Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Anthisnes (Challenge condruzien)

zat 09/07/2017 17u * Anthisnes (Challenge condruzien) * 12,15 km * 01:05:05 * 11,2 * 67/144 * 7/14 * ♥♥♥

Het blijft oude wijven regenen deze zaterdagochtend maar vandaag zal ik me niet afschrikken door de weersomstandigheden. De Condruzien-loop van Anthisnes staat aangestipt op mijn agenda en die zal ik hoe dan ook afwerken. Gisterenavond hebben de buien mijn plan om de Tweeloop in Alken te filmen nog in het water doen vallen en eindigde mijn uitstap naar de Cristal-gemeente op de parking van het sportpark.
Anthisnes ligt verscholen in het groen tussen de Condroz-expressweg en de Ourthevallei. Wie toevallig in de buurt is kan er twee kastelen bewonderen, het Château de l’Avouerie en het Vieux Château. Of je kan meedoen aan de jogging, dan loop je tussen het kasteel de l’Avouerie en de bezienswaardige Ferme Saint-Laurent door. Daarvoor moet je dan wel eerst twaalf pittige kilometers afleggen over berg en dal in het bos en tussen groene weiden. Het parcours is mij gedeeltelijk bekend van mijn vorige deelname in 2014. Ik kijk wel met enige angst uit naar de modderige passages die er onvermijdelijk zullen zijn. En ik zal weer geconfronteerd worden met de onstuitbare achteruitgang sinds dat jaar.
“Ben je je al aan het opwarmen?” vraagt Pol Van Kerrebroeck me als ik hem een halfuurtje voor de start ontmoet. “Ik warm me niet op” aldus de hobby-boer die altijd even goed gemutst is … en nog altijd 140 melkkoeien verzorgt. Er is overigens minder volk in Anthisnes dan gewoonlijk. In deze eerste weken van het post-vakantieseizoen moeten de lopers een moeilijke keuze maken tussen de vele loopwedstrijden op de agenda. De sterke mannen van de veteranen 3 zijn er wel. Ook de latere winnaar Daniel Weidner van Hoei, die ik evenwel niet ken.
Ik kom gewoontegetrouw langzaam op gang. De oplopende weg langs het Vieux Château helpt ook niet echt maar ik kan wat schwung in de benen brengen in de daaropvolgende 400 meter bergaf door het dorp. Rosario Ilardo en Pol Van Kerrebroeck banen zich snel een weg naar voren. Pol draait de benen vlot rond. Het lijkt wel alsof hij profiteert van een lange opwarming. We zijn snel buiten de bebouwde kom – en dat is in deze contreien meestal een verspreid bebouwde kom – en slaan een veldweg in met gruis en keitjes. Naast ons loopt een hondje mee dat om de dertig meter achterom kijkt om te zien of het baasje ook volgt. Plots stokt zijn tempo. Na wat heen en weer gedraai vindt het een plaatsje om zijn boodschap te doen. Even later stuift het met een verbazende pootjessnelheid weer voorbij en zet zijn weg verder in de omgeving van zijn baasje. Ik ben intussen een collega voorbijgegaan die mij aan Anton aus Tirol doet denken, inclusief het mutsje.
Ik probeer langzaam in mijn ritme te komen – dat betekent een tempo rond de 5′ per kilometer – en de benen in de juiste versnelling te brengen voor de zware stroken die niet lang op zich laten wachten. Na 1,8 km is het al zo ver. Aan een eenzame boerderij in een bocht kronkelt de weg al meteen stevig omhoog. De eerste haarspeldbocht met 5% stijging doet al flink pijn. In de volgende bocht kan ik een blik werpen op de achtervolgers om mezelf gerust te stellen dat er toch nog een hele sliert lopers achter me zit. Na 400 meter zit het klimmetje erop. We zijn intussen in het bos waar het brede en ondanks de plassen goed beloopbare pad lichtjes daalt. Op een grasstrook in de derde kilometer kan ik even genieten van het uitzicht rechts over de weiden en Anthisnes dat al ver lijkt. Een jongeman loopt me met een soepele tred voorbij. William Charles, 19 jaar, dat is hem, is een van de weinigen die me voorbijgaan… en vooruit blijven. Ik haal zelf ook enkele lopers in en krijg zowaar de indruk dat de benen nog altijd in de “mood” zijn van de halve marathon vorige week. Maar dit is de Condruzien en dus volgt er een vrij steile afdaling op een typisch pad met geulen in vettige aarde en keien. Ik moet twee achtervolgers laten voorgaan. Hier is het – voor mij althans – safety first. Aan km 4 kan ik op een asfaltweg snel weer terrein winnen. De smalle weg tussen de bomen leidt naar een gehucht met de swingende naam “La Rock”. Ook al is dit hier de onversneden Condroz met zijn natuurstenen huizen. We verlaten het valleitje in het piepkleine gehucht meteen en beginnen aan de tweede helling van de dag. 700 meter lang, met hier en daar forse percentages, kronkelend en mooi voor wie er van kan genieten. Zoals ik, want het loopt lekker. Ik hoed er mij voor om in het rood te gaan maar win toch enkele plaatsen. Daar hoor ik toch nog een collega naderen die sneller gaat. Ik zie een rood shirt. Dat toebehoort aan een jonge dame die ik nog even aanmoedig tijdens haar klim. Ik blijf in haar spoor op de weg die nog even verder klimt voorbij een nieuwe boerderij. Weer op een onverharde weg – noem het maar een veldweg – gaat het eerst lichtjes dalend, dan zachtjes stijgend verder. Ik heb geen moeite om mijn tempo vast te houden.
Ik sla de bevoorrading ven Sparmont na 6 km over en win zo twee plaatsjes. De twee (van die plaatsjes) komen wel terug maar geen nood. We zijn halfweg, de rustige aanvang heeft mijn benen goed gedaan en ik durf nu het gaspedaal al wat dieper induwen. Twee mannen in het blauw worden het slachtoffer van mijn aanvallende impulsen. Een van hen is het baasje van het hondje uit het begin van mijn verslag. (Je ziet dat het goed is bij het lezen je tijd te nemen voor alle details.) We hebben de boerderij van Sparmont net achter ons gelaten of we zien de volgende beklimming – nummer drie – al uitdagend voor ons liggen. Een rechte streep van 500 meter aan de bosrand, bezaaid met stenen en met op het steilste stuk een hellingsgraad van 10% of meer. In 2014 kon ik hier een aantal concurrenten terugpakken. Dat is nu weer zo. Maar om eerlijk te zijn, daar houdt de vergelijking tussen toen en nu op. Hoe dan ook, ik zoek mijn weg tussen de lopers die zich hijgend en puffend naar boven werken. Een korte groet aan Paul Delaitte voor we, bijna op het hoogste punt, de bocht naar links nemen. Het bos in. De averij veroorzaakt door de regenval van de laatste dagen en uren valt nog mee. Wel wat plassen waar ik, om tijd te winnen, recht door loop en zo mijn sokjes tot de vuilnisbak degradeer (hoor ik later van Marie-Paule). Ik blijf voortgang boeken en haal ook Michel Mancini in die ik al eerder op de helling in de smiezen had gekregen. Als je de naam Delaitte leest in een verslag van een Condruzien-loop is de naam Mancini ook niet ver. Dat zijn de nummers 2 en 1 bij de veteranen 4. De dame in het rode shirt van de heling in La Rock loopt overigens nog altijd in mijn buurt. Het is Linda Destres. Nuttig om te onthouden voor het verdere verslag. We zijn weer aan het dalen, nog altijd in het bos. Wel opletten voor een glibberige passage op het laagste punt. Door de stampende voeten van de lopers voor me – zo’n zeventigtal – is het graspad hier wel herschapen in een modderige brij. Ik heb moeite om grip te vinden met mijn gewone joggingsloffen. Rosario heeft semi-trails aangetrokken, vertelt hij me na afloop, en kan hier meer kracht zetten. Maar die heeft niet alleen meer geschikte schoenen voor dit parcours, maar ook betere benen. Na 200 meter is het modderleed weer geleden.
Aan km 8,6 verlaten we het bos. Het gaat al een honderd meter flink omhoog met 6%. Dat percentage zal nog verder stijgen op een graspad tussen de weiden. Ik voel plots de regen. Hoe lang die het al op ons gemunt heeft, weet ik niet. En storen doet die eigenlijk ook niet. Het ellendige weer speelt alleen de toeschouwers aan de finish parten. Maar daar zijn we nog niet. Voorlopig is het hier vechten voor elke meter. Naarmate we met veel moeite dichter bij de bebouwing op de top komen wordt het pad almaar moeilijker beloopbaar. Ruilverkaveling is hier niet, dus hebben de boeren zelf met steenafval voor meer grip voor hun werktuigen gezorgd. Wij, joggers, betalen het gelag. Dit is de zwaarste strook die we vandaag onder de voeten hebben gekregen, zoveel is zeker. Merkwaardig dat die wel uit mijn geheugen is gewist. Dicht bij het dorp is er dan toch een weg in beton. Op de nog altijd klimmende weg staan drie kinderen klaar met drankbekertjes, alsof we daar ook nog adem voor hebben. De officiële bevoorrading is wat verder maar in dit regenweer heb ik geen nood aan drank.
We zijn nu in Les Floxhes, een vlek met enkele huizen. Ik voel dat er nog wat kracht in de benen zit en trek me weer op gang. Ik kan snel aansluiten bij het groepje voor me. Met daarin twee dames die voor hun klassement in dezelfde categorie strijden. Christelle Dejardin ga ik als eerste voorbij. Na 350 meter asfalt zitten we weer op het onverhard tussen het groen. Ik blijf het groepje van vijf aanvoeren. Aan km 10, weer op het asfalt, gaat het plots heel steil naar beneden. Zo steil dat ik moet afremmen met de bovenbenen. Een van de mannen in het gezelschap neemt enkele meter voorsprong die ik op het vlakke prompt weer toeloop. “Is dat de muur?” vraagt Linda aan de mannen bij haar, Raphael Legrand en Guillaume Prouveur. “Dat is hem” hoor ik. De helling voor ons ziet er inderdaad dreigend uit. Een tweehonderd meter, tot 6%. Ik begin aan de leiding… en blijf aan de leiding. Ik trippel omhoog en verlies geen sikkepit op mijn drie gezellen. De helling vlakt boven af als we tussen enkele huizen weer het veld opzoeken. Anthisnes 1 Hier begint de lange single track die ik me nog goed herinner van 2014. Maar toen liep ik hier alleen. In een groepje, zoals nu, wordt je zicht wel belemmerd door de collega voor je. Linda is me voorbij gegaan tussen de huizen, maar net voor het pad versmalt kan ik weer de beste positie bemachtigen en dat is vooraan. We moeten nu verder tussen twee afsluitingen met prikkeldraad. Maar Linda kent het parcours ook en wringt zich weer naar de leiding. De lange rechte strook loopt verder tussen twee bomenrijen. Het pad wordt breder. Ik heb nu plaats naast Linda maar moet nu wel in het langere gras lopen. Voor ons rechts ligt het kerkhof. Het parcours loopt nu langs de kerkhofmuur op een zo mogelijk nog smaller pad. Met een korte versnelling ben ik weer voorbij Linda gegaan. Die wel nog de adem heeft om op iedere aanmoediging die ze krijgt “merci” te antwoorden.
Ik behoud mijn positie als we weer op de weg naar het Château uitkomen. Ik drijf het tempo nog wat op, tot tegen de de 4’10” per km en kan ook nog Jean-Philippe Gillain, een tiental meter voor me, inrekenen. Het gaat nu snel bergaf in de bochten naar de finish. Waar de regen het gebruikelijke animo heeft weggespoeld. Ik eindig diep in de rangschikking met een bescheiden gemiddelde. Maar dat is vanavond voor mij toch geen reden om even triest te zijn als het weer. Het veeleisende parcours heeft me niet klein gekregen en ik heb best wel genoten op de stukken die me lagen. Aan de drankentafel praat een groepje dames na over de afgelopen race. Ze zijn ruim voor me geëindigd. De tijden van weleer komen niet meer terug… Anne Kerens die ik in een betere dag wel nog eens kan bijhouden doet vandaag 4 minuten beter. Niet slecht voor iemand die dit soort omlopen haat. Dat is haar antwoord als ik haar vraag of ze vandaag hier haar geliefkoosd parcours heeft gevonden. Ha, Lucien Collard is er ook. Een flink stuk achter mij. Een maagontsteking heeft de zo al graatmagere Luikenaar enkele kilo’s gekost. Ik moet mijn calorieën dringend aanvullen, ik ga me een biefstuk met mayonaise en slagroom eten, grapt Lucien.
Het blijft miezeren en het is fris. In bezweet loopplunje koel je snel af. Mijn gebruikelijke tafelgenoten zijn elders actief en dus besluiten we meteen terug naar de heimat af te reizen. Via de fraaie, kronkelende weg naar Plainevaux zijn we snel op de expressweg in Boncelles. Heukelom is dan maar drie kwartier verder.

