Maandelijks archief: augustus 2016

Momalle

zon 28/08/2016 10.30u * Momalle (Challenge Cours la Province!) * 9,9 km * 00:46:34 * 12,7 * 45/163 * 1/4 * ♥♥♥♥

De hittegolf van de voorbije dagen plaatst de wedstrijdloper voor een dilemma: het lichaam extra op de proef stellen of toch maar thuis onder de parasol blijven liggen? In Remicourt, eigenlijk deelgemeente Momalle waar de geplande loop plaats vindt, op het open Haspengouwse plateau, heeft de zon daarenboven vrij spel. Mijn trainingen heb ik in de avondkoelte kunnen afwerken. Vrijdagavond ging het zelfs zo goed dat ik me tot een te hoog tempo en te lange afstand heb laten verleiden. Zou dat goed komen voor zondag? Dat zal dadelijk blijken. U heeft het geraden, ik heb mijn twijfels laten varen en ben na een kort autoritje in Momalle voor mijn eerste deelname aan deze wedstrijd in de challenge “Cours la Province!”. Ik loop uitgebreid in om de loomheid uit mijn benen te schudden… met twijfelachtig resultaat.
163 moedigen (of fanatiekelingen) voor de 10 km wachten, gelukkig in de schaduw, de start af. Het peloton kleurt fel oranje met de shirts van Jog’in Attitude, de club van Patrick Philippe. De signaleurs voor het peloton zijn blijkbaar verrast door de starter die achteraan heeft postgevat en proberen de vertrekkende lopers nog even tegen te houden. Enkele tellen later zijn we dan toch op weg. Nauwelijks 200 meter verder worden we al gescheiden van de 5km-lopers.
Momalle 1 Op een rechte ruilverkavelingsweg van 2 km is er meteen ruimte om snelheid te maken. Ik herken Christian Vandevenne in het voorbijgaan. Hij is een van de weinige V3’s in dit gezelschap. De überveteraan 3, Servais Halders, zit thuis met een pijnlijke enkel. Ik vertrek rustig om in het ritme te komen en me aan te passen aan de temperatuur die door een fris windje best draaglijk is. Ik ga voorbij Didier Funken die na een lange afwezigheid weer aan conditie wint, op zoek nar Pasquale Ruberto een vijftigtal meter voor me. We nemen een bocht naar links waar we in volle tegenwind terecht komen. En zo hebben we bij het bereiken van de rand van Remicourt al drie kilometer in relatief frisse omstandigheden afgelegd. In de volgende bocht moet ik een jonge knaap die zijn vader op de fiets begeleidt met zachte dwang verhinderen ons de weg af te snijden. In Lamine, het volgende dorpje, is de wind verdwenen. Maar tussen de huizen slaat de hitte toe. De asfaltwegen golven op en neer. Ik heb op het vlakke een mooi tempo vast van rond de 4’30” maar op de hellingen van 2 tot 3% is het telkens bijbikkelen. De klim naar de kerk van Lamine is een van die kuitenbijters. Eindelijk de eerste bevoorrading. Het water is lauw – ik houd het bij een slokje – en kieper de rest over mijn hoofd. Ik heb een sponsje meegenomen om mijn hoofd te bevochtigen. Samen met het dragen van een pet is dat een probaat middel tegen de brandende zon. Ik had daarnet overigens nog een tweede bekertje willen meegraaien maar – braaf als ik ben – durfde ik het niet uit de handen van de bevoorrader trekken. Sommigen hebben ogenschijnlijk geen last van de omstandigheden. Twee Patrick Philippe-discipelen, een man en een vrouw, hebben nog de