Verviers

zon 18/06/2017 15u * Jogging de Verviers * 12,85 km * 01:07:36 * 11,4 * 731/2325 * 15/105 * ♥♥♥

De schaduw opzoeken, dat is het eerste wat we doen in het Stade de Bielmont in Verviers. Ik ben hier voor een klassieker op de Luikse loopkalender. Mijn trainingsmaatje van de zomerse woensdagavonden Berto Nassen was hier ook al. Maar dan in de jaren 80 als speler van SRU Verviers. De inschrijving is zo gepiept. “Piep piep” zegt het scannertje en ik mag meedoen met de 36ste Grand Jogging de Verviers. Samen met meer dan 2300 collega’s die bereid zijn de hitte te trotseren op een veeleisend parcours van 13 km. We hebben daarvoor de luttele som van 6 euro neergeteld. Lees verder in het verslag wat ze de lopers in Verviers met die bescheiden bijdrage allemaal kunnen aanbieden. Verviers 2

Lees verder →

Op de overgrote meerderheid van de borstnummers kan ik uiteraard geen naam plakken. Maar in het Luikse ontmoet ik altijd wel een aantal bekende gezichten. Carlos De Almeida en Patrick Renard, zoals steeds begeleid door hun dames, bijvoorbeeld. Patrick zal zoon Arnaud als zesde de atletiekbaan zien indraaien na 44 minuten. Maurice Gilet is blij dat hij er weer bij is. Hij is op de weg terug na een zware operatieve ingreep. Ik hou het bij enkele rustige inlooprondjes op de piste. Alberto Canales dribbelt hier ook rond. De vijfde veteraan 3 blijft onder het uur. Op en langs het veld staan er twee show-jacuzzi’s en verscheidene massagetentjes. Onder een grote tent wordt de drank aangevoerd voor straks. Daar begint men het best op tijd mee bij een temperatuur van om en bij de 28 graden. Enkele gesluierde vrouwen houden zich in een lommerrijk hoekje ver van de krioelende massa.
De start wordt gegeven op de Place d’Arles buiten het stadion. Ik wacht in de massa op het starschot, op een vijftigtal meter van de startboog. Ik hoor een geluid dat ik evenwel niet kan thuisbrengen. Er ontstaat enige beroering in de massa. Zijn we nu vertrokken of niet? Blijkbaar wel, stapje voor stapje schuiven we onder de boog door. Na een halve minuut kan ik mijn Garmin aanzetten, we zijn weg. Marie-Paule heeft de startprocedure vanuit een beter standpunt kunnen gadeslaan. Zij kan precies beschrijven hoe alles in zijn werk ging. Wie het precies wil weten kan haar bereiken via het contactformulier. Het gaat onmiddellijk stevig naar beneden. Na 700 meter zijn we al in de binnenstad. Hoog boven ons, aan de linkerkant van de weg, zie ik toeschouwers staan. Ze sparen hun aanmoedigingen niet. De wegen zijn volledig vrijgemaakt. De lopersstroom kan zich ongehinderd een weg zoeken door het stadscentrum. Door de winkelstraten naar de brede lanen rond de stad. Na anderhalve kilometer word ik even in de war gebracht als een deel van de lopers voor me naar rechts afbuigt. Is dit een afslag voor een andere afstand? Moeten we naar rechts of rechtdoor? Het blijkt dat de “rechtsen” gewoon een ander rijvak (hier te lezen als loopvak) hebben genomen. Rechts vermoed ik de Vesder. De rivier zelf is verborgen achter een muurtje. De industriestad Verviers heeft zijn intussen vergane glorie te danken aan deze rivier. Het water van de Vesder is arm aan mineralen en daardoor uitstekend geschikt voor het wassen van wol. Verviers 1 Als de negentiende eeuwse geschiedenis u koud laat, wordt u misschien wel aangesproken door wat zich in de jaren ’90 van de twintigste eeuw afspeelde langs de Vesder. Een deel van het parcours van mijn eerste (en derde) marathon, liep ook langs de Vesder, enkele kilometers stroomafwaarts in Pepinster. Op de volgende licht aflopende kilometers draai ik intussen een mooi tempo. Ik heb de indruk dat ik meer plaatsen win dan ik er inlever – in zo’n massa is het moeilijk een precieze boekhouding te voeren – en ik ben dus met een redelijk gevoel onderweg. Ik heb me wel niet aan mijn oorspronkelijk plan gehouden om eerder langzaam van start te gaan en dan in de klim die dadelijk volgt op te schuiven. De afdaling in het begin was alleen scherper dan voorzien en zolang de benen meewillen ga ik dan toch maar niet met de handrem op lopen. Het live-parcours zoals we dat onder de voeten krijgen zal later – in de klim – ook anders aanvoelen dan het hoogteprofiel op het internet. Mijn pet heb ik al na een kilometer afgezet wegens te warm. Misschien moet ik in de toekomst eens een bandana proberen om mijn kale schedel tegen de brandende zon te beschermen. Want de grote tegenstander vandaag is toch de koperen ploert. Bij de eerste bevoorrading heb ik wel enkele slokken genomen maar het water vooral over mijn hoofd uitgegoten. Wat me achteraf ook opgevallen is in die vlakke kilometers buiten het stadscentrum is dat dit de enige strook is waar er geen toeschouwers langs de weg staan. Dat zal dadelijk wel even anders worden. Er is hier ruimte zat om de verkeersstroom te kanaliseren. In een bocht na 4 kilometer waar we een smalle ruimte tussen het straatmeubilair willen benutten om zeker geen meter te veel af te leggen, loopt het even verkeerd. Een al wat oudere man wurmt zich naar voren en blijft haperen in het snoer van de oortjes van een juffrouw. Een tweevoudig “sorry” van de man kan de irritatie van de juffrouw niet intomen. Zij moet halt houden om haar elektronische handel weer in orde te brengen – ze draagt ook een smartphone op haar arm. De man zet zijn weg verder en verdwijnt in het loperskluwen voor me. We zijn nu “En Mi-Ville” (in het midden van de stad). Daar zijn we in elk geval niet meer maar wel in de randgemeente Ensival. Dan wordt plots alles anders. De weg wordt smaller en schiet met een ruk de hoogte in. Langs weerszijden staan mensen te applaudisseren, hun keel schor te schreeuwen, kabaal te produceren met plastic worsten (reclame van de krant L’Avenir). De “allez”, “c’est bon/bien”, “super”, bravo”-s vliegen over en weer. “Mais qu’ils sont en forme cette année!” doet een heel enthousiaste meneer er nog een schepje bovenop. De weg wordt almaar steiler. Dat gevoel heb ik althans. Ik dring niet aan op een bijzonder gemeen stukje van zo’n 12% en gun mijn benen even een wandelpauze. Een goed idee want ik haal snel de lopers weer in die me daarnet zijn voorbijgegaan.
