Maandelijks archief: juli 2017

Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien)

don 20/07/2017 19.30u * Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien) * 10,47 km * 00:52:00 * 12 * 88/224 * 5/16 * ♥♥♥♥

Hermalle (“onder Hoei”, zoals de officiële naam luidt maar wel behorend bij Engis) is bekend terrein voor Condruzien-lopers. Hier worden jaarlijks twee wedstrijden georganiseerd. Op de vooravond van de nationale feestdag, vandaar de ongewone donderdag, is er de corrida. Vier rondjes door het dorp. En niet drie zoals collega-veteraan 3 Michel Lannoy dacht. Hij plaatst zijn versnelling te vroeg maar houdt nog een ruime marge over op zijn dichtste concurrent… euh, dat ben ik. De steile Maasoever zal vanavond de scherprechter zijn. Gelukkig moeten we niet helemaal naar boven en is het parcours zo uitgetekend dat de hellingen telkens even onderbroken worden door een vlakke of alleszins vlakkere strook. Ik ben naar de Condroz afgereisd in het gezelschap van Marie-Paule en van een jonge loper uit Heukelom, Wesley Serrano. Mijn achterbuur en loopmaatje bij de Mergellopers wilde wel eens proeven van de Luikse challenges.

Lees verder →

Samen met Bert Ernest van Herderen op de 5 km is Riemst met drie lopers vertegenwoordigd in de Maasvallei. Wesley schrikt wel terug van mijn plan om de hele ronde te verkennen en spaart zijn energie op tot half acht als het gezamenlijke peloton van de 5 en 10 km van start gaat.
We vertrekken vrij achterin het pak maar zodra we de kermiszone zijn gepasseerd, na 200 meter, kunnen we de tragere lopers voor ons voorbij. Hermalle 1 Hier begint meteen ook de eerste klim. Ik probeer het blauwe shirt van Wesley niet uit het oog te verliezen. In de nog dichte sliert hoor ik een collega zeggen “Attention les cuisses” , let op voor je kuiten. Wil hij ons waarschuwen voor deze kuitenbijter in het begin van de loop? Toch niet, het is een grapje over een loper achter ons die met zijn hond op pad is. Hond en baasje gaan me voorbij. Ik zal ze de hele wedstrijd niet meer zien. Uiteindelijk zijn ze toch maar een half minuutje sneller.
Ik ben benieuwd hoe een nieuwkomer als Wesley een sterk heuvelachtig parcours als dit zal aanpakken. Zal hij met jeugdige onbezonnenheid de hellingen opstormen of zich als een steen naar beneden laten vallen op de steile afdalingen? Noch het een, noch het ander. Na de eerste ronde zijn we nog samen. Ik informeer even naar het gevoel. “Het klimmen gaat me goed af, de afdalingen doen meer pijn” is de balans na 2,5 km. Ikzelf ben met redelijke benen de eerste heuvelronde doorgekomen en vind de afdalingen wel lekker om diezelfde benen te ontspannen. In het park aan het eind van de eerste ronde verlies ik plots voeling met mijn jonge clubmaat. Mijn stramme spieren en matig zicht in het bos kosten me een twintigtal meter.
In het begin van de tweede ronde krijg ik de rode shirts van drie Seraingrunners in het vizier. In de tussentijdse afdaling ga ik voorbij Noël Heptia. Die vertelt me na afloop dat hij niet meer op herstel hoopt voor zijn rechterknie. Het kraakbeen brokkelt langzaam af. Op de klim van de Rue de Wérihet – die we een dikke kilometer verder ook als afdaling nemen – haal ik Michel in. Dat achtervolgingswerk heeft me ook weer in het spoor van Wesley gebracht. In het park herhaalt zich het scenario van de eerste ronde. Veel tijd om daar rond te kijken heb ik niet. Ik heb het kasteel ook niet opgemerkt dat rechts van ons ligt. Dit bosje is dus het park van het kasteel van Hermalle waarover Marie-Paule heel wat interessants te vertellen heeft. Iedereen zijn specialiteit. Twee snelle, wat zeg ik ultrasnelle lopers, flitsen ons voorbij. Dat moeten de eersten zijn van de 5km-loop.
We beginnen aan de derde ronde tussen de kermiskraampjes. De geur van frieten prikkelt mijn neus. Die verleiding zullen we nog twee ronden moeten weerstaan. Dat betekent met mijn tempo nog een vijfentwintig minuten. Chronorace, de tijdsopnemer, heeft de rondetijden netjes voor ons genoteerd. De derde ronde blijkt de langzaamste zijn met nauwelijks 7 tellen verschil met de drie andere in 12’40”. De twee percent stijgingsgraad van de N644 waarlangs we het centrum verlaten ligt me blijkbaar goed want ik klim hier gemakkelijker dan de collega’s in mijn buurt. Ik passeer veteraan 3 Lucien Collard. De leraar L.O. liep al geruime tijd met een kleine voorsprong voor mij uit en is blijkbaar rustig gestart. Het is in elk geval de eerste keer dit jaar dat ik hem kan bijbenen. Hermalle 2 Maar misschien had ik dat beter niet gedaan want in de volgende 500 meter trekt hij het tempo op en ben ik weer op achtervolgen aangewezen. “Hij valt terug in de beklimmingen” geeft Wesley me moed. Mijn achterbuur van de Heukelommerweg houdt de bewegingen in het peloton goed in de gaten. Zijn voorspelling klopt nog ook en in de volgende stijgende strook moet Lucien afhaken. We zitten nu in de bochtenzone waar de lopers uit alle richtingen lijken te komen. Hier heeft zich een bandje geposteerd dat tot genoegen van uw dienaar rock uit de oude doos ten beste geeft. Aan de Square Nelson Mandela bij een grote boom met bank begint de zwaarste strook van de beklimming. Dat is althans mijn gevoel. En dat gevoel wordt bevestigd door de gegevens van Garmin. Het bandje speelt een oude Franse “tube”, een hit. “Tchin, tchin” (Van Richard Anthony, uit 1963. Dit blog ademt nostalgie uit.) Het is hier harken in de derde en vierde ronde. Maar ik moet niet echt over mijn toeren gaan om toch een zweem van snelheid te behouden. Na een korte licht dalende grasstrook is het dan opnieuw klauteren, weliswaar met mildere percentages. We kunnen weer even herstellen op een smal en hobbelig pad tussen de bomen. Dan de steile maar korte duik naar een dicht bebouwde woonstraat. Hier links staat de zwarte dame die met stijlrijke lichaamsbewegingen haar enthousiasme de vrije loop laat. Op de relatief vlakke Rue Lambert Lepage probeer ik te naderen op Anne Kerens enkele plaatsen voor me. Ik zal uiteindelijk bijna een ronde nodig hebben voor ik echt voorbij ben. Marcel Baeckelandt haal ik sneller in. Hij lijkt niet echt vol te gaan in zijn blitse witte triatlonuitrusting. Nochtans loopt hij hier een thuiswedstrijd. Dan het tweede gedeelte van de afdaling. We worden opgezweept door de muziek van de jongens hogerop die hier blijkbaar een klankkast hebben geïnstalleerd. We jassen door op een wegdek dat dringend een opknapbeurt nodig heeft. Door een scherpe bocht naar links langs de drankpost en weer het park in. Het bospad wordt op het einde wel breder maar dan zijn er weer enkele modderplekken, verhakkelde stenen en een lichte maar irritante stijging die mij afremmen. De winnaar Gudisa Fita zoeft me voorbij. De eerste van onze wedstrijd is tenminste makkelijk te herkennen. Even later is de tweede al daar, Arnaud Dely. Te midden van dit jonge geweld houdt de plaatselijke vedette Freddy Loncar, intussen 45, uitstekend stand. Hij eindigt als vierde.
De laatste ronde komt eraan. Ik twijfel gewoontegetrouw aan het aantal ronden maar een blik op mijn Garmin (7,5 km) stelt me gerust. Het beeld van die laatste ronde wijzigt niet. Het ziet ernaar uit dat de twee van Heukelom de hele wedstrijd samen zullen hebben geleden en/of genoten. Ik kom op eigen tempo terug na de passage door het bos. En geef dan meestal de toon aan in de eerste hellingen. Ik begin ook als eerste aan de zwaarste brok naar het alleenstaande huis op de helling. Maar Wesley kruipt toch weer naar me toe. We draaien een laatste keer het paadje in langs de verwaarloosde groententuin van het huis. Wesley leidt op de tweede helling. Hoe ik het klaarspeel weet ik niet maar in de afdaling en op het vlakke neem ik een kleine voorsprong op mijn jonge kompaan. Ik krik het tempo nog even op in de hoop Anne Kerens op afstand te houden. We lopen nu met zijn beiden afgescheiden. Ik bereid me voor op de laatste kilometer… en op wat me te wachten staat in het bos. Door het centrum van Hermalle waar de politie waakt en ik aanmoedigingen krijg van Marc Tutelaire in burgertenue (zomerse variant). Hermalle 3 Ik blijf het tempo aangeven tot aan de bevoorrading maar geef Wesley teken om als eerste het bos in te duiken. Ik zal er sowieso terrein moeten prijsgeven. Wesley verslikt zich nog in zijn laatste bekertje water. Met enig gekuch gaat hij me voorbij en dartelt in de volgende 300 meter nog 10 seconden van we weg. Ik ben verbaasd als ik hem naar links zie afdraaien. De boog stond nochtans rechts. Ik stuif door de bocht tot de omstaanders mij duidelijk maken dat ik al over de streep ben. Geen streep gezien. De groene boog van de Mutualité Chrétienne merk ik pas op aan de drankentafel dertig meter verder. Voor we naar de douches trekken, wisselen we de eerste indrukken uit. Allebei tevreden over onze wedstrijd. Lucien Collard loopt ook binnen. “Mal aux fesses”, pijn aan mijn billen, voegt de Luikenaar nog toe aan zijn felicitaties. Langs ons bekomt Michel Mancini van de inspanningen. Hij heeft vanavond zijn hele familie meegebracht.
In de kleedkamer wijzen Bert en ik onze gemeentegenoot Wesley erop dat hij nu niet overal in de Condruzien zo’n comfortabele infrastructuur mag verwachten als in Hermalle. We zoeken Marie-Paule op in een van de feesttenten. Je geraakt overigens zo maar niet binnen in de afgesloten ruimte van het Fête d’Hermalle. Als lopers krijgen we een zwart polsbandje waarmee we ons in het feestgewoel mogen storten. Het gewoel zal voor anderen en voor later zijn. Ik zit aan de tafel bij José Lemos-Cruz. Van hem krijg ik uitleg over de naamgeving in Portugal… en zijn tactische afspraken met Dominique Mathy. Dominique, die als veteraan 3 er zelfs zijn jongeren collega’s v1 en v2 durft opleggen, concentreert zich op de Challenge Delhalle en laat de Challenge condruzien aan zijn trainingsmaatje José. Maar vanavond blijven Paul Rihon en Michel Bertrand hem voor. “De vakantie heeft me geen goed gedaan” pruilt de kleine uit Clavier, terwijl hij een veelbetekenend gebaar maakt naar zijn rond buikje. In het ruime aanbod aan hapjes kiezen we voor de pizza. Marie-Paule heeft zo te horen van al het lekkers geproefd dat hier in Hermalle te krijgen is. Ik bespaar u de details. De kermisstraat is al volgelopen als we Hermalle verlaten. Heukelom slaapt (of doet alsof) als we weer thuis zijn. We leveren Wesley af bij vrouw en kindjes. Ik heb het gevoel dat we nog samen naar Wallonië zullen trekken.

(Foto 1 van Marie-Paule: Twee Mergellopers in de Condruzien. Foto 2 en 3 van Carine Heyne. Foto 2: José Lemos-Cruz in actie. Foto 3: Gepijnigd door de inspanning.)

← Toon minder

Cornesse (Challenge L’Avenir)

vri 07/07/2017 19.15u * Cornesse (Challenge L’Avenir) * 7,9 km * 00:39:04 * 12,1 * 198/633 * 7/25 * ♥♥♥

Cornesse stond een week geleden nog niet op mijn wishlist maar ik heb mijn wedstrijdschema enkele dagen geleden omgegooid toen ik me realiseerde dat er mij anders drie weken competitiederving te wachten stonden. Een prettige toevalligheid is dat ik nu ook de tweede wedstrijd in dit kleine dorpje bij Pepinster aan mijn palmares kan toevoegen. De eerste, de “Jogging Ligne Bleue”, heb ik twee jaar geleden betwist. Minder leuk is dat het vandaag weer broeierig heet is. Het parcours belooft wel minder zwaar te worden dan wat er in deze buurt meestal wordt opgedist. Ze hebben hier in en boven de Vesdervallei meestal ook niet veel keuze. Op weg naar hier toe hebben we al heel wat bordjes gezien waarop de kersen van de streek worden aangeprezen. Ik ben dus al wat in de stemming voor de “Jogging des Cerises” zoals de loop wordt genoemd.

Lees verder →

De gemiddelde lezer mag de naam Cornesse koud laten, hier in de buurt is deze jogging een begrip. Meer dan 600 deelnemers. Tenzij al die joggers eerder op kermisvermaak uit zijn. Vier dagen alstublieft, zo een beetje als Zussen. En zoals in mijn buurdorp is de tent gewoon over de weg opgesteld. Ik loop toch niet helemaal verloren in die massa met ongetwijfeld veel gelegenheidslopers. Er zijn de vaste klanten van de “Avenir”, vaak vertrouwde gezichten maar onbekende namen, en enkele habitués van de andere challenges. Meestal categoriegenoten of veteranen 4 – zeventigplussers – die het nog altijd niet kunnen laten. Ik hoor Mauro Calogero (77) voor het eerst over stoppen spreken. Of alleszins niet langer een klassement in de challenges najagen. Roger Dosseray stelt mij aan Roger Archambeau als “une vieille connaissance”. Die antwoordt met een kwinkslag: “Wij hebben alleen maar oude kennissen.” Roger legt na de loop de vinger op de wonde. “Ik haal de 13 per uur niet meer”. Maar de meest memorabele ontmoeting van de avond heb ik met mijn toevallige buur op de bank onder de tent. Voor hij zijn copieuze hotdog aanbijt vraagt hij me hoe de koers verlopen is. We geraken in gesprek. “Ook veteraan 3?”, vraag ik. Die zijn voor alle duidelijkheid, tussen de 60 en de 70. “80, ik ben er 80”, is het antwoord. De muziek staat luid maar ik heb het goed verstaan. Eén keer per week trekt mijn toevallige gesprekspartner de sloffen aan voor een oefenloopje. Hij pikt ook nog graag een wedstrijd mee in zijn buurt. Voor enkele weken heeft hij de zware en warme Jogging de Verviers tot een goed einde gebracht. En hier laat hij nog 100 deelnemers achter zich. Louis Schmetz van Thimister, zoek maar op.
In de Salle des Combattants waar we ons inschrijven bestudeert Nicolas Bynens het parcours. “Aan het kijken waar je me gaat lossen?” plaag ik de 60-plusser uit Juprelle. Ikzelf verlaat mij op het hoogteprofiel in Openrunner. We zouden hier een nagenoeg vlakke wedstrijd voor de voeten krijgen. Na de uitleg van de speaker voor de start moet ik mijn verwachtingen wat bijstellen. Cornesse 1 Het moeilijkste deel van het parcours situeert zich een dikke kilometer voor het einde. Er zit ook een portie onverhard in, heb ik vastgesteld bij het inlopen. Om tien over zeven zijn we er klaar voor. Maar de wedstrijdleiding nog niet. Er zijn zich nog altijd lopers aan het inschrijven en er wordt ons nog even geduld gevraagd. Ik hoor het verhaal van de omroeper wel drie keer. “Encore quelques petites minutes, on attend le signal de l’informaticien”. De lopers worden ongeduldig door het lange wachten en dringen almaar meer naar voren. Ik ben intussen ook opgeschoven vanonder het grote tentzeil waar het vrij drukkend is en krijg nu wat meer adem in open lucht. Ze hoeven zich hier niet echt te haasten, de wedstrijd zelf is nauwelijks acht kilometer lang. We zullen dus wel voor het donker binnen zijn.
Het stilstaand wachten heeft zoals gevreesd een verwoestend effect op mijn benen. Ik heb enkele honderden meters nodig om in mijn ritme te komen. Dan hebben we de eerste bocht al genomen en drie grote zandzakken ontweken. Die liggen daar als obstakel tegen eventueel verkeer van een verstrooide autobestuurder. En omdat de firma in bouwmaterialen die de “big bags” heeft aangevoerd zo haar naam kan tonen aan het aanstormend peloton. We maken eerst een galarondje van 700 meter om tussen het frietkraam en de kermisattracties en door de tent te passeren. Bij de eerste zachte klim naar het dorp heb ik het gevoel dat de zon al wat aan hevigheid heeft ingeboet. Maar – zo zal ik later merken – is dat vooral te danken aan de lichte wind die voor enige verkoeling zorgt. We draaien in westelijke richting. Ik volg met de ogen het geschuifel in de eerste kilometer. Iedereen zoekt zijn plaatsje in het peloton. Een ongeduldige jongeman snijdt met een diagonale beweging de weg voor me af. Enkele lopers zijn onderweg met een flesje drank. Zij nemen hun voorzorgen, zelfs in een korte loop als deze. Een andere collega heeft, ook bij dit weer, zijn driekwartbroek uit de kast gehaald of die daar nog niet opgeborgen. We lopen tussen de weiden op een van die smalle asfaltwegen die de charme van de wedstrijden rond Verviers uitmaken. Het zijn mijn lievelingswegen waarop ik voorlopig een mooi tempo kan aanhouden, ook al blijft het een kilometer of twee licht omhoog gaan. Hier zal ik ook mijn beste kilometertijden laten optekenen. Bij gebrek aan mij bekende veteranen 3 richt ik mij op een opvallende figuur voor me. Daar is de juffrouw die daarnet sprintjes aan het trekken was onder de tent. En daar is ook veteraan 4, Helmut Weynand. De juffrouw haal ik snel in, nog voor we een korte maar hevige afdaling van 200 meter aansnijden. Hier ben ik precies nog geweest. Dat moet dan in 2015 geweest zijn in de andere loop in Cornesse. Rechtsaf nu. een pad in. Het is smal, moeilijk beloopbaar en… warm. De hitte valt plots op ons, nu we de wind in de rug hebben. Ik zit gevangen in de rij lopers en loop ik in een ongemakkelijke schuine houding om stenen en geulen tijdig op te merken. We moeten ook weer de hoogte goedmaken die we daarnet verloren hebben. De kilometertijd gaat met een ruk naar beneden. Na een kort intermezzo op het asfalt draaien we een stenige maar wat bredere veldweg op. Ik ben wat dichter bij Helmut gekomen maar de oude rakker (met respect gezegd) neemt weer wat voorsprong zodra de weg weer licht daalt. Ik draai nu goed rond – 4’30” op de vlakke stukken- en nader weer op Helmut. Km 4,4: de bevoorrading komt eraan, dit keer een model in het genre. Tafels links en rechts van de weg, in een bocht waar we sowieso de snelheid moeten milderen. En met voldoende bevoorraders die hun job kennen. Water over het hoofd, kleine slok. Dat gaat wat sneller dan bij Helmut. Hij zal niet meer terugkomen maar verliest in de volgende kilometers slechts luttele seconden. We komen weer even tussen de huizen. Ik krijg nog aanmoedigingen van een man in blauw shirt, een vertrouwd gezicht, onbekende naam . Hij gaat me voorbij, stopt even verder in een bocht om een slok bier te dronken bij zijn fans en loopt me een honderd meter opnieuw voorbij. We zijn intussen al een stuk voorbij halfweg. Dat moet daar Roger Dosseray zijn. De schouders hoog opgetrokken, de ellebogen uit elkaar. Zijn magere benen zijn flink gebruind, heb ik voor de start gezien. Ik haal hem in op een dalende strook. “Vorig jaar liepen we zo” hijgt Roger, terwijl hij naar de weg wijst. Ik weet het niet Roger, denk ik, en ik wil mijn energie sparen onder de brandende zon.
Gelukkig krijgen we even verder weer wat schaduw. We draaien een bredere veldweg in die weldra zal versmallen tot een eng pad. Dit laatste stuk heb ik verkend, hier zal ik niet meer voor verrassingen komen te staan. Het is een mooi pad om in je eentje en op je gemakje te lopen maar hier een wedstrijdtempo aanhouden is te veel gevraagd voor mijn stramme spieren. De kilometertijden donderen weer naar beneden. De moeilijkste brok krijgen we na 6,5 km. Ik ben in het spoor gekomen van Béa. Ze wordt op sleeptouw genomen door een oudere begeleider. Haar trainer? Béa is Béa Kevelaer, de trainer is Michel Gomzé. Ik ga haar voorbij voor we het steilste stuk opdraaien, een smal en hobbelig donker pad tussen de bomen. Michel deelt kwistig aanwijzingen uit, “kleine pasjes”, “toon je karakter”. Ik ben even op stapmodus overgeschakeld maar zie Béa toch niet voorbijkomen. Meer nog, ze verliest in de laatste 1,2 km zo’n 40 seconden. Er is nog werk aan de winkel voor de coach. Ik vraag me trouwens af of die peptalk helpt. Mij zou het vooral irriteren.
In dit tweede deel van de wedstijd protesteert mijn maag ook als ik wil versnellen op de beter beloopbare stukken. Is het de warmte of gewoon het signaal dat ik aan mijn limiet zit? Een jongeman met iphone op de arm (kan ook een samsung zijn) haalt me nu al voor de tweede keer in, telkens als de weg stijgt. We komen weer op de rijweg naar het centrum. Het blijft nog even klimmen. Langs het voetbalveld. Waar is de jongeman met de iphone? Ik zie hem niet meer voor me. Ik heb hem blijkbaar gelost op het vlakke. We lopen nu tussen de supporters. Hier en daar hebben de bewoners zich buiten aan een tafeltje geïnstalleerd om de gebeurtenissen vanop hun plooistoeltje gade te slaan. Ik verlies nog enkele plaatsen op de rechte strook van 400 meter door het dorp. Ik kijk uit of we nog niet rechtsaf moeten slaan. Maar er volgt nog eerst een bocht. Daar is het. Een smalle doorsteek, drie meter lang. De voorbereiding is het halve werk. Ik weet dus dat ik hier links moet houden om niet tegen een afsluiting te botsen. Alweer een fractie van een seconde gewonnen. We lopen een fraaie verkaveling in. De mensen zijn uit hun huizen gekomen om ons aan te moedigen in de laatste halve kilometer. Ik zie Nicolas Bynens de laatste rechte lijn naar de finish opdraaien. Te laat om hem nog bij de lurven te vatten. Ik zet de eindspurt in te midden van de kermispret. Op een twintigtal meter achter me hoor ik een achtervolger naderen. Maar waar is hier precies de streep? Een boog heb ik evenmin gezien bij het vertrek. Het is blijkbaar verder dan de tent. Daar troept een kladje lopers samen. Ik sluit aan bij de wachtenden voor me. De tijdsopname is elektronisch, de plaatsregistratie gebeurt kennelijk manueel. Mijn achtervolger – senior Jérôme Leduc – is tot het einde doorgegaan en komt met grote snelheid op het groepje ingelopen. Hij wringt zich voor me. Met een armbeweging zet ik hem weer op zijn plaats, dat is achter mij. “Jij begint Sagan-trekjes te vertonen” grinnikt Marie-Paule. “Het was tijd dat ik aan de streep was” knipoogt Nicolas als hij me opmerkt. Ik ben ook blij dat het weer achter de rug is. Als het parcours eens wat milder is, haalt de zon weer uit. En zo jakkert een (lopende) mens zich altijd af.
Na de wedstrijd ontrolt zich het gebruikelijke scenario. Met toch één wijziging: vanavond geen pain-saucisse maar een hotdog. De drankbonnetjes zijn op, we vertrekken naar huis. Die verplaatsingen verlopen ook altijd volgens hetzelfde stramien. In het komen erger ik mij over de bizarre routekeuze van de GPS. Op de terugweg moppert Marie-Paule over de “betere” keuze die ik maak. Via Pepinster rijden we door de Vesdervallei richting Luik. Dit is voor mij pure nostalgie op het parcours van mijn eerste en derde marathon. De herinnering blijft, de conditie van toen is geschiedenis. Nog enkele kilometers. Aan de Hallembaye liggen mijn trainingsroutes al in de duisternis…

(Foto 1 van Marie-Paule: samen met Nicolas Bynens voor de start. De lachende derde is Jean-Claude Odeurs, mede-organisator van de Challenge van de Provincie Luik.)

← Toon minder

Haneffe (CLAP)

vri 30/06/2017 19.30u * Haneffe (Cours la Province!) * 12,1 km * 00:58:53 * 12,3 * 67/145 * 4/14 * ♥♥♥

Ze vallen wel op in hun felrode tenue, de leden van de fanfare van Haneffe die voor de muzikale omlijsting zorgen op de jogging vanavond. Maar het is vooral de naam op hun vest die me intrigeert : “Royal Guidon Hesbignon”, Koninklijk Haspengouws Stuur. Een wielerploeg, zou je dan denken. Maar het is een fanfare… op de fiets. Hoe spelen ze dat klaar? Op foto’s zie ik dat de speler vanachter op een tandem zit. Hij kan zijn deuntje blazen terwijl de man op de eerste fiets trapt en stuurt. Vanavond spelen ze staand, aan het vertrek of in de grote tent op het dorpsplein. Want het is kermis hier op het Haspengouwse platteland, even ten zuiden van Waremme.

Lees verder →

Ik ben al vaker in Haneffe geweest, ook al omdat hier jaarlijks twee lopen worden georganiseerd, een in de zomer en een in de winter, vaak de laatste wedstrijd van het kalenderjaar. De zomerloop is het geesteskind van Pierre Olivier, de man achter de challenge Cours la Province!. (Er staat geen leesteken te veel, het uitroepteken hoort bij de naam.) Vroeger maakte de loop deel uit van de Challenge hesbignon. Maar daar staan ze op de exclusiviteit van hun wedstrijden en zo is deze loop van de Hesbignon-kalender geschrapt.
Aan de inschrijvingstafels zit heel wat bekend volk. Jos Biets en zijn collega Joseph Royer, de twee onafscheidelijken van de… Hesbignon. Patrick Renard en Fabienne. Marguerite Olivier, zus van (ook broer Philippe is ingeschakeld in de organisatie). En even verder… Kris en Maja. Zij delen t-shirts uit aan de jongste deelnemers. Maja heeft dan toch eindelijk wat rust ingelast om de blessure aan de adductoren te laten helen. Ze zal dus niet meelopen. Kris wel, maar hij zal zeker achter me eindigen – zegt hij – want hij heeft nog een 3000 meter van woensdagavond in de benen zitten. Dat is codetaal voor “maak je maar geen illusies, ik ga je ook vandaag kloppen”. Ze bereiden zich overigens voor op het Europees kampioenschap 5000 meter op de baan, in Denemarken. Excusez du peu…
Verandering van challenge of niet, het parcours is ongewijzigd. Zo ver ik dat nog kan beoordelen. De wintereditie loopt ook gedeeltelijk over dezelfde wegen, soms in tegengestelde richting. Ik heb bijzonder lang ingelopen. Minstens 4 kilometer en ik stel vast dat stukken van het parcours – dan nog de mooiste – uit mijn geheugen zijn gewist.
Haneffe is een typisch valleidorp dat zich langs een beek, de Yerne, uitstrekt tussen Harduémont en Donceel. Die namen zullen ook verder in mijn verslag voorkomen. De organisatoren hebben optimaal gebruik gemaakt van het natuurlijke reliëf en de kronkels in de bebouwing om een afwisselend en uitdagend parcours uit te tekenen. Dat meteen ook het tracé met de banale en de onaangename rechte betonwegen uit het dorpscentrum breekt.
Aangevuurd door de fanfare trekt het relatief kleine peloton zich om halfacht op gang. Bij de vertrekkers is ook voor het eerst dit jaar Etienne Vanderschelden. Zijn taak in het Hesbignon-organisatieteam en een voorzichtige opbouw na een heupoperatie hebben hem lange tijd langs de kant gehouden. Domenico Di Vito en Roland Vandenborne zijn zoals verwacht de sterksten bij de veteranen 3. Er zijn overigens 5 Vlamingen bij de eerste 6 in onze leeftijdsklasse. Na de eerste bocht en een smalle doorgang langs een dranghekken is er meteen ruimte om een geschikt plaatsje te zoeken in de loperssliert. Maar dat geldt ook voor mijn collega’s die me in trosjes voorbijlopen. We zijn al onmiddellijk in Donceel, dat overigens zijn naam heeft gegeven aan de fusiegemeente. Na een kleine kilometer worden we een donker pad opgestuurd. Dat blijkt de rand te zijn van een park waar we 4 kilometer verder weer doorkomen, maar dan aan de andere kant. We worden hier op een rij gedwongen. Ik moet mijn zwakker wordende ogen forceren om boomwortels en oneffenheden tijdig op te merken. Nu, vorige zondag was het een stuk erger… en na 400 meter – die langer lijken – komen we in het zonlicht. Ik schuif een aantal plaatsjes op en passeer onder meer Dominique Bertrand, nog een “régional de l’étape”. “Ingehouden voor zondag” – verklaart Dominique achteraf zijn matig tempo. Ik vermoedde het al, dan is er een Hesbignonloop in Thisnes. Op dit mooie stuk langs het open veld aan onze rechterzijde haal ik een gemiddelde van rond de 4’30”. Het is geen toeval dat ik meteen een voor mijn normen stevig tempo aanhoud en gekozen heb voor een extra lange opwarming. Ik wil de herinnering aan mijn belabberde training van woensdagavond uit mijn geest en lijf bannen. Na afloop zal moeten blijken of ik de juiste tactische keuze heb gemaakt. Na 2,5 km zijn we in het dorp Limont. Niet dat je zoiets opmerkt. Door de kriskrasbebouwing loopt het ene dorp in het andere over. Ik zie een loper in tegenovergestelde richting naderen. We zijn dus aan de rechthoekige lus gekomen – vergeef me deze geometrische draak – die in mijn geheugen is blijven plakken. De eenzame jongeman die me met krachtige tred tegemoet loopt tempert mijn eigendunk over een goed tempo. Die eigendunk wordt echter 700 meter verder, op het einde van genoemde rechthoek, weer opgekrikt als ik vaststel dat ik zelf hele drommen collega’s een flink eind heb achtergelaten. Om mijn plaats beter te situeren: in de uitslag haal ik nog net de eerste helft.
We lopen op een bochtige weg terug naar Donceel, dat is richting aankomst. Mijn tempo stokt, is het de eerste verzwakking na een degelijk begin of zuigt het beton meer kracht uit mijn benen? Dit deel ligt me niet echt, al heb ik wel daarnet het genoegen gesmaakt Richard Driesen in te halen. Na 4,2 kilometer komen we op de rechte betonweg die naar Donceel en van daaruit naar Haneffe leidt. Ik kan me lichtjes herpakken maar moet wel dulden dat Michel Bielen en een collega me passeren. Michel heeft de voorkeur gegeven aan een voorzichtige start, ik ben hem zelf in de aanvangsfase voorbijgegaan. Voor de “rechtdoor”-saaiheid toeslaat mogen we rechts inslaan. Ik loop nu alleen en kan in stilte genieten van het park en de historische hoeve waar we worden doorgestuurd. Een haakse bocht brengt ons weer op de rechte weg van daarnet. We worden snel naar rechts afgeleid, naar een smalle weg in asfalt. Die loopt al lichtjes omhoog. Na 200 meter gaat de klim gaat verder op gras. Ik moet harken om een zweem van snelheid te bewaren. Na 200 meter tussen het groen waar de zon niet kan doordringen, komen we uit op de Thier du Renard, een betonnen weg boven het dorp in het veld. De brede weg blijft tot halverwege omhooggaan. Hier had ik wel het gezelschap van een groepje op prijs gesteld. Ik moet nu alleen de kloof proberen te dichten op Anne Kerens. Zij is de enige die ik herken in het kladje lopers voor me. Het trainingsmaatje van Noël Heptia heb ik op een blauwe maandag (eigenlijk een zondag) kunnen kloppen. Ik heb hier wel een lichte “up” (in een wedstrijd met nogal wat lichte ups en downs zal ik achteraf concluderen). We draaien rechtsaf richting dorp – dat is intussen Haneffe zelf – op een aangename dalende strook tussen de bomen. Haneffe 1 Ik snel voorbij een lang opgeschoten dame – opzoekingswerk levert de naam Catherine Pirard op – maar de andere lopers in mijn gezichtsveld blijven buiten bereik. De stilte van de Haspengouwse akkers maakt plaats voor het kermisgedreun op het dorpsplein. Ik hoor een mannelijke stem ons met veel moeite de richting voor de lange en de korte wedstrijd toeschreeuwen. Maar hij heeft zijn standplaats wel heel slecht uitgekozen. Ik volg maar de grootste groep lopers voor me. Met een bord had hij zijn stembanden kunnen sparen. De weg van de 6 km-loop is dan nog versperd door fout geparkeerde auto’s. Een werkpunt voor de organisatie. In de kakofonie bij de wegsplitsing hoor ik ook mijn naam roepen. Dat moet Maja zijn.
Maar waar is Kris? Ik heb daarnet bij de bocht op de Thier du Renard even achterom gekeken maar zag het zwart-bruine Alkense shirt alvast niet in de 75 meter achter me. Die moet ver voor me uit lopen, anders had hij mij al lang ingerekend. Ik ben blij dat we na 300 meter bevrijd worden van de dorpsstraat in bijwijlen verhakkeld beton. Van hieruit heb ik verkend, ook de mooie asfaltweg, de Rue Nou-Route. (Is dat geen pleonasme?) Maar na 200 meter buigen we alweer rechtsaf om via een korte afdaling weer op de betonweg van daarnet uit te komen. Er zit systeem in de kronkels van deze 8 mijl. Want de officiële naam van deze wedstrijd is de “8 miles de l’Yerne”. Die 8 mijl, een fractie meer dan 12.800 meter, halen we bijlange niet. Dat van de Yerne klopt wel. Maar daarover dadelijk meer. Ik heb daarnet bij de opwarming toch niet helemaal het officiële parcours gevolgd want plots zie ik Didier Delbovier een honderd meter hoger opduiken en de andere richting uitlopen. Die heeft zo’n 600 meter voorsprong, reken ik later uit. Daarmee kan je hier op plaats 26 uitkomen. Ik zet mijn weg verder op de Rue Puits du Moulin. Mooie naam, rotweg. Maar zoals gezegd, de parcoursbouwers zijn vindingrijk en dus hebben ze een smalle strook onverhard voor ons in petto. Wel even links afslaan. Ik blijf intussen hangen op een twintigtal meters van de lopers voor me. Achter me is er weinig beweging… tot ik plots een stampend geluid hoor. Het zijn de voetstappen van… Kris Govaerts. Dus toch achter mij. Die moet echt een spurt hebben ingezet, zo snel is hij genaderd. Het is hier smal en mijn achtervolger moet al een manoeuvre uitvoeren om me voorbij te gaan. “Opzij gaan of niet” is nu de vraag. Ik blijf voorop lopen op het gevaar af dat ik de Truienaar enkele seconden ophoud. Ik ga hem toch geen cadeautje gunnen tijdens de wedstrijd. Hij krijgt al complimenten genoeg in mijn verslagen. Na 200 meter en een bocht naar rechts (die waar ik daarnet Didier Delbovier zag draaien) is de weg vrij. Dat is een helling van 300 meter. Het zweet spat van Kris zijn hoofd terwijl hij met kleine maar snelle stapjes mij en ook enkele lopers voor me achterlaat. Ik zelf kom ook wat korter op de verspreide lopers voor me. Ik moet wel mijn energievoorraad nauwgezet in het oog houden om niet stil te vallen. Recupereren op dit parcours is al even moeilijk als tuba spelen op een fiets. In het gehucht Harduémont is het fijn lopen. De weg daalt lichtjes, hier en daar zit er wel een bultje in. Aan km 8,7 bij een kruising staat een loper stil die mij eerder was opgevallen vanwege zijn fluogele stretchkousen. Zijn maatje wacht op hem. Krampen? Ik zou het niet weten want ik blijf niet wachten. Weer twee plaatsen gewonnen. Op de ruilverkavelingsweg die naar een nieuwe strook onverhard leidt geraak ik niet onder de 4’40”. Haneffe 2 De Limousin-koeien hebben zich van het midden van de weide naar de rand van de betonweg verplaatst, stel ik vast. Ze zien dus niet wat ik wel zie. Kris blijft doorduwen en het lijkt alsof Anne ook het tempo opdrijft. Dat klopt, bevestigt ze mij na de wedstrijd. We volgen nu even de loop van de Yerne. Dat is een bijriviertje van de Jeker. (Hopelijk nuttige informatie voor de kwissers onder mijn lezers. En die zijn er.) Een bruggetje aan km 9,6 brengt ons aan de andere oever van de Yerne. Hoewel de benaming “oever” misschien te veel eer is voor een beekje dat maar een meter breed is. We blijven een smal pad volgen tussen de akkers links en de weiden aan de kant van het dorp. Na 10 km krijgen we weer asfalt onder de voeten. En word ik ingehaald door een groepje onder wie de gele fluoman en zijn maat. Ik ben mijn twee gewonnen plaatsen alweer kwijt. We hebben nog 200 meter vlak te goed in een woonstraat. Maar we worden opnieuw het dorp uitgestuurd. Kris en Anne zijn definitief buiten schot. Voorsprong aan de streep: respectievelijk 1’30” en 30″. Er wacht nog een flinke uitsmijter met een klim van 1 kilometer. Het eerste deel is het steilste met een korte piek van 4%. Stilvallen doe ik niet maar meer dan overleven zit er niet meer in. Een jongeman die plots uit de achtergrond opduikt wil ook aan de rechterkant omhoog waar ik mijn inspanning lever. Ik moet even inhouden en ben dubbel geïrriteerd als hij bij de linkerbocht boven – we zijn even voorbij de helft – plots stopt en achterblijft.
Na een honderdtal meter vlak volgt een nieuwe bult. Is het hier niet dat Armand Pirotte mij in 2014 inhaalde? Ik wil deze keer revanche nemen door de “gele” man die al de hele wedstrijd met een kleine voorsprong voor me uit loopt eindelijk voorbij te steken. Dat lukt, in twee keer, zuiver op karakter. Maar dat heeft mijn concurrent ook en hij neemt weer de leiding. In de afdaling naar Haneffe kan ik weer wat tempo maken en geraak ik opnieuw in het spoor van de gele man. Maar die heeft nog een versnelling in huis en slaat me weer terug. Er ligt nog wat bochtenwerk te wachten, weet ik van mijn verkenning. We slaan af op een grindweg met gaten om de Ferme Schalenbourg te bereiken. Ze staan daar zelfs klaar met péket. Maar dat weet ik alleen van Marie-Paule. Die heeft nog tal van andere weetjes over de boerderij. De bevoorrading met sterke drank heb ik niet opgemerkt, ik ben alleen geconcentreerd op plaatsbehoud. Zonder succes want in de schaapstal – nog zo’n fantasietje in het parcours – loopt mij een duo voorbij. Het is nog even opletten om niet weg te glijden op de hobbelige hoeveweide. Eric Martin heeft wat gas teruggenomen in het laatste deel en eindigt vijf plaatsen voor me. In de laatste honderd meter op asfalt kan ik Catherine Pirard, de dame van de zesde kilometer, nog net achter me houden. Ik blijf ruim onder het uur en haal dus mijn bescheiden doelstelling. Ik heb voor mezelf bewezen dat ik nog kan afzien. De training van woensdagavond is alleen nog een nare herinnering.
Aan de Limburgse tafel onder de feesttent belonen we onszelf met een frietje. Domenico Di Vito laat zich uitbundig fêteren met zijn eerste plaats bij de veteranen 3. De geluksvogels onder ons trekken nog met een tombolaprijs naar huis. Weldra daalt de rust weer neer in Haneffe… tot morgen. Dan gaat de kermis verder.

(Foto 1 van een onbekende bron: Domenico Di Vito poseert met zijn prijs als winnaar in de V3-klasse.
Foto 2 van Marie-Paule: Nu eens geen lopers maar schaapjes voor de lens.)

← Toon minder