Maandelijks archief: april 2018

Couthuin (Challenge hesbignon)

zat 28/04/2018 19u * Couthuin (Challenge hesbignon) * 12 km * 01:04:07 * 11,2 * 114/236 * 1/3 * ♥♥♥

De gedwongen parcourswijziging van de Tungri Run heeft het rondje in de stad, in mijn ogen althans, een stuk minder aantrekkelijk gemaakt en dus zie ik dit jaar af van de 1 mei-loop. Ik heb nu meteen de ruimte om twee andere wedstrijden op de drukke kalender mee te pikken. Vanavond de Hesbignonloop in Couthuin en volgende week een voor mij nieuwe wedstrijd. Ik laat jullie nog even in het ongewisse welke wedstrijd dat is. Toch al van een teaser gehoord? Couthuin dus, een van de verste verplaatsingen in de Hesbignon, voorbij Hoei, behorend bij de fusiegemeente Héron. En een van de moeilijkste. Ik neem de GPX-track van Mario Smolders van vorig jaar onder de loupe en kom dus niet onvoorbereid aan de start. Het parcours is gewijzigd ten opzichte van mijn twee vorige deelnames. Het loopt nu gedeeltelijk andersom en is vooral nog moeilijker geworden, de zwaarste hellingen liggen in het laatste deel.
De start wordt gegeven op zo’n 500 meter van de finish in een klein bosje. Ik vermoed dat men die ongewone startplaats heeft gekozen om het peloton op een ietwat bredere en veilige asfaltweg te kunnen laten vertrekken. Ik sla nog een praatje met Eddy Hoylaerts die een handvol seconden achter me zal eindigen. Mario Smolders wacht de start af in het gezelschap van Peter Dufaux. Peter laat me vanavond anderhalve minuut achter zich. Couthuin 1

Lees verder →

Mario is nog sterker op dreef. Net niet onder het uur, dat zal dan de uitdaging voor volgend jaar worden. Tijd om de draad van je blog weer op te pakken Mario, je hebt meer goed nieuws te melden dan ondergetekende… Ik heb me achter de rug van Kris Govaerts genesteld, hij zou het rustig aanpakken in het begin. Uit de uitslagen van de vorige weken leid ik af dat het dipje van Kris voorbij is. Hijzelf ontkent dat uiteraard. In elk geval, we zijn pas vertrokken of ik ben zijn spoor al kwijt. De Truienaar zal geleidelijk verder uitlopen om 4 minuten voor me te eindigen, een zucht achter Domenico Di Vito. Ik ga al snel voorbij Mauro Calogero, vanavond mijn enige tegenstander in mijn leeftijdsklasse. De kleine Sérésien zal het verschil tot tien plaatsen beperken. De doortocht door het gehucht Surlemez is vlak tot licht golvend over asfalt en onverhard, op smalle paden en kleine weggetjes. Ik ben daarnet enkele Alken-lopers, onder wie Maja Van Zand, voorbijgegaan en heb snel het tempo te pakken dat ik voor de start in gedachten had. Ik heb me voorgehouden tot kilometer 8 uit de rode zone te blijven.
Aan km 2, buiten de bebouwing van Surlemez, strekt de asfalt- en betonroute zich als een slang uit. De gele koolzaadvelden steken fel af in het groen-bruine landschap. De fotografen die ik daarnet achter hun lenzen heb zien turen, missen jammer genoeg de kans om het peloton in deze zeeën van geel vast te leggen. Ik laat me op de eerste afdaling niet tot een tempoverhoging verleiden en zie de ene na de andere loper voorbij snellen. De Alkense veteraan 1 Stefaan Huybrechts gaat het felst te keer en maakt even verder de aansluiting met Kris. Ook Stefan Meekers en Carine Munaut schroeven het tempo op. Even verder duiken Michel Ruymen en Bea Strouwen naast me op. Couthuin 2 Ik klauter in hun gezelschap naar boven op de eerste helling van zo’n 500 meter. Op de vlakke en/of de licht dalende ruilverkavelingsweg langs de autoweg nemen Michel en Bea enkele meter voorsprong en zorgen voor een primeur in mijn carrière. Het is voor het eerst dat ik het koppel voor me zie. Ik zal nog kilometers op luttele afstand blijven hangen. Ik blijf trouw aan mijn tactisch plan om de tegenaanval pas in het tweede derde van de afstand in te zetten. Hoe dat afloopt, leest u dadelijk. Dit gedeelte van het parcours herinner ik me van verscheidene jaren geleden, toen de start en de aankomst aan het château-ferme de Marsinne lagen. Daar komen we nu voorbij aan km 5,7, dat is even voor halfweg. Het parcours blijft glooien als we weer in Couthuin komen. Ik blijf een aangenaam ritme onderhouden en kan zelfs genieten van landschap en omgeving. Michel en Bea, voortdurend in deze volgorde, lopen nog steeds kort voor me. Carine Munaut neemt wel meer afstand, Stefan Meekers schijnt stilaan tempo te verliezen. Op een van de bultjes is hij eraan voor de moeite. Daar is de tweede helling van de dag. Ik zie de lopers voor me zwoegen op het zwaarste stuk, een graspad tussen de weiden. Het is even harken op de top. Boven hoop ik de handrem los te laten. Hoewel, telkens wanneer ik het gaspedaal wil induwen, duikt een nieuw knikje op. Een dame van Waremme, Manon Vandensavel, doet een zware inspanning op een van de heuvels maar bekoopt haar versnelling blijkbaar in de volgende strook. Intussen is er een Dirk mij voorbijgegaan. Dirk De Batselier is de volledige naam. Misschien wel een loper van Landen, een veelvoorkomend specimen in deze challenge.
Aan km 8 zetten we eindelijk de afdaling in, voornamelijk op graspaden, zelfs even tussen twee prikkeldraden. Mijn poging om te naderen op het Alkense duo voor me wordt afgeblokt door mijn stroeve hamstrings. Tactisch zat mijn plannetje misschien goed in elkaar, de spieren beslissen er anders over. Ik maak geen centimeter goed en verlies zelfs meer terrein op de smalle bospaden die we nu voor de voeten krijgen. Couthuin 3 Een felle afdaling in het bos helpt me ook niet echt vooruit. Daar is de bocht naar rechts voor de laatste klim op een veldweg. Ik heb die daarnet volledig verkend en hoop maar dat ik, in tegenstelling tot de vorige weken, de volledige helling wel lopend kan afwerken. Dat lukt, ook op de karrensporen die afgewisseld worden met de geëffende stroken. Ik maak zelfs nog een plaatsje goed maar de bekenden die me in de afdaling in het begin zijn voorbijgelopen, blijven buiten schot. Mijn benen blijven tegenwerken op een korte licht dalend asfaltstrook. In de bocht naar het bos waar de laatste 500 meter wachten, zie ik het blauwe shirt en het grijze hoofd van Roland Vandenborne. Hij is aan het uitbollen, zo lijkt het, en doet dat met zoveel overtuiging dat ik hem de laatste honderd meter, willens nillens, moet voorbijgaan.
Het laatste derde van de wedstrijd heeft zijn tol geëist. Ik sukkel naar de drankentafel. Terwijl Domenico, Kris en Noël Heptia al gerecupereerd zijn en aan de wedstrijdanalyse toe zijn, moet ik nog even op mijn positieven komen. Marie-Paule zal nog even op een eerste reactie moeten wachten eer ik uitgehijgd ben en het sinaasappelpartje heb opgezogen. Ik kom toch nog ruim boven het uur uit op deze mooie ronde waarin voor elk wat wils zat maar toch het meest voor de liefhebber van het zwaardere werk. Door mijn voorzichtige aanpak heb ik me alleszins een inzinking bespaard op het einde maar moet ik een mindere tijd en een bescheiden algemeen klassement op de koop toe nemen.
De bouwer van de geïmproviseerde douchetent zal zijn ontwerp volgend jaar moeten overdenken. Het overvloedige water pletst op een zeil op de grond en zet de tent onder water. Met de nodige voorzichtigheid en acrobatie slagen we erin om zonder natte kleren weer buiten te geraken waar we ons dan maar in de open lucht verder aankleden.
Na de podiumformaliteiten zijn we uiteindelijk bij de laatsten die de zaal “Plein Vent” verlaten en zonder GPS in het donkere land van Hoei onze weg naar huis zoeken. “Waarom wil je toch altijd zonder GPS naar huis rijden?”, vraagt Marie-Paule zich vertwijfeld af. Maar uiteindelijk vinden we snel bekende wegen. Een grote uil wenst ons nog een veilige thuiskomst.

(Foto 1 Marie-Paule. Het kleurrijke decor van de koolzaadvelden op het Haspengouwse plateau. Foto’s Nadine Claessens. Foto 2: De eerste kilometer. In het zwart vooraan Jean-Marie Haekens. In het midden Maja Van Zand. Daarachter de Landenaren Emile Sacréas en José Goossens, in het groen. In het oranje achteraan Mauro Calogero. Foto 3: Domenico Di Vito in volle inspanning.)

← Toon minder

Montzen (Challenge L’Avenir)

zon 22/04/2018 11u * Montzen (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:43:07 * 11,5 * 131/289 * 1/3 * ♥♥♥

Ik grijp dit weekend de kans om de naam Montzen op mijn to-dolijst van de eindeloze reeks wedstrijden in de Challenge L’Avenir te schrappen. Het frisse groen van de wilgen en het roze van de Japanse kerselaars op het fraaie dorpsplein vormen het kleurrijke decor van de aankomstplaats in de deelgemeente van Blieberg of Plombières, niet ver van Aken. Het was opletten op de eerste letter van de naam, daarnet met de auto. Linksaf was Montzen, rechtsaf Lontzen. Ik ben vandaag alleen op stap maar stoot al snel op bekenden als Jean-Louis Voss, Louis Schmetz en Harry Hamers. En ik maak eindelijk kennis met Paul Vandeberg, 75 en al jaren actief in deze regio en zelfs nog op nationaal niveau op de baan. De naam ken ik al jaren maar ik moet tot in Montzen wachten eer ik de kleine, pezige man uit Thimister persoonlijk ontmoet. Wie hem zoekt, gaat trouwens het best eerst kijken op de piste van Bielmont in Verviers.
Ik heb uiteindelijk vijf aanspreekpunten nodig om te weten te komen hoe de laatste honderden meters verlopen en in welke richting we onder de aankomstboog zullen doorlopen. De laatste helling heb ik net verkend, ik heb dan nog de illusie dat ik in de wedstrijd wel wat sneller zal klimmen. Het heeft nog wat voeten in de aarde eer de start wordt gegeven. We staan eerst “politiquement correct” (zoals veteraan 3 Roger Carl zegt) achter de dranghekken, dan beweegt de meute zich naar voor om uiteindelijk toch weer achter de afsluiting te worden teruggestuurd. Montzen 1 Het is wachten tot de weg vrij is voor een tiental gehandicapten in duwwagentjes voor hun sportieve zondagochtend. Zij worden onder applaus eerst op pad gestuurd. We zullen hen in de volgende kilometers voorbijgaan terwijl de moedige begeleiders zich in het zweet lopen en duwen.

