Seraing (Challenge condruzien)

vri 07/09/2018 19u * Seraing (Challenge condruzien) * 9,7 km * 00:49:35 * 11,7 * 94/174 * 1/4 * ♥♥♥♥

Een nieuwe Condruzien-loop op een bekend parcours. Dat is de uitdaging van het weekend, nauwelijks vijf dagen na de halve marathon. Ik heb de voorbije twee trainingen dan ook in spaarmodus afgewerkt. De in Luikse loopmiddens alom bekende en gewaardeerde Michel Mancini heeft een parcours uitgetekend in het bos ten zuiden van Seraing, hoog boven de industriële gordel langs de Maas. Het tracé lijkt op een driehoekige vlieger met een staart. De driehoek die we twee keer afleggen ligt in het bos. De staart is de weg naar de sportaccomodaties in een nieuwbouwwijk. De krul van de staart is de atletiekbaan van Seraing Athlétisme. Michel heeft voor het gemakkelijke parcours geopteerd. Het idee van een duik naar en terug uit de vallei heeft hij laten varen wegens te zwaar en te risicovol. Over een gebrek aan reliëfverschillen mogen de liefhebbers van het genre ook in het gekozen parcours alvast niet klagen. Maar daarover dadelijk meer.
De grote massa heeft de weg naar Seraing nog niet gevonden. De start om 19u op een vrijdagavond is vooral voor de nog werkende medemens kantje boordje. De harde Condruzien-kern is er wel. De begroeting van de vele bekenden verloopt zoals altijd hartelijk. Eén ontmoeting doet bijzonder plezier. Die met Bert Ernest van Herderen. Seraing 1 Bert dook geregeld op in mijn verslagen… tot voor enkele maanden. Een zwaar ongeval bij werkzaamheden in de tuin maakte een bruusk einde aan de beoefening van zijn hobby. Gelukkig is hij weer aan de beterhand hoewel de weg naar een volledig herstel nog lang is. Dit jaar zal mijn gemeentegenoot niet meer in actie komen, tenminste niet in competitie. Bert trainde sinds enkele maanden met de plaatselijke joggingclub, die onder de naam “Seraing Athlétisme hors stade” door het leven gaat. Hij heeft de “convivialité”, de gezelligheid van de Luikse wedstrijden node gemist. Vandaag komt hij voor het eerst weer de sfeer opsnuiven van de challenge waarvan hij sinds enkele jaren een trouwe gast was.
We krijgen vanavond een luxe-start op het lichtblauwe tartan van de Piste Philippe Wathelet. Ruimte zat en een genot voor pezen en gewrichten. Ik groet Marie-Paule nog even voor we via een smal kronkelig pad het bos opzoeken. Na 800 meter begint de bosweg al op te lopen. Lucien Collard en Rosario Ilardo zijn achter me gestart en groeten nog even in het voorbijgaan. Het stijgt nog steviger op de Avenue de l’Europe, de enige asfaltstrook die op het parcours ligt. 200 meter verhard tot we rechtsaf het “grote” bos worden ingestuurd. Na anderhalve kilometer beginnen we aan de onderste zijde van de gelijkbenige driehoek. (Ik waag me met deze vergelijking op gevaarlijk terrein, mijn meetkundige kennis moet nog lager worden ingeschat dan mijn snelheid in de loopwedstrijden de laatste jaren.) Ik mag dan wel voor de tweede kilometer een halve minuut meer nodig gehad hebben dan voor de eerste, ik ben met een redelijk positief gevoel onderweg en hoop nu maar dat de boswegen er goed beloopbaar bijliggen. Ik merk wel op dat de paden bezaaid zijn met stenen. Dat herinner ik me alvast niet van mijn vorige loop in dit bos, een wedstrijd van de Challenge van de Provincie Luik, ook in dit bos en met dezelfde vertrek- en aankomstplaats. Ik zie Guy Raes en wat verder Noël Heptia nog even voor me. Noël heeft een van zijn betere dagen. Guy eindigt een halve minuut voor me.
We zijn nu begonnen aan de “Drèves de la Vecquée”, naar de naam van de loop, de lange, rechte paden die we dus in driehoeksvorm afleggen. Het parcours gaat vanaf km 2,8 in dalende lijn tot aan een scherpe bocht waar we in de remmen moeten om niet door middelpuntvliedende krachten in het beboste decor te belanden. Veteraan 2, Marcel Baeckelandt, gaat me even na de bocht voorbij. Voor het overige heb ik een mooi tempo vast, die indruk heb ik althans. Op de tweede Drève, die van de “chevreuil”, ree, is het wel goed uitkijken voor stenen en geulen, temeer omdat we nog altijd vrij dicht achter elkaar lopen. Er zit ook een korte kronkel in waar boomwortels op de loer liggen. Seraing 3 In wat nu blijkbaar de Drève du Forestier heet, van de boswachter dus, zit een smalle passage op een soort landbruggetje tussen twee kraters. Hoe het pad ook heet, de naam van de veteraan 3 die me hier voorbijstoomt, ken ik en kennen jullie maar al te goed, Kris Govaerts. Na een nieuwe bocht van 90 graden komen we op de Drève des Airelles, de veenbessendreef – ik beken dat ik het woord ook heb moeten opzoeken. Wat ik wel meteen weet, is dat we opnieuw aan het klimmen zijn. Meer dan een kilometer, met vooral in het begin een fikse stijging van boven de 5%. Dit is de moeilijkste strook van het parcours. Hier blijven alleen de sterksten overeind. Ik hoor er vanavond bij, tenminste in dit deel van het peloton. Een jonge dame in het blauw die me daarnet met veel zwier is voorbijgegaan, valt terug en ook Marcel Baeckelandt, weer met enkele kilootjes te veel, moet lossen. Ik zie Kris Govaerts wel zigzaggen langs tragere lopers en de laatste dames van de 6 km-loop, maar meer dan 15 meter voorsprong neemt hij ook niet. Halverwege de klim kruist een gehaaste fietser de sliert lopers waar ik tussen zit. Hij heeft ook alle reden om gehaast te zijn, in zijn spoor volgt de eerste loper van de korte loop die al op de terugweg is naar de piste.
We beginnen aan de tweede ronde in het bos. De passage op de Chemin du Mont Chéra – tiens, geen dreef – houdt geen geheimen meer in. Ik kan mijn tempo vasthouden en enkele jongere kerels voorlopig achter me houden. Ik loop zelfs in op Kris en kom in de haakse bocht na 6,5 km in zijn spoor. Ik twijfel even of ik nu echt de aanval moet inzetten. De rode doek en de stier, weet je wel. Maar ja, inhouden heeft ook niet veel zin. De Truienaar kijkt toch wel even op als ik naast hem verschijn, ongeveer op de plaats waar hij me in de eerste ronde inhaalde. Maar, zoals verwacht, steekt hij een tandje bij. Ik volg op enkele meters in de “technische” passage tussen de putten. Kris laveert met houterige bewegingen tussen de wortels op het smalle paadje. De loper achter me zal van mij overigens dezelfde indruk hebben. De daaropvolgende klim duurt nu maar half zo lang als daarnet. We worden immers linksaf terug naar de finish gestuurd. Kris neemt nog enkele meters extra. Ik heb nochtans ook nog voldoende kracht in de benen en ben zelfs een zuchtje sneller dan bij de eerste passage. Wat een verschil met vorige zondag. Ik heb het gevoel aan een sprintwedstrijd bezig te zijn, voortdurend op hoog tempo en geconcentreerd in de inspanning.
De terugweg is grotendeels dalend. Op het asfalt van de Avenue de l’Europe schakel ik nog een versnelling hoger maar bij het binnenlopen van de beboste strook naar de atletiekbaan is mij al duidelijk dat mijn tegenstander van de avond niet meer zal verzwakken. Seraing 2 Ik zou wel graag mijn plaatsje vlak achter hem in de uitslag vasthouden. Maar een veteraan 1 steekt daar een stokje voor. En een jonge dame. Op het klimmetje voor het binnenlopen van de atletiekbaan hijst ze zich met wilde armbewegingen maar wel stapvoets naar boven. Zij zal me even verder op het kronkelpaadje met een afsnijmanoeuvre weer voorbijgaan, op de baan weer eens op stappen overgaan maar in de laatste rechte lijn dan toch nog voorbijsnellen. Kris doet nog enkele seconden bovenop mijn achterstand. De teller blijft staan op 18 seconden. Al een vijftigtal meter voor de finish kondigt Michel Mancini me aan als winnaar in mijn categorie. Het goede gevoel wordt wel getemperd door de koele cijfers: niet onder de 5 min per km. Waren het de moeilijke passages in het bos, de hellingen in het parcours… of zit die snelheid gewoon niet mer in mijn spieren?
De prijsuitreiking in de drukke kantine van de “piscine olympique” duurt zijn tijd. Maar ja, er zijn vele prijzen voor vele categorieën. En in de Condruzien geldt de regel dat wie niet lijfelijk aanwezig is geen prijs krijgt. Die is dan voor de volgende in de uitslag die dan weer moet worden opgeroepen in het geroezemoes van het publiek. Gentleman als hij is, roept Michel alle veteranen 4 naar het podium. Dat zijn er maar vier, ieder vindt een plaatsje. De duisternis heeft inmiddels bezit genomen van de groene rand van Seraing. Geflankeerd door twee dames, Marie-Paule en Maja, schuifel ik in het pikkedonker naar de verlichte parkeerruimte. De GPS leidt ons door onbekende wijken en wegen naar de ring van Luik. Van daaruit vindt mijn inmiddels herstelde auto blindelings de weg naar huis.

Foto 1 van Bougez mieux, Bougez plus: Steunbetuigingen voor Bert Ernest na zijn ongeval. Foto 2 van Carine Heyne: Tussen Abdelhadi Dinari en Pierre Darmont tijdens de tweede ronde. Foto 3 van Marie-Paule : Het podium met alle veteranen 4. De derde Christian Michaux staat verscholen achter Mauro Calogero, links, 78 jaar jong. Rechts: Paul Delaitte. Aan de micro: Michel Mancini.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Halve Marathon Luik Belle-île

zon 02/09/2018 10.30u * Luik La Belle-îloise * 21,2 km * 01:49:38 * 11,6 * 142/316 * 1/4 * ♥♥♥

