt. Is dat trouwens Noël niet die ik daar in de verte zie? Met zijn lange witte benen op de grasstrook links van het pad, zoals hij vooraf had gezegd. Dat is ook zo, blijkt na de aankomst. Hij eindigt 20 seconden voor me. En Kris Govaerts, vraagt de trouwe lezer zich nu af. Wel, die heb ik alleen voor de start (en na de aankomst) gezien. Het heeft bijna drie jaar geduurd maar eindelijk kan ik Kris nog eens kloppen. De smaak van deze overwinning smaakt nog zoeter dan de beste champagne.
Maar de wedstrijd is nog niet afgelopen. Verder met het verslag. Ik besluit dan toch een aanval in te zetten op André Piron. In een met waterige smurrie verzopen bocht ben ik al voorbij en verlaat ik het bos onder het oog van fotografen Jo Defère en Louis Maréchal. De laatste kilometer op het asfalt. Dit lijkt wel Angelique Heindrichs die hier voor me aan het zwoegen is en zich zelf oppept. Na de hellingen en de modder in de laatste 2 km reageren de spieren niet meer ogenblikkelijk op het bevel van de hersenen om weer meer snelheid te maken. Ik geraak dan toch weer op gang, voldoende om Angelique voorbij te gaan. Monique heeft wel nog de soepelheid om te versnellen in de laatste 300 meter. Ik haal nog even de 15 per uur in de laatste rechte lijn terwijl ik de onvoorspelbare bewegingen van enkele loslopende kinderen in de gaten hou. Toch duikt er plots nog een woelwater voor me op aan de rechterkant. Ik kan net een valpartij (en een kindermoord) vermijden en beëindig ongehavend en met een uitstekend gevoel de streep van de Neupréenne.
Neupré 4 De infrastructuur hier in Rotheux biedt de ruimte en het comfort om een grote massa lopers te ontvangen. In de hal zwengelt Gaetano Falzone het enthousiasme voor het tienjarig jubileum nog wat aan. Twee collega’s – Baudouin Fastré en de onvermijdelijke Mauro Calogero – hebben alle tien de lopen meegedaan en worden letterlijk met geschenken overladen. In ons gezelschap aan de tafel vallen we met drieën in de prijzen. Jean Tempels wordt tweede bij de veteranen 2. Op de laatste helling in het bos heeft hij Antonino Diliberto uit Crisnée moeten laten gaan. Maja Van Zand heeft wel een nieuwe concurrente, Myriam Jungblut, maar blijft afgetekend op nummer een. En uw dienaar vindt op het hoogste trapje van het podium troost voor de last van de voorthollende jaren. We krijgen een bijzonder fraaie kistje met accessoires voor fijnproevers en uiteraard een fles wijn.

(Foto’s Marie-Paule en Carine Heyne. Foto 1: Geoffray Gillet heeft maar enkele honderden meters nodig om zijn overwicht te bewijzen. Foto 2: Michel Mancini, met baardje. Foto 3: De voorlaatste bocht voor Angelique Heindrichs. Foto 4: Mauro Calogero en Baudouin Fastré, de trouwste Neupréens.)

← Toon minder

Bokkensprongen

…maakte het weer in de voorbije (trainings)week. Na de bijtende kou van de eerste dagen leek het gisteren wel lente. Alleen had ik dat wat te laat door en vertrok ik met te warme kleding. En was ik opgelucht dat ik na vijftien kilometer mocht …afkoelen. Ik was in het gezelschap van Wesley Serrano die op zoek is naar kilometers in het vooruitzicht van de halve marathon van Visé. Wesley mag dan voorlopig nog niet mijn kilometersvolume in de benen hebben, hij steekt me wel naar de kroon in oriëntatievermogen (vastgesteld in Wegnez) en observatievermogen. In Klein-Ternaaien merkte hij zelfs een pakje wiet op de weg op. Zelf heb ik het niet gezien. Stuur me dus geen mail met de vraag op je ook iets mag hebben. In elk geval maakt de vondst nog eens duidelijk dat de weg Ternaaien – Maastricht (deel uitmakend van “Groet um”) niet alleen een route is voor langeafstandslopers. Een andere Mergelloper, niemand minder dan de voorzitter Francis Loyens, maalde dan weer 26 km af in het open veld tussen Valmeer en Vroenhoven. Met een marathon, ook in mei, als doelstelling.
Nog even terug naar Siberië. Op dinsdag was ik bij een temperatuur van min 2 graden op pad langs het kanaal naar de sluis en de brug van Ternaaien. ik kwam er een jonge man tegen in korte broek. Ieder zijn uitdaging. Mijn wereld was op maandagochtend op een klein uur tijds plots wit geworden. Niets weervoorspelling, het kwam zomaar uit de lucht gevallen. Intussen weten we dat het sneeuwpakket door het Duitse koerierbedrijf “Ruhr Express” werd afgeleverd. En het was echt “mijn” wereld. Want 2 kilometer van thuis was er geen sneeuw te bespeuren. Jean-Pierre Immerix van Veldwezelt viel uit de lucht toen ik hem vertelde dat ik op woensdag op Caestert met Servais Halders anderhalf uur door de sneeuw had gedokkerd.
Geen bokkensprongen voor de deelnemers aan de Vijf uur van Stein (Nederlands-Limburg) zondagmiddag. Daar is net geen tijd voor als je in vijf uren zoveel mogelijk kilometers wil afleggen. Dat moet gebeuren op een rondje van 2,5 km. Ieder zijn afwijking…
Zo, ik kan dus ook nog korte stukjes schrijven. Hopelijk stel ik hiermee mijn trouwe lezer M.R. uit T. tevreden die na zijn croissant en hardgekookt eitje op dinsdagochtend altijd trek heeft in een berichtje uit Heukelom.