Maandelijks archief: februari 2016

Aubel

zon 28/02/2016 10.30u * Aubel (Challenge L’Avenir) * 8,5 km * 00:38:19 * 13,2 * 232/922 * 4/35 * ♥♥♥♥

Op deze zonnige maar koude februari-ochtend zijn we met zijn driëen op weg naar het Land van Herve, even voorbij Visé. Die drie zijn chauffeur Jean-Pierre Immerix, Marie-Paule en uw verslaggever. Voor Jean-Pierre en mij is het de eerste kennismaking met de loop in Aubel, de vierde wedstrijd van de 52 in de Challenge L’Avenir. Er is hier traditioneel veel, heel volk. Vandaag zijn we met meer dan 900! Niet veel echt bekenden. Ik zie er Johan Jorissen van Maastricht die in afwachting van de Zes Uren van Stein de benen komt loslopen in het gezelschap van zijn dochtertje. Tijdens de opwarming ontmoet ik twee mij nog niet bekende lopers uit Sint-Truiden. En er is de alomtegenwoordige Bert Ernest van Herderen.
De parcoursontwerpers hebben een omloop uitgetekend die ze zelf als “gemakkelijk” omschrijven. Geen steile hellingen die hier nochtans voor het uitkiezen liggen maar een golvende lus door de weiden en een lange licht klimmende streep naar de finish. De looplustigen hebben zoals gezegd massief en enthousiast gereageerd op de keuze van de organisatoren. Aubel 1
De koude is nauwelijks voelbaar tussen de opgewarmde sporterslichamen en onder de stralende zon op de markt van Aubel. We vertrekken met nauwelijks enkele minuten vertraging, een staaltje van goede organisatie met zo’n groot deelnemersveld. Ik ben Jean-Pierre meteen kwijt in de eerste honderdvijftig meter waar de snelheid rond de zeven per uur ligt. De 300 meter lange afdaling uit het stadje schept ruimte. Daarna volgt een klim van 600 meter. Als ik al de illusie had dat ik vrij vooraan stond, kan ik die meteen opbergen want ik zie een lange veelkleurige sliert lopers voor me.
Aan km 1,4 ligt de bebouwing achter ons. We trekken nu een lus door het Herfse landschap, weiden omzoomd door hagen. De straatnamen als Himmerich, Crutzstraat, Dommelraedt, Messitert en Maeshof wijzen op het verleden als land van Overmaas. We lopen op relatief smalle asfaltwegen onder een open, blauwe hemel. De benen voelen goed aan. De volgende 4,5 kilometer moet zowat het mooiste zijn wat ik al als parcours heb mogen afleggen. Dit is het nirvana voor de loper in mij. Km 1,3 tot 4,2 is voornamelijk licht dalend. Mijn Garmin tekent er tussentijden van 4’15” op. Ik probeer contact te houden met een collega die ik ken van vroegere confrontaties in de Challenge L’Avenir – zijn naam heb ik nog niet kunnen opsnorren. Ik kan nu al verklappen dat hij de vijftien tot twintig meter voorsprong die hij rond km 1,5 op mij genomen heeft, niet meer zal afstaan. De vijfde kilometer is een langgerekte klim van enkele procenten. Ik doe verder zoals ik al geruime tijd bezig ben, lopers voor me inhalen. Het parcours loopt blijkbaar in acht-vorm. De bevoorrading is op het knooppunt van de “8”. Ik heb verzuimd een slok te drinken voor de start en grijp naar een bekertje. De ervaren bevoorraders zijn berekend op hun taak ondanks de drukte. De slok is maar een halve slok, met deze snelheid lukt het drinken niet te best. Even verder herken ik Michael Bastin die ik eind vorig jaar na een bloedstollende afdaling in Embourg achter me wist te houden. Dat zal vandaag niet lukken.
Aubel 2 Er spelen zich twee merkwaardige taferelen af aan de rand van de weg. Voor mij tenminste, de collega’s rond me zullen waarschijnlijk ander katten aan het geselen zijn. Na een viertal kilometer zie ik een stevig gebouwde man stilstaan naast de weg, een loper wel te verstaan. Mijn aandacht wordt getrokken door de gespannen spierkabels op zijn benen. Een model voor een beeldhouwer. Hij zal niet voor me eindigen, als dat al van enig belang is. En een kilometer verder komt Aline Pesser ons in tegengestelde richting tegemoet gelopen. Aline, door de organiserende krant L’Avenir enkele jaren geleden “l’extraterrestre” (de buitenaardse) genoemd vanwege haar sterke prestaties bij de dames, keert terug op haar stappen. Een wit shirt, een zonnebril met passende witte montuur, een slank en gebruind figuur: een plaatje. En nu dit.