tijd en de energie om keukenrecepten uit te wisselen. Voor culinaire experimenten heb ik nog de hele week tijd. Nu heb ik andere uitdagingen. De ene na de andere collega haal ik in, in het gezelschap van Jean-Yves Culot. Mijn excuses aan Jean-Yves die ik na de finish, door zijn grijzende haardos, heel wat ouder inschat dan zijn leeftijd. Momalle 2 Maar daarmee heb ik Pasquale nog altijd niet ingerekend. Ga ik een loper voor me voorbij, doet Pasquale hetzelfde. Op de volgende klim naar Hodeige zal het moeten gebeuren. We zijn halfweg, het goed gevoel van vrijdagavond is er opnieuw. Bij het buitenlopen van het dorp maak ik dan eindelijk de aansluiting. Op een lange rechte weg onder een loden zon lopen we in een klein groepje weer richting Momalle.
Aan km 7 worden in westelijke richting gestuurd. Tussen de weiden biedt de wind even soelaas. Ik zet mijn opmars verder. Intussen zie ik de rijzige gestalte van Luc Lenaerts voor me. Een vakantie in Scandinavië is dan toch niet de beste voorbereiding voor een loop in tropische omstandigheden. Ik kijk uit naar de volgende drankpost. In de golvende straten van Momalle maak ik snel terrein goed op Luc. Ik heb te doen met hem: steendood zit hij, als ik hem voorbij ga. Ik laveer van links naar rechts op de verlaten straten van Momalle, op zoek naar de schaduwzijde. In de laatste bevoorrading win ik (voorlopig?) nog een plaatsje als ik minder tijd nodig dan senior Pierre Vanhaelen om mijn bekertje aan te nemen en te ledigen. We passeren langs het dorpsplein van Momalle. Alleen een parcourswachter… en Marie-Paule hebben zich buiten gewaagd. De kilometers beginnen te wegen, elke bult in het wegdek doet pijn. Ik hoor een loper op een tiental meter achter me. Een blauw shirt, dat moet Pierre zijn. “Nog 600 meter, klim van 200 meter op het einde”, moedigt Patrick Philippe me aan. Dat noem ik precieze aanwijzingen. We zijn nu dicht bij de finish. ik loop voorbij de Chambre d’hôte “Entre nous” en de pharmacie waar de rode letters “27°” op het ledbord mij toegrijnzen. Pierre heeft nog heel wat werk om me definitief in te halen. Dat gebeurt dan toch in de laatste klim. Met een wederzijds knikje van waardering voor onze prestatie.
Momalle 3 Na een pittig loopje overschrijd ik de CLAP-boog aan de school “Les Mésanges” (De meesjes) in de wijk “Momelette” met de felicitaties van Jo Vrancken, vierde algemeen. Ik zoek de schaduw op en de fruittafel van Fabienne, mevrouw Patrick Renard. Na een lange wandeling heeft ook Marie-Paule zin in een Leffe. Die kunnen we gelukkig nog savoureren aan de tafeltjes die buiten zijn opgesteld. Want ook de organisatie heeft te lijden gehad onder de omstandigheden. Het feest van gisterenavond is voortijdig stil gelegd door een felle storm. Op last van de brandweer zijn de tent en de school met de douches afgesloten. Een tegenvaller voor deelnemers en organisatoren.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Christophe Castermans van Tongeren, rechts, onder de blakende zon. Foto 2 van Louis Maréchal: In een groepje met Pasquale Ruberto, achteraan in het zwart. Foto 3 van Marie-Paule: Op het dorpsplein van Momalle op weg naar de laatste kilometer.)

