Categoriearchief: Wedstrijden

Bolland (Challenge L’Avenir)

vri 13/07/2018 20u * Bolland (Challenge L’Avenir) * 9,1 km * 00:46:17 * 11,8 * 104/242 * 1/5 * ♥♥♥♥

Wedstrijd 31 van de Challenge L’Avenir past precies in mijn wedstrijdschema en dus ben ik in de late middag onder een uitbundige zon op weg naar Bolland. Een lezer die de platgetreden paden node verlaat, vraagt zich nu misschien af: “Waar mag dat wel zijn?” Wel, korter bij dan u denkt. Voor ons is Hasselt zelfs verder. Ik kende de vlek in het land van Herve (en behorend bij die gemeente) door mijn fietstochten en was toen gecharmeerd van het mooie dorpscentrum in een kom gedomineerd door een kasteelhoeve. Het mag dus niet verbazen dat ik ook deze loop aan mijn palmares wil toevoegen. De inmiddels vertrouwde autoweg vanaf Visé brengt ons in no time in Soumagne. Bolland 1 Van daaruit hoeven we ons zelfs niet in de meanders van de asfaltweggetjes rond Herve te wagen om het voetbalveld van CS Bolland te vinden. Dat ligt in het groen in het gehucht Noblehaye op een plateau. Jammer genoeg buiten de dorpskern die we tijdens de loop rechts laten liggen. De passage door het charmante centrum is dus voorbehouden aan wandelaars, zoals Marie-Paule. Zij brengt een rijke oogst aan foto’s mee, waarvan enkele dit verslag opsmukken.
Het gelijknamige riviertje de Bolland zorgt voor een landschap en een parcours in pieken waarvan vooral de eerste twee mijn benen en longen zwaar op de proef stellen. Nog een geluk dat bij het vertrek om 20 uur de zon al haar beste pijlen verschoten heeft en mij alvast niet of nauwelijks hindert.
Tien meter na het vertrek ligt er al een bocht. Die ongewone start heeft waarschijnlijk met de veiligheid te maken. Om de lopers van de rijweg af te houden, hebben de organisatoren verzamelen geblazen achter de startboog op het oefenveld dat vanavond als parking dienst doet. Bolland 2 In de eerste tweehonderd meter is het zoeken naar ruimte. Maar dan begint de weg stevig te dalen en trekt de spontane versnelling van de lopers het peloton uiteen. Een eerste kilometer in 4’16” met inbegrip van het gedrum in de aanvangsmeters, het is me nog niet vaak overkomen. Op de steilste stukken hou ik dan nog wat in om mijn benen te sparen voor de eerste klim die al op de loer ligt. Temeer omdat de pees aan mijn rechterenkel opspeelt, een inmiddels bekend gegeven. Na 900 meter draaien we een smal pad in dat weldra fel omhoog gaat door een bosje. Dit gedeelte heb ik daarnet verkend maar ik blijf op mijn hoede voor stenen en gleuven. Die leveren schijnbaar geen probleem op voor de lopers voor en achter me die ofwel met soepele tred de hindernissen ontwijken ofwel hun laatste prestaties met gemak kunnen navertellen. Ik ga tot mijn verbazing veteraan 3 Guy Raes voorbij. Toch niet in te beste vorm. Ik heb hem voor de start gegroet in het gezelschap van Nicolas Bynens die een klein minuutje voor me zal eindigen. Boven worden we uitbundig aangemoedigd door enkele jonge mannen Ze waren daarnet hun stembanden al het smeren, heb ik bij de verkenning vastgesteld. Maar wat ik daarnet als “boven” omschreef blijkt maar half boven te zijn. De klim gaat gewoon verder, nu op verharde ondergrond tussen enkele huizen. Het is steil en warm maar ik overleef. Ik neem de daaropvolgende afdaling in het gezelschap van twee dames die wel vaker in mijn gezelschap vertoeven. Voor u hier verkeerde conclusies aan gaat verbinden, wij hebben ongeveer hetzelfde tempo. Na 2 km dient de volgende klim zich al aan. Voornamelijk in de schaduw dat wel, maar nog steiler dan daarnet. Op het eerste deel ben ik Sandra Delrez en Magali Beauwens voorbijgegaan, dat zijn de twee dames in kwestie. Op de steilste stroken – boven de 10% – hangen we met de neus haast op het asfalt en is de ene voet voor de ander zetten al een opgave. Ik doe het toch nog een fractie sneller dan Roger Dosseray, mijn collega veteraan 4. Ik vind nog net de adem om hem aan te moedigen, in de stille hoop natuurlijk dat hij zich niet te fanatiek in mijn spoor gaat vastklampen. Een andere jonge dame, Laure Etienne, is me in de klim voorbijgegaan. Ik herken haar van de wedstrijd in Stembert waar ik haar voor kon blijven. Ideaal als mikpunt dus. Ik spoor, niet zonder moeite, mijn benen tot een hoger tempo aan. En ga voorbij Laure. Zij zal nog kilometers op luttele meters blijven hangen. Bolland 4 Op die manier kan ik ook meegenieten van de talrijke aanmoedigingen die ze onderweg krijgt. Roger doet intussen verwoede pogingen om weer aan te sluiten. Na enkele honderden meters neemt het geluidsvolume van zijn zware ademhaling langzaam af… Links ligt een eenzame boerderij tussen de weiden. Het wegdek is ook alleen geschikt voor tractoren en ander landbouwtuig, lopersvoeten vinden hier geen comfort. Ik slaag er maar niet in soepel rond te draaien. Het blijft harken om het tempo vol te houden. Bij het bekijken van tijden en parcours op mijn Garmin, wordt me duidelijk waarom. Het loopt hier gedurende twee kilometer vals plat omhoog. Op een smal graspad vijfhonderd meter rechtdoor nader ik dan toch op enkele voorgangers. Ik zet de achtervolging verder op een rijweg, even op degelijk asfalt. Vanzelf gaat het niet maar ik krijg dan toch Dominique Heusschen te pakken. De veteraan 2 met de outfit van een voetbalscheidsrechter die ik in mijn betere dagen wel kan kloppen. Maar ik ben nauwelijks honderd meter in zijn zog of ik word er weer afgelopen op de volgende helling. Voor wie de tel kwijt is, dit is de derde klim in 6 kilometer. Minder zwaar dan de eerste twee – zo voel ik het aan maar misschien zit ik nu beter in het ritme – maar op de moeilijkste stroken blijf ik toch hangen onder de 10 km/uur. Dominique dus weer enkele meter voor me uit. Een jonge dame, Julie Pirenne neem ik aan, krijgt wel een tikje en kan mijn tempo niet volgen. In een dalletje lopen we tussen enkele huizen door op zoek naar het vervolg van de helling, eerst op een stenen pad. Een collega – bekend gezicht, onbekende naam – ziet me met een door de inspanning getekend gezicht voorbijgaan. We zijn nu weer op een plateau, vanaf hier gaat het langzaam naar beneden. Denk nu niet dat ik hier meteen naar een hogere versnelling kan schakelen. De reden bevindt zich onder onze schoenen. De staat van het wegdek tart elke verbeelding. Het is gissen naar de oorspronkelijke wegbedekking. Precies geasfalteerde molshopen. “Op welke bult ga ik nu mijn voeten zetten?” vraag je je af bij elke stap. Bolland dat is de overtreffende trap van slecht asfalt. En dan km 6,6: de verlossing, na twee derde wedstrijd.
We draaien rechtsaf, het Ravel-fietspad op. Dit is het tracé van de Tectonic. De 38 – genoemd naar de oude spoorweglijn – is een soort passe-partout voor een aantal wedstrijden in de buurt van Herve. Dit moet al de derde keer zijn dit seizoen dat ik over de oude spoorwegbedding loop. En ditmaal in de “goede” richting. Westwaarts, met een licht verval. En dat op een nagelnieuwe asfaltlaag. 900 meter rechtdoor nu. Bolland 5 In de voorgaande kilometers heb ik de eeuwig zeurende pijn niet uit mijn benen kunnen lopen. Dan maar op karakter naar de lopers voor me. Dominique Heusschen is het eerste slachtoffer van mijn aanvalslust. Op het einde nemen we een U-bochtje en draaien in de tegenovergestelde richting terug, 200 meter parallel aan het fietspad. Dat geeft ons de gelegenheid de voorsprong op de achtervolgers in te schatten. Guy Raes loopt op zo’n honderd meter. Roger Dosseray komt nu pas vanachter de bomen te voorschijn. Een spurt in de finale zal dit keer niet nodig zijn. Een scherpe bocht naar rechts. Is dit de laatste rechte lijn? Ik duw het tempo nog verder omhoog, tegen de 4’20” op de vlakke stroken. Uiteindelijk is het nog 1300 meter naar de finish. Er wachten nog twee glooiingen in het tegenlicht. Bij de eerste kom ik in het spoor van mijn voorganger, Michel Terf. Bij de tweede laat ik hem achter. Maar met een uiterste krachtsinspanning haalt de veteraan 2 me in de laatste honderd meter weer in. Ik loop ook nog senior Laurent Leinartz in die wel mooi achter me blijft. “Opletten, volledig draaien”, een toeschouwer wijst er ons op dat de finish enkele meters voorbij de boog ligt. In feite lopen we voor de boog door. Het nummer wordt genoteerd, de buit is binnen. Die buit bestaat vanavond uit een selectie streekbieren, stel ik later vast. Ik neem enkele gulzige slokken van de lekkere Oshee-sportdrank. Roger meldt me met een bedrukt gezicht dat hij echt niet goed was. Bolland 6 Een compliment voor de winnaar in zijn leeftijdsklasse kan hij echter niet over de lippen krijgen. Derde wordt Helmut Weynand. En dat is een verhaal apart. De loper uit Bütgenbach, al met twee voeten in de zeventig, kreeg in januari drie stents ingeplant na een hartaanval. “Ik dacht dat ik ging sterven. Maar ik was niet bang.” Zo beschrijft hij de hachelijke ervaring. “Is dat wel een goed idee, een zware loop in deze temperatuur?” waag ik. Een schouderophalen en dan het laconieke antwoord “Je moet niet forceren”. Mijn eigen wedstrijd wil ik met een understatement samenvatten: ik heb me niet verveeld in deze loop vol contrasten en uitersten: de kortste startstrook, de langste laatste rechte lijn, het asfalt voor twee derden afgrijselijk, op het eind zo glad als een biljartlaken. En vooral: het gevoel ging crescendo naarmate de loop vorderde.
Het is weer lang wachten op de prijsuitreiking. Maar het is zalig genieten in de avondschemering op het voetbalveld van Bolland. En aan de tafel zorgen Nicolas en Guy voor de vrolijke noot.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Een oude richtingaanwijzer in Bolland. Foto 2: De kapel van Noblehaye in de laatste kilometer. Foto 3: Françoise Piscart rept zich naar de finish aan het stadion van CS Bolland. Foto 4: De grinta van Nicolas Bynens die sneuvelt op de vierde plaats bij de veteranen 3. Foto 5: Uw dienaar op honderd meter van de streep. Michel Terf in het groen zal me nog een plaatsje afsnoepen. Helemaal in de achtergrond Laure Etienne.)

Ampsin (Challenge hesbignon)

zat 07/07/2018 19.15u * Ampsin (Challenge hesbignon) * 10,5 km * 00:54:58 * 11,5 * 90/195 * 1/4 * ♥♥♥

De naam “Ampsin” roept herinneringen op aan mijn jeugd toen in Ampsin-Neuville schotbalken werden opgehaald voor de scheepvaart op de Maas. Het grote publiek mocht elke middag meegenieten van de mededeling op de radio die bedoeld was voor de binnenschippers. Vandaar… Vanavond vang ik nauwelijks een glimp op van de Maas, laat staan de schotbalken (als dat systeem nog bestaat…), maar ben ik hier voor een nieuwe wedstrijd (tweede editie) van de Hesbignon. Ampsin ligt aan de linkeroever van de Maas en dat is meteen de reden waarom de loop bij de Hesbignon hoort. Tihange hier schuin tegenover aan de andere oever van de Maas maakt deel uit van de Condruzien, zo heeft de geologie het gewild. Voor het reliëf en het parcours maakt het in dit geval niet veel uit, voor eventuele radio-actieve bestraling evenmin, neem ik aan. De weg naar het dorpje leidt door wat ons als een industrieel erfgoed-landschap overkomt. Straks zal duidelijk worden dat we ons niet vergissen. Op het dorpsplein staat de kerk nog in het midden. De feesttent en de aankomstboog op het kerkplein maken duidelijk dat we onze bestemming hebben bereikt.
Met de verkenning van de eerste en laatste kilometers in het gezelschap van Armand Pirotte en de gedetailleerde parcoursbeschrijving van Albert Vandensavel en Eddy Hoylaerts – (toevallig of niet?) allen veteranen 3 – in het achterhoofd, voel ik me voldoende gewapend om mijn eerste deelname in Ampsin. Toch één groot vraagteken dat voor elke wedstrijd opduikt, hoe is het met mijn benen gesteld? Het antwoord zal ik snel krijgen. We maken eerst een lusje door het dorp, passeren al een keer voorbij de streep waar de meeste supporters – onder wie Marie-Paule – ons opwachten en gaan dan zachtjes klimmend naar de eerste landmark van de dag, een helling van 100 meter met veertig trappen, mooi uitgehouwen in steen. Ampsin 1 Boven wacht de tweede meegereisde fan op me, mijn zus Liesbeth. We kunnen nu even van de eerste inspanningen bekomen op een dalende kilometer in een fraaie beboste omgeving. Het parcours slingert zich hier namelijk door een natuurgebied boven en langs de verlaten steengroeve Dumont-Wautier. Maar we zijn nu weer in de vallei – links ligt het Musée du Feu (over de verwerking van de gedolven kalksteen en dolomiet) – en we mogen ons middels een zachte helling voorbereiden op een stevige kuitenbijter op het asfalt. De aanmoedigingen langs de weg ten spijt moet Frédéric Florkin achterblijven. De volgende kilometer gaat met korte snokken op en af tussen de huizen waar de bewoners zich binnen schuil houden tegen de zon. Tenzij ze het wereldkampioenschap verkiezen boven de live-ervaring van de Hesbignon. Nu, voor mij moeten ze niet buitenkomen, want ik draag een onaangenaam gevoel mee in de benen. In de vlakke aanvangskilometer heb ik nog even de illusie gehad Armand Pirotte te kunnen volgen maar die is intussen al nergens meer te bespeuren. Armand zal wel dubbel gemotiveerd zijn na een artikel in La Meuse naar aanleiding van zijn duizendste loopwedstrijd. Dit respectabele aantal heeft hij opgebouwd in meer dan 40 jaar baanwedstrijden, marathons en joggings met tijden waarvan u (misschien) en ik (alleszins) alleen maar kunnen dromen. Ik ben nog steeds op zoek naar een aanvaardbaar ritme als we na 3,5 km het bos worden ingestuurd voor de voornaamste uitdaging van de dag: anderhalve kilometer steil klimmen op een smal, gegroefd en met stenen en wortels bezaaid bospad. Ik verlies meteen enkele plaatsen aan achtervolgers en probeer vooral mijn benen niet volledig op te blazen. Na de eerste beroerde hectometers verlies ik dan toch al geen plaatsen meer en blijf ik in het spoor van de lopers in mijn buurt. Een in het zwart geklede jongedame, Mélissa Kinnard, is me ook voorbijgegaan. Even wordt de stijging me te machtig en houd ik het bij stappen. Als ik me weer op gang trek, probeer ik ook Mélissa weer tot lopen te overhalen. Of dat ook meteen gelukt is, blijft onduidelijk. Ik zal haar alleen nog na de finish terugzien. In de laatste 700 meter vals plat kan ik redelijk herstellen en durf ik in de achtervolging te gaan op een duo rijpe veteranen 1 of veteranen 2 – ik gok even voor de leeftijd. Ik heb voor het eerst het gevoel dat er weer wat snelheid te halen valt.
WAmpsin 2 zijn nu half wedstrijd aan de rand van het bos boven op een plateau. Op een korte strook vlakke weg waar zich ook enkele huizen bevinden ga ik het duo – bestaande uit een “gele” en een “paarse”- voorbij. Die hebben nog de lucht om te babbelen, misschien dat ik hen wel prikkel als ze zien dat die ouwe knar hen voorbijgaat. We zijn nu begonnen aan de afdaling naar de Maasvallei. Het moeilijkste is achter de rug maar ik heb wel geen idee of hier nog ergens een plotse klim verborgen ligt. Ik duw de twijfel van mij af en schakel op een hogere versnelling over. Het duo heb ik (voorlopig?) achter me gelaten. We verlaten de schaarse bewoning en duiken een graspad in tussen de weiden. Ik haal een in het zwart gehulde loper in met wat zwabberige beenbewegingen. Het graspad, nu mooi in de schaduw van het bos, is goed beloopbaar maar ik kan het niet nalaten enige voorzichtigheid in te bouwen, vooral in de soms scherpe bochten. Gelukkig heb ik wat bewegingsruimte voor en achter me. Die had veteraan 3 Bruno Broos zo’n 4 minuten voor me niet. Na de finish toont hij me zijn shirt dat de sporen van een valpartij draagt. Het gaat lekker vooruit gedurende een dikke kilometer. Maar ik zie ik het van ver aankomen in de zevende kilometer. De asfaltweg buigt naar rechts af en loopt flink omhoog. De paarse die mij daarnet toch weer is voorbijgegaan botst plots op zijn grens en moet stilstaand op adem komen. Daarnet hadden hij en zijn maat – daginschrijvers aan de nummers te zien – nog de tijd om kennissen langs het parcours te groeten. Even later word ik zelf ingehaald door een “gele”. Het is mij echter niet duidelijk of dat de gele man van het duo is. Na 400 meter is de nieuwe klimellende geleden en duiken we weer steil de dieperik in. De plotse overgang wordt niet op prijs gesteld door mijn bovenbenen. Ik ben net weer op mijn positieven voor een vlakker stuk tussen de huizen waar Liesbeth met het Canon Ixus-cameraatje van Marie-Paule langs de weg staat. Amai, denk ik bij mezelf, hoe gaat die op tijd terug zijn voor mijn triomfantelijke aankomst voor de kerk van Ampsin. Een scherpe helling van honderd meter met een stijging van boven de 10% wordt wel geregistreerd door mijn Garmin maar is blijkbaar volledig van de harde schijf onder mijn hersenpan gewist. Merkwaardig. We zijn opnieuw aan het dalen, in de schaduw tussen de bomen. Heerlijk… en ik ga nog goed vooruit ook want ik haal nog een mannetje voor me in. Ik zie een eenzame supporter langs de weg, de moeder van winnaar Geoffray Gillet. Die ook de prestaties van de anonieme loper weet te appreciëren. We zijn nu voorbij km 9. Ampsin 3 Rechts ligt de trappenpartij van km 1,5. Links draaien we het fietspad van de Rue Hippolyte Dumont op. We rapen nog enkele late loopsters op van de 6 km-loop. Dat geeft je het gevoel dat je wel bijzonder snel onderweg bent. Maar even voor de kerk krijgt de euforie een deuk als ik tweehonderd meter voor me de lopers uit de tegenovergestelde richting naar de aankomst zie opdraaien. We hebben nog een lus te doen, blijkbaar. Hoe lang? Ik heb al geconstateerd dat de kilometeraanduidingen hier correct zijn of zelfs lichtjes onderschat. Ik heb me met volle overgave in de afdaling gestort. Een bijkomende kilometer zou me wel eens zuur kunnen opbreken. Het overkwam Armand Pirotte drie minuten geleden. Hij moest een versnelling op de Rue Hippolyte – u inmiddels bekend – bekopen op het bijkomend rondje dat hij niet had voorzien. Domenico Di Vito snoepte hem de gewonnen meters weer af. Een aantal bekenden – zoals Lucien Collard, Noël Heptia en Philippe Gheury – kon hij wel afhouden. Hoe dan ook, we draaien links in en ik herken de eerste lus van de loop op het korrelige asfalt dat daarstraks mijn voeten al pijnigde. In de eerste bocht ga ik voorbij een loper uit Alken. Die een jongere op sleeptouw neemt. Het is mij nu nog een raadsel wie wie is. Maar ik kan niet bij het duo en de vraag blijven stilstaan. Op karakter probeer ik het tempo vast te houden en zelfs een tijdje mee te gaan in het spoor van veteraan 1 Yves Richard. Daar is fotografe Liesbeth opnieuw! Die kent hier blijkbaar alle tussendoorwegeltjes al of heeft plots vleugels gekregen. Tussen de seingevers en het wachtend verkeer door naar de aankomst. Naar een plaats net in de eerste helft van het peloton. Dat verdient een schouderklopje van Jos Biets. Geen vier hartjes, het laatste was ik al kwijt na mijn tegenvallende eerste derde van de “Ampsinoise”. Michael Guyen eindigt anderhalve minuut voor me. Michael wie? Wel, ik ken de man ook niet persoonlijk maar heb wel zijn blog ontdekt op het net. Een collega-blogger dus. Ik ben benieuwd naar zijn verslag.
Ampsin 4 Het is lang, heel lang wachten op de prijsuitreiking. Organisator David Frison zal zich volgend jaar wel nog een keer bedenken eer hij weer in zee gaat met muzikanten die al voor een pandemonium zorgen tijdens de inschrijvingen en achteraf hun volledig repertorium afwerken voor ze de microfoon weer willen afstaan. Ik heb de ruim de tijd om met Jos Biets een evaluatie te maken van de race: op de lange wachttijd na, niets dan lof. En met Pierre Olivier terug te blikken op de zes jaar in zijn nieuwe leven als tijdsopnemer. Het is dan eindelijk zo ver. De Limburgers gooien opnieuw hoge ogen. Bij de veteranen 2 is het podium zelfs exclusief Limburgs getint: Thierry Vanherck voor Michel Wolfs en Ludo Werckx. Bij de veteranen 4 word ik geflankeerd door Pierre Driessens, voor mij een nieuw gezicht uit Seraing en Willy Simon.

(Foto’s Marie-Paule en Liesbeth. Foto 1: Verkenning met Armand Pirotte boven naast de steengroeve. In de wedstrijd zelf gaat het hier bergaf. Foto 2: De dreigende koeltorens van de kerncentrale van Tihange beheersen de Maasvallei. In kilometer 8 op het opgekalefaterde Waalse asfalt. Foto 3: In de laatste lus voor de finish. Veteraan 1 Yves Richard in het wit blijft me net voor. De dame rechts is een deelneemster van de 6 km. Foto 4: Nagenieten na de inspanning. Samen met mijn twee fans en op het podium. Links van me Willy Simon, derde veteraan 3, rechts Pierre Driessens en organisator David Frison.)

Eben

zon 01/07/2018 10.30u * Eben Au cours du Geer * 9,5 km * 00:47:47 * 12 * 14/59 * 1/3 * ♥♥♥♥

Het is vandaag een thuiswedstrijd voor mij, althans zo voelt het aan. Nauwelijks enkele kilometers van Heukelom en op mijn trainingsroutes. De nieuwe loop – voor de tweede maal georganiseerd door de Fanfares van Eben – moet nog naam maken en zal het moeten stellen met een klein deelnemersveld van een honderdtal lopers. Daartussen enkele Limburgers die allemaal hun plaatsje krijgen in dit verslag. Eben, dat meestal in één adem genoemd wordt met Emael, ligt in de Jekervallei en is voor mij vaak een passage op langere en relatief vlakke trainingstochten. Het uitgetekende parcours laat van het predicaat “vlak” evenwel niet meer veel over. Eben 2 Er zitten twee stekelige hellingen in, een op asfalt, de ander op een smal, hobbelig pad. Reken daar nog twee andere smalle passages en enkele draaipoortjes bij en de snelheid is er meteen ook uit. Om het gemiddelde omhoog te krikken blijven dan nog alleen de kleine 3 kilometer vlakke Ravel-kilometers over. De parcoursbouwers zijn er wel in geslaagd hun 10 km-loop uit te tekenen op alle autoluwe wegen die er in het dorp te vinden zijn. En ze hebben het zusterdorp Emael de eer gegund van een passage voor het internationaal vermaarde Fort van Emael. In de hoop natuurlijk dat de lopers, die nog al eens de neiging hebben zich van de wereld af te sluiten, de grijze historische getuige opmerken. De loop is overigens “Au cours du Geer” gedoopt maar de meeste lopers die hier niet zo bekend zijn, zullen het riviertje waarschijnlijk ternauwernood gezien hebben. Ik heb vrijdag bij wijze van voorbereiding de route herkend, althans een poging ondernomen nadat ik het tracé had proberen te memoriseren. Ik heb alvast een veldweg ontdekt langs de mergelgroeve. Dat is de groeve die enkele jaren geleden is uitgebreid en een deel van een traditionele Zweitlanceurs-route heeft opgeslokt. Voor de ontbrekende schakel in de laatste kilometer heb ik moeten wachten tot vanochtend. Een pijl wijst naar een smal donker pad. Ik ben hier dus al twintig jaar voorbijgelopen zonder die doorgang ooit opgemerkt te hebben.
Ik wil meteen vanaf de start de benen onder spanning brengen. Geen rustige aanloop dus. Mijn laatste twee trainingen zijn een afknapper geworden en een (relatief) snelle start is een paardenmiddel om vandaag wel in mijn ritme te komen. Het is nu maar afwachten of de remedie ook werkt. Het vertrek wordt gegeven in de Rue du Village, haast voor de deur van zeventiger Guy Okwicka. Hij maalt nog twee keer per week zijn kilometers. Ik zie hem geregeld op de helling naar de kerk van Eben. Vandaag staan we voor het eerst in lange tijd samen aan de start. Na een korte afdaling draaien we rechtsaf een veldweg in. Ik heb me jaren afgevraagd waar die naartoe leidt – als het al geen doodlopende weg was naar een boerenerf – nu weet ik het dus eindelijk. Al meteen klimmend op losse stenen, daarna dalend op grind waar onder de volle zon moeilijk te herkennen gaten alle aandacht vragen. Rechts achter de bomen ligt een grote groeve en een breekinstallatie voor silexstenen. Niet dat ik daar nu enige belangstelling voor heb, de blik is gericht naar voren, een antwoord zoekend op de vraag waar ik mij in het peloton bevind. Nier ver voor me zie ik Claude Herzet, evenals ondergetekende een “régional de l’étape”. Nicolas Bynens heeft na een kilometer al een 75 meter voorsprong. Na 1,2 km steken we de N671 over. Dat is de weg door het afgegraven gedeelte van de groeve. Een gewaagde keuze van de organisatoren. Op deze weg wordt wel eens doorgevlamd door autobestuurders maar de weinige auto’s op deze zondagochtend blijven braaf staan voor het bord van de signaleuse terwijl de politie een officieel oogje in het zeil houdt. Eben 2 Daar is de eerste serieuze klim. Een bochtige asfaltweg die hier eigenlijk alleen ligt voor de mergelwinning en de toegang naar Eben-Ezer, een kasteel of toren in silexstenen. Een aanrader voor wie de streek niet kent en voor wie een rustige wandeling wil maken in en boven de Jekervallei. Ik zie dat Claude het traditioneel moeilijk heeft op de helling, ik kom wat dichterbij. Na een van de bochten hoor ik plots aanmoedigingen voor een Willy. Is dat voor mij? Jawel, ik zie Jean Tempels die hier vorig jaar derde eindigde. Dit jaar maakt hij zich verdienstelijk aan de rand van de weg met het filmen van onze moeizame doortocht. Boven draaien we rechts af en passeren dus niet voor en onder de apocalypsebeelden van Eben-Ezer. Ik heb nu geen tijd om meer uitleg te geven. Ga er, zoals gezegd, eens een kijkje nemen. Of kom eens een keertje mee op training. Het gaat nu een driehonderdtal meter stevig naar beneden over een veldweg en een weide. Ik ken hier wel elke morzel grond maar neem geen overdreven risico’s om bijvoorbeeld Francis Smets van Millen bij te houden. Ik zal hem tot bij de splitsing van de 5 km een vijftiental meter voor mij uit zien draven. Hij neemt dan de kortste route maar moet in het moeilijke tweede deel (gelijk aan dat van de 10 km) nog heel wat tijd inleveren. Er wacht ons nu een tweetal golvende kilometers over asfalt en beton. Ik houd mijn tempo goed aan en stel tot mijn voldoening vast dat Claude niet verder uitloopt. Mijn benen voelen alleszins heel wat beter aan dan tijdens de week, ondanks de hitte. Die heeft me wel een droge tong bezorgd. We doorkruisen het dorp naar het gehucht Lava waar we weer op de Ravel zullen uitkomen. Ik kijk al uit naar het licht dalende fietspad tussen de bomen. Maar eer het zo ver is… kan er nog heel wat fout lopen. En dat gebeurt ook… bijna. Bij het indraaien van het Ravel-fietspad na 3,8 km verstuikt Claude Herzet zijn voet. Even paniek, dan toch verder en na afloop geen pijn meer. Maar het ontwaken morgenochtend kan pijnlijk zijn. Even verder, aan de bevoorrading, loopt het bijna verkeerd voor mij. Ik zie nog net dat de 10 km-lopers rechts een graspad worden opgestuurd. Na de eerste lettergreep van een Vlaamse vloek heb ik de juiste richting te pakken. Ik verfris mijn hoofd met het koele water (een pluspunt voor de organisatie!) en bedenk dat de parcourstekenaars geen zijweg onbenut hebben gelaten. Het pad wordt almaar smaller tot we weer op het Ravel-beton uitkomen en eindelijk de gashendel kunnen opendraaien. Ik haal hier een gemiddelde van tegen de 4’35”. Dat is voldoende om Claude in het vizier te houden maar onvoldoende om Anne Balter te volgen. Deze jongedame is me daarnet voorbijgegaan en zal op weg naar Emael ook Claude achter laten. We lopen voorbij de paardenstallen – ik ga er nu even vanuit dat jullie weten waar ik mij bevind – en kom voorbij de Rue du Garage op de hoogte van Claude. Die heeft mijn stap intussen herkend. Ik hou bewust even in om Claude de gelegenheid te geven te volgen. Met tweeën is het aangenamer dan alleen, lijkt ons. We draaien samen om bij het Fort en slaan de single track in rechts naast de Jeker op weg naar het vijvertje in de Biotope du Guizette. We kennen deze plek beter dan onze eigen tuin. Alleen heeft Claude weer de leiding genomen en is het voor mij in zijn spoor toch uitkijken, bijvoorbeeld om niet mijn voet te verstuiken… De kerkklok van Emael slaat elf uur als we ons sierlijk – Claude doet het alleszins sierlijk – voorbij het draaipoortje wentelen en onze smalle weg langs de Jeker verderzetten.
Na 6,4 km komen we weer op het verhard, de Rue du Garage. Honderd meter verder draaien we de Rue l’Aumont in – ik vermoed dat dit nog altijd Emael is – waar het weer bergop gaat. Dit is geen makkelijk stuk, weet ik uit jarenlange ervaring, en het verhakkelde asfalt tussen de weiden even verder blijft nog honderden meters irritant oplopen. Wat ik vermoedde, wordt bevestigd. Claude heeft vandaag niet zijn beste dag en moet al snel loslaten. Anne Balter loopt niet meer verder uit. Ik hou mijn tempo netjes vast maar bouw nog wat reserve in, er volgen immers nog twee moeilijke slotkilometers. In de open stukken schijnt de zon ongenadig maar ook dank zij de schaduwpartijen kan ik mij staande of beter gezegd lopende houden. Ik vraag me intussen wel af waar Marie-Paule zich ophoudt. Aan het Fort is ze niet. Ze zal dus wat verderop staan, hoop ik. Stel u voor, een verslag zonder foto’s. U zou mijn verhaaltjes misschien niet geloven… Ah, daar is ze, vlak voor we links weer de natuur worden ingestuurd. Eben 3 In de schaduw over een Jekerbrugje, dan opnieuw een smal voetpad met boomwortels, scherpe bochten en twee draaideurtjes. Ik heb de strook vrijdag en vandaag herkend en ben dus voorbereid op de obstakels. Niettemin blijf ik uitkijken. Als de loper achter mij die ik nu snel hoor naderen, mij inhaalt, het zij zo. Nu, voorlopig gaat niemand me voorbij, ook niet op de Rue des Enclos en de Rue du Vieux Moulin. De namen zeggen u wellicht niets, mij des te meer. Ik ken hier elke gevelsteen, elke spleet in het wegdek, elke hond – dat zijn er drie in de eerste straat. Het is wel voor het eerst dat ik hier in wedstrijdtempo voorbijkom. Voor mij is er vandaag dus ook iets nieuws te beleven. Mijn benen mogen dan wel eens in goede doen zijn, mijn rechtervoet bezorgt me wel last. Een eeltplek in het midden onder de voet en een onverklaarbare maar irritante pijn aan de binnenkant naast de hiel. Het ongemak heeft zich vorige week ook al gemanifesteerd tijdens het tweede deel van een lange training. Toevallig of niet, ook in deze omgeving. Dadelijk worden we het smalle en donkere pad ingestuurd waar een klimpercentage tot 10% op ons wacht. Zal ik mijn achtervolger hier ook kunnen voor blijven? Aan gebrek aan steun zal het niet liggen. We lopen opnieuw voorbij de plaats waar Marie-Paule heeft post gevat. Maar ze is niet alleen. In haar gezelschap schreeuwt Dania, de vriendin van Nicolas Bynens, haar stem schor om de lopers – zonder uitzondering – aan te moedigen. Het is met “Willy Willy Willy” in de oren dat ik de laatste moeilijkheid van de dag aanpak. De signaleur bereidt ons ook voor : “Allez. Dernière bosse” (Vooruit, laatste klimmetje). En dan, een seconde later, je hebt net alle moed bij elkaar geraapt: “Mais c’est une bonne bosse, quand même”. (Let op, het is toch wel een ferme klim). De hoeveelheid moed zakt met 50 percent. We beginnen eraan. Meer dan 10% in de eerste meters. Ik sta haast stil, ook al omdat twee dames – van de vijf kilometer ongetwijfeld – zich met moeite en stapvoets naar boven hijsen en dus de best beloopbare strook, zo’n halve meter breed – in beslag nemen. Ik kruip dan maar links voorbij. Ik voel intussen de hete adem van mijn achtervolger in de nek. De tweede dame laat ons voorbij. “Merci” is het minste wat ik kan zeggen. We zijn nu uit het donkere gedeelte, het graspad intussen loopt nog zachtjes verder omhoog. De doortocht blijft smal en mijn rechteroor schuurt langs een laurierhaag. We zijn boven en moeten hier de rijweg naar Kanne kruisen. Een seingever moet een opdringerige autobestuurder tot de orde roepen opdat ik mijn weg veilig kan verderzetten. Nu volgt er een korte uitstulping richting Zichen, eerst nog stijgend, tot na een draai. Eben 4 Daar komen we uit op de oude rijweg naar Zichen die wat verder in de uitgegraven mergeldiepte is “gevallen”, zoals dat in deze regio van mergelgroeven wordt gezegd. Mijn achtervolger, veteraan 1, Xavier Heyns, is intussen op mijn hoogte gekomen. Vanaf nu is het alleen maar dalen. Ik trek het tempo meteen op en doe er in de Rue du Couvent nog een schepje bovenop. De eindspurt van Xavier komt er niet. Meer nog, hij moet een vijftiental meter toegeven en ik kan afgescheiden over de streep lopen. Merkwaardig is wel dat Xavier – wiens loop ook op Strava is vastgelegd – een hoger gemiddelde haalt dan ik. Hij heeft een honderdtal meter meer op de teller staan. Nochtans waren er zo goed als geen afsnijmogelijkheden… Ik sleep nog een behoorlijk gemiddelde uit de brand, of alleszins de hitte. Ik eindig binnen de minuut en op drie plaatsen van Nicolas Bynens. Anne Balter houdt maar 9 seconden over. Goed standgehouden in het tweede deel van de loop dus.
Geen leeftijdsklassen vandaag. Wel prijzen voor de eerste drie bij de dames en de heren in beide wedstrijden. En prijzen voor Limburgers. Ianthe Bauduin van Millen legt beslag op de tweede plaats in de 5 kilometer. Haar moeder, Linda Smets, wordt dan weer eerste bij de Aînées 2. De grote winnaar van vandaag in de 10 kilometer is Raf Clerinx uit Piringen. Hij heeft eerst zijn voornaamste tegenstander Didier Lopez-Nava laten uitrazen in de eerste 3 kilometer om dan met een gemiddelde boven de 16 per uur naar de overwinning te snellen. Ronny Vanhay van Mal eindigt op de tiende plaats. Voor we de korte trip huiswaarts maken, geeft Henri Hardy, ook al een eind in de zeventig, ons nog een boodschap mee “Wat is er mooier dan een rondje te lopen en dan met de vrienden te genieten?”.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De wedstrijd wordt georganiseerd door de fanfares van Eben. Na de loop even nakaarten met Claude Herzet. Foto 2: Om het zusterdorp Emael ook tevreden te stellen een foto van de kerk van Emael. Wij lopen vandaag in tegenovergestelde richting en hebben dit uitzicht dus niet. Op dat ogenblik heb ik het trouwens te druk om Claude Herzet te volgen. Foto 3: Onder de zon op weg naar de laatste en moeilijkste helling van de wedstrijd. Foto 4: Ianthe Baudiun van Millen, links, tweede bij de dames op de 5 km. Naast haar de duitstalige Sonja Vernikov.)

Ans (CJPL)

zon 17/06/2018 10.30u * Ans (Challenge de la Province de Liège) * 10,3 km * 00:49:20 * 12,5 * 43/134 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat heeft een mens op een zondag voor de middag te zoeken in Ans, in de westelijke rand van Luik? Wel, een nieuwe loopwedstrijd. Dan is Willy er weer bij, weet de lezer inmiddels. Hoewel “nieuw” niet helemaal klopt. Volgens Willy Hertogen werd er meer dan tien jaren hier ook al gelopen voor de Challenge van de provincie. De VZW (stichting) “Le coeur ansois” ( Het hart van Ans) die zich inzet voor sociale doelen, heeft de sportieve draad dit jaar weer opgenomen. Ik herken alvast een lid, David Frison, met wie ik al op pad ben geweest in andere wedstrijden. We zijn nog sneller ter plekke dan gedacht en maken nog de briefing van de seingevers mee in de inschrijvingsruimte. Een grote groep mannen en vrouwen in een geel veiligheidshesje luisteren naar de instructies van challenge-organisator Jean-Claude Odeurs. Die zijn vandaag des te belangrijker omdat de organisatie nieuw is en niet kan teren op jaren ervaring. En voor een loop in een verstedelijkte omgeving – zeg maar in een stad – heb je tientallen verkeersregelaars nodig. Als deelnemer word je zo nog eens met de neus op de feiten geduwd: zonder vrijwilligers geen wedstrijd, geen competitie en geen ambiance achteraf.

Lees verder →


Pierre Olivier is de snoeren van de tijdsregistratie-apparatuur nog aan het vastklikken als ik aan mijn opwarming begin. Er is hier ruimte zat voor een snelle finish. Alleen de paraatheid van de benen en de wind zouden voor hinder kunnen zorgen. Ik kan ook de tijd nemen de collega’s uitgebreid te begroeten.Ans 1 Willy Hertogen bijvoorbeeld. Vanwege logistieke redenen (om het met een moeilijk woord te zeggen) zijn we vandaag apart naar Ans gereden. Mergelloper Eric Stassen uit Valmeer is er ook. Gisteren moest hij ook al om logistieke redenen verstek laten gaan voor de Aterstaosejogging in Tongeren. Hij heeft het laatste jaar reuzenstappen vooruit gezet. Ik ben nu geen partij meer voor hem. Toch zal hij ongewild nog in mijn verhaal voorkomen. Via Willy Hertogen maak ik kennis met René Eggen, een rijpe v3 en al jaren een vaste waarde in het circuit. Door een verstuiking en een gebroken voetbeentje is hij maanden buiten strijd geweest. “Voorlopig pak ik het rustig aan, ik bereid me voor op volgend jaar. Dan ga ik de strijd aan met jullie bij de veteranen 4!” houdt de man uit Retinne er de moed in. Het blijkt dat hij in Zussen getrouwd is en onze streek op zijn duimpje kent.
Voor de start gegeven wordt en na het gebruikelijke welkomstwoord van de organisator, vraagt Jean-Claude Odeurs nog even de megafoon. Hij deelt mee dat de volgende wedstrijd op de Challenge CJPL-kalender in Awans, op een boogscheut hiervandaan, is afgelast. Tegenslag voor Willy Hertogen en wellicht ook Jean-Pierre Immerix voor wie het minimum aantal deelnames – 10 om in het klassement opgenomen te worden – bedreigd wordt. De deelnemersaantallen gaan de laatste maanden fors naar beneden. Vandaag komen we net boven de 200 man voor de twee lopen. Het overaanbod aan wedstrijden en onenigheid binnen de organisatie beginnen zich te wreken. Is de oudste Luikse challenge – en dertig jaar geleden de enige – die heel wat Zuid-Limburgse lopers over de taalgrens lokte, in gevaar?
Hoe dan ook, daar kan ik me nu geen kopzorgen over maken. De focus moet staan op de wedstrijd die start over vijf seconden. Een klein peloton, een brede weg, ik vind zonder problemen de ruimte om snel op tempo te komen. Dat tempo wordt trouwens in de eerste plaats bepaald door de kracht in mijn benen… die ik eerst zal moeten losschudden. Claude Herzet, de vierde Riemstenaar in het pak, is al meteen uit het zicht. Hij heeft soepele benen meegebracht van zijn hoogtestage in het noorden van Griekenland. Hij bouwt een voorsprong op van een dikke twee minuten. Dat blijft binnen de marge van mijn gemiddelde achterstand de laatste jaren. In de eerste kilometer richt ik mij op drie collega’s. De ene in het groen, Bernard Marot, de andere twee in het oranje, Jean-Yves Culot en Pasquale Ruberto. Zij zijn wel geen directe concurrenten maar ik heb ze in een recent of niet te ver geleden nog kunnen verslaan. Ans 2 En dan leef je in de overtuiging of de illusie dat dat vandaag ook lukt. Pasquale, veteraan 3, maakt zich ook snel uit de voeten. Zou ik hem nog kunnen terugpakken vandaag? Jean-Yves Culot, nog maar veteraan 1, blijkt vandaag ook een maatje te sterk. Alleen veteraan 3 Bernard Marot is zo vriendelijk in mijn buurt te blijven. Ik zou hem over een kilometer toch moeten inhalen. Dat leert het verleden me. Maar ja, het is zoals op de beurs: de koersen van gisteren geven geen enkel garantie voor die van vandaag of morgen. We lopen intussen op beton of asfalt tussen de huizen. Achter die huizen liggen de velden. Hier begint Haspengouw. We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of er is al een drankpost. Voor de hitte moeten ze het niet doen. De meeste deelnemers zullen de 16 graden als ideaal ervaren. Voor mij mag het wel een tikkeltje warmer zijn. Een bevoorrading dus, heel snel na het vertrek. Die merk ik nochtans niet onmiddellijk op. Plots zie ik plastic bekertjes voor me op weg liggen… en vraag ik me af waar Bernard gebleven is. Ik kijk om me heen en zie aan de rechterkant van de weg in een bocht de drankentafel. Je moet hier echt meters omlopen om aan een slok water te komen. Terwijl de door de wol geverfde loper – ik reken mezelf bij die categorie – altijd de kortste bocht (hier een linkse bocht) zo scherp mogelijk aansnijdt. Mij maakt het missen van het drankje vandaag dus niet uit… en ik ben zonder bijkomende inspanning voorbij Bernard gegaan die wel al behoefte heeft aan een slokje. Maar de kleine man uit Chênée komt vandaag brutaal uit de hoek ( lees: hij heeft er zin in) en gaat me even verder opnieuw voorbij. We kronkelen nog even door een woonwijk. Niets bijzonders te melden, tenzij dat de loper voor mij plots op zijn stappen terugkeert om een verloren bankbiljetje op te rapen. Die heeft zijn premie voor vandaag al binnen. Na drie kilometer komen we uit op een doorgaande weg tussen de akkers. De rechte weg die eerst licht dalend is, gaat tussen de huizen op het voetpad weer licht omhoog. Ik ben al een tijdje in het gezelschap van een blonde dame met wie ik tijdens de verkenning enkele woorden heb gewisseld. Om mij opzoekingswerk te besparen bij het schrijven van het verslag heeft ze haar nummerband gedraaid zodat ik haar nummer “165” mooi op haar rug kan aflezen. Valérie François kan mijn tempo op de glooiing niet meer volgen en haakt af. Adieu, misschien tot in een volgend verslag. Op het einde van de Rue de la Résistance, daar zijn we nu, worden de 10 km-lopers naar links gestuurd. De deelnemers aan de 6 km moeten rechtdoor. En hier loopt het mis voor Eric Stassen. “Dix” en “six” verward, even verstrooid, onduidelijke mondelinge aanwijzingen? De man uit Valmeer is ervan overtuigd dat hij rechtdoor moet en stelt na een dikke tien minuten tot zijn leedwezen vast dat voor hem de pret over is na 6,5 km. Wij worden een parkje ingestuurd over een zandweg waar oneffenheden en gaten het tempo doen stokken. Maar na 300 meter zijn we weer op het verhard. Rond km 5 is er een nieuwe bevoorrading. Ik neem nu wel een slok. Bernard ook, maar die heeft meer tijd nodig en verspeelt zo weer zijn voorsprong. Definitief deze keer? Zeker niet, ook in de volgende kilometers blijft hij aanklampen. Op enkele meters, maar als ik uit mijn ooghoeken naar achteren kijk, krijg ik het groene Lampiris-shirt meteen in het vizier. Aan een rotonde wordt het belang van goede seingevers nog eens duidelijk als de man in het fluogeel een autobestuurder met luide stem de goede rijrichting – dat wil zeggen in de richting van het parcours – moet uitsturen. We maken hier een grote lus in de vorm van een acht. Gelukkig is het autoverkeer ook in het dichtbebouwde centrum van het dorp op deze zondagochtend beperkt. Het café Le Hombroux is nog dicht. Je vraagt je af waar ze de namen vandaan halen. Een blik op de Garmin-kaart leert me dat we hier in het gehucht Hombroux zijn. En laat het nu net hier zijn dat we (Bernard en ik) Richard Mathot inhalen en ter plaatse laten. Voor Bernard een plaats gewonnen bij de veteranen 3, voor mij een bevestiging van wat Richard voor de wedstrijd tegen enkele kompanen zei toen ik in zijn buurt aan het opwarmen was. “Ook de veteranen 3 moeten bang zijn voor die veteraan 4”. Hij had het over mij en krijgt dus gelijk. Te snel gestart en dan noodgedwongen in wandeltempo op adem moeten komen, het is niet de eerste keer dat het Richard overkomt.
Km 5,6, de knoop van de “acht”. Ik kruis hier twee lopers die een voorsprong van zo’n 7 minuten blijken te hebben. Die moeten dan toch in de kop van de wedstrijd lopen. Mij zijn ze onbekend, maar ja, zo vaak zie ik ze niet vanuit de buik van het peloton. We slingeren ons nu door een sociale woonwijk en tussen garageboxen, stoep op, stoep af. Ik kan niet voluit gebruik maken van het dalend reliëf, de vele bochten remmen de snelheid af. Dan weer een rechter stuk waar die duivelse Bernard Marot nog altijd niet van wijken wil weten. Voorbij de Ferme à l’Arbre de Liège (grondgebied Lantin) waar bio-producten worden geteeld en dieren op duurzame wijze worden gefokt. Op zo’n zondagochtend kan je dus nog wat bijleren. Een linkse bocht na 6,7 kilometer leidt ons naar een langere klim – dat betekent hier 1 tot 2%. Dat lijkt een pruts maar ik kan hier wel mijn tempo vasthouden en mijn positie in het klassement nog gevoelig verbeteren. ten koste van onder meer twee dames, Valérie Meyan en Aurore Tumson. Overigens moeten deze jonge dames het wel afleggen tegen aînée 2 Dominique Friedrich en aînée 1 Françoise Piscart, in deze volgorde. De klimmende weg die ook verder blijft doorlopen biedt me ook de kans om Bernard definitief af te schudden. Meer om mezelf te bewijzen dat ik het nog kan, heb ik van mijn hart een steen gemaakt en de sympathieke inwoner van Chênée achtergelaten. Km 8,5: ik zie rechts voor me een sliert lopers in een groene omgeving. Ik herken Pasquale Ruberto. Zijn voorsprong schat ik op zo’n 150 meter. Die kloof krijg ik niet meer gedicht. Het andere oranje shirt van Jean-Yves Culot is nergens te bespeuren, hij is Pasquale al vroeger voorbijgegaan. Dit moet het tweede park op het parcours zijn. Een mooi pad leidt naar een kiosk waar een enkele toeschouwer de esbattementen vanuit de hoogte volgt. Die toeschouwer en fotograaf is Marie-Paule. Zij heeft de weg gevonden naar het mooiste plekje van Alleur. We komen uit op het fraai gerenoveerde kerkplein van Alleur. Want eigenlijk blijkt deze loop voornamelijk in Alleur zijn beslag te krijgen. Door mijn verkenning van daarstraks vind ik moeiteloos de snelste weg tussen het straatmeubilair en ben ik niet verrast door het trapje waar we op moeten. Wel verrast ben ik als ik plots word voorbijgestoken door veteraan 3, Laurent Knapen. “Van waar komt die?”, is de vraag die spontaan bij me opkomt. Ans 3 Het antwoord hoor ik na de finish. Ook Laurent is ergens verkeerd gelopen. De precieze omstandigheden zijn me niet duidelijk, evenmin of hij de enige is die het spoor bijster is geraakt. Wat er ook van zij, Laurent heeft sportieve collega’s. Hij krijgt van Alberto Canales en Claude Herzet de tweede plaats waarop hij recht heeft. Nog even bergop en we zijn weer in de verkavelingszone die we daarstraks na de start ook gedeeltelijk hebben doorkruist. Ik kan een tempo van 4’30” aanhouden, voldoende om eventuele aanvallende neigingen achter me in de kiem te smoren. Behalve die van Julien Bayonnet. Maar van de senior van Seraing Athlétisme kan ik dat wel verdragen: ik ken hem al van mijn eerste deelnames in de de Condruzien de Hesbignon en hij heeft de laatste jaren nogal wat ups en downs gekend. Nog onder het viaduct van de autoweg door. Voilà, opdracht volbracht. Voor het toekennen van de hartjes heb ik dit keer hulp gekregen van een trouwe lezer…
Terwijl we wachten op de prijsuitreiking in het cafetaria van de sporthal stapt een in maatpak uitgedoste knappe heer af op Eric Stassen en schudt hem de hand. “Eric kennen ze wel overal”, denk ik nog. Maar ook wij worden vriendelijk begroet. Het is de burgemeester – vermoeden we, achteraf bevestigd door Google – die al in verkiezingsmodus is. Hij bekleedt nog niet zo lang die functie, verneem ik verder. De artikels over de gemeentelijke politiek in de voorsteden van Luik lezen overigens nog spannender dan mijn verslagen (hum…).
Een heel comité notabelen deelt de prijzen uit. De jongste sporters krijgen een medaille. Dan zijn de grote jongens en meisjes aan de beurt. Grégory Baar is overal aanwezig maar blijft vruchteloos jagen op een overwinning. Vandaag moet hij zich tevreden stellen met de meest ondankbare plaats, de tweede. Rudy Lacroix, winnaar bij de veteranen 3, poseert trots met een grote doos. Marie-Paule – wie niets ontgaat – weet dat er een trolley reiskoffer in zit. Het mag een troost zijn voor Servais Halders, nog steeds afwezig, dat hij niet echt een reisduif is. Willy Cortlevèn en Willy Hertogèn worden naar voor geroepen. Nummers 1 en 2. Of voorlaatste en laatste, als je de uitslag bij de veteranen 4 vanuit de andere richting bekijkt. We geven onze cadeaubon van plaatselijke handelaars na afloop verder aan kennissen die er wel hun voordeel mee kunnen doen. Het komt dan toch nog goed voor Eric. Hij is opgenomen in de uitslag van de 6,6 km-wedstrijd: plaats 6 van 87 en eerste veteraan 2. Helaas zijn de prijzen op na de 10 km…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Briefing van de seingevers. Foto 2: Claude Herzet in het park. In de achtergrond Françoise Piscart. Foto 3: Na de finish met Willy Hertogen en Eric Stassen, in het midden.)

← Toon minder

Wégimont (Challenge Cours la Province!)

vri 08/06/2018 19.30u * Wégimont (Challenge Cours la Province!) * 8 km * 00:43:00 * 11 * 211/568 * 1/8 * ♥♥♥♥

Willy Hertogen kent hier de weg, in het Provinciaal Domein van Wégimont, gemeente Soumagne, waar we dadelijk zullen starten in de Wégi-night. Hij is hier al vaker geweest voor wedstrijden en de uitreiking van de seizoensprijzen van de Challenge van de provincie Luik. We zijn vanavond met z’n vieren naar het land van Herve getrokken: twee Willy’s, twee Paula’s en twee C/Kortlevens. We zijn er samen met bijna 1000 deelnemers en talrijke supporters. Het zal wel geen toeval zijn dat precies op deze locatie drie Luikse challenges de handen in elkaar hebben geslagen: de twee die “provincie” in hun naam dragen, de Challenge de la Province de Liège, de Challenge Cours la Province! en als derde de challenge van de regio Verviers, de Challenge L’Avenir.
Het parcours ziet er op papier aantrekkelijk uit: een combinatie van park, bos en weg met een golvend reliëf. Tijdens mijn verkenning wil ik mij vooral een beeld vormen van de laatste kilometer. Ik probeer enkele routes en richtingen uit tussen de linten voor de aankomstboog ( de groene met de O’Top-bestelwegen van Pierre Olivier zal wel de juiste zijn), klamp een zestal bekenden en onbekenden aan … en ben na een halfuur nog niets wijzer. Wégimont 1 De speaker roept de deelnemers naar de witte boog. Ik kan even zijn onophoudelijk gebabbel onderbreken in de hoop nu eindelijk uit mijn twijfels verlost te worden. “U zal het wel zien, u kan maar in één richting lopen, mijnheer.” “Ne vous tracassez pas” (Maak u niet ongerust). Maar dat doe ik nu net wel. Wat de man niet weet, is dat ik vanavond weer het duel zal moeten aangaan met Roger Dosseray. Ik heb Roger daarstraks even gezien maar nog niet gesproken. Het zou niet de eerste keer dat de beslissing pas in de laatste meters valt. Ik wil dus liever niet verrast worden door het parcours. Enfin, de finale is nog altijd een blinde vlek voor me. En achteraf bekeken, is dat misschien maar goed ook.

Lees verder →


Ik sta ergens midden in het pak aan de start. Met een minuut applaus wordt er hulde gebracht aan een verdienstelijk persoon van een van de challenges. Ik kan zo goed als niets opmaken uit de niet aflatende woordenstroom die door de luidsprekers galmt. Alleen dat de “encore trente secondes avant le départ” minuten later nog steeds niet verstreken zijn. Met zo’n 750 man is het op de asfaltpaden in het park vooral uitkijken waar je je voeten zet en tijdig reageren op de onverwachte bewegingen van voornamelijk jonge deelnemers. Ik kan dan toch al wat plaatsen winnen en blijf recht ondanks het gezigzag van enkele zondagslopers. Na 500 meter verlaten we het verharde gedeelte in het park. We hebben dan al vier scherpe bochten genomen, de eerste van een lange reeks. Op een veldweg net buiten het domein wordt het nog smaller en nog hobbelig ook. We draaien weer het kasteelpark in dat snel de allures van een bos krijgt. Het blijft zoeken naar ruimte in de stroom lopers op het op en neer golvende pad. We scheren langs een paaltje midden op de weg en rakelings langs een bank. Dit stuk heb ik wel verkend, maar ik blijf op mijn qui vive en ben dus nog niet aan mijn kruistempo toe. Een korte maar steile afdaling brengt ons naar een pad, later een asfaltweggetje dat eindelijk even rechtdoor gaat. Ik kan nu weer wat plaatsen goed maken. We lopen achter de kleedkamers door – het schitterende openlucht zwembad erachter zal ik pas na de wedstrijd opmerken. Daar is Willy Hertogen. Hij heeft dan toch weer een plaatsje voorin het peloton weten te versieren aan de start. De grote Vlijtingenaar loopt met starre rug voor mij uit. Het is alsof onze twee dames het vooraf wisten maar ze wachten ons op net waar ik in het spoor van mijn voornaamgenoot kom. Marie-Paule heeft het ogenblik feilloos in beeld gebracht (foto 2). We maken nu een scherpe bocht naar rechts op een hellende grasstrook om een vijvertje te ronden. Dan trekken we weer het bos in. Ik zoek naar mijn evenwicht op een pad van nauwelijks 50 centimeter en moet even uitwijken naar rechts waar ik in een vettige smurrie terecht kom. Weer enkele plaatsen verloren. Wégimont 2 Het blijft harken op de bultjes in het bos en draaien van de ene bocht naar de andere. Plots op het beton tussen de caravans. Dit moet de camping zijn. Een campingbewoner die zijn vrije tijd meestal liggend doorbrengt, vermoed ik, daagt ons nog wat uit. “Plus vite, plus vite”. We zigzaggen tussen de caravans door. En blijven lussen tekenen op het gras dat weer parkachtig aandoet.
Mijn oriëntatie ben ik intussen al lang kwijt. Door het onophoudelijke tollen heb ik de indruk dat we al kilometers achter de rug hebben. Maar we zijn nog niet eens halfweg merk ik, als we de splitsing tussen de 4 en de 8 km-loop passeren. We komen weer langs de parking, ik herken de veldweg van de eerste ronde. Dit keer lopen we rechtdoor. Niet dat het me echt veel helpt. Het is laveren van links naar rechts om een geschikte loopstrook te vinden en uitzicht te hebben achter de rug van je voorgangers. Het tempo komt niet hoger dan 5’30”. Terwijl ik wel de energie heb om een tandje hoger te schakelen. Dat verbetert er niet op als we de bosrand verlaten na 4,5 km en op open terrein terecht komen. Ik heb daarstraks in het voorbijgaan bij Willy Hertogen geïnformeerd of Roger Dosseray voor hem liep. Nu zie ik hem daar op een vijftigtal meter voor me. Maar ik zit hier gevangen achter een sliert lopers op een smal aarden lint tussen het hoge gras rondom ons. Ik moet noodgedwongen geduld oefenen tot we op een bredere asfaltweg uitkomen die naar de bewoning leidt. De weg loopt hier vrij steil omhoog. Ik moet van de klim gebruik maken om bij Roger te geraken. Eigenlijk loopt de route vanaf het vijvertje, bijna 3 kilometer geleden, al omhoog. Op een kort plateautje tussen de huizen kom ik in het spoor van mijn taaiste concurrent in alle challenges. “Ik had je al verwacht”, met deze woorden word ik verwelkomd. En Roger voegt er meteen aan toe: “Ik heb last van mijn knie”. Alberto Canales had me vorige week al op de hoogte gebracht. Maar met Roger weet je nooit, ik blijf op mijn hoede. Ik houd mijn hoger tempo aan maar de afdaling is pas begonnen of Roger snelt me weer voorbij. “Toch niet zo erg, die blessure” schiet het door mijn hoofd. Op een korte vlakke strook tussen twee bochten kan ik Roger definitief afschudden. Dat het definitief is kan ik pas later vaststellen. Ik vertel het nu al om de lezer een houvast te geven in dit kronkelige verhaal. Dit is mijn sterkste fase vandaag: rond km 6,2 voor wie het precies wil weten. In de laatste meters van de afdaling, vlak voor we een scherpe bocht nemen weer het kasteeldomein in, ga ik voorbij Claudio Nardozi. De veteraan 3 die ik hier voor de eerste keer ontmoet, heeft zich in de voorbije hectometers flink geweerd om uit mijn greep te blijven. En in één moeite passeer ik ook Sandra Delrez, vaker in mijn buurt in deze regio. Even verder zijn we alweer aan de vijver. Ik ga op mijn elan verder en loop nog een jongere loper voorbij. In het bos nemen we nu een andere weg blijkbaar. Ik hoor een parcourswachter ons waarschuwen: “Attention, escalier”. Die komt er pas aan na nog enkele bobbels. We staan zo goed als stil, gelukkig zijn er geen waaghalzen die hier nog voorbij willen. Verder door het park (of het bos) naar de finish die nu niet meer veraf kan zijn. Wat is dat ineens? Een muur! Het lijkt wel alsof we uit een ravijn moeten kruipen. Niet nadenken nu, vooruit, hoor ik mezelf. Rechts zie ik boomwortels. Die kunnen me houvast geven. Ik glij toch even uit en kruip dan maar enkele meters op handen en voeten verder. In de laatste meters kan ik me dan toch weer min of meer oprichten. Claudio pikt me mijn plaatsje wel weer af. “Kom op Willy, nog dertig meter” hoor ik. Dank je wel, Alberto Canales, hier heb ik nog iets aan. Denk aan de omroeper ” maak je maar geen zorgen” in het begin van het verslag.
Ik vergeet deze keer niet mijn nieuwe Garmin in te drukken en zoek mijn weg tussen de zwetende lijven achter de streep. Ik doe me te goed aan (sport?)drankjes met verschillende kleuren en smaken. Wégimont 3 Ik wissel de eerste ervaringen uit met enkele bekenden. En vertel aan iedereen die het horen wil dat dit soort omlopen helemaal niet naar mijn smaak zijn. Bij de meeste gesprekspartners is een andere toon te horen. Michel Jeukens (veteraan 1 en CJPL-getrouwe) vertelt met een monkellachje dat hij er net wel van genoten heeft. Nicolas Bynens is ook opgetogen… en jaloers op zijn kleinzoontje die bij zijn eerste wedstrijdje (400 meter) al meteen een beker mee naar huis krijgt. “Terwijl ik elke week vecht om op het podium te geraken en er maar niet in slaag” lacht de veteraan 3. De ultieme klim die de parcoursbouwers op onze weg hebben gelegd roept daarentegen alleen negatieve reacties op.
Het lezen van de uitslag – zoals gewoonlijk in kleine lettertjes op een donker plekje – levert een aangename verrassing op voor de twee Willy’s: we staan met zijn beiden op het podium bij de veteranen 4. Mijn naamgenoot is enkele maanden ouder dan ik en loopt hier vanavond zijn beste wedstrijd van het seizoen. Jammer dat Servais Halders er vanavond niet bij is! Een nieuwe (of oude) blessure houdt hem in Voeren. Ik maan Marie-Paule alvast aan haar fototoestel in aanslag te houden. Wanneer dan na veel vijven en zessen de prijsuitreiking begint, steekt dan toch een gevoel van ontgoocheling op. De organisatoren kiezen hier, zoals in Montzen, voor het afroepen per plaats. Alle eersten samen, dan de tweeden, enzovoort. En zo moeten we onze prijs apart afhalen en levert de ceremonie vooral veel gedrum en wanorde op. Naast een fles drank geven de organisatoren nog een boodschap mee: “eat small”, eet… krekels. Ik krijg een doosje met insecten mee. “En hoe smaakt dat?”, hoor ik. Ik hou u op de hoogte. Vanavond heb ik nog de honger gestild met een gebraden worst. En plaats op die manier toch weer een zware ecologische voetafdruk…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: In het Provinciaal Domein van Wégimont. Foto 2: Nog enkele meters en ik heb Willy Hertogen bij de lurven. Foto 3: U herkent de laureaten bij de veteranen 4.)

← Toon minder

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 03/06/2018 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,1 km * 00:41:03 * 11,8 * 116/241 * 1/2 * ♥♥♥

Mijn oorspronkelijke bestemming Trooz in de Vesdervallei is overstroomd. Dan maar enkele kilometers verder, op de hoogten boven de Vesder, in Stembert aan de slag. Dat ik vanochtend niet in Trooz sta te koekeloeren en dat u überhaupt een verslag krijgt, danken we aan Kris Govaerts die ik zaterdag toevallig tref op de Willerrun. Hij heeft het onooglijke bericht over het annuleren van de wedstrijd op Facebook opgemerkt. De officiële sites van de organisatie en de challenge zwijgen in alle talen. De jogging in Polleur vrijdagavond, ook een mogelijkheid dit weekeinde, is wel doorgegaan en heeft – zo te horen aan de reacties van enkele collega’s die er wel waren – veel te lijden gehad onder water en modder. Vanochtend is het weer prima, we staan hier hoog en droog en als mijn benen goed zijn – te verifiëren in het vervolg van het verhaal – zou ik wel eens de goede wedstrijd hebben geloot.

Lees verder →


Stembert is mij bekend van de vorige jaren. Het verstedelijkte dorp aan de noordoostrand van Verviers organiseerde – tot vorig jaar alleszins – twee joggings. Die ik beide al heb betwist. Ik vertrek naar Verviers met de wedstrijd van de Futurofoot in mijn hoofd. Tijdens de opwarming dringt het pas tot mij door dat dit de “Grand Jogging” is. Die verloopt voor het grootste deel op asfaltwegen, maar dat komt mij evenmin slecht uit. Ik ben al om kwart over tien aan mijn verkenning begonnen. “Voilà déjà un échappé” (daar is er al een ontsnapt uit het peloton) hoor ik iemand in een deuropening tegen twee kennissen grappen. Voor de start heb ik al zo’n 5 kilometer – wandelpauzes inbegrepen op een lange klim en afdaling – in de kuiten. Stembert 1 Die lange opwarming heb ik nodig. Of ze ook resultaat zal opleveren, valt af te wachten. Aan de inschrijvingstafel herken ik de drie oudere dames van vorig jaar. Tenminste, ik vermoed dat het dezelfde zijn als toen. De twee dames links achter het koffertje met de munten en de biljetten sturen me met mijn inschrijvingsstrookje naar de dame aan de rechterzijde. Ik krijg mijn nummer mee en vertrek terug naar de auto. Dat verloopt vlot als je vroeg bent, denk ik. Ik ben al een eindje onderweg als mij plots te binnen schiet dat ik nog niet betaald heb. Ik meld de vergetelheid bij de dames aan het koffertje die mijn bijdrage met de glimlach in ontvangst nemen.
Het is al een tikkeltje te warm als we starten. Maar ik zal in de wedstrijd nauwelijks last ondervinden van de zomerse temperatuur. Ik trek me rustig op gang tijdens de eerste 400 meter. Zo lang hebben we respijt voor de eerste lange klim begint. We vertrekken aan het voetbalveld van FC Stembert, ongeveer halverwege boven de vallei van de Vesder. Er blijven dus nog de nodige hoogtemeters over om een pittig rondje uit te tekenen. 2 kilometer zijn het, naar het plateau. Met stevige percentages. Twee korte, steile bultjes roepen de herinnering op aan de echte Grand Jogging, die van Verviers. We verlaten nu even de brede weg en worden een smal donker paadje ingestuurd tussen het groen achter twee rijen huizen. Een jong koppeltje dat dacht hier met zijn tweeën alleen op de wereld te zijn, ziet plots een meute hijgende sportievelingen passeren. Ze maken zich smal en kruipen zo dicht mogelijk tegen een haag en tegen elkaar. Iedereen blij. Voor het overige hou ik mijn ogen op de grond gericht. Het is hier uitkijken voor stenen die plots achter de benen van de lopers vlak voor je opduiken. Weer op de weg. Bij een bocht na een kilometer klimmen hoor ik een seingever een aanmoediging roepen naar een passerende kennis: “Kom op, het wordt vlak… een beetje”. Ik doe het rustig aan, voor zover dat hier mogelijk is en wil mezelf zeker niet voorbijlopen, zoals vorige week. Enkele meter voor me zie ik Magali Beauwens die ook al de eer heeft genoten in mijn verslagen te figureren.
We zijn nu op het hoogste punt van het parcours. In een betere woonwijk maken we een lus van een kilometer. Een afdaling van vijfhonderd meter naar en rond een visvijvertje, gevolgd door een steile beklimming die uitvlakt in een bosje. Ik ben opgelucht als we het smalle en hobbelige bospad achter de rug hebben en de achtervolgers niet langer achter je rug zitten te dringen. Bij de kruising kan ik mijn voorsprong meten op de bezemwagen, een kilometer dus. De meeste deelnemers zijn aan die kilometer bezig, dat leert de uitslag me achteraf. Bij de volgende afdaling – op “Waals” asfalt – kan ik wat snelheid maken. Ik houd echter vast aan mijn behoudende tactiek. Magali loopt nog steeds met dezelfde voorsprong voor mij uit. Na een scherpe bocht naar links duiken we een smal en donker pad in tussen bomen. Hier word ik niet gehinderd door mijn kaduke benen maar door mijn oude ogen. Ik ben beducht voor de stenen en de geulen in het pad, kom enkele keren haast tot stilstand en til mijn knieën hoog op om niet tegen een of ander natuurlijk obstakel te stoten. Het ziet er waarschijnlijk niet uit maar ik ambieer ook geen schoonheidsprijs. Kortom, veel voordeel kan ik niet halen uit deze afdaling. De Rue de Mariomont is dan weer helemaal mijn ding. Mooi asfalt tussen de weiden, een plaatje voor een reclametekening. De volgende helling ligt in haar glorie in de zon te schitteren. Vooral op het einde, voorbij de tweede hoeve, wordt het nog even steil. Ze spelen het toch weer klaar: “slechts” 8 kilometer maar wel drie hellingen onderweg. Overigens mag ik vandaag niet klagen. Het beste moet nog komen, dat voel ik aan mijn water, euh mijn benen. Ik tuur even vooruit en herken de top van de helling. Tot hier heb ik daarstraks verkend. Vanaf hier gaat het bergafwaarts. Stembert 1 Met een korte snok op het laatste bultje kom in het spoor van Magali. Ik laat de handrem nu definitief los en begin de achtervolging op de lopers voor me. Ook al zijn het allen onbekenden. Voor zover ik weet heb ik hier vandaag geen tegenstand in mijn leeftijdsklasse. Ik richt me dan maar op de dames voor me. (Ik zie er al sommigen grijnzen bij het lezen van deze regels.) Ze zijn met minder en makkelijker te detecteren in de uitslag. Magali Beauwens heb ik in de eerste hectometers van de afdaling achtergelaten. Laure Etienne met de hoofddoek (tegen de zon, vermoed ik) is me in het begin van de loop voorbijgegaan. Het is altijd een kleine overwinning als je de snelle(re) starters op het einde nog kan terughalen. En Françoise Bonaventure. Zij is nog in gesprek met een mannelijke collega naast haar. En kijkt verbaasd op als ik haar voorbijsnel. Ik volg toevallig een plaatselijke loper die ruim de tijd neemt om zijn supporters, of alleszins kennissen, langs de weg te groeten. Muziek in de oren, zwaaiend naar de mensen, hij pakt het “cool” aan. In het midden van de afdaling ligt er een dubbele rotonde. Twee politiewagens sluiten de weg af om ons vrije doorgang te verlenen. Voor zoveel attenties van de stedelijke overheid moet je wel je best doen. Ik steek nog een tandje bij op het steilste stuk. Françoise heeft haar mannelijke begeleider in de steek gelaten en wil dat deze loop alsnog een “bonne aventure” wordt en plaatst een versnelling in de laatste rechte lijn naar het voetbalveld, met andere woorden de aankomstzone. Ik verlies enkele meters. Na 2,4 km op de grote plaat op het asfalt is het even aanpassen op de hobbelige graszoden langs het voetbalveld van vierde provincialer Stembert. Ik pers er nog een versnelling uit om mijn plaatsje veilig te stellen. Dat lukt tot we op een smal betonnen paadje komen waar de streep (het streepje) getrokken is. Een jonge onstuimigaard (Julien, vermoed ik) wringt zich nog voorbij mij en Françoise voor me. De posities worden hier nog manueel geregistreerd en door het manoeuvre van Julien heeft de dame aan de finish het nummer van Françoise niet kunnen noteren. Ze roept “Votre dossard”. Ik ben niet zeker of ze mijn nummer genoteerd heeft en maak rechtsomkeert om het nummer 805 te tonen. “Pour vous c’est en ordre” stelt ze me gerust. Intussen zijn enkele achtervolgers voor me in geglipt… en vergeet ik mijn Garmin in te drukken. Strava houdt blijkbaar rekening met deze stilstaande fase en zo worden de vier minuten die ik verlies met het losmaken van de spelden niet meegerekend. Peanuts, denken sommigen nu. Wel, dat die het rondje maar eens gaan lopen. Ik zal met plezier de gps-track sturen.
Ik sta op het podium met René Coumont. Zijn naam was mij bekend, zijn profiel eveneens – mag ik het omschrijven als het profiel van een piraat? Maar de link tussen beide kan ik pas leggen bij de prijsuitreiking. Het toeval wil dat ik hem voor de koers heb gegroet toen hij een praatje sloeg met Louis Schmetz, mijn vast aansprekingspunt in de “Avenir”. Overladen met prijzen kan ik als een tevreden man de terugweg aanvatten. Nu enkele dagen genieten en ontspannen op training. De volgende wedstrijd staat al binnen minder dan een week op het programma.

(Foto’s. Foto 1 Google: Km 2, op de lange klim. Foto 2, eigen foto: Op het podium met René Coumont.)

← Toon minder

Vyle et Tharoul (Challenge condruzien)

vri 25/05/2018 19u15 * Vyle et Tharoul (Challenge condruzien) * 16,8 km * 01:38:57 * 10 * 237/440 * 1/4 * ♥♥

Vrijdagmorgen beslis ik, na dagen twijfelen, ’s avonds toch nog een wedstrijd te betwisten, net voor we enkele dagen de Haspengouwse heimat verlaten. Ik denk in mijn naïviteit dat de Condruzien-loop wel ongeveer zal overeenkomen met een geplande 20 km-training in de Jekervallei. Dan kan ik na jaren nog eens proeven van wat velen omschrijven als de mooiste Condruzien-loop van het seizoen.
“Het moeilijkste is achter de rug” zeg ik als begroeting aan Gaetano Falzone, doelend op de opstoppingen die we hebben moeten trotseren tijdens de lange verplaatsing naar het zuiden van het land van Hoei. Vyle 1 Het piepkleine dorp, deel uitmakend van Marchin, is de Condroz in het kwadraat. Groen, golvend, rustgevend… om het verhaal positief in te zetten. We zijn slechts een klein halfuurtje voor het vertrek ter plaatse. Ik heb het inlopen tot een tiental minuutjes moeten beperken. Geen reden om me druk te maken, bedenk ik, de wedstrijd is lang genoeg voor een rustige opbouw. Vanwege de genoemde files is de start trouwens tien minuten verlaat en heb ik uitgebreid de gelegenheid om een aantal maatjes te groeten. Dat zijn dan vooral grijze koppen van de veteranen 3 en 4.

Lees verder →


Voor de kerk en de eerste bocht ga ik al voorbij Noël Heptia. De veteraan 3 houdt te veel van de Condruzien om zijn verstand te volgen en zijn geblokkeerde rug rust te gunnen. De kalme aanpak die ik voor de start voor ogen heb wordt bemoeilijkt door het parcours dat al na 300 meter een kuitenbijter klaar heeft: steil en op “chaussée romaine”-stenen. Ik ga met een redelijk tempo naar boven… dat ik achteraf beter onredelijk tempo noem. “Jeugdige overmoed?” lacht Jean Tempels later op de avond. In elk geval te fel voor mijn benen van vanavond. De steile klim wordt onmiddellijk gevolgd door een steile afdaling die mijn spieren opnieuw op de proef stelt. Als we dan toch op vlakke veldwegen komen, zijn die zo hobbelig en verraderlijk dat mijn hoop op een leuke natuurloop al vervlogen is.Vyle 2 Domenico Di Vito gaat me pas na 3 kilometer voorbij. ik ben gestart alsof het een wedstrijd van 10 km is en het parcours vergevingsgezind voor een mindere dag. Ik werp een blik op mijn Garmin: kilometer 5, nog niet eens een derde achter de rug en het vet is al van de soep. In de volgende kilometers lopen meer en meer achtervolgers mij voorbij. Ik troost me met de wetenschap dat ik vrij vooraan ben gestart en dat ik hier boven mijn stand loop. Het parcours heeft alle toeters en bellen van de Condruzien: groene paden tussen weiden, tussen en door bossen, met muzikale “begeleiding” onderweg, door kasteelparken en langs vijvers. Maar die pracht kan me niet meer bekoren. ik ben niet alleen moe, maar – wat nog erger is – “het” moe. De beklimmingen aan kilometer 8 en 11 moet ik deels stapvoets afleggen, ik sukkel nog verder achteruit in de rangschikking. Mijn argeloos optimisme voor de start of de onderschatting van het parcours breken mij zuur op. Sarah Robinet die ik in een dalend gedeelte heb achtergelaten kan nu niet wachten om me voorbij te gaan op een smal paadje en zal 6 minuten voor me eindigen. In Tahier, na 10 kilometer, merk ik aan een kruispuntje een wegwijzer op naar Tharoul. Kon ik hier maar de snelste weg terug naar de douches nemen. Vyle 3 Maar ik zal de kelk die de organisatoren hebben klaargezet tot op de bodem moeten ledigen. Op de open stukken kijk ik enkele keren achter me om te zien of ik nergens het rode shirt van Michel Mancini opmerk. Dat is voorlopig niet te bespeuren. Nog enkele kilometers. Het bospad in een valleitje dat ik in andere omstandigheden idyllisch zou noemen, helt af en is door de regenval van de laatste dagen hier en daar flink modderig. Die laatste hectometers blijven maar duren tot ik uiteindelijk een signaalgever naar links zie wijzen. Nog even, maar met niet minder moeite, door twee weiden en dan eindelijk over de Chronorace-matten. Michel Mancini loopt maar even na mij binnen, Paul Delaitte heeft enkele minuten meer nodig. Ik heb wat tijd nodig om te bekomen maar begeef me toch al snel naar de doucheruimte om het zweet en de ontgoocheling weg te spoelen. Te snel want de drukkende temperatuur onder het zeil maakt me duizelig. Ik ben blij dat ik weer in de frisse lucht kom en de dorst kan te lijf gaan met twee cola’s.
Op het binnenplein van het plaatselijk schooltje “Saint-Joseph” brengen we nog een aangenaam uurtje door in gezelschap van Jean Tempels en Ellen Jacobs. En we worden op het podium met een enthousiast applaus beloond. Als prijs krijg ik mijn gewicht mee in droge worsten. (Overdrijving als stijlfiguur.) Tijdens de tombola halen Jean en ik nog wat herinneringen op uit de oude marathondoos. Het is uiteindelijk al zaterdagmorgen als we de thuisbasis weer bereiken. Toch nog even voor de computer. Maar de nukkige Garmin weigert mijn track op te slaan en enkele dagen later wordt zelfs de hele geschiedenis gewist. En zo blijft er van mijn wanprestatie gelukkig geen spoor over. De uitslag blijft wel bewaard voor het nageslacht. En die mag gelukkig gezien worden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Jean Tempels, winnaar bij de veteranen. Foto 2: De pijn is al vergeten. Met twee veteranen 3 na de finish: eerste van links Rosario Ilardo, daarnaast Lucien Collard. Foto 3: Het podium bij de veteranen 4, tussen Michel Mancini links en Paul Delaitte rechts.)

← Toon minder