Maar goed, mijn wedstrijd gaat verder. Bijna aan kilometerbord 6. Een scherpe afdaling tot 10% brengt ons aan de Route de Battice. Michael Bastin kiest nu definitief het hazenpad. We steken over en komen achter een rij huizen, de uitlopers van de agglomeratie van Aubel, op een aarden pad. Dit moet de Ligne 38 zijn, op het tracé van de oude spoorweg van Chênée naar Plombières (Bleiberg). Tot km 7,5 gaat het rechtdoor. Hier en daar is het pad wat modderig maar meer hinder ondervind ik van de oostenwind die hier op kop staat en het traag oplopend hoogteprofiel van zo’n 2 %. Het is vechten om tempo te houden – ik haal hier nog een 4’43” op de volgende 2 kilometer – maar kan wel mijn positie handhaven. Ik haal enkele collega’s in maar moet er andere laten voorgaan. Het pad – tenminste het stuk dat wij moeten afleggen – loopt op zijn einde. Rechts zie ik een fabrieksgebouw waarop de “Vrai sirop de Liège” wordt aangeprezen. Het is de Siroperie Meurens. Ik heb hun siroop gisteren nog in mijn bereiding van varkensstoofvlees met Palm gemengd. Toen was ik al bezig met de voorbereiding van de “Jogging des Vergers” (De Jogging van de Boomgaarden)… Aubel 3 Maar concentratie nu. Een scherpe bocht omhoog naar links. Ik heb dit stuk verkend en weet dat er nu een afdaling volgt op een smalle, slordig geasfalteerde strook van zo’n honderd meter, eerst nog tussen twee hagen. Ik versnel en moet nu zien mijn positie vast te houden op een betonnen lint aan de rand van het voetbalveld. Weer een scherpe bocht naar links om op een afhellende grasstrook uit te komen. Mijn verkenning komt hier goed van pas. “Wat staat die blauwe ‘camionette’ daar raar opgesteld” denk ik, “binnen de omheining van het voetbalstadion.” (Noot voor Nederlandse lezers: een camionette is Vlaams voor een bestelwagen, een busje.) Nog één bocht naar de aankomst. Er zal me nu niemand meer voorbijkomen. Maar waar is die finish precies, aan het witte tentje, of het rode tentje verderop, of..? De omroeper maant ons aan door te lopen tot aan het rode tentje. Maar daar staan we plots in een file… We moeten zorgvuldig onze plaats houden, dus niet voorkruipen. Ik hou me strikt aan dat advies en schakel de ogen op mijn rug in om eventuele snode plannen achter me te verijdelen. En… ik vraag me af of de tijdsopname hier nog manueel gebeurt … en of de organisatie dat niet kon voorzien met zo’n massa deelnemers. De man die ik de hele wedstrijd voor me heb zien lopen en die enkele plaatsen voor me eindigt, is misnoegd omdat enkele slimmerds hem na de finish een aantal plaatsen hebben ontfutseld. Ik hoor nog andere deelnemers mopperen. Tot twee keer wordt ons nummer genoteerd, in de volgorde waarin we voorbij schuiven. Ik troost me met de gedachte dat mijn plaats en tijd wel kloppen, maar verlaag mijn rating voor de wedstrijd wel tot nipt vijf op tien. Een twintigtal minuten later kan ik mijn beoordeling aanpassen: negen op tien. Wat blijkt? Er is wel degelijk een elektronische tijdsregistratie, namelijk in de blauwe camionette van daarstraks. Die staat daar overigens zonder belettering of spandoek van de Challenge. In politietaal een “gebanaliseerd voertuig”. De ware toedracht verneem ik in de kleedkamer. Eind goed, al goed… Ik loop een minuutje na de derde veteraan 3, Jean Dessouroux, binnen en mis nipt het eerste kwart van het peloton. Dat verdient een eervolle vermelding.
Jean-Pierre eindigt 5 minuten later, net onder zijn streefgemiddelde van 12 km/uur. Het duurt een tiental minuten voor we elkaar hebben gevonden in de massa. Na de wasbeurt in een van de vier kleedkamers die ter beschikking staan en een glaasje Val-Dieu in de overvolle kantine stuiven we naar huis. “Stuiven” is een journalistieke overdrijving. Jean-Pierre rijdt behoedzaam over de stukgereden wegen van het Land van Herve en levert ons veilig in Heukelom af. Een halfuurtje later begin ik aan de paprikasoep met boursin die Marie-Paule van de zondagmarkt van Aubel heeft meegebracht.

(Foto 1 van Marie-Paule: Een van de 922 starters. Foto 2: l’avenir.net: Aline Pesser. Foto 3: De markt van Aubel.)

Welkenraedt

zat 13/02/2016 15.30u * Welkenraedt (Challenge L’Avenir) * 10 km * 00:47:07 * 12,8 * 143/459 * 3/20 * ♥♥♥♥

De treinreiziger kent ongetwijfeld Welkenraedt als eerste station op de grote oost-west-as in ons land. Na het lezen van dit verslag is het stadje dicht bij de Duitse grens voor jullie mogelijk ook een begrip in de rijke jogginggeschiedenis van het Luikse. Ik ben de enige (Belgisch-)Limburger aan de start in . De meesten van mijn loopvrienden zullen ongetwijfeld kiezen voor de loop in Alleur morgen.
Ik heb ruim de tijd voor een uitgebreide stretching in de kantine en een gesprekje met veteraan 3, Maurice Gillet, die na een achillespeesblessure weer met de competitie aanknoopt. Het regent maar volgens de organisatoren zouden de boswegen goed beloopbaar zijn. Welkenraedt 1 Ik geloof hen op hun woord maar na de ervaringen van vorige week kan ik een zekere achterdocht niet bedwingen.
Even voor halfvier heeft een imposante groep van 459 mannen en vrouwen zich verzameld voor café Le Bienvenu, wachtend op het startsignaal. Prins Carnaval en zijn gevolg pronken met wuivende veren voor de meute. Ik sta naast Harrie Hamers die de 1° Celsius trotseert in singlet. Even later neemt Yves Van Tomme plaats langs me. De man uit Warsage was er vorige week ook bij in Modave en heeft dus dezelfde wedstrijdkeuze gemaakt als ik. Hij is warm ingeduffeld in trainingsjasje en lange broek. Ik reken op een snel tempo en draag alleen een Craft-ondershirt met lange mouwen.
Als ik na het gedrang in de eerste hectometers Yves vlak voor me zie, besluit ik hem te volgen of tenminste een tijdje in zijn slipstreaam mee te gaan. Hij is weliswaar wat sneller dan ik, maar wie weet, in een betere dag… Die eerste kilometer zigzaggen we tussen de dichte drommen lopers voor ons door. Welkenraedt 2 We verlaten een dalende weg met nieuwbouwhuizen en komen plots op een open grasveld terecht. Het pad loopt stevig naar beneden – tot 8% – en is herschapen in een modderpoel. De beelden van vorige week schieten weer door mijn hoofd. Ook hier hou ik me aan mijn devies: vooral recht blijven. Ik word langs links en rechts voorbijgelopen door collega’s met meer lef. Links voor me glijdt zo’n lefgozer uit. Hij legt een sierlijke zwaai in zijn val die hem een vermelding in dit verslag oplevert. Na 300 meter komen we weer op het verhard. Yves loopt zo’n vijftien meter voor me. Een helling van 600 meter met zo’n 2 tot 3% stijging biedt me de mogelijkheid om weer aan te sluiten. Als ik daarvoor de benen en de adem heb tenminste. En die heb ik, een goed teken.
We lopen onder een viaduct van de E40 door. “Nollet menteur” (Nollet leugenaar) schreeuwt een graffito naar me, maar ik ken Nollet niet en heb te druk om Van Tomme (Yves dus) te volgen. Het parcours loopt verder aan de andere kant van de autoweg en blijft gestaag omhoog gaan tot 3,5%. De “chemin empierré” – dat is een met losse stenen en gruis verhard pad – is
bezaaid met plassen maar houdt voorts geen gevaar in. Yves laveert tussen de concurrenten door. Telkens hij een loper voorbijgaat, geeft hij een snok aan het tempo waardoor ik enkele meters verlies. Maar even verder ben ik weer in zijn spoor. Eens ik zijn tactiek (of “tic”) door heb reageer ik niet meer meteen op zijn versnellingen maar blijf in mijn ritme om hem een tiental meter verder weer in te halen. We lopen het bos van Grünhaut in. Yves geeft het tempo aan, ik zoek een ander spoor vlak achter hem om nog zicht te hebben op de oneffenheden van de bosweg. Zelf word ik op de voet gevolgd door een juffrouw in korte mouwen die ons al een kilometer als een schaduw volgt. Voor we aan km 4,5 een scherpe bocht naar rechts nemen zal ze hebben afgehaakt. Ik hang nu al bijna vijf kilometer aan de rekker bij Yves. In de laatste meters door het bos, bij een nieuwe tempoversnelling van Yves, denk ik dat ik mijn gangmaker zal moeten laten gaan. Maar opnieuw overleef ik. Ik neem nu zelfs even de leiding op een steile afdaling – tot 15% – op een smal maar overzichtelijk en “stabiel” pad. Ik krijg nog een tik op de hielen van een gehaaste jonge man die even verder tot stilstand wordt gedwongen door een losse veter. Enkele bochten verder komen we uit op een rijweg die onder de E40 door loopt. We zijn even voorbij half wedstrijd op de weg terug naar Welkenraedt.
De volgende moeilijkheid wacht ons op: de klim naar het gehucht Hoof in open veld, meer dan 1 km met een piek tot 5%. Een groepje van 4 man gaat ons voorbij maar twee van hen waaien kort tegen de top alweer terug. Yves trekt zijn halsdoek over zijn mond om zich te beschermen tegen de gure wind. We lopen zwijgend langs elkaar over het hoogste deel van het parcours. Na de ravitaillering – die we overigens overslaan – bij het inlopen van het bos moeten we even door een modderige strook baggeren. Maar ook hier geen vergelijking mogelijk met Modave. We ontwikkelen opnieuw een mooi tempo op het pad langs de autoweg. We zien de auto’s voorbijsnorren op de open plekken van de bosrand. Ik beantwoord alle versnellingen van Yves die geregeld naar zijn horloge kijkt. Checkt hij zijn gemiddelde, zijn hartslag? Het aantal kilometers, vertelt hij me na de finish. Een afdaling brengt ons terug op het asfalt aan de rand van het dorp. Ik ben nu niet meer van plan me te laten lossen. Een juffrouw van Eupen Triathlon Team, Valerie Keutgen, snelt ons, op het asfalt intussen, met lichtvoetige tred voorbij. Maar de twee oude(re) mannen over wie ik het nu al de hele tijd heb, zijn taai en laten de slanke Eupense weer achter op de volgende helling. Yves legt er nog eens de pees op in de straten van Welkenraedt. We zijn al in de laatste kilometer als we rechtsaf worden gestuurd, een smal paadje in. Ik heb hier toevallig vooraf ingelopen en ken de weg terug naar het voetbalveld en de finish. Het triathlon-meisje komt weer aansluiten. Opnieuw in de bebouwing volgt er nog een steil bultje. Valerie moet hier een tiental meter toegeven. Ik loop met Yves onder de Omnimut-sponsorboog door. Welkenraedt 3 Ah, we moeten nog een ommetje maken rond het voetbalveld. Het zompige gras en een nieuwe versnelling van Yves leggen de posities definitief vast. Enkele tellen na mij loopt Valerie door de amper 1 meter brede “laatste rechte lijn” tussen de afsluiting van het voetbalveld en de kantine binnen.
“Pittig tempo” lacht Yves als we na de wedstrijd van een bekertje warme thee genieten. “Jij loopt met tempostoten”, antwoord ik met enige moeite. De koude wind heeft mijn lippen verstijfd. De opeenvolging van lange hellingen heeft ons gemiddelde, van rond de 4’20” op het vlakke, naar beneden gehaald. Uiteindelijk blijven we net onder de 13 km gemiddeld steken. We zijn beiden niettemin tevreden over onze prestatie en haasten ons dan naar warmere oorden.
Ik vind nog een plaatsje in het kleedkamertje van de scheidsrechter in de installaties van de intussen gefuseerde voetbalclub Alliance Welkenraedt. De disk-jockey warmt de kantine met Duitstalige hoempa-muziek op voor het carnavalsfeest later op de avond. Ik drink nog een blonde Valdieu ( een mini-versie in een wijnglas ) op mijn geslaagde loop. Dan rijden we onder de miezerregen terug naar huis.

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 3: Samen met Yves Van Tomme.)

Modave

zat 06/02/2016 16u * Modave (Challenge condrusien) * 11,2 km * 01:01:38 * 10,9 * 156/509 * 3/26 * ♥♥♥

Modave, in het hart van de Condroz, dankt zijn plaatsje in de toeristische gidsen van Wallonië aan zijn 17de eeuws – kasteel. Aan datzelfde kasteel dankt het ook zijn twee joggings van het jaar. De startloop van het Condrusien-circuit is nog vrij recent en staat nog niet op mijn palmares. Vandaar mijn keuze voor een trip van één uur boven de korte verplaatsing naar Visé. Daar moeten ze trouwens niet klagen want ze krijgen er Jean-Pierre Immerix en Claude Herzet aan de start. Jean-Pierre heeft zich na een korte gedwongen onderbreking weer voluit op zijn hobby gestort. Met Claude heb ik woensdag nog een vijftiental aangename trainingskilometers afgemaald. Ik zie hier zo goed als alle trouwe Condrusien-deelnemers terug. Modave 1 Alleen Kris en Maja sparen hun krachten voor het provinciaal kampioenschap veldlopen, georganiseerd door hun eigen club, AC Alken. Nieuwkomers zijn Jean Tempels en zijn vriendin van het Tongerse Paluko-ADD-team. Er zouden in de volgende weken nog meer Tongenaren op komst zijn. Jean mist zijn entree niet met een zevende plaats algemeen en een tweede plaats bij de veteranen 1.
Het weer is zonnig in de Condroz maar er waait een koude wind boven op het plateau. Na de opwarming trek ik me toch een extra trui aan en zet een muts op mijn kruin. Ik gesp mijn schoenen nog eens aan voor de start en word zowaar op de korrel genomen door een vrouwelijke fotografe. Dat blijkt “mevrouw Ludo-Grafica” te zijn. Mijnheer – Ludo Vanderputten – is ook in de buurt. Ik kijk al uit naar hun reportage op deze site. Van schoenen gesproken. Het parcours is modderig, hoor ik langs alle kanten. Maar over hoeveel kilometer? Ik kies dan toch maar voor mijn nieuwste schoenen – met de beste demping voor het verhard gedeelte. Ik zal het geweten hebben…
We troepen samen op een binnenplaats van het kasteel. Iedereen vraagt aan iedereen waar de start precies is. Echt duidelijk wordt het niet. Ik blijf dan maar waar ik ben. In de buurt van Luc Lenaerts van Laakdal die mij nog herkent van Héron vorig jaar. Door de toevloed van late inschrijvers worden we pas een kwartier later losgelaten. Foto 2 Het lange wachten heeft mijn lijf geen goed gedaan en ik trek me puffend en krakend op gang. Alain Waerts vlak voor me geeft ook al geen soepele indruk. Hij sleept nog wat wintervet mee. Maar door het gedrum in de eerste hectometers en een eerste modderige zone in de plaatselijke ronde van 2 km moet ik al snel een dertigtal meter prijsgeven op mijn collega-veteraan 3. Voor we opnieuw door het kasteel lopen, hebben we al een eerste heuveltje overwonnen. Ik verlaat de adellijke aankomstzone met de aanmoedigingen van de voorzitter van het Condrusien- comité Gaetano Falzone himself. Op het beton van de toegangsweg en later op het asfalt van de rijweg kan ik het tempo de hoogte injagen. Maar na 3 km komt er een eind aan de verharde ondergrond en het tempo rond de 4:20 per kilometer. We krijgen eerst een lange niet van gevaar gespeende afdaling in het bos voor de voeten. Ik moet weer een aantal plaatsen inleveren. In de steile klim die daarop volgt verliest Alain snel terrein. Ik maak weer enkele plaatsen goed en krijg nog een aanmoediging mee van Alain als ik me naar voren rep. Ik zie nu ook Michel Mancini en Paul Delaitte voor me. Mijn leeftijdsklassegenoten inhalen mag geen probleem zijn… maar het parcours steekt stokken in de wielen. Op de bospaden is rechtdoor lopen onmogelijk en rechtop lopen een waagstuk. Hier bepalen modder en diepe sporen of een combinatie van beide loopstijl en tempo. Ik heb meer dan een kilometer en een drogere strook nodig om Michel in te halen. Meer moddervastheid, betere grip op trailschoenen? Paul biedt nog een halve kilometer langer weerstand. Rosario Ilardo, Noël Heptia en Michel Lannoy zijn buiten schot. Ten minste daar ga ik van uit. Modave 3 Alleen blijkt dat niet te kloppen voor Michel die de hele wedstrijd achter me is gebleven. Overigens heb ik helemaal niet de tijd om voor me uit naar concurrenten te speuren. Daarvoor zijn de paden te verraderlijk. We glibberen verder, laverend van links naar rechts, op zoek naar een wankel evenwicht en een zweem van snelheid. Diep in de wedstrijd – we zijn al een stuk voorbij halfweg – haal ik een dame in. Is dat Carine Munaut? Dat is wel een sterke prestatie van deze “aînée 2”. Ze speelt hier haar jarenlange ervaring in het Condrusien-circuit uit. Net als ik denk dat we nu wel alle miserie gehad hebben moeten we rond de zevende kilometer door een riviertje waden. Ik zie mijn voorgangers vertwijfeld naar links en rechts kijken op zoek naar een droge omweg maar er is geen ontkomen aan. We moeten door het water. Mijn nieuwe schoenen zijn meteen gedoopt.
De modder hebben we eindelijk achter de hielen. Of beter, de modder hangt van boven tot onder op onze rug en benen. Na 4,5 kilometer is het geklieder ten einde. Aan km 8 na een bocht naar rechts verlaten we het bos en mogen we ons verder afmatten op een veldweg tussen de akkers. Simon Cassien loopt me voorbij. Hij is dit keer niet in het gezelschap van Carine Lousberg en heeft dan maar zijn hond meegenomen. Het beestje vind het nog prettig ook.
Aan km 8,5 passeren we een boerenerf, de eerste getuige van een menselijke nederzetting sinds een half uur. Ik kan eindelijk nog eens onder de 5 minuten per kilometer komen. We lopen door een schaars verlichte tunnel waar ik links en rechts flitsers zie afgaan. Het Ludo-Grafica-fotografenduo heeft dit plekje uitgekozen voor de betere actiefoto. Het wordt nog leuker als we op Ravel-fietspad uitkomen waar ik het gas nog eens kan opendraaien. De fraaie weg loopt tussen twee steile rotswanden. Ik haal Luc Lenaerts in die zich naar zijn zeggen al langer afvroeg waar ik bleef. Wel fijn dat we de laatste kilometers op goed beloopbare paden mogen afleggen, bedenk ik. Tot we na 800 meter een scherpe linkse bocht nemen. Ik ben net Marcel Baeckelandt voorbijgelopen die gewoontegetrouw de Condrusien in slow (of tenminste slower)-motion aflegt. Bij mij is de beweging er ook meteen uit. Ik stap te voet naar boven. Daarnet had ik beter moeten weten. We bevinden ons in de vallei (van de Bonne). Het dorp en het kasteel liggen hoog boven het dal van de Hoyoux. Luc gaat me weer voorbij. In de laatste meters van de helling trek ik me weer op gang. Nog een uitloper en we komen in de bebouwde kom van Modave-dorp. Modave 4 Seingever Salvatore Desimone onderhoudt zich met een klant van het dorpscafé toevallig (?) recht tegenover de plaats waar hij zich heeft opgesteld. Ik ga weer voorbij Luc die hier al aan het uitbollen is, zo lijkt het. Op de Rue du Parc -een weg die ongemakkelijk loopt door de in lang vervlogen tijden gelegde puntige stenen – haal ik nog een mooi tempo. Ik passeer ook de laatste vrouw die ik voor me zie, de fel aangemoedigde Angélique Heindrichs. We lopen door de grote toegangspoort naar de finish. Marie-Paule laat zich opzij drummen door concurrerende fans en ziet dus niet hoe ik in de laatste meters nog een sprint inzet tegen de man net voor me. We overschrijden de Chronorace-kabels ex-aequo.
Ik doe me te goed aan sinaasappelschijfjes en praat nog wat na over onze gladde avonturen. Door de omstandigheden heb ik niet mijn sterkte kunnen inspelen, een gelijkmatig tempo aanhouden. Ik voelde in de Ravelstrook en in de lange rechte streep op de kasteeldreef dat er nog kruit in mijn kuiten zat. Dan is het tijd voor de douches. Die bevinden zich buiten onder een tentje. De kleedruimte is “ingericht” in een stal van de kasteelhoeve maar is evenmin verwarmd. Brrr… Ik zoek snel de warmte op van de Fürstenberg-zaal, reeds flink gevuld en met aangename aroma’s van lekkere hapjes. Maar familieverplichtingen roepen ons snel terug naar Limburg. Thuis lees ik pas dat ik nog een podiumplaats in de wacht heb gesleept.

(Foto 1: Strava rapport. Foto’s Louis Maréchal. Foto 2: Jean Tempels. Foto 3: Luc Lenaerts. Foto 4: Alain Waerts.)