Hamoir

zon 21/08/2016 10.30u * Hamoir (Challenge condrusien) * 11,5 km * 00:59:51 * 11,5 * 74/152 * 5/15 * ♥♥♥

Als we op weg zijn naar de Condruzien-loop van Hamoir in een van de toeristische trekpleisters van Walllonië, de Ourthevallei, worden we niet verwend door het weer. Het is flink aan het regenen. Ik maak me al zorgen over een nieuwe modderslag op een parcours dat voornamelijk op onverharde wegen is uitgetekend. Ik ben ook niet al te optimistisch over mijn conditie. En na de drie trainingen van afgelopen week met pijnlijke benen – op verschillende afstanden en met een gevarieerd tempo – vraag ik me af of ik niet beter thuis gebleven was. Maar aan de sporthal van Hamoir is de regen opgehouden. Meer nog, de omroeper meldt dat de wegen droog zijn.
Ik heb deze keer mijn les goed voorbereid en heb het hoogteprofiel in mijn hoofd geprent om niet voor verrassingen komen te staan. Wat niet uit de Openrunner-track af te leiden valt, is dat er in de tiende kilometer een bijzonder gevaarlijke afdaling in het parcours zit. Maar mijn generatiegenoot en vaste prijswinnaar in deze challenge Rosario Ilardo bezorgt me deze essentiële informatie. Bij de vele bekenden hier is er ook weer Alain Waerts. Klierkoorts heeft hem maanden weggehouden van het wedstrijdtoneel. Vandaag probeert hij een voorzichtig heroptreden.
Een aankomst binnen in een sporthal is vaste prik. Dat we ook binnen starten is – voor mij althans – een unicum. Als we buiten lopen, roept de speaker ons nog “Bonne course, soyez prudents, amusez-vous” na. We worden al meteen op een verrassing getrakteerd als we buiten komen. Het is opnieuw beginnen te regenen en we krijgen een onverwachte douche over ons heen. De “brrrrs” zijn niet van de lucht.
De eerste 2 kilometer zijn vlak. We verlaten Hamoir op een fraaie wandelweg langs de Ourthe. Ik vertrek rustig, toevallig in het gezelschap van veteraan 3, Eddy Hoylaerts. Ik maak van de gelegenheid gebruik om enkele woorden te wisselen met Eddy en hem te vragen of hij Franstalig of Nederlandstalig. Franstalig, blijkt. Ik schuif langzaam op naar voren, ik zie dat Eddy in mijn spoor volgt. Eens voorbij de bebouwing – na 1,4 kilometer, nog steeds in de vallei van de Ourthe – komen we op een smal pad terecht. Op deze 700 meter lange single-track blijf ik maar braaf in het rijtje, vlak achter Mauro Calogero. We draaien en keren rond en over een Ourthe-brug voor we het bos worden ingestuurd.
De inloopfase is voorbij, hier begint het serieuze werk. Het bospad loopt meteen steil omhoog, ik haal hier onder meer Carine Munaut in. Eddy Hoylaerts heeft ook afgehaakt. Eens het steile stuk in het bos achter de rug komen we op een asfaltweg uit. Dat is een aangename verrassing. Nog aangenamer is het gevoel dat mijn benen in vrij goede doen zijn. Een seingever loodst ons door het gehucht Xhignesse. Ik weet dat de klim nog kilometers duurt maar de percentages tussen de 3 en de 5% liggen me vandaag wel. Voor me loopt een duo in het oranje: Manu Huet met een knaap, zijn zoontje mag ik aannemen. Als de jongste even verder naar rechts wordt opgestuurd – voor de korte loop – haalt Manu me weer in en zullen we de volgende kilometers in elkaars buurt afmaken. We komen even op de rijweg waar we net met de auto zijn voorbijgekomen om vervolgens weer een veldweg op te zoeken tussen de weiden. Vlak voor een steiler stuk haal ik Paul Delaitte in. De weg is redelijk beloopbaar, wel is het uitkijken voor scherpe stenen. Sommige stroken zijn bezaaid met steenslag om boerenkarren grip te bieden. Aan km 5 is het eerste deel van de klim achter de rug. We kunnen het tempo weer wat opkrikken in een lichte afdaling. Maar even verder klimt de weg weer omhoog, nu weer op asfalt. We zijn nu voorbij halfweg. Ik voel me stukken beter dan op training. En ik laat mijn voorzichtige aanpak van het begin varen om op zoek te gaan naar de lopers voor me. Eerst haal ik een “cameraman” in, een collega met een cameraatje op het hoofd die zijn (onze?) prestaties op beeld vastlegt. Maar de film zal verborgen blijven voor de openbaarheid, verneem ik als ik informeer bij het voorbijgaan. Mijn pirouette om met mijn gezicht in beeld te komen dient dus voor niets. Ik ben nu op weg naar Marcel Baeckelandt. Hamoir 1 Mijn eerste ontmoetingen met Marcel in de Luikse challenges – tijdens de wedstrijd wel te verstaan – gaan terug tot de eerste schrijfsels in dit blog. Marcel was een van mijn mikpunten in het laatste derde van de wedstrijd. En meestal kreeg ik mijn prooi te pakken. Maar sindsdien speelt Marcel, onder meer dank zij een ingrijpende vermageringskuur, in een hogere liga. In de laatste meters voor we aan het hoogste punt van het parcours zijn aan km 6,7, krijg ik hem te pakken en neem ik enkele meters voorsprong. Nu wil dat ook niet zeggen dat ik hier een topprestatie neerzet. Marcel pakt de wedstrijden in de Condruzien aan als een training voor de Hesbignon. En dus zal mijn geslaagde inhaalrace van vandaag wel een eenmalige gebeurtenis zijn. Vanaf nu gaat het traject grotendeels dalend. De voorbije kilometers zijn zo vlot verlopen dat ik er haast spijt van heb dat de klim ten einde is.
Tijd voor een ander ritme nu. Het grint- en graspad naar het gehucht Filot gaat stevig omlaag. Het is opletten geblazen en dus schuw ik overbodige risico’s. Marcel en enkele lopers achter me gaan me voorbij. Ook de cameraman heeft een hoger tempo in de afdaling. Op een tussentijdse klim op een veldweg die verdacht veel op de “chaussée romaine” lijkt blijft Marcel weer achter. Maar in de afdaling is hij weer in mijn spoor. Op het asfalt naar Filot ga ik voorbij Rachel Nibona, de ranke clubgenote van Noël Heptia. We zijn snel door het gehucht en duiken weer de groene natuur in. Het pad loopt alsmaar steiler naar beneden. Nu nog redelijk beloopbaar – twee karrensporen met in het midden een groene grasband. We zijn met vieren bij elkaar en doen ons best de anderen niet voor de voeten te lopen. Marcel heeft Michel Lannoy opgemerkt, de veteraan 3 die in strijd is voor de eerste plaats bij de veteranen 3 maar die hier plots – met een blessure?- plaats maakt voor ons. Km 10,5: een engte tussen de bomen – een diepe geul links, een berm met boomwortels rechts – leidt terug naar de vallei en de startplaats. Met duizelingwekkende percentages tussen de 10 en de 25%. Ik laat mijn drie kompanen voorgaan en zoek naar houvast. De spieren in de bovenbenen moeten voor de remkracht zorgen, de uitgestrekte armen voor evenwicht. Het ziet er niet uit op de foto’s van Carine Heyne. Maar efficiëntie gaat nu voor esthetiek. Van Carine gesproken: de huisfotografe van de Condruzien weet telkens de spectaculairste passages te vinden op het parcours. Vanuit haar observatiepost registreert ze feilloos de bewegingen van de waaghalzen… of de angsthazen zoals ondergetekende. Bekijk onze capriolen hier. Maar er is nauwelijks plaats op het smalle pad. De fotografe moet zelf ook haar evenwicht zien te bewaren om überhaupt foto’s te kunnen schieten. En ze neemt dus nog een deel van het pad in waar de lopers een doortocht zoeken. Ik kom zo goed als tot stilstand op haar hoogte. Even verder komen we op een graspad uit. Oef, we zijn ervan af. Wel wat tijd en plaatsen verloren. Hamoir 2 Maar liever dat dan een uitschuiver met kneuzingen of erger. Een scherpe bocht naar links en we zijn weer in de bewoonde wereld. Marcel Baeckelandt heeft een gat geslagen van een kleine honderd meter. Hij is buiten bereik. Jammer dat ik heb hem in de afdaling heb moeten laten gaan. Ik kan wel Manu Huet nog voorbij. Maar die is hier ook niet in competitiemodus.
Het is nog even zoeken naar de juiste lijn naar het sportcomplex. Ik roep de hulp in van Jean Tempels die op zijn stappen is teruggekeerd om zijn geliefde op te halen. En draai net op tijd links af over het riviertje, de Néblon, om luttele seconden onder het uur de sporthal in te duiken. Ik kan de sterk eindigende Rachel Nibona nog achter me houden. Conclusie: Toch tevreden dat ik de verre verplaatsing naar Hamoir heb gemaakt. We sluiten de Ardennen-uitstap af met een sobere lunch.

(Foto 1 van Carine Heyne: De deelnemers maken vreemde kronkels om recht te blijven op de laatste afdaling. Foto 2 van Marie-Paule: Met Lucien Collard, uiterst links, en Noël Heptia.)

Saive

vri 12/08/2016 19.30u * Saive (Challenge Cours la Province!) * 10,1 km * 00:50:02 * 11,9 * 143/379 * 5/19 * ♥♥♥

Weer een nieuwe wedstrijd op de kalender. Ditmaal in Saive, aan de oostelijke rand van de Luikse agglomeratie. De organisator is Serge Massin die de voorbije jaren naam heeft gemaakt als “ouvreur” van talloze loopwedstrijden in deze regio. De “ouvreur” is de man – ik ken tenminste alleen maar mannelijke exemplaren – die voor het peloton uitrijdt met de fiets of quad. Serge doet het op de mountainbike, steeds in een blitse outfit. Hij heeft het in Saive meteen groots aangepakt met vier afstanden. En hij krijgt al meteen met de stress van de organisator af te rekenen als bij de 3 km-loop de deelnemers uit twee verschillende richtingen de aankomstzone binnenlopen.
Saive 1 Op deze zonnige vrijdagavond draai ik rondjes op de grote binnenplaats van de voormalige legerkazerne. Ik heb daar ruim de tijd voor want de start is een tijdje uitgesteld. Een kwartier voor het officiële startuur staan er nog lange files aan de inschrijvingstafels. Het vlot daar niet echt. En ook achteraf moeten de dorstigen veel geduld oefenen voor ze een drankbonnetje kunnen bemachtigen. Ik ontmoet er opnieuw de vrienden met wie ik maandagavond een leuk trainingsloopje heb afgewerkt rond Tongeren. Toen voelde ik me merkwaardig fris. Maar dat mirakeltje is intussen voorbij en ik zal hier weer het bekende onaangename gevoel in mijn benen moeten verdragen.
Om acht uur worden we dan eindelijk uit ons lijden bevrijd en mogen we op weg voor een rondje van 10 kilometer. Het lange wachten heeft het effect van mijn inloopkilometers teniet gedaan en ik moet noodgedwongen langzaam in mijn ritme proberen te komen. De eerste lus van 2 km lopen door een aangename groene omgeving, blijkbaar een oud oefenterrein van het leger. Als we weer voor de kazerne passeren, ben ik stilaan op toeren gekomen en kan ik al wat opschuiven vanuit mijn startpositie, zo ongeveer het laatste derde van het peloton. We mogen uitzonderlijk door het kasteelpark van het Château de La Motte. We, dat zijn de joggers. Kijklustigen zoals Marie-Paule wordt door de kasteelheer himself (?) de poort gewezen. We zijn nu op weg voor een grote ronde door en rond Saive. We kunnen alvast snelheid maken op een dalende anderhalve kilometer. Dan meldt een oudere collega “ça va monter ici” (het gaat hier stijgen). Het zal zo’n vaart wel niet lopen, denk ik, gerustgesteld door Jo Vrancken die het parcours verkend heeft en de klimmetjes met een schouderophalen afdoet. Maar dat valt wel even tegen. De eerste knik is flink steil en ik bots al meteen op mijn ademhalingslimiet. Na een driehonderdtal meter lopen de stijgingspercentages terug en kan ik weer herstellen. De klim loopt nog een tweetal kilometer verder. Intussen loop ik een aantal dames voorbij die onderweg zijn met een sukkeldrafje. Dat moeten vijf kilometer-lopers zijn die na de eerste splitsing aan de start weer op ons parcours zijn terechtgekomen. Aan onze 5 km-aanduiding scheiden de wegen van de korte en lange loop definitief en zijn we alleen nog met 10 km-deelnemers. Ik heb nu ongeveer mijn plaatsje in het peloton gevonden. Veel verschuivingen doen zich hier niet meer voor. Ik ben wel in het spoor gekomen van een dame in het blauw, de meest in het oog springende deelnemer in het gezelschap rondom me dat mij voor het overige onbekend is. De ravitaillering staat weer aan de verkeerde kant van de weg maar ik grabbel toch een bekertje mee. Ik heb opnieuw de beginnersfout gemaakt geen drank mee te nemen naar de wedstrijd en krijg zo toch wat vocht binnen.
We lopen hier voorbij aan het Vieux Château, leid ik achteraf af uit mijn Garmin-track. Ik heb de ruïne niet opgemerkt tijdens de wedstrijd maar ben ik zoek gegaan naar de drie kastelen die hun naam hebben gegeven aan de eersteling van Serge, “Le Jogging des Trois Châteaux”. Saive 2 In de smalle straten is wat volk naar buiten gekomen om ons aan te moedigen. Op twee plaatsen hebben de omwonenden een tussentijdse ravitailleringspost opgezet. Een leuke attentie op deze warme zomeravond. Ik voel me wel in mijn sas op dit parcours: gevarieerd, licht golvend en goed beloopbaar. Op een veldweg na krijgen we beton en min of meer gaaf asfalt onder de voeten. Even voorbij halfweg loopt de route steil naar beneden. Ik maak me klaar voor een nieuwe klim in de vallei maar we worden linksaf gestuurd waar de stijging veel milder is. Maar aan km 8 duikt er weer een steile puist op. Terwijl ik naar boven klauter verschijnt de tronie van Jos Vrancken voor mijn geest. Hij is hier al lang met krachtige tred opgespurt terwijl ik mijn ultieme energievoorraad moet aanspreken om boven te geraken. Vertrouw nooit blindelings op parcoursbeoordelingen van collega’s. Hoeveel keer heb ik nu al deze fout gemaakt? Intussen zijn we weer op terugweg naar de kazerne. Ik heb enkele keren van positie gewisseld met de dame in het blauw, Arlette Meesen. Ze is me opnieuw voorbijgegaan. Op de lichtlopende, vlakke asfaltweg die onder meer tussen twee kastelen doorloopt heb ik me niet zonder moeite in haar spoor genesteld. Ik ben hier aan mijn beste “segment” bezig, om het in Strava-termen te zeggen. Maar Arlette heeft nog een versnelling in huis. Voor we de laatste keer aan de kazerne passeren voor een laatste lus van 700 meter moet ik lossen. Ook een groep in het groen uitgedoste lopers – plaatselijke vedetten zo te horen die enkele flessen bier toegestopt hebben gekregen van hun supporters langs de weg – geraak ik niet meer voorbij. En zo eindig ik met mijn 50 minuten op een anonieme plaats in de uitslag. Maar ontevreden kan ik me niet noemen: ik heb een redelijk tempo kunnen aanhouden en ben ook op de moeilijkere stroken niet stilgevallen.
Ik wacht met Servais Halders op de prijsuitreiking voor de leeftijdsklassen… die er niet komt. “C’est la misère ici” lacht Rosario Ilardo die met zijn Rosalia uitkeek naar een beloning voor zijn tweede plaats achter Servais. Hij is beter gewend in de Hesbignon en de Condruzien. Jammer, waarom een challenge (Cours la Province!) opzetten als er nog geen prijsje af kan voor wie niet bij de eerste drie eindigt? Er is wel een podiumplaats voor een gelukkige Ianthe Bauduin uit Millen, de derde dame in de vijf kilometer. Voordien heeft Serge Massin zich uitgebreid verontschuldigd voor de schoonheidsfoutjes bij deze eerste editie. Het sportieve publiek dankt met applaus. En daar sluit ik me graag bij aan.

(Foto 1: L’Avenir: Serge Massin. Foto 2 : Stijn Vanderbeuken, vooraan en Kris Pipeleers.)

Winamplanche

zat 06/08/2016 15u * Winamplanche (Challenge L’Avenir) * 10,5 km * 00:56:58 * 11,1 * 100/335 * 4/20 * ♥♥♥

Winamplanche 1 Dit weekend zie ik de kans schoon om nog eens een wedstrijd van de Challenge L’Avenir mee te pikken. Dat is de jogging van Winamplanche. Ik ben erg benieuwd naar het parcours van de loop die “Jogging des six gués” is gedoopt. Het blijkt geen sinecure om het plaatsje te vinden op mijn basic model GPS. Eenmaal uitgevogeld dat het gehucht bij Theux hoort, kunnen we op weg naar wat een bijzonder fraai plekje blijkt te zijn, in een groene vallei ten zuidwesten van Spa. Wie zich afvraagt wat een “gué” is moet nog even geduld oefenen tot het einde van dit verslag. We worden naar een hoog gelegen parking gestuurd op een weide waar we een mooi uitzicht hebben op de omgeving en meteen het reliëf kunnen bewonderen dat ik over een uurtje moet bedwingen. Een toeristentreintje (van het dierenpark van La Reid) brengt ons terug naar het dal waar start en aankomst liggen.
We beginnen eraan onder een stralende zon. Ik heb dank zij mijn informanten Helmut Weygand en Dominique Bertrand voldoende parcourskennis om niet te snel van stapel te lopen. Mijn non-performance in Villers-le-Temple indachtig ben ik dat sowieso niet van plan. Geen idee wat “Winamplanche” betekent maar grappig is wel dat we bij het buitenlopen van de startzone door twee mensen van de organisatie worden gewaarschuwd voor een opstapje over electriciteitskabels. “Attention, planche” herhalen ze zo lang de meute voorbijtrekt.
Na 1 km verlaten we het asfalt. Een kwartet percussionisten stuurt ons met Afrikaans slagwerk de rimboe, euh het bos, in. In de bebouwing hebben we al meteen een stijging van tegen de 10% voor de voeten gekregen. De helling loopt onverminderd verder in het bos. Ik klim relatief makkelijk en zorg er vooral voor niet te zwaar in het rood te gaan. Geduld is hier een mooie deugd want het duurt tot km 4 eer we echt de top hebben bereikt. Even uitblazen? Niets daarvan, nu moeten we proberen recht te blijven op een modderig pad. Dat lukt met de nodige concentratie en met de stoïcijnse kalmte die vanmiddag over me is neergedaald. Na een kilometer is het leed geleden en mogen we verder op weliswaar met keien bezaaide maar wel goed beloopbare paden. Twee pieken en afdalingen in het middengedeelte van de loop zorgen voor afwisseling in de cadans. Hoorngeschal – van een duo dit keer – begeleidt ons op onze tocht door het bos.
We zijn intussen aan een afdaling begonnen… die maar blijft duren. Ik veronderstel dat we terug naar de vallei lopen en dat de heuvels achter ons liggen. Kilometeraanduidingen zijn er niet, zoals meestal in deze challenge. Ik kan eindelijk het tempo opdrijven, al blijft het opletten voor geulen en stenen. Ik kan ook enkele plaatsjes goed maken. De laatste kilometer nadert. Daar is de eerste “gué”, een doorwaadbare plaats door een riviertje. Winamplanche 2 Dat is het folietje van de parcoursbouwers. Ze sturen ons niet minder dan zes keer door het water van een riviertje, l’Eau Rouge. De eerste twee natte passages lopen nog over beton. De voeten zijn dus al gewend aan de temperatuur van het water als we de diepere passages aansnijden. Ik volg de wijze raad van Helmut – van het begin van mijn verhaal – en matig mijn tempo om niet uit te schuiven op de gladde keien in het riviertje. Enkele lopers die ik tijdens de afdaling heb ingehaald springen onvervaard in het water en gaan me weer voorbij. Ik tel de gués af. Ze worden hoe langer hoe dieper, lijkt het. Bij nummer 5 worden we vereeuwigd door een fotograaf die een wankel evenwicht bewaart op de rotsen. De toeschouwers troepen samen aan de laatste gué. Enkele lopers wijzen hier de veiligste “route” aan. Marie-Paule vertelt me later dat enkele waaghalzen hier zijn uitgegleden. De gués zullen me uiteindelijk een plaats of vijf hebben gekost. Na enkele bochten tussen de huizen bereik ik de finish met natte voeten maar met een goed gevoel en eindig ik zelfs onverhoopt in het eerste derde van het peloton.
Sociale verplichtingen roepen ons naar Tongeren en we reppen ons snel terug naar de parking hoog boven het dorp. Terwijl Marie-Paule op het treintje wacht, trippel ik te voet omhoog. “Heb je er nog niet genoeg van?” lachen enkele collega’s naar me. Boven trek ik een droog shirtje aan en slaan we de terugweg in naar huis.

(Foto 1 door een vriendelijke collega: Met het toeristentreintje naar de start. Foto 2 van Marie-Paule: Door de laatste “gué” naar de finish.)

Villers-le-Temple

vri 29/07/2016 19.30u * Villers-le-Temple (Challenge condrusien) * 11,2 km * 01:14:57 * 8,9 * 327/398 * 18/20 * ♥

Er thuis even uit zijn. En de benen strekken in de natuur, ondanks de vermoeidheid van de laatste dagen. Dat is mijn enige bedoeling als ik weer eens de expresweg naar Marche insla voor mijn vierde wedstrijd in het Condrusien-circuit. Ik ontmoet er mijn Truiense vrienden en een zeskoppige delegatie uit Tongeren. Parcourskennis heb ik uit eigen ervaring – het gaat voortdurend stevig op en af – en dank zij Noël Heptia die weet te melden dat de bospaden er modderig bijliggen.
In het eerste rondje door het dorp is het vooral zaak een doorgang te vinden om naar voren te schuiven. Eens op het onverhard, na 2 km, is er al wat meer ruimte maar blijft het uitkijken naar het goede spoor op de hobbelige Rue du Neupont op weg naar het bos. Daar krijgen we al meteen een voorsmaakje van de modderige ondergrond die we zullen moeten trotseren.
In de eerste kilometers heb ik een voor deze contreien ongewoon shirt opgemerkt, dat van de Victors Cup. Draagster is Gavina Dettori die zich hier waagt aan een Condrusien-loop. Wel een heel andere ervaring. Bovendien – vertelt ze me terwijl we over het slijk laveren – bereidt ze zich voor op de beklimming van de Mont Ventoux en heeft ze nog een fikse wielertraining in de benen zitten. Villers 1 In het gehucht Outrelouxhe na 4 km kan ik het povere tempo dat ik heb al niet meer aanhouden en in een van de klimmen schakel ik over op stappen. Ik ben de kilometers al aan het aftellen. Bij het buitenlopen van Outrelouxhe zijn we nauwelijks halfweg. Nu is er alleen nog bos en… modder. Motivatie heb ik zo al niet en met het slijkballet heb ik het ook gehad. In de volgende kilometers zal ik meer wandelen dan (hard)lopen. Hele horden lopers gaan me voorbij. Ik probeer zoveel mogelijk uit de weg te gaan om mijn collega’s niet te hinderen. Ik heb in betere tijden vaak genoeg gesakkerd op wandelaars die de best beloopbare strook in beslag nemen. Ik kan op die manier nog een goede daad verrichten voor Nora Schoefs die anders door een slijkspoor had moeten waden. Ik zie ze een voor een voorbijkomen: Dominique Renier, Patrick Renard, Tu Vinh-Xuong, Claudine Goudeseune en vele anderen. De beter bekende namen voor lezers van deze verslagen zijn al lang op weg naar de douches als ik dan toch over de streep sukkel. Ik kan nog net de laatste twee plaatsen in mijn categorie ontlopen. Had ik me deze verplaatsing kunnen besparen? Misschien, maar echt ontgoocheld ben ik niet. Op een mirakel had ik niet gerekend.
Een uurtje later is het dorpje volgelopen met kermisgangers. Tijd voor ons om te verdwijnen in de donkere nacht.

(Foto Louis Maréchal: Gavina Dettori in de laatste meters.)