Maandelijks archief: februari 2017

Warsage (CJPL)

zat 25/02/2017 15.30u * Warsage (Challenge Province de Liège) * 9,44 km * 00:44:22 * 12,8 * 74/214 * 6/27 * ♥♥♥♥

De omleiding naar Warsage kronkelt door Bombaye en roept herinneringen op aan mijn eerste wedstrijden in het Franstalige land van vele jaren geleden. (Ik zoek het even op: eerste van verschillende deelnames in 1995). Warsage is eigenlijk de opvolger van Bombaye, destijds de eerste wedstrijd van de Challenge de la Province de Liège (CJPL). Het zaaltje was waarschijnlijk te klein geworden voor de volkstoeloop in de volgende decennia. Ze hadden daar nochtans een aantrekkelijk rondje (eigenlijk een aantal lussen). Ik ben alleen onderweg, zonder mijn “lijfwacht” Marie-Paule (humor van Jean-Pierre Immerix). Als opwarming sluip ik binnen in het het peloton van de korte wedstrijd. Irène Schillings, loopmaatje van Servais Halders uit het naburige Voeren, treedt hier op in haar vertrouwde biotoop.

Lees verder →

Ik wurm me met Francis Loyens een aantal rijen naar voren voor de start van wat nu de tweede manche is in de Challenge. Maar voor de eerste bocht hebben we de gewonnen plaatsen al weer verloren aan snellere starters. We maken eerst een kleine ronde in een nieuwbouwwijk voor we weer aan de streep voorbij komen voor een grote ronde. In de verte zie ik de sliert voor me naar rechts afdraaien. Is dat Jo Vrancken daar in eerste positie? Kan niet, vertelt hij me na de wedstrijd, ik ga nooit voor Guy Fays lopen. Respect voor een monument? Het peloton is hier overigens al groter geweest. Deze lus mag dan wel een opwarmingsronde lijken, er zit al meteen een stevige helling en dito afdaling in. Hoe doen ze het maar, Jean-Pierre Immerix en Willy Hertogen, ze zijn weer sneller vertrokken. Ik passeer ook Roger Archambeau die zoals de twee genoemden ook al een eeuwigheid meegaat in deze challenge. Bij de eerste klimmende meters neemt Francis al een kleine voorsprong die hij nog uitbouwt in de afdaling. Op de smalle ruimte langs de rijweg na 1 km is het zoeken naar de best beloopbare strook: langs de pootjes van de dranghekken, in het gootje of op het ongelijke voetpad. Ik volg een “oranje” duo (leden van Jog’in Attitude) Vanessa (Nicassio) en Fabrice (Averno). Hun voornamen staan netjes op de rug geprint (makkelijk voor de verslaggever). Fabrice herken ik trouwens van andere wedstrijden. Als ik hem kan voorblijven geeft dat een aanwijzing over mijn prestatie. Vergelijken is weten in de “joggologie”.
Als we rechts afdraaien aan de kerk en de startplaats hebben we de hele weg voor ons alleen. Maar daar begint het ook omhoog te gaan, geniepig in het begin en fors op het einde. Adieu Vanessa en Fabrizio, ze zullen niet kort achter me eindigen. Ik zie veteraan 3 Richard Mathot sukkelen voor me. Ik ga hem voorbij. Je weet nooit, misschien heeft hij een mindere dag. Langs de andere kant weet ik dat Richard vaak een opstoot van energie krijgt als ik hem passeer. Vandaag blijft hij achter, lijkt het. Ik ben met een voor mij pittig tempo vertrokken en probeer ook in de klim de vaart erin te houden. Ik blijf net boven de 12 per uur in de hoop Francis Loyens binnen oogafstand te houden. Maar eenmaal buiten de bebouwing van Warsage is hij al niet meer te bespeuren. Intussen heb ik een andere kat te geselen, genaamd Richard. Een kat heeft zeven levens, Richard alleszins twee. En in dat tweede leven – op een vlak stuk van 600 meter tussen de laagstamboomgaarden – sluit hij weer aan. Ik blijf het tempo aangeven. Misschien had ik me even kunnen verschuilen achter zijn lange gestalte maar een egaal, zelf gekozen tempo, ligt mij nu eenmaal het beste. Warsage 1 Het gehijg achter me makt me duidelijk dat Richard hier niet aan een gezondheidswandeling bezig is. Aan het humanistisch centrum (rechts van ons, ik zeg het even voor mijn collega’s die het weer niet gezien hebben), waar het tweede en moeilijkste deel van de klim begint, komt Richard plots van achter mijn rug uit en versnelt hij het tempo. Ik doe geen poging om hem te volgen. Ik ken deze strook als mijn broekzak. In de Quatre Cîmes van Battice heb ik deze sluipmoordenaar tienmaal mogen bekampen. Rustig blijven, ademhaling controleren, is de raad die ik mezelf geef. Tussen de huizen van Neufchâteau – waar de klimpercentages flirten met de 7% – bekoop ik wel mijn relatief snelle start. Mijn tempo zakt hier even onder de 10 per uur. Van die tijdelijke inzinking maakt een duo gebruik om me voorbij te gaan. Op het einde van de lange klim – 3,3 km, even de vlakke strook niet meegerekend – kom ik weer op mijn effen. Ik heb nu ook twee andere bekenden in het vizier gekregen: Claude Herzet en Georges D’Hoey. Die laatste is wel een veteraan 2, maar geen enkel punt van het challenge-reglement verbiedt om ook jongere lopers in te halen. De bocht naar rechts na 4,6 km luidt het begin van de afdaling in. Hier is de bevoorrading die opnieuw aan de verkeerde kant van de weg staat opgesteld en waar Francis Loyens even stapvoets heeft moeten bekomen van de geleverde inspanning. Hij zal nog wat ervaring moeten opdoen op de heuvelachtige