Lees verder →


Na 800 meter verlaten we de bebouwing – we hebben dan al een stukje vals plat achter de rug – en lopen nog even op het vlakke tussen de weiden. Bij een flauwe bocht aan km 1,3 loopt de nu smallere asfaltweg al op. De benen voelen niet echt fris aan maar ik maak me wijs dat ik nog niet goed ben ingelopen. Niettemin boek ik plaatswinst tussen de eerste rijen supporters die ons hier opwachten. Na een scherpe bocht na 2 km worden we beloond met een afdaling, van enkele kilometers volgens de beschrijving van Alberto Canales, de latere winnaar bij de veteranen 3. Hier moet het gebeuren als ik het gemiddelde wil opschroeven. Maar hoe ik me ook inspan, ik heb de indruk dat de benen niet vooruit willen. De warmte is wel te verdragen – hoewel ik lichtere sokken had moeten aantrekken – maar de plotse temperatuurstijging van de voorbije dagen maakt het er ook niet gemakkelijker op. Ik heb de grootste moeite om een dame en een jongeman te volgen. Ik blijf op een aantal meters hangen maar word evenmin definitief gelost. De tweede wedstrijdhelft zal uitsluitsel brengen. We komen weer tussen de huizen, opnieuw in Montzen maar nu een vierhonderdtal meter van de start. De deelnemers aan de korte loop slaan linksaf. Een officieel spandoek kondigt de splitsing aan. Grappig voor wie weet waar naartoe is dat een supporter zich net voor de rechterpijl heeft neergehurkt en de informatie van de organisatie gedeeltelijk verbergt. We draaien onder een viaduct door en na een korte klim, waar ik een nieuwe poging onderneem om wat dichter te komen bij mijn twee toevallige hazen, is het opnieuw lichtjes dalen. Ditmaal op een mooi, onverhard en lommerrijk pad. Mede dank zij Alberto herken ik de “lijn 38”. Lezers van dit verslag uit 2016 weten wat ik bedoel. Het blijft wroeten en wringen. Mijn benen blijven zich verzetten tegen elke vorm van soepelheid. Intussen zijn we toch al halfweg, de enige troost. We verlaten het pad voor een nieuwe helling. Op het asfalt ben ik zelfs voorbij mijn twee mikpunten gegaan. Ik klauter naar boven naast een veteraan 3 die hijgt “Die zat er vorig jaar niet in”. De nieuwe helling is duidelijk niet naar zijn zin. In elk geval, het parcours is gewijzigd maar aangezien het mijn eerste deelname is laat die wetenschap me koud.
Aan km 5,2 draaien we een bos in. Smal, steil en bezaaid met boomwortels. Dit gaat mijn krachten te boven. Ik schakel meteen op wandelmodus over, zoals overigens ook Jean-Pierre Jans. Die naam vind ik terug in de uitslag. Ik herken hem nochtans niet meer van de halve marathon op de Ravel twee jaar geleden waar we samen kilometers onderweg zijn geweest. Te lezen in hetzelfde verslag waarover ik het daarnet had. De dame in mijn gezelschap en enkele achtervolgers laten me nu definitief achter. Na 250 meter trek ik me weer op gang en por Jean-Pierre aan om mijn voorbeeld te volgen. Hij doet dat met enige vertraging en verliest meteen een vijftiental meter. Dit is best een leuk rondje, smal maar zonder valkuilen, ook niet in een technische afdaling die we voor de voeten krijgen. De organisatoren zijn zelfs zo vriendelijk geweest een korte modderstrook met stro te bedekken om ons natte voeten en vuile schoenen te besparen. Een nieuw steil knikje dwingt me opnieuw tot stapvoets verkeer. Nu moedigt Jean-Pierre me aan om niet te lang te lanterfanten. Boven schakel ik opnieuw op een hoger tempo over en laat ik hem weer achter. Km 6,2: dit is precies weer de Ravel maar dan nu in westelijke richting, zoals hij gelopen wordt in de Tectonic. Na een bocht naar rechts, even voor km 7, worden we weer op een afdaling getrakteerd maar de vreugde wordt getemperd door het vooruitzicht van de laatste en felle klim naar het dorp. Tijdens het inlopen heb ik die helling voor mezelf ingedeeld in drie stukken. Dat helpt misschien om hem makkelijker te bedwingen. Ijdele hoop, op het steilste deel is het weer stappen. Ik ben wel lopend voorbij het kapelletje van de martelaar, Sint Johannes Nepomucenus, gesukkeld. De naam heb ik onthouden van de verkenning. Montzen 2 Ik ben mezelf misschien ook aan het martelen. Een heilige ben ik dan weer niet. Twee aînées 1, Caroline en Sophie, trippelen mij voorbij. Dat moet ik toch ook nog kunnen, probeer ik mij op te peppen, maar tevergeefs. Op de resterende kilometer is het overleven, op het vlakke, het vals plat en in de laatste licht dalende meters. De dj die me daarstraks al op de heupen werkte met zijn loeiharde muziek slingert nu wat platitudes de lucht in. Hij zou beter mijn finish aankondigen of tenminste die van Magali, ook een aînée 1 die mij in de laatste bocht te grazen neemt. Mijn tijd verschilt uiteindelijk nauwelijks van die van vorige week in Bruyères. Het wandeltempo op de steile stukken heeft het gemiddelde wel geen goed gedaan. Of het voldoende geweest zou zijn om Roger Dosseray – met vakantie – te kloppen, ik heb er sterke twijfels over. Zonder zijn tegenstand valt de eerste plaats me zomaar in de schoot. De hitte heeft ook zijn sporen nagelaten op de finishers die zich laven aan drank en sinaasappelen. Hildegard Depreitere, aînée 3, staat wat verder te puffen van de warmte en de inspanning. Haar echtgenoot en vaste begeleider wil weten waar Jo Vrancken uithangt. “Ik zie hem niet meer in de Challenge van Luik.” Misschien bieden de korte Avenir-omlopen een nieuwe uitdaging: vandaag 3 hellingen op nauwelijks 8,5 km in een schitterende omgeving. Aanbevolen voor wie nog de kracht van de jeugd heeft.
De podiumceremonie verloopt hier net dat tikkeltje anders. De eersten van alle categorieën worden samen op het podium geroepen. Ik sta dus tussen de jongeren te pronken. Helaas heeft de door mij op goed geluk ingehuurde fotograaf geen vaste hand en moet ik de onscherpe foto in de archieven laten. De rode doos die we in de hand hebben en die jullie dus niet zien bevat een hele mooie prijs. Wie die prijs wil zien en vooral proeven is hierbij uitgenodigd in Heukelom. Wacht echter niet te lang…