Na een dikke 5 kilometer verlaten we de bewoning en lopen een bos of alleszins een boomrijke omgeving in. De temperatuur wordt hier draaglijker. We hebben nu beschutting maar het pad blijft wel stijgen. Bij de bestudering van het parcours dacht ik er na een 6,5 kilometer vanaf te zijn. Maar Maurice Gilet vertelt me voor de start dat het eigenlijk van de vierde tot bijna de tiende kilometer van dat is. Ik zet het plan uit mijn hoofd om hier winst te boeken. Een gemiddeld tempo van 6′ per km is al te hoog gegrepen. Gelukkig is de bevoorrading in deze perfect georganiseerde loop op tijd en op peil. Busjes Spa, geen bekertjes. (Moet kunnen, voor 6 euro.) Ik giet het water nu niet alleen over mijn hoofd, maar ook over mijn rug. Een mens leert zich snel aanpassen in extreme omstandigheden.
Bijna aan km 7, de langste klim is nu achter de rug. Maar na een afdaling van een dikke kilometer volgt weer een tweetraps klim. Eerst lopen we op een keienpad, daarna gaat de weg over in asfalt. En overal volk, veel volk langs de weg. Wie een visuele indruk wil krijgen van de ambiance klikt hier. In de dorpskern van Heusy bereikt het enthousiasme een hoogtepunt. Nooit meegemaakt. Het lijkt wel de beklimming van de Alpe d’Huez in de Tour. En muziek. Daarstraks op het vlakke een saxofoon-contrabas-duo, hier een fanfare, straks een groep percussionisten. Ik las weer een wandelpauze in. De plaatsen die ik hier kwijt speel kan ik wel niet meer goed maken. Ik houd me alleszins aan mijn voornemen om geen te gekke dingen te doen. Ik heb in de vlakke aanloop in de stad Vlaams menen te horen met een Limburgse tongval. De twee vermoedelijke Limburgers zijn me voorbij gegaan tijdens de steile klim. De grijzende krullenkop van de twee in het geel gehulde lopers krijg ik dan toch weer te pakken voor de tiende kilometer. Ik heb een schijfje sinaasappel aangenomen van een vriendelijke dame langs de weg. Dat is heerlijk na de loop maar bevalt nu niet te best, merk ik. Moeilijk tegelijkertijd te kauwen en te ademen (of te hijgen) en de smaak blijft nog lang in je mond hangen. Ik verlang weer naar water. Dat ik bij elke bevoorrading over me heen blijf gieten.
Er lijkt dan toch een einde gekomen te zijn aan de klim. Ik bekijk mijn Garmin: 9,8 km. Dat klopt met de parcoursbeschrijving van Maurice Gilet. Ik heb er 52′ opzitten. Dan zit ik mooi binnen het vage schema dat ik voor ogen heb. Nu moet ik proberen weer wat snelheid te maken. Is dit nog Heusy of is dit een buitenwijk van Verviers? Veel maakt het niet uit. Het is in elk geval een betere buurt, op een Ardens plateau, zoals dat vaak het geval is in Wallonië. Bemiddeld of niet, de mensen zijn hier ook in groten getale naar buiten gekomen om ons te bewonderen (?) en aan te moedigen. De meeste lopers zijn trouwens uit de regio Verviers. Vooral de jongere deelnemers kunnen rekenen op veel bijval. Ik blijf me verbazen over de uitbundigheid van de fans. Die leveren ook een topprestatie. Stel je voor, ze geven nu al twintig minuten van jetje. En ze hebben na mij nog zo’n 1600 lopers te gaan. Hoe fanatiek de supporters ook zijn, de benen van de sporter hebben het laatste woord. De voorbije zes kilometer hebben zoveel jus uit mijn benen gezogen dat ik me moet tevreden stellen met een tempo net onder de 5′ per km. De zon zet haar slopingswerk ook verder. Geconcentreerd blijven en opletten voor de “koeienvlaaien”, de platte verkeersremmers die hier zijn uitgestrooid en waarvan de kleur niet echt afsteekt tegen de weg. Aan km 11,7 kondigen de fans langs de weg ons de laatste helling aan. Verviers 3 Ik ben in die jaren van loopwedstrijden wantrouwig geworden over de inschatting van afstanden door supporters langs de kant. Ik houd weer in op het steilste stuk en moet daar een klad collega’s laten voorgaan. Dat van die laatste helling klopt deze keer wel. Op de brede Avenue Elisabeth (ook volledig afgesloten voor het verkeer) kan ik nog even aan een snelheid van 4 km per minuut likken. Ik wijk nog even uit naar rechts om een waterstraal mee te pikken. Bocht naar links. We lopen het stadion binnen. Ik heb nu even geen tijd voor een ijsje van glacier Mario die voor de ingang staat opgesteld. Nog tweehonderd meter op de atletiekbaan, tenminste ik hoop dat dit de laatste bocht is. Dat is ook zo. Ik geraak nog enkele plaatsen kwijt maar kan zelf ook nog een collega of twee voorbijsnellen. Ik geniet van de laatste meters en gun de jonge Samuel Avermaete nog een plaatsje winst. Ik haal ruim mijn voorzichtige doelstelling, binnen de 1:10. In deze tropische omstandigheden en op een parcours dat veel zwaarder uitvalt dan aanvankelijk gedacht is de 1:07 twee minuten sneller waard. Ik heb me net niet in de donkerrode zone gewaagd. Daarom een hartje minder als eindoordeel. In het eerste derde van het peloton en met een fraaie topvijftienplaats in mijn drukbemande leeftijdsklasse kan ik ook thuis komen. Ik zie achteraf in de uitslag dat de veteranen 2 Eric Joway en Dominique Heusschen die ik wel eens als referentiepunt durf nemen in mijn buurt eindigen. Ik mag aannemen dat zij vandaag ook niet het onderste uit de kan hebben willen halen.
Ik heb Marie-Paule intussen gespot achter de omheining. Ik neem nog een gesuikerd drankje, een diep-oranje en een groen. De vrucht moet ik u schuldig blijven. Terwijl ik me uit het gedrang achter de finishlijn probeer te bevrijden hoor ik plots mijn naam. Ik herken Roger Dosseray die staat aan te schuiven aan de drankentafel. “Ik heb je zien voorbijgaan in de wedstrijd” zegt Roger terwijl hij zijn pijnlijke ribben betast. “Moeite met het ademen” aldus de zeventigjarige, “deze week uitgegleden op training”. Ik zoek een koel plaatsje op in de schaduw van de grote drankentent. De prik zal intussen wel uit de klaar staande cola en limonade verdwenen zijn, vermoed ik en ik kies dus voor een frisse pint. In een andere tent wachten honderden rijstvlaaien op eters. Gratis voor iedereen. Zes euro, zei u? Een après-course in gezelschap van vrienden zit er niet in. Nog even een wandeling naar onze auto. We zijn snel terug in Heukelom en belonen onszelf voor de geslaagde middag met een huisbereide pizza aan de tuintafel.

(Foto’s: Foto 1 en 2 van Marie-Paule. Foto 2 : Maurice Gillet opnieuw in de running. Foto 3 van L’avenir.net: Arnaud Renard onder de weldoende stralen van een van de vele sproei-installaties langs de weg. Met dank aan de omwonenden voor de verfrissing.)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kermisloop Terkoest

maa 12/06/2017 20u * Kermisloop Terkoest-Alken * 10,2 km * 00:47:49 * 12,8 * 51/102 * 21/45 (50+) * ♥♥♥

In Terkoest kom je niet iedere dag als je in het zuiden van de provincie woont. Dus maar even vermelden dat het dorp deel uitmaakt van Alken. Het ligt zo ongeveer halverwege tussen Alken-Centrum en Stevoort. In het kermisweekend wordt er sinds onheuglijke tijden een stratenloop georganiseerd. In al die tijden stond Kris Govaerts aan de start. Ik associeer de kermisloop van Terkoest met de lopen in Nieuwerkerken en Kozen, ook al horen die laatste twee bij de Haspengouw Challenge. Met mijn eerste deelname in Terkoest en mijn vorige eenmalige optredens in Nieuwerkerken en Kozen vat ik vanavond het laatste deel van deze kermistrilogie aan. Mario Smolders is alvast verrast mij hier op een maandagavond aan te treffen. Er is een redelijke opkomst op deze ongewone dag. Het deelnemersveld wordt uiteraard gedomineerd door de bruin-zwart-witte kleuren van de Alkense Atletiekclub. We zijn met drieën uit het zuiden. In laatste instantie hebben ook Jean-Pierre Immerix en Harie Roex de verplaatsing gemaakt.
Terkoest 1 De inschrijving in leeftijdsklassen gebeurt hier met een verklaring op eer. Of op het zicht. De dame aan de inschrijvingstafel neemt de dames en de senioren-mannen voor haar rekening. Aan sommigen vraagt ze of ze ouder zijn dan respectievelijk 35 of 50 jaar. Is dat het geval worden ze verwezen naar de heer rechts van haar. Maar soms heeft ze met een oogopslag genoeg om de loper in de juiste categorie te plaatsen. Voor mij en de vrienden aan de kantinetafel achteraf is geen twijfel mogelijk. We zitten in de hoogste klasse, qua leeftijd wel te verstaan.
Terwijl ik terugkeer naar de auto om me in wedstrijdtenue te steken, vraagt een kleine jongen langs de weg aan zijn vader waarom die oudere heer in korte broek, ik dus, een nummer draagt. “Hij doet mee aan de loop” antwoordt de vader. “Jullie kunnen ook meedoen” probeer ik nog twee extra-deelnemers aan de Kids Run te ronselen. “Wij moeten gaan slapen” is het antwoord. Kermis of niet, in Terkoest durven de ouders nog regels stellen.
Ik warm op in het gezelschap van Romain Uitdebroeks, gisteren weer outstanding in Fallais. Ook vandaag laat hij 16 van de 23 senioren achter zich, en dan vermelden we niet eens de oudere leeftijdsklassen. Ik heb het gevoel dat de beproeving van Solières (zie het nog verse verslag) geen sporen heeft nagelaten, mede dank zij een ontspannen hersteltraining gisteren. Niet dat mijn benen fris aanvoelen. Voor een mirakel zou ik enkele kilometers verder westwaarts in het bedevaartsoord Kortenbos moeten zijn.
We staan klaar voor de start. “Nog éen minuut, encore un minute” klinkt het uit de luidsprekers. Die aankondiging in het Frans is waarschijnlijk bedoeld voor de ene Franstalige loper in het peloton. De jongeman zal zich zijn optreden in Limburg nog lang herinneren. Maar daarover meer op het einde van het verslag. Ik vertrek nogal enthousiast en moet voor de eerste bocht al naar adem happen. Ik ben vrij vooraan gestart en krijg een vloedgolf lopers over me heen in de volgende kilometer, onder meer ook heel wat deelnemers aan de 5 km. De blonde Jill Pauwels – haar naam staat op haar shirt, makkelijk voor de verslaggever – en Geert Reyskens gaan me voorbij. Zij zullen echter nooit veel afstand nemen en nog uitgebreid aan bod komen in het vervolg van dit verslag. Na de doorkomst van de lopende disco-bar Marcske Nelissen keert de stilte terug in het peloton. Marie-Paule heeft zich geposteerd in een bocht na 1 km, zie ik. Niet ver van de kermis waar ze even daar voren heeft toegegeven aan de verleiding van een een friet en een pint bier. Ik loop al snel alleen. Even voor de eerste doortocht aan de streep word ik ingehaald door een zwaar gebouwde jongeman (een voetballer?). Zuiver op de macht en wellicht gedreven door jeugdige overmoed neemt hij enkele meter voorsprong maar hij verdwijnt ook weer snel achter mijn rug.
De speaker meldt de doortocht van een pelotonnetje achter mij. Benieuwd wie daar in zit. Het antwoord wordt mij een halve kilometer verder duidelijk. In de Kloosterstraat gaat Kris Govaerts me voorbij. Gisteren oververhit in Fallais, vandaag na een rustige start alweer in het bezit van al zijn krachten. In de Hovenierstraat na de volgende bocht meldt zich het groepje dat zich achter mij heeft gevormd. Met drie ACA Alken-lopers. David Baerts is er bij. Zonder vrouwtje Martine Sobkowiak. Die is immers al verder vooruit op weg naar de tweede plaats bij de dames. Maja Van Zand (door de speaker Maja Van Zande genoemd, les beter voorbereiden jongeman!) is er ook bij. Zij krijgt aanwijzingen van een clubgenoot, 35-plusser Tom Coenegrachts uit Sint-Truiden. (Vader Jan afkomstig van Millen. Na de wedstrijd even geïnformeerd. Mijn geliefde moeder was ook een Coenegrachts.) Ik wil na Kris nu ook Maja niet laten weglopen en klamp aan. Ik laat alvast snel mijn nobele bedoeling varen om de bochten niet af te snijden. Dat zijn al snel twee tot drie meter die je zo kwijt bent of… kunt winnen. Het parcours houdt na de eerste echte ronde en de opwarmingsronde geen geheimen meer in. Even samengevat: 1200 meter lange rechte stukken op asfalt, 400 meter bochtenwerk in het centrum waar de kermis staat opgesteld. En 600 meter natuurloop, eerst op een zandweg, daarna op een bospad. Ik heb de opwarmingsronde overigens in tegengestelde richting afgelegd en me aanvankelijk verheugd over de onverharde strook tussen de weiden. Maar in de goede richting blijkt de weg flink tegen te vallen. Licht oplopend en ongelijk. Wie heeft meegeteld, mist nog driehonderd meter om de 2500 meter en “een sjiek” vol te maken. Dat is de rechte lijn, eerst nog op een bospad, daarna op het asfalt waar de aankomstlijn getrokken is en even verder de dranktafel staat opgesteld… aan de rechterkant van de weg.