Vorige week heeft u tevergeefs gewacht op een wedstrijdverslag (hoop ik tenminste), deze week is er weer leesvoer voorradig. Het winkelcentrum Belle-Ile en vooral de wijde omgeving is ditmaal het toneel van mijn avonturen. En die zijn niet altijd even leuk. Zoals vorig weekend. We zijn zaterdag in de vroege ochtend op weg naar Altenahr, een pittoresk oord in de meest noordelijke wijnstreek van Rijnland-Palts en trouwens van heel Duitsland. Ik heb me een fantasietje veroorloofd in de vorm van een heuvelloop van 16 km tussen de wijngaarden. We zijn dus op weg… maar niet voor lang. In Maastricht laat mijn karretje het plots afweten. De adem gegeven, niets meer… Ik bespaar u de details maar vier uur na ons vertrek zijn we opnieuw in Heukelom na een ritje aan boord van een ANWB-takelwagen. Op dat uur zou ik in Altenahr al twee derde van de wedstrijd achter de rug hebben. De ontgoocheling van de eerste minuten is wel al weggeëbd en thuis duik ik onmiddellijk in een joggingagenda – ik raad Limburgrunning.nl van Huub Rokx aan – om een alternatief te zoeken. Kijk, een halve marathon in Luik. Ik heb de laatste weken enkele langere trainingslopen afgewerkt. De 21 kilometer moet ik met deze voorbereiding tot een bevredigend einde kunnen brengen. Ik doe donderdag nog een doorgedreven test maar beslis uiteindelijk pas zaterdagavond.
De inschrijvingsformaliteiten vinden plaats in de sporthal van Angleur, in het park van het Château de Péralta, dat mij bekend is van vroegere wedstrijden hier in de buurt. Oh ja, we hebben ons reisdoel dit keer wel bereikt. Met de wagen van vrouwlief… Toch vandaag ook weer pech: de batterijen van het fototoestel hebben het laten afweten en zo moet ik op zoek naar andere foto’s op het net. Belle-Ile 1 maar die publicaties zijn niet zo klokvast als uw lievelingsblog. Terwijl Marie-Paule de omgeving verkent, vul ik het uur voor het vertrek met een korte opwarming en een uitgebreide begroeting van enkele bekenden. Onder meer Guy Raes die op zoek is naar kilometers en zelfs de verplaatsing van en naar huis (6 km) aan de halve marathon-afstand wil vastknopen. Dat is een paardenremedie om het vormpeil op te krikken en een inzinking als in Lantin – uitgebreid beschreven in dit blog – te vermijden. Ik vind een mooi plaatsje in het peloton van meer dan 700 – voor drie wedstrijden – en verras mezelf in de eerste meters door soepel tussen de rijen te glijden en snel bewegingsruimte te vinden. De term “soepel” zal u overigens verder niet meer in dit verslag lezen. Na een halve kilometer neemt de stramheid in de benen weer het bewind over. We maken eerst een lus van 4 km door het commerciële centrum Belle-île en tussen het Canal de l’Ourthe en de echte Ourthe. Vandaar misschien dat dit gebied een eiland wordt genoemd. Of dat een mooi eiland is, laat ik over aan ieders smaak. De doortocht langs een oud industrieel complex in de eerste lus heeft wel een zekere charme. De Ourthe mondt hier even verder in de Maas uit – zo, weer wat aardrijkskunde bijgeleerd. Ik kom snel in de buurt van Bernard Marot, de veteraan 3 die vaak als mijn eerste doelwit fungeert in de 10km-lopen van de challenge van de provincie. Ik kan mijn reflexen van de kortere lopen niet bedwingen en kruip in het spoor van Bernard. Hij mag dan wel minder snel onderweg zijn en op zijn hartslagmeter lopen, zoals hij me voor de start vertelde, ik vraag me af of ik niet te snel van stapel loop. Temeer omdat mijn kuiten, zoals vaak in het begin van een (trainings)loop pijnlijk aanvoelen. We wisselen enkele woorden, voor zover ons gesprek niet verstoord wordt door een horde motorrijders aan de overkant van het water. De 5 “wilden”, om het met de woorden van Bernard te zeggen, maken meer lawaai dan wij met zijn zevenhonderd. De kilometers 2, 3 en 4 blijken meteen de snelste van de hele loop. Na 3,5 km trekt Bernard dan toch wat feller door en zet ik mijn weg alleen verder. Ik zie hem enkele kilometer verder wel nog de bocht nemen naar de finish van de 10 km. We lopen opnieuw onder de vertrekboog door, nu in tegengestelde richting. Marie-Paule houdt hier trouw de wacht. Anderhalf uur later wacht ze me ook op aan de finish. In de tussentijd was ze onder meer te vinden aan een hamburgerkraam. Maar verder met de wedstrijd. Na 4,5 km draaien de 5km-lopers rechtsaf, even verder worden de 10 km-lopers linksaf gestuurd. Van dan af blijven alleen nog de grote jongens en meisjes over.
Gedurende 5 km volgen we de meanders van de Ourthe. In de eerste anderhalve kilometer hebben we rechts uitzicht op de nieuwe fabriekshallen en de kleurrijke graffiti van de Vieille Montagne en even verder op een rij donkere arbeidershuizen. Van dan af lopen we in het groen tussen de bomen. Links stroomt de Ourthe, nu eens snel, dan weer traagzaam, zo lijkt het althans. De kuiten zijn intussen warm gelopen en bezorgen me geen last meer maar een gemiddelde van 12 km/uur zit er vandaag niet in. Wat trouwens een bevestiging is van het gevoel in mijn lange duurtrainingen van de laatste weken. Bekenden zie ik niet in mijn omgeving, ik zal het in mijn verslag moeten houden bij omschrijvingen als “de man in het blauw” of “de dame in het oranje”. Wat die twee betreft , ik loop de eerste kilometer in het gezelschap van de jongere man in het blauw. De dame, in het oranje dus, haalt mij na een zevental kilometer in. Zij is in het gezelschap van een stevig gebouwde man. De twee lijken in voorbereiding te zijn op een marathon. De man geeft aanbevelingen over de drankvoorziening. Voor een drankpost zie ik de dame een gelletje uithalen, dat zoals u weet of niet weet, met een flinke slok water moet worden doorgeslikt. Terwijl ik het tafereel gade sla vraag ik me af of ik mijzelf ook niet die discipline had moeten aanleren tijdens mijn marathonperiode. Ik was namelijk een gelloze en schemaloze marathonloper. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer, en ik zal maar zorgen dat ik hier alvast de streep haal. Ik kies bij de derde bevoorrading voor een bekertje sportdrank. Wat keuze en mankracht betreft beantwoorden de drankposten overigens aan de normen die een kritische deelnemer mag stellen. De posities liggen na een klein derde van de wedstrijd grotendeels vast. Ik blijf in het spoor van een groepje met de oranje dame. Nu en dan gaat een opkomende loper ons voorbij. Eindelijk een bekende, aan kilometer 9 of daaromtrent. Yves Keil passeert op een grasstrook langs het beton. Aan de intonatie van de klassieke vraag “ça va?” in mijn richting leid ik af dat het bij hem in elk gevoel wel goed gaat. Waar de beschutting van de bomen ophoudt kan de zon ons tijdelijk even plagen maar dit parcours blijkt veel loopvriendelijker en gevarieerder dan ik me vooraf had voorgesteld. Het Ravelfietspad op beton langs de Ourthe begint op den duur wel rug en benen te irriteren. En echt vlak is het ook niet. We lopen stroomopwaarts en moeten tot het keerpunt dus wel een heel licht stijgend reliëf verdragen. Daarom haal ik niet de 12 km/uur. Dat maak ik me alleszins wijs. Om mezelf op die lange stroken, uiteraard steeds in dezelfde richting, te motiveren richt ik mijn aandacht op twee lopers voor me. Na vele kilometers op een vijftiental meter kan ik een jongere dame in het zwart dan toch inhalen en achterlaten bij een bevoorrading. Zo kan het dus ook. Dat lukt niet bij de man die zo’n 75 meter voor me uitloopt. Oranje trui, zwarte broek. Maar dit keer ken ik de naam wel: Freddy Hounje van Aubel. We zijn ongeveer in dezelfde periode door de joggingmicrobe gebeten. Ik herinner me zijn scherpe profiel nog van mijn eerste marathons. Onze tijden lagen in elkaars buurt en ook vandaag hebben we dezelfde richttijd voor ogen, onder de 1u50′. We slagen beiden in ons opzet en bewijzen meteen dat we ook een goed inzicht hebben in onze huidige mogelijkheden. Ik nader wel geen meter op Freddy tot ik een kilometertje verder ineens voor hem loop. Dat zit zo. Na 11,5 km steken we op een voetgangersbruggetje de Ourthe over en lopen een 700 meter aan de rechteroever. Belle-Ile 2 Aan de rand van een dorp dat ik niet kan thuis brengen. Ik had het moeten weten, Freddy had het me voor de start verteld. Het is Tilff. Daar kruisen we de lopers voor ons. In de verte ligt dus het keerpunt. Enkele lopers die al op de terugweg zijn maken misbaar bij een seingever. De reden is me onduidelijk. Ik loop nu afgezonderd en in een bocht zoek ik naar de loper voor me. Daar is hij, rechts. Ik volg tot ik een viertal lopers voor me zie met de handen in de lucht en met vertwijfelde blik in de ogen. Verkeerde richting. Geen aanduiding, geen seingever. En zo haal ik Freddy dan toch in en loop nu zelfs enkele tientallen meter voor hem uit. En de dame in het oranje en de heer in het blauw hebben zo plots een voorgift van een kleine 100 meter. Die weer goedmaken op lopers die ongeveer hetzelfde tempo aanhouden is een werk van kilometers. Ik begin er meteen aan. Even voorbij km 13 meldt Freddy dat er achter een rechterbocht een helling wacht, steil maar niet lang. Jammer dat hij zich daarnet de weg niet meer herinnerde. Trouwens de helling is alleen in het begin steil maar blijkt uiteindelijk toch een 800 meter lang te zijn. De klim op het bospad is een welkome afwisseling voor de harde ondergrond op het grootste deel van het parcours. Tot twee keer toe, op het vlakke daarnet en nu op de klim, voorspelt Freddy dat hij mijn tempo niet zal kunnen houden en dat hij zal “caler”, stilvallen. “Verdorie, jij loopt goed” doet hij er nog een schepje bovenop. Leuk om te horen maar ik blijf voorzichtig. Mijn lopersinstinct laat me niet in de steek. Even later neemt de man uit Aubel een kleine voorsprong (een halve minuut) die hij tot aan de streep zal behouden. De jonge dame in het zwart (zou dat Lola Lawarrée zijn?) en de man in het blauw ga ik wel weer voorbij. Het duurt een drietal kilometer eer ik weer in het spoor kom van de dame in het oranje. We lopen nu weer op een smal fietspad in het bos, nog altijd op de rechteroever. Ik sla een aanbod af om voorbij te gaan en verkies nog even het tempo van het duo voor me te volgen. Als ik dan word ingehaald door een oudere man in het zwart maak ik dan toch van de gelegenheid gebruik om ook voorbij te gaan. Het tempo van de nieuwkomer in het zwart ligt net een tikkeltje te hoog, ik blijf op een tiental meter hangen. Mijn blik is niet alleen op de loper(s) voor me gericht, ik houd ook de bewegingen van tegemoetkomende fietsers en vooral fietsertjes in de gaten. Ik bereik zonder ongelukken kilometer 16 waar we ons weer kunnen laven aan sportdrank en water. Ik neem een slok van beide en begin met goede moed maar stilaan vermoeide benen aan het laatste deel van de Belle-îloise.
We zijn nu weer op de linkeroever op het fietspad dat we daarstraks al eens een tegengestelde richting hebben afgelegd. Ik loop een tweetal kilometer onmiddellijk achter en even voor de man in het zwart. Net als mijn omschrijvingen verwarrend dreigen te worden is de verklaring nabij. Mijn gezel heet Stefaan Bomans. Limburgse naam en roots maar wel een Luikenaar. Hoe ik dat weet? Wel, gewoon gevraagd na de aankomst, bij het waterkraam. (Woord gevormd naar analogie met frietkraam). Voor mijn verslag, heb ik eraan toegevoegd. We hebben nog een leuk gesprek gehad. Stefaan is 65 en heeft nog ambities in de marathon en de 4 Cîmes van Battice. U kan zich voorstellen dat ik niet om gespreksstof verlegen zat. Maar goed, ik ben dus op weg met een onbekende, oudere loper. Enkele jaren jonger, vermoed ik op dat moment, en niet veel maar wel duidelijk beter. Kortom, rond km 17, ben ik weer op achtervolgen gewezen. Maar ik voel dat dit een “chasse patate” wordt. Overigens is het wel een opsteker dat we al aan kilometer 17 zijn. Er zijn geen kilometeraanduidingen en ik heb al een tijdje mijn horloge niet meer bekeken. Nog 4 kilometer, of beter: maar 4 kilometer meer. Vanaf nu is het aftellen. Ik blijf wel het tempo van de eerste passage aanhouden, waarschijnlijk wat geholpen door het licht dalende profiel. Ik wroet me naar boven op een kort maar steil klimmetje aan km 18. Daarnet was ook de tegenwind voelbaar, zo rond 3 Beaufort. Ik moet alle mentale truken bovenhalen om de kilometers sneller voorbij te laten gaan. Mijn programma van de volgende dagen overlopen en al vooraf genieten van de rust die ik mezelf zal gunnen. Visualiseren wat de looproute nog te bieden heeft. Ik kan me het parcours van daarstraks nog goed voor de geest halen. Daar is het kasseistrookje aan de huizenrij. Daar zijn de graffiti op de fabrieksmuren. In de laatste anderhalve kilometer deelt de zon nog een prik uit op een troosteloze streep beton langs het Canal de l’Ourthe. Belle-Ile 3 Je loopt voorbij de parcourswachters en hoopt op een aanmoediging. Daar heeft de ene al meer zin in dan de andere. “Allez, c’est la fin” geeft de laatste mee. Ik heb zonet de aankomstboog in de verte gezien en weet dat de man me geen blaasjes wijs maakt. Niets zo vervelend als je hoop stellen op een afstand die niet klopt, dat wil zeggen een stuk langer uitvalt dan de gok van een seingever. Aan een rotonde worden we een grindpad opgestuurd. Zijn we daarstraks hier ook geweest, vraag ik me af. Het antwoord krijg ik dadelijk van Marie-Paule. De aankomstboog die ik daarnet in de verte heb gezien is niet dezelfde als de vertrekboog. Nog vijfhonderd meter op gele steentjes, in andere omstandigheden zou ik van de lichte kleur genieten. Ik ben intussen kilometers alleen aan het vechten. Daar hoor ik dan toch een achtervolger naderen en nog snel ook. Ik verlies nog twee plaatsen maar kom nog ruim in de eerste helft van het veld aan. Uiteindelijk geeft mijn Garmin een afstand van 21,240 km aan. Dat is dus meer nog dan de officiële afstand die nooit gehaald werd in de halve marathons die ik in de laatste twee jaren heb betwist.
Na de finish stoot ik nog op enkele bekenden die in de drukte voor de start aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Mijn gemeentegenoot Claude Herzet die tweede eindigt bij de veteranen 3. En dat zonder specifieke lange afstandstraining. En twee Paluko-jongens – dat zijn leden van een Tongerse runninggroep – Dirk Claesen en Gert Moermans die hier voor een van hun eerste optredens in het Luikse meteen hoge ogen gooien, respectievelijk op plaats 20 en 23. Dirk wordt bovendien tweede bij de veteranen 2. Voor wie onder de indruk is van hun tijd onder de 1u30′ zeg ik er even bij dat zij een trainingstempo hebben aangehouden ter voorbereiding van de marathon van Berlijn. Hou uw felicitaties dus nog maar even in beraad tot deze discipelen van Christophe Roosen (alleszins van zijn schema’s) echt “losgehen” in de Duitse hoofdstad. Een klassement voor veteranen 4 is er, in tegenstelling tot wat ik vooraf dacht, wel. Een podiumceremonie niet, maar met een voorsprong van twaalf minuten op de tweede Pierre Driessens mag ik niet zeuren. Thuis gun ik me enkele uren recuperatietijd voor ik aan tafel aanschuif voor een lamsburger-friet.

