Ans (CJPL)

zon 17/06/2018 10.30u * Ans (Challenge de la Province de Liège) * 10,3 km * 00:49:20 * 12,5 * 43/134 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat heeft een mens op een zondag voor de middag te zoeken in Ans, in de westelijke rand van Luik? Wel, een nieuwe loopwedstrijd. Dan is Willy er weer bij, weet de lezer inmiddels. Hoewel “nieuw” niet helemaal klopt. Volgens Willy Hertogen werd er meer dan tien jaren hier ook al gelopen voor de Challenge van de provincie. De VZW (stichting) “Le coeur ansois” ( Het hart van Ans) die zich inzet voor sociale doelen, heeft de sportieve draad dit jaar weer opgenomen. Ik herken alvast een lid, David Frison, met wie ik al op pad ben geweest in andere wedstrijden. We zijn nog sneller ter plekke dan gedacht en maken nog de briefing van de seingevers mee in de inschrijvingsruimte. Een grote groep mannen en vrouwen in een geel veiligheidshesje luisteren naar de instructies van challenge-organisator Jean-Claude Odeurs. Die zijn vandaag des te belangrijker omdat de organisatie nieuw is en niet kan teren op jaren ervaring. En voor een loop in een verstedelijkte omgeving – zeg maar in een stad – heb je tientallen verkeersregelaars nodig. Als deelnemer word je zo nog eens met de neus op de feiten geduwd: zonder vrijwilligers geen wedstrijd, geen competitie en geen ambiance achteraf.
Pierre Olivier is de snoeren van de tijdsregistratie-apparatuur nog aan het vastklikken als ik aan mijn opwarming begin. Er is hier ruimte zat voor een snelle finish. Alleen de paraatheid van de benen en de wind zouden voor hinder kunnen zorgen. Ik kan ook de tijd nemen de collega’s uitgebreid te begroeten.Ans 1 Willy Hertogen bijvoorbeeld. Vanwege logistieke redenen (om het met een moeilijk woord te zeggen) zijn we vandaag apart naar Ans gereden. Mergelloper Eric Stassen uit Valmeer is er ook. Gisteren moest hij ook al om logistieke redenen verstek laten gaan voor de Aterstaosejogging in Tongeren. Hij heeft het laatste jaar reuzenstappen vooruit gezet. Ik ben nu geen partij meer voor hem. Toch zal hij ongewild nog in mijn verhaal voorkomen. Via Willy Hertogen maak ik kennis met René Eggen, een rijpe v3 en al jaren een vaste waarde in het circuit. Door een verstuiking en een gebroken voetbeentje is hij maanden buiten strijd geweest. “Voorlopig pak ik het rustig aan, ik bereid me voor op volgend jaar. Dan ga ik de strijd aan met jullie bij de veteranen 4!” houdt de man uit Retinne er de moed in. Het blijkt dat hij in Zussen getrouwd is en onze streek op zijn duimpje kent.
Voor de start gegeven wordt en na het gebruikelijke welkomstwoord van de organisator, vraagt Jean-Claude Odeurs nog even de megafoon. Hij deelt mee dat de volgende wedstrijd op de Challenge CJPL-kalender in Awans, op een boogscheut hiervandaan, is afgelast. Tegenslag voor Willy Hertogen en wellicht ook Jean-Pierre Immerix voor wie het minimum aantal deelnames – 10 om in het klassement opgenomen te worden – bedreigd wordt. De deelnemersaantallen gaan de laatste maanden fors naar beneden. Vandaag komen we net boven de 200 man voor de twee lopen. Het overaanbod aan wedstrijden en onenigheid binnen de organisatie beginnen zich te wreken. Is de oudste Luikse challenge – en dertig jaar geleden de enige – die heel wat Zuid-Limburgse lopers over de taalgrens lokte, in gevaar?
Hoe dan ook, daar kan ik me nu geen kopzorgen over maken. De focus moet staan op de wedstrijd die start over vijf seconden. Een klein peloton, een brede weg, ik vind zonder problemen de ruimte om snel op tempo te komen. Dat tempo wordt trouwens in de eerste plaats bepaald door de kracht in mijn benen… die ik eerst zal moeten losschudden. Claude Herzet, de vierde Riemstenaar in het pak, is al meteen uit het zicht. Hij heeft soepele benen meegebracht van zijn hoogtestage in het noorden van Griekenland. Hij bouwt een voorsprong op van een dikke twee minuten. Dat blijft binnen de marge van mijn gemiddelde achterstand de laatste jaren. In de eerste kilometer richt ik mij op drie collega’s. De ene in het groen, Bernard Marot, de andere twee in het oranje, Jean-Yves Culot en Pasquale Ruberto. Zij zijn wel geen directe concurrenten maar ik heb ze in een recent of niet te ver geleden nog kunnen verslaan. Ans 2 En dan leef je in de overtuiging of de illusie dat dat vandaag ook lukt. Pasquale, veteraan 3, maakt zich ook snel uit de voeten. Zou ik hem nog kunnen terugpakken vandaag? Jean-Yves Culot, nog maar veteraan 1, blijkt vandaag ook een maatje te sterk. Alleen veteraan 3 Bernard Marot is zo vriendelijk in mijn buurt te blijven. Ik zou hem over een kilometer toch moeten inhalen. Dat leert het verleden me. Maar ja, het is zoals op de beurs: de koersen van gisteren geven geen enkel garantie voor die van vandaag of morgen. We lopen intussen op beton of asfalt tussen de huizen. Achter die huizen liggen de velden. Hier begint Haspengouw. We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of er is al een drankpost. Voor de hitte moeten ze het niet doen. De meeste deelnemers zullen de 16 graden als ideaal ervaren. Voor mij mag het wel een tikkeltje warmer zijn. Een bevoorrading dus, heel snel na het vertrek. Die merk ik nochtans niet onmiddellijk op. Plots zie ik plastic bekertjes voor me op weg liggen… en vraag ik me af waar Bernard gebleven is. Ik kijk om me heen en zie aan de rechterkant van de weg in een bocht de drankentafel. Je moet hier echt meters omlopen om aan een slok water te komen. Terwijl de door de wol geverfde loper – ik reken mezelf bij die categorie – altijd de kortste bocht (hier een linkse bocht) zo scherp mogelijk aansnijdt. Mij maakt het missen van het drankje vandaag dus niet uit… en ik ben zonder bijkomende inspanning voorbij Bernard gegaan die wel al behoefte heeft aan een slokje. Maar de kleine man uit Chênée komt vandaag brutaal uit de hoek ( lees: hij heeft er zin in) en gaat me even verder opnieuw voorbij. We kronkelen nog even door een woonwijk. Niets bijzonders te melden, tenzij dat de loper voor mij plots op zijn stappen terugkeert om een verloren bankbiljetje op te rapen. Die heeft zijn premie voor vandaag al binnen. Na drie kilometer komen we uit op een doorgaande weg tussen de akkers. De rechte weg die eerst licht dalend is, gaat tussen de huizen op het voetpad weer licht omhoog. Ik ben al een tijdje in het gezelschap van een blonde dame met wie ik tijdens de verkenning enkele woorden heb gewisseld. Om mij opzoekingswerk te besparen bij het schrijven van het verslag heeft ze haar nummerband gedraaid zodat ik haar nummer “165” mooi op haar rug kan aflezen. Valérie François kan mijn tempo op de glooiing niet meer volgen en haakt af. Adieu, misschien tot in een volgend verslag. Op het einde van de Rue de la Résistance, daar zijn we nu, worden de 10 km-lopers naar links gestuurd. De deelnemers aan de 6 km moeten rechtdoor. En hier loopt het mis voor Eric Stassen. “Dix” en “six” verward, even verstrooid, onduidelijke mondelinge aanwijzingen? De man uit Valmeer is ervan overtuigd dat hij rechtdoor moet en stelt na een dikke tien minuten tot zijn leedwezen vast dat voor hem de pret over is na 6,5 km. Wij worden een parkje ingestuurd over een zandweg waar oneffenheden en gaten het tempo doen stokken. Maar na 300 meter zijn we weer op het verhard. Rond km 5 is er een nieuwe bevoorrading. Ik neem nu wel een slok. Bernard ook, maar die heeft meer tijd nodig en verspeelt zo weer zijn voorsprong. Definitief deze keer? Zeker niet, ook in de volgende kilometers blijft hij aanklampen. Op enkele meters, maar als ik uit mijn ooghoeken naar achteren kijk, krijg ik het groene Lampiris-shirt meteen in het vizier. Aan een rotonde wordt het belang van goede seingevers nog eens duidelijk als de man in het fluogeel een autobestuurder met luide stem de goede rijrichting – dat wil zeggen in de richting van het parcours – moet uitsturen. We maken hier een grote lus in de vorm van een acht. Gelukkig is het autoverkeer ook in het dichtbebouwde centrum van het dorp op deze zondagochtend beperkt. Het café Le Hombroux is nog dicht. Je vraagt je af waar ze de namen vandaan halen. Een blik op de Garmin-kaart leert me dat we hier in het gehucht Hombroux zijn. En laat het nu net hier zijn dat we (Bernard en ik) Richard Mathot inhalen en ter plaatse laten. Voor Bernard een plaats gewonnen bij de veteranen 3, voor mij een bevestiging van wat Richard voor de wedstrijd tegen enkele kompanen zei toen ik in zijn buurt aan het opwarmen was. “Ook de veteranen 3 moeten bang zijn voor die veteraan 4”. Hij had het over mij en krijgt dus gelijk. Te snel gestart en dan noodgedwongen in wandeltempo op adem moeten komen, het is niet de eerste keer dat het Richard overkomt.
Km 5,6, de knoop van de “acht”. Ik kruis hier twee lopers die een voorsprong van zo’n 7 minuten blijken te hebben. Die moeten dan toch in de kop van de wedstrijd lopen. Mij zijn ze onbekend, maar ja, zo vaak zie ik ze niet vanuit de buik van het peloton. We slingeren ons nu door een sociale woonwijk en tussen garageboxen, stoep op, stoep af. Ik kan niet voluit gebruik maken van het dalend reliëf, de vele bochten remmen de snelheid af. Dan weer een rechter stuk waar die duivelse Bernard Marot nog altijd niet van wijken wil weten. Voorbij de Ferme à l’Arbre de Liège (grondgebied Lantin) waar bio-producten worden geteeld en dieren op duurzame wijze worden gefokt. Op zo’n zondagochtend kan je dus nog wat bijleren. Een linkse bocht na 6,7 kilometer leidt ons naar een langere klim – dat betekent hier 1 tot 2%. Dat lijkt een pruts maar ik kan hier wel mijn tempo vasthouden en mijn positie in het klassement nog gevoelig verbeteren. ten koste van onder meer twee dames, Valérie Meyan en Aurore Tumson. Overigens moeten deze jonge dames het wel afleggen tegen aînée 2 Dominique Friedrich en aînée 1 Françoise Piscart, in deze volgorde. De klimmende weg die ook verder blijft doorlopen biedt me ook de kans om Bernard definitief af te schudden. Meer om mezelf te bewijzen dat ik het nog kan, heb ik van mijn hart een steen gemaakt en de sympathieke inwoner van Chênée achtergelaten. Km 8,5: ik zie rechts voor me een sliert lopers in een groene omgeving. Ik herken Pasquale Ruberto. Zijn voorsprong schat ik op zo’n 150 meter. Die kloof krijg ik niet meer gedicht. Het andere oranje shirt van Jean-Yves Culot is nergens te bespeuren, hij is Pasquale al vroeger voorbijgegaan. Dit moet het tweede park op het parcours zijn. Een mooi pad leidt naar een kiosk waar een enkele toeschouwer de esbattementen vanuit de hoogte volgt. Die toeschouwer en fotograaf is Marie-Paule. Zij heeft de weg gevonden naar het mooiste plekje van Alleur. We komen uit op het fraai gerenoveerde kerkplein van Alleur. Want eigenlijk blijkt deze loop voornamelijk in Alleur zijn beslag te krijgen. Door mijn verkenning van daarstraks vind ik moeiteloos de snelste weg tussen het straatmeubilair en ben ik niet verrast door het trapje waar we op moeten. Wel verrast ben ik als ik plots word voorbijgestoken door veteraan 3, Laurent Knapen. “Van waar komt die?”, is de vraag die spontaan bij me opkomt. Ans 3 Het antwoord hoor ik na de finish. Ook Laurent is ergens verkeerd gelopen. De precieze omstandigheden zijn me niet duidelijk, evenmin of hij de enige is die het spoor bijster is geraakt. Wat er ook van zij, Laurent heeft sportieve collega’s. Hij krijgt van Alberto Canales en Claude Herzet de tweede plaats waarop hij recht heeft. Nog even bergop en we zijn weer in de verkavelingszone die we daarstraks na de start ook gedeeltelijk hebben doorkruist. Ik kan een tempo van 4’30” aanhouden, voldoende om eventuele aanvallende neigingen achter me in de kiem te smoren. Behalve die van Julien Bayonnet. Maar van de senior van Seraing Athlétisme kan ik dat wel verdragen: ik ken hem al van mijn eerste deelnames in de de Condruzien de Hesbignon en hij heeft de laatste jaren nogal wat ups en downs gekend. Nog onder het viaduct van de autoweg door. Voilà, opdracht volbracht. Voor het toekennen van de hartjes heb ik dit keer hulp gekregen van een trouwe lezer…
Terwijl we wachten op de prijsuitreiking in het cafetaria van de sporthal stapt een in maatpak uitgedoste knappe heer af op Eric Stassen en schudt hem de hand. “Eric kennen ze wel overal”, denk ik nog. Maar ook wij worden vriendelijk begroet. Het is de burgemeester – vermoeden we, achteraf bevestigd door Google – die al in verkiezingsmodus is. Hij bekleedt nog niet zo lang die functie, verneem ik verder. De artikels over de gemeentelijke politiek in de voorsteden van Luik lezen overigens nog spannender dan mijn verslagen (hum…).
Een heel comité notabelen deelt de prijzen uit. De jongste sporters krijgen een medaille. Dan zijn de grote jongens en meisjes aan de beurt. Grégory Baar is overal aanwezig maar blijft vruchteloos jagen op een overwinning. Vandaag moet hij zich tevreden stellen met de meest ondankbare plaats, de tweede. Rudy Lacroix, winnaar bij de veteranen 3, poseert trots met een grote doos. Marie-Paule – wie niets ontgaat – weet dat er een trolley reiskoffer in zit. Het mag een troost zijn voor Servais Halders, nog steeds afwezig, dat hij niet echt een reisduif is. Willy Cortlevèn en Willy Hertogèn worden naar voor geroepen. Nummers 1 en 2. Of voorlaatste en laatste, als je de uitslag bij de veteranen 4 vanuit de andere richting bekijkt. We geven onze cadeaubon van plaatselijke handelaars na afloop verder aan kennissen die er wel hun voordeel mee kunnen doen. Het komt dan toch nog goed voor Eric. Hij is opgenomen in de uitslag van de 6,6 km-wedstrijd: plaats 6 van 87 en eerste veteraan 2. Helaas zijn de prijzen op na de 10 km…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Briefing van de seingevers. Foto 2: Claude Herzet in het park. In de achtergrond Françoise Piscart. Foto 3: Na de finish met Willy Hertogen en Eric Stassen, in het midden.)