parcoursen van Het Luikse. En de raad van zijn teamgenoot van de Mergellopers om de klim voorzichtig aan te pakken ter harte moeten nemen. Maar voor een eindtijd van minder dan 43′ mag je wel eens buiten adem zijn. We mogen nu de benen losgooien op een bijna 2 km lange duik naar de vallei van de Berwijn. Claude Herzet maakt er onmiddellijk werk van, in de buurt van Richard en Georges. De afstand tussen hun drieën wisselt wel eens, de posities waarschijnlijk ook. Ik doe mijn best om het tempo op te krikken maar de snelheid is de laatste jaren uit mijn benen gevloeid. Ik ga wel weer voorbij het duo dat me daarnet in de klim heeft bijgebeend. De grootste van de twee neemt blijkbaar zijn maat op sleeptouw. Enkele bochten, een kort vlak stuk in het gehucht Fêchereux (nieuwbouw midden in het groene landschap) en een stevige afdaling langs een bosrand verder komen we op uit op de rijweg naar Val-Dieu. Mooi asfalt en ruimte zat achter de nadarafsluiting. Ik blijf mijn benen pijnigen achter het groepje van drie. En kan het verschil binnen de perken houden: een tiental seconden ten opzichte van Claude in Mortroux.
Na 400 meter verlaten we de vallei weer via een steil pad bedekt met verhakkeld asfalt. 300 meter lang, genoeg voor enkele positiewisselingen. De twee jongens van daarstraks gaan me opnieuw voorbij en blijven nu definitief vooruit. Ik ben verrast dat Richard voorbij Claude is gegaan. Richard haalt vandaag vooral op de hellingen uit. Ik heb het al anders geweten. Hij houdt 10 seconden over aan de finish. De klim gaat onverminderd voort op het asfalt. De koude wind van het begin van de race is gaan liggen en ik heb het zelfs even te warm onder mijn windvestje. Te meer omdat ik tot tweemaal toe een poging doe om dichter bij Claude te geraken. Maar ik kan mijn inspanning niet lang genoeg volhouden en zie mijn gemeentegenoot op het vlakke weer snel afstand nemen. Dan maar proberen Georges bij de lurven te vatten. Maar die verzwakt ook niet. Ondanks een verdienstelijke laatste kilometer in 4’20” blijf ik op een kleine afstand hangen. En zo eindigen 5 veteranen 3 binnen de minuut. We zijn terug in het dorp tussen de mensen, die van Warsage en snellere deelnemers die aan het uitlopen zijn. Nog een honderd meter voor we linksaf moeten slaan door een klein poortje waar een nieuw klinkerpad naar de finish leidt. Dit is een nieuwe aankomst. Servais heeft mij er al op attent gemaakt. Ik ben dubbel geconcentreerd omdat in de korte wedstrijd Bert Ernest van Herderen hier rechtdoor gelopen is naar de oude streep. Een “merde” noemt hij het. Maar waarom dan niet teruglopen en tenminste in de uitslag worden opgenomen? (Gaetano Falzone heeft zich aan zijn belofte gehouden en me alsnog in de officiële klassering van de Condroz-loop vorige week in Nandrin gesluisd.)
Na enkele zigzags loop ik onder de “Solidaris”-boog door waar Jean-Claude Odeurs een fotootje maakt van elke finisher. Binnen onder de 45 minuten. Ik speel even het geliefkoosde spelletje van Jean-Pierre Immerix: mijn tijd vergelijken met die van mijn laatste deelname (in 2014). Een achteruitgang met slechts 2 minuten. Daar moet ik tevreden mee zijn. Eindevaluatie: 4 hartjes. Dat is een tikkeltje meer dan ik verdien, maar vorige week ben ik dan weer te streng geweest voor mezelf.
Warsage 2 Ik feliciteer de jongens voor me , sabbel enkele sinaasappelpartjes op, en volg even later Willy Hertogen naar de bovenverdieping waar we ons aan een lavabo kunnen verfrissen. “Er is hier maar één douche” weet de Vlijtingenaar. Als hij het nog niet zou weten na vijfentwintig deelnames. Als we terug naar beneden komen zie ik een collega (die mij altijd opvalt met zijn uitbundige fluo-outfit) in de gang op een stoeltje zitten. “Ik voel me niet goed”, zucht de man die ik inschat als een veteraan 2. Terwijl Philippe Codiroli aan de tafel naast ons druk doende is de uitslagen te verwerken (gelukkig sta ik er tussen) les ik mijn dorst met mijn Limburgse vrienden. In de Challenge van de Provincie Luik (CJPL) zijn daar altijd toppers bij. Zoals Servais Halders ( “Het ging snel vandaag” glundert de Voerenaar, met passende F1-pet op het hoofd). Onnodig zijn plaats bij de veteranen 3 te vermelden. En Jo Vrancken, derde algemeen. Het toeval wil dat de algemene winnaar Christophe Mémurlin naast ons zit. Even verder hangt de tweede, Guy Fays, aan een klimrek om zijn nog steeds afgetrainde lijf weer in de juiste plooi te leggen. Een scratch-klassement is er niet. Dit bespaart de organisatoren weer wat geld. De tweede besparing bestaat er blijkbaar in de verwarming in de zaal op de minimumstand te zetten. Na een warm onderonsje verlaten we rillend de zaal. Buiten landt een helikopter voor een medische interventie. Toch niet voor de man die ik daarnet op de gang zag? (Tijdens het maken van mijn verslag meldt de website van de Challenge dat de ongelukkige Elvis Fetro is. Inderdaad een veteraan 2. En zijn voornaam past perfect bij zijn blitse verschijning. Hij is overgebracht naar het Universitair Ziekenhuis van Luik en zou dat intussen hebben verlaten. Het komt weer goed met Elvis.)