(Foto Marie-Paule: Het is hier maar een trieste bedoening aan de streep. De lopers die al binnen zijn houden zich schuil onder een tentje om de hoek.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eifel – Ardennen Halbmarathon

zat 02/09/2017 16.30u * Sankt Vith – Bleialf (Eifel – Ardennen Halbmarathon) * 21 km * 01:41:44 * 12,4 * 28/102 * 1/5 (65+) * ♥♥♥♥

Op mijn dinsdagochtend herstelloopje midden augustus schiet me plots te binnen dat ik dit jaar nog geen halve marathon heb gelopen. Die uitdaging wil ik toch minstens een keer aangaan voor we het blad “2017” omdraaien. Thuis bekijk ik meteen de agenda van de komende weken op Limburgrunning, de site van mijn goede kennis Huub Rockx. Mijn oog valt op de halve marathon van Sankt-Vith naar Bleialf, net over de grens in Duitsland. Dat lijkt voor sommigen van jullie wellicht het einde van de wereld maar is voor mij geen onbekend gebied. Het parcours loopt door een erg mooie streek die ik ken van fietstochten, nu ook al meer dan zes jaar geleden. In de Eifel heb ik in mijn beste jaren verscheidene marathons gelopen, niet zonder succes overigens. En ik herinner me dat Roland Vandenborne hier enkele jaren indruk heeft gemaakt met een sterke prestatie in zijn categorie. Toch maar even het parcours onder de loep genomen. Dat zou heel redelijk zijn voor deze contreien. Ik wil ook wel wat plezier beleven aan mijn uitstap naar de Duitstalige regio. Bleialf 1 Veel tijd heb ik niet te verliezen bij de voorbereiding, over minder dan drie weken is het al zo ver. Ik zie wel ruimte voor drie langere trainingen. Dat moet dan maar volstaan voor de tijd die ik voor ogen heb, zo’n 1u50′. De eerste van die drie testlopen is een verschrikking (ook al kan dat toeval zijn), maar de twee volgende gaan me heel goed af. Het lijkt wel alsof ik mijn lange afstandsbenen heb teruggevonden. De korte wedstrijd in Pepinster is een bevestiging van het betere gevoel de laatste weken.
We zijn net niet als eersten aan de Realschule in Bleialf, een dorp van zo’n 1200 inwoners. Alleen een Kölner met een oldtimer Volvo is ons voor. De aankomstboog staat er al. De drie mensen van de organisatie ter plekke zijn verrast door mijn vraag waar ik de parking vind. “Hier überall” is het antwoord. Goed, ze verwachten ook niet de grote massa voor deze “Volkslauf”. De meeste deelnemers zijn ook uit de buurt. Toch twee Vlamingen (buiten uw dienaar) en enkele Franstalige Belgen. We hebben nog de tijd voor een wandelingetje naar het centrum en een cappuccino in de Konditorei. Ik slof wat rond in de sporthal. Mijn startnummer kan ik daar niet krijgen, dat wordt ons in Sankt-Vith overhandigd. Ik breng de tijd dan maar nuttig door met strek- en rekoefeningen en wat onhandig gewring en gedraai met de heupen om mijn stramme spieren op te warmen. De organisatie zet twee bussen in om ons naar Sankt-Vith te brengen. Terwijl we wachten begint het te regenen. “Het zou jammer zijn dat de bambini in de regen zouden moeten rennen” zegt een jonge moeder langs mij in de bus. Rita komt uit het naburige Pronsfeld en is hier met een aantal teamgenoten. Haar oudere vriendin die al voor de vijfde keer meedoet geeft mij nog wat details over de “Strecke”. Het parcours is eigenlijk een wok, zegt ze. Een diepe pan dus, het laagste punt ligt in het midden van de loop. Het dalen en stijgen verloopt heel geleidelijk. Er is eigenlijk alleen een fellere klim na 10 km. Maar nog geen kilometer lang, stelt ze me gerust. Opletten wel als je op het einde Bleialf binnenloopt. Dan heb je nog 2 kilometer te doen. De dames lopen tijden boven de twee uur, dan voel je de reliëfverschillen natuurlijk niet zo fel. Toch bedankt, dames van de SC Pronsfeld. Na een busrit die zich toch wel lang trekt (moeten wij straks die hele weg teruglopen, bedenk ik) worden we afgeleverd aan de Bischöfliche Schule van Sankt-Vith, buiten en hoog boven het centrum. We krijgen ons nummer en een plastic rugzakje waar we onze spullen kunnen insteken die we dan weer in Bleialf kunnen ophalen. Na wat gevraag ontdek ik dat we het tasje moeten deponeren in het busje van Baustoffe Maraite dat hier onopvallend geparkeerd staat. Ik kan me nu concentreren op de wedstrijd en nog een korte opwarming afwerken op het sportveld van de school. Een Duitser die ook rondjes draait doet wat lacherig over de korte atletiekbaan met twee baantjes (behalve de rechte lijn voor de spurters met vijf banen). Ik heb 32 jaar doorgebracht in scholen maar zo’n knappe buitenaccomodatie heb ik in elk geval nog niet vaak gezien. Voor het overige zie ik heel wat oude of alleszins oud lijkende mannen.
De weersomstandigheden zijn vandaag wel erg veranderlijk. Het ene ogenblik dreigt een donkere wolk, het volgende breekt de zon weer door. Het is toch wel bang afwachten voor een bui, of zelfs een onweer. Daarstraks was het in de verte al aan het grommelen. We beginnen met een fikse afdaling, dat is alvast fijn voor de benen. Na 900 meter zijn we al in het bos, op een goed beloopbaar pad. Ik heb wat tragere deelnemers achter me gelaten en ben nu in een groepje met wat voor mij als de kruissnelheid aanvoelt. Bleialf Voorin loopt een jonge dame, naast haar een begeleidster van de organisatie op de mountainbike. Zou de fietsster de eerste dame begeleiden? Dan ben ik wel erg snel vertrokken. Anderzijds, met 102 vertrekkers en voornamelijk lokale lopers mag je ook geen topniveau verwachten. Die jonge dame heeft een krachtige tred en is zo te zien gemotiveerd om hier een sterke tijd neer te zetten. Zou ik haar tempo durven volgen? Ik waag het erop. Zij heeft zich intussen losgemaakt uit het groepje van daarnet en loopt nu alleen voorop. Eigenlijk met twee, want ik loop in haar spoor. De begeleidster wisselt enkele woorden met de jonge dame. Ik meen verstaan te hebben dat ze een Franstalige is. We zijn intussen op het Ravel-fietspad, deels beton, deels asfalt. We nemen enkele keren een bruggetje over een beekje. Dat moet volgens mijn Garmin de Wiesenbach zijn. Na 2,5 km lopen we onder de autoweg E42. Er zitten hier en daar enkele bultjes in het parcours, onder meer in Neidingen na een kleine 4 km, een van de schaarse bewoonde plekken die we tegenkomen. De jonge dame neemt nu en dan enkele meters voorsprong als ze het tempo plots wat opdrijft. Ik volg die versnellingen niet maar sluit kort daarna min of meer vanzelf weer aan. Ik sla de eerste bevoorrading over, ook al om mijn gezellin niet in de weg te lopen. Die neemt ruim de tijd om haar bekertje te ledigen. Ik houd mijn tempo aan en loop nu plots alleen. Ik haal een oudere loper in met een niet bepaald soepele tred. We blijven een tijdje in elkaars buurt en zien hoe een jonge loper -15 jaar?- met rood aangelopen gezicht aan de kant van de weg staat. Te snel gestart, oordelen wij, de twee (veel) ouderen. Rond de vijfde kilometer, in de buurt van Lommersweiler, loopt de Ravel door een tunnel, het overblijfsel van een door Pruisen aangelegde spoorlijn. Een fietser nadert aan onze rechterzijde. “Ich fahre rechts vorbei”, dat is een duidelijke aanwijzing van de begeleidster die de jonge man op haar fiets heeft meegenomen. De jongen zit op het zadel terwijl de begeleidster haar stalen ros fietsend moet voortbewegen en staande houden. Waarschijnlijk levert ze hem wat verder in de bewoonde wereld af. Marine komt weer aansluiten. Wie is Marine? Dat is Marine Colson uit Eupen, de jonge dame die me zonder het te weten op sleeptouw heeft genomen. Niet dat ik met haar heb gesproken. Zij is een van die “oortjesloopsters” en ik wil haar niet uit haar fysieke en muzikale concentratie brengen. We halen twee andere dames in. Telkens als Marine even het tempo optrekt denk ik dat ze nu definitief vertrokken is. Maar mijn benen hebben er vandaag blijkbaar plezier in op deze lichtlopende en heel zacht dalende asfaltwegen in het groen. De temperatuur rond 16 graden is ideaal. Bleialf Aan km 8 lopen we onder de hoge autosnelwegbrug door die de Ourvallei overspant. Even verder aan de tweede bevoorrading, in het gehucht Steinebrück aan km 8,2 neem ik wel een bekertje aan dat ik lopend binnenkieper. Marine neemt opnieuw haar tijd en heeft plots een aanzienlijke achterstand. Ik kijk nog enkele keren achterom maar moet nu echt alleen verder. Intussen heb ik wel van het meisje op de fiets vernomen dat Marine in tweede positie loopt. De eerste dame is minuten voorop. Voor me zie ik slechts enkele collega’s. In een vredig groen decor ben ik alleen met mezelf. Of toch niet helemaal. Mijn gedachten dwalen af naar een goede vriend die vecht voor zijn leven. We zijn in Weppeler. Auto’s zijn hier niet te zien of te horen. Hier geldt “Natur pur” (spreek uit op zijn Duits : natoer poer). Ik nader vrij snel op een duo voor me als de jongste van de twee zoekt plots een zijpad induikt voor een dringende behoefte. Zijn maat zet zijn weg wel verder en loopt weer wat op mij uit.
Het parcours maakt hier een zijsprongetje door het gehucht. Na een korte maar pittige strook omhoog loopt de weg weer naar beneden. Blauwe vlaggetjes wapperen langs de weg. Hier is wat beweging want de aflossingsplaats voor de “Staffellaufer”. Buiten het dorp doorkruisen we het valleitje van de Our. Na een fikse klim van 300 meter kunnen we de benen weer ontspannen in een langere afdaling om terug te keren op de fietsweg naar Bleialf. Ik heb een slok cola genomen bij de bevoorrading. De suikers zullen van pas komen in de volgende kilometers als de weg langzaam zal beginnen te klimmen naar het eindpunt. De jongeman die nu bevrijd is van een zware last heeft middels een stevige versnelling weer postgevat bij zijn oudere loopmaat, Edgar, die wel wat fans heeft in Weppeler. Vandaar dat ik zijn naam ken. In een lang recht stuk heb ik nog een Tesla-loper bijgebeend. (Niets te maken met de auto). We draaien naar links, weer het fietspad op. We zijn intussen al enkele kilometers de Duitse grens overgestoken. De schaarse rijwegen waar we langslopen zijn afgesloten en, zoals altijd bij Duitse loopwedstrijden, houdt de Feuerwehr een oogje in het zeil.
De parcourstekenaars (gespecialiseerd in rechte lijnen) hebben ons tot nu toe gespaard. Maar de natuur kun je niet om de tuin leiden. We zullen toch ergens de hoogtemeters moeten halen om weer in Bleialf uit te komen. Als dat niet gebeurt door korte maar hevige hoogteverschillen, zal het geleidelijk verlopen maar wel veel langer. Daar gaan we nu aan beginnen. Ik word al meteen door een achtervolger ingehaald. Is dat niet de man die in het begin van dit verslag bij me in de groep liep en Marine en mij liet betijen? Bleialf Hij lijkt uitstekend te hebben gedoseerd. Ik toon hem mijn appreciatie met een opgestoken duim. En krijg een vriendelijke groet terug. Denk nu niet dat ik mijn relatief snelle start aan het bekopen ben. Ik ga zelf voorbij het duo met Edgar. Even verder word ik door een nieuwe blauwe man voorbijgestoken. Als u vindt dat hier wel veel deelnemers in blauwe shirts rondlopen… heeft u gelijk. En maak u ook geen zorgen dat ik alweer een plaats verlies, dit is de laatste keer dat dit vandaag zal gebeuren. Als er in dit verslag nog geschreven wordt over inhalen, ben ik het onderwerp en niet het lijdend voorwerp. Het fietspad loopt rechtdoor tussen twee groene bermen. Kilometers lang. Kan ik nog een positie inwinnen? Niet erg waarschijnlijk. De enige twee lopers die ik voorlopig voor me zie zijn de blauwe mannen die mezelf hebben ingehaald. Het tergend lang oplopende asfalt stelt de bovenbenen die dan toch al zo’n 14 km hebben verwerkt zwaar op de proef. Ik smacht naar een strook bergaf. Als er dan toch een komt zoals bij enkele geïsoleerde huizen aan km 16,5 volgt er een steile bult. Die geeft me dan wel de gelegenheid een groene loper (eens een originele kleur) achter te laten. Mijn kilometertijden schommelen nu rond de 5 minuten. Om dat tempo vast te houden is grinta nodig. Die heb ik vandaag. En sterke benen. Die beginnen langzaam wat kracht te verliezen maar bevatten nog genoeg jus om in de zeventiende kilometer nog twee plaatsen te winnen. Of alleszins één. Ik neem dat het jonge meisje dat ik eerst inhaal een estafetteloopster is. Ik wens haar nog moed bij het passeren. De blauwe man voor me heeft het ook moeilijk. Hij heeft geen verhaal tegen mijn tempo maar kan mijn inspanning wel naar waarde schatten. Om niet geremd te worden in die inspanning heb ik wel zijn kinderen die hem op de fiets begeleiden moeten aanmanen plaats te maken.
Even voor km 19 buigen we naar rechts af. Daar hebben zich enkele supporters verzameld. Duitse fans moedigen iedereen aan en zo krijg ik nog wat morele steun voor de laatste kilometers. Weer een tunneltje. Ja, deze loop staat ook bekend als de Tunnellauf. 400 meter onder de grond, verlicht met rode lampjes aan beide zijden op de grond. Een groepje kinderen zet de keel open als ze me zien aankomen. Ik mag hopen dat ze me aanmoedigen, uit hun gekrijs kan ik niets opmaken. Dank zij hun getier heb ik wel een idee van de voorsprong die ik heb op de blauwe man die ik een kleine kilometer geleden ben voorbijgegaan. Die voorsprong lijkt geruststellend te zijn. Maar zal mijn Garmin het hier nog wel doen? Dringen de signalen van de satellieten zo ver door? Nu ik eens onverwachts goed bezig ben wil ik de goegemeente ook wel precieze kilometertijden kunnen tonen. Maar de sporthorloge doet zijn werk prima. De juffrouw op de fiets heeft me gewaarschuwd voor de klim vlak voor Bleialf. Ik wisselde enkele woorden met haar telkens als ze me voorbij reed. Dat zorgt voor enige afwisseling en je krijgt nog nuttige informatie ook. De steilste stukken waar ik niet boven de de 10km/uur uitkom, knabbelen weer aan de bonus die ik daarstraks in deel 1 heb opgebouwd.
Aan km 19,4 lopen we Bleialf binnen. Gedurende een dikke kilometer volgen we het voetpad naast de rijweg. Dat voelt niet meer zo prettig aan als het fietstracé van daarnet maar is toch nog relatief “lopersvriendelijk”. Er zit nu wat meer variatie in het reliëf. De frisheid is weliswaar al enige tijd uit mijn benen maar ik val ook niet stil op de korte hellinkjes. En kan nog een leeggestreden collega oprapen. De laatste bocht, dat neem ik alleszins aan. Twee brandweermannen staan daar te “plaudern” met een plaatselijke belangstellende. Ik moet hen even ter orde roepen om zeker te zijn van de richting. Wat daarna volgt is genieten: bergaf via een scherpe bocht naar de finish. En ja, de speaker doet het weer. De geijkte formule schalt door de boxen: “Willy Cortleven ins Ziel”. Of vervang mijn naam door die van een collega. En hij voegt er nog aan toe: “Willy Cortleven aus Mergellopers” (sic). Bleialf 2 Mijn tijd zal ik pas later aflezen. Die is nog wat beter dan ik had ingeschat op zo’n 2 kilometer van de finish. Ik laat me verleiden door een Bitburger 0.0 (alcoholvrij), de sponsor van de loop. Ik had beter moeten weten, het brouwsel smaakt me niet. De ervaring van deze middag smaakt me des te meer. Zeven minuten sneller dan de tweede 65+-plusser. Bij analyse van de tijd stel ik vast dat ik beter doe dan de winnaar van de 55+-categorie. En op plaats 4 uitkom van 24 50+-plussers. Ik babbel nog even met Marine die slechts 2 minuten na me is binnengelopen. Ze verbetert haar besttijd met drie minuten maar dat weet ze dan zelf nog niet…
De prijsuitreiking zal nog even op zich laten wachten. Jammer dat ik niet kan blijven. We moeten snel naar ons hotel in Prüm. We verwennen onszelf dan maar met een heerlijk diner. Na een korte Bitburger-roes (“Bitte, noch ein Bit”) steekt de adrenaline weer de kop op en houdt me nog tot halfvier uit mijn slaap.

(Foto’s 1 en 5 van Marie-Paule. Foto 1: Finish. Foto 5: Genieten in Prüm. Foto’s 2, 3 en 4 van Holger Teusch. Foto 2 : Marine Colson. Foto 3 en 4: aan km 13.)

2 reacties op “Eifel – Ardennen Halbmarathon”

  1. S. Halders schreef:

    Perfecte wedstrijd gelopen Willy.
    Dit resultaat zal vragen naar meer halve marathons ?!
    Gr.
    Servais

    • willy schreef:

      Dag Servais,
      Een of twee halve marathons volstaan ruimschoots. De tijd van de lange afstanden is voorbij. Voordeel van het parcours was wel dat je niet verloren kon lopen:)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pepinster (Challenge L’Avenir)

vri 25/08/2017 19.15u * Pepinster (Challenge L’Avenir) * 6,2 km * 00:29:13 * 12,7 * 81/286 * 6/17 * ♥♥♥♥

Het zal vanavond een vluggertje worden in Pepinster. Na ampel beraad met mezelf heb ik beslist om van start te gaan in de Pépi-jogging van Pepinster. Dat is weliswaar niet vlak bij de deur maar vanaf mijn uitvalsbasis makkelijk te bereiken via een netwerk van autowegen. De ultrakorte loop past deze week perfect in mijn planning van langere trainingen. Het parcours wordt bovendien beschreven als eerder “roulant” (lichtlopend) en kan een welkome afwisseling zijn voor de duurlopen. Maar na de verkenning lijkt mij een gemiddelde van 13 per uur dat ik als doel vooropgesteld had hoogst onwaarschijnlijk.
Pepinster ligt in de vallei van de Vesder, enkele kilometers stroomafwaarts van Verviers. Tijdens het inlopen en de wedstrijd denk ik dan ook dat we enkele keren de Vesder oversteken. Maar nadere studie van mijn gps-track leert me dat dit de Hoëgne is die aan de andere kant van de bebouwde kom in de Vesder stroomt. De loop luistert naar de naam “Pépi-Jogging”. Ze houden hier wel van de Pepijn die zijn naam aan het dorp heeft gegeven. Ook de grootste politieke partij van de gemeente heet “Pepin”. Die hebben zelfs de socialistische partij in de oppositie geduwd. Dat mag merkwaardig genoemd worden in een van de oudste industriële regio’s van het land.

Lees verder →


Wij moeten aan de zuidrand van het dorp zijn, langs de N690 die naar Theux leidt. In de rommelige omgeving vinden we na enig zoeken dan toch de toegang tot de parking. De “verkeersregelaar” is dan nog niet op post. Ik vind een plaatsje tussen hopen steenkolen en bouwpuin. Ik zie achteraf dat er ook een meer geciviliseerde parkeergelegenheid is. Ze verwachten hier toch zo’n 400 deelnemers, trail inbegrepen. Wat weggedoken achter en lager dan de weg ligt het voetbalveld. Daar moeten we naartoe. Als ik door de ramen kijk van de donkere kantine zie ik een splinternieuw veld met kunstgras. Waalse paradox! Na een uitgebreide verkenning van de laatste kilometers loop ik enkele rondjes rond het veld. Op deze ondergrond lijkt het of je veren in je schoenen hebt zitten. Pepinster 1 Even voor de start worden we naar de middencirkel geroepen voor een groepsfoto. Bert Ernest posteert zich zonder schroom op de eerste rij. De foto wordt maandag gepubliceerd in L’Avenir, de organiserende krant. Je hoeft je maandag overigens niet naar de kiosk reppen voor de krant. Je zal me toch niet op de foto vinden: te klein, te bescheiden…
Het verkeer wordt even stilgelegd in het stadje (je mag het voor mij ook een groot dorp noemen) voor de start en de eerste kilometers door het centrum. Ik heb me rustig laten meedrijven in de massa die zich naar de startstreep begeeft en moet dan vaststellen dat ik in de achterste gelederen van het peloton moet vertrekken. Dat wordt weer een weg naar voren zoeken in de massa. We steken de rivier, de Hoëgne dus, voor het eerst over na 400 meter. Op die afstand ben ik niet verder gekomen dan 10,5 gemiddeld. In de eerste meters sta ik stil in het gedrum en, eenmaal er een beetje ruimte komt, roepen mijn benen me tot de orde. Het laatste kwartier ben ik nauwelijks in beweging geweest. Het lijkt wel alsof er een giftige stof in mijn benen is gespoten. Louis Schmetz ben ik wel al voorbijgegaan. Dat is de tachtigjarige die ik een dikke maand geleden in Cornesse, hier in de onmiddellijke buurt, heb leren kennen.
We lopen nu op de hoofdstraat die in dalende lijn gaat. Hier kan ik het onaangename gevoel uit mijn benen lopen en met wat gewring en gezigzag tientallen plaatsen goedmaken. We buigen rechtsaf de Rue Pépin in (daar heb je hem weer) en maken een lusje voor het station. Het gaat even stevig omhoog aan het café in de eerste bocht waar de gasten de gesmeerde keel openzetten voor een plaatselijke vedette. Er volgt heel wat draaien en keren in de tweede kilometer. Het parcours biedt hier en daar de kans om een paar meter af te snijden. Dat plezier laten we ons niet ontnemen. Alleen opletten dat we niet tegen een paaltje of een geparkeerde auto knallen. De 4:40 die ik nodig heb zijn wel een tempo onder de 4:30 waard. Na elke blinde bocht is het even inhouden om niet van de stoep te schuiven of in een putje te trappen in het soms gehavende wegdek. Er zit nog een tweede lus in het parcours, aan het rustoord op het einde van km 2. Niet dat ik hier de buurt ken maar ik heb het woord “maison de repos” horen vallen bij de parcoursvoorstelling een tiental minuten geleden. Ik ben nog altijd lopers aan het inhalen, waarbij de ene al wat meer in de weg loopt dan de andere. Alleen een juffrouw die zelf ook in inhaalmodus is, blijft nog buiten bereik. We volgen even een smal pad langs de Hoëgne. Ik zit hier vast en moet wachten tot we in een nieuwere woonwijk komen voor ik mijn opmars kan verder zetten. Hier scheiden de wegen van de traillopers en de joggers. Ik heb de seingevers in de verte wel aanwijzingen horen geven maar als ik voorbij kom, willen ze hun stem even sparen. Ik kies dan maar voor de meest logische weg in de vallei. Navraag bij een buur bevestigt dat ik de goede keuze heb gemaakt. We kruisen nogmaals de Hoëgne en naderen km 3.
Daar is de klim al. In zo’n korte en (voorlopig) snelle wedstrijd moet je je tijdsperceptie aanpassen. Ik heb het tweede deel van de wedstrijd daarstraks in beide richtingen verkend. En dus eigenlijk al meer klimkilometers gedaan dan in de officiële race. Afgezien van de eerste honderden meters heb ik wel een goed gevoel. Het zal ervan afhangen hoe ik die 1,2 km lange klim zal verteren of de eindbalans ook zo positief zal zijn. Ik bevind mij blijkbaar in het gedeelte van het peloton waar de betere dames voor de prijzen strijden. Twee dames haal ik snel in maar de in het zwart geklede Lina Porrovecchio, die al langer voor mij uit draaft, doet dat ook. Enkele honderden meters verder moet ze zich dan toch gewonnen geven. Het is harken op de steilste stukken (rond de 7%) maar zoals gewoonlijk, in een goede dag, klim ik sneller dan de collega’s rondom mij. Het laatste deel van de klim gaat verder op een grotere rijweg. Daar zie ik Françoise Piscart zich naar boven werken. Met de zware staccato-ademhaling die mij na al die wedstrijden vertrouwd is. Françoise bijhalen, dat is voor mij synoniem voor een maximumquotering. Ik kom ook snel bij de blonde dame voor haar. Oh ja, er lopen ook mannen mee. Maar ik zie hier geen bekende mannelijke collega in de buurt. Jean Dessouroux en Alberto Canales heb ik wel gezien in de middencirkel voor de wedstrijd. Maar die lopen nu 3 minuten voor mij uit. Met Alain Waerts heb ik even gebabbeld tijdens het inlopen. Maar deze oude glorie kan alleen nog dromen van zijn grote tijd bij RAFC Luik, met Karel Lismont en Leon Schots. “Vijftig jaar competitie, dat kraakt je.” De ene blessure na de andere dwingt Alain tot een trainingstempootje. Aan km 3,8 verlaten we de rijweg en krijgen we een van die aangename asfaltweggetjes onder de voeten. Die maken vaak de charme uit van de wedstrijden in de Challenge L’Avenir. Maar hier is de pret al na 150 meter afgelopen. Deze gedetailleerde beschrijving dank ik ( en danken jullie) aan het feit dat ik hier nu al voor de derde keer voorbijkom.
We worden linksaf gestuurd (de traillopers gaan rechtdoor) het vrij donkere bos in op een smal, steil en door keitjes niet ongevaarlijk pad. Gaat deze afdaling me weer een aantal plaatsen kosten? Lina stormt mij vrijwel onmiddellijk voorbij. Dit soort afdalingen past inderdaad beter bij haar gabariet. Maar zelf ga ik, tot mijn verbazing, twee dames voorbij. Oei, die jonge man gaat er stevig tegenaan, is mijn reactie als een veel snellere loper uit de achtergrond opduikt. Ik merk in een ooghoek een ander borstnummer op. Dat moet een van de eersten van de trail zijn. Die hebben 11,5 km af te leggen. Dank zij mijn verkenning durf ik een feller tempo aan te houden. Concentratie blijft geboden tot in de vallei. Beneden kan ik me weer enige afleiding permitteren als ik een juffrouw in een kleurrijk groen-wit plooirokje voorbijga. Twee korte kasseistroken aan de tennisclub en dan naar rechts het brugje over de Hoëgne over. Onmiddellijk links de N690 op.
Pepinster 2 We kunnen hier gelukkig op het asfalt blijven en moeten onze enkels niet pijnigen in de berm. De weg is licht dalend tot we weer een brug over moeten. Over, je raadt het nooit, de Hoëgne. Ik ben nog steeds op enkele lengten van Lina en blijf lopers inhalen. Maar mijn mikpunt van de dag houdt het tempo strak en zo kom ik geen meter korter. Meer nog, op de brug neemt ze afstand en is ze voor goed de pijp uit. Dan ben ik zelf al voorbij de enige mij bekende man gegaan, Roger Dosseray. We wisselen een korte groet – we hebben elkaar voor de wedstrijd niet gezien – aan de Metaltex waar ik kan aansluiten bij de veteraan 4. Ik kan een cadans ruim onder de 4:30 aanhouden, genoeg om geen echte of vermeende concurrenten uit de achtergrond te laten terugkomen. Nog een strook achter dranghekken, eerst links dan rechts van de weg. Politie en vrijwilligers leveren hier weer onbetaalbaar werk om ons veilig van de ene naar de andere kant van de rijweg te loodsen. Nog een honderd meter voor het voetbalveld. De toeschouwers wachten ons hier op. Ik spits mijn oren om een aanmoediging van Marie-Paule te horen. Zonder succes. Is haar stem te zwak of zijn mijn oren aan revisie toe? Dan volgt het kippenvelmoment van de loop. We steken op een overdekte, houten loopbrug opnieuw de Hoëgne over naar de kantine en het voetbalveld van de RUFCC Pepinster. In de laatste bocht aan de ingang van de kantine verdringen zich ook een aantal fans. Een schril “go go go” begeleidt me als ik de laatste bocht naar het voetbalveld neem. Achter me is er niet dadelijk een loper te bekennen. Ik hoef me geen zorgen te maken over de vraag of we nog een ronde om het voetbalveld moeten maken. Dat blijkt zo te zijn. Ik volg een vijftiental meter achter Michael Hock en het slechte voorbeeld om in de bochten de binnenkant van de gekleurde parcoursafbakening te nemen. Lina heeft een half voetbalveld voorsprong. Zij eindigt net voor haar directe concurrente, Myrtille Leusch. In de totaaluitslag eindig ik ruim binnen het eerste derde. Met dank, vermoed ik, aan het bescheiden niveau van het deelnemersveld.
Door het gehannes met het losmaken van de spelden aan mijn borstnummer na de aankomst verlies ik de drankpost uit het oog. Ik moet achteraf bij de bevoorrader pleiten om alsnog een flesje groene Oshee-sportdrank te krijgen. De eerste dorst heb ik dan al gelest met een Jupiler in de kantine. Alain Waerts vindt de combinatie van een hijgende en zwetende sporter met een glas gerstenat vlak na de finish wel grappig. We trekken onmiddellijk naar de uitgang. Even opletten om de binnenkomende collega’s niet te hinderen op het bruggetje. Het laatste beeld dat ik van de loop onthoud is de aankomst van de trailloper die me in de afdaling aan km 4,5 is voorbij gestormd. Hij heeft nog niets van zijn snelheid verloren. Ik trek nog een droog shirt aan en ben weldra op de autoweg in Verviers. De laatste klim van de dag, de Hallembaye, neem ik zonder moeite. Een 1700 motor helpt natuurlijk. We zijn nog voor het donker thuis…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Op weg naar de start. Langs hier lopen we het voetbalveld op bij de finish. Foto 2: Bij het indraaien van de “passerelle”.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tilff (CJPL)