Goed, we gaan de derde ronde in. We zijn in de helft, zoals de snuggere lezer zal begrepen hebben. Heb ik overigens andere lezers? Mijn gangmakers – de drie Alken-lopers – wijken naar rechts uit om een bekertje mee te pikken van de drankentafel. Ik volg hun voorbeeld, al is het maar om even het tempo te kunnen laten zakken. Een slok verder stuiven we weer het centrum in. Stoep op door een schuine bocht naar de vijver aan onze linkerzijde. Ik ben zo druk bezig met het op- en afspringen van de stoepen en heb al mijn energie nodig om te kunnen volgen dat ik zelfs niet heb kunnen zien welke kermisattractie hier staat. Maar ja, u leest dit verslag niet voor een beschrijving van deze randverschijnselen maar voor een inschatting van mijn atletisch vermogen. Terkoest 2 Dat wordt zwaar op de proef gesteld door het duel voor de derde plaats bij de dames dat zich voor mijn ogen afspeelt. Tom Coenegrachts is druk doende Maja te coachen, blijkbaar om haar wilde aanvalsdrift in te tomen. Zij neemt zelfs even de leiding over van haar meer dan 20 jaar jongere concurrente. Ik blijf (voorlopig?) in het zog van mijn voorgangers. We komen voor de derde keer voorbij de uitkijkpost van Marie-Paule. Wedstrijdfotografen zijn hier niet, gelukkig maakt mijn lieftallige echtgenote wat kiekjes. Zo ben ik de enige nieuwsbron die hier een aantal beelden in exclusiviteit kan aanbieden. Het strakke tempo van de eerste 5 kilometer heeft er wel voor gezorgd dat de ergste pijn nu uit mijn benen verdwenen is, ofwel ben ik eraan gewend geraakt… Gevoelsmatig zou ik mijn derde ronde als mijn beste omschrijven. Alleen klopt dat niet met de Garmin-cijfertjes. De eerste en de laatste ronde heb ik het snelst afgelegd in 11:51 en 11:50, de tweede ronde was de langzaamste in 12:09. De derde heb ik wel 8 seconden sneller afgewerkt dan de tweede. Hier en daar staan er enkele zwijgende bewoners langs de weg. Ik begin ze stilaan te herkennen. Voor me zijn er weinig positiewijzigingen. We halen wel Jos Polders in tijdens de derde ronde. Ook Geert Reyskens heeft zijn hoger aanvangstempo niet kunnen handhaven en wordt opgeslokt door ons groepje. Uit de achtergrond duiken er wel twee lopers op. En niet de eersten de besten, of juist wel. Winnaar Michiel Vanholst en twee minuten later Sébastien Mahia. Later zullen we ook door de derde, Wouter Ruymen (zoon van Michel) gedubbeld worden.
Zoals steeds in wedstrijden in ronden twijfel ik ook nu weer over het aantal ronden dat we nog voor de boeg hebben. De omroeper maakt me ook niets wijzer. Terkoest 3 Een blik op mijn Garmin neemt mijn twijfels weg. Laatste ronde. Er staan hier heel wat toeschouwers langs de weg. Ik kijk even opzij of ik mijn ex-collega Rosette die hier woont niet opmerk. Geen Rosette te bespeuren, ik vind de naam van haar echtgenoot nochtans terug in de uitslag. De volgende bevoorrading laat ik aan me voorbijgaan. Er wordt weer versneld voor me. Ik moet een aantal meters toegeven. David Baerts verzwakt ook. Uitkijken in de moeilijke rechterbocht voor het kermiskraam. Net daar krijgt Jill Pauwels een flesje drank aangereikt door haar moeder. Ze zal het nodig hebben om de volgende aanval van Maja af te weren. Die volgt even later nadat we voor de laatste keer voorbij het witte kasteel Erckenteel gelopen zijn. Ik loop nu afgescheiden op de rechte wegen in de betere woonwijk die we nu doorkruisen. Marie-Paule heeft haar stekje verlaten om mijn triomfantelijke aankomst – althans dat hopen we beiden – niet te missen. Jill en Maja blijven elkaar bestoken. Uiteindelijk kan Jill een kleine voorsprong verder uitbouwen op de zandstrook. Achter mij heeft David Baerts nu definitief afgehaakt op de 500 meter lange Molenstraat. Links loopt de Herk al tienduizenden jaren. Zonder moeite. Ik ben blij dat het voor mij na viermaal twee en een halve minuut voorbij is. Ik krijg even een korte boost als ik de fietser met de fictieve groene vlag voorbij rijd. Die rijdt achter het peloton, tenminste in het wielrennen. Hoe dan ook, ik loop dus 2,5 kilometer sneller dan de drie dames die ik inhaal. Ik vecht me door de hobbelige zandweg naar het bospad waar het aangenamer lopen is. De laatste scherpe bocht naar rechts en de twee paaltjes daar net achter halen het tempo er weer even uit maar een spurtje in de laatste rechte lijn levert me dan nog mijn beste rondetijd op. Even na mij lopen Roland Vandenborne, Mario Smolders en Domenico Di Vito binnen. Zij hebben de zware en bovendien door de hitte geteisterde Hesbignon-loop in Fallais nog in de knoken zitten. Eens de verzuring uit de benen, hebben ze het tempo dan toch geleidelijk opgedreven.
Dit soort vlakke parcours over ongeveer 10 km leent zich uitstekend voor een analyse. Gecorrigeerd voor 10 km komt mijn eindtijd neer op een tijd net onder de 47′. Dat is dus de aftakeling van de laatste jaren en maanden in cijfers gevat. In vergelijking met de 44′ (ook gecorrigeerd voor 10 km) in Meeuwen eind vorig jaar is dat een achteruitgang van 3′. Laten we aannemen dat het parcours hier een ietsepietsie zwaarder is, blijf ik toch een 2′ in het rood. Ik heb me zeker niet gespaard vanavond. Dat is dus mijn huidige waarde. Of dat voldoende zal zijn om ook in de toekomst op startpremies te kunnen rekenen…
De prijsuitreiking in de kantine van voetbalclub VCT Terkoest wordt gekleurd door de jongeman aan de micro. Hij vermaakt het publiek in marktkramerstijl. Met een tactisch uitgekiende keuze voor de 5km-wedstrijd is Harie Roex ook bij de laureaten. Een vergissing bij de leeftijdsbepaling van de nummer twee in de 10 km, Sébastien Mahia, leidt tot verwarring bij de jury. Sébastien – uit Namen nota bene – wordt enkele keren naar voren geroepen, de ene keer om zijn prijs af te halen, de volgende keer om die weer af te geven. Hij is tweede algemeen maar krijgt per abuis de eerste prijs bij de 50-plussers. In de war gebracht door het koeterwaals van de speaker levert hij zelf zijn bloemen in. Maar de Terkoestenaren zijn gulle mensen en gunnen onze Waalse vriend zijn ruiker. Hij krijgt er nog een speciaal applaus en een zegegebaar met opgeheven arm door de burgemeester bovenop. De burgervader wordt overigens in zijn ceremoniële taken bijgestaan door schepen van sport, Ingrid Loix, de echtgenote van collega-jogger Rudy Vereecken.
Na de tombola is het tijd om het moede lijf wat slaap te gunnen.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Bucolisch tafereel langs het parcours. Foto 2: Mario Smolders, Roland Vandenborne en Domenico Di Vito, op de foto van links naar rechts, in herstelmodus na de bestorming van de Crêtes Fallaisiennes”. Foto 3: In volle vaart op weg naar de finish. Zo lijkt het althans op de foto.)

2 reacties op “Kermisloop Terkoest”

  1. Mario schreef:

    Willy, mooi verslagje van de wedstrijd. Ik moet er nog aan beginnen.
    Waar haalde je de foto trouwens 🙂 ?
    Mario

  2. Wim Meyers schreef:

    Je voelt de adrenaline bij het lezen van dit verslag! Wederom een knap verslag Willy!
    Wat je zogezegde “verval” betreft: ik hoop dat je er niet teveel aanstoot aan neemt want eindeloos respect voor hetgeen jij allemaal blijft presteren!

    Groeten,

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solières (Challenge condruzien)

vri 09/06/2017 19.30u * Solières (Challenge condruzien) * 11,4 km * 01:01:31 * 11 * 150/323 * 12/28 * ♥♥

Misschien doen vijf dagen rust me wel goed, durfde ik te hopen. Maar de eerste trainingen bij mijn terugkeer uit een korte vakantie duwden we met de neus op de feiten. Het principe “rust roest” geldt nog meer of misschien in de eerste plaats voor de oudere knarren in het peloton. Na veertien dagen is het toch weer tijd voor een wedstrijd en dus trekken we naar “La Condrusienne” in Solières, een landelijke deelgemeente van Hoei. Met het bange vooruitzicht dat ik mijn benen weer zal kraken op het veeleisende parcours. Start en aankomst liggen in een park rond een oude cisterciënzerabdij. De VZW Château Vert vangt er fysiek gehandicapte kinderen en volwassenen op. Om halfnegen, als ik over de streep loop, kan ik niet meer om de harde waarheid heen: de zwaardere Condruzien-parcoursen, zoals Solières er een is, kennen geen genade met lopers op de terugweg.
Ik zal het wedstrijdverslag toch maar met goed nieuws beginnen. Na maanden van allerlei misverstanden heb ik dan toch eindelijk mijn borstnummer. In het peloton – meer dan 300 vertrekkers – zie ik de vele getrouwen van de Condruzien. Meest opvallend zijn enkele lopers in “wespentenue”, shirts met geel-zwarte banden. En… Jean Detaille, de veteraan 4 in zijn Rode Duivels-outfit. De reden voor zijn kledingkeuze wordt me pas duidelijk als ik na de wedstrijd in de kantine de uitzending Estland-België op een overigens piepklein scherm zie.Solières 2 We maken eerst een rondje in het park. Ik leg dat af in het gezelschap van Rosario Ilardo die echter snel het ruime sop zal kiezen. We mogen eerst genieten van een 2 km lange afdaling – op het asfalt. Ik hou nu even geen rekening met twee bultjes in de dalende strook. Ik zie dat Kris Govaerts ook een rustige start genomen heeft. Maar bij mij is dat een noodzaak, bij hem een tactische keuze. Als we na 2,5 km het asfalt verlaten, verdwijnt hij al snel uit mijn gezichtsveld. Hij eindigt vier minuten voor me. Na afloop is hij erg tevreden over zijn prestatie. Maar die tevredenheid krijgt een uurtje later een flinke tik. “Pas negende veteraan 3” is de reactie als de uitslag wordt rondgedeeld. Ik ben wel ontgoocheld over mijn loop, maar maak me geen illusies meer over mijn plaats. Alles went. Het uitzicht op de looproute is landelijk, de geur van een varkensfokkerij na een goede kilometer ook. In het bos blijft het naar beneden gaan. Noël Heptia heeft me het parcours haarfijn beschreven. Twee steile stukken, eerst een smal paadje in het bos, dan een bredere grasweg aan de rand van het bos. Ik ben Noël voorbijgegaan aan de kerk van Solières. Dat is niet zo’n grote verdienste want hij trekkebeent nog altijd na een inactiviteit van acht weken. Maar mijn dalerskwaliteiten zijn zo belabberd dat hij me anderhalve kilometer verder weer voorbijgaat. Overigens traint hij hier wel eens, dat helpt ook op deze bospaden. Enkele plaatsen voor me zie ik het rode shirt van Michel Mancini. Mijn blik glijdt verder naar voor. Daar is ook Paul Delaitte. Beide prille zeventigers vechten om de eerste plaats bij de veteranen 4. In de Limburgse loopwedstrijden bestaat er zelfs geen categorie 60 plus. Daar ben ik nu al jaren afgeschreven voor een klassering. Op een vlakke strook in het bos is het even plassen ontwijken. Solières 2 Maar de ondergrond is in niets te vergelijken met de modderpartijen die ik me herinner van mijn eerste deelname in 2012. Ik haal Paul Delaitte in maar die doet even verder haasje-over. Veel plaatswinst zit er vanavond niet in. De eerste bevoorrading komt eraan. Weer onoordeelkundig want ongemakkelijk voor de lopers opgesteld. Bij de volgende grondwetswijziging zou men de plaats van de bevoorradingsposten aan de binnenkant van de bocht moeten vastleggen. De post wordt onder meer bemand door enkele bewoners van het Château Vert. Een van de jonge mannen klemt het bekertje zo hard vast dat ik het uit zijn handen moet rukken. Het plastic plooit maar ik hou nog een druppel water over.
We naderen kilometer 5. Ik weet dat het vanaf nu hoofdzakelijk in stijgende lijn gaat. Dat voorspelt niet veel goeds met de flanellen benen van vanavond. Het begint al meteen met een fikse klim op een onaangenaam stenen weggetje, genre “chaussée romaine”. Het is de beruchte Romeinse steenweg misschien wel. Ik krassel voorbij Michel Mancini en zijn clubgenoot Noël Heptia. Maar Paul Delaitte geeft niets van zijn voorsprong prijs. We klimmen verder op een asfaltweggetje. De stijgingsgraad van 3% is wat vriendelijker voor de benen. We komen even in de bebouwing. Rechts ruik ik een koeienstal. Boven nemen we een bocht naar links, naar een gehuchtje dat ik later op de kaart zal terugvinden als “La Sarte à Ben”. Wat een heerlijk plaatsje om te wonen is dit, tussen het groen en vandaag onder een weldoende zon. We krijgen nog een korte afdaling voor we rechts weer het bos worden ingestuurd. We zijn nu onderweg voor wat een eindeloze klim lijkt te zijn. Enkele procenten stijging op een relatief brede bosweg die ondanks wat stenen en kuiltjes best beloopbaar is. Maar forceren kan ik niets. Ik probeer mijn zere benen niet helemaal op te blazen en blijf zo goed als op mijn positie. Uiteindelijk lukt het me toch om Paul Delaitte en een juffrouw in het zwart voorbij te gaan. Het is een opluchting als we na 2 kilometer uit het donkere bos komen en onder de open hemel verder klauteren. Fotografe Carine Heyne, geruggesteund door Pierre Jadot, wacht ons op boven aan een laatste steile strook op het gras rond km 9. Samengetroepte fans spreken ons moed in als we weer tussen de huizen uitkomen. Ik kijk even naar de afstand op mijn Garmin. Volgens mijn berekeningen hebben we nu nog 2 kilometer op het asfalt te goed. Ik put enige moed uit dat vooruitzicht en probeer, zij het met veel moeite, het tempo op te krikken. Ik haal Thierry Delvaux en Amélie Fortemps in. Zij lopen nu al kilometers voor mij uit. De weg blijft omhoog gaan voorbij de kerk van Solières. Overigens ligt de kerk hier vrij eenzaam op de top. Een dorpskern heb ik niet kunnen ontdekken, alleen wat kriskras lopende straten. We komen weer voorbij de varkensfokkerij. Nu is het niet ver meer. Maar mijn heropflakkerende goede luim wordt bruusk verstoord door een seingever die ons rechts weer een bos instuurt. Ik verwens het smal, kronkelig en met boomwortels geaderd bospad. Op een goede 300 meter verlies ik weer alle plaatsen die ik daarnet met veel moeite heb ingewonnen. Solières 3 Zelfs enkele lopers die ik van de hele wedstrijd niet voor me heb gezien schieten me voorbij. In de laatste kilometer kan ik niets meer rechtzetten. Marie-Paule wacht me op in de binnenplaats van de oude abdij. De benen worden nog eens beproefd op de historische kasseien. Een smal poortje met een gevaarlijke ijzeren staaf even boven de grond geeft toegang tot het nieuwe deel van het park. Ik blijf net niet onder het uur op de 11,4 kilometer. Paul Delaitte eindigt vlak achter me.
Eén gulle sponsor heeft de hoorn des overvloeds uitgestort over het piepkleine Solières. En zo worden we hier verwend in een accomodatie – kleedkamers en kantine – die haar gelijke niet heeft in het hele Condruzien-circuit. Ondanks een blessure bezet Maja weer het hoogste trapje op het podium van de aînées 3. Bij de veteranen 3 staan de drie laureaten op dezelfde hoogte. Zo lijkt het alvast van opzij. Maar daar heeft Dominique Mathy wel een truukje voor moeten uithalen. Als hij er zin in heeft durft Dominique zelfs de beste veteranen 1 en 2 kloppen. Maar hier laat hij de kleine José Lemos-Cruz voorgaan en zo wordt het verschil in gestalte gecompenseerd door het hogere trapje voor de winnaar.
Het is al 23 uur – de dag heeft dan toch plaats moeten maken voor de nacht – als we ons huiswaarts begeven. Zonder signaleurs – die zitten in de kantine – mis ik de afslag naar rechts en belanden we via smalle en bochtige wegen in Andenne. Van daaruit brengt de autoweg ons linea recta naar Riemst.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Links Dominique Mathy, in het midden, in het oranje, José Lemos-Cruz. Foto 2 van Carine Heyne en Louis Maréchal. Links genot, rechts pijn. Foto 3 van Marie-Paule: De laatste meters op de kasseien van de abdij met Thierry Delvaux en Guillaume Prouveur.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Buteo buteo

