Auteursarchief: willy

Tilff (CJPL)

zon 13/08/2017 11u * Tilff (Challenge Province de Liège) * 12,9 km * 01:06:31 * 11,7 * 140/402 * 7/31 * ♥♥♥

De (snel)weg leidt vandaag naar Tilff, even ten zuiden van Luik en toeristische toegangspoort tot de Ardennen. Na ruim vijf jaar heb ik de loop die door Jo Vrancken en Servais Halders wordt beschouwd als een van de mooiste van de Challenge van de Provincie Luik weer op mijn programma staan. Voor 10 uur gonst het stadje gonst al van de sportieve activiteit. De 6 km-lopers zijn zich al aan het inlopen voor hun wedstrijd, de kleintjes trappelen van ongeduld voor hun run, de wandelaars halen hun wandelstokken uit de rugzak voor een tocht door de bosrijke omgeving. De deelnemers aan de 13 km sloffen naar de grote tent voor hun inschrijving, nemen de tijd om hun kennissen te groeten… of beginnen al aan hun opwarming. Dat zijn er maar enkelen, waaronder uiteraard uw dienaar.
Tilff dankt zijn faam… en parcours aan de Ourthe. En ze houden niet van half werk hier. Eerst drie kilometer biljartvlak langs de rivier die hier aan haar laatste kilometers bezig is voor ze zich aan de Pont de Fragnée in Luik in de armen van de Maas stort. En dan in één ruk naar de toppen van de rechteroever. 2,7 kilometer, de langste helling in het Luikse loopcircuit. Bij mijn opwarming – annex uitgebreide rek-en streksessie – heb ik de gelegenheid de familie Smets uit Millen aan te moedigen die hier de vlakke 6km-loop, aan beide oevers van de Ourthe, betwist. Zij doen dat in verspreide slagorde zodat ik ze een gepersonaliseerde “Allez …” kan toeroepen.
Het is druk aan de start. Zeker nu door een kalenderwijziging deze wedstrijd zowel bij de Challenge de la Province de Liège (CJPL) als de “Cours la Province!” (Clap) punten oplevert. Naar verluidt zou er een kink in de kabel gekomen zijn tussen de Clap en de organisatoren van de “Jogging du circuit de Spa-Francorchamps” van vorige vrijdag. Vandaar de massale aanwezigheid van de oranje “Joggin’Attitude”-lopers. En de gelegenheid mijn goede kennis Pasquale Ruberto nog eens te ontmoeten.
De speaker waarschuwt ons uitvoerig – en nadien bekeken terecht -over enkele gevaarlijke want steile en gladde passages onderweg. Ik vertrek net achter de rug van Pasquale. Dat lijkt me een goede uitgangspositie voor de eerste kilometers. In de eerste bocht naar het fietspad langs de Ourthe hoor ik mijn naam. Dat moet Linda zijn die het vertrek van de “grote jongens en meisjes” volgt na haar korte loop. Door het gedrum bij het vertrek en mijn gebrek aan behendigheid in druk verkeer duurt het 500 meter eer ik weer in het spoor kom van mijn oranje collega Pasquale. “Daar is Willy” zegt hij terwijl ik naast hem opduik. Zoals ook sommige andere lopers herkent hij het geluid – of het ritme – van mijn voetstappen. Hij volgt mijn bescheiden tempo echter niet als ik hem voorbij ga. Op zoek naar mijn “natuurlijke” plaats in het peloton (dat wil zeggen gebaseerd op het tempo dat ik denk aan te kunnen met het vooruitzicht van alles wat ons nog te wachten staat) blijf ik lopers inhalen. Edouard Morana is de enige die ik herken. Rechts loopt de Ourthe, voor ons in tegengestelde richting. Als we achter de huizen vandaan komen, na 2 km, kijk ik links uit op de steile wand van de vallei. Daar moeten we dadelijk dus naar boven. Het felle zonlicht danst op het watervalletje in de Ourthe. Maar na 3,4 km is de sight-seeing voorbij. We steken de rijweg over en moeten meteen 7% omhoog. Dan draaien we rechts op tussen een huizenrij waar het nog verder stijgt. De klim vlakt uit eens we echt in het bos lopen. De bomen houden het kwik binnen de perken. Ik haal achtereenvolgens drie dames in. Dat zouden wel eens Gabriella, Béatrice en Evelyne kunnen zijn. Heel zeker is dat niet. Wat wel vaststaat is dat ze alle drie blond zijn en hun haar in een paardenstaartje dragen. Ik blijf plaatsen inwinnen maar moet ook enkele snellere klimmers laten voorgaan. Een van hen ken ik, Jean-Yves Culot, teamgenoot van Pasquale. Vorig jaar heb ik hem net kunnen voorblijven in Momalle. Zou ik hem durven volgen? Zijn energieke tred maakt wel indruk. Ik besluit zeker niet in het rood te gaan maar blijf, min of meer ongewild, in zijn spoor. Na een vijftal kilometer krijg ik Bernard Marot in de smiezen. Bernard is nog niet zo lang opnieuw op gang na een lange revalidatie ten gevolge van een spierscheur. Na elke bocht kijk ik ook uit naar Luc Hilderson. Maar de kleine man uit Wonck is nergens te bespeuren. Benieuwd waar die is geëindigd. Een minuut voor me, zo blijkt. Sterk, Luc! Nog even herhalen voor de verstrooide lezer. We zijn bezig aan een klim van niet minder dan 2,7 km. Dat is de top-feature van deze loop. Deze klim hoort bij de “Jogging de la Fête de Tilff” zoals een krulstaartje bij een varken. Onnodig te vertellen dat ik op mijn nochtans pittige trainingsparcoursen nergens zo’n lange klim aantref. Ik zal het dus moeten doen met mijn basisklimconditie. De klim vertoont een grillig profiel: stroken rond de 5% worden afgewisseld met partijen rond de 10%. Het wegdek is op bepaalde plaatsen allerbelabberdst. Ik moet goed uitkijken waar ik mijn voeten zet achter de rug van Jean-Yves. Want de grijzende “Joggin’Attitude”-loper kan geen afstand nemen. Km 6 in 6’23”. De blauwe lucht komt weer te voorschijn. We naderen de top. Een bordje kondigt de laatste 300 meter aan. Dat geeft de klimmende burger moed. Maar de Ardense hellingen hebben een slecht karakter. De laatste hectometers blijken net de zwaarste te zijn. Ze doen zelfs Servais Halders pijn. Ik ben dan el een tijdje Richard Mathot voorbijgegaan. Ik merk hem voor het eerst op als ik een loper te voet de helling zie op sukkelen. Ik por mijn categoriegenoot nog tot lopen aan. “Geen probleem Willy” antwoordt de lange, smalle in het Nederlands. Hij maalt er niet om dat ik hem voorbij ga. En probeert ook niet aan te klampen. Maar het tweede deel van de loop is voornamelijk dalend. Ik verwacht hem dus nog terug in de kleine 7 km die nog resten na de top. Dat gebeurt echter niet, kan ik al verklappen. Ook voor Richard beginnen de jaren te wegen. Hij zegt het me nog eens met zoveel woorden na de finish.
Intussen ben ik nog altijd in het gezelschap van Jean-Yves. Nu en dan neem ik eens schuchter de leiding over, voornamelijk in enkele dalende passages. Na een kleine 7 km is het echter weer klimmen geblazen. We zien de met stenen bezaaide bosweg voor ons liggen. De lange helling heb ik goed verteerd maar deze klimmende strook van 200 meter is me te machtig. Jean-Yves lost me op zuivere kracht. We krijgen nog twee knikken te verwerken voor we aan km 4,8 het bos verlaten. Wie dat al zou willen, kan even van de zon genieten. We lopen langs de autoweg op een van de schaarse vlakke wegen. Dat levert mij alleszins geen winst op want ik moet enkele posities prijs geven. Daar komt de gladde grasstrook aan waarvoor gewaarschuwd is voor de start. Ik neem geen risico’s en dribbel met wijdbenige en voor de twee wandelaars die ons beneden gadeslaan wellicht lachwekkende bewegingen de steile helling af. Een kleinere man met een brede borstkas die ik daarnet heb ingehaald gaat mij en een collega hier voorbij. We zijn in het gehucht Cortil waar de asfaltweg verder de dieperik in duikt. De bovenbenen worden weer aangesproken, ditmaal om af te remmen. Als we de bebouwing verlaten, weer op het vlakke nu, komen we na een scherpe bocht naar links – “attention, ça glisse” (goed dat ik wat Frans ken of ik zou nog verongelukken in het Luikse) – op een zompige grasweg langs een maisveld. Een andere oranje loper stuift me weer voorbij. Bij de bevoorradingen verliest hij blijkbaar een aantal meters die hij dan met een fikse versnelling telkens weer goedmaakt. Ik heb de indruk dat een derde van de lopers die me hebben ingehaald vanaf de lange klim teamgenoten zijn van Patrick Philippe, oranjehemden dus.
Km 9,5. Voor me herken ik het graspad met bomen aan de rechter- en weiden aan de linkerzijde. Dit is het mooiste deel van het parcours. Ik loop alleen, voor me lopen de meeste collega’s ook afgescheiden. We maken hier een brede lus. Aan de bocht naar rechts zie ik links een groot gebouw. Dat moet ik even checken voor mijn verslag, bedenk ik. Het is de abdij van Brialmont en de mooie met bomen omzoonde weg verderop is de Drève de Brialmont die naar de abdij leidt. Tilff 1 Dat verklaart meteen de mooie omgeving. Wij lopen dus weg van de abdij, bezig met wereldse beslommeringen. Een goede uitslag behalen, een sterke tijd neerzetten. In het open veld probeer ik te achterhalen of ik nog bekenden zie voor me. Ik herken alleen het oranje shirt van Jean-Yves die nooit echt ver weg uit de buurt is geweest. Na 400 meter onder de open zonnige hemel krijgen we weer schaduw onder de bomen. Voor me loopt een duo. Ik meen in de grote man rechts Eric Martin te herkennen. De twee slaan een babbeltje en schijnen zich niet druk te maken over hun tijd. Ik weet pas in laatste instantie, bij het passeren, met zekerheid dat het ook echt Eric is. “Niet babbelen maar lopen” grap ik naar Eric. Als ik hem nu maar niet op verkeerde gedachten breng… We steken de rijweg over. Voor de derde keer onderweg houdt de politie het verkeer tegen. Wat een luxe! Ik neem door mijn eigen verstrooidheid met moeite een scherpe bocht naar rechts. Dan volgt een halve kilometer draaien en keren in een verkaveling. De accu’s van de seingevers lijken wel leeg te zijn na de passage van de de eerste honderd lopers. Hier en daar moet ik er een wakker schudden. Voor de laatste anderhalve kilometer worden we weer het bos ingestuurd. Ik hoor de speaker van jetje geven in het dal. De aankomst wenkt. Nog een stevige afdaling en we zijn er. Denk ik, tot ik een parcourswachter naar links zie wijzen. Verdomd, weeral bergop. 300 meter volgens mijn Garmin achteraf, op het ogenblik zelf lijkt het wel een kilometer. Ik hoor Eric Martin en zijn vriend luidkeels tateren. Het zou lullig zijn nu nog ingelopen te worden door Eric. Ik val net niet stil en behoud zelfs mijn plaatsje. Een streepje bergaf op het asfalt. Gelukkig is de seingever aan km 12,5 wel bij de les en stuurt hij me scherp rechts af of ik was aan de kerk van Tilff geëindigd. Ik zie plots de kans schoon om bij Jean-Yves te komen. Hij lijkt niet meer gemotiveerd om nog voluit te gaan. Of is de energietank leeg? Ik ga hem nog voor de laatste bocht voorbij. Wel verlies ik zelf nog twee plaatsen in de laatste meters op een grind-bosweg. Dat valt mee op een strook die ik gladder had ingeschat bij het inlopen. Het zit erop.
Ik slurp gulzig het sap van enkele appelsienpartjes op, terwijl ik op een geïmproviseerde bank – een dikke steen – van de inspanningen probeer te bekomen. Maar de zon brandt te fel op mijn kale schedel en ik keer terug naar de beschutting van het bos. Er komen tientallen lopers de helling in het bos afgestormd. Ik zie een jongere collega er nog een verwoede spurt uitpersen terwijl er geen tegenstander in zijn dichte buurt is. Grappig is de aankomst van een jogger met een hondje, genre Jack Russell. Het baasje laat de lijn los op honderd meter van de finish. Het beestje spurt met zijn korte pootjes naar voren en laat zijn meester een vijftigtal lengten (Jack Russellengten) achter zich. Ik loop toevallig de Voerense kompanen Servais Halders en Kris Pipeleers tegen het lijf. Over Servais dadelijk meer. Kris doet het hier in 57 minuten. Dat is, naar zijn zeggen, nog niet op zijn topniveau na een dubbele liesbreukoperatie. In de sporthal stoot ik op de fris gewassen Stijn Vanderbeuken. Voor zijn eerste loop in de Challenge van Luik van dit jaar versiert hij plaats 41, dat is net buiten de eerste 10% van de deelnemers. De man van Diets-Heur is sinds zijn eerste jaren in deze Challenge door het team Paluko uit Tongeren omgekneed tot een trainingsbeest. Jo Vrancken, het goudhaantje van de Zuid-Limburgse delegatie, haalt hier zijn zwakste uitslag van de laatste weken, … tweede. Christophe Mémurlin is de feestverstoorder. 25 seconden is het verschil tussen de twee. Tilff 2 Omdat jullie lezers blijven aandringen, enkele bedenkingen over mijn eigen optreden. Ik heb er vandaag het maximum uitgehaald, met zowel in de afdalingen als in het klimwerk een aanvaardbaar tempo. Op het vlakke, in het begin van de loop, is het verschil met mijn betere jaren ongetwijfeld het grootst. De kracht is uit mijn benen verdwenen. En de spierpijnen – of welke pijn of onaangenaam gevoel het ook is – remmen mij af ongeacht hoe het parcoursreliëf eruit ziet. Het negatief saldo ten opzichte van 2012 bedraagt liefst 8 minuten. Ter vergelijking – ik weet het, deze vergelijking doet niets terzake – Servais Halders levert op die jaren 2’30” in. En nauwelijks enkele plaatsen in de totaaluitslag. Alberto Canales, vandaag derde bij de veteranen 3, kan het maar niet vatten. “Servais, c’est un phénomène” troost ik Alberto. Ik voeg er langs mijn neus weg aan toe “we trainen wel eens samen”. Kwestie van mijn eigen PR te verzorgen.
De prijsuitreiking voor twee van mijn tafelgenoten laat even op zich wachten. En dus is het al over 14 uur als ik de feesttent in het Parc de Brunsode verlaat. Nog even een pain-saucisse halen. Maar na een kwartier aanschuiven moet ik en de andere wachtenden verderop in de rij vaststellen dat de lekkernijen (tijdelijk) zijn uitgeput. Ik wijk uit naar een “sandwich au fromage”. Op weg naar de auto valt mijn oog opnieuw op een huis met een gedurfde verbouwing. De bewoner is net cementzakjes aan het versjouwen. Hij blijkt ook de ontwerper te zijn. En zo eindigt mijn uitstap naar het Luikse met een sympathiek gesprek met een architect. De smalle weg tussen de parking aan de sporthal en het centrum is intussen vrij. Twee uur geleden stond hier een tiental autobestuurders nagelbijtend te wachten tot ze de weg op mochten waar op dat ogenblik de lopers aan hun laatste driehonderd meter bezig waren. Ook ADD-atlete Elke Hubrechts die dan al lang haar 6 km-wedstrijd achter de rug heeft moet boeten voor dit organisatiefoutje. Tilff baadt intussen onder een stralende zon. Dat belooft het beste voor Marie-Paule en Paula (van Willy Hertogen) in de Virga Jesse-ommegang in Hasselt na de middag.

( Foto 1 van de website: De abdij Notre Dame van Brialmont… zoals ik ze ook niet gezien heb. Foto 2, eigen foto: Dit zijn de mannen die mij op minuten hebben gelopen, de laureaten bij de veteranen 3. Van links naar rechts en van het laagste podiumtrapje naar het hoogste: Alberto Canales, Michel Bernard en Servais Halders.)

Kermisloop Waterschei

ma 07/08/2017 16u * Kermisloop Waterschei * 10 km * 00:48:29 * 12,3 * 9/21 * ==/== * ♥♥♥

Ik droom er al jaren van eens bij de eerste tien te eindigen in een loopwedstrijd. Vandaag is het me gelukt. Hoe ik dat heb gelapt? Je leest het in dit verslag… of je hebt het al begrepen uit de cijfergegevens hierboven.
We zijn in het seizoen van de maandagse kermiswedstrijden. Ik trek met Jean-Pierre Immerix naar een voor mij zo goed als onbekende organisatie in Genk. Jean-Pierre loodst me naar het parcours ergens tussen de E314 en de Stalenstraat. In de Herenstraat wordt daar al voor de 61ste keer een kermis gehouden. Vier dagen liefst, zoals in Cornesse waar ik precies een maand geleden te gast was. We vinden een schaduwrijk parkeerplaatsje langs een haag. Die haag zal na de wedstrijd nog van pas komen als douchescherm. Reguliere douches zijn er niet, Jean-Pierre doet het met een jerrycan water en een waskommetje. Het is voorlopig stil rond de kermiskramen. De geluidsboxen zwijgen nog. Ze zien ons graag komen aan de inschrijvingstafel, veel deelnemers zijn er niet. Echt veel reclame wordt er niet gemaakt voor deze kermisloop. En de beroepsactieve medemens lokken voor een wedstrijd op een maandagmiddag heeft veel van een gok.

Lees verder →

Het wordt dus weer een loop in rondjes: 5 maal een lus van 2000 meter. Ik zal de tel goed moeten bijhouden. We lopen door een groene woonwijk. Dat komt ons vandaag goed uit want het is na de middag rond de 25 graden. Het bos biedt ons beschutting over de helft van de ronde. Uiteindelijk staan we met 21 aan de start, waaronder twee dames. Het leeftijdsgemiddelde ligt vrij hoog met twee zeventigers en enkele rijpere zestigers. Dat zijn niet toevallig allemaal bekenden. Weinig vertrekkers dus, maar wel borstnummers met chip en een heus revolverschot als vertreksein. Waterschei 1 Ik lijk wel stil te staan in de de eerste meters, zo snel schieten de beteren vooruit. Ik neem de eerste bocht net achter Jean-Pierre. Die wipt zijn linkerknie plots omhoog in wat een balletbeweging lijkt te zijn. De werkelijkheid is heel wat minder artistiek. “Er versprong plots iets in mijn knie”, vertelt Jean-Pierre me achteraf. Het ongemak duurt maar een fractie van een seconde en zal de Veltwezeltenaar gelukkig niet meer hinderen in het verdere verloop van de wedstrijd. Na nauwelijks 200 meter is het pelotonnetje al in tweeën gebroken en gaapt er al een kloof van een dertigtal meter tussen de twee groepen. Ik loop aan de leiding van groep 2, naast de dame in het geel. Maar Miet Vanherck zal snel verachteren en ik leg de eerst kilometer af in het gezelschap van Jean-Pierre en Laurent Wijnants. Mijn leeftijdsgenoot uit Zutendaal draait soepel rond. Flink op dreef door zijn trainingen voor de marathon van Keulen, bedenk ik. Maar op het einde van de eerste ronde moet hij inbinden. Ik beëindig die ronde met een lichte voorsprong op Jean-Pierre. De hoop dat ik hier plaatsen kan winnen heb ik al opgeborgen, de loper voor me is slechts een klein stipje. Nu afwachten of ik zelf niet word ingehaald door opkomend geweld. In de tweede ronde is het zover. Jo Grondelaers gaat me voorbij en neemt snel een twintigtal meter voorsprong. Een voetballer, zo denk ik af te leiden uit zijn tenue. En een plaatselijke vedette te oordelen naar de groep fans die zich in een van de bochten hebben opgesteld en die hun favoriet bijstaan met aanmoedigingen en een drinkbus. Ikzelf heb intussen vanaf de start met pijnlijke benen af te rekenen. Dat wordt een “twee hartjes”- wedstrijd, is mijn tussentijdse balans. We passeren weer voorbij de finish onder de tent. Het rechte stuk naar de aankomsttent heeft me blijkbaar goed gedaan want plots voelen mijn benen soepeler aan. Ik kan het tempo wat opdrijven en merk dat Jo wat van zijn voorsprong moet inboeten. Hijzelf is ook fel genaderd op de laatste man van de eerste groep. Die is duidelijk door zijn beste krachten heen. Ik kan twee vliegen in een klap slaan. In de smalle en hobbelige passage door het bos kom ik in het spoor van de twee en op het fietspad van de Herenstraat ga ik voorbij. Pieter Janssen is de man in het grijs die in het begin met de eerste groep is meegegaan. Voor hem komt het nu aan op uitlopen. Ook Jo Grondelaers haakt snel af en dus passeer ik alleen de aankomstlijn waar de speaker intussen mijn naam gevonden heeft op de korte deelnemerslijst. Ik neem een koele slok van het bekertje aan de drankpost en kieper de rest over mijn hoofd uit. Dank aan de twee meisjes aan de “toog” die voor fris water zorgen. Daar kunnen grotere organisaties nog een puntje aan zuigen. Overigens heb ik weinig last van de temperatuur. Alleen bij het begin van de Herenstraat durft de zon mij lastigvallen.
Voor de derde keer de lichte afdaling in de Nieuwdorpstraat. Enkele mensen volgen de loop in hun luie zetel voor hun huis. Ongeveer halverwege rechts is er heel wat animo. Een achttal toeschouwers, voorzien van de nodige drank, en vooral een mevrouw die alle deelnemers zonder uitzondering aanmoedigt. Ze deelt natte doeken uit aan wie zijn hoofd, nek of andere lichaamsdelen wil verfrissen. Van de natte doeken heb ik geen gebruik gemaakt maar haar enthousiasme geeft me wel een mentale boost. Ik voel me gewoontegetrouw prettiger op het asfalt. Het tempo wordt telkens gebroken door de onverharde stroken, vooral de driehonderd meter in het bos. Tel daar nog enkele scherpe bochten bij die mijn stramme benen zwaar op de proef stellen en ik weet dat ik hier geen 13 km gemiddelde zal halen. Verre van. In elk geval ben ik bezig mijn derde hartje te verdienen.
Ik loop nu afgescheiden zoals waarschijnlijk alle deelnemers. Dat is een voordeel op een hobbelige grasstrook na 800 meter. De 250 meter vormen een zware belasting voor de enkels. Het is ook opletten om juist uit te komen op drie dikke boomwortels en hier en daar een putje op tijd te zien. Ik zie dat Jef Herbots niet ver voor me loopt, weliswaar met een ronde achterstand. Dat wordt dan mijn uitdaging voor de 3 kilometer die nog resten. Jef dubbelen en maar hopen dat ik zelf uit de greep blijf van de eersten. Jef is er 76 en loopt volgend weekend op het racecircuit van Francorchamps. Een mens moet doelen blijven hebben in zijn leven. Aan de beek vang ik ook twee keer een glimp op van een andere zeventiger, Pierre Hulsmans. Die doet binnenkort dan weer mee aan het wereldkampioenschap vijfkamp. Aan de botsauto’s hebben ze intussen de decibels opgeschroefd.
Einde van de vierde ronde. Er ontstaat beroering in het publiek onder de tent. Een fotograaf grijpt naar zijn toestel. Een ogenblik mag ik de illusie hebben dat mijn doortocht die opwinding heeft teweeg gebracht. Dan hoor ik de speaker de winnaar aankondigen: Wouter Simons, die daarnet trouwens ook al de vijf kilometer op zijn naam heeft geschreven. Een ronde voorsprong voor de jonge Genkenaar, maar hij heeft me toch niet te pakken gekregen. Ook een pluspuntje. Wouter en zijn snelle kompanen mogen rusten, ik heb nog een ronde voor de boeg. Ik kom weer voorbij Els. Dat is de dame met de natte doeken. Hoe ik haar naam ken? Dat lees je hier wat verder. Waterschei 2 Net daar haal ik Jef in. Die gooit een doek in zijn nek voor de volgende ronde. “Ik geef hem volgende ronde af”, zegt hij tegen de verzorgster. Een driehonderd meter verder krijg ik ook de voorlaatste man, Youssef Joumani, te pakken. Na een scherpe bocht naar rechts komen we weer op de moeilijkste strook van het parcours, het graspad langs de beek. Aan de overkant van de beek heb je dan een goed zicht op de achtervolgers. Ik zie dat de eerste man in de wedstrijd op komst is. Als die me maar niet voorbij wil of moet op het kronkelige bospad dadelijk. Aan de overkant van de beek zie ik de loper in zevende positie, Fabio Mercurio, op dezelfde plaats als in de vorige ronde. We lopen nu met hetzelfde ritme. Maar het voordeel dat hij heeft gehaald uit zijn snelle start zal hij niet meer afgeven. De drie laatste ronden leg ik trouwens in krek dezelfde tijd af. Ik heb in deze vierde ronde wat ingewonnen op de nummer acht in blauw shirt. Hij heeft maar een “brugje” voorsprong meer aan de beek. Maar net als ik de laatste meters wil dichtlopen pakt hij uit met een versnelling en word ik weer op mijn plaats gezet. Dat is de negende, voor zover nog niet duidelijk.
Ik blijf onder de vijftig minuten en haal mijn bescheiden doelstelling. Ik wissel nog enkele woorden met Frank Theunissen, de man in het blauw die een vijftiental seconden voor me is gefinisht. “Wat te snel vertrokken”, is het commentaar van Frank. Ik wandel uit naar de Nieuwdorpstraat. Ik wil daar vragen naar de voornaam van de enthousiaste supporteres. Kwestie van een nauwkeurig verslag af te leveren. Enfin, ik geraak in gesprek met Els, Gaby en een jonge zwemmer. Meer nog, ze bieden me zelfs nog een pintje aan. Leuke mensen daar in Waterschei. Ik moet nu snel terug naar de auto. Jean-Pierre wacht op me. Dadelijk denkt hij nog dat ik verdwaald ben. Maar hij ging ervan uit dat ik nog even aan het uitlopen was. Zo’n fanatiekeling ben ik nu ook weer niet, Jean-Pierre.
Na een kattenwasje keren we terug naar de kermis. Jean-Pierre groet nog een aantal bekenden. Na 1300 wedstrijden kennen ze je uiteraard in de Limburgse loopwedstrijden. We drinken nog een Cristalleke en verlaten de kermis die nu al aardig begint vol te lopen. We wensen elkaar succes voor volgende zondag. Dan hebben we een gescheiden programma.

(Foto’s van peterkepompier. Foto 1: Start tussen Jean-Pierre in het groen en Laurent in het oranje. Foto 2: Doortocht aan de streep.)

← Toon minder

Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien)

don 20/07/2017 19.30u * Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien) * 10,47 km * 00:52:00 * 12 * 88/224 * 5/16 * ♥♥♥♥

Hermalle (“onder Hoei”, zoals de officiële naam luidt maar wel behorend bij Engis) is bekend terrein voor Condruzien-lopers. Hier worden jaarlijks twee wedstrijden georganiseerd. Op de vooravond van de nationale feestdag, vandaar de ongewone donderdag, is er de corrida. Vier rondjes door het dorp. En niet drie zoals collega-veteraan 3 Michel Lannoy dacht. Hij plaatst zijn versnelling te vroeg maar houdt nog een ruime marge over op zijn dichtste concurrent… euh, dat ben ik. De steile Maasoever zal vanavond de scherprechter zijn. Gelukkig moeten we niet helemaal naar boven en is het parcours zo uitgetekend dat de hellingen telkens even onderbroken worden door een vlakke of alleszins vlakkere strook. Ik ben naar de Condroz afgereisd in het gezelschap van Marie-Paule en van een jonge loper uit Heukelom, Wesley Serrano. Mijn achterbuur en loopmaatje bij de Mergellopers wilde wel eens proeven van de Luikse challenges.

Lees verder →

Samen met Bert Ernest van Herderen op de 5 km is Riemst met drie lopers vertegenwoordigd in de Maasvallei. Wesley schrikt wel terug van mijn plan om de hele ronde te verkennen en spaart zijn energie op tot half acht als het gezamenlijke peloton van de 5 en 10 km van start gaat.
We vertrekken vrij achterin het pak maar zodra we de kermiszone zijn gepasseerd, na 200 meter, kunnen we de tragere lopers voor ons voorbij. Hermalle 1 Hier begint meteen ook de eerste klim. Ik probeer het blauwe shirt van Wesley niet uit het oog te verliezen. In de nog dichte sliert hoor ik een collega zeggen “Attention les cuisses” , let op voor je kuiten. Wil hij ons waarschuwen voor deze kuitenbijter in het begin van de loop? Toch niet, het is een grapje over een loper achter ons die met zijn hond op pad is. Hond en baasje gaan me voorbij. Ik zal ze de hele wedstrijd niet meer zien. Uiteindelijk zijn ze toch maar een half minuutje sneller.
Ik ben benieuwd hoe een nieuwkomer als Wesley een sterk heuvelachtig parcours als dit zal aanpakken. Zal hij met jeugdige onbezonnenheid de hellingen opstormen of zich als een steen naar beneden laten vallen op de steile afdalingen? Noch het een, noch het ander. Na de eerste ronde zijn we nog samen. Ik informeer even naar het gevoel. “Het klimmen gaat me goed af, de afdalingen doen meer pijn” is de balans na 2,5 km. Ikzelf ben met redelijke benen de eerste heuvelronde doorgekomen en vind de afdalingen wel lekker om diezelfde benen te ontspannen. In het park aan het eind van de eerste ronde verlies ik plots voeling met mijn jonge clubmaat. Mijn stramme spieren en matig zicht in het bos kosten me een twintigtal meter.
In het begin van de tweede ronde krijg ik de rode shirts van drie Seraingrunners in het vizier. In de tussentijdse afdaling ga ik voorbij Noël Heptia. Die vertelt me na afloop dat hij niet meer op herstel hoopt voor zijn rechterknie. Het kraakbeen brokkelt langzaam af. Op de klim van de Rue de Wérihet – die we een dikke kilometer verder ook als afdaling nemen – haal ik Michel in. Dat achtervolgingswerk heeft me ook weer in het spoor van Wesley gebracht. In het park herhaalt zich het scenario van de eerste ronde. Veel tijd om daar rond te kijken heb ik niet. Ik heb het kasteel ook niet opgemerkt dat rechts van ons ligt. Dit bosje is dus het park van het kasteel van Hermalle waarover Marie-Paule heel wat interessants te vertellen heeft. Iedereen zijn specialiteit. Twee snelle, wat zeg ik ultrasnelle lopers, flitsen ons voorbij. Dat moeten de eersten zijn van de 5km-loop.
We beginnen aan de derde ronde tussen de kermiskraampjes. De geur van frieten prikkelt mijn neus. Die verleiding zullen we nog twee ronden moeten weerstaan. Dat betekent met mijn tempo nog een vijfentwintig minuten. Chronorace, de tijdsopnemer, heeft de rondetijden netjes voor ons genoteerd. De derde ronde blijkt de langzaamste zijn met nauwelijks 7 tellen verschil met de drie andere in 12’40”. De twee percent stijgingsgraad van de N644 waarlangs we het centrum verlaten ligt me blijkbaar goed want ik klim hier gemakkelijker dan de collega’s in mijn buurt. Ik passeer veteraan 3 Lucien Collard. De leraar L.O. liep al geruime tijd met een kleine voorsprong voor mij uit en is blijkbaar rustig gestart. Het is in elk geval de eerste keer dit jaar dat ik hem kan bijbenen. Hermalle 2 Maar misschien had ik dat beter niet gedaan want in de volgende 500 meter trekt hij het tempo op en ben ik weer op achtervolgen aangewezen. “Hij valt terug in de beklimmingen” geeft Wesley me moed. Mijn achterbuur van de Heukelommerweg houdt de bewegingen in het peloton goed in de gaten. Zijn voorspelling klopt nog ook en in de volgende stijgende strook moet Lucien afhaken. We zitten nu in de bochtenzone waar de lopers uit alle richtingen lijken te komen. Hier heeft zich een bandje geposteerd dat tot genoegen van uw dienaar rock uit de oude doos ten beste geeft. Aan de Square Nelson Mandela bij een grote boom met bank begint de zwaarste strook van de beklimming. Dat is althans mijn gevoel. En dat gevoel wordt bevestigd door de gegevens van Garmin. Het bandje speelt een oude Franse “tube”, een hit. “Tchin, tchin” (Van Richard Anthony, uit 1963. Dit blog ademt nostalgie uit.) Het is hier harken in de derde en vierde ronde. Maar ik moet niet echt over mijn toeren gaan om toch een zweem van snelheid te behouden. Na een korte licht dalende grasstrook is het dan opnieuw klauteren, weliswaar met mildere percentages. We kunnen weer even herstellen op een smal en hobbelig pad tussen de bomen. Dan de steile maar korte duik naar een dicht bebouwde woonstraat. Hier links staat de zwarte dame die met stijlrijke lichaamsbewegingen haar enthousiasme de vrije loop laat. Op de relatief vlakke Rue Lambert Lepage probeer ik te naderen op Anne Kerens enkele plaatsen voor me. Ik zal uiteindelijk bijna een ronde nodig hebben voor ik echt voorbij ben. Marcel Baeckelandt haal ik sneller in. Hij lijkt niet echt vol te gaan in zijn blitse witte triatlonuitrusting. Nochtans loopt hij hier een thuiswedstrijd. Dan het tweede gedeelte van de afdaling. We worden opgezweept door de muziek van de jongens hogerop die hier blijkbaar een klankkast hebben geïnstalleerd. We jassen door op een wegdek dat dringend een opknapbeurt nodig heeft. Door een scherpe bocht naar links langs de drankpost en weer het park in. Het bospad wordt op het einde wel breder maar dan zijn er weer enkele modderplekken, verhakkelde stenen en een lichte maar irritante stijging die mij afremmen. De winnaar Gudisa Fita zoeft me voorbij. De eerste van onze wedstrijd is tenminste makkelijk te herkennen. Even later is de tweede al daar, Arnaud Dely. Te midden van dit jonge geweld houdt de plaatselijke vedette Freddy Loncar, intussen 45, uitstekend stand. Hij eindigt als vierde.
De laatste ronde komt eraan. Ik twijfel gewoontegetrouw aan het aantal ronden maar een blik op mijn Garmin (7,5 km) stelt me gerust. Het beeld van die laatste ronde wijzigt niet. Het ziet ernaar uit dat de twee van Heukelom de hele wedstrijd samen zullen hebben geleden en/of genoten. Ik kom op eigen tempo terug na de passage door het bos. En geef dan meestal de toon aan in de eerste hellingen. Ik begin ook als eerste aan de zwaarste brok naar het alleenstaande huis op de helling. Maar Wesley kruipt toch weer naar me toe. We draaien een laatste keer het paadje in langs de verwaarloosde groententuin van het huis. Wesley leidt op de tweede helling. Hoe ik het klaarspeel weet ik niet maar in de afdaling en op het vlakke neem ik een kleine voorsprong op mijn jonge kompaan. Ik krik het tempo nog even op in de hoop Anne Kerens op afstand te houden. We lopen nu met zijn beiden afgescheiden. Ik bereid me voor op de laatste kilometer… en op wat me te wachten staat in het bos. Door het centrum van Hermalle waar de politie waakt en ik aanmoedigingen krijg van Marc Tutelaire in burgertenue (zomerse variant). Hermalle 3 Ik blijf het tempo aangeven tot aan de bevoorrading maar geef Wesley teken om als eerste het bos in te duiken. Ik zal er sowieso terrein moeten prijsgeven. Wesley verslikt zich nog in zijn laatste bekertje water. Met enig gekuch gaat hij me voorbij en dartelt in de volgende 300 meter nog 10 seconden van we weg. Ik ben verbaasd als ik hem naar links zie afdraaien. De boog stond nochtans rechts. Ik stuif door de bocht tot de omstaanders mij duidelijk maken dat ik al over de streep ben. Geen streep gezien. De groene boog van de Mutualité Chrétienne merk ik pas op aan de drankentafel dertig meter verder. Voor we naar de douches trekken, wisselen we de eerste indrukken uit. Allebei tevreden over onze wedstrijd. Lucien Collard loopt ook binnen. “Mal aux fesses”, pijn aan mijn billen, voegt de Luikenaar nog toe aan zijn felicitaties. Langs ons bekomt Michel Mancini van de inspanningen. Hij heeft vanavond zijn hele familie meegebracht.
In de kleedkamer wijzen Bert en ik onze gemeentegenoot Wesley erop dat hij nu niet overal in de Condruzien zo’n comfortabele infrastructuur mag verwachten als in Hermalle. We zoeken Marie-Paule op in een van de feesttenten. Je geraakt overigens zo maar niet binnen in de afgesloten ruimte van het Fête d’Hermalle. Als lopers krijgen we een zwart polsbandje waarmee we ons in het feestgewoel mogen storten. Het gewoel zal voor anderen en voor later zijn. Ik zit aan de tafel bij José Lemos-Cruz. Van hem krijg ik uitleg over de naamgeving in Portugal… en zijn tactische afspraken met Dominique Mathy. Dominique, die als veteraan 3 er zelfs zijn jongeren collega’s v1 en v2 durft opleggen, concentreert zich op de Challenge Delhalle en laat de Challenge condruzien aan zijn trainingsmaatje José. Maar vanavond blijven Paul Rihon en Michel Bertrand hem voor. “De vakantie heeft me geen goed gedaan” pruilt de kleine uit Clavier, terwijl hij een veelbetekenend gebaar maakt naar zijn rond buikje. In het ruime aanbod aan hapjes kiezen we voor de pizza. Marie-Paule heeft zo te horen van al het lekkers geproefd dat hier in Hermalle te krijgen is. Ik bespaar u de details. De kermisstraat is al volgelopen als we Hermalle verlaten. Heukelom slaapt (of doet alsof) als we weer thuis zijn. We leveren Wesley af bij vrouw en kindjes. Ik heb het gevoel dat we nog samen naar Wallonië zullen trekken.

(Foto 1 van Marie-Paule: Twee Mergellopers in de Condruzien. Foto 2 en 3 van Carine Heyne. Foto 2: José Lemos-Cruz in actie. Foto 3: Gepijnigd door de inspanning.)

← Toon minder

Cornesse (Challenge L’Avenir)

vri 07/07/2017 19.15u * Cornesse (Challenge L’Avenir) * 7,9 km * 00:39:04 * 12,1 * 198/633 * 7/25 * ♥♥♥

Cornesse stond een week geleden nog niet op mijn wishlist maar ik heb mijn wedstrijdschema enkele dagen geleden omgegooid toen ik me realiseerde dat er mij anders drie weken competitiederving te wachten stonden. Een prettige toevalligheid is dat ik nu ook de tweede wedstrijd in dit kleine dorpje bij Pepinster aan mijn palmares kan toevoegen. De eerste, de “Jogging Ligne Bleue”, heb ik twee jaar geleden betwist. Minder leuk is dat het vandaag weer broeierig heet is. Het parcours belooft wel minder zwaar te worden dan wat er in deze buurt meestal wordt opgedist. Ze hebben hier in en boven de Vesdervallei meestal ook niet veel keuze. Op weg naar hier toe hebben we al heel wat bordjes gezien waarop de kersen van de streek worden aangeprezen. Ik ben dus al wat in de stemming voor de “Jogging des Cerises” zoals de loop wordt genoemd.

Lees verder →

De gemiddelde lezer mag de naam Cornesse koud laten, hier in de buurt is deze jogging een begrip. Meer dan 600 deelnemers. Tenzij al die joggers eerder op kermisvermaak uit zijn. Vier dagen alstublieft, zo een beetje als Zussen. En zoals in mijn buurdorp is de tent gewoon over de weg opgesteld. Ik loop toch niet helemaal verloren in die massa met ongetwijfeld veel gelegenheidslopers. Er zijn de vaste klanten van de “Avenir”, vaak vertrouwde gezichten maar onbekende namen, en enkele habitués van de andere challenges. Meestal categoriegenoten of veteranen 4 – zeventigplussers – die het nog altijd niet kunnen laten. Ik hoor Mauro Calogero (77) voor het eerst over stoppen spreken. Of alleszins niet langer een klassement in de challenges najagen. Roger Dosseray stelt mij aan Roger Archambeau als “une vieille connaissance”. Die antwoordt met een kwinkslag: “Wij hebben alleen maar oude kennissen.” Roger legt na de loop de vinger op de wonde. “Ik haal de 13 per uur niet meer”. Maar de meest memorabele ontmoeting van de avond heb ik met mijn toevallige buur op de bank onder de tent. Voor hij zijn copieuze hotdog aanbijt vraagt hij me hoe de koers verlopen is. We geraken in gesprek. “Ook veteraan 3?”, vraag ik. Die zijn voor alle duidelijkheid, tussen de 60 en de 70. “80, ik ben er 80”, is het antwoord. De muziek staat luid maar ik heb het goed verstaan. Eén keer per week trekt mijn toevallige gesprekspartner de sloffen aan voor een oefenloopje. Hij pikt ook nog graag een wedstrijd mee in zijn buurt. Voor enkele weken heeft hij de zware en warme Jogging de Verviers tot een goed einde gebracht. En hier laat hij nog 100 deelnemers achter zich. Louis Schmetz van Thimister, zoek maar op.
In de Salle des Combattants waar we ons inschrijven bestudeert Nicolas Bynens het parcours. “Aan het kijken waar je me gaat lossen?” plaag ik de 60-plusser uit Juprelle. Ikzelf verlaat mij op het hoogteprofiel in Openrunner. We zouden hier een nagenoeg vlakke wedstrijd voor de voeten krijgen. Na de uitleg van de speaker voor de start moet ik mijn verwachtingen wat bijstellen. Cornesse 1 Het moeilijkste deel van het parcours situeert zich een dikke kilometer voor het einde. Er zit ook een portie onverhard in, heb ik vastgesteld bij het inlopen. Om tien over zeven zijn we er klaar voor. Maar de wedstrijdleiding nog niet. Er zijn zich nog altijd lopers aan het inschrijven en er wordt ons nog even geduld gevraagd. Ik hoor het verhaal van de omroeper wel drie keer. “Encore quelques petites minutes, on attend le signal de l’informaticien”. De lopers worden ongeduldig door het lange wachten en dringen almaar meer naar voren. Ik ben intussen ook opgeschoven vanonder het grote tentzeil waar het vrij drukkend is en krijg nu wat meer adem in open lucht. Ze hoeven zich hier niet echt te haasten, de wedstrijd zelf is nauwelijks acht kilometer lang. We zullen dus wel voor het donker binnen zijn.
Het stilstaand wachten heeft zoals gevreesd een verwoestend effect op mijn benen. Ik heb enkele honderden meters nodig om in mijn ritme te komen. Dan hebben we de eerste bocht al genomen en drie grote zandzakken ontweken. Die liggen daar als obstakel tegen eventueel verkeer van een verstrooide autobestuurder. En omdat de firma in bouwmaterialen die de “big bags” heeft aangevoerd zo haar naam kan tonen aan het aanstormend peloton. We maken eerst een galarondje van 700 meter om tussen het frietkraam en de kermisattracties en door de tent te passeren. Bij de eerste zachte klim naar het dorp heb ik het gevoel dat de zon al wat aan hevigheid heeft ingeboet. Maar – zo zal ik later merken – is dat vooral te danken aan de lichte wind die voor enige verkoeling zorgt. We draaien in westelijke richting. Ik volg met de ogen het geschuifel in de eerste kilometer. Iedereen zoekt zijn plaatsje in het peloton. Een ongeduldige jongeman snijdt met een diagonale beweging de weg voor me af. Enkele lopers zijn onderweg met een flesje drank. Zij nemen hun voorzorgen, zelfs in een korte loop als deze. Een andere collega heeft, ook bij dit weer, zijn driekwartbroek uit de kast gehaald of die daar nog niet opgeborgen. We lopen tussen de weiden op een van die smalle asfaltwegen die de charme van de wedstrijden rond Verviers uitmaken. Het zijn mijn lievelingswegen waarop ik voorlopig een mooi tempo kan aanhouden, ook al blijft het een kilometer of twee licht omhoog gaan. Hier zal ik ook mijn beste kilometertijden laten optekenen. Bij gebrek aan mij bekende veteranen 3 richt ik mij op een opvallende figuur voor me. Daar is de juffrouw die daarnet sprintjes aan het trekken was onder de tent. En daar is ook veteraan 4, Helmut Weynand. De juffrouw haal ik snel in, nog voor we een korte maar hevige afdaling van 200 meter aansnijden. Hier ben ik precies nog geweest. Dat moet dan in 2015 geweest zijn in de andere loop in Cornesse. Rechtsaf nu. een pad in. Het is smal, moeilijk beloopbaar en… warm. De hitte valt plots op ons, nu we de wind in de rug hebben. Ik zit gevangen in de rij lopers en loop ik in een ongemakkelijke schuine houding om stenen en geulen tijdig op te merken. We moeten ook weer de hoogte goedmaken die we daarnet verloren hebben. De kilometertijd gaat met een ruk naar beneden. Na een kort intermezzo op het asfalt draaien we een stenige maar wat bredere veldweg op. Ik ben wat dichter bij Helmut gekomen maar de oude rakker (met respect gezegd) neemt weer wat voorsprong zodra de weg weer licht daalt. Ik draai nu goed rond – 4’30” op de vlakke stukken- en nader weer op Helmut. Km 4,4: de bevoorrading komt eraan, dit keer een model in het genre. Tafels links en rechts van de weg, in een bocht waar we sowieso de snelheid moeten milderen. En met voldoende bevoorraders die hun job kennen. Water over het hoofd, kleine slok. Dat gaat wat sneller dan bij Helmut. Hij zal niet meer terugkomen maar verliest in de volgende kilometers slechts luttele seconden. We komen weer even tussen de huizen. Ik krijg nog aanmoedigingen van een man in blauw shirt, een vertrouwd gezicht, onbekende naam . Hij gaat me voorbij, stopt even verder in een bocht om een slok bier te dronken bij zijn fans en loopt me een honderd meter opnieuw voorbij. We zijn intussen al een stuk voorbij halfweg. Dat moet daar Roger Dosseray zijn. De schouders hoog opgetrokken, de ellebogen uit elkaar. Zijn magere benen zijn flink gebruind, heb ik voor de start gezien. Ik haal hem in op een dalende strook. “Vorig jaar liepen we zo” hijgt Roger, terwijl hij naar de weg wijst. Ik weet het niet Roger, denk ik, en ik wil mijn energie sparen onder de brandende zon.
Gelukkig krijgen we even verder weer wat schaduw. We draaien een bredere veldweg in die weldra zal versmallen tot een eng pad. Dit laatste stuk heb ik verkend, hier zal ik niet meer voor verrassingen komen te staan. Het is een mooi pad om in je eentje en op je gemakje te lopen maar hier een wedstrijdtempo aanhouden is te veel gevraagd voor mijn stramme spieren. De kilometertijden donderen weer naar beneden. De moeilijkste brok krijgen we na 6,5 km. Ik ben in het spoor gekomen van Béa. Ze wordt op sleeptouw genomen door een oudere begeleider. Haar trainer? Béa is Béa Kevelaer, de trainer is Michel Gomzé. Ik ga haar voorbij voor we het steilste stuk opdraaien, een smal en hobbelig donker pad tussen de bomen. Michel deelt kwistig aanwijzingen uit, “kleine pasjes”, “toon je karakter”. Ik ben even op stapmodus overgeschakeld maar zie Béa toch niet voorbijkomen. Meer nog, ze verliest in de laatste 1,2 km zo’n 40 seconden. Er is nog werk aan de winkel voor de coach. Ik vraag me trouwens af of die peptalk helpt. Mij zou het vooral irriteren.
In dit tweede deel van de wedstijd protesteert mijn maag ook als ik wil versnellen op de beter beloopbare stukken. Is het de warmte of gewoon het signaal dat ik aan mijn limiet zit? Een jongeman met iphone op de arm (kan ook een samsung zijn) haalt me nu al voor de tweede keer in, telkens als de weg stijgt. We komen weer op de rijweg naar het centrum. Het blijft nog even klimmen. Langs het voetbalveld. Waar is de jongeman met de iphone? Ik zie hem niet meer voor me. Ik heb hem blijkbaar gelost op het vlakke. We lopen nu tussen de supporters. Hier en daar hebben de bewoners zich buiten aan een tafeltje geïnstalleerd om de gebeurtenissen vanop hun plooistoeltje gade te slaan. Ik verlies nog enkele plaatsen op de rechte strook van 400 meter door het dorp. Ik kijk uit of we nog niet rechtsaf moeten slaan. Maar er volgt nog eerst een bocht. Daar is het. Een smalle doorsteek, drie meter lang. De voorbereiding is het halve werk. Ik weet dus dat ik hier links moet houden om niet tegen een afsluiting te botsen. Alweer een fractie van een seconde gewonnen. We lopen een fraaie verkaveling in. De mensen zijn uit hun huizen gekomen om ons aan te moedigen in de laatste halve kilometer. Ik zie Nicolas Bynens de laatste rechte lijn naar de finish opdraaien. Te laat om hem nog bij de lurven te vatten. Ik zet de eindspurt in te midden van de kermispret. Op een twintigtal meter achter me hoor ik een achtervolger naderen. Maar waar is hier precies de streep? Een boog heb ik evenmin gezien bij het vertrek. Het is blijkbaar verder dan de tent. Daar troept een kladje lopers samen. Ik sluit aan bij de wachtenden voor me. De tijdsopname is elektronisch, de plaatsregistratie gebeurt kennelijk manueel. Mijn achtervolger – senior Jérôme Leduc – is tot het einde doorgegaan en komt met grote snelheid op het groepje ingelopen. Hij wringt zich voor me. Met een armbeweging zet ik hem weer op zijn plaats, dat is achter mij. “Jij begint Sagan-trekjes te vertonen” grinnikt Marie-Paule. “Het was tijd dat ik aan de streep was” knipoogt Nicolas als hij me opmerkt. Ik ben ook blij dat het weer achter de rug is. Als het parcours eens wat milder is, haalt de zon weer uit. En zo jakkert een (lopende) mens zich altijd af.
Na de wedstrijd ontrolt zich het gebruikelijke scenario. Met toch één wijziging: vanavond geen pain-saucisse maar een hotdog. De drankbonnetjes zijn op, we vertrekken naar huis. Die verplaatsingen verlopen ook altijd volgens hetzelfde stramien. In het komen erger ik mij over de bizarre routekeuze van de GPS. Op de terugweg moppert Marie-Paule over de “betere” keuze die ik maak. Via Pepinster rijden we door de Vesdervallei richting Luik. Dit is voor mij pure nostalgie op het parcours van mijn eerste en derde marathon. De herinnering blijft, de conditie van toen is geschiedenis. Nog enkele kilometers. Aan de Hallembaye liggen mijn trainingsroutes al in de duisternis…

(Foto 1 van Marie-Paule: samen met Nicolas Bynens voor de start. De lachende derde is Jean-Claude Odeurs, mede-organisator van de Challenge van de Provincie Luik.)

← Toon minder

Haneffe (CLAP)

vri 30/06/2017 19.30u * Haneffe (Cours la Province!) * 12,1 km * 00:58:53 * 12,3 * 67/145 * 4/14 * ♥♥♥

Ze vallen wel op in hun felrode tenue, de leden van de fanfare van Haneffe die voor de muzikale omlijsting zorgen op de jogging vanavond. Maar het is vooral de naam op hun vest die me intrigeert : “Royal Guidon Hesbignon”, Koninklijk Haspengouws Stuur. Een wielerploeg, zou je dan denken. Maar het is een fanfare… op de fiets. Hoe spelen ze dat klaar? Op foto’s zie ik dat de speler vanachter op een tandem zit. Hij kan zijn deuntje blazen terwijl de man op de eerste fiets trapt en stuurt. Vanavond spelen ze staand, aan het vertrek of in de grote tent op het dorpsplein. Want het is kermis hier op het Haspengouwse platteland, even ten zuiden van Waremme.

Lees verder →

Ik ben al vaker in Haneffe geweest, ook al omdat hier jaarlijks twee lopen worden georganiseerd, een in de zomer en een in de winter, vaak de laatste wedstrijd van het kalenderjaar. De zomerloop is het geesteskind van Pierre Olivier, de man achter de challenge Cours la Province!. (Er staat geen leesteken te veel, het uitroepteken hoort bij de naam.) Vroeger maakte de loop deel uit van de Challenge hesbignon. Maar daar staan ze op de exclusiviteit van hun wedstrijden en zo is deze loop van de Hesbignon-kalender geschrapt.
Aan de inschrijvingstafels zit heel wat bekend volk. Jos Biets en zijn collega Joseph Royer, de twee onafscheidelijken van de… Hesbignon. Patrick Renard en Fabienne. Marguerite Olivier, zus van (ook broer Philippe is ingeschakeld in de organisatie). En even verder… Kris en Maja. Zij delen t-shirts uit aan de jongste deelnemers. Maja heeft dan toch eindelijk wat rust ingelast om de blessure aan de adductoren te laten helen. Ze zal dus niet meelopen. Kris wel, maar hij zal zeker achter me eindigen – zegt hij – want hij heeft nog een 3000 meter van woensdagavond in de benen zitten. Dat is codetaal voor “maak je maar geen illusies, ik ga je ook vandaag kloppen”. Ze bereiden zich overigens voor op het Europees kampioenschap 5000 meter op de baan, in Denemarken. Excusez du peu…
Verandering van challenge of niet, het parcours is ongewijzigd. Zo ver ik dat nog kan beoordelen. De wintereditie loopt ook gedeeltelijk over dezelfde wegen, soms in tegengestelde richting. Ik heb bijzonder lang ingelopen. Minstens 4 kilometer en ik stel vast dat stukken van het parcours – dan nog de mooiste – uit mijn geheugen zijn gewist.
Haneffe is een typisch valleidorp dat zich langs een beek, de Yerne, uitstrekt tussen Harduémont en Donceel. Die namen zullen ook verder in mijn verslag voorkomen. De organisatoren hebben optimaal gebruik gemaakt van het natuurlijke reliëf en de kronkels in de bebouwing om een afwisselend en uitdagend parcours uit te tekenen. Dat meteen ook het tracé met de banale en de onaangename rechte betonwegen uit het dorpscentrum breekt.
Aangevuurd door de fanfare trekt het relatief kleine peloton zich om halfacht op gang. Bij de vertrekkers is ook voor het eerst dit jaar Etienne Vanderschelden. Zijn taak in het Hesbignon-organisatieteam en een voorzichtige opbouw na een heupoperatie hebben hem lange tijd langs de kant gehouden. Domenico Di Vito en Roland Vandenborne zijn zoals verwacht de sterksten bij de veteranen 3. Er zijn overigens 5 Vlamingen bij de eerste 6 in onze leeftijdsklasse. Na de eerste bocht en een smalle doorgang langs een dranghekken is er meteen ruimte om een geschikt plaatsje te zoeken in de loperssliert. Maar dat geldt ook voor mijn collega’s die me in trosjes voorbijlopen. We zijn al onmiddellijk in Donceel, dat overigens zijn naam heeft gegeven aan de fusiegemeente. Na een kleine kilometer worden we een donker pad opgestuurd. Dat blijkt de rand te zijn van een park waar we 4 kilometer verder weer doorkomen, maar dan aan de andere kant. We worden hier op een rij gedwongen. Ik moet mijn zwakker wordende ogen forceren om boomwortels en oneffenheden tijdig op te merken. Nu, vorige zondag was het een stuk erger… en na 400 meter – die langer lijken – komen we in het zonlicht. Ik schuif een aantal plaatsjes op en passeer onder meer Dominique Bertrand, nog een “régional de l’étape”. “Ingehouden voor zondag” – verklaart Dominique achteraf zijn matig tempo. Ik vermoedde het al, dan is er een Hesbignonloop in Thisnes. Op dit mooie stuk langs het open veld aan onze rechterzijde haal ik een gemiddelde van rond de 4’30”. Het is geen toeval dat ik meteen een voor mijn normen stevig tempo aanhoud en gekozen heb voor een extra lange opwarming. Ik wil de herinnering aan mijn belabberde training van woensdagavond uit mijn geest en lijf bannen. Na afloop zal moeten blijken of ik de juiste tactische keuze heb gemaakt. Na 2,5 km zijn we in het dorp Limont. Niet dat je zoiets opmerkt. Door de kriskrasbebouwing loopt het ene dorp in het andere over. Ik zie een loper in tegenovergestelde richting naderen. We zijn dus aan de rechthoekige lus gekomen – vergeef me deze geometrische draak – die in mijn geheugen is blijven plakken. De eenzame jongeman die me met krachtige tred tegemoet loopt tempert mijn eigendunk over een goed tempo. Die eigendunk wordt echter 700 meter verder, op het einde van genoemde rechthoek, weer opgekrikt als ik vaststel dat ik zelf hele drommen collega’s een flink eind heb achtergelaten. Om mijn plaats beter te situeren: in de uitslag haal ik nog net de eerste helft.
We lopen op een bochtige weg terug naar Donceel, dat is richting aankomst. Mijn tempo stokt, is het de eerste verzwakking na een degelijk begin of zuigt het beton meer kracht uit mijn benen? Dit deel ligt me niet echt, al heb ik wel daarnet het genoegen gesmaakt Richard Driesen in te halen. Na 4,2 kilometer komen we op de rechte betonweg die naar Donceel en van daaruit naar Haneffe leidt. Ik kan me lichtjes herpakken maar moet wel dulden dat Michel Bielen en een collega me passeren. Michel heeft de voorkeur gegeven aan een voorzichtige start, ik ben hem zelf in de aanvangsfase voorbijgegaan. Voor de “rechtdoor”-saaiheid toeslaat mogen we rechts inslaan. Ik loop nu alleen en kan in stilte genieten van het park en de historische hoeve waar we worden doorgestuurd. Een haakse bocht brengt ons weer op de rechte weg van daarnet. We worden snel naar rechts afgeleid, naar een smalle weg in asfalt. Die loopt al lichtjes omhoog. Na 200 meter gaat de klim gaat verder op gras. Ik moet harken om een zweem van snelheid te bewaren. Na 200 meter tussen het groen waar de zon niet kan doordringen, komen we uit op de Thier du Renard, een betonnen weg boven het dorp in het veld. De brede weg blijft tot halverwege omhooggaan. Hier had ik wel het gezelschap van een groepje op prijs gesteld. Ik moet nu alleen de kloof proberen te dichten op Anne Kerens. Zij is de enige die ik herken in het kladje lopers voor me. Het trainingsmaatje van Noël Heptia heb ik op een blauwe maandag (eigenlijk een zondag) kunnen kloppen. Ik heb hier wel een lichte “up” (in een wedstrijd met nogal wat lichte ups en downs zal ik achteraf concluderen). We draaien rechtsaf richting dorp – dat is intussen Haneffe zelf – op een aangename dalende strook tussen de bomen. Haneffe 1 Ik snel voorbij een lang opgeschoten dame – opzoekingswerk levert de naam Catherine Pirard op – maar de andere lopers in mijn gezichtsveld blijven buiten bereik. De stilte van de Haspengouwse akkers maakt plaats voor het kermisgedreun op het dorpsplein. Ik hoor een mannelijke stem ons met veel moeite de richting voor de lange en de korte wedstrijd toeschreeuwen. Maar hij heeft zijn standplaats wel heel slecht uitgekozen. Ik volg maar de grootste groep lopers voor me. Met een bord had hij zijn stembanden kunnen sparen. De weg van de 6 km-loop is dan nog versperd door fout geparkeerde auto’s. Een werkpunt voor de organisatie. In de kakofonie bij de wegsplitsing hoor ik ook mijn naam roepen. Dat moet Maja zijn.
Maar waar is Kris? Ik heb daarnet bij de bocht op de Thier du Renard even achterom gekeken maar zag het zwart-bruine Alkense shirt alvast niet in de 75 meter achter me. Die moet ver voor me uit lopen, anders had hij mij al lang ingerekend. Ik ben blij dat we na 300 meter bevrijd worden van de dorpsstraat in bijwijlen verhakkeld beton. Van hieruit heb ik verkend, ook de mooie asfaltweg, de Rue Nou-Route. (Is dat geen pleonasme?) Maar na 200 meter buigen we alweer rechtsaf om via een korte afdaling weer op de betonweg van daarnet uit te komen. Er zit systeem in de kronkels van deze 8 mijl. Want de officiële naam van deze wedstrijd is de “8 miles de l’Yerne”. Die 8 mijl, een fractie meer dan 12.800 meter, halen we bijlange niet. Dat van de Yerne klopt wel. Maar daarover dadelijk meer. Ik heb daarnet bij de opwarming toch niet helemaal het officiële parcours gevolgd want plots zie ik Didier Delbovier een honderd meter hoger opduiken en de andere richting uitlopen. Die heeft zo’n 600 meter voorsprong, reken ik later uit. Daarmee kan je hier op plaats 26 uitkomen. Ik zet mijn weg verder op de Rue Puits du Moulin. Mooie naam, rotweg. Maar zoals gezegd, de parcoursbouwers zijn vindingrijk en dus hebben ze een smalle strook onverhard voor ons in petto. Wel even links afslaan. Ik blijf intussen hangen op een twintigtal meters van de lopers voor me. Achter me is er weinig beweging… tot ik plots een stampend geluid hoor. Het zijn de voetstappen van… Kris Govaerts. Dus toch achter mij. Die moet echt een spurt hebben ingezet, zo snel is hij genaderd. Het is hier smal en mijn achtervolger moet al een manoeuvre uitvoeren om me voorbij te gaan. “Opzij gaan of niet” is nu de vraag. Ik blijf voorop lopen op het gevaar af dat ik de Truienaar enkele seconden ophoud. Ik ga hem toch geen cadeautje gunnen tijdens de wedstrijd. Hij krijgt al complimenten genoeg in mijn verslagen. Na 200 meter en een bocht naar rechts (die waar ik daarnet Didier Delbovier zag draaien) is de weg vrij. Dat is een helling van 300 meter. Het zweet spat van Kris zijn hoofd terwijl hij met kleine maar snelle stapjes mij en ook enkele lopers voor me achterlaat. Ik zelf kom ook wat korter op de verspreide lopers voor me. Ik moet wel mijn energievoorraad nauwgezet in het oog houden om niet stil te vallen. Recupereren op dit parcours is al even moeilijk als tuba spelen op een fiets. In het gehucht Harduémont is het fijn lopen. De weg daalt lichtjes, hier en daar zit er wel een bultje in. Aan km 8,7 bij een kruising staat een loper stil die mij eerder was opgevallen vanwege zijn fluogele stretchkousen. Zijn maatje wacht op hem. Krampen? Ik zou het niet weten want ik blijf niet wachten. Weer twee plaatsen gewonnen. Op de ruilverkavelingsweg die naar een nieuwe strook onverhard leidt geraak ik niet onder de 4’40”. Haneffe 2 De Limousin-koeien hebben zich van het midden van de weide naar de rand van de betonweg verplaatst, stel ik vast. Ze zien dus niet wat ik wel zie. Kris blijft doorduwen en het lijkt alsof Anne ook het tempo opdrijft. Dat klopt, bevestigt ze mij na de wedstrijd. We volgen nu even de loop van de Yerne. Dat is een bijriviertje van de Jeker. (Hopelijk nuttige informatie voor de kwissers onder mijn lezers. En die zijn er.) Een bruggetje aan km 9,6 brengt ons aan de andere oever van de Yerne. Hoewel de benaming “oever” misschien te veel eer is voor een beekje dat maar een meter breed is. We blijven een smal pad volgen tussen de akkers links en de weiden aan de kant van het dorp. Na 10 km krijgen we weer asfalt onder de voeten. En word ik ingehaald door een groepje onder wie de gele fluoman en zijn maat. Ik ben mijn twee gewonnen plaatsen alweer kwijt. We hebben nog 200 meter vlak te goed in een woonstraat. Maar we worden opnieuw het dorp uitgestuurd. Kris en Anne zijn definitief buiten schot. Voorsprong aan de streep: respectievelijk 1’30” en 30″. Er wacht nog een flinke uitsmijter met een klim van 1 kilometer. Het eerste deel is het steilste met een korte piek van 4%. Stilvallen doe ik niet maar meer dan overleven zit er niet meer in. Een jongeman die plots uit de achtergrond opduikt wil ook aan de rechterkant omhoog waar ik mijn inspanning lever. Ik moet even inhouden en ben dubbel geïrriteerd als hij bij de linkerbocht boven – we zijn even voorbij de helft – plots stopt en achterblijft.
Na een honderdtal meter vlak volgt een nieuwe bult. Is het hier niet dat Armand Pirotte mij in 2014 inhaalde? Ik wil deze keer revanche nemen door de “gele” man die al de hele wedstrijd met een kleine voorsprong voor me uit loopt eindelijk voorbij te steken. Dat lukt, in twee keer, zuiver op karakter. Maar dat heeft mijn concurrent ook en hij neemt weer de leiding. In de afdaling naar Haneffe kan ik weer wat tempo maken en geraak ik opnieuw in het spoor van de gele man. Maar die heeft nog een versnelling in huis en slaat me weer terug. Er ligt nog wat bochtenwerk te wachten, weet ik van mijn verkenning. We slaan af op een grindweg met gaten om de Ferme Schalenbourg te bereiken. Ze staan daar zelfs klaar met péket. Maar dat weet ik alleen van Marie-Paule. Die heeft nog tal van andere weetjes over de boerderij. De bevoorrading met sterke drank heb ik niet opgemerkt, ik ben alleen geconcentreerd op plaatsbehoud. Zonder succes want in de schaapstal – nog zo’n fantasietje in het parcours – loopt mij een duo voorbij. Het is nog even opletten om niet weg te glijden op de hobbelige hoeveweide. Eric Martin heeft wat gas teruggenomen in het laatste deel en eindigt vijf plaatsen voor me. In de laatste honderd meter op asfalt kan ik Catherine Pirard, de dame van de zesde kilometer, nog net achter me houden. Ik blijf ruim onder het uur en haal dus mijn bescheiden doelstelling. Ik heb voor mezelf bewezen dat ik nog kan afzien. De training van woensdagavond is alleen nog een nare herinnering.
Aan de Limburgse tafel onder de feesttent belonen we onszelf met een frietje. Domenico Di Vito laat zich uitbundig fêteren met zijn eerste plaats bij de veteranen 3. De geluksvogels onder ons trekken nog met een tombolaprijs naar huis. Weldra daalt de rust weer neer in Haneffe… tot morgen. Dan gaat de kermis verder.

(Foto 1 van een onbekende bron: Domenico Di Vito poseert met zijn prijs als winnaar in de V3-klasse.
Foto 2 van Marie-Paule: Nu eens geen lopers maar schaapjes voor de lens.)

← Toon minder

Deigné (CJPL)

zat 25/06/2017 11.15u * Deigné (Challenge Province de Liège) * 8,4 km * 00:42:53 * 11,7 * 28/61 * 3/6 * ♥♥♥

Het bestaat dus, een loopwedstrijd in Luik met weinig deelnemers. Vanochtend in Deigné. Waar dat is, vertel ik dadelijk. “Nooit een wedstrijd gelopen met zo weinig volk aan de start” zegt Servais Halders. Ik wel, in Valmeer bijvoorbeeld, voor de Champignonloop werd opgenomen in de Victors Cup. Voor Servais maakt het niet veel uit, een handjevol deelnemers of een massa, hij wint toch. Voor mij des te meer: als er maar zes veteranen 3 opdagen, is de kans al groter dat je een prijsje wegkaapt. Ik heb, achteraf gezien, dus een goede tactische keuze gemaakt toen ik dit weekend koos voor deze relatief nieuwe manche van de Challenge van de Provincie Luik. Deigné 1 Niet dat ik een podiumplaats voor ogen had toen ik mijn agenda vastlegde. Maar het onbekende parcours en de aanwezigheid van enkele loopvrienden lokten me naar de Ardennen.

Lees verder →


De start en aankomst liggen aan de molen en de visvijver van het piepkleine en fraai gelegen gehucht Rouge-Thier. Dat hoort bij Aywaille. Een deel van het bewoonde deel van het parcours loopt door Adzeux, een gehucht van Sprimont. Vraag me niet op welk grondgebied de boswegen liggen die we gedurende 6 km voor de voeten krijgen. In Rouge-Thier bevindt zich ook een camping. Wat een idyllisch oord had kunnen zijn is helaas grotendeels verloederd. Te mijden, stelt Marie-Paule vast na een korte wandeling. Gelukkig ontdekt ze in de andere richting een pareltje van de Ardennen, het dorpje Deigné. Ik verken uitgebreid de eerste en laatste kilometers van de ronde. Jo Vrancken, Kris Pipeleers en Servais Halders beperken zich tot wat lusjes in de buurt van de vijver. Ik bereid me voor als een prof, zij als amateurs. In de wedstrijd zijn de rollen omgekeerd.
We verlaten Rouge-Thier in de richting Deigné maar worden na een lekker lopende eerste kilometer links op gestuurd. In het groen keren we terug ter hoogte van het vertrek. Veteraan 2 Georges D’hoey is me op het vlakke voorbijgegaan, veteraan 3 Richard Mathot loopt even verder voor me uit. De eerste lopers verdwijnen snel uit mijn zicht, achter hun is het peloton al flink uitgerekt. Dat is altijd het geval maar hier vraag ik me wat bangelijk af of ik al niet in de achterste regionen ben beland. Vanaf km 2, bij een achterwaartse bocht naar rechts, ligt mijn positie al zo goed als vast. Achteraf blijkt dat ik toch nog de eerste helft van het deelnemersveld haal. We beginnen nu aan een lus van 6 km in het bos. Het hoogteprofiel op Openrunner en de informatie van Servais en organisator Pascal Julin laten er geen twijfel over bestaan: er ligt hier een stevige kuitenbijter te wachten. Mijn bioritme is wat van slag na een aantal korte nachten en dus schakel ik over op slow-running. Benen en adem sparen, snelwandelen op de steilste stukken. Georges blijft in loopmodus, toch kan ik hem makkelijk volgen. Richard verliest gewoontegetrouw snel tempo op de helling. Bij de tweede steile puist ga ik hem voorbij. “Dit lukt echt niet meer” hoor ik hem hijgen. Kilometer 3 in 6’50”. Georges neemt wat afstand in de laatste klimmende meters. De bosweg is nu vlak maar bezaaid met kuilen, plassen en boomwortels. Dat zijn niet mijn geliefkoosde paden maar ik val hier niet uit de toon. Achter ons gaapt een leegte. Richard glipt na enkele honderden meters weer voorbij maar ik kan zelf een jongeman achter me laten. Voor me zie ik een hele tijd drie bekenden: Richard, Georges en veteraan 2 Jean-Luc Letellier. Ik waag me aan een pronostiek voor het tweede deel van de loop dat grotendeels vlak en dalend is. Ik verwacht dat ik Jean-Luc nog kan inhalen, schat mijn kansen om Georges te kloppen op fifty-fifty maar verwacht dat het tweede deel in het voordeel is van Richard. Lees verder of mijn kansberekening klopt. We zien de bevoorradingspost van ver liggen op het einde van een open en met steengruis bedekt pad dat weer flink klimt. Ik haal Richard weer in en neem zelfs snel afstand van mijn lange categoriegenoot. Die laatste klimmende strook bevalt me uitstekend.
We zijn nu vier kilometer ver. Ik kijk uit naar het tweede deel van de wedstrijd. Zei Pascal Julin niet bij het vertrek dat vanaf de bevoorrading het alleen nog vlak en dalend zou zijn? En ik heb er nog wel zin. Ik heb mijn benen gespaard op de klim. Servais is daar fanatieker naar boven gegaan. Onze subjectieve klimpercentages liggen wel flink uit elkaar. Onze eindtijden ook. Er wachten 1,7 km rechtdoor in het bos. Vlak, op een smal pad. In het eerste deel valt de ondergrond nog mee, weinig putten en wortels. Helaas wordt het pad, of het spoor eigenlijk, alsmaar moeilijker beloopbaar. Na een tijdje hoor ik voetstappen naderen. Deigné 2 Richard is weer op komst. Hij heeft er nog vrij lang over gedaan. Als hij me bijhaalt maak ik onmiddellijk plaats om hem door te laten. Achter zijn rug kan ik mijn eigen spoor kiezen, niet opgejaagd door een snellere achtervolger. Achter ons is geen loper meer te bespeuren. Voor me spelen Jean-Luc en Georges enkele keren haasje-over. Uiteindelijk houdt Jean-Luc de bovenhand. Zij lopen alle twee van mij weg in een groepje met nog drie andere lopers. Mijn pronostiek blijkt dus te optimistisch te zijn geweest.
Na 5,7 km maakt een hoek van 90 graden een einde aan de rechte lijn door het bos. Lopen is ook een beetje meetkunde. We draaien nu een breder pad op in gruis en hier en daar een flard asfalt. Zo heb ik het graag. Maar ik zal nu wel mijn turbo moeten inschakelen om nog een plaatsje te winnen. Mijn model is echter hopeloos verouderd en dus blijf ik hangen op een vijfentwintigtal meter van mijn Luikse opponent. Ik sla de laatste bevoorrading over. Pascal heeft gezorgd voor een bijkomende ravitailleringspost, waarschijnlijk uit voorzorg na de hittegolf van de voorbije dagen. Maar vandaag is het uitstekend loopweer. Ik laveer van links naar rechts om de keien te ontwijken die hier en daar op de weg liggen. Eindelijk kan ik nog eens genieten van een tempo onder de 4’30”. Richard is er toch niet heel gerust in. Ik zie hem enkele keren achteruit gluren. We komen nu tussen de weiden. Dit is bekend terrein… sinds mijn verkenning een uurtje geleden. Ik geraak zowaar onder de 4′. Een lachertje voor de jongens en meisjes in de voorste gelederen, een opsteker voor een oude krasselaar als ik. Ik zie de signaleur voor me met het ronde bordje strak naar links gericht. Ik scheur door de scherpe bocht. Wellicht maak ik geen indruk op de enkele fans die hier wachten op hun idool, mij geeft deze afdaling wel een kick. Ik schakel nog een versnelling hoger op de rijweg waar er overigens nauwelijks autoverkeer is. Jammer dat de weg fel naar rechts afhelt en het moeilijk maakt een soepele tred (als ik die al zou hebben) aan te houden. Ik maak wel enkele meters goed op Richard maar die heeft nog genoeg in de tank om zijn geslonken voorsprong te behouden. Nog enkele bochten aan de rand van de camping en we overschrijden de finish onder het goedkeurend oog van Jean-Claude Odeurs. Ik geniet nog even na van de leuke afdaling met Richard en Georges .
Op het terrasje naast de vijver is de sfeer uitstekend aan de Limburgse tafel. We vallen alle vier in de prijzen. Bij ons zit ook Serge Massin, de voorrijder op de fiets. Als security-man heeft hij heel wat F1-vedetten van nabij gekend. Nu zoekt hij graag het gezelschap op van de sterren van de loopwedstrijden…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Met de latere winnaar Jo Vrancken bij de inschrijving. Foto 2: Met een photoshop-truukje op een halve seconde van Servais. In werkelijkheid op 6 minuten.)

← Toon minder