Maandelijks archief: mei 2018

Vyle et Tharoul (Challenge condruzien)

vri 25/05/2018 19u15 * Vyle et Tharoul (Challenge condruzien) * 16,8 km * 01:38:57 * 10 * 237/440 * 1/4 * ♥♥

Vrijdagmorgen beslis ik, na dagen twijfelen, ’s avonds toch nog een wedstrijd te betwisten, net voor we enkele dagen de Haspengouwse heimat verlaten. Ik denk in mijn naïviteit dat de Condruzien-loop wel ongeveer zal overeenkomen met een geplande 20 km-training in de Jekervallei. Dan kan ik na jaren nog eens proeven van wat velen omschrijven als de mooiste Condruzien-loop van het seizoen.
“Het moeilijkste is achter de rug” zeg ik als begroeting aan Gaetano Falzone, doelend op de opstoppingen die we hebben moeten trotseren tijdens de lange verplaatsing naar het zuiden van het land van Hoei. Vyle 1 Het piepkleine dorp, deel uitmakend van Marchin, is de Condroz in het kwadraat. Groen, golvend, rustgevend… om het verhaal positief in te zetten. We zijn slechts een klein halfuurtje voor het vertrek ter plaatse. Ik heb het inlopen tot een tiental minuutjes moeten beperken. Geen reden om me druk te maken, bedenk ik, de wedstrijd is lang genoeg voor een rustige opbouw. Vanwege de genoemde files is de start trouwens tien minuten verlaat en heb ik uitgebreid de gelegenheid om een aantal maatjes te groeten. Dat zijn dan vooral grijze koppen van de veteranen 3 en 4.

Lees verder →


Voor de kerk en de eerste bocht ga ik al voorbij Noël Heptia. De veteraan 3 houdt te veel van de Condruzien om zijn verstand te volgen en zijn geblokkeerde rug rust te gunnen. De kalme aanpak die ik voor de start voor ogen heb wordt bemoeilijkt door het parcours dat al na 300 meter een kuitenbijter klaar heeft: steil en op “chaussée romaine”-stenen. Ik ga met een redelijk tempo naar boven… dat ik achteraf beter onredelijk tempo noem. “Jeugdige overmoed?” lacht Jean Tempels later op de avond. In elk geval te fel voor mijn benen van vanavond. De steile klim wordt onmiddellijk gevolgd door een steile afdaling die mijn spieren opnieuw op de proef stelt. Als we dan toch op vlakke veldwegen komen, zijn die zo hobbelig en verraderlijk dat mijn hoop op een leuke natuurloop al vervlogen is.Vyle 2 Domenico Di Vito gaat me pas na 3 kilometer voorbij. ik ben gestart alsof het een wedstrijd van 10 km is en het parcours vergevingsgezind voor een mindere dag. Ik werp een blik op mijn Garmin: kilometer 5, nog niet eens een derde achter de rug en het vet is al van de soep. In de volgende kilometers lopen meer en meer achtervolgers mij voorbij. Ik troost me met de wetenschap dat ik vrij vooraan ben gestart en dat ik hier boven mijn stand loop. Het parcours heeft alle toeters en bellen van de Condruzien: groene paden tussen weiden, tussen en door bossen, met muzikale “begeleiding” onderweg, door kasteelparken en langs vijvers. Maar die pracht kan me niet meer bekoren. ik ben niet alleen moe, maar – wat nog erger is – “het” moe. De beklimmingen aan kilometer 8 en 11 moet ik deels stapvoets afleggen, ik sukkel nog verder achteruit in de rangschikking. Mijn argeloos optimisme voor de start of de onderschatting van het parcours breken mij zuur op. Sarah Robinet die ik in een dalend gedeelte heb achtergelaten kan nu niet wachten om me voorbij te gaan op een smal paadje en zal 6 minuten voor me eindigen. In Tahier, na 10 kilometer, merk ik aan een kruispuntje een wegwijzer op naar Tharoul. Kon ik hier maar de snelste weg terug naar de douches nemen. Vyle 3 Maar ik zal de kelk die de organisatoren hebben klaargezet tot op de bodem moeten ledigen. Op de open stukken kijk ik enkele keren achter me om te zien of ik nergens het rode shirt van Michel Mancini opmerk. Dat is voorlopig niet te bespeuren. Nog enkele kilometers. Het bospad in een valleitje dat ik in andere omstandigheden idyllisch zou noemen, helt af en is door de regenval van de laatste dagen hier en daar flink modderig. Die laatste hectometers blijven maar duren tot ik uiteindelijk een signaalgever naar links zie wijzen. Nog even, maar met niet minder moeite, door twee weiden en dan eindelijk over de Chronorace-matten. Michel Mancini loopt maar even na mij binnen, Paul Delaitte heeft enkele minuten meer nodig. Ik heb wat tijd nodig om te bekomen maar begeef me toch al snel naar de doucheruimte om het zweet en de ontgoocheling weg te spoelen. Te snel want de drukkende temperatuur onder het zeil maakt me duizelig. Ik ben blij dat ik weer in de frisse lucht kom en de dorst kan te lijf gaan met twee cola’s.
Op het binnenplein van het plaatselijk schooltje “Saint-Joseph” brengen we nog een aangenaam uurtje door in gezelschap van Jean Tempels en Ellen Jacobs. En we worden op het podium met een enthousiast applaus beloond. Als prijs krijg ik mijn gewicht mee in droge worsten. (Overdrijving als stijlfiguur.) Tijdens de tombola halen Jean en ik nog wat herinneringen op uit de oude marathondoos. Het is uiteindelijk al zaterdagmorgen als we de thuisbasis weer bereiken. Toch nog even voor de computer. Maar de nukkige Garmin weigert mijn track op te slaan en enkele dagen later wordt zelfs de hele geschiedenis gewist. En zo blijft er van mijn wanprestatie gelukkig geen spoor over. De uitslag blijft wel bewaard voor het nageslacht. En die mag gelukkig gezien worden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Jean Tempels, winnaar bij de veteranen. Foto 2: De pijn is al vergeten. Met twee veteranen 3 na de finish: eerste van links Rosario Ilardo, daarnaast Lucien Collard. Foto 3: Het podium bij de veteranen 4, tussen Michel Mancini links en Paul Delaitte rechts.)

← Toon minder

Buvingen (Challenge hesbignon)

zat 12/05/2018 19.30u * Buvingen (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:54:28 * 11,8 * 88/157 * 1/4 * ♥♥♥♥

De Luikse Challenge hesbignon is voor de tiende keer te gast in Limburg. En is al aan haar derde start-en aankomstplaats toe. Jos Biets, altijd op zoek naar de meest geschikte locatie voor zijn organisatie, is dit jaar uitgeweken naar het A-terrein van de plaatselijke voetbalclub Gravelo. En zo zijn we dus op deze aangename mei-avond in Buvingen. Dat is een van de vele dorpen van de fusiegemeente Gingelom in de driehoek Sint-Truiden-Landen-Waremme. We mogen dan wel in Limburg zijn, het landschap en het daarbij horende parcours dragen een onmiskenbaar Hesbignonstempel… en de GPS-reisweg naar de wedstrijd loopt over Waalse wegen. Zo komen we dus, dank zij een Luikse challenge, ook eens in de zuidwestelijke punt van onze provincie. Niettemin blijft de taalgrens een moeilijk te nemen barrière voor onze Franstalige landgenoten en loopvrienden. Er zijn minder deelnemers dan in de gemiddelde Hesbignonlopen. Mogelijk speelt naast de concurrentie van andere lopen ook het lange weekend mee. Ik heb de indruk – die ik niet kan staven met cijfers – dat voornamelijk Vlaamse inschrijvingen voor het toch nog respectabele deelnemersveld van ruim over de 200 (in de twee wedstrijden samen) hebben gezorgd.

Lees verder →

Enkele Tongerse lopers hebben de weg gevonden naar de Hesbignon. Alken en Landen zijn traditiegetrouw massaal aanwezig. De kwantiteit mag dan enigszins tegenvallen, de kwaliteit is er wel. Jo Vrancken, die ik na vele maanden nog eens in levende lijve ontmoet, gaat een plejade aan sterke mannen vooraf en pakt hier zijn zoveelste overwinning van het seizoen.
Het uiteraard nieuwe parcours is het geesteskind van Roland Vandenborne en Mario Smolders. Mario laat de kans niet onbenut om zijn dorp Kerkom – op 3 km van de startplaats – in de picture te plaatsen. Opvallend is dat er een drietal kilometer onverhard in de ronde is opgenomen. Hier heeft de ruilverkaveling toch nog enkele stukjes natuur ongemoeid gelaten. Die reepjes natuur moet je dan wel aan elkaar kunnen knopen. Daar hebben Roland en Mario wel voor gezorgd… alsook voor de paternoster aan hellingen die we voor de voeten krijgen. Peter Dufaux verorbert nog een halve banaan even voor de start. Ik heb drie uur geleden een klein kippenboutje opgepeuzeld. Empirisch onderzoek op basis van de uitslag van één wedstrijd, die van vanavond, toont aan dat de methode-Dufaux meer kans op succes biedt dan de methode-Cortleven.
Ik heb de GPX-track van Mario grondig bekeken en de laatste kilometers verkend. Hopelijk helpt die voorkennis me dadelijk als het er echt om gaat. We vertrekken midden in een fruitbedrijf. (Misschien een ideetje voor Wim Meyers?) De waarschuwing van de politie middels de megafoon van Jos dat we geen voorrang hebben op fietsers en tractoren wordt op hoongelach onthaald. “Maar wij lopen sneller dan tractoren ” roept Marc Tutelaire terug. Dat doet hij zelf alleszins niet. De fiets heeft de laatste maanden zijn voorkeur. Ook op de fiets, maar als toeschouwer, is Thierry Vanherck. Hij laat vandaag een mogelijke podiumplaats bij de veteranen 2 schieten voor een triatlon morgen in Geel. Goed, we zijn vertrokken. Buvingen 1 Dat verloopt niet zonder slag of stoot voor een dame die een richtingbordje met het hoofd aantikt. Dat zorgt gelukkig alleen maar voor hilariteit. Even verder wijst Carlos de Almeida ons op een gevaarlijk betonnen boordje langs het kiezelpad. Zo kunnen we dus zonder kleer- en andere scheuren aan de tocht van een kleine 11 km beginnen. Na 500 meter, al buiten de bewoonde wereld, wacht een eerste helling op ruilverkavelingswegen. Mauro Calogero ben ik dan al voorbijgegaan. Onze collega-veteraan 4 Michel Mancini ziet af van een tweede loop in twee dagen en zal zich dus niet mengen in het onderonsje van de ouderen. Ik loop in de buurt van Michel Ruymen en Bea Strouwen. Die twee horen bij elkaar zoals wortelen en erwten (of yin en yang, als u het meer filosofisch verkiest). Bij het inlopen heb ik hun gevraagd of ze me vanavond weer gaan kloppen, zoals in Couthuin. “Ik zal er eens over nadenken” grapt Michel. Als ik hen voorbij ga, klinkt het ernstiger: “Het is nog lang.” Dat klopt maar ik heb niet de indruk dat ik boven mijn tempo loop. Het gevoel in de benen is alleszins beter dan wat ik vreesde bij het inlopen. Een tiental meter voor me zie ik Kris Govaerts. Als hij al voor me uitloopt in de eerste kilometer, is dat meestal een aanwijzing dat hij me zal voor blijven. Nu, je weet maar nooit. De route doet me denken aan de eerste kilometers in Mielen van de vorige jaren. Als we de Mielenstraat oversteken kunnen we van de eerste kliminspanning herstellen op een afdaling. Thierry Vanherck geeft nog een aanmoediging mee voor we een graspad worden ingestuurd. De krachtige veteraan 2 Thierry Delvaux gaat me voorbij. Enkele kilometers verder draai ik de rollen om, hij zal nog een dikke 2 minuten inleveren. Het graspad wordt smaller en eindigt in een trechter tussen bomen. Het loopt wel lekker, ik moet alleen uitkijken voor een fietser die een trio jonge mannen net voor me begeleidt. De begeleider is gelukkig gewend in een loperspeloton te fietsen en doet zijn best om mij niet te hinderen. Ik word wel belaagd door klein vliegend gedierte. Een vlieg speelt het wel heel brutaal door in mijn keel te duiken. Het kreng eindigt enkele meter verder in de berm. Na drie kilometer en een linkerbocht komen we weer uit op het verhard, namelijk het beton van de landbouwwegen. Zo gaat het anderhalve kilometer licht glooiend verder. De wereld is hier stil. Zo stil dat je telkens even schrikt als er weer een schot weerklinkt van een alarmkanon. Langs een boomgaard is er ook even gebrom van een tractor. De noeste werkers van deze zaterdagavond houden zich verscholen tussen de fruitboompjes. Opgelet: concentratie gevraagd in een linke afdaling. De veldweg is alleen mooi van naam: “In den Paerdendell”. Voor het overige ligt het hier vol stenen en uitgespoelde geulen.
We maken nu een lus door Kerkom. En hebben bij het binnen-en buitenlopen van het dorp de gelegenheid om een aantal snelle jongens in actie te zien. Toevallig kruis ik twee bekenden, Michel Wolfs en Guido Boghe, de nummers 2 en 3 bij de veteranen 2. Zij hebben hier een voorsprong van ruim 2 kilometer op mij. Het geeft niet echt moed die twee met een razende vaart te zien voorbijstuiven als je zelf aan een stekelige helling moet beginnen. Gelukkig duren de klimmetjes hier niet lang en op een licht dalend fietspad heb ik snel mijn ritme terug. Ik ga voorbij Ludivine Horion. Voor het overige loop ik nu al kilometers in hetzelfde gezelschap. Of nauwkeuriger uitgedrukt, een vijf tot tien meter achter de drie jonge mannen met de begeleider op de fiets (die van kilometer 2). Er wordt heel wat gebabbeld in het groepje. Bij hen in de buurt zaten nog twee lopers. De eerste hebben we achtergelaten, de tweede ben ik daarnet in een afdaling voorbijgegaan. Maar in een klim heeft de tweede, een kaalhoofdige veteraan 2, weer de orde hersteld. Hij draagt een groen Lampiris-shirt, misschien wel van de 15 km van Luik van vorige week. Ik heb ruim de tijd om de boodschap te lezen die hij op zijn rug meedraagt. Vrij vertaald: “De pijn van de inspanning stelt niets voor in vergelijking met de vreugde bij het overschrijden van de aankomststreep.” Denk er maar eens over na, beste lezer. Ik zet intussen mijn weg verder in Kerkom, met veel draaien en keren, heuveltje op, bergje af. Heel wat mensen zijn uit hun huis gekomen om die rare kwieten in korte broek te bekijken. Eentje moedigt me zelfs aan. Buvingen 2 Er was ongetwijfeld meer animo enkele minuten geleden, toen hun favoriet, Mario Smolders en andere Speelhofrunners hier voorbij zijn gekomen. Kris Govaerts moet ook in hun buurt hebben gezeten. Naar gewoonte heeft hij zijn kleine voorsprong in het begin van de wedstrijd stelselmatig uitgebouwd. Ik sla de tweede bevoorrading over en ga weer voorbij de man in het groen, Marc Mottin. We verlaten Smolders-country langs een smal en donker pad in wat ooit een “Eykenbos” moet geweest zijn. Het is weer klimmen geblazen. Is dit de helling die Mario pas ontdekt heeft bij het uittekenen van het parcours, zoals hij me voor de wedstrijd vertelde? Ik laat een loper door die met snelle passen nadert. Het is opnieuw de groene man. Plots staan we voor een steile aarden muur van een vijftigtal meter. Ik wil me hier niet opblazen en ga stapvoets naar boven. Ik verlies enkele meter ten opzichte van mijn voorgangers maar hoor uit de achtergrond niemand korter komen. Overigens is het al een tijdje geleden dat me nog iemand is voorbijgegaan. Daar zal het relatief geringe aantal deelnemers wel voor veel tussen zitten. Michel en Bea volgen intussen al veel verderop. Opnieuw een scherpe bocht en een afdaling waarop ik het tempo weer kan optrekken. Niet dat ik hier een wereldschokkende snelheid haal. Maar genoeg om een man in het zwart bij te benen en in één moeite voorbij het trio senioren te gaan. Let op: senioren zijn de jongsten in het peloton. Een van de drie neemt zijn twee kompanen op sleeptouw. Hij moet almaar nadrukkelijker op hen inpraten naarmate de kilometers vorderen en de vermoeidheid toeneemt.
Voorbij kilometer acht. Ik kijk uit naar de derde onverharde strook die er nu moet aankomen. Ik heb daarstraks het mooie graspad verkend maar heb wat moeite om me te oriënteren nu ik uit de andere richting kom. Het lijkt alsof de lopers hier uit alle richtingen komen. Met dank aan het betere plakwerk van Roland en Mario. Hoe dan ook, ik moet alleen het jeugdige trio achter me zien te houden. De groene man zal even verder een veelkleurige loper bij de lurven vatten. Misschien lukt mij dat ook nog. Het mooie pad loopt door een valleitje. Rechts zie ik een waterloopje dat we in onze contreien een “zouw” noemen. Gelukkig heb ik me goed gedocumenteerd voor dit verslag en kan ik de echte naam vermelden. Dit is de Cicindria-beek. Dat klinkt al heel wat poëtischer. De achtervolgers blijven voorlopig op afstand. We moeten nog door Muizen, het dorpje voor Buvingen. Muizen heeft een berg gebaard. Die we over moeten. Merkwaardig genoeg verloopt de klim in de Kaneelstraat vlotter dan bij de opwarming. En ook op de laatste dalende asfaltstrook naar het terrein van Gravelo A komen de drie achter me, ondanks de onophoudelijke en irritante peptalk van hun coach, geen meter korter. De veelkleurige loper voor me met de even kleurrijke naam Philippe De Quinnemaere kan zich met een versnelling op de ultieme grasstrook wel tijdig uit de voeten maken. Marie-Paule wacht in de voorlaatste bocht op mijn triomfantelijke (?!) intrede. Naast haar kijkt onze gemeentegenote Jeannine uit naar haar echtgenoot Peter Beirinckx die van Roland Vandenborne een wildcard heeft gekregen voor deze Hesbignonloop. Over de streep: ik haal net niet de twaalf kilometer gemiddeld, het enige schaduwvlekje op mijn versie van de Jogging van Buvingen.
De prijsuitreiking verloopt vlot onder de regie van Kris Govaerts. Plaats genoeg in de kantine van Gravelo, Jos Biets heeft zich in de vooravond dan toch nodeloos zorgen gemaakt. En er is een overvloedige prijzentafel, zowel voor de laureaten als de tombolawinnaars. Ik kan alleen besluiten met een dikke proficiat voor het aantrekkelijke parcours en de vlekkeloze organisatie. De voorbereiding van een heel jaar – zo lang zijn Jos en zijn medewerkers in de weer voor hun jogging – heeft een schitterende sportavond opgeleverd… die voor de harde kern wel tot in de vroege uurtjes zal doorgaan.

(Foto 1 van Marie-Paule: Bij het buitenlopen van Buvingen, kort na de start. Achter me David Baerts. In het midden Maja Van Zand. Foto 2 van Google: Bij het verlaten van Muizen de laatste asfaltstrook naar het stadion van Gravelo.)

← Toon minder

Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir)

vri 04/05/2018 19u30 * Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir) * 9,75 km * 00:49:46 * 11,7 * 215/416 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik ben voor de derde keer in luttele weken in het land van Herve waar sappige appels aan de bomen hangen en waar de weiden op en neer golven. De appels zorgen voor de cider die de podiumgasten als geschenk meekrijgen. Het golvende landschap staat garant voor een pittig parcours. Met bijna 10 km is de Jogging de La Minerie wat langer dan de afgelopen wedstrijden. Het zwaar heuvelachtige profiel is wel hetzelfde. Ik weet dus wat me te wachten staat hoewel ik hier voor het eerst deelneem. Die 415 anderen die dadelijk met mij de start zullen nemen, moeten dat toch ook weten. En toch zijn ze er met zoveel. Voor sommigen mag het ook niet vanzelf gaan. Zoals voor veteraan 3 Nicolas Bynens, met wie ik een deel van de finale verken. Hij vond de Tungri Run van vorige dinsdag… te licht. “Bijna voortdurend bergaf” was de conclusie na zijn eerste wedstrijd over de taalgrens, nauwelijks 10 kilometer van zijn woonplaats Juprelle.
Ik ben geradbraakt uit de Hesbignonloop in Couthuin gekomen. Ik heb het in de voorbije week dan ook bewust en noodgedwongen gehouden bij korte en zachte hersteltrainingen. Woensdag was er precies al beterschap en vanavond bij het inlopen vertonen de benen weer tekenen van bereidwilligheid.

Lees verder →


Ik kan de starter niet zien, ingesloten als ik ben door grotere collega’s. En evenmin horen, blijkt als de massa voor mij plots in beweging komt. Het duurt enkele honderden meters eer ik mijn kruistempo kan ontwikkelen. Een groep juffrouwen in het lila neemt de hele breedte van de weg in beslag. Ik ben pas voorbij of we worden rechtsaf een bos ingestuurd. Een toeschouwer langs de weg heeft me daarnet het parcours beschreven. De eerste beklimming door het bos omschrijft hij als “kaduuk”. Benieuwd hoe dat eruit ziet. Veel bekenden zijn er niet in het peloton. Ik ben wel in de eerste meters onverhard voorbij twee veteranen 3 gegaan, Roger Archambeau en Jean-Louis Voss. Stop! De hele meute troept samen voor me. Ik had voor de start het woord “goulot” horen vallen, “flessenhals”. Dat moet deze nauwe doorgang zijn. Drie meter en ettelijke seconden verder zie ik het bruggetje over de Ruisseau de Stockis, een niemendalletje van 1 meter breed. Een ongeduldige collega kiest de kortste weg, door het water. Die “kaduke” helling is een smal pad met de gebruikelijke stenen en wortels. Op het einde van de eerste klim na 700 meter heb ik een gemiddelde van nog geen 9 per uur. Terwijl ik daar zelfs niet heb ingehouden. In rekening te brengen bij de beoordeling van het algemeen gemiddelde. De verharde weg boven loopt ook nog verder op. Veteraan 2 Dominique Bertrand ziet mij in de klim voorbijgaan. “En morgen naar Verlaine?” drukt hij zijn verbazing uit. “Neen, neen, geen twee lopen in een weekend” geef ik gratis goede raad. De doortocht door de straten van Thimister verloopt voornamelijk dalend. Met een gemiddelde van 4’20” zit ik op schema. Na een eerste lus van 2 km passeren we aan de voorkant van het voetbalveld van Espoir Minerois. La Minerie mag dan een gehucht zijn, de voetbalaccomodatie is up to date. Vier velden, waaronder een mat van kunstgras. We worden flink aangemoedigd door toeschouwers aan beide zijden van de weg op het korte klimmetje voor we weer mogen dalen richting Befve. La Minerie 1 Van daaruit gaat het weer stijgend naar La Minerie. Wie denkt dat de naam verwijst naar mijnbouw… heeft het bij het rechte eind. Daar is overigens niets meer van te zien. Ten minste toch niet op de rijweg waarop we naar boven klimmen. De 600 meter lange helling slaat me niet uit het lood. Ik heb na de drie vorige wedstrijden eindelijk nog eens kracht in benen en lijf. We maken een soort 8 in La Minerie. Daar zit aan km 5 weer een stekelig hellinkje in op een gras- en aarden pad. Ik blijf een aanvaardbaar ritme aanhouden om op de dalende gedeelten rond de 4’30” te halen.
We zijn weer in Befve. Niet dat ik het gehucht herken, ik ben alleen verrast hier tussen het groen een overigens fraai pleintje met een appartementsgebouw aan te treffen. Ik heb daarnet even een slok water genomen bij de bevoorrading en bereid me voor op een tweede doortocht door een bos. Dat heb ik onthouden uit de gedetailleerde beschrijving van de toeschouwer uit de derde alinea van mijn verslag. De weg voor het appartement leidt recht naar het groen. Hier moet het zijn. Weer stijgend, tot daar aan toe. Het bospad is echter bezaaid met keien. Dat maakt deze 600 meter tot de moeilijkste van de 10 km. Ik mag al blij zijn dat ik boven de 10 km/uur blijf, wat overigens het gemiddelde tempo is van de lopers in mijn buurt. Ik blijf dus in een rustige cadans, wachtend op betere tijden. Die komen eraan als we boven zijn. Het moeilijkste is nu achter de rug. Vlak, dalend, vlak: ik heb mijn ogen en benen de kost gegeven tijdens de verkenning. Vlak, zei je, is hier überhaupt vlak? Ja, dat is er en dat danken we aan de spoorwegen van het einde van de 19de eeuw. De oude spoorlijn is nu een Ravel-fietspad. Dit is het tracé van de Tectonic 38 weer, mij en u ook hopelijk, voldoende bekend. Heel vlak blijkt dat toch niet zijn. Ik had moeten weten dat er een licht verval is richting Luik. Lopen we toch wel de verkeerde kant op zeker. Ondanks mijn inzet heb ik moeite om onder de 5′ per kilometer te blijven. Ik haal wel enkele collega’s in maar verlies ook enkele posities aan evenmin piepjonge deelnemers. De kleine dame in het rood voor me heeft me in een van de vorige lopen het nakijken gegeven. Genoeg om mijn competitie-instinct aan te wakkeren. Ik haal de aînée 2 Sandra Delrez vrij snel in en bevind mij bij het opdraaien op de rijweg naar Thimister in het gezelschap van een koppel trainer-loopster, een combinatie die je wel meer ziet. De coacht vuurt zijn pupil aan, die volgt met de nodige moeite en vooral met veel wilskracht. Ik bijt me vast in het spoor van Joannie Scholzen. Coach Christian Pesser plaatst een nieuwe versnelling op het laatste stuk van de afdaling. Joannie moet (en vooral kan) volgen. Ik wil nog wat reserve houden voor de laatste kilometer en duik het bos in op een vijftiental meter afstand van het duo. Voor ik het vergeet te schrijven, dit is weer een prachtparcours. Het landschap krijgen de organisatoren cadeau maar de variatie in het parcours mag op naam van de routebouwers worden geschreven. De fans krijgen de gelegenheid hun favorieten enkele keren te zien. De afwisseling en de natuur verzachten de de pijn van de inspanning, tenminste voor de getrainde loper. Ultimo chilometro. Het pad slingert zich nu door een bosje langs een idyllisch beekje (vermoedelijk de Ruisseau de Stockis, al vermeld in mijn verhaal). Ik kan het tempo nog eens optrekken. Plaatsgewin levert het me echter niet op. Aan een hoeve loopt de weg weer op. Dit is het begin van de laatste rechte lijn. Achter de kruising met de rijweg wordt de helling weer steiler. Maar ook in die laatste 200 meter laten mijn benen me niet in de steek. En zo kan ik uitblazen met het beste gevoel van de voorbije maand.
We zullen toch weer niet vroeger moeten vertrekken, vraag ik me af, als we in de ruime kantine van de Espoir Minerois de podiumformaliteiten afwachten. La Minerie 2 De vijf minuutjes voor de prijsuitreiking, zoals aangekondigd door de speaker, zijn er gelukkig maar vijftien. Ik zit toevallig naast Magali Beauwens die mij in Montzen in de laatste bocht voorbijging. Ik vraag haar of ze me vanavond weer geklopt heeft. De dame is verrast als ik haar vertel dat ik haar (her)ken van Montzen. Ik vergeet niet snel wie me op de beslissende momenten voorbijgaat… en wie ik zelf nog ooit geklopt heb. De lijst van de lopers die ik vroeger achterliet maar me nu op minuten lopen, wordt elk jaar langer en langer… Enfin, Magali is tien plaatsen en een halve minuut voor me. Ondanks mijn goed gevoel tijdens de loop ben ik dus verder achter dan in Montzen. Het cliché wordt bevestigd: elke wedstrijd is voor iedereen weer anders. Het is zo ver. De speaker begint eraan en werkt het rijtje winnaars vlot af. Ik maak kennis met de tweede in mijn categorie, Julien Bertrang. We monsteren even de prijs, een fles cider. Niet de plaatselijke Ruwet maar Stassen uit Aubel. Maar dat mag de pret niet drukken. Overigens kan de winnaarspret hier wel nog enige tijd duren. Met een voorsprong van zes minuten zal Julien wel niet dadelijk een bedreiging vormen in de volgende maanden. Alleen mag ik hopen dat ik Roger Dosseray in de volgende maanden het vuur nog eens aan de schenen kan leggen.
Ik volg de raad van mijn echtgenote en vaar (of beter rijd) er goed mee. Ik schakel dit keer wel de GPS in en we rijden feilloos naar de autoweg. Bij het verlaten van het voetbalstadion Marcel Baguette beklimmen we de helling naar La Minerie met de wagen. Vanop een autozetel voelt dat precies wat comfortabeler aan…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1 : Nog even doorbijten op het laatste steile knikje voor de finish. Foto 2 : Met Julien Bertrang, tweede, bij de prijsuitreiking.)

← Toon minder