Het zou een weekend zonder wedstrijd worden en zonder verslag. Maar kijk, ik heb nieuws Voor de talloze (!?) lezers die in het begin van de nieuwe week even komen piepen op mijn blog. Met dank aan een buteo buteo, vandaar de titel. Nu weten alleen ornithologen waarover ik het heb. Voor alle anderen hier het verslagje van een onverwachte ontmoeting.
Door de hitte van de afgelopen dagen heb ik het tijdstip van mijn trainingen aangepast en mijn parcoursen haast uitsluitend in het bos en andere lommerrijke biotopen afgewerkt. Ik op vrijdagavond dus naar Caestert. In een sukkeldrafje maar wel genietend op de kronkelige paden van dit schitterende gebied. Zonder een duidelijke route voor ogen. Na een klein halfuurtje kom ik uit het bos achter de hoeve. “Waarom niet een rondje Observant?” bedenk ik. Na de beheerswerkzaamheden is het pad wat breder geworden, merk ik. Ik neem de heuveltjes op mijn duizendste gemak als ik plots iets hoor zwaaien boven mijn hoofd. Het lijkt wel alsof iemand met een stok zwierde. Voor me zie ik een buizerd met zijn brede vleugels fladderen. Enkele seconden later voert de vogel een tweede scheervlucht uit. Daarnet was dus geen toeval. Ik stop en zoek een tak, terwijl ik het beest enkele verwensingen naar het hoofd slinger. “Onnozelaar” is er een van. Het maakt geen indruk. Ik ben nu op mijn hoede. Hij (of waarschijnlijk zij) valt aan vanachter mijn rug en is zo goed als geruisloos. Alleen als hij vlak boven je hangt hoor je “zoef”. Klak, bij de derde aanval krijg ik een klap op het hoofd. Met zijn klauwen heeft hij mijn kale schedel geschuurd. Er hangt wat bloed aan mijn handen als ik mijn hoofd betast. Ik moet hier zo snel mogelijk weg. Rechtsomkeert maken helpt niet veel, trouwens ik ga mijn route niet laten bepalen door een buizerd. Ik mag aannemen dat de gevleugelde bosbewoner jongen op het nest heeft en mij als een indringer beschouwt. In elk geval na dertig jaar trainingen op Caestert kent hij (of waarschijnlijk zij) mij nog niet. Ik kijk nu meer achteruit dan vooruit terwijl ik mijn weg voortzet. Mijn verdedigingswapen is niet meer dan een stuk dor hout en dus waardeloos. En voor de vierde keer duikt de buizerd-moeder rakelings over me heen. Het is de laatste raid die ik te verwerken krijg. Ik ben nu boven op de steile helling van het rondje en waarschijnlijk uit het territorium van mijn belager. Ik heb het tempo intussen onbewust opgedreven en heb plots geen last meer van mijn rechterbil die daarnet nog wat opspeelde. Nog enkele honderden meters voor ik op een weide boven de ENCI-groeve uitkom. “Als er in dit gedeelte van het bos nu maar geen andere buizerds nestelen”, echt veilig voel ik me nog niet. Ik maak het trainingsuur vol met een passage in de groene rand van de ENCI-groeve. Met meer dan gewone aandacht voor wat er in de lucht vliegt. Na verzorging thuis door mijn trouwste supporter en een frisse douche kan ik nog van een vredige avond genieten. Voor het overige wens ik de buizerd nog veel succes met de opvoeding van de jongen.

