Mangombroux (Challenge L’Avenir)

zat 13/10/2018 16u * Mangombroux (Challenge L’Avenir) * 9,2 km * 00:56:56 * 9,7 * 86/126 * 1/2 * ♥

Mangombroux! Zeg nu niet dat je al ooit van het plaatsje gehoord hebt. Ik heb de loop en de naam ontdekt in de schier eindeloze reeks wedstrijden van de Challenge L’Avenir. Het blijkt een wijk te zijn aan de rand van de agglomeratie van Verviers. Tussen Heusy en Stembert die eerder dit jaar op mijn programma stonden. Ik ontmoet alvast één bekende aan de startplaats, veteraan 3 Maurice Gillet. Blijkt dat de gewezen postbode hier woont, op 50 meter van de startboog. Zelf doet hij wegens ernstige gezondheidsproblemen niet meer mee. Hij waarschuwt me meteen voor wat ons te wachten staat. Een klim zo steil als een muur, stenen, smalle paden, boomwortels. Zijn beschrijving is angstaanjagend. De vooruitzichten worden nog somberder als ik de benen test op de eerste kilometers. Het zal een beproeving worden op deze warme herfstdag.
Een klein peloton staat klaar achter de Ecole Verdi. De school organiseert de wedstrijd in het kader van de schoolfeesten. De schooldirecteur komt ons ook groeten. Voor het parcours in de omgeving van zijn school hebben de parcoursbouwers steile hellingen en een bos ter beschikking. Ze zullen er ongegeneerd gebruik van maken. Dit moet de eerst editie zijn. De speaker, ook al een local, had nooit gedacht dat hij een wedstrijd zou aankondigen in zijn voortuintje. Hij bezweert ons niet te snel van stapel te lopen. Mangombroux 1 Mij moet hij niet meer overtuigen. Mijn dubbele verkenning van de eerste kilometer laat geen andere keuze. Daarna stelt hij een trailparcours in het vooruitzicht. “Jullie zullen ervan houden”, pept hij ons op. Ik heb zware twijfels. Zou het enige verschil tussen de “jogging” en de “trail” – die ook wordt georganiseerd – het aantal kilometers zijn, vraag ik me af.
We zijn nauwelijks onder de startboog door of de weg begint al omhoog te lopen. En dat is nog maar de voorbode van een steile klim van 800 meter door een woonwijk. “Garder le cap”, op koers blijven, maken de PS-kandidaten zich sterk op verkiezingsborden langs de weg. Hoe de PS dat zal doen, leest u in de krant. Ik doe het met een trippelpas om alleszins in beweging te blijven en mijn benen niet helemaal op te blazen op de stijging tot meer dan 15%. Dat ik langs links en rechts word voorbijgelopen, neem ik er dan maar bij. Zelf haal ik ook wel enkele deelnemers in. Onder meer mijn enige categoriegenoot van vandaag, Julien Bertrang. 7,5 per uur, sneller kan niet en hoeft eigenlijk ook niet. De eindtijd zal toch in de volgende 9 kilometer worden bepaald en niet in deze huiveringwekkende eerste kilometer. Als ik mijn hoofd even opricht stel ik tot mijn verbazing vast dat het einde van de helling al in zicht komt. Daar ben ik dus sneller vanaf dan gedacht. Alberto Canales die me een aanmoediging meegeeft, ontsnapt door een blessure aan de klimellende. Boven de Cité du Bois Goulet gaat het asfalt over in een tapijt van stenen, de ene nog dikker en scherper dan de andere. Nog langzamer lopen heeft geen zin, ik ga stapvoets verder. Na honderdvijftig meter wordt de veldweg beloopbaar en doe ik een eerste poging om in mijn loopritme te komen. Maar honderd meter verder worden we het bos ingestuurd op een smal pad waar nu weer boomwortels het plezier bederven. Ik zit een vijfhonderd meter lang vast achter een jonge dame die dan uiteindelijk een stapje opzij zet om me door te laten. Ik heb nu wel een vrijer uitzicht maar daarom nog geen soepeler benen. De looproute kronkelt tussen de bomen en uitstekende boomstammetjes. We krijgen in de volgende anderhalve kilometer ook nog twee klimmetjes te verwerken. Op de tweede moeten we ons even op handen en voeten naar boven hijsen, hier is zelfs geen pad voorhanden. Mijn bange voorgevoelens over het parcours worden bevestigd. Gelukkig is het bos droog. Ik heb even mijn positie in de sliert kunnen behouden maar begin nu langzamerhand verder achteruit te boeren. Na 3,4 km – ik heb de indruk dat we al vijf kilometer aan het zwoegen zijn – mogen we het bos verlaten. Eindelijk weer een effen ondergrond onder de voeten. Een nieuwe poging om in een lekker loopritme te komen mislukt jammerlijk. Het gaat nu vals plat omhoog. Zelfs 5 minuten per km zit er niet in. Het is trouwens ook niet fijn lopen aan de rand van een rijweg met weliswaar voorzichtig auto- en vrachtwagenverkeer. Na 800 meter hebben we de weg – een geasfalteerde veldweg – weer voor ons alleen. Tussen de weiden in het unieke Herfse bocagelandschap. Maar na zevenhonderd meter is die pret ook weer voorbij. Nu, pret zit er vandaag toch niet meer in. De eerste passage in het bos heeft mijn benen afgesneden. Hier voel je ook de ongewone najaarswarmte. Ik moet wel drie keer voorbij een loper die na een tempoverhoging telkens weer de benen stilhoudt. Mijn irritatie over zijn loopgedrag heeft wel in de eerste plaats te maken met mijn eigen off-day.
Daar is eindelijk de drankpost waar ik al zo lang naar uitkijk. Niet alleen omdat mijn tong wel een stuk droog leer lijkt maar vooral om dan tenminste toch al halfweg te zijn. Maurice Gillet is met de fiets tot hier gekomen en biedt zelfs nog drank aan. Maar ik heb me al gelaafd aan water en sportdrank. De Oshee-drank die in deze challenge wordt geserveerd bevalt me trouwens uitstekend. Daarmee hebben jullie overigens de laatste optimistische noot van vandaag gehoord. Maurice heeft nu beter nieuws dan voor de start. Het ergste is achter de rug. Dat klopt voor wat het parcours betreft… De bospaden zijn breder en het rondje door dit deel van het bos is best aangenaam… voor de betere loper. We zoeken onze weg tussen de Etangs (de vijvers) van Cossart. Mangombroux 2 Voor sommigen, zoals V3-winnaar Jean Dessouroux, is dat zelfs letterlijk zo. Aan km 7 ben ik ook even in dubio over de juiste richting. De organisatoren hebben er niet beter op gevonden dan een kleur te gebruiken (oranje) die sterk gelijkt op de rode pijlen die een andere organisatie hier al heeft aangebracht.
We zijn nu op weg naar Sécheval. De weg daalt hier flink en is na 8 km zelfs in zacht asfalt. Ideaal voor uw verslaggever ware het niet dat de pijn aan de voet die mij ook al hinderde in de Halve van Remich mij dwingt om enkele tandjes terug te schakelen. Net daar waar ik wat snelheid had kunnen maken moet ik vaart minderen. Nu is mijn gemiddelde helemaal om zeep. Uiteindelijk blijf ik steken op 9,5 km/uur. De pijn was al opgestoken op het afhellende pad naar de vijvers. Ik heb in de laatste kilometers nog enkele plaatsen verloren, ook aan lopers die ik daarstraks zelf heb ingehaald. Ik loop intussen zo goed als alleen. Wel zijn de eerste lopers van de trail (25 km) me in het bos met elegante bewegingen voorbijgegaan. In Sécheval kruisen we de rijweg naar Verviers. De passage wordt wel bewaakt door seingevers maar ik moet opnieuw even zoeken naar de richting. We volgen gedurende 500 meter de Rue de Jalhay. Die gaat gelukkig in dalende lijn maar door het tegenkomend verkeer zoek ik toch enkele keren het gootje op langs de weg. De pijn is weliswaar wat verminderd maar echt prettig loopt dit ook niet. Voor wie het nog niet begrepen heeft, het is niet echt een “coup de foudre” met het parcours vandaag. Ik knap wel even op van de aanmoediging van een trailloper die nog energie heeft voor een moreel steuntje. Daar merk ik een fluovest op. De dame stuurt me een scherpe bocht naar links in, op gras. “Opgelet, steil en glad”. Ik neem geen enkel risico en moet zelfs nog volledig halt houden om de juiste weg te zoeken. Een trailloper achter me stormt naar rechts. Dat is dus de richting van de weide die we nog moeten opklauteren. Maar ik heb het nu helemaal gehad en ga stapvoets verder. Zelfs de “Allez Monsieur”-kreten die ik boven, voor mij in tegenlicht, uit verschillende kelen hoor, kunnen me niet meer vermurwen. Gelukkig kan ik de aankomststreep nog lopend overschrijden om plaats 86, ver in het tweede deel van het peloton, veilig te stellen. De schoolkinderen zijn er al onmiddellijk met drank en manen me aan mijn startnummer onmiddellijk in de doos te deponeren. Ik wil nu vooral met rust gelaten worden en vergeet zowaar mijn chrono af te drukken. Taxeer me dus niet op de Garmin-tijd.
In de kleedkamer (een gang in de school) worden we nog even verrast/opgeschrikt (schrappen wat niet past) door twee jonge dames. De plaats van de tijdelijke douches in een hoek van de speelplaats moet volgend jaar misschien nog eens opnieuw bekeken worden. Ik zal er dan niet meer bij zijn. Maar dat heeft niets met de infrastructuur te maken. Ik heb in de feestzaal van de school nog een leuke babbel met de enige collega 70+ Julien Bertrang. Het verschil tussen ons beiden aan de finish is ternauwernood een minuut. Daar waar de kloof in de vorige wedstrijden opliep tot tegen de 10 minuten. Na de eerste kilometer in staptempo heeft Julien zich wel geamuseerd in het bos. Hij had een rooskleuriger verhaal kunnen schrijven. Hij loopt hier overigens ook al een tijdje te ijsberen. Ze zijn blijkbaar niet erg gehaast met het uitreiken van de prijzen in de Ecole Verdi… of ze wachten op de laatste drie finishers. Die hebben een halfuur meer nodig dan de vierde laatste. Onze tijd is echter op. We ruilen het plateau boven de Vesder voor het Limburgse laagland.

(Foto 1 van Lu novê Leûp, mensuel de Stembert: De wielerbaan van Mangombroux tussen 1919 en 1923. Foto 2 van Marie-Paule: Dat smaakt!)

2 reacties op “Mangombroux (Challenge L’Avenir)”

  1. S. Halders schreef:

    Beste Willy,
    Mangombroux, ik heb er inderdaad nog nooit van gehoord en ik zal niet de enige zijn. Het zal wel een of andere achterbuurt van Verviers zijn, geen parcours om van te dromen, gevolg is dat je 1 hartje geeft. Je collega’s V4 lieten het ook afweten, ik zag trouwens ook dat Willy Hertogen de enige V4 was bij de wedstrijd van de CJPL. Weinig of veel V4’s, je hebt eerder al bewezen dat je de beste V4 bent van deze streek.
    Nog veel succes (ik ben trouwens ook langzaam herbegonnen).
    Gr.
    Servais

    • willy schreef:

      Dag Servais,
      Goed nieuws uit Voeren! En nu maar duimen dat je spieren je weer een tijd loopplezier gunnen.
      Mangombroux is beslist geen achterbuurt. Het is zelfs een mooie wijk/verkaveling in het groen. Ik heb dat weliswaar niet speciaal vermeld. Mijn beoordeling van het parcours is ook louter persoonlijk. Ik denk dat anderen, onder andere de trailers, er wel van hielden.
      Voor wat de twee Willy’s uit Riemst betreft, onze grootste (enige?) verdienste is dat we nog aan de start durven komen:)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Halve Marathon Route du Vin Remich

zon 30/09/2018 15u * Route du Vin Remich * 21,1 km * 01:42:38 * 12,3 * 399/1439 * 1/4 * ♥♥♥♥

Komt dat goed uit! De Route du Vin, de halve marathon in de vallei van de Moezel op de Luxemburgs-Duitse grens, valt dit jaar net op mijn zeventigste verjaardag. De wedstrijd is me bekend van een ver verleden toen de Bilzerse Jogging Club nog actief was in het marathoncircuit. In mijn achterhoofd speelde al jaren de gedachte om ook eens naar de Moezel te trekken. Dit jaar wilde ik er eindelijk werk van maken. En toen ik de wedstrijddatum 30 september zag, was ik helemaal verkocht. Dat is eens wat anders dan kaarsjes uitblazen!
Mijn wagentje brengt me ditmaal zonder sputteren ter plekke. Dat is al een eerste geruststelling. We zijn al vroeg in het “Race Office” voor het startnummer… en een fles Crémant de Luxembourg. De eerste prijs heb ik dus al binnen. In afwachting van de start doen we een terrasje en een gepensioneerdenwandelingetje aan de oever van de Moezel. Nog een klein uurtje. Terwijl een aantal collega’s op het gras zitten of liggen, de blik gericht op hun smartphone, doe ik een uitgebrede stretching. Oude spieren hebben al wat meer opwarming nodig. De uitslagenlijsten leren me dat er acht zeventigjarigen aan de start staan. Vier van hen hebben de categorie M75 bereikt. Ter intentie van Marie-Paule haast ik me eraan toe te voegen dat ik geen ambities heb om over vijf jaar nog langs de Moezel te rennen… of te kruipen.
Ik loop in tot enkele minuten voor de start. Onder de ING-boog verdringen zich al een kleine vijftienhonderd deelnemers. Ik kan nog een plaatsje veroveren net achter het lint waar de toppers – de meesten van Afrikaanse origine – trappelen van ongeduld. Dadelijk wordt de 57ste editie van de loop op gang geschoten. Een klassieker dus, deze Route du Vin, op de linkeroever van de Moezel. Deel uitmakend van de Association of International Marathons and Distance Races en officieel opgemeten door deze organisatie. “Five, four, three, two, pang”. Ik word meteen overrompeld door een vijftigtal lopers. Nauwelijks honderd meter na de start gaat de loperszee al open en kan ik vrijelijk mijn weg kiezen.
“Mir hunn e plang” (Wij hebben een plan) heb ik daarstraks op een verkiezingsaffiche gelezen. (Over veertien dagen zijn hier parlementsverkiezingen.) Heb ik een plan? Ja, dat heb ik. Niet te traag starten en dat tempo in de volgende kilometers proberen aan te houden. Het gevoel zal beslissen over het tweede deel van mijn plan. Als de benen meewillen, ga ik voluit in het laatste kwart. De laatste 10 km-lopen hebben me wel vertrouwen geschonken. En de lange trainingen hebben hopelijk de basis gelegd voor een degelijke prestatie. In elk geval acht ik me in staat om zelfs bij een slechte dag onder de 2 uur te eindigen. Na een kilometer zit ik op schema, ruim onder de 5 minuten. Ik zal mijn horloge verder op de hele “heenweg” niet meer bekijken. Die heenweg loopt tot in het dorpje Ehnen, daarna draaien we gewoon om en lopen weer terug naar de vertrekplaats. Verkeerd lopen, zoals een maand geleden in Tilff, is hier uitgesloten. Een tweede geruststelling.
We zijn nu goed en wel op weg. Hoog boven ons cirkelt een helicopter. Het lijkt wel op een rechtstreekse televisie-uitzending. Na een kilometer verstomt het geluid van de draaiende rotoren. Alleen het getrappel van de honderden voeten verbreekt de stilte tussen de wijngaarden aan onze linkerzijde en de vredig stromende rivier aan onze rechterzijde. Intussen gaan tientallen en tientallen lopers me voorbij. Remich 1 Ligt mijn tempo dan zo laag? Ik blijf nochtans een constant ritme aanhouden – net onder de 5 minuten, zoals ik achteraf van mijn Garmin zal aflezen – maar ik neem aan dat snellere lopers die achter me stonden aan het vertrek nu hun rechtmatig plaatsje in het peloton opzoeken. Aan km 3 is er wat meer animo langs de kant. We lopen door Stadbredimus waar fans ons moed toeroepen voor de lange tocht die we nog voor de boeg hebben. De kerktoren in de steigers die ik al van ver heb opgemerkt blijkt aan de andere oever van de Moezel te liggen, in Duitsland dus. We lopen het dorp uit. Recht voor ons glinsteren de wijnranken onder de rotsige wanden in de zon. Een halve kilometer verder bereiken we de tweede ING-boog in een brede meander van de Moezel. Dit moet km 5 zijn. Een indrukwekkende sliert lopers schuift onder de boog door. Die zijn me intussen allemaal al voorbijgelopen. En het houdt niet op, de stroom lopers die vanuit de achtergrond opduikt. Ik begin me nu zorgen te maken hoe ver ik intussen achteruit geslagen ben en probeer te berekenen hoeveel lopers me per “lichting” voorbijgaan. Maar mijn berekeningen maken me niet veel wijzer. Ik ga dan maar door op de ingeslagen weg, letterlijk en figuurlijk, met een gelijkmatig tempo.
De weg maakt opnieuw een brede bocht. Het is hier uitkijken om twee weggeschraapte asfaltrepen te vermijden. Nu, er is plaats genoeg op de brede asfaltweg. In theorie is dat de snelst mogelijke ondergrond voor een stratenloop. Ik heb een ander gevoel, maar daarover straks meer… in het tweede deel van de loop en het verslag. Een auto is hier overigens niet te zien. De looproute is hermetisch afgesloten door de Police Grand-Ducale onder het motto “Zesummen fir Iech”. Fietsers worden ook gebannen van het parcours. De weg is voor ons alleen.
We lopen nu door een schaduwrijke zone. Ik zie plots een loper naast me opduiken met een shirt van “electrogoedkoop.be”. Misschien kan ik een woordje wisselen met hem. Ik word uiteraard omringd door nobele onbekenden… die me op de koop toe nog allemaal voorbijlopen ook. De veertiger (vermoed ik) is afkomstig van de buurt van Aalst, antwoordt hij op mijn vraag, enigszins verwonderd Nederlands te horen. Afgaande op de uitslag identificeer ik hem als ” Emmanuel Adam”. Als ik het verder over Emmanuel heb, weten jullie wie ik bedoel. Het peloton bestaat uit een groot aantal nationaliteiten. De meesten wonen waarschijnlijk in het internationaal getinte Groot-Hertogdom.
De kilometers volgen elkaar op, we naderen stilaan het keerpunt. Ik kijk er alvast naar uit. Hoe sta ik er intussen voor? Ik kan mijn tempo vasthouden en de grote stormvloed die ik over me heb gekregen in het eerste derde van de race is stilaan uitgewoed. Ik meld met trots dat ik rond de vijfde kilometer voor het eerst een collega voorbijga. In het midden van de weg zijn er nu kegeltjes opgesteld. Oranje uiteraard, maar dat is dan toeval in het voorts door ING-oranje gekleurde event. Vanaf hier verwacht men tegenliggers. “Daar zijn ze al” meldt Emmanuel. “Ze”, dat zijn de eerste lopers die al op de terugweg zijn en hier, na een kleine 9 km zo’n 3 km voorsprong hebben. “Ze” zijn allemaal zwart en stomen in een groepje van zo’n tien man terug naar Remich. Ik kijk toe in verwondering. En met medelijden voor de volgende lopers aan de kop van de wedstrijd die moederziel alleen vechten voor hun plaats en tijd. De drie eerste dames lopen ook afgezonderd. Op de eerste blanke atleet moet ik wachten tot rond de vijftiende plaats. We lopen nu het dorp Ehnen binnen. Hier staan de meeste toeschouwers. Ze krijgen hier immers twee lopen voor de prijs van één. We passeren de tweede boog maar het is nog even geduld oefenen voor we aan het keerpunt komen. De U-bocht wordt gevormd door twee dranghekken. Geen tijdsregistratiemat op de grond. Dat had ik wel anders verwacht maar men heeft blijkbaar vertrouwen in de eerlijkheid van de loper. En misschien vindt de organisator dat de recreanten het allemaal niet zo ernstig moeten opvatten. Dat doe ik wel: ook op een heel bescheiden niveau moet je je niet te snel tevredenstellen.
We zijn dus op de terugweg naar Remich. Er is hier wat tegenwind maar dat is misschien niet zo ongunstig onder de soms felle middagzon. We zien nu de langzamere lopers aan de Moezelzijde. Ik probeer mij een idee te vormen van het aantal lopers die wel achter me zijn gebleven. Daar is de groene vlag al, achter de laatste loper. Ik zit ver in de tweede helft van het veld, zoveel lijkt me duidelijk. Ik begin nu wel meer en meer lopers voor me in te halen. Emmanuel heeft al enkele keren een kleine voorsprong genomen maar ik kom telkens op mijn eigen tempo terug en ga hem op mijn beurt weer voorbij. Dat zijn natuurlijk onbetekenende gebeurtenissen in een massaloop maar een mens moet toch ergens een aanknopingspunt hebben. We zijn weer aan een bevoorrading. Opnieuw alleen water, geen sportdrank. Dat valt me toch wat tegen voor een internationale wedstrijd. Ik zie collega’s aan een gelletje slurpen. Daar heb ik zelfs niet aan gedacht. In mijn marathontijd ook nooit gebruikt. Misschien een fout, vandaag zal ik ze ook niet rechtzetten… Wat me nu ook plots opvalt is dat hier geen pacers zijn. Die waren er gisteren zelfs in de Ambiorix Run in Tongeren. Ze kunnen hier nog wat opsteken van de Victors Cup. Maar die hebben dan weer geen rangschikking voor 60- en zeker niet voor 70-plussers. Zo is er altijd wat.
Hoe dan ook, ik sta voor het tweede luik van mijn wedstrijdplan. Voluit gaan in de tweede helft of sparen om geen terugval te krijgen? Ik heb geen reden om in te houden. De eeuwige stijfheid in kuiten en bovenbenen is draaglijk. Adem heb ik nog voldoende in voorraad. Alleen mijn rechtervoet speelt weer op. Het euvel heb ik de laatste maanden geregeld gevoeld op lange trainingen… en heb ik leren verbijten. Het wegdek maakt het er niet gemakkelijker op. Op foto’s ziet het eruit als een vlak biljartlaken maar in werkelijkheid helt de weg licht. Vooral in de lange bochten duikt de pijn op in de enkel en de achtervoet. Wat lijkt op een blaar is meteen na de wedstrijd ook weer verdwenen. Intussen zal ik het nog een zevental kilometer moeten volhouden. Mijn tempo lijdt er niet onder. Meer nog, als we de boog van de 5 en de 15km (dat is dezelfde) naderen, stel ik tot mijn genoegdoening vast dat ik snel terrein goed maak op een aantal concurrenten voor mij. Remich 2 Ik herken enkele lopers die mij in het eerste deel van de loop zijn voorbijgegaan en nu onherroepelijk moeten achterblijven. Mijn horloge heb ik halfweg even vluchtig bekeken: omgerekend zou ik rond de 1u43′ kunnen uitkomen. Met enig verlies in het laatste kwart is een tijd onder de 1u45′ mogelijk. Dat zou beantwoorden aan mijn meest optimistische scenario.
Ik heb het parcours van in het begin nog goed in het hoofd en weet dat ik na de open strook voor Stadtbredimus beschut zal zijn tegen de zon. Die laatste kilometers zullen sowieso al zwaar genoeg zijn. Om de geest af te leiden zoek ik verstrooiing langs de kant van de weg. Het verkiezingsbord van Etienne Schneider, de grote blauwe ballon van CK.lu. Wat zou dat betekenen? Ik weet het intussen… maar ga hier ook niet alles verklappen. Emmanuel is rond km 17 voor de zoveelste keer van mij weggelopen. Dit keer meent hij het echt. Ik zal hem niet meer bijbenen. 30 seconden bedraagt het verschil aan de streep. Jammer dat ik hem na de finish niet meer terugvind in de krioelende menigte. Ik tel de kilometers af. Voor de natuurpracht heb ik nu geen oog meer. Een nieuwe blik op mijn horloge. Een tijd onder de 1u45′ zit er zelfs in. Ik pijnig de benen nog eens en trek me bij elke verzwakking weer op gang. En dopeer me zelf met de gedachte dat het over enkele minuten nog alleen genieten zal zijn aan de Moezel. De zelfkastijding levert de snelste (km 21) en op twee na snelste kilometertijd (km 20) op. Langs de ballon van de Loterie Nationale. Na de startboog rest er nog honderd meter op een pleintje. Ik neem de rechterbocht aan de fontein waar Marie-Paule wacht. En hoor nog net haar aanmoediging als ik de streep overschrijd. Ik neem de medaille en de “Cungratulation (in het Lëtzebuergesch) in ontvangst. En grabbel een flesje sportdrank mee. Het is er dus toch, maar rijkelijk laat… Nog een fotootje voor het album en op weg naar de douche in het hotel.
De eindtijd onder de 1u43′, de snelste van de laatste jaren op de correcte afstand, is buiten verwachting. Mijn Garmin geeft zelfs een kleine honderd meter te veel aan. Maar de grootste voldoening volgt een dag later als ik de uitslagen onder ogen krijg. Bij de eerste 400, dat is ruim in het eerste derde van het veld. Ik heb mijn nieuwe decennium succesrijk ingezet. Als ik nu eindelijk tot de jaren van verstand zou komen, is dit mijn laatste lange afstandsloop geweest. Benieuwd of ik dat kan opbrengen…

(Foto 1 van Serge Waldbillig: Het peloton op weg naar de eerste boog aan kilometer 5. Foto 2 van Marie-Paule: De boodschap is duidelijk.)

3 reacties op “Halve Marathon Route du Vin Remich”

  1. cortleven liesbeth schreef:

    Proficiat met je overwinning op je 70 ste verjaardag Willy

  2. S. Halders schreef:

    Te veel wijn gedronken, ter ere van…..
    Servais

  3. S. Halders schreef:

    Proficiat Willy en ik hoop dat de jaren van verstand nog even wegblijven. Het is zoals in je run, de snelheid komt met de kilometers. Gefeliciteerd met je verjaardag.
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Hannuit (Challenge hesbignon)

zon 23/09/2018 10.15u * Hannut (Challenge hesbignon) * 10,8 km * 00:47:34 * 12,3 * 100/191 * 1/2 * ♥♥♥♥

Ik ben voor het eerst in zeven jaar weer in Hannuit voor de Hesbignonloop. De corrida eind december heb ik wel al verscheidene keren betwist maar nu blijven we aan de rand van de stad, in de open Haspengouwse vlakte. Vergeet alle onheilstijdingen over stormweer. Het is zo goed als windstil, het weer is fris maar ideaal voor een duurloop. De perfect tweetalige organisator Gert Theunis, zelf een begenadigd loper, stelt nog even het parcours voor. Het geluid gaat zoals gewoonlijk verloren in het geroezemoes. Hannuit 2 Ik heb wel het hoogteprofiel in mijn hoofd zitten en heb ook al even de laatste honderden meters op een veldweg verkend. De modderstrook is te kort om mijn trails aan te binden… in de veronderstelling dat ik die zou hebben meegebracht. Het toeval wil dat deze wedstrijd zoals ook de vorige in Seraing start en aankomt op een atletiekbaan. Geen rommelig gedoe in de eerste hectometers, ruimte genoeg voor jonge en oude, snelle en trage deelnemers. Enthousiast zijn ze allemaal, maar één man toch een tikkeltje meer dan de anderen, Mario Smolders. Blij dat hij er opnieuw bij is, na enkele maanden van zorgen over zijn toekomst als loper. “Diskwalificeren” hoor ik hem grappen als een loper de bocht afsnijdt op het gras langs de piste. En even verder: “Willy, laat de vrouwen met rust”, als ik een gesprekje aanknoop met Maja Van Zand en Bea Strouwen. Maja blijft bij haar clubgenote die nog herstellende is van een gebroken teen en pakt en passant ook de eerste plaats mee in haar categorie. Het tempo gaat even boven de 5′ per km in de eerste kronkels van het parcours buiten het stadion en een kort knikje na 500 meter. Als een veulen in een wei schiet Mario vooruit, ik volg. We doorkruisen samen een woonwijk in het noorden van de stad. Na 1,7 km laten we de laatste huizen achter ons en zetten onze tocht verder op een asfaltweg tussen de velden. De weiden en de akkers die zich weids voor ons uitstrekken, zijn gehuld in nevelen. Ik zie het duo Bernard Dubois-Françoise Debaty voor me. Zou het een goed idee zijn om hen proberen te volgen? Ik heb er in elk geval de benen voor. Bernard kijkt geregeld achterom om de achterstand op een concurrente van Françoise in te schatten. Als ik de uitslag juist interpreteer, moet dat Bea Strouwen zijn. Tussendoor hebben ze ook nog de tijd om hun mobieltje uit een plastic hoesje te halen en een sms-berichtje te bekijken. Ik beperk me tot lopen en ben blij dat ik in hun spoor kan blijven. Mario heeft nu wel moeten afhaken maar heeft alles bij elkaar vlot de overgang verteerd van “sportief wandelen” op training naar de competitie. Rond km 3 – de meeste lopers hebben dan al lang hun plaats gevonden in het peloton – worden we ingehaald door een duo dat duidelijk aan een ontspannend oefenloopje bezig is. Een van hen is de topper (op jaren) Dominique Noël. Hannuit 3 Waarschijnlijk meegekomen met zijn zoon. Adrien wordt vandaag tweede algemeen achter de plaatselijke vedette Cédric Raemackers. (Voor alle zekerheid, even de schrijfwijze van de naam checken. Ten tijde van de inwijking van zijn voorouder zal de Franstalige ambtenaar de spelling van de Limburgse naam wel hebben verwrongen.) Ik hoor aanmoedigingen voor “Marcel” achter me. Maar Marcel Baeckelandt zie ik niet voorbijkomen. Ik wacht vooral op een andere trouwe “challengist”. Aan km 3,5 is het zo ver. Kris Govaerts gaat me zoals gewoonlijk met een strak tempo en ditto blik voorbij. Aansluiten lukt dan niet… tot bij mijn vorige wedstrijd in Seraing. Daar ben ik zelfs kunnen terugkomen. Ik waag het erop en bijt me vast in het spoor van de Truienaar. En laat nu zowaar Bernard en Françoise achter. Aan km 4 komen we op het laagste punt van het parcours, niet toevallig aan een beekje. We volgen even de loop van de Henri-Fontaine. Dat is de naam van het bijriviertje van de kleine Gete. We zijn nu in het dorp Grand Hallet. (“Grand” moet u overigens niet letterlijk opvatten). Het smalle pad loopt aan de rand van een bosje. Mooi om te wandelen, wat minder om op tempo te lopen. Althans voor mij, vlak achter Kris. Hier en daar is het wat glibberig en is het uitkijken voor wortels en stenen. Het tempo zakt naar 5 minuten. Plots begint Kris te hoesten en te proesten. Gelukkig is de bevoorrading nabij. Een bekertje water brengt soelaas. Ik neem ook een slok, uit solidariteit.
Km 5, dat is aan het huis met het blaffende (maar voor het overige sympathiek ogend) hondje, waar we de rijweg N 64 oversteken en Peter Dufaux inhalen. We lopen nog steeds langs de ruisseau, die van Henri-Fontaine dus, maar wel boven het valleitje. Hier is de ondergrond droger maar het pad blijft smal. Op de single track moet ik mijn nek naar links en rechts blijven strekken om enig zicht te hebben op de weg voor me. Zelf versnellen en de leiding nemen, vind ik dan weer te gewaagd. Wie weet wat Kris achteraf nog uit zijn benen gaat schudden. In de buurt van het volgende dorp, Avernas-le-Bauduin, wordt het pad, nu bestrooid met grind, breder en heb ik eindelijk wat meer loopcomfort. We laten Pasquale Ruberto zonder plichtplegingen achter voor we een brede bocht door het dorp nemen. De weg klimt hier maar de kleine achterstand – enkele meters – die ik op bepaalde momenten moet toestaan kan ik telkens weer dichten. We blijven een tempo ruim onder de 5′ per km aanhouden ondanks het stijgende profiel van het tweede deel. Een brugje in kasseien over de Henri-Fontaine leidt de klim in naar het kerkhof. We halen een senior-dame in, een jonge dame dus, Anneleen Malfroid. Dat is overigens een Vlaamse. En voor de rest lijkt ze een inzinking nabij. Tenzij ik haar gezichtsuitdrukking, als we haar passeren, verkeerd beoordeel. Na zeven jaar is de herinnering aan het parcours grotendeels vervaagd. Dat heeft dan wel als voordeel dat je kunt genieten van mooie passages die je opnieuw ontdekt. Maar het kerkhof op de hoogte is wel in mijn geheugen gegrift sinds 2011. Toen probeerde Rosario Ilardo me af te schudden. Hannuit 5 Dit jaar is de tactiek van mijn tegenstander dezelfde, alleen de naam is verschillend. En het resultaat is ook gelijk. Ik blijf aanklampen als Kris stiekem het gashendel opendraait. Op het hoogste deel van de helling in open veld kom ik zelfs langszij. Niet dat het geen moeite kost. Misschien gunt hij me nu wat respijt, flitst het door mijn hoofd als we boven komen. Maar daar zie ik Domenico Di Vito. Van inhouden zal nu zeker geen sprake meer zijn. Kris zal zich nog eens extra pijnigen om zijn clubgenoot bij de lurven te vatten. Een afdaling van 300 meter verder, wacht een nieuwe helling. Nu op een brede holle weg tussen de bomen naar een woonstraat aan de rand van Avernas-le-Bauduin. Kris ziet een nieuwe kans om mij op afstand te lopen. Goed geprobeerd maar mislukt. Ik kom opnieuw terug op de laatste strook.
Ik loop nu al kilometers in het zog van Kris. Hoe gaat dat eindigen? Ik denk dat ik de afloop al ken. Mijn gezel bepaalt het tempo en heeft nog overschot voor een versnelling. Als het parcours anders was, zou de laatste pisteronde me fataal geworden zijn. Maar het parcours is zoals het is: met een “cross”strook van een kleine kilometer vanaf km 8. Daar zal Kris zich kunnen uitleven en zal ik de rol moeten lossen. En zo geschiedt. Net bij het begin van de Chemin d’Avernas halen we Domenico in. Die “Chemin” is een veldweg en dankt zijn naam waarschijnlijk aan het kasseistrookje in het midden. Je hebt hier de keuze tussen drie opties. De genoemde kasseistrook die er vervaarlijk glad uitziet. Twee karrensporen die door de regen van de voorbije dagen ook niet veel goeds voorspellen. En een smalle grasstrook links die blijkbaar de voorkeur geniet van de meeste lopers en intussen is platgetreden. Hannuit 4 Ik volg, zoals ook Kris na enige aarzeling, de lopers voor me op het gras of wat daarvan overblijft. De man in het zwart houdt ons wel op. Een jonge dame in het roze en Kris nadien passeren dan maar links op een omgeploegd veld. Ik wacht op een betere mogelijkheid. Als ik dan toch eindelijk voorbij geraak, heeft Kris het ruime sop gekozen. Op het einde van de glijbaan haal ik ook Mélissa Kinnard in, de juffrouw in het roze en al vaker in mijn buurt. Daarvoor heb ik de kortste weg gekozen, dwars door de plassen, in het linkse karrenspoor. Rechts kon ook, in Hannuit geven ze je de keuze. Slotsom van de doortocht op de Chemin d’Avernas: een kilometertijd van 5’20”, voornamelijk op naam te schrijven van de ondergrond. Het licht stijgende reliëf van de achtste kilometer zou me vandaag niet gestopt hebben. Achter “Brico Dullaers” krijgen we weer verharde bodem onder de voeten. Ik trap even de modder van mijn schoenen en schakel weer op mijn “weg”snelheid over. Ik voel dat er nog tonus op de benen zit maar de kloof is nu te groot. Dwars over de rotonde tussen de wachtende auto’s en de wakende politie en nog even doorduwen op de atletiekbaan van het Stade Lucien Gustin. In de laatste rechte lijn is de spurtsnelheid van veteraan 1 Jonathan Bellaire me toch te machtig, de aanmoedigingen van enkele collega’s aan de finish ten spijt. De felicitaties van speaker Gert Theunis neem ik in dank aan. Ik geniet nog even na met Kris aan de finish. De last der jaren heeft ons wel in het tweede deel van het peloton geduwd, maar de voldoening voor onze goede prestatie is er niet minder om.
Het is dringen om een plaatsje te vinden in de kleedkamers en achteraf in de kantine. De voorspelde buien krijgen we dan toch, als we ons naar de auto haasten en later op weg naar huis.

(Foto 1 van Marie-Paule: Het peloton in de eerste bocht van de atletiekbaan in het stadion genoemd naar een vroegere burgemeester. Foto’s 2 en 4 van Nadine Claessens. Foto 2: Mario Smolders, energiek als in zijn beste dagen. Foto 3: Foto van Louis Maréchal: Vechtend op de helling aan het kerkhof. Foto 4: Peter Bellen van Alken op het einde van de modderstrook.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Seraing (Challenge condruzien)

vri 07/09/2018 19u * Seraing (Challenge condruzien) * 9,7 km * 00:49:35 * 11,7 * 94/174 * 1/4 * ♥♥♥♥

Een nieuwe Condruzien-loop op een bekend parcours. Dat is de uitdaging van het weekend, nauwelijks vijf dagen na de halve marathon. Ik heb de voorbije twee trainingen dan ook in spaarmodus afgewerkt. De in Luikse loopmiddens alom bekende en gewaardeerde Michel Mancini heeft een parcours uitgetekend in het bos ten zuiden van Seraing, hoog boven de industriële gordel langs de Maas. Het tracé lijkt op een driehoekige vlieger met een staart. De driehoek die we twee keer afleggen ligt in het bos. De staart is de weg naar de sportaccomodaties in een nieuwbouwwijk. De krul van de staart is de atletiekbaan van Seraing Athlétisme. Michel heeft voor het gemakkelijke parcours geopteerd. Het idee van een duik naar en terug uit de vallei heeft hij laten varen wegens te zwaar en te risicovol. Over een gebrek aan reliëfverschillen mogen de liefhebbers van het genre ook in het gekozen parcours alvast niet klagen. Maar daarover dadelijk meer.
De grote massa heeft de weg naar Seraing nog niet gevonden. De start om 19u op een vrijdagavond is vooral voor de nog werkende medemens kantje boordje. De harde Condruzien-kern is er wel. De begroeting van de vele bekenden verloopt zoals altijd hartelijk. Eén ontmoeting doet bijzonder plezier. Die met Bert Ernest van Herderen. Seraing 1 Bert dook geregeld op in mijn verslagen… tot voor enkele maanden. Een zwaar ongeval bij werkzaamheden in de tuin maakte een bruusk einde aan de beoefening van zijn hobby. Gelukkig is hij weer aan de beterhand hoewel de weg naar een volledig herstel nog lang is. Dit jaar zal mijn gemeentegenoot niet meer in actie komen, tenminste niet in competitie. Bert trainde sinds enkele maanden met de plaatselijke joggingclub, die onder de naam “Seraing Athlétisme hors stade” door het leven gaat. Hij heeft de “convivialité”, de gezelligheid van de Luikse wedstrijden node gemist. Vandaag komt hij voor het eerst weer de sfeer opsnuiven van de challenge waarvan hij sinds enkele jaren een trouwe gast was.
We krijgen vanavond een luxe-start op het lichtblauwe tartan van de Piste Philippe Wathelet. Ruimte zat en een genot voor pezen en gewrichten. Ik groet Marie-Paule nog even voor we via een smal kronkelig pad het bos opzoeken. Na 800 meter begint de bosweg al op te lopen. Lucien Collard en Rosario Ilardo zijn achter me gestart en groeten nog even in het voorbijgaan. Het stijgt nog steviger op de Avenue de l’Europe, de enige asfaltstrook die op het parcours ligt. 200 meter verhard tot we rechtsaf het “grote” bos worden ingestuurd. Na anderhalve kilometer beginnen we aan de onderste zijde van de gelijkbenige driehoek. (Ik waag me met deze vergelijking op gevaarlijk terrein, mijn meetkundige kennis moet nog lager worden ingeschat dan mijn snelheid in de loopwedstrijden de laatste jaren.) Ik mag dan wel voor de tweede kilometer een halve minuut meer nodig gehad hebben dan voor de eerste, ik ben met een redelijk positief gevoel onderweg en hoop nu maar dat de boswegen er goed beloopbaar bijliggen. Ik merk wel op dat de paden bezaaid zijn met stenen. Dat herinner ik me alvast niet van mijn vorige loop in dit bos, een wedstrijd van de Challenge van de Provincie Luik, ook in dit bos en met dezelfde vertrek- en aankomstplaats. Ik zie Guy Raes en wat verder Noël Heptia nog even voor me. Noël heeft een van zijn betere dagen. Guy eindigt een halve minuut voor me.
We zijn nu begonnen aan de “Drèves de la Vecquée”, naar de naam van de loop, de lange, rechte paden die we dus in driehoeksvorm afleggen. Het parcours gaat vanaf km 2,8 in dalende lijn tot aan een scherpe bocht waar we in de remmen moeten om niet door middelpuntvliedende krachten in het beboste decor te belanden. Veteraan 2, Marcel Baeckelandt, gaat me even na de bocht voorbij. Voor het overige heb ik een mooi tempo vast, die indruk heb ik althans. Op de tweede Drève, die van de “chevreuil”, ree, is het wel goed uitkijken voor stenen en geulen, temeer omdat we nog altijd vrij dicht achter elkaar lopen. Er zit ook een korte kronkel in waar boomwortels op de loer liggen. Seraing 3 In wat nu blijkbaar de Drève du Forestier heet, van de boswachter dus, zit een smalle passage op een soort landbruggetje tussen twee kraters. Hoe het pad ook heet, de naam van de veteraan 3 die me hier voorbijstoomt, ken ik en kennen jullie maar al te goed, Kris Govaerts. Na een nieuwe bocht van 90 graden komen we op de Drève des Airelles, de veenbessendreef – ik beken dat ik het woord ook heb moeten opzoeken. Wat ik wel meteen weet, is dat we opnieuw aan het klimmen zijn. Meer dan een kilometer, met vooral in het begin een fikse stijging van boven de 5%. Dit is de moeilijkste strook van het parcours. Hier blijven alleen de sterksten overeind. Ik hoor er vanavond bij, tenminste in dit deel van het peloton. Een jonge dame in het blauw die me daarnet met veel zwier is voorbijgegaan, valt terug en ook Marcel Baeckelandt, weer met enkele kilootjes te veel, moet lossen. Ik zie Kris Govaerts wel zigzaggen langs tragere lopers en de laatste dames van de 6 km-loop, maar meer dan 15 meter voorsprong neemt hij ook niet. Halverwege de klim kruist een gehaaste fietser de sliert lopers waar ik tussen zit. Hij heeft ook alle reden om gehaast te zijn, in zijn spoor volgt de eerste loper van de korte loop die al op de terugweg is naar de piste.
We beginnen aan de tweede ronde in het bos. De passage op de Chemin du Mont Chéra – tiens, geen dreef – houdt geen geheimen meer in. Ik kan mijn tempo vasthouden en enkele jongere kerels voorlopig achter me houden. Ik loop zelfs in op Kris en kom in de haakse bocht na 6,5 km in zijn spoor. Ik twijfel even of ik nu echt de aanval moet inzetten. De rode doek en de stier, weet je wel. Maar ja, inhouden heeft ook niet veel zin. De Truienaar kijkt toch wel even op als ik naast hem verschijn, ongeveer op de plaats waar hij me in de eerste ronde inhaalde. Maar, zoals verwacht, steekt hij een tandje bij. Ik volg op enkele meters in de “technische” passage tussen de putten. Kris laveert met houterige bewegingen tussen de wortels op het smalle paadje. De loper achter me zal van mij overigens dezelfde indruk hebben. De daaropvolgende klim duurt nu maar half zo lang als daarnet. We worden immers linksaf terug naar de finish gestuurd. Kris neemt nog enkele meters extra. Ik heb nochtans ook nog voldoende kracht in de benen en ben zelfs een zuchtje sneller dan bij de eerste passage. Wat een verschil met vorige zondag. Ik heb het gevoel aan een sprintwedstrijd bezig te zijn, voortdurend op hoog tempo en geconcentreerd in de inspanning.
De terugweg is grotendeels dalend. Op het asfalt van de Avenue de l’Europe schakel ik nog een versnelling hoger maar bij het binnenlopen van de beboste strook naar de atletiekbaan is mij al duidelijk dat mijn tegenstander van de avond niet meer zal verzwakken. Seraing 2 Ik zou wel graag mijn plaatsje vlak achter hem in de uitslag vasthouden. Maar een veteraan 1 steekt daar een stokje voor. En een jonge dame. Op het klimmetje voor het binnenlopen van de atletiekbaan hijst ze zich met wilde armbewegingen maar wel stapvoets naar boven. Zij zal me even verder op het kronkelpaadje met een afsnijmanoeuvre weer voorbijgaan, op de baan weer eens op stappen overgaan maar in de laatste rechte lijn dan toch nog voorbijsnellen. Kris doet nog enkele seconden bovenop mijn achterstand. De teller blijft staan op 18 seconden. Al een vijftigtal meter voor de finish kondigt Michel Mancini me aan als winnaar in mijn categorie. Het goede gevoel wordt wel getemperd door de koele cijfers: niet onder de 5 min per km. Waren het de moeilijke passages in het bos, de hellingen in het parcours… of zit die snelheid gewoon niet mer in mijn spieren?
De prijsuitreiking in de drukke kantine van de “piscine olympique” duurt zijn tijd. Maar ja, er zijn vele prijzen voor vele categorieën. En in de Condruzien geldt de regel dat wie niet lijfelijk aanwezig is geen prijs krijgt. Die is dan voor de volgende in de uitslag die dan weer moet worden opgeroepen in het geroezemoes van het publiek. Gentleman als hij is, roept Michel alle veteranen 4 naar het podium. Dat zijn er maar vier, ieder vindt een plaatsje. De duisternis heeft inmiddels bezit genomen van de groene rand van Seraing. Geflankeerd door twee dames, Marie-Paule en Maja, schuifel ik in het pikkedonker naar de verlichte parkeerruimte. De GPS leidt ons door onbekende wijken en wegen naar de ring van Luik. Van daaruit vindt mijn inmiddels herstelde auto blindelings de weg naar huis.

Foto 1 van Bougez mieux, Bougez plus: Steunbetuigingen voor Bert Ernest na zijn ongeval. Foto 2 van Carine Heyne: Tussen Abdelhadi Dinari en Pierre Darmont tijdens de tweede ronde. Foto 3 van Marie-Paule : Het podium met alle veteranen 4. De derde Christian Michaux staat verscholen achter Mauro Calogero, links, 78 jaar jong. Rechts: Paul Delaitte. Aan de micro: Michel Mancini.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Halve Marathon Luik Belle-île

zon 02/09/2018 10.30u * Luik La Belle-îloise * 21,2 km * 01:49:38 * 11,6 * 142/316 * 1/4 * ♥♥♥

Vorige week heeft u tevergeefs gewacht op een wedstrijdverslag (hoop ik tenminste), deze week is er weer leesvoer voorradig. Het winkelcentrum Belle-Ile en vooral de wijde omgeving is ditmaal het toneel van mijn avonturen. En die zijn niet altijd even leuk. Zoals vorig weekend. We zijn zaterdag in de vroege ochtend op weg naar Altenahr, een pittoresk oord in de meest noordelijke wijnstreek van Rijnland-Palts en trouwens van heel Duitsland. Ik heb me een fantasietje veroorloofd in de vorm van een heuvelloop van 16 km tussen de wijngaarden. We zijn dus op weg… maar niet voor lang. In Maastricht laat mijn karretje het plots afweten. De adem gegeven, niets meer… Ik bespaar u de details maar vier uur na ons vertrek zijn we opnieuw in Heukelom na een ritje aan boord van een ANWB-takelwagen. Op dat uur zou ik in Altenahr al twee derde van de wedstrijd achter de rug hebben. De ontgoocheling van de eerste minuten is wel al weggeëbd en thuis duik ik onmiddellijk in een joggingagenda – ik raad Limburgrunning.nl van Huub Rokx aan – om een alternatief te zoeken. Kijk, een halve marathon in Luik. Ik heb de laatste weken enkele langere trainingslopen afgewerkt. De 21 kilometer moet ik met deze voorbereiding tot een bevredigend einde kunnen brengen. Ik doe donderdag nog een doorgedreven test maar beslis uiteindelijk pas zaterdagavond.
De inschrijvingsformaliteiten vinden plaats in de sporthal van Angleur, in het park van het Château de Péralta, dat mij bekend is van vroegere wedstrijden hier in de buurt. Oh ja, we hebben ons reisdoel dit keer wel bereikt. Met de wagen van vrouwlief… Toch vandaag ook weer pech: de batterijen van het fototoestel hebben het laten afweten en zo moet ik op zoek naar andere foto’s op het net. Belle-Ile 1 maar die publicaties zijn niet zo klokvast als uw lievelingsblog. Terwijl Marie-Paule de omgeving verkent, vul ik het uur voor het vertrek met een korte opwarming en een uitgebreide begroeting van enkele bekenden. Onder meer Guy Raes die op zoek is naar kilometers en zelfs de verplaatsing van en naar huis (6 km) aan de halve marathon-afstand wil vastknopen. Dat is een paardenremedie om het vormpeil op te krikken en een inzinking als in Lantin – uitgebreid beschreven in dit blog – te vermijden. Ik vind een mooi plaatsje in het peloton van meer dan 700 – voor drie wedstrijden – en verras mezelf in de eerste meters door soepel tussen de rijen te glijden en snel bewegingsruimte te vinden. De term “soepel” zal u overigens verder niet meer in dit verslag lezen. Na een halve kilometer neemt de stramheid in de benen weer het bewind over. We maken eerst een lus van 4 km door het commerciële centrum Belle-île en tussen het Canal de l’Ourthe en de echte Ourthe. Vandaar misschien dat dit gebied een eiland wordt genoemd. Of dat een mooi eiland is, laat ik over aan ieders smaak. De doortocht langs een oud industrieel complex in de eerste lus heeft wel een zekere charme. De Ourthe mondt hier even verder in de Maas uit – zo, weer wat aardrijkskunde bijgeleerd. Ik kom snel in de buurt van Bernard Marot, de veteraan 3 die vaak als mijn eerste doelwit fungeert in de 10km-lopen van de challenge van de provincie. Ik kan mijn reflexen van de kortere lopen niet bedwingen en kruip in het spoor van Bernard. Hij mag dan wel minder snel onderweg zijn en op zijn hartslagmeter lopen, zoals hij me voor de start vertelde, ik vraag me af of ik niet te snel van stapel loop. Temeer omdat mijn kuiten, zoals vaak in het begin van een (trainings)loop pijnlijk aanvoelen. We wisselen enkele woorden, voor zover ons gesprek niet verstoord wordt door een horde motorrijders aan de overkant van het water. De 5 “wilden”, om het met de woorden van Bernard te zeggen, maken meer lawaai dan wij met zijn zevenhonderd. De kilometers 2, 3 en 4 blijken meteen de snelste van de hele loop. Na 3,5 km trekt Bernard dan toch wat feller door en zet ik mijn weg alleen verder. Ik zie hem enkele kilometer verder wel nog de bocht nemen naar de finish van de 10 km. We lopen opnieuw onder de vertrekboog door, nu in tegengestelde richting. Marie-Paule houdt hier trouw de wacht. Anderhalf uur later wacht ze me ook op aan de finish. In de tussentijd was ze onder meer te vinden aan een hamburgerkraam. Maar verder met de wedstrijd. Na 4,5 km draaien de 5km-lopers rechtsaf, even verder worden de 10 km-lopers linksaf gestuurd. Van dan af blijven alleen nog de grote jongens en meisjes over.
Gedurende 5 km volgen we de meanders van de Ourthe. In de eerste anderhalve kilometer hebben we rechts uitzicht op de nieuwe fabriekshallen en de kleurrijke graffiti van de Vieille Montagne en even verder op een rij donkere arbeidershuizen. Van dan af lopen we in het groen tussen de bomen. Links stroomt de Ourthe, nu eens snel, dan weer traagzaam, zo lijkt het althans. De kuiten zijn intussen warm gelopen en bezorgen me geen last meer maar een gemiddelde van 12 km/uur zit er vandaag niet in. Wat trouwens een bevestiging is van het gevoel in mijn lange duurtrainingen van de laatste weken. Bekenden zie ik niet in mijn omgeving, ik zal het in mijn verslag moeten houden bij omschrijvingen als “de man in het blauw” of “de dame in het oranje”. Wat die twee betreft , ik loop de eerste kilometer in het gezelschap van de jongere man in het blauw. De dame, in het oranje dus, haalt mij na een zevental kilometer in. Zij is in het gezelschap van een stevig gebouwde man. De twee lijken in voorbereiding te zijn op een marathon. De man geeft aanbevelingen over de drankvoorziening. Voor een drankpost zie ik de dame een gelletje uithalen, dat zoals u weet of niet weet, met een flinke slok water moet worden doorgeslikt. Terwijl ik het tafereel gade sla vraag ik me af of ik mijzelf ook niet die discipline had moeten aanleren tijdens mijn marathonperiode. Ik was namelijk een gelloze en schemaloze marathonloper. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer, en ik zal maar zorgen dat ik hier alvast de streep haal. Ik kies bij de derde bevoorrading voor een bekertje sportdrank. Wat keuze en mankracht betreft beantwoorden de drankposten overigens aan de normen die een kritische deelnemer mag stellen. De posities liggen na een klein derde van de wedstrijd grotendeels vast. Ik blijf in het spoor van een groepje met de oranje dame. Nu en dan gaat een opkomende loper ons voorbij. Eindelijk een bekende, aan kilometer 9 of daaromtrent. Yves Keil passeert op een grasstrook langs het beton. Aan de intonatie van de klassieke vraag “ça va?” in mijn richting leid ik af dat het bij hem in elk gevoel wel goed gaat. Waar de beschutting van de bomen ophoudt kan de zon ons tijdelijk even plagen maar dit parcours blijkt veel loopvriendelijker en gevarieerder dan ik me vooraf had voorgesteld. Het Ravelfietspad op beton langs de Ourthe begint op den duur wel rug en benen te irriteren. En echt vlak is het ook niet. We lopen stroomopwaarts en moeten tot het keerpunt dus wel een heel licht stijgend reliëf verdragen. Daarom haal ik niet de 12 km/uur. Dat maak ik me alleszins wijs. Om mezelf op die lange stroken, uiteraard steeds in dezelfde richting, te motiveren richt ik mijn aandacht op twee lopers voor me. Na vele kilometers op een vijftiental meter kan ik een jongere dame in het zwart dan toch inhalen en achterlaten bij een bevoorrading. Zo kan het dus ook. Dat lukt niet bij de man die zo’n 75 meter voor me uitloopt. Oranje trui, zwarte broek. Maar dit keer ken ik de naam wel: Freddy Hounje van Aubel. We zijn ongeveer in dezelfde periode door de joggingmicrobe gebeten. Ik herinner me zijn scherpe profiel nog van mijn eerste marathons. Onze tijden lagen in elkaars buurt en ook vandaag hebben we dezelfde richttijd voor ogen, onder de 1u50′. We slagen beiden in ons opzet en bewijzen meteen dat we ook een goed inzicht hebben in onze huidige mogelijkheden. Ik nader wel geen meter op Freddy tot ik een kilometertje verder ineens voor hem loop. Dat zit zo. Na 11,5 km steken we op een voetgangersbruggetje de Ourthe over en lopen een 700 meter aan de rechteroever. Belle-Ile 2 Aan de rand van een dorp dat ik niet kan thuis brengen. Ik had het moeten weten, Freddy had het me voor de start verteld. Het is Tilff. Daar kruisen we de lopers voor ons. In de verte ligt dus het keerpunt. Enkele lopers die al op de terugweg zijn maken misbaar bij een seingever. De reden is me onduidelijk. Ik loop nu afgezonderd en in een bocht zoek ik naar de loper voor me. Daar is hij, rechts. Ik volg tot ik een viertal lopers voor me zie met de handen in de lucht en met vertwijfelde blik in de ogen. Verkeerde richting. Geen aanduiding, geen seingever. En zo haal ik Freddy dan toch in en loop nu zelfs enkele tientallen meter voor hem uit. En de dame in het oranje en de heer in het blauw hebben zo plots een voorgift van een kleine 100 meter. Die weer goedmaken op lopers die ongeveer hetzelfde tempo aanhouden is een werk van kilometers. Ik begin er meteen aan. Even voorbij km 13 meldt Freddy dat er achter een rechterbocht een helling wacht, steil maar niet lang. Jammer dat hij zich daarnet de weg niet meer herinnerde. Trouwens de helling is alleen in het begin steil maar blijkt uiteindelijk toch een 800 meter lang te zijn. De klim op het bospad is een welkome afwisseling voor de harde ondergrond op het grootste deel van het parcours. Tot twee keer toe, op het vlakke daarnet en nu op de klim, voorspelt Freddy dat hij mijn tempo niet zal kunnen houden en dat hij zal “caler”, stilvallen. “Verdorie, jij loopt goed” doet hij er nog een schepje bovenop. Leuk om te horen maar ik blijf voorzichtig. Mijn lopersinstinct laat me niet in de steek. Even later neemt de man uit Aubel een kleine voorsprong (een halve minuut) die hij tot aan de streep zal behouden. De jonge dame in het zwart (zou dat Lola Lawarrée zijn?) en de man in het blauw ga ik wel weer voorbij. Het duurt een drietal kilometer eer ik weer in het spoor kom van de dame in het oranje. We lopen nu weer op een smal fietspad in het bos, nog altijd op de rechteroever. Ik sla een aanbod af om voorbij te gaan en verkies nog even het tempo van het duo voor me te volgen. Als ik dan word ingehaald door een oudere man in het zwart maak ik dan toch van de gelegenheid gebruik om ook voorbij te gaan. Het tempo van de nieuwkomer in het zwart ligt net een tikkeltje te hoog, ik blijf op een tiental meter hangen. Mijn blik is niet alleen op de loper(s) voor me gericht, ik houd ook de bewegingen van tegemoetkomende fietsers en vooral fietsertjes in de gaten. Ik bereik zonder ongelukken kilometer 16 waar we ons weer kunnen laven aan sportdrank en water. Ik neem een slok van beide en begin met goede moed maar stilaan vermoeide benen aan het laatste deel van de Belle-îloise.
We zijn nu weer op de linkeroever op het fietspad dat we daarstraks al eens een tegengestelde richting hebben afgelegd. Ik loop een tweetal kilometer onmiddellijk achter en even voor de man in het zwart. Net als mijn omschrijvingen verwarrend dreigen te worden is de verklaring nabij. Mijn gezel heet Stefaan Bomans. Limburgse naam en roots maar wel een Luikenaar. Hoe ik dat weet? Wel, gewoon gevraagd na de aankomst, bij het waterkraam. (Woord gevormd naar analogie met frietkraam). Voor mijn verslag, heb ik eraan toegevoegd. We hebben nog een leuk gesprek gehad. Stefaan is 65 en heeft nog ambities in de marathon en de 4 Cîmes van Battice. U kan zich voorstellen dat ik niet om gespreksstof verlegen zat. Maar goed, ik ben dus op weg met een onbekende, oudere loper. Enkele jaren jonger, vermoed ik op dat moment, en niet veel maar wel duidelijk beter. Kortom, rond km 17, ben ik weer op achtervolgen gewezen. Maar ik voel dat dit een “chasse patate” wordt. Overigens is het wel een opsteker dat we al aan kilometer 17 zijn. Er zijn geen kilometeraanduidingen en ik heb al een tijdje mijn horloge niet meer bekeken. Nog 4 kilometer, of beter: maar 4 kilometer meer. Vanaf nu is het aftellen. Ik blijf wel het tempo van de eerste passage aanhouden, waarschijnlijk wat geholpen door het licht dalende profiel. Ik wroet me naar boven op een kort maar steil klimmetje aan km 18. Daarnet was ook de tegenwind voelbaar, zo rond 3 Beaufort. Ik moet alle mentale truken bovenhalen om de kilometers sneller voorbij te laten gaan. Mijn programma van de volgende dagen overlopen en al vooraf genieten van de rust die ik mezelf zal gunnen. Visualiseren wat de looproute nog te bieden heeft. Ik kan me het parcours van daarstraks nog goed voor de geest halen. Daar is het kasseistrookje aan de huizenrij. Daar zijn de graffiti op de fabrieksmuren. In de laatste anderhalve kilometer deelt de zon nog een prik uit op een troosteloze streep beton langs het Canal de l’Ourthe. Belle-Ile 3 Je loopt voorbij de parcourswachters en hoopt op een aanmoediging. Daar heeft de ene al meer zin in dan de andere. “Allez, c’est la fin” geeft de laatste mee. Ik heb zonet de aankomstboog in de verte gezien en weet dat de man me geen blaasjes wijs maakt. Niets zo vervelend als je hoop stellen op een afstand die niet klopt, dat wil zeggen een stuk langer uitvalt dan de gok van een seingever. Aan een rotonde worden we een grindpad opgestuurd. Zijn we daarstraks hier ook geweest, vraag ik me af. Het antwoord krijg ik dadelijk van Marie-Paule. De aankomstboog die ik daarnet in de verte heb gezien is niet dezelfde als de vertrekboog. Nog vijfhonderd meter op gele steentjes, in andere omstandigheden zou ik van de lichte kleur genieten. Ik ben intussen kilometers alleen aan het vechten. Daar hoor ik dan toch een achtervolger naderen en nog snel ook. Ik verlies nog twee plaatsen maar kom nog ruim in de eerste helft van het veld aan. Uiteindelijk geeft mijn Garmin een afstand van 21,240 km aan. Dat is dus meer nog dan de officiële afstand die nooit gehaald werd in de halve marathons die ik in de laatste twee jaren heb betwist.
Na de finish stoot ik nog op enkele bekenden die in de drukte voor de start aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Mijn gemeentegenoot Claude Herzet die tweede eindigt bij de veteranen 3. En dat zonder specifieke lange afstandstraining. En twee Paluko-jongens – dat zijn leden van een Tongerse runninggroep – Dirk Claesen en Gert Moermans die hier voor een van hun eerste optredens in het Luikse meteen hoge ogen gooien, respectievelijk op plaats 20 en 23. Dirk wordt bovendien tweede bij de veteranen 2. Voor wie onder de indruk is van hun tijd onder de 1u30′ zeg ik er even bij dat zij een trainingstempo hebben aangehouden ter voorbereiding van de marathon van Berlijn. Hou uw felicitaties dus nog maar even in beraad tot deze discipelen van Christophe Roosen (alleszins van zijn schema’s) echt “losgehen” in de Duitse hoofdstad. Een klassement voor veteranen 4 is er, in tegenstelling tot wat ik vooraf dacht, wel. Een podiumceremonie niet, maar met een voorsprong van twaalf minuten op de tweede Pierre Driessens mag ik niet zeuren. Thuis gun ik me enkele uren recuperatietijd voor ik aan tafel aanschuif voor een lamsburger-friet.

(Foto’s Bougez mieux Bougez plus). Foto 1: Freddy Hounje in de laatste rechte lijn. Foto 2: Stefaan Bomans op weg naar een derde plaats bij de veteranen 3. Foto 3: Tijd dat het afgelopen is…)

4 reacties op “Halve Marathon Luik Belle-île”

  1. Ceils Paul schreef:

    Hoi Willy, toch weer een mooi verslag en een zeer mooie tijd voor een 70jarige. Is het waar dat je ieder weekend een wedstrijdje loopt??? Ikzelf neem deze week een sabbath week. De reden…..nu zondag ga ik
    voor mijn 96ste marathon in de Westhoek. Ik hoop op een tijd rond de 4.15h. Nadien komen mijn najaars-
    klassiekers er weer aan in het Luikse. Ook hoop ik mijn 22steO.S.O. te lopen. Allé alles zal afhangen van
    de resultaten van nu zondag. Naar Herve ga ik zeker en de 4 cimes natuurlijk ook.
    Loop ze nog en tot…..
    Polle(ke)

    • willy schreef:

      Dag Polle,
      Drie wedstrijden per maand ongeveer. Ik heb ook nog een specialleke in de pijplijn zitten. Maar daar lees je later wel meer over. Ik weet niet of ik dat ritme volgend jaar zal blijven volhouden. Eén wedstrijd om de veertien dagen is wellicht minder belastend. Een langere wedstrijd of training blijft ook een aantal dagen in de oude knoken hangen.
      Succes in de volgende weken en op naar de 100ste marathon! Willy

  2. Wim Meyers schreef:

    Knap verslag zoals altijd! En een gemiddelde van 5’10/km op een halve marathon lijkt me meer dan 3 hartjes waard, daar zet je menig jong veulen mee te kijk, proficiat Willy!
    Mijn aandacht is gewekt voor dat “specialleke” van je, hopelijk eentje met 4 hartjes;-)

    Tot binnenkort!

    Groetjes,

    Wim

    • willy schreef:

      Wim, als ik niet de “man in het zwart” Stefaan Bomans had moeten laten gaan, zaten de vier hartjes er misschien in. Uiteindelijk heeft dat en de slechte benen in de laatste kilometers de doorslag gegeven. Trouwens, je moet ook niet te “soft” zijn voor jezelf. En voor het overige hul ik me in stilzwijgen…
      Groeten,
      Willy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lantin (CJPL)

zon 19/08/2018 11u * Lantin (Challenge de la Province de Liège) * 9,8 km * 00:47:39 * 12,4 * 61/154 * 1/4 * ♥♥♥♥

Uit de grabbelton aan wedstrijden dit weekend vis ik de Provincie Luik-loop in Lantin op. Daar ligt niet meteen het meest aansprekende parcours op ons te wachten maar het is misschien de laatste kans dit jaar om Monsieur CJPL Servais Halders nog eens in een wedstrijd te ontmoeten. Ik vat de korte verplaatsing naar het dorp aan de noordzijde van de Luikse agglomeratie aan met grote vraagtekens. De DJ van een privéfeest thuis achter heeft de rust van de buurt tot halfvier ’s nachts verstoord. De achterburen hebben hun pleziertje gehad, zal mij dadelijk nog enig loopgenot gegund zijn? Ik reken er dan maar op dat ik enkele uren later nog een inspanning van drie kwartier zal kunnen opbrengen. Bij de opwarming sturen mijn benen alvast gunstige signalen uit.

Lees verder →


Het peloton is zo’n 150 man sterk. Dat is het gemiddelde dat het CJPL-criterium de laatste maanden haalt. Tussen de deelnemers zoals steeds een sterke veteranen 3-delegatie met alle bekende gezichten. Genoeg om Nicolas Bynens, die hier een boogscheut vandaan woont, het moreel te ontnemen om het podium te halen. Aan zijn vriendin Danielle zal het alvast niet liggen. Zij zorgt in haar eentje voor ambiance langs het parcours. Voor gokkers valt er bij de V3 overigens weinig te rapen. Als Servais aan de start staat, wint Halders. Lantin 1 Alleen in Tilff zorgde Marc Vranken voor een kink in de eindeloze zegereeks van de Voerenaar. Wel verandering bij de tijdsregistratie: Pierre Olivier verleent hier nu de O’Top Service. Wie niet weet wat ik bedoel, tikt die naam maar in op Google. Het vertrek en de aankomst vinden plaats op het domein van het Fort van Lantin. Maar de wedstrijd krijgt zijn beloop voornamelijk in de velden tussen de dorpen Lantin, Xhendremael, Diets-Heur en Juprelle. Alleen de douches in de catacomben van het Fort roepen nog het beeld op van het grimmige oorlogsverleden. De 19de eeuwse vesting was een onderdeel van de verdedigingsgordel rond Luik die echter snel viel in de eerste wereldoorlog. Dat we hier überhaupt te gast zijn danken we onder meer aan Les Amis du Fort de Lantin die het initiatief hebben genomen het vervallen fort te restaureren. Lantin is natuurlijk ook bekend van zijn gevangenis. Bij mijn vorige deelname… 21 jaar geleden liep het parcours die kant uit. Nu zetten we dus onmiddellijk koers in noordelijke richting. En dus heeft u nu het laatste gelezen over de grootste strafinrichting van het land.
We gaan eraan beginnen. De foto van het podium bij de veteranen 4 is al klaar voor de start… Tijdens de opwarming vraagt Richard Mathot aan een wachtende seingever een kiekje te maken van Roger Dosseray, Mauro Calogero en ondergetekende. Dat blijkt een klein uurtje later ook de winnende tiercé te zijn.
Ik vertrek enkele meters achter het duo Hertogen-Hertogen. Dat zijn Willy (70 jaar) en Robbe (14 jaar), opa en kleinzoon dus. En het is de jongste die de oudste heeft overgehaald om hier in het Luikse een 10km af te leggen. Zijn eerste. En met succes afgerond. Na de eerste 600 meter hebben we al een lichte afdaling, een bocht en klim in een brede holle weg achter de rug. Dat is qua afwisseling het beste wat we vandaag voor de voeten zullen krijgen. Daarna wachten ons voornamelijk lange rechte stukken in het open veld. Ik ben Bernard Marot al voorbijgegaan als we een klein kruispuntje oversteken waar we daarnet de seingever-fotograaf ontmoetten en waar Marie-Paule ons nu opwacht. Guy Raes duikt plots naast me op en neemt me anderhalve kilometer op sleeptouw. “Let op, blijf hier achter het groepje uit de wind, we kunnen dadelijk versnellen in een afdaling” enzovoort. Dat noemt men met raad en daad bijstaan. Ik heb me in de klimmetjes van zo’n honderd tot honderdvijftig meter goed kunnen schuilhouden achter een brede rug maar in de daaropvolgende strook bergaf plaatst Guy een versnelling die ik niet kan en zeker niet wil beantwoorden. Ik blijf in een groepje met Sandra Delrez en haar begeleider Michel Siebenbour. Ik ken beiden van de Challenge L’Avenir rond Verviers. Zij behoren tot de vriendengroep van Alberto Canales, die tweede zal worden bij de veteranen 3. We steken de weg Juprelle-Xhendremael over. Rechts staat een graansilo als een merkpunt in de open vlakte. Michel groet overal de seingevers. Die verdienen trouwens ons grootste respect, zoals ik al meer dan eens heb aangehaald in mijn verslagen. Ik heb een goed gevoel, blijf een egaal tempo aanhouden… en laat me niet opjutten door Michel die naar voren wijst met de veelbetekenende woorden “Daar loopt Roger!” Ik antwoord: “Ik verlies hem niet uit het oog”. Lantin 2 Maar ik heb nog ruim de tijd om mijn voornaamste concurrent Roger Dosseray bij te benen. Er zijn me intussen nog een viertal lopers/loopsters voorbijgegaan. U en ik zullen ze nog ontmoeten in het tweede deel van de wedstrijd en dit verhaal. In het felste klimmetje (van het eerste gedeelte alleszins) moet Sandra, en dus ook Michel, wat tempo milderen en trek ik alleen op zoek naar Roger. Aan km 4 ben ik bij hem, hij had me al horen naderen. Heb ik dan zo’n speciale tred dat ze mij herkennen zonder me te zien? De weg blijft dalen, ook na een rechtse bocht die ik neem in het spoor van Roger. De Pépin (inwoner van Pepinster) kan het niet laten en probeert me met korte snokjes enkele meters aan te smeren. Een bomenrij aan km 4,5 houdt de verkoelende wind van de voorbije kilometers tegen en zo valt de hitte plots op ons. De bevoorrading komt net op tijd om het hoofd te bevochtigen met een frisse geut Spa-water. Die bevoorrading in een haakse bocht ligt precies halfweg en leidt weer terug richting Lantin. En blijkt ook op het laagste punt van het parcours te liggen. Maar dat zal ik pas over enkele kilometers proefondervindelijk vaststellen.
Dit is ook het moment om een nieuwe alinea te beginnen. Het parcours mag dan voor sommigen saai zijn, het valt alleszins mooi op te delen voor een verslag. Het gaat meteen omhoog – dat betekent hier zo’n 1,5 tot 2% – en ik merk al in de eerste meters dat Roger het moeilijk heeft om mijn tempo te volgen. We lopen 400 meter in de schaduw van een bosrand. Ik voel me lekker, de afwisseling van lange en korte trainingen van de vorige week heeft me blijkbaar goed gedaan. Ik besluit door te trekken. Een koppel dat me daarstraks is voorbijgegaan, Nathalie Steimes en Jean-Pierre Guidolin, moet hier inbinden. Roger blijft volgen op enkele meters. Waar de klim overgaat in vals plat doe ik er nog een schepje bovenop. Aan de linkerbocht aan km 6,4 – we hebben net een recht stuk van bijna anderhalve kilometer achter de rug – stel ik vast dat Roger nog altijd mijn eerste achtervolger is, zij het nu op een vijftigtal meter. De volgende rechte strook van 3 kilometer wordt alleen door een soort chicane onderbroken. Niet te verwonderen dat de meeste lopers de route eentonig vinden. Toch één uitzondering, Claude Herzet. Mijn gemeentegenoot kickt op deze wegen waar zijn oogstrelende foulée optimaal tot zijn recht komt. Hij is hier elk jaar, zelfs als hij daarvoor moet wegglippen op een feest. Uit sympathie voor zijn vriend, organisator Denis Deuse. Vandaag heb ik Claude het laatst gezien voor de start. Nu moet hij een kleine 2 minuten voor mij uitlopen. Ik loop intussen alleen tussen de gewassen op de Haspengouwse velden – dat zijn voor de liefhebbers vlas, aardappelen en bieten. De graanvelden zijn al omgeploegd. Lantin 3 Het begint stilaan tot me door te dringen dat de weg terug zo goed als continu zal blijven stijgen. Dat kan in mijn voordeel spelen… als ik mijn tempo kan vasthouden. En dat is ook zo. Ik haal een niet nader te identificeren mannelijke deelnemer in en nader metertje voor metertje op een dame in rood voor me. Ze is me in het eerste deel voorbijgegaan. Ik ben dus geprikkeld om haar terug op haar plaats te zetten. Dat wil zeggen, achter mij. In de chicane waar ik het 10 regels geleden over had is het zo ver. We komen hier zowaar in de buurt van enkele huizen. En het is zelfs tweehonderd meter vlak of licht dalend. We dwarsen de uitlopers van het dorp Juprelle. Rechts merk ik een vreemdsoortige combinatie voetbalveld/speeltuin op. Precies weet ik het niet, ik heb het nu te druk met Marianne. Zij krijgt aanmoedigingen langs de weg, vandaar dat ik haar voornaam al tijdens de wedstrijd te weten kom. Marianne Dumont van Seraing Athlétisme blijft nog even in mijn zog tot we weer op een kaarsrechte strook uitkomen waar ze langzaam voeling verliest. Ik zoek in de verte naar de boerderij waar de laatste klim naar het Fort begint. Ik heb tot daar verkend om niet verrast te worden door het parcours in de finale. Met Roger weet je maar nooit. Maar nu heeft hij toch definitief afgehaakt. Uiteindelijk zal hij twee minuten toegeven. De boerderij ligt uiteindelijk nog vijfhonderd meter verder. Op een vlakker stuk voor die laatste klim win ik nog een plaatsje ten koste van veteraan 1 Laurent Mullens. Want de monotonie van het parcours mag dan beginnen te wegen, ik blijf een tempo onderhouden dat net wat hoger ligt dan dat van de lopers achter mij en van het groepje voor me. Achteraan in dat groepje herken ik Guy Raes. De laatste stijgende hectometers in de wind zijn er te veel aan voor hem. Misschien kan ik toch nog terugkomen. We nemen de laatste bocht naar het domein van het Fort. De afstand tot Richard Mathot die net naar links is opgedraaid is te groot om nog dicht te lopen. Ik zie nog twee hapklare brokken voor mij. Op het krakkemikkige asfalt (even een afwisseling voor het harde beton) ga ik voorbij Valérie François en kom ik ook in het spoor van Guy Raes. Zodra hij me opmerkt zet de grijze Fléronnais een versnelling in die me enkele meters achteruit slaat. Ik probeer het nog eens in de laatste bocht – de weg naar de finish heeft wat weg van een wielerpiste – maar Guy perst er nog een bijkomende demarrage uit. Met drie seconden voorsprong loopt hij over de tijdmat… en zijgt neer op de grasstrook langs de weg. Zo moet de aankomst van Pheidippides in Athene er hebben uitgezien, behalve dat Guy alleen maar gekuch en gerochel kan uitbrengen. Ik help hem even later recht en lach naar tijdopnemer Pierre Olivier: “Dat komt ervan als je een oude knar van 70 wil voor blijven!” Ik heb net een degelijke wedstrijd achter de rug. Dat gevoel wordt achteraf ook bevestigd door mijn Garmin die heel regelmatige, zelfs enkele tot op de seconde identieke kilometertijden aangeeft.
In Lantin doen ze het nog op de traditionele manier, een beker voor de winnaar. En de prijs mag je zelf uitkiezen. Volgens het principe : Wie het eerst komt (loopt), het eerst maalt (kiest). Ook Robbe Hertogen die een categorie op zich vormt krijgt alsnog een beloning van de gulle organisator.

(Foto’s 1 en 2 van Marie-Paule. Foto 1: Danielle, vriendin van Nicolas Bynens, de felste aller supporters. Foto 2: Servais Halders op weg naar de zoveelste zege bij de veteranen 3 – zou hij zelf de tel niet kwijt zijn? – en 16de plaats algemeen. Foto 3 van Dania Benchikh: In de laatste meters, spurtend achter Guy Raes. Valérie François volgt op enkele meters.)

← Toon minder

Reacties zijn gesloten.

Thimister (Challenge L’Avenir)

vri 03/08/2018 19.30 * Thimister (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:44:29 * 11,2 * 136/216 * 1/3 * ♥♥

“Is dit wel wijs?” vraag ik me af als we op de weg zijn naar Thimister en ik de temperatuur op het dashboard van de auto zie stijgen tot 35 graden. Om halfacht is de zon al aan het zakken zijn, er is daar in het land van Herve wel beschutting van bomen, houd ik mezelf voor. Maar waarom ben ik überhaupt vertrokken? Blijkbaar kan ik een geplande wedstrijd, eenmaal opgeslagen onder mijn hersenpan, niet meer wissen. In de voorbije dagen heb ik nog de hoop dat de organisatoren zelf de knoop doorhakken en de loop annuleren. Maar die willen ook van geen wijken weten. En zo zijn we nu toch in het dorp van de cider en zien, naarmate de avond vordert, almaar meer looplustigen arriveren. Uiteindelijk zijn we met meer dan 200. En dat zijn niet altijd de jongsten, mannen en vrouwen in de fleur van hun leven en conditie die bestand zijn tegen de excessen van de temperatuur. Zijn bij de eersten ter plekke: Louis Schmetz, Julien Bertrang en Jean-Louis Voss, een tachtiger, een zeventiger en een rijpe zestiger.

Lees verder →

Ze hebben allemaal wel een excuus of een goed voornemen: het kalm aan doen. Louis vindt dat hij niet kan wegblijven: “Ik woon hier op enkele minuten, je passeert twee keer voor mijn huis.” Ik werp nog op dat het ook in zijn eigen dorp warm blijft, maar hij lacht mijn bezwaar weg. Hoe dan ook, ik zal in de eerste plaats voor mijn eigen lichamelijk heil moeten zorgen en de temperatuur trotseren. Ik weet na de “opwarming” al meteen hoe laat het is. Archi-slechte benen, zoals tijdens mijn laatste trainingen. Ik zal wel gedwongen zijn het rustig aan te doen. En nu mijn belangrijkste concurrent Roger Dosseray er niet is, heb ik geen enkele reden om hier fel van stapel te lopen. Tijdens de verkenning herken ik het bebloemde bruggetje in het begin van de Tectonic, drie jaar geleden. En als ik na een ommetje opnieuw de sporthal bereik, komt mij ook de vertrekplaats weer voor de geest.
Terwijl we verzamelen voor de boog van Omnimut, het vrije ziekenfonds en sponsor van de Challenge L’Avenir, geeft de speaker een uitgebreide beschrijving van het parcours. Het is allemaal wat langdradig en futloos. Eén belangrijk detail heb ik wel onthouden. Daarover dadelijk meer. Kort voor de start ontmoet ik nog drie jonge lopers uit Tongeren. Hitte? Dat maakt ons niet veel uit, wij hebben al verscheidene wedstrijden gelopen de laatste weken, is het commentaar van Ronny Vanhay. Halfacht, 33 graden. We vertrekken over een grote weide achter de sporthal. Na 200 meter zijn we al op het fietspad van de oude spoorlijn 38. (De lezer wordt na talloze verslagen over wedstrijden in de buurt wel geacht te weten wat ik bedoel.) Thimister 1 Het getrappel van de meer dan 150 lopers voor me op het assenpad werpt een heuse stofwolk op. Dat is eens wat anders dan de modder in nattere tijden. We verlaten snel (en voorlopig) het pad en duiken naar beneden langs de tennisterreinen. Slechte benen, rustige start en toch de snelste kilometer met dank aan de afdaling. Vlak voor de eerste klim op weg naar het dorpscentrum gaat Dominique Heusschen mij voorbij. Boven op diezelfde klim passeert Laure Etienne me met krachtige tred. De hitte is voor deze dame geen beletsel om voluit te gaan. De veteraan 2 en de dame zullen respectievelijk 1’30” en 2′ voor me eindigen. In een wedstrijd met vier hartjes zou ik zo’n half minuutje, driekwart minuut voor hen de finish hebben bereikt. 2 minuten of ietsje meer is dus het cijfermatige verschil tussen twee en vier hartjes. Het loopgevoel zit wel duidelijk in het rood. Ik blijf braafjes mijn matige tempo aanhouden en laat me ook in de daaropvolgende dalende weg niet opjagen. We zijn het dorp uitgelopen en komen plots op een smal, donker pad tussen bomen terecht. Het eerste deel van de loop is voornamelijk dalend. Hier in het bosje halen we de steilste dalingspercentages. Niet echt mijn ding. Het licht- en schaduwspel maakt het voor mij nog moeilijker. Ik schat een schuine kant verkeerd in en plof met mijn rechterbeen hard op de grond. Even een hachelijk moment. De man voor me informeert “ça va?” waarop ik gelukkig bevestigend kan antwoorden. Het bospad loopt uit op een asfaltweg, nog steeds in dalende lijn. We zijn op weg naar het gehucht La Minerie waar ik drie maanden geleden nog actief was. Ik heb de weg Stockis toen in lyrische bewoordingen beschreven. Vanavond ben ik minder uitbundig temeer omdat er een klim wacht naar het voetbalveld waar toen de aankomst lag. Oh ja, heb ik al vermeld dat mijn vorige deelname dateert van twintig jaar geleden? Een korte afdaling, dan weer klimmen en uiteindelijk een afdaling van 400 meter naar het gehucht Befve. Ik hobbel verder tot we rechtsaf worden gestuurd. Opletten, niet de eerste weg rechts, die leidt naar het rustoord. Daarvoor is het nog wat te vroeg… We volgen nu een tijdje het parcours van La Minerie. Daar is al de tweede bevoorrading. Dat had de omroeper gemeld voor de start: er is hier een bevoorrading om de twee kilometer. De leden van de Cercle Familial, de organisator, hebben hun huiswerk goed gemaakt. Het gaat verder over een grote dorre grasvlakte. Ik zal pas na de loop tot het besef komen dat dit dezelfde weide is als in de jogging van La Minerie. De droogte heeft een verwoestend effect op de natuur. Ik loop een tiental meter achter Sandra Delrez, vaak in mijn buurt in deze regio en ook vertrokken met de handrem op. “Dat ook nog” is mijn reactie als we dezelfde stenige en smalle klim van drie maanden geleden onder de voeten krijgen. De loper die met een kinderwagen onderweg is – inbegrepen zijn klein zoontje – staat met pech aan de kant. De parcoursbouwers hebben medelijden met ons en na een paar honderd meter worden we rechtsaf gestuurd. Nog altijd smal maar wel makkelijker beloopbaar – wandelpaden blijkbaar – en nog steeds onder een beschermend bladerdek. Ik loop hier net snel genoeg om geen plaatsen te verliezen. Bij het laatste knikje kom ik in het spoor van Sandra. Ik zal haar in de daaropvolgende asfaltstrook voorbijgaan. Na 5,5 km draaien we linksaf een rijweg op. Dit is weer het parcours van La Minerie. Ja, het kan moeilijk anders dat je elkaars parcoursen moet “lenen” als je zoveel wedstrijden op een zakdoek uittekent. Ik verteer de 600 meter lange klim vrij aardig en begin nu ook lopers in te halen. Onder meer de “espoir” Tom Deru. Ik ben veteraan 3 Guy Raes al na een kleine kilometer uit het oog verloren en zie hem nu ook nergens voor me. Normaal, denk ik, met het trainingstempo dat ik vanavond aanhoud. Blijkt achteraf dat hij minuten na me geëindigd is.
Een linkse bocht na 6,1 km luidt het laatste deel in. Vanaf nu gaat het haast uitsluitend over de Ravel, heel lichtjes (1%) maar wel onophoudelijk stijgend tot de finish. In die bocht is ook de derde en laatste bevoorrading. Een slok drinken en de rest over het hoofd, zo ga ik de hitte te lijf. En dat lukt redelijk, ook al omdat er windje staat en bomen voor verkoeling zorgen. Thimister 2 Intussen heeft Cedric Lemaire zijn karretje weer aan de praat gekregen en gaat hij mij en enkele andere lopers voorbij. Tussendoor vindt hij nog de adem om zijn zoontje het verdere verloop van de avond te vertellen. Het kereltje in het zitje babbelt onophoudelijk en strooit kwistig aanmoedigingen in het rond. Als is het mij niet duidelijk voor wie die bedoeld zijn. Ik voel voor het eerst de neiging naar voren op te schuiven. En er zijn wel wat kandidaten om ingehaald te worden. De hitte begint stilaan zijn tol te eisen. Nu ik lichtjes versnel, voel ik hoe de warmte als een waxlaag op mijn hoofd kleeft. Overigens vertelt mjjn Garmin dat ik boven de 5′ per km blijf hangen. Het blijft dus ondermaats. We worden aangemoedigd door enkele supporteressen die de euvele moed hebben hun gekoelde huizen te verlaten. Zijn dat niet de twee dames die al bij het inlopen langs de weg stonden? De laaghangende zon vuurt nog enkele scherpe pijlen af op het einde van de 2 km lange Ravelroute. We wroeten ons door de weide die we in het begin van de loop in de tegenovergestelde richting hebben afgelegd. Ik verlies per saldo nog een plaatsje – twee jonge mannen spurten me voorbij, ik raap nog een moegestreden collega op – en bots op het grind voor de aankomstboog weer op Cedric Lemaire, de vader met de kinderwagen. Dit hebben we weer overleefd…
We verwijlen nog een uurtje aan de sporthal. Na de douche in het moderne sportcomplex vinden we een plaatsje net buiten bereik van de zon. De pain-saucisse krijgt een grote onderscheiding van Marie-Paule. De Jogging du Cidre wordt voor mij afgesloten met het in ontvangst nemen van een … fles cider. Ze maken het hier trouwens niet ingewikkeld, cider voor alle podiumlaureaten.

(Foto 1 van Fabien Teller: Links met de grimas, uw dienaar. Rechts met de glimlach, Laure Etienne. Foto 2 van Marie-Paule: Finish.)

← Toon minder

Reacties zijn gesloten.