Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien)

don 20/07/2017 19.30u * Hermalle-sous-Huy (Challenge condruzien) * 10,47 km * 00:52:00 * 12 * 88/224 * 5/16 * ♥♥♥♥

Hermalle (“onder Hoei”, zoals de officiële naam luidt maar wel behorend bij Engis) is bekend terrein voor Condruzien-lopers. Hier worden jaarlijks twee wedstrijden georganiseerd. Op de vooravond van de nationale feestdag, vandaar de ongewone donderdag, is er de corrida. Vier rondjes door het dorp. En niet drie zoals collega-veteraan 3 Michel Lannoy dacht. Hij plaatst zijn versnelling te vroeg maar houdt nog een ruime marge over op zijn dichtste concurrent… euh, dat ben ik. De steile Maasoever zal vanavond de scherprechter zijn. Gelukkig moeten we niet helemaal naar boven en is het parcours zo uitgetekend dat de hellingen telkens even onderbroken worden door een vlakke of alleszins vlakkere strook. Ik ben naar de Condroz afgereisd in het gezelschap van Marie-Paule en van een jonge loper uit Heukelom, Wesley Serrano. Mijn achterbuur en loopmaatje bij de Mergellopers wilde wel eens proeven van de Luikse challenges. Samen met Bert Ernest van Herderen op de 5 km is Riemst met drie lopers vertegenwoordigd in de Maasvallei. Wesley schrikt wel terug van mijn plan om de hele ronde te verkennen en spaart zijn energie op tot half acht als het gezamenlijke peloton van de 5 en 10 km van start gaat.
We vertrekken vrij achterin het pak maar zodra we de kermiszone zijn gepasseerd, na 200 meter, kunnen we de tragere lopers voor ons voorbij. Hermalle 1 Hier begint meteen ook de eerste klim. Ik probeer het blauwe shirt van Wesley niet uit het oog te verliezen. In de nog dichte sliert hoor ik een collega zeggen “Attention les cuisses” , let op voor je kuiten. Wil hij ons waarschuwen voor deze kuitenbijter in het begin van de loop? Toch niet, het is een grapje over een loper achter ons die met zijn hond op pad is. Hond en baasje gaan me voorbij. Ik zal ze de hele wedstrijd niet meer zien. Uiteindelijk zijn ze toch maar een half minuutje sneller.
Ik ben benieuwd hoe een nieuwkomer als Wesley een sterk heuvelachtig parcours als dit zal aanpakken. Zal hij met jeugdige onbezonnenheid de hellingen opstormen of zich als een steen naar beneden laten vallen op de steile afdalingen? Noch het een, noch het ander. Na de eerste ronde zijn we nog samen. Ik informeer even naar het gevoel. “Het klimmen gaat me goed af, de afdalingen doen meer pijn” is de balans na 2,5 km. Ikzelf ben met redelijke benen de eerste heuvelronde doorgekomen en vind de afdalingen wel lekker om diezelfde benen te ontspannen. In het park aan het eind van de eerste ronde verlies ik plots voeling met mijn jonge clubmaat. Mijn stramme spieren en matig zicht in het bos kosten me een twintigtal meter.
In het begin van de tweede ronde krijg ik de rode shirts van drie Seraingrunners in het vizier. In de tussentijdse afdaling ga ik voorbij Noël Heptia. Die vertelt me na afloop dat hij niet meer op herstel hoopt voor zijn rechterknie. Het kraakbeen brokkelt langzaam af. Op de klim van de Rue de Wérihet – die we een dikke kilometer verder ook als afdaling nemen – haal ik Michel in. Dat achtervolgingswerk heeft me ook weer in het spoor van Wesley gebracht. In het park herhaalt zich het scenario van de eerste ronde. Veel tijd om daar rond te kijken heb ik niet. Ik heb het kasteel ook niet opgemerkt dat rechts van ons ligt. Dit bosje is dus het park van het kasteel van Hermalle waarover Marie-Paule heel wat interessants te vertellen heeft. Iedereen zijn specialiteit. Twee snelle, wat zeg ik ultrasnelle lopers, flitsen ons voorbij. Dat moeten de eersten zijn van de 5km-loop.
We beginnen aan de derde ronde tussen de kermiskraampjes. De geur van frieten prikkelt mijn neus. Die verleiding zullen we nog twee ronden moeten weerstaan. Dat betekent met mijn tempo nog een vijfentwintig minuten. Chronorace, de tijdsopnemer, heeft de rondetijden netjes voor ons genoteerd. De derde ronde blijkt de langzaamste zijn met nauwelijks 7 tellen verschil met de drie andere in 12’40”. De twee percent stijgingsgraad van de N644 waarlangs we het centrum verlaten ligt me blijkbaar goed want ik klim hier gemakkelijker dan de collega’s in mijn buurt. Ik passeer veteraan 3 Lucien Collard. De leraar L.O. liep al geruime tijd met een kleine voorsprong voor mij uit en is blijkbaar rustig gestart. Het is in elk geval de eerste keer dit jaar dat ik hem kan bijbenen. Hermalle 2 Maar misschien had ik dat beter niet gedaan want in de volgende 500 meter trekt hij het tempo op en ben ik weer op achtervolgen aangewezen. “Hij valt terug in de beklimmingen” geeft Wesley me moed. Mijn achterbuur van de Heukelommerweg houdt de bewegingen in het peloton goed in de gaten. Zijn voorspelling klopt nog ook en in de volgende stijgende strook moet Lucien afhaken. We zitten nu in de bochtenzone waar de lopers uit alle richtingen lijken te komen. Hier heeft zich een bandje geposteerd dat tot genoegen van uw dienaar rock uit de oude doos ten beste geeft. Aan de Square Nelson Mandela bij een grote boom met bank begint de zwaarste strook van de beklimming. Dat is althans mijn gevoel. En dat gevoel wordt bevestigd door de gegevens van Garmin. Het bandje speelt een oude Franse “tube”, een hit. “Tchin, tchin” (Van Richard Anthony, uit 1963. Dit blog ademt nostalgie uit.) Het is hier harken in de derde en vierde ronde. Maar ik moet niet echt over mijn toeren gaan om toch een zweem van snelheid te behouden. Na een korte licht dalende grasstrook is het dan opnieuw klauteren, weliswaar met mildere percentages. We kunnen weer even herstellen op een smal en hobbelig pad tussen de bomen. Dan de steile maar korte duik naar een dicht bebouwde woonstraat. Hier links staat de zwarte dame die met stijlrijke lichaamsbewegingen haar enthousiasme de vrije loop laat. Op de relatief vlakke Rue Lambert Lepage probeer ik te naderen op Anne Kerens enkele plaatsen voor me. Ik zal uiteindelijk bijna een ronde nodig hebben voor ik echt voorbij ben. Marcel Baeckelandt haal ik sneller in. Hij lijkt niet echt vol te gaan in zijn blitse witte triatlonuitrusting. Nochtans loopt hij hier een thuiswedstrijd. Dan het tweede gedeelte van de afdaling. We worden opgezweept door de muziek van de jongens hogerop die hier blijkbaar een klankkast hebben geïnstalleerd. We jassen door op een wegdek dat dringend een opknapbeurt nodig heeft. Door een scherpe bocht naar links langs de drankpost en weer het park in. Het bospad wordt op het einde wel breder maar dan zijn er weer enkele modderplekken, verhakkelde stenen en een lichte maar irritante stijging die mij afremmen. De winnaar Gudisa Fita zoeft me voorbij. De eerste van onze wedstrijd is tenminste makkelijk te herkennen. Even later is de tweede al daar, Arnaud Dely. Te midden van dit jonge geweld houdt de plaatselijke vedette Freddy Loncar, intussen 45, uitstekend stand. Hij eindigt als vierde.
De laatste ronde komt eraan. Ik twijfel gewoontegetrouw aan het aantal ronden maar een blik op mijn Garmin (7,5 km) stelt me gerust. Het beeld van die laatste ronde wijzigt niet. Het ziet ernaar uit dat de twee van Heukelom de hele wedstrijd samen zullen hebben geleden en/of genoten. Ik kom op eigen tempo terug na de passage door het bos. En geef dan meestal de toon aan in de eerste hellingen. Ik begin ook als eerste aan de zwaarste brok naar het alleenstaande huis op de helling. Maar Wesley kruipt toch weer naar me toe. We draaien een laatste keer het paadje in langs de verwaarloosde groententuin van het huis. Wesley leidt op de tweede helling. Hoe ik het klaarspeel weet ik niet maar in de afdaling en op het vlakke neem ik een kleine voorsprong op mijn jonge kompaan. Ik krik het tempo nog even op in de hoop Anne Kerens op afstand te houden. We lopen nu met zijn beiden afgescheiden. Ik bereid me voor op de laatste kilometer… en op wat me te wachten staat in het bos. Door het centrum van Hermalle waar de politie waakt en ik aanmoedigingen krijg van Marc Tutelaire in burgertenue (zomerse variant). Hermalle 3 Ik blijf het tempo aangeven tot aan de bevoorrading maar geef Wesley teken om als eerste het bos in te duiken. Ik zal er sowieso terrein moeten prijsgeven. Wesley verslikt zich nog in zijn laatste bekertje water. Met enig gekuch gaat hij me voorbij en dartelt in de volgende 300 meter nog 10 seconden van we weg. Ik ben verbaasd als ik hem naar links zie afdraaien. De boog stond nochtans rechts. Ik stuif door de bocht tot de omstaanders mij duidelijk maken dat ik al over de streep ben. Geen streep gezien. De groene boog van de Mutualité Chrétienne merk ik pas op aan de drankentafel dertig meter verder. Voor we naar de douches trekken, wisselen we de eerste indrukken uit. Allebei tevreden over onze wedstrijd. Lucien Collard loopt ook binnen. “Mal aux fesses”, pijn aan mijn billen, voegt de Luikenaar nog toe aan zijn felicitaties. Langs ons bekomt Michel Mancini van de inspanningen. Hij heeft vanavond zijn hele familie meegebracht.
In de kleedkamer wijzen Bert en ik onze gemeentegenoot Wesley erop dat hij nu niet overal in de Condruzien zo’n comfortabele infrastructuur mag verwachten als in Hermalle. We zoeken Marie-Paule op in een van de feesttenten. Je geraakt overigens zo maar niet binnen in de afgesloten ruimte van het Fête d’Hermalle. Als lopers krijgen we een zwart polsbandje waarmee we ons in het feestgewoel mogen storten. Het gewoel zal voor anderen en voor later zijn. Ik zit aan de tafel bij José Lemos-Cruz. Van hem krijg ik uitleg over de naamgeving in Portugal… en zijn tactische afspraken met Dominique Mathy. Dominique, die als veteraan 3 er zelfs zijn jongeren collega’s v1 en v2 durft opleggen, concentreert zich op de Challenge Delhalle en laat de Challenge condruzien aan zijn trainingsmaatje José. Maar vanavond blijven Paul Rihon en Michel Bertrand hem voor. “De vakantie heeft me geen goed gedaan” pruilt de kleine uit Clavier, terwijl hij een veelbetekenend gebaar maakt naar zijn rond buikje. In het ruime aanbod aan hapjes kiezen we voor de pizza. Marie-Paule heeft zo te horen van al het lekkers geproefd dat hier in Hermalle te krijgen is. Ik bespaar u de details. De kermisstraat is al volgelopen als we Hermalle verlaten. Heukelom slaapt (of doet alsof) als we weer thuis zijn. We leveren Wesley af bij vrouw en kindjes. Ik heb het gevoel dat we nog samen naar Wallonië zullen trekken.