(Foto’s CJPL. Foto 1: archieffoto van Georges D’hoey in Cointe. Foto 2: De helikopter voor Elvis.)

← Toon minder

Nandrin (Challenge condruzien)

zat 18/02/2017 16u * Nandrin (Challenge condruzien) * 11 km * 00:57:18 * 12,2 * 143/472 * 11/29 * ♥♥

Na een wedstrijd ben ik altijd opgelucht als ik mijn naam in de uitslag terugvind. Het is me al enkele keren overkomen dat de elektronische tijdsregistratie of de manuele tijdsopnemers me over het hoofd zien. Het is toch niet waar zeker, zucht ik ’s avonds als ik de site van de Challenge open. Ik zie de namen van Michel Mancini, Carine Munaut en anderen die ik ben voorbijgegaan maar Cortleven? Inconnu au bataillon! Wat is nu weer aan de hand? Gaetano Falzone bevestigt zondag mijn vermoeden dat ik een nieuwe “kaart” had moeten afhalen. Het nummer blijft hetzelfde als vorig jaar maar de chip is vernieuwd. De mevrouw aan de inschrijvingstafel wist uiteraard niet dat ik nog mijn oude nummer had en zei dat alles in orde was. Ik kan mezelf paaien met de gedachte dat ik blijkbaar niet de enige ben. We nemen je op in de uitslag, meldt Gaetano nog.

