Montzen (Challenge L’Avenir)

zon 22/04/2018 11u * Montzen (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:43:07 * 11,5 * 131/289 * 1/3 * ♥♥♥

Ik grijp dit weekend de kans om de naam Montzen op mijn to-dolijst van de eindeloze reeks wedstrijden in de Challenge L’Avenir te schrappen. Het frisse groen van de wilgen en het roze van de Japanse kerselaars op het fraaie dorpsplein vormen het kleurrijke decor van de aankomstplaats in de deelgemeente van Blieberg of Plombières, niet ver van Aken. Het was opletten op de eerste letter van de naam, daarnet met de auto. Linksaf was Montzen, rechtsaf Lontzen. Ik ben vandaag alleen op stap maar stoot al snel op bekenden als Jean-Louis Voss, Louis Schmetz en Harry Hamers. En ik maak eindelijk kennis met Paul Vandeberg, 75 en al jaren actief in deze regio en zelfs nog op nationaal niveau op de baan. De naam ken ik al jaren maar ik moet tot in Montzen wachten eer ik de kleine, pezige man uit Thimister persoonlijk ontmoet. Wie hem zoekt, gaat trouwens het best eerst kijken op de piste van Bielmont in Verviers.
Ik heb uiteindelijk vijf aanspreekpunten nodig om te weten te komen hoe de laatste honderden meters verlopen en in welke richting we onder de aankomstboog zullen doorlopen. De laatste helling heb ik net verkend, ik heb dan nog de illusie dat ik in de wedstrijd wel wat sneller zal klimmen. Het heeft nog wat voeten in de aarde eer de start wordt gegeven. We staan eerst “politiquement correct” (zoals veteraan 3 Roger Carl zegt) achter de dranghekken, dan beweegt de meute zich naar voor om uiteindelijk toch weer achter de afsluiting te worden teruggestuurd. Montzen 1 Het is wachten tot de weg vrij is voor een tiental gehandicapten in duwwagentjes voor hun sportieve zondagochtend. Zij worden onder applaus eerst op pad gestuurd. We zullen hen in de volgende kilometers voorbijgaan terwijl de moedige begeleiders zich in het zweet lopen en duwen.
Na 800 meter verlaten we de bebouwing – we hebben dan al een stukje vals plat achter de rug – en lopen nog even op het vlakke tussen de weiden. Bij een flauwe bocht aan km 1,3 loopt de nu smallere asfaltweg al op. De benen voelen niet echt fris aan maar ik maak me wijs dat ik nog niet goed ben ingelopen. Niettemin boek ik plaatswinst tussen de eerste rijen supporters die ons hier opwachten. Na een scherpe bocht na 2 km worden we beloond met een afdaling, van enkele kilometers volgens de beschrijving van Alberto Canales, de latere winnaar bij de veteranen 3. Hier moet het gebeuren als ik het gemiddelde wil opschroeven. Maar hoe ik me ook inspan, ik heb de indruk dat de benen niet vooruit willen. De warmte is wel te verdragen – hoewel ik lichtere sokken had moeten aantrekken – maar de plotse temperatuurstijging van de voorbije dagen maakt het er ook niet gemakkelijker op. Ik heb de grootste moeite om een dame en een jongeman te volgen. Ik blijf op een aantal meters hangen maar word evenmin definitief gelost. De tweede wedstrijdhelft zal uitsluitsel brengen. We komen weer tussen de huizen, opnieuw in Montzen maar nu een vierhonderdtal meter van de start. De deelnemers aan de korte loop slaan linksaf. Een officieel spandoek kondigt de splitsing aan. Grappig voor wie weet waar naartoe is dat een supporter zich net voor de rechterpijl heeft neergehurkt en de informatie van de organisatie gedeeltelijk verbergt. We draaien onder een viaduct door en na een korte klim, waar ik een nieuwe poging onderneem om wat dichter te komen bij mijn twee toevallige hazen, is het opnieuw lichtjes dalen. Ditmaal op een mooi, onverhard en lommerrijk pad. Mede dank zij Alberto herken ik de “lijn 38”. Lezers van dit verslag uit 2016 weten wat ik bedoel. Het blijft wroeten en wringen. Mijn benen blijven zich verzetten tegen elke vorm van soepelheid. Intussen zijn we toch al halfweg, de enige troost. We verlaten het pad voor een nieuwe helling. Op het asfalt ben ik zelfs voorbij mijn twee mikpunten gegaan. Ik klauter naar boven naast een veteraan 3 die hijgt “Die zat er vorig jaar niet in”. De nieuwe helling is duidelijk niet naar zijn zin. In elk geval, het parcours is gewijzigd maar aangezien het mijn eerste deelname is laat die wetenschap me koud.
Aan km 5,2 draaien we een bos in. Smal, steil en bezaaid met boomwortels. Dit gaat mijn krachten te boven. Ik schakel meteen op wandelmodus over, zoals overigens ook Jean-Pierre Jans. Die naam vind ik terug in de uitslag. Ik herken hem nochtans niet meer van de halve marathon op de Ravel twee jaar geleden waar we samen kilometers onderweg zijn geweest. Te lezen in hetzelfde verslag waarover ik het daarnet had. De dame in mijn gezelschap en enkele achtervolgers laten me nu definitief achter. Na 250 meter trek ik me weer op gang en por Jean-Pierre aan om mijn voorbeeld te volgen. Hij doet dat met enige vertraging en verliest meteen een vijftiental meter. Dit is best een leuk rondje, smal maar zonder valkuilen, ook niet in een technische afdaling die we voor de voeten krijgen. De organisatoren zijn zelfs zo vriendelijk geweest een korte modderstrook met stro te bedekken om ons natte voeten en vuile schoenen te besparen. Een nieuw steil knikje dwingt me opnieuw tot stapvoets verkeer. Nu moedigt Jean-Pierre me aan om niet te lang te lanterfanten. Boven schakel ik opnieuw op een hoger tempo over en laat ik hem weer achter. Km 6,2: dit is precies weer de Ravel maar dan nu in westelijke richting, zoals hij gelopen wordt in de Tectonic. Na een bocht naar rechts, even voor km 7, worden we weer op een afdaling getrakteerd maar de vreugde wordt getemperd door het vooruitzicht van de laatste en felle klim naar het dorp. Tijdens het inlopen heb ik die helling voor mezelf ingedeeld in drie stukken. Dat helpt misschien om hem makkelijker te bedwingen. Ijdele hoop, op het steilste deel is het weer stappen. Ik ben wel lopend voorbij het kapelletje van de martelaar, Sint Johannes Nepomucenus, gesukkeld. De naam heb ik onthouden van de verkenning. Montzen 2 Ik ben mezelf misschien ook aan het martelen. Een heilige ben ik dan weer niet. Twee aînées 1, Caroline en Sophie, trippelen mij voorbij. Dat moet ik toch ook nog kunnen, probeer ik mij op te peppen, maar tevergeefs. Op de resterende kilometer is het overleven, op het vlakke, het vals plat en in de laatste licht dalende meters. De dj die me daarstraks al op de heupen werkte met zijn loeiharde muziek slingert nu wat platitudes de lucht in. Hij zou beter mijn finish aankondigen of tenminste die van Magali, ook een aînée 1 die mij in de laatste bocht te grazen neemt. Mijn tijd verschilt uiteindelijk nauwelijks van die van vorige week in Bruyères. Het wandeltempo op de steile stukken heeft het gemiddelde wel geen goed gedaan. Of het voldoende geweest zou zijn om Roger Dosseray – met vakantie – te kloppen, ik heb er sterke twijfels over. Zonder zijn tegenstand valt de eerste plaats me zomaar in de schoot. De hitte heeft ook zijn sporen nagelaten op de finishers die zich laven aan drank en sinaasappelen. Hildegard Depreitere, aînée 3, staat wat verder te puffen van de warmte en de inspanning. Haar echtgenoot en vaste begeleider wil weten waar Jo Vrancken uithangt. “Ik zie hem niet meer in de Challenge van Luik.” Misschien bieden de korte Avenir-omlopen een nieuwe uitdaging: vandaag 3 hellingen op nauwelijks 8,5 km in een schitterende omgeving. Aanbevolen voor wie nog de kracht van de jeugd heeft.
De podiumceremonie verloopt hier net dat tikkeltje anders. De eersten van alle categorieën worden samen op het podium geroepen. Ik sta dus tussen de jongeren te pronken. Helaas heeft de door mij op goed geluk ingehuurde fotograaf geen vaste hand en moet ik de onscherpe foto in de archieven laten. De rode doos die we in de hand hebben en die jullie dus niet zien bevat een hele mooie prijs. Wie die prijs wil zien en vooral proeven is hierbij uitgenodigd in Heukelom. Wacht echter niet te lang…