(Foto 1 van Marie-Paule: Twee Mergellopers in de Condruzien. Foto 2 en 3 van Carine Heyne. Foto 2: José Lemos-Cruz in actie. Foto 3: Gepijnigd door de inspanning.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cornesse (Challenge L’Avenir)

vri 07/07/2017 19.15u * Cornesse (Challenge L’Avenir) * 7,9 km * 00:39:04 * 12,1 * 198/633 * 7/25 * ♥♥♥

Cornesse stond een week geleden nog niet op mijn wishlist maar ik heb mijn wedstrijdschema enkele dagen geleden omgegooid toen ik me realiseerde dat er mij anders drie weken competitiederving te wachten stonden. Een prettige toevalligheid is dat ik nu ook de tweede wedstrijd in dit kleine dorpje bij Pepinster aan mijn palmares kan toevoegen. De eerste, de “Jogging Ligne Bleue”, heb ik twee jaar geleden betwist. Minder leuk is dat het vandaag weer broeierig heet is. Het parcours belooft wel minder zwaar te worden dan wat er in deze buurt meestal wordt opgedist. Ze hebben hier in en boven de Vesdervallei meestal ook niet veel keuze. Op weg naar hier toe hebben we al heel wat bordjes gezien waarop de kersen van de streek worden aangeprezen. Ik ben dus al wat in de stemming voor de “Jogging des Cerises” zoals de loop wordt genoemd. De gemiddelde lezer mag de naam Cornesse koud laten, hier in de buurt is deze jogging een begrip. Meer dan 600 deelnemers. Tenzij al die joggers eerder op kermisvermaak uit zijn. Vier dagen alstublieft, zo een beetje als Zussen. En zoals in mijn buurdorp is de tent gewoon over de weg opgesteld. Ik loop toch niet helemaal verloren in die massa met ongetwijfeld veel gelegenheidslopers. Er zijn de vaste klanten van de “Avenir”, vaak vertrouwde gezichten maar onbekende namen, en enkele habitués van de andere challenges. Meestal categoriegenoten of veteranen 4 – zeventigplussers – die het nog altijd niet kunnen laten. Ik hoor Mauro Calogero (77) voor het eerst over stoppen spreken. Of alleszins niet langer een klassement in de challenges najagen. Roger Dosseray stelt mij aan Roger Archambeau als “une vieille connaissance”. Die antwoordt met een kwinkslag: “Wij hebben alleen maar oude kennissen.” Roger legt na de loop de vinger op de wonde. “Ik haal de 13 per uur niet meer”. Maar de meest memorabele ontmoeting van de avond heb ik met mijn toevallige buur op de bank onder de tent. Voor hij zijn copieuze hotdog aanbijt vraagt hij me hoe de koers verlopen is. We geraken in gesprek. “Ook veteraan 3?”, vraag ik. Die zijn voor alle duidelijkheid, tussen de 60 en de 70. “80, ik ben er 80”, is het antwoord. De muziek staat luid maar ik heb het goed verstaan. Eén keer per week trekt mijn toevallige gesprekspartner de sloffen aan voor een oefenloopje. Hij pikt ook nog graag een wedstrijd mee in zijn buurt. Voor enkele weken heeft hij de zware en warme Jogging de Verviers tot een goed einde gebracht. En hier laat hij nog 100 deelnemers achter zich. Louis Schmetz van Thimister, zoek maar op.
In de Salle des Combattants waar we ons inschrijven bestudeert Nicolas Bynens het parcours. “Aan het kijken waar je me gaat lossen?” plaag ik de 60-plusser uit Juprelle. Ikzelf verlaat mij op het hoogteprofiel in Openrunner. We zouden hier een nagenoeg vlakke wedstrijd voor de voeten krijgen. Na de uitleg van de speaker voor de start moet ik mijn verwachtingen wat bijstellen. Cornesse 1 Het moeilijkste deel van het parcours situeert zich een dikke kilometer voor het einde. Er zit ook een portie onverhard in, heb ik vastgesteld bij het inlopen. Om tien over zeven zijn we er klaar voor. Maar de wedstrijdleiding nog niet. Er zijn zich nog altijd lopers aan het inschrijven en er wordt ons nog even geduld gevraagd. Ik hoor het verhaal van de omroeper wel drie keer. “Encore quelques petites minutes, on attend le signal de l’informaticien”. De lopers worden ongeduldig door het lange wachten en dringen almaar meer naar voren. Ik ben intussen ook opgeschoven vanonder het grote tentzeil waar het vrij drukkend is en krijg nu wat meer adem in open lucht. Ze hoeven zich hier niet echt te haasten, de wedstrijd zelf is nauwelijks acht kilometer lang. We zullen dus wel voor het donker binnen zijn.
Het stilstaand wachten heeft zoals gevreesd een verwoestend effect op mijn benen. Ik heb enkele honderden meters nodig om in mijn ritme te komen. Dan hebben we de eerste bocht al genomen en drie grote zandzakken ontweken. Die liggen daar als obstakel tegen eventueel verkeer van een verstrooide autobestuurder. En omdat de firma in bouwmaterialen die de “big bags” heeft aangevoerd zo haar naam kan tonen aan het aanstormend peloton. We maken eerst een galarondje van 700 meter om tussen het frietkraam en de kermisattracties en door de tent te passeren. Bij de eerste zachte klim naar het dorp heb ik het gevoel dat de zon al wat aan hevigheid heeft ingeboet. Maar – zo zal ik later merken – is dat vooral te danken aan de lichte wind die voor enige verkoeling zorgt. We draaien in westelijke richting. Ik volg met de ogen het geschuifel in de eerste kilometer. Iedereen zoekt zijn plaatsje in het peloton. Een ongeduldige jongeman snijdt met een diagonale beweging de weg voor me af. Enkele lopers zijn onderweg met een flesje drank. Zij nemen hun voorzorgen, zelfs in een korte loop als deze. Een andere collega heeft, ook bij dit weer, zijn driekwartbroek uit de kast gehaald of die daar nog niet opgeborgen. We lopen tussen de weiden op een van die smalle asfaltwegen die de charme van de wedstrijden rond Verviers uitmaken. Het zijn mijn lievelingswegen waarop ik voorlopig een mooi tempo kan aanhouden, ook al blijft het een kilometer of twee licht omhoog gaan. Hier zal ik ook mijn beste kilometertijden laten optekenen. Bij gebrek aan mij bekende veteranen 3 richt ik mij op een opvallende figuur voor me. Daar is de juffrouw die daarnet sprintjes aan het trekken was onder de tent. En daar is ook veteraan 4, Helmut Weynand. De juffrouw haal ik snel in, nog voor we een korte maar hevige afdaling van 200 meter aansnijden. Hier ben ik precies nog geweest. Dat moet dan in 2015 geweest zijn in de andere loop in Cornesse. Rechtsaf nu. een pad in. Het is smal, moeilijk beloopbaar en… warm. De hitte valt plots op ons, nu we de wind in de rug hebben. Ik zit gevangen in de rij lopers en loop ik in een ongemakkelijke schuine houding om stenen en geulen tijdig op te merken. We moeten ook weer de hoogte goedmaken die we daarnet verloren hebben. De kilometertijd gaat met een ruk naar beneden. Na een kort intermezzo op het asfalt draaien we een stenige maar wat bredere veldweg op. Ik ben wat dichter bij Helmut gekomen maar de oude rakker (met respect gezegd) neemt weer wat voorsprong zodra de weg weer licht daalt. Ik draai nu goed rond – 4’30” op de vlakke stukken- en nader weer op Helmut. Km 4,4: de bevoorrading komt eraan, dit keer een model in het genre. Tafels links en rechts van de weg, in een bocht waar we sowieso de snelheid moeten milderen. En met voldoende bevoorraders die hun job kennen. Water over het hoofd, kleine slok. Dat gaat wat sneller dan bij Helmut. Hij zal niet meer terugkomen maar verliest in de volgende kilometers slechts luttele seconden. We komen weer even tussen de huizen. Ik krijg nog aanmoedigingen van een man in blauw shirt, een vertrouwd gezicht, onbekende naam . Hij gaat me voorbij, stopt even verder in een bocht om een slok bier te dronken bij zijn fans en loopt me een honderd meter opnieuw voorbij. We zijn intussen al een stuk voorbij halfweg. Dat moet daar Roger Dosseray zijn. De schouders hoog opgetrokken, de ellebogen uit elkaar. Zijn magere benen zijn flink gebruind, heb ik voor de start gezien. Ik haal hem in op een dalende strook. “Vorig jaar liepen we zo” hijgt Roger, terwijl hij naar de weg wijst. Ik weet het niet Roger, denk ik, en ik wil mijn energie sparen onder de brandende zon.
Gelukkig krijgen we even verder weer wat schaduw. We draaien een bredere veldweg in die weldra zal versmallen tot een eng pad. Dit laatste stuk heb ik verkend, hier zal ik niet meer voor verrassingen komen te staan. Het is een mooi pad om in je eentje en op je gemakje te lopen maar hier een wedstrijdtempo aanhouden is te veel gevraagd voor mijn stramme spieren. De kilometertijden donderen weer naar beneden. De moeilijkste brok krijgen we na 6,5 km. Ik ben in het spoor gekomen van Béa. Ze wordt op sleeptouw genomen door een oudere begeleider. Haar trainer? Béa is Béa Kevelaer, de trainer is Michel Gomzé. Ik ga haar voorbij voor we het steilste stuk opdraaien, een smal en hobbelig donker pad tussen de bomen. Michel deelt kwistig aanwijzingen uit, “kleine pasjes”, “toon je karakter”. Ik ben even op stapmodus overgeschakeld maar zie Béa toch niet voorbijkomen. Meer nog, ze verliest in de laatste 1,2 km zo’n 40 seconden. Er is nog werk aan de winkel voor de coach. Ik vraag me trouwens af of die peptalk helpt. Mij zou het vooral irriteren.
In dit tweede deel van de wedstijd protesteert mijn maag ook als ik wil versnellen op de beter beloopbare stukken. Is het de warmte of gewoon het signaal dat ik aan mijn limiet zit? Een jongeman met iphone op de arm (kan ook een samsung zijn) haalt me nu al voor de tweede keer in, telkens als de weg stijgt. We komen weer op de rijweg naar het centrum. Het blijft nog even klimmen. Langs het voetbalveld. Waar is de jongeman met de iphone? Ik zie hem niet meer voor me. Ik heb hem blijkbaar gelost op het vlakke. We lopen nu tussen de supporters. Hier en daar hebben de bewoners zich buiten aan een tafeltje geïnstalleerd om de gebeurtenissen vanop hun plooistoeltje gade te slaan. Ik verlies nog enkele plaatsen op de rechte strook van 400 meter door het dorp. Ik kijk uit of we nog niet rechtsaf moeten slaan. Maar er volgt nog eerst een bocht. Daar is het. Een smalle doorsteek, drie meter lang. De voorbereiding is het halve werk. Ik weet dus dat ik hier links moet houden om niet tegen een afsluiting te botsen. Alweer een fractie van een seconde gewonnen. We lopen een fraaie verkaveling in. De mensen zijn uit hun huizen gekomen om ons aan te moedigen in de laatste halve kilometer. Ik zie Nicolas Bynens de laatste rechte lijn naar de finish opdraaien. Te laat om hem nog bij de lurven te vatten. Ik zet de eindspurt in te midden van de kermispret. Op een twintigtal meter achter me hoor ik een achtervolger naderen. Maar waar is hier precies de streep? Een boog heb ik evenmin gezien bij het vertrek. Het is blijkbaar verder dan de tent. Daar troept een kladje lopers samen. Ik sluit aan bij de wachtenden voor me. De tijdsopname is elektronisch, de plaatsregistratie gebeurt kennelijk manueel. Mijn achtervolger – senior Jérôme Leduc – is tot het einde doorgegaan en komt met grote snelheid op het groepje ingelopen. Hij wringt zich voor me. Met een armbeweging zet ik hem weer op zijn plaats, dat is achter mij. “Jij begint Sagan-trekjes te vertonen” grinnikt Marie-Paule. “Het was tijd dat ik aan de streep was” knipoogt Nicolas als hij me opmerkt. Ik ben ook blij dat het weer achter de rug is. Als het parcours eens wat milder is, haalt de zon weer uit. En zo jakkert een (lopende) mens zich altijd af.
Na de wedstrijd ontrolt zich het gebruikelijke scenario. Met toch één wijziging: vanavond geen pain-saucisse maar een hotdog. De drankbonnetjes zijn op, we vertrekken naar huis. Die verplaatsingen verlopen ook altijd volgens hetzelfde stramien. In het komen erger ik mij over de bizarre routekeuze van de GPS. Op de terugweg moppert Marie-Paule over de “betere” keuze die ik maak. Via Pepinster rijden we door de Vesdervallei richting Luik. Dit is voor mij pure nostalgie op het parcours van mijn eerste en derde marathon. De herinnering blijft, de conditie van toen is geschiedenis. Nog enkele kilometers. Aan de Hallembaye liggen mijn trainingsroutes al in de duisternis…