zon 13/08/2017 11u * Tilff (Challenge Province de Liège) * 12,9 km * 01:06:31 * 11,7 * 140/402 * 7/31 * ♥♥♥

De (snel)weg leidt vandaag naar Tilff, even ten zuiden van Luik en toeristische toegangspoort tot de Ardennen. Na ruim vijf jaar heb ik de loop die door Jo Vrancken en Servais Halders wordt beschouwd als een van de mooiste van de Challenge van de Provincie Luik weer op mijn programma staan. Voor 10 uur gonst het stadje gonst al van de sportieve activiteit. De 6 km-lopers zijn zich al aan het inlopen voor hun wedstrijd, de kleintjes trappelen van ongeduld voor hun run, de wandelaars halen hun wandelstokken uit de rugzak voor een tocht door de bosrijke omgeving. De deelnemers aan de 13 km sloffen naar de grote tent voor hun inschrijving, nemen de tijd om hun kennissen te groeten… of beginnen al aan hun opwarming. Dat zijn er maar enkelen, waaronder uiteraard uw dienaar.

Lees verder →

Tilff dankt zijn faam… en parcours aan de Ourthe. En ze houden niet van half werk hier. Eerst drie kilometer biljartvlak langs de rivier die hier aan haar laatste kilometers bezig is voor ze zich aan de Pont de Fragnée in Luik in de armen van de Maas stort. En dan in één ruk naar de toppen van de rechteroever. 2,7 kilometer, de langste helling in het Luikse loopcircuit. Bij mijn opwarming – annex uitgebreide rek-en streksessie – heb ik de gelegenheid de familie Smets uit Millen aan te moedigen die hier de vlakke 6km-loop, aan beide oevers van de Ourthe, betwist. Zij doen dat in verspreide slagorde zodat ik ze een gepersonaliseerde “Allez …” kan toeroepen.
Het is druk aan de start. Zeker nu door een kalenderwijziging deze wedstrijd zowel bij de Challenge de la Province de Liège (CJPL) als de “Cours la Province!” (Clap) punten oplevert. Naar verluidt zou er een kink in de kabel gekomen zijn tussen de Clap en de organisatoren van de “Jogging du circuit de Spa-Francorchamps” van vorige vrijdag. Vandaar de massale aanwezigheid van de oranje “Joggin’Attitude”-lopers. En de gelegenheid mijn goede kennis Pasquale Ruberto nog eens te ontmoeten.
De speaker waarschuwt ons uitvoerig – en nadien bekeken terecht -over enkele gevaarlijke want steile en gladde passages onderweg. Ik vertrek net achter de rug van Pasquale. Dat lijkt me een goede uitgangspositie voor de eerste kilometers. In de eerste bocht naar het fietspad langs de Ourthe hoor ik mijn naam. Dat moet Linda zijn die het vertrek van de “grote jongens en meisjes” volgt na haar korte loop. Door het gedrum bij het vertrek en mijn gebrek aan behendigheid in druk verkeer duurt het 500 meter eer ik weer in het spoor kom van mijn oranje collega Pasquale. “Daar is Willy” zegt hij terwijl ik naast hem opduik. Zoals ook sommige andere lopers herkent hij het geluid – of het ritme – van mijn voetstappen. Hij volgt mijn bescheiden tempo echter niet als ik hem voorbij ga. Op zoek naar mijn “natuurlijke” plaats in het peloton (dat wil zeggen gebaseerd op het tempo dat ik denk aan te kunnen met het vooruitzicht van alles wat ons nog te wachten staat) blijf ik lopers inhalen. Edouard Morana is de enige die ik herken. Rechts loopt de Ourthe, voor ons in tegengestelde richting. Als we achter de huizen vandaan komen, na 2 km, kijk ik links uit op de steile wand van de vallei. Daar moeten we dadelijk dus naar boven. Het felle zonlicht danst op het watervalletje in de Ourthe. Maar na 3,4 km is de sight-seeing voorbij. We steken de rijweg over en moeten meteen 7% omhoog. Dan draaien we rechts op tussen een huizenrij waar het nog verder stijgt. De klim vlakt uit eens we echt in het bos lopen. De bomen houden het kwik binnen de perken. Ik haal achtereenvolgens drie dames in. Dat zouden wel eens Gabriella, Béatrice en Evelyne kunnen zijn. Heel zeker is dat niet. Wat wel vaststaat is dat ze alle drie blond zijn en hun haar in een paardenstaartje dragen. Ik blijf plaatsen inwinnen maar moet ook enkele snellere klimmers laten voorgaan. Een van hen ken ik, Jean-Yves Culot, teamgenoot van Pasquale. Vorig jaar heb ik hem net kunnen voorblijven in Momalle. Zou ik hem durven volgen? Zijn energieke tred maakt wel indruk. Ik besluit zeker niet in het rood te gaan maar blijf, min of meer ongewild, in zijn spoor. Na een vijftal kilometer krijg ik Bernard Marot in de smiezen. Bernard is nog niet zo lang opnieuw op gang na een lange revalidatie ten gevolge van een spierscheur. Na elke bocht kijk ik ook uit naar Luc Hilderson. Maar de kleine man uit Wonck is nergens te bespeuren. Benieuwd waar die is geëindigd. Een minuut voor me, zo blijkt. Sterk, Luc! Nog even herhalen voor de verstrooide lezer. We zijn bezig aan een klim van niet minder dan 2,7 km. Dat is de top-feature van deze loop. Deze klim hoort bij de “Jogging de la Fête de Tilff” zoals een krulstaartje bij een varken. Onnodig te vertellen dat ik op mijn nochtans pittige trainingsparcoursen nergens zo’n lange klim aantref. Ik zal het dus moeten doen met mijn basisklimconditie. De klim vertoont een grillig profiel: stroken rond de 5% worden afgewisseld met partijen rond de 10%. Het wegdek is op bepaalde plaatsen allerbelabberdst. Ik moet goed uitkijken waar ik mijn voeten zet achter de rug van Jean-Yves. Want de grijzende “Joggin’Attitude”-loper kan geen afstand nemen. Km 6 in 6’23”. De blauwe lucht komt weer te voorschijn. We naderen de top. Een bordje kondigt de laatste 300 meter aan. Dat geeft de klimmende burger moed. Maar de Ardense hellingen hebben een slecht karakter. De laatste hectometers blijken net de zwaarste te zijn. Ze doen zelfs Servais Halders pijn. Ik ben dan el een tijdje Richard Mathot voorbijgegaan. Ik merk hem voor het eerst op als ik een loper te voet de helling zie op sukkelen. Ik por mijn categoriegenoot nog tot lopen aan. “Geen probleem Willy” antwoordt de lange, smalle in het Nederlands. Hij maalt er niet om dat ik hem voorbij ga. En probeert ook niet aan te klampen. Maar het tweede deel van de loop is voornamelijk dalend. Ik verwacht hem dus nog terug in de kleine 7 km die nog resten na de top. Dat gebeurt echter niet, kan ik al verklappen. Ook voor Richard beginnen de jaren te wegen. Hij zegt het me nog eens met zoveel woorden na de finish.
Intussen ben ik nog altijd in het gezelschap van Jean-Yves. Nu en dan neem ik eens schuchter de leiding over, voornamelijk in enkele dalende passages. Na een kleine 7 km is het echter weer klimmen geblazen. We zien de met stenen bezaaide bosweg voor ons liggen. De lange helling heb ik goed verteerd maar deze klimmende strook van 200 meter is me te machtig. Jean-Yves lost me op zuivere kracht. We krijgen nog twee knikken te verwerken voor we aan km 4,8 het bos verlaten. Wie dat al zou willen, kan even van de zon genieten. We lopen langs de autoweg op een van de schaarse vlakke wegen. Dat levert mij alleszins geen winst op want ik moet enkele posities prijs geven. Daar komt de gladde grasstrook aan waarvoor gewaarschuwd is voor de start. Ik neem geen risico’s en dribbel met wijdbenige en voor de twee wandelaars die ons beneden gadeslaan wellicht lachwekkende bewegingen de steile helling af. Een kleinere man met een brede borstkas die ik daarnet heb ingehaald gaat mij en een collega hier voorbij. We zijn in het gehucht Cortil waar de asfaltweg verder de dieperik in duikt. De bovenbenen worden weer aangesproken, ditmaal om af te remmen. Als we de bebouwing verlaten, weer op het vlakke nu, komen we na een scherpe bocht naar links – “attention, ça glisse” (goed dat ik wat Frans ken of ik zou nog verongelukken in het Luikse) – op een zompige grasweg langs een maisveld. Een andere oranje loper stuift me weer voorbij. Bij de bevoorradingen verliest hij blijkbaar een aantal meters die hij dan met een fikse versnelling telkens weer goedmaakt. Ik heb de indruk dat een derde van de lopers die me hebben ingehaald vanaf de lange klim teamgenoten zijn van Patrick Philippe, oranjehemden dus.
Km 9,5. Voor me herken ik het graspad met bomen aan de rechter- en weiden aan de linkerzijde. Dit is het mooiste deel van het parcours. Ik loop alleen, voor me lopen de meeste collega’s ook afgescheiden. We maken hier een brede lus. Aan de bocht naar rechts zie ik links een groot gebouw. Dat moet ik even checken voor mijn verslag, bedenk ik. Het is de abdij van Brialmont en de mooie met bomen omzoonde weg verderop is de Drève de Brialmont die naar de abdij leidt. Tilff 1 Dat verklaart meteen de mooie omgeving. Wij lopen dus weg van de abdij, bezig met wereldse beslommeringen. Een goede uitslag behalen, een sterke tijd neerzetten. In het open veld probeer ik te achterhalen of ik nog bekenden zie voor me. Ik herken alleen het oranje shirt van Jean-Yves die nooit echt ver weg uit de buurt is geweest. Na 400 meter onder de open zonnige hemel krijgen we weer schaduw onder de bomen. Voor me loopt een duo. Ik meen in de grote man rechts Eric Martin te herkennen. De twee slaan een babbeltje en schijnen zich niet druk te maken over hun tijd. Ik weet pas in laatste instantie, bij het passeren, met zekerheid dat het ook echt Eric is. “Niet babbelen maar lopen” grap ik naar Eric. Als ik hem nu maar niet op verkeerde gedachten breng… We steken de rijweg over. Voor de derde keer onderweg houdt de politie het verkeer tegen. Wat een luxe! Ik neem door mijn eigen verstrooidheid met moeite een scherpe bocht naar rechts. Dan volgt een halve kilometer draaien en keren in een verkaveling. De accu’s van de seingevers lijken wel leeg te zijn na de passage van de de eerste honderd lopers. Hier en daar moet ik er een wakker schudden. Voor de laatste anderhalve kilometer worden we weer het bos ingestuurd. Ik hoor de speaker van jetje geven in het dal. De aankomst wenkt. Nog een stevige afdaling en we zijn er. Denk ik, tot ik een parcourswachter naar links zie wijzen. Verdomd, weeral bergop. 300 meter volgens mijn Garmin achteraf, op het ogenblik zelf lijkt het wel een kilometer. Ik hoor Eric Martin en zijn vriend luidkeels tateren. Het zou lullig zijn nu nog ingelopen te worden door Eric. Ik val net niet stil en behoud zelfs mijn plaatsje. Een streepje bergaf op het asfalt. Gelukkig is de seingever aan km 12,5 wel bij de les en stuurt hij me scherp rechts af of ik was aan de kerk van Tilff geëindigd. Ik zie plots de kans schoon om bij Jean-Yves te komen. Hij lijkt niet meer gemotiveerd om nog voluit te gaan. Of is de energietank leeg? Ik ga hem nog voor de laatste bocht voorbij. Wel verlies ik zelf nog twee plaatsen in de laatste meters op een grind-bosweg. Dat valt mee op een strook die ik gladder had ingeschat bij het inlopen. Het zit erop.
Ik slurp gulzig het sap van enkele appelsienpartjes op, terwijl ik op een geïmproviseerde bank – een dikke steen – van de inspanningen probeer te bekomen. Maar de zon brandt te fel op mijn kale schedel en ik keer terug naar de beschutting van het bos. Er komen tientallen lopers de helling in het bos afgestormd. Ik zie een jongere collega er nog een verwoede spurt uitpersen terwijl er geen tegenstander in zijn dichte buurt is. Grappig is de aankomst van een jogger met een hondje, genre Jack Russell. Het baasje laat de lijn los op honderd meter van de finish. Het beestje spurt met zijn korte pootjes naar voren en laat zijn meester een vijftigtal lengten (Jack Russellengten) achter zich. Ik loop toevallig de Voerense kompanen Servais Halders en Kris Pipeleers tegen het lijf. Over Servais dadelijk meer. Kris doet het hier in 57 minuten. Dat is, naar zijn zeggen, nog niet op zijn topniveau na een dubbele liesbreukoperatie. In de sporthal stoot ik op de fris gewassen Stijn Vanderbeuken. Voor zijn eerste loop in de Challenge van Luik van dit jaar versiert hij plaats 41, dat is net buiten de eerste 10% van de deelnemers. De man van Diets-Heur is sinds zijn eerste jaren in deze Challenge door het team Paluko uit Tongeren omgekneed tot een trainingsbeest. Jo Vrancken, het goudhaantje van de Zuid-Limburgse delegatie, haalt hier zijn zwakste uitslag van de laatste weken, … tweede. Christophe Mémurlin is de feestverstoorder. 25 seconden is het verschil tussen de twee. Tilff 2 Omdat jullie lezers blijven aandringen, enkele bedenkingen over mijn eigen optreden. Ik heb er vandaag het maximum uitgehaald, met zowel in de afdalingen als in het klimwerk een aanvaardbaar tempo. Op het vlakke, in het begin van de loop, is het verschil met mijn betere jaren ongetwijfeld het grootst. De kracht is uit mijn benen verdwenen. En de spierpijnen – of welke pijn of onaangenaam gevoel het ook is – remmen mij af ongeacht hoe het parcoursreliëf eruit ziet. Het negatief saldo ten opzichte van 2012 bedraagt liefst 8 minuten. Ter vergelijking – ik weet het, deze vergelijking doet niets terzake – Servais Halders levert op die jaren 2’30” in. En nauwelijks enkele plaatsen in de totaaluitslag. Alberto Canales, vandaag derde bij de veteranen 3, kan het maar niet vatten. “Servais, c’est un phénomène” troost ik Alberto. Ik voeg er langs mijn neus weg aan toe “we trainen wel eens samen”. Kwestie van mijn eigen PR te verzorgen.
De prijsuitreiking voor twee van mijn tafelgenoten laat even op zich wachten. En dus is het al over 14 uur als ik de feesttent in het Parc de Brunsode verlaat. Nog even een pain-saucisse halen. Maar na een kwartier aanschuiven moet ik en de andere wachtenden verderop in de rij vaststellen dat de lekkernijen (tijdelijk) zijn uitgeput. Ik wijk uit naar een “sandwich au fromage”. Op weg naar de auto valt mijn oog opnieuw op een huis met een gedurfde verbouwing. De bewoner is net cementzakjes aan het versjouwen. Hij blijkt ook de ontwerper te zijn. En zo eindigt mijn uitstap naar het Luikse met een sympathiek gesprek met een architect. De smalle weg tussen de parking aan de sporthal en het centrum is intussen vrij. Twee uur geleden stond hier een tiental autobestuurders nagelbijtend te wachten tot ze de weg op mochten waar op dat ogenblik de lopers aan hun laatste driehonderd meter bezig waren. Ook ADD-atlete Elke Hubrechts die dan al lang haar 6 km-wedstrijd achter de rug heeft moet boeten voor dit organisatiefoutje. Tilff baadt intussen onder een stralende zon. Dat belooft het beste voor Marie-Paule en Paula (van Willy Hertogen) in de Virga Jesse-ommegang in Hasselt na de middag.

( Foto 1 van de website: De abdij Notre Dame van Brialmont… zoals ik ze ook niet gezien heb. Foto 2, eigen foto: Dit zijn de mannen die mij op minuten hebben gelopen, de laureaten bij de veteranen 3. Van links naar rechts en van het laagste podiumtrapje naar het hoogste: Alberto Canales, Michel Bernard en Servais Halders.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kermisloop Waterschei

ma 07/08/2017 16u * Kermisloop Waterschei * 10 km * 00:48:29 * 12,3 * 9/21 * ==/== * ♥♥♥

Ik droom er al jaren van eens bij de eerste tien te eindigen in een loopwedstrijd. Vandaag is het me gelukt. Hoe ik dat heb gelapt? Je leest het in dit verslag… of je hebt het al begrepen uit de cijfergegevens hierboven.
We zijn in het seizoen van de maandagse kermiswedstrijden. Ik trek met Jean-Pierre Immerix naar een voor mij zo goed als onbekende organisatie in Genk. Jean-Pierre loodst me naar het parcours ergens tussen de E314 en de Stalenstraat. In de Herenstraat wordt daar al voor de 61ste keer een kermis gehouden. Vier dagen liefst, zoals in Cornesse waar ik precies een maand geleden te gast was. We vinden een schaduwrijk parkeerplaatsje langs een haag. Die haag zal na de wedstrijd nog van pas komen als douchescherm. Reguliere douches zijn er niet, Jean-Pierre doet het met een jerrycan water en een waskommetje. Het is voorlopig stil rond de kermiskramen. De geluidsboxen zwijgen nog. Ze zien ons graag komen aan de inschrijvingstafel, veel deelnemers zijn er niet. Echt veel reclame wordt er niet gemaakt voor deze kermisloop. En de beroepsactieve medemens lokken voor een wedstrijd op een maandagmiddag heeft veel van een gok.

Lees verder →

Het wordt dus weer een loop in rondjes: 5 maal een lus van 2000 meter. Ik zal de tel goed moeten bijhouden. We lopen door een groene woonwijk. Dat komt ons vandaag goed uit want het is na de middag rond de 25 graden. Het bos biedt ons beschutting over de helft van de ronde. Uiteindelijk staan we met 21 aan de start, waaronder twee dames. Het leeftijdsgemiddelde ligt vrij hoog met twee zeventigers en enkele rijpere zestigers. Dat zijn niet toevallig allemaal bekenden. Weinig vertrekkers dus, maar wel borstnummers met chip en een heus revolverschot als vertreksein. Waterschei 1 Ik lijk wel stil te staan in de de eerste meters, zo snel schieten de beteren vooruit. Ik neem de eerste bocht net achter Jean-Pierre. Die wipt zijn linkerknie plots omhoog in wat een balletbeweging lijkt te zijn. De werkelijkheid is heel wat minder artistiek. “Er versprong plots iets in mijn knie”, vertelt Jean-Pierre me achteraf. Het ongemak duurt maar een fractie van een seconde en zal de Veltwezeltenaar gelukkig niet meer hinderen in het verdere verloop van de wedstrijd. Na nauwelijks 200 meter is het pelotonnetje al in tweeën gebroken en gaapt er al een kloof van een dertigtal meter tussen de twee groepen. Ik loop aan de leiding van groep 2, naast de dame in het geel. Maar Miet Vanherck zal snel verachteren en ik leg de eerst kilometer af in het gezelschap van Jean-Pierre en Laurent Wijnants. Mijn leeftijdsgenoot uit Zutendaal draait soepel rond. Flink op dreef door zijn trainingen voor de marathon van Keulen, bedenk ik. Maar op het einde van de eerste ronde moet hij inbinden. Ik beëindig die ronde met een lichte voorsprong op Jean-Pierre. De hoop dat ik hier plaatsen kan winnen heb ik al opgeborgen, de loper voor me is slechts een klein stipje. Nu afwachten of ik zelf niet word ingehaald door opkomend geweld. In de tweede ronde is het zover. Jo Grondelaers gaat me voorbij en neemt snel een twintigtal meter voorsprong. Een voetballer, zo denk ik af te leiden uit zijn tenue. En een plaatselijke vedette te oordelen naar de groep fans die zich in een van de bochten hebben opgesteld en die hun favoriet bijstaan met aanmoedigingen en een drinkbus. Ikzelf heb intussen vanaf de start met pijnlijke benen af te rekenen. Dat wordt een “twee hartjes”- wedstrijd, is mijn tussentijdse balans. We passeren weer voorbij de finish onder de tent. Het rechte stuk naar de aankomsttent heeft me blijkbaar goed gedaan want plots voelen mijn benen soepeler aan. Ik kan het tempo wat opdrijven en merk dat Jo wat van zijn voorsprong moet inboeten. Hijzelf is ook fel genaderd op de laatste man van de eerste groep. Die is duidelijk door zijn beste krachten heen. Ik kan twee vliegen in een klap slaan. In de smalle en hobbelige passage door het bos kom ik in het spoor van de twee en op het fietspad van de Herenstraat ga ik voorbij. Pieter Janssen is de man in het grijs die in het begin met de eerste groep is meegegaan. Voor hem komt het nu aan op uitlopen. Ook Jo Grondelaers haakt snel af en dus passeer ik alleen de aankomstlijn waar de speaker intussen mijn naam gevonden heeft op de korte deelnemerslijst. Ik neem een koele slok van het bekertje aan de drankpost en kieper de rest over mijn hoofd uit. Dank aan de twee meisjes aan de “toog” die voor fris water zorgen. Daar kunnen grotere organisaties nog een puntje aan zuigen. Overigens heb ik weinig last van de temperatuur. Alleen bij het begin van de Herenstraat durft de zon mij lastigvallen.
Voor de derde keer de lichte afdaling in de Nieuwdorpstraat. Enkele mensen volgen de loop in hun luie zetel voor hun huis. Ongeveer halverwege rechts is er heel wat animo. Een achttal toeschouwers, voorzien van de nodige drank, en vooral een mevrouw die alle deelnemers zonder uitzondering aanmoedigt. Ze deelt natte doeken uit aan wie zijn hoofd, nek of andere lichaamsdelen wil verfrissen. Van de natte doeken heb ik geen gebruik gemaakt maar haar enthousiasme geeft me wel een mentale boost. Ik voel me gewoontegetrouw prettiger op het asfalt. Het tempo wordt telkens gebroken door de onverharde stroken, vooral de driehonderd meter in het bos. Tel daar nog enkele scherpe bochten bij die mijn stramme benen zwaar op de proef stellen en ik weet dat ik hier geen 13 km gemiddelde zal halen. Verre van. In elk geval ben ik bezig mijn derde hartje te verdienen.
Ik loop nu afgescheiden zoals waarschijnlijk alle deelnemers. Dat is een voordeel op een hobbelige grasstrook na 800 meter. De 250 meter vormen een zware belasting voor de enkels. Het is ook opletten om juist uit te komen op drie dikke boomwortels en hier en daar een putje op tijd te zien. Ik zie dat Jef Herbots niet ver voor me loopt, weliswaar met een ronde achterstand. Dat wordt dan mijn uitdaging voor de 3 kilometer die nog resten. Jef dubbelen en maar hopen dat ik zelf uit de greep blijf van de eersten. Jef is er 76 en loopt volgend weekend op het racecircuit van Francorchamps. Een mens moet doelen blijven hebben in zijn leven. Aan de beek vang ik ook twee keer een glimp op van een andere zeventiger, Pierre Hulsmans. Die doet binnenkort dan weer mee aan het wereldkampioenschap vijfkamp. Aan de botsauto’s hebben ze intussen de decibels opgeschroefd.
Einde van de vierde ronde. Er ontstaat beroering in het publiek onder de tent. Een fotograaf grijpt naar zijn toestel. Een ogenblik mag ik de illusie hebben dat mijn doortocht die opwinding heeft teweeg gebracht. Dan hoor ik de speaker de winnaar aankondigen: Wouter Simons, die daarnet trouwens ook al de vijf kilometer op zijn naam heeft geschreven. Een ronde voorsprong voor de jonge Genkenaar, maar hij heeft me toch niet te pakken gekregen. Ook een pluspuntje. Wouter en zijn snelle kompanen mogen rusten, ik heb nog een ronde voor de boeg. Ik kom weer voorbij Els. Dat is de dame met de natte doeken. Hoe ik haar naam ken? Dat lees je hier wat verder. Waterschei 2 Net daar haal ik Jef in. Die gooit een doek in zijn nek voor de volgende ronde. “Ik geef hem volgende ronde af”, zegt hij tegen de verzorgster. Een driehonderd meter verder krijg ik ook de voorlaatste man, Youssef Joumani, te pakken. Na een scherpe bocht naar rechts komen we weer op de moeilijkste strook van het parcours, het graspad langs de beek. Aan de overkant van de beek heb je dan een goed zicht op de achtervolgers. Ik zie dat de eerste man in de wedstrijd op komst is. Als die me maar niet voorbij wil of moet op het kronkelige bospad dadelijk. Aan de overkant van de beek zie ik de loper in zevende positie, Fabio Mercurio, op dezelfde plaats als in de vorige ronde. We lopen nu met hetzelfde ritme. Maar het voordeel dat hij heeft gehaald uit zijn snelle start zal hij niet meer afgeven. De drie laatste ronden leg ik trouwens in krek dezelfde tijd af. Ik heb in deze vierde ronde wat ingewonnen op de nummer acht in blauw shirt. Hij heeft maar een “brugje” voorsprong meer aan de beek. Maar net als ik de laatste meters wil dichtlopen pakt hij uit met een versnelling en word ik weer op mijn plaats gezet. Dat is de negende, voor zover nog niet duidelijk.
Ik blijf onder de vijftig minuten en haal mijn bescheiden doelstelling. Ik wissel nog enkele woorden met Frank Theunissen, de man in het blauw die een vijftiental seconden voor me is gefinisht. “Wat te snel vertrokken”, is het commentaar van Frank. Ik wandel uit naar de Nieuwdorpstraat. Ik wil daar vragen naar de voornaam van de enthousiaste supporteres. Kwestie van een nauwkeurig verslag af te leveren. Enfin, ik geraak in gesprek met Els, Gaby en een jonge zwemmer. Meer nog, ze bieden me zelfs nog een pintje aan. Leuke mensen daar in Waterschei. Ik moet nu snel terug naar de auto. Jean-Pierre wacht op me. Dadelijk denkt hij nog dat ik verdwaald ben. Maar hij ging ervan uit dat ik nog even aan het uitlopen was. Zo’n fanatiekeling ben ik nu ook weer niet, Jean-Pierre.
Na een kattenwasje keren we terug naar de kermis. Jean-Pierre groet nog een aantal bekenden. Na 1300 wedstrijden kennen ze je uiteraard in de Limburgse loopwedstrijden. We drinken nog een Cristalleke en verlaten de kermis die nu al aardig begint vol te lopen. We wensen elkaar succes voor volgende zondag. Dan hebben we een gescheiden programma.

(Foto’s van peterkepompier. Foto 1: Start tussen Jean-Pierre in het groen en Laurent in het oranje. Foto 2: Doortocht aan de streep.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien)

don 20/07/2017 19.30u * Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien) * 10,47 km * 00:52:00 * 12 * 88/224 * 5/16 * ♥♥♥♥

Hermalle (“onder Hoei”, zoals de officiële naam luidt maar wel behorend bij Engis) is bekend terrein voor Condruzien-lopers. Hier worden jaarlijks twee wedstrijden georganiseerd. Op de vooravond van de nationale feestdag, vandaar de ongewone donderdag, is er de corrida. Vier rondjes door het dorp. En niet drie zoals collega-veteraan 3 Michel Lannoy dacht. Hij plaatst zijn versnelling te vroeg maar houdt nog een ruime marge over op zijn dichtste concurrent… euh, dat ben ik. De steile Maasoever zal vanavond de scherprechter zijn. Gelukkig moeten we niet helemaal naar boven en is het parcours zo uitgetekend dat de hellingen telkens even onderbroken worden door een vlakke of alleszins vlakkere strook. Ik ben naar de Condroz afgereisd in het gezelschap van Marie-Paule en van een jonge loper uit Heukelom, Wesley Serrano. Mijn achterbuur en loopmaatje bij de Mergellopers wilde wel eens proeven van de Luikse challenges.

Lees verder →

Samen met Bert Ernest van Herderen op de 5 km is Riemst met drie lopers vertegenwoordigd in de Maasvallei. Wesley schrikt wel terug van mijn plan om de hele ronde te verkennen en spaart zijn energie op tot half acht als het gezamenlijke peloton van de 5 en 10 km van start gaat.
We vertrekken vrij achterin het pak maar zodra we de kermiszone zijn gepasseerd, na 200 meter, kunnen we de tragere lopers voor ons voorbij. Hermalle 1 Hier begint meteen ook de eerste klim. Ik probeer het blauwe shirt van Wesley niet uit het oog te verliezen. In de nog dichte sliert hoor ik een collega zeggen “Attention les cuisses” , let op voor je kuiten. Wil hij ons waarschuwen voor deze kuitenbijter in het begin van de loop? Toch niet, het is een grapje over een loper achter ons die met zijn hond op pad is. Hond en baasje gaan me voorbij. Ik zal ze de hele wedstrijd niet meer zien. Uiteindelijk zijn ze toch maar een half minuutje sneller.
Ik ben benieuwd hoe een nieuwkomer als Wesley een sterk heuvelachtig parcours als dit zal aanpakken. Zal hij met jeugdige onbezonnenheid de hellingen opstormen of zich als een steen naar beneden laten vallen op de steile afdalingen? Noch het een, noch het ander. Na de eerste ronde zijn we nog samen. Ik informeer even naar het gevoel. “Het klimmen gaat me goed af, de afdalingen doen meer pijn” is de balans na 2,5 km. Ikzelf ben met redelijke benen de eerste heuvelronde doorgekomen en vind de afdalingen wel lekker om diezelfde benen te ontspannen. In het park aan het eind van de eerste ronde verlies ik plots voeling met mijn jonge clubmaat. Mijn stramme spieren en matig zicht in het bos kosten me een twintigtal meter.
In het begin van de tweede ronde krijg ik de rode shirts van drie Seraingrunners in het vizier. In de tussentijdse afdaling ga ik voorbij Noël Heptia. Die vertelt me na afloop dat hij niet meer op herstel hoopt voor zijn rechterknie. Het kraakbeen brokkelt langzaam af. Op de klim van de Rue de Wérihet – die we een dikke kilometer verder ook als afdaling nemen – haal ik Michel in. Dat achtervolgingswerk heeft me ook weer in het spoor van Wesley gebracht. In het park herhaalt zich het scenario van de eerste ronde. Veel tijd om daar rond te kijken heb ik niet. Ik heb het kasteel ook niet opgemerkt dat rechts van ons ligt. Dit bosje is dus het park van het kasteel van Hermalle waarover Marie-Paule heel wat interessants te vertellen heeft. Iedereen zijn specialiteit. Twee snelle, wat zeg ik ultrasnelle lopers, flitsen ons voorbij. Dat moeten de eersten zijn van de 5km-loop.
We beginnen aan de derde ronde tussen de kermiskraampjes. De geur van frieten prikkelt mijn neus. Die verleiding zullen we nog twee ronden moeten weerstaan. Dat betekent met mijn tempo nog een vijfentwintig minuten. Chronorace, de tijdsopnemer, heeft de rondetijden netjes voor ons genoteerd. De derde ronde blijkt de langzaamste zijn met nauwelijks 7 tellen verschil met de drie andere in 12’40”. De twee percent stijgingsgraad van de N644 waarlangs we het centrum verlaten ligt me blijkbaar goed want ik klim hier gemakkelijker dan de collega’s in mijn buurt. Ik passeer veteraan 3 Lucien Collard. De leraar L.O. liep al geruime tijd met een kleine voorsprong voor mij uit en is blijkbaar rustig gestart. Het is in elk geval de eerste keer dit jaar dat ik hem kan bijbenen. Hermalle 2 Maar misschien had ik dat beter niet gedaan want in de volgende 500 meter trekt hij het tempo op en ben ik weer op achtervolgen aangewezen. “Hij valt terug in de beklimmingen” geeft Wesley me moed. Mijn achterbuur van de Heukelommerweg houdt de bewegingen in het peloton goed in de gaten. Zijn voorspelling klopt nog ook en in de volgende stijgende strook moet Lucien afhaken. We zitten nu in de bochtenzone waar de lopers uit alle richtingen lijken te komen. Hier heeft zich een bandje geposteerd dat tot genoegen van uw dienaar rock uit de oude doos ten beste geeft. Aan de Square Nelson Mandela bij een grote boom met bank begint de zwaarste strook van de beklimming. Dat is althans mijn gevoel. En dat gevoel wordt bevestigd door de gegevens van Garmin. Het bandje speelt een oude Franse “tube”, een hit. “Tchin, tchin” (Van Richard Anthony, uit 1963. Dit blog ademt nostalgie uit.) Het is hier harken in de derde en vierde ronde. Maar ik moet niet echt over mijn toeren gaan om toch een zweem van snelheid te behouden. Na een korte licht dalende grasstrook is het dan opnieuw klauteren, weliswaar met mildere percentages. We kunnen weer even herstellen op een smal en hobbelig pad tussen de bomen. Dan de steile maar korte duik naar een dicht bebouwde woonstraat. Hier links staat de zwarte dame die met stijlrijke lichaamsbewegingen haar enthousiasme de vrije loop laat. Op de relatief vlakke Rue Lambert Lepage probeer ik te naderen op Anne Kerens enkele plaatsen voor me. Ik zal uiteindelijk bijna een ronde nodig hebben voor ik echt voorbij ben. Marcel Baeckelandt haal ik sneller in. Hij lijkt niet echt vol te gaan in zijn blitse witte triatlonuitrusting. Nochtans loopt hij hier een thuiswedstrijd. Dan het tweede gedeelte van de afdaling. We worden opgezweept door de muziek van de jongens hogerop die hier blijkbaar een klankkast hebben geïnstalleerd. We jassen door op een wegdek dat dringend een opknapbeurt nodig heeft. Door een scherpe bocht naar links langs de drankpost en weer het park in. Het bospad wordt op het einde wel breder maar dan zijn er weer enkele modderplekken, verhakkelde stenen en een lichte maar irritante stijging die mij afremmen. De winnaar Gudisa Fita zoeft me voorbij. De eerste van onze wedstrijd is tenminste makkelijk te herkennen. Even later is de tweede al daar, Arnaud Dely. Te midden van dit jonge geweld houdt de plaatselijke vedette Freddy Loncar, intussen 45, uitstekend stand. Hij eindigt als vierde.
De laatste ronde komt eraan. Ik twijfel gewoontegetrouw aan het aantal ronden maar een blik op mijn Garmin (7,5 km) stelt me gerust. Het beeld van die laatste ronde wijzigt niet. Het ziet ernaar uit dat de twee van Heukelom de hele wedstrijd samen zullen hebben geleden en/of genoten. Ik kom op eigen tempo terug na de passage door het bos. En geef dan meestal de toon aan in de eerste hellingen. Ik begin ook als eerste aan de zwaarste brok naar het alleenstaande huis op de helling. Maar Wesley kruipt toch weer naar me toe. We draaien een laatste keer het paadje in langs de verwaarloosde groententuin van het huis. Wesley leidt op de tweede helling. Hoe ik het klaarspeel weet ik niet maar in de afdaling en op het vlakke neem ik een kleine voorsprong op mijn jonge kompaan. Ik krik het tempo nog even op in de hoop Anne Kerens op afstand te houden. We lopen nu met zijn beiden afgescheiden. Ik bereid me voor op de laatste kilometer… en op wat me te wachten staat in het bos. Door het centrum van Hermalle waar de politie waakt en ik aanmoedigingen krijg van Marc Tutelaire in burgertenue (zomerse variant). Hermalle 3 Ik blijf het tempo aangeven tot aan de bevoorrading maar geef Wesley teken om als eerste het bos in te duiken. Ik zal er sowieso terrein moeten prijsgeven. Wesley verslikt zich nog in zijn laatste bekertje water. Met enig gekuch gaat hij me voorbij en dartelt in de volgende 300 meter nog 10 seconden van we weg. Ik ben verbaasd als ik hem naar links zie afdraaien. De boog stond nochtans rechts. Ik stuif door de bocht tot de omstaanders mij duidelijk maken dat ik al over de streep ben. Geen streep gezien. De groene boog van de Mutualité Chrétienne merk ik pas op aan de drankentafel dertig meter verder. Voor we naar de douches trekken, wisselen we de eerste indrukken uit. Allebei tevreden over onze wedstrijd. Lucien Collard loopt ook binnen. “Mal aux fesses”, pijn aan mijn billen, voegt de Luikenaar nog toe aan zijn felicitaties. Langs ons bekomt Michel Mancini van de inspanningen. Hij heeft vanavond zijn hele familie meegebracht.
In de kleedkamer wijzen Bert en ik onze gemeentegenoot Wesley erop dat hij nu niet overal in de Condruzien zo’n comfortabele infrastructuur mag verwachten als in Hermalle. We zoeken Marie-Paule op in een van de feesttenten. Je geraakt overigens zo maar niet binnen in de afgesloten ruimte van het Fête d’Hermalle. Als lopers krijgen we een zwart polsbandje waarmee we ons in het feestgewoel mogen storten. Het gewoel zal voor anderen en voor later zijn. Ik zit aan de tafel bij José Lemos-Cruz. Van hem krijg ik uitleg over de naamgeving in Portugal… en zijn tactische afspraken met Dominique Mathy. Dominique, die als veteraan 3 er zelfs zijn jongeren collega’s v1 en v2 durft opleggen, concentreert zich op de Challenge Delhalle en laat de Challenge condruzien aan zijn trainingsmaatje José. Maar vanavond blijven Paul Rihon en Michel Bertrand hem voor. “De vakantie heeft me geen goed gedaan” pruilt de kleine uit Clavier, terwijl hij een veelbetekenend gebaar maakt naar zijn rond buikje. In het ruime aanbod aan hapjes kiezen we voor de pizza. Marie-Paule heeft zo te horen van al het lekkers geproefd dat hier in Hermalle te krijgen is. Ik bespaar u de details. De kermisstraat is al volgelopen als we Hermalle verlaten. Heukelom slaapt (of doet alsof) als we weer thuis zijn. We leveren Wesley af bij vrouw en kindjes. Ik heb het gevoel dat we nog samen naar Wallonië zullen trekken.

(Foto 1 van Marie-Paule: Twee Mergellopers in de Condruzien. Foto 2 en 3 van Carine Heyne. Foto 2: José Lemos-Cruz in actie. Foto 3: Gepijnigd door de inspanning.)

← Toon minder

2 reacties op “Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien)”

  1. Wesley S schreef:

    Mooi verslag Willy, volgens u was dit geen echt condruzien parcours dus moet wel nog eens met u naar Wallonië trekken. In de tussentijd moet ik wel wat oefenen op bergaf lopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *