Maandelijks archief: mei 2017

Buteo buteo

Het zou een weekend zonder wedstrijd worden en zonder verslag. Maar kijk, ik heb nieuws Voor de talloze (!?) lezers die in het begin van de nieuwe week even komen piepen op mijn blog. Met dank aan een buteo buteo, vandaar de titel. Nu weten alleen ornithologen waarover ik het heb. Voor alle anderen hier het verslagje van een onverwachte ontmoeting.
Door de hitte van de afgelopen dagen heb ik het tijdstip van mijn trainingen aangepast en mijn parcoursen haast uitsluitend in het bos en andere lommerrijke biotopen afgewerkt. Ik op vrijdagavond dus naar Caestert. In een sukkeldrafje maar wel genietend op de kronkelige paden van dit schitterende gebied. Zonder een duidelijke route voor ogen. Na een klein halfuurtje kom ik uit het bos achter de hoeve. “Waarom niet een rondje Observant?” bedenk ik. Na de beheerswerkzaamheden is het pad wat breder geworden, merk ik. Ik neem de heuveltjes op mijn duizendste gemak als ik plots iets hoor zwaaien boven mijn hoofd. Het lijkt wel alsof iemand met een stok zwierde. Voor me zie ik een buizerd met zijn brede vleugels fladderen. Enkele seconden later voert de vogel een tweede scheervlucht uit. Daarnet was dus geen toeval. Ik stop en zoek een tak, terwijl ik het beest enkele verwensingen naar het hoofd slinger. “Onnozelaar” is er een van. Het maakt geen indruk. Ik ben nu op mijn hoede. Hij (of waarschijnlijk zij) valt aan vanachter mijn rug en is zo goed als geruisloos. Alleen als hij vlak boven je hangt hoor je “zoef”. Klak, bij de derde aanval krijg ik een klap op het hoofd. Met zijn klauwen heeft hij mijn kale schedel geschuurd. Er hangt wat bloed aan mijn handen als ik mijn hoofd betast. Ik moet hier zo snel mogelijk weg. Rechtsomkeert maken helpt niet veel, trouwens ik ga mijn route niet laten bepalen door een buizerd. Ik mag aannemen dat de gevleugelde bosbewoner jongen op het nest heeft en mij als een indringer beschouwt. In elk geval na dertig jaar trainingen op Caestert kent hij (of waarschijnlijk zij) mij nog niet. Ik kijk nu meer achteruit dan vooruit terwijl ik mijn weg voortzet. Mijn verdedigingswapen is niet meer dan een stuk dor hout en dus waardeloos. En voor de vierde keer duikt de buizerd-moeder rakelings over me heen. Het is de laatste raid die ik te verwerken krijg. Ik ben nu boven op de steile helling van het rondje en waarschijnlijk uit het territorium van mijn belager. Ik heb het tempo intussen onbewust opgedreven en heb plots geen last meer van mijn rechterbil die daarnet nog wat opspeelde. Nog enkele honderden meters voor ik op een weide boven de ENCI-groeve uitkom. “Als er in dit gedeelte van het bos nu maar geen andere buizerds nestelen”, echt veilig voel ik me nog niet. Ik maak het trainingsuur vol met een passage in de groene rand van de ENCI-groeve. Met meer dan gewone aandacht voor wat er in de lucht vliegt. Na verzorging thuis door mijn trouwste supporter en een frisse douche kan ik nog van een vredige avond genieten. Voor het overige wens ik de buizerd nog veel succes met de opvoeding van de jongen.

Faimes (Challenge hesbignon)

zon 21/05/2017 10.15u * Faimes (Challenge hesbignon) * 11,2 km * 00:51:43 * 13 * 70/247 * 8/21 * ♥♥♥♥

De trip naar Borlez, deelgemeente van Faimes, onder de rook van Waremme, houdt voor ons geen geheimen in, vertrouwd als we zijn met de woonplaats van oud-collega Koenraad. De parkeerwachtster vraagt mij om “en épi” (in aarvorm, schuin) te parkeren tussen de lage takken op een boomgaard die dienst doet als parkeerrruimte. Faimes 3 Na veel geschuif en gedraai slaag ik er toch in aan haar wens te voldoen. De inschrijving verloopt vlotjes mede dank zij het métier van gevestigde “inschrijvers” als Etienne Vanderschelden en Jos Biets. Om dit keer met de eindevaluatie te beginnen: ik mag terugblikken op een geslaagde loop. Mijn prestatie wordt echter in de schaduw gesteld door het eerste competitie-optreden van de echte “Etoile de Faimes”, Griet Van Laethem. Zoon Gorik, 10 jaar, haalt met gemak de twintigste plaats in het peloton van 174, maar heeft meer moeite om zijn naam in de uitslagenlijst te krijgen. Probleem met het borstnummer (met ingebouwde chip). Claudy Dechanet lost het probleem in no time op.

Lees verder →

De loop is relatief nieuw in het Hesbignon-circuit maar is qua parcours een doorslag van de Hesbignonjoggings met een langere traditie. Voor het eerst lopen we, vanwege organisatorische redenen, op een zondagochtend en voor mij ook voor het eerst, wegens niet aan de start vorig jaar, in zuidoostelijke richting naar Aineffe. Dat betekent al meteen een eerste helling van enkele procenten. Ik loop in het gezelschap van Mario Smolders. De eerste kilometer op de Rue Emile Vandervelde. Dit mag dan wel een landelijke gemeente zijn met een niet-partijgebonden bestuurscollege, het socialisme is ook hier niet veraf. Boven op het eerste plateautje op weg naar Aineffe kunnen we de hartslag even laten zakken. De positiewisselingen zijn eerder schaars. De volledig in het zwart gehulde Philippe Jorissen schuift me wel voorbij. Na een goede 2 km worden we een smal pad ingestuurd tussen de bomen. We blijven allemaal netjes achter elkaar. Ik concentreer me vooral op het ontwijken van boomwortels. Rechts van ons ligt een mooie dreef die naar een kasteel leidt en die nog in de eerste uitgave van de loop was opgenomen. Jammer dat het parcours nu naar de donkere bosrand is verlegd. Na 3 km zijn we terug in het overvloedige zonlicht en kondigt zich de tweede lichte glooiing aan, langs een watertoren die zijn kop uitsteekt in een eenzaam bosje tussen de open akkers. Mario heeft mij intussen laten gaan. Ik vind hem later in de uitslag terug met zijn loopmaatje Roland Vandenborne. Die heb ik zelf voor, noch tijdens of na de wedstrijd gezien. Ik ben intussen Camille Motte voorbijgegaan – Camille is een dame, voor alle duidelijkheid – en zet mijn weg alleen verder op de betonnen ruilverkavelingsweg. Ik laat mijn blik dwalen over de omgeving. Alleen een mesthoop onderbreekt de vlakte van de akkers. Het vlas links en de gerst rechts hebben nog een flinke weg te gaan voor de oogst. Even duik ik onder een gemiddelde van 4’30” op de afdaling naar Vaux. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Ik zal uw kennis bijspijkeren: Vaux is een deel(tje)van Vaux-et-Borset, dat zelf weer bij Villers-le-Bouillet hoort. Faimes 2 Belangrijker dan deze administratieve weetjes is hoe het reliëf eruitziet en hoe mijn wedstrijd verloopt. Wel, we nemen hier een scherpe bocht naar rechts en kijken dan aan tegen een forse helling van 400 meter met een piek van 5%. De temperatuur is intussen al flink opgelopen. Het hoogste punt van het parcours (of toch bijna) is ook het warmste punt. Ik kan een tempo van 5′ per km aanhouden. Is dat voldoende om opkomende lopers uit de achtergrond af te houden, vraag ik me af. Ik hoor een achtervolger met forse tred naderen. Is het de man die ik (en de trouwste lezers onder u) al verwachten? Yep, Kris Govaerts is op komst. Met pleisters op de knie en de elleboog – een souvenir van de Condruzien-loop in Modave – en de blik strak naar voren gericht, stoomt hij me voorbij. Van aanklampen is geen sprake, evenmin als in Herk. Ook al heb ik nu meer overschot. Een vijftigtal meter verder moet ik hem al zoeken achter de ruggen van een groepje lopers dat al vanaf km 2 voor me uit draaft. Kris maakt korte metten met het pelotonnetje. In één ruk laat hij het zestal lopers achter zich. Op één man na, Domenico Di Vito. Ik heb hem ook al kilometers in het vizier. Zo’n dertigtal meter voor me. Nog zware benen, vermoed ik, van vrijdagavond in Modave. Maar zijn clubgenoot die plots langs hem opduikt bezorgt hem de prikkel die hij vandaag nodig heeft. Domenico bijt zich vast in het spoor van Kris en volgt elke beweging. “Hij kruipt in je achterzak”. Met dit beeld verwoordt Kris de broederstrijd die ik de volgende kilometer in de verte kan gadeslaan. Op een lichte glooiing moet Domenico zich dan toch gewonnen geven. Zijn veel jongere clubmaat Stefaan Huybrechts krijgt Kris net niet te pakken. Links van me dribbelt Arnaud Renard op het tempo van Sophie Theys. En zo komt een toprunner ook eens in het verslag van een anonieme meeloper.
Het groepje voor me is aan het uiteenvallen. Als laatste loopt Martine Hustings. Voor het eerst in jaren kruisen onze wegen nog eens. Een twintigtal meter voor haar zwoegt (haar vriend?) Philippe Jorissen verder. Ik loop nu ongeveer in zijn tempo maar hem inhalen zit er niet in. We zijn even voorbij kilometer 7. Door de wijziging van het parcours ten opzichte van twee jaar geleden passeren we niet meer voor het stadion van Etoile de Faimes waar ik me door mijn supportersschare wilde laten toejuichen. Ria en Ivo hebben speciaal de verplaatsing uit Bilzen gemaakt om dit spektakel live mee te maken. Maar dat feestje gaat dus niet door.
We zijn het parcours blijkbaar in omgekeerde richting aan het afleggen. Ik weet dus wat me nog te wachten staat. In Les Waleffes – ten noordwesten van Borlez – maken we een brede lus van 2,5 km rond het kasteel. Ik verlies nog een plaats, aan een veteraan 2, Olivier Mahy. Met zijn driekwartbroek lijkt hij me van het kouwkleumige type. Hij gaat me met een fors tempo voorbij maar blijft in de slotkilometers een vijftal plaatsen voor me hangen. De onverharde stroken liggen nu in de slotfase van de loop. De hobbelige veldweg achter het kasteelpark maakt de pijn in de benen alleen nog erger. Volgens Griet heeft men de diepste voren in de voorbije dagen (speciaal voor de wedstrijd?) glad gerold. In elk geval gaan de kilometertijden nu een tiental seconden omhoog. Ik verlies wat tijd achter Roger Van Langeveld die op een lager ritme is overgeschakeld. Hij is een van die competitie-fanaten die geen wedstrijd kunnen overslaan. Dan toch voorbij Roger. Tijd om de aanval in te zetten op Martine Hustings. Eerst toch nog even genieten van de mooie dreef naar het kasteel met de banale naam “Rue de Borlez”. Hierbij een oproep aan de heemkundige kring van Borlez om een passende, adellijke straatnaam voor te stellen. Hoe adellijk ook, de dreef loopt niet echt lekker. Maar ook Martine Hustings draait niet soepel rond. We passeren voor het gietijzeren hekken van het kasteel in Louis XIV-stijl. Het kasteelpark blijft gesloten. De kasteelheren zijn hier meer op hun privacy gesteld dan in de Condroz. Faimes 3 Ik hoor stemmen achter me. Word ik zelf ingehaald? Ja, maar door twee wielertoeristen, de ene in Belgische trui, de andere in regenboogtrui, de eerste dik, de tweede corpulent… Een nieuw knikje, ik versnel en maak een aantal meter goed op mijn voorgangster. Honderd meter verder, een tweede glooiing, ik kom nog dichterbij. Maar in de bocht, bij de laatste bevoorrading die ik oversla, ben ik nog niet voorbij. Dat gebeurt dan toch op de nieuwe strook onverhard die we nu onder de voeten krijgen. De veldweg duurt langer dan ik dacht: 1 km tot we opnieuw op het asfalt komen in Borlez. Niet dat ik aan het verzwakken ben, ik haal zelfs nog enkele collega’s in. Het bord van de elfde kilometer op de Rue Georges Berotte. Vraag aan Koenraad: ” Wie is Georges Berotte?” De finish wenkt. Nog een grasstrook. De zeventigste plaats mag me nu niet meer ontglippen. Voortgestuwd door de aanmoedigingen van niet minder dan zeven fans, scheur ik door de scherpe bocht naar de aankomstboog tegenover de tribune van het nieuwe voetbalstadion. Etienne en Jos brengen me meteen op de hoogte van mijn plaats bij de veteranen 3.
Ik spoed me naar de drankentafel voor een frisse slok. Enkele tellen later is mijn mini-supporterslegioen ook ter plekke om de eerste indrukken op te vangen. Ik kom voorlopig niet veel verder dan wat gehijg. Ivo geeft me meteen een idee van mijn tijd, rond de 51 minuten. Dat is dan toch in elk geval binnen de verwachtingen. De uitslag later bevestigt mijn indruk van tijdens de wedstrijd: niet spetterend, maar degelijk. Ik verlies minder dan een minuut op Kris en op enkele andere bekenden. Ik pols ook even bij mijn leeftijdsgenoten. “Gewonnen?” vraag ik Romain Uitdebroeks. “Maar neen jong, ik ben ook al 65” treurt de Alkenaar. Hij eindigt 4 minuten voor me, enkele seconden achter zijn schoonzoon, Dimitri Driesen. “Niets te doen aan Paul Rihon”. 70 km per week, dagelijks trainingen, versnellingen op woensdag en donderdag. Dat loont, mag ik besluiten nadat ik bij Paul geïnformeerd heb naar zijn weekactiviteiten. “Ook Raymond Demaret is voor me”, gaat Romain verder. Een kleine maand geleden heeft de lange, magere uit Hannut nog de marathon van Annecy op zijn palmares bijgeschreven in 3u12′. De langste onder onze broeders, Juul Kempeneers, schudt het hoofd over de conditie die maar niet wil terugkomen maar de glimlach verliest de Landenaar nooit.
Na de douche in de ruime kleedkamer van voetbalclub Etoile de Faimes, wachten ons nog heerlijkheden als een streekeigen bier, la Grigneuse, en een exotische wok. Jammer dat Ria en Ivo al vertrokken zijn, gebonden door verplichtingen bij de familie… Vastbinder.