(Foto’s Bougez mieux Bougez plus). Foto 1: Freddy Hounje in de laatste rechte lijn. Foto 2: Stefaan Bomans op weg naar een derde plaats bij de veteranen 3. Foto 3: Tijd dat het afgelopen is…)

4 reacties op “Halve Marathon Luik Belle-île”

  1. Ceils Paul schreef:

    Hoi Willy, toch weer een mooi verslag en een zeer mooie tijd voor een 70jarige. Is het waar dat je ieder weekend een wedstrijdje loopt??? Ikzelf neem deze week een sabbath week. De reden…..nu zondag ga ik
    voor mijn 96ste marathon in de Westhoek. Ik hoop op een tijd rond de 4.15h. Nadien komen mijn najaars-
    klassiekers er weer aan in het Luikse. Ook hoop ik mijn 22steO.S.O. te lopen. Allé alles zal afhangen van
    de resultaten van nu zondag. Naar Herve ga ik zeker en de 4 cimes natuurlijk ook.
    Loop ze nog en tot…..
    Polle(ke)

    • willy schreef:

      Dag Polle,
      Drie wedstrijden per maand ongeveer. Ik heb ook nog een specialleke in de pijplijn zitten. Maar daar lees je later wel meer over. Ik weet niet of ik dat ritme volgend jaar zal blijven volhouden. Eén wedstrijd om de veertien dagen is wellicht minder belastend. Een langere wedstrijd of training blijft ook een aantal dagen in de oude knoken hangen.
      Succes in de volgende weken en op naar de 100ste marathon! Willy

  2. Wim Meyers schreef:

    Knap verslag zoals altijd! En een gemiddelde van 5’10/km op een halve marathon lijkt me meer dan 3 hartjes waard, daar zet je menig jong veulen mee te kijk, proficiat Willy!
    Mijn aandacht is gewekt voor dat “specialleke” van je, hopelijk eentje met 4 hartjes;-)

    Tot binnenkort!

    Groetjes,

    Wim

    • willy schreef:

      Wim, als ik niet de “man in het zwart” Stefaan Bomans had moeten laten gaan, zaten de vier hartjes er misschien in. Uiteindelijk heeft dat en de slechte benen in de laatste kilometers de doorslag gegeven. Trouwens, je moet ook niet te “soft” zijn voor jezelf. En voor het overige hul ik me in stilzwijgen…
      Groeten,
      Willy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lantin (CJPL)

zon 19/08/2018 11u * Lantin (Challenge de la Province de Liège) * 9,8 km * 00:47:39 * 12,4 * 61/154 * 1/4 * ♥♥♥♥