(Foto 1 van Marie-Paule: samen met Nicolas Bynens voor de start. De lachende derde is Jean-Claude Odeurs, mede-organisator van de Challenge van de Provincie Luik.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Haneffe (CLAP)

vri 30/06/2017 19.30u * Haneffe (Cours la Province!) * 12,1 km * 00:58:53 * 12,3 * 67/145 * 4/14 * ♥♥♥

Ze vallen wel op in hun felrode tenue, de leden van de fanfare van Haneffe die voor de muzikale omlijsting zorgen op de jogging vanavond. Maar het is vooral de naam op hun vest die me intrigeert : “Royal Guidon Hesbignon”, Koninklijk Haspengouws Stuur. Een wielerploeg, zou je dan denken. Maar het is een fanfare… op de fiets. Hoe spelen ze dat klaar? Op foto’s zie ik dat de speler vanachter op een tandem zit. Hij kan zijn deuntje blazen terwijl de man op de eerste fiets trapt en stuurt. Vanavond spelen ze staand, aan het vertrek of in de grote tent op het dorpsplein. Want het is kermis hier op het Haspengouwse platteland, even ten zuiden van Waremme.
Ik ben al vaker in Haneffe geweest, ook al omdat hier jaarlijks twee lopen worden georganiseerd, een in de zomer en een in de winter, vaak de laatste wedstrijd van het kalenderjaar. De zomerloop is het geesteskind van Pierre Olivier, de man achter de challenge Cours la Province!. (Er staat geen leesteken te veel, het uitroepteken hoort bij de naam.) Vroeger maakte de loop deel uit van de Challenge hesbignon. Maar daar staan ze op de exclusiviteit van hun wedstrijden en zo is deze loop van de Hesbignon-kalender geschrapt.
Aan de inschrijvingstafels zit heel wat bekend volk. Jos Biets en zijn collega Joseph Royer, de twee onafscheidelijken van de… Hesbignon. Patrick Renard en Fabienne. Marguerite Olivier, zus van (ook broer Philippe is ingeschakeld in de organisatie). En even verder… Kris en Maja. Zij delen t-shirts uit aan de jongste deelnemers. Maja heeft dan toch eindelijk wat rust ingelast om de blessure aan de adductoren te laten helen. Ze zal dus niet meelopen. Kris wel, maar hij zal zeker achter me eindigen – zegt hij – want hij heeft nog een 3000 meter van woensdagavond in de benen zitten. Dat is codetaal voor “maak je maar geen illusies, ik ga je ook vandaag kloppen”. Ze bereiden zich overigens voor op het Europees kampioenschap 5000 meter op de baan, in Denemarken. Excusez du peu…
Verandering van challenge of niet, het parcours is ongewijzigd. Zo ver ik dat nog kan beoordelen. De wintereditie loopt ook gedeeltelijk over dezelfde wegen, soms in tegengestelde richting. Ik heb bijzonder lang ingelopen. Minstens 4 kilometer en ik stel vast dat stukken van het parcours – dan nog de mooiste – uit mijn geheugen zijn gewist.
Haneffe is een typisch valleidorp dat zich langs een beek, de Yerne, uitstrekt tussen Harduémont en Donceel. Die namen zullen ook verder in mijn verslag voorkomen. De organisatoren hebben optimaal gebruik gemaakt van het natuurlijke reliëf en de kronkels in de bebouwing om een afwisselend en uitdagend parcours uit te tekenen. Dat meteen ook het tracé met de banale en de onaangename rechte betonwegen uit het dorpscentrum breekt.
Aangevuurd door de fanfare trekt het relatief kleine peloton zich om halfacht op gang. Bij de vertrekkers is ook voor het eerst dit jaar Etienne Vanderschelden. Zijn taak in het Hesbignon-organisatieteam en een voorzichtige opbouw na een heupoperatie hebben hem lange tijd langs de kant gehouden. Domenico Di Vito en Roland Vandenborne zijn zoals verwacht de sterksten bij de veteranen 3. Er zijn overigens 5 Vlamingen bij de eerste 6 in onze leeftijdsklasse. Na de eerste bocht en een smalle doorgang langs een dranghekken is er meteen ruimte om een geschikt plaatsje te zoeken in de loperssliert. Maar dat geldt ook voor mijn collega’s die me in trosjes voorbijlopen. We zijn al onmiddellijk in Donceel, dat overigens zijn naam heeft gegeven aan de fusiegemeente. Na een kleine kilometer worden we een donker pad opgestuurd. Dat blijkt de rand te zijn van een park waar we 4 kilometer verder weer doorkomen, maar dan aan de andere kant. We worden hier op een rij gedwongen. Ik moet mijn zwakker wordende ogen forceren om boomwortels en oneffenheden tijdig op te merken. Nu, vorige zondag was het een stuk erger… en na 400 meter – die langer lijken – komen we in het zonlicht. Ik schuif een aantal plaatsjes op en passeer onder meer Dominique Bertrand, nog een “régional de l’étape”. “Ingehouden voor zondag” – verklaart Dominique achteraf zijn matig tempo. Ik vermoedde het al, dan is er een Hesbignonloop in Thisnes. Op dit mooie stuk langs het open veld aan onze rechterzijde haal ik een gemiddelde van rond de 4’30”. Het is geen toeval dat ik meteen een voor mijn normen stevig tempo aanhoud en gekozen heb voor een extra lange opwarming. Ik wil de herinnering aan mijn belabberde training van woensdagavond uit mijn geest en lijf bannen. Na afloop zal moeten blijken of ik de juiste tactische keuze heb gemaakt. Na 2,5 km zijn we in het dorp Limont. Niet dat je zoiets opmerkt. Door de kriskrasbebouwing loopt het ene dorp in het andere over. Ik zie een loper in tegenovergestelde richting naderen. We zijn dus aan de rechthoekige lus gekomen – vergeef me deze geometrische draak – die in mijn geheugen is blijven plakken. De eenzame jongeman die me met krachtige tred tegemoet loopt tempert mijn eigendunk over een goed tempo. Die eigendunk wordt echter 700 meter verder, op het einde van genoemde rechthoek, weer opgekrikt als ik vaststel dat ik zelf hele drommen collega’s een flink eind heb achtergelaten. Om mijn plaats beter te situeren: in de uitslag haal ik nog net de eerste helft.
We lopen op een bochtige weg terug naar Donceel, dat is richting aankomst. Mijn tempo stokt, is het de eerste verzwakking na een degelijk begin of zuigt het beton meer kracht uit mijn benen? Dit deel ligt me niet echt, al heb ik wel daarnet het genoegen gesmaakt Richard Driesen in te halen. Na 4,2 kilometer komen we op de rechte betonweg die naar Donceel en van daaruit naar Haneffe leidt. Ik kan me lichtjes herpakken maar moet wel dulden dat Michel Bielen en een collega me passeren. Michel heeft de voorkeur gegeven aan een voorzichtige start, ik ben hem zelf in de aanvangsfase voorbijgegaan. Voor de “rechtdoor”-saaiheid toeslaat mogen we rechts inslaan. Ik loop nu alleen en kan in stilte genieten van het park en de historische hoeve waar we worden doorgestuurd. Een haakse bocht brengt ons weer op de rechte weg van daarnet. We worden snel naar rechts afgeleid, naar een smalle weg in asfalt. Die loopt al lichtjes omhoog. Na 200 meter gaat de klim gaat verder op gras. Ik moet harken om een zweem van snelheid te bewaren. Na 200 meter tussen het groen waar de zon niet kan doordringen, komen we uit op de Thier du Renard, een betonnen weg boven het dorp in het veld. De brede weg blijft tot halverwege omhooggaan. Hier had ik wel het gezelschap van een groepje op prijs gesteld. Ik moet nu alleen de kloof proberen te dichten op Anne Kerens. Zij is de enige die ik herken in het kladje lopers voor me. Het trainingsmaatje van Noël Heptia heb ik op een blauwe maandag (eigenlijk een zondag) kunnen kloppen. Ik heb hier wel een lichte “up” (in een wedstrijd met nogal wat lichte ups en downs zal ik achteraf concluderen). We draaien rechtsaf richting dorp – dat is intussen Haneffe zelf – op een aangename dalende strook tussen de bomen. Haneffe 1 Ik snel voorbij een lang opgeschoten dame – opzoekingswerk levert de naam Catherine Pirard op – maar de andere lopers in mijn gezichtsveld blijven buiten bereik. De stilte van de Haspengouwse akkers maakt plaats voor het kermisgedreun op het dorpsplein. Ik hoor een mannelijke stem ons met veel moeite de richting voor de lange en de korte wedstrijd toeschreeuwen. Maar hij heeft zijn standplaats wel heel slecht uitgekozen. Ik volg maar de grootste groep lopers voor me. Met een bord had hij zijn stembanden kunnen sparen. De weg van de 6 km-loop is dan nog versperd door fout geparkeerde auto’s. Een werkpunt voor de organisatie. In de kakofonie bij de wegsplitsing hoor ik ook mijn naam roepen. Dat moet Maja zijn.