(Foto 1 van Marie-Paule: Griet Van Laethem in de laatste rechte lijn en in hoog gezelschap van de burgemeester van Faimes, Etienne Cartuyvels. Foto’s 2 en 3 van Nadine Claessens. Foto 2: Het peloton in de eerste kilometer. Met te veel bekenden om allemaal op te sommen! Foto 3: Na 3 kilometer naast Raphael Depouhon, onbekend maar niet onbemind.)

← Toon minder

Gaat dat zien!

In mijn verslag van de jogging van Bois-et-Borsu was ik nogal sceptisch of we de beelden van de filmers langs het parcours wel ooit te zien zouden krijgen. Ik ben in andere wedstrijden al te vaak op mijn honger gebleven. Wel, de mannen van Quentin Cerfontaine Production hebben een schitterend werkstuk afgeleverd. Leuk dat ik zelf enkele keren in beeld kom. Het bewijst nogmaals dat het niet altijd de beste paarden zijn die de haver krijgen. Ook een pluim voor de ploeg van Manu Huet die van de jubileumuitgave een succes hebben gemaakt!

Dit is de link naar de youtube-film.

Bois-et-Borsu (Challenge condruzien)

vri 12/05/2017 19.30u * Bois-et-Borsu (Challenge condruzien) * 11,4 km * 00:58:12 * 11,8 * 201/571 * 11/30 * ♥♥♥

Waar mag dat wel zijn, Bois-et-Borsu? Je moet de kaart al aandachtig bekijken om het te vinden: een veertigtal kilometer ten zuiden van Luik en een goede twintig kilometer ten zuidoosten van Hoei. Ik rijd er intussen blindelings naartoe. Dit is Challenge condruzien-gebied en in het dorpje zelf wordt het mijn derde deelname. In een mail somt organisator Manu Huet niet minder dan tien redenen op ons warm te maken voor zijn loop: sportieve en extra-sportieve zoals een te gekke afterparty en speciale bieren voor de liefhebbers. Wat bij mij de doorslag gegeven heeft, is dat in het Condruzien-aanbod deze wedstrijd nog het beste bij mijn intussen fel afgezwakte mogelijkheden past.

Lees verder →

Het lijkt wel alsof de hele Condroz is leeggelopen voor deze jubileumuitgave: meer dan 1000 deelnemers voor de twee wedstrijden. Ook de Speelhofrunners hebben de laatste weken de Condruzien ontdekt. Wie ik wel node moet missen is Kris Govaerts. Het feuilleton van mijn Condruzien-borstnummer is dus nog niet ten einde. Ik bespaar u de verdere details. Gelukkig zorgt Gaetano Falzone voor een dagnummer.
Er zoemt een drone boven de massa die zich verdringt op de Rue de Bossu. We starten onder de rook van Bengaalse fakkels die een uitbundige kleur geven aan de tiende editie van de loop. Ik heb mij voorgenomen om rustig te starten in de hoop dat mijn benen in het verloop van de wedstrijd tekenen van meer souplesse zullen vertonen. Jean Tempels en Ellen Jacobs van het Tongerse Paluko-team hebben dan weer andere plannen. Bois-et-Borsu 1 Zij zoeken in de Condruzien-lopen de prikkel voor zware intervalinspanningen die zij op training niet kunnen opbrengen. In de eerste kilometers zie ik vooral collega’s – kleine, grote, dikke, magere, mannen en vrouwen – langs me door schuiven. Voorlopig kan ik alleen Noël Heptia achter me laten. Maar dat is nauwelijks een verdienste. Mijn generatiegenoot trekkebeent over de weg en is alleen in staat om schamele punten te sprokkelen voor zijn klassement. Na 400 meter klinkt er “aanmoedigingsgeloei”, we lopen voorbij de koestal van de Ferme Godefroid. De uitbaters slaan het spektakel geamuseerd gade. 600 meter verder lopen we over een tweede boerenerf, de Ferme Dubois . We hebben dan ook al genoten van muzikaal entertainment, eerst van een groep hoornblazers aan de start, dan van een fanfaretje in een weide. De volgende twee kilometer lopen op rechte veldwegen met nauwelijks één bocht. Na 1,5 km beginnen we aan de eerste van vijf klimmetjes. We lopen even door een bos. Ha, dat is het “Bois” van de dorpsnaam, denkt u misschien. Niets van, Bois is een gehucht waar we daarnet op weg naar de startplaats met de auto zijn doorgereden. Het parcours laat Bois links liggen. De regen van de vorige dagen heeft hier nauwelijks sporen nagelaten. Geen modder zoals in 2015 bij mijn vorige deelname. Maar het pad is nu wel bedekt met keien en dat is ook geen pretje voor de voeten. We naderen kilometerpaal 3 waar dreunende muziek en Bengaals vuur de open vlakte teisteren. Hier troepen enkele fans en fotografen samen. Te oordelen naar de bakken drank die ik opmerk zullen ze niet van dorst omkomen. Er hangt een rode rook als ik de linkerbocht neem voor een nieuwe lange rechte streep van 1 km tussen de velden. Naast me verschijnt plots de rijzige gestalte van Eric Martin. “Zo ver achteraan” merkt Eric op. We hebben beiden betere tijden gekend. Hij gaat me hier voorbij maar zal uiteindelijk maar enkele seconden voor me afklokken. Even daarvoor ben ik Paul Delaitte gepasseerd. Daar is ook Michel Mancini, zo’n twintig meter voor me. Na km 4 volgt er een korte asfaltstrook langs en een brug over de Rue du Condroz, de vierbaansweg naar Marche. Ik hou me aan mijn tempo van iets minder dan 5′ per km. Michel neemt in de volgende afdaling weer wat meer voorsprong. We hebben een mooi uitzicht op de volgende moeilijkheid, een klim eerst aan de bosrand, dan in het bos van Bassines. Het pad vertoont “chaussée romaine”-trekken. U weet wat dat betekent, grote puntige stenen die je dwingen tot allerlei gekronkel om ze te vermijden. Michel blijft nog twee kilometer voor me uit draven. In zijn gezelschap bevindt zich ook Carine Munaut. We zijn ongeveer halfweg als we het mooie kasteelpark van Bassines worden ingestuurd. Bois-et-Borsu 3 Zoals twee jaar geleden brengt een eenzame speler nu ook weer oude muziek ten gehore. Maar welk instrument is het? In mijn verslag van 2015 gokte ik op een “lier”. “Waarom vraag ik het niet gewoon?”, bedenk ik in laatste instantie. “Une vielle” is het antwoord. Een lier dus. Zo, dan weten we dan ook weer. Ik hoor de vettige lach van enkele gezonde boerenjongens bij de doortocht door de kasteelhoeve. Een nieuwe afdaling op het asfalt brengt ons naar een weide. Hier wachten ons weer enkele fotografen en filmers op. Ik ben ook nu weer erg benieuwd naar de filmbeelden en sceptisch of we die überhaupt te zien krijgen. Ik loop nu al kilometers in het gezelschap van veteraan 2, de hoog opgeschoten Thierry Delvaux. Hij neemt Astrid Lacroix op sleeptouw. Na een nieuwe klim door het bos kunnen we onze benen weer even ontspannen op het asfalt. Ik maak van deze snellere strook gebruik om Stefan Meekers in te halen en informeer en passant even naar zijn indrukken over deze Condruzien-loop; “Mooi maar zwaar” geef ik hem de woorden in de mond. “Comme d’habitude” antwoordt de Truienaar in de streektaal. We zijn intussen aan de tweede brug over de Route du Condroz, 3 kilometer van de eerste. Dit keer gaan we onder de brug door. In deze loop wordt afwisseling met een grote V geschreven. De V van Varié. Onder de brug heft mijn buur zelfs een deuntje aan. Zoveel adem heb ik niet als we in een nieuwe wijk aan de rand van Méan (dat is in de provincie Namen, vandaar “Jogging des deux Provinces”) een pittig klimmetje aanvatten. Ik haal een uitstekend op dreef zijnde Greta Philippaerts in. Zij zal met Stefan in dezelfde minuut eindigen als uw dienaar. We verlaten Méan over een vlakke veldweg waar de laaghangende zon voor enige hinder zorgt. De veldweg loopt uit op een smal asfaltweggetje. Maar op het afgeleefde asfalt is het al even moeilijk om het tempo op te drijven.
Aan km 9 zijn we weer op dezelfde plaats als bij kilometer 3. Hier zijn opnieuw fotografen en filmers druk doende onze prestaties in beeld te brengen. Boven ons hoofd hangt een gemotoriseerde wesp, lees drone. Na de tweede bevoorrading die ik oversla, wacht ons de voorlaatste klim van de dag. Daar zit ook een nieuwe passage door een bos in, door Manu “un sentier technique” genoemd, een pad waarop een zekere handigheid vereist is. Manu is zo vriendelijk geweest om een beschrijving van het parcours op het net aan te bieden. Dat technisch pad is een smalle bosweg waar je tussen de bomen en over de boomwortels moet slalommen. Bois-et-Borsu 2 Gelukkig zit er niemand te dringen in mijn rug en kan ik mijn kruistempo aanhouden. Ik ben opgelucht als ik het bos kan verlaten en aan de horizon Borsu in zijn Condruzische pracht zie liggen. Een afdaling van 600 meter op het asfalt biedt me de gelegenheid het tempo eindelijk omhoog jagen en vandaag nog eens onder de 4’30” te geraken.
Aan km 10,5 op een bruggetje over een beekje ligt een tijdsregistratiemat voor de laatste stijgende kilometer naar de finish. Wie nog de zin en de benen heeft kan hier voor een speciale bergprijs gaan. Specialist in deze oefening is “PH”, Pierre-Henri Corswarem. Hij heeft zich de hele wedstrijd gespaard om zijn duivels te ontbinden op de slotklim. Hij loopt zelfs na mij binnen. Of hij dit nevenklassement ook in de wacht sleept, zoals in de vorige jaren, is mij onbekend. Ik vind de uitslag niet terug op de officiële Condruzien-site. Ik zelf verlies slechts enkele posities in de slotklim. Van zodra de asfaltweg begint te stijgen gaat een dame, Nicole Fraikin, me met de glimlach voorbij. Ze wordt aangemoedigd door haar twee zonen die aan beide zijden van de weg mee naar boven spurten. Ik wil dit familiale tafereel niet verstoren en doe geen poging meer om mijn concurrente van het moment voorbij te gaan. Het parcours is lichtjes gewijzigd. We maken nog een kleine lus en moeten een bijkomend bultje overwinnen. waarbij we zelfs even over een privé-inrit lopen. Net voorbij de finish worden we over een schans met rode loper gestuurd. Om ons te showen aan de massa? Mijn naam galmt door de geluidsboxen. Het is lang geleden dat die eer me nog te beurt is gevallen.
Het is zoeken naar een plekje in “de ruime douches”, volgens Manu een van de redenen om naar Bois-et-Borsu te komen. Na een heerlijke “pain-jambon” en dito Orval trekken we weer huiswaarts. Een halfuurtje later doen de Standard-supporters in Sclessin hetzelfde.