(Eigen foto’s. Foto 1: Aankomst op het mooie dorpsplein van Montzen. Foto 2: Het podium voor plaats 2. In het midden met groene broek, Paul Vandeberg, veteranen 4.)

← Toon minder

Bruyères (Challenge L’Avenir)

vri 13/04/2018 19.15u * Bruyères (Challenge L’Avenir) * 8,5 km * 00:43:26 * 11,8 * 199/455 * 2/6 * ♥♥♥

Door het virus dat mij meer dan een week in zijn/haar greep hield, heb ik mijn wedstrijdplanning moeten aanpassen. Maar “elk nadeel heb zijn voordeel” en zo ben ik na zes jaar nog eens in Bruyères, in het hart van het Land van Herve. Het mooie parcours is me altijd bijgebleven. Ik herinnerde me vaag dat ik die wedstrijd toen ook na een onderbreking had gekozen. Het verslag van 2012 leert me nog meer. Dat ik toen ook, net als nu, een pijnlijke keelontsteking had verwerkt. Blijkbaar is mijn gestel in de maand maart gevoelig voor aanvallen van het kleine gespuis. Hoe dan ook, de gedwongen pauze heeft een verwoestend effect gehad op mijn benen. De ergste verzuring heb ik er met enkele korte en trage loopjes uitgezuiverd. Maar het blijft gokken hoe het organisme zal reageren in wedstrijdomstandigheden.
“Daar is hij eindelijk” is mijn reactie als ik een minuutje voor de start Roger Dosseray enkele rijen voor me zie. Hij was al opgemerkt door twee ooggetuigen, Nicolas Bynens en Marie-Paule, voor mij bleef hij onvindbaar tijdens de opwarming. Ik heb voor alle zekerheid de laatste kilometer verkend. Een sprint met Roger is nooit uitgesloten. Bruyères 1 Uit de parcoursbeschrijving onthou ik vooral dat er ons enkele lange klimmen en afdalingen te wachten staan. Als welkomstgeschenk krijgen we een afdaling van 800 meter naar de Trou du Chat. Ik ben gestart als een raket. Deze beeldspraak doelt dan vooral op het gevoel. Op filmbeelden van Marie-Paule lijkt het eerder een gezapig galopje.

Lees verder →

Met mijn felle start hoop ik het gevoel van sufheid dat vanavond over me hangt weg te vegen. En hoop ik in de buurt van Roger te blijven. Van wie ik dan weer de indruk heb dat hij een langzame aanloop neemt. In het gewoel voor me herken ik Béatrice Kevelaer. Ze zal dadelijk afstand nemen. Voorbij het kattengat worden we linksaf gestuurd. Weldra begint de eerste klim. Ik nader op Roger. Boven op de Rue du Château loop ik haast in zijn spoor. Alsof het parcours zo nog niet moeilijk genoeg is, duwt een jonge lopende vader een wandelwagen voort. Onder een plasticzeiltje zitten twee kinderen tegen elkaar aangedrukt. Die vader heeft trouwens nog grotere plannen. Over enkele weken wil hij op die manier een marathon afleggen. Hij bereidt zijn ukjes alvast voor op een tocht van 3u30′. In de afdaling stormt hij mij weer voorbij. Later dwingt de route hem wel tot een rustiger tempo.
Mijn fans die nu verwachten dat ik Roger in de afdaling met een verschroeiende versnelling ga achterlaten, moet ik helaas ontgoochelen. Ik verlies weer alle terrein dat ik daarnet met moeite op de klim heb goedgemaakt. De weg gaat steil naar beneden, de harde klappen op het asfalt pijnigen een onwillige spier in het onderbeen. Na enkele meters op het vlakke worden de benen opnieuw door elkaar geschud op de graszoden van een weide. De boer (?) slaat onze doortocht gade vanachter een houten afsluiting. Na 3,5 km kondigt zich de tweede beklimming aan. 1,8 kilometer met een overloop na twee derden. Ik knabbel wat van mijn achterstand af en blijf Roger op “inhaalbare” afstand houden. Eric Joway geeft er even verder de brui aan. Achteraf zie ik dat hij zijn beste krachten spaart voor de 15km-loop in Glons zaterdag. Ik heb wel zin in een slokje bij de bevoorrading maar durf niet nog meer terrein verliezen en ga dan maar met droge tong door. Op het einde van de helling komen we tussen de huizen, een woonstraat van Grand-Rechain. Hier op het plateau kunnen we even genieten van een vlak stuk, in deze contreien even zeldzaam als water in de woestijn. De asfaltwegen slingeren zich verder tussen de weiden. We lopen van boerderij naar boerderij. Waar het parcours bereikbaar is met de auto troepen fans samen om hun favorieten aan te moedigen. Bruyères 2 De lange hellingen zijn achter de rug, nu worden we over korte maar nijdige bultjes gestuurd. Roger toont geen enkel teken van verzwakking. Ook al loopt hij zonder druk – hij weet immers niet dat ik achter hem volg – blijft hij stevig doorjassen. Ik ben redelijk voorin gestart maar word nu overrompeld door hele trossen opkomende lopers.
Vanaf km 7 gaat het voornamelijk bergafwaarts. Wie nog jus in te benen heeft kan hier nog een versnelling plaatsen. Die zit er voor mij niet in. Het mooie parcours is ongenadig voor wie, zoals ik vandaag, kracht ontbeert in lijf en leden. Roger neemt nog meer voorsprong. Hij is nu zelfs uit mijn gezichtsveld verdwenen. Er snellen mij nog meer lopers vanuit de achtergrond voorbij. Aan km 7,5 steken we de rijweg naar Manaihant over. Dat is een van de dorpjes rond Herve. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Maar voor wie zelf eens een rondje wil proberen hier, in plaats van met een borrelnootje en een drankje het verslag te lezen van een ander, in al die dorpjes rond Herve worden loopwedstrijden gehouden. Zeg dus niet dat u het niet weet. Hier staat het bord dat de laatste kilometer aangeeft. Veteraan 3 op rust, Pierre Bruwier, die ik al vroeger langs de weg heb opgemerkt, volgt hier de finale. “Roger is niet ver voor je”, roept hij me toe. Als aanmoediging helpt het me niet vooruit. Mijn enige zorg is het verlies te beperken. Eerst nog even verder naar beneden, dan de laatste helling van 400 meter naar de finish. Jean-Marie Deflandre, die ik daarstraks nog heb achtergelaten, gaat me op de valreep nog voorbij. Dat doet ook de “espoir” Tom Deru, onder luid applaus van de fans langs de weg. Ik hoor het geknars van het wagentje met de kinderen plots weer achter me maar kan de energieke vader Cédric Lemaire nog net voor blijven. 43 minuten: voor de tijd durf ik mezelf het bordje met de drie hartjes tonen, voor het gevoel zit ik onder de helft. Toch te vroeg herbegonnen?
Na de finish zoek ik opnieuw vergeefs naar Roger. Maar die is al gewassen als ik de doucheruimte binnenga. Nicolas Bynens is er ook al, hij is enkele plaatsen voor Roger geëindigd. Zijn voorspelling dat ik hem zou inhalen blijkt te pessimistisch. Roger is verbaasd mij te zien als ik hem feliciteer met zijn prestatie. “Maar goed”, zegt hij, “dat ik geen idee had dat je achter me liep, het zou me alleen maar meer stress hebben opgeleverd”. Hij diept nog een paar Kalenji-handschoenen op uit zijn tas, mijn prijs van Heusy nu al twee maanden geleden. Gratis douche (waar is die niet gratis?), daar pakken ze hiermee uit. Maar ik wil geen kou vatten in een lange rij wachtenden voor ocharme één douchekraan en trek dan maar snel droge kleren aan. Ik verorber een pain-saucisse in de intussen volgestroomde zaal. We wachten lang op de prijsuitreiking maar de organisatoren wachten nog langer en zo druipen we voortijdig af. Vertrek in mineur…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming. Foto 2: De besten hebben al voorsprong genomen op de lange sliert in de eerste afdaling onmiddellijk na de start.)

← Toon minder

Parijs

Parijs
Nu ik verstek heb moeten geven voor de geplande loop in Warnant-Dreye heb ik de focus dit weekend verplaatst naar… Parijs. Tussen de 55000 deelnemers zoek ik naar de turquoise shirts van vier Zuid-Limburgers. Daar is Joris Vanderbeuken van Heur. Hij is op weg naar een tijd van 3u42′. Even voor hem ontwaar ik Joren Menten van Borgloon, 3u38′. Ik baan me een weg naar voren door een kluwen van duizenden lopers. Daar is de man die ik zoek, Wim Meyers van Vlijtingen. Hij mist dat tikkeltje conditie om zijn tijd van Valencia te benaderen maar met een chrono van 3u06′ en een gelijke split blijft hij uitzicht houden op zijn droomtijd in een van de volgende marathons. Wim traint op schema’s opgesteld door Christophe Roosen van Tongeren. Die daar zelf ook beter van wordt. En niet zo’n klein beetje. Bij zijn eerste marathon nipt onder de drie uur. En nu met de klap zeven minuten sneller. Waar gaat dat eindigen?
In de CJPL-loop van Blegny worden alle leeftijdsgebonden wetmatigheden omvergekegeld. De rijpe veteraan 3 Servais Halders loopt doodleuk mee in de voorste gelederen van het peloton: plaats 15 op een totaal van 250. Winnaar bij de veteranen 4, Roger Dosseray, gaat de meeste veteranen 3 vooraf. Michel Mancini doet nauwelijks voor hem onder. En de 78-jarige Mauro Calogero eindigt nog ruim in het eerste deel van het deelnemersveld. Talent, motivatie, karakter, taaiheid? Zoals Jo Schoonbroodt, ook al flink op weg naar de zeventig. Hij flikt het opnieuw, zijn zeventigste(?) marathon onder de 3 uur in Rotterdam.

(Foto 1: Vermoeide benen maar lachende gezichten. Van links naar rechts: Wim Meyers, Christophe Roosen, Joren Menten en Joris Vanderbeuken. Foto 2: Man van de dag.)

Balans van de paasweek

Feit: keelontsteking en ontsteking van speekselklier.
Gevolg: felle pijn, twee dagen en twee nachten. Niet geslapen: drie nachten. Niet gegeten: drie dagen. Niet gepraat: drie dagen.
Gemist: drie trainingen en een stel lamskoteletjes.
Verrijzenis : uitgesteld tot een latere datum.