Lees verder →

Voorlopig heb ik de rangschikking hierboven dan maar zelf aangepast. Veel maakt het eigenlijk ook niet uit. Voor de challenge heb ik geen ambities. En ik vermoed dat men ook in een sportkwis niet naar mijn resultaat in de 11 km van Nandrin zal vragen.
Er heerst al een grote bedrijvigheid in de “kom” van Nandrin. De traillopers maken zich klaar voor hun loop. Zij vertrekken een uur voor ons. Ik kies voor de klassieke Challenge-afstand, de 11 km. 11,3 volgens de officiële gegevens. Hoe kan er toch zoveel verschil zitten tussen mijn Garmingegevens en de metingen van de organisatie? Ik maak van de verkenning gebruik om even de visu de staat van de onverharde paden vast te stellen. Dat ziet er redelijk uit. Van modder zullen we geen last hebben. Maar het karakter van de Condruzien is onaangetast. Dat zal ik voelen en u aanvoelen, hoop ik.
Kris Govaerts somt voor de start nog even de nieuwe veteranen 3 op. Bij de eerste tien eindigen wordt al een hele klus. Kris slaagt met brio in de opdracht. Ik sneuvel op de elfde plaats. Na 300 meter komt de eerste beklimming er al aan. 500 meter op het asfalt, rond de 5% stijging. Zoals de meeste lopers in mijn buurt probeer ik hier niet te hoog in de rode zone te gaan. Ik kijk wat om me heen om voor mezelf een zweem van ontspanning te creëren. Mijn gedachten dwalen af naar… het carnaval in Rio. Voor die gedachtesprong zorgt een jonge dame in kleurrijke uitrusting die wel een sambadanseres lijkt. Michel Lannoy en Rosario Ilardo nemen ook een bedaarde start. Ze gaan me in die volgorde voorbij als we op de top links afbuigen een veldweg in tussen de weiden. Enkele seconden later schuift ook Kris Govaerts voorbij. Ik wil geen energie verspillen door van het ene karrenspoor naar het andere te springen en blijf dus maar braafjes de rij lopers voor me volgen. Ik zie de lange sliert voor me in het open veld rechts op draaien. We zijn nauwelijks 1,8 kilometer ver, hier wacht ons al de tweede beklimming. Opnieuw op een asfaltweg, maar nog een paar procentjes steiler dan daarnet. Nandrin 1 En wat ik bij de opwarming al vreesde, wordt bevestigd. Ik heb niet de beste benen. Die het dus moeilijk hebben met de stijgingsgraad tussen de 5 en 10%. Zoals vorige week loopt hier ook een piepjong kereltje voor me. Maar deze deugniet laat mij wel achter. Hij is zo’n 65 jaar jonger dan de man even achter me, de onverslijtbare Mauro Calogero. Na 600 meter sukkelen, zijn we dan toch boven geraakt. Langs de weg richt Pierre Jadot de lens op ons. Euh, blijkbaar niet op mij. Wie me wel opmerkt en aanmoedigt is… Noël Heptia. Geblesseerd, aldus zijn trainer Fernand Schosse. We kunnen even herstellen op een vlakke strook. Rond km 3 duiken we het bos in. Kris Govaerts heeft al een honderdtal meter voorsprong uitgebouwd en zal zijn opmars nog verder zetten, leid ik af uit de uitslag. Hij is dan voorbij zijn echtgenote Maja Van Zand gegaan die traditioneel sneller gestart is. Maja moet nog even bekomen van de beklimming daarnet, meldt ze als ik haar op mijn beurt voorbij ga. Ze verdient trouwens nog een speciale vermelding. Vorige week behaalde ze de tweede plaats in haar categorie op het Vlaamse veldloopkampioenschap. En toch was ze ontgoocheld. Wat een strijdershart! De enige bekende die ik nog ontwaar voor me is Carine Munaut. Ik zal nog anderhalve kilometer nodig hebben om haar bij te benen. Dat is nog zo’n specialiste en amateur – neem ik aan – van de veeleisende parcoursen in de Condroz. Zij vindt ogenschijnlijk moeiteloos de juiste tred op de paden. Ik laveer van de ene zijde van de smalle bosweg naar de andere om de diepe geulen te vermijden en me staande te houden op de schuine zijkanten. Want we zijn intussen begonnen aan een lange afdaling in het bos. Het tempo opdrijven zit er voor mij niet echt in. Daarvoor loop ik te behoudend en te voorzichtig. Kilometer vijf. Ik ben even in het gezelschap van enkele “geconnecteerde” jongeren. Verbonden met hun ipod of een anders snufje. Ze bewegen zich voort in een cocon.
Bijna halfweg , het moeilijkste moet nog komen. De weg loopt weer op, tussen de velden en aan de rand van het bos. Huizen zijn hier niet, tenzij aan het einde van de klim die wel eindeloos lijkt. Uiteindelijk hebben we 2,5 km – een klein neerwaarts knikje uitgezonderd – moeten wroeten om weer even vlakke grond onder de voeten te voelen. Nergens ben ik hier boven de 12 km gemiddeld geraakt. In het tweede deel van de klim kom ik pas in het spoor van Paul Delaitte. De jaren staan niet stil, Paul hoort inmiddels bij de veteranen 4, de zeventigers. Nog een andere bekende die ik opmerk, maar dan wel stapvoets aan de rand van de veldweg, is Richard Mathot. Naar gewoonte fel gestart maar terugvallend in het tweede deel, zeker als er geklommen moet worden. Van veteranen 4 gesproken, daar is de eerste van deze oude rakkers. Michel Mancini, Monsieur Challenge, het hoofd glimmend van het zweet onder de zon die plots komt piepen. Hij heeft ongetwijfeld grootse plannen voor dit jaar in de Condruzien en de Hesbignon. Als verse veteraan 4 wenkt het podium in de twee challenges. Het is precies tien jaar geleden dat ik Michel heb leren kennen in een CJPL-loop in Seraing. In zijn thuisstad was hij toen als jonge zestiger in de weer voor het podium van de veteranen 3. Toen ik hem inhaalde in de laatste kilometer informeerde hij terstond naar mijn leeftijd. Maar ik was toen nog te jong (!?) om een bedreiging te vormen voor zijn ambities.
We zijn intussen tien jaar later… en de wedstrijd gaat verder. Na 7,3 km leidt de weg naar rechts. Naar het inferno. 1 kilometer Condroz-horror. Eerst de afdaling, dan de klim op de beruchte chaussée romaine. Bergaf – tot 10% – is het zaak de puntige stenen te vermijden en niet tegen de grond te slaan. Gelukt. We zijn nu op het diepste punt van deze groene hel. Naast de weg staat een bord met de laconieke mededeling “Montée difficile”. Nandrin 2 Hier geldt alarmniveau 5, zowel voor het stijgingspercentage als voor de ondergrond. Na enkele meters blokkeren mijn benen. Mijn maag draait zich om. Geen greintje macht meer. Het resultaat: een gemiddelde van 8 km op 500 meter. Eén troost, ik sukkel hier niet meer dan de anderen. De blauwe trui een twintigtal meter voor me blijft op dezelfde afstand. Alleen een juffrouw in het oranje kan een versnelling plaatsen en gaat in een ruk ook het groepje voor me voorbij. Op de nog steeds licht oplopende asfaltweg boven kan ik weer wat herstellen en haal ik onder meer de blauwe trui waarvan net sprake nog in. In een bocht aan km 8,7 herken ik het parcours in het begin. Het herkenningspunt is een rioolrooster dat ik daarstraks maar nipt heb kunnen vermijden achter de rug van de loper voor me. Vanuit de achtergrond gaat Christophe Melin me met grote halen voorbij. Hoe is deze veteraan 1, oude bekende van mijn eerste jaren in de challenges, hier in deze regionen verzeild geraakt? Of is hij aan een intervaltraining bezig? Hij stopt aan de drankpost en stuift me dan weer voorbij.
We nemen een andere lus voor de duik naar Nandrin. Noël Heptia is nog altijd trouw op post. Na een doortocht op een zo te zien nieuw aangelegd pad gunt men ons een afdaling op het asfalt. Hier heeft de voor mij onbekende fotograaf Nicolas Gimenne zich opgesteld voor een mooie reeks opnames. Bewonder de gelaatsuitdrukking van Pol Van Kerrebroeck op foto 2. Ik durf mezelf een geconcentreerde maar serene blik toedichten. Ook al koop ik daar niets mee en heb ik nogmaals ondervonden dat de condruzien-omlopen niet echt bij mijn beperkte mogelijkheden passen. Nog een knik voor we de ultieme afdaling inzetten. Ik kan eindelijk nog eens versnellen en houd ook in de dalende hectometers daarna nog een degelijk tempo. Er komen nog enkele zigzagbewegingen aan te pas – door tegenkomend verkeer dat hier zo nodig door moet – voor ik de speelplaats van de Ecole Saint-Martin indraai. Daar overschrijd ik de aankomstlijn – met of zonder de juiste chip – en bots ik op mijn vrienden veteranen 3 die dan al enkel sinaasappelpartjes achter de kiezen hebben gestoken.
Even nakaarten in de zaal zit er vandaag niet in. Het is al rond vijf uur. Het koelt nu flink af en ik vertrek dan maar snel naar mijn wagen die een eind verderop langs de weg staat. Onderweg ontmoet ik nog Noël Heptia en Pol Van Kerrebroeck. Pol wist dat ik er vandaag zou bij zijn. Zijn vrouw had hem op de hoogte gebracht… Pol is al die jaren trouw gebleven aan de Condruzien. De inspanning druipt nog steeds van zijn gelaat af, zijn conditie blijft ook op peil. Noël staat wat ongemakkelijk op zijn rechterbeen. Door acute kniepijn geen Condruzien dit weekend en waarschijnlijk morgen ook geen veldloop in Oleye. Door het (aangename) oponthoud bij mijn twee categoriegenoten ben ik nog verder afgekoeld en ben ik blij als ik een droog shirt kan aantrekken. Snel naar huis, een klein uur later kan ik de Nandrinspatten wegspoelen.