P.S. Bij mijn eerste versie – die sommigen misschien al gelezen hebben – heb ik de namen Alleur en Awans door elkaar gehaald. Die vergissing is intussen rechtgezet.

Eén reactie op “Ans (CJPL)”

  1. Claude H. schreef:

    Hello Willy! Dank U, voor de soepele benen en de mooie foto. En ook proficiat aan jou, jij schrijft zo goed als je loopt (-;)! Claude.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Wégimont (Challenge Cours la Province!)

vri 08/06/2018 19.30u * Wégimont (Challenge Cours la Province!) * 8 km * 00:43:00 * 11 * 211/568 * 1/8 * ♥♥♥♥

Willy Hertogen kent hier de weg, in het Provinciaal Domein van Wégimont, gemeente Soumagne, waar we dadelijk zullen starten in de Wégi-night. Hij is hier al vaker geweest voor wedstrijden en de uitreiking van de seizoensprijzen van de Challenge van de provincie Luik. We zijn vanavond met z’n vieren naar het land van Herve getrokken: twee Willy’s, twee Paula’s en twee C/Kortlevens. We zijn er samen met bijna 1000 deelnemers en talrijke supporters. Het zal wel geen toeval zijn dat precies op deze locatie drie Luikse challenges de handen in elkaar hebben geslagen: de twee die “provincie” in hun naam dragen, de Challenge de la Province de Liège, de Challenge Cours la Province! en als derde de challenge van de regio Verviers, de Challenge L’Avenir.
Het parcours ziet er op papier aantrekkelijk uit: een combinatie van park, bos en weg met een golvend reliëf. Tijdens mijn verkenning wil ik mij vooral een beeld vormen van de laatste kilometer. Ik probeer enkele routes en richtingen uit tussen de linten voor de aankomstboog ( de groene met de O’Top-bestelwegen van Pierre Olivier zal wel de juiste zijn), klamp een zestal bekenden en onbekenden aan … en ben na een halfuur nog niets wijzer. Wégimont 1 De speaker roept de deelnemers naar de witte boog. Ik kan even zijn onophoudelijk gebabbel onderbreken in de hoop nu eindelijk uit mijn twijfels verlost te worden. “U zal het wel zien, u kan maar in één richting lopen, mijnheer.” “Ne vous tracassez pas” (Maak u niet ongerust). Maar dat doe ik nu net wel. Wat de man niet weet, is dat ik vanavond weer het duel zal moeten aangaan met Roger Dosseray. Ik heb Roger daarstraks even gezien maar nog niet gesproken. Het zou niet de eerste keer dat de beslissing pas in de laatste meters valt. Ik wil dus liever niet verrast worden door het parcours. Enfin, de finale is nog altijd een blinde vlek voor me. En achteraf bekeken, is dat misschien maar goed ook.
Ik sta ergens midden in het pak aan de start. Met een minuut applaus wordt er hulde gebracht aan een verdienstelijk persoon van een van de challenges. Ik kan zo goed als niets opmaken uit de niet aflatende woordenstroom die door de luidsprekers galmt. Alleen dat de “encore trente secondes avant le départ” minuten later nog steeds niet verstreken zijn. Met zo’n 750 man is het op de asfaltpaden in het park vooral uitkijken waar je je voeten zet en tijdig reageren op de onverwachte bewegingen van voornamelijk jonge deelnemers. Ik kan dan toch al wat plaatsen winnen en blijf recht ondanks het gezigzag van enkele zondagslopers. Na 500 meter verlaten we het verharde gedeelte in het park. We hebben dan al vier scherpe bochten genomen, de eerste van een lange reeks. Op een veldweg net buiten het domein wordt het nog smaller en nog hobbelig ook. We draaien weer het kasteelpark in dat snel de allures van een bos krijgt. Het blijft zoeken naar ruimte in de stroom lopers op het op en neer golvende pad. We scheren langs een paaltje midden op de weg en rakelings langs een bank. Dit stuk heb ik wel verkend, maar ik blijf op mijn qui vive en ben dus nog niet aan mijn kruistempo toe. Een korte maar steile afdaling brengt ons naar een pad, later een asfaltweggetje dat eindelijk even rechtdoor gaat. Ik kan nu weer wat plaatsen goed maken. We lopen achter de kleedkamers door – het schitterende openlucht zwembad erachter zal ik pas na de wedstrijd opmerken. Daar is Willy Hertogen. Hij heeft dan toch weer een plaatsje voorin het peloton weten te versieren aan de start. De grote Vlijtingenaar loopt met starre rug voor mij uit. Het is alsof onze twee dames het vooraf wisten maar ze wachten ons op net waar ik in het spoor van mijn voornaamgenoot kom. Marie-Paule heeft het ogenblik feilloos in beeld gebracht (foto 2). We maken nu een scherpe bocht naar rechts op een hellende grasstrook om een vijvertje te ronden. Dan trekken we weer het bos in. Ik zoek naar mijn evenwicht op een pad van nauwelijks 50 centimeter en moet even uitwijken naar rechts waar ik in een vettige smurrie terecht kom. Weer enkele plaatsen verloren. Wégimont 2 Het blijft harken op de bultjes in het bos en draaien van de ene bocht naar de andere. Plots op het beton tussen de caravans. Dit moet de camping zijn. Een campingbewoner die zijn vrije tijd meestal liggend doorbrengt, vermoed ik, daagt ons nog wat uit. “Plus vite, plus vite”. We zigzaggen tussen de caravans door. En blijven lussen tekenen op het gras dat weer parkachtig aandoet.
Mijn oriëntatie ben ik intussen al lang kwijt. Door het onophoudelijke tollen heb ik de indruk dat we al kilometers achter de rug hebben. Maar we zijn nog niet eens halfweg merk ik, als we de splitsing tussen de 4 en de 8 km-loop passeren. We komen weer langs de parking, ik herken de veldweg van de eerste ronde. Dit keer lopen we rechtdoor. Niet dat het me echt veel helpt. Het is laveren van links naar rechts om een geschikte loopstrook te vinden en uitzicht te hebben achter de rug van je voorgangers. Het tempo komt niet hoger dan 5’30”. Terwijl ik wel de energie heb om een tandje hoger te schakelen. Dat verbetert er niet op als we de bosrand verlaten na 4,5 km en op open terrein terecht komen. Ik heb daarstraks in het voorbijgaan bij Willy Hertogen geïnformeerd of Roger Dosseray voor hem liep. Nu zie ik hem daar op een vijftigtal meter voor me. Maar ik zit hier gevangen achter een sliert lopers op een smal aarden lint tussen het hoge gras rondom ons. Ik moet noodgedwongen geduld oefenen tot we op een bredere asfaltweg uitkomen die naar de bewoning leidt. De weg loopt hier vrij steil omhoog. Ik moet van de klim gebruik maken om bij Roger te geraken. Eigenlijk loopt de route vanaf het vijvertje, bijna 3 kilometer geleden, al omhoog. Op een kort plateautje tussen de huizen kom ik in het spoor van mijn taaiste concurrent in alle challenges. “Ik had je al verwacht”, met deze woorden word ik verwelkomd. En Roger voegt er meteen aan toe: “Ik heb last van mijn knie”. Alberto Canales had me vorige week al op de hoogte gebracht. Maar met Roger weet je nooit, ik blijf op mijn hoede. Ik houd mijn hoger tempo aan maar de afdaling is pas begonnen of Roger snelt me weer voorbij. “Toch niet zo erg, die blessure” schiet het door mijn hoofd. Op een korte vlakke strook tussen twee bochten kan ik Roger definitief afschudden. Dat het definitief is kan ik pas later vaststellen. Ik vertel het nu al om de lezer een houvast te geven in dit kronkelige verhaal. Dit is mijn sterkste fase vandaag: rond km 6,2 voor wie het precies wil weten. In de laatste meters van de afdaling, vlak voor we een scherpe bocht nemen weer het kasteeldomein in, ga ik voorbij Claudio Nardozi. De veteraan 3 die ik hier voor de eerste keer ontmoet, heeft zich in de voorbije hectometers flink geweerd om uit mijn greep te blijven. En in één moeite passeer ik ook Sandra Delrez, vaker in mijn buurt in deze regio. Even verder zijn we alweer aan de vijver. Ik ga op mijn elan verder en loop nog een jongere loper voorbij. In het bos nemen we nu een andere weg blijkbaar. Ik hoor een parcourswachter ons waarschuwen: “Attention, escalier”. Die komt er pas aan na nog enkele bobbels. We staan zo goed als stil, gelukkig zijn er geen waaghalzen die hier nog voorbij willen. Verder door het park (of het bos) naar de finish die nu niet meer veraf kan zijn. Wat is dat ineens? Een muur! Het lijkt wel alsof we uit een ravijn moeten kruipen. Niet nadenken nu, vooruit, hoor ik mezelf. Rechts zie ik boomwortels. Die kunnen me houvast geven. Ik glij toch even uit en kruip dan maar enkele meters op handen en voeten verder. In de laatste meters kan ik me dan toch weer min of meer oprichten. Claudio pikt me mijn plaatsje wel weer af. “Kom op Willy, nog dertig meter” hoor ik. Dank je wel, Alberto Canales, hier heb ik nog iets aan. Denk aan de omroeper ” maak je maar geen zorgen” in het begin van het verslag.
Ik vergeet deze keer niet mijn nieuwe Garmin in te drukken en zoek mijn weg tussen de zwetende lijven achter de streep. Ik doe me te goed aan (sport?)drankjes met verschillende kleuren en smaken. Wégimont 3 Ik wissel de eerste ervaringen uit met enkele bekenden. En vertel aan iedereen die het horen wil dat dit soort omlopen helemaal niet naar mijn smaak zijn. Bij de meeste gesprekspartners is een andere toon te horen. Michel Jeukens (veteraan 1 en CJPL-getrouwe) vertelt met een monkellachje dat hij er net wel van genoten heeft. Nicolas Bynens is ook opgetogen… en jaloers op zijn kleinzoontje die bij zijn eerste wedstrijdje (400 meter) al meteen een beker mee naar huis krijgt. “Terwijl ik elke week vecht om op het podium te geraken en er maar niet in slaag” lacht de veteraan 3. De ultieme klim die de parcoursbouwers op onze weg hebben gelegd roept daarentegen alleen negatieve reacties op.
Het lezen van de uitslag – zoals gewoonlijk in kleine lettertjes op een donker plekje – levert een aangename verrassing op voor de twee Willy’s: we staan met zijn beiden op het podium bij de veteranen 4. Mijn naamgenoot is enkele maanden ouder dan ik en loopt hier vanavond zijn beste wedstrijd van het seizoen. Jammer dat Servais Halders er vanavond niet bij is! Een nieuwe (of oude) blessure houdt hem in Voeren. Ik maan Marie-Paule alvast aan haar fototoestel in aanslag te houden. Wanneer dan na veel vijven en zessen de prijsuitreiking begint, steekt dan toch een gevoel van ontgoocheling op. De organisatoren kiezen hier, zoals in Montzen, voor het afroepen per plaats. Alle eersten samen, dan de tweeden, enzovoort. En zo moeten we onze prijs apart afhalen en levert de ceremonie vooral veel gedrum en wanorde op. Naast een fles drank geven de organisatoren nog een boodschap mee: “eat small”, eet… krekels. Ik krijg een doosje met insecten mee. “En hoe smaakt dat?”, hoor ik. Ik hou u op de hoogte. Vanavond heb ik nog de honger gestild met een gebraden worst. En plaats op die manier toch weer een zware ecologische voetafdruk…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: In het Provinciaal Domein van Wégimont. Foto 2: Nog enkele meters en ik heb Willy Hertogen bij de lurven. Foto 3: U herkent de laureaten bij de veteranen 4.)

2 reacties op “Wégimont (Challenge Cours la Province!)”

  1. S. Halders schreef:

    Willy,
    Je bent helemaal niet positief over het parcours en dat zal wel terecht zijn. Anderzijds zie ik dat je de wedstrijd een beloning geeft met 4 hartjes.
    Roger Dosseray zal je achteraf wel niet gesproken hebben, hij heeft je niet kunnen verslaan. Hij had kniepijn, en toch loopt hij je voorbij tijdens een afdaling !!
    In ieder geval proficiat met je uitslag.
    Servais

    • willy schreef:

      Die hartjes slaan op mijn eigen prestatie en/of gevoel. Op een ander parcours zou dat beter tot uiting zijn gekomen. Overigens is mijn oordeel over het parcours louter subjectief. Nicolas Bynens bijvoorbeeld smult van dat genre wedstrijden.
      Groeten en hopelijk tot snel!
      Willy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 03/06/2018 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,1 km * 00:41:03 * 11,8 * 116/241 * 1/2 * ♥♥♥

Mijn oorspronkelijke bestemming Trooz in de Vesdervallei is overstroomd. Dan maar enkele kilometers verder, op de hoogten boven de Vesder, in Stembert aan de slag. Dat ik vanochtend niet in Trooz sta te koekeloeren en dat u überhaupt een verslag krijgt, danken we aan Kris Govaerts die ik zaterdag toevallig tref op de Willerrun. Hij heeft het onooglijke bericht over het annuleren van de wedstrijd op Facebook opgemerkt. De officiële sites van de organisatie en de challenge zwijgen in alle talen. De jogging in Polleur vrijdagavond, ook een mogelijkheid dit weekeinde, is wel doorgegaan en heeft – zo te horen aan de reacties van enkele collega’s die er wel waren – veel te lijden gehad onder water en modder. Vanochtend is het weer prima, we staan hier hoog en droog en als mijn benen goed zijn – te verifiëren in het vervolg van het verhaal – zou ik wel eens de goede wedstrijd hebben geloot.
Stembert is mij bekend van de vorige jaren. Het verstedelijkte dorp aan de noordoostrand van Verviers organiseerde – tot vorig jaar alleszins – twee joggings. Die ik beide al heb betwist. Ik vertrek naar Verviers met de wedstrijd van de Futurofoot in mijn hoofd. Tijdens de opwarming dringt het pas tot mij door dat dit de “Grand Jogging” is. Die verloopt voor het grootste deel op asfaltwegen, maar dat komt mij evenmin slecht uit. Ik ben al om kwart over tien aan mijn verkenning begonnen. “Voilà déjà un échappé” (daar is er al een ontsnapt uit het peloton) hoor ik iemand in een deuropening tegen twee kennissen grappen. Voor de start heb ik al zo’n 5 kilometer – wandelpauzes inbegrepen op een lange klim en afdaling – in de kuiten. Stembert 1 Die lange opwarming heb ik nodig. Of ze ook resultaat zal opleveren, valt af te wachten. Aan de inschrijvingstafel herken ik de drie oudere dames van vorig jaar. Tenminste, ik vermoed dat het dezelfde zijn als toen. De twee dames links achter het koffertje met de munten en de biljetten sturen me met mijn inschrijvingsstrookje naar de dame aan de rechterzijde. Ik krijg mijn nummer mee en vertrek terug naar de auto. Dat verloopt vlot als je vroeg bent, denk ik. Ik ben al een eindje onderweg als mij plots te binnen schiet dat ik nog niet betaald heb. Ik meld de vergetelheid bij de dames aan het koffertje die mijn bijdrage met de glimlach in ontvangst nemen.
Het is al een tikkeltje te warm als we starten. Maar ik zal in de wedstrijd nauwelijks last ondervinden van de zomerse temperatuur. Ik trek me rustig op gang tijdens de eerste 400 meter. Zo lang hebben we respijt voor de eerste lange klim begint. We vertrekken aan het voetbalveld van FC Stembert, ongeveer halverwege boven de vallei van de Vesder. Er blijven dus nog de nodige hoogtemeters over om een pittig rondje uit te tekenen. 2 kilometer zijn het, naar het plateau. Met stevige percentages. Twee korte, steile bultjes roepen de herinnering op aan de echte Grand Jogging, die van Verviers. We verlaten nu even de brede weg en worden een smal donker paadje ingestuurd tussen het groen achter twee rijen huizen. Een jong koppeltje dat dacht hier met zijn tweeën alleen op de wereld te zijn, ziet plots een meute hijgende sportievelingen passeren. Ze maken zich smal en kruipen zo dicht mogelijk tegen een haag en tegen elkaar. Iedereen blij. Voor het overige hou ik mijn ogen op de grond gericht. Het is hier uitkijken voor stenen die plots achter de benen van de lopers vlak voor je opduiken. Weer op de weg. Bij een bocht na een kilometer klimmen hoor ik een seingever een aanmoediging roepen naar een passerende kennis: “Kom op, het wordt vlak… een beetje”. Ik doe het rustig aan, voor zover dat hier mogelijk is en wil mezelf zeker niet voorbijlopen, zoals vorige week. Enkele meter voor me zie ik Magali Beauwens die ook al de eer heeft genoten in mijn verslagen te figureren.
We zijn nu op het hoogste punt van het parcours. In een betere woonwijk maken we een lus van een kilometer. Een afdaling van vijfhonderd meter naar en rond een visvijvertje, gevolgd door een steile beklimming die uitvlakt in een bosje. Ik ben opgelucht als we het smalle en hobbelige bospad achter de rug hebben en de achtervolgers niet langer achter je rug zitten te dringen. Bij de kruising kan ik mijn voorsprong meten op de bezemwagen, een kilometer dus. De meeste deelnemers zijn aan die kilometer bezig, dat leert de uitslag me achteraf. Bij de volgende afdaling – op “Waals” asfalt – kan ik wat snelheid maken. Ik houd echter vast aan mijn behoudende tactiek. Magali loopt nog steeds met dezelfde voorsprong voor mij uit. Na een scherpe bocht naar links duiken we een smal en donker pad in tussen bomen. Hier word ik niet gehinderd door mijn kaduke benen maar door mijn oude ogen. Ik ben beducht voor de stenen en de geulen in het pad, kom enkele keren haast tot stilstand en til mijn knieën hoog op om niet tegen een of ander natuurlijk obstakel te stoten. Het ziet er waarschijnlijk niet uit maar ik ambieer ook geen schoonheidsprijs. Kortom, veel voordeel kan ik niet halen uit deze afdaling. De Rue de Mariomont is dan weer helemaal mijn ding. Mooi asfalt tussen de weiden, een plaatje voor een reclametekening. De volgende helling ligt in haar glorie in de zon te schitteren. Vooral op het einde, voorbij de tweede hoeve, wordt het nog even steil. Ze spelen het toch weer klaar: “slechts” 8 kilometer maar wel drie hellingen onderweg. Overigens mag ik vandaag niet klagen. Het beste moet nog komen, dat voel ik aan mijn water, euh mijn benen. Ik tuur even vooruit en herken de top van de helling. Tot hier heb ik daarstraks verkend. Vanaf hier gaat het bergafwaarts. Stembert 1 Met een korte snok op het laatste bultje kom in het spoor van Magali. Ik laat de handrem nu definitief los en begin de achtervolging op de lopers voor me. Ook al zijn het allen onbekenden. Voor zover ik weet heb ik hier vandaag geen tegenstand in mijn leeftijdsklasse. Ik richt me dan maar op de dames voor me. (Ik zie er al sommigen grijnzen bij het lezen van deze regels.) Ze zijn met minder en makkelijker te detecteren in de uitslag. Magali Beauwens heb ik in de eerste hectometers van de afdaling achtergelaten. Laure Etienne met de hoofddoek (tegen de zon, vermoed ik) is me in het begin van de loop voorbijgegaan. Het is altijd een kleine overwinning als je de snelle(re) starters op het einde nog kan terughalen. En Françoise Bonaventure. Zij is nog in gesprek met een mannelijke collega naast haar. En kijkt verbaasd op als ik haar voorbijsnel. Ik volg toevallig een plaatselijke loper die ruim de tijd neemt om zijn supporters, of alleszins kennissen, langs de weg te groeten. Muziek in de oren, zwaaiend naar de mensen, hij pakt het “cool” aan. In het midden van de afdaling ligt er een dubbele rotonde. Twee politiewagens sluiten de weg af om ons vrije doorgang te verlenen. Voor zoveel attenties van de stedelijke overheid moet je wel je best doen. Ik steek nog een tandje bij op het steilste stuk. Françoise heeft haar mannelijke begeleider in de steek gelaten en wil dat deze loop alsnog een “bonne aventure” wordt en plaatst een versnelling in de laatste rechte lijn naar het voetbalveld, met andere woorden de aankomstzone. Ik verlies enkele meters. Na 2,4 km op de grote plaat op het asfalt is het even aanpassen op de hobbelige graszoden langs het voetbalveld van vierde provincialer Stembert. Ik pers er nog een versnelling uit om mijn plaatsje veilig te stellen. Dat lukt tot we op een smal betonnen paadje komen waar de streep (het streepje) getrokken is. Een jonge onstuimigaard (Julien, vermoed ik) wringt zich nog voorbij mij en Françoise voor me. De posities worden hier nog manueel geregistreerd en door het manoeuvre van Julien heeft de dame aan de finish het nummer van Françoise niet kunnen noteren. Ze roept “Votre dossard”. Ik ben niet zeker of ze mijn nummer genoteerd heeft en maak rechtsomkeert om het nummer 805 te tonen. “Pour vous c’est en ordre” stelt ze me gerust. Intussen zijn enkele achtervolgers voor me in geglipt… en vergeet ik mijn Garmin in te drukken. Strava houdt blijkbaar rekening met deze stilstaande fase en zo worden de vier minuten die ik verlies met het losmaken van de spelden niet meegerekend. Peanuts, denken sommigen nu. Wel, dat die het rondje maar eens gaan lopen. Ik zal met plezier de gps-track sturen.
Ik sta op het podium met René Coumont. Zijn naam was mij bekend, zijn profiel eveneens – mag ik het omschrijven als het profiel van een piraat? Maar de link tussen beide kan ik pas leggen bij de prijsuitreiking. Het toeval wil dat ik hem voor de koers heb gegroet toen hij een praatje sloeg met Louis Schmetz, mijn vast aansprekingspunt in de “Avenir”. Overladen met prijzen kan ik als een tevreden man de terugweg aanvatten. Nu enkele dagen genieten en ontspannen op training. De volgende wedstrijd staat al binnen minder dan een week op het programma.

(Foto’s. Foto 1 Google: Km 2, op de lange klim. Foto 2, eigen foto: Op het podium met René Coumont.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Vyle et Tharoul (Challenge condruzien)

vri 25/05/2018 19u15 * Vyle et Tharoul (Challenge condruzien) * 16,8 km * 01:38:57 * 10 * 237/440 * 1/4 * ♥♥

Vrijdagmorgen beslis ik, na dagen twijfelen, ’s avonds toch nog een wedstrijd te betwisten, net voor we enkele dagen de Haspengouwse heimat verlaten. Ik denk in mijn naïviteit dat de Condruzien-loop wel ongeveer zal overeenkomen met een geplande 20 km-training in de Jekervallei. Dan kan ik na jaren nog eens proeven van wat velen omschrijven als de mooiste Condruzien-loop van het seizoen.
“Het moeilijkste is achter de rug” zeg ik als begroeting aan Gaetano Falzone, doelend op de opstoppingen die we hebben moeten trotseren tijdens de lange verplaatsing naar het zuiden van het land van Hoei. Vyle 1 Het piepkleine dorp, deel uitmakend van Marchin, is de Condroz in het kwadraat. Groen, golvend, rustgevend… om het verhaal positief in te zetten. We zijn slechts een klein halfuurtje voor het vertrek ter plaatse. Ik heb het inlopen tot een tiental minuutjes moeten beperken. Geen reden om me druk te maken, bedenk ik, de wedstrijd is lang genoeg voor een rustige opbouw. Vanwege de genoemde files is de start trouwens tien minuten verlaat en heb ik uitgebreid de gelegenheid om een aantal maatjes te groeten. Dat zijn dan vooral grijze koppen van de veteranen 3 en 4.
Voor de kerk en de eerste bocht ga ik al voorbij Noël Heptia. De veteraan 3 houdt te veel van de Condruzien om zijn verstand te volgen en zijn geblokkeerde rug rust te gunnen. De kalme aanpak die ik voor de start voor ogen heb wordt bemoeilijkt door het parcours dat al na 300 meter een kuitenbijter klaar heeft: steil en op “chaussée romaine”-stenen. Ik ga met een redelijk tempo naar boven… dat ik achteraf beter onredelijk tempo noem. “Jeugdige overmoed?” lacht Jean Tempels later op de avond. In elk geval te fel voor mijn benen van vanavond. De steile klim wordt onmiddellijk gevolgd door een steile afdaling die mijn spieren opnieuw op de proef stelt. Als we dan toch op vlakke veldwegen komen, zijn die zo hobbelig en verraderlijk dat mijn hoop op een leuke natuurloop al vervlogen is.Vyle 2 Domenico Di Vito gaat me pas na 3 kilometer voorbij. ik ben gestart alsof het een wedstrijd van 10 km is en het parcours vergevingsgezind voor een mindere dag. Ik werp een blik op mijn Garmin: kilometer 5, nog niet eens een derde achter de rug en het vet is al van de soep. In de volgende kilometers lopen meer en meer achtervolgers mij voorbij. Ik troost me met de wetenschap dat ik vrij vooraan ben gestart en dat ik hier boven mijn stand loop. Het parcours heeft alle toeters en bellen van de Condruzien: groene paden tussen weiden, tussen en door bossen, met muzikale “begeleiding” onderweg, door kasteelparken en langs vijvers. Maar die pracht kan me niet meer bekoren. ik ben niet alleen moe, maar – wat nog erger is – “het” moe. De beklimmingen aan kilometer 8 en 11 moet ik deels stapvoets afleggen, ik sukkel nog verder achteruit in de rangschikking. Mijn argeloos optimisme voor de start of de onderschatting van het parcours breken mij zuur op. Sarah Robinet die ik in een dalend gedeelte heb achtergelaten kan nu niet wachten om me voorbij te gaan op een smal paadje en zal 6 minuten voor me eindigen. In Tahier, na 10 kilometer, merk ik aan een kruispuntje een wegwijzer op naar Tharoul. Kon ik hier maar de snelste weg terug naar de douches nemen. Vyle 3 Maar ik zal de kelk die de organisatoren hebben klaargezet tot op de bodem moeten ledigen. Op de open stukken kijk ik enkele keren achter me om te zien of ik nergens het rode shirt van Michel Mancini opmerk. Dat is voorlopig niet te bespeuren. Nog enkele kilometers. Het bospad in een valleitje dat ik in andere omstandigheden idyllisch zou noemen, helt af en is door de regenval van de laatste dagen hier en daar flink modderig. Die laatste hectometers blijven maar duren tot ik uiteindelijk een signaalgever naar links zie wijzen. Nog even, maar met niet minder moeite, door twee weiden en dan eindelijk over de Chronorace-matten. Michel Mancini loopt maar even na mij binnen, Paul Delaitte heeft enkele minuten meer nodig. Ik heb wat tijd nodig om te bekomen maar begeef me toch al snel naar de doucheruimte om het zweet en de ontgoocheling weg te spoelen. Te snel want de drukkende temperatuur onder het zeil maakt me duizelig. Ik ben blij dat ik weer in de frisse lucht kom en de dorst kan te lijf gaan met twee cola’s.
Op het binnenplein van het plaatselijk schooltje “Saint-Joseph” brengen we nog een aangenaam uurtje door in gezelschap van Jean Tempels en Ellen Jacobs. En we worden op het podium met een enthousiast applaus beloond. Als prijs krijg ik mijn gewicht mee in droge worsten. (Overdrijving als stijlfiguur.) Tijdens de tombola halen Jean en ik nog wat herinneringen op uit de oude marathondoos. Het is uiteindelijk al zaterdagmorgen als we de thuisbasis weer bereiken. Toch nog even voor de computer. Maar de nukkige Garmin weigert mijn track op te slaan en enkele dagen later wordt zelfs de hele geschiedenis gewist. En zo blijft er van mijn wanprestatie gelukkig geen spoor over. De uitslag blijft wel bewaard voor het nageslacht. En die mag gelukkig gezien worden.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Jean Tempels, winnaar bij de veteranen. Foto 2: De pijn is al vergeten. Met twee veteranen 3 na de finish: eerste van links Rosario Ilardo, daarnaast Lucien Collard. Foto 3: Het podium bij de veteranen 4, tussen Michel Mancini links en Paul Delaitte rechts.)

Eén reactie op “Vyle et Tharoul (Challenge condruzien)”

  1. Wim Meyers schreef:

    Vergeef me mijn woordkeuze Willy maar dit zijn de ‘leukste’ verslagen om te lezen. Uiteraard heb ik liever dat je met een goed gevoel een fantastische prestatie neerzet maar de manier waarop je het afzien onder woorden brengt, is net alsof wij ook de pijn voelen…;-)
    Je was toch alweer 1ste in je categorie, waarvoor proficiat!
    Groeten, Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Buvingen (Challenge hesbignon)

zat 12/05/2018 19.30u * Buvingen (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:54:28 * 11,8 * 88/157 * 1/4 * ♥♥♥♥

De Luikse Challenge hesbignon is voor de tiende keer te gast in Limburg. En is al aan haar derde start-en aankomstplaats toe. Jos Biets, altijd op zoek naar de meest geschikte locatie voor zijn organisatie, is dit jaar uitgeweken naar het A-terrein van de plaatselijke voetbalclub Gravelo. En zo zijn we dus op deze aangename mei-avond in Buvingen. Dat is een van de vele dorpen van de fusiegemeente Gingelom in de driehoek Sint-Truiden-Landen-Waremme. We mogen dan wel in Limburg zijn, het landschap en het daarbij horende parcours dragen een onmiskenbaar Hesbignonstempel… en de GPS-reisweg naar de wedstrijd loopt over Waalse wegen. Zo komen we dus, dank zij een Luikse challenge, ook eens in de zuidwestelijke punt van onze provincie. Niettemin blijft de taalgrens een moeilijk te nemen barrière voor onze Franstalige landgenoten en loopvrienden. Er zijn minder deelnemers dan in de gemiddelde Hesbignonlopen. Mogelijk speelt naast de concurrentie van andere lopen ook het lange weekend mee. Ik heb de indruk – die ik niet kan staven met cijfers – dat voornamelijk Vlaamse inschrijvingen voor het toch nog respectabele deelnemersveld van ruim over de 200 (in de twee wedstrijden samen) hebben gezorgd.

Lees verder →

Enkele Tongerse lopers hebben de weg gevonden naar de Hesbignon. Alken en Landen zijn traditiegetrouw massaal aanwezig. De kwantiteit mag dan enigszins tegenvallen, de kwaliteit is er wel. Jo Vrancken, die ik na vele maanden nog eens in levende lijve ontmoet, gaat een plejade aan sterke mannen vooraf en pakt hier zijn zoveelste overwinning van het seizoen.
Het uiteraard nieuwe parcours is het geesteskind van Roland Vandenborne en Mario Smolders. Mario laat de kans niet onbenut om zijn dorp Kerkom – op 3 km van de startplaats – in de picture te plaatsen. Opvallend is dat er een drietal kilometer onverhard in de ronde is opgenomen. Hier heeft de ruilverkaveling toch nog enkele stukjes natuur ongemoeid gelaten. Die reepjes natuur moet je dan wel aan elkaar kunnen knopen. Daar hebben Roland en Mario wel voor gezorgd… alsook voor de paternoster aan hellingen die we voor de voeten krijgen. Peter Dufaux verorbert nog een halve banaan even voor de start. Ik heb drie uur geleden een klein kippenboutje opgepeuzeld. Empirisch onderzoek op basis van de uitslag van één wedstrijd, die van vanavond, toont aan dat de methode-Dufaux meer kans op succes biedt dan de methode-Cortleven.
Ik heb de GPX-track van Mario grondig bekeken en de laatste kilometers verkend. Hopelijk helpt die voorkennis me dadelijk als het er echt om gaat. We vertrekken midden in een fruitbedrijf. (Misschien een ideetje voor Wim Meyers?) De waarschuwing van de politie middels de megafoon van Jos dat we geen voorrang hebben op fietsers en tractoren wordt op hoongelach onthaald. “Maar wij lopen sneller dan tractoren ” roept Marc Tutelaire terug. Dat doet hij zelf alleszins niet. De fiets heeft de laatste maanden zijn voorkeur. Ook op de fiets, maar als toeschouwer, is Thierry Vanherck. Hij laat vandaag een mogelijke podiumplaats bij de veteranen 2 schieten voor een triatlon morgen in Geel. Goed, we zijn vertrokken. Buvingen 1 Dat verloopt niet zonder slag of stoot voor een dame die een richtingbordje met het hoofd aantikt. Dat zorgt gelukkig alleen maar voor hilariteit. Even verder wijst Carlos de Almeida ons op een gevaarlijk betonnen boordje langs het kiezelpad. Zo kunnen we dus zonder kleer- en andere scheuren aan de tocht van een kleine 11 km beginnen. Na 500 meter, al buiten de bewoonde wereld, wacht een eerste helling op ruilverkavelingswegen. Mauro Calogero ben ik dan al voorbijgegaan. Onze collega-veteraan 4 Michel Mancini ziet af van een tweede loop in twee dagen en zal zich dus niet mengen in het onderonsje van de ouderen. Ik loop in de buurt van Michel Ruymen en Bea Strouwen. Die twee horen bij elkaar zoals wortelen en erwten (of yin en yang, als u het meer filosofisch verkiest). Bij het inlopen heb ik hun gevraagd of ze me vanavond weer gaan kloppen, zoals in Couthuin. “Ik zal er eens over nadenken” grapt Michel. Als ik hen voorbij ga, klinkt het ernstiger: “Het is nog lang.” Dat klopt maar ik heb niet de indruk dat ik boven mijn tempo loop. Het gevoel in de benen is alleszins beter dan wat ik vreesde bij het inlopen. Een tiental meter voor me zie ik Kris Govaerts. Als hij al voor me uitloopt in de eerste kilometer, is dat meestal een aanwijzing dat hij me zal voor blijven. Nu, je weet maar nooit. De route doet me denken aan de eerste kilometers in Mielen van de vorige jaren. Als we de Mielenstraat oversteken kunnen we van de eerste kliminspanning herstellen op een afdaling. Thierry Vanherck geeft nog een aanmoediging mee voor we een graspad worden ingestuurd. De krachtige veteraan 2 Thierry Delvaux gaat me voorbij. Enkele kilometers verder draai ik de rollen om, hij zal nog een dikke 2 minuten inleveren. Het graspad wordt smaller en eindigt in een trechter tussen bomen. Het loopt wel lekker, ik moet alleen uitkijken voor een fietser die een trio jonge mannen net voor me begeleidt. De begeleider is gelukkig gewend in een loperspeloton te fietsen en doet zijn best om mij niet te hinderen. Ik word wel belaagd door klein vliegend gedierte. Een vlieg speelt het wel heel brutaal door in mijn keel te duiken. Het kreng eindigt enkele meter verder in de berm. Na drie kilometer en een linkerbocht komen we weer uit op het verhard, namelijk het beton van de landbouwwegen. Zo gaat het anderhalve kilometer licht glooiend verder. De wereld is hier stil. Zo stil dat je telkens even schrikt als er weer een schot weerklinkt van een alarmkanon. Langs een boomgaard is er ook even gebrom van een tractor. De noeste werkers van deze zaterdagavond houden zich verscholen tussen de fruitboompjes. Opgelet: concentratie gevraagd in een linke afdaling. De veldweg is alleen mooi van naam: “In den Paerdendell”. Voor het overige ligt het hier vol stenen en uitgespoelde geulen.
We maken nu een lus door Kerkom. En hebben bij het binnen-en buitenlopen van het dorp de gelegenheid om een aantal snelle jongens in actie te zien. Toevallig kruis ik twee bekenden, Michel Wolfs en Guido Boghe, de nummers 2 en 3 bij de veteranen 2. Zij hebben hier een voorsprong van ruim 2 kilometer op mij. Het geeft niet echt moed die twee met een razende vaart te zien voorbijstuiven als je zelf aan een stekelige helling moet beginnen. Gelukkig duren de klimmetjes hier niet lang en op een licht dalend fietspad heb ik snel mijn ritme terug. Ik ga voorbij Ludivine Horion. Voor het overige loop ik nu al kilometers in hetzelfde gezelschap. Of nauwkeuriger uitgedrukt, een vijf tot tien meter achter de drie jonge mannen met de begeleider op de fiets (die van kilometer 2). Er wordt heel wat gebabbeld in het groepje. Bij hen in de buurt zaten nog twee lopers. De eerste hebben we achtergelaten, de tweede ben ik daarnet in een afdaling voorbijgegaan. Maar in een klim heeft de tweede, een kaalhoofdige veteraan 2, weer de orde hersteld. Hij draagt een groen Lampiris-shirt, misschien wel van de 15 km van Luik van vorige week. Ik heb ruim de tijd om de boodschap te lezen die hij op zijn rug meedraagt. Vrij vertaald: “De pijn van de inspanning stelt niets voor in vergelijking met de vreugde bij het overschrijden van de aankomststreep.” Denk er maar eens over na, beste lezer. Ik zet intussen mijn weg verder in Kerkom, met veel draaien en keren, heuveltje op, bergje af. Heel wat mensen zijn uit hun huis gekomen om die rare kwieten in korte broek te bekijken. Eentje moedigt me zelfs aan. Buvingen 2 Er was ongetwijfeld meer animo enkele minuten geleden, toen hun favoriet, Mario Smolders en andere Speelhofrunners hier voorbij zijn gekomen. Kris Govaerts moet ook in hun buurt hebben gezeten. Naar gewoonte heeft hij zijn kleine voorsprong in het begin van de wedstrijd stelselmatig uitgebouwd. Ik sla de tweede bevoorrading over en ga weer voorbij de man in het groen, Marc Mottin. We verlaten Smolders-country langs een smal en donker pad in wat ooit een “Eykenbos” moet geweest zijn. Het is weer klimmen geblazen. Is dit de helling die Mario pas ontdekt heeft bij het uittekenen van het parcours, zoals hij me voor de wedstrijd vertelde? Ik laat een loper door die met snelle passen nadert. Het is opnieuw de groene man. Plots staan we voor een steile aarden muur van een vijftigtal meter. Ik wil me hier niet opblazen en ga stapvoets naar boven. Ik verlies enkele meter ten opzichte van mijn voorgangers maar hoor uit de achtergrond niemand korter komen. Overigens is het al een tijdje geleden dat me nog iemand is voorbijgegaan. Daar zal het relatief geringe aantal deelnemers wel voor veel tussen zitten. Michel en Bea volgen intussen al veel verderop. Opnieuw een scherpe bocht en een afdaling waarop ik het tempo weer kan optrekken. Niet dat ik hier een wereldschokkende snelheid haal. Maar genoeg om een man in het zwart bij te benen en in één moeite voorbij het trio senioren te gaan. Let op: senioren zijn de jongsten in het peloton. Een van de drie neemt zijn twee kompanen op sleeptouw. Hij moet almaar nadrukkelijker op hen inpraten naarmate de kilometers vorderen en de vermoeidheid toeneemt.
Voorbij kilometer acht. Ik kijk uit naar de derde onverharde strook die er nu moet aankomen. Ik heb daarstraks het mooie graspad verkend maar heb wat moeite om me te oriënteren nu ik uit de andere richting kom. Het lijkt alsof de lopers hier uit alle richtingen komen. Met dank aan het betere plakwerk van Roland en Mario. Hoe dan ook, ik moet alleen het jeugdige trio achter me zien te houden. De groene man zal even verder een veelkleurige loper bij de lurven vatten. Misschien lukt mij dat ook nog. Het mooie pad loopt door een valleitje. Rechts zie ik een waterloopje dat we in onze contreien een “zouw” noemen. Gelukkig heb ik me goed gedocumenteerd voor dit verslag en kan ik de echte naam vermelden. Dit is de Cicindria-beek. Dat klinkt al heel wat poëtischer. De achtervolgers blijven voorlopig op afstand. We moeten nog door Muizen, het dorpje voor Buvingen. Muizen heeft een berg gebaard. Die we over moeten. Merkwaardig genoeg verloopt de klim in de Kaneelstraat vlotter dan bij de opwarming. En ook op de laatste dalende asfaltstrook naar het terrein van Gravelo A komen de drie achter me, ondanks de onophoudelijke en irritante peptalk van hun coach, geen meter korter. De veelkleurige loper voor me met de even kleurrijke naam Philippe De Quinnemaere kan zich met een versnelling op de ultieme grasstrook wel tijdig uit de voeten maken. Marie-Paule wacht in de voorlaatste bocht op mijn triomfantelijke (?!) intrede. Naast haar kijkt onze gemeentegenote Jeannine uit naar haar echtgenoot Peter Beirinckx die van Roland Vandenborne een wildcard heeft gekregen voor deze Hesbignonloop. Over de streep: ik haal net niet de twaalf kilometer gemiddeld, het enige schaduwvlekje op mijn versie van de Jogging van Buvingen.
De prijsuitreiking verloopt vlot onder de regie van Kris Govaerts. Plaats genoeg in de kantine van Gravelo, Jos Biets heeft zich in de vooravond dan toch nodeloos zorgen gemaakt. En er is een overvloedige prijzentafel, zowel voor de laureaten als de tombolawinnaars. Ik kan alleen besluiten met een dikke proficiat voor het aantrekkelijke parcours en de vlekkeloze organisatie. De voorbereiding van een heel jaar – zo lang zijn Jos en zijn medewerkers in de weer voor hun jogging – heeft een schitterende sportavond opgeleverd… die voor de harde kern wel tot in de vroege uurtjes zal doorgaan.

(Foto 1 van Marie-Paule: Bij het buitenlopen van Buvingen, kort na de start. Achter me David Baerts. In het midden Maja Van Zand. Foto 2 van Google: Bij het verlaten van Muizen de laatste asfaltstrook naar het stadion van Gravelo.)

← Toon minder

Eén reactie op “Buvingen (Challenge hesbignon)”

  1. Smolders schreef:

    Prachtige weergave van deze wedstrijd.
    ‘hopelijk hebben de meeste lopers het parcours weten te appreciëren. Inderdaad wel jammer dat de Franstalige lopers zo moeilijk de grens oversteken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir)

vri 04/05/2018 19u30 * Thimister La Minerie (Challenge L’Avenir) * 9,75 km * 00:49:46 * 11,7 * 215/416 * 1/4 * ♥♥♥♥

Ik ben voor de derde keer in luttele weken in het land van Herve waar sappige appels aan de bomen hangen en waar de weiden op en neer golven. De appels zorgen voor de cider die de podiumgasten als geschenk meekrijgen. Het golvende landschap staat garant voor een pittig parcours. Met bijna 10 km is de Jogging de La Minerie wat langer dan de afgelopen wedstrijden. Het zwaar heuvelachtige profiel is wel hetzelfde. Ik weet dus wat me te wachten staat hoewel ik hier voor het eerst deelneem. Die 415 anderen die dadelijk met mij de start zullen nemen, moeten dat toch ook weten. En toch zijn ze er met zoveel. Voor sommigen mag het ook niet vanzelf gaan. Zoals voor veteraan 3 Nicolas Bynens, met wie ik een deel van de finale verken. Hij vond de Tungri Run van vorige dinsdag… te licht. “Bijna voortdurend bergaf” was de conclusie na zijn eerste wedstrijd over de taalgrens, nauwelijks 10 kilometer van zijn woonplaats Juprelle.
Ik ben geradbraakt uit de Hesbignonloop in Couthuin gekomen. Ik heb het in de voorbije week dan ook bewust en noodgedwongen gehouden bij korte en zachte hersteltrainingen. Woensdag was er precies al beterschap en vanavond bij het inlopen vertonen de benen weer tekenen van bereidwilligheid.

Lees verder →


Ik kan de starter niet zien, ingesloten als ik ben door grotere collega’s. En evenmin horen, blijkt als de massa voor mij plots in beweging komt. Het duurt enkele honderden meters eer ik mijn kruistempo kan ontwikkelen. Een groep juffrouwen in het lila neemt de hele breedte van de weg in beslag. Ik ben pas voorbij of we worden rechtsaf een bos ingestuurd. Een toeschouwer langs de weg heeft me daarnet het parcours beschreven. De eerste beklimming door het bos omschrijft hij als “kaduuk”. Benieuwd hoe dat eruit ziet. Veel bekenden zijn er niet in het peloton. Ik ben wel in de eerste meters onverhard voorbij twee veteranen 3 gegaan, Roger Archambeau en Jean-Louis Voss. Stop! De hele meute troept samen voor me. Ik had voor de start het woord “goulot” horen vallen, “flessenhals”. Dat moet deze nauwe doorgang zijn. Drie meter en ettelijke seconden verder zie ik het bruggetje over de Ruisseau de Stockis, een niemendalletje van 1 meter breed. Een ongeduldige collega kiest de kortste weg, door het water. Die “kaduke” helling is een smal pad met de gebruikelijke stenen en wortels. Op het einde van de eerste klim na 700 meter heb ik een gemiddelde van nog geen 9 per uur. Terwijl ik daar zelfs niet heb ingehouden. In rekening te brengen bij de beoordeling van het algemeen gemiddelde. De verharde weg boven loopt ook nog verder op. Veteraan 2 Dominique Bertrand ziet mij in de klim voorbijgaan. “En morgen naar Verlaine?” drukt hij zijn verbazing uit. “Neen, neen, geen twee lopen in een weekend” geef ik gratis goede raad. De doortocht door de straten van Thimister verloopt voornamelijk dalend. Met een gemiddelde van 4’20” zit ik op schema. Na een eerste lus van 2 km passeren we aan de voorkant van het voetbalveld van Espoir Minerois. La Minerie mag dan een gehucht zijn, de voetbalaccomodatie is up to date. Vier velden, waaronder een mat van kunstgras. We worden flink aangemoedigd door toeschouwers aan beide zijden van de weg op het korte klimmetje voor we weer mogen dalen richting Befve. La Minerie 1 Van daaruit gaat het weer stijgend naar La Minerie. Wie denkt dat de naam verwijst naar mijnbouw… heeft het bij het rechte eind. Daar is overigens niets meer van te zien. Ten minste toch niet op de rijweg waarop we naar boven klimmen. De 600 meter lange helling slaat me niet uit het lood. Ik heb na de drie vorige wedstrijden eindelijk nog eens kracht in benen en lijf. We maken een soort 8 in La Minerie. Daar zit aan km 5 weer een stekelig hellinkje in op een gras- en aarden pad. Ik blijf een aanvaardbaar ritme aanhouden om op de dalende gedeelten rond de 4’30” te halen.
We zijn weer in Befve. Niet dat ik het gehucht herken, ik ben alleen verrast hier tussen het groen een overigens fraai pleintje met een appartementsgebouw aan te treffen. Ik heb daarnet even een slok water genomen bij de bevoorrading en bereid me voor op een tweede doortocht door een bos. Dat heb ik onthouden uit de gedetailleerde beschrijving van de toeschouwer uit de derde alinea van mijn verslag. De weg voor het appartement leidt recht naar het groen. Hier moet het zijn. Weer stijgend, tot daar aan toe. Het bospad is echter bezaaid met keien. Dat maakt deze 600 meter tot de moeilijkste van de 10 km. Ik mag al blij zijn dat ik boven de 10 km/uur blijf, wat overigens het gemiddelde tempo is van de lopers in mijn buurt. Ik blijf dus in een rustige cadans, wachtend op betere tijden. Die komen eraan als we boven zijn. Het moeilijkste is nu achter de rug. Vlak, dalend, vlak: ik heb mijn ogen en benen de kost gegeven tijdens de verkenning. Vlak, zei je, is hier überhaupt vlak? Ja, dat is er en dat danken we aan de spoorwegen van het einde van de 19de eeuw. De oude spoorlijn is nu een Ravel-fietspad. Dit is het tracé van de Tectonic 38 weer, mij en u ook hopelijk, voldoende bekend. Heel vlak blijkt dat toch niet zijn. Ik had moeten weten dat er een licht verval is richting Luik. Lopen we toch wel de verkeerde kant op zeker. Ondanks mijn inzet heb ik moeite om onder de 5′ per kilometer te blijven. Ik haal wel enkele collega’s in maar verlies ook enkele posities aan evenmin piepjonge deelnemers. De kleine dame in het rood voor me heeft me in een van de vorige lopen het nakijken gegeven. Genoeg om mijn competitie-instinct aan te wakkeren. Ik haal de aînée 2 Sandra Delrez vrij snel in en bevind mij bij het opdraaien op de rijweg naar Thimister in het gezelschap van een koppel trainer-loopster, een combinatie die je wel meer ziet. De coacht vuurt zijn pupil aan, die volgt met de nodige moeite en vooral met veel wilskracht. Ik bijt me vast in het spoor van Joannie Scholzen. Coach Christian Pesser plaatst een nieuwe versnelling op het laatste stuk van de afdaling. Joannie moet (en vooral kan) volgen. Ik wil nog wat reserve houden voor de laatste kilometer en duik het bos in op een vijftiental meter afstand van het duo. Voor ik het vergeet te schrijven, dit is weer een prachtparcours. Het landschap krijgen de organisatoren cadeau maar de variatie in het parcours mag op naam van de routebouwers worden geschreven. De fans krijgen de gelegenheid hun favorieten enkele keren te zien. De afwisseling en de natuur verzachten de de pijn van de inspanning, tenminste voor de getrainde loper. Ultimo chilometro. Het pad slingert zich nu door een bosje langs een idyllisch beekje (vermoedelijk de Ruisseau de Stockis, al vermeld in mijn verhaal). Ik kan het tempo nog eens optrekken. Plaatsgewin levert het me echter niet op. Aan een hoeve loopt de weg weer op. Dit is het begin van de laatste rechte lijn. Achter de kruising met de rijweg wordt de helling weer steiler. Maar ook in die laatste 200 meter laten mijn benen me niet in de steek. En zo kan ik uitblazen met het beste gevoel van de voorbije maand.
We zullen toch weer niet vroeger moeten vertrekken, vraag ik me af, als we in de ruime kantine van de Espoir Minerois de podiumformaliteiten afwachten. La Minerie 2 De vijf minuutjes voor de prijsuitreiking, zoals aangekondigd door de speaker, zijn er gelukkig maar vijftien. Ik zit toevallig naast Magali Beauwens die mij in Montzen in de laatste bocht voorbijging. Ik vraag haar of ze me vanavond weer geklopt heeft. De dame is verrast als ik haar vertel dat ik haar (her)ken van Montzen. Ik vergeet niet snel wie me op de beslissende momenten voorbijgaat… en wie ik zelf nog ooit geklopt heb. De lijst van de lopers die ik vroeger achterliet maar me nu op minuten lopen, wordt elk jaar langer en langer… Enfin, Magali is tien plaatsen en een halve minuut voor me. Ondanks mijn goed gevoel tijdens de loop ben ik dus verder achter dan in Montzen. Het cliché wordt bevestigd: elke wedstrijd is voor iedereen weer anders. Het is zo ver. De speaker begint eraan en werkt het rijtje winnaars vlot af. Ik maak kennis met de tweede in mijn categorie, Julien Bertrang. We monsteren even de prijs, een fles cider. Niet de plaatselijke Ruwet maar Stassen uit Aubel. Maar dat mag de pret niet drukken. Overigens kan de winnaarspret hier wel nog enige tijd duren. Met een voorsprong van zes minuten zal Julien wel niet dadelijk een bedreiging vormen in de volgende maanden. Alleen mag ik hopen dat ik Roger Dosseray in de volgende maanden het vuur nog eens aan de schenen kan leggen.
Ik volg de raad van mijn echtgenote en vaar (of beter rijd) er goed mee. Ik schakel dit keer wel de GPS in en we rijden feilloos naar de autoweg. Bij het verlaten van het voetbalstadion Marcel Baguette beklimmen we de helling naar La Minerie met de wagen. Vanop een autozetel voelt dat precies wat comfortabeler aan…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1 : Nog even doorbijten op het laatste steile knikje voor de finish. Foto 2 : Met Julien Bertrang, tweede, bij de prijsuitreiking.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Couthuin (Challenge hesbignon)

zat 28/04/2018 19u * Couthuin (Challenge hesbignon) * 12 km * 01:04:07 * 11,2 * 114/236 * 1/3 * ♥♥♥

De gedwongen parcourswijziging van de Tungri Run heeft het rondje in de stad, in mijn ogen althans, een stuk minder aantrekkelijk gemaakt en dus zie ik dit jaar af van de 1 mei-loop. Ik heb nu meteen de ruimte om twee andere wedstrijden op de drukke kalender mee te pikken. Vanavond de Hesbignonloop in Couthuin en volgende week een voor mij nieuwe wedstrijd. Ik laat jullie nog even in het ongewisse welke wedstrijd dat is. Toch al van een teaser gehoord? Couthuin dus, een van de verste verplaatsingen in de Hesbignon, voorbij Hoei, behorend bij de fusiegemeente Héron. En een van de moeilijkste. Ik neem de GPX-track van Mario Smolders van vorig jaar onder de loupe en kom dus niet onvoorbereid aan de start. Het parcours is gewijzigd ten opzichte van mijn twee vorige deelnames. Het loopt nu gedeeltelijk andersom en is vooral nog moeilijker geworden, de zwaarste hellingen liggen in het laatste deel.
De start wordt gegeven op zo’n 500 meter van de finish in een klein bosje. Ik vermoed dat men die ongewone startplaats heeft gekozen om het peloton op een ietwat bredere en veilige asfaltweg te kunnen laten vertrekken. Ik sla nog een praatje met Eddy Hoylaerts die een handvol seconden achter me zal eindigen. Mario Smolders wacht de start af in het gezelschap van Peter Dufaux. Peter laat me vanavond anderhalve minuut achter zich. Couthuin 1

Lees verder →

Mario is nog sterker op dreef. Net niet onder het uur, dat zal dan de uitdaging voor volgend jaar worden. Tijd om de draad van je blog weer op te pakken Mario, je hebt meer goed nieuws te melden dan ondergetekende… Ik heb me achter de rug van Kris Govaerts genesteld, hij zou het rustig aanpakken in het begin. Uit de uitslagen van de vorige weken leid ik af dat het dipje van Kris voorbij is. Hijzelf ontkent dat uiteraard. In elk geval, we zijn pas vertrokken of ik ben zijn spoor al kwijt. De Truienaar zal geleidelijk verder uitlopen om 4 minuten voor me te eindigen, een zucht achter Domenico Di Vito. Ik ga al snel voorbij Mauro Calogero, vanavond mijn enige tegenstander in mijn leeftijdsklasse. De kleine Sérésien zal het verschil tot tien plaatsen beperken. De doortocht door het gehucht Surlemez is vlak tot licht golvend over asfalt en onverhard, op smalle paden en kleine weggetjes. Ik ben daarnet enkele Alken-lopers, onder wie Maja Van Zand, voorbijgegaan en heb snel het tempo te pakken dat ik voor de start in gedachten had. Ik heb me voorgehouden tot kilometer 8 uit de rode zone te blijven.
Aan km 2, buiten de bebouwing van Surlemez, strekt de asfalt- en betonroute zich als een slang uit. De gele koolzaadvelden steken fel af in het groen-bruine landschap. De fotografen die ik daarnet achter hun lenzen heb zien turen, missen jammer genoeg de kans om het peloton in deze zeeën van geel vast te leggen. Ik laat me op de eerste afdaling niet tot een tempoverhoging verleiden en zie de ene na de andere loper voorbij snellen. De Alkense veteraan 1 Stefaan Huybrechts gaat het felst te keer en maakt even verder de aansluiting met Kris. Ook Stefan Meekers en Carine Munaut schroeven het tempo op. Even verder duiken Michel Ruymen en Bea Strouwen naast me op. Couthuin 2 Ik klauter in hun gezelschap naar boven op de eerste helling van zo’n 500 meter. Op de vlakke en/of de licht dalende ruilverkavelingsweg langs de autoweg nemen Michel en Bea enkele meter voorsprong en zorgen voor een primeur in mijn carrière. Het is voor het eerst dat ik het koppel voor me zie. Ik zal nog kilometers op luttele afstand blijven hangen. Ik blijf trouw aan mijn tactisch plan om de tegenaanval pas in het tweede derde van de afstand in te zetten. Hoe dat afloopt, leest u dadelijk. Dit gedeelte van het parcours herinner ik me van verscheidene jaren geleden, toen de start en de aankomst aan het château-ferme de Marsinne lagen. Daar komen we nu voorbij aan km 5,7, dat is even voor halfweg. Het parcours blijft glooien als we weer in Couthuin komen. Ik blijf een aangenaam ritme onderhouden en kan zelfs genieten van landschap en omgeving. Michel en Bea, voortdurend in deze volgorde, lopen nog steeds kort voor me. Carine Munaut neemt wel meer afstand, Stefan Meekers schijnt stilaan tempo te verliezen. Op een van de bultjes is hij eraan voor de moeite. Daar is de tweede helling van de dag. Ik zie de lopers voor me zwoegen op het zwaarste stuk, een graspad tussen de weiden. Het is even harken op de top. Boven hoop ik de handrem los te laten. Hoewel, telkens wanneer ik het gaspedaal wil induwen, duikt een nieuw knikje op. Een dame van Waremme, Manon Vandensavel, doet een zware inspanning op een van de heuvels maar bekoopt haar versnelling blijkbaar in de volgende strook. Intussen is er een Dirk mij voorbijgegaan. Dirk De Batselier is de volledige naam. Misschien wel een loper van Landen, een veelvoorkomend specimen in deze challenge.
Aan km 8 zetten we eindelijk de afdaling in, voornamelijk op graspaden, zelfs even tussen twee prikkeldraden. Mijn poging om te naderen op het Alkense duo voor me wordt afgeblokt door mijn stroeve hamstrings. Tactisch zat mijn plannetje misschien goed in elkaar, de spieren beslissen er anders over. Ik maak geen centimeter goed en verlies zelfs meer terrein op de smalle bospaden die we nu voor de voeten krijgen. Couthuin 3 Een felle afdaling in het bos helpt me ook niet echt vooruit. Daar is de bocht naar rechts voor de laatste klim op een veldweg. Ik heb die daarnet volledig verkend en hoop maar dat ik, in tegenstelling tot de vorige weken, de volledige helling wel lopend kan afwerken. Dat lukt, ook op de karrensporen die afgewisseld worden met de geëffende stroken. Ik maak zelfs nog een plaatsje goed maar de bekenden die me in de afdaling in het begin zijn voorbijgelopen, blijven buiten schot. Mijn benen blijven tegenwerken op een korte licht dalend asfaltstrook. In de bocht naar het bos waar de laatste 500 meter wachten, zie ik het blauwe shirt en het grijze hoofd van Roland Vandenborne. Hij is aan het uitbollen, zo lijkt het, en doet dat met zoveel overtuiging dat ik hem de laatste honderd meter, willens nillens, moet voorbijgaan.
Het laatste derde van de wedstrijd heeft zijn tol geëist. Ik sukkel naar de drankentafel. Terwijl Domenico, Kris en Noël Heptia al gerecupereerd zijn en aan de wedstrijdanalyse toe zijn, moet ik nog even op mijn positieven komen. Marie-Paule zal nog even op een eerste reactie moeten wachten eer ik uitgehijgd ben en het sinaasappelpartje heb opgezogen. Ik kom toch nog ruim boven het uur uit op deze mooie ronde waarin voor elk wat wils zat maar toch het meest voor de liefhebber van het zwaardere werk. Door mijn voorzichtige aanpak heb ik me alleszins een inzinking bespaard op het einde maar moet ik een mindere tijd en een bescheiden algemeen klassement op de koop toe nemen.
De bouwer van de geïmproviseerde douchetent zal zijn ontwerp volgend jaar moeten overdenken. Het overvloedige water pletst op een zeil op de grond en zet de tent onder water. Met de nodige voorzichtigheid en acrobatie slagen we erin om zonder natte kleren weer buiten te geraken waar we ons dan maar in de open lucht verder aankleden.
Na de podiumformaliteiten zijn we uiteindelijk bij de laatsten die de zaal “Plein Vent” verlaten en zonder GPS in het donkere land van Hoei onze weg naar huis zoeken. “Waarom wil je toch altijd zonder GPS naar huis rijden?”, vraagt Marie-Paule zich vertwijfeld af. Maar uiteindelijk vinden we snel bekende wegen. Een grote uil wenst ons nog een veilige thuiskomst.

(Foto 1 Marie-Paule. Het kleurrijke decor van de koolzaadvelden op het Haspengouwse plateau. Foto’s Nadine Claessens. Foto 2: De eerste kilometer. In het zwart vooraan Jean-Marie Haekens. In het midden Maja Van Zand. Daarachter de Landenaren Emile Sacréas en José Goossens, in het groen. In het oranje achteraan Mauro Calogero. Foto 3: Domenico Di Vito in volle inspanning.)

← Toon minder

2 reacties op “Couthuin (Challenge hesbignon)”

  1. S. Halders schreef:

    Beste Willy,
    Volgens mij zijn de gezondheidsproblemen met keel en speekselklier(en) achter de rug.
    Je hebt nu weer drie wedstrijden kunnen lopen.
    Nadat je Roland gedribbeld hebt, “sukkel” je naar de drankentafel.
    Als je echt alles gegeven hebt moet je toch ook een voldaan gevoel hebben.
    Gefeliciteerd met je uitslag en……. ik kijk al uit naar volgend WE.
    Groetjes,
    Servais

  2. Mario schreef:

    Dag Willy,
    Het ging vrij aardig afgelopen zaterdag en ook gisteren ging het goed tijdens de recreatieve loop in Zepperen. Stilaan terug op de goede weg. Hoop toch nog wat duels met je uit te vechten 😉
    PS : heb je raad opgevolgd en de blog terug actief gemaakt en een verslagje van Couthuin erop gezet.