3 reacties op “Buteo buteo”

  1. cortleven schreef:

    mooi, Willy.

    Liesbeth

  2. Louis schreef:

    Willy,
    Als het een troost mag zijn en ik de krant mag geloven ben je niet het eerste en enige slachtoffer…

  3. Ludo Ramakers schreef:

    Hallo loopmakker,
    Mij is 3 weken geleden net hetzelfde overkomen op net dezelfde plek …
    Tot 2x toe zoefde de buizerd rakelings over mijn hoofd…
    Alleen kwam ik van de andere kant en was blijkbaar sneller weg uit het bereik van de mooie maar gevaarlijke vogel.
    Voorlopig maak ik een klein ommetje als ik in de bewuste buurt mijn wekelijkse training afwerk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 reacties op “Servais Halders, sportpersoonlijkheid van het jaar in Voeren”

  1. S. Halders schreef:

    Beste Willy,
    Dit ziet er uit zoals we je kennen, op en top prachtig in mekaar gestoken met oog voor grote en kleine details. Hartelijk dank.
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Faimes (Challenge hesbignon)

zon 21/05/2017 10.15u * Faimes (Challenge hesbignon) * 11,2 km * 00:51:43 * 13 * 70/247 * 8/21 * ♥♥♥♥

De trip naar Borlez, deelgemeente van Faimes, onder de rook van Waremme, houdt voor ons geen geheimen in, vertrouwd als we zijn met de woonplaats van oud-collega Koenraad. De parkeerwachtster vraagt mij om “en épi” (in aarvorm, schuin) te parkeren tussen de lage takken op een boomgaard die dienst doet als parkeerrruimte. Faimes 3 Na veel geschuif en gedraai slaag ik er toch in aan haar wens te voldoen. De inschrijving verloopt vlotjes mede dank zij het métier van gevestigde “inschrijvers” als Etienne Vanderschelden en Jos Biets. Om dit keer met de eindevaluatie te beginnen: ik mag terugblikken op een geslaagde loop. Mijn prestatie wordt echter in de schaduw gesteld door het eerste competitie-optreden van de echte “Etoile de Faimes”, Griet Van Laethem. Zoon Gorik, 10 jaar, haalt met gemak de twintigste plaats in het peloton van 174, maar heeft meer moeite om zijn naam in de uitslagenlijst te krijgen. Probleem met het borstnummer (met ingebouwde chip). Claudy Dechanet lost het probleem in no time op.
De loop is relatief nieuw in het Hesbignon-circuit maar is qua parcours een doorslag van de Hesbignonjoggings met een langere traditie. Voor het eerst lopen we, vanwege organisatorische redenen, op een zondagochtend en voor mij ook voor het eerst, wegens niet aan de start vorig jaar, in zuidoostelijke richting naar Aineffe. Dat betekent al meteen een eerste helling van enkele procenten. Ik loop in het gezelschap van Mario Smolders. De eerste kilometer op de Rue Emile Vandervelde. Dit mag dan wel een landelijke gemeente zijn met een niet-partijgebonden bestuurscollege, het socialisme is ook hier niet veraf. Boven op het eerste plateautje op weg naar Aineffe kunnen we de hartslag even laten zakken. De positiewisselingen zijn eerder schaars. De volledig in het zwart gehulde Philippe Jorissen schuift me wel voorbij. Na een goede 2 km worden we een smal pad ingestuurd tussen de bomen. We blijven allemaal netjes achter elkaar. Ik concentreer me vooral op het ontwijken van boomwortels. Rechts van ons ligt een mooie dreef die naar een kasteel leidt en die nog in de eerste uitgave van de loop was opgenomen. Jammer dat het parcours nu naar de donkere bosrand is verlegd. Na 3 km zijn we terug in het overvloedige zonlicht en kondigt zich de tweede lichte glooiing aan, langs een watertoren die zijn kop uitsteekt in een eenzaam bosje tussen de open akkers. Mario heeft mij intussen laten gaan. Ik vind hem later in de uitslag terug met zijn loopmaatje Roland Vandenborne. Die heb ik zelf voor, noch tijdens of na de wedstrijd gezien. Ik ben intussen Camille Motte voorbijgegaan – Camille is een dame, voor alle duidelijkheid – en zet mijn weg alleen verder op de betonnen ruilverkavelingsweg. Ik laat mijn blik dwalen over de omgeving. Alleen een mesthoop onderbreekt de vlakte van de akkers. Het vlas links en de gerst rechts hebben nog een flinke weg te gaan voor de oogst. Even duik ik onder een gemiddelde van 4’30” op de afdaling naar Vaux. De naam zegt u waarschijnlijk niets. Ik zal uw kennis bijspijkeren: Vaux is een deel(tje)van Vaux-et-Borset, dat zelf weer bij Villers-le-Bouillet hoort. Faimes 2 Belangrijker dan deze administratieve weetjes is hoe het reliëf eruitziet en hoe mijn wedstrijd verloopt. Wel, we nemen hier een scherpe bocht naar rechts en kijken dan aan tegen een forse helling van 400 meter met een piek van 5%. De temperatuur is intussen al flink opgelopen. Het hoogste punt van het parcours (of toch bijna) is ook het warmste punt. Ik kan een tempo van 5′ per km aanhouden. Is dat voldoende om opkomende lopers uit de achtergrond af te houden, vraag ik me af. Ik hoor een achtervolger met forse tred naderen. Is het de man die ik (en de trouwste lezers onder u) al verwachten? Yep, Kris Govaerts is op komst. Met pleisters op de knie en de elleboog – een souvenir van de Condruzien-loop in Modave – en de blik strak naar voren gericht, stoomt hij me voorbij. Van aanklampen is geen sprake, evenmin als in Herk. Ook al heb ik nu meer overschot. Een vijftigtal meter verder moet ik hem al zoeken achter de ruggen van een groepje lopers dat al vanaf km 2 voor me uit draaft. Kris maakt korte metten met het pelotonnetje. In één ruk laat hij het zestal lopers achter zich. Op één man na, Domenico Di Vito. Ik heb hem ook al kilometers in het vizier. Zo’n dertigtal meter voor me. Nog zware benen, vermoed ik, van vrijdagavond in Modave. Maar zijn clubgenoot die plots langs hem opduikt bezorgt hem de prikkel die hij vandaag nodig heeft. Domenico bijt zich vast in het spoor van Kris en volgt elke beweging. “Hij kruipt in je achterzak”. Met dit beeld verwoordt Kris de broederstrijd die ik de volgende kilometer in de verte kan gadeslaan. Op een lichte glooiing moet Domenico zich dan toch gewonnen geven. Zijn veel jongere clubmaat Stefaan Huybrechts krijgt Kris net niet te pakken. Links van me dribbelt Arnaud Renard op het tempo van Sophie Theys. En zo komt een toprunner ook eens in het verslag van een anonieme meeloper.