(Foto’s Nicolas Gimenne. Foto 2: Pol Van Kerrebroeck – in het groen – in de voorlaatste afdaling.)

← Toon minder

Heusy (Challenge L’Avenir)

zat 11/02/2017 15u * Heusy (Challenge L’Avenir) * 7,48 km * 00:36:46 * 12,2 * 145/381 * 7/21 * ♥♥♥♥

Alleur of Heusy? Voor deze keuze zie ik me dit weekend geplaatst. Het parcours van Alleur spreekt me niet echt aan. Dat van Heusy kan ik ontdekken. De drang naar het nieuwe haalt het en dus kies ik de langere verplaatsing naar een loop van nog geen 8 kilometer. Overigens blijkt de afstand nog korter dan aangegeven in de officiële jaarkalender. De eerste kennismaking is alvast een meevaller. De inschrijvingen vinden plaats in een mooie zaal met houten zoldering in een fitnesscentrum. Meer nog, dit moet een van de mooiste ontvangstruimtes zijn die ik als loper al heb betreden.
Heusy, in het zuidwesten van de stedelijke agglomeratie van Verviers, leunt aan tegen een bosrijk gebied waar we ons zo dadelijk mogen gaan uitleven. Het parcours lijkt qua tracé op een omgevallen boom met vertrek en aankomst onder aan de stam. Qua reliëf wil ik het vergelijken met een slappe koord. Als deze beeldrijke omschrijving u niets wijzer maakt, kan Strava ook een uitweg bieden. In elk geval we vertrekken op het hoogste punt. Het eerste deel is voornamelijk dalend, het tweede stijgend.