Maar waar is Kris? Ik heb daarnet bij de bocht op de Thier du Renard even achterom gekeken maar zag het zwart-bruine Alkense shirt alvast niet in de 75 meter achter me. Die moet ver voor me uit lopen, anders had hij mij al lang ingerekend. Ik ben blij dat we na 300 meter bevrijd worden van de dorpsstraat in bijwijlen verhakkeld beton. Van hieruit heb ik verkend, ook de mooie asfaltweg, de Rue Nou-Route. (Is dat geen pleonasme?) Maar na 200 meter buigen we alweer rechtsaf om via een korte afdaling weer op de betonweg van daarnet uit te komen. Er zit systeem in de kronkels van deze 8 mijl. Want de officiële naam van deze wedstrijd is de “8 miles de l’Yerne”. Die 8 mijl, een fractie meer dan 12.800 meter, halen we bijlange niet. Dat van de Yerne klopt wel. Maar daarover dadelijk meer. Ik heb daarnet bij de opwarming toch niet helemaal het officiële parcours gevolgd want plots zie ik Didier Delbovier een honderd meter hoger opduiken en de andere richting uitlopen. Die heeft zo’n 600 meter voorsprong, reken ik later uit. Daarmee kan je hier op plaats 26 uitkomen. Ik zet mijn weg verder op de Rue Puits du Moulin. Mooie naam, rotweg. Maar zoals gezegd, de parcoursbouwers zijn vindingrijk en dus hebben ze een smalle strook onverhard voor ons in petto. Wel even links afslaan. Ik blijf intussen hangen op een twintigtal meters van de lopers voor me. Achter me is er weinig beweging… tot ik plots een stampend geluid hoor. Het zijn de voetstappen van… Kris Govaerts. Dus toch achter mij. Die moet echt een spurt hebben ingezet, zo snel is hij genaderd. Het is hier smal en mijn achtervolger moet al een manoeuvre uitvoeren om me voorbij te gaan. “Opzij gaan of niet” is nu de vraag. Ik blijf voorop lopen op het gevaar af dat ik de Truienaar enkele seconden ophoud. Ik ga hem toch geen cadeautje gunnen tijdens de wedstrijd. Hij krijgt al complimenten genoeg in mijn verslagen. Na 200 meter en een bocht naar rechts (die waar ik daarnet Didier Delbovier zag draaien) is de weg vrij. Dat is een helling van 300 meter. Het zweet spat van Kris zijn hoofd terwijl hij met kleine maar snelle stapjes mij en ook enkele lopers voor me achterlaat. Ik zelf kom ook wat korter op de verspreide lopers voor me. Ik moet wel mijn energievoorraad nauwgezet in het oog houden om niet stil te vallen. Recupereren op dit parcours is al even moeilijk als tuba spelen op een fiets. In het gehucht Harduémont is het fijn lopen. De weg daalt lichtjes, hier en daar zit er wel een bultje in. Aan km 8,7 bij een kruising staat een loper stil die mij eerder was opgevallen vanwege zijn fluogele stretchkousen. Zijn maatje wacht op hem. Krampen? Ik zou het niet weten want ik blijf niet wachten. Weer twee plaatsen gewonnen. Op de ruilverkavelingsweg die naar een nieuwe strook onverhard leidt geraak ik niet onder de 4’40”. Haneffe 2 De Limousin-koeien hebben zich van het midden van de weide naar de rand van de betonweg verplaatst, stel ik vast. Ze zien dus niet wat ik wel zie. Kris blijft doorduwen en het lijkt alsof Anne ook het tempo opdrijft. Dat klopt, bevestigt ze mij na de wedstrijd. We volgen nu even de loop van de Yerne. Dat is een bijriviertje van de Jeker. (Hopelijk nuttige informatie voor de kwissers onder mijn lezers. En die zijn er.) Een bruggetje aan km 9,6 brengt ons aan de andere oever van de Yerne. Hoewel de benaming “oever” misschien te veel eer is voor een beekje dat maar een meter breed is. We blijven een smal pad volgen tussen de akkers links en de weiden aan de kant van het dorp. Na 10 km krijgen we weer asfalt onder de voeten. En word ik ingehaald door een groepje onder wie de gele fluoman en zijn maat. Ik ben mijn twee gewonnen plaatsen alweer kwijt. We hebben nog 200 meter vlak te goed in een woonstraat. Maar we worden opnieuw het dorp uitgestuurd. Kris en Anne zijn definitief buiten schot. Voorsprong aan de streep: respectievelijk 1’30” en 30″. Er wacht nog een flinke uitsmijter met een klim van 1 kilometer. Het eerste deel is het steilste met een korte piek van 4%. Stilvallen doe ik niet maar meer dan overleven zit er niet meer in. Een jongeman die plots uit de achtergrond opduikt wil ook aan de rechterkant omhoog waar ik mijn inspanning lever. Ik moet even inhouden en ben dubbel geïrriteerd als hij bij de linkerbocht boven – we zijn even voorbij de helft – plots stopt en achterblijft.
Na een honderdtal meter vlak volgt een nieuwe bult. Is het hier niet dat Armand Pirotte mij in 2014 inhaalde? Ik wil deze keer revanche nemen door de “gele” man die al de hele wedstrijd met een kleine voorsprong voor me uit loopt eindelijk voorbij te steken. Dat lukt, in twee keer, zuiver op karakter. Maar dat heeft mijn concurrent ook en hij neemt weer de leiding. In de afdaling naar Haneffe kan ik weer wat tempo maken en geraak ik opnieuw in het spoor van de gele man. Maar die heeft nog een versnelling in huis en slaat me weer terug. Er ligt nog wat bochtenwerk te wachten, weet ik van mijn verkenning. We slaan af op een grindweg met gaten om de Ferme Schalenbourg te bereiken. Ze staan daar zelfs klaar met péket. Maar dat weet ik alleen van Marie-Paule. Die heeft nog tal van andere weetjes over de boerderij. De bevoorrading met sterke drank heb ik niet opgemerkt, ik ben alleen geconcentreerd op plaatsbehoud. Zonder succes want in de schaapstal – nog zo’n fantasietje in het parcours – loopt mij een duo voorbij. Het is nog even opletten om niet weg te glijden op de hobbelige hoeveweide. Eric Martin heeft wat gas teruggenomen in het laatste deel en eindigt vijf plaatsen voor me. In de laatste honderd meter op asfalt kan ik Catherine Pirard, de dame van de zesde kilometer, nog net achter me houden. Ik blijf ruim onder het uur en haal dus mijn bescheiden doelstelling. Ik heb voor mezelf bewezen dat ik nog kan afzien. De training van woensdagavond is alleen nog een nare herinnering.
Aan de Limburgse tafel onder de feesttent belonen we onszelf met een frietje. Domenico Di Vito laat zich uitbundig fêteren met zijn eerste plaats bij de veteranen 3. De geluksvogels onder ons trekken nog met een tombolaprijs naar huis. Weldra daalt de rust weer neer in Haneffe… tot morgen. Dan gaat de kermis verder.

