Maandelijks archief: september 2016

Tec Tonic 38 Halve Marathon

zon 25/09/2016 11u * Tec Tonic 38 Thimister – Grivegnée * 21,1 km * 01:38:39 * 12,8 * 79/263 * 4/13 * ♥♥♥

Het is tijd voor een langere uitdaging, denk ik bij mezelf als ik mijn programma voor de volgende maanden plan. De halve marathon tussen Thimister en Grivegnée door het Land van Herve biedt me de gelegenheid om voor het eerst dit jaar weer eens van een lange afstandsloop te proeven. Als de smaak maar niet te bitter is… De wedstrijd luistert naar de blitse naam “Tec Tonic 38” en is het geesteskind van Patrick Philippe en zijn vrienden. De “Tec” in de naam verwijst naar de Waalse openbaar vervoermaatschappij waar Patrick kind aan huis is. De “Tonic” naar de tonus op de spieren van de deelnemers (ook die van mij, mag ik hopen). “38” is het nummer van de oude spoorlijn die eertijds Plombières met Chênée verbond. De spoorlijn is al lang opgebroken en het tracé is nu een Ravel geworden, een recreatief fietspad. Het hoogteprofiel van de loop wijst op een stijging in de eerste 3 kilometer en een dalende lijn in het vervolg. Met andere woorden, dit kan een snel parcours zijn… voor wie goede benen heeft. Ik heb het verslag van mijn collega-blogger Mario Smolders van vorig jaar er nog eens op na gelezen om een idee te hebben van hoe het parcours echt aanvoelt. En tot drie keer toe het vertrekuur van de bussen naar de startplaats gecontroleerd. En telkens verkeerd gekeken. Ik ben er een half uur te vroeg. Niet alleen de benen beginnen na te laten… Maar een aangenaam zonnetje maakt de extra wachttijd toch nog genietbaar. Ik stap samen met Johan Jorissen van Maastricht bij de eersten op de bus en vermijd drie kwartier staan in het TEC-voertuig dat zich schokkend en rammelend een weg baant tussen de versmallingen en langs de rotondes op weg naar Thimister. Loop een lange afstand in de buurt van Luik en je ontmoet Johan Jorissen. Overigens, hoe langer hoe liever voor hem. Hij kiest noodgedwongen voor de 21 km bij gebrek aan 56 km of een afstand in die orde van lengte. We worden veilig afgeleverd aan de sporthal van Thimister. Ook een uitgebreide delegatie van Tongeren loopt er rondjes als voorbereiding. Reken daarbij de broertjes Verluyten – een van hen woont ook in de Ambiorixstad – en je hebt vijf lopers van de topacht aan de finish. Jo Haenen stretcht de benen. De zonnebril kan zijn bezorgde blik niet verbergen. Die zal niet opklaren tijdens de loop, een blessure dwingt hem tot opgave. Nu ik het toch al over de uitslag heb. Je kan zevende worden en toch ontgoocheld zijn, zoals Ronny Neven, ook van de Tongerse club, die net niet onder de verhoopte 1u20′ kan blijven.