Uit de grabbelton aan wedstrijden dit weekend vis ik de Provincie Luik-loop in Lantin op. Daar ligt niet meteen het meest aansprekende parcours op ons te wachten maar het is misschien de laatste kans dit jaar om Monsieur CJPL Servais Halders nog eens in een wedstrijd te ontmoeten. Ik vat de korte verplaatsing naar het dorp aan de noordzijde van de Luikse agglomeratie aan met grote vraagtekens. De DJ van een privéfeest thuis achter heeft de rust van de buurt tot halfvier ’s nachts verstoord. De achterburen hebben hun pleziertje gehad, zal mij dadelijk nog enig loopgenot gegund zijn? Ik reken er dan maar op dat ik enkele uren later nog een inspanning van drie kwartier zal kunnen opbrengen. Bij de opwarming sturen mijn benen alvast gunstige signalen uit.
Het peloton is zo’n 150 man sterk. Dat is het gemiddelde dat het CJPL-criterium de laatste maanden haalt. Tussen de deelnemers zoals steeds een sterke veteranen 3-delegatie met alle bekende gezichten. Genoeg om Nicolas Bynens, die hier een boogscheut vandaan woont, het moreel te ontnemen om het podium te halen. Aan zijn vriendin Danielle zal het alvast niet liggen. Zij zorgt in haar eentje voor ambiance langs het parcours. Voor gokkers valt er bij de V3 overigens weinig te rapen. Als Servais aan de start staat, wint Halders. Lantin 1 Alleen in Tilff zorgde Marc Vranken voor een kink in de eindeloze zegereeks van de Voerenaar. Wel verandering bij de tijdsregistratie: Pierre Olivier verleent hier nu de O’Top Service. Wie niet weet wat ik bedoel, tikt die naam maar in op Google. Het vertrek en de aankomst vinden plaats op het domein van het Fort van Lantin. Maar de wedstrijd krijgt zijn beloop voornamelijk in de velden tussen de dorpen Lantin, Xhendremael, Diets-Heur en Juprelle. Alleen de douches in de catacomben van het Fort roepen nog het beeld op van het grimmige oorlogsverleden. De 19de eeuwse vesting was een onderdeel van de verdedigingsgordel rond Luik die echter snel viel in de eerste wereldoorlog. Dat we hier überhaupt te gast zijn danken we onder meer aan Les Amis du Fort de Lantin die het initiatief hebben genomen het vervallen fort te restaureren. Lantin is natuurlijk ook bekend van zijn gevangenis. Bij mijn vorige deelname… 21 jaar geleden liep het parcours die kant uit. Nu zetten we dus onmiddellijk koers in noordelijke richting. En dus heeft u nu het laatste gelezen over de grootste strafinrichting van het land.
We gaan eraan beginnen. De foto van het podium bij de veteranen 4 is al klaar voor de start… Tijdens de opwarming vraagt Richard Mathot aan een wachtende seingever een kiekje te maken van Roger Dosseray, Mauro Calogero en ondergetekende. Dat blijkt een klein uurtje later ook de winnende tiercé te zijn.
Ik vertrek enkele meters achter het duo Hertogen-Hertogen. Dat zijn Willy (70 jaar) en Robbe (14 jaar), opa en kleinzoon dus. En het is de jongste die de oudste heeft overgehaald om hier in het Luikse een 10km af te leggen. Zijn eerste. En met succes afgerond. Na de eerste 600 meter hebben we al een lichte afdaling, een bocht en klim in een brede holle weg achter de rug. Dat is qua afwisseling het beste wat we vandaag voor de voeten zullen krijgen. Daarna wachten ons voornamelijk lange rechte stukken in het open veld. Ik ben Bernard Marot al voorbijgegaan als we een klein kruispuntje oversteken waar we daarnet de seingever-fotograaf ontmoetten en waar Marie-Paule ons nu opwacht. Guy Raes duikt plots naast me op en neemt me anderhalve kilometer op sleeptouw. “Let op, blijf hier achter het groepje uit de wind, we kunnen dadelijk versnellen in een afdaling” enzovoort. Dat noemt men met raad en daad bijstaan. Ik heb me in de klimmetjes van zo’n honderd tot honderdvijftig meter goed kunnen schuilhouden achter een brede rug maar in de daaropvolgende strook bergaf plaatst Guy een versnelling die ik niet kan en zeker niet wil beantwoorden. Ik blijf in een groepje met Sandra Delrez en haar begeleider Michel Siebenbour. Ik ken beiden van de Challenge L’Avenir rond Verviers. Zij behoren tot de vriendengroep van Alberto Canales, die tweede zal worden bij de veteranen 3. We steken de weg Juprelle-Xhendremael over. Rechts staat een graansilo als een merkpunt in de open vlakte. Michel groet overal de seingevers. Die verdienen trouwens ons grootste respect, zoals ik al meer dan eens heb aangehaald in mijn verslagen. Ik heb een goed gevoel, blijf een egaal tempo aanhouden… en laat me niet opjutten door Michel die naar voren wijst met de veelbetekenende woorden “Daar loopt Roger!” Ik antwoord: “Ik verlies hem niet uit het oog”. Lantin 2 Maar ik heb nog ruim de tijd om mijn voornaamste concurrent Roger Dosseray bij te benen. Er zijn me intussen nog een viertal lopers/loopsters voorbijgegaan. U en ik zullen ze nog ontmoeten in het tweede deel van de wedstrijd en dit verhaal. In het felste klimmetje (van het eerste gedeelte alleszins) moet Sandra, en dus ook Michel, wat tempo milderen en trek ik alleen op zoek naar Roger. Aan km 4 ben ik bij hem, hij had me al horen naderen. Heb ik dan zo’n speciale tred dat ze mij herkennen zonder me te zien? De weg blijft dalen, ook na een rechtse bocht die ik neem in het spoor van Roger. De Pépin (inwoner van Pepinster) kan het niet laten en probeert me met korte snokjes enkele meters aan te smeren. Een bomenrij aan km 4,5 houdt de verkoelende wind van de voorbije kilometers tegen en zo valt de hitte plots op ons. De bevoorrading komt net op tijd om het hoofd te bevochtigen met een frisse geut Spa-water. Die bevoorrading in een haakse bocht ligt precies halfweg en leidt weer terug richting Lantin. En blijkt ook op het laagste punt van het parcours te liggen. Maar dat zal ik pas over enkele kilometers proefondervindelijk vaststellen.
Dit is ook het moment om een nieuwe alinea te beginnen. Het parcours mag dan voor sommigen saai zijn, het valt alleszins mooi op te delen voor een verslag. Het gaat meteen omhoog – dat betekent hier zo’n 1,5 tot 2% – en ik merk al in de eerste meters dat Roger het moeilijk heeft om mijn tempo te volgen. We lopen 400 meter in de schaduw van een bosrand. Ik voel me lekker, de afwisseling van lange en korte trainingen van de vorige week heeft me blijkbaar goed gedaan. Ik besluit door te trekken. Een koppel dat me daarstraks is voorbijgegaan, Nathalie Steimes en Jean-Pierre Guidolin, moet hier inbinden. Roger blijft volgen op enkele meters. Waar de klim overgaat in vals plat doe ik er nog een schepje bovenop. Aan de linkerbocht aan km 6,4 – we hebben net een recht stuk van bijna anderhalve kilometer achter de rug – stel ik vast dat Roger nog altijd mijn eerste achtervolger is, zij het nu op een vijftigtal meter. De volgende rechte strook van 3 kilometer wordt alleen door een soort chicane onderbroken. Niet te verwonderen dat de meeste lopers de route eentonig vinden. Toch één uitzondering, Claude Herzet. Mijn gemeentegenoot kickt op deze wegen waar zijn oogstrelende foulée optimaal tot zijn recht komt. Hij is hier elk jaar, zelfs als hij daarvoor moet wegglippen op een feest. Uit sympathie voor zijn vriend, organisator Denis Deuse. Vandaag heb ik Claude het laatst gezien voor de start. Nu moet hij een kleine 2 minuten voor mij uitlopen. Ik loop intussen alleen tussen de gewassen op de Haspengouwse velden – dat zijn voor de liefhebbers vlas, aardappelen en bieten. De graanvelden zijn al omgeploegd. Lantin 3 Het begint stilaan tot me door te dringen dat de weg terug zo goed als continu zal blijven stijgen. Dat kan in mijn voordeel spelen… als ik mijn tempo kan vasthouden. En dat is ook zo. Ik haal een niet nader te identificeren mannelijke deelnemer in en nader metertje voor metertje op een dame in rood voor me. Ze is me in het eerste deel voorbijgegaan. Ik ben dus geprikkeld om haar terug op haar plaats te zetten. Dat wil zeggen, achter mij. In de chicane waar ik het 10 regels geleden over had is het zo ver. We komen hier zowaar in de buurt van enkele huizen. En het is zelfs tweehonderd meter vlak of licht dalend. We dwarsen de uitlopers van het dorp Juprelle. Rechts merk ik een vreemdsoortige combinatie voetbalveld/speeltuin op. Precies weet ik het niet, ik heb het nu te druk met Marianne. Zij krijgt aanmoedigingen langs de weg, vandaar dat ik haar voornaam al tijdens de wedstrijd te weten kom. Marianne Dumont van Seraing Athlétisme blijft nog even in mijn zog tot we weer op een kaarsrechte strook uitkomen waar ze langzaam voeling verliest. Ik zoek in de verte naar de boerderij waar de laatste klim naar het Fort begint. Ik heb tot daar verkend om niet verrast te worden door het parcours in de finale. Met Roger weet je maar nooit. Maar nu heeft hij toch definitief afgehaakt. Uiteindelijk zal hij twee minuten toegeven. De boerderij ligt uiteindelijk nog vijfhonderd meter verder. Op een vlakker stuk voor die laatste klim win ik nog een plaatsje ten koste van veteraan 1 Laurent Mullens. Want de monotonie van het parcours mag dan beginnen te wegen, ik blijf een tempo onderhouden dat net wat hoger ligt dan dat van de lopers achter mij en van het groepje voor me. Achteraan in dat groepje herken ik Guy Raes. De laatste stijgende hectometers in de wind zijn er te veel aan voor hem. Misschien kan ik toch nog terugkomen. We nemen de laatste bocht naar het domein van het Fort. De afstand tot Richard Mathot die net naar links is opgedraaid is te groot om nog dicht te lopen. Ik zie nog twee hapklare brokken voor mij. Op het krakkemikkige asfalt (even een afwisseling voor het harde beton) ga ik voorbij Valérie François en kom ik ook in het spoor van Guy Raes. Zodra hij me opmerkt zet de grijze Fléronnais een versnelling in die me enkele meters achteruit slaat. Ik probeer het nog eens in de laatste bocht – de weg naar de finish heeft wat weg van een wielerpiste – maar Guy perst er nog een bijkomende demarrage uit. Met drie seconden voorsprong loopt hij over de tijdmat… en zijgt neer op de grasstrook langs de weg. Zo moet de aankomst van Pheidippides in Athene er hebben uitgezien, behalve dat Guy alleen maar gekuch en gerochel kan uitbrengen. Ik help hem even later recht en lach naar tijdopnemer Pierre Olivier: “Dat komt ervan als je een oude knar van 70 wil voor blijven!” Ik heb net een degelijke wedstrijd achter de rug. Dat gevoel wordt achteraf ook bevestigd door mijn Garmin die heel regelmatige, zelfs enkele tot op de seconde identieke kilometertijden aangeeft.
In Lantin doen ze het nog op de traditionele manier, een beker voor de winnaar. En de prijs mag je zelf uitkiezen. Volgens het principe : Wie het eerst komt (loopt), het eerst maalt (kiest). Ook Robbe Hertogen die een categorie op zich vormt krijgt alsnog een beloning van de gulle organisator.

(Foto’s 1 en 2 van Marie-Paule. Foto 1: Danielle, vriendin van Nicolas Bynens, de felste aller supporters. Foto 2: Servais Halders op weg naar de zoveelste zege bij de veteranen 3 – zou hij zelf de tel niet kwijt zijn? – en 16de plaats algemeen. Foto 3 van Dania Benchikh: In de laatste meters, spurtend achter Guy Raes. Valérie François volgt op enkele meters.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Thimister (Challenge L’Avenir)

vri 03/08/2018 19.30 * Thimister (Challenge L’Avenir) * 8,3 km * 00:44:29 * 11,2 * 136/216 * 1/3 * ♥♥

“Is dit wel wijs?” vraag ik me af als we op de weg zijn naar Thimister en ik de temperatuur op het dashboard van de auto zie stijgen tot 35 graden. Om halfacht is de zon al aan het zakken zijn, er is daar in het land van Herve wel beschutting van bomen, houd ik mezelf voor. Maar waarom ben ik überhaupt vertrokken? Blijkbaar kan ik een geplande wedstrijd, eenmaal opgeslagen onder mijn hersenpan, niet meer wissen. In de voorbije dagen heb ik nog de hoop dat de organisatoren zelf de knoop doorhakken en de loop annuleren. Maar die willen ook van geen wijken weten. En zo zijn we nu toch in het dorp van de cider en zien, naarmate de avond vordert, almaar meer looplustigen arriveren. Uiteindelijk zijn we met meer dan 200. En dat zijn niet altijd de jongsten, mannen en vrouwen in de fleur van hun leven en conditie die bestand zijn tegen de excessen van de temperatuur. Zijn bij de eersten ter plekke: Louis Schmetz, Julien Bertrang en Jean-Louis Voss, een tachtiger, een zeventiger en een rijpe zestiger. Ze hebben allemaal wel een excuus of een goed voornemen: het kalm aan doen. Louis vindt dat hij niet kan wegblijven: “Ik woon hier op enkele minuten, je passeert twee keer voor mijn huis.” Ik werp nog op dat het ook in zijn eigen dorp warm blijft, maar hij lacht mijn bezwaar weg. Hoe dan ook, ik zal in de eerste plaats voor mijn eigen lichamelijk heil moeten zorgen en de temperatuur trotseren. Ik weet na de “opwarming” al meteen hoe laat het is. Archi-slechte benen, zoals tijdens mijn laatste trainingen. Ik zal wel gedwongen zijn het rustig aan te doen. En nu mijn belangrijkste concurrent Roger Dosseray er niet is, heb ik geen enkele reden om hier fel van stapel te lopen. Tijdens de verkenning herken ik het bebloemde bruggetje in het begin van de Tectonic, drie jaar geleden. En als ik na een ommetje opnieuw de sporthal bereik, komt mij ook de vertrekplaats weer voor de geest.
Terwijl we verzamelen voor de boog van Omnimut, het vrije ziekenfonds en sponsor van de Challenge L’Avenir, geeft de speaker een uitgebreide beschrijving van het parcours. Het is allemaal wat langdradig en futloos. Eén belangrijk detail heb ik wel onthouden. Daarover dadelijk meer. Kort voor de start ontmoet ik nog drie jonge lopers uit Tongeren. Hitte? Dat maakt ons niet veel uit, wij hebben al verscheidene wedstrijden gelopen de laatste weken, is het commentaar van Ronny Vanhay. Halfacht, 33 graden. We vertrekken over een grote weide achter de sporthal. Na 200 meter zijn we al op het fietspad van de oude spoorlijn 38. (De lezer wordt na talloze verslagen over wedstrijden in de buurt wel geacht te weten wat ik bedoel.) Thimister 1 Het getrappel van de meer dan 150 lopers voor me op het assenpad werpt een heuse stofwolk op. Dat is eens wat anders dan de modder in nattere tijden. We verlaten snel (en voorlopig) het pad en duiken naar beneden langs de tennisterreinen. Slechte benen, rustige start en toch de snelste kilometer met dank aan de afdaling. Vlak voor de eerste klim op weg naar het dorpscentrum gaat Dominique Heusschen mij voorbij. Boven op diezelfde klim passeert Laure Etienne me met krachtige tred. De hitte is voor deze dame geen beletsel om voluit te gaan. De veteraan 2 en de dame zullen respectievelijk 1’30” en 2′ voor me eindigen. In een wedstrijd met vier hartjes zou ik zo’n half minuutje, driekwart minuut voor hen de finish hebben bereikt. 2 minuten of ietsje meer is dus het cijfermatige verschil tussen twee en vier hartjes. Het loopgevoel zit wel duidelijk in het rood. Ik blijf braafjes mijn matige tempo aanhouden en laat me ook in de daaropvolgende dalende weg niet opjagen. We zijn het dorp uitgelopen en komen plots op een smal, donker pad tussen bomen terecht. Het eerste deel van de loop is voornamelijk dalend. Hier in het bosje halen we de steilste dalingspercentages. Niet echt mijn ding. Het licht- en schaduwspel maakt het voor mij nog moeilijker. Ik schat een schuine kant verkeerd in en plof met mijn rechterbeen hard op de grond. Even een hachelijk moment. De man voor me informeert “ça va?” waarop ik gelukkig bevestigend kan antwoorden. Het bospad loopt uit op een asfaltweg, nog steeds in dalende lijn. We zijn op weg naar het gehucht La Minerie waar ik drie maanden geleden nog actief was. Ik heb de weg Stockis toen in lyrische bewoordingen beschreven. Vanavond ben ik minder uitbundig temeer omdat er een klim wacht naar het voetbalveld waar toen de aankomst lag. Oh ja, heb ik al vermeld dat mijn vorige deelname dateert van twintig jaar geleden? Een korte afdaling, dan weer klimmen en uiteindelijk een afdaling van 400 meter naar het gehucht Befve. Ik hobbel verder tot we rechtsaf worden gestuurd. Opletten, niet de eerste weg rechts, die leidt naar het rustoord. Daarvoor is het nog wat te vroeg… We volgen nu een tijdje het parcours van La Minerie. Daar is al de tweede bevoorrading. Dat had de omroeper gemeld voor de start: er is hier een bevoorrading om de twee kilometer. De leden van de Cercle Familial, de organisator, hebben hun huiswerk goed gemaakt. Het gaat verder over een grote dorre grasvlakte. Ik zal pas na de loop tot het besef komen dat dit dezelfde weide is als in de jogging van La Minerie. De droogte heeft een verwoestend effect op de natuur. Ik loop een tiental meter achter Sandra Delrez, vaak in mijn buurt in deze regio en ook vertrokken met de handrem op. “Dat ook nog” is mijn reactie als we dezelfde stenige en smalle klim van drie maanden geleden onder de voeten krijgen. De loper die met een kinderwagen onderweg is – inbegrepen zijn klein zoontje – staat met pech aan de kant. De parcoursbouwers hebben medelijden met ons en na een paar honderd meter worden we rechtsaf gestuurd. Nog altijd smal maar wel makkelijker beloopbaar – wandelpaden blijkbaar – en nog steeds onder een beschermend bladerdek. Ik loop hier net snel genoeg om geen plaatsen te verliezen. Bij het laatste knikje kom ik in het spoor van Sandra. Ik zal haar in de daaropvolgende asfaltstrook voorbijgaan. Na 5,5 km draaien we linksaf een rijweg op. Dit is weer het parcours van La Minerie. Ja, het kan moeilijk anders dat je elkaars parcoursen moet “lenen” als je zoveel wedstrijden op een zakdoek uittekent. Ik verteer de 600 meter lange klim vrij aardig en begin nu ook lopers in te halen. Onder meer de “espoir” Tom Deru. Ik ben veteraan 3 Guy Raes al na een kleine kilometer uit het oog verloren en zie hem nu ook nergens voor me. Normaal, denk ik, met het trainingstempo dat ik vanavond aanhoud. Blijkt achteraf dat hij minuten na me geëindigd is.
Een linkse bocht na 6,1 km luidt het laatste deel in. Vanaf nu gaat het haast uitsluitend over de Ravel, heel lichtjes (1%) maar wel onophoudelijk stijgend tot de finish. In die bocht is ook de derde en laatste bevoorrading. Een slok drinken en de rest over het hoofd, zo ga ik de hitte te lijf. En dat lukt redelijk, ook al omdat er windje staat en bomen voor verkoeling zorgen. Thimister 2 Intussen heeft Cedric Lemaire zijn karretje weer aan de praat gekregen en gaat hij mij en enkele andere lopers voorbij. Tussendoor vindt hij nog de adem om zijn zoontje het verdere verloop van de avond te vertellen. Het kereltje in het zitje babbelt onophoudelijk en strooit kwistig aanmoedigingen in het rond. Als is het mij niet duidelijk voor wie die bedoeld zijn. Ik voel voor het eerst de neiging naar voren op te schuiven. En er zijn wel wat kandidaten om ingehaald te worden. De hitte begint stilaan zijn tol te eisen. Nu ik lichtjes versnel, voel ik hoe de warmte als een waxlaag op mijn hoofd kleeft. Overigens vertelt mjjn Garmin dat ik boven de 5′ per km blijf hangen. Het blijft dus ondermaats. We worden aangemoedigd door enkele supporteressen die de euvele moed hebben hun gekoelde huizen te verlaten. Zijn dat niet de twee dames die al bij het inlopen langs de weg stonden? De laaghangende zon vuurt nog enkele scherpe pijlen af op het einde van de 2 km lange Ravelroute. We wroeten ons door de weide die we in het begin van de loop in de tegenovergestelde richting hebben afgelegd. Ik verlies per saldo nog een plaatsje – twee jonge mannen spurten me voorbij, ik raap nog een moegestreden collega op – en bots op het grind voor de aankomstboog weer op Cedric Lemaire, de vader met de kinderwagen. Dit hebben we weer overleefd…
We verwijlen nog een uurtje aan de sporthal. Na de douche in het moderne sportcomplex vinden we een plaatsje net buiten bereik van de zon. De pain-saucisse krijgt een grote onderscheiding van Marie-Paule. De Jogging du Cidre wordt voor mij afgesloten met het in ontvangst nemen van een … fles cider. Ze maken het hier trouwens niet ingewikkeld, cider voor alle podiumlaureaten.

(Foto 1 van Fabien Teller: Links met de grimas, uw dienaar. Rechts met de glimlach, Laure Etienne. Foto 2 van Marie-Paule: Finish.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Borlez (Challenge hesbignon)

zat 28/07/2018 19.00u * Borlez (Challenge hesbignon) * 10,75 km * 00:53:22 * 12 * 79/173 * 1/7 * ♥♥♥

Eén dag soelaas heeft de zonnegod ons deze week gegund, op zaterdag, net als de Hesbignonloop in Borlez wordt gehouden. De extreme hitte van de vorige dagen zou competitielopen hebben uitgesloten. Tenminste voor mij. Want de meer dan 350 deelnemers aan de Condruzienwedstrijd in Villers-le-Temple bewijzen dat er altijd lopers zijn die de moed (of de onbezonnenheid) hebben om 30 graden of meer te trotseren. De beslissing om naar de deelgemeente van Faimes in de buurt van Waremme te trekken, neem ik uiteindelijk pas ’s middags. Tien graden koeler dan daags voordien en een weldoende wind, ook mijn achterbuur Martin Kossig ziet een deelname wel zitten. Borlez 1 Voor hem is de wedstrijd een welgekomen gelegenheid om nog eens voluit te gaan in de vakantieperiode van de Victors Cup. Martin is de schoonvader van Wesley Serrano, mijn trainingsmaat van de zomerse woensdagavonden en al twee keren mee op verplaatsing naar Wallonië. Wesley moet zijn trainingen voorlopig beperken tot rustige loopjes van 5 kilometer vanwege pijnlijke kuiten. Ik ben vanavond op weg met een man met een glorierijk marathonverleden. In 1997 stonden we samen aan de start van de marathon van Antwerpen. Met een tijd ruim onder de 3 uur hoorde hij in die periode bij de beste lopers van de streek. Ondanks een lange periode van inactiviteit, opgeëist door beroeps- en familiale besognes, bleef zijn sponsorcontract met Carrefour doorlopen. De laatste maanden bond hij dan opnieuw de loopschoenen aan.

Lees verder →


De Hesbignon-karavaan is al voor de tweede maal dit seizoen te gast in Borlez. Na de Jogging de l’Etoile (naar de naam van de voetbalclub), is er vanavond de Jogging des Grigneuses, naar de naam van een plaatselijk bier. Hoe zo’n boerengat – niet laatdunkend bedoeld – twee loopevenementen in eén jaar kan organiseren? Wel, de jogging maakt deel uit van het dorpsfeest, zoals vaak in het Luikse, er zijn enkele gulle sponsoren en de Djoyeus Borlatis ( de vrolijke mannen en vrouwen van Borlez, het feestcomité) hebben er veel zin in.
We verzamelen in de buurt van de feesttent en de kerk waar de speaker even het parcours overloopt dat als vlak en snel wordt omschreven. En voor wie de Franse introductie niet veel wijzer maakt, is er ook de Nederlandstalige presentatie van Koenraad Nijssen, mijn ex-collega die hier woont. De Franstaligen hebben hier echter geen oren naar en uiteindelijk overstijgt het geroezemoes de nochtans krachtige stem van de historicus-journalist-vakbondsman, Koenraad dus. Hopelijk moeten we niet meer te lang ter plaatse trappelen voor de start of het effect van mijn voorbereiding, opnieuw in het gezelschap van Armand Pirotte, gaat weer verloren. “Trois, deux, partez”, we zijn weg.
Tot aan het kapelletje onderaan de Cortil Jonet na 800 meter is het in het peloton – waarbij ook de deelnemers aan de korte wedstrijd, samen goed voor zo’n 250 man – een constant geschuif van snellere lopers die van achteren opkomen en tragere lopers die hun betere startpositie snel moeten inleveren. Dat geeft je dan wel de kans een aantal bekenden te zien die je voor de start niet hebt opgemerkt. Veteranen 3 Mark Geyskens en Bruno Broos bijvoorbeeld. Ik vertrek in het spoor van Stefan Meekers die me meteen achterlaat. Ik zie hem de hele wedstrijd niet meer. Maar na afloop blijkt dat dat ik hem al snel na de start weer heb ingehaald. Ik kan ook niet alles en iedereen in de gaten houden. Wie ik wel heb zien voorbijschuiven, is Noël Heptia. In de afdaling van de Cortil Jonet neemt hij al afstand. Ik keek er natuurlijk naar uit om alleszins een deel van de loop in het gezelschap van mijn dorpsgenoot Martin af te werken. Dat is gezelliger en op basis van zijn tijden in de Victors Cup ook niet onmogelijk. Dag Jan! Na tien meter is hij al ribbedebie. Zo’n snelle start heb ik niet in me. En hij verdwijnt zelfs meteen uit mijn gezichtsveld. We draaien nu achter het kapelletje aan de Cortil Jonet door, ook al vermoed ik dat het officiële parcours voor het kapelletje loopt. Nu denkt de lezer misschien, die Cortleven doet alsof hij hier alle wegen kent. Wel, ik ben hier inderdaad al vaker geweest, als loper, als fietser, zelfs als gast. We krijgen de eerste lange rechte lijn voor de voeten. Armand had me net voor de start nog meegegeven dat het parcours voornamelijk “rectiligne” was. Dat is dus een van die lange rechte stroken. Armand zal overigens maar een halve minuut voor me eindigen. Het is misschien nog wat vroeg om het te zeggen maar qua tijd en positie zal ik op een degelijke loop mogen terugblikken. Maar we zijn er nog lang niet. Nauwelijks een kilometer ver. Hier gaat mijn goede kennis Eric Martin me voorbij. Ik zie een groep met Noël Heptia en Sandrine Balon langzaam van me weglopen. Vervelend want ik zit nu in mijn eentje in de tegenwind. Die zorgt wel voor verkoeling. En dat is in deze barre, hete tijden mooi meegenomen. Borlez 2 Even verder gaat de ruilverkavelingsweg in beton over op een hobbelig aarden pad. Dat is ook niet mijn geliefkoosde ondergrond maar ik maak wel wat plaatsen goed. Scherpe bocht naar rechts aan km 2,6. Oef, weer asfalt. Maar wel 3% omhoog. Ik had mijn benen nog een tijdje willen sparen maar ik weet dat zo’n klimmetje me beter ligt dan de meeste van de collega’s in mijn buurt en dus schroef ik het tempo op. Enkele lopers achter me hebben hetzelfde idee, ik verlies een plaats of twee, drie maar haal anderen dan weer in. De balans boven is in elk geval positief. Ik ga in een aangenaam dalend stukje op mijn elan verder, ten koste van …Gorik Nijssen. Deze piepjonge “starter” (dat is de officiële naam van de deelnemers aan de korte wedstrijd) is de zoon van de Nederlandstalige “Public Address” Koenraad. Ik moedig hem in het voorbijlopen nog even aan. Of dat geholpen heeft, zal ik later misschien nog eens van zijn vader vernemen. De starters lopen rechtdoor, de 10 km-lopers nemen een bocht naar links, een kort knikje omhoog en dan zachtjes dalend – alleen te zien op Garmin – lang rechtdoor. Ik hou een tempo aan rond de 5′ per kilometer. Mijn benen willen voorlopig niet sneller en de wind werkt ook wat tegen. Intussen word ik wel ingehaald door een groepje van drie. De eerste en meest “vooruitstrevende” is Eddy Hoylaerts, de immer vriendelijke veteraan 3. In zijn gezelschap is er een jonge dame in het roze (ik gok op Allison Hans) en een loper in het blauw. De twee verliezen in de bevoorrading weer de kleine voorsprong die ze net hebben verworven. Ik neem een slokje… dat ik snel weer uitspuw. Het lauwe water bevalt me niet. De rest kieper ik uit over mijn kale knikker die de verfrissing in dank aanvaardt. Eddy heeft geen bekertje aangenomen en stoomt door.
We hebben nu enkele bochten achter de rug in een dorpje. Dat moet dan Les Waleffes zijn. De signaalgevers kennen overigens een rustige avond. Veel verkeer is er niet in dit deel van Waals Haspengouw. We zijn nu halfweg. Op een van de lange rechte wegen, nog steeds in het dorp, gaat een loper in het rood me voorbij. Ik herken plots Koen Vangrieken. “Wat doet die hier, tussen de anonieme leden van het peloton?” gaat het door mijn hoofd. Ik heb geen energie over om het hem te vragen maar vermoed dat hij woensdagavond voluit is gegaan in de estafettechallenge van Limont. Koen is de algemene winnaar van de challenge 2016. Hij haspelt de Jogging des Grigneuses af met een voor hem matige snelheid… die Eddy Hoylaerts net lijkt te passen. Ik zie dat de veteraan 3 zich in het spoor van de Truiense senior heeft genesteld of althans een poging doet in die zin. Dan is mijn kans om de man uit Saint-Georges alsnog in te halen helemaal verkeken. Een ogenblik bekruipt me de verleiding om Koen toe te roepen het tempo te milderen. Competitiedrang doet gekke dingen met een mens. We lopen nu met de wind mee blijkbaar en de hitte is weer voelbaar. Gelukkig zorgt een laagstamaanplanting op een recht stuk (of wat u gedacht?) voor wat schaduw. Even verder zijn we in een bosje helemaal beschut tegen de zon. Eddy heeft de voeling met Koen Vangrieken verloren en loopt nu slechts een vijftal meter voor me. Hij lijkt wel wat meer in zijn sas op het bospad. Ik ben nog meer in het nadeel aan de rand van het bos op een ongemakkelijke veldweg die ik herken van de Etoile-loop, ook in Borlez dus. Een lichte graad van opluchting maakt zich van mij meester als we na 900 meter weer op het verhard komen. Even beton tot aan een bocht en dan asfalt. Ik ben intussen nog altijd in de weer aan te sluiten bij Eddy. Het is de eerste keer in al die jaren dat we echt een duel uitvechten. Ik weet overigens niet of Eddy weet wie hem volgt. Borlez 3 En ik heb ook geen idee waar Koen Vangrieken is gebleven. Waarschijnlijk heeft hij na een vijftal kilometer de vermoeidheid van de estafette uit de benen gelopen en is hij nu bezig de ene na de andere amateur (dat zijn wij) op te rollen. Op het asfalt dus, op de mooie dreef die naar het kasteel leidt. We beginnen aan het laatste deel (het laatste derde) van de wedstrijd. De eerste 7 kilometer hebben de pijn en het eeuwig aanwezige stramme gevoel in mijn benen nog aangewakkerd. Maar de geest kan de pijn verdringen of alleszins gedeeltelijk verdoven. Even voor we het kasteelpark inlopen kom ik dan eindelijk langszij bij Eddy. Hij heeft me dan toch herkend. Bij de Etoile-jogging lopen we voor het kasteel door. De organisatoren van vandaag hebben misschien (betere) connecties met de privé-eigenaars. Het is aangenaam lopen op de grindpaden in het park en tussen de eeuwenoude bomen. Ik heb de leiding genomen en behoud die ook in de dalende weg langs het hoevegedeelte van het Château. Rechtsaf nu. Ik zie het parcours nu zo voor me. In de Rue Saint-Pierre is het weer klimmen, enkele procenten, het zwaarste wat hier voorhanden is. Maar ik zie dat ik snel nader op de laatste lopers van het groepje dat na de eerste kilometer van me wegliep. Intussen al zo’n 45 regels geleden. Voor de hoeve rechts ga ik voorbij Sandrine Balon. Nog een slok in de tweede bevoorrading – het water is hier frisser – en dan de lange veldweg op naar het kapelletje op de hoek van de Cortil Jonet en de Rue Georges Berotte. Ik verander enkele keren van loopstrook om de stenen te vermijden op deze “chemin empierré”. (Het Nederlands heeft hier geen woord voor.) Ik ben nu in het spoor gekomen van een langbenige jonge dame (een “espoir) die naar de naam Elise Mievis luistert. En hier een boogscheut verder woont, aldus mijn plaatselijke informatiebron. Zij zweeft over de keien, terwijl ik krampachtig naar de goede cadans zoek. Ik ben haar even voorbijgegaan maar alleen al voor haar gracieuze stijl laat ik haar opnieuw voorgaan. Achter me blijft Eddy Hoylaerts aanklampen. Ik houd het tempo strak en wil alvast nog enkele lopers voor me inhalen. Het duo Bernard Dubois en Françoise Debaty lijkt voor het grijpen maar deze taaie wedstrijdlopers geven zich niet gewonnen. Op de 900 meter lange veldweg tussen de weiden en de plantages herken ik nog meer potentiële prooien. Noël Heptia, bijvoorbeeld, ik heb hem al van in Les Waleffes in het vizier. En kijk wie we daar hebben, Martin Kossig! Voor het eerst sinds de eerste meters binnen bereik… als ik nog een tandje groter kan schakelen. Dan toch gestart met het tempo van de 5k-loop in de Victors Cup en een prijs betaald in het tweede deel? We krijgen aanmoedigingen aan de kruising met de Rue Berotte. Ik herken alvast eén stem maar het tegenlicht verhindert om de fans aan mijn rechterzijde te zien. De stijgende Cortil Jonet biedt het geschikte profiel om nog korter te komen. En een ultieme jump op de dalende Rue Vandervelde brengt me, haast op hetzelfde ogenblik, naast en voorbij Noël en Martin. Ik blijf in het gezelschap van mijn “copain” Noël en kan zowaar nog genieten van de (laaghangende) zon. Het is nog even licht bergaf, rechtdoor naar een boerenerf. De boog staat opgesteld onder de toegangspoort van een hoeve. Links kunnen de kalfjes nog net een glimp opvangen van onze aankomst.
Ik wandel door de koestal naar de tentjes voor een frisse slok en enkele sappige sinaasappelpartjes. De “pendelbus” (zie verder) naar de douches is net vertrokken en samen met Martin neem ik de wandeling van zo’n vijfhonderd meter dan maar te baat om de spieren te ontspannen. In de kleedkamers van de Etoile de Faimes heerst er een saunaklimaat. Na een kwartiertje biedt de open lucht verkoeling. Martin heeft dan al op Strava de wedstrijdgegevens van een aantal collega’s geanalyseerd en stelt vast dat hij niet de enige is die tijd heeft moeten inleveren in het tweede deel. Borlez 4 Ik hoor dan bij de uitzonderingen (?) die het tempo wel hebben kunnen vasthouden. Dat lag dan wel lager in de eerste helft. Maar je kan niet alles hebben… De “pendelbus” staat klaar om ons terug naar het centrum van het dorp en de feestelijkheden te brengen. Het voertuig lijkt nog het meest op een huifkar en is dat misschien ook. En wordt voortgetrokken door een tractor. Bestuurder en begeleiders zijn de Djoyeux Borlatis. Die zorgen dus niet alleen voor vertier maar ook voor een vlotte organisatie. We hotsen en botsen op de houten banken maar de passagiers, zoals Martin, hebben er wel lol in.
Aan de feesttent haalt Noël, opgegroeid in het naburige Viemme, herinneringen op aan zijn jeugd. Aan de danszaal achter bij Irma, aan de voetbalclub gesticht door de vader van organisator Jean-Marc Delchambre. Cortleven, Cuipers en Driessens worden naar voren geroepen voor het podium van de veteranen 4. Drie Limburgse namen. Een “volledige” Limburger. Een uitgeweken Limburger, ook een Willy, van Herderen en wonend in Juprelle. En een Luikenaar, Pierre uit Seraing. Ik zie Willy Cuipers hier voor het eerst dit seizoen. Een spierscheur gooide roet in het eten van de winnaar van de challenge bij de veteranen 4 in 2017. Overigens stonden hier vanavond in onze categorie meer kandidaten aan de start dan er plaatsen zijn op het podium. Pech voor Jacques Detaille. Als ik dan nog vertel dat de ambiance in en rond de tent verzorgd werd door de streetband “Les Marteaux” dan zijn jullie weer helemaal bij. Houd het koel en tot binnenkort voor een volgende loop en verslag!

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Achter de finishlijn. Foto 2: Eindspurt van Armand Pirotte. Foto 3: De laatste meters met Noël Heptia. Achter ons Eddy Hoylaerts. Foto 4: Op weg naar de douches met Martin Kossig.)

← Toon minder

Reacties zijn gesloten.

