3 reacties op “In het spoor van een marathonloper”

  1. Joris VDB schreef:

    Mooi verslag Willy. Ook het betere acteerwerk van Wim 🙂

  2. Wim Meyers schreef:

    Bedankt voor de mooie compilatie Willy, je hebt er werk van gemaakt!! Wel heel onwennig om mezelf bezig te zien en (vooral) te horen;-)

  3. Mooie reportage van een gepassioneerd loper!
    Keep up the good work Wim 💪

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Aubel (Challenge L’Avenir)

zon 10/02/2019 10.30 * Aubel (Challenge L’Avenir) * 9,5 km * 00:46:11 * 12,3 * 170/490 * 1/5 * ♥♥♥♥

In Herstal zullen ze ons moeten missen dit weekend. We hebben gekozen voor de Avenir-loop in Aubel. Jean-Pierre Immerix heeft mijn voorkeur gevolgd en zo zijn we dus met zijn drieën (met Marie-Paule uiteraard) op weg naar het land van de groene weiden en de Luikse siroop. Ik was hier voor het eerst in 2016 en ontdekte toen een van de mooiste parcoursen van het Luikse, ongeacht de challenge. Jean-Pierre kan zich na afloop ook vinden in mijn lovend oordeel. Jammer genoeg kunnen we vandaag niet echt (of helemaal niet) genieten van de bucolische geneugten van het Land van Herve. Het feestje wordt vandaag verstoord door twee ongenode gasten, regen en wind.
Met Jean-Pierre verken ik even de aankomstzone rond het voetbalveld van Aubel. Het complex zelf is nieuw maar de staantribune en het pad erachter schijnen nog uit de helft van de vorige eeuw te dateren. Daar moeten we straks door en eventueel nog een spurtje trekken. Dan ben je best voorbereid op de ongelijk liggende tegels, druk ik mijn maat op het hart… maar die schijnt zich daar niet druk over te maken. Ik zoek wel tevergeefs naar de aankomstboog die drie jaar geleden voor de hoofdtribune stond. Even gevraagd aan een toevallige passant in loperstenue. De aankomst is op de gebruikelijke plaats, wordt me verzekerd.
Tijdens de opwarming heb ik toevallig een gesprekje met Jacky Michat. Ik ken de rijpe vijftiger al enkele jaren van de Limburgse wedstrijden waar hij geregeld aan de slag is. Hij is er meestal in het gezelschap van Isabelle Sluysmans uit Voeren. Hij blijkt afkomstig te zijn uit Welkenraedt en ziet dus ook niet op tegen een flinke verplaatsing. In de Victors Cup is hij een vaste klant op het podium in de categorie 55+. Een man met kwaliteiten dus, die zeker ambities mag hebben in het Luikse circuit. Aubel 1 Die ambities zet hij vandaag al kracht bij met een eerste plaats in zijn nieuwe categorie, veteranen 3. Nog een klasse hoger (ouder dus en nog dichter bij de eeuwige looproutes in het hiernamaals) strijden vandaag vijf man voor de eer. Die laten zich ook door dit hondenweer niet uit het lood slaan. Ze hebben al wat meer meegemaakt, twee van hen een hartoperatie bijvoorbeeld. Helmut Weynand, al halverwege op de tocht van het zeventigste naar het tachtigste levensjaar, heeft een clubmaat van de SC Bütgenbach meegebracht. Een nog oudere heer, ook een Helmut – Helmut Henz. In de leeftijdsklasse 80+ moet de oudste Helmut het opnemen tegen Louis Schmetz. “Gaat hij meelopen?”, vraagt Louis zich verwonderd af voor de wedstrijd. Toch wel, maar de eerste plaats van Louis komt niet in gevaar, lees ik af uit de uitslag. In de massa valt de ene al wat meer op dan de andere. Harry Hamers bijvoorbeeld, de Nederlands-Limburger, weer of geen weer, in singlet.
Het gure weer heeft geen vat op het traditioneel hoge deelnemersaantal in Aubel. Ik sta redelijk vooraan in het peloton van haast 500 man en laat me meteen meeslepen door het tempo van de voorste starters. Dat is even naar adem happen op de bultjes die we in de woonwijken van Aubel te verwerken krijgen. Ik wil ook geen tijd verliezen want Roger Dosseray is me met een razende vaart voorbijgegaan in een afdaling na 300 meter. Voor de start klaagt hij gewoontegetrouw over zijn kwaadwillige hamstrings maar ik ben wantrouwig geworden als ik dit soort verhalen hoor. Ik heb een paar honderd meter nodig om in het spoor van Roger te geraken. Dan ga ik toch weer voorbij en neem langzaam afstand. Ik moet overigens enkele kilometers wachten eer ik mij in een bocht in het open weidelandschap kan vergewissen van mijn voorsprong. Die blijkt geruststellend te zijn. We maken in de eerste 2,5 kilometer enkele lussen in woonwijken. Ik herken een oudere man voor me die zijn looppas ondersteunt met felle armbewegingen. Zijn stijl doet me denken aan die van Jean-Pierre. Is dit het gevolg van een speciale trainingstechniek of gewoon de uiting van een wilskrachtige persoonlijkheid? Misschien dat we over een aantal jaren wel spreken over de “Immerix-pas”? Nu ik toch aan hypotheses toe ben, zou de man niet Cyrille Ryckebusch zijn, die als tweede in mijn leeftijdsklasse op de uitslagenlijst staat? De naam zegt me niets, maar zijn gezicht komt me wel bekend voor… en hij is al eens vermeld in mijn blog. ( De zoekfunctie is een handige tool.) Ik bevind me hier in een zo goed als onbekend gezelschap. Wie wel vaker in mijn buurt loopt en wiens naam ik ken, is veteraan 2 Dominique Heusschen. Hij is me in zijn eigen werkmansstijl voorbijgegaan. Ik kan niet aansluiten en zie hem metertje voor metertje een kleine voorsprong bijeenharken. Die blijft echter beperkt tot 22 seconden aan de finish.
Als ik het bord van de 3 km zie, besef ik dat ik al flink in mijn energievoorraad heb geput. We lopen dan al enkele honderden meter tussen de weiden en zijn bezig aan het – in normale omstandigheden – fraaiste deel van het parcours. Beste lezer, u vertoeft misschien in een zonnig vakantieoord maar waar ik nu ben is de hel losgebroken. Regen en wind wedijveren om ons te koeieneren. Plotse windstoten blazen mijn nochtans strak aangetrokken Mergellopers-mutsje haast van de kale schedel. Ik moet mijn hoofdbedekking meer dan eens dieper over mijn hoofd trekken en zelfs vasthouden om het attribuut niet over de Herfse weiden te zien wegwaaien. De regen pletst neer op mijn regenjasje. Dat heb ik voor het eerst in mijn competitiecarrière van de laatste tien jaren aangehouden en behoedt me alleszins voor te felle afkoeling. Gelukkig is de temperatuur nog mild. Ik heb precies water in mijn oren gekregen. Alle geluiden lijken versterkt. De regendruppels tokkelen op mijn hersenpan. Het lijkt wel alsof mijn hoofd hol is. (Zie je wel, hoor ik nu enkele lezers denken.) Op de hoogvlaktes slaat de wind ongenadig toe. Als die tegen blaast, is het vechten voor iedere meter. Vooral als je toevallig alleen loopt. Maar de wil en de de conditionele weerbaarheid om te vechten, zijn er. Ondanks enkele dagen met weinig slaap. Dat slaaptekort heb ik ook wel deels aan mezelf te danken… en aan een vriend-loper. (Lees die laatste zin maar als een teaser voor een verrassing die ik nog in petto heb.) Ik ben net op een van de hooggelegen stukken als de weergoden hun venijnigste truuk uithalen. Een soort hagelregen teistert ons in de flank. Aubel 2 Ik wend het hoofd af om mij te beschermen tegen de neerslagprikken. Met al die klimatologische pesterijen zou je haast nog vergeten dat de deinende asfaltwegen sowieso al een uitdaging vormen. Maar de hellingen zijn net niet steil en lang genoeg om het tempo te kraken. Het is zaak je schrap te zetten op de winderige plateaus en ontspanning te zoeken in de afdalingen en de windstille stroken. De nattigheid moet je maar proberen te vergeten. Ik kan mijn positie in het peloton vasthouden en boek zelfs een lichte vooruitgang naarmate de kilometers vorderen. De jonge mannetjes in het groen (van voetbalclub R.F.C. Aubel?) die daarstraks aan de start net achter de toppers stonden te dringen om erin te vliegen, krijgen lood in de vleugels. Ze bekopen hun onstuimige eerste kilometers en sukkelen nu verder aan de rand van de weg. Als Jean-Pierre enkele minuten later langskomt, zijn de meesten aan het wandelen.
Aan kilometer 6,5 in een bocht waar we daarnet de noordelijke richting hebben genomen en nu vanuit het oosten terugkomen, staat de bevoorradingstafel opgesteld, bemand en bevrouwd door enkele moedigen. Bedankt mensen maar ik wil vooruit en zal het nog wel zonder drank uithouden tot in Aubel. We hebben de Rue Crutz, de Dommelraedt en de Rue Messitert achter de rug. Dat klinkt niet echt Frans. In dit Land van Overmaas is de historie Diets. Tijd om de man/mannen van de wedstrijd aan te duiden. Dat zijn ditmaal de mannelijke en vrouwelijke fans die ik op verscheidene plaatsen op het parcours opmerk, in een bocht of op een plaats die bereikbaar is met de auto. Zelfs in deze danteske omstandigheden zijn ze trouw op post en steken ze de lopers een hart onder de riem. Ook wie zijn naam niet hoort roepen (zoals ik, ocharme) voelt zich niet alleen in deze natte, ongezellige wereld. Ik heb intussen wel het gevoel dat ik een van mijn betere dagen beleef. Dat gevoel wordt bevestigd als ik Béatrice Kevelaer in het vizier krijg. Zij loopt in het gezelschap van een andere dame (Valentine of Caroline?) Vorig seizoen was ik geen partij voor de moeder van twee zonen. Dat ik haar nu inhaal, is dus wel een goed teken. Ik dicht het kloofje op een van de hellingen maar hou er wel rekening mee dat deze taaie dame me alsnog zal terugslaan. Niet dat zij daarmee bezig is. Ik wel dus, ik kick op al of niet denkbeeldige duels. Valentine (of Caroline) haakt wel af. We zijn 7 km ver. Ik kijk uit naar de Ravel, waar we de wind in de rug zouden moeten hebben. Nog even een afdaling – Béatrice neemt weer wat voorsprong – en we beginnen aan de “rechte lijn” van 1800 meter op “onverhard”. Twee keer aanhalingstekens in mijn beschrijving. Ten eerste is de lijn niet volledig recht. Er zitten twee lichte golvingen in die je overigens als loper nauwelijks opmerkt. Het fietspad is inderdaad gelukkig niet in asfalt of godbetert beton. Het is een weg in aangestampte zwarte aarde die in normale omstandigheden een heerlijke loopondergrond biedt. Maar de neerslag heeft voor averij gezorgd. Het is dus wat zoeken naar het goede spoor tussen de plassen en de brij die de fietsers hebben achtergelaten. De modder zorgt wel voor volgekliederde kuiten of broeken maar heeft slechts minimale invloed op de snelheid. Maar de stijgingsgraad van rond de 2% met een uitschieter tot 3% drukt het tempo wel. Ondanks mijn inzet blijf ik boven de 5′ per kilometer hangen. De strijd tegen de elementen in de vorige kilometers hebben hun tol geëist. Ik heb mijn handschoenen uitgetrokken en wring ze meteen uit. Dat zal ik in de volgende kilometers nog enkele keren doen. Béatrice heeft dan toch geen topdag (of ik heb er net een). Ik kom weer in haar spoor maar word wel wat opgehouden door haar zigzaggende bewegingen om de beste loopstroken te vinden. Na enkele honderden meter wurm ik me dan toch langszij en neem wat afstand. Ik heb intussen nog een andere dame Valérie François, ingehaald en een begeleidend groepje. Of die haar echt begeleiden, is zomaar een veronderstelling van mij. Een man met Vikingtrekken (rosse baard en scherp uitgesneden gelaat) schuift langs me door. Is me die daarstraks al niet voorbijgegaan, vraag ik me af. Toch wel. Dan moet ik die weer hebben ingehaald. Ik ben de draad even kwijt. Nu ja, ik loop al van de eerste meters in een hoog toerental en heb een deel van de energietoevoer naar de hersenen moeten afsluiten om de hartspier en de beenspieren te bevoorraden. Daar is het smalle (voetgangers?)brugje boven de oude trambedding waarin de Ravel is aangelegd. Het voetbalveld en de aankomstplaats is nu niet meer veraf. Tot hier heb ik daarstraks ingelopen met Jacky Michat. Die is intussen al aan het uitblazen. Ik moet nog even aan de bak. Om de lopers achter me ook achter me te houden (wat voor enkele specimina niet lukt) en de lopers voor me in te halen (wat me in een zeldzaam geval wel lukt). Hoe dan ook, dit is een heerlijke looproute… in zonniger omstandigheden. Aubel 3 Nog een dikke 600 meter. We steken een drukkere rijweg over. De tweede van het parcours buiten de stad waar signaalgevers zijn geposteerd. Het is toch wel een stuk makkelijker wedstrijden organiseren op het dunner bevolkte Waalse platteland dan in Limburg. “Le vrai sirop de Liège” staat er op de reuzenstroopdoos boven op het gebouw van de Siroperie Meurens. Die ligt rechts van ons en is een sponsor, zo blijkt uit de inspectie van het geschenktasje na de wedstrijd. Er lopen me nog enkele snelle finishers voorbij. Via een klein taluudje bereiken we een geasfalteerd paadje dat even verder breder wordt en leidt naar het voetbalveld van Aubel. Senior Cyrille Lesvisse snoept me nog een plaatsje af. Ik laat hem betijen en bereid me voor op de mogelijk gladde passage op de grote tegels (waarvan sprake in het begin van mijn verslag toen de regen ook al lustig neerviel). Na vijftig meter komt er plots een eind aan mijn beginnend spurtje. Er staat ineens een file lopers voor me. Die staan hier… aan de finish. Dus toch een wijziging. Nu, zoveel te beter, ik kan niet meer ingehaald worden en moet niet meer beducht zijn voor een valpartij in de laatste twee gladde bochten van de oude aankomstzone.
Ik bemachtig een plaatsje ruim in de eerste helft van het peloton, met dank aan het groot deelnemersveld. De tijd en het gemiddelde zien er niet spectaculair uit maar zijn van het Posterholt-niveau. Dat is althans mijn persoonlijke inschatting. Jean-Pierre eindigt net achter “een man op leeftijd met een wroetende looppas en een dikke snor” (Ik heb de bewoordingen van Jean-Pierre even aangepast). Jean-Louis Voss, weet ik meteen. Bezig aan zijn laatste jaar als veteraan 3. Die had je moeten kloppen Jean-Pierre, dat was een rechtstreekse concurrent!
Voorbij de streep drink ik snel een recuperatiedrankje en blijf in beweging om niet te verstijven in de natte koude terwijl ik wacht op Jean-Pierre. Als hij eraan komt na enkele minuten, zoeken we meteen warmere oorden op. Marie-Paule heeft al lang eieren voor haar geld gekozen in de kantine. Vandaag dus geen foto’s van onze aankomst. De douches zijn tiptop, de Jupiler is goed getapt …en er zijn geen prijzen voor de leeftijdsklassen. We krijgen wel een mooi papieren tasje mee met enkele lekkere streekproducten. We trotseren het stukgereden asfalt tussen Aubel en Visé en zijn snel weer in de zuid-oostelijke punt van Limburg. Het is hier al even miezerig als op de Herfse hoogvlakte maar er wacht wel een stevige spaghetti. Dan is het tijd voor een verdiend dutje…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Met Helmut Weynand en Roger Dosseray (in het wit) voor de start, tevergeefs hopend op een opklaring. Foto 2: De streep ligt achter de “staantribune” van R.F.C. Aubel) Foto 3: Met Jean-Pierre Immerix in de kantine. Benieuwd naar de uitslag.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Sprimont

zon 27/01/2019 10.30u * Jogging d’hiver Sprimont * 11,6 km * 01:04:43* 10,7 * 122/277 * 1/3 * ♥♥♥♥

Na de snelheidsrace in het Noord-Limburgse Posterholt vorige week heb ik wel trek in een uitdagende natuurloop. Vandaar mijn misschien wat eigenzinnige keuze voor de Jogging d’hiver in Sprimont. Half weg, half onverhard, helemaal heuvelachtig: zo ziet de ronde eruit, hier aan de poort van de Ardennen. Na de dooi van de vorige dagen staat onverhard gelijk met modder. Om ze zeker niet te vergeten, heb ik mijn trailschoenen gisteren al in het koffer gegooid. Maar uiteindelijk beslis ik ter plekke om ze niet aan te trekken. Mijn keuze zal me alleszins plaatsen en tijd kosten in het veld maar biedt dan weer meer comfort op het asfalt en beton.
Ik ben alleen afgereisd naar de vallei van de Ourthe. Bij mijn aankomst aan het sportcentrum van Tultay ontmoet ik al dadelijk enkele bekenden. Ik maakt alvast een fotootje voor het plakalbum. Carlos de Almeida ijsbeert toevallig rond voor het cafetaria en mag ook op de foto. Ik verken uitgebreid de laatste kilometer en meer in het bijzonder de korte maar niet ongevaarlijke passage tussen de bomen in het parkje aan het sportcentrum. Van daaruit vertrekken we ook, voor we een dalende asfaltweg worden opgestuurd. De talrijke Seraing Runners kleuren het peloton rood. Bij hen ook mijn categoriegenoot Pierre Driessens. “Was het vandaag jullie clubkampioenschap?” vraag ik hem achteraf in de kleedkamer. Na 400 meter dient de eerste klim zich al aan. Ik zoek enige bewegingsruimte tussen de 400 deelnemers (voor de twee wedstrijden) en loop even achter een duo man-hond. Het baasje moet de boxer intomen. En zal ook in de daaropvolgende 11 km moeite hebben om het tempo van de viervoeter te volgen. Zo vertelt hij me als ik beiden terug zie na de loop. Ze zijn twee minuten voor me binnen. De naam van de hond vind ik wel niet terug in de uitslag. Niet ingeschreven? Wie ik ook niet terugvind in de uitslag is… Willy Cortleven en Pierre Driessens. We hebben nochtans beiden de wedstrijd uitgelopen. En ik heb alleszins de juiste afstand ingevuld. Even gaan kijken bij de korte wedstrijd. Daar staan we alle twee bij de laatsten… Mailtje naar Pierre Olivier, vergissing rechtgezet. Sprimont 1 Goed, we zijn dus begonnen aan de eerste klim. Een stevige bult van twee kilometer, hier en daar voor een honderdtal meter onderbroken door een lichte afdaling. Het eerste stuk lijkt me het steilst, hoewel mijn Garmin ook verder stevige klimpercentages aangeeft. Maar ik ben misschien dan al beter in mijn klimritme gekomen. Hoe dan ook, ik verteer de helling goed en ga zelfs Carlos voorbij die de korte loop betwist. Het weggetje op asfalt of beton draait en keert. Boven op het plateau waait een gure wind. Die je aanspoort om het tempo erin te houden. Na elke bocht verwacht je het einde van de klim, het blijft echter maar oplopen. Tot rond km 3. We lopen over de E25-autoweg, aan de rand van een Parc d’Activités Economiques. Carlos de Almeida is intussen weer bij me gekomen en vindt zijn snelste benen terug in de afdaling. “Kom, haak aan” roept hij me toe. Maar met 8 moeilijke kilometers voor de boeg ga ik maar beter niet op zijn uitnodiging in. We lopen nu een gehucht in. Ik zoek tevergeefs naar een naambord. De Garmin-track leert me dat we in Sendrogne zijn. Nooit van gehoord, u wel? Er zijn me intussen een aantal lopers uit de achtergrond voorbijgegaan. Mijn drang vooruit op de klim daarnet is tot stilstand gekomen. Vanaf hier zal ik voornamelijk collega’s zien passeren.
Een parcourswachter stuurt de 6,8km-lopers naar links. Wij houden rechts aan. En draaien even verder scherp rechtsaf. Langs een boerderij en door een smurrie van gesmolten sneeuw, mest en pulp. We zijn dan alweer aan het klimmen. Dit moet de tweede helling zijn die ik op de Openrunner-track heb gezien. Dit keer geen verharde weg maar een veldweg. En dat zullen we geweten hebben. Trailtime! Steil en vooral vettig. Je moet je voeten schuin plaatsen om überhaupt vooruit te komen. Zouden dat ook “trailloze”-lopers zijn, zij die van links naar rechts laveren? Ik verlies weer een aantal plaatsen. Na een kilometer en veel binnensmonds gevloek komt er een einde aan de ellende. Even ontspannen in een afdaling, ook op onverhard maar nu beter beloopbaar. Dwars door een weide op weg naar het bos. Overigens zorgen niet alleen de onverharde stroken voor gevaar. Ook op de weg moet je waakzaam blijven. De speaker heeft ons voor de start gewaarschuwd voor ijzelplekken. Ik merk er maar één op, ook dank zij de hulp van de loper voor me. Maar die ene plek zorgt wel voor de nodige averij. Ik neem de rechtse bocht ruim. Dat doet een loper achter me, ondanks mijn waarschuwende armbeweging niet. Hij glijdt uit maar kan toch meteen verder. Onthou die bocht, die komt straks nog voor in het verhaal.
Ik probeer wat snelheid te maken op de dalende strook door de weide. Het blijft bergaf gaan in het bos maar het smalle, kronkelende en bij wijlen gladde pad, noopt tot voorzichtigheid. De ondergrond valt net binnen mijn mogelijkheden en zo bereik ik toch zonder ongelukken het volgende gehucht. Blindef, heet het gat. Neen, geen spellingsfout. Kijk daar, een signaalgever. Die zie je nauwelijks op dit parcours in de natuur en over verkeersarme wegen. Zwarte pijlen op gele borden, oranje pijlen op de grond, geven de richting aan. En de lopers voor me, die niet ver uit de buurt zijn. Stel je voor dat je verkeerd loopt. Is het dan de richting Louveigné of Cornemont? Daar is ook de bevoorrading. Die sla ik over maar ik werp wel een blik op mijn horloge. Ben ik nu pas halfweg? Het gevecht tegen de modder en andere glibberigheid heeft al een zware tol geëist. De jus is stilaan uit mijn benen en er resten nog vijf kilometer, met een derde helling.
Maar ik geniet nog eerst van de afdaling op de Route du Père André. Van de landelijke rust, het uitzicht op de weiden en de bospartijen rechts …en van mijn schoenen die hier hun geliefkoosde ondergrond kussen. Eerst beton, dan na een bocht asfalt. We zijn aan km 7,5 en beginnen weer te klimmen. Dat is geen verrassing want ik zag daarnet de wroetende collega’s in de verte voor me uit. 600 meter in het open veld, een stijging tot tegen de 5% en nu ook onder een lichte regen. Pret is er niet te beleven in de nattigheid en de koude op de Ardense hoogte. Dan maar op karakter naar boven. Maar daar blijft het harken op een gladde veldweg. Waar de helling wat uitvlakt, is het wat minder glad maar blijft het water staan in de karrensporen. Nu is er geen ontkomen meer aan, dwars door de plassen dan maar. Er komt pas een einde aan de lichte stijging aan km 10. Maar dan ben ik al in de volgende alinea.
Een scherpe bocht aan km 9,3 leidt naar een single track tussen een smalle bomenrij. 600 meter manoeuvreren tussen boomwortels en uitwijken voor sneller opkomend verkeer. Links plaatsmaken voor een loper die dan rechts voorbijgaat. Maar het is een vriendelijke jongen die zich verontschuldigt voor het ongemak. Ik nader mondjesmaat op een dame die plots met een “technisch” probleem aan de kant staat. Ik kan haar zomaar voorbijgaan als ze aan haar schoen staat te friemelen.
Er blijven nog een 1800 meter over als we het donkere pad tussen de bomen verlaten. Opnieuw in het heldere (winter)licht en vooral asfalt onder de voeten. Ook al moet je daar even naar zoeken tussen de putten en de plassen. Een loper schuift voorbij, de harde zolen van zijn trailschoenen kletsen op het wegdek. In de verte zie en hoor ik de autoweg. Tot hier heb ik verkend. Ik heb het parcours nog in mijn hoofd maar dat helpt niet echt om sneller te gaan. De benen willen alleen in de lichte afdaling naar Noidré nog even boven de 13 per uur draaien. De laatste rechte lijn voor we links het park worden ingestuurd. Ik ben net op tijd om Claudine en Gaelle voorbij te gaan. Zij zijn nog aan de korte wedstrijd bezig. En nog twee lange kerels die geen reden zien om zich druk te maken over hun positie in het klassement. Dat is iets voor (oude) fanatiekelingen. Nog 400 meter door het parkje naar de finish. Ik mis de smalle afslag tussen twee paaltjes niet. De verkenning van de laatste kilometer is niet voor niets mijn vast ritueel voor de start. Sprimont 2 Dertig meter tussen de bomen naar beneden, verdorie het is nog gladder en linker dan daarstraks. Door de passage van de lopers voor me, of door mijn hogere snelheid? Ik grijp me vast aan de bomen rechts van me en laat uit voorzichtigheid de twee mannen die ik net heb ingehaald weer voorgaan. Het brugje over en dan nog even steil naar boven. Dat was daarstraks geen probleem, nu wel. Ik glijd hier gewoon naar beneden. Om mij staande te houden ben ik volledig tot stilstand gekomen. En dat op 300 meter van de finish. Een groepje van vier gaat mij voorbij. Ik herken de dame die ik daarstraks zelf heb ingehaald. “Die twintig meter gaan me toch niet de das omdoen!”, maak ik me kwaad op mezelf. Op een zachtlopend kiezelpad schroef ik het tempo fel op, neem de twee bochten tussen de betonblokken en langs het vijvertje met een zwierige beweging, gooi al mijn energie in de laatste oplopende meters en eindig toch nog voor Isabelle Frère, Olivier Rowart en tutti quanti. Plaats 122 is voor mij… zij het met een dag vertraging. Geen aansprekende tijd vandaag, maar wel veel inzet op een parcours dat niet het mijne is. Toch vier hartjes, tot spijt van wie het benijdt.
Ik heb wat tijd en gefrutsel nodig eer ik mijn nummer kan afgeven. En de hulp van Michel Jeukens. Die staat wat opzij, te bekomen met een bekertje warme wijn. Ik zie dat hij van zijn wang tot zijn knie besmeurd is met modder. Uitgegleden in een bocht. Jawel, de ijzelbocht die al eerder in mijn verhaal is vermeld. Ik schuif aan voor mijn glas warme wijn, groet Roger Van Langeveld en Lucien Collard (niet gezien tijdens de loop, zes plaatsen voor me) en zoek een plaatsje buiten de mêlée. Stelio H. komt binnen met een beteuterd gezicht. Zijn maatje Ramon Gadea heeft me daarnet verteld dat hij ook is onderuit gegaan. In diezelfde vermaledijde bocht. Ik vermeld alleen de initiaal van zijn achternaam om dit verhaal niet nodeloos lang te maken… Ik zoek snel de warmte op van de kleedkamers. Tenminste dat is de bedoeling maar de ingang wordt bewaakt door een “préposé”, een verantwoordelijke voor de netheid van de installaties. We moeten onze schoenen uittrekken of ze afspuiten met een waterslang, welwillend ter beschikking gesteld door de organisatie. En gelijk hebben ze, hier in Sprimont. Als ik na de douche het cafetaria binnenstap blijkt de prijsuitreiking al voorbij te zijn. Geen nood, alleen de eerste drie worden naar voren geroepen. De meeste kennissen zijn onmiddellijk naar huis vertrokken. Degenen die er nog zijn, gaan dat over enkele ogenblikken ook doen. Het lijkt me het beste hun voorbeeld te volgen.

(Eigen foto’s. Foto 1: Carlos de Almeida aan het Centre sportif de Tultay. Foto 2: Na het modderbad.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Posterholt

zon 20/01/2019 11u * Annendaalloop Posterholt * 10,5 km * 00:48:20 * 13 * 48/199 * 4/23 (60+) * ♥♥♥♥

Voor de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen trekken we, zoals vorig jaar, weer naar Posterholt, in het smalste stukje Nederland. Hier zijn België en Duitsland maar enkele kilometers ver. Niet te verbazen dat er ook heel wat Belgische en Duitse deelnemers aan de start staan. En ook heel wat podiumplaatsen bezetten. Ook Luikenaars maken graag de verplaatsing naar Nederlands-Limburg om hun kwart- of halve marathontijden scherper te stellen op de biljartvlakke omloop. En de officieel aangekondigde afstanden kloppen ook echt.
We geraken ditmaal zonder omwegen in Roerdalen, dat is de naam van de fusiegemeente. Ik heb ruim de tijd om me voor te bereiden en krijg zelfs mijn reisgezel Jean-Pierre Immerix drie kwartier voor de start mee om in te lopen. Die vindt een uitgebreide opwarming dit keer wel nodig om de stramheid in de benen weg te werken na urenlang tafelen gisterenavond. Helaas, zo vertelt hij me na de wedstrijd, heeft het niet gebaat. Weer slechte benen, zoals in Haneffe. Ik vrees dat Jean-Pierre, zoals uw dienaar, ook de prijs betaalt voor dertig jaar (straten)lopen. Na 1347 wedstrijden beginnen de benen tegen te sputteren. “Mee leren leven” is de raad die ik hem meegeef en die ik van lieverlede ook moet volgen.
Het peloton van een kleine 400 mannen en veel vrouwen (voor de kwart en de halve marathon) wordt eerst een wijk ingestuurd aan de rand van het centrum. De speaker waarschuwt voor een versmalling ten gevolge van wegwerkzaamheden. Maar er is nog voldoende ruimte om met een compacte groep en in volle vaart te passeren. (Die volle vaart slaat niet op mijn tempo). Dan hield de eerste bocht meer gevaar in. Zoals vaker vinden de lopers voor me het niet nodig om te waarschuwen voor de paaltjes die hier plots opduiken. Het is vooral draaien en keren, stoep op- en afspringen, kiezen voor de kortere weg over een gazonnetje (wat ik na enige aarzeling dan maar niet doe) of de bredere bocht op de weg. Na 1,4 kilometer, aan een rotonde, ligt het vervelendste deel van het parcours achter ons. Posterholt 1 Dit jaar definitief, vorig jaar moest ik er nog een tweede keer langs voor de halve marathon. Ik heb al wat plaatsen goedgemaakt vanuit mijn startpositie, eerder achterin de groep. Ik heb meteen het goede tempo te pakken en krijg voorlopig geen storende signalen uit mijn benen. Na 800 meter op de rijweg, heel lichtjes dalend en uitnodigend om een stevig tempo te ontwikkelen, nemen we een rechtse bocht om daarna, na een ommetje van een dikke kilometer, weer op de rijweg uit te komen. Die zijsprong is waarschijnlijk nodig om aan het juiste afstand te komen aan de finish. Het asfaltpad leidt tussen twee rijen bomen naar een haakse bocht waar we weer de tegengestelde richting inslaan. Hier waait de koude wind in het gezicht en op de goed ingeduffelde loperslijven. Ik heb een bijkomende laag aangetrokken boven mijn Craft-ondershirt. Het is een trui met rolkraag in stemmig marineblauw. (Jammer dat mijn gezichtsuitdrukking op de foto vloekt met de beschrijving geplukt uit de cataloog). Mijn keuze om in korte broek te lopen bleek ook de juiste te zijn. Nog enkele andere lopers kiezen voor de korte snit. Meestal oude en taaie knarren, met één notoire uitzondering. (Daarover dadelijk meer.) In het vervolg van de ronde voel ik ternauwernood de koude. We komen weer uit op de rijweg, die hier van naam veranderd is (van geen belang) en geleidelijk bergop begint te lopen (wel van belang). Ik zit nu ongeveer op mijn plaats in het peloton, ik schuif nog nauwelijks op. En moet al flink in de fictieve beugel om de lopers in mijn buurt te volgen. Daar is ene Bas bij, die zwaar hijgt en van wie ik veronderstel dat hij over afzienbare tijd gaat afhaken. Ik heb de man schromelijk onderschat want als een kennis naast hem opduikt volgt hij prompt diens hogere tempo en verdwijnt langzaam uit het zicht. In het groepje loopt ook een jongere dame in het zwart. Een Belgische, te oordelen naar de reclame op haar trainingsjasje. Door de afleiding tijdens de inspanning (positie kiezen, de collega’s taxeren en luisteren naar gesprekken of flarden van gesprekken) is de lichte klim van ongeveer een km achter de rug zonder dat ik er erg in heb. Boven blijven we rechtdoor lopen op het fietspad langs de rijweg tussen de bossen.
Na 5,6 km nemen we een haakse bocht naar rechts voor opnieuw een lange rechte buurtweg in asfalt. Vanaf km 1 krijgen we eigenlijk alleen maar lange rechte stukken voor de voeten. In de volgende 9 km liggen er welgeteld 6 bochten, die naam waardig. Kortom het rondje is er speciaal neergelegd om een snelle tijd te realiseren. Ik ben ermee bezig. En wat nog prettiger is, voor een keer zonder die onaangename prikkels in de benen. Ik ben nu al een aantal kilometers met dezelfde lopers op pad. De meest opvallende figuur is een jonge dame die een kennis blijkt te zijn van de dame in het zwart. Ook een Belgische, aan de tongval te horen. Zij loopt zowaar in zomertenue: een roze shirtje en een kort zwart broekje. Ik hoor dat ze het voor het eerst doet. Een 10 km-loop, neem ik aan. Posterholt 2 Ze heeft geen idee hoe ze dat moet aanpakken, vertelt ze haar vriendin. Ik bemoei me ongevraagd met haar probleem. “Minder babbelen en energie sparen” lach ik. Gelukkig vat ze mijn reactie ook lachend op. Ze is 27 jaar, verneem ik twee kilometer verder, in de buurt van de bevoorrading. Dat antwoordt ze een man die bij ons groepje is komen aansluiten en haar als een nieuw jong talent roemt. “Zo jong ben ik ook niet meer, ik ben al 27” tempert ze de lofbetuigingen van de man. Dat antwoord leidt tot gegrinnik bij de andere lopers. Onder meer van een wat oudere dame die we net hebben ingehaald. En van ondergetekende die langs zijn neus weg zegt dat zij 33 jaar jonger is dan hijzelf. Een gewilde fout om 10 jaar jonger te lijken, denken jullie? Gewoon een domme rekenfout. Volgens de uitslag bij de dames senioren zou de juffrouw Lien Peeters heten. We nemen nog eens een bocht. Dat is een gebeurtenis hier. Opnieuw voor een rechte lijn van een kilometer op weg naar het Landal-bungalowpark. De man in het wit-blauw (die ongewild de leeftijd van de jonge dame ontlokte) vraagt mij of ik de halve marathon loop. “Te saai in de tweede ronde”, antwoord ik. “Ben je dan de haas?” Van de dame in het roze, bedoelt hij. “Toch niet” antwoord ik lachend. Ik ben intussen wel gewend aan haar loophouding, met de schouders hoog opgetrokken en de ellebogen naar buiten gericht. En hou enige afstand als ik langszij kom. Ze zoekt nu het spoor op van een oudere loper die we net hebben ingehaald maar nu opnieuw versnelt. Op zijn t-shirt prijkt reclame voor de steenfabrieken van Kesselt en het voegbedrijf van mijn achterbuur. Nieuwsgierig als ik ben – ik moet uiteraard stof hebben voor mijn verslag – vraag ik vanwaar hij is. Het is Jean Hermans uit Lanaken. Geëxtrapoleerd naar mijn mogelijkheden op de halve marathon zou ik een plaats achter hem geëindigd zijn… als ik ook dit jaar voor de lange afstand zou hebben gekozen. Ik merk Marie-Paule op in een flauwe bocht in de buurt van het vakantiepark. Ik wijk speciaal in haar richting uit om duidelijk en met mijn meest fotogenieke profiel op het plaatje te staan. Helaas mist mijn echtgenote het shot. Niet getreurd, er is nog genoeg te beleven.
Nog één kilometer. Lien reageert nog altijd fluks op positiewisselingen, op zoek naar een hazenrug. (Niet om te eten). “Als je nog wat overhebt, is dit nu het moment”, por ik haar aan. “Hoezo, laatste kilometer?” is haar verbaasde reactie. Blijkt dat de jonge dame aan haar eerste halve marathon bezig is. “Welke tijd heb je in gedachten?”, vraag ik. “Geen idee.” “Oei”, fluit ik tussen de tanden (beeldspaak), “met dit tempo kom je onder de 1u40′ uit”. Dat leid ik af uit mijn ervaring in de Route du Vin. En Lien maakt het ook waar. Met 1u36′ heeft ze haar cadans tot het einde weten te behouden. Als ik het allemaal goed interpreteer, valt ze net buiten het overall podium.
Voor mij is het wel de laatste kilometer en ik schroef het tempo nog op. Tot 4’30”, met andere woorden het maximum wat ik op het vlakke nog vermag. Ik neem enige afstand van het groepje en weet in de laatste rechte lijn van 800 meter mijn voorsprong nog uit te bouwen. Ik haal nog een loper in. Of dat ook een plaats winst in de uitslag oplevert, blijft een open vraag. Je weet hier niet wie welke afstand loopt. Hoe dan ook, ik loop afgescheiden de aankomstzone in. Dat levert me een applausje op van een of twee toeschouwers. Helaas niet de triomfantelijke aankondiging van mijn finish door de speaker. Die eer is wel weggelegd voor Jean-Pierre. Maar dat is dan ook een levende legende in de Nederlandse grensstreek.
In tegenstelling tot een aantal lopers in mijn buurt die schijnbaar voortdurend hun tempo in het oog hielden, heb ik mijn horloge niet bekeken. Mijn gevoel zegde me wel dat ik met dit tempo onder de 50 minuten moet uitkomen… op de 10 km. Maar na de finish stel ik vast dat we wel degelijk de afstand van een kwart marathon hebben afgelegd. Mijn eindtijd komt dus neer op 46 minuten over 10 km rond. Daar mag ik, meer nog, daar moet ik heel tevreden mee zijn. De goede conditie die ik ook al in de decemberwedstrijden mocht ervaren, vertaalt zich op dit vlakke parcours zonder obstakels nu ook eens in een scherpe tijd.
De gratis aangeboden massage na de wedstrijd slaan we over. Er waren alleen mannelijke masseurs, antwoordt Jean-Pierre als Marie-Paule vraagt of we ook van die dienst hebben gebruik gemaakt. De prijsuitreiking van de kwart pikken we wel nog mee. Maar ik moet het hier opnemen tegen veel jongere (en ook wel betere) mannen uit de leeftijdsklasse 60+. Plaats vier is net niet goed genoeg voor een fles Faro.

P.S. : De schoenen die ik vorig jaar in de kleedkamer vergeten had, werden geschonken aan een goed doel…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Voor de start. Foto 2: Het parcours, vlak en strak.)

4 reacties op “Posterholt”

  1. S. Halders schreef:

    Willy,
    Proficiat met je uitslag en tempo, en dan nog bij de 60+ en die waren er genoeg.
    In die groep laat je zien dat je conditie top is en nog verbetert. Er was geen 70+, anders had je gewonnen
    met 10 minuten voorsprong. Zolang het kan, ga zo door.
    Je moet thuis een goede verzorging krijgen om dit aan te kunnen.
    Servais

  2. Wim Meyers schreef:

    Dag Willy,

    Als dat geen knappe én snelle start is van 2019! Proficiat met je prestatie!
    Bij de eerste 25% van alle deelnemers finishen en dan ook nog eens 4de worden in een categorie die begint met een leeftijd van 10jr jonger als jou, chapeau! De toon voor het nieuwe jaar is meteen gezet!

    Tot binnenkort!

    Groeten,

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Haneffe

zon 30/12/2018 10.30u * Haneffe Jogging des Templiers * 12,4 km * 00:54:54 * 12,7 * 122/385 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik kan er niet genoeg van krijgen dit jaar en grijp de laatste kans van 2018 aan om me uit te leven in een wedstrijd. Die kans ligt traditioneel op de laatste zondag van december in het Waals-Haspengouwse Haneffe. Nooit van gehoord? Dat is een deelgemeente van Donceel. Ook nooit van gehoord? Dat ligt in de Haspengouwse vlakte ten zuid-oosten van Waremme. Wie in de buurt zou zijn, merkt er richtingaanwijzers op naar Seraing. Ha, dat kennen we wel. Ook niet! Dat zijn Seraing-le-Château en Chapon-Seraing en die horen bij Verlaine. Van het bekende Seraing in de Luikse agglomeratie gesproken, het wemelt hier vandaag in Haneffe van de lopers uit die gemeente. Het toeval wil dat ik in gesprek geraak met trainer Giuseppe (achternaam vergeten) van een van de atletiek/joggingclubs van Seraing. Giuseppe vat de complexe situatie van de joggingclubs van de Luikse stad samen. Het komt erop neer dat je goed naar de naam op de rode shirts moet kijken om te weten wie wie is. Om het mezelf gemakkelijk te maken, onthoud ik dat Seraing Athlétisme (sponsor BMW Delbecq) de club is van Noël Heptia en Michel Mancini. De club van Giuseppe luistert naar de naam Seraing Runners. Ik vrees dat ik in mijn vorige verslagen de twee wel eens door elkaar heb gehaald…
Maar terug naar Haneffe. Goed loopweer, veel volk, onder meer de Speelhofrunners van Sint-Truiden die het jaar ook sportief willen afsluiten. Zoals in Hannuit ben ik opnieuw in het gezelschap van Jean-Pierre Immerix. “Jou kennen we nog” roepen twee lopers hem toe tijdens de opwarming. Van de Challenge van de Provincie Luik van jaren geleden, zo blijkt. De ene is Ramon Gadea die ik zelf al enkele jaren niet meer heb gezien. Geen wonder, Ramon verblijft nu meestal in Spanje. De andere heb ik al vaker gezien bij wedstrijden. Zijn naam is me onbekend… of toch niet helemaal. Want hij is me al vaker opgevallen bij het overlopen van de uitslagenlijsten. Dat is dus de man met de indrukwekkende naam Stelio Hadjidimitriou. Bij het verkennen van de laatste kilometer – dat blijkt hier geen overbodige luxe te zijn – wissel ik enkele woorden met “Monsieur Challenge hesbignon”, Claude Dechanet. Haneffe 1 “Het is de eerste keer dat ik je zelf zie lopen” lach ik tegen de éminence grise van de Waals-Haspengouwse challenge die voor een keer niet de wacht houdt aan de finish voor het opnemen van onze tijden. Het blijkt inderdaad zijn eerste loop van het jaar te zijn. Dan is hij nog net op tijd, zoals Etienne Vanderschelden, een van zijn naaste medewerkers in de Hesbignon, die hier ook in korte broek aanwezig is.
Niet langer getalmd, we beginnen eraan. Marie-Paule heeft zich opgesteld voor een grote boerderij (de eerste maar zeker niet de laatste die we zullen passeren), en kan me nog op de digitale sensor vangen voor we de eerste bocht naar links nemen. Op de zevenhonderd meter lange weg door het dorp kan ik me een weg banen tussen de tragere lopers. Bij het bestuderen van mijn Garmin-track zie ik dat die weg de naam “Rue de la Rue” draagt. Een gebrek aan inspiratie bij de naamgevers? Ik vermoed dat de straat genoemd is naar een beekje. Er zijn er hier wel meer en ze zorgen voor het golvend reliëf dat deze wedstrijd zijn cachet geeft. Ik groet in het voorbijgaan mijn Franstalige collega-blogger Rohnny. Benieuwd hoe hij de wedstrijd beleefd heeft. Daar is Jean-Pierre. In het kiezen van een plaatsje in het startvak is hij handiger dan ik. Of hij is sneller klaar met zijn opwarming en kan zo eerder een plekje zoeken. Of dat vandaag zo slim is? Jean-Pierre heeft de avondloop van Meeuwen donderdagavond nog in zijn knoken zitten. “Slechte benen” hoor ik hem nog roepen. “Die heb ik altijd” roep ik terug. Aan dat antwoord zal hij ook niet veel hebben gehad. Na 6 km slaat hij een kortere weg in naar de aankomst. Te laat om nog in de uitslag van de korte loop te worden opgenomen, te vroeg om geklasseerd te worden in de lange loop. Na de douche heeft hij al spijt van zijn beslissing, de Leffe smaakt dit keer niet. Maar goed, ik moet Jean-Pierre met zijn flanellen benen in de steek laten om mijn eigen wedstrijd te lopen. Als we eenmaal de bewoning hebben verlaten, ligt de fraaie Rue du Parc open voor een ongehinderd tempo. Het park ligt rechts van ons (straks links, want we nemen deze weg ook even terug). Ik herinner me van vorige lopen in Haneffe dat we daar ook wel eens zijn doorgelopen. Maar dat kan op de “zomerroute” zijn geweest. In dit dorp worden immers een zomer- en een winterloop georganiseerd. Het parcours is in de loop der jaren wel vaker gewijzigd. Ik ben intussen flink aan het opschuiven, ook op de klimmende Rue de Labia tussen de bomen. En blijf op mijn elan verdergaan als we een lus maken aan de rand van het dorp Limont. Haneffe 4 Aan het einde van de lus kruisen we de achterblijvers op wie ik na drie kilometer al een voorsprong heb van 800 meter. Ook op Bert Ernest. Die ik niet zie maar wel hoor als hij me nog een aanmoediging in het “Jeuders” toeroept. Jeuders is de taal van de inboorlingen in Herderen. Na een kleine 5 kilometer draaien we de richting Donceel in. Hier kruisen de wegen van de 6km- en de 11 km-lopers. En mijn weg met Carlos De Almeida. Ik heb mijn estafettemaat van Waremme bijgebeend langs het park waar we daarstraks in de andere richting zijn gepasseerd.
We zijn nu blijkbaar in het dorpje DonceeL. Door de verspreide bebouwing is het moeilijk de grenzen te onderscheiden van de dorpjes die samen de gemeente Donceel vormen. Niet dat het zoveel uitmaakt. Van meer belang is het reliëf van het parcours. Dat golft voortdurend met korte snokjes op en neer. Telkens de benen de inspanning van het klimmen beginnen te voelen, is daar weer een korte afdaling om te herstellen. Ik heb enige tijd in het gezelschap van Laurent Knapen gelopen, een van de betere veteranen 3. Boven mijn stand dus. Of beter, Laurent loopt onder zijn stand. Hij houdt een ranke man gezelschap die ik al een tijdje in het vizier vanwege zijn lang, vrouwelijke kapsel. Ik kan een hoger tempo aanhouden en laat het duo voorlopig achter me.
Ik sla de bevoorrading halfweg, aan een van de talrijke grote hoeves, over en probeer tempo te maken op een zeldzaam vlak stuk. Laurent Knapen heeft afscheid genomen van zijn gezel – die de afslag van de korte wedstrijd genomen heeft – en nadert nu snel. Hij gaat me met grote schreden voorbij en zal enkele kilometer verder een andere bekende veteraan 3 inhalen. Om zijn naam te weten zal u een aantal minuten moeten wachten voor ik hem zelf (even) inhaal. Ik zet mijn opmars verder en sluit aan bij een groepje voor me. Dit is meteen het einde van de opmars waarmee ik twee regels geleden nog uitpakte. Niet dat ik stilval, integendeel. Maar mijn tempo ligt nu niet meer hoger dan dat van de collega’s in mijn buurt.
De langere klimmen en afdalingen hebben ze in Haneffe voor het tweede deel bewaard. De eerste en de langste stijging van km 5 tot km 6,6 brengt ons naar het hoogste punt van de loop. In het open veld heb je vrij uitzicht op de mistige velden en het dorp aan de rechterkant. Het beton loopt niet echt makkelijk maar ik heb me voorgenomen om in de laatste loop van het jaar nog eens alles uit de kast te halen ondanks de eeuwig zeurende pijn in de benen. Mijn antwoord aan Jean-Pierre in het begin van de loop was geen plagerij maar de waarheid. Ik bedenk ook dat marathonloper Wim Meyers, enkele weken geleden onder de magische 3 uur-grens in Malage, met wie ik morgen een loopje heb gepland in en rond Kanne, zich zal moeten schikken naar een 7′-kilometertempo. Het parcours loopt verder over verkavelingswegen in beton en dorpsstraten in asfalt, weer met korte knikken op en af, en nogal wat bochten in de dorpskern. Haneffe 2 Meestal dalend met hier en daar een stevig bultje. Het parcours komt me bekend voor. Ik heb de indruk dat men vandaag een combinatie heeft uitgewerkt van de zomer- en de winterloop. Hoe dan ook, mij spreekt het tracé wel aan. De man in het zwart in ons gezelschap, Mathieu Gauthy, zie ik geregeld op zijn horloge kijken om dan een versnelling te plaatsen en even later weer het tempo te laten zakken. Leuk is anders. Ik probeer dan maar op kop te lopen of vrije baan te vinden aan de zijkant. Salvatore Tedesco volgt alle bewegingen vanuit derde positie. Op de Rue Harduémont, weer buiten het dorp, waar het enkele procentjes omhoog gaat, komen we in het spoor van een jongeman die luistert naar de naam J. Bertrand. Zo staat het alvast op zijn trainingsjasje. De zoon van Dominique? Ik vraag het even. Jawel, Jérémie. (De voornaam heb ik van zijn vader later in de sporthal). Ik blijf flink doorjassen zonder dat ik overigens mijn gezellen kan lossen. In het daaropvolgende vlakke maar smalle pad langs het beekje de Yerne, laat ik ze voorgaan maar blijf wel zonder probleem volgen. Fotograaf Eddy Defrère heeft zich deze strook uitgezocht voor zijn kiekjes. Hij is een van de vier of vijf fotografen langs het parcours. Hopelijk staat hun productie op het net voor het verschijnen van dit verslag. (Dat weer ellendig lang dreigt te worden.) Mijn Garmin trilt telkens we een kilometer hebben afgelegd. Niets ongewoons. Maar wel uitzonderlijk is dat de kilometerbordjes precies op de plaats staan waar ze volgens mijn horloge horen te staan. Haneffe is synoniem van precisie. Jérémie heeft intussen wel het ruime sop gekozen. Na de 900 meter single track door de groene oase draaien we weer het asfalt op. Ik weet dat achter de volgende bocht een nieuwe helling wacht en heb meteen een antwoord op de (bange) vraag of die lange klim er ook zou inzitten. Ja dus. 900 meter met een bocht na 500 meter. Ik klauter moeizaam naar boven maar verlies geen meter op mijn gezellen. Meer nog, na de bocht versnel ik nog om de loper voor me in te rekenen. Daar heb ik een speciale reden voor. Die loper is namelijk mijn gemeentegenoot Claude Herzet. Claude verliest gewoontegetrouw terrein op de hellingen. Ik moet wel bij hem zijn en me even naast hem hijsen want de ervaring leert me dat hij me in de volgende lange afdaling naar het dorpscentrum weer zal lossen. Het gebeurt precies zoals ik het voorzie. Met de vloeiende stijl die hem eigen is, neemt hij een vijftiental meter voorsprong. Ik moet ook een kloofje laten met de drie mannen in mijn gezelschap. Boris Moulet die ons kilometers achtervolgd heeft (vertelt hij me na de finish) laat ons nu achter. Na een bocht naar links (Marie-Paule heeft het ogenblik in beeld vastgelegd) lopen we het erf van de gezusters Schalenbourg op. Even omhoog op keien, door de schaapstal en dwars door de weide naar de geasfalteerde weg. Ik heb de benen en de grinta om het tempo nog even op te schroeven. En verras mezelf met een snelle passage in de molshoopzone, dat is de weide waarvan daarnet sprake. Plots zit ik weer in het zog van mijn voorgangers. Haneffe 3 Ik ga de intervalman Mathieu Gauthy nog voorbij voor we de weg opdraaien. Ik loop nu in de positie net achter Claude. Die heeft wel nog voldoende voorsprong maar door mijn drang om de achtervolgers af te houden, halveer ik nog mijn achterstand. Vlak achter Claude, staat mooi in de uitslag. Op de streep word ik nog bijna onder de zoden gelopen door een spurtend duo achter me. Dat zijn niet mijn gezellen van de laatste kilometers maar twee geweldenaars die nog verder uit de achtergrond zijn opgedoken. Ik blijf nipt onder de 55 minuten. Het gemiddelde van bijna 12,5 op het stevig golvende parcours, vooral in het tweede deel, stemt mij eveneens gelukkig. Ik beëindig het seizoen alleszins met een goed gevoel.
Na de finish bots ik nog op enkele bekenden die ik in het gedrum voor de start niet heb opgemerkt. Een van hen is Roland Vandenborne die me met een fijn lachje meldt dat dit zijn laatste was… in de categorie veteranen 3. De boodschap is duidelijk: volgend jaar zal je wel anders piepen bij de 70-plussers. Zijn tijd vandaag is ook niet mis te verstaan: een dikke anderhalve minuut sneller. Intussen geniet ik nog even van het podium samen met Mauro Calogero. Die mag er dan wel wat bleekjes uitzien na een operatie, maar een wedstrijd overslaan…
En tenslotte: aan alle lezers die dit verslag tot het einde hebben gelezen en alle anderen die onderweg afgehaakt hebben, mijn beste wensen voor 2019!

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: In de eerste bocht. Foto 2 van Eddy Defrère: Langs de Yerne. Achter me Boris Moulet. Foto 3: De schaapjes kijken zelfs niet op bij onze doorkomst. Foto 4: Claude Herzet neemt de bocht naar de hoeve Schalenbourg. Ik volg even verderop maar zal mijn gezellen nog kunnen afschudden in de laatste hectometers. )

Eén reactie op “Haneffe”

  1. Herzet Claude schreef:

    Hello Willy ! Na geschiedenis ( la boverie) ,nu een les aardrijkskunde, met jou leren wij van alles ! Nog dank u voor de mooie reportage en foto’s. Gelukkig nieuwjaar en nog een zo mooi sportief jaar (-;)! Jouw gemeentegenoot, Claude H. !