Maandelijks archief: juni 2016

Wanzoul

zat 25/06/2016 19.30u * Wanzoul (Challenge hesbignon) * 10,3 km * 00:50:07 * 12,3 * 98/262 * 7/18 * ♥♥♥♥

Ik ben samen met de Veldwezeltse spitsbroeders Jean-Pierre Immerix en Harie Roex in Wanzoul, een gehucht van Vinalmont dat zelf deel uitmaakt van Wanze. Dat is even ten noorden van Hoei. Voor mijn reisgenoten is dit de eerste kennismaking met dit pittoreske dorpje. Ik ben hier al vaker geweest voor een van de aantrekkelijkste lopen van de Challenge hesbignon. Toch laat ik niet na de laatste kilometers nog uitgebreid te verkennen. Het Waalse platteland is doorweekt door de overvloedige regenval van de laatste maanden. De onverharde stroken van het parcours zullen er hier ook wel modderig bijliggen. Niettemin kies ik voor mijn reguliere loopschoenen voor meer comfort op de goedlopende asfalt- en betonwegen in de dorpen. Zelfs in de grote feesttent op een weide tegenover het kasteel van Wanzoul is het zaak voorzichtig te bewegen op de glibberige ondergrond.
Enkele diehards die gisteren ook al in de Condruzien-loop in Ocquier aan de start stonden, zijn hier opnieuw van de partij. Patrick Renard, gisteren ook actief, neemt wel een dagje rust. Alhoewel, veel gemoedsrust is de sympathieke Remicourtois niet gegund. Een onverlaat is daarnet uit baldadigheid op zijn auto ingereden.
De zon, die tijdens de opwarming nog volop scheen, is verdwenen achter een dreigend wolkendek als we worden losgelaten op het gevarieerd lussenparcours van 10 km. We maken eerst een gala-rondje in het dorp, inclusief een eerste doortocht door het park van het kasteel van Wanzoul. Officieel draagt deze wedstrijd trouwens het predikaat “corrida”. Ik start vrij vooraan en word in de eerste honderden meters al meteen door tientallen collega’s voorbijgelopen. Niet echt bemoedigend maar ik maak me sterk dat mijn tijd nog wel zal komen. De tweede kilometer is meteen de snelste in 4’25”, hoewel we na 1400 meter tussen de plassen op een veldweg al meteen naar een goed spoor moeten zoeken. De donkere regenwolken van voor de start lossen intussen hun inhoud. Dikke druppels kletsen op ons neer. Ik vrees ook een ogenblik voor hagelstenen maar die blijven ons gelukkig bespaard. De laatste dalende meters naar de “Fonds de Roua” lopen over gladde en puntige keien. Ik herinner me plots mijn laatste deelname twee jaar geleden toen ik hier “bakkertje” Marc Lenaerts” zag sukkelen. (Marc is wel weer aan het trainen maar in wedstrijden heb ik hem nu al een hele tijd niet meer gezien… en gehoord.) Nu zelf neem ik deze strook ook op een sukkeldrafje. Wanzoul 1 Niet dat ik geen haast heb. Voor me zie ik de fluo-shirts van Mario Smolders en Stefan Meekers. En die werken, zoals bekend, bij mij als een rode lap op een stier. De twee zijn mij in het dorp al voorbijgesneld. Vooral Stefan gaat fel tekeer, hij laat ook Mario achter. Op het laagste punt van het parcours, na 2,8 km, nemen we een bocht naar rechts voor een streep van 1,2 kilometer door een bos en langs een steengroeve. Dat hier een groeve (van blauwe steen) ligt, merk ik nu pas voor de eerste keer op als ik een aantal enorme steenblokken zie liggen – speeltjes voor Obelix. Het kan natuurlijk niet uitblijven op deze ondergrond: ook hier versperren grote plassen de doorgang. Ik kies zoals vorige week voor de kortste weg door de plassen. Dat loopt goed af, ook al steek ik op een plaats bijna tot aan mijn middel in het water. Kris Govaerts, een van de diehards van vroeger in het verhaal, overkomt even later hetzelfde. Marcel Baeckelandt die mij voor de wedstrijd een korte briefing heeft gegeven over de staat van het parcours, is toch wat optimistisch geweest, stel ik vast. Na driehonderd meter is het ergste voorbij. De regen is intussen ook opgehouden. Na een nieuwe bocht aan km 4 mogen we gaan klimmen. Stefan moet hier bekomen van zijn voortvarende start. We zijn weer op weg naar het dorp, nu op een licht stijgende verharde weg. Terwijl ik de laatste meters op Mario dicht, vraag ik me af welk gewas hier rechts van ons geplant is. Ik gok op vlas. We krijgen een uniek uitzicht op een schitterende regenboog die uitgespannen is boven de graanvelden. De lopers op de voorgrond, de regenboog en de windturbines op de achtergrond: het zou prachtige plaatjes hebben opgeleverd. Maar de fotografen hebben andere uitkijkposten gekozen. Mario kan mijn tempo op de klimmende terugweg naar Wanzoul niet volgen en na de korte steile bult die we in de eerste ronde zijn afgelopen haal ik nog enkele lopers voor me in. We passeren opnieuw voor het kasteel waar de fans zich verzameld hebben.
We zijn voorbij halfweg, klaar voor de tweede lus van de “acht” die we lopen. Het parcours kronkelt door enkele smalle paden en straatjes. De eerste van die kronkels is Koen Vangrieken fataal. Samen met twee collega’s mist hij de afslag naar rechts en stoomt hij rechtdoor. Geen signaleur op dat punt? Maar Koen is een vaste klant van deze challenge en achteraf krijgt hij de plaats die hij verdiend heeft, de zevende. Als we weer zo’n steile puist hebben verteerd mogen we tempo maken op een vlak stuk van 600 meter naar Vinalmont. Wanzoul 2 Ik klamp mij vast aan een jongere loper die me heeft ingehaald. We draaien het dorp in waar de partij van Premier Charles Michel blijkbaar welig tiert, te oordelen naar het grote Maison Libérale dat we passeren. Bij de volgende bocht heb ik even de gelegenheid achteruit te piepen. Mario volgt twee plaatsen achter mij, op een kleine 50 meter. De dorstigen worden hier overvloedig gelaafd, we passeren al de derde of vierde bevoorrading. We zijn levend voorbij de begraafplaats geraakt en kunnen een tandje hoger schakelen in een afdaling langs de school. Ik loop nu voor mijn jongere collega en achter twee blauwhemden die we langzaam aan het inhalen zijn. Nog een goede 2 kilometer, weet ik van mijn uitgebreide opwarming. Ik word dus niet verrast door de route die zowel qua ondergrond als reliëf nog heel wat variatie te bieden heeft. Een zompige weidestrook – aan één kant vertrappeld door paardenhoeven – leidt naar de Ferme Sainte Anne. Na een scherpe afdaling volgen we even de N64, tot groot jolijt van een toeterende autobestuurder. We verdwijnen nu weer in het groen. Mijn tempo stokt op de smalle, donkere en moeilijk beloopbare Ruelle Babelle. Mijn jonge kompaan Olivier heeft me hier in de steek gelaten en zal nog verscheidene plaatsen opschuiven. Het pad leidt naar het Château de Vinalmont waarvan ik alleen de muur heb opgemerkt bij de opwarming en waar we plots verblind worden door de zon. Mijn verkenning komt hier goed van pas, ook op het volgende steil aflopende betonpad tussen de weiden. Wanzoul 3 Fotograaf Eddy Defrère heeft beneden een plaatsje in de zon gevonden voor de beste belichting. Met die belichting en het ideale standpunt was hij al bezig tijdens mijn opwarming. In de volgende 600 meter, eerst op het gras, dan op het asfalt, kan ik het tempo weer opschroeven. Een van de twee blauwhemden, Gregory Grandmaison, heb ik ingehaald. Met de tweede, Stéphane Riga, vat ik de laatste klim aan naar het kasteelpark. Op de helling van meer dan 10% ga ik zowaar voorbij Stéphane maar die passeert me opnieuw als we het park indraaien, niet zonder me nog even te hebben aangemoedigd. Niet minder dan vijf fotografen leggen onze laatste meters door het park vast. Nog twee scherpe bochten door de kasteelhoeve en we zijn weer aan de caravan van Claudy Dechanet. (In de caravan bevindt zich de tijdsregistratie-apparatuur en Claudy is de big boss van deze challenge.) Ik ben best tevreden over mijn loop. Maar tijden liegen niet. Ik moet 2’30” prijsgeven op Mark Geyskens die een plaats voor mij eindigt in het V3-klassement. Ik speel niet meer mee in de voorste regionen. Het zij zo.
Na de douchebeurt onder een tentje is het tijd voor een Ciney. (Het kan niet altijd Leffe zijn.) Als de winnaars hun prijs hebben afgehaald en de tombola zijn beslag heeft gekregen, worden de tafels aan de kant geschoven om de houten dansvloer vrij te maken. Die wordt snel ingepalmd door Limburgse feestvierders. De disk-jockey speelt zowaar een Duits nummer en Jos Biets schudt enkele swingende bewegingen uit zijn imposante body. (Misschien) meer op de sociale media…

(Foto’s Eddy Defrère. Foto 1: Stefan Meekers. Foto 2: Koen Vangrieken weer op de goede weg. Foto 3 van Carine Heyne: De laatste meters in het kasteelpark.)

Hermalle-sous-Huy

zon 19/06/2016 10.30u * Hermalle-sous-Huy (Challenge Cours la Province!) * 14,2 km * 01:19:46 * 10,8 * 72/159 * 5/10 * ♥♥♥

“Kan het nog erger dan in Modave?” is de vraag die me ik mezelf stel zondagochtend als ik mijn trailschoenen aantrek op de parking van de Ecole Communale van Hermalle. Even verklaren: Modave, de Condrusien-loop in het begin van dit jaar, stond tot nu toe in mijn geheugen gegrift als de modderigste aller Waalse lopen waaraan ik al heb deelgenomen. Anderhalf uur later is het antwoord op mijn vraag een ondubbelzinnig “ja”. De plaats des onheils is Hermalle. Het dorp heet dan wel “sous Huy” (om het te onderscheiden van gelijknamige plaatsen, onder meer bij Visé) maar hoort eigenlijk bij Engis.
We staan met een relatief klein peloton klaar voor de 14 km (er is ook een 8km-loop in – voornamelijk dalende – lijn), ook al is er op deze zondag geen concurrentie van andere lopen in de buurt. We worden op pad gestuurd met de boodschap voorzichtig te zijn. Ik heb voor het eerst de volledige uitleg van de speaker zonder probleem kunnen volgen. Servais Halders staat waarschijnlijk wat verder van de omroeper af… Ik vertrek vrij achteraan in het pak in de buurt van een Jack Russell die zijn baasje voorttrekt. Zo lijkt het alvast. Achteraf bekeken vraag ik me af hoe deze kortpotige viervoeter de natte tocht heeft overleefd. Oh ja, honden zijn goede zwemmers. De eerste kilometer loopt over de hoofdweg van het dorp. We worden uitgewuifd door Armand Pirotte, de plaatselijke notabele (en veteraan 3 in zijn vrije tijd) die blijkbaar niet meer bij de organisatie is betrokken. Ik pas mijn tempo aan dat van mijn buren aan. Die schijnen te weten wat op hen afkomt en ik volg wijselijk hun voorbeeld. Een scherpe bocht naar rechts na 1,3 km leidt ons naar een smal en donker paadje achter een bomenpartij en is meteen het begin van een tweetrapsklim van 4 km. Ik klim naar boven in het gezelschap van Stefan Meekers, Maja Van Zand (met een modieuze kinesiotape op de kuit) en Carine Munaut. Het pad leidt naar het bos boven Hermalle. Daar duikt al meteen een korte maar steile en gladde afdaling op. Supporter Guido Vrancken die hier een wankel evenwicht probeert te bewaren langs het pad, bezweert me het touw vast te grijpen dat hier tussen twee bomen is gespannen. Een attentie van de organisatie voor de minder lenige en minder jonge deelnemers. Ik laat me naar beneden glijden. Nog even een hachelijk moment om het beekje over te steken over een smalle balk en dan kunnen we er echt aan beginnen. Ik word nu geëscorteerd door twee Speelhofrunners, Richard Driesen en Mario Smolders. Op een vlakker gedeelte zie ik Richard enkele keren wegglijden op de doorweekte ondergrond. Hermalle 1 Richard heeft geopteerd voor zijn doordeweekse loopsloffen. We zullen in de loop van dit verslag nog terugkomen op zijn keuze. We krijgen nog even een strookje asfalt van een halve meter achter een lint voor we weer het bos worden ingejaagd. De looproute is smal, ongelijk en ontieglijk steil. Ook hier zijn koorden gespannen waarmee we ons naar boven zouden kunnen hijsen. Maar ik heb hier voldoende grip om op pure beenkracht boven te geraken. De hele sliert lopers is hier uiteraard op stapmodus overgeschakeld. Dat betekent 8 minuten voor de vierde kilometer. Op de zachtere stroken trekt Mario zich wat sneller op gang en neemt zo een kleine voorsprong. Na 4 km laten we het bos voorlopig achter ons op weg naar het gehucht Aux Granges waar we drank en een portie loeiende muziek krijgen aangeboden. Ik ben op het asfalt – het blijft hier klimmen met zo’n 3-4% – weer naar Mario toegeslopen en neem zelfs enige voorsprong. Richard heeft de laatste maanden blijkbaar in Kenya getraind en verrast met enkele tussenversnellingen.
Km 5: zo te zien zijn we boven. Ik maak even van de gelegenheid gebruik om te genieten van het panorama over de Maasvallei rechts van ons. Ik wil niet zo nodig van Mario weglopen maar ik heb intussen Pasquale Ruberto in de smiezen gekregen. En daar wil ik wel naar toe. Mijn v3-maatje heeft zo’n honderd meter voorsprong en lijkt een soepele cadans aan te houden. 700 meter verder verlaten we de weg en krijgen we een veldweg voor de voeten. Het is hier precies drassig. Ik heb net naar mijn gevoel een goede fase achter de rug maar zal ik dat tempo kunnen aanhouden? Mario is intussen wel weer komen aansluiten. De veldweg verandert plots in een modderbaan. Ik zoek behoedzaam naar de meest beloopbare strook maar Richard heeft geen boodschap aan voorzichtigheid. Hij zwiept van de ene naar de andere kant kant van de weg, molenwiekend om zijn evenwicht te behouden. Een nieuwe zigzagbeweging wordt hem evenwel fataal en hij schuift weg in de smurrie. Maar hij doet dat met stijl: met beide knieën over de zachte ondergrond. Denk aan het beeld van een scorende voetballer die over de grasmat glijdt. We ploeteren verder over een nat grasland waar Mario plots voeling verliest.
We zijn nu halfweg, km 7. Als dank voor de inspanningen die we al geleverd hebben mogen we een rondje draaien in het park van het Château de Magnery. Je moet het ze nageven, de organisatoren van de Waalse joggings. Ze laten je graag kennismaken met de pareltjes van de streek… en ze onderhouden goede contacten met de eigenaars van mooie privédomeinen. Hermalle 2 De twee lopers voor me groeten de kasteelheer (?) die staande voor de witte voorgevel van het 18de eeuwse gebouw ons de weg ziet inslaan naar… de hel. Ik zet mijn inhaaljacht op Pasquale verder, zonder veel resultaat. Het wordt er niet beter op als na enkele relatief vlakke kilometers het bospad weer begint op te lopen. Op de 500 meter lange helling met percentages tot 5% voel ik de stenen en keitjes door de zolen van mijn trailschoenen priemen… en vooral mijn benen pijn doen. Ik voel de snelheid afzwakken en even later de adem van Mario in mijn nek. Km 9, ik kan langzaam beginnen af te tellen, de heuvels liggen achter ons. We zijn nog steeds in het bos. Wat dan volgt, tart alle verbeelding. Een kilometer lang spoor van slijk en brede plassen. Wie de smurrie wil vermijden loopt zich vast tussen de bomen en verliest uiteindelijk nog meer tijd. We trappelen dan maar door de plassen. De omgewoelde bladercompost verspreidt op de koop toe een kwalijke geur. In deze slijkellende worden we ongewild opgevrolijkt door Richard die de vreemdste capriolen uithaalt en uiteindelijk tot aan zijn fluoscerend shirt in een plas glijdt. Maar hij heeft wel de beste en soepelste benen. En eenmaal hij weer vaste grond onder de voeten voelt, is hij de pijp uit. En Pasquale, die loopt van langsom sneller. “Déchaîné” ontketend, zo voelde hij zichzelf. Als ik weer eens door een plas wil waden blijkt die zo diep voor mijn korte benen dat ik haast mijn schoen verlies. Ik ben even alle snelheid kwijt. Mario baggert verder en slaat in luttele seconden een bres van twintig meter. Fotografe Carine Heyne heeft zich ver in de jungle gewaagd om spectaculaire beelden te kunnen schieten van onze ploeterpartij. Daarbij geholpen door de extravagantie van een jonge snaak die een duik maakt in een troebele plas. Haar collega Pierre Jadot wacht ons verder op waar de route begaanbaar is voor hem en beloopbaar voor mij.
Ik heb de achtervolging ingezet op Mario maar die heeft ook nog reserves en boet voorlopig geen meter in op een lang recht stuk. In een scherpe bocht naar links zie ik niemand achter me, ik voer een eenzame strijd. Km 12: de weg gaat steil naar beneden. Ik haal nu alles uit de kast. Met een snelheid tegen de 15 per uur op een rotsige ondergrond zijn mijn Salomons niet echt comfortabel schoeisel. En ik blijf beducht voor een schuiver op de gladde zolen. Ik ben wel tot op een vijftiental meter genaderd. Er zit een kleine bult in het parcours. Voldoende om de kloof te dichten met een korte temposnok. Aan km 12,5 ter hoogte van een hoeve – we komen weer tussen de mensen – ben ik bij Mario. We leggen samen de volgende halve kilometer af. We gaan voorbij twee dames – dat moeten nog achterblijvers zijn van de 8 km – en volgen even de rijweg voor we een veldweg worden ingestuurd. Ik heb een klein stukje vooraf verkend maar heb geen idee hoe de laatste 800 meter na een rechtse bocht eruitzien. Wel, die zien er niet fraai uit. Opnieuw modder en plassen. En ik moet nogmaals mijn meerdere erkennen in mijn gezel uit Kerkom die – ondanks of dank zij zijn zwaardere lichaamsbouw – meer houvast heeft in de blubber en het lichtgewicht uit Heukelom achteruit slaat. Een achterblijfster van de 8 km gaat opzij voor de Speelhoflocomotief maar sukkelt weer naar het midden van het pad als ik eraan kom. Weer een seconde verloren. Achter me gaapt de leegte. Geen reden om nog gek te doen in de laatste meters.
Oef, daar moeten we even van bekomen. Toch zie ik vooral lachende gezichten aan de finish. Guido Vrancken kijkt wel zorgelijk. Voor hij zijn tanden zet in een verse hamburger meldt hij mij dat Servais Halders drie maal ten val is gekomen. Geraakt aan het hoofd, de schouder, de knie. “Stelt niet veel voor” aldus Servais een dag later. Maar de flink gezwollen enkel zal hem waarschijnlijk zo’n tiental dagen op inactief zetten. En dan nog zestiende, in gezelschap van zijn dorpsgenoot Kris Pipeleers. Dertien minuten sneller dan uw dienaar. Valère Sauwens geraakt in de kleedkamer niet uitgepraat over de hem onbekende Voerenaar. De reacties na de wedstrijd lopen overigens uiteen van “hier zien ze me nooit meer” (Benny Stulens) tot “hier moet je alleen meedoen om je te amuseren” (Gaetano Falzone). Nu, voor mij is dit er ook over. We hebben het meegemaakt en kunnen er een stukje mee vullen, maar voor mij zal het vermoedelijk ook bij deze editie blijven. Serge Massin, de fietser die voor het peloton uitrijdt, is trouwens pas als derde binnengekomen. Na Patrick Philippe en Freddy Loncar. Afgezien van de omstandigheden schat ik mijn prestatie een streepje lager in dan vorige week. Ik haal nog wel de eerste helft van het deelnemersveld maar zie achter me een aantal betere collega’s die vandaag bewust hebben ingehouden. Kris Govaerts voelt zich vandaag zelfs niet echt vermoeid. Faut le faire! De Tongenaren Jo Vrancken, Benny Stulens en Christophe Castermans eindigen samen op plaats vijf, zes en zeven. Stijn Vanderbeuken loopt binnen op plaats 21.

(Foto’s Carine Heyne. Foto 1: Servais Halders en Kris Pipeleers, rechts, in de blubber . Foto 2: Maja Van Zand en Carine Munaut, in het oranje. “In Hermalle is een modderbad gratis”, aldus Maja, “we zullen er dus maar van profiteren.”)

Fallais

zon 12/06/2016 10.15u * Fallais (Challenge hesbignon) * 13,5 km * 01:08:47 * 11,8 * 89/253 * 6/18 * ♥♥♥♥

Fallais is een deelgemeente van Braives ten zuiden van Hannuit en Waremme. Daar bevindt zich het imposante middeleeuwse kasteel waar Karel de Stoute in 1465 een ontmoeting had met de toenmalige prinsbisschop van Luik, Louis de Bourbon. Bijna zes eeuwen later troepen hier 253 licht geklede mannen en vrouwen samen voor een wedstrijd om ter snelst 13 kilometer over berg en dal te lopen. De oudste aanwezige is ook de meest opvallende: Jacques Detaille. Hij is gekleed in een vuurrode uitrusting. Op zijn grijze hoofd draagt hij een pet met een lange klep. Is hij de nar van het gezelschap? Of hij is liefhebber van een balspel dat voetbal wordt genoemd?
Maar keren we terug naar de 21ste eeuw. Fallais is de achtste wedstrijd van de Hesbignon challenge. Van mijn twee vorige deelnames, nu al vijf en zes jaar geleden, herinner ik me alleen nog het kasteel en de aankomstzone. Voor de start vult Mario Smolders de lege plekken in mijn geheugen op met een beschrijving van het parcours. Zijn tips moeten mij enig houvast bieden in wat verschillende bronnen als de moeilijkste loop van het Hesbignon-circuit beschrijven. Van houvast gesproken, het heeft de voorbije dagen overvloedig geregend en een modderig parcours is het meest waarschijnlijke scenario. Eén troost hebben we achteraf: een stortbui boven Fallais is zo vriendelijk om te wachten met vallen tot na de loop als we ons tegoed doen aan een Leffe of Chouffe.
We zijn eraan begonnen. Ik zit onmiddellijk in bekend gezelschap. Van Jules Kempeneers en Pasquale Ruberto. Even later duikt Kris Govaerts langs me op. Hij talmt niet en ik moet de ochtendlijke lethargie uit mijn benen schudden om hem te kunnen volgen. Want dat is alvast mijn bedoeling. Fallais 1 Voor meer nieuws over Jules en Pasquale zal u wel moeten wachten tot het einde van dit verslag. Na anderhalve kilometer heeft de loop al een eerste dodelijk slachtoffer geëist: een huisjesslak, verpletterd onder de voet van een Haspengouwse snelheidsduivel. Voor mij loopt het lekker op het Ravel-fietspad. Ik neem zelfs wat voorsprong op Kris maar onderdruk elke aandrang om die voorsprong uit te diepen, bewust als ik me ben van de uitdagingen die ons nog wachten. En gelijk heb ik, stel ik even later vast, als we het asfalt verlaten en een kronkelend graspad inslaan. Kris voelt zijn crossbenen kriebelen en gaat me weer voorbij. Ook ene “Benji” die ons in die eerste kilometers gezelschap houdt, passeert me. We lopen door een smal steegje tusse enkele huizen. We zijn intussen in Fumal. Het begint al snel te klimmen. Even een blik op mijn Garmin. We zitten rond km 4. Daar is de eerste klim, een “muur” in de beeldrijke beschrijving van Mario. In de eerste meters, nog tussen de huizen. schakelt Kris op een hoger beenritme over en neemt hij afstand. Hij gaat voorbij de dames Sophie Theys en Camille Motte en enkele mannelijke collega’s. “Benji” blijft ook achter. Voorovergebogen probeer ik de stijgingspercentages tot 14% te overwinnen. niet zonder succes: ik ga het groepje ook voorbij en volg nu als eerste achter Kris. Maar de twintig meter, die ik hier achter lig, zal ik niet meer kunnen goedmaken. Integendeel. Een slijkerige passage in het bos slaat me nog verder achteruit. Kris voelt zich hier in zijn sas, zoals Camille Motte trouwens die me opnieuw voorbijgaat. Ik probeer aanvankelijk mijn nieuwe schoenen te sparen en loop rond de grootste plassen. Maar dat kost niet alleen tijd maar daardoor kom je op de glibberige schuine kant terecht waar het risico op uitglijden nog groter is. Ik volg dan maar het voorbeeld van Camille die recht door de plassen loopt. “Tant pis” (Nederlandse lezers: dit moeten jullie niet in het Nederlands lezen!) voor mijn schoenen. We zijn nu op weg naar Huccorgne, in de vallei van de Méhaigne. Middels een scherpe afdaling op een open pad in het bos. Ik daal redelijk en houd mijn positie min of meer vast. Ik voel wel een plotse windstoot als Domenico Di Vito mij met grote halen voorbijraast. Domenico heeft gisteren in een drukkende temperatuur de Aterstaose Jogging in het Kevie-natuurgebied in Tongeren afgewerkt en is vandaag rustig van start gegaan. Blijkbaar zijn de benen goed gerodeerd en is hij nu aan een inhaaljacht begonnen. Die brengt hem tot net achter maar niet voorbij Kris. We zijn nauwelijks in de vallei of daar duikt weer een nieuwe bult op, kort maar weer verdomd steil. Oh ja, dit zijn de “crêtes falaisiennes” (de heuvelkammen van Fallais). Een mens staat vooraf niet altijd stil bij de naam van een loop. We lopen in een prachtig groengebied. Twee smalle bruggetjes leiden ons over het riviertje, de Méhaigne. Ik probeer nu en dan even opzij te loeren naar het natuurschoon dat de vallei en de kammen te bieden hebben. Maar je kan hier toch het best geconcentreerd blijven op de hobbels en kuilen voor je… en de wedstrijdontwikkelingen blijven volgen. Bijvoorbeeld dat Domenico het duidelijk moeilijker heeft op de hellingen dan in de afdalingen. Ik zal hem tot aan km 12 voor me uit zien lopen. Ik ben nog altijd in de buurt van de twee dames Sophie Theys en Camille Motte, de ene “Senior Dames”, de andere “Aînée 2” en dus niet rechtstreeks met elkaar in duel. De ene keer ga ik voorbij Camille, dan weer schuift Sophie mij voorbij. We zijn aan de tweede klim in het bos. Enkele bijzonder steile stukken en mildere stroken. Het gemiddelde op km 8 en 9 zakt naar 10. Dat blijkt in dit gedeelte van het peloton voldoende om mijn plaats te behouden. Camille moet hier achterblijven, ook Sophie klimt minder snel. Ook voortdurend in mijn omgeving is senior François Fiasse die mij na een viertal kilometer met veel bravoure is voorbijgesneld maar zijn inspanning niet kan volhouden. Fallais 2 Met ontbloot bovenlijf perst hij er enkele tussenversnellingen uit, op de hellingen meestal gevolgd door een stappauze. Aan km 9 zijn we eindelijk bevrijd van de helling en – voorlopig althans – van het onverhard. Op een ruilverkavelingsweg probeer ik het tempo op te schroeven maar dat is niet voldoende om mijn jongere collega’s zoals Sophie voor te blijven. Die haalt ook een andere dame in, Audrey Jadin, ook een Senior Dames. En dat is wel een rechtstreekse concurrente. Zodra de blauwe (Audrey) de rode (Sophie) opmerkt, plaatst die een versnelling om haar rivale terug te slaan. Hier eindigt noodgedwongen mijn ooggetuigenverslag van het gevecht om de derde plaats in de jongste damescategorie. Beide juffrouwen zijn sneller dan uw oude correspondent (de op één na oudste in het deelnemersveld van 253). Ze verdwijnen dadelijk in een boomrijke zone waar ze aan mijn gezichtsveld onttrokken zijn. Ik zie ze terug in de laatste lijn op weg naar de sporthal van Fallais. Audrey haalt het nipt voor Sophie. Zo, dat weet u dan ook weer.
Terug naar mijn wedstrijd. Ik win een plaatsje in ten nadele van een loper die een shirt draagt van de “Bestorming van Alden Biesen”. “Ben je een Limburger?” vraag ik. Geen reactie. Ik herhaal mijn vraag. Een licht gegrom is het enige geluid tussen de velden. Met de volstrekt nutteloze wetenschap dat de man een Franstalige is, zet ik mijn weg voort. Ik zie Kris nog steeds voor me uit lopen. Bij het verlaten van de Rue de Molu kan ik het verschil opmeten. 50 seconden, dat is te veel, veel te veel, om nog aan een terugkeer te denken. Benieuwd of ik de kloof in de perken kan houden. Neen, dat kan ik niet: an de finish heb ik 1’40” en 16 plaatsen achterstand. Halverwege de tiende kilometer draaien we een graspad in. Het tempo wordt opnieuw geremd door vettige plekken. Ik hang op een tiental meter achter een groepje waar afwisselend Domenico of Audrey de kop nemen. Ze lopen voorlopig niet van me weg maar ik kan ook niet dichterbij komen. Het is een typische landbouwweg met twee sporen. Bovendien liggen wortels van de populieren langs de weg op de loer om ons pootje te lappen. Het pad leidt naar een varkensstal, midden in de velden. Is het om het typische parfum van de varkenskwekerij te ontvluchten dat de lopers voor mij het tempo verhogen? In elk geval, ik ben het contact met het groepje kwijt. Ik moet nu in de buurt zijn van een gevaarlijke afdaling. Daar is het bordje met de waarschuwing. De weg daalt, het is donker onder een dicht bladerdek. Verrek, dat is weer de “chaussée romaine”. In Pailhe was hij uit het parcours weggelaten, hier ligt hij weer te grijnzen met zijn dikke, glimmende kasseien. Maar ik vind een Finse piste-achtig strookje grond aan de linkerzijde. Ik ga behoedzaam naar beneden. Het vooraf gevreesde plaatsverlies komt niet uit. Slechts één loper gaat me (opnieuw) voorbij, de “bestormer van Alden Biesen”. Ik heb nu even geen tijd om nog eens een poging tot een gesprek te doen. Het blijft dalen, nu op een smalle maar redelijk beloopbare strook tussen twee hagen. Ik hou een snelle loper op die me nog even aanmoedigt als we weer op een breder pad komen waar hij me voorbijgaat. Het pad wordt almaar schuiner en gladder. De jongeman voor me neemt wat te veel risico en glijdt uit. Fallais 3 “Jeugdige overmoed” denk ik. Een seconde later schuif ik zelf met mijn rechterflank in de modder. Geen erg en ik kan “ça va” melden aan de man voor me die alweer zijn weg voortzet. Maar ik vind geen houvast meer en verlies een twintigtal seconden voor ik weer vaste voet aan de grond krijg. Weg, snelle slotkilometer. De laatste loodjes wegen… het lichtst. Zacht bergaf en vlak. We nemen een U-bochtje op een kleine 200 meter van de finish. Op korte afstand achter me merk ik Pasquale Ruberto op en even verder Landenaar Peter Salmon en Speelhofrunners Richard Driesen en Mario Smolders. Pasquale heeft mij tijdens de loop meestal in het vizier gehad maar ik heb nog wel de benen om hem voor te blijven bij de veteranen 3. Wel moet hij zijn beoordeling van voor de start aan de aankomst bijstellen van “relatief gemakkelijk” naar “zwaar”. Mario had het voor de moeilijkheidsgraad van deze Hesbignon-manche wel bij het rechte eind. Alleen zijn bewering dat hij vandaag “op ralenti” ging lopen – want stilaan aan een rustperiode toe – neem ik met een korreltje zout… Iedereen bereikt heelhuids de sporthal, ook Jules Kempeneers die van kop tot teen onder het slijk zit na een tuimelperte (Nederlandse lezers: zie het Vlaams Woordenboek). Nog enkele andere collega’s dragen de sporen van de Haspengouwse leemgrond. Ikzelf ben na 1:08u over de blauwe tijdsregistratiematten gelopen onder het goedkeurend oog van aankomstrechter Jos Biets. Ik zie hem vandaag voor het eerst in zijn knap Challenge hesbignon-polootje (XXL). 11,8 gemiddeld op dit door het reliëf en de omstandigheden uitdagende parcours. Dat is OK voor mij. Voor jullie ook, hoop ik…

(Foto’s Louis Maréchal. Foto 1: Deze vier hebben er zin in. Van links naar rechts: Bea Strauven, Michel Ruymen, Maja Van Zand en Carine Munaut. Foto 2: Kris Govaerts heeft het hazenpad gekozen. Ik volg hier nog op een twintigtal meter. Foto 3: Met senior François Fiasse. Senior, voor niet-ingewijden, is in joggingtermen een jongere. Mijn blitse schoenen zullen even verder in de modder gedoopt worden.)

Huy Night Run

zon 03/06/2016 20.15u * Huy Night Run * 10 km * 00:48:26 * 12,5 * 461/1668 * 10/44 * ♥♥♥♥

“Een mooie wedstrijd” heeft Servais Halders me al gezegd op training als ik mijn wedstrijdplanning voor de volgende weken uit de doeken doe. Ik ga voor het eerst naar de Night Run in Hoei, een traditierijke loop met veel volk en ambiance en mijn categoriegenoot Armand Pirotte als speaker. Jammer genoeg blijkt Armand dit jaar de micro te hebben doorgegeven aan een jongere collega. Ik trek naar Hoei in het gezelschap van Willy Hertogen die deze wedstrijd als oudgediende van de Challenge van Luik al vaak heeft betwist. Ik kan hem toch nog verrassen met een snellere autoroute naar de Maasstad. We worden vergezeld door onze twee echtgenotes, we kunnen dus al niet te laat thuiskomen. De Night Run is een absolute publiekstrekker in het Waalse joggingcircuit. Hoei 1 Dit jaar vestigen ze zelfs een record met meer dan 3000 deelnemers voor 3 wedstrijden. Jong en oud is hier, jammer genoeg horen wij bij “oud”, meer nog, bij “oudst”. Met mijn naamgenoot verken ik de eerste en de laatste kilometers in de stad. Ik herken het grootste gedeelte van de route van mijn deelname aan de Kerstcorrida in 2014. Van het parcours weet ik verder dat er een stevige helling op ons wacht na enkele kilometers. Willy schat die op een kleine kilometer. Als ik er na een kwartier aan bezig ben wordt me duidelijk dat de klim heel wat langer is. Ik had het moeten weten: de Maashellingen in deze regio zijn zo’n drie kilometer lang. Ik blijf opwarmen tot kort voor de start in de hoop me vanuit de achterste rijen een weg te kunnen banen naar voren. Maar dat is zo goed als onmogelijk. Maar liever van achteren vertrekken dan een kwartier onbeweeglijk te moeten wachten. Ik weet uit ervaring dat ter plaatse trappelen nefast is voor mijn rechterbeen.
22 seconden na het startschot passeer ik de startlijn, daarna gaat het nog enige tijd in slow-motion verder. Bewegingsruimte krijgen we pas op de brug over de Maas na 300 meter. Op de 600 meter lange strook langs de rivier waar we hoog boven ons aanmoedigingskreten horen vanuit de appartementen kan mijn wedstrijd beginnen. Maar de veteranen 3 die ik voor de wedstrijd heb kunnen groeten – Noël, Paul, Claude, Albert en anderen – zijn dan al nergens meer te bespeuren. Na een tweede passage over een Maasbrug komen we opnieuw voorbij de vertrekplaats op de aangename Avenue Delchambre (tenminste wanneer er geen auto’s rijden). Na 1,7 km verlaten we de rechte lanen en beginnen we aan een licht golvende kilometer door de stad. In een flits herken ik onze twee meegereisde fans die ons na een veertigtal minuten terug verwachten in het stadscentrum. Zij hebben zich dan al te goed gedaan aan een “burger” in de Quick die uitnodigend op de startlaan ligt. (Dat van die “burger” is een veronderstelling van mij). Ik blijf intussen plaatsen goed maken maar word zelf wel voorbijgesneld door veteraan 3 Bernard Marotte. Gemakkelijk te herkennen in zijn oranje plunje en dito pet. Bernard is de ideale gangmaker in de drukke stoet lopers voor me. Hij houdt er een pittig tempo op na – rond de 4’30” – en ik moet geregeld een tussenspurtje van enkele meters trekken om zigzaggend tussen de collega’s in zijn spoor te blijven. Maar na 3 km is zijn “Sturm und Drang”-periode voorbij en neem ik afstand. “Ga maar, het begint hier dadelijk te klimmen” geeft hij me nog mee, weliswaar in de taal van Molière. Eerst een korte maar steile puist, dan nog even een afdaling voor we echt beginnen aan de klim die volgens Willy een kleine kilometer lang is. In die eerste meters haal ik mijn gemeentegenoot in die moeizaam naar boven klautert. Op een steile strook (rond de 10 %) ga ik voorbij Michel Mancini. Ik heb dus nu pas mijn “startachterstand” goedgemaakt. Na elke bocht vermoed ik het einde van de klim maar ik moet mijn verwachtingen telkens bijstellen. Tot het begint te dagen dat we hier naar boven klauteren op de Maashelling. Hier en daar biedt het wedstrijdprofiel enig soelaas, een stukje vlak of een streepje afdaling. Niet dat ik hier aan het sterven ben. Ik heb een mooi klimritme gevonden. Mijn enige zorg is of ik straks op het vlakke nog reserves zal hebben. Na 5,7 km ben ik dan eindelijk boven, na wat ik als een pittige maar afwisselingsrijke klim zal beschrijven.
Het gaat onmiddellijk fiks bergaf. Ik mag hier nu geen tijd en plaatsen verliezen die ik in de voorbijgaande kilometers met veel energieverbruik heb gewonnen. Hoei 2 Ik ontsnap aan twee gevaarlijke bewegingen van roekeloze collega’s en begin met redelijk frisse benen aan deel twee van de Night Run. Het is overigens nog klaar genoeg en de paden en wegen zijn goed beloopbaar zodat ook de minder soepele loper (lees stijve hark) die dit verslag doorseint ook veilig de finish kan bereiken. We lopen door de woonwijk Les Golettes, hoog boven de Maasvallei… en met zicht op de koeltorens van de kerncentrale van Tihange. Zouden de jodiumpillen al uitgedeeld zijn of toch maar beter “Tihange abschalten” zoals ik het gisteren op enorme spandoeken las in Aken. Nu, ik haal mijn energie uit koolhydraten en hoop dat mijn voorraad volstaat voor de volgende kilometers. De weg kronkelt naar beneden, naar Tihange-dorp. Ik herken de toegangspoort van het kasteel Poswick: daar deden we de laatste foulées in de gelijknamige loop in maart. Het blijft goed vooruitgaan, het voornamelijk dalende profiel geeft wel een stevige duw in de rug. Maar wat heb ik nog in de tank op de lange weg door Tihange? In elk geval, voldoende om onder de 4’30” te blijven in de vlakke negende kilometer. De inboorlingen zijn naar buiten gekomen en vooral de jongsten moedigen ons fel aan. De opeenvolgende bochten kondigen de nabijheid van het stadscentrum aan. Ik verlies wat tijd op weg naar de Avenue Delchambre, waar we al voor de tweede keer passeren. We kunnen ons opmaken voor de blijde intocht in le vieux Huy. De sfeer is uitbundig in de kronkelende straatjes van het centrum. Ik lever wel nog enkele plaatsjes in. Ik zet de spurt in op zo’n 300 meter van de finish. Het gebeurt niet elke week dat je je beste beentje (bij mij is dat het linker) kan voorzetten tussen dikke hagen uitbundige toeschouwers. Nog even schrikken als ik in de laatste flauwe bocht voor de streep bijna van de sokken word gelopen door een stoer gebouwde achtervolger. Ik sluit de race af met een gemiddelde van 12,5. Daarmee beschouw ik mijn uitstap naar Hoei als geslaagd.
We schuiven in dichte drommen door de nauwe straatjes. Het is drukkend weer. Sportdrank, mineraalwater en Lipton Ice Tea zorgen voor de eerste aanvulling van het verloren lichaamsvocht. Als ik de kleine kilometer naar de auto stapvoets heb afgelegd komt ook Willy Hertogen aangedribbeld. Een pijnlijke rug heeft de laatste 3 kilometers van zijn loop verpest. Het douchewater in het IPES (provinciale middelbare school) is fris. Brrr.. De blonde Leffe en de bruine Ciney die we nuttigen op het gezellige marktplein is ook fris. Heeeerlijk…

(Foto’s L’Avenir. Foto 1: De start. De eersten nemen de bocht naar de Maasbrug. Ik zit ergens ter hoogte van de rode pijl. Foto 2: Een massaloop is niet zonder gevaren zoals deze jonge dame ondervindt.)