(Eigen foto’s. Foto 1: Aankomst op het mooie dorpsplein van Montzen. Foto 2: Het podium voor plaats 2. In het midden met groene broek, Paul Vandeberg, veteranen 4.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bruyères (Challenge L’Avenir)

vri 13/04/2018 19.15u * Bruyères (Challenge L’Avenir) * 8,5 km * 00:43:26 * 11,8 * 199/455 * 2/6 * ♥♥♥

Door het virus dat mij meer dan een week in zijn/haar greep hield, heb ik mijn wedstrijdplanning moeten aanpassen. Maar “elk nadeel heb zijn voordeel” en zo ben ik na zes jaar nog eens in Bruyères, in het hart van het Land van Herve. Het mooie parcours is me altijd bijgebleven. Ik herinnerde me vaag dat ik die wedstrijd toen ook na een onderbreking had gekozen. Het verslag van 2012 leert me nog meer. Dat ik toen ook, net als nu, een pijnlijke keelontsteking had verwerkt. Blijkbaar is mijn gestel in de maand maart gevoelig voor aanvallen van het kleine gespuis. Hoe dan ook, de gedwongen pauze heeft een verwoestend effect gehad op mijn benen. De ergste verzuring heb ik er met enkele korte en trage loopjes uitgezuiverd. Maar het blijft gokken hoe het organisme zal reageren in wedstrijdomstandigheden.
“Daar is hij eindelijk” is mijn reactie als ik een minuutje voor de start Roger Dosseray enkele rijen voor me zie. Hij was al opgemerkt door twee ooggetuigen, Nicolas Bynens en Marie-Paule, voor mij bleef hij onvindbaar tijdens de opwarming. Ik heb voor alle zekerheid de laatste kilometer verkend. Een sprint met Roger is nooit uitgesloten. Bruyères 1 Uit de parcoursbeschrijving onthou ik vooral dat er ons enkele lange klimmen en afdalingen te wachten staan. Als welkomstgeschenk krijgen we een afdaling van 800 meter naar de Trou du Chat. Ik ben gestart als een raket. Deze beeldspraak doelt dan vooral op het gevoel. Op filmbeelden van Marie-Paule lijkt het eerder een gezapig galopje. Met mijn felle start hoop ik het gevoel van sufheid dat vanavond over me hangt weg te vegen. En hoop ik in de buurt van Roger te blijven. Van wie ik dan weer de indruk heb dat hij een langzame aanloop neemt. In het gewoel voor me herken ik Béatrice Kevelaer. Ze zal dadelijk afstand nemen. Voorbij het kattengat worden we linksaf gestuurd. Weldra begint de eerste klim. Ik nader op Roger. Boven op de Rue du Château loop ik haast in zijn spoor. Alsof het parcours zo nog niet moeilijk genoeg is, duwt een jonge lopende vader een wandelwagen voort. Onder een plasticzeiltje zitten twee kinderen tegen elkaar aangedrukt. Die vader heeft trouwens nog grotere plannen. Over enkele weken wil hij op die manier een marathon afleggen. Hij bereidt zijn ukjes alvast voor op een tocht van 3u30′. In de afdaling stormt hij mij weer voorbij. Later dwingt de route hem wel tot een rustiger tempo.
Mijn fans die nu verwachten dat ik Roger in de afdaling met een verschroeiende versnelling ga achterlaten, moet ik helaas ontgoochelen. Ik verlies weer alle terrein dat ik daarnet met moeite op de klim heb goedgemaakt. De weg gaat steil naar beneden, de harde klappen op het asfalt pijnigen een onwillige spier in het onderbeen. Na enkele meters op het vlakke worden de benen opnieuw door elkaar geschud op de graszoden van een weide. De boer (?) slaat onze doortocht gade vanachter een houten afsluiting. Na 3,5 km kondigt zich de tweede beklimming aan. 1,8 kilometer met een overloop na twee derden. Ik knabbel wat van mijn achterstand af en blijf Roger op “inhaalbare” afstand houden. Eric Joway geeft er even verder de brui aan. Achteraf zie ik dat hij zijn beste krachten spaart voor de 15km-loop in Glons zaterdag. Ik heb wel zin in een slokje bij de bevoorrading maar durf niet nog meer terrein verliezen en ga dan maar met droge tong door. Op het einde van de helling komen we tussen de huizen, een woonstraat van Grand-Rechain. Hier op het plateau kunnen we even genieten van een vlak stuk, in deze contreien even zeldzaam als water in de woestijn. De asfaltwegen slingeren zich verder tussen de weiden. We lopen van boerderij naar boerderij. Waar het parcours bereikbaar is met de auto troepen fans samen om hun favorieten aan te moedigen. Bruyères 2 De lange hellingen zijn achter de rug, nu worden we over korte maar nijdige bultjes gestuurd. Roger toont geen enkel teken van verzwakking. Ook al loopt hij zonder druk – hij weet immers niet dat ik achter hem volg – blijft hij stevig doorjassen. Ik ben redelijk voorin gestart maar word nu overrompeld door hele trossen opkomende lopers.
Vanaf km 7 gaat het voornamelijk bergafwaarts. Wie nog jus in te benen heeft kan hier nog een versnelling plaatsen. Die zit er voor mij niet in. Het mooie parcours is ongenadig voor wie, zoals ik vandaag, kracht ontbeert in lijf en leden. Roger neemt nog meer voorsprong. Hij is nu zelfs uit mijn gezichtsveld verdwenen. Er snellen mij nog meer lopers vanuit de achtergrond voorbij. Aan km 7,5 steken we de rijweg naar Manaihant over. Dat is een van de dorpjes rond Herve. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Maar voor wie zelf eens een rondje wil proberen hier, in plaats van met een borrelnootje en een drankje het verslag te lezen van een ander, in al die dorpjes rond Herve worden loopwedstrijden gehouden. Zeg dus niet dat u het niet weet. Hier staat het bord dat de laatste kilometer aangeeft. Veteraan 3 op rust, Pierre Bruwier, die ik al vroeger langs de weg heb opgemerkt, volgt hier de finale. “Roger is niet ver voor je”, roept hij me toe. Als aanmoediging helpt het me niet vooruit. Mijn enige zorg is het verlies te beperken. Eerst nog even verder naar beneden, dan de laatste helling van 400 meter naar de finish. Jean-Marie Deflandre, die ik daarstraks nog heb achtergelaten, gaat me op de valreep nog voorbij. Dat doet ook de “espoir” Tom Deru, onder luid applaus van de fans langs de weg. Ik hoor het geknars van het wagentje met de kinderen plots weer achter me maar kan de energieke vader Cédric Lemaire nog net voor blijven. 43 minuten: voor de tijd durf ik mezelf het bordje met de drie hartjes tonen, voor het gevoel zit ik onder de helft. Toch te vroeg herbegonnen?
Na de finish zoek ik opnieuw vergeefs naar Roger. Maar die is al gewassen als ik de doucheruimte binnenga. Nicolas Bynens is er ook al, hij is enkele plaatsen voor Roger geëindigd. Zijn voorspelling dat ik hem zou inhalen blijkt te pessimistisch. Roger is verbaasd mij te zien als ik hem feliciteer met zijn prestatie. “Maar goed”, zegt hij, “dat ik geen idee had dat je achter me liep, het zou me alleen maar meer stress hebben opgeleverd”. Hij diept nog een paar Kalenji-handschoenen op uit zijn tas, mijn prijs van Heusy nu al twee maanden geleden. Gratis douche (waar is die niet gratis?), daar pakken ze hiermee uit. Maar ik wil geen kou vatten in een lange rij wachtenden voor ocharme één douchekraan en trek dan maar snel droge kleren aan. Ik verorber een pain-saucisse in de intussen volgestroomde zaal. We wachten lang op de prijsuitreiking maar de organisatoren wachten nog langer en zo druipen we voortijdig af. Vertrek in mineur…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Opwarming. Foto 2: De besten hebben al voorsprong genomen op de lange sliert in de eerste afdaling onmiddellijk na de start.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Parijs

Parijs
Nu ik verstek heb moeten geven voor de geplande loop in Warnant-Dreye heb ik de focus dit weekend verplaatst naar… Parijs. Tussen de 55000 deelnemers zoek ik naar de turquoise shirts van vier Zuid-Limburgers. Daar is Joris Vanderbeuken van Heur. Hij is op weg naar een tijd van 3u42′. Even voor hem ontwaar ik Joren Menten van Borgloon, 3u38′. Ik baan me een weg naar voren door een kluwen van duizenden lopers. Daar is de man die ik zoek, Wim Meyers van Vlijtingen. Hij mist dat tikkeltje conditie om zijn tijd van Valencia te benaderen maar met een chrono van 3u06′ en een gelijke split blijft hij uitzicht houden op zijn droomtijd in een van de volgende marathons. Wim traint op schema’s opgesteld door Christophe Roosen van Tongeren. Die daar zelf ook beter van wordt. En niet zo’n klein beetje. Bij zijn eerste marathon nipt onder de drie uur. En nu met de klap zeven minuten sneller. Waar gaat dat eindigen?
In de CJPL-loop van Blegny worden alle leeftijdsgebonden wetmatigheden omvergekegeld. De rijpe veteraan 3 Servais Halders loopt doodleuk mee in de voorste gelederen van het peloton: plaats 15 op een totaal van 250. Winnaar bij de veteranen 4, Roger Dosseray, gaat de meeste veteranen 3 vooraf. Michel Mancini doet nauwelijks voor hem onder. En de 78-jarige Mauro Calogero eindigt nog ruim in het eerste deel van het deelnemersveld. Talent, motivatie, karakter, taaiheid? Zoals Jo Schoonbroodt, ook al flink op weg naar de zeventig. Hij flikt het opnieuw, zijn zeventigste(?) marathon onder de 3 uur in Rotterdam.

(Foto 1: Vermoeide benen maar lachende gezichten. Van links naar rechts: Wim Meyers, Christophe Roosen, Joren Menten en Joris Vanderbeuken. Foto 2: Man van de dag.)

2 reacties op “Parijs”

  1. Joren Menten schreef:

    Leuk zo een vermelding te krijgen! 😊 Nu voelen wij ons net wat groter dan een nietig mensje tussen 55000 andere lopers!
    Dank je wel Willy!

  2. Wim Meyers schreef:

    Willy,
    Bedankt voor de eervolle vermelding op je mooie en druk gelezen blog!
    Groetjes,
    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Balans van de paasweek

Feit: keelontsteking en ontsteking van speekselklier.
Gevolg: felle pijn, twee dagen en twee nachten. Niet geslapen: drie nachten. Niet gegeten: drie dagen. Niet gepraat: drie dagen.
Gemist: drie trainingen en een stel lamskoteletjes.
Verrijzenis : uitgesteld tot een latere datum.

2 reacties op “Balans van de paasweek”

  1. Eddy Hoylaerts schreef:

    Courage Willy et a très bientôt sur les joggings .

  2. Francis schreef:

    Oei Willy ….ziek geweest….ik dacht dat je misschien er even tussenuit was. 3 dagen niet gesproken. ….amai….het was dus echt een ‘stille goede week’.😉
    Beterschap Willy en hopelijk weer fit en wel woensdagavond in de sporthal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tihange (Challenge condruzien)

zon 25/03/2018 10u15 * Tihange (Challenge condruzien) * 11,3 km * 01:07:26 * 11,3 * 126/370 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is vroeg dag in Tihange als we om kwart over tien op gang worden geschoten. Door de verandering van uur lijkt het even voorbij negen. Het is nog fris maar de zon gaat zich dadelijk van haar beste kant laten zien, zoveel is zeker. We zijn vertrokken voor meer dan een uur klimmen en dalen in de bosrijke omgeving van het dorp in de Maasvallei dat beheerst wordt door de koeltorens van de beruchte kerncentrale. Een zevende van het deelnemersveld klaart de klus binnen het uur. Door de lussen in het parcours kunnen we die snelle jongens en meisjes zelfs even in actie zien vanuit de achtergrond. De omloop leidt door niet minder dan vijf kasteelparken. De meeste privé en speciaal voor deze loop opengesteld. De route loopt voornamelijk door het bos, hier en daar afgewisseld met een strook asfalt. Een vijver en een beekje maken het bucolische plaatje af. Om van al dat fraais te genieten, beschik je het beste over een degelijke conditie. Voor wat hoort wat… Het hoogteprofiel vertoont twee bulten. Dat betekent op de relatief lange afstand van 13 km lange klimmen en lange afdalingen met deze nuance dat je vanwege de ondergrond en de vaak smalle en bochtige paden de “verloren” tijd in het klimmen nooit kan goedmaken bergaf. Dit is de condruzien “par excellence”.

Lees verder →


Na nauwelijks 200 meter lopen we al het eerste kasteelpark in. Het vlakke lusje rond het kasteel op een zachte ondergrond biedt me meteen de gelegenheid de benen te strekken. En ik voel dat het goed zit, nu nog 13 km volhouden… We lopen even terug in de richting van de startplaats, maar al snel worden we de hoogte opgejaagd. Na 500 meter heb ik Michel Mancini al te grazen. Een scherpe bocht aan de poort waar we daarnet het park zijn ingedraaid is het begin van een helling die almaar moeilijker en drassiger wordt. Tihange 1 Maar op het einde van de smalle gleuf, na 1,3 km, hebben we eigenlijk al de modder voor vandaag gehad. Het blijft echter klimmen, deels op het asfalt, deels op onverhard of een ondergrond die niet goed weet te kiezen tussen de twee. Tussen het gehijg en het getrappel hoor ik plots een metalen Engelstalige vrouwenstem. Een collega is onderweg met een sprekende afstandsmeter. De eerste bult hebben we nu achter ons.
We zijn drie kilometer ver… en hebben al een jasje uitgedaan. Een enorm Boeddhabeeld staart ons aan als we door het park van het Château du Fond L’Evêque lopen. Boeddha staat daar niet zomaar. Google maar eens “Tibetaans instituut Hoei”. Maar we moeten verder. “Kom op Willy, dalen nu” moedigt Armand Pirotte me aan. Hij heeft zich daarnet even omgedraaid om te zien wie hem daar als een schaduw volgt. Ik loop al een kleine kilometer achter hem aan. Dat lijkt een strategie maar is gewoon toeval. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, hoewel, zoals vorige week in Berloz, Armand net dat tikkeltje meer kracht in de benen lijkt te hebben. Met al die sympathisanten is het al wat gemakkelijker, plaag ik hem. Ik ken vooral het parcours, is het antwoord. “Bien gérer”, goed indelen, is het belangrijkste, aldus mijn mentor van de dag. De route leidt ons over een ruim grasperk naar het Château de Bonne Espérance. De kasteelheer (?) heeft zich voor zijn kasteel in een gemakkelijke stoel geïnstalleerd om ons gade te slaan. Een dikke honderd meter voor mij moet hij daar Eric Martin gezien hebben. Op de Rue du Petit Bois, op asfalt van het betere soort, gaat het zo’n 400 meter weer flink omhoog. We zijn nog maar aan km 5 en het doet hier al flink pijn. Ik laat enkele meters op Armand die boven op me wacht – zo lijkt het althans – en we zetten samen de afdaling verder. We houden er een flinke vaart in op weg naar een viaduct. Er zijn er die dat nog sneller doen, we leveren enkele plaatsen in aan jongere elementen. Opletten dat ik niet in een beekje tuimel. Gelukkig is het “brugje” breed genoeg, ook voor stijve harken als ondergetekende. Ik sla de bevoorrading over. Die is strategisch opgesteld aan een knooppunt van een lus van 2,7 km. In Tihange houden ze wel van kronkels, er zitten er vijf – kleine en grote – in het parcours.
We zijn nu op het laagste punt van het parcours, dat is dus in de Maasvallei. De koeltorens van de kerncentrale doemen dreigend voor ons. Ze spuwen witte damp in de staalblauwe lucht, een indrukwekkend schouwspel dat ik voor het eerst opmerk in mijn derde deelname. Dat is nochtans het traditionele parcours, verzekert Armand me. Kasteel 4 komt eraan. Het Château de la Neuville en zijn voornaamste attractie – voor ons alleszins – de koestal. Speciaal voor ons is er vers stro gelegd op de betonvloer om niet uit te glijden op de… Een condruzien zonder doortocht door een hoeve is als een dame blanche zonder slagroom. De passage door het Centre de Formation continuée zou hier onvermeld blijven als niet een van de lopers voor me haast een aantal verkeersborden had omgelopen. Kosta Sifakakis draait zich op het verkeerde moment om maar weet het obstakel nog nipt te vermijden en kan zonder kleerscheuren verder. Goed voor hem of hij had thuis niet kunnen vertellen dat hij twee plaatsen voor mij geëindigd was. Even verder kruisen we de lopers die al een kilometer meer achter de hielen hebben. Die afstand ben ik achter op José Lemos-Cruz… en voor op de nummer 3 van mijn categorie, Paul Delaitte.
Ik neem toch een slok bij de tweede passage aan de bevoorradingstafel en begin met enige angst aan een steile helling op een ondergrond van stenen. Hier heb ik daarstraks de eerste twee van de race zien voorbijkomen. De grimas op het gezicht en de ongemakkelijke foulée van de tweede Stephen Radelet beloven niet veel goeds. Ik kies mijn eigen tempo in de hoop niet compleet stil te vallen. Na een scherpe bocht neemt het stijgingspercentage wat af en kan ik een redelijk tempo onderhouden. Het RFC Liège-clublid Pauline Seldeslachts – even blond als jong – die we rond km 5 hebben ingehaald, heeft blijkbaar goed gedoseerd en gaat ons weer voorbij. Nu, ze zal het parcours wel kennen en heeft, te horen aan de herkenningskreten langs de weg, hier alleszins heel wat supporters. Angélique Heindrichs verliest dan weer enkele plaatsen.
We zijn intussen 10 kilometer ver. Net hier waar je naar het einde snakt hebben ze boomwortels op de route uitgestrooid. Dat zijn kwelduivels voor mijn spieren. Armand neemt een kleine voorsprong. Ik denk dat het moment van het afscheid is aangebroken. Maar na een tweehonderdtal meter kom ik toch weer beter in mijn ritme en sluit ik weer aan. Armand merkt dat ik weer in zijn spoor zit en vindt dat blijkbaar OK. Ik heb al vanaf het begin van onze gezamenlijke tocht de indruk dat hij op mij wacht. Al ontkent hij dat na de finish. Het bospad wordt nog smaller en hobbeliger. Maar opgejaagd door de adrenaline en de lopers achter je blijf je tempo maken. Vanachter mijn rug roept Armand me toe dat hij dadelijk zijn duizendste wedstrijd beëindigt. Ik moet de felicitaties tot straks uitstellen, geconcentreerd als ik ben op deze enerverende strook. Na een korte maar hevige afdaling – “ik kan niet meer stoppen” hoor ik een loper achter me, naast me en voor me (ik heb het over dezelfde loper) – zijn we verlost van de ellende. De moeilijkste 2,5 km van het parcours, althans voor mij. Tihange 2 Noël Heptia, daarentegen, leeft zich uit op dit soort paden. We zullen ons dadelijk afvragen of we de Seraingrunner daar voor ons uit zien. Maar hij heeft een gat geslagen geslagen van 2 minuten en staat al in de zon te blinken als wij binnenlopen. Maar zo ver zijn we dus nog niet. Eerst nog een afdaling op het asfalt. “Geen péket voor mij”, antwoordt Armand de opgewonden dames die hem en de andere deelnemers een glaasje likeur aanbieden. “Ik moet Willy volgen”. Humor heeft de nieuwbakken Hutois nog over, lucht wat minder. Want, gek genoeg, Armand schijnt het moeilijk te hebben om mij te volgen. Ik heb het ritme opgeschroefd en Pauline weer ingehaald. Ik geef ook het tempo aan in de afdaling door het park van het Château Poswick (te koop, voor de geïnteresseerden), daarbij uitkijkend om mijn enkels niet te verstuiken op het ongelijke pad. Nog even over kasseien en door de poort. We gaan hier toch niet sprinten, bedenk ik en laat Armand langs mij komen. Die heeft het ook zo begrepen en we overschrijden samen de streep. Zij het met enige vertraging om Frédéric Robinet de kans te geven de finish van de duizendste van Armand vast te leggen. Mijn gezel kan het niet laten om na de aankomst nog wat zout in de wonde van Michel Mancini te wrijven als hij hem langs zijn neus weg zegt dat hij haas heeft gespeeld voor mij. Michel is er nog mee weg ook…
De laatste moeilijkheid van de dag moet nog komen, de prijsuitreiking. Ik weet uit ervaring dat het hoogste schavotje hier erg hoog is. Als veteraan 3 had ik in een ver verleden al eens de eer hier te staan. Hoogtevrees en een licht verdoofd rechterbeen (die hernia wil er niet meer uit) zijn de verklaring van mijn onzekere houding. De speaker geeft me met zijn arm wat extra stabiliteit. Hij doet dat met de nodige discretie zodat mijn gewiebel hopelijk niet op de foto’s te zien is. We kunnen jammer genoeg niet lang genieten van het zonnetje op het voorpleintje van het Gymnase. Een afspraak roept ons terug naar Riemst.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het eerste kasteel op onze “Tour des Châteaux”. Foto 2: Met Armand Pirotte onder de poort van het laatste kasteel, net voor de aankomst.)

← Toon minder

Eén reactie op “Tihange (Challenge condruzien)”

  1. S. Halders schreef:

    Goed zo Willy. Goeie kastelenloop !
    Proficiat met je nieuwe overwinning.
    Nu wordt het tijd voor een confrontatie met de Vét.4 leider bij de CJPL.
    Gr.
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Berloz (Challenge hesbignon)

zon 18/03/2018 10u15 * Berloz (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:52:21 * 12,5 * 98/240 * 1/5 * ♥♥♥♥

De IPICO-chip zit vast onder mijn veters, ik ben klaar voor mijn eerste Hesbignon-loop van het seizoen. Of nog niet helemaal. Ik twijfel nog over mijn kleding vanochtend. Daar is ook alle reden toe. De siberische koude stelt ons voor een moeilijke vestimentaire keuze. Onder mijn mutsje heb ik een bandana om mijn oren te beschermen. Ik trek dan toch maar mijn windvestje uit om geen ingepakt gevoel te hebben in de windvrije zones. En houd mijn lange trainingsbroek aan. Er zijn toch nog een twintigtal vertrekkers in korte broek. Een enkele jonge (en hopelijk) snelle deelnemer loopt zelfs in singlet. Ieder heeft zijn eigen, soms opvallende keuze gemaakt. De passage van de lopers op de eerste helling, vastgelegd door Nadine Claessens, lijkt wel op een modeshow van winterse sportkledij.
Het deelnemersaantal van 240 bewijst alleszins dat de koude niemand uit Berloz heeft weggehouden. Atletiekclub Alken heeft weer zijn zonen en dochters uitgezonden. Drie van hen – als ik goed heb geteld – gaan ook met prijzen naar huis. Martine Sobkowiak en Femke Driesen, tweede en derde bij de seniores dames. En Peter Bellen, tweede bij de veteranen 1. Bij het lezen van de uitslag achteraf ben ik verbaasd enkele namen van bekenden terug te vinden die ik nergens heb opgemerkt. Wie ik wel zie, althans voor de start, is Mario Smolders. Hij torent uit boven de dichte rijen voor me. Een start-schot, -bel of -fluitje horen we niet in het tweede deel van het peloton. Wanneer we de rijen voor ons in beweging zien komen, gaan we er maar achteraan. Jogging is geen ingewikkelde sport.

Lees verder →


Mijn voorbereiding op deze loop ben ik enkele dagen geleden al begonnen… met het lezen van mijn verslag uit 2014. Daar mag, zoals vaak, veel flauwekul in staan, voor mij was het een leerrijk document. Ik lees dat een te snelle start op de eerste klim mij toen de hele wedstrijd parten heeft gespeeld. Berloz 1 Die fout wil ik dit jaar niet meer maken. De helling in kwestie begint na 600 meter. We zijn dan het dorp al uit en ik ben Michel Mancini al voorbijgelopen. Die houdt het vandaag bij een kalme start. Een koude omgeving is niet echt zijn geliefkoosde biotoop. De eerste helling steekt zich niet weg. We zien meteen hoelang de klim duurt en welk percentage we voor de voeten krijgen. 700 meter en zo’n drie percent. Armand Pirotte – hij verafschuwt de koude, vertelt hij me voor de start – gaat me hier nochtans voorbij. Ik hou reserves, in het gezelschap van Stéphane Riga, zoals Armand ook van Hoei, en een veteraan 1 met wie ik toevallig bij de opwarming heb kennis gemaakt, Dominique Vanderwaeren van Landen. Drie moedige en koudebestendige fotografen nemen het al uitgerekte peloton in het vizier.
Na 1,3 km zijn we boven en draaien we linksaf, nog steeds op een ruilverkavelingsweg. De oostenwind blaast hier pal in het gezicht. En snijdt door merg en been. Deze twaalfhonderd meter rechtdoor in het open Haspengouwse veld op het hoogste punt van het parcours moet de koudste strook zijn die ik ooit in competitie te verwerken heb gekregen. Ik merk dat ik langs Stéphane Riga loop. Beiden in de wind, dus. Wellicht is het ietsje makkelijk achter de rug van de lange Stéphane. Maar de genadeloze wind weet me ook hier te vinden. Het bord “Berloz” kondigt het einde van de glaciale verschrikking aan. Even verder draaien we weer linksaf, richting het dorp. Op de licht dalende weg tegen een helling aan zijn we beschut tegen de sadist uit het Oosten. We maken een kronkel door het dorp waar enkele supporters langs de weg staan. Ik merk Marie-Paule op en wijk op de brede weg naar rechts uit om beter op de foto te staan. Ijdelheid is een van mijn vele ondeugden. Dominique volgt mij maar vraagt zich waarschijnlijk af wat de bedoeling is van mijn manoeuvre. “Voor de foto” roep ik hem toe. Als die dat gaat vertellen in Landen… Na een kruispuntje en een blinde bocht brengen twee lange rechte wegen, samen ongeveer 1 km lang, ons naar de spoorweg en de autoweg die hier parallel lopen. Ik ben nog steeds in het gezelschap van Stéphane en Dominique. Voor de eerste plaats in mijn leeftijdsklasse zit ik gebeiteld. Vorige week heb ik nog enige reserve aan de dag gelegd, maar vandaag wil ik voluit gaan. Ik zou wel zin hebben gehad in een robbertje met Juul Kempeneers maar die is wegens ziekte thuis gebleven (info van Dominique). Mijn focus gaat nu uit naar Armand Pirotte die me in het begin van de wedstrijd is voorbijgegaan maar niet echt afstand kan nemen. De temperatuur is hier draaglijk, alleen hebben Stéphane en ik wel last van snot. Dat ik al wat makkelijker kwijtraak dan Stéphane die voortdurend met een papieren zakdoekje in de weer is. We verlaten even het beton voor een strook onverhard in een parkje langs de autoweg. “Onverhard” bij manier van spreken, want de ondergrond is natuurlijk beenhard. Philippe Gheury is intussen komen aansluiten. We draaien samen onder het autowegviaduct door onder het goedkeurend oog van Fernand Schosse, trainer van Seraing. Voor Corswarem draaien we linksop, richting Rosoux. Een smalle passage tussen twee rijen boompjes zorgt voor variatie in het stratencircuit. We komen dus net niet in het dorp aan wie “PH”, Paul-Henri Corswarem (23ste vandaag), zijn naam dankt. Dominique heeft intussen moeten afhaken. Ik ga verder met Stéphane op jacht naar Armand. Al vermoed ik dat mijn gezel van het ogenblik niet zo gefixeerd is op zijn teamgenoot Armand als ik. Ik ben nu op een vijftal meter genaderd op het groepje met Armand. Philippe Gheury heeft ons achtergelaten en zit nu ook in het groepje van Armand. Berloz 2 Het parcours golft zachtjes op en af. Op een van die glooiingen blijft Stéphane achter, zonder dat ik er aanvankelijk erg in heb. Armand heeft intussen in de smiezen gekregen dat ik hem op de hielen zit. Hier – we zijn bezig aan de zesde kilometer – heb ik een vrij uitzicht op de rij lopers voor me. En probeer ik antwoord te vinden op de prangende vraag waar Mario Smolders wel mag uithangen. Ik voel dat ik nog een versnelling aankan in de volgende kilometers om hem alsnog in te halen. Maar geen Mario te zien, zover mijn oog reikt. De flyby (vergelijking) op Strava zal me wijzer maken. Mario is sneller gestart en, op het middenstuk na, sneller onderweg. Gewoon beter dus. Maar is dat Noël Heptia niet, daar wat verder in het rood? We draaien een smal graspad in, bezaaid met dode bladeren. En stel de vraag aan Armand, nu vlak voor me. Ik denk het wel, is het antwoord. Op hetzelfde pad dat nu weer stijgt kom ik snel dichter. We passeren de kerk van Rosoux en maken een bocht, een langgerekte U, in het dorp. Voor de rotonde, op het eerste been van de U, ga ik de veteraan 2 uit Ivoz voorbij. Hij trekt wat met het rechterbeen, merk ik op. Zijn korte broek was me al vroeger opgevallen. De overige posities veranderen nauwelijks. Armand en Philippe spelen enkele keren haasje over. Telkens de weg licht oploopt merk ik dat Armand sneller in het juiste ritme zit. Met dank aan de 1500 meter-trainingen op de Hoeise atletiekbaan. Een keer kom ik met een korte versnelling naast hem. Alweer nadat ik een fotograaf naast de weg zie. Nu maar hopen dat Louis Maréchal zijn objectief op ons heeft gericht. Misschien heeft hij meer oog voor de gracieuze armbeweging van Bernard Dubois die we net hebben ingehaald. Bernard neemt Françoise Debaty (tweede a2) op sleeptouw. Samen met Carine Munaut doen ze na de wedstrijd nog een uitgebreide cooling-down. Some like it cold… Na dat intermezzo neemt Armand opnieuw zijn 2 meter voorsprong. Rond km 8 worden we weer een smal pad ingestuurd. De mevrouw seingeefster geeft met een duidelijk gebaar de richting aan. Een model in het genre. Het is het moment om de prijs voor de man van de wedstrijd toe te kennen. Die gaat niet naar één man of één vrouw maar naar alle vrijwilligers-seingevers die op deze gure ochtend zo’n anderhalf uur de koude hebben getrotseerd om ons de gelegenheid te geven onze lievelingssport te beoefenen.
Vanuit Rosoux gaat het opnieuw oostwaarts naar de finish. De wind heeft hier weer vrij spel. Veteraan 1 Philippe Masset maakt gebruik van de korte klim naar de autowegbrug om me weer voorbij te gaan. De korte afdaling biedt weinig soelaas want daar doemt een nieuwe helling op, 500 meter rechttoe rechtaan naar de rand van het dorp. Armand toont meer souplesse en neemt een vijftiental meter voorsprong en haalt ook weer Philippe in. Ik vecht alleen in de wind tegen het groepje voor me. Ik kan met de nodige taaiheid de schade beperken. Uit de achtergrond snelt senior Mark Groffi mij en nog 5 collega’s voorbij. Indrukwekkend maar te laat voor een spraakmakende uitslag. Mijn ogen lijden onder de ijskoude bries. Mijn zicht is zowaar wat troebel geworden als ik rechtsaf sla richting finish. We hebben overigens nog twee bochten en een kilometer te gaan. In die kilometer laat Philippe het duo Pirotte-Masset achter, consolideert Armand zijn voorsprong op mij en loop ik nog mijn snelste kilometertijd. Ik blijf uit de greep van een snel naderend geel gevaar achter mij. Een jong manneke dat god weet waar vandaan komt (van de 5 kilometer-loop?) zet een furieuze spurt in langs mij maar moet vijftig meter voor de streep uitgeput naar adem happen. Een degelijk gemiddelde, een plaats vlak achter veteraan 2 Armand, meer moet dan niet zijn. Of toch, een warme douche.
De barre omstandigheden hebben ook de organisatoren een loer gedraaid. De doucheverwarming laat het afweten en het toilet is vastgevroren. Het ongemak treft echter alleen de dames. In de mannenkleedkamer, gehuld in een mist van waterdamp, is de douche zelfs zo heet dat alleen doorwinterde sauna-gebruikers zich onder de straal wagen.Berloz 3 Ook onder de tent is het kouwkleumen in afwachting van de prijsuitreiking. Beschouw deze beschrijving niet als botte kritiek op de organisatie. De omstandigheden waren wel echt extreem. Ook in de tent was er een kacheltje en een warmteblazer. Te weinig, maar mag je van een vrijwilligersinitiatief en voor een inschrijving van 5 euro meer eisen? Trouwens volgend jaar beter, belooft organisator Alain Happaerts. De eindbalans in de beoordeling valt overigens positief uit met prijzen voor de eerste drie van niet minder dan 16 klassementen. En een tombola. Tussen de sterke prestaties vallen mij vooral de chrono en de totaaluitslag van Raymond Demaret (v3) en Anne Kerens (a2) op. En de comeback van Max Knapen, tweede veteraan 2. Beladen met fruit en afgeleide producten – voor de gezonde appetijt – zoeken we de thuiswarmte op.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Enzo Noël overvleugelt het peloton. Foto’s Marie-Paule: Foto 2: Na 3 kilometer voor Dominique Vanderwaeren en Stéphane Riga. Foto 3: Voor de liefhebbers van podiumfoto’s. Links op het podium: Michel Mancini. Rechts: Mauro Calogero.)

← Toon minder

6 reacties op “Berloz (Challenge hesbignon)”

  1. S. Halders schreef:

    Beste Willy,
    Daar hebben we inderdaad foto3. Daar is toch niks mis mee,
    weer die eerste plek. Dat mag door iedereen gezien;
    Gr.
    Servais

    • willy schreef:

      Voor de collega-lopers, zeker. Mensen die niets met (competitie)lopen hebben, val ik daar niet mee lastig. Dat komt dan lichtjes belachelijk over. Hetzelfde voor mijn verslagen: hopelijk leuk voor sympathisanten. Buitenstaanders zouden dat wel eens te serieus kunnen opvatten.

  2. Mario schreef:

    Knap verslag Willy.
    Eindelijk ben ik er nog eens in geslaagd van voor je te eindigen 🙂
    Misschien door het feit dat we minder opvallend zijn sinds we niet meer in het fluo geel lopen.
    Tot zondag in Tihange ?

    • willy schreef:

      Je kledingkeuze, zwart (heb ik achteraf op de foto’s gezien), was een goede tactische zet:) In elk geval, sterk gelopen. Nu zal je zondag in Tihange moeten bevestigen. Hopelijk kan ik je daar tenminste zien!

      • Mario schreef:

        Zondag verwacht ik alvast zeker niet voor je te eindigen.
        De wegen in Tihange zijn wat zwaar voor mijn logge lichaam 🙂
        Tot zondag !

  3. Wim Meyers schreef:

    Dag Willy

    De lente is pas begonnen en je staat alweer op het hoogste schavotje, proficiat! Het belooft een mooi loopjaar te worden voor jou!!

    Groeten,

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Neupré (Challenge condruzien)

zon 11/03/2018 10u30 * Neupré (Challenge condruzien) * 10,7 km * 00:56:34 * 11,3 * 151/500 * 1/7 * ♥♥♥♥

Het is een indrukwekkende groep die om half elf de straten van Rotheux overspoelt. We zijn met 500 in Rotheux, deelgemeente van Neupré, de poort van de Condroz. Het gaat bergaf: niet alleen het aantal, ook de snelheid maakt indruk op de toeschouwers langs de weg waaronder Marie-Paule en Liesbeth, mijn twee fans. Neupré 1Ik probeer al meteen wat achterstand in te halen op de langzamere lopers die een beter plaatsje wisten te bemachtigen bij de start. Mijn schoenen kletteren op het beton. Ik heb in laatste instantie mijn trailschoenen aangetrokken, in navolging van Kris en Maja, die dat op hun beurt deden op advies van de manitou van het joggerswereldje van deze regio, Gaetano Falzone. Ik ben Roland Vandenborne al voorbijgegaan. Ik heb het raden naar de plannen en de conditie van de Truienaar. Mario Smolders hoor ik even later als hij de aanmoedigingen van mijn supporteressen ondersteunt met een luide schreeuw “allez Willy”.

Lees verder →


Het is nog even vlak tussen de huizen en dan krijgen we weer een flinke duik waar ik even onder de 4′ per km geraak. Voor de wedstrijd heb ik geruchten opgevangen dat het parcours zou gewijzigd zijn (in vergelijking met 2015, mijn laatste deelname). Maar Stefan Meekers, naast me, ziet geen verschil met vorig jaar. Hij schuift enkele meters van mij weg in de afdaling maar in de donkere Rue du Moulin waar de weg weer omhoog gaat moet hij zijn voorsprong weer inleveren. We zien de laatste 600 meter asfalt voor ons liggen: een stijgende rijweg. Die leidt naar een hoeve waar de echte Condruzien in het bos kan beginnen. Ik heb hier een ruime uitkijk op het flink uitgedunde peloton voor mij. Mijn interesse gaat uit naar het rode shirt, zo’n twintigtal meter voor me, dat van Michel Mancini. Dat is het voordeel bij de veteranen 4: je hebt maar enkele concurrenten in het oog te houden. Paul Delaitte ben ik al in de straten van Rotheux voorbijgegaan. Alleen Michel loopt nog voor me uit. Ik maak van de klim gebruik om in zijn spoor te komen. Aan km 3, waar we het boerenerf oplopen, is het zover. Neupré 2 Niet voor lang want Michel blijkt de hobbelige weg naar de hoeve soepeler af te lopen en blijft ook op een nieuwe afdaling dwars door een weide van jetje geven. We draaien rechtsaf een smal pad in. Ik blijf voorlopig achter Michel die trouwens flink blijft doorpezen. In ons gezelschap loopt ook aînée 2 Monique Kéris. Ik wil haar niet hinderen in haar offensieve drang en laat haar voorgaan. Onderweg worden we aangemoedigd door Rosario Ilardo. “Geblesseerd?” informeer ik, maar zijn antwoord maakt me niet veel wijzer. In elk geval, door zijn luide aanmoediging aan mijn adres vrees ik dat Michel nu weet dat ik niet ver achter ben. Ik had het eigenlijk wat stiekemer willen spelen.
Ik herken dan toch een stukje van het parcours als we een brede bocht maken aan een ven. We moeten hier op het laagste punt van de ronde zijn, ongeveer halfweg. De afdaling – hier en daar in de modder – is achter de rug en heb ik dank zij mijn aangepast schoeisel zonder problemen kunnen afwerken. Vanaf hier blijven de bospaden in stijgende lijn gaan tot aan de rand van het dorp, op een kilometer van de streep. Ik ben nu weer vlak achter Michel. Ik heb voorlopig geen idee of hij mij in de smiezen heeft. Ik wacht op het geschikte moment en een beetje ruimte om voorbij te gaan. Als dat dan toch gebeurt, blijkt hij me toch al herkend te hebben. De klim, van in het totaal 1 kilometer, gaat voor de laatste 400 meter over het gloednieuwe asfalt van de Rue de Berleur. In de haarspeldbocht naar de rijweg kijk ik even achterom en zie dat Michel al meteen een veertigtal meter afstand heeft opgelopen. Op de smalle strook achter de kegeltjes die voor ons is voorbehouden zit ik plots vlak achter André Piron, een veteraan 3 van Seraing. Ik heb hem al enige tijd in het vizier maar ik heb me voorgehouden in deze wedstrijd niet achter elke bekende en onbekende aan te gaan. Op de smalle loopstrook zit ik zelfs zo kort achter hem dat ik enkele keren verrast word door de kegeltjes en een kleine uitwijkbeweging moet maken. Seingever Croce Falzone stuurt ons opnieuw een bosweg in, wenst ons “courage” en kondigt meteen de bevoorrading aan. Ik houd het bij een klein slokje. André Piron en Monique Kéris nemen wat meer tijd maar zullen hun verloren positie snel weer goed maken. Voor ons ligt het château d’Englebermont te schitteren, midden in de natuur. Het pad door het kasteelpark is even wat breder dan de smalle boswegeltjes waarover het parcours voornamelijk loopt.
We zijn bezig aan een prachtig rondje door de Condroz in voorjaarstooi. Een voorwaarde om volop van al dit moois te genieten: een goede conditie en vandaag de juiste schoenen. Ik beleef alleszins een van mijn betere dagen. Ik ben net op tijd hersteld van de overdaad aan kilometers in de eerste dagen van vorige week. Intussen ben ik genaderd op een groepje met Marcel Baeckelandt. Serge Gillet ben ik al voorbijgegaan. De minnestreel (hij dankt die eretitel aan zijn kapsel) is de vader van winnaar Geoffray. Maar hij mist duidelijk nog wat kilometers in het begin van het seizoen. Op de foto hierboven heeft u al gezien dat de zoon al in blakende conditie verkeert.
In de zevende kilometer wacht weer en lange en bijwijlen pittige helling. Ik wroet me naar boven kort achter André en Monique. Op een plateautje krijgen we plots een vreselijke kasseiweg onder de voeten. Is dit ook een chaussée romaine? De stenen zijn in elk geval even puntig en gemeen. “Miserie, miserie” grijns ik in het voorbijgaan naar Marcel Baeckelandt. Die loopt hier op reserve. Volgende week gaat hij even de Petit Ballon beklimmen in de Elzas. De kleine trail, slechts 27 km… Twee veteranen 1 van Seraing gaan me met een stevig tempo voorbij. Even verder staat een van de twee stil, te wachten op zijn maat die op een akker zijn blaas ledigt. Neupré 3 Het zijn de heren Campeggio en Cinquina, bezig aan een ontspannend zondagochtendloopje.
Aan km 8 komen we weer even in de bewoonde wereld. Dan draaien we weer rechtsop voor een nieuwe klim in het bos. Ze hebben de steilste helling precies bewaard voor het laatste deel. Ik verlies wel een plaatsje maar haal andere lopers voor me dan weer in. Eens boven hebben ze dan weer de modderigste passages voor ons in petto. Ik heb hier verkend samen met Noël Heptia en ben dus voorbereid op wat komt. Is dat trouwens Noël niet die ik daar in de verte zie? Met zijn lange witte benen op de grasstrook links van het pad, zoals hij vooraf had gezegd. Dat is ook zo, blijkt na de aankomst. Hij eindigt 20 seconden voor me. En Kris Govaerts, vraagt de trouwe lezer zich nu af. Wel, die heb ik alleen voor de start (en na de aankomst) gezien. Het heeft bijna drie jaar geduurd maar eindelijk kan ik Kris nog eens kloppen. De smaak van deze overwinning smaakt nog zoeter dan de beste champagne.
Maar de wedstrijd is nog niet afgelopen. Verder met het verslag. Ik besluit dan toch een aanval in te zetten op André Piron. In een met waterige smurrie verzopen bocht ben ik al voorbij en verlaat ik het bos onder het oog van fotografen Jo Defère en Louis Maréchal. De laatste kilometer op het asfalt. Dit lijkt wel Angelique Heindrichs die hier voor me aan het zwoegen is en zich zelf oppept. Na de hellingen en de modder in de laatste 2 km reageren de spieren niet meer ogenblikkelijk op het bevel van de hersenen om weer meer snelheid te maken. Ik geraak dan toch weer op gang, voldoende om Angelique voorbij te gaan. Monique heeft wel nog de soepelheid om te versnellen in de laatste 300 meter. Ik haal nog even de 15 per uur in de laatste rechte lijn terwijl ik de onvoorspelbare bewegingen van enkele loslopende kinderen in de gaten hou. Toch duikt er plots nog een woelwater voor me op aan de rechterkant. Ik kan net een valpartij (en een kindermoord) vermijden en beëindig ongehavend en met een uitstekend gevoel de streep van de Neupréenne.
Neupré 4 De infrastructuur hier in Rotheux biedt de ruimte en het comfort om een grote massa lopers te ontvangen. In de hal zwengelt Gaetano Falzone het enthousiasme voor het tienjarig jubileum nog wat aan. Twee collega’s – Baudouin Fastré en de onvermijdelijke Mauro Calogero – hebben alle tien de lopen meegedaan en worden letterlijk met geschenken overladen. In ons gezelschap aan de tafel vallen we met drieën in de prijzen. Jean Tempels wordt tweede bij de veteranen 2. Op de laatste helling in het bos heeft hij Antonino Diliberto uit Crisnée moeten laten gaan. Maja Van Zand heeft wel een nieuwe concurrente, Myriam Jungblut, maar blijft afgetekend op nummer een. En uw dienaar vindt op het hoogste trapje van het podium troost voor de last van de voorthollende jaren. We krijgen een bijzonder fraaie kistje met accessoires voor fijnproevers en uiteraard een fles wijn.

(Foto’s Marie-Paule en Carine Heyne. Foto 1: Geoffray Gillet heeft maar enkele honderden meters nodig om zijn overwicht te bewijzen. Foto 2: Michel Mancini, met baardje. Foto 3: De voorlaatste bocht voor Angelique Heindrichs. Foto 4: Mauro Calogero en Baudouin Fastré, de trouwste Neupréens.)

← Toon minder

2 reacties op “Neupré (Challenge condruzien)”

  1. S. Halders schreef:

    Proficiat Willy,
    Ik lees dat je de goede (oude) benen weer te pakken hebt.
    Een wedstrijd uitlopen met een goed gevoel geeft achteraf altijd een
    grote voldoening/tevreden gevoel.
    De mooiste foto heb ik echter op facebook moeten vinden :
    een mooi podium met Willy in het midden.
    Doe zo voort, zeker nu je de goede conditie te pakken hebt.
    Gr.
    Servais

  2. liesbeth schreef:

    Proficiat Willy !
    En de “after party” pain saucisse was ook heel lekker

    Liesbeth

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *