Auteursarchief: willy

Waremme Corrida

zat 09/12/2017 19.30u * Corrida de Waremme * 8,44 km * 00:41:27 * 12,2 * 61/152 * 5/10 * ♥♥♥

In de donkere maand december brengen de corrida’s – loopwedstrijden midden in de stad – gezelligheid en gezonde ontspanning. Ik kies na een jaar onderbreking weer voor Waremme. Het rondje daar was me wel bevallen en er was voldoende licht voor mijn tanend gezichtsvermogen. Blijkt na 200 meter dat het parcours gewijzigd is. Ik kan nog net voldoende zien in de donkere straten buiten het centrum en moet noodgedwongen van de eerste ronde een verkenningsronde maken. Zoek hier echter geen verklaring voor mijn bescheiden gemiddelde. Dat heeft in de eerste plaats te maken met mijn slappe benen. Bij het inlopen in de avondlijke duisternis kan ik maar weinig bekenden spotten. Rudi Vereecken en Domenico Di Vito zijn er wel. Domenico doet het uitstekend ondanks een pijnlijke rug. Heel wat bekenden zie ik pas na de aankomst in de tent terug, nog anderen hebben alleen een spoor nagelaten in de uitslag.
Het is nog even wachten in het peloton voor de start wordt gegeven. Dat peloton is met een 250 lopers (voor de twee afstanden) toch wat groter dan Marie-Paule en ik hadden ingeschat. “3 of 4 ronden?”, hoor ik naast me vragen. 4 ronden is het kordate antwoord van een collega. Waremme 1 Dat is toch al een antwoord op één vraag. Het is niet de enige vraag die hier in Waremme door mijn hoofd speelt. Ik houd de vinger aan het startknopje van mijn Garmin-horloge om het startsignaal zeker niet te missen. Maar wat zal dat signaal zijn? Een revolverschot, een fluitsignaal, belgerinkel? Het antwoord volgt pas na enkele minuten als ik plots hoor aftellen. “Trois, deux, un”, we zijn vertrokken. Rechtdoor aan de markt, oei ander parcours… Na een halve kilometer lopen we door een parkje. Bij het indraaien kan ik ternauwernood een hekken ontwijken. In de bochten is het opletten voor de gootjes, op de rechte stukken voor verkeersmeubilair en oneffenheden in het wegdek. Waar de Rue Zénobe Gramme op de Rue Emile Hallet uitkomt, nemen we een bocht naar links tussen twee politiecombi’s. De route is hier mooi aangegeven met blauwe lichtjes op de weg, bedenk ik nog voor ik haast ten val kom in het gootje in het midden van de donkere weg drie meter verderop. Weer een aandachtspunt voor de volgende ronde, houd ik me voor. Hoe dan ook, ik overleef de eerste ronde. Ik loop onder de startboog van de Mutualité Chrétienne door, waar er voor het overige geen beweging is. We worden nu rechtsaf gestuurd, aan de rand van de kerstmarkt, trappen op en dadelijk naar links. Weer over die vervelende houten afsluiting van de ijspiste zoals twee jaar geleden? Maar de ijspiste is verdwenen, een korte kronkel door de tent is in de plaats gekomen. Dat fantasietje holt de snelheid nog verder uit maar is wel wat vriendelijker voor mijn stramme ledematen.
Op weg naar ronde twee. Ik heb mijn plaatsje in het peloton gevonden. Zoals gebruikelijk haal ik nog wel wat collega’s in maar vanuit de achtergrond kan ik weinig beweging melden. Tot op het einde van die ronde als we vanaf het station de korte afdaling naar de markt inzetten. Waremme 2 Een fluitsignaal, nog eens, nadrukkelijker. De “ouvreur”- de voorrijder – Serge Massin komt eraan. “Rechts houden” maant hij ons aan, om vrije baan te verlenen aan de snelste jongen van de avond. Voor de tweede passage door de tent heb ik al een ronde van zo’n 2 kilometer aan mijn broek. Adrien Noël zoeft voorbij. Woorden schieten tekort om zijn vloeiende, haast zwevende bewegingen te beschrijven. Een lust voor het oog. Jammer dat u het verder in dit verslag moet stellen met het gekrassel van een anoniem nummer in het peloton. Ik word nog door vijf andere senioren gedubbeld, tenminste als ik het allemaal goed heb kunnen bijhouden. Ik herken Reginald Dehin maar die heb ik tenminste nog drie en een halve ronde kunnen afhouden voor hij me met krachtige stoten van het bovenlijf voorbijgaat.
Intussen ben ik halfweg. Ik ben nu helemaal warm gedraaid: mijn mutsje heb ik tot boven mijn oren opgeschoven, mijn handschoenen heb ik uitgetrokken. Nu uitkijken naar Marie-Paule. Daarnet stond ze nog foto’s te maken aan de markt. Goed bedoeld maar ik heb zo een voorgevoel dat de donkere omstandigheden de krachten van haar toestelletje te boven gaan. Ik merk haar net op tijd op in de tent en lever mijn handschoenen in. Ik wilde geen tijd verliezen met het wegsteken van de vingerbeschermers. Gek dat ik het gevoel heb dat ik snel onderweg ben terwijl de naakte cijfers van de rondetijden een veel minder vleiend beeld opleveren. Mijn trouwste supporter heeft een plaatsje gevonden voor de bevoorradingstafel. Niet dat ik die tafel gezien heb, ik heb ze tijdens de wedstrijd ook niet gemist. Maar Noël Heptia die naar eigen zeggen voortdurend drinkt tijdens een loop had wel een slokje gelust. Je moet hier wel meer zelf uitzoeken in Waremme. Zo begint het antwoord te dringen op de vraag die mij al langer bezighoudt: waar is eigenlijk de finish? Ik vraag het zodra ik de kans heb, aan een deelnemer (de vader?) die een jong kereltje (zijn zoontje?) op sleeptouw neemt. Goed, ik weet nu dat het in de tent te doen is, maar waar precies?
Ik geniet even van een korte afdaling voor de weg weer naar boven gaat. Met slechts enkele percenten, net genoeg om mijn benen pijn te doen. Het lijkt wel een rondje op een wasbord, kort en licht op en af. En bochten! In dit parcours zitten al evenveel krullen als in de haardos van Jean-Pierre Immerix. Mijn lievelingskrul is die voor de kerk. Misschien ook omdat die bergaf gaat. Waremme 3 In de laatste ronde ben ik nu zelf de traagste deelnemers (deelneemsters) aan het dubbelen. Ik zie dan toch eens een bekende bij de lopers die me op de Rue Joseph Wauters, langs de kerstmarkt, tegemoet lopen. Albert Vandensavel, die dus zo’n halve ronde, een kilometer, voorsprong heeft. Een topprestatie ben ik niet aan het leveren, dat besluit kan ik nu al trekken. Weer omhoog naar het parkje. Ik kruis de lopers aan de andere kant van de weg en de dranghekken. Hoor ik daar niet mijn naam? Dat moet Noël Heptia zijn. Hij heeft een lus van zo’n 250 meter voorsprong. Anderhalve minuut is het verschil aan de aankomst. Hij heeft dan zijn gezel van vanavond, Domenico Di Vito, moeten laten gaan. Nog een keer de pijn verbijten aan de klim rond de rotonde. We lopen voorbij het station, het hoogste punt van het parcours, voor we weer wat snelheid kunnen maken op de Avenue Reine Astrid die naar de Marché de Noël en de aankomstzone leidt.
Een laatste keer de trappenpartij omhoog voor de linker- en de rechterbocht naar de tent. Geen risico’s nemen hier om niet tegen de grond te gaan op een zucht van de streep. Dat doet mijn achtervolger in het rood wel, met het onvermijdelijke gevolg. Maar hij krabbelt zo snel weer recht dat ik mijn benen nog moet strekken om als eerste de tent binnen te lopen. Nu nog de streep vinden. “Ici”, “hier” schreeuwen Pierre Olivier en Jos Biets in koor en ze wijzen de finish nog eens uitdrukkelijk aan. Ik houd Philippe Guillaume, de rode man, nipt achter me. De warmte van de tent valt als een deken op me. Even uithijgen in het gedrum. Eenmaal weer buiten leert een blik op mijn Garmin me dat ik hier op hetzelfde gemiddelde bots als veertien dagen geleden in een weliswaar vlakke wedstrijd die meer dan dubbel zo lang was. Veel meer bochten, de avondlucht, de vorm van de dag, ik zoek naar een verklaring.
Marie-Paule moet nog een hele tijd geduld oefenen voor ik terug ben van de douches in de sporthal aan de rand van de stad. Tijdens de wedstrijd zelf was de wachttijd tussen de passages nauwelijks tien minuten. We babbelen nog even na met Noël in de Brasserie. Rond 11 uur zoeken we – en vinden we na enig zoeken – de weg oostwaarts. De frituur is door haar voorraad frieten heen maar op de Marché de Noël is er nog volop leven…

(Foto 1 van Marie-Paule: Bij de tweede doortocht op de markt na een halve ronde in het gezelschap van enkele piepjonge collega’s. Foto’s 2 en 3 van Nadine Claessens. Foto 2: Domenico Di Vito voor Noël Heptia. Foto 3: Winnaar bij de v3, Albert Vandensavel, gefotografeerd door zijn echtgenote.)

Halve Marathon van Ell

zon 26/11/2017 10.30u * Halve Marathon van Ell * 21 km * 01:43:00 * 12,2 * 132/257 * 6/10 (65+) * ♥♥♥♥

De challenges zijn afgesloten, de mallemolen van de loopcompetitie draait op een lager toerental. Vele wedstrijdlopers maken de balans op van het afgelopen seizoen maar deze jongen en een aantal even fanatieke collega’s willen van geen ophouden weten. Terwijl Servais Halders op zijn lauweren rust en de herenboer speelt in ‘s-Gravenvoeren heb ik mijn lichaam opnieuw moeten gewennen aan een langere duurinspanning. Want ik heb een halve marathon op het oog. Die van Ell. Ell, dat vergt enige uitleg. Het dorp met de korte naam ligt in Nederlands-Limburg waar Jean-Pierre Immerix al decennia de loopwedstrijden afschuimt… en de horeca gelukkig maakt. De Veldwezeltenaar is hier kind aan huis. Hij brengt ons via de snelste weg naar het ommeland van Weert. Ondanks een noodstop voor een medepassagier zijn we ruim op tijd in Eetcafé de Prairie waar de startformaliteiten worden geregeld. Met het startnummer krijgen we meteen ook een tombolaprijs… als we geluk hebben. Dat hebben we niet maar misschien gooien we straks wel hoge ogen in de wedstrijd. Er zijn hier ook een aantal bekenden van Belgisch-Limburg en natuurlijk de Nederlandse toppers als Roger Rousseau en Jo Schoonbroodt. In een goed verwarmde kleedruimte smeert Jo zijn benen in. “Is dat je wonderzalf?” vraag ik de grijze Keniaan. “Nee, dat is tegen de muggen” is het antwoord. Het is hier op dit uur inderdaad bitter koud. Jo wint vanzelfsprekend de sterk bezette leeftijdsklasse van de 65-plussers waar zelfs de vierde, Joep Drent, mij bijna 7 minuten aan de broek lapt. Om nog even de gure wind te ontlopen, beperk ik mijn opwarming tot het minimum. Voor de start heeft Jean-Pierre zijn lange trainingsbroek aangetrokken, ik heb na enige twijfels mijn windjack uitgetrokken…
De bel luidt, een carnavalesk uitgedost bandje blaast ons moed in, we beginnen eraan. Na 300 meter hebben de eersten al evenveel meter voorsprong. Geen paniek, in de dichte meute verdringen zich ook de 7,5- en de 12,5 km-lopers. Ik ben intussen het Alkense duo Jos Polders en Danny Zwerts voorbij gegaan. Jos zal, zoals in de 10 km-loop in Terkoest, dicht achter me eindigen. Ik ben nu op pad met een ander lid van Atletiekclub Alken, David Baerts uit Wellen, beter bekend als mijnheer Sobkowiak. Zijn echtgenote Martine Sobkowiak rent ook mee in het peloton maar dan minuten voor ons uit. De vederlichte atlete zal hier een nieuw persoonlijk record vestigen met 1u32’53” en haar categorie met ruim verschil winnen. Ze heeft het dan ook professioneel aangepakt met begeleiding van een eigen coach Peter Bellen. Die vertroetelt de snelle benen van zijn pupil voor de start ook met een verwarmend zalfje.
We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of de snelste lopers van de 7,5 km komen ons al tegemoet op het fietspad naar Swartbroek. Daar halen we ook Jean-Pierre Immerix in. Hij heeft zich weer vooraan genesteld bij de start maar na 3,3 km bij de rechterbocht naar de heide is hij zijn bonus kwijt. “Stramme bovenbenen” is het commentaar als ik even informeer naar zijn gevoel. “Hopelijk gaat dat eruit”, geeft hij me nog mee als ik mijn weg verderzet. Ijdele hoop, zo blijkt uit zijn eerste woorden na de finish. “Weer een minuut verloren tegenover vorig jaar.” Elk jaar een minuut verliezen op een halve marathon? Daar teken ik voor! Ell 1 Hoe dan ook, David heeft intussen enkel meters voorsprong genomen en zal die geleidelijk uitbouwen in de volgende kilometers. Ik durf in het eerste kwart van de wedstrijd het tempo niet optrekken en blijf zo een gemiddelde tussen 4’45” en 5’05 aanhouden. De wind speelt ons hier ook parten op de lange rechte stukken. Ik loop al snel afgezonderd, haal hier en daar een enkeling in maar heb vooral tussen km 3 en km 7 ook enkele plaatsjes moeten inleveren. De koude hindert me niet – sommige collega’s klagen na de wedstrijd over de temperatuur – en na 7 km kan ik de handschoenen wegmoffelen achter mijn nummerband. Mijn mutsje hou ik wel op, al was het maar als herkenningsteken voor Jean-Pierre. Ik geniet van de open ruimte en de weldaden van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Eindelijk voorbij het preiveld! Niet dat ik aan het sukkelen ben maar deze prei-aanplant is echt gigantisch. De wind blaast heerlijk in de rug na de bocht naar links aan km 7,5. Daar is de tweede bevoorrading. De eerste heb ik overgeslagen, nu zal ik maar een bekertje meepikken om mezelf gerust te stellen. Dorst heb ik niet maar volgens de theorie moet je op tijd drinken op de langere afstanden. De drankbevoorrading tijdens de loop is het stokpaardje van Peter Kusters. Voor de start heeft hij op niet minder dan vier plaatsen van het parcours een busje sportdrank gedeponeerd. Met de fiets die hij in zijn bestelwagen heeft meegebracht. Overigens bekomen de twee slokken water me slecht. En David? Wel, die zet zijn opmars verder en is intussen een groepje voorbijgelopen. Ik zal op een inzinking van de Wellenaar moeten rekenen om hem nog bij te benen. We lopen terug in de richting van Ell. Een kladje fans wacht ons op even voor km 10. Dit moet de splitsing zijn voor de 12,5- en de 21 km-lopers. De verkeersregelaars geven aanwijzingen aan de fietsers en de autobestuurders. De lopers moeten hun weg zelf uitzoeken op een klein bord. Ik vertraag om de route te ontcijferen. Alweer twee seconden verloren.
We beginnen aan ronde 2. Aan km 10,7 herken ik het fietspad van het begin. Ik zie David heel alleen in de wind en – zo leid ik af uit zijn moeizame tred – in nesten. Ik ben op luttele meters gekomen van het groepje dat David daarstraks heeft achtergelaten. Dat zou de perfecte gangmaker zijn in de winderige strook waar we nu aan begonnen zijn en nog enkele kilometer zal duren. Ik versnel lichtjes en sluit aan. In het pelotonnetje zitten enkele lopers (m/v) van de lopersgroep van Helden. Een begeleider op de fiets voorziet hen op verzoek van drank. Er wordt veel van positie gewisseld. Ik zoek de breedste ruggen om me achter te verschuilen. Dat moet al lang, wat zeg ik, heel lang geleden zijn dat ik gedurende verscheidene kilometers in wedstrijd in een groepje heb gelopen. Ik heb het gevoel dat ik sneller zou kunnen maar besluit wijselijk in het coconnetje te blijven. Ell 2 Intussen blijft die arme David in zijn eentje harken. Hij houdt het nog een drietal kilometer vol maar is dan blij dat hij even beschutting kan zoeken in het groepje. Ook al zal dat voor hem qua postuur moeilijker zijn dan voor mij. De eerste ronde blijkt voor mij een goede herkenningsronde geweest te zijn. Ik heb de route nog in mijn hoofd en haal dus voordeel uit mijn oriëntatievermogen. Ook al ben ik voor het eerst in Ell. Ik heb wel de indruk dat het tempo door de koplopers in het groepje wordt opgedreven maar kan vlot volgen. De begeleider met de fiets bekommert zich ook om de andere lopers en biedt iedereen een roze drank in een drinkbus aan. Het smaakt lekker, zegt de eerste proever. Ook David neemt een slok van het brouwsel. Ik bedank, de reactie van mijn maag bij de bevoorrading in de eerste ronde indachtig. Nu, achteraf ben ik eigenlijk wel benieuwd naar de smaak. We ronden voor de tweede maal de serres (de kassen) van Caster waar een niet nader geïdentificeerde klankkast loeiharde muziek uitspuwt. Niet echt passend bij de stille omgeving. Wel passend maar evenmin aangenaam zijn de geuren die hangen rond een varkensfokkerij. Maar alleen de lopers hebben hier last van. En die moeten dan maar wat sneller lopen… Dat doe ik ook en zo schud ik de meeste van mijn kompanen af en draai solo de Laagstraat in waar de wind lekker meewerkt. David bekoopt zijn krachtenverspilling in het eerste deel en moet ook afhaken. Met een eindtijd van net onder de 1u45′ kan hij thuiskomen. En meevieren met Martine. Een dame op de fiets zorgt voor enige afwisseling. Zij rijdt een keer of vijf langs me door met de smartphone in de hand. Wat ze registreert, wie ze begeleidt is me een raadsel.
De laatste 5 km: de benen worden moe – ik ben dat constante ritme niet meer gewend – en de lange rechte stukken stellen ook de mentale weerstand op de proef. Ik doe mijn best om goed op de foto staan van de fotograaf die de lopers in het vizier neemt vanuit een lagere positie. Ik zou wel de perenplantage in herfstkleuren als achtergrond hebben gekozen. Benieuwd naar de foto. Het parcours wordt wat bochtiger in de buurt en aan de rand van Ell. Bij het buitenlopen van een woonwijk krijg ik even, heel even, gezelschap van een ranke brunette die ik herken van het begin van de loop. Zij heeft nog wat snelheid over in de finale. Ik krijg een glimlach terug voor mijn compliment aan haar adres. Euh, over haar prestatie, vanzelfsprekend. We steken de rijweg over op zoek naar de laatste lus voor de finish. We passeren weer langs het voetbalveld – de groenen spelen tegen de roden – en nemen de derde laatste bocht. Er volgen wel nog twee kilometer in U-vorm. Noem het de U van L. Een opkomende jongeman gaat me in de eerste streep van de U voorbij. Hij maakt er wel een bijzonder langgerekte eindspurt van. De mentale energievoorraad raakt stilaan op. Om mezelf op te peppen richt ik mij op de loopster voor me. Haar begeleider van de laatste kilometers is weggesneld, zij vecht tegen de wind en zichzelf. In de laatste vijfhonderd meter kan ik haar voorbijgaan. Haar naam moet ik later niet opzoeken, Jean-Pierre kent de Maasmechelse dame. Het is Elena Spagnoletti. Als dat geen mooie naam is om dit wedstrijdverslag mee te eindigen… Die laatste twee kilometers blijken dan nog de snelste van de wedstrijd te zijn geweest. Een sneller tweede deel, een goed gevoel en een stel benen dat een keer niet te fel tegensputtert, waarover zou een mens dan klagen?
Op de hoek van de fraaie toog van “De Prairie” waar Jean-Pierre elk jaar zijn stekje heeft, babbelen we na met Peter Kusters van Maasmechelen en Eric Martens van Wellen. En zo eindigt een loopdag die om kwart over zes begon met het ontbijt pas om half vier als ik hikkend (als passagier!) weer thuis kom.

(Foto’s. Foto 1 van Jack van Montfort: Een deel van het groepje voor ik er bij aansluit. Op de fiets de gulle bevoorrader. Foto’s 2 en 3 van Marie-Paule. Foto 2 : De verlossing is nabij voor Jean-Pierre. Foto 3: Aan de erwtensoep.)

Seraing Ougrée (CJPL)

zat 11/11/2017 11u * Seraing Ougrée (Challenge Province de Liège) * 10,9 km * 00:55:37 * 11,8 * 85/199 * 10/26 * ♥♥♥

We zijn vandaag in Ougrée. Op zo’n twee kilometer van het stadion van Standard, dat zegt de Vlaamse lezer wellicht al meer. Het grijze en regenachtige novemberweer maakt de sombere woonwijken in het oude Luikse industriebekken nog wat grauwer dan ze al zijn. Even boven de dichtste bebouwing ligt een groene vlek waar paarden, ezels, geiten en kippen rondlopen en over een uurtje ook 250 joggers. De tweevoeters zijn er voor de sportieve “11-11-11”-actie van Michel Mancini: 11 km op de elfde van de elfde maand. Deze editie zal meteen ook de laatste zijn in het kader van de Challenge van de provincie Luik. Volgend jaar stapt Michel over naar de Condruzien op een parcours op bospaden. De omloop is dit jaar ook al gewijzigd. Hoe we dit keer lopen, zal ik straks zelf moeten ondervinden. Voor het eerst sinds maanden ontmoeten we weer Maja Van Zand en Kris Govaerts. Voor Kris is de loop van vandaag een opwarmertje voor de LCC-cross in Neerpelt. Maja wint bij de Ainées 3, heupklachten of niet. Limburgers hebben altijd al het mooie sportweer gemaakt in deze contreien. Dat is ook vandaag zo: Jo Vrancken, Peter Withofs en Beny Stulens bezetten drie plaatsen van de top 5.
Tijd om de benen los te lopen na de start is er niet. Er is nauwelijks honderd meter vlak in de eerste kilometer. Na de tweede bocht waar Willy Hertogen meteen van gebruikt maakt om anderhalve meter af te snijden. “Dat komt in het verslag” bereid ik mijn gemeentegenoot al voor op het in de openbaarheid brengen van zijn manoeuvre. We zullen het maar door de vingers zien in deze wedstrijd waar de steile afdalingen op het asfalt een aanslag betekenen op de kaduuke rug van de eeuwige CJPL-deelnemer. Binnen de eerste kilometer krijgen we percentages tot tegen de 20% te verwerken. Jean-Pierre Immerix gaat mij in de laatste stijgende meters even voorbij maar moet inhouden als de weg boven even steil naar beneden loopt. Na 1,6 km lopen we het bos (van Boncelles?) in op de Ravel. Ik herken het fietspad van twee en drie jaar geleden. Dit jaar lopen we blijkbaar in tegengestelde richting.Seraing 1 Dat kan een lange klim betekenen, leid ik af uit de lange dalende strook van de vorige edities. Ik ben nog altijd in inloopmodus en durf mijn benen zeker niet tot een hoger ritme dwingen. Wat gaat dit geven als we deze klim straks nog eens voor de voeten krijgen, bedenk ik. We zouden dit jaar twee rondes lopen, zoveel heb ik begrepen uit de soms tegenstrijdige verhalen over het nieuwe parcours. Ik heb nochtans wel zin om op een hogere versnelling over te schakelen. Om de kloof te dichten op Roger Dosseray, zo’n vijftig meter voor me. Ik moet dan maar hopen dat de klim van zo’n 3 % – door sommige vrienden omschreven als “vals plat” – me dichterbij zal brengen. De herfstbladeren bedekken het grootste deel van wat eigenlijk een geasfalteerd fietspad is. Het uitzicht – in de eerste kilometer kijken we links uit op een riviertje – en de zachte bochten breken de eentonigheid van de lange klim. Die zal uiteindelijk 2,2 km duren. Intussen zie ik Roger ook in een langer rechter stuk niet voor me. Het veld is al sterk uiteengeslagen en ik loop meestal alleen. Net voor we boven zijn kan ik dan toch een plaats opschuiven. We verlaten het bos en zijn dan al aan de afdaling begonnen. Een seingever waarschuwt ons voor de gladde passage naar het asfalt in een woonwijk. Ik blijf mooi op het voetpad aan de buitenkant van een pleintje. Dan gaat het plots fel naar beneden. Zo fel dat ik moet afremmen. Twee in het zwart gehulde mannen stormen me voorbij. Ik laat de benen weer wat sneller wentelen maar voel plots een prik in mijn geplaagde rechterbil. Oei, die steile duik doet me geen goed. En straks in de tweede ronde is het opnieuw van dat. Een ogenblik bekruipt me de gedachte om uit te stappen om de drukke decembermaand niet in gevaar te brengen. Dan toch maar met de nodige voorzichtigheid verder naar beneden. Na enkele bochten worden we weer een helling opgestuurd. Hier is er geen gevaar meer dat mijn spieren worden geteisterd door een te hoge snelheid…
Daar is precies de richtingaanwijzer naar Boncelles weer. Zouden we aan de tweede ronde begonnen zijn? Ja, dit is de tweede ronde. De hond die daarnet zo fel te keer ging houdt nog altijd de wacht achter het hekken. Nu is hij stil. Misschien vindt hij het niet de moeite waarde om zijn stembanden te forceren voor de lopers van de tweede rij. Claude Herzet, volgens een betrouwbare bron (Richard Mathot in de kleedkamer) vandaag in heel goede doen, is hier al lang voorbij. We beginnen voor de tweede keer aan de lange klim. Maar zal dat dezelfde zijn als daarnet of… nog langer? Ik verteer de helling veel beter dan gevreesd in de eerste ronde… maar haal geen hoger gemiddelde dan een kwartier geleden. De gegevens van Garmin durven het gevoel wel eens tegenspreken. Seraing 2 Ik haal de tweede zwarte man opnieuw in maar het witte shirt van Roger Dosseray is nergens meer te bespeuren. Na twee derde van de vorige klim worden we naar rechts gestuurd. Noël Heptia (lid van het organiserende Seraing Athlétisme) is vandaag seingever en kondigt de nieuwe strook aan als de weg naar de afdaling. Dat klopt als je eerst nog een 900 meter lange helling klein krijgt. En laat dat nu net het moeilijkste deel van het parcours zijn, althans voor mij. Halverwege word ik ingehaald door veteraan 2, Joseph Roda, die metertje voor metertje wegloopt op de stroken tot 6%. Ik zie hem geregeld achteruit kijken alsof hij in mij een concurrent ziet voor zijn categorie. Als dat zo is, bedankt voor het compliment. Na een klim van 3,8 km zijn we dan toch op het hoogste punt (dicht bij het Fort van Boncelles). We lopen dit keer de Rue du Fort af in tegengestelde richting, dus licht dalend. We hebben 1 kilometer om het gemiddelde op te krikken. Ik haal 4’32” maar zie Joseph Roda verder weglopen. Martial Dheur kan ik wel bijbenen. Op het einde van de lus (voor de start door Michel Mancini bestempeld als “l’appendice de Boncelles”) draaien we rechtsop het bos in. Over een 300 meter lang maar nat bladertapijt in het bos gaat het weer naar het asfalt en begint de duik naar het voetbalveld van Royal Amical Club Ougrée waar de prijzen worden verdeeld. Nog eerst een stukje Ravel waar ik op mijn hoede ben voor de herfstbladeren, daarna zijn we in ijltempo weer op het parcours van de beginkilometer. Niet verwonderlijk met 20% reliëfverschil net voor de Place de la Chatqueue. Ik hou het tempo strak op de korte vlakke strook tussendoor. In de laatste dalende meters hoor ik plots hevig getrappel achter me. Wie komt daar in een rotvaart aan? Het is een jongeman, Arno Zanella. Hij heeft zich als een havik naar beneden gestort en peuzelt zijn prooi – dat ben ik – met haar en huid op. Aan het haar heeft hij wel niet veel werk gehad…
Eindelijk op het vlakke. We zijn bijna rond op het nieuwe parcours dat erg in de smaak blijkt te vallen bij mijn vrienden. Ik zelf vind het jammer dat de steile afdalingen er nog altijd inzitten. Die spelen niet echt in de kaart van de categorie stramme lopers waartoe ik helaas behoor. Ik word niet meer opgejaagd door achtervolgers, zo lijkt het althans, en doe het wat rustiger aan in de laatste meters rond het voetbalveld. En zo duikt plots André Piron – met wie ik enkele weken geleden in de Ambiorix Run in Tongeren heb kennisgemaakt – achter mijn rug op in de laatste rechte lijn. Jean-Pierre loopt minder dan een minuut na me binnen. Het verdict is hard : drie tot vier minuten achter de veteranen 3 met wie ik in betere dagen wel het duel kon aangaan. Speaker Michel Mancini kondigt me bij de finish aan als “un futur vétéran 4”. Zou dat de verklaring zijn?

(Foto 1 van Marie-Paule : Met Roger Dosseray. De witte handboeken komen uit de kast van Michel Mancini. Foto 2: De eerste twee van de veteranen 3. Links Daniel Weidner, rechts Servais Halders.)

Saint-Georges (Challenge Cours la Province!)

zon 05/11/2017 10.15u * Saint-Georges-sur-Meuse (Cours la Province!) * 10 km * 00:52:35 * 11,4 * 103/263 * 9/20 * ♥♥

De vroege zondagochtendtrip gaat vandaag naar Saint-Georges-sur-Meuse. Wie hier overigens naar de Maas zoekt, zal van een kale reis thuis komen, zoals ik zelf al eens ondervonden heb. In de verte kan je wel een glimp opvangen van de hoogste toppen van de Maasvallei. Het is nog fris aan het Athénée Royal. Ik warm op met muts en handschoenen maar die kledingstukken kan ik een uur later voor de wedstrijd al weer uittrekken. Ik begroet de bekenden, de vaste klanten van de Challenge Cours la Province. Eddy Hoylaerts is er vandaag ook bij, nadat hij dit seizoen vooral de halve marathons heeft opgezocht. Hij wijst me op een moeilijke strook op het parcours. Hij kan het weten als thuisloper. Ook enkele leden van Seraing Athlétisme hebben de korte verplaatsing vanuit hun thuisbasis gemaakt. Met knipperende lichten kondigt een andere deelnemer zijn komst aan. Het blijkt de voorzitter van de Mergellopers Francis Loyens te zijn. Hij is voor de tweede keer in evenveel weken naar het zuiden uitgeweken om de Bestorming van Alden Biesen voor te bereiden. “Ik doe graag een wedstrijdje als training” verklaart Francis zijn deelname. Als zijn tempo in de eerste kilometers straks een aanwijzing is voor Alden Biesen, loopt hij over enkele weken de kasseien uit de grond in Rijkhoven.

Lees verder →

Het is nog even ter plaatse trappelen voor de start wordt gegeven in de kasteeldreef. Enkele tellen later heb ik al meteen natte voeten als we in een grote plas terechtkomen die verborgen ligt achter de dichte lopersdrommen voor me. We hebben dadelijk een mooi tempo te pakken. Niet moeilijk als het bergaf gaat. Een bocht na 200 meter zou ons op het asfalt moeten brengen. Dat is echter bedekt door een laag kleismurrie. Ik probeer de aardkluiten te ontwijken en wat plaatsen op te schuiven. Zou ik opnieuw Béatrice Kevelaer – enkele plaatsen voor me – kunnen volgen zoals in Slins? Dan zullen de benen soepeler moeten draaien dan daarnet tijdens de opwarming. Na 1 km komt de eerste klim eraan. Francis heeft zich dan al uit de voeten gemaakt. Van mijn categoriegenoten zie ik alleen Luc Hilderson en Christian Vandevenne nog voor me. Saint-Georges 1 Ik haal Luc snel in , Christian houdt zijn voorsprong voorlopig (?) vast. Ik begin samen met Luc aan een kilometer lang smal paadje tussen afsluitingen en prikkeldraad. We blijven hier min of meer noodgedwongen braafjes achter elkaar lopen. Een achtervolger murwt zich toch nog tussen de rij en de prikkeldraad… om zich even verder weer te laten inlopen. De tactiek van sommige collega’s is ondoorgrondelijk. In de daaropvolgende afdaling speel ik enkele keren haasje-over met Luc. Christian blijft in zijn eigen energieke stijl voorop en loopt zelfs wat verder uit. Op het plateau herken ik in de verte de schoorstenen van de electriciteitscentrale in Engis. Mijn eigen energie kan ik maar met moeite aanspreken. Ik krijg het tempo niet omhoog en eenmaal we weer op onverharde veldpaden komen, duiken de kilometertijden ook onder de 5 minuten. Het parcours komt me trouwens ook niet bekend voor. Ik was hier wel al aan de slag in 2010 en 2013 maar mijn harde schijf is stilaan volgeslibd met de vele parcoursen die ik sindsdien heb verkend. Overigens weet ik van Eddy Hoylaerts dat de passage door het Kasteel van Warfusée uit het parcours geschrapt is. Hoe dan ook, de bultjes in de volgende kilometer, zijn nieuw voor me en – die vaststelling kan ik nu niet langer negeren – te moeilijk voor me vandaag. Ik heb geen kracht in de benen en moet me beperken tot volgen. Rond km 5,5 sta ik zelfs zo goed als stil op een klim van zowat 200 meter. De schoenen glijden weg in de smalle geul waar we doorheen moeten. Het is hier ook wroeten voor mijn collega’s en zo verlies ik toch maar twee plaatsjes. De modder blijft ons ook verder parten spelen. Een FCLuik-loper voor me gaat plat op de buik maar krabbelt onmiddellijk weer recht. Een heel steile afdaling waar je de “bovenbeenrem” moet optrekken om niet in het decor te belanden, brengt ons naar het laagste punt van de ronde. Van nu af aan is het voornamelijk klimmen geblazen. Wie nog illusies koesterde om zijn gemiddelde in het tweede deel op te krikken, kan het schudden.
We lopen het gehucht Tincelle binnen, of beter gezegd we kruipen het gehucht Tincelle op, over een helling van meer dan 10%. Mijn neus schuurt haast tegen het asfalt maar ik blijf in beweging en neem zelfs weer enkele meters op Luc. Oef, denk je als je boven bent op de muur van 300 meter. Dan buigt de weg licht naar rechts en … klimt verder. Zo een 2 tot 3% , op een mooi graspad… dat eindeloos schijnt te duren. Eindeloos betekent in dit geval 1,2 km. Het is met zijn allen vechten voor elke meter. Vraag het maar aan mijn twee fans die post hebben gevat op het einde van de helling. Achter een treurwilg… de symboliek is nooit ver weg in een loopwedstrijd. De klim heeft me toch een plaatsje vooruit geholpen, ten nadele van de JoginAttitude-loper Marcello Caracini. Boven op het plateau kan ik eindelijk weer wat tempo maken op een vlakke strook. Althans dat is de bedoeling maar eerst staat de wind in de weg en na een bocht naar rechts werken de benen tegen. Luc Hilderson, nog altijd in mijn spoor of wat had u gedacht (hij had dit verslag misschien kunnen schrijven), Luc Hilderson dus, kan blijkbaar net aanklampen maar slaagt er niet in om het kloofje van ocharme twee meter te dichten.
We draaien nu de kasteelhoeve van Oulhaye in. Ik neem nog net op tijd de bocht naar rechts …of Luc was me toch voorbij geraakt. Vanaf hier heb ik daarnet bekend. We duiken een bosje in waar we nog een laatste klimmetje te verwerken krijgen. Niets bijzonders maar toch voldoende voor veteraan 2 Sergio Dall’Oca om me nu, na enkele voorafgaande pogingen, definitief voorbij te gaan. We komen weer op de verharde weg voor de laatste lus. Mijn twee fans duiken hier plots weer op en moedigen me aan voor de slotkilometer. We ronden de bocht aan het imposante Kasteel van Warfusée voor de laatste rechte lijn door de kasteeldreef. Meteen na het bos heb ik het tempo opgetrokken om Luc geen adempauze te gunnen. Ik doe er nog een heel klein schepje bovenop tussen de plassen van de kasteeldreef. Dan moet de kleine uit Wonck toch enkele meter prijs geven. Nog opletten in de laatste bocht op het voetpad waar winnaar Michel Bertrand zijn categoriegenoten aanmoedigt. Hij zelf is hier al meer dan vijf minuten geleden voorbijgekomen. Na een afwisselend maar pittig rondje – dat voor mij vandaag net te zwaar uitvalt – eindig ik op plaats 103. Diep in het klassement. Na de finish stoot ik op een kladje veteranen 3 die de dorst lessen, voorlopig met een bekertje water. “Dat is mijn revanche voor verleden zondag” lacht Noël. Hij loopt binnen met anderhalve minuut voorsprong in het gezelschap van Armand Pirotte, even na Béatrice Kevelaer. Christian Vandevenne heeft de bonus van 15 seconden dat hij halverwege al had, niet meer uit handen gegeven.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Noël Heptia aan het eind van de lange klim. Foto 2: Eindelijk boven. Luc Hilderson in het geel klampt zich vast in mijn spoor.)

← Toon minder

Oreye (Challenge hesbignon)

zon 29/10/2017 10.15u * Oreye (Challenge hesbignon) * 9,6 km * 00:46:31 * 12,4 * 123/300 * 10/28 * ♥♥♥

Na mijn forfait voor de loop in Moha ben ik voor het eerst in lange tijd weer in Hesbignon-gezelschap hier in Oreye. Jos Biets wil zelfs mijn nummer controleren bij de inschrijving. “Zo lang hebben we je al niet meer gezien” grapt de Truienaar. In het peloton loop ik drie kennissen tegen het lijf die ik ook al vele maanden niet meer heb ontmoet: Jean-Marie Haekens, Benny Claes en Armand Pirotte. Die laatste zal nog een rol spelen verderop in dit verslag. De chip heb ik alvast op mijn (bijna) nieuwe Brooks-schoenen geknoopt. In de uitslag zal ik dus wel voorkomen. Op welke plaats, dat zal mee bepaald worden door de reactie van de blessure in de bil. Volgens fysio Christophe zou een van de adductoren de boosdoener zijn. Ik warm op in het spoor van twee toppers, Beny Stulens en Frankie Verluyten. Beide heren maken zich zorgen over de wind die hier op het Haspengouwse plateau hevig te keer gaat. Ze maken overigens hun reputatie waar: Benny wordt achtste en eerste veteraan 1, Frankie staat op het derde trapje van het grote podium. (Hoe je zover geraakt, lees je misschien in zijn blog. Te vinden in de rechterkolom boven.) Maar veelwinnaar Jo Vrancken is ook vandaag niet te vermurwen.

Lees verder →

We mogen eerst nog even genieten van een korte afdaling voor we meteen de lange klim uit Oreye aanpakken. Ik vertrek voorzichtig, deels uit noodzaak om niet meteen in ademnood te geraken, deels om de reactie van mijn bil te testen. Terwijl ik in de eerste meters van de klim nog even met Ianthe Bauduin nababbel over de Ladies Night Run in Tongeren van gisteravond, hou ik de bewegingen voor me in het oog. Armand Pirotte en Noël Heptia zijn samen vertrokken en hebben op een diefje zo’n twintig meter voorsprong bijeen gesprokkeld. Die zal ik later weer moeten proberen goed te maken. Maar dat is werk voor zo dadelijk als we de tumulus langs de rijweg hebben gerond. Ik kan meteen na de 1,2 km lange klim het tempo opdrijven en doe dat met enig vertrouwen nu ik voel dat de rechterbil haar voorzichtige goedkeuring geeft. Ik maak nu wel wat plaatswinst maar mijn collega’s voor me doen dat nog beter. En zo is mijn achterstand ik het kasteelpark van Otrange nog wat verder opgelopen. De ochtenddauw is nog niet volledig opgedroogd op dit vroege uur. Het gras en het deksel van een veerooster zijn nog glad zoals een loper in blauwe shirt voor me mag ondervinden. Oreye 1 Hij glijdt uit, maar is even snel weer recht. Een nieuwe slipper honderd meter in het donkere bosje achter het park kan hij nog net op tijd corrigeren. Voor mij een nieuwe waarschuwing om de blik gericht te houden op het bladerdek. We komen weer in het licht, voorlopig nog op het onverhard tot we weer asfalt onder de voeten krijgen bij het naderen van het dorp Otrange. Dat is Wouteringen voor wie dit liever hoort, deel van Oerle. En Oerle is gewoon Oreye. Na 3 km – nog in de straten van Otrange – dient zich de tweede klim aan. Ook Peter Dufaux is sneller gestart dan ik, ik ga hem hier voorbij. Achter een bocht naar rechts begint het klimwerk pas goed. Daar is Lucien Collard. Voor mij het sein om even door te duwen. Lucien ziet me met de glimlach langskomen… en klampt aan. Alleszins de eerste hectometers. Hij zal een anderhalve minuut toegeven. We zijn nu in open veld waar ik vrij zicht heb op de sliert lopers voor me. En kan dus mijn opdracht voor de volgende kilometers precies inschatten, lees hoeveel meter ik moet goed maken op Noël en Armand. Noël kan het tempo van Armand niet volgen en zal dus mijn eerste doelwit worden. Of neen, dat wordt Mario Smolders, zo’n tiental meter voor me. We draaien in oostelijke richting. Met de wind op kop zou grote Mario wel de ideale windvang zijn voor me. Ik zal nog vijfhonderd meter ruilverkavelingsweg nodig hebben om de man uit Kerkom bij te halen. In een bocht na 4,3 km. Ik weet het nog precies en wie mijn verhaal niet gelooft checkt maar eens de flyby van Strava. We lopen zwijgend en hijgend naast elkaar tot aan de bevoorrading waar ik mijn gezel uit het oog verlies.
Het daalt nog even tot op het laagste punt van het parcours. Het is zompig hier in de vallei van de Jeker maar wij blijven gelukkig op de weg in beton. Dat beetje modder en de plassen nemen we er maar bij. Het blijft even vlak in het oosten van Otrange. (Al klinkt de aanduiding “oosten” wat pretentieus voor het kleine dorp.) “La boucle”, de lus van Oreye loopt dus eigenlijk rond Otrange. Maar zolang die van Wouteringen geen bezwaar hebben tegen de naam van de loop… Het is anderhalve kilometer geleden dat we nog hebben moeten klimmen. Tijd dat we die loopgekken nog eens een helling opjagen, moeten de parcourstekenaars gedacht hebben en na een rechtse bocht is het weer zo ver. Voor me zie ik een helling van verscheidene hectometers maar ik heb geen idee van wat achter die bocht verderop ligt. Het is een van die typische Haspengouwse heuvels, rond de 3%. Voor mij lijkt dit deel van het parcours nieuw. Terwijl ik dacht dat het rondje van Oreye na vier deelnames geen geheimen meer inhield. Overigens bevestigen andere bronnen dat de omloop licht gewijzigd is door wegwerkzaamheden hier in de buurt. Hoe dan ook, als ik Noël wil inhalen, zal het hier moeten gebeuren. Ik ga al meteen voorbij Stefan Meekers die ik in de vallei voor het eerst heb opgemerkt. Zoals zijn clubmakker Mario speelt hij hier ook reclameman voor de jaarlijkse estafette van de Speelhofrunners. Ik lees even de “gazet” op zijn rug en begeef me verder op weg naar Noël. De afstand tot de Seraingloper vermindert snel. Ik zie dat Stéphane Riga (was die misschien bij Armand?) heeft afgehaakt en verder gaat met het groepje rond Noël. Ik schakel nog een tandje bij en op de top, in de linkse bocht na bijna 6 km, ben ik genaderd op 1 (zegge en schrijve één) meter van mijn categoriegenoot. Ik zal nog een halve kilometer nodig hebben om die ene meter dicht te lopen. Hoe komt dat? Wel, om te beginnen, die ene meter wordt snel weer vijf meter. De wind blaast hier pal in het gezicht. Noël loopt in een groepje met een jonge man in het blauw, Olivier Dotrimont, die schijnbaar haas speelt. Hij port Noël aan om zijn spoor te kiezen en zo nemen de twee weer wat meer afstand. Verdorie, moet ik het tegen twee man opnemen! Tussen haakjes, Noël loopt de laatste tijd met een merkwaardig petje dat mij een beetje doet denken aan het hoofddeksel van Tchantchès, een personage uit de Luikse folklore. Kijk naar de lange man in het rood op foto 1. Wie mij overigens ontdekt op die foto mag het antwoord sturen naar de redactie van Groetum. Schiftingsvraag: waar is Lucien Collard? De winnaar mag meehelpen een grote fles Gouden Carolus soldaat te maken. Maar terug naar de wedstrijd. Ik geraak dan toch voorbij. Noël begroet me met “Ah, Paul”. Wie hij bedoelt, is Paul Rihon. Maar die loopt verder vooraan met Armand Pirotte, hoor ik later. “Oh, Willy!” zet hij zijn vergissing recht. In het groepje zijn er voortdurend verschuivingen. Christian Gérard loopt me in de volgende kilometers wel drie keer voorbij en laat zich dan weer afzakken. Ook Stéphane Riga maakt die van die jojo-bewegingen. Opnieuw in de verspreide bebouwing van Otrange, het noorden ditmaal. Ze zijn hier echt de bultjes in het landschap gaan opzoeken, eerst kort bergaf dan weer kort bergop.
Nu vraagt de aandachtige lezer zich ongetwijfeld af waar Armand Pirotte is gebleven. Wel, dat heb ik me zelf ook enkele keren afgevraagd tijdens de wedstrijd. Ik moest in de verte op zoek naar een donker shirt met lange witte mouwen. Die mouwen horen bij een tweede trui die Armand, blijkbaar beducht voor de koude wind, had aangetrokken. Oreye 2 “Te warm gekleed” puft hij na afloop. En een herkenningsteken voor je achtervolgers, denk ik erbij. Maar het heeft niet mogen baten. De voorsprong van 100 meter die hij had in de bocht aan km 4 – mijn laatste duidelijk meetpunt – heeft hij niet meer afgegeven. Eenmaal warm gedraaid heb ik wel ongeveer hetzelfde tempo kunnen draaien als mijn opponent maar die was sneller op toeren in het begin. Zei hij me niet voor de start dat zijn voorkeur de laatste tijd uitgaat naar baanwedstrijden op korte afstanden? Vandaag verzilvert hij de gewonnen snelheid in een stratenloop. Bijhalen zal niet lukken, dan maar proberen zo dicht mogelijk te eindigen. De grootste uitdaging van de dag komt eraan, 500 meter met de steilste strook eerst. Misschien kan ik daar nog iets forceren. Eerst nog door een ruilverkavelingsweg met de mooie naam “Rue Bois Dam’Zel” waar fotograaf Jo Defrère ons voor de tweede keer op de korrel neemt. Ditmaal sta ik wel volledig op de foto en perfect belicht met de flits. Mijn beklimming is allesbehalve flitsend. Maar de 9,5 km/uur die ik nog uit mijn vermoeide lijf haal, brengen we plots wel dichter bij mijn doelwit. De loper langs me pept me nog even op. Dank je, Kosta Sifakakis. Maar ondanks een 4’02″/km in de afdaling blijf ik hangen op 15 seconden. Nog een bocht, de laatste rechte lijn gaat nog stevig omhoog. Het is nu overleven tot aan de boog. Want daar is de finish blijkbaar. Ik meen me uit het verleden een aankomst te herinneren binnen in de sporthal. De laatste moeilijke meters. Veel snelheid heb ik niet meer. Stéphane Riga gaat me met lange halen voorbij. Hij doet dat niet zonder me nog wat aanmoedigingen toe te sturen. Ik krijg een schouderklopje van Jos Biets bij het overschrijden van de streep. Dat heb ik wel verdiend. Beter nog, dat hebben “we” verdiend. We, dat zijn Armand, Noël en uw dienaar. “Nous avons toujours la tête. We willen wel, meer dan de jongeren. Mais nous n’avons plus les jambes. Maar de benen willen niet meer mee.” Zo hoort u het ook eens van een ander, Armand met name.
Na de douche drink ik nog een Leffe aan de tafel van Alken, in het gezelschap van de “running doctors” Bea Strouwen en Marc Buttiens en mijmer met veteraan 3, Romain Uitdebroeks (vandaag derde) na over betere tijden. Dan vertrekken we naar het verre, euh nabije Limburg.

(Foto’s van Jo Defrère. Foto 1: Armand Pirotte links en Stéphane Riga groeten de fotograaf op de afdaling naar het kasteel van Otrange. Foto 2: Nog 2 kilometer. Op weg naar de moeilijkste klim van de dag.)

← Toon minder

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 22/10/2017 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,6 km * 00:42:42 * 12,1 * 83/192 * 4/9 * ♥♥♥

Het is enkele weken stil geweest op jullie vertrouwde blog. Alleen de Strava-gegevens sijpelden door naar de openbaarheid. Voor de kenners voldoende om de oorzaak te raden van mijn afwezigheid op het net. Ik heb me een drietal weken moeten beperken tot wandelingen en trainingen in slow-motion. Het gevolg van een hamstringblessure waarschijnlijk opgelopen tijdens de “Don Bosco” een maand geleden. Ik durfde het waagstuk van Slins, een week later, om toch te starten ondanks de pijn, niet herhalen uit schrik de kwaal nog te verergeren. Het kneedwerk van kinesist Christophe en de rustige aanpak hebben geloond. De laatste training op vrijdag gaf me de bevestiging dat ik een sneller tempo zou overleven. Uiteindelijk heb ik maar één geplande wedstrijd, in Moha, moeten missen.

Lees verder →


Naar Stembert dus, voor de tweede keer dit jaar. Op een ander parcours, met vertrek aan het voetbalveld Lejoly, hoger gelegen dan de startplaats van de voorjaarsloop. Het kan daar trouwens nog hoger zoals ik in de wedstrijd zal ondervinden. Na mijn eerste deelname in 2014 had ik het parcours al aangestipt als een van de mooiere in het circuit. De datum is verplaatst van begin september naar de herfst. En herfst is het boven Verviers: wind, killige temperatuur en motregen. Ik hou me dan ook wat langer dan gewoonlijk schuil in de kantine. Waar ik al meteen op twee kennissen val, Roger Dosseray en Raymond Jungblut. Die laatste geeft echter de voorkeur aan de trail van 24 km die een halfuurtje voor ons van start gaat. Ik hoor hier ook Nederlands. Even geïnformeerd. Een van de jonge gasten die voor de trail naar hier zijn afgezakt, blijkt een Riemstenaar te zijn. Tom Martens. Het is de eerst keer dat ik hem ontmoet. Verwonderlijk, temeer omdat hij ook nog eens in Kanne traint. Hij doet het uitstekend met een gemiddelde van 11 per uur. Met Bert Ernest is onze gemeente met drie man vertegenwoordigd in het land van Verviers. Naast me maakt Thierry Fettweis zich klaar voor de loop. Ik ken hem als de man met het snorretje en het hondje. Het snorretje heeft hij nog altijd. Het hondje, dat al de eer had in een van mijn verslagen te figureren, is er vandaag niet bij. “Gisteren heeft hij ook al gelopen, hij is wat moe” aldus Thierry die ik nu eindelijk ook bij naam ken.
Een aantrekkelijke ronde, een korte afstand, twee argumenten om te kiezen voor de loop in Verviers. En niet die in Esneux (CJPL) of in Montenaken (Victors Cup) waar de meeste van mijn loopvrienden voor zullen kiezen. De namiddagwedstrijd in Montenaken spreekt me minder aan, zeker voor een tweede deelname op rij. De nieuwe organisatie in Esneux wekt wel mijn nieuwsgierigheid. Esneux, dat is de Ourthevallei en bossen. Toch maar even een blik werpen op het parcours. Dat loopt haast uitsluitend door groene gebieden op de satellietkaart. Het hoogteprofiel is dooraderd met rode en bruine strepen, klimmen en vooral afdalingen tussen de 10 tot 15%. Geen spek voor mijn bek. Mijn buikgevoel heeft me niet bedrogen. Op de redactie van Groetum valt al snel een flash-bericht van Servais Halders binnen. “Onverantwoord zwaar” vindt Servais. Niet dat het parcours zijn zegedrang in de weg staat. Alleen een administratieve vergissing houdt hem een tijdje van de eerste plaats. Jammer dat de Challenge van de Provincie die sinds jaar en dag stratenlopen groepeert, meer en meer trailparcoursen en andere extreme uitdagingen in het programma opneemt.
We gaan eraan beginnen, hier in Stembert. Ik sta vrij vooraan in de groep van bijna 200. Even achter Jean Dessouroux, de veteraan 3 die na een blessure weer op niveau komt. Ik zoek naar de beste V3 in deze challenge, Nando Caria. De beschrijving van Roger “un tout petit bonhomme” helpt me ook niet verder. De derde V3 zou ik op een goede dag moeten kunnen bijhouden. Probleem, ik ken hem ook niet. Stembert 1
Het peloton wordt op sleeptouw genomen door “voorrijder” Serge Massin. Ik heb ook Pascal Julin rondjes zien draaien op zijn mountainbike. Merkwaardig dat de voorzitter van het CJPL-comité en liefhebber van uitdagende parcoursen niet in Esneux de regie voert. De eerste kilometer gaat meteen omhoog. Ik heb het grootste deel daarnet verkend met Roger Dosseray. Tijdens de opwarming heb ik enkele keren de hartslag de hoogte ingejaagd, kwestie van weer enigszins in het wedstrijdritme te komen na drie weken stapvoets verkeer. Ik gun mezelf geen inlooptijd en ga er meteen fors tegenaan. En kom mezelf na 300 meter al tegen. Hijgend als een postpaard probeer ik het tempo vast te houden tot boven. De Garmin geeft 5 minuten aan voor deze eerste kilometer. Dat is echt het maximum met mijn huidige conditie. Na 1 km kunnen we even uitblazen op een vijfhonderd meter lange afdaling, nog steeds op het asfalt. Dan draaien we linksaf een smal onverhard pad in. Ik herinner me nog een single track in het begin van de loop. Dat moet hier zijn. Intussen moet ik bekomen van mijn felle aanhef op het asfalt. In de volgende kilometer verlies ik wel zo’n twintigtal plaatsen. Achter me hoor ik voortdurend het zware gehijg van Roger Dosseray. Ik ben hem al na een zeshonderd meter voorbijgegaan. Dat is heel vroeg en misschien wel de onbewuste reden van mijn onbesuisde aanvalsdrift. We zijn intussen de gewonnen hoogtemeters weer kwijtgespeeld in de afdaling en beginnen dus weer aan een nieuwe klim, ditmaal in het bos. Met alles wat daarbij hoort: stenen, putten, boomwortels. Op bepaalde plaatsen is het flink glad. Terwijl ik mijn nieuwe Brooks-schoenen hun eerste Ardens modderbad geef. heb ik moeite om het evenwicht te bewaren. Een mens onthoudt blijkbaar alleen maar de mooie stukken van een parcours. Mijn geest heeft deze moeilijk beloopbare strook uit het geheugen gewist. Bij elke bocht kijk ik uit naar het einde van de klim maar het zal wachten worden tot km 3 eer we op een breder en vlakker pad uitkomen. Dit zijn de bospaden die wel nog in mijn herinnering zijn blijven hangen en die mijn gunstig vooroordeel over dit parcours hebben bepaald. Ik elk geval lijkt mijn vrees niet uit te komen dat het parcours misschien veranderd is en ons hier een ploeterpartij wacht. De derde kilometer heeft me wel 6’20” gekost en het zal nog wel enkele minuten duren voor ik weer helemaal op mijn effen breng. Voorlopig kan ik alleen maar vaststellen dat de gedwongen rust een flinke hap uit de conditie heeft gebeten.
Maar wanhoop niet lezer, vanaf nu zal alles beter worden. Roger Dosseray hoor ik niet meer achter me. Ik kan weer wat plaatsjes opschuiven en wie mij voorbij wilde of kon heeft dat in de lange klim gedaan. We lopen op brede bospaden, hier en daar wat keitjes, en een plasje maar voor het overige is het hier genieten tussen de weiden. Links van me zie ik een peloton koeien grazen. De spierpijnen die me gedurende de langzame trainingen van de vorige dagen hebben geteisterd zijn verdwenen. En zo heb ik opnieuw het paradoxale gevoel dat mijn benen meer afzien op training dan in een wedstrijd. Niet dat ik pijnvrij onderweg ben. De pijnplek die zich eerst in mijn dijspier manifesteerde, is in de loop van de vorige weken naar boven opgeschoven en zit nu onder mijn bekken. Ik sla de bevoorrading halfweg over. We maken hier een bocht om onmiddellijk weer in tegengestelde richting terug te lopen. Gedurende 1 km op een privéweg, eerst onverhard, daarna op steengruis. De vierde en vijfde kilometer op het plateau leg ik af in circa 5 minuten. Dat vind ik achteraf wel wat tegenvallen. Maar ik had blijkbaar nog een tiental minuten nodig om onder stoom te geraken.
Na een goede 5 km komen we uit op de rijweg. Tijd om het tempo op te krikken. Ik richt me op de loper voor me. Ik heb eerst enkele honderden meters vals plat en dan de afdaling naar Hèvremont om hem bij te benen. Terwijl ik de inspanning lever en meter na meter goed maak, zoek ik afleiding in het uitzicht op de vallei rechts van me. Nummer 854 – dat is senior Jonathan Eloye – moet zich gewonnen geven voor we links op een kleinere asfaltweg worden ingestuurd. Stembert 2 De weg loopt hier weer licht omhoog en de wind werkt ook flink tegen. (Stembert was dus ook een betere keuze dan Montenaken waar de wind vol kon uithalen in de open Haspengouwse vlakte.) Ik hoor allerlei geschuifel achter me maar bedenk dat ik me niet moet druk maken om een plaatsje achteruit in het klassement. Maar ik zie niemand terugkomen en boven waar de wind weer afneemt, heb ik opnieuw wat meer afstand genomen. Heb ik daarnet niet het gekreun van Roger Dosseray gehoord? “Ik ben tot op drie meter van je teruggekomen” vertelt de veteraan 4 me na de wedstrijd. 3 meter zal wel “wishful thinking” geweest zijn van de man uit Pepinster. Maar gemotiveerd om mij in te halen was hij zeker. Nu, dat is wederzijds. En volgend jaar – bij leven en welzijn – zijn we opnieuw echte concurrenten. Er gaapt nog een flinke kloof tussen mij en een duo voor me. Voor de twee uit zie ik ook nog een dame die alleen onderweg is. Ik geef mezelf niet te veel kans om hen nog in te halen in de ongeveer 1,5 kilometer die er nog resten. Maar na een pauze van drie weken is de honger groot. Het tempo rond de 4’30” dat ik hier kan draaien brengt me snel bij Olivier Schnakers en Christophe Goddé. Een van hen maakt galant plaats om me door te laten in een bocht naar rechts. Ik ben nu op weg naar de dame voor me. De enkele procenten stijging zijn mijn bondgenoot maar ik hou nog enige reserve. Ik heb geen idee hoe fel de klim is achter de volgende bocht. Tussen de eerste huizen van Stembert kan ik de aansluiting forceren. Niet zonder moeite want de kleine dame – aînée 1 Claire Breuer – vecht voor elke meter. De politie waakt op de Rue de Hèvremont als we de straat oversteken die we een halfuur vroeger ook al hebben gekruist, zo’n 200 meter verder. Claire weert zich als een duivel in een wijwatervat om haar positie te handhaven. Als ze de poort links sluit, zoek ik rechts een doorgang. Uiteindelijk geraak ik toch voorbij en kan met een bijkomende versnelling in de afdaling enkele meters voorsprong nemen. Die ik met een ultieme temposnok in de laatste honderd meter kan veilig stellen. Zoals de loper voor me twijfel ik aan welke zijde van het lint we naar de streep moeten. Ik kan er nog net op tijd onderdoor glippen. Ik klok af op een eervolle 42 minuten.
Het druilerige weer in Stembert nodigt niet uit tot een langer verblijf en drie kwartier later zijn we weer in Heukelom. Daar trakteer ik mezelf voor mijn geslaagd heroptreden op een Duvel en… couscous.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Finish. Foto 2: Napraten met Roger Dosseray in de regen.)

← Toon minder