Lees verder →

Een halfuur voor ons is al een groot peloton van start gegaan voor een trail over 19 kilometer. Een gedeelte van beide parcoursen loopt trouwens gelijk. Tijdens de verkenning stoot ik op Roger Dosseray. Hij ziet er wat bleekjes uit. Nog niet op peil na een een operatie van een liesbreuk, vertelt Roger. “Kalm aan vandaag”, verzekert de winnaar van de Challenge 2016 bij de veteranen 4. In afwachting van de start geeft de omroeper ons nog wat aanwijzingen en andere interessante weetjes mee. De geluidsinstallatie is deze keer optimaal of ik sta perfect opgesteld, vandaag ontgaat me niets. Zo waarschuwt de speaker voor de aangename maar lange klim na de bevoorrading (afwachten of die inderdaad zo aangenaam is) en prijst hij het uitgebreide aanbod broodjes en pasta in de zaal aan (dat pas na de wedstrijd beschikbaar blijkt te zijn).
Op het ogenblik dat we onder de Kineo Fitness-startboog doorlopen begint het lichtjes te sneeuwen. Even later is het witte poeder van de weermakers al op. De eerste kilometer loopt over een rechte dreef naar het bos. De weg is alleen in naam een dreef en is voor het overige een banale rijweg. Na tweehonderd meter is er al ruimte om op te schuiven en kan ik mijn plaatsje in het opnieuw massale peloton zoeken. Op het einde van de “dreef” passeer ik Jean-Louis Voss die zich in werkmansstijl naar voren wroet. We moeten nog eerst een lichte helling overwinnen voor we een geasfalteerd pad inslaan tussen de weiden. Een lange sliert lopers gaat me vooraf. Heusy 1 Hopelijk is de sliert achter me nog langer. We krijgen volop de gelegenheid om de beentjes los te gooien in de lange afdaling in een groen decor. Het lijkt wel of ik in het vrouwelijke compartiment van het peloton beland ben. Zoveel dames zie ik rond me. En die houden er niet bepaald een gezapig tempo op na. Als een juffrouw in het zwart mij voorbijgaat, sluit ik aan en samen rollen we een aantal concurrenten (m/v) op. Op een tussentijdse helling moet ze wel achter blijven. Ik ga daar ook voorbij een andere dame in een veelkleurige outfit met roze als hoofdaccent. Ik open hier even een parenthese. (Ik neem aan dat u niet gehaast bent. Er staat toch geen potje op het vuur?) Op training is het vaak een gesukkel van de eerste tot de laatste kilometer. Forceren durf ik niet want in het weekend staat er meestal een wedstrijd op een programma. En ik wil mijn fysieke en mentale reserves intact houden voor de competitie. Servais Halders – die vorige woensdag nog gids speelde op een heerlijk natuurloopje rond ’s Gravenvoeren en Noorbeek – snapt ook niet hoe het lome gevoel op training als bij wonder verdwijnt in de wedstrijd. Ik hoef me dus niet in te houden, de benen mogen pijn doen. Het merkwaardige is dat die pijn zeker niet verergert als ik het tempo verhoog. Ik sluit de parenthese.
Na 2,5 km is er al een bevoorradingspost – die daar voornamelijk staat voor de traillopers die we hier kruisen. De weg loopt tussen de velden van de Golf du Haras. Er is nog geen beweging in de “haras”, de stoeterij. De raspaardjes, de jonge veulens en de oude knollen lopen op de weg. Na 3 km verlaten we het asfalt en duiken we het bos in. Nu is hij toch voor me, is mijn reactie als ik Roger Dosseray voor me herken. Rug gekromd, de ellebogen naar buiten gekeerd, dat moet hem zijn. Ik kan een mooi tempo blijven aanhouden op het goed beloopbare bospad. “Het tweede deel is zwaarder” verwittigt Roger me, als ik hem passeer. Maar ik ben op de hoogte. Na een minuut of twee verstomt het zware gehijg van Roger als ik afstand neem. Even een bultje en dan een 200 meter steil naar beneden. Ik moet gas terugnemen om niet in het rotsige decor te belanden.
4 km ver, de klim komt eraan. En meteen met pieken tot boven de 10%. Mijn benen hebben een korte aanpassing nodig maar na 300 meter ebt de pijn weg. Ik loop al enige tijd in het spoor van een bijzonder jonge deelnemer. Klein, frêle en lichtvoetig. Hij dartelt naar boven. Daar is de dame met het roze jack weer. Zij vat de klim met energieke tred aan. Ook een mannelijke collega gaat me voorbij. Hij heeft energie opgespaard voor de beklimming en haalt snel een volgend groepje in. Gabriel Lanneer en Rachel Demonceau – het jongetje en de dame – lopen niet verder uit. Heusy 2 Het pad is bezaaid is met stenen en wordt dooraderd door diepe geulen. Hallo speaker, echt aangenaam kan ik dit niet vinden! Ik zoek het beste spoor zonder aan tempo in te boeten. Mijn jonge gezel plaatst zelfs een tussenspurtje dat snel weer uitsterft. De dame is minder impulsief maar blijft stevig doorduwen. De weg wordt wat minder hobbelig, aan de rand van het bos nu. De jonge Gabriel heeft zijn krachten dan toch overschat, Rachel verliest ook tempo nu het einde van de klim nadert.
Ik kijk op mijn klok. 6 kilometer. Dat is maar anderhalve kilometer meer. Op bekend terrein dan nog, gedeeltelijk dalend. Het is opnieuw stevig beginnen te sneeuwen. Op de brug over de autoweg zie ik de auto’s in de mist en de sneeuwregen voorbijrazen. Ik schroef het tempo op en kan nog twee lopers voor me inrekenen. Uit de achtergrond komt wel nog een concurrent opzetten. Hij snelt me met grote halen en een zware tred voorbij. In de uitslag eindig ik net achter “Inconnu”. Die moet ik volgende keer toch proberen voor te blijven. Ik haal hier op éen na dezelfde plaats als in Visé maar heb deze keer een honderdtal deelnemers minder achter me. Het niveau ligt dus hoger dan in de “familieloop” in Visé. Mijn subjectief gevoel van tijdens de wedstrijd wordt bevestigd. Alain Waerts is al binnen. Hij slaat een praatje met Jean Dessouroux, winnaar bij de veteranen 3, op wie de jaren vooralsnog geen vat hebben.
Alain lijkt herboren na Visé. Zijn achterstand van 1′ in Visé zet hij hier in Heusy om in een voorsprong van 1’30”.
We moeten aanschuiven in de miezerigheid. Ik neem een fles “Oshee”, een mij onbekende sportdrank met “sportdop”. Met enige moeite kan ik de dop openen, het drankje valt wel mee. Ik ben doorweekt door de natte sneeuw en trek snel droge kleren aan.
Andere verplichtingen roepen ons onmiddellijk naar huis. In het laagland houdt de regen plots op. We hebben beiden goede appetijt. De catering in het cafetaria kwam pas na de wedstrijd op gang zodat Marie-Paule “op haar honger bleef”. Thuis is de keuken wel open. Dagschotel: spek met eieren.

(Foto’s Marie-Paule: Winterse omstandigheden in Heusy.)

← Toon minder

Urmond

zon 05/02/2017 11.15u * Overmuntheloop Urmond * 10,34 km * 00:46:39 * 13,3 * 42/80 * 3/9 (55+) * ♥♥♥♥

Ik rij in het gezelschap van mijn trouwste fan en Jean-Pierre Immerix de autosnelwegbrug over tussen Maasmechelen en Stein. De bestemming is Urmond, een boogscheut verder. Deze trip was vorig jaar al gepland maar toen moest Jean-Pierre wegens gezondheidsproblemen afhaken. Hij zal hier vandaag al voor de elfde keer aantreden in de Overmuntheloop. Ik ben hier voor het tweede opeenvolgende jaar. De grote tent staat er niet meer, merkt Jean-Pierre op. De belangstelling voor deze loop is al enkele jaren tanende. Voor de 10 km staat er een pelotonnetje van nauwelijks 80 lopers klaar. Urmond 1 De enige bekenden zijn Lode Raskin en Pascal Van Marcke. De lange Alkenaar, Pascal voor wie hem niet kent, zal tweemaal op het podium verschijnen. In zo’n klein deelnemersveld zal ik flink uit mijn pijp moeten komen om in de eerst helft te eindigen. Het zal net niet lukken.

Lees verder →

De chip zit goed vast aan de schoen (met dank aan Jean-Pierre), we kunnen eraan beginnen. Ik wil snel op kruissnelheid draaien. Deze vlakke loop biedt uitzicht op een mooi gemiddelde. In de volgende maanden doemen de Luikse heuvels weer op. Na vijfhonderd meter is de eerste voorraad adembrandstof op en moet ik even op verhaal komen. Ze stuiven me nu langs rechts en links voorbij. Nog even en ik verzeil in de achterste gelederen. Op de eerste lange rechte strook – na 800 meter op het fietspad van de Molenweg Noord – kan ik me even schuilhouden achter een groepje van drie. We draaien naar rechts. Na 1,5 km kan ik zelf enkele plaatsjes winnen. Op het einde van het onverharde pad dat parallel loopt met de autoweg valt het groepje waarin ik me bevind, al uit elkaar en moet ik alleen verder. Vanaf hier gaat me maar een loper meer voorbij, Jos Hanssen. Ik zal hem nog kilometers voor me uit zien draven.
We passeren voor het eerst de aankomstlijn waar de omroeper de lopers bij naam noemt en hen oppept voor de twee resterende rondes. Mij kent hij niet, ik zal mezelf moeten oppeppen. Urmond 2 In het bochtenrijke Molenpark kijk ik achterom om een glimp op te vangen van Jean-Pierre. Maar zijn fluogele shirt is nergens te bespeuren. Die tweede ronde is een soort tijdloop (naar analogie met een tijdrit). Dat geldt ook voor de twee lopers voor me, die ook alleen vechten tegen de tijd en tegen zichzelf. De ene in lichtgrijze outfit, Jos Hanssen, voor mij en de andere in een donkergrijs shirt, Paul Jacobs, twee plaatsen voor mij. Qua gestalte en moeizame tred gelijken we wel wat op elkaar. Jos, die me daarnet is voorbijgegaan, schijnt wat terrein goed te maken op Paul. Halverwege de tweede ronde, op een licht stijgende strook, dicht hij de kloof en snelt hij weg van zijn concurrent.
De ambiance langs het parcours is gelijk aan nul. De schaarse fans staan op twee plaatsen, aan de finish en bij een bosje op het onverharde stuk. Daar staat ook Marie-Paule die zich naast het fotograferen en filmen ook nuttig maakt met het in ontvangst nemen van de handschoenen van mij en Jean-Pierre. Het is overigens perfect loopweer. Op dat vlak moeten we dus niet met smoesjes afkomen als onze tijd tegenvalt. De parcourswachters staan wat te lummelen langs de kant, ze hebben overigens zo goed als geen werk in deze verkeersluwe wijk.
Bijna 7 km achter de rug. Ik ben benieuwd of de speaker mijn doortocht nu wel zal aankondigen. Ik hoor de namen van de mannen voor me en zijn aanmoedigingen “Stug doorgaan, Paul”. Weer niet? Misschien kan hij mijn nummer niet lezen. Ik heb de nummerband wat naar links geschoven, buiten zijn gezichtsveld. Dat is het. Ik roep dan maar mijn nummer naar hem “driehonderd zevenentwintig”. Muziek is er niet, hij kan me goed horen. “Driehonderd zeuvenentwintig” weerklinkt het. Even stilte. Dan met theatrale stem: “Willy Corrteleven, … geboortejaar 1948, …. de oudste mannelijke deelnemer”. Zo, dat weet Urmond en ikzelf dan ook weer. De oudste deelnemer, dames inbegrepen, neem ik aan? Inwendig moet ik wel lachen dat ik zo aan het hengelen ben naar aandacht. Maar intussen ben ik nog altijd aan het jagen op Paul Jacobs. In de lus achter de molen kom ik dan toch in zijn spoor. Ik wil een minuutje achter zijn rug blijven hangen maar voor ik er erg in heb, ben ik al voorbij. Paul moet nu snel een tiental meter prijsgeven en ik loop dus weer alleen. De kilometers die op bordjes langs de weg staan aangegeven duren wel erg lang. De lange rechte stukken en mijn eenzame positie verklaren wellicht die illusie. Die overigens ook in het hoofd van Jean-Pierre speelt. Nog eenmaal het fietspad van Molenweg Noord, met de Hoeve Elisabeth in het begin en een andere boerderij op het einde. Een licht niveauverschil tot 2%. Pietluttig, maar de spieren voelen het. Ik zoek verstrooiing langs het parcours. Hier op een bordje bij de rechtse bocht op het einde van de Molenweg roept de politie op tot waakzaamheid. Inbraakpreventie, via Whatsapp, ook in Uermend. (Dat is de naam van het dorpje in het dialect).
Ik ben onderweg in een vrij egaal tempo. De eerste rondetijd blijkt de snelste. Voor de twee volgende heb ik telkens een zestal seconden meer nodig. De Louisagroeveweg weer terug naar de aankomstzone is een mooi geasfalteerd pad. Maar het loopt wel omhoog, tot 3%. In combinatie met de weliswaar matige wind is dit de moeilijkste strook. Karakter is hier belangrijker dan souplesse. Die moet ik opbrengen om in elk geval niemand meer uit de achtergrond te laten terugkomen. Ik zie dat de grote man in het wit die de vorige ronde mijn naaste achtervolger was, is afgelost door een andere hoog opgeschoten kerel in blauwwitte stretchbroek. Mijn moreel krijgt een boost als ik merk dat ik een ronde voorsprong ga nemen op de laatste lopers. De fietsende official achter de laatste man en vrouw – een koppel, alleszins in deze wedstrijd – toont zijn bewondering met een opgestoken duim. Nog even doorbijten, dan volgt het mooiste stuk op het onverhard en met lichte wind in de rug. Ik dwing mezelf tot een hoger tempo. De blauwwitte dreigt in de achtergrond. Nog drie bochten en 600 meter. Achter de blauwwitte heeft zich een groepje geformeerd. Urmond 3 Maar het zou al erg vreemd moeten verlopen als die mij nog zouden opslokken. Terwijl ik er de pees opleg in de Rooseveltstraat – zowat de laatste rechte lijn naar het sportpark – blijft de parcourswachter zijn blik richten naar het oneindige. Maar die onverschilligheid toonde hij ook al toen Eddy Vandeputte – nota bene van Spa afkomstig – hier voorbij denderde als eerste in de 6 km. Hoe dan ook, ik blijf voor op mijn achtervolger. De man aan de micro herhaalt nogmaals mijn geboortejaar als ik de finish overschrijd. Oud worden of zijn, is blijkbaar ook een verdienste. Tevreden over mijn loop, zeker. Het verlies van 40 seconden ten opzichte van vorig jaar komt wel als een verrassing. Maar de grootste verrassing wacht me bij de prijsuitreiking. Haal ik zelfs het podium bij de 55-plussers! Met een prijs in speciën. Aan de drankentafel zeg ik tegen mijn achtervolger dat hij te laat aan zijn inhaalrace is begonnen. De man doet alsof ik lucht ben en zoekt zijn vrienden op. Waarom, wordt me duidelijk in de kleedkamer.
Ik vind met enige moeite mijn auto terug in de nieuwbouwwijk – op die manier kom ik wel aan uitlopen toe – en begeef me naar de kleedkamers. Het water is heerlijk en de voertaal is… Italiaans. Een groep Italiaanse militairen van de NAVO-basis van Geilenkirchen zijn hier aan de oevers van de Maas hun conditie komen testen. Een van hen is de blauwwitte van daarnet, Francesco Rocco. “We moeten nog een aantal kilo’s kwijt spelen”, bekent Francesco. Die overigens vriendelijk antwoordt als je hem aanspreekt in het Italiaans of het Engels. Terwijl een van zijn landgenoten in badjas paradeert, föhnt de andere zijn haar. Intussen wordt de wedstrijd druk geanalyseerd. In een onophoudelijke stroom van melodieuze klanken vliegen de “quaranta minuti” en tutti quanti me rond de oren.
In de kantine van de Rooms-Katholieke Voetbalvereniging Urmondia wordt de hoorn des overvloeds uitgestort. Hoe kleinschalig de organisatie de laatste jaren ook geworden is, de prijzenpot (of de prijzenemmer) is nog steeds goed gevuld. Iedereen heeft prijs. Ik krijg een emmer vol bier mee naar huis, in flesjes wel te verstaan. Jean-Pierre heeft dan al zijn karton met een assortiment bieren onder de arm. “Tournée minérale”? Niet in deze carnavalstreek!

(Foto’s Marie-Paule.)

← Toon minder