Bolland (Challenge L’Avenir)

vri 13/07/2018 20u * Bolland (Challenge L’Avenir) * 9,1 km * 00:46:17 * 11,8 * 104/242 * 1/5 * ♥♥♥♥

Wedstrijd 31 van de Challenge L’Avenir past precies in mijn wedstrijdschema en dus ben ik in de late middag onder een uitbundige zon op weg naar Bolland. Een lezer die de platgetreden paden node verlaat, vraagt zich nu misschien af: “Waar mag dat wel zijn?” Wel, korter bij dan u denkt. Voor ons is Hasselt zelfs verder. Ik kende de vlek in het land van Herve (en behorend bij die gemeente) door mijn fietstochten en was toen gecharmeerd van het mooie dorpscentrum in een kom gedomineerd door een kasteelhoeve. Het mag dus niet verbazen dat ik ook deze loop aan mijn palmares wil toevoegen. De inmiddels vertrouwde autoweg vanaf Visé brengt ons in no time in Soumagne. Bolland 1 Van daaruit hoeven we ons zelfs niet in de meanders van de asfaltweggetjes rond Herve te wagen om het voetbalveld van CS Bolland te vinden. Dat ligt in het groen in het gehucht Noblehaye op een plateau. Jammer genoeg buiten de dorpskern die we tijdens de loop rechts laten liggen. De passage door het charmante centrum is dus voorbehouden aan wandelaars, zoals Marie-Paule. Zij brengt een rijke oogst aan foto’s mee, waarvan enkele dit verslag opsmukken.

Lees verder →


Het gelijknamige riviertje de Bolland zorgt voor een landschap en een parcours in pieken waarvan vooral de eerste twee mijn benen en longen zwaar op de proef stellen. Nog een geluk dat bij het vertrek om 20 uur de zon al haar beste pijlen verschoten heeft en mij alvast niet of nauwelijks hindert.
Tien meter na het vertrek ligt er al een bocht. Die ongewone start heeft waarschijnlijk met de veiligheid te maken. Om de lopers van de rijweg af te houden, hebben de organisatoren verzamelen geblazen achter de startboog op het oefenveld dat vanavond als parking dienst doet. Bolland 2 In de eerste tweehonderd meter is het zoeken naar ruimte. Maar dan begint de weg stevig te dalen en trekt de spontane versnelling van de lopers het peloton uiteen. Een eerste kilometer in 4’16” met inbegrip van het gedrum in de aanvangsmeters, het is me nog niet vaak overkomen. Op de steilste stukken hou ik dan nog wat in om mijn benen te sparen voor de eerste klim die al op de loer ligt. Temeer omdat de pees aan mijn rechterenkel opspeelt, een inmiddels bekend gegeven. Na 900 meter draaien we een smal pad in dat weldra fel omhoog gaat door een bosje. Dit gedeelte heb ik daarnet verkend maar ik blijf op mijn hoede voor stenen en gleuven. Die leveren schijnbaar geen probleem op voor de lopers voor en achter me die ofwel met soepele tred de hindernissen ontwijken ofwel hun laatste prestaties met gemak kunnen navertellen. Ik ga tot mijn verbazing veteraan 3 Guy Raes voorbij. Toch niet in te beste vorm. Ik heb hem voor de start gegroet in het gezelschap van Nicolas Bynens die een klein minuutje voor me zal eindigen. Boven worden we uitbundig aangemoedigd door enkele jonge mannen Ze waren daarnet hun stembanden al het smeren, heb ik bij de verkenning vastgesteld. Maar wat ik daarnet als “boven” omschreef blijkt maar half boven te zijn. De klim gaat gewoon verder, nu op verharde ondergrond tussen enkele huizen. Het is steil en warm maar ik overleef. Ik neem de daaropvolgende afdaling in het gezelschap van twee dames die wel vaker in mijn gezelschap vertoeven. Voor u hier verkeerde conclusies aan gaat verbinden, wij hebben ongeveer hetzelfde tempo. Na 2 km dient de volgende klim zich al aan. Voornamelijk in de schaduw dat wel, maar nog steiler dan daarnet. Op het eerste deel ben ik Sandra Delrez en Magali Beauwens voorbijgegaan, dat zijn de twee dames in kwestie. Op de steilste stroken – boven de 10% – hangen we met de neus haast op het asfalt en is de ene voet voor de ander zetten al een opgave. Ik doe het toch nog een fractie sneller dan Roger Dosseray, mijn collega veteraan 4. Ik vind nog net de adem om hem aan te moedigen, in de stille hoop natuurlijk dat hij zich niet te fanatiek in mijn spoor gaat vastklampen. Een andere jonge dame, Laure Etienne, is me in de klim voorbijgegaan. Ik herken haar van de wedstrijd in Stembert waar ik haar voor kon blijven. Ideaal als mikpunt dus. Ik spoor, niet zonder moeite, mijn benen tot een hoger tempo aan. En ga voorbij Laure. Zij zal nog kilometers op luttele meters blijven hangen. Bolland 4 Op die manier kan ik ook meegenieten van de talrijke aanmoedigingen die ze onderweg krijgt. Roger doet intussen verwoede pogingen om weer aan te sluiten. Na enkele honderden meters neemt het geluidsvolume van zijn zware ademhaling langzaam af… Links ligt een eenzame boerderij tussen de weiden. Het wegdek is ook alleen geschikt voor tractoren en ander landbouwtuig, lopersvoeten vinden hier geen comfort. Ik slaag er maar niet in soepel rond te draaien. Het blijft harken om het tempo vol te houden. Bij het bekijken van tijden en parcours op mijn Garmin, wordt me duidelijk waarom. Het loopt hier gedurende twee kilometer vals plat omhoog. Op een smal graspad vijfhonderd meter rechtdoor nader ik dan toch op enkele voorgangers. Ik zet de achtervolging verder op een rijweg, even op degelijk asfalt. Vanzelf gaat het niet maar ik krijg dan toch Dominique Heusschen te pakken. De veteraan 2 met de outfit van een voetbalscheidsrechter die ik in mijn betere dagen wel kan kloppen. Maar ik ben nauwelijks honderd meter in zijn zog of ik word er weer afgelopen op de volgende helling. Voor wie de tel kwijt is, dit is de derde klim in 6 kilometer. Minder zwaar dan de eerste twee – zo voel ik het aan maar misschien zit ik nu beter in het ritme – maar op de moeilijkste stroken blijf ik toch hangen onder de 10 km/uur. Dominique dus weer enkele meter voor me uit. Een jonge dame, Julie Pirenne neem ik aan, krijgt wel een tikje en kan mijn tempo niet volgen. In een dalletje lopen we tussen enkele huizen door op zoek naar het vervolg van de helling, eerst op een stenen pad. Een collega – bekend gezicht, onbekende naam – ziet me met een door de inspanning getekend gezicht voorbijgaan. We zijn nu weer op een plateau, vanaf hier gaat het langzaam naar beneden. Denk nu niet dat ik hier meteen naar een hogere versnelling kan schakelen. De reden bevindt zich onder onze schoenen. De staat van het wegdek tart elke verbeelding. Het is gissen naar de oorspronkelijke wegbedekking. Precies geasfalteerde molshopen. “Op welke bult ga ik nu mijn voeten zetten?” vraag je je af bij elke stap. Bolland dat is de overtreffende trap van slecht asfalt. En dan km 6,6: de verlossing, na twee derde wedstrijd.
We draaien rechtsaf, het Ravel-fietspad op. Dit is het tracé van de Tectonic. De 38 – genoemd naar de oude spoorweglijn – is een soort passe-partout voor een aantal wedstrijden in de buurt van Herve. Dit moet al de derde keer zijn dit seizoen dat ik over de oude spoorwegbedding loop. En ditmaal in de “goede” richting. Westwaarts, met een licht verval. En dat op een nagelnieuwe asfaltlaag. 900 meter rechtdoor nu. Bolland 5 In de voorgaande kilometers heb ik de eeuwig zeurende pijn niet uit mijn benen kunnen lopen. Dan maar op karakter naar de lopers voor me. Dominique Heusschen is het eerste slachtoffer van mijn aanvalslust. Op het einde nemen we een U-bochtje en draaien in de tegenovergestelde richting terug, 200 meter parallel aan het fietspad. Dat geeft ons de gelegenheid de voorsprong op de achtervolgers in te schatten. Guy Raes loopt op zo’n honderd meter. Roger Dosseray komt nu pas vanachter de bomen te voorschijn. Een spurt in de finale zal dit keer niet nodig zijn. Een scherpe bocht naar rechts. Is dit de laatste rechte lijn? Ik duw het tempo nog verder omhoog, tegen de 4’20” op de vlakke stroken. Uiteindelijk is het nog 1300 meter naar de finish. Er wachten nog twee glooiingen in het tegenlicht. Bij de eerste kom ik in het spoor van mijn voorganger, Michel Terf. Bij de tweede laat ik hem achter. Maar met een uiterste krachtsinspanning haalt de veteraan 2 me in de laatste honderd meter weer in. Ik loop ook nog senior Laurent Leinartz in die wel mooi achter me blijft. “Opletten, volledig draaien”, een toeschouwer wijst er ons op dat de finish enkele meters voorbij de boog ligt. In feite lopen we voor de boog door. Het nummer wordt genoteerd, de buit is binnen. Die buit bestaat vanavond uit een selectie streekbieren, stel ik later vast. Ik neem enkele gulzige slokken van de lekkere Oshee-sportdrank. Roger meldt me met een bedrukt gezicht dat hij echt niet goed was. Bolland 6 Een compliment voor de winnaar in zijn leeftijdsklasse kan hij echter niet over de lippen krijgen. Derde wordt Helmut Weynand. En dat is een verhaal apart. De loper uit Bütgenbach, al met twee voeten in de zeventig, kreeg in januari drie stents ingeplant na een hartaanval. “Ik dacht dat ik ging sterven. Maar ik was niet bang.” Zo beschrijft hij de hachelijke ervaring. “Is dat wel een goed idee, een zware loop in deze temperatuur?” waag ik. Een schouderophalen en dan het laconieke antwoord “Je moet niet forceren”. Mijn eigen wedstrijd wil ik met een understatement samenvatten: ik heb me niet verveeld in deze loop vol contrasten en uitersten: de kortste startstrook, de langste laatste rechte lijn, het asfalt voor twee derden afgrijselijk, op het eind zo glad als een biljartlaken. En vooral: het gevoel ging crescendo naarmate de loop vorderde.
Het is weer lang wachten op de prijsuitreiking. Maar het is zalig genieten in de avondschemering op het voetbalveld van Bolland. En aan de tafel zorgen Nicolas en Guy voor de vrolijke noot.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Een oude richtingaanwijzer in Bolland. Foto 2: De kapel van Noblehaye in de laatste kilometer. Foto 3: Françoise Piscart rept zich naar de finish aan het stadion van CS Bolland. Foto 4: De grinta van Nicolas Bynens die sneuvelt op de vierde plaats bij de veteranen 3. Foto 5: Uw dienaar op honderd meter van de streep. Michel Terf in het groen zal me nog een plaatsje afsnoepen. Helemaal in de achtergrond Laure Etienne.)

← Toon minder

Reacties zijn gesloten.

Ampsin (Challenge hesbignon)

zat 07/07/2018 19.15u * Ampsin (Challenge hesbignon) * 10,5 km * 00:54:58 * 11,5 * 90/195 * 1/4 * ♥♥♥

De naam “Ampsin” roept herinneringen op aan mijn jeugd toen in Ampsin-Neuville schotbalken werden opgehaald voor de scheepvaart op de Maas. Het grote publiek mocht elke middag meegenieten van de mededeling op de radio die bedoeld was voor de binnenschippers. Vandaar… Vanavond vang ik nauwelijks een glimp op van de Maas, laat staan de schotbalken (als dat systeem nog bestaat…), maar ben ik hier voor een nieuwe wedstrijd (tweede editie) van de Hesbignon. Ampsin ligt aan de linkeroever van de Maas en dat is meteen de reden waarom de loop bij de Hesbignon hoort. Tihange hier schuin tegenover aan de andere oever van de Maas maakt deel uit van de Condruzien, zo heeft de geologie het gewild. Voor het reliëf en het parcours maakt het in dit geval niet veel uit, voor eventuele radio-actieve bestraling evenmin, neem ik aan. De weg naar het dorpje leidt door wat ons als een industrieel erfgoed-landschap overkomt. Straks zal duidelijk worden dat we ons niet vergissen. Op het dorpsplein staat de kerk nog in het midden. De feesttent en de aankomstboog op het kerkplein maken duidelijk dat we onze bestemming hebben bereikt.

Lees verder →


Met de verkenning van de eerste en laatste kilometers in het gezelschap van Armand Pirotte en de gedetailleerde parcoursbeschrijving van Albert Vandensavel en Eddy Hoylaerts – (toevallig of niet?) allen veteranen 3 – in het achterhoofd, voel ik me voldoende gewapend om mijn eerste deelname in Ampsin. Toch één groot vraagteken dat voor elke wedstrijd opduikt, hoe is het met mijn benen gesteld? Het antwoord zal ik snel krijgen. We maken eerst een lusje door het dorp, passeren al een keer voorbij de streep waar de meeste supporters – onder wie Marie-Paule – ons opwachten en gaan dan zachtjes klimmend naar de eerste landmark van de dag, een helling van 100 meter met veertig trappen, mooi uitgehouwen in steen. Ampsin 1 Boven wacht de tweede meegereisde fan op me, mijn zus Liesbeth. We kunnen nu even van de eerste inspanningen bekomen op een dalende kilometer in een fraaie beboste omgeving. Het parcours slingert zich hier namelijk door een natuurgebied boven en langs de verlaten steengroeve Dumont-Wautier. Maar we zijn nu weer in de vallei – links ligt het Musée du Feu (over de verwerking van de gedolven kalksteen en dolomiet) – en we mogen ons middels een zachte helling voorbereiden op een stevige kuitenbijter op het asfalt. De aanmoedigingen langs de weg ten spijt moet Frédéric Florkin achterblijven. De volgende kilometer gaat met korte snokken op en af tussen de huizen waar de bewoners zich binnen schuil houden tegen de zon. Tenzij ze het wereldkampioenschap verkiezen boven de live-ervaring van de Hesbignon. Nu, voor mij moeten ze niet buitenkomen, want ik draag een onaangenaam gevoel mee in de benen. In de vlakke aanvangskilometer heb ik nog even de illusie gehad Armand Pirotte te kunnen volgen maar die is intussen al nergens meer te bespeuren. Armand zal wel dubbel gemotiveerd zijn na een artikel in La Meuse naar aanleiding van zijn duizendste loopwedstrijd. Dit respectabele aantal heeft hij opgebouwd in meer dan 40 jaar baanwedstrijden, marathons en joggings met tijden waarvan u (misschien) en ik (alleszins) alleen maar kunnen dromen. Ik ben nog steeds op zoek naar een aanvaardbaar ritme als we na 3,5 km het bos worden ingestuurd voor de voornaamste uitdaging van de dag: anderhalve kilometer steil klimmen op een smal, gegroefd en met stenen en wortels bezaaid bospad. Ik verlies meteen enkele plaatsen aan achtervolgers en probeer vooral mijn benen niet volledig op te blazen. Na de eerste beroerde hectometers verlies ik dan toch al geen plaatsen meer en blijf ik in het spoor van de lopers in mijn buurt. Een in het zwart geklede jongedame, Mélissa Kinnard, is me ook voorbijgegaan. Even wordt de stijging me te machtig en houd ik het bij stappen. Als ik me weer op gang trek, probeer ik ook Mélissa weer tot lopen te overhalen. Of dat ook meteen gelukt is, blijft onduidelijk. Ik zal haar alleen nog na de finish terugzien. In de laatste 700 meter vals plat kan ik redelijk herstellen en durf ik in de achtervolging te gaan op een duo rijpe veteranen 1 of veteranen 2 – ik gok even voor de leeftijd. Ik heb voor het eerst het gevoel dat er weer wat snelheid te halen valt.
WAmpsin 2 zijn nu half wedstrijd aan de rand van het bos boven op een plateau. Op een korte strook vlakke weg waar zich ook enkele huizen bevinden ga ik het duo – bestaande uit een “gele” en een “paarse”- voorbij. Die hebben nog de lucht om te babbelen, misschien dat ik hen wel prikkel als ze zien dat die ouwe knar hen voorbijgaat. We zijn nu begonnen aan de afdaling naar de Maasvallei. Het moeilijkste is achter de rug maar ik heb wel geen idee of hier nog ergens een plotse klim verborgen ligt. Ik duw de twijfel van mij af en schakel op een hogere versnelling over. Het duo heb ik (voorlopig?) achter me gelaten. We verlaten de schaarse bewoning en duiken een graspad in tussen de weiden. Ik haal een in het zwart gehulde loper in met wat zwabberige beenbewegingen. Het graspad, nu mooi in de schaduw van het bos, is goed beloopbaar maar ik kan het niet nalaten enige voorzichtigheid in te bouwen, vooral in de soms scherpe bochten. Gelukkig heb ik wat bewegingsruimte voor en achter me. Die had veteraan 3 Bruno Broos zo’n 4 minuten voor me niet. Na de finish toont hij me zijn shirt dat de sporen van een valpartij draagt. Het gaat lekker vooruit gedurende een dikke kilometer. Maar ik zie ik het van ver aankomen in de zevende kilometer. De asfaltweg buigt naar rechts af en loopt flink omhoog. De paarse die mij daarnet toch weer is voorbijgegaan botst plots op zijn grens en moet stilstaand op adem komen. Daarnet hadden hij en zijn maat – daginschrijvers aan de nummers te zien – nog de tijd om kennissen langs het parcours te groeten. Even later word ik zelf ingehaald door een “gele”. Het is mij echter niet duidelijk of dat de gele man van het duo is. Na 400 meter is de nieuwe klimellende geleden en duiken we weer steil de dieperik in. De plotse overgang wordt niet op prijs gesteld door mijn bovenbenen. Ik ben net weer op mijn positieven voor een vlakker stuk tussen de huizen waar Liesbeth met het Canon Ixus-cameraatje van Marie-Paule langs de weg staat. Amai, denk ik bij mezelf, hoe gaat die op tijd terug zijn voor mijn triomfantelijke aankomst voor de kerk van Ampsin. Een scherpe helling van honderd meter met een stijging van boven de 10% wordt wel geregistreerd door mijn Garmin maar is blijkbaar volledig van de harde schijf onder mijn hersenpan gewist. Merkwaardig. We zijn opnieuw aan het dalen, in de schaduw tussen de bomen. Heerlijk… en ik ga nog goed vooruit ook want ik haal nog een mannetje voor me in. Ik zie een eenzame supporter langs de weg, de moeder van winnaar Geoffray Gillet. Die ook de prestaties van de anonieme loper weet te appreciëren. We zijn nu voorbij km 9. Ampsin 3 Rechts ligt de trappenpartij van km 1,5. Links draaien we het fietspad van de Rue Hippolyte Dumont op. We rapen nog enkele late loopsters op van de 6 km-loop. Dat geeft je het gevoel dat je wel bijzonder snel onderweg bent. Maar even voor de kerk krijgt de euforie een deuk als ik tweehonderd meter voor me de lopers uit de tegenovergestelde richting naar de aankomst zie opdraaien. We hebben nog een lus te doen, blijkbaar. Hoe lang? Ik heb al geconstateerd dat de kilometeraanduidingen hier correct zijn of zelfs lichtjes onderschat. Ik heb me met volle overgave in de afdaling gestort. Een bijkomende kilometer zou me wel eens zuur kunnen opbreken. Het overkwam Armand Pirotte drie minuten geleden. Hij moest een versnelling op de Rue Hippolyte – u inmiddels bekend – bekopen op het bijkomend rondje dat hij niet had voorzien. Domenico Di Vito snoepte hem de gewonnen meters weer af. Een aantal bekenden – zoals Lucien Collard, Noël Heptia en Philippe Gheury – kon hij wel afhouden. Hoe dan ook, we draaien links in en ik herken de eerste lus van de loop op het korrelige asfalt dat daarstraks mijn voeten al pijnigde. In de eerste bocht ga ik voorbij een loper uit Alken. Die een jongere op sleeptouw neemt. Het is mij nu nog een raadsel wie wie is. Maar ik kan niet bij het duo en de vraag blijven stilstaan. Op karakter probeer ik het tempo vast te houden en zelfs een tijdje mee te gaan in het spoor van veteraan 1 Yves Richard. Daar is fotografe Liesbeth opnieuw! Die kent hier blijkbaar alle tussendoorwegeltjes al of heeft plots vleugels gekregen. Tussen de seingevers en het wachtend verkeer door naar de aankomst. Naar een plaats net in de eerste helft van het peloton. Dat verdient een schouderklopje van Jos Biets. Geen vier hartjes, het laatste was ik al kwijt na mijn tegenvallende eerste derde van de “Ampsinoise”. Michael Guyen eindigt anderhalve minuut voor me. Michael wie? Wel, ik ken de man ook niet persoonlijk maar heb wel zijn blog ontdekt op het net. Een collega-blogger dus. Ik ben benieuwd naar zijn verslag.
Ampsin 4 Het is lang, heel lang wachten op de prijsuitreiking. Organisator David Frison zal zich volgend jaar wel nog een keer bedenken eer hij weer in zee gaat met muzikanten die al voor een pandemonium zorgen tijdens de inschrijvingen en achteraf hun volledig repertorium afwerken voor ze de microfoon weer willen afstaan. Ik heb de ruim de tijd om met Jos Biets een evaluatie te maken van de race: op de lange wachttijd na, niets dan lof. En met Pierre Olivier terug te blikken op de zes jaar in zijn nieuwe leven als tijdsopnemer. Het is dan eindelijk zo ver. De Limburgers gooien opnieuw hoge ogen. Bij de veteranen 2 is het podium zelfs exclusief Limburgs getint: Thierry Vanherck voor Michel Wolfs en Ludo Werckx. Bij de veteranen 4 word ik geflankeerd door Pierre Driessens, voor mij een nieuw gezicht uit Seraing en Willy Simon.

(Foto’s Marie-Paule en Liesbeth. Foto 1: Verkenning met Armand Pirotte boven naast de steengroeve. In de wedstrijd zelf gaat het hier bergaf. Foto 2: De dreigende koeltorens van de kerncentrale van Tihange beheersen de Maasvallei. In kilometer 8 op het opgekalefaterde Waalse asfalt. Foto 3: In de laatste lus voor de finish. Veteraan 1 Yves Richard in het wit blijft me net voor. De dame rechts is een deelneemster van de 6 km. Foto 4: Nagenieten na de inspanning. Samen met mijn twee fans en op het podium. Links van me Willy Simon, derde veteraan 3, rechts Pierre Driessens en organisator David Frison.)

← Toon minder

Reacties zijn gesloten.