(Foto 1 van een onbekende bron: Domenico Di Vito poseert met zijn prijs als winnaar in de V3-klasse.
Foto 2 van Marie-Paule: Nu eens geen lopers maar schaapjes voor de lens.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deigné (CJPL)

zat 25/06/2017 11.15u * Deigné (Challenge Province de Liège) * 8,4 km * 00:42:53 * 11,7 * 28/61 * 3/6 * ♥♥♥

Het bestaat dus, een loopwedstrijd in Luik met weinig deelnemers. Vanochtend in Deigné. Waar dat is, vertel ik dadelijk. “Nooit een wedstrijd gelopen met zo weinig volk aan de start” zegt Servais Halders. Ik wel, in Valmeer bijvoorbeeld, voor de Champignonloop werd opgenomen in de Victors Cup. Voor Servais maakt het niet veel uit, een handjevol deelnemers of een massa, hij wint toch. Voor mij des te meer: als er maar zes veteranen 3 opdagen, is de kans al groter dat je een prijsje wegkaapt. Ik heb, achteraf gezien, dus een goede tactische keuze gemaakt toen ik dit weekend koos voor deze relatief nieuwe manche van de Challenge van de Provincie Luik. Deigné 1 Niet dat ik een podiumplaats voor ogen had toen ik mijn agenda vastlegde. Maar het onbekende parcours en de aanwezigheid van enkele loopvrienden lokten me naar de Ardennen.
De start en aankomst liggen aan de molen en de visvijver van het piepkleine en fraai gelegen gehucht Rouge-Thier. Dat hoort bij Aywaille. Een deel van het bewoonde deel van het parcours loopt door Adzeux, een gehucht van Sprimont. Vraag me niet op welk grondgebied de boswegen liggen die we gedurende 6 km voor de voeten krijgen. In Rouge-Thier bevindt zich ook een camping. Wat een idyllisch oord had kunnen zijn is helaas grotendeels verloederd. Te mijden, stelt Marie-Paule vast na een korte wandeling. Gelukkig ontdekt ze in de andere richting een pareltje van de Ardennen, het dorpje Deigné. Ik verken uitgebreid de eerste en laatste kilometers van de ronde. Jo Vrancken, Kris Pipeleers en Servais Halders beperken zich tot wat lusjes in de buurt van de vijver. Ik bereid me voor als een prof, zij als amateurs. In de wedstrijd zijn de rollen omgekeerd.
We verlaten Rouge-Thier in de richting Deigné maar worden na een lekker lopende eerste kilometer links op gestuurd. In het groen keren we terug ter hoogte van het vertrek. Veteraan 2 Georges D’hoey is me op het vlakke voorbijgegaan, veteraan 3 Richard Mathot loopt even verder voor me uit. De eerste lopers verdwijnen snel uit mijn zicht, achter hun is het peloton al flink uitgerekt. Dat is altijd het geval maar hier vraag ik me wat bangelijk af of ik al niet in de achterste regionen ben beland. Vanaf km 2, bij een achterwaartse bocht naar rechts, ligt mijn positie al zo goed als vast. Achteraf blijkt dat ik toch nog de eerste helft van het deelnemersveld haal. We beginnen nu aan een lus van 6 km in het bos. Het hoogteprofiel op Openrunner en de informatie van Servais en organisator Pascal Julin laten er geen twijfel over bestaan: er ligt hier een stevige kuitenbijter te wachten. Mijn bioritme is wat van slag na een aantal korte nachten en dus schakel ik over op slow-running. Benen en adem sparen, snelwandelen op de steilste stukken. Georges blijft in loopmodus, toch kan ik hem makkelijk volgen. Richard verliest gewoontegetrouw snel tempo op de helling. Bij de tweede steile puist ga ik hem voorbij. “Dit lukt echt niet meer” hoor ik hem hijgen. Kilometer 3 in 6’50”. Georges neemt wat afstand in de laatste klimmende meters. De bosweg is nu vlak maar bezaaid met kuilen, plassen en boomwortels. Dat zijn niet mijn geliefkoosde paden maar ik val hier niet uit de toon. Achter ons gaapt een leegte. Richard glipt na enkele honderden meters weer voorbij maar ik kan zelf een jongeman achter me laten. Voor me zie ik een hele tijd drie bekenden: Richard, Georges en veteraan 2 Jean-Luc Letellier. Ik waag me aan een pronostiek voor het tweede deel van de loop dat grotendeels vlak en dalend is. Ik verwacht dat ik Jean-Luc nog kan inhalen, schat mijn kansen om Georges te kloppen op fifty-fifty maar verwacht dat het tweede deel in het voordeel is van Richard. Lees verder of mijn kansberekening klopt. We zien de bevoorradingspost van ver liggen op het einde van een open en met steengruis bedekt pad dat weer flink klimt. Ik haal Richard weer in en neem zelfs snel afstand van mijn lange categoriegenoot. Die laatste klimmende strook bevalt me uitstekend.
We zijn nu vier kilometer ver. Ik kijk uit naar het tweede deel van de wedstrijd. Zei Pascal Julin niet bij het vertrek dat vanaf de bevoorrading het alleen nog vlak en dalend zou zijn? En ik heb er nog wel zin. Ik heb mijn benen gespaard op de klim. Servais is daar fanatieker naar boven gegaan. Onze subjectieve klimpercentages liggen wel flink uit elkaar. Onze eindtijden ook. Er wachten 1,7 km rechtdoor in het bos. Vlak, op een smal pad. In het eerste deel valt de ondergrond nog mee, weinig putten en wortels. Helaas wordt het pad, of het spoor eigenlijk, alsmaar moeilijker beloopbaar. Na een tijdje hoor ik voetstappen naderen. Deigné 2 Richard is weer op komst. Hij heeft er nog vrij lang over gedaan. Als hij me bijhaalt maak ik onmiddellijk plaats om hem door te laten. Achter zijn rug kan ik mijn eigen spoor kiezen, niet opgejaagd door een snellere achtervolger. Achter ons is geen loper meer te bespeuren. Voor me spelen Jean-Luc en Georges enkele keren haasje-over. Uiteindelijk houdt Jean-Luc de bovenhand. Zij lopen alle twee van mij weg in een groepje met nog drie andere lopers. Mijn pronostiek blijkt dus te optimistisch te zijn geweest.
Na 5,7 km maakt een hoek van 90 graden een einde aan de rechte lijn door het bos. Lopen is ook een beetje meetkunde. We draaien nu een breder pad op in gruis en hier en daar een flard asfalt. Zo heb ik het graag. Maar ik zal nu wel mijn turbo moeten inschakelen om nog een plaatsje te winnen. Mijn model is echter hopeloos verouderd en dus blijf ik hangen op een vijfentwintigtal meter van mijn Luikse opponent. Ik sla de laatste bevoorrading over. Pascal heeft gezorgd voor een bijkomende ravitailleringspost, waarschijnlijk uit voorzorg na de hittegolf van de voorbije dagen. Maar vandaag is het uitstekend loopweer. Ik laveer van links naar rechts om de keien te ontwijken die hier en daar op de weg liggen. Eindelijk kan ik nog eens genieten van een tempo onder de 4’30”. Richard is er toch niet heel gerust in. Ik zie hem enkele keren achteruit gluren. We komen nu tussen de weiden. Dit is bekend terrein… sinds mijn verkenning een uurtje geleden. Ik geraak zowaar onder de 4′. Een lachertje voor de jongens en meisjes in de voorste gelederen, een opsteker voor een oude krasselaar als ik. Ik zie de signaleur voor me met het ronde bordje strak naar links gericht. Ik scheur door de scherpe bocht. Wellicht maak ik geen indruk op de enkele fans die hier wachten op hun idool, mij geeft deze afdaling wel een kick. Ik schakel nog een versnelling hoger op de rijweg waar er overigens nauwelijks autoverkeer is. Jammer dat de weg fel naar rechts afhelt en het moeilijk maakt een soepele tred (als ik die al zou hebben) aan te houden. Ik maak wel enkele meters goed op Richard maar die heeft nog genoeg in de tank om zijn geslonken voorsprong te behouden. Nog enkele bochten aan de rand van de camping en we overschrijden de finish onder het goedkeurend oog van Jean-Claude Odeurs. Ik geniet nog even na van de leuke afdaling met Richard en Georges .
Op het terrasje naast de vijver is de sfeer uitstekend aan de Limburgse tafel. We vallen alle vier in de prijzen. Bij ons zit ook Serge Massin, de voorrijder op de fiets. Als security-man heeft hij heel wat F1-vedetten van nabij gekend. Nu zoekt hij graag het gezelschap op van de sterren van de loopwedstrijden…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Met de latere winnaar Jo Vrancken bij de inschrijving. Foto 2: Met een photoshop-truukje op een halve seconde van Servais. In werkelijkheid op 6 minuten.)

Eén reactie op “Deigné (CJPL)”

  1. S. Halders schreef:

    Mooi verslag Willy, in het biezonder de beschrijving van de omgeving, geen detail ontsnapt je. Je loopvrienden laat je evalueren van amateurkes tot sterren van de loopwedstrijden (waar jij natuurlijk ook bij hoort). Het is een hele geruststelling voor mij dat ik toch nog sneller ben dan jou in de eindsprint. We zitten wel met 2 jaar leeftijdsverschil……
    Groeten,
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eén reactie op “Caveman 1/3 Triathlon Kanne”

  1. S. Halders schreef:

    Willy,
    Prachtige samenvatting van deze sportieve hoogdag voor Kanne met wondermooie sfeerbeelden en met Jules als een van de hoofdrolspelers.
    Groeten,
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verviers

zon 18/06/2017 15u * Jogging de Verviers * 12,85 km * 01:07:36 * 11,4 * 731/2325 * 15/105 * ♥♥♥

De schaduw opzoeken, dat is het eerste wat we doen in het Stade de Bielmont in Verviers. Ik ben hier voor een klassieker op de Luikse loopkalender. Mijn trainingsmaatje van de zomerse woensdagavonden Berto Nassen was hier ook al. Maar dan in de jaren 80 als speler van SRU Verviers. De inschrijving is zo gepiept. “Piep piep” zegt het scannertje en ik mag meedoen met de 36ste Grand Jogging de Verviers. Samen met meer dan 2300 collega’s die bereid zijn de hitte te trotseren op een veeleisend parcours van 13 km. We hebben daarvoor de luttele som van 6 euro neergeteld. Lees verder in het verslag wat ze de lopers in Verviers met die bescheiden bijdrage allemaal kunnen aanbieden. Verviers 2 Op de overgrote meerderheid van de borstnummers kan ik uiteraard geen naam plakken. Maar in het Luikse ontmoet ik altijd wel een aantal bekende gezichten. Carlos De Almeida en Patrick Renard, zoals steeds begeleid door hun dames, bijvoorbeeld. Patrick zal zoon Arnaud als zesde de atletiekbaan zien indraaien na 44 minuten. Maurice Gilet is blij dat hij er weer bij is. Hij is op de weg terug na een zware operatieve ingreep. Ik hou het bij enkele rustige inlooprondjes op de piste. Alberto Canales dribbelt hier ook rond. De vijfde veteraan 3 blijft onder het uur. Op en langs het veld staan er twee show-jacuzzi’s en verscheidene massagetentjes. Onder een grote tent wordt de drank aangevoerd voor straks. Daar begint men het best op tijd mee bij een temperatuur van om en bij de 28 graden. Enkele gesluierde vrouwen houden zich in een lommerrijk hoekje ver van de krioelende massa.
De start wordt gegeven op de Place d’Arles buiten het stadion. Ik wacht in de massa op het starschot, op een vijftigtal meter van de startboog. Ik hoor een geluid dat ik evenwel niet kan thuisbrengen. Er ontstaat enige beroering in de massa. Zijn we nu vertrokken of niet? Blijkbaar wel, stapje voor stapje schuiven we onder de boog door. Na een halve minuut kan ik mijn Garmin aanzetten, we zijn weg. Marie-Paule heeft de startprocedure vanuit een beter standpunt kunnen gadeslaan. Zij kan precies beschrijven hoe alles in zijn werk ging. Wie het precies wil weten kan haar bereiken via het contactformulier. Het gaat onmiddellijk stevig naar beneden. Na 700 meter zijn we al in de binnenstad. Hoog boven ons, aan de linkerkant van de weg, zie ik toeschouwers staan. Ze sparen hun aanmoedigingen niet. De wegen zijn volledig vrijgemaakt. De lopersstroom kan zich ongehinderd een weg zoeken door het stadscentrum. Door de winkelstraten naar de brede lanen rond de stad. Na anderhalve kilometer word ik even in de war gebracht als een deel van de lopers voor me naar rechts afbuigt. Is dit een afslag voor een andere afstand? Moeten we naar rechts of rechtdoor? Het blijkt dat de “rechtsen” gewoon een ander rijvak (hier te lezen als loopvak) hebben genomen. Rechts vermoed ik de Vesder. De rivier zelf is verborgen achter een muurtje. De industriestad Verviers heeft zijn intussen vergane glorie te danken aan deze rivier. Het water van de Vesder is arm aan mineralen en daardoor uitstekend geschikt voor het wassen van wol. Verviers 1 Als de negentiende eeuwse geschiedenis u koud laat, wordt u misschien wel aangesproken door wat zich in de jaren ’90 van de twintigste eeuw afspeelde langs de Vesder. Een deel van het parcours van mijn eerste (en derde) marathon, liep ook langs de Vesder, enkele kilometers stroomafwaarts in Pepinster. Op de volgende licht aflopende kilometers draai ik intussen een mooi tempo. Ik heb de indruk dat ik meer plaatsen win dan ik er inlever – in zo’n massa is het moeilijk een precieze boekhouding te voeren – en ik ben dus met een redelijk gevoel onderweg. Ik heb me wel niet aan mijn oorspronkelijk plan gehouden om eerder langzaam van start te gaan en dan in de klim die dadelijk volgt op te schuiven. De afdaling in het begin was alleen scherper dan voorzien en zolang de benen meewillen ga ik dan toch maar niet met de handrem op lopen. Het live-parcours zoals we dat onder de voeten krijgen zal later – in de klim – ook anders aanvoelen dan het hoogteprofiel op het internet. Mijn pet heb ik al na een kilometer afgezet wegens te warm. Misschien moet ik in de toekomst eens een bandana proberen om mijn kale schedel tegen de brandende zon te beschermen. Want de grote tegenstander vandaag is toch de koperen ploert. Bij de eerste bevoorrading heb ik wel enkele slokken genomen maar het water vooral over mijn hoofd uitgegoten. Wat me achteraf ook opgevallen is in die vlakke kilometers buiten het stadscentrum is dat dit de enige strook is waar er geen toeschouwers langs de weg staan. Dat zal dadelijk wel even anders worden. Er is hier ruimte zat om de verkeersstroom te kanaliseren. In een bocht na 4 kilometer waar we een smalle ruimte tussen het straatmeubilair willen benutten om zeker geen meter te veel af te leggen, loopt het even verkeerd. Een al wat oudere man wurmt zich naar voren en blijft haperen in het snoer van de oortjes van een juffrouw. Een tweevoudig “sorry” van de man kan de irritatie van de juffrouw niet intomen. Zij moet halt houden om haar elektronische handel weer in orde te brengen – ze draagt ook een smartphone op haar arm. De man zet zijn weg verder en verdwijnt in het loperskluwen voor me. We zijn nu “En Mi-Ville” (in het midden van de stad). Daar zijn we in elk geval niet meer maar wel in de randgemeente Ensival. Dan wordt plots alles anders. De weg wordt smaller en schiet met een ruk de hoogte in. Langs weerszijden staan mensen te applaudisseren, hun keel schor te schreeuwen, kabaal te produceren met plastic worsten (reclame van de krant L’Avenir). De “allez”, “c’est bon/bien”, “super”, bravo”-s vliegen over en weer. “Mais qu’ils sont en forme cette année!” doet een heel enthousiaste meneer er nog een schepje bovenop. De weg wordt almaar steiler. Dat gevoel heb ik althans. Ik dring niet aan op een bijzonder gemeen stukje van zo’n 12% en gun mijn benen even een wandelpauze. Een goed idee want ik haal snel de lopers weer in die me daarnet zijn voorbijgegaan.
Na een dikke 5 kilometer verlaten we de bewoning en lopen een bos of alleszins een boomrijke omgeving in. De temperatuur wordt hier draaglijker. We hebben nu beschutting maar het pad blijft wel stijgen. Bij de bestudering van het parcours dacht ik er na een 6,5 kilometer vanaf te zijn. Maar Maurice Gilet vertelt me voor de start dat het eigenlijk van de vierde tot bijna de tiende kilometer van dat is. Ik zet het plan uit mijn hoofd om hier winst te boeken. Een gemiddeld tempo van 6′ per km is al te hoog gegrepen. Gelukkig is de bevoorrading in deze perfect georganiseerde loop op tijd en op peil. Busjes Spa, geen bekertjes. (Moet kunnen, voor 6 euro.) Ik giet het water nu niet alleen over mijn hoofd, maar ook over mijn rug. Een mens leert zich snel aanpassen in extreme omstandigheden.
Bijna aan km 7, de langste klim is nu achter de rug. Maar na een afdaling van een dikke kilometer volgt weer een tweetraps klim. Eerst lopen we op een keienpad, daarna gaat de weg over in asfalt. En overal volk, veel volk langs de weg. Wie een visuele indruk wil krijgen van de ambiance klikt hier. In de dorpskern van Heusy bereikt het enthousiasme een hoogtepunt. Nooit meegemaakt. Het lijkt wel de beklimming van de Alpe d’Huez in de Tour. En muziek. Daarstraks op het vlakke een saxofoon-contrabas-duo, hier een fanfare, straks een groep percussionisten. Ik las weer een wandelpauze in. De plaatsen die ik hier kwijt speel kan ik wel niet meer goed maken. Ik houd me alleszins aan mijn voornemen om geen te gekke dingen te doen. Ik heb in de vlakke aanloop in de stad Vlaams menen te horen met een Limburgse tongval. De twee vermoedelijke Limburgers zijn me voorbij gegaan tijdens de steile klim. De grijzende krullenkop van de twee in het geel gehulde lopers krijg ik dan toch weer te pakken voor de tiende kilometer. Ik heb een schijfje sinaasappel aangenomen van een vriendelijke dame langs de weg. Dat is heerlijk na de loop maar bevalt nu niet te best, merk ik. Moeilijk tegelijkertijd te kauwen en te ademen (of te hijgen) en de smaak blijft nog lang in je mond hangen. Ik verlang weer naar water. Dat ik bij elke bevoorrading over me heen blijf gieten.
Er lijkt dan toch een einde gekomen te zijn aan de klim. Ik bekijk mijn Garmin: 9,8 km. Dat klopt met de parcoursbeschrijving van Maurice Gilet. Ik heb er 52′ opzitten. Dan zit ik mooi binnen het vage schema dat ik voor ogen heb. Nu moet ik proberen weer wat snelheid te maken. Is dit nog Heusy of is dit een buitenwijk van Verviers? Veel maakt het niet uit. Het is in elk geval een betere buurt, op een Ardens plateau, zoals dat vaak het geval is in Wallonië. Bemiddeld of niet, de mensen zijn hier ook in groten getale naar buiten gekomen om ons te bewonderen (?) en aan te moedigen. De meeste lopers zijn trouwens uit de regio Verviers. Vooral de jongere deelnemers kunnen rekenen op veel bijval. Ik blijf me verbazen over de uitbundigheid van de fans. Die leveren ook een topprestatie. Stel je voor, ze geven nu al twintig minuten van jetje. En ze hebben na mij nog zo’n 1600 lopers te gaan. Hoe fanatiek de supporters ook zijn, de benen van de sporter hebben het laatste woord. De voorbije zes kilometer hebben zoveel jus uit mijn benen gezogen dat ik me moet tevreden stellen met een tempo net onder de 5′ per km. De zon zet haar slopingswerk ook verder. Geconcentreerd blijven en opletten voor de “koeienvlaaien”, de platte verkeersremmers die hier zijn uitgestrooid en waarvan de kleur niet echt afsteekt tegen de weg. Aan km 11,7 kondigen de fans langs de weg ons de laatste helling aan. Verviers 3 Ik ben in die jaren van loopwedstrijden wantrouwig geworden over de inschatting van afstanden door supporters langs de kant. Ik houd weer in op het steilste stuk en moet daar een klad collega’s laten voorgaan. Dat van die laatste helling klopt deze keer wel. Op de brede Avenue Elisabeth (ook volledig afgesloten voor het verkeer) kan ik nog even aan een snelheid van 4 km per minuut likken. Ik wijk nog even uit naar rechts om een waterstraal mee te pikken. Bocht naar links. We lopen het stadion binnen. Ik heb nu even geen tijd voor een ijsje van glacier Mario die voor de ingang staat opgesteld. Nog tweehonderd meter op de atletiekbaan, tenminste ik hoop dat dit de laatste bocht is. Dat is ook zo. Ik geraak nog enkele plaatsen kwijt maar kan zelf ook nog een collega of twee voorbijsnellen. Ik geniet van de laatste meters en gun de jonge Samuel Avermaete nog een plaatsje winst. Ik haal ruim mijn voorzichtige doelstelling, binnen de 1:10. In deze tropische omstandigheden en op een parcours dat veel zwaarder uitvalt dan aanvankelijk gedacht is de 1:07 twee minuten sneller waard. Ik heb me net niet in de donkerrode zone gewaagd. Daarom een hartje minder als eindoordeel. In het eerste derde van het peloton en met een fraaie topvijftienplaats in mijn drukbemande leeftijdsklasse kan ik ook thuis komen. Ik zie achteraf in de uitslag dat de veteranen 2 Eric Joway en Dominique Heusschen die ik wel eens als referentiepunt durf nemen in mijn buurt eindigen. Ik mag aannemen dat zij vandaag ook niet het onderste uit de kan hebben willen halen.
Ik heb Marie-Paule intussen gespot achter de omheining. Ik neem nog een gesuikerd drankje, een diep-oranje en een groen. De vrucht moet ik u schuldig blijven. Terwijl ik me uit het gedrang achter de finishlijn probeer te bevrijden hoor ik plots mijn naam. Ik herken Roger Dosseray die staat aan te schuiven aan de drankentafel. “Ik heb je zien voorbijgaan in de wedstrijd” zegt Roger terwijl hij zijn pijnlijke ribben betast. “Moeite met het ademen” aldus de zeventigjarige, “deze week uitgegleden op training”. Ik zoek een koel plaatsje op in de schaduw van de grote drankentent. De prik zal intussen wel uit de klaar staande cola en limonade verdwenen zijn, vermoed ik en ik kies dus voor een frisse pint. In een andere tent wachten honderden rijstvlaaien op eters. Gratis voor iedereen. Zes euro, zei u? Een après-course in gezelschap van vrienden zit er niet in. Nog even een wandeling naar onze auto. We zijn snel terug in Heukelom en belonen onszelf voor de geslaagde middag met een huisbereide pizza aan de tuintafel.

(Foto’s: Foto 1 en 2 van Marie-Paule. Foto 2 : Maurice Gillet opnieuw in de running. Foto 3 van L’avenir.net: Arnaud Renard onder de weldoende stralen van een van de vele sproei-installaties langs de weg. Met dank aan de omwonenden voor de verfrissing.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kermisloop Terkoest

maa 12/06/2017 20u * Kermisloop Terkoest-Alken * 10,2 km * 00:47:49 * 12,8 * 51/102 * 21/45 (50+) * ♥♥♥

In Terkoest kom je niet iedere dag als je in het zuiden van de provincie woont. Dus maar even vermelden dat het dorp deel uitmaakt van Alken. Het ligt zo ongeveer halverwege tussen Alken-Centrum en Stevoort. In het kermisweekend wordt er sinds onheuglijke tijden een stratenloop georganiseerd. In al die tijden stond Kris Govaerts aan de start. Ik associeer de kermisloop van Terkoest met de lopen in Nieuwerkerken en Kozen, ook al horen die laatste twee bij de Haspengouw Challenge. Met mijn eerste deelname in Terkoest en mijn vorige eenmalige optredens in Nieuwerkerken en Kozen vat ik vanavond het laatste deel van deze kermistrilogie aan. Mario Smolders is alvast verrast mij hier op een maandagavond aan te treffen. Er is een redelijke opkomst op deze ongewone dag. Het deelnemersveld wordt uiteraard gedomineerd door de bruin-zwart-witte kleuren van de Alkense Atletiekclub. We zijn met drieën uit het zuiden. In laatste instantie hebben ook Jean-Pierre Immerix en Harie Roex de verplaatsing gemaakt.
Terkoest 1 De inschrijving in leeftijdsklassen gebeurt hier met een verklaring op eer. Of op het zicht. De dame aan de inschrijvingstafel neemt de dames en de senioren-mannen voor haar rekening. Aan sommigen vraagt ze of ze ouder zijn dan respectievelijk 35 of 50 jaar. Is dat het geval worden ze verwezen naar de heer rechts van haar. Maar soms heeft ze met een oogopslag genoeg om de loper in de juiste categorie te plaatsen. Voor mij en de vrienden aan de kantinetafel achteraf is geen twijfel mogelijk. We zitten in de hoogste klasse, qua leeftijd wel te verstaan.
Terwijl ik terugkeer naar de auto om me in wedstrijdtenue te steken, vraagt een kleine jongen langs de weg aan zijn vader waarom die oudere heer in korte broek, ik dus, een nummer draagt. “Hij doet mee aan de loop” antwoordt de vader. “Jullie kunnen ook meedoen” probeer ik nog twee extra-deelnemers aan de Kids Run te ronselen. “Wij moeten gaan slapen” is het antwoord. Kermis of niet, in Terkoest durven de ouders nog regels stellen.
Ik warm op in het gezelschap van Romain Uitdebroeks, gisteren weer outstanding in Fallais. Ook vandaag laat hij 16 van de 23 senioren achter zich, en dan vermelden we niet eens de oudere leeftijdsklassen. Ik heb het gevoel dat de beproeving van Solières (zie het nog verse verslag) geen sporen heeft nagelaten, mede dank zij een ontspannen hersteltraining gisteren. Niet dat mijn benen fris aanvoelen. Voor een mirakel zou ik enkele kilometers verder westwaarts in het bedevaartsoord Kortenbos moeten zijn.
We staan klaar voor de start. “Nog éen minuut, encore un minute” klinkt het uit de luidsprekers. Die aankondiging in het Frans is waarschijnlijk bedoeld voor de ene Franstalige loper in het peloton. De jongeman zal zich zijn optreden in Limburg nog lang herinneren. Maar daarover meer op het einde van het verslag. Ik vertrek nogal enthousiast en moet voor de eerste bocht al naar adem happen. Ik ben vrij vooraan gestart en krijg een vloedgolf lopers over me heen in de volgende kilometer, onder meer ook heel wat deelnemers aan de 5 km. De blonde Jill Pauwels – haar naam staat op haar shirt, makkelijk voor de verslaggever – en Geert Reyskens gaan me voorbij. Zij zullen echter nooit veel afstand nemen en nog uitgebreid aan bod komen in het vervolg van dit verslag. Na de doorkomst van de lopende disco-bar Marcske Nelissen keert de stilte terug in het peloton. Marie-Paule heeft zich geposteerd in een bocht na 1 km, zie ik. Niet ver van de kermis waar ze even daar voren heeft toegegeven aan de verleiding van een een friet en een pint bier. Ik loop al snel alleen. Even voor de eerste doortocht aan de streep word ik ingehaald door een zwaar gebouwde jongeman (een voetballer?). Zuiver op de macht en wellicht gedreven door jeugdige overmoed neemt hij enkele meter voorsprong maar hij verdwijnt ook weer snel achter mijn rug.
De speaker meldt de doortocht van een pelotonnetje achter mij. Benieuwd wie daar in zit. Het antwoord wordt mij een halve kilometer verder duidelijk. In de Kloosterstraat gaat Kris Govaerts me voorbij. Gisteren oververhit in Fallais, vandaag na een rustige start alweer in het bezit van al zijn krachten. In de Hovenierstraat na de volgende bocht meldt zich het groepje dat zich achter mij heeft gevormd. Met drie ACA Alken-lopers. David Baerts is er bij. Zonder vrouwtje Martine Sobkowiak. Die is immers al verder vooruit op weg naar de tweede plaats bij de dames. Maja Van Zand (door de speaker Maja Van Zande genoemd, les beter voorbereiden jongeman!) is er ook bij. Zij krijgt aanwijzingen van een clubgenoot, 35-plusser Tom Coenegrachts uit Sint-Truiden. (Vader Jan afkomstig van Millen. Na de wedstrijd even geïnformeerd. Mijn geliefde moeder was ook een Coenegrachts.) Ik wil na Kris nu ook Maja niet laten weglopen en klamp aan. Ik laat alvast snel mijn nobele bedoeling varen om de bochten niet af te snijden. Dat zijn al snel twee tot drie meter die je zo kwijt bent of… kunt winnen. Het parcours houdt na de eerste echte ronde en de opwarmingsronde geen geheimen meer in. Even samengevat: 1200 meter lange rechte stukken op asfalt, 400 meter bochtenwerk in het centrum waar de kermis staat opgesteld. En 600 meter natuurloop, eerst op een zandweg, daarna op een bospad. Ik heb de opwarmingsronde overigens in tegengestelde richting afgelegd en me aanvankelijk verheugd over de onverharde strook tussen de weiden. Maar in de goede richting blijkt de weg flink tegen te vallen. Licht oplopend en ongelijk. Wie heeft meegeteld, mist nog driehonderd meter om de 2500 meter en “een sjiek” vol te maken. Dat is de rechte lijn, eerst nog op een bospad, daarna op het asfalt waar de aankomstlijn getrokken is en even verder de dranktafel staat opgesteld… aan de rechterkant van de weg.
Goed, we gaan de derde ronde in. We zijn in de helft, zoals de snuggere lezer zal begrepen hebben. Heb ik overigens andere lezers? Mijn gangmakers – de drie Alken-lopers – wijken naar rechts uit om een bekertje mee te pikken van de drankentafel. Ik volg hun voorbeeld, al is het maar om even het tempo te kunnen laten zakken. Een slok verder stuiven we weer het centrum in. Stoep op door een schuine bocht naar de vijver aan onze linkerzijde. Ik ben zo druk bezig met het op- en afspringen van de stoepen en heb al mijn energie nodig om te kunnen volgen dat ik zelfs niet heb kunnen zien welke kermisattractie hier staat. Maar ja, u leest dit verslag niet voor een beschrijving van deze randverschijnselen maar voor een inschatting van mijn atletisch vermogen. Terkoest 2 Dat wordt zwaar op de proef gesteld door het duel voor de derde plaats bij de dames dat zich voor mijn ogen afspeelt. Tom Coenegrachts is druk doende Maja te coachen, blijkbaar om haar wilde aanvalsdrift in te tomen. Zij neemt zelfs even de leiding over van haar meer dan 20 jaar jongere concurrente. Ik blijf (voorlopig?) in het zog van mijn voorgangers. We komen voor de derde keer voorbij de uitkijkpost van Marie-Paule. Wedstrijdfotografen zijn hier niet, gelukkig maakt mijn lieftallige echtgenote wat kiekjes. Zo ben ik de enige nieuwsbron die hier een aantal beelden in exclusiviteit kan aanbieden. Het strakke tempo van de eerste 5 kilometer heeft er wel voor gezorgd dat de ergste pijn nu uit mijn benen verdwenen is, ofwel ben ik eraan gewend geraakt… Gevoelsmatig zou ik mijn derde ronde als mijn beste omschrijven. Alleen klopt dat niet met de Garmin-cijfertjes. De eerste en de laatste ronde heb ik het snelst afgelegd in 11:51 en 11:50, de tweede ronde was de langzaamste in 12:09. De derde heb ik wel 8 seconden sneller afgewerkt dan de tweede. Hier en daar staan er enkele zwijgende bewoners langs de weg. Ik begin ze stilaan te herkennen. Voor me zijn er weinig positiewijzigingen. We halen wel Jos Polders in tijdens de derde ronde. Ook Geert Reyskens heeft zijn hoger aanvangstempo niet kunnen handhaven en wordt opgeslokt door ons groepje. Uit de achtergrond duiken er wel twee lopers op. En niet de eersten de besten, of juist wel. Winnaar Michiel Vanholst en twee minuten later Sébastien Mahia. Later zullen we ook door de derde, Wouter Ruymen (zoon van Michel) gedubbeld worden.
Zoals steeds in wedstrijden in ronden twijfel ik ook nu weer over het aantal ronden dat we nog voor de boeg hebben. De omroeper maakt me ook niets wijzer. Terkoest 3 Een blik op mijn Garmin neemt mijn twijfels weg. Laatste ronde. Er staan hier heel wat toeschouwers langs de weg. Ik kijk even opzij of ik mijn ex-collega Rosette die hier woont niet opmerk. Geen Rosette te bespeuren, ik vind de naam van haar echtgenoot nochtans terug in de uitslag. De volgende bevoorrading laat ik aan me voorbijgaan. Er wordt weer versneld voor me. Ik moet een aantal meters toegeven. David Baerts verzwakt ook. Uitkijken in de moeilijke rechterbocht voor het kermiskraam. Net daar krijgt Jill Pauwels een flesje drank aangereikt door haar moeder. Ze zal het nodig hebben om de volgende aanval van Maja af te weren. Die volgt even later nadat we voor de laatste keer voorbij het witte kasteel Erckenteel gelopen zijn. Ik loop nu afgescheiden op de rechte wegen in de betere woonwijk die we nu doorkruisen. Marie-Paule heeft haar stekje verlaten om mijn triomfantelijke aankomst – althans dat hopen we beiden – niet te missen. Jill en Maja blijven elkaar bestoken. Uiteindelijk kan Jill een kleine voorsprong verder uitbouwen op de zandstrook. Achter mij heeft David Baerts nu definitief afgehaakt op de 500 meter lange Molenstraat. Links loopt de Herk al tienduizenden jaren. Zonder moeite. Ik ben blij dat het voor mij na viermaal twee en een halve minuut voorbij is. Ik krijg even een korte boost als ik de fietser met de fictieve groene vlag voorbij rijd. Die rijdt achter het peloton, tenminste in het wielrennen. Hoe dan ook, ik loop dus 2,5 kilometer sneller dan de drie dames die ik inhaal. Ik vecht me door de hobbelige zandweg naar het bospad waar het aangenamer lopen is. De laatste scherpe bocht naar rechts en de twee paaltjes daar net achter halen het tempo er weer even uit maar een spurtje in de laatste rechte lijn levert me dan nog mijn beste rondetijd op. Even na mij lopen Roland Vandenborne, Mario Smolders en Domenico Di Vito binnen. Zij hebben de zware en bovendien door de hitte geteisterde Hesbignon-loop in Fallais nog in de knoken zitten. Eens de verzuring uit de benen, hebben ze het tempo dan toch geleidelijk opgedreven.
Dit soort vlakke parcours over ongeveer 10 km leent zich uitstekend voor een analyse. Gecorrigeerd voor 10 km komt mijn eindtijd neer op een tijd net onder de 47′. Dat is dus de aftakeling van de laatste jaren en maanden in cijfers gevat. In vergelijking met de 44′ (ook gecorrigeerd voor 10 km) in Meeuwen eind vorig jaar is dat een achteruitgang van 3′. Laten we aannemen dat het parcours hier een ietsepietsie zwaarder is, blijf ik toch een 2′ in het rood. Ik heb me zeker niet gespaard vanavond. Dat is dus mijn huidige waarde. Of dat voldoende zal zijn om ook in de toekomst op startpremies te kunnen rekenen…
De prijsuitreiking in de kantine van voetbalclub VCT Terkoest wordt gekleurd door de jongeman aan de micro. Hij vermaakt het publiek in marktkramerstijl. Met een tactisch uitgekiende keuze voor de 5km-wedstrijd is Harie Roex ook bij de laureaten. Een vergissing bij de leeftijdsbepaling van de nummer twee in de 10 km, Sébastien Mahia, leidt tot verwarring bij de jury. Sébastien – uit Namen nota bene – wordt enkele keren naar voren geroepen, de ene keer om zijn prijs af te halen, de volgende keer om die weer af te geven. Hij is tweede algemeen maar krijgt per abuis de eerste prijs bij de 50-plussers. In de war gebracht door het koeterwaals van de speaker levert hij zelf zijn bloemen in. Maar de Terkoestenaren zijn gulle mensen en gunnen onze Waalse vriend zijn ruiker. Hij krijgt er nog een speciaal applaus en een zegegebaar met opgeheven arm door de burgemeester bovenop. De burgervader wordt overigens in zijn ceremoniële taken bijgestaan door schepen van sport, Ingrid Loix, de echtgenote van collega-jogger Rudy Vereecken.
Na de tombola is het tijd om het moede lijf wat slaap te gunnen.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Bucolisch tafereel langs het parcours. Foto 2: Mario Smolders, Roland Vandenborne en Domenico Di Vito, op de foto van links naar rechts, in herstelmodus na de bestorming van de Crêtes Fallaisiennes”. Foto 3: In volle vaart op weg naar de finish. Zo lijkt het althans op de foto.)

2 reacties op “Kermisloop Terkoest”

  1. Mario schreef:

    Willy, mooi verslagje van de wedstrijd. Ik moet er nog aan beginnen.
    Waar haalde je de foto trouwens 🙂 ?
    Mario

  2. Wim Meyers schreef:

    Je voelt de adrenaline bij het lezen van dit verslag! Wederom een knap verslag Willy!
    Wat je zogezegde “verval” betreft: ik hoop dat je er niet teveel aanstoot aan neemt want eindeloos respect voor hetgeen jij allemaal blijft presteren!

    Groeten,

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *