Auteursarchief: willy

Slins (Challenge Cours la Province!)

zon 01/10/2017 10.30u * Slins (Cours la Province!) * 10,3 km * 00:49:40 * 12,4 * 31/130 * 4/14 * ♥♥♥

Het is fris en er waait een stevig windje op de hoogvlakte van Fexhe-Slins boven de Jekervallei vanochtend om halftien. Het sportcomplex van Slins gonst al van de bedrijvigheid, de traillopers maken zich klaar voor hun loop van 20 of 35 km. Ik hou het bescheiden vandaag met de jogging van 10 km. Het is een nieuwe loop, deel van de Zato’Belge, onder de koepel van de CLAP. Wat CLAP betekent, staat in de titel van dit verslag. De Zato slaat op de mythische Tsjechische afstandsloper Emil Zatopek. Nog niet mythisch, maar wel gevreesd is Jo Vrancken. Hij is hier ook, tot leedwezen van enkele andere jongens die hun kans op een overwinning in de Haspengouwse lucht zien verdampen. De Tongenaar laat er geen gras over groeien en vertrekt meteen solo. De tweede is ook een Limburger, Peter Withofs van Diepenbeek. Nogmaals pech voor diezelfde ambitieuze jongens. Er doet nog een tweede Tongenaar mee, of beter een ex-Tongenaar. Guido Proesmans woont al meer dan veertig jaar in Juprelle en was als schepen een van de initiatiefnemers van de bouw van de nieuwe sporthal. Hij vertelt het met de nodige trots en grote welsprekendheid in drie talen (Frans, Nederlands en Tongers) aan zijn tafelgenoten na de wedstrijd. Ik zit ook aan die tafel met enkele leeftijdsgenoten en de winnaar Jo Vrancken. Later schuiven ook de toppers van de trail Patrick Philippe en Geoffray Gillet mee aan.
Maar nu terug naar de wedstrijd. De parcourstekening op de overigens knappe website van de organisatie heeft me niet veel wijzer gemaakt. Gelukkig vult thuisloper Nicolas Bynens de summiere sitebeschrijving aan met de nodige details. Dat ik hier aan de start sta, is trouwens een gok… die verkeerd kan aflopen. De furieuze afdaling vorige zondag in de “Don Bosco” heeft me niet alleen een derde plaats opgeleverd maar ook een blessuurtje in de rechterbil. Het gevolg waarschijnlijk van de ongewoon hoge snelheid die mijn door de voorafgaande klimmeters al geteisterde benen moesten ontwikkelen. De pijn heeft me niet verhinderd om mijn doordeweekse trainingen af te werken, zij het nog voorzichtiger dan anders. Maar een zwaardere blessure ligt op de loer. Ik moet in de beginmeters dan ook meteen de voorzichtigheidsgrendel wegschuiven om mijn concurrenten net te ver laten weglopen. Bernard Marot haal ik snel in als we in de straten van Slins zijn. Ik loop in het spoor van Béatrice Kevelaer. Na 1 kilometer verlaten we de bebouwing en draaien de ruilverkavelingswegen in het open veld in. Hier heb ik een mooi uitzicht op de sliert lopers. Slins parcours Onvoorstelbaar hoe lang die sliert intussen is. Is dat Jo Vrancken daar in het rood in tweede stelling? Maar die is intussen al uit mijn gezichtsveld verdwenen, hij heeft de hele loop geen concurrent voor zich geduld. Ik kijk ook eens achterom en zie dat ik zelf een brede kloof heb geslagen met de laatste deelnemers. En dat na nauwelijks een kilometer. Ondanks het ongemak in de bil ben ik er fel ingevlogen. De tweede en de derde kilometer in 4’30”. Dat is zowat mijn top-kruissnelheid. Ik ben Béatrice op een kort bultje voorbijgegaan en heb even verder ook Christian Vandevenne ingehaald. Alleen Pasquale Ruberto behoudt nog een kleine voorsprong. Ook Christophe Caneve en Cristelle Lemay heb ik achter me gelaten. Het tempo op de licht dalende weg wordt plots afgeremd door een modderplas van zo’n 10 meter. Na enige aarzeling volg ik het voorbeeld van de lopers voor me en zoek rechts de hoger gelegen akker op om mijn voeten droog te houden. Béatrice loopt dwars door de poel en neemt zo meteen 10 meter voorsprong. We draaien nu linksaf een bosje in. Dit moet de poort zijn naar de “technische afdaling” die Nicolas Bynens heeft beschreven. “Technisch” staat voor mij voor “gevaarlijk”. Ze is overigens nog “technischer” dan ik al vreesde. Geulen, bulten, kleine keien en dikke stenen waarmee je een dinosaurus zou kunnen uitschakelen. Ik troost me met de gedachte dat we er na 400 meter vanaf zijn. Nicolas had de afstand gelukkig goed ingeschat. Pasquale, niet toevallig met mij de oudste in het gezelschap, doet het ook voorzichtig maar blijft me wel voor. De anderen die ik daarnet heb ingerekend gaan me allemaal weer voorbij. Plus Evelyne Cupers die opduikt vanuit de achtergrond. Aan km 3,8 valt al het werk dat ik in de voorbije kilometers heb opgeknapt weer te herdoen.
We komen uit langs de E313-autoweg voor de brug van Boirs. Hé, deze weg, een veldweg met keien en stenen, herken ik. Ik heb hier in het grijze verleden nog eens een wedstrijd betwist. Hoelang zou dat geleden zijn, vraag ik me telkens af als ik hier met de auto passeer, vaak op weg naar een of andere loop. Dit verslag is een goede aanleiding om dat eens op te zoeken. De tab “wedstrijden” op deze blog leert me dat het in 2001 moet geweest zijn. Maar was dat de wedtrijd met start in Slins, Visé of Heure-le-Romain? Ik moet u en vooral mezelf het antwoord schuldig blijven. Mijn documentatie uit die tijd was lang niet zo gedetailleerd als nu… Enfin, ik moet me reppen om mijn achterstand weer goed te maken. Béatrice heeft nu bijna 100 meter voorsprong. Met een fikse tempoversnelling haal ik Pasquale voor het eerst, Christian, Christophe en Christelle opnieuw in. Evelyne ga ik voorbij net voor we de nu weer stijgende asfaltweg overgaat in onverhard. We hebben net het mooiste stuk van het parcours achter de rug. Dat is de strook naar en onder de brug van de autosnelweg en het spoorviaduct. Zo voel ik het alleszins aan. Zou het toeval zijn dat ik net hier mijn sterkste fase ken, in de afdaling en de klim? We lopen evenwijdig met de autosnelweg, terug van Boirs naar Slins. De asfaltweg gaat na een kleine 5 km over in een pad bezaaid met keien. Een loper staat langs de weg te wachten (op zijn tweede adem?). Die zal hij nodig hebben in de volgende kilometers. Béatrice loopt nu voor me uit. Zij heeft wel wat van haar voorsprong ingeboet maar houdt toch nog een bonus van enkele tientallen meter over. Vlak achter me werkt Evelyne Cupers zich naar boven. En zo zit ik gesandwicht tussen twee vrouwelijke loopsters en wordt dit toch weer een verhaal met een sterke vrouwelijke aanwezigheid. De posities blijven een tijdje onveranderd. Voor me houdt Béatrice stand, achter me blijft Evelyne volgen. De klim lijkt eindeloos. Het uitzicht is wel wat veranderd, we lopen nu onder het bladerdek van een donker bos. Evelyne heeft dan toch moeten lossen. Ik probeer nu en dan het tempo wat op te trekken om wat sneller te naderen op mijn voorgangster. Mijn pijnlijke bil laat dat nog net toe. Maar het ongemak is duidelijk aanwezig, al vanaf de eerste kilometer. Hoe zou Jo Vrancken met zo’n parcours omgaan, bedenk ik, terwijl ik van links naar rechts laveer op zoek naar de minst onprettige loopstrook. Ik vraag het hem na de wedstrijd. Hij maakt een kapbeweging met verticale handpalm. “Rechtdoor”. Zo eenvoudig kan het leven zijn voor een winnaar. Het einde van de klim moet nu toch stilaan naderen. Alleen wordt het nu hoe langer hoe steiler, tot 5-6 %. Die stroken brengen we wel dicht bij mijn mikpunt. Helemaal ben ik er nog niet en ik hoed me voor een bruuske versnelling in de laatste hectometers, nu weer in het zonlicht.
Boven! Uiteindelijk hebben we meer dan 2,5 kilometer geklommen (vertelt mijn Garmin me achteraf). Ik kan de luttele meters achterstand op Béatrice goed maken op de vlakke Rue de Houtain. Voorbij geraak ik niet. Ze houdt het tempo strak en veel plaats om voorbij te steken heb ik evenmin. De zuidenwind speelt in het lint dat de loopweg afbakent en maakt de smalle wegstrook die we ter beschikking hebben nog smaller. Overigens merk ik nu pas de wind op. Die heeft ons vandaag, in tegenstelling tot wat we voor de wedstrijd dachten, alleszins niet dwarsgezeten. Zo’n vijftig meter voor ons loopt een duo in twee tinten rood. Vanaf kilometer 4 is er geen enkele loper me meer voorbijgegaan. Misschien kan ik er zelf nog eentje bij de lurven vatten? Slins parcours Aan km 7,6 verlaten we de rijweg en worden we een smal graspad ingestuurd. Op deze single track blijf ik noodgedwongen achter mijn gezellin en laat zelfs enkele meter spatie. Die ik achteraf op de verharde weg maar met moeite kan dichten. Het tempo rond de 4’30” brengt ons snel bij de zwakste van het duo voor ons, Yves Hanquet. We stuiven voorbij een bevoorradingspost die geen water aanbiedt “pas de l’eau”, blijkbaar voor de traillopers die nood hebben aan zwaarder spul. Terwijl ik me vastbijt in het spoor van mijn voorgangster reflecteer ik even over een regel van de Franse grammaire. Waarom “pas de l’eau” en niet “pas d’eau”? Daar weet ik het antwoord op. Maar ik prakkezeer me al sinds de eerste kilometer suf over de betekenis van de slogan op het blauwe shirt van Béatrice – Kevelaer is haar familienaam – “Tout en Kevelaer”. Kevelaer is een bedevaartsoord aan de Nederlandse-Duitse grens. Maar wat betekent het dan? Ik hoor het antwoord toevallig in de kleedruimte van mijn Franstalige collega’s die dat plaatsje in Duitsland zelfs niet kennen. Maar zij hebben wel oor voor de klankovereenkomst tussen Kevelaer en kevlar. Béatrice – de loopster alleszins – is gemaakt van het ijzersterke synthetische materiaal kevlar. Dat heb ik vandaag ondervonden. Ik probeer haar voorbij te gaan op een licht stijgende weg in beton. Geen denken aan, haar ademhaling verloopt wat stroever maar haar benen blijven energiek rondwentelen. De volgende blinde bocht naar rechts neemt ze zo scherp mogelijk om geen seconde te verliezen. Ik volg haar voorbeeld zo goed en zo kwaad als kan. We zijn in het centrum van Slins aan de kerk. Hoe lang is het nog? Ik heb niet de reflex (of de tijd?) om op mijn horloge te kijken en probeer me te oriënteren op mijn indrukken van de opwarming. Oei, dat is nog een flink stuk. Kan ik dit tempo volhouden? Ik zie achteraf dat we nog 1,3 km te gaan hebben. Op karakter kan ik dan toch weer de leiding nemen. Ik tuur in de verte naar de lopers voor me. Bijvoorbeeld naar het witte shirt van Guy Raes. Niet te zien. Hij blijkt ruim twee minuten voorsprong te hebben en eindigt vlak na Nicolas Bynens. Beiden hadden wel geen verhaal tegen Laurent Knapen die halfwedstrijd het hazenpad heeft gekozen. We zijn heel wat dichter gekomen bij veteraan 1 Fabrice Diet maar hij blijft uiteindelijk buiten schot. Ik kan de leiding houden in de laatste strook onverhard. De koe met de roze uier in de wei rechts (neen, ik heb geen hallucinaties) is gaan liggen. De laatste bocht komt eraan. Voor Béatrice het sein een versnelling te plaatsen. Die mij onmiddellijk enkele meter achteruitslaat. Een pijnscheut in de bil maant me tot inbinden. Béatrice spurt nog een voorsprong van 10 seconden bij elkaar, aangevuurd door de”Allez maman”-kreten van haar twee zoontjes. Manlief staat aan de finish met de camera om de laatste meters voor de eeuwigheid te bewaren. Mijn tegenstand(st)er van de dag eindigt als derde dame algemeen en eerste aînée 1 (veertig plus). Ik kom uit op een mooie plaats in de algemene rangschikking en bezet in mijn categorie de hoogst haalbare positie. Maar de tevredenheid over mijn loop wordt toch wel overschaduwd door het bange vooruitzicht voor de volgende weken. Zal de blessure me lange of korte tijd uit de roulatie houden? U zal het lezen in de volgende dagen of weken. Stay tuned!

Liège-Laveu Don Bosco (CJPL)

zon 24/09/2017 10u * Liège-Laveu Don Bosco (Challenge Province de Liège) * 10,6 km * 00:51:47 * 12,2 * 53/199 * 3/18 * ♥♥♥♥

Het is negen uur. De nevel boven Luik begint op te trekken. Het is wel nog fris maar de zon is al van de partij als we de parking van de Don Bosco-school binnenrijden. We zijn hier in de wijk Laveu, achter het Guillemins-station. Voor een CJPL-loop op een zwaar golvend stadsparcours. De organisatoren maken het zich niet gemakkelijk met een grote ronde in een dichtbevolkt gebied. Ze hebben wel heel wat steun van de politie die ik tijdens mijn opwarming in de weer zie voor onze veiligheid tijdens de wedstrijd.
Ik vertrek in het gezelschap van Willy Hertogen. De eerste 800 meter zetten al meteen de toon voor het hele parcours: een afdaling en een klim. Vlakke meters zoek je hier vergeefs. Ik heb een redelijke kennis van wat er nog zal volgen, van mijn vorige deelname en de wedstrijd in Cointe die gedeeltelijk hetzelfde parcours neemt, zij het voor een stuk in omkeerde richting. Willy is snel achtergebleven maar zal de weg wel niet kwijtraken.Don Bosco 1 Hij heeft hier nog geen enkele editie gemist. Een Riemstenaar achter me, een andere voor me, Claude Herzet. Hij heeft het wel moeilijk op de helling maar neemt op een dalende strook van 800 meter weer wat meer afstand. De grote gestalte van Eric Martin is dan al een kleinere stip geworden. Een fluo-dame (Josiane Simons?) is me op de klim al snel voorbijgegaan. De snipverkouden Françoise Piscart heb ik al achter me gelaten. Dat zijn meteen de enige dames die ik in deze loop in mijn omgeving heb opgemerkt. Het verslag zal dit keer exclusief door mannen worden opgeëist. We zijn intussen 2 kilometer ver, op de Rue Henri Maus. Zonder die straat zou ik nooit van de man hebben gehoord. Zijn prestaties verdienen ook of vooral uw aandacht. Tik zijn naam maar eens in. Enfin, we zijn weer aan het klimmen. En nu wordt het echt menens. Een klim van in totaal 2 kilometer, enkele meters vlak inbegrepen, eerst op het asfalt tussen de huizen, daarna via twee haarspeldbochten op kasseien, naar de Boulevard Kleyer waar het lichtjes blijft omhoog gaan. Ik blijf in de derde kilometer net onder de 6 minuten. Dat vind ik met een stijgingsgraad tussen de 5 en de 7% verdienstelijk. Genoeg om Claude voorbij te gaan op de laatste meters kassei. Na 3, 7 kilometer is de zwaarste klim van de loop achter de rug. Bergaf! Is dit nu Saint-Nicolas of Cointe? Hoe dan ook, we lopen hier plots tussen het groen en even verder met een machtig uitzicht op de industriële Maasvallei. De eerste bevoorrading heb ik overgeslagen. Zo win ik weer een paar seconden. Niet genoeg om Claude Herzet achter me te houden die me in zijn vloeiende stijl voorbij zoeft. Op het volgende korte knikje omhoog blijft zijn tred even soepel… maar minder krachtig en haal ik hem weer bij. Ik hier loop hier onder meer in het gezelschap van een Seraing Runner. Is dit André Piron?
We zijn in een moderne woonwijk met heel wat groen, ik neem aan in Cointe. Eerst licht bergop, dan weer dalend maar een boogscheut verder weer klimmend. Heb ik al gezegd dat ze hier de vlakke weg nog moeten uitvinden? Ik voel me vrij goed maar heb in deze eerste kilometers al veel gegeven en kijk met enige angst uit naar wat nog komen gaat. Het tempo is in elk geval tot ver onder de 12km/uur gezakt. Ik loop aan het hoofd van een groepje het park van Cointe in. Dit is bekend terrein voor me. Maar de smalle paadjes blijven verraderlijk door de vele boomwortels en keien. Ik verlies hier even mijn eerste plaats maar pak die weer terug op een breder geasfalteerd pad. Claude heeft de voeling verloren in de wijk, vertelt hij me later. Niet ver voor me zie ik al een hele tijd Richard Mathot. Don Bosco 2 We kronkelen nog altijd tussen de grasperken in het park maar nu zijn de paden weer aan het klimmen. Dat zal zo’n kleine twee kilometer duren. Van het park van Cointe lopen we het Parc Comhaire in. De naam mag veranderen, het reliëf niet. Het groepje van daarnet loopt niet meer in mijn spoor, ik haal hier en daar nog een enkeling in op de steilere stukken in het park. Ik nader op Richard Mathot en Jean-Luc Letellier die ik nu ook herken. We maken een kleine lus voor de bevoorrading. Richard stopt voor een bekertje en verslikt zich haast als ik hem op een grasperkje voorbijga. We zijn weer op de Boulevard Kleyer, die we daarstraks in tegengestelde richting hebben afgelegd. We lopen op een soort voetpad langs de weg op kiezeltjes, klinkers of gewoon aarde. De ongemakkelijke ondergrond en de eindeloos zeurende stijging van 1 tot 2% halen het tempo er helemaal uit. 11 per uur, meer zit er niet meer in. Ik zal het van de afdaling naar de finish moeten hebben om nog een gemiddelde van 12 te halen. Mijn concurrenten hebben het blijkbaar ook moeilijk. Ik zie er alleszins geen langs mij opduiken. En leef met de hoop dat ik Jean-Luc voor me nog kan inrekenen.
Bij het begin van de afdaling aan km 8,5 kijk ik even achterom. Ik verwacht Richard nog in de afdaling. Daar is hij ook. Ik heb nog zo’n dertig meter. Het kan ook een paar meter meer zijn, ik heb nu echt geen tijd meer om de juiste afstand te berekenen. Op de kasseistrook van 200 meter tussen de twee haarspeldbochten is het bovendien zaak om je enkels niet te verstuiken op de ongelijk liggende stenen. Een ongelukkig geparkeerde auto maakt die tweede bocht nog linker. Ik geraak er zonder kleerscheuren langs, Richard ook. Voor ons ligt een streep van 500 meter rechttoe rechtaan naar beneden. Ik voel mij in de onbehaaglijke positie van de haas die recht voor de jager over het open veld spurt. Ik geef mezelf weinig kans om uit de greep van de lange Luikenaar te blijven. Moet ik het tactisch spelen? Even inhouden om dan in de laatste steile klim toe te slaan? Of alles geven in de afdaling en mijn achtervolger tot een nog grotere inspanning te verplichten, in de hoop de ultieme helling beter te verteren? Ik kies voor de tweede optie. Uit ervaring weet ik dat ik in veilige omstandigheden op het asfalt een fikse afdaling uit mijn benen kan schudden. Dat betekent hier een gemiddelde van 3’50” op de rechte strook. Daar heeft Richard niet van terug. Ik hoor hem zichzelf nog oppeppen maar ik blijf een vijftiental meter voorsprong behouden. Ik geraak als eerste aan de rechtse bocht. Als eerste van ons twee want Jean-Luc blijft buiten bereik. De steilste percentages omlaag volgen nog na die bocht. Dan gaat het plots weer omhoog. Ik haal Eric Martin in die stilgevallen lijkt. Hij klampt zich vast in mijn spoor en is zo vriendelijk me de weg te wijzen in de bochtige laatste honderden meters. De seingevers reageren zoals zo vaak te laconiek. Waar is Richard? Hij is er nog steeds en wroet zich omhoog aan de andere kant van de weg. Een tactisch manoeuvre? In elk geval, ik begin met voorsprong aan wat ik als de strook van de redding beschouw. Een blinde bocht scherp naar rechts voor de uitsmijter van driehonderd ultra-steile meters. Het gehijg van Eric vermindert, hij moet loslaten. Ik heb er vertrouwen in dat Richard op deze strook ook niet meer zal terugkeren. De plotse bocht en de smalle passage naar de streep zijn me gelukkig bekend. Daar is de Solidaris-aankomstboog. En daar is ook Jo Vrancken. De Neremnaar is als tweede algemeen al 13 minuten binnen. Hij geeft me nog een laatste aanmoediging mee. Die blijkt ook nodig te zijn. Richard is in de klim nog verbazend dicht gekomen. Maar met een korte temposnok kan ik mijn duur bevochten plaatsje veiligstellen. “Ik heb er alles uitgeperst, maar ik kreeg je niet te pakken” hijgt mijn lange tegenstrever, verrast door mijn snelheid in de afdaling. In de douches toont hij me de reden van wat hij als een mindere prestatie beschouwt. Enkele vetplooien rond zijn middel. Ik zal moeten vermageren, vindt de zo al magere Luikenaar. “Punten verloren in het klassement, maar (tot mij) je derde plaats is verdiend”, besluit Richard.
Voorover leunend op de dranghekken praten Nicolas Bynens en Guy Raes na over hun wedstrijd… en genieten van hun eerste en tweede plaats in hun en mijn leeftijdsklasse. Een ongewone uitslag waar de afwezigheid van de tenoren ook wel voor iets of voor veel tussen zit. Zoals mijn derde plaats… Don Bosco 3 Nicolas en Guy zijn late roepingen in het loopwereldje, mannen zonder verleden, zoals Guy het uitdrukt. Servais Halders is er vandaag niet bij. Maar hij is wel prominent aanwezig in het après-course-gesprek met de collega’s. Hij haalt aan de boorden van de Maas en het kanaal van Briegden trouwens weer verschroeiend uit met een elfde plaats algemeen. Na de finish zoek ik vergeefs naar Marie-Paule. Die blijkt nog niet terug te zijn van een lange wandeling (en klim) naar het herdenkingsmonument in Cointe. Ik vind haar later terug op de zonnige binnenplaats van de school. Willy Hertogen en Jo Vrancken hebben zich al naar huis gerept. Ik breng de aangename wachttijd voor de prijsuitreiking door in het gezelschap van mijn categoriegenoten Nicolas Bynens, Guy Raes, Bernard Marot en Claude Herzet.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Willy en Willy vol vertrouwen voor de start. Foto 2: Betrapt door de alziende lens van Marie-Paule in het park van Cointe. Foto 3: Het podium van de veteranen 3. Links tweede Guy Raes, in het midden winnaar Nicolas Bynens.).

Anthisnes (Challenge condruzien)

zat 09/07/2017 17u * Anthisnes (Challenge condruzien) * 12,15 km * 01:05:05 * 11,2 * 67/144 * 7/14 * ♥♥♥

Het blijft oude wijven regenen deze zaterdagochtend maar vandaag zal ik me niet afschrikken door de weersomstandigheden. De Condruzien-loop van Anthisnes staat aangestipt op mijn agenda en die zal ik hoe dan ook afwerken. Gisterenavond hebben de buien mijn plan om de Tweeloop in Alken te filmen nog in het water doen vallen en eindigde mijn uitstap naar de Cristal-gemeente op de parking van het sportpark.
Anthisnes ligt verscholen in het groen tussen de Condroz-expressweg en de Ourthevallei. Wie toevallig in de buurt is kan er twee kastelen bewonderen, het Château de l’Avouerie en het Vieux Château. Of je kan meedoen aan de jogging, dan loop je tussen het kasteel de l’Avouerie en de bezienswaardige Ferme Saint-Laurent door. Daarvoor moet je dan wel eerst twaalf pittige kilometers afleggen over berg en dal in het bos en tussen groene weiden. Het parcours is mij gedeeltelijk bekend van mijn vorige deelname in 2014. Ik kijk wel met enige angst uit naar de modderige passages die er onvermijdelijk zullen zijn. En ik zal weer geconfronteerd worden met de onstuitbare achteruitgang sinds dat jaar.
“Ben je je al aan het opwarmen?” vraagt Pol Van Kerrebroeck me als ik hem een halfuurtje voor de start ontmoet. “Ik warm me niet op” aldus de hobby-boer die altijd even goed gemutst is … en nog altijd 140 melkkoeien verzorgt. Er is overigens minder volk in Anthisnes dan gewoonlijk. In deze eerste weken van het post-vakantieseizoen moeten de lopers een moeilijke keuze maken tussen de vele loopwedstrijden op de agenda. De sterke mannen van de veteranen 3 zijn er wel. Ook de latere winnaar Daniel Weidner van Hoei, die ik evenwel niet ken.
Ik kom gewoontegetrouw langzaam op gang. De oplopende weg langs het Vieux Château helpt ook niet echt maar ik kan wat schwung in de benen brengen in de daaropvolgende 400 meter bergaf door het dorp. Rosario Ilardo en Pol Van Kerrebroeck banen zich snel een weg naar voren. Pol draait de benen vlot rond. Het lijkt wel alsof hij profiteert van een lange opwarming. We zijn snel buiten de bebouwde kom – en dat is in deze contreien meestal een verspreid bebouwde kom – en slaan een veldweg in met gruis en keitjes. Naast ons loopt een hondje mee dat om de dertig meter achterom kijkt om te zien of het baasje ook volgt. Plots stokt zijn tempo. Na wat heen en weer gedraai vindt het een plaatsje om zijn boodschap te doen. Even later stuift het met een verbazende pootjessnelheid weer voorbij en zet zijn weg verder in de omgeving van zijn baasje. Ik ben intussen een collega voorbijgegaan die mij aan Anton aus Tirol doet denken, inclusief het mutsje.
Ik probeer langzaam in mijn ritme te komen – dat betekent een tempo rond de 5′ per kilometer – en de benen in de juiste versnelling te brengen voor de zware stroken die niet lang op zich laten wachten. Na 1,8 km is het al zo ver. Aan een eenzame boerderij in een bocht kronkelt de weg al meteen stevig omhoog. De eerste haarspeldbocht met 5% stijging doet al flink pijn. In de volgende bocht kan ik een blik werpen op de achtervolgers om mezelf gerust te stellen dat er toch nog een hele sliert lopers achter me zit. Na 400 meter zit het klimmetje erop. We zijn intussen in het bos waar het brede en ondanks de plassen goed beloopbare pad lichtjes daalt. Op een grasstrook in de derde kilometer kan ik even genieten van het uitzicht rechts over de weiden en Anthisnes dat al ver lijkt. Een jongeman loopt me met een soepele tred voorbij. William Charles, 19 jaar, dat is hem, is een van de weinigen die me voorbijgaan… en vooruit blijven. Ik haal zelf ook enkele lopers in en krijg zowaar de indruk dat de benen nog altijd in de “mood” zijn van de halve marathon vorige week. Maar dit is de Condruzien en dus volgt er een vrij steile afdaling op een typisch pad met geulen in vettige aarde en keien. Ik moet twee achtervolgers laten voorgaan. Hier is het – voor mij althans – safety first. Aan km 4 kan ik op een asfaltweg snel weer terrein winnen. De smalle weg tussen de bomen leidt naar een gehucht met de swingende naam “La Rock”. Ook al is dit hier de onversneden Condroz met zijn natuurstenen huizen. We verlaten het valleitje in het piepkleine gehucht meteen en beginnen aan de tweede helling van de dag. 700 meter lang, met hier en daar forse percentages, kronkelend en mooi voor wie er van kan genieten. Zoals ik, want het loopt lekker. Ik hoed er mij voor om in het rood te gaan maar win toch enkele plaatsen. Daar hoor ik toch nog een collega naderen die sneller gaat. Ik zie een rood shirt. Dat toebehoort aan een jonge dame die ik nog even aanmoedig tijdens haar klim. Ik blijf in haar spoor op de weg die nog even verder klimt voorbij een nieuwe boerderij. Weer op een onverharde weg – noem het maar een veldweg – gaat het eerst lichtjes dalend, dan zachtjes stijgend verder. Ik heb geen moeite om mijn tempo vast te houden.
Ik sla de bevoorrading ven Sparmont na 6 km over en win zo twee plaatsjes. De twee (van die plaatsjes) komen wel terug maar geen nood. We zijn halfweg, de rustige aanvang heeft mijn benen goed gedaan en ik durf nu het gaspedaal al wat dieper induwen. Twee mannen in het blauw worden het slachtoffer van mijn aanvallende impulsen. Een van hen is het baasje van het hondje uit het begin van mijn verslag. (Je ziet dat het goed is bij het lezen je tijd te nemen voor alle details.) We hebben de boerderij van Sparmont net achter ons gelaten of we zien de volgende beklimming – nummer drie – al uitdagend voor ons liggen. Een rechte streep van 500 meter aan de bosrand, bezaaid met stenen en met op het steilste stuk een hellingsgraad van 10% of meer. In 2014 kon ik hier een aantal concurrenten terugpakken. Dat is nu weer zo. Maar om eerlijk te zijn, daar houdt de vergelijking tussen toen en nu op. Hoe dan ook, ik zoek mijn weg tussen de lopers die zich hijgend en puffend naar boven werken. Een korte groet aan Paul Delaitte voor we, bijna op het hoogste punt, de bocht naar links nemen. Het bos in. De averij veroorzaakt door de regenval van de laatste dagen en uren valt nog mee. Wel wat plassen waar ik, om tijd te winnen, recht door loop en zo mijn sokjes tot de vuilnisbak degradeer (hoor ik later van Marie-Paule). Ik blijf voortgang boeken en haal ook Michel Mancini in die ik al eerder op de helling in de smiezen had gekregen. Als je de naam Delaitte leest in een verslag van een Condruzien-loop is de naam Mancini ook niet ver. Dat zijn de nummers 2 en 1 bij de veteranen 4. De dame in het rode shirt van de heling in La Rock loopt overigens nog altijd in mijn buurt. Het is Linda Destres. Nuttig om te onthouden voor het verdere verslag. We zijn weer aan het dalen, nog altijd in het bos. Wel opletten voor een glibberige passage op het laagste punt. Door de stampende voeten van de lopers voor me – zo’n zeventigtal – is het graspad hier wel herschapen in een modderige brij. Ik heb moeite om grip te vinden met mijn gewone joggingsloffen. Rosario heeft semi-trails aangetrokken, vertelt hij me na afloop, en kan hier meer kracht zetten. Maar die heeft niet alleen meer geschikte schoenen voor dit parcours, maar ook betere benen. Na 200 meter is het modderleed weer geleden.
Aan km 8,6 verlaten we het bos. Het gaat al een honderd meter flink omhoog met 6%. Dat percentage zal nog verder stijgen op een graspad tussen de weiden. Ik voel plots de regen. Hoe lang die het al op ons gemunt heeft, weet ik niet. En storen doet die eigenlijk ook niet. Het ellendige weer speelt alleen de toeschouwers aan de finish parten. Maar daar zijn we nog niet. Voorlopig is het hier vechten voor elke meter. Naarmate we met veel moeite dichter bij de bebouwing op de top komen wordt het pad almaar moeilijker beloopbaar. Ruilverkaveling is hier niet, dus hebben de boeren zelf met steenafval voor meer grip voor hun werktuigen gezorgd. Wij, joggers, betalen het gelag. Dit is de zwaarste strook die we vandaag onder de voeten hebben gekregen, zoveel is zeker. Merkwaardig dat die wel uit mijn geheugen is gewist. Dicht bij het dorp is er dan toch een weg in beton. Op de nog altijd klimmende weg staan drie kinderen klaar met drankbekertjes, alsof we daar ook nog adem voor hebben. De officiële bevoorrading is wat verder maar in dit regenweer heb ik geen nood aan drank.
We zijn nu in Les Floxhes, een vlek met enkele huizen. Ik voel dat er nog wat kracht in de benen zit en trek me weer op gang. Ik kan snel aansluiten bij het groepje voor me. Met daarin twee dames die voor hun klassement in dezelfde categorie strijden. Christelle Dejardin ga ik als eerste voorbij. Na 350 meter asfalt zitten we weer op het onverhard tussen het groen. Ik blijf het groepje van vijf aanvoeren. Aan km 10, weer op het asfalt, gaat het plots heel steil naar beneden. Zo steil dat ik moet afremmen met de bovenbenen. Een van de mannen in het gezelschap neemt enkele meter voorsprong die ik op het vlakke prompt weer toeloop. “Is dat de muur?” vraagt Linda aan de mannen bij haar, Raphael Legrand en Guillaume Prouveur. “Dat is hem” hoor ik. De helling voor ons ziet er inderdaad dreigend uit. Een tweehonderd meter, tot 6%. Ik begin aan de leiding… en blijf aan de leiding. Ik trippel omhoog en verlies geen sikkepit op mijn drie gezellen. De helling vlakt boven af als we tussen enkele huizen weer het veld opzoeken. Anthisnes 1 Hier begint de lange single track die ik me nog goed herinner van 2014. Maar toen liep ik hier alleen. In een groepje, zoals nu, wordt je zicht wel belemmerd door de collega voor je. Linda is me voorbij gegaan tussen de huizen, maar net voor het pad versmalt kan ik weer de beste positie bemachtigen en dat is vooraan. We moeten nu verder tussen twee afsluitingen met prikkeldraad. Maar Linda kent het parcours ook en wringt zich weer naar de leiding. De lange rechte strook loopt verder tussen twee bomenrijen. Het pad wordt breder. Ik heb nu plaats naast Linda maar moet nu wel in het langere gras lopen. Voor ons rechts ligt het kerkhof. Het parcours loopt nu langs de kerkhofmuur op een zo mogelijk nog smaller pad. Met een korte versnelling ben ik weer voorbij Linda gegaan. Die wel nog de adem heeft om op iedere aanmoediging die ze krijgt “merci” te antwoorden.
Ik behoud mijn positie als we weer op de weg naar het Château uitkomen. Ik drijf het tempo nog wat op, tot tegen de de 4’10” per km en kan ook nog Jean-Philippe Gillain, een tiental meter voor me, inrekenen. Het gaat nu snel bergaf in de bochten naar de finish. Waar de regen het gebruikelijke animo heeft weggespoeld. Ik eindig diep in de rangschikking met een bescheiden gemiddelde. Maar dat is vanavond voor mij toch geen reden om even triest te zijn als het weer. Het veeleisende parcours heeft me niet klein gekregen en ik heb best wel genoten op de stukken die me lagen. Aan de drankentafel praat een groepje dames na over de afgelopen race. Ze zijn ruim voor me geëindigd. De tijden van weleer komen niet meer terug… Anne Kerens die ik in een betere dag wel nog eens kan bijhouden doet vandaag 4 minuten beter. Niet slecht voor iemand die dit soort omlopen haat. Dat is haar antwoord als ik haar vraag of ze vandaag hier haar geliefkoosd parcours heeft gevonden. Ha, Lucien Collard is er ook. Een flink stuk achter mij. Een maagontsteking heeft de zo al graatmagere Luikenaar enkele kilo’s gekost. Ik moet mijn calorieën dringend aanvullen, ik ga me een biefstuk met mayonaise en slagroom eten, grapt Lucien.
Het blijft miezeren en het is fris. In bezweet loopplunje koel je snel af. Mijn gebruikelijke tafelgenoten zijn elders actief en dus besluiten we meteen terug naar de heimat af te reizen. Via de fraaie, kronkelende weg naar Plainevaux zijn we snel op de expressweg in Boncelles. Heukelom is dan maar drie kwartier verder.

(Foto Marie-Paule: Het is hier maar een trieste bedoening aan de streep. De lopers die al binnen zijn houden zich schuil onder een tentje om de hoek.)

Eifel – Ardennen Halbmarathon

zat 02/09/2017 16.30u * Sankt Vith – Bleialf (Eifel – Ardennen Halbmarathon) * 21 km * 01:41:44 * 12,4 * 28/102 * 1/5 (65+) * ♥♥♥♥

Op mijn dinsdagochtend herstelloopje midden augustus schiet me plots te binnen dat ik dit jaar nog geen halve marathon heb gelopen. Die uitdaging wil ik toch minstens een keer aangaan voor we het blad “2017” omdraaien. Thuis bekijk ik meteen de agenda van de komende weken op Limburgrunning, de site van mijn goede kennis Huub Rockx. Mijn oog valt op de halve marathon van Sankt-Vith naar Bleialf, net over de grens in Duitsland. Dat lijkt voor sommigen van jullie wellicht het einde van de wereld maar is voor mij geen onbekend gebied. Het parcours loopt door een erg mooie streek die ik ken van fietstochten, nu ook al meer dan zes jaar geleden. In de Eifel heb ik in mijn beste jaren verscheidene marathons gelopen, niet zonder succes overigens. En ik herinner me dat Roland Vandenborne hier enkele jaren indruk heeft gemaakt met een sterke prestatie in zijn categorie. Toch maar even het parcours onder de loep genomen. Dat zou heel redelijk zijn voor deze contreien. Ik wil ook wel wat plezier beleven aan mijn uitstap naar de Duitstalige regio. Bleialf 1 Veel tijd heb ik niet te verliezen bij de voorbereiding, over minder dan drie weken is het al zo ver. Ik zie wel ruimte voor drie langere trainingen. Dat moet dan maar volstaan voor de tijd die ik voor ogen heb, zo’n 1u50′. De eerste van die drie testlopen is een verschrikking (ook al kan dat toeval zijn), maar de twee volgende gaan me heel goed af. Het lijkt wel alsof ik mijn lange afstandsbenen heb teruggevonden. De korte wedstrijd in Pepinster is een bevestiging van het betere gevoel de laatste weken.

Lees verder →


We zijn net niet als eersten aan de Realschule in Bleialf, een dorp van zo’n 1200 inwoners. Alleen een Kölner met een oldtimer Volvo is ons voor. De aankomstboog staat er al. De drie mensen van de organisatie ter plekke zijn verrast door mijn vraag waar ik de parking vind. “Hier überall” is het antwoord. Goed, ze verwachten ook niet de grote massa voor deze “Volkslauf”. De meeste deelnemers zijn ook uit de buurt. Toch twee Vlamingen (buiten uw dienaar) en enkele Franstalige Belgen. We hebben nog de tijd voor een wandelingetje naar het centrum en een cappuccino in de Konditorei. Ik slof wat rond in de sporthal. Mijn startnummer kan ik daar niet krijgen, dat wordt ons in Sankt-Vith overhandigd. Ik breng de tijd dan maar nuttig door met strek- en rekoefeningen en wat onhandig gewring en gedraai met de heupen om mijn stramme spieren op te warmen. De organisatie zet twee bussen in om ons naar Sankt-Vith te brengen. Terwijl we wachten begint het te regenen. “Het zou jammer zijn dat de bambini in de regen zouden moeten rennen” zegt een jonge moeder langs mij in de bus. Rita komt uit het naburige Pronsfeld en is hier met een aantal teamgenoten. Haar oudere vriendin die al voor de vijfde keer meedoet geeft mij nog wat details over de “Strecke”. Het parcours is eigenlijk een wok, zegt ze. Een diepe pan dus, het laagste punt ligt in het midden van de loop. Het dalen en stijgen verloopt heel geleidelijk. Er is eigenlijk alleen een fellere klim na 10 km. Maar nog geen kilometer lang, stelt ze me gerust. Opletten wel als je op het einde Bleialf binnenloopt. Dan heb je nog 2 kilometer te doen. De dames lopen tijden boven de twee uur, dan voel je de reliëfverschillen natuurlijk niet zo fel. Toch bedankt, dames van de SC Pronsfeld. Na een busrit die zich toch wel lang trekt (moeten wij straks die hele weg teruglopen, bedenk ik) worden we afgeleverd aan de Bischöfliche Schule van Sankt-Vith, buiten en hoog boven het centrum. We krijgen ons nummer en een plastic rugzakje waar we onze spullen kunnen insteken die we dan weer in Bleialf kunnen ophalen. Na wat gevraag ontdek ik dat we het tasje moeten deponeren in het busje van Baustoffe Maraite dat hier onopvallend geparkeerd staat. Ik kan me nu concentreren op de wedstrijd en nog een korte opwarming afwerken op het sportveld van de school. Een Duitser die ook rondjes draait doet wat lacherig over de korte atletiekbaan met twee baantjes (behalve de rechte lijn voor de spurters met vijf banen). Ik heb 32 jaar doorgebracht in scholen maar zo’n knappe buitenaccomodatie heb ik in elk geval nog niet vaak gezien. Voor het overige zie ik heel wat oude of alleszins oud lijkende mannen.
De weersomstandigheden zijn vandaag wel erg veranderlijk. Het ene ogenblik dreigt een donkere wolk, het volgende breekt de zon weer door. Het is toch wel bang afwachten voor een bui, of zelfs een onweer. Daarstraks was het in de verte al aan het grommelen. We beginnen met een fikse afdaling, dat is alvast fijn voor de benen. Na 900 meter zijn we al in het bos, op een goed beloopbaar pad. Ik heb wat tragere deelnemers achter me gelaten en ben nu in een groepje met wat voor mij als de kruissnelheid aanvoelt. Bleialf Voorin loopt een jonge dame, naast haar een begeleidster van de organisatie op de mountainbike. Zou de fietsster de eerste dame begeleiden? Dan ben ik wel erg snel vertrokken. Anderzijds, met 102 vertrekkers en voornamelijk lokale lopers mag je ook geen topniveau verwachten. Die jonge dame heeft een krachtige tred en is zo te zien gemotiveerd om hier een sterke tijd neer te zetten. Zou ik haar tempo durven volgen? Ik waag het erop. Zij heeft zich intussen losgemaakt uit het groepje van daarnet en loopt nu alleen voorop. Eigenlijk met twee, want ik loop in haar spoor. De begeleidster wisselt enkele woorden met de jonge dame. Ik meen verstaan te hebben dat ze een Franstalige is. We zijn intussen op het Ravel-fietspad, deels beton, deels asfalt. We nemen enkele keren een bruggetje over een beekje. Dat moet volgens mijn Garmin de Wiesenbach zijn. Na 2,5 km lopen we onder de autoweg E42. Er zitten hier en daar enkele bultjes in het parcours, onder meer in Neidingen na een kleine 4 km, een van de schaarse bewoonde plekken die we tegenkomen. De jonge dame neemt nu en dan enkele meters voorsprong als ze het tempo plots wat opdrijft. Ik volg die versnellingen niet maar sluit kort daarna min of meer vanzelf weer aan. Ik sla de eerste bevoorrading over, ook al om mijn gezellin niet in de weg te lopen. Die neemt ruim de tijd om haar bekertje te ledigen. Ik houd mijn tempo aan en loop nu plots alleen. Ik haal een oudere loper in met een niet bepaald soepele tred. We blijven een tijdje in elkaars buurt en zien hoe een jonge loper -15 jaar?- met rood aangelopen gezicht aan de kant van de weg staat. Te snel gestart, oordelen wij, de twee (veel) ouderen. Rond de vijfde kilometer, in de buurt van Lommersweiler, loopt de Ravel door een tunnel, het overblijfsel van een door Pruisen aangelegde spoorlijn. Een fietser nadert aan onze rechterzijde. “Ich fahre rechts vorbei”, dat is een duidelijke aanwijzing van de begeleidster die de jonge man op haar fiets heeft meegenomen. De jongen zit op het zadel terwijl de begeleidster haar stalen ros fietsend moet voortbewegen en staande houden. Waarschijnlijk levert ze hem wat verder in de bewoonde wereld af. Marine komt weer aansluiten. Wie is Marine? Dat is Marine Colson uit Eupen, de jonge dame die me zonder het te weten op sleeptouw heeft genomen. Niet dat ik met haar heb gesproken. Zij is een van die “oortjesloopsters” en ik wil haar niet uit haar fysieke en muzikale concentratie brengen. We halen twee andere dames in. Telkens als Marine even het tempo optrekt denk ik dat ze nu definitief vertrokken is. Maar mijn benen hebben er vandaag blijkbaar plezier in op deze lichtlopende en heel zacht dalende asfaltwegen in het groen. De temperatuur rond 16 graden is ideaal. Bleialf Aan km 8 lopen we onder de hoge autosnelwegbrug door die de Ourvallei overspant. Even verder aan de tweede bevoorrading, in het gehucht Steinebrück aan km 8,2 neem ik wel een bekertje aan dat ik lopend binnenkieper. Marine neemt opnieuw haar tijd en heeft plots een aanzienlijke achterstand. Ik kijk nog enkele keren achterom maar moet nu echt alleen verder. Intussen heb ik wel van het meisje op de fiets vernomen dat Marine in tweede positie loopt. De eerste dame is minuten voorop. Voor me zie ik slechts enkele collega’s. In een vredig groen decor ben ik alleen met mezelf. Of toch niet helemaal. Mijn gedachten dwalen af naar een goede vriend die vecht voor zijn leven. We zijn in Weppeler. Auto’s zijn hier niet te zien of te horen. Hier geldt “Natur pur” (spreek uit op zijn Duits : natoer poer). Ik nader vrij snel op een duo voor me als de jongste van de twee zoekt plots een zijpad induikt voor een dringende behoefte. Zijn maat zet zijn weg wel verder en loopt weer wat op mij uit.
Het parcours maakt hier een zijsprongetje door het gehucht. Na een korte maar pittige strook omhoog loopt de weg weer naar beneden. Blauwe vlaggetjes wapperen langs de weg. Hier is wat beweging want de aflossingsplaats voor de “Staffellaufer”. Buiten het dorp doorkruisen we het valleitje van de Our. Na een fikse klim van 300 meter kunnen we de benen weer ontspannen in een langere afdaling om terug te keren op de fietsweg naar Bleialf. Ik heb een slok cola genomen bij de bevoorrading. De suikers zullen van pas komen in de volgende kilometers als de weg langzaam zal beginnen te klimmen naar het eindpunt. De jongeman die nu bevrijd is van een zware last heeft middels een stevige versnelling weer postgevat bij zijn oudere loopmaat, Edgar, die wel wat fans heeft in Weppeler. Vandaar dat ik zijn naam ken. In een lang recht stuk heb ik nog een Tesla-loper bijgebeend. (Niets te maken met de auto). We draaien naar links, weer het fietspad op. We zijn intussen al enkele kilometers de Duitse grens overgestoken. De schaarse rijwegen waar we langslopen zijn afgesloten en, zoals altijd bij Duitse loopwedstrijden, houdt de Feuerwehr een oogje in het zeil.
De parcourstekenaars (gespecialiseerd in rechte lijnen) hebben ons tot nu toe gespaard. Maar de natuur kun je niet om de tuin leiden. We zullen toch ergens de hoogtemeters moeten halen om weer in Bleialf uit te komen. Als dat niet gebeurt door korte maar hevige hoogteverschillen, zal het geleidelijk verlopen maar wel veel langer. Daar gaan we nu aan beginnen. Ik word al meteen door een achtervolger ingehaald. Is dat niet de man die in het begin van dit verslag bij me in de groep liep en Marine en mij liet betijen? Bleialf Hij lijkt uitstekend te hebben gedoseerd. Ik toon hem mijn appreciatie met een opgestoken duim. En krijg een vriendelijke groet terug. Denk nu niet dat ik mijn relatief snelle start aan het bekopen ben. Ik ga zelf voorbij het duo met Edgar. Even verder word ik door een nieuwe blauwe man voorbijgestoken. Als u vindt dat hier wel veel deelnemers in blauwe shirts rondlopen… heeft u gelijk. En maak u ook geen zorgen dat ik alweer een plaats verlies, dit is de laatste keer dat dit vandaag zal gebeuren. Als er in dit verslag nog geschreven wordt over inhalen, ben ik het onderwerp en niet het lijdend voorwerp. Het fietspad loopt rechtdoor tussen twee groene bermen. Kilometers lang. Kan ik nog een positie inwinnen? Niet erg waarschijnlijk. De enige twee lopers die ik voorlopig voor me zie zijn de blauwe mannen die mezelf hebben ingehaald. Het tergend lang oplopende asfalt stelt de bovenbenen die dan toch al zo’n 14 km hebben verwerkt zwaar op de proef. Ik smacht naar een strook bergaf. Als er dan toch een komt zoals bij enkele geïsoleerde huizen aan km 16,5 volgt er een steile bult. Die geeft me dan wel de gelegenheid een groene loper (eens een originele kleur) achter te laten. Mijn kilometertijden schommelen nu rond de 5 minuten. Om dat tempo vast te houden is grinta nodig. Die heb ik vandaag. En sterke benen. Die beginnen langzaam wat kracht te verliezen maar bevatten nog genoeg jus om in de zeventiende kilometer nog twee plaatsen te winnen. Of alleszins één. Ik neem dat het jonge meisje dat ik eerst inhaal een estafetteloopster is. Ik wens haar nog moed bij het passeren. De blauwe man voor me heeft het ook moeilijk. Hij heeft geen verhaal tegen mijn tempo maar kan mijn inspanning wel naar waarde schatten. Om niet geremd te worden in die inspanning heb ik wel zijn kinderen die hem op de fiets begeleiden moeten aanmanen plaats te maken.
Even voor km 19 buigen we naar rechts af. Daar hebben zich enkele supporters verzameld. Duitse fans moedigen iedereen aan en zo krijg ik nog wat morele steun voor de laatste kilometers. Weer een tunneltje. Ja, deze loop staat ook bekend als de Tunnellauf. 400 meter onder de grond, verlicht met rode lampjes aan beide zijden op de grond. Een groepje kinderen zet de keel open als ze me zien aankomen. Ik mag hopen dat ze me aanmoedigen, uit hun gekrijs kan ik niets opmaken. Dank zij hun getier heb ik wel een idee van de voorsprong die ik heb op de blauwe man die ik een kleine kilometer geleden ben voorbijgegaan. Die voorsprong lijkt geruststellend te zijn. Maar zal mijn Garmin het hier nog wel doen? Dringen de signalen van de satellieten zo ver door? Nu ik eens onverwachts goed bezig ben wil ik de goegemeente ook wel precieze kilometertijden kunnen tonen. Maar de sporthorloge doet zijn werk prima. De juffrouw op de fiets heeft me gewaarschuwd voor de klim vlak voor Bleialf. Ik wisselde enkele woorden met haar telkens als ze me voorbij reed. Dat zorgt voor enige afwisseling en je krijgt nog nuttige informatie ook. De steilste stukken waar ik niet boven de de 10km/uur uitkom, knabbelen weer aan de bonus die ik daarstraks in deel 1 heb opgebouwd.
Aan km 19,4 lopen we Bleialf binnen. Gedurende een dikke kilometer volgen we het voetpad naast de rijweg. Dat voelt niet meer zo prettig aan als het fietstracé van daarnet maar is toch nog relatief “lopersvriendelijk”. Er zit nu wat meer variatie in het reliëf. De frisheid is weliswaar al enige tijd uit mijn benen maar ik val ook niet stil op de korte hellinkjes. En kan nog een leeggestreden collega oprapen. De laatste bocht, dat neem ik alleszins aan. Twee brandweermannen staan daar te “plaudern” met een plaatselijke belangstellende. Ik moet hen even ter orde roepen om zeker te zijn van de richting. Wat daarna volgt is genieten: bergaf via een scherpe bocht naar de finish. En ja, de speaker doet het weer. De geijkte formule schalt door de boxen: “Willy Cortleven ins Ziel”. Of vervang mijn naam door die van een collega. En hij voegt er nog aan toe: “Willy Cortleven aus Mergellopers” (sic). Bleialf 2 Mijn tijd zal ik pas later aflezen. Die is nog wat beter dan ik had ingeschat op zo’n 2 kilometer van de finish. Ik laat me verleiden door een Bitburger 0.0 (alcoholvrij), de sponsor van de loop. Ik had beter moeten weten, het brouwsel smaakt me niet. De ervaring van deze middag smaakt me des te meer. Zeven minuten sneller dan de tweede 65+-plusser. Bij analyse van de tijd stel ik vast dat ik beter doe dan de winnaar van de 55+-categorie. En op plaats 4 uitkom van 24 50+-plussers. Ik babbel nog even met Marine die slechts 2 minuten na me is binnengelopen. Ze verbetert haar besttijd met drie minuten maar dat weet ze dan zelf nog niet…
De prijsuitreiking zal nog even op zich laten wachten. Jammer dat ik niet kan blijven. We moeten snel naar ons hotel in Prüm. We verwennen onszelf dan maar met een heerlijk diner. Na een korte Bitburger-roes (“Bitte, noch ein Bit”) steekt de adrenaline weer de kop op en houdt me nog tot halfvier uit mijn slaap.

(Foto’s 1 en 5 van Marie-Paule. Foto 1: Finish. Foto 5: Genieten in Prüm. Foto’s 2, 3 en 4 van Holger Teusch. Foto 2 : Marine Colson. Foto 3 en 4: aan km 13.)

← Toon minder

Pepinster (Challenge L’Avenir)

vri 25/08/2017 19.15u * Pepinster (Challenge L’Avenir) * 6,2 km * 00:29:13 * 12,7 * 81/286 * 6/17 * ♥♥♥♥

Het zal vanavond een vluggertje worden in Pepinster. Na ampel beraad met mezelf heb ik beslist om van start te gaan in de Pépi-jogging van Pepinster. Dat is weliswaar niet vlak bij de deur maar vanaf mijn uitvalsbasis makkelijk te bereiken via een netwerk van autowegen. De ultrakorte loop past deze week perfect in mijn planning van langere trainingen. Het parcours wordt bovendien beschreven als eerder “roulant” (lichtlopend) en kan een welkome afwisseling zijn voor de duurlopen. Maar na de verkenning lijkt mij een gemiddelde van 13 per uur dat ik als doel vooropgesteld had hoogst onwaarschijnlijk.
Pepinster ligt in de vallei van de Vesder, enkele kilometers stroomafwaarts van Verviers. Tijdens het inlopen en de wedstrijd denk ik dan ook dat we enkele keren de Vesder oversteken. Maar nadere studie van mijn gps-track leert me dat dit de Hoëgne is die aan de andere kant van de bebouwde kom in de Vesder stroomt. De loop luistert naar de naam “Pépi-Jogging”. Ze houden hier wel van de Pepijn die zijn naam aan het dorp heeft gegeven. Ook de grootste politieke partij van de gemeente heet “Pepin”. Die hebben zelfs de socialistische partij in de oppositie geduwd. Dat mag merkwaardig genoemd worden in een van de oudste industriële regio’s van het land.

Lees verder →


Wij moeten aan de zuidrand van het dorp zijn, langs de N690 die naar Theux leidt. In de rommelige omgeving vinden we na enig zoeken dan toch de toegang tot de parking. De “verkeersregelaar” is dan nog niet op post. Ik vind een plaatsje tussen hopen steenkolen en bouwpuin. Ik zie achteraf dat er ook een meer geciviliseerde parkeergelegenheid is. Ze verwachten hier toch zo’n 400 deelnemers, trail inbegrepen. Wat weggedoken achter en lager dan de weg ligt het voetbalveld. Daar moeten we naartoe. Als ik door de ramen kijk van de donkere kantine zie ik een splinternieuw veld met kunstgras. Waalse paradox! Na een uitgebreide verkenning van de laatste kilometers loop ik enkele rondjes rond het veld. Op deze ondergrond lijkt het of je veren in je schoenen hebt zitten. Pepinster 1 Even voor de start worden we naar de middencirkel geroepen voor een groepsfoto. Bert Ernest posteert zich zonder schroom op de eerste rij. De foto wordt maandag gepubliceerd in L’Avenir, de organiserende krant. Je hoeft je maandag overigens niet naar de kiosk reppen voor de krant. Je zal me toch niet op de foto vinden: te klein, te bescheiden…
Het verkeer wordt even stilgelegd in het stadje (je mag het voor mij ook een groot dorp noemen) voor de start en de eerste kilometers door het centrum. Ik heb me rustig laten meedrijven in de massa die zich naar de startstreep begeeft en moet dan vaststellen dat ik in de achterste gelederen van het peloton moet vertrekken. Dat wordt weer een weg naar voren zoeken in de massa. We steken de rivier, de Hoëgne dus, voor het eerst over na 400 meter. Op die afstand ben ik niet verder gekomen dan 10,5 gemiddeld. In de eerste meters sta ik stil in het gedrum en, eenmaal er een beetje ruimte komt, roepen mijn benen me tot de orde. Het laatste kwartier ben ik nauwelijks in beweging geweest. Het lijkt wel alsof er een giftige stof in mijn benen is gespoten. Louis Schmetz ben ik wel al voorbijgegaan. Dat is de tachtigjarige die ik een dikke maand geleden in Cornesse, hier in de onmiddellijke buurt, heb leren kennen.
We lopen nu op de hoofdstraat die in dalende lijn gaat. Hier kan ik het onaangename gevoel uit mijn benen lopen en met wat gewring en gezigzag tientallen plaatsen goedmaken. We buigen rechtsaf de Rue Pépin in (daar heb je hem weer) en maken een lusje voor het station. Het gaat even stevig omhoog aan het café in de eerste bocht waar de gasten de gesmeerde keel openzetten voor een plaatselijke vedette. Er volgt heel wat draaien en keren in de tweede kilometer. Het parcours biedt hier en daar de kans om een paar meter af te snijden. Dat plezier laten we ons niet ontnemen. Alleen opletten dat we niet tegen een paaltje of een geparkeerde auto knallen. De 4:40 die ik nodig heb zijn wel een tempo onder de 4:30 waard. Na elke blinde bocht is het even inhouden om niet van de stoep te schuiven of in een putje te trappen in het soms gehavende wegdek. Er zit nog een tweede lus in het parcours, aan het rustoord op het einde van km 2. Niet dat ik hier de buurt ken maar ik heb het woord “maison de repos” horen vallen bij de parcoursvoorstelling een tiental minuten geleden. Ik ben nog altijd lopers aan het inhalen, waarbij de ene al wat meer in de weg loopt dan de andere. Alleen een juffrouw die zelf ook in inhaalmodus is, blijft nog buiten bereik. We volgen even een smal pad langs de Hoëgne. Ik zit hier vast en moet wachten tot we in een nieuwere woonwijk komen voor ik mijn opmars kan verder zetten. Hier scheiden de wegen van de traillopers en de joggers. Ik heb de seingevers in de verte wel aanwijzingen horen geven maar als ik voorbij kom, willen ze hun stem even sparen. Ik kies dan maar voor de meest logische weg in de vallei. Navraag bij een buur bevestigt dat ik de goede keuze heb gemaakt. We kruisen nogmaals de Hoëgne en naderen km 3.
Daar is de klim al. In zo’n korte en (voorlopig) snelle wedstrijd moet je je tijdsperceptie aanpassen. Ik heb het tweede deel van de wedstrijd daarstraks in beide richtingen verkend. En dus eigenlijk al meer klimkilometers gedaan dan in de officiële race. Afgezien van de eerste honderden meters heb ik wel een goed gevoel. Het zal ervan afhangen hoe ik die 1,2 km lange klim zal verteren of de eindbalans ook zo positief zal zijn. Ik bevind mij blijkbaar in het gedeelte van het peloton waar de betere dames voor de prijzen strijden. Twee dames haal ik snel in maar de in het zwart geklede Lina Porrovecchio, die al langer voor mij uit draaft, doet dat ook. Enkele honderden meters verder moet ze zich dan toch gewonnen geven. Het is harken op de steilste stukken (rond de 7%) maar zoals gewoonlijk, in een goede dag, klim ik sneller dan de collega’s rondom mij. Het laatste deel van de klim gaat verder op een grotere rijweg. Daar zie ik Françoise Piscart zich naar boven werken. Met de zware staccato-ademhaling die mij na al die wedstrijden vertrouwd is. Françoise bijhalen, dat is voor mij synoniem voor een maximumquotering. Ik kom ook snel bij de blonde dame voor haar. Oh ja, er lopen ook mannen mee. Maar ik zie hier geen bekende mannelijke collega in de buurt. Jean Dessouroux en Alberto Canales heb ik wel gezien in de middencirkel voor de wedstrijd. Maar die lopen nu 3 minuten voor mij uit. Met Alain Waerts heb ik even gebabbeld tijdens het inlopen. Maar deze oude glorie kan alleen nog dromen van zijn grote tijd bij RAFC Luik, met Karel Lismont en Leon Schots. “Vijftig jaar competitie, dat kraakt je.” De ene blessure na de andere dwingt Alain tot een trainingstempootje. Aan km 3,8 verlaten we de rijweg en krijgen we een van die aangename asfaltweggetjes onder de voeten. Die maken vaak de charme uit van de wedstrijden in de Challenge L’Avenir. Maar hier is de pret al na 150 meter afgelopen. Deze gedetailleerde beschrijving dank ik ( en danken jullie) aan het feit dat ik hier nu al voor de derde keer voorbijkom.
We worden linksaf gestuurd (de traillopers gaan rechtdoor) het vrij donkere bos in op een smal, steil en door keitjes niet ongevaarlijk pad. Gaat deze afdaling me weer een aantal plaatsen kosten? Lina stormt mij vrijwel onmiddellijk voorbij. Dit soort afdalingen past inderdaad beter bij haar gabariet. Maar zelf ga ik, tot mijn verbazing, twee dames voorbij. Oei, die jonge man gaat er stevig tegenaan, is mijn reactie als een veel snellere loper uit de achtergrond opduikt. Ik merk in een ooghoek een ander borstnummer op. Dat moet een van de eersten van de trail zijn. Die hebben 11,5 km af te leggen. Dank zij mijn verkenning durf ik een feller tempo aan te houden. Concentratie blijft geboden tot in de vallei. Beneden kan ik me weer enige afleiding permitteren als ik een juffrouw in een kleurrijk groen-wit plooirokje voorbijga. Twee korte kasseistroken aan de tennisclub en dan naar rechts het brugje over de Hoëgne over. Onmiddellijk links de N690 op.
Pepinster 2 We kunnen hier gelukkig op het asfalt blijven en moeten onze enkels niet pijnigen in de berm. De weg is licht dalend tot we weer een brug over moeten. Over, je raadt het nooit, de Hoëgne. Ik ben nog steeds op enkele lengten van Lina en blijf lopers inhalen. Maar mijn mikpunt van de dag houdt het tempo strak en zo kom ik geen meter korter. Meer nog, op de brug neemt ze afstand en is ze voor goed de pijp uit. Dan ben ik zelf al voorbij de enige mij bekende man gegaan, Roger Dosseray. We wisselen een korte groet – we hebben elkaar voor de wedstrijd niet gezien – aan de Metaltex waar ik kan aansluiten bij de veteraan 4. Ik kan een cadans ruim onder de 4:30 aanhouden, genoeg om geen echte of vermeende concurrenten uit de achtergrond te laten terugkomen. Nog een strook achter dranghekken, eerst links dan rechts van de weg. Politie en vrijwilligers leveren hier weer onbetaalbaar werk om ons veilig van de ene naar de andere kant van de rijweg te loodsen. Nog een honderd meter voor het voetbalveld. De toeschouwers wachten ons hier op. Ik spits mijn oren om een aanmoediging van Marie-Paule te horen. Zonder succes. Is haar stem te zwak of zijn mijn oren aan revisie toe? Dan volgt het kippenvelmoment van de loop. We steken op een overdekte, houten loopbrug opnieuw de Hoëgne over naar de kantine en het voetbalveld van de RUFCC Pepinster. In de laatste bocht aan de ingang van de kantine verdringen zich ook een aantal fans. Een schril “go go go” begeleidt me als ik de laatste bocht naar het voetbalveld neem. Achter me is er niet dadelijk een loper te bekennen. Ik hoef me geen zorgen te maken over de vraag of we nog een ronde om het voetbalveld moeten maken. Dat blijkt zo te zijn. Ik volg een vijftiental meter achter Michael Hock en het slechte voorbeeld om in de bochten de binnenkant van de gekleurde parcoursafbakening te nemen. Lina heeft een half voetbalveld voorsprong. Zij eindigt net voor haar directe concurrente, Myrtille Leusch. In de totaaluitslag eindig ik ruim binnen het eerste derde. Met dank, vermoed ik, aan het bescheiden niveau van het deelnemersveld.
Door het gehannes met het losmaken van de spelden aan mijn borstnummer na de aankomst verlies ik de drankpost uit het oog. Ik moet achteraf bij de bevoorrader pleiten om alsnog een flesje groene Oshee-sportdrank te krijgen. De eerste dorst heb ik dan al gelest met een Jupiler in de kantine. Alain Waerts vindt de combinatie van een hijgende en zwetende sporter met een glas gerstenat vlak na de finish wel grappig. We trekken onmiddellijk naar de uitgang. Even opletten om de binnenkomende collega’s niet te hinderen op het bruggetje. Het laatste beeld dat ik van de loop onthoud is de aankomst van de trailloper die me in de afdaling aan km 4,5 is voorbij gestormd. Hij heeft nog niets van zijn snelheid verloren. Ik trek nog een droog shirt aan en ben weldra op de autoweg in Verviers. De laatste klim van de dag, de Hallembaye, neem ik zonder moeite. Een 1700 motor helpt natuurlijk. We zijn nog voor het donker thuis…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Op weg naar de start. Langs hier lopen we het voetbalveld op bij de finish. Foto 2: Bij het indraaien van de “passerelle”.)

← Toon minder

Tilff (CJPL)

zon 13/08/2017 11u * Tilff (Challenge Province de Liège) * 12,9 km * 01:06:31 * 11,7 * 140/402 * 7/31 * ♥♥♥

De (snel)weg leidt vandaag naar Tilff, even ten zuiden van Luik en toeristische toegangspoort tot de Ardennen. Na ruim vijf jaar heb ik de loop die door Jo Vrancken en Servais Halders wordt beschouwd als een van de mooiste van de Challenge van de Provincie Luik weer op mijn programma staan. Voor 10 uur gonst het stadje gonst al van de sportieve activiteit. De 6 km-lopers zijn zich al aan het inlopen voor hun wedstrijd, de kleintjes trappelen van ongeduld voor hun run, de wandelaars halen hun wandelstokken uit de rugzak voor een tocht door de bosrijke omgeving. De deelnemers aan de 13 km sloffen naar de grote tent voor hun inschrijving, nemen de tijd om hun kennissen te groeten… of beginnen al aan hun opwarming. Dat zijn er maar enkelen, waaronder uiteraard uw dienaar.

Lees verder →

Tilff dankt zijn faam… en parcours aan de Ourthe. En ze houden niet van half werk hier. Eerst drie kilometer biljartvlak langs de rivier die hier aan haar laatste kilometers bezig is voor ze zich aan de Pont de Fragnée in Luik in de armen van de Maas stort. En dan in één ruk naar de toppen van de rechteroever. 2,7 kilometer, de langste helling in het Luikse loopcircuit. Bij mijn opwarming – annex uitgebreide rek-en streksessie – heb ik de gelegenheid de familie Smets uit Millen aan te moedigen die hier de vlakke 6km-loop, aan beide oevers van de Ourthe, betwist. Zij doen dat in verspreide slagorde zodat ik ze een gepersonaliseerde “Allez …” kan toeroepen.
Het is druk aan de start. Zeker nu door een kalenderwijziging deze wedstrijd zowel bij de Challenge de la Province de Liège (CJPL) als de “Cours la Province!” (Clap) punten oplevert. Naar verluidt zou er een kink in de kabel gekomen zijn tussen de Clap en de organisatoren van de “Jogging du circuit de Spa-Francorchamps” van vorige vrijdag. Vandaar de massale aanwezigheid van de oranje “Joggin’Attitude”-lopers. En de gelegenheid mijn goede kennis Pasquale Ruberto nog eens te ontmoeten.
De speaker waarschuwt ons uitvoerig – en nadien bekeken terecht -over enkele gevaarlijke want steile en gladde passages onderweg. Ik vertrek net achter de rug van Pasquale. Dat lijkt me een goede uitgangspositie voor de eerste kilometers. In de eerste bocht naar het fietspad langs de Ourthe hoor ik mijn naam. Dat moet Linda zijn die het vertrek van de “grote jongens en meisjes” volgt na haar korte loop. Door het gedrum bij het vertrek en mijn gebrek aan behendigheid in druk verkeer duurt het 500 meter eer ik weer in het spoor kom van mijn oranje collega Pasquale. “Daar is Willy” zegt hij terwijl ik naast hem opduik. Zoals ook sommige andere lopers herkent hij het geluid – of het ritme – van mijn voetstappen. Hij volgt mijn bescheiden tempo echter niet als ik hem voorbij ga. Op zoek naar mijn “natuurlijke” plaats in het peloton (dat wil zeggen gebaseerd op het tempo dat ik denk aan te kunnen met het vooruitzicht van alles wat ons nog te wachten staat) blijf ik lopers inhalen. Edouard Morana is de enige die ik herken. Rechts loopt de Ourthe, voor ons in tegengestelde richting. Als we achter de huizen vandaan komen, na 2 km, kijk ik links uit op de steile wand van de vallei. Daar moeten we dadelijk dus naar boven. Het felle zonlicht danst op het watervalletje in de Ourthe. Maar na 3,4 km is de sight-seeing voorbij. We steken de rijweg over en moeten meteen 7% omhoog. Dan draaien we rechts op tussen een huizenrij waar het nog verder stijgt. De klim vlakt uit eens we echt in het bos lopen. De bomen houden het kwik binnen de perken. Ik haal achtereenvolgens drie dames in. Dat zouden wel eens Gabriella, Béatrice en Evelyne kunnen zijn. Heel zeker is dat niet. Wat wel vaststaat is dat ze alle drie blond zijn en hun haar in een paardenstaartje dragen. Ik blijf plaatsen inwinnen maar moet ook enkele snellere klimmers laten voorgaan. Een van hen ken ik, Jean-Yves Culot, teamgenoot van Pasquale. Vorig jaar heb ik hem net kunnen voorblijven in Momalle. Zou ik hem durven volgen? Zijn energieke tred maakt wel indruk. Ik besluit zeker niet in het rood te gaan maar blijf, min of meer ongewild, in zijn spoor. Na een vijftal kilometer krijg ik Bernard Marot in de smiezen. Bernard is nog niet zo lang opnieuw op gang na een lange revalidatie ten gevolge van een spierscheur. Na elke bocht kijk ik ook uit naar Luc Hilderson. Maar de kleine man uit Wonck is nergens te bespeuren. Benieuwd waar die is geëindigd. Een minuut voor me, zo blijkt. Sterk, Luc! Nog even herhalen voor de verstrooide lezer. We zijn bezig aan een klim van niet minder dan 2,7 km. Dat is de top-feature van deze loop. Deze klim hoort bij de “Jogging de la Fête de Tilff” zoals een krulstaartje bij een varken. Onnodig te vertellen dat ik op mijn nochtans pittige trainingsparcoursen nergens zo’n lange klim aantref. Ik zal het dus moeten doen met mijn basisklimconditie. De klim vertoont een grillig profiel: stroken rond de 5% worden afgewisseld met partijen rond de 10%. Het wegdek is op bepaalde plaatsen allerbelabberdst. Ik moet goed uitkijken waar ik mijn voeten zet achter de rug van Jean-Yves. Want de grijzende “Joggin’Attitude”-loper kan geen afstand nemen. Km 6 in 6’23”. De blauwe lucht komt weer te voorschijn. We naderen de top. Een bordje kondigt de laatste 300 meter aan. Dat geeft de klimmende burger moed. Maar de Ardense hellingen hebben een slecht karakter. De laatste hectometers blijken net de zwaarste te zijn. Ze doen zelfs Servais Halders pijn. Ik ben dan el een tijdje Richard Mathot voorbijgegaan. Ik merk hem voor het eerst op als ik een loper te voet de helling zie op sukkelen. Ik por mijn categoriegenoot nog tot lopen aan. “Geen probleem Willy” antwoordt de lange, smalle in het Nederlands. Hij maalt er niet om dat ik hem voorbij ga. En probeert ook niet aan te klampen. Maar het tweede deel van de loop is voornamelijk dalend. Ik verwacht hem dus nog terug in de kleine 7 km die nog resten na de top. Dat gebeurt echter niet, kan ik al verklappen. Ook voor Richard beginnen de jaren te wegen. Hij zegt het me nog eens met zoveel woorden na de finish.
Intussen ben ik nog altijd in het gezelschap van Jean-Yves. Nu en dan neem ik eens schuchter de leiding over, voornamelijk in enkele dalende passages. Na een kleine 7 km is het echter weer klimmen geblazen. We zien de met stenen bezaaide bosweg voor ons liggen. De lange helling heb ik goed verteerd maar deze klimmende strook van 200 meter is me te machtig. Jean-Yves lost me op zuivere kracht. We krijgen nog twee knikken te verwerken voor we aan km 4,8 het bos verlaten. Wie dat al zou willen, kan even van de zon genieten. We lopen langs de autoweg op een van de schaarse vlakke wegen. Dat levert mij alleszins geen winst op want ik moet enkele posities prijs geven. Daar komt de gladde grasstrook aan waarvoor gewaarschuwd is voor de start. Ik neem geen risico’s en dribbel met wijdbenige en voor de twee wandelaars die ons beneden gadeslaan wellicht lachwekkende bewegingen de steile helling af. Een kleinere man met een brede borstkas die ik daarnet heb ingehaald gaat mij en een collega hier voorbij. We zijn in het gehucht Cortil waar de asfaltweg verder de dieperik in duikt. De bovenbenen worden weer aangesproken, ditmaal om af te remmen. Als we de bebouwing verlaten, weer op het vlakke nu, komen we na een scherpe bocht naar links – “attention, ça glisse” (goed dat ik wat Frans ken of ik zou nog verongelukken in het Luikse) – op een zompige grasweg langs een maisveld. Een andere oranje loper stuift me weer voorbij. Bij de bevoorradingen verliest hij blijkbaar een aantal meters die hij dan met een fikse versnelling telkens weer goedmaakt. Ik heb de indruk dat een derde van de lopers die me hebben ingehaald vanaf de lange klim teamgenoten zijn van Patrick Philippe, oranjehemden dus.
Km 9,5. Voor me herken ik het graspad met bomen aan de rechter- en weiden aan de linkerzijde. Dit is het mooiste deel van het parcours. Ik loop alleen, voor me lopen de meeste collega’s ook afgescheiden. We maken hier een brede lus. Aan de bocht naar rechts zie ik links een groot gebouw. Dat moet ik even checken voor mijn verslag, bedenk ik. Het is de abdij van Brialmont en de mooie met bomen omzoonde weg verderop is de Drève de Brialmont die naar de abdij leidt. Tilff 1 Dat verklaart meteen de mooie omgeving. Wij lopen dus weg van de abdij, bezig met wereldse beslommeringen. Een goede uitslag behalen, een sterke tijd neerzetten. In het open veld probeer ik te achterhalen of ik nog bekenden zie voor me. Ik herken alleen het oranje shirt van Jean-Yves die nooit echt ver weg uit de buurt is geweest. Na 400 meter onder de open zonnige hemel krijgen we weer schaduw onder de bomen. Voor me loopt een duo. Ik meen in de grote man rechts Eric Martin te herkennen. De twee slaan een babbeltje en schijnen zich niet druk te maken over hun tijd. Ik weet pas in laatste instantie, bij het passeren, met zekerheid dat het ook echt Eric is. “Niet babbelen maar lopen” grap ik naar Eric. Als ik hem nu maar niet op verkeerde gedachten breng… We steken de rijweg over. Voor de derde keer onderweg houdt de politie het verkeer tegen. Wat een luxe! Ik neem door mijn eigen verstrooidheid met moeite een scherpe bocht naar rechts. Dan volgt een halve kilometer draaien en keren in een verkaveling. De accu’s van de seingevers lijken wel leeg te zijn na de passage van de de eerste honderd lopers. Hier en daar moet ik er een wakker schudden. Voor de laatste anderhalve kilometer worden we weer het bos ingestuurd. Ik hoor de speaker van jetje geven in het dal. De aankomst wenkt. Nog een stevige afdaling en we zijn er. Denk ik, tot ik een parcourswachter naar links zie wijzen. Verdomd, weeral bergop. 300 meter volgens mijn Garmin achteraf, op het ogenblik zelf lijkt het wel een kilometer. Ik hoor Eric Martin en zijn vriend luidkeels tateren. Het zou lullig zijn nu nog ingelopen te worden door Eric. Ik val net niet stil en behoud zelfs mijn plaatsje. Een streepje bergaf op het asfalt. Gelukkig is de seingever aan km 12,5 wel bij de les en stuurt hij me scherp rechts af of ik was aan de kerk van Tilff geëindigd. Ik zie plots de kans schoon om bij Jean-Yves te komen. Hij lijkt niet meer gemotiveerd om nog voluit te gaan. Of is de energietank leeg? Ik ga hem nog voor de laatste bocht voorbij. Wel verlies ik zelf nog twee plaatsen in de laatste meters op een grind-bosweg. Dat valt mee op een strook die ik gladder had ingeschat bij het inlopen. Het zit erop.
Ik slurp gulzig het sap van enkele appelsienpartjes op, terwijl ik op een geïmproviseerde bank – een dikke steen – van de inspanningen probeer te bekomen. Maar de zon brandt te fel op mijn kale schedel en ik keer terug naar de beschutting van het bos. Er komen tientallen lopers de helling in het bos afgestormd. Ik zie een jongere collega er nog een verwoede spurt uitpersen terwijl er geen tegenstander in zijn dichte buurt is. Grappig is de aankomst van een jogger met een hondje, genre Jack Russell. Het baasje laat de lijn los op honderd meter van de finish. Het beestje spurt met zijn korte pootjes naar voren en laat zijn meester een vijftigtal lengten (Jack Russellengten) achter zich. Ik loop toevallig de Voerense kompanen Servais Halders en Kris Pipeleers tegen het lijf. Over Servais dadelijk meer. Kris doet het hier in 57 minuten. Dat is, naar zijn zeggen, nog niet op zijn topniveau na een dubbele liesbreukoperatie. In de sporthal stoot ik op de fris gewassen Stijn Vanderbeuken. Voor zijn eerste loop in de Challenge van Luik van dit jaar versiert hij plaats 41, dat is net buiten de eerste 10% van de deelnemers. De man van Diets-Heur is sinds zijn eerste jaren in deze Challenge door het team Paluko uit Tongeren omgekneed tot een trainingsbeest. Jo Vrancken, het goudhaantje van de Zuid-Limburgse delegatie, haalt hier zijn zwakste uitslag van de laatste weken, … tweede. Christophe Mémurlin is de feestverstoorder. 25 seconden is het verschil tussen de twee. Tilff 2 Omdat jullie lezers blijven aandringen, enkele bedenkingen over mijn eigen optreden. Ik heb er vandaag het maximum uitgehaald, met zowel in de afdalingen als in het klimwerk een aanvaardbaar tempo. Op het vlakke, in het begin van de loop, is het verschil met mijn betere jaren ongetwijfeld het grootst. De kracht is uit mijn benen verdwenen. En de spierpijnen – of welke pijn of onaangenaam gevoel het ook is – remmen mij af ongeacht hoe het parcoursreliëf eruit ziet. Het negatief saldo ten opzichte van 2012 bedraagt liefst 8 minuten. Ter vergelijking – ik weet het, deze vergelijking doet niets terzake – Servais Halders levert op die jaren 2’30” in. En nauwelijks enkele plaatsen in de totaaluitslag. Alberto Canales, vandaag derde bij de veteranen 3, kan het maar niet vatten. “Servais, c’est un phénomène” troost ik Alberto. Ik voeg er langs mijn neus weg aan toe “we trainen wel eens samen”. Kwestie van mijn eigen PR te verzorgen.
De prijsuitreiking voor twee van mijn tafelgenoten laat even op zich wachten. En dus is het al over 14 uur als ik de feesttent in het Parc de Brunsode verlaat. Nog even een pain-saucisse halen. Maar na een kwartier aanschuiven moet ik en de andere wachtenden verderop in de rij vaststellen dat de lekkernijen (tijdelijk) zijn uitgeput. Ik wijk uit naar een “sandwich au fromage”. Op weg naar de auto valt mijn oog opnieuw op een huis met een gedurfde verbouwing. De bewoner is net cementzakjes aan het versjouwen. Hij blijkt ook de ontwerper te zijn. En zo eindigt mijn uitstap naar het Luikse met een sympathiek gesprek met een architect. De smalle weg tussen de parking aan de sporthal en het centrum is intussen vrij. Twee uur geleden stond hier een tiental autobestuurders nagelbijtend te wachten tot ze de weg op mochten waar op dat ogenblik de lopers aan hun laatste driehonderd meter bezig waren. Ook ADD-atlete Elke Hubrechts die dan al lang haar 6 km-wedstrijd achter de rug heeft moet boeten voor dit organisatiefoutje. Tilff baadt intussen onder een stralende zon. Dat belooft het beste voor Marie-Paule en Paula (van Willy Hertogen) in de Virga Jesse-ommegang in Hasselt na de middag.

( Foto 1 van de website: De abdij Notre Dame van Brialmont… zoals ik ze ook niet gezien heb. Foto 2, eigen foto: Dit zijn de mannen die mij op minuten hebben gelopen, de laureaten bij de veteranen 3. Van links naar rechts en van het laagste podiumtrapje naar het hoogste: Alberto Canales, Michel Bernard en Servais Halders.)

← Toon minder