Het groepje voor me is aan het uiteenvallen. Als laatste loopt Martine Hustings. Voor het eerst in jaren kruisen onze wegen nog eens. Een twintigtal meter voor haar zwoegt (haar vriend?) Philippe Jorissen verder. Ik loop nu ongeveer in zijn tempo maar hem inhalen zit er niet in. We zijn even voorbij kilometer 7. Door de wijziging van het parcours ten opzichte van twee jaar geleden passeren we niet meer voor het stadion van Etoile de Faimes waar ik me door mijn supportersschare wilde laten toejuichen. Ria en Ivo hebben speciaal de verplaatsing uit Bilzen gemaakt om dit spektakel live mee te maken. Maar dat feestje gaat dus niet door.
We zijn het parcours blijkbaar in omgekeerde richting aan het afleggen. Ik weet dus wat me nog te wachten staat. In Les Waleffes – ten noordwesten van Borlez – maken we een brede lus van 2,5 km rond het kasteel. Ik verlies nog een plaats, aan een veteraan 2, Olivier Mahy. Met zijn driekwartbroek lijkt hij me van het kouwkleumige type. Hij gaat me met een fors tempo voorbij maar blijft in de slotkilometers een vijftal plaatsen voor me hangen. De onverharde stroken liggen nu in de slotfase van de loop. De hobbelige veldweg achter het kasteelpark maakt de pijn in de benen alleen nog erger. Volgens Griet heeft men de diepste voren in de voorbije dagen (speciaal voor de wedstrijd?) glad gerold. In elk geval gaan de kilometertijden nu een tiental seconden omhoog. Ik verlies wat tijd achter Roger Van Langeveld die op een lager ritme is overgeschakeld. Hij is een van die competitie-fanaten die geen wedstrijd kunnen overslaan. Dan toch voorbij Roger. Tijd om de aanval in te zetten op Martine Hustings. Eerst toch nog even genieten van de mooie dreef naar het kasteel met de banale naam “Rue de Borlez”. Hierbij een oproep aan de heemkundige kring van Borlez om een passende, adellijke straatnaam voor te stellen. Hoe adellijk ook, de dreef loopt niet echt lekker. Maar ook Martine Hustings draait niet soepel rond. We passeren voor het gietijzeren hekken van het kasteel in Louis XIV-stijl. Het kasteelpark blijft gesloten. De kasteelheren zijn hier meer op hun privacy gesteld dan in de Condroz. Faimes 3 Ik hoor stemmen achter me. Word ik zelf ingehaald? Ja, maar door twee wielertoeristen, de ene in Belgische trui, de andere in regenboogtrui, de eerste dik, de tweede corpulent… Een nieuw knikje, ik versnel en maak een aantal meter goed op mijn voorgangster. Honderd meter verder, een tweede glooiing, ik kom nog dichterbij. Maar in de bocht, bij de laatste bevoorrading die ik oversla, ben ik nog niet voorbij. Dat gebeurt dan toch op de nieuwe strook onverhard die we nu onder de voeten krijgen. De veldweg duurt langer dan ik dacht: 1 km tot we opnieuw op het asfalt komen in Borlez. Niet dat ik aan het verzwakken ben, ik haal zelfs nog enkele collega’s in. Het bord van de elfde kilometer op de Rue Georges Berotte. Vraag aan Koenraad: ” Wie is Georges Berotte?” De finish wenkt. Nog een grasstrook. De zeventigste plaats mag me nu niet meer ontglippen. Voortgestuwd door de aanmoedigingen van niet minder dan zeven fans, scheur ik door de scherpe bocht naar de aankomstboog tegenover de tribune van het nieuwe voetbalstadion. Etienne en Jos brengen me meteen op de hoogte van mijn plaats bij de veteranen 3.
Ik spoed me naar de drankentafel voor een frisse slok. Enkele tellen later is mijn mini-supporterslegioen ook ter plekke om de eerste indrukken op te vangen. Ik kom voorlopig niet veel verder dan wat gehijg. Ivo geeft me meteen een idee van mijn tijd, rond de 51 minuten. Dat is dan toch in elk geval binnen de verwachtingen. De uitslag later bevestigt mijn indruk van tijdens de wedstrijd: niet spetterend, maar degelijk. Ik verlies minder dan een minuut op Kris en op enkele andere bekenden. Ik pols ook even bij mijn leeftijdsgenoten. “Gewonnen?” vraag ik Romain Uitdebroeks. “Maar neen jong, ik ben ook al 65” treurt de Alkenaar. Hij eindigt 4 minuten voor me, enkele seconden achter zijn schoonzoon, Dimitri Driesen. “Niets te doen aan Paul Rihon”. 70 km per week, dagelijks trainingen, versnellingen op woensdag en donderdag. Dat loont, mag ik besluiten nadat ik bij Paul geïnformeerd heb naar zijn weekactiviteiten. “Ook Raymond Demaret is voor me”, gaat Romain verder. Een kleine maand geleden heeft de lange, magere uit Hannut nog de marathon van Annecy op zijn palmares bijgeschreven in 3u12′. De langste onder onze broeders, Juul Kempeneers, schudt het hoofd over de conditie die maar niet wil terugkomen maar de glimlach verliest de Landenaar nooit.
Na de douche in de ruime kleedkamer van voetbalclub Etoile de Faimes, wachten ons nog heerlijkheden als een streekeigen bier, la Grigneuse, en een exotische wok. Jammer dat Ria en Ivo al vertrokken zijn, gebonden door verplichtingen bij de familie… Vastbinder.

(Foto 1 van Marie-Paule: Griet Van Laethem in de laatste rechte lijn en in hoog gezelschap van de burgemeester van Faimes, Etienne Cartuyvels. Foto’s 2 en 3 van Nadine Claessens. Foto 2: Het peloton in de eerste kilometer. Met te veel bekenden om allemaal op te sommen! Foto 3: Na 3 kilometer naast Raphael Depouhon, onbekend maar niet onbemind.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gaat dat zien!

In mijn verslag van de jogging van Bois-et-Borsu was ik nogal sceptisch of we de beelden van de filmers langs het parcours wel ooit te zien zouden krijgen. Ik ben in andere wedstrijden al te vaak op mijn honger gebleven. Wel, de mannen van Quentin Cerfontaine Production hebben een schitterend werkstuk afgeleverd. Leuk dat ik zelf enkele keren in beeld kom. Het bewijst nogmaals dat het niet altijd de beste paarden zijn die de haver krijgen. Ook een pluim voor de ploeg van Manu Huet die van de jubileumuitgave een succes hebben gemaakt!

Dit is de link naar de youtube-film.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *