Categoriearchief: Wedstrijden

Buvingen (Challenge hesbignon)

zat 12/05/2018 19.30u * Buvingen (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:54:28 * 11,8 * 88/157 * 1/4 * ♥♥♥♥

De Luikse Challenge hesbignon is voor de tiende keer te gast in Limburg. En is al aan haar derde start-en aankomstplaats toe. Jos Biets, altijd op zoek naar de meest geschikte locatie voor zijn organisatie, is dit jaar uitgeweken naar het A-terrein van de plaatselijke voetbalclub Gravelo. En zo zijn we dus op deze aangename mei-avond in Buvingen. Dat is een van de vele dorpen van de fusiegemeente Gingelom in de driehoek Sint-Truiden-Landen-Waremme. We mogen dan wel in Limburg zijn, het landschap en het daarbij horende parcours dragen een onmiskenbaar Hesbignonstempel… en de GPS-reisweg naar de wedstrijd loopt over Waalse wegen. Zo komen we dus, dank zij een Luikse challenge, ook eens in de zuidwestelijke punt van onze provincie. Niettemin blijft de taalgrens een moeilijk te nemen barrière voor onze Franstalige landgenoten en loopvrienden. Er zijn minder deelnemers dan in de gemiddelde Hesbignonlopen. Mogelijk speelt naast de concurrentie van andere lopen ook het lange weekend mee. Ik heb de indruk – die ik niet kan staven met cijfers – dat voornamelijk Vlaamse inschrijvingen voor het toch nog respectabele deelnemersveld van ruim over de 200 (in de twee wedstrijden samen) hebben gezorgd. Enkele Tongerse lopers hebben de weg gevonden naar de Hesbignon. Alken en Landen zijn traditiegetrouw massaal aanwezig. De kwantiteit mag dan enigszins tegenvallen, de kwaliteit is er wel. Jo Vrancken, die ik na vele maanden nog eens in levende lijve ontmoet, gaat een plejade aan sterke mannen vooraf en pakt hier zijn zoveelste overwinning van het seizoen.
Het uiteraard nieuwe parcours is het geesteskind van Roland Vandenborne en Mario Smolders. Mario laat de kans niet onbenut om zijn dorp Kerkom – op 3 km van de startplaats – in de picture te plaatsen. Opvallend is dat er een drietal kilometer onverhard in de ronde is opgenomen. Hier heeft de ruilverkaveling toch nog enkele stukjes natuur ongemoeid gelaten. Die reepjes natuur moet je dan wel aan elkaar kunnen knopen. Daar hebben Roland en Mario wel voor gezorgd… alsook voor de paternoster aan hellingen die we voor de voeten krijgen. Peter Dufaux verorbert nog een halve banaan even voor de start. Ik heb drie uur geleden een klein kippenboutje opgepeuzeld. Empirisch onderzoek op basis van de uitslag van één wedstrijd, die van vanavond, toont aan dat de methode-Dufaux meer kans op succes biedt dan de methode-Cortleven.
Ik heb de GPX-track van Mario grondig bekeken en de laatste kilometers verkend. Hopelijk helpt die voorkennis me dadelijk als het er echt om gaat. We vertrekken midden in een fruitbedrijf. (Misschien een ideetje voor Wim Meyers?) De waarschuwing van de politie middels de megafoon van Jos dat we geen voorrang hebben op fietsers en tractoren wordt op hoongelach onthaald. “Maar wij lopen sneller dan tractoren ” roept Marc Tutelaire terug. Dat doet hij zelf alleszins niet. De fiets heeft de laatste maanden zijn voorkeur. Ook op de fiets, maar als toeschouwer, is Thierry Vanherck. Hij laat vandaag een mogelijke podiumplaats bij de veteranen 2 schieten voor een triatlon morgen in Geel. Goed, we zijn vertrokken. Buvingen 1 Dat verloopt niet zonder slag of stoot voor een dame die een richtingbordje met het hoofd aantikt. Dat zorgt gelukkig alleen maar voor hilariteit. Even verder wijst Carlos de Almeida ons op een gevaarlijk betonnen boordje langs het kiezelpad. Zo kunnen we dus zonder kleer- en andere scheuren aan de tocht van een kleine 11 km beginnen. Na 500 meter, al buiten de bewoonde wereld, wacht een eerste helling op ruilverkavelingswegen. Mauro Calogero ben ik dan al voorbijgegaan. Onze collega-veteraan 4 Michel Mancini ziet af van een tweede loop in twee dagen en zal zich dus niet mengen in het onderonsje van de ouderen. Ik loop in de buurt van Michel Ruymen en Bea Strouwen. Die twee horen bij elkaar zoals wortelen en erwten (of yin en yang, als u het meer filosofisch verkiest). Bij het inlopen heb ik hun gevraagd of ze me vanavond weer gaan kloppen, zoals in Couthuin. “Ik zal er eens over nadenken” grapt Michel. Als ik hen voorbij ga, klinkt het ernstiger: “Het is nog lang.” Dat klopt maar ik heb niet de indruk dat ik boven mijn tempo loop. Het gevoel in de benen is alleszins beter dan wat ik vreesde bij het inlopen. Een tiental meter voor me zie ik Kris Govaerts. Als hij al voor me uitloopt in de eerste kilometer, is dat meestal een aanwijzing dat hij me zal voor blijven. Nu, je weet maar nooit. De route doet me denken aan de eerste kilometers in Mielen van de vorige jaren. Als we de Mielenstraat oversteken kunnen we van de eerste kliminspanning herstellen op een afdaling. Thierry Vanherck geeft nog een aanmoediging mee voor we een graspad worden ingestuurd. De krachtige veteraan 2 Thierry Delvaux gaat me voorbij. Enkele kilometers verder draai ik de rollen om, hij zal nog een dikke 2 minuten inleveren. Het graspad wordt smaller en eindigt in een trechter tussen bomen. Het loopt wel lekker, ik moet alleen uitkijken voor een fietser die een trio jonge mannen net voor me begeleidt. De begeleider is gelukkig gewend in een loperspeloton te fietsen en doet zijn best om mij niet te hinderen. Ik word wel belaagd door klein vliegend gedierte. Een vlieg speelt het wel heel brutaal door in mijn keel te duiken. Het kreng eindigt enkele meter verder in de berm. Na drie kilometer en een linkerbocht komen we weer uit op het verhard, namelijk het beton van de landbouwwegen. Zo gaat het anderhalve kilometer licht glooiend verder. De wereld is hier stil. Zo stil dat je telkens even schrikt als er weer een schot weerklinkt van een alarmkanon. Langs een boomgaard is er ook even gebrom van een tractor. De noeste werkers van deze zaterdagavond houden zich verscholen tussen de fruitboompjes. Opgelet: concentratie gevraagd in een linke afdaling. De veldweg is alleen mooi van naam: “In den Paerdendell”. Voor het overige ligt het hier vol stenen en uitgespoelde geulen.
We maken nu een lus door Kerkom. En hebben bij het binnen-en buitenlopen van het dorp de gelegenheid om een aantal snelle jongens in actie te zien. Toevallig kruis ik twee bekenden, Michel Wolfs en Guido Boghe, de nummers 2 en 3 bij de veteranen 2. Zij hebben hier een voorsprong van ruim 2 kilometer op mij. Het geeft niet echt moed die twee met een razende vaart te zien voorbijstuiven als je zelf aan een stekelige helling moet beginnen. Gelukkig duren de klimmetjes hier niet lang en op een licht dalend fietspad heb ik snel mijn ritme terug. Ik ga voorbij Ludivine Horion. Voor het overige loop ik nu al kilometers in hetzelfde gezelschap. Of nauwkeuriger uitgedrukt, een vijf tot tien meter achter de drie jonge mannen met de begeleider op de fiets (die van kilometer 2). Er wordt heel wat gebabbeld in het groepje. Bij hen in de buurt zaten nog twee lopers. De eerste hebben we achtergelaten, de tweede ben ik daarnet in een afdaling voorbijgegaan. Maar in een klim heeft de tweede, een kaalhoofdige veteraan 2, weer de orde hersteld. Hij draagt een groen Lampiris-shirt, misschien wel van de 15 km van Luik van vorige week. Ik heb ruim de tijd om de boodschap te lezen die hij op zijn rug meedraagt. Vrij vertaald: “De pijn van de inspanning stelt niets voor in vergelijking met de vreugde bij het overschrijden van de aankomststreep.” Denk er maar eens over na, beste lezer. Ik zet intussen mijn weg verder in Kerkom, met veel draaien en keren, heuveltje op, bergje af. Heel wat mensen zijn uit hun huis gekomen om die rare kwieten in korte broek te bekijken. Eentje moedigt me zelfs aan. Buvingen 2 Er was ongetwijfeld meer animo enkele minuten geleden, toen hun favoriet, Mario Smolders en andere Speelhofrunners hier voorbij zijn gekomen. Kris Govaerts moet ook in hun buurt hebben gezeten. Naar gewoonte heeft hij zijn kleine voorsprong in het begin van de wedstrijd stelselmatig uitgebouwd. Ik sla de tweede bevoorrading over en ga weer voorbij de man in het groen, Marc Mottin. We verlaten Smolders-country langs een smal en donker pad in wat ooit een “Eykenbos” moet geweest zijn. Het is weer klimmen geblazen. Is dit de helling die Mario pas ontdekt heeft bij het uittekenen van het parcours, zoals hij me voor de wedstrijd vertelde? Ik laat een loper door die met snelle passen nadert. Het is opnieuw de groene man. Plots staan we voor een steile aarden muur van een vijftigtal meter. Ik wil me hier niet opblazen en ga stapvoets naar boven. Ik verlies enkele meter ten opzichte van mijn voorgangers maar hoor uit de achtergrond niemand korter komen. Overigens is het al een tijdje geleden dat me nog iemand is voorbijgegaan. Daar zal het relatief geringe aantal deelnemers wel voor veel tussen zitten. Michel en Bea volgen intussen al veel verderop. Opnieuw een scherpe bocht en een afdaling waarop ik het tempo weer kan optrekken. Niet dat ik hier een wereldschokkende snelheid haal. Maar genoeg om een man in het zwart bij te benen en in één moeite voorbij het trio senioren te gaan. Let op: senioren zijn de jongsten in het peloton. Een van de drie neemt zijn twee kompanen op sleeptouw. Hij moet almaar nadrukkelijker op hen inpraten naarmate de kilometers vorderen en de vermoeidheid toeneemt.
Voorbij kilometer acht. Ik kijk uit naar de derde onverharde strook die er nu moet aankomen. Ik heb daarstraks het mooie graspad verkend maar heb wat moeite om me te oriënteren nu ik uit de andere richting kom. Het lijkt alsof de lopers hier uit alle richtingen komen. Met dank aan het betere plakwerk van Roland en Mario. Hoe dan ook, ik moet alleen het jeugdige trio achter me zien te houden. De groene man zal even verder een veelkleurige loper bij de lurven vatten. Misschien lukt mij dat ook nog. Het mooie pad loopt door een valleitje. Rechts zie ik een waterloopje dat we in onze contreien een “zouw” noemen. Gelukkig heb ik me goed gedocumenteerd voor dit verslag en kan ik de echte naam vermelden. Dit is de Cicindria-beek. Dat klinkt al heel wat poëtischer. De achtervolgers blijven voorlopig op afstand. We moeten nog door Muizen, het dorpje voor Buvingen. Muizen heeft een berg gebaard. Die we over moeten. Merkwaardig genoeg verloopt de klim in de Kaneelstraat vlotter dan bij de opwarming. En ook op de laatste dalende asfaltstrook naar het terrein van Gravelo A komen de drie achter me, ondanks de onophoudelijke en irritante peptalk van hun coach, geen meter korter. De veelkleurige loper voor me met de even kleurrijke naam Philippe De Quinnemaere kan zich met een versnelling op de ultieme grasstrook wel tijdig uit de voeten maken. Marie-Paule wacht in de voorlaatste bocht op mijn triomfantelijke (?!) intrede. Naast haar kijkt onze gemeentegenote Jeannine uit naar haar echtgenoot Peter Beirinckx die van Roland Vandenborne een wildcard heeft gekregen voor deze Hesbignonloop. Over de streep: ik haal net niet de twaalf kilometer gemiddeld, het enige schaduwvlekje op mijn versie van de Jogging van Buvingen.
De prijsuitreiking verloopt vlot onder de regie van Kris Govaerts. Plaats genoeg in de kantine van Gravelo, Jos Biets heeft zich in de vooravond dan toch nodeloos zorgen gemaakt. En er is een overvloedige prijzentafel, zowel voor de laureaten als de tombolawinnaars. Ik kan alleen besluiten met een dikke proficiat voor het aantrekkelijke parcours en de vlekkeloze organisatie. De voorbereiding van een heel jaar – zo lang zijn Jos en zijn medewerkers in de weer voor hun jogging – heeft een schitterende sportavond opgeleverd… die voor de harde kern wel tot in de vroege uurtjes zal doorgaan.

(Foto 1 van Marie-Paule: Bij het buitenlopen van Buvingen, kort na de start. Achter me David Baerts. In het midden Maja Van Zand. Foto 2 van Google: Bij het verlaten van Muizen de laatste asfaltstrook naar het stadion van Gravelo.)

Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir)

vri 04/05/2018 19u30 * Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir) * 9,75 km * 00:49:46 * 11,7 * 215/416 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik ben voor de derde keer in luttele weken in het land van Herve waar sappige appels aan de bomen hangen en waar de weiden op en neer golven. De appels zorgen voor de cider die de podiumgasten als geschenk meekrijgen. Het golvende landschap staat garant voor een pittig parcours. Met bijna 10 km is de Jogging de La Minerie wat langer dan de afgelopen wedstrijden. Het zwaar heuvelachtige profiel is wel hetzelfde. Ik weet dus wat me te wachten staat hoewel ik hier voor het eerst deelneem. Die 415 anderen die dadelijk met mij de start zullen nemen, moeten dat toch ook weten. En toch zijn ze er met zoveel. Voor sommigen mag het ook niet vanzelf gaan. Zoals voor veteraan 3 Nicolas Bynens, met wie ik een deel van de finale verken. Hij vond de Tungri Run van vorige dinsdag… te licht. “Bijna voortdurend bergaf” was de conclusie na zijn eerste wedstrijd over de taalgrens, nauwelijks 10 kilometer van zijn woonplaats Juprelle.
Ik ben geradbraakt uit de Hesbignonloop in Couthuin gekomen. Ik heb het in de voorbije week dan ook bewust en noodgedwongen gehouden bij korte en zachte hersteltrainingen. Woensdag was er precies al beterschap en vanavond bij het inlopen vertonen de benen weer tekenen van bereidwilligheid.
Ik kan de starter niet zien, ingesloten als ik ben door grotere collega’s. En evenmin horen, blijkt als de massa voor mij plots in beweging komt. Het duurt enkele honderden meters eer ik mijn kruistempo kan ontwikkelen. Een groep juffrouwen in het lila neemt de hele breedte van de weg in beslag. Ik ben pas voorbij of we worden rechtsaf een bos ingestuurd. Een toeschouwer langs de weg heeft me daarnet het parcours beschreven. De eerste beklimming door het bos omschrijft hij als “kaduuk”. Benieuwd hoe dat eruit ziet. Veel bekenden zijn er niet in het peloton. Ik ben wel in de eerste meters onverhard voorbij twee veteranen 3 gegaan, Roger Archambeau en Jean-Louis Voss. Stop! De hele meute troept samen voor me. Ik had voor de start het woord “goulot” horen vallen, “flessenhals”. Dat moet deze nauwe doorgang zijn. Drie meter en ettelijke seconden verder zie ik het bruggetje over de Ruisseau de Stockis, een niemendalletje van 1 meter breed. Een ongeduldige collega kiest de kortste weg, door het water. Die “kaduke” helling is een smal pad met de gebruikelijke stenen en wortels. Op het einde van de eerste klim na 700 meter heb ik een gemiddelde van nog geen 9 per uur. Terwijl ik daar zelfs niet heb ingehouden. In rekening te brengen bij de beoordeling van het algemeen gemiddelde. De verharde weg boven loopt ook nog verder op. Veteraan 2 Dominique Bertrand ziet mij in de klim voorbijgaan. “En morgen naar Verlaine?” drukt hij zijn verbazing uit. “Neen, neen, geen twee lopen in een weekend” geef ik gratis goede raad. De doortocht door de straten van Thimister verloopt voornamelijk dalend. Met een gemiddelde van 4’20” zit ik op schema. Na een eerste lus van 2 km passeren we aan de voorkant van het voetbalveld van Espoir Minerois. La Minerie mag dan een gehucht zijn, de voetbalaccomodatie is up to date. Vier velden, waaronder een mat van kunstgras. We worden flink aangemoedigd door toeschouwers aan beide zijden van de weg op het korte klimmetje voor we weer mogen dalen richting Befve. La Minerie 1 Van daaruit gaat het weer stijgend naar La Minerie. Wie denkt dat de naam verwijst naar mijnbouw… heeft het bij het rechte eind. Daar is overigens niets meer van te zien. Ten minste toch niet op de rijweg waarop we naar boven klimmen. De 600 meter lange helling slaat me niet uit het lood. Ik heb na de drie vorige wedstrijden eindelijk nog eens kracht in benen en lijf. We maken een soort 8 in La Minerie. Daar zit aan km 5 weer een stekelig hellinkje in op een gras- en aarden pad. Ik blijf een aanvaardbaar ritme aanhouden om op de dalende gedeelten rond de 4’30” te halen.
We zijn weer in Befve. Niet dat ik het gehucht herken, ik ben alleen verrast hier tussen het groen een overigens fraai pleintje met een appartementsgebouw aan te treffen. Ik heb daarnet even een slok water genomen bij de bevoorrading en bereid me voor op een tweede doortocht door een bos. Dat heb ik onthouden uit de gedetailleerde beschrijving van de toeschouwer uit de derde alinea van mijn verslag. De weg voor het appartement leidt recht naar het groen. Hier moet het zijn. Weer stijgend, tot daar aan toe. Het bospad is echter bezaaid met keien. Dat maakt deze 600 meter tot de moeilijkste van de 10 km. Ik mag al blij zijn dat ik boven de 10 km/uur blijf, wat overigens het gemiddelde tempo is van de lopers in mijn buurt. Ik blijf dus in een rustige cadans, wachtend op betere tijden. Die komen eraan als we boven zijn. Het moeilijkste is nu achter de rug. Vlak, dalend, vlak: ik heb mijn ogen en benen de kost gegeven tijdens de verkenning. Vlak, zei je, is hier überhaupt vlak? Ja, dat is er en dat danken we aan de spoorwegen van het einde van de 19de eeuw. De oude spoorlijn is nu een Ravel-fietspad. Dit is het tracé van de Tectonic 38 weer, mij en u ook hopelijk, voldoende bekend. Heel vlak blijkt dat toch niet zijn. Ik had moeten weten dat er een licht verval is richting Luik. Lopen we toch wel de verkeerde kant op zeker. Ondanks mijn inzet heb ik moeite om onder de 5′ per kilometer te blijven. Ik haal wel enkele collega’s in maar verlies ook enkele posities aan evenmin piepjonge deelnemers. De kleine dame in het rood voor me heeft me in een van de vorige lopen het nakijken gegeven. Genoeg om mijn competitie-instinct aan te wakkeren. Ik haal de aînée 2 Sandra Delrez vrij snel in en bevind mij bij het opdraaien op de rijweg naar Thimister in het gezelschap van een koppel trainer-loopster, een combinatie die je wel meer ziet. De coacht vuurt zijn pupil aan, die volgt met de nodige moeite en vooral met veel wilskracht. Ik bijt me vast in het spoor van Joannie Scholzen. Coach Christian Pesser plaatst een nieuwe versnelling op het laatste stuk van de afdaling. Joannie moet (en vooral kan) volgen. Ik wil nog wat reserve houden voor de laatste kilometer en duik het bos in op een vijftiental meter afstand van het duo. Voor ik het vergeet te schrijven, dit is weer een prachtparcours. Het landschap krijgen de organisatoren cadeau maar de variatie in het parcours mag op naam van de routebouwers worden geschreven. De fans krijgen de gelegenheid hun favorieten enkele keren te zien. De afwisseling en de natuur verzachten de de pijn van de inspanning, tenminste voor de getrainde loper. Ultimo chilometro. Het pad slingert zich nu door een bosje langs een idyllisch beekje (vermoedelijk de Ruisseau de Stockis, al vermeld in mijn verhaal). Ik kan het tempo nog eens optrekken. Plaatsgewin levert het me echter niet op. Aan een hoeve loopt de weg weer op. Dit is het begin van de laatste rechte lijn. Achter de kruising met de rijweg wordt de helling weer steiler. Maar ook in die laatste 200 meter laten mijn benen me niet in de steek. En zo kan ik uitblazen met het beste gevoel van de voorbije maand.
We zullen toch weer niet vroeger moeten vertrekken, vraag ik me af, als we in de ruime kantine van de Espoir Minerois de podiumformaliteiten afwachten. La Minerie 2 De vijf minuutjes voor de prijsuitreiking, zoals aangekondigd door de speaker, zijn er gelukkig maar vijftien. Ik zit toevallig naast Magali Beauwens die mij in Montzen in de laatste bocht voorbijging. Ik vraag haar of ze me vanavond weer geklopt heeft. De dame is verrast als ik haar vertel dat ik haar (her)ken van Montzen. Ik vergeet niet snel wie me op de beslissende momenten voorbijgaat… en wie ik zelf nog ooit geklopt heb. De lijst van de lopers die ik vroeger achterliet maar me nu op minuten lopen, wordt elk jaar langer en langer… Enfin, Magali is tien plaatsen en een halve minuut voor me. Ondanks mijn goed gevoel tijdens de loop ben ik dus verder achter dan in Montzen. Het cliché wordt bevestigd: elke wedstrijd is voor iedereen weer anders. Het is zo ver. De speaker begint eraan en werkt het rijtje winnaars vlot af. Ik maak kennis met de tweede in mijn categorie, Julien Bertrang. We monsteren even de prijs, een fles cider. Niet de plaatselijke Ruwet maar Stassen uit Aubel. Maar dat mag de pret niet drukken. Overigens kan de winnaarspret hier wel nog enige tijd duren. Met een voorsprong van zes minuten zal Julien wel niet dadelijk een bedreiging vormen in de volgende maanden. Alleen mag ik hopen dat ik Roger Dosseray in de volgende maanden het vuur nog eens aan de schenen kan leggen.
Ik volg de raad van mijn echtgenote en vaar (of beter rijd) er goed mee. Ik schakel dit keer wel de GPS in en we rijden feilloos naar de autoweg. Bij het verlaten van het voetbalstadion Marcel Baguette beklimmen we de helling naar La Minerie met de wagen. Vanop een autozetel voelt dat precies wat comfortabeler aan…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1 : Nog even doorbijten op het laatste steile knikje voor de finish. Foto 2 : Met Julien Bertrang, tweede, bij de prijsuitreiking.)

Couthuin (Challenge hesbignon)

zat 28/04/2018 19u * Couthuin (Challenge hesbignon) * 12 km * 01:04:07 * 11,2 * 114/236 * 1/3 * ♥♥♥

De gedwongen parcourswijziging van de Tungri Run heeft het rondje in de stad, in mijn ogen althans, een stuk minder aantrekkelijk gemaakt en dus zie ik dit jaar af van de 1 mei-loop. Ik heb nu meteen de ruimte om twee andere wedstrijden op de drukke kalender mee te pikken. Vanavond de Hesbignonloop in Couthuin en volgende week een voor mij nieuwe wedstrijd. Ik laat jullie nog even in het ongewisse welke wedstrijd dat is. Toch al van een teaser gehoord? Couthuin dus, een van de verste verplaatsingen in de Hesbignon, voorbij Hoei, behorend bij de fusiegemeente Héron. En een van de moeilijkste. Ik neem de GPX-track van Mario Smolders van vorig jaar onder de loupe en kom dus niet onvoorbereid aan de start. Het parcours is gewijzigd ten opzichte van mijn twee vorige deelnames. Het loopt nu gedeeltelijk andersom en is vooral nog moeilijker geworden, de zwaarste hellingen liggen in het laatste deel.
De start wordt gegeven op zo’n 500 meter van de finish in een klein bosje. Ik vermoed dat men die ongewone startplaats heeft gekozen om het peloton op een ietwat bredere en veilige asfaltweg te kunnen laten vertrekken. Ik sla nog een praatje met Eddy Hoylaerts die een handvol seconden achter me zal eindigen. Mario Smolders wacht de start af in het gezelschap van Peter Dufaux. Peter laat me vanavond anderhalve minuut achter zich. Couthuin 1Mario is nog sterker op dreef. Net niet onder het uur, dat zal dan de uitdaging voor volgend jaar worden. Tijd om de draad van je blog weer op te pakken Mario, je hebt meer goed nieuws te melden dan ondergetekende… Ik heb me achter de rug van Kris Govaerts genesteld, hij zou het rustig aanpakken in het begin. Uit de uitslagen van de vorige weken leid ik af dat het dipje van Kris voorbij is. Hijzelf ontkent dat uiteraard. In elk geval, we zijn pas vertrokken of ik ben zijn spoor al kwijt. De Truienaar zal geleidelijk verder uitlopen om 4 minuten voor me te eindigen, een zucht achter Domenico Di Vito. Ik ga al snel voorbij Mauro Calogero, vanavond mijn enige tegenstander in mijn leeftijdsklasse. De kleine Sérésien zal het verschil tot tien plaatsen beperken. De doortocht door het gehucht Surlemez is vlak tot licht golvend over asfalt en onverhard, op smalle paden en kleine weggetjes. Ik ben daarnet enkele Alken-lopers, onder wie Maja Van Zand, voorbijgegaan en heb snel het tempo te pakken dat ik voor de start in gedachten had. Ik heb me voorgehouden tot kilometer 8 uit de rode zone te blijven.
Aan km 2, buiten de bebouwing van Surlemez, strekt de asfalt- en betonroute zich als een slang uit. De gele koolzaadvelden steken fel af in het groen-bruine landschap. De fotografen die ik daarnet achter hun lenzen heb zien turen, missen jammer genoeg de kans om het peloton in deze zeeën van geel vast te leggen. Ik laat me op de eerste afdaling niet tot een tempoverhoging verleiden en zie de ene na de andere loper voorbij snellen. De Alkense veteraan 1 Stefaan Huybrechts gaat het felst te keer en maakt even verder de aansluiting met Kris. Ook Stefan Meekers en Carine Munaut schroeven het tempo op. Even verder duiken Michel Ruymen en Bea Strouwen naast me op. Couthuin 2 Ik klauter in hun gezelschap naar boven op de eerste helling van zo’n 500 meter. Op de vlakke en/of de licht dalende ruilverkavelingsweg langs de autoweg nemen Michel en Bea enkele meter voorsprong en zorgen voor een primeur in mijn carrière. Het is voor het eerst dat ik het koppel voor me zie. Ik zal nog kilometers op luttele afstand blijven hangen. Ik blijf trouw aan mijn tactisch plan om de tegenaanval pas in het tweede derde van de afstand in te zetten. Hoe dat afloopt, leest u dadelijk. Dit gedeelte van het parcours herinner ik me van verscheidene jaren geleden, toen de start en de aankomst aan het château-ferme de Marsinne lagen. Daar komen we nu voorbij aan km 5,7, dat is even voor halfweg. Het parcours blijft glooien als we weer in Couthuin komen. Ik blijf een aangenaam ritme onderhouden en kan zelfs genieten van landschap en omgeving. Michel en Bea, voortdurend in deze volgorde, lopen nog steeds kort voor me. Carine Munaut neemt wel meer afstand, Stefan Meekers schijnt stilaan tempo te verliezen. Op een van de bultjes is hij eraan voor de moeite. Daar is de tweede helling van de dag. Ik zie de lopers voor me zwoegen op het zwaarste stuk, een graspad tussen de weiden. Het is even harken op de top. Boven hoop ik de handrem los te laten. Hoewel, telkens wanneer ik het gaspedaal wil induwen, duikt een nieuw knikje op. Een dame van Waremme, Manon Vandensavel, doet een zware inspanning op een van de heuvels maar bekoopt haar versnelling blijkbaar in de volgende strook. Intussen is er een Dirk mij voorbijgegaan. Dirk De Batselier is de volledige naam. Misschien wel een loper van Landen, een veelvoorkomend specimen in deze challenge.
Aan km 8 zetten we eindelijk de afdaling in, voornamelijk op graspaden, zelfs even tussen twee prikkeldraden. Mijn poging om te naderen op het Alkense duo voor me wordt afgeblokt door mijn stroeve hamstrings. Tactisch zat mijn plannetje misschien goed in elkaar, de spieren beslissen er anders over. Ik maak geen centimeter goed en verlies zelfs meer terrein op de smalle bospaden die we nu voor de voeten krijgen. Couthuin 3 Een felle afdaling in het bos helpt me ook niet echt vooruit. Daar is de bocht naar rechts voor de laatste klim op een veldweg. Ik heb die daarnet volledig verkend en hoop maar dat ik, in tegenstelling tot de vorige weken, de volledige helling wel lopend kan afwerken. Dat lukt, ook op de karrensporen die afgewisseld worden met de geëffende stroken. Ik maak zelfs nog een plaatsje goed maar de bekenden die me in de afdaling in het begin zijn voorbijgelopen, blijven buiten schot. Mijn benen blijven tegenwerken op een korte licht dalend asfaltstrook. In de bocht naar het bos waar de laatste 500 meter wachten, zie ik het blauwe shirt en het grijze hoofd van Roland Vandenborne. Hij is aan het uitbollen, zo lijkt het, en doet dat met zoveel overtuiging dat ik hem de laatste honderd meter, willens nillens, moet voorbijgaan.
Het laatste derde van de wedstrijd heeft zijn tol geëist. Ik sukkel naar de drankentafel. Terwijl Domenico, Kris en Noël Heptia al gerecupereerd zijn en aan de wedstrijdanalyse toe zijn, moet ik nog even op mijn positieven komen. Marie-Paule zal nog even op een eerste reactie moeten wachten eer ik uitgehijgd ben en het sinaasappelpartje heb opgezogen. Ik kom toch nog ruim boven het uur uit op deze mooie ronde waarin voor elk wat wils zat maar toch het meest voor de liefhebber van het zwaardere werk. Door mijn voorzichtige aanpak heb ik me alleszins een inzinking bespaard op het einde maar moet ik een mindere tijd en een bescheiden algemeen klassement op de koop toe nemen.
De bouwer van de geïmproviseerde douchetent zal zijn ontwerp volgend jaar moeten overdenken. Het overvloedige water pletst op een zeil op de grond en zet de tent onder water. Met de nodige voorzichtigheid en acrobatie slagen we erin om zonder natte kleren weer buiten te geraken waar we ons dan maar in de open lucht verder aankleden.
Na de podiumformaliteiten zijn we uiteindelijk bij de laatsten die de zaal “Plein Vent” verlaten en zonder GPS in het donkere land van Hoei onze weg naar huis zoeken. “Waarom wil je toch altijd zonder GPS naar huis rijden?”, vraagt Marie-Paule zich vertwijfeld af. Maar uiteindelijk vinden we snel bekende wegen. Een grote uil wenst ons nog een veilige thuiskomst.

(Foto 1 Marie-Paule. Het kleurrijke decor van de koolzaadvelden op het Haspengouwse plateau. Foto’s Nadine Claessens. Foto 2: De eerste kilometer. In het zwart vooraan Jean-Marie Haekens. In het midden Maja Van Zand. Daarachter de Landenaren Emile Sacréas en José Goossens, in het groen. In het oranje achteraan Mauro Calogero. Foto 3: Domenico Di Vito in volle inspanning.)

Montzen (Challenge L’Avenir)

zon 22/04/2018 11u * Montzen (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:43:07 * 11,5 * 131/289 * 1/3 * ♥♥♥

Ik grijp dit weekend de kans om de naam Montzen op mijn to-dolijst van de eindeloze reeks wedstrijden in de Challenge L’Avenir te schrappen. Het frisse groen van de wilgen en het roze van de Japanse kerselaars op het fraaie dorpsplein vormen het kleurrijke decor van de aankomstplaats in de deelgemeente van Blieberg of Plombières, niet ver van Aken. Het was opletten op de eerste letter van de naam, daarnet met de auto. Linksaf was Montzen, rechtsaf Lontzen. Ik ben vandaag alleen op stap maar stoot al snel op bekenden als Jean-Louis Voss, Louis Schmetz en Harry Hamers. En ik maak eindelijk kennis met Paul Vandeberg, 75 en al jaren actief in deze regio en zelfs nog op nationaal niveau op de baan. De naam ken ik al jaren maar ik moet tot in Montzen wachten eer ik de kleine, pezige man uit Thimister persoonlijk ontmoet. Wie hem zoekt, gaat trouwens het best eerst kijken op de piste van Bielmont in Verviers.
Ik heb uiteindelijk vijf aanspreekpunten nodig om te weten te komen hoe de laatste honderden meters verlopen en in welke richting we onder de aankomstboog zullen doorlopen. De laatste helling heb ik net verkend, ik heb dan nog de illusie dat ik in de wedstrijd wel wat sneller zal klimmen. Het heeft nog wat voeten in de aarde eer de start wordt gegeven. We staan eerst “politiquement correct” (zoals veteraan 3 Roger Carl zegt) achter de dranghekken, dan beweegt de meute zich naar voor om uiteindelijk toch weer achter de afsluiting te worden teruggestuurd. Montzen 1 Het is wachten tot de weg vrij is voor een tiental gehandicapten in duwwagentjes voor hun sportieve zondagochtend. Zij worden onder applaus eerst op pad gestuurd. We zullen hen in de volgende kilometers voorbijgaan terwijl de moedige begeleiders zich in het zweet lopen en duwen.
Na 800 meter verlaten we de bebouwing – we hebben dan al een stukje vals plat achter de rug – en lopen nog even op het vlakke tussen de weiden. Bij een flauwe bocht aan km 1,3 loopt de nu smallere asfaltweg al op. De benen voelen niet echt fris aan maar ik maak me wijs dat ik nog niet goed ben ingelopen. Niettemin boek ik plaatswinst tussen de eerste rijen supporters die ons hier opwachten. Na een scherpe bocht na 2 km worden we beloond met een afdaling, van enkele kilometers volgens de beschrijving van Alberto Canales, de latere winnaar bij de veteranen 3. Hier moet het gebeuren als ik het gemiddelde wil opschroeven. Maar hoe ik me ook inspan, ik heb de indruk dat de benen niet vooruit willen. De warmte is wel te verdragen – hoewel ik lichtere sokken had moeten aantrekken – maar de plotse temperatuurstijging van de voorbije dagen maakt het er ook niet gemakkelijker op. Ik heb de grootste moeite om een dame en een jongeman te volgen. Ik blijf op een aantal meters hangen maar word evenmin definitief gelost. De tweede wedstrijdhelft zal uitsluitsel brengen. We komen weer tussen de huizen, opnieuw in Montzen maar nu een vierhonderdtal meter van de start. De deelnemers aan de korte loop slaan linksaf. Een officieel spandoek kondigt de splitsing aan. Grappig voor wie weet waar naartoe is dat een supporter zich net voor de rechterpijl heeft neergehurkt en de informatie van de organisatie gedeeltelijk verbergt. We draaien onder een viaduct door en na een korte klim, waar ik een nieuwe poging onderneem om wat dichter te komen bij mijn twee toevallige hazen, is het opnieuw lichtjes dalen. Ditmaal op een mooi, onverhard en lommerrijk pad. Mede dank zij Alberto herken ik de “lijn 38”. Lezers van dit verslag uit 2016 weten wat ik bedoel. Het blijft wroeten en wringen. Mijn benen blijven zich verzetten tegen elke vorm van soepelheid. Intussen zijn we toch al halfweg, de enige troost. We verlaten het pad voor een nieuwe helling. Op het asfalt ben ik zelfs voorbij mijn twee mikpunten gegaan. Ik klauter naar boven naast een veteraan 3 die hijgt “Die zat er vorig jaar niet in”. De nieuwe helling is duidelijk niet naar zijn zin. In elk geval, het parcours is gewijzigd maar aangezien het mijn eerste deelname is laat die wetenschap me koud.
Aan km 5,2 draaien we een bos in. Smal, steil en bezaaid met boomwortels. Dit gaat mijn krachten te boven. Ik schakel meteen op wandelmodus over, zoals overigens ook Jean-Pierre Jans. Die naam vind ik terug in de uitslag. Ik herken hem nochtans niet meer van de halve marathon op de Ravel twee jaar geleden waar we samen kilometers onderweg zijn geweest. Te lezen in hetzelfde verslag waarover ik het daarnet had. De dame in mijn gezelschap en enkele achtervolgers laten me nu definitief achter. Na 250 meter trek ik me weer op gang en por Jean-Pierre aan om mijn voorbeeld te volgen. Hij doet dat met enige vertraging en verliest meteen een vijftiental meter. Dit is best een leuk rondje, smal maar zonder valkuilen, ook niet in een technische afdaling die we voor de voeten krijgen. De organisatoren zijn zelfs zo vriendelijk geweest een korte modderstrook met stro te bedekken om ons natte voeten en vuile schoenen te besparen. Een nieuw steil knikje dwingt me opnieuw tot stapvoets verkeer. Nu moedigt Jean-Pierre me aan om niet te lang te lanterfanten. Boven schakel ik opnieuw op een hoger tempo over en laat ik hem weer achter. Km 6,2: dit is precies weer de Ravel maar dan nu in westelijke richting, zoals hij gelopen wordt in de Tectonic. Na een bocht naar rechts, even voor km 7, worden we weer op een afdaling getrakteerd maar de vreugde wordt getemperd door het vooruitzicht van de laatste en felle klim naar het dorp. Tijdens het inlopen heb ik die helling voor mezelf ingedeeld in drie stukken. Dat helpt misschien om hem makkelijker te bedwingen. Ijdele hoop, op het steilste deel is het weer stappen. Ik ben wel lopend voorbij het kapelletje van de martelaar, Sint Johannes Nepomucenus, gesukkeld. De naam heb ik onthouden van de verkenning. Montzen 2 Ik ben mezelf misschien ook aan het martelen. Een heilige ben ik dan weer niet. Twee aînées 1, Caroline en Sophie, trippelen mij voorbij. Dat moet ik toch ook nog kunnen, probeer ik mij op te peppen, maar tevergeefs. Op de resterende kilometer is het overleven, op het vlakke, het vals plat en in de laatste licht dalende meters. De dj die me daarstraks al op de heupen werkte met zijn loeiharde muziek slingert nu wat platitudes de lucht in. Hij zou beter mijn finish aankondigen of tenminste die van Magali, ook een aînée 1 die mij in de laatste bocht te grazen neemt. Mijn tijd verschilt uiteindelijk nauwelijks van die van vorige week in Bruyères. Het wandeltempo op de steile stukken heeft het gemiddelde wel geen goed gedaan. Of het voldoende geweest zou zijn om Roger Dosseray – met vakantie – te kloppen, ik heb er sterke twijfels over. Zonder zijn tegenstand valt de eerste plaats me zomaar in de schoot. De hitte heeft ook zijn sporen nagelaten op de finishers die zich laven aan drank en sinaasappelen. Hildegard Depreitere, aînée 3, staat wat verder te puffen van de warmte en de inspanning. Haar echtgenoot en vaste begeleider wil weten waar Jo Vrancken uithangt. “Ik zie hem niet meer in de Challenge van Luik.” Misschien bieden de korte Avenir-omlopen een nieuwe uitdaging: vandaag 3 hellingen op nauwelijks 8,5 km in een schitterende omgeving. Aanbevolen voor wie nog de kracht van de jeugd heeft.
De podiumceremonie verloopt hier net dat tikkeltje anders. De eersten van alle categorieën worden samen op het podium geroepen. Ik sta dus tussen de jongeren te pronken. Helaas heeft de door mij op goed geluk ingehuurde fotograaf geen vaste hand en moet ik de onscherpe foto in de archieven laten. De rode doos die we in de hand hebben en die jullie dus niet zien bevat een hele mooie prijs. Wie die prijs wil zien en vooral proeven is hierbij uitgenodigd in Heukelom. Wacht echter niet te lang…

(Eigen foto’s. Foto 1: Aankomst op het mooie dorpsplein van Montzen. Foto 2: Het podium voor plaats 2. In het midden met groene broek, Paul Vandeberg, veteranen 4.)

Bruyères (Challenge L’Avenir)

vri 13/04/2018 19.15u * Bruyères (Challenge L’Avenir) * 8,5 km * 00:43:26 * 11,8 * 199/455 * 2/6 * ♥♥♥

Door het virus dat mij meer dan een week in zijn/haar greep hield, heb ik mijn wedstrijdplanning moeten aanpassen. Maar “elk nadeel heb zijn voordeel” en zo ben ik na zes jaar nog eens in Bruyères, in het hart van het Land van Herve. Het mooie parcours is me altijd bijgebleven. Ik herinnerde me vaag dat ik die wedstrijd toen ook na een onderbreking had gekozen. Het verslag van 2012 leert me nog meer. Dat ik toen ook, net als nu, een pijnlijke keelontsteking had verwerkt. Blijkbaar is mijn gestel in de maand maart gevoelig voor aanvallen van het kleine gespuis. Hoe dan ook, de gedwongen pauze heeft een verwoestend effect gehad op mijn benen. De ergste verzuring heb ik er met enkele korte en trage loopjes uitgezuiverd. Maar het blijft gokken hoe het organisme zal reageren in wedstrijdomstandigheden.
“Daar is hij eindelijk” is mijn reactie als ik een minuutje voor de start Roger Dosseray enkele rijen voor me zie. Hij was al opgemerkt door twee ooggetuigen, Nicolas Bynens en Marie-Paule, voor mij bleef hij onvindbaar tijdens de opwarming. Ik heb voor alle zekerheid de laatste kilometer verkend. Een sprint met Roger is nooit uitgesloten. Bruyères 1 Uit de parcoursbeschrijving onthou ik vooral dat er ons enkele lange klimmen en afdalingen te wachten staan. Als welkomstgeschenk krijgen we een afdaling van 800 meter naar de Trou du Chat. Ik ben gestart als een raket. Deze beeldspraak doelt dan vooral op het gevoel. Op filmbeelden van Marie-Paule lijkt het eerder een gezapig galopje.

Lees verder →

Met mijn felle start hoop ik het gevoel van sufheid dat vanavond over me hangt weg te vegen. En hoop ik in de buurt van Roger te blijven. Van wie ik dan weer de indruk heb dat hij een langzame aanloop neemt. In het gewoel voor me herken ik Béatrice Kevelaer. Ze zal dadelijk afstand nemen. Voorbij het kattengat worden we linksaf gestuurd. Weldra begint de eerste klim. Ik nader op Roger. Boven op de Rue du Château loop ik haast in zijn spoor. Alsof het parcours zo nog niet moeilijk genoeg is, duwt een jonge lopende vader een wandelwagen voort. Onder een plasticzeiltje zitten twee kinderen tegen elkaar aangedrukt. Die vader heeft trouwens nog grotere plannen. Over enkele weken wil hij op die manier een marathon afleggen. Hij bereidt zijn ukjes alvast voor op een tocht van 3u30′. In de afdaling stormt hij mij weer voorbij. Later dwingt de route hem wel tot een rustiger tempo.
Mijn fans die nu verwachten dat ik Roger in de afdaling met een verschroeiende versnelling ga achterlaten, moet ik helaas ontgoochelen. Ik verlies weer alle terrein dat ik daarnet met moeite op de klim heb goedgemaakt. De weg gaat steil naar beneden, de harde klappen op het asfalt pijnigen een onwillige spier in het onderbeen. Na enkele meters op het vlakke worden de benen opnieuw door elkaar geschud op de graszoden van een weide. De boer (?) slaat onze doortocht gade vanachter een houten afsluiting. Na 3,5 km kondigt zich de tweede beklimming aan. 1,8 kilometer met een overloop na twee derden. Ik knabbel wat van mijn achterstand af en blijf Roger op “inhaalbare” afstand houden. Eric Joway geeft er even verder de brui aan. Achteraf zie ik dat hij zijn beste krachten spaart voor de 15km-loop in Glons zaterdag. Ik heb wel zin in een slokje bij de bevoorrading maar durf niet nog meer terrein verliezen en ga dan maar met droge tong door. Op het einde van de helling komen we tussen de huizen, een woonstraat van Grand-Rechain. Hier op het plateau kunnen we even genieten van een vlak stuk, in deze contreien even zeldzaam als water in de woestijn. De asfaltwegen slingeren zich verder tussen de weiden. We lopen van boerderij naar boerderij. Waar het parcours bereikbaar is met de auto troepen fans samen om hun favorieten aan te moedigen. Bruyères 2 De lange hellingen zijn achter de rug, nu worden we over korte maar nijdige bultjes gestuurd. Roger toont geen enkel teken van verzwakking. Ook al loopt hij zonder druk – hij weet immers niet dat ik achter hem volg – blijft hij stevig doorjassen. Ik ben redelijk voorin gestart maar word nu overrompeld door hele trossen opkomende lopers.
Vanaf km 7 gaat het voornamelijk bergafwaarts. Wie nog jus in te benen heeft kan hier nog een versnelling plaatsen. Die zit er voor mij niet in. Het mooie parcours is ongenadig voor wie, zoals ik vandaag, kracht ontbeert in lijf en leden. Roger neemt nog meer voorsprong. Hij is nu zelfs uit mijn gezichtsveld verdwenen. Er snellen mij nog meer lopers vanuit de achtergrond voorbij. Aan km 7,5 steken we de rijweg naar Manaihant over. Dat is een van de dorpjes rond Herve. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Maar voor wie zelf eens een rondje wil proberen hier, in plaats van met een borrelnootje en een drankje het verslag te lezen van een ander, in al die dorpjes rond Herve worden loopwedstrijden gehouden. Zeg dus niet dat u het niet weet. Hier staat het bord dat de laatste kilometer aangeeft. Veteraan 3 op rust, Pierre Bruwier, die ik al vroeger langs de weg heb opgemerkt, volgt hier de finale. “Roger is niet ver voor je”, roept hij me toe. Als aanmoediging helpt het me niet vooruit. Mijn enige zorg is het verlies te beperken. Eerst nog even verder naar beneden, dan de laatste helling van 400 meter naar de finish. Jean-Marie Deflandre, die ik daarstraks nog heb achtergelaten, gaat me op de valreep nog voorbij. Dat doet ook de “espoir” Tom Deru, onder luid applaus van de fans langs de weg. Ik hoor het geknars van het wagentje met de kinderen plots weer achter me maar kan de energieke vader Cédric Lemaire nog net voor blijven. 43 minuten: voor de tijd durf ik mezelf het bordje met de drie hartjes tonen, voor het gevoel zit ik onder de helft. Toch te vroeg herbegonnen?
Na de finish zoek ik opnieuw vergeefs naar Roger. Maar die is al gewassen als ik de doucheruimte binnenga. Nicolas Bynens is er ook al, hij is enkele plaatsen voor Roger geëindigd. Zijn voorspelling dat ik hem zou inhalen blijkt te pessimistisch. Roger is verbaasd mij te zien als ik hem feliciteer met zijn prestatie. “Maar goed”, zegt hij, “dat ik geen idee had dat je achter me liep, het zou me alleen maar meer stress hebben opgeleverd”. Hij diept nog een paar Kalenji-handschoenen op uit zijn tas, mijn prijs van Heusy nu al twee maanden geleden. Gratis douche (waar is die niet gratis?), daar pakken ze hiermee uit. Maar ik wil geen kou vatten in een lange rij wachtenden voor ocharme één douchekraan en trek dan maar snel droge kleren aan. Ik verorber een pain-saucisse in de intussen volgestroomde zaal. We wachten lang op de prijsuitreiking maar de organisatoren wachten nog langer en zo druipen we voortijdig af. Vertrek in mineur…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming. Foto 2: De besten hebben al voorsprong genomen op de lange sliert in de eerste afdaling onmiddellijk na de start.)

← Toon minder

Tihange (Challenge condruzien)

zon 25/03/2018 10u15 * Tihange (Challenge condruzien) * 11,3 km * 01:07:26 * 11,3 * 126/370 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is vroeg dag in Tihange als we om kwart over tien op gang worden geschoten. Door de verandering van uur lijkt het even voorbij negen. Het is nog fris maar de zon gaat zich dadelijk van haar beste kant laten zien, zoveel is zeker. We zijn vertrokken voor meer dan een uur klimmen en dalen in de bosrijke omgeving van het dorp in de Maasvallei dat beheerst wordt door de koeltorens van de beruchte kerncentrale. Een zevende van het deelnemersveld klaart de klus binnen het uur. Door de lussen in het parcours kunnen we die snelle jongens en meisjes zelfs even in actie zien vanuit de achtergrond. De omloop leidt door niet minder dan vijf kasteelparken. De meeste privé en speciaal voor deze loop opengesteld. De route loopt voornamelijk door het bos, hier en daar afgewisseld met een strook asfalt. Een vijver en een beekje maken het bucolische plaatje af. Om van al dat fraais te genieten, beschik je het beste over een degelijke conditie. Voor wat hoort wat… Het hoogteprofiel vertoont twee bulten. Dat betekent op de relatief lange afstand van 13 km lange klimmen en lange afdalingen met deze nuance dat je vanwege de ondergrond en de vaak smalle en bochtige paden de “verloren” tijd in het klimmen nooit kan goedmaken bergaf. Dit is de condruzien “par excellence”.

Lees verder →


Na nauwelijks 200 meter lopen we al het eerste kasteelpark in. Het vlakke lusje rond het kasteel op een zachte ondergrond biedt me meteen de gelegenheid de benen te strekken. En ik voel dat het goed zit, nu nog 13 km volhouden… We lopen even terug in de richting van de startplaats, maar al snel worden we de hoogte opgejaagd. Na 500 meter heb ik Michel Mancini al te grazen. Een scherpe bocht aan de poort waar we daarnet het park zijn ingedraaid is het begin van een helling die almaar moeilijker en drassiger wordt. Tihange 1 Maar op het einde van de smalle gleuf, na 1,3 km, hebben we eigenlijk al de modder voor vandaag gehad. Het blijft echter klimmen, deels op het asfalt, deels op onverhard of een ondergrond die niet goed weet te kiezen tussen de twee. Tussen het gehijg en het getrappel hoor ik plots een metalen Engelstalige vrouwenstem. Een collega is onderweg met een sprekende afstandsmeter. De eerste bult hebben we nu achter ons.
We zijn drie kilometer ver… en hebben al een jasje uitgedaan. Een enorm Boeddhabeeld staart ons aan als we door het park van het Château du Fond L’Evêque lopen. Boeddha staat daar niet zomaar. Google maar eens “Tibetaans instituut Hoei”. Maar we moeten verder. “Kom op Willy, dalen nu” moedigt Armand Pirotte me aan. Hij heeft zich daarnet even omgedraaid om te zien wie hem daar als een schaduw volgt. Ik loop al een kleine kilometer achter hem aan. Dat lijkt een strategie maar is gewoon toeval. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, hoewel, zoals vorige week in Berloz, Armand net dat tikkeltje meer kracht in de benen lijkt te hebben. Met al die sympathisanten is het al wat gemakkelijker, plaag ik hem. Ik ken vooral het parcours, is het antwoord. “Bien gérer”, goed indelen, is het belangrijkste, aldus mijn mentor van de dag. De route leidt ons over een ruim grasperk naar het Château de Bonne Espérance. De kasteelheer (?) heeft zich voor zijn kasteel in een gemakkelijke stoel geïnstalleerd om ons gade te slaan. Een dikke honderd meter voor mij moet hij daar Eric Martin gezien hebben. Op de Rue du Petit Bois, op asfalt van het betere soort, gaat het zo’n 400 meter weer flink omhoog. We zijn nog maar aan km 5 en het doet hier al flink pijn. Ik laat enkele meters op Armand die boven op me wacht – zo lijkt het althans – en we zetten samen de afdaling verder. We houden er een flinke vaart in op weg naar een viaduct. Er zijn er die dat nog sneller doen, we leveren enkele plaatsen in aan jongere elementen. Opletten dat ik niet in een beekje tuimel. Gelukkig is het “brugje” breed genoeg, ook voor stijve harken als ondergetekende. Ik sla de bevoorrading over. Die is strategisch opgesteld aan een knooppunt van een lus van 2,7 km. In Tihange houden ze wel van kronkels, er zitten er vijf – kleine en grote – in het parcours.
We zijn nu op het laagste punt van het parcours, dat is dus in de Maasvallei. De koeltorens van de kerncentrale doemen dreigend voor ons. Ze spuwen witte damp in de staalblauwe lucht, een indrukwekkend schouwspel dat ik voor het eerst opmerk in mijn derde deelname. Dat is nochtans het traditionele parcours, verzekert Armand me. Kasteel 4 komt eraan. Het Château de la Neuville en zijn voornaamste attractie – voor ons alleszins – de koestal. Speciaal voor ons is er vers stro gelegd op de betonvloer om niet uit te glijden op de… Een condruzien zonder doortocht door een hoeve is als een dame blanche zonder slagroom. De passage door het Centre de Formation continuée zou hier onvermeld blijven als niet een van de lopers voor me haast een aantal verkeersborden had omgelopen. Kosta Sifakakis draait zich op het verkeerde moment om maar weet het obstakel nog nipt te vermijden en kan zonder kleerscheuren verder. Goed voor hem of hij had thuis niet kunnen vertellen dat hij twee plaatsen voor mij geëindigd was. Even verder kruisen we de lopers die al een kilometer meer achter de hielen hebben. Die afstand ben ik achter op José Lemos-Cruz… en voor op de nummer 3 van mijn categorie, Paul Delaitte.
Ik neem toch een slok bij de tweede passage aan de bevoorradingstafel en begin met enige angst aan een steile helling op een ondergrond van stenen. Hier heb ik daarstraks de eerste twee van de race zien voorbijkomen. De grimas op het gezicht en de ongemakkelijke foulée van de tweede Stephen Radelet beloven niet veel goeds. Ik kies mijn eigen tempo in de hoop niet compleet stil te vallen. Na een scherpe bocht neemt het stijgingspercentage wat af en kan ik een redelijk tempo onderhouden. Het RFC Liège-clublid Pauline Seldeslachts – even blond als jong – die we rond km 5 hebben ingehaald, heeft blijkbaar goed gedoseerd en gaat ons weer voorbij. Nu, ze zal het parcours wel kennen en heeft, te horen aan de herkenningskreten langs de weg, hier alleszins heel wat supporters. Angélique Heindrichs verliest dan weer enkele plaatsen.
We zijn intussen 10 kilometer ver. Net hier waar je naar het einde snakt hebben ze boomwortels op de route uitgestrooid. Dat zijn kwelduivels voor mijn spieren. Armand neemt een kleine voorsprong. Ik denk dat het moment van het afscheid is aangebroken. Maar na een tweehonderdtal meter kom ik toch weer beter in mijn ritme en sluit ik weer aan. Armand merkt dat ik weer in zijn spoor zit en vindt dat blijkbaar OK. Ik heb al vanaf het begin van onze gezamenlijke tocht de indruk dat hij op mij wacht. Al ontkent hij dat na de finish. Het bospad wordt nog smaller en hobbeliger. Maar opgejaagd door de adrenaline en de lopers achter je blijf je tempo maken. Vanachter mijn rug roept Armand me toe dat hij dadelijk zijn duizendste wedstrijd beëindigt. Ik moet de felicitaties tot straks uitstellen, geconcentreerd als ik ben op deze enerverende strook. Na een korte maar hevige afdaling – “ik kan niet meer stoppen” hoor ik een loper achter me, naast me en voor me (ik heb het over dezelfde loper) – zijn we verlost van de ellende. De moeilijkste 2,5 km van het parcours, althans voor mij. Tihange 2 Noël Heptia, daarentegen, leeft zich uit op dit soort paden. We zullen ons dadelijk afvragen of we de Seraingrunner daar voor ons uit zien. Maar hij heeft een gat geslagen geslagen van 2 minuten en staat al in de zon te blinken als wij binnenlopen. Maar zo ver zijn we dus nog niet. Eerst nog een afdaling op het asfalt. “Geen péket voor mij”, antwoordt Armand de opgewonden dames die hem en de andere deelnemers een glaasje likeur aanbieden. “Ik moet Willy volgen”. Humor heeft de nieuwbakken Hutois nog over, lucht wat minder. Want, gek genoeg, Armand schijnt het moeilijk te hebben om mij te volgen. Ik heb het ritme opgeschroefd en Pauline weer ingehaald. Ik geef ook het tempo aan in de afdaling door het park van het Château Poswick (te koop, voor de geïnteresseerden), daarbij uitkijkend om mijn enkels niet te verstuiken op het ongelijke pad. Nog even over kasseien en door de poort. We gaan hier toch niet sprinten, bedenk ik en laat Armand langs mij komen. Die heeft het ook zo begrepen en we overschrijden samen de streep. Zij het met enige vertraging om Frédéric Robinet de kans te geven de finish van de duizendste van Armand vast te leggen. Mijn gezel kan het niet laten om na de aankomst nog wat zout in de wonde van Michel Mancini te wrijven als hij hem langs zijn neus weg zegt dat hij haas heeft gespeeld voor mij. Michel is er nog mee weg ook…
De laatste moeilijkheid van de dag moet nog komen, de prijsuitreiking. Ik weet uit ervaring dat het hoogste schavotje hier erg hoog is. Als veteraan 3 had ik in een ver verleden al eens de eer hier te staan. Hoogtevrees en een licht verdoofd rechterbeen (die hernia wil er niet meer uit) zijn de verklaring van mijn onzekere houding. De speaker geeft me met zijn arm wat extra stabiliteit. Hij doet dat met de nodige discretie zodat mijn gewiebel hopelijk niet op de foto’s te zien is. We kunnen jammer genoeg niet lang genieten van het zonnetje op het voorpleintje van het Gymnase. Een afspraak roept ons terug naar Riemst.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het eerste kasteel op onze “Tour des Châteaux”. Foto 2: Met Armand Pirotte onder de poort van het laatste kasteel, net voor de aankomst.)

← Toon minder

Berloz (Challenge hesbignon)

zon 18/03/2018 10u15 * Berloz (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:52:21 * 12,5 * 98/240 * 1/5 * ♥♥♥♥

De IPICO-chip zit vast onder mijn veters, ik ben klaar voor mijn eerste Hesbignon-loop van het seizoen. Of nog niet helemaal. Ik twijfel nog over mijn kleding vanochtend. Daar is ook alle reden toe. De siberische koude stelt ons voor een moeilijke vestimentaire keuze. Onder mijn mutsje heb ik een bandana om mijn oren te beschermen. Ik trek dan toch maar mijn windvestje uit om geen ingepakt gevoel te hebben in de windvrije zones. En houd mijn lange trainingsbroek aan. Er zijn toch nog een twintigtal vertrekkers in korte broek. Een enkele jonge (en hopelijk) snelle deelnemer loopt zelfs in singlet. Ieder heeft zijn eigen, soms opvallende keuze gemaakt. De passage van de lopers op de eerste helling, vastgelegd door Nadine Claessens, lijkt wel op een modeshow van winterse sportkledij.
Het deelnemersaantal van 240 bewijst alleszins dat de koude niemand uit Berloz heeft weggehouden. Atletiekclub Alken heeft weer zijn zonen en dochters uitgezonden. Drie van hen – als ik goed heb geteld – gaan ook met prijzen naar huis. Martine Sobkowiak en Femke Driesen, tweede en derde bij de seniores dames. En Peter Bellen, tweede bij de veteranen 1. Bij het lezen van de uitslag achteraf ben ik verbaasd enkele namen van bekenden terug te vinden die ik nergens heb opgemerkt. Wie ik wel zie, althans voor de start, is Mario Smolders. Hij torent uit boven de dichte rijen voor me. Een start-schot, -bel of -fluitje horen we niet in het tweede deel van het peloton. Wanneer we de rijen voor ons in beweging zien komen, gaan we er maar achteraan. Jogging is geen ingewikkelde sport.

Lees verder →


Mijn voorbereiding op deze loop ben ik enkele dagen geleden al begonnen… met het lezen van mijn verslag uit 2014. Daar mag, zoals vaak, veel flauwekul in staan, voor mij was het een leerrijk document. Ik lees dat een te snelle start op de eerste klim mij toen de hele wedstrijd parten heeft gespeeld. Berloz 1 Die fout wil ik dit jaar niet meer maken. De helling in kwestie begint na 600 meter. We zijn dan het dorp al uit en ik ben Michel Mancini al voorbijgelopen. Die houdt het vandaag bij een kalme start. Een koude omgeving is niet echt zijn geliefkoosde biotoop. De eerste helling steekt zich niet weg. We zien meteen hoelang de klim duurt en welk percentage we voor de voeten krijgen. 700 meter en zo’n drie percent. Armand Pirotte – hij verafschuwt de koude, vertelt hij me voor de start – gaat me hier nochtans voorbij. Ik hou reserves, in het gezelschap van Stéphane Riga, zoals Armand ook van Hoei, en een veteraan 1 met wie ik toevallig bij de opwarming heb kennis gemaakt, Dominique Vanderwaeren van Landen. Drie moedige en koudebestendige fotografen nemen het al uitgerekte peloton in het vizier.
Na 1,3 km zijn we boven en draaien we linksaf, nog steeds op een ruilverkavelingsweg. De oostenwind blaast hier pal in het gezicht. En snijdt door merg en been. Deze twaalfhonderd meter rechtdoor in het open Haspengouwse veld op het hoogste punt van het parcours moet de koudste strook zijn die ik ooit in competitie te verwerken heb gekregen. Ik merk dat ik langs Stéphane Riga loop. Beiden in de wind, dus. Wellicht is het ietsje makkelijk achter de rug van de lange Stéphane. Maar de genadeloze wind weet me ook hier te vinden. Het bord “Berloz” kondigt het einde van de glaciale verschrikking aan. Even verder draaien we weer linksaf, richting het dorp. Op de licht dalende weg tegen een helling aan zijn we beschut tegen de sadist uit het Oosten. We maken een kronkel door het dorp waar enkele supporters langs de weg staan. Ik merk Marie-Paule op en wijk op de brede weg naar rechts uit om beter op de foto te staan. Ijdelheid is een van mijn vele ondeugden. Dominique volgt mij maar vraagt zich waarschijnlijk af wat de bedoeling is van mijn manoeuvre. “Voor de foto” roep ik hem toe. Als die dat gaat vertellen in Landen… Na een kruispuntje en een blinde bocht brengen twee lange rechte wegen, samen ongeveer 1 km lang, ons naar de spoorweg en de autoweg die hier parallel lopen. Ik ben nog steeds in het gezelschap van Stéphane en Dominique. Voor de eerste plaats in mijn leeftijdsklasse zit ik gebeiteld. Vorige week heb ik nog enige reserve aan de dag gelegd, maar vandaag wil ik voluit gaan. Ik zou wel zin hebben gehad in een robbertje met Juul Kempeneers maar die is wegens ziekte thuis gebleven (info van Dominique). Mijn focus gaat nu uit naar Armand Pirotte die me in het begin van de wedstrijd is voorbijgegaan maar niet echt afstand kan nemen. De temperatuur is hier draaglijk, alleen hebben Stéphane en ik wel last van snot. Dat ik al wat makkelijker kwijtraak dan Stéphane die voortdurend met een papieren zakdoekje in de weer is. We verlaten even het beton voor een strook onverhard in een parkje langs de autoweg. “Onverhard” bij manier van spreken, want de ondergrond is natuurlijk beenhard. Philippe Gheury is intussen komen aansluiten. We draaien samen onder het autowegviaduct door onder het goedkeurend oog van Fernand Schosse, trainer van Seraing. Voor Corswarem draaien we linksop, richting Rosoux. Een smalle passage tussen twee rijen boompjes zorgt voor variatie in het stratencircuit. We komen dus net niet in het dorp aan wie “PH”, Paul-Henri Corswarem (23ste vandaag), zijn naam dankt. Dominique heeft intussen moeten afhaken. Ik ga verder met Stéphane op jacht naar Armand. Al vermoed ik dat mijn gezel van het ogenblik niet zo gefixeerd is op zijn teamgenoot Armand als ik. Ik ben nu op een vijftal meter genaderd op het groepje met Armand. Philippe Gheury heeft ons achtergelaten en zit nu ook in het groepje van Armand. Berloz 2 Het parcours golft zachtjes op en af. Op een van die glooiingen blijft Stéphane achter, zonder dat ik er aanvankelijk erg in heb. Armand heeft intussen in de smiezen gekregen dat ik hem op de hielen zit. Hier – we zijn bezig aan de zesde kilometer – heb ik een vrij uitzicht op de rij lopers voor me. En probeer ik antwoord te vinden op de prangende vraag waar Mario Smolders wel mag uithangen. Ik voel dat ik nog een versnelling aankan in de volgende kilometers om hem alsnog in te halen. Maar geen Mario te zien, zover mijn oog reikt. De flyby (vergelijking) op Strava zal me wijzer maken. Mario is sneller gestart en, op het middenstuk na, sneller onderweg. Gewoon beter dus. Maar is dat Noël Heptia niet, daar wat verder in het rood? We draaien een smal graspad in, bezaaid met dode bladeren. En stel de vraag aan Armand, nu vlak voor me. Ik denk het wel, is het antwoord. Op hetzelfde pad dat nu weer stijgt kom ik snel dichter. We passeren de kerk van Rosoux en maken een bocht, een langgerekte U, in het dorp. Voor de rotonde, op het eerste been van de U, ga ik de veteraan 2 uit Ivoz voorbij. Hij trekt wat met het rechterbeen, merk ik op. Zijn korte broek was me al vroeger opgevallen. De overige posities veranderen nauwelijks. Armand en Philippe spelen enkele keren haasje over. Telkens de weg licht oploopt merk ik dat Armand sneller in het juiste ritme zit. Met dank aan de 1500 meter-trainingen op de Hoeise atletiekbaan. Een keer kom ik met een korte versnelling naast hem. Alweer nadat ik een fotograaf naast de weg zie. Nu maar hopen dat Louis Maréchal zijn objectief op ons heeft gericht. Misschien heeft hij meer oog voor de gracieuze armbeweging van Bernard Dubois die we net hebben ingehaald. Bernard neemt Françoise Debaty (tweede a2) op sleeptouw. Samen met Carine Munaut doen ze na de wedstrijd nog een uitgebreide cooling-down. Some like it cold… Na dat intermezzo neemt Armand opnieuw zijn 2 meter voorsprong. Rond km 8 worden we weer een smal pad ingestuurd. De mevrouw seingeefster geeft met een duidelijk gebaar de richting aan. Een model in het genre. Het is het moment om de prijs voor de man van de wedstrijd toe te kennen. Die gaat niet naar één man of één vrouw maar naar alle vrijwilligers-seingevers die op deze gure ochtend zo’n anderhalf uur de koude hebben getrotseerd om ons de gelegenheid te geven onze lievelingssport te beoefenen.
Vanuit Rosoux gaat het opnieuw oostwaarts naar de finish. De wind heeft hier weer vrij spel. Veteraan 1 Philippe Masset maakt gebruik van de korte klim naar de autowegbrug om me weer voorbij te gaan. De korte afdaling biedt weinig soelaas want daar doemt een nieuwe helling op, 500 meter rechttoe rechtaan naar de rand van het dorp. Armand toont meer souplesse en neemt een vijftiental meter voorsprong en haalt ook weer Philippe in. Ik vecht alleen in de wind tegen het groepje voor me. Ik kan met de nodige taaiheid de schade beperken. Uit de achtergrond snelt senior Mark Groffi mij en nog 5 collega’s voorbij. Indrukwekkend maar te laat voor een spraakmakende uitslag. Mijn ogen lijden onder de ijskoude bries. Mijn zicht is zowaar wat troebel geworden als ik rechtsaf sla richting finish. We hebben overigens nog twee bochten en een kilometer te gaan. In die kilometer laat Philippe het duo Pirotte-Masset achter, consolideert Armand zijn voorsprong op mij en loop ik nog mijn snelste kilometertijd. Ik blijf uit de greep van een snel naderend geel gevaar achter mij. Een jong manneke dat god weet waar vandaan komt (van de 5 kilometer-loop?) zet een furieuze spurt in langs mij maar moet vijftig meter voor de streep uitgeput naar adem happen. Een degelijk gemiddelde, een plaats vlak achter veteraan 2 Armand, meer moet dan niet zijn. Of toch, een warme douche.
De barre omstandigheden hebben ook de organisatoren een loer gedraaid. De doucheverwarming laat het afweten en het toilet is vastgevroren. Het ongemak treft echter alleen de dames. In de mannenkleedkamer, gehuld in een mist van waterdamp, is de douche zelfs zo heet dat alleen doorwinterde sauna-gebruikers zich onder de straal wagen.Berloz 3 Ook onder de tent is het kouwkleumen in afwachting van de prijsuitreiking. Beschouw deze beschrijving niet als botte kritiek op de organisatie. De omstandigheden waren wel echt extreem. Ook in de tent was er een kacheltje en een warmteblazer. Te weinig, maar mag je van een vrijwilligersinitiatief en voor een inschrijving van 5 euro meer eisen? Trouwens volgend jaar beter, belooft organisator Alain Happaerts. De eindbalans in de beoordeling valt overigens positief uit met prijzen voor de eerste drie van niet minder dan 16 klassementen. En een tombola. Tussen de sterke prestaties vallen mij vooral de chrono en de totaaluitslag van Raymond Demaret (v3) en Anne Kerens (a2) op. En de comeback van Max Knapen, tweede veteraan 2. Beladen met fruit en afgeleide producten – voor de gezonde appetijt – zoeken we de thuiswarmte op.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Enzo Noël overvleugelt het peloton. Foto’s Marie-Paule: Foto 2: Na 3 kilometer voor Dominique Vanderwaeren en Stéphane Riga. Foto 3: Voor de liefhebbers van podiumfoto’s. Links op het podium: Michel Mancini. Rechts: Mauro Calogero.)

← Toon minder