Eve-Marie Léonard, partner van Patrick Philippe, meldt ons voor de start dat er vier drankposten zijn. Ik heb mijn voorzorgen al genomen en mijn drankgordel met busjes nog eens van het rek gehaald. Na het startsignaal worden we haast onmiddellijk het Ravelpad opgestuurd. Johan Jorissen laat me al snel achter. Ik ben nochtans met een redelijk tempo gestart omdat het parcours vanaf km 3 zo’n uitnodigend profiel heeft. Vooral in de eerste klimmende kilometers ga ik heel wat collega’s voorbij. Onderweg groet ik Ellen Jacobs van Tongeren. Misschien is dat wel haar eerste “semi”. Christian Vandevenne is al flink aan het zweten onder zijn pet. De lichte klim ligt me uitstekend en ik blijf moeiteloos onder de vooropgestelde 15′ na 3 kilometer. Toch maar niet overmoedig worden, de weg is nog lang. Die weg is een zacht lopend zandpad. Het gebladerte langs de weg beschermt ons tegen de zon als die al te opdringerig zou worden. En een zacht westenwindje waarvan we de hele loop zullen genieten zorgt voor bijkomende verkoeling. Na 2,7 km passeren we een eerste bezienswaardigheid, het fort van Battice. 800 meter verder kruisen we Bouxhmont, de beruchte muur van de “4 cîmes du pays de Herve” en finish van de 33 km van Battice, de cultloop uit mijn gouden jaren. Het peloton is intussen al flink uitgerekt. Ik volg voorlopig het tempo van een onbekende in het geel. Als we een rijweg moeten oversteken en de keuze hebben tussen de Ravel volgen of rechtdoor tussen de paaltjes enkele meters afsnijden, vraag ik mijn buur welk optie hij zal nemen. Een merkwaardige vraag, zie ik hem denken, maar hij heeft uiteraard niet het verslag van mijn belevenissen van vorige week in Fléron gelezen. Rechtdoor dan maar. Ik herken links de eerste “stad”, Herve. We lopen verder in de diep uitgesneden spoorbedding. Dit is een heerlijk looppad en voor mij bekend gebied. Hier heb ik vorig jaar in omgekeerde richting gelopen in de halve marathon van Soumagne. Bij de eerste bevoorrading graai ik een bekertje mee aan de rechterkant. Dat is blijkbaar de kant met de sportdrank. Het zoete mengsel blijft aan mijn tong plakken. Beter opletten, volgende keer. Mijn maat van daarnet blijft achter. Tectonic 1 Intussen heb ik het gezelschap gekregen van een andere loper die een persoonlijke begeleider op de fiets mee heeft. De begeleider lijkt me in de dertig, de loper ziet eruit als een veteraan 3. Mijn vermoeden wordt nog sterker als ik de loper in een shirt van “Image Santé” voortdurend achteruit zie lonken. Ziet hij me als een concurrent, kent hij me? De vraag brandt op mijn lippen maar ik blijf zwijgzaam volgen. Want ik moet me meestal beperken tot aanklampen. Hoewel, als hij met een bedoelde of onbedoelde versnelling dan toch enkele meters voorsprong heeft genomen, kan ik wat verder op eigen tempo weer aansluiten. De kilometers gaan voorbij. We lopen nu op beton. Rechts van ons passeren we eerst het stationnetje van Melen, een drietal kilometer verder dat van Retinne, nu een restaurant. Gesloten vanmiddag. Het blijft overigens ook uitkijken op de weg. De route mag dan wel “sécurisé”, beveiligd zijn, zoals het klinkt op de officiële affiche, we zijn niet alleen op de Ravel. Het is een zonnige dag en heel wat vrije tijdsfietsers willen van de nazomer genieten op hun stalen ros, gelukkig zonder motortje. Vooral kinderen die zich uitleven op hun fietsjes durven wel eens onverhoeds voor ons opduiken. Maar de “cohabitation” van de Ravelgebruikers verloopt vandaag zonder ongelukken. Het rijgedrag van de begeleider van mijn gezel op de fiets is overigens een voorbeeld in het genre. Hij is een heer in het verkeer. In zijn ijver om de lopers niet te hinderen komt hij aan wegwerkzaamheden zelfs even in een hoop steenpuin terecht maar hij kan zijn assistentietaak snel weer ter harte nemen. Km 10: ik sla de tweede bevoorrading over om een slok van mijn eigen drankje, AA-drink, te nemen. Maar mijn maag schijnt dat – tijdens de wedstrijd alleszins – niet op prijs te stellen. Ik laat mijn eigen flesjes dan maar onaangeroerd voor de rest van de loop.
We blijven onverstoorbaar het fietspad volgen. Dat lijkt een gemakkelijkheidsoplossing voor de parcoursbouwers. Maar vergis je niet: om de kilometer of daaromtrent moet je een rijweg kruisen. En bij die overgangen moeten telkens seingevers worden opgesteld, vrijwilligers die ongeduldige autobestuurders in toom moeten houden. En zo zijn er vandaag veel in het geweer. Vooral de doortocht in Fléron moet een hoofdbreker geweest zijn voor de parcourswachters. Claude Wergifosse, zelf een verdienstelijke veteraan 2, is een van de moedigen. Een dikke pluim dus voor de ploeg achter de Tec Tonic. Overigens heb ik heb ook tweemaal politie-agenten opgemerkt bij een wegovergang. De organisatie heeft dus ook nog eens uitstekende contacten met de lokale overheid. Derde drankpost. Wat maak ik het me vandaag moeilijk! Ik twijfel zo lang tussen de linker- en de rechterkant dat ik uiteindelijk de tafel voorbij loop zonder te drinken. Dan maar op mijn stappen teruggekeerd en alsnog een slok genomen uit een Spa-flesje. Dat betekent opnieuw een kloofje dichten op de man van “Image Santé”.
Veertiende kilometer: Hé, ken ik die trap niet? Ja natuurlijk, dit is de aankomst van vorige zondag, vlak voor de sporthal van Fléron. Ik blijf achter mijn kompaan aansjokken. Links hangen de afgeschoten Belgische en Waalse vlag nog altijd te wapperen. De kilometers beginnen te wegen. De afstand heb ik wel in de benen – dat hebben mijn lange trainingen van de laatste weken geleerd – maar de snelheid ligt hier heel wat hoger en er zit niet echt variatie in. Vertragen is geen optie, versnellen lijkt me nogal roekeloos. De weg loopt wel constant omlaag maar dat gegeven is louter theoretisch. In de praktijk voelt het aan als vlak. Vanaf de vijftiende kilometer – dan zijn we in Beyne-Heusay volgens de bordjes – is de daling wel voelbaar. Maar de tactische plannetjes die je voor de wedstrijd hebt gemaakt om hier te versnellen berg je snel op als het eens zo ver is en de benen al de inspanningen van vijftien kilometer dragen. We maken met ons beidjes wel een aantal plaatsen goed. Rechts voor me zie ik een loper in wandelpas. Dat moet Antonino Diliberto zijn, de veteraan 1 die in normale omstandigheden goed is voor een plaats in de toptwintig. Voor de lezers van “Groet um” informeer ik even bij de man van Crisnée. “Une contracture” is het euvel. Het is wel stilaan tijd om de naam van mijn gezel te onthullen. We zien elkaar niet meer na de finish en ik zal zijn naam moeten zoeken in de uitslag. Het is dan toch een veteraan 3. Zijn naam is me wel bekend, Jean-Pierre Jans, een Franstalige overigens.
Laatste bevoorrading aan km 18: ik volg het voorbeeld van Jean-Pierre en hou de benen even stil om een stevige slok te kunnen drinken. Mijn v3-collega is sneller weer op gang, ik dring niet meer aan. Ik kan toch niet in elke loop achter elke echte of vermeende categoriegenoot aan gaan. Zijn begeleider op de fiets meldt hem intussen dat zijn gezel van zoveel kilometers afhaakt. Tien, twintig meter, groter wordt de kloof voorlopig niet. Tussen ons zie ik alleen achterblijvers van de 10 km-loop.
Na bijna 20 km worden we scherp rechtsaf gestuurd. Dit is het einde van de Ravel. We komen in de bebouwing. Langs een smal en hobbelig asfaltpad – dat is wel even aanpassen na kilometers glad beton – lopen we door een woonwijk, de Cité Renard. Niet alleen socialistisch van uitstraling, maar ook van naam. Niets staat een versnelling op een breed plein en een bochtige straat in de weg… tenzij vermoeide benen. Tectonic 2 Jean-Pierre doet er een nog schepje bovenop en loopt nog wat verder weg. Tijdens de afdaling maak ik “live” al een balans op van mijn prestatie vandaag. Zeker niet slecht maar ik stuit op mijn grenzen in een lange inspanning met een voor mij hoog tempo op een ongewoon snel parcours. We zijn nu vlak bij de finish op het voetbalveld van het Centre des Loisirs van de TEC. Het smalle klimmende pad ernaartoe doet pijn. Vooral voor Tony Deneuker van Tongeren die uitglijdt in de laatste bocht. Ik verlies nog een plaatsje aan Olivier Defrère die nog wat meer jus in de benen heeft. Jean-Pierre heeft een half voetbalveld voorsprong genomen, ikzelf moet geen terugkomende achtervolgers meer vrezen. Als u ooit aan een sportkwis deelneemt en men vraagt u het verschil tussen Cortleven en Jans aan de finish in de Tectonic 2016, onthoud dan “33 seconden”. Tegen zoveel sportieve feitenkennis zal zelfs een kraan als Joeri Vandevenne niet op kunnen. Genoeg flauwekul. Rendez-vous over een week of veertien dagen voor een nieuwe loop en een vers verslag.

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1: De laatste meters. Foto 2: Aan de fruittafel met Philippe Gheury.)

Fléron

zon 18/09/2016 11.15u * Fléron (Challenge Province de Liège) * 10,2 km * 00:48:28 * 12,6 * 37/137 * 3/17 * ♥♥♥♥

Na een weekend zonder wedstrijd ben ik weer op weg naar de volgende opdracht. Die “opdracht” leg ik mezelf op, dat maakt het net dat tikje gemakkelijker. Fléron ligt een goed halfuurtje van thuis, tenminste als de snelweg in Visé niet is afgesloten en er geen pijl staat die leidt naar… nergens. Gelukkig ken ik de wegen naar Luik en ben ik zoals steeds ruim op tijd vertrokken. Mijn opwarming rond de sporthal van Fléron komt dus niet in het gedrang. De wedstrijd maakt deel uit van de Challenge van de Provincie Luik, de moeder aller Luikse challenges die vorige week haar voorzitter Pierre Wouters heeft verloren. Ik ontmoet hier heel wat bekende veteranen 3. Alleen Willy Hertogen ontbreekt door sociale verplichtingen. Terwijl ik de beentjes losgooi zit hij nu te nagelbijten in Vlijtingen of elders waar zijn drukke agenda van deze zondag hem brengt.
De eerste 2 kilometer op asfalt en beton zijn vlak. Ik heb er meteen een mooi tempo te pakken, 4’20” per kilometer. Sneller hoeft niet – ik zie Claude Herzet en Françoise Piscart niet ver voor me uit draven, dus zit ik wel op schema. Ik kan trouwens ook niet sneller – als veteraan 3 Guy Raes me passeert kan ik niet aanhaken. Bernard Marot kan ik wel achterlaten. We zijn vlug in Magnée. Hier was ik vorig jaar nog voor een van de zwaarste halve fond-lopen die ik ooit heb betwist, de “Jogging de la Pomme”. Twee slimmeriken voor me profiteren van hun terreinkennis om een tiental meter af te snijden. De signaleuse gaat niet in op mijn suggestie om zich voor het “afsnijpunt” te posteren. “Ze winnen maar 10 meter, Monsieur”. De brave dame weet niet hoeveel moeite het kost om die tien meter weer dicht te lopen. Na 3 kilometer duiken we een smal veldweggetje in. Dat zat vorige jaar ook in de “Jogging de la Pomme”. Benieuwd wat ons vandaag nog te wachten staat. We zijn nu aan het dalen maar krijgen plots een kort maar steil bultje te verwerken. Ik kan enkele meters goedmaken op Claude en Françoise maar in de daaropvolgende afdaling loopt Claude weer weg. Ik ga zelf voorbij een gebruinde Françoise die blijkbaar een zonnige vakantie heeft doorgebracht. Ik probeer nog een complimentje maar Françoise is zo intens bezig dat ze mij niet hoort. In de volgende hectometers met dalingspercentages van meer dan 10% in het gehucht Bouny stort Françoise zich al een valk naar beneden. Ik hou wat meer reserve. Maar goed ook, bedenk ik, als ik na een scherpe blinde bocht maar net een wegafsluiting kan ontwijken. Het asfalt gaat weer over in onverhard. Ik zie de lopers voor me naar houvast zoeken op een steil taludje van een vijftal meter dat naar een bosje leidt. Een moeilijke passage blijkbaar. Voor mij betekent dat de moeilijkheidsgraad in het kwadraat. Ik zoek een boomtak om me aan vast te klampen en glij zo naar beneden. Het kost me weer een tiental meter op Claude die zelf nochtans ook behoedzaam te werk gaat en zelfs bang is dat hij de man achter zijn rug (ik dus) zal ophouden. Dat vertelt hij me later bij de drankentafel aan de finish. Nog enkele golvingen voor we aan het laagste punt van het parcours uitkomen. Nu hier weer uitkomen. Wel, daarvoor hebben de parcoursbouwers een klim uitgezocht die begint met stroken van meer dan 20%. Een zware opgave voor bovenbenen en kuiten. Maar het ergste lijden hier de voeten. Die moeten grip vinden op gladde, scherpe, ongelijke stenen. Aan weerszijden van de stenen woestenij maken boomwortels de passage al even moeilijk. Deze klim herken ik alleszins niet van mijn deelname twee jaar geleden, toen Jo Vrancken en Servais Vrancken nog het mooie weer maakten in de Challenge van de Provincie. Het lijkt wel de “chaussée romaine” uit de Condruzien. Ik ben Claude al in de eerste meters voorbijgegaan en zal de hele “stenen” klim, zo’n 500 meter lang, vlak voor mijn gemeentegenoot uit klauteren. Ik zoek naar de beste loopstrook en laveer enkele keren van links naar rechts. Uiteindelijk kies ik maar voor de stenen in het midden. Ik maak niet te veel zorgen over het schamele tempo dat ik hier haal, ik merk dat ik geen terrein verlies ten opzichte van de lopers voor me. Een aarden pad en daarna een smalle asfaltweg leidt ons weer naar de bebouwing. Ik heb Françoise al ingehaald op een van de steilere stukken als we op een bredere weg uitkomen in Romsée. Ik zie nu al enkele kilometers dezelfde lopers voor me: een kleine rode met een pet, een magere oranje met kaal hoofd en witte benen en een grote rode. Ik vermoed dat die laatste Vincent Vanaschen is. De weg blijft klimmen, van vals plat tot 3 à 4%. Maar dat gaat me vandaag goed af. Ik heb nog jus in de benen en er zit nog lucht in de longen. Niettemin nader ik maar met nanometers op mijn voorgangers. En zo blijf ik kilometers lang op enkele seconden hangen. Vanuit Romsée gaat het richting Beyne-Heusay. We draaien en keren in woonwijken. Het gazon van familie Dupont-Duval (fictieve naam) is mooi gemaaid, de 137 deelnemers lopen er ongegeneerd over. Aan km 8,6 draaien we rechts af op het Ravel-fietspad voor wat je zou kunnen beschouwen als de laatste rechte lijn. Twee lopers voor me kiezen weer voor een sluipweggetje en stelen zo weer een tiental meter. Mijn inspanningen van de vorige kilometers worden weer gedeeltelijk teniet gedaan. Samen met de oranje loper voor me volg ik de weg die wordt aangegeven door de verkeersregelaars. “Langs daar?” vraag ik. “Langs hier, antwoordt de man, daarom staan we hier.” Als ik een hoofdbeweging maak naar de twee snoodaards voor me, klinkt het weer “Het zijn maar tien meter.”. Zijn antwoord mag me niet aanstaan, maar het geeft me in elk geval de boost om de afsnijders bij de lurven te pakken. Ik ben snel bij de man voor me – de “onschuldige” Fabian Nihant in het oranje, een veteraan 1 – en richt nu mijn vizier op de mannen in het rood. Vincent Vanaschen gaat als eerste voor de bijl. De man met de pet biedt meer weerstand maar begeeft uiteindelijk toch. Hij doet nog een poging om in mijn slipstream mee te gaan maar moet enkele meters toegeven. Ik heb geen idee wie zich onder die pet schuil houdt. Na de finish verneem ik dat het de “verse” veteraan 3 Alberto Canales is die geregeld in de prijzen loopt. De Ravel blijft maar duren. Uiteindelijk blijkt die rechte lijn naar de sporthal anderhalve kilometer lang. Echt vlot gaat het ook niet, ondervind ik, ondanks mijn inzet. Achteraf stel ik vast dat de weg hier ook lichtjes blijft stijgen. Niet te verwonderen dus, het gaat al 5 kilometer bergop. Alberto doet een nieuwe vertwijfelde poging om in mijn spoor te komen maar die bevlieging bekoopt hij snel. In de verte zie ik een groepje toeschouwers. Die staan aan de trappen met de drie scherpe bochtjes voor de “Espace Sport”. Opletten, het is hier glad, heb ik gemerkt bij de 5km-loop. De twee achtervolgers komen opnieuw korter. Maar ik kan nog een versnelling uit mijn kuiten schudden en houd nog voldoende ruimte over in de sporthal waar de streep is getrokken.
Ik geniet na met Claude Herzet onder het genot van een drankje op basis van de vrucht van de Mediterraanse “arbousier” (aardbeiboom) en van appelsap. Dan vertrek ik snel maar goedgemutst naar huis.

(Foto’s: Ik speur het internet af op zoek naar opnames van de fotografen die ik in de laatste kilometer heb opgemerkt.)

Luik Sainte-Walburge

vri 02/09/2016 19u * Luik Sainte-Walburge Jogging des Fous * 9,7 km * 00:52:19 * 11,1 * 108/423 * 3/12 * ♥♥

Het is vrijdagavond en druk op weg naar Luik. Een heel verschil met de verplaatsingen naar het Luikse land op zondagochtend als de wereld nog slaapt. Onze bestemming is de Luikse wijk Sainte-Walburge aan de noordelijke rand van de agglomeratie, hoog boven de Maasvallei. Ik heb nog even de illusie dat er wel richtingaanwijzers zullen staan naar een parking. Maar op een schamel bordje bij het uitrijden van de autoweg na, is er geen enkele aanduiding te vinden. We rijden de hele weg naar het Maasdal af om daar rechtsomkeert te maken en weer richting Rue de Sainte-Walburge te rijden. Maar we zijn ruim op tijd en de omweg roept nog herinneringen aan mijn eerste ontmoeting met Servais Halders in de 10 mijl van Thier à Liège vijf jaar geleden. Sainte-Walburge 1 Er is intussen veel water onder de Maasbruggen gevloeid en veel roest in mijn knoken geslopen maar Servais blijft op hoog niveau presteren. Een parkeerplaatsje vinden blijkt uiteindelijk geen probleem en we kunnen ons al snel in het feestgewoel mengen. Want Sainte-Walburge vier feest. Drie dagen lang woedt hier “La Fête des Fous”. De jogging, die haar naam dankt aan het feest, is de eerste afspraak van het weekend. Er heerst al een grote drukte in deze oude volkswijk, nu multi-culturele wijk. De kermiscarrousel draait haar eerste rondjes … en zwaarbewapende politie-agenten patrouilleren in de omgeving.
Er verdringt zich een grote massa aan de startplaats onder het oog van twee in het rood-geel gehulde reuzen. Allemaal loopgekken, want je moet toch een beetje gek zijn om de start te nemen van een jogging die zich op de steile hellingen van Luik zal voltrekken. Zelf wil ik er het beste van maken. Ik begin meteen met een fiks tempo, al word ik gediend door de eerste twee dalende kilometers. Ik wil deze keer Nicolas Bynens proberen te volgen. Onze laatste ontmoeting dateert van in mei, op de Corrida des Remparts, onzaliger gedachtenis. Maar Nicolas is nergens te bespeuren en Eric Martin met wie ik de start heb afgewacht maakt zich ook al snel uit de voeten. Aan km 1,4 verlaten we al de verharde weg en lopen we door een park, nog steeds in dalende lijn. Zoals vorige week in Momalle passeer ik nu ook weer Christan Vandevenne in de aanvangsfase. Na minder dan 2 km is de snelle pret voorbij en beginnen we aan een opeenvolging van klimmetjes en steile hellingen tot bijna aan de finish. Maar dat weet ik nu nog niet en ik leef met de hoop dat we vanaf km 7 opnieuw mogen ontspannen op asfaltwegen. De speaker heeft wel een parcourswijziging aangekondigd bij de start: er is nog een groene zone aan het traject toegevoegd. Wat dat precies betekent zal ik over een dik half uur aan den lijve ondervinden. De eerste nijdige klim in twee fasen – het laatste stuk op kasseien – zet de benen al onder druk. Maar de loop is nog jong en ik overleef deze eerste uitspatting. Maar echt herstellen zit er niet meer in. Want in de volgende kilometers worden de paadjes bochtiger en verraderlijker. Gelukkig zijn de boomwortels met oranje verf aangeduid. Ik ben vrij vooraan gestart en verlies nu een aantal plaatsen aan opkomend geweld. De volgende steile klim, rond de 10%, brengt ons op de hoogte van de Citadel. Het akelige gevoel van de Corrida des Remparts die ook dit plateau opzoekt is er terug. Benen stuk. Maar ik ben blijkbaar niet de enige. Plots herken ik het groene shirt van Claude Herzet. En laat mijn “buur” van de Krinkelsgracht nu net de man zijn die mij met zijn lovend commentaar over de prettige sfeer hier naar deze wedstrijd heeft gelokt. Claude heeft geen zin om me te volgen, hij is slimmer en doet het rustiger aan. We blijven in het groen. Op een van de hoogten passeren we zelfs door een boomgaard. Het blijft opletten op de smalle paadjes in parken en bosjes. Een loper voor me struikelt plots over een boomstronkje. De vermoeidheid heeft zich niet alleen bij mij in de benen genesteld. De man breekt zijn val met een galante rol en kan weer verder. Dat doet me eraan denken: bij de opwarming in de straten van Luik is ook al een loper voor me tegen de grond gegaan. Ik ben gevaarlijk gezelschap vanavond. We zijn voorbij halfweg. Sainte-Walburge 2 Ik hoor een oorverdovend lawaai: toeters en luide aanmoedigingen. De toeschouwers, veel kinderen, willen ons naar boven schreeuwen op de Rue Coupée met een hellingsgraad tot 13%. Ik heb geen energie meer om de uitgestoken hand van de kinderen aan te tikken. Boven, aan km 7, is het even vlak. Het oude voetbalveld van Thier à Liège ligt er desolaat bij. Zullen we nu beloond worden met een afdaling? Voorlopig alleszins niet. Op een beboste terril (puinhoop van een oude mijn) wacht er een nieuwe helling. Het gaat even beter op een goed beloopbare maar weer klimmende kasseistrook. We draaien aan een rotonde die ik herken van daarstraks in de auto. Even dalen, ik vind nog een restje kracht om te versnellen. Dan worden we plots links een veldweg opgestuurd. Het pad is nauwelijks beloopbaar. Diepe voren, schuine kanten, nog een streep modder. Dat is dus de nieuwe lus die de organisatoren voor ons hebben uitgedacht. Ergernis maakt zich van mij meester. Na een laatste bultje in een intussen donker bosje bereiken we een kinderboerderij. Want dat was de bedoeling van het nieuwe parcours. Voor wat mij betreft goed om een eeuwigdurende haat tegen kinderboerderijen op te wekken. Door een poort verlaten we deze groene vlek binnen het woongebied.
Ik hoor de luidspreker en voel zacht asfalt onder de voeten. De finish is niet meer veraf. Een dame in het oranje loopt zich nog het vuur uit de sloffen om enkele seconden te winnen. Haar gezel – een stevig gebouwde kerel – vuurt haar zo hevig aan dat hij me haast van de sokken loopt. Ik hou me dan maar gedeisd achter het groepje. Dat plaatsje zal nu wel geen verschil meer uitmaken. Hoofdzaak, ik ben ervan af. Mijn tijd en uitslag zijn wat beter dan wat ik louter gevoelsmatig had ingeschat: minder dan twee minuten achter de eerste twee veteranen 3. Even bijtanken en indrukken uitwisselen met enkele generatiegenoten. Claude is ook niet echt happy met de parcourswijziging in de laatste kilometers. Het is vanavond genoeg geweest, ik ben niet meer in de stemming voor het traditionele glas achteraf. Een kwartiertje later rijden we richting Heukelom.

(Foto 1: De start, de reuzen kijken toe. Foto 2 van Marie-Paule: Verscholen in een groepje bij de aankomst.)