(Foto 1 van Marie-Paule: De hoornblazers van Bois-et-Borsu. Foto’s 2 en 3 van Carine Heyne. Foto 2: De start onder Bengaals vuur. Jean Tempels in het geel wringt zich een weg naar voren. Foto 3: aan km 9: Delphine Docquier naast mij groet fotografe Carine Heyne.)

← Toon minder

Liège Métropole

zon 07/05/2017 11u * Luik (Liège Métropole – CJPL) * 14,5 km * 01:12:06 * 12 * 632/2833 * 15/71* ♥♥♥

De kalender is dit jaar gunstig om voor het eerst in mijn lopersleven de 15 km van Luik te betwisten. Ik kick niet echt op massa-evenementen maar deze wedstrijd mag toch niet ontbreken op mijn palmares. Er blijkt in de omgeving nog heel wat parkeerplaats voorhanden te zijn en dus slaan we ruim voor de verder gelegen “officiële” parking van winkelcentrum Belle-Ile een zijstraat in. We vinden een plaatsje tussen het grote politiekantoor en de gebouwen van verzekeringsmaatschappij “Omnimut”. Nu mijn karretje een veilige haven heeft gevonden, begeven we ons op weg naar het Congrespaleis in het Parc de la Boverie.

Lees verder →

Daar is alles piekfijn georganiseerd en enkele tellen later kan ik mijn nummer opspelden. Dat is nummer 1108, “un numéro gagnant” volgens de man achter de inschrijvingstafel. Liège Métropole 2: Jo Vrancken in de top tien. Kijk, daar wordt een mens nu vrolijk van. Mijn humeur wordt er nog beter op als we even later enkele Limburgse vrienden tegen het lijf lopen. En dat zijn niet bepaald mannen voor wie deelnemen belangrijker is dan winnen. Jammer genoeg moet iedereen na afloop snel huiswaarts en kan ik hen niet feliciteren voor hun sterke prestatie. Dat is plaats 8 voor Jo Vrancken, plaats 11 voor Koen Vangrieken en plaats 62 voor Kris Pipeleers. Alleen Guido Vrancken staat niet hoog in de uitslagenlijsten maar hij staat wel op het virtuele podium van de trouwe supporters.
Ondanks de grote toeloop is er ruimte genoeg om op te warmen. Ik loop wat kriskras door het park maar kan de loomheid en de stramheid niet uit mijn benen schudden. Ik heb hier weliswaar geen tijds- of plaatsaspiraties maar hoop toch in dit uur sightseeing van Luik niet door zere benen te worden geplaagd. Tussen de duizenden deelnemers merk ik hier en daar toch een bekende op: mijn categoriegenoten Luc Hilderson en Claude Herzet die enkele minuten voor me eindigen. Nicolas Bynens en Christian Vandevenne die maar een zucht sneller zijn.
Ik vermoed dat ik me ongeveer in het midden van de lopersmassa bevind als we de start afwachten. Hoever de mensenzee nog naar achteren uitdijt kan ik alleen maar gissen. Ook enkele oude gloriën hebben zich ingeschreven naast de vedetten van vandaag, de wedstrijdlopers van de Challenge van Luik en vele, vele zondagslopers voor wie deze loop wellicht het jaarlijkse hoogtepunt van het sportieve jaar is. Kortom, zoals de omroeper het uitdrukt, een “tutti frutti-peloton”. Ook in de populairste loop van Wallonië – zoals de speaker trots meedeelt – gebeurt de aftelling in het (Amerikaans) Engels. Waarom niet in het Luiks? Daarnet werd op het podium wel “Valeureux Liégeois” aangeheven, een oud patriottisch gezang uit de tijd van de Luikse Revolutie. “Three, two, zero”, het startschot weerklinkt en… er gebeurt niets. Na een vijftal seconden komt er dan toch beweging in de massa en vertrekken we in de geur van de worstenkraampjes voor onze tocht door het centrum van Luik.
Na 1 km met een lichte helling op een Maasbrug draaien we rechts de Avenue Rogier en de Boulevard d’Avroy op, bekende lanen maar dan wel vanop de zetel van een auto. Op deze brede verkeersassen is er volop ruimte om te bewegen tussen de rijen lopers maar ik probeer hier in de eerste plaats een aangename kruissnelheid te vinden. Tussen al die onbekende collega’s voel ik geen enkele aandrang om plaatsen te winnen. Op de Boulevard de la Sauvenière (de oude aankomst van Luik-Bastenaken-Luik en… van mijn eerste en derde marathon) spot ik dan toch een bekende, Claude Larminier. Deze Luikenaar van 63 duikt ook overal op, een beetje vergelijkbaar met ondergetekende. Ik ben niet gek van zijn wilde baard, maar ben wel van zijn mooie uitspraak van het Frans. Maar ik dwaal af. Liège Métropole 1 De vurige stede is op dit zondagse uur vooral een slapende stede. Marie-Paule die me opwacht aan de rotonde voor de Opera is onder de indruk van de rust die over de Maasmetropool hangt, vertelt ze me achteraf. Voor de Place Saint-Lambert draaien we links af. De weg naar de rotonde aan de hoek van het Prinsbisschoppelijk Paleis stijgt al flink. Het blijft verder omhoog gaan naar de Collégiale Sainte-Croix. Daar nemen we links. Oei, richting quartier Saint-Laurent, dat wordt nog een lange klim. Ik heb het traject vooraf maar oppervlakkig bekeken en wat te snel geconcludeerd dat het een vlakke loop zou worden. De 500 meter naar de Basilique Saint-Martin met pieken tot boven de 10% is een zware klus. Die ik met redelijk succes opknap. Ik val niet stil en blijf net onder de rode zone. Ik heb nochtans een goede reden om niet te lang te blijven hangen in het gezelschap waarin ik me op dat ogenblik bevind. Uit de rangen lopers stijgt een angstaanjagend gekerm op. Het gehijg van een loper van Racing Bruxelles is al te horen vanop 20 meter afstand. Ik probeer hem zo snel mogelijk achter te laten. Ik blijf het irritante geluid nog een tijdje horen … tot het op een gegeven ogenblik ophoudt. Nu heeft hij het begeven, is mijn eerste reactie, maar wat later geeft hij opnieuw een teken van leven. Gelukkig ben ik dan ik al wat verder uit zijn buurt en neemt de geluidsvervuiling snel af. Boven op een plateautje verlaten we even de Rue Saint-Laurent en draaien een parkje in met een historisch gebouw. Dat wordt weer opzoekingswerk voor mijn verslag, bedenk ik, terwijl ik een bekertje aanneem van de bevoorrading die hier staat opgesteld. Wel, we lopen voorbij het Hospice Saint-Agathe, oorspronkelijk klooster van de Sépulcrines (Zusters van het Heilig Graf of Bonnefanten). Bij het bestuderen van het parcours na de wedstrijd krijg ik antwoord op mijn vraag waarom we hier een ommetje maken op privégrond. In het oude klooster is het hoofdkantoor van energiebedrijf Lampiris gevestigd, officiële partner van de organisatie. Dat verklaart meteen waarom ik hier zoveel groene Lampiris-shirts in het peloton opmerk. Nu moet ik echt verder, ik ben nog maar aan kilometer 4,2. De inspanning heeft me wel helemaal op temperatuur gebracht. Ik had me vanmorgen gekleed op de frisse wind maar in de volgende kilometers zal ik het te warm hebben. Nauwelijks 200 meter verder krijgen we weer een passage op een privédomein aangeboden, ditmaal in de Kazerne van Saint-Laurent. Dit is ook weer een historisch complex, namelijk van het Oud Militair Hospitaal en oorspronkelijk de Abdij van Saint-Laurent. Na de beklimming naar Saint-Laurent – waar de snelheid terugviel tot boven de 5′ per kilometer – wordt het ritme boven gebroken door het vele keren en draaien, vaak op oude kasseien of nieuw aangelegde luxekasseitjes.
We hebben het hoogste punt van het parcours bereikt en duiken in de zesde kilometer weer naar de stad in de vallei. Het tempo gaat wel wat omhoog maar met 4’36” op deze kilometer zal ik geen snelheidsrecord vestigen. Dat is vandaag ook niet het opzet, ik probeer zoveel mogelijk van de omgeving mee te krijgen. Even zoeken naar het straatnaambord. Ah, we zijn boven in de faubourg Saint-Gilles. In een bocht zorgt een groep percussionisten voor animatie en/of kabaal. Aan km 6 zijn we weer op het vlakke. Voorbij de HEC Management School (lap, weer in het Engels) maken we een lus door een park. Ik ben hier even het noorden kwijt. We zijn hier toch niet terug aan het park waar de start is gegeven? We lopen boven langs een reeks serres. Bij het bestuderen van het parcours achteraf zie ik dat we door de Jardin Botanique zijn gepasseerd. Dit gedeelte van Luik is mij onbekend. Ook de Eglise Sainte-Véronique in bombastische neo-klassieke stijl voor kilometerpaal 7 is nieuw voor mij. Ik mag dan al geen topbenen hebben vandaag, als kennismaking met het onbekende Luik is de voormiddag al geslaagd. Na 7 km kom ik weer op bekend terrein, de Rue du Plan Incliné (niet dat ik de naam kende) die naar het Guillemins-station leidt. Ik blijf in een groepje met onder meer een lange smalle met een staartje. We lopen onder de grote overkapping door van het nieuwe station – een werkstuk van architect Calatrava – en kijk en passant even welke tentoonstelling er nu loopt in het station. “Het terracotta-leger, de erfenis van de eeuwige Chinese keizer”. Net voorbij, zie ik. Geen erg, is heb ze bezocht in… Maaseik. We zijn nu halfwedstrijd. Er is hier heel wel wat animatie langs het parcours, toevallig of niet net op het halfwedstrijdpunt. Marie-Paule – op weg met lijn 4 van het centrum naar het station – mist net mijn doortocht. Voorbij het station loopt het parcours door de rood licht-wijk die overigens veel van haar glans heeft verloren na de heraanleg van de Guillemins-wijk. Pech voor een bordeelbezoeker die net een plaatselijk etablissement verlaat als de meute lopers langskomt. We lopen over de Place du Général Leman. Niet speciaals te vermelden, tenzij een wandelende Indiaan langs de weg, getooid in een geelbruin ensemble met veer. Ik houd mijn tempo vast op de licht stijgende laan naar de mooie Pont de Fragnée. Op de Quai du Condroz langs de Ourthe is de tweede bevoorrading ook weer opgesteld in een parkje dat gescheiden is van de weg. De organisatoren hebben de stiel in de vingers. Ik neem de tijd om enkele flinke teugen van het bekertje te nemen. Het is warmer geworden en ik heb een stevige dorst. Die de hele dag zal duren. Ik zal meer dan eens een beroep moeten doen op mijn vrienden Bru, Leffe en Cristal.
Na een donkere passage langs honderden meters overdekte parkeergarages – ik neem aan van het winkelcomplex Belle-Ile – komen we uit op een groene oase langs het water. Op het einde van dit bucolisch intermezzo herken ik de woonboten op het Canal de l’Ourthe van een foto-wandeling een aantal jaren gelden. Op het smalle pad blijft het uitkijken om de collega’s niet voor de voeten te lopen. Als we na 12 kilometer weer de Maas bereiken zie ik de lopers voor me op een spoorwegbrug met veilig afgescheiden voetpad. Ik herken het lange, magere profiel van Richard Mathot. We verlaten de brug via een betonnen wenteltrap. De snelheid is er even volledig uit. Terug beneden wordt er plots versneld als wilde iedereen de verloren tijd onmiddellijk weer inhalen. Liège Métropole 4 De officiële afstand bedraagt nog 2,7 kilometer. Maar we hebben in de vele bochten in de stad lustig afgesneden en dus zal de reële afstand wel een paar honderd meter korter zijn. Uiteindelijk bepaalt mijn Garmin de afstand op 14,550 meter. Mijn tempo op het lange rechte fiets- (of wandel)pad is naar het voorbeeld van de hele loop: een stevige trainingscadans waarmee ik nog heel wat plaatsen kan opschuiven zonder dat ik mijn stramme benen opblaas. Richard Mathot zit er wel helemaal door. Hij zal in de laatste anderhalve kilometer nog 104 plaatsen prijsgeven. En zo te zien heeft hij het ook te warm gekregen. Er wachten ons vele fans op in de bocht naar de Passerelle de la Belle Liégeoise – gelukkig heeft men voor de nieuwe voetgangersbrug naar het park een welluidende Franse naam gekozen. Tussen de vele aanmoedigingskreten meen ik ook “Willy” te hebben gehoord. Maar in de drukte van de nog steeds compacte rij lopers is het te hectisch om achterom te kijken. Achteraf blijkt dat ik me niet vergist heb. In de laatste lus in het park tussen de toeschouwers kan ik mijn positie vasthouden, wat dat ook moge betekenen op de 632ste plaats. Er steekt wel een pijn op die ik tot nog toe niet kende in een loopwedstrijd. Nekpijn. Ik probeer wel geen onesthetische bewegingen met het hoofd te maken als ik de lens van fotograaf Jo Defrère op mij gericht krijg. Nog even opletten in de laatste rechte lijn, het Lampiris-spandoek is nog niet de aankomst. Op de echte streep worden we aangemaand snel door te schuiven om geen opstoppingen te veroorzaken. Na de finish klagen enkele collega’s met meer ervaring in deze loop dat het parcours dit jaar lichtjes gewijzigd is en minder snel. Mij maakt het niet uit, ik haal nog eens het eerste kwart van het deelnemersveld. Nakaarten met de vrienden zit er vandaag niet in. Als Marie-Paule me eindelijk gevonden heeft, verlaten we snel het park en rijden we beiden met een goed gevoel terug naar huis, niet zonder een tussenstop op een bekend adres in Visé.

(Foto’s 1 en 3 van Jo Defrere 1. Foto’s 2 en 4 van Marie-Paule. Foto 1: Jo Vrancken in de top tien. Foto 2: Marie-Paule vangt drie veteranen 3 in één foto. Uiterst links – achteraan in het groepje dus – loopt Lucien Collard in het zwart en Richard Mathot in het wit. Uiterst rechts, vooraan, in het groen Nicolas Bynens. Hij loopt hier voorbij de Opéra de Wallonie, niet op de foto. Nicolas maakte als trompettist jaren deel uit van het orkest. Foto 3: Het zit er bijna op. Foto 4: Met Françoise Piscart en Claude Herzet voor het Museum in het Parc de la Boverie.)

← Toon minder