Tihange (Challenge condruzien)

zon 25/03/2018 10u15 * Tihange (Challenge condruzien) * 11,3 km * 01:07:26 * 11,3 * 126/370 * 1/6 * ♥♥♥♥

Het is vroeg dag in Tihange als we om kwart over tien op gang worden geschoten. Door de verandering van uur lijkt het even voorbij negen. Het is nog fris maar de zon gaat zich dadelijk van haar beste kant laten zien, zoveel is zeker. We zijn vertrokken voor meer dan een uur klimmen en dalen in de bosrijke omgeving van het dorp in de Maasvallei dat beheerst wordt door de koeltorens van de beruchte kerncentrale. Een zevende van het deelnemersveld klaart de klus binnen het uur. Door de lussen in het parcours kunnen we die snelle jongens en meisjes zelfs even in actie zien vanuit de achtergrond. De omloop leidt door niet minder dan vijf kasteelparken. De meeste privé en speciaal voor deze loop opengesteld. De route loopt voornamelijk door het bos, hier en daar afgewisseld met een strook asfalt. Een vijver en een beekje maken het bucolische plaatje af. Om van al dat fraais te genieten, beschik je het beste over een degelijke conditie. Voor wat hoort wat… Het hoogteprofiel vertoont twee bulten. Dat betekent op de relatief lange afstand van 13 km lange klimmen en lange afdalingen met deze nuance dat je vanwege de ondergrond en de vaak smalle en bochtige paden de “verloren” tijd in het klimmen nooit kan goedmaken bergaf. Dit is de condruzien “par excellence”.

Lees verder →


Na nauwelijks 200 meter lopen we al het eerste kasteelpark in. Het vlakke lusje rond het kasteel op een zachte ondergrond biedt me meteen de gelegenheid de benen te strekken. En ik voel dat het goed zit, nu nog 13 km volhouden… We lopen even terug in de richting van de startplaats, maar al snel worden we de hoogte opgejaagd. Na 500 meter heb ik Michel Mancini al te grazen. Een scherpe bocht aan de poort waar we daarnet het park zijn ingedraaid is het begin van een helling die almaar moeilijker en drassiger wordt. Tihange 1 Maar op het einde van de smalle gleuf, na 1,3 km, hebben we eigenlijk al de modder voor vandaag gehad. Het blijft echter klimmen, deels op het asfalt, deels op onverhard of een ondergrond die niet goed weet te kiezen tussen de twee. Tussen het gehijg en het getrappel hoor ik plots een metalen Engelstalige vrouwenstem. Een collega is onderweg met een sprekende afstandsmeter. De eerste bult hebben we nu achter ons.
We zijn drie kilometer ver… en hebben al een jasje uitgedaan. Een enorm Boeddhabeeld staart ons aan als we door het park van het Château du Fond L’Evêque lopen. Boeddha staat daar niet zomaar. Google maar eens “Tibetaans instituut Hoei”. Maar we moeten verder. “Kom op Willy, dalen nu” moedigt Armand Pirotte me aan. Hij heeft zich daarnet even omgedraaid om te zien wie hem daar als een schaduw volgt. Ik loop al een kleine kilometer achter hem aan. Dat lijkt een strategie maar is gewoon toeval. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, hoewel, zoals vorige week in Berloz, Armand net dat tikkeltje meer kracht in de benen lijkt te hebben. Met al die sympathisanten is het al wat gemakkelijker, plaag ik hem. Ik ken vooral het parcours, is het antwoord. “Bien gérer”, goed indelen, is het belangrijkste, aldus mijn mentor van de dag. De route leidt ons over een ruim grasperk naar het Château de Bonne Espérance. De kasteelheer (?) heeft zich voor zijn kasteel in een gemakkelijke stoel geïnstalleerd om ons gade te slaan. Een dikke honderd meter voor mij moet hij daar Eric Martin gezien hebben. Op de Rue du Petit Bois, op asfalt van het betere soort, gaat het zo’n 400 meter weer flink omhoog. We zijn nog maar aan km 5 en het doet hier al flink pijn. Ik laat enkele meters op Armand die boven op me wacht – zo lijkt het althans – en we zetten samen de afdaling verder. We houden er een flinke vaart in op weg naar een viaduct. Er zijn er die dat nog sneller doen, we leveren enkele plaatsen in aan jongere elementen. Opletten dat ik niet in een beekje tuimel. Gelukkig is het “brugje” breed genoeg, ook voor stijve harken als ondergetekende. Ik sla de bevoorrading over. Die is strategisch opgesteld aan een knooppunt van een lus van 2,7 km. In Tihange houden ze wel van kronkels, er zitten er vijf – kleine en grote – in het parcours.
We zijn nu op het laagste punt van het parcours, dat is dus in de Maasvallei. De koeltorens van de kerncentrale doemen dreigend voor ons. Ze spuwen witte damp in de staalblauwe lucht, een indrukwekkend schouwspel dat ik voor het eerst opmerk in mijn derde deelname. Dat is nochtans het traditionele parcours, verzekert Armand me. Kasteel 4 komt eraan. Het Château de la Neuville en zijn voornaamste attractie – voor ons alleszins – de koestal. Speciaal voor ons is er vers stro gelegd op de betonvloer om niet uit te glijden op de… Een condruzien zonder doortocht door een hoeve is als een dame blanche zonder slagroom. De passage door het Centre de Formation continuée zou hier onvermeld blijven als niet een van de lopers voor me haast een aantal verkeersborden had omgelopen. Kosta Sifakakis draait zich op het verkeerde moment om maar weet het obstakel nog nipt te vermijden en kan zonder kleerscheuren verder. Goed voor hem of hij had thuis niet kunnen vertellen dat hij twee plaatsen voor mij geëindigd was. Even verder kruisen we de lopers die al een kilometer meer achter de hielen hebben. Die afstand ben ik achter op José Lemos-Cruz… en voor op de nummer 3 van mijn categorie, Paul Delaitte.
Ik neem toch een slok bij de tweede passage aan de bevoorradingstafel en begin met enige angst aan een steile helling op een ondergrond van stenen. Hier heb ik daarstraks de eerste twee van de race zien voorbijkomen. De grimas op het gezicht en de ongemakkelijke foulée van de tweede Stephen Radelet beloven niet veel goeds. Ik kies mijn eigen tempo in de hoop niet compleet stil te vallen. Na een scherpe bocht neemt het stijgingspercentage wat af en kan ik een redelijk tempo onderhouden. Het RFC Liège-clublid Pauline Seldeslachts – even blond als jong – die we rond km 5 hebben ingehaald, heeft blijkbaar goed gedoseerd en gaat ons weer voorbij. Nu, ze zal het parcours wel kennen en heeft, te horen aan de herkenningskreten langs de weg, hier alleszins heel wat supporters. Angélique Heindrichs verliest dan weer enkele plaatsen.
We zijn intussen 10 kilometer ver. Net hier waar je naar het einde snakt hebben ze boomwortels op de route uitgestrooid. Dat zijn kwelduivels voor mijn spieren. Armand neemt een kleine voorsprong. Ik denk dat het moment van het afscheid is aangebroken. Maar na een tweehonderdtal meter kom ik toch weer beter in mijn ritme en sluit ik weer aan. Armand merkt dat ik weer in zijn spoor zit en vindt dat blijkbaar OK. Ik heb al vanaf het begin van onze gezamenlijke tocht de indruk dat hij op mij wacht. Al ontkent hij dat na de finish. Het bospad wordt nog smaller en hobbeliger. Maar opgejaagd door de adrenaline en de lopers achter je blijf je tempo maken. Vanachter mijn rug roept Armand me toe dat hij dadelijk zijn duizendste wedstrijd beëindigt. Ik moet de felicitaties tot straks uitstellen, geconcentreerd als ik ben op deze enerverende strook. Na een korte maar hevige afdaling – “ik kan niet meer stoppen” hoor ik een loper achter me, naast me en voor me (ik heb het over dezelfde loper) – zijn we verlost van de ellende. De moeilijkste 2,5 km van het parcours, althans voor mij. Tihange 2 Noël Heptia, daarentegen, leeft zich uit op dit soort paden. We zullen ons dadelijk afvragen of we de Seraingrunner daar voor ons uit zien. Maar hij heeft een gat geslagen geslagen van 2 minuten en staat al in de zon te blinken als wij binnenlopen. Maar zo ver zijn we dus nog niet. Eerst nog een afdaling op het asfalt. “Geen péket voor mij”, antwoordt Armand de opgewonden dames die hem en de andere deelnemers een glaasje likeur aanbieden. “Ik moet Willy volgen”. Humor heeft de nieuwbakken Hutois nog over, lucht wat minder. Want, gek genoeg, Armand schijnt het moeilijk te hebben om mij te volgen. Ik heb het ritme opgeschroefd en Pauline weer ingehaald. Ik geef ook het tempo aan in de afdaling door het park van het Château Poswick (te koop, voor de geïnteresseerden), daarbij uitkijkend om mijn enkels niet te verstuiken op het ongelijke pad. Nog even over kasseien en door de poort. We gaan hier toch niet sprinten, bedenk ik en laat Armand langs mij komen. Die heeft het ook zo begrepen en we overschrijden samen de streep. Zij het met enige vertraging om Frédéric Robinet de kans te geven de finish van de duizendste van Armand vast te leggen. Mijn gezel kan het niet laten om na de aankomst nog wat zout in de wonde van Michel Mancini te wrijven als hij hem langs zijn neus weg zegt dat hij haas heeft gespeeld voor mij. Michel is er nog mee weg ook…
De laatste moeilijkheid van de dag moet nog komen, de prijsuitreiking. Ik weet uit ervaring dat het hoogste schavotje hier erg hoog is. Als veteraan 3 had ik in een ver verleden al eens de eer hier te staan. Hoogtevrees en een licht verdoofd rechterbeen (die hernia wil er niet meer uit) zijn de verklaring van mijn onzekere houding. De speaker geeft me met zijn arm wat extra stabiliteit. Hij doet dat met de nodige discretie zodat mijn gewiebel hopelijk niet op de foto’s te zien is. We kunnen jammer genoeg niet lang genieten van het zonnetje op het voorpleintje van het Gymnase. Een afspraak roept ons terug naar Riemst.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Het eerste kasteel op onze “Tour des Châteaux”. Foto 2: Met Armand Pirotte onder de poort van het laatste kasteel, net voor de aankomst.)

← Toon minder

Eén reactie op “Tihange (Challenge condruzien)”

  1. S. Halders schreef:

    Goed zo Willy. Goeie kastelenloop !
    Proficiat met je nieuwe overwinning.
    Nu wordt het tijd voor een confrontatie met de Vét.4 leider bij de CJPL.
    Gr.
    Servais

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Berloz (Challenge hesbignon)

zon 18/03/2018 10u15 * Berloz (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:52:21 * 12,5 * 98/240 * 1/5 * ♥♥♥♥

De IPICO-chip zit vast onder mijn veters, ik ben klaar voor mijn eerste Hesbignon-loop van het seizoen. Of nog niet helemaal. Ik twijfel nog over mijn kleding vanochtend. Daar is ook alle reden toe. De siberische koude stelt ons voor een moeilijke vestimentaire keuze. Onder mijn mutsje heb ik een bandana om mijn oren te beschermen. Ik trek dan toch maar mijn windvestje uit om geen ingepakt gevoel te hebben in de windvrije zones. En houd mijn lange trainingsbroek aan. Er zijn toch nog een twintigtal vertrekkers in korte broek. Een enkele jonge (en hopelijk) snelle deelnemer loopt zelfs in singlet. Ieder heeft zijn eigen, soms opvallende keuze gemaakt. De passage van de lopers op de eerste helling, vastgelegd door Nadine Claessens, lijkt wel op een modeshow van winterse sportkledij.
Het deelnemersaantal van 240 bewijst alleszins dat de koude niemand uit Berloz heeft weggehouden. Atletiekclub Alken heeft weer zijn zonen en dochters uitgezonden. Drie van hen – als ik goed heb geteld – gaan ook met prijzen naar huis. Martine Sobkowiak en Femke Driesen, tweede en derde bij de seniores dames. En Peter Bellen, tweede bij de veteranen 1. Bij het lezen van de uitslag achteraf ben ik verbaasd enkele namen van bekenden terug te vinden die ik nergens heb opgemerkt. Wie ik wel zie, althans voor de start, is Mario Smolders. Hij torent uit boven de dichte rijen voor me. Een start-schot, -bel of -fluitje horen we niet in het tweede deel van het peloton. Wanneer we de rijen voor ons in beweging zien komen, gaan we er maar achteraan. Jogging is geen ingewikkelde sport.

Lees verder →


Mijn voorbereiding op deze loop ben ik enkele dagen geleden al begonnen… met het lezen van mijn verslag uit 2014. Daar mag, zoals vaak, veel flauwekul in staan, voor mij was het een leerrijk document. Ik lees dat een te snelle start op de eerste klim mij toen de hele wedstrijd parten heeft gespeeld. Berloz 1 Die fout wil ik dit jaar niet meer maken. De helling in kwestie begint na 600 meter. We zijn dan het dorp al uit en ik ben Michel Mancini al voorbijgelopen. Die houdt het vandaag bij een kalme start. Een koude omgeving is niet echt zijn geliefkoosde biotoop. De eerste helling steekt zich niet weg. We zien meteen hoelang de klim duurt en welk percentage we voor de voeten krijgen. 700 meter en zo’n drie percent. Armand Pirotte – hij verafschuwt de koude, vertelt hij me voor de start – gaat me hier nochtans voorbij. Ik hou reserves, in het gezelschap van Stéphane Riga, zoals Armand ook van Hoei, en een veteraan 1 met wie ik toevallig bij de opwarming heb kennis gemaakt, Dominique Vanderwaeren van Landen. Drie moedige en koudebestendige fotografen nemen het al uitgerekte peloton in het vizier.
Na 1,3 km zijn we boven en draaien we linksaf, nog steeds op een ruilverkavelingsweg. De oostenwind blaast hier pal in het gezicht. En snijdt door merg en been. Deze twaalfhonderd meter rechtdoor in het open Haspengouwse veld op het hoogste punt van het parcours moet de koudste strook zijn die ik ooit in competitie te verwerken heb gekregen. Ik merk dat ik langs Stéphane Riga loop. Beiden in de wind, dus. Wellicht is het ietsje makkelijk achter de rug van de lange Stéphane. Maar de genadeloze wind weet me ook hier te vinden. Het bord “Berloz” kondigt het einde van de glaciale verschrikking aan. Even verder draaien we weer linksaf, richting het dorp. Op de licht dalende weg tegen een helling aan zijn we beschut tegen de sadist uit het Oosten. We maken een kronkel door het dorp waar enkele supporters langs de weg staan. Ik merk Marie-Paule op en wijk op de brede weg naar rechts uit om beter op de foto te staan. Ijdelheid is een van mijn vele ondeugden. Dominique volgt mij maar vraagt zich waarschijnlijk af wat de bedoeling is van mijn manoeuvre. “Voor de foto” roep ik hem toe. Als die dat gaat vertellen in Landen… Na een kruispuntje en een blinde bocht brengen twee lange rechte wegen, samen ongeveer 1 km lang, ons naar de spoorweg en de autoweg die hier parallel lopen. Ik ben nog steeds in het gezelschap van Stéphane en Dominique. Voor de eerste plaats in mijn leeftijdsklasse zit ik gebeiteld. Vorige week heb ik nog enige reserve aan de dag gelegd, maar vandaag wil ik voluit gaan. Ik zou wel zin hebben gehad in een robbertje met Juul Kempeneers maar die is wegens ziekte thuis gebleven (info van Dominique). Mijn focus gaat nu uit naar Armand Pirotte die me in het begin van de wedstrijd is voorbijgegaan maar niet echt afstand kan nemen. De temperatuur is hier draaglijk, alleen hebben Stéphane en ik wel last van snot. Dat ik al wat makkelijker kwijtraak dan Stéphane die voortdurend met een papieren zakdoekje in de weer is. We verlaten even het beton voor een strook onverhard in een parkje langs de autoweg. “Onverhard” bij manier van spreken, want de ondergrond is natuurlijk beenhard. Philippe Gheury is intussen komen aansluiten. We draaien samen onder het autowegviaduct door onder het goedkeurend oog van Fernand Schosse, trainer van Seraing. Voor Corswarem draaien we linksop, richting Rosoux. Een smalle passage tussen twee rijen boompjes zorgt voor variatie in het stratencircuit. We komen dus net niet in het dorp aan wie “PH”, Paul-Henri Corswarem (23ste vandaag), zijn naam dankt. Dominique heeft intussen moeten afhaken. Ik ga verder met Stéphane op jacht naar Armand. Al vermoed ik dat mijn gezel van het ogenblik niet zo gefixeerd is op zijn teamgenoot Armand als ik. Ik ben nu op een vijftal meter genaderd op het groepje met Armand. Philippe Gheury heeft ons achtergelaten en zit nu ook in het groepje van Armand. Berloz 2 Het parcours golft zachtjes op en af. Op een van die glooiingen blijft Stéphane achter, zonder dat ik er aanvankelijk erg in heb. Armand heeft intussen in de smiezen gekregen dat ik hem op de hielen zit. Hier – we zijn bezig aan de zesde kilometer – heb ik een vrij uitzicht op de rij lopers voor me. En probeer ik antwoord te vinden op de prangende vraag waar Mario Smolders wel mag uithangen. Ik voel dat ik nog een versnelling aankan in de volgende kilometers om hem alsnog in te halen. Maar geen Mario te zien, zover mijn oog reikt. De flyby (vergelijking) op Strava zal me wijzer maken. Mario is sneller gestart en, op het middenstuk na, sneller onderweg. Gewoon beter dus. Maar is dat Noël Heptia niet, daar wat verder in het rood? We draaien een smal graspad in, bezaaid met dode bladeren. En stel de vraag aan Armand, nu vlak voor me. Ik denk het wel, is het antwoord. Op hetzelfde pad dat nu weer stijgt kom ik snel dichter. We passeren de kerk van Rosoux en maken een bocht, een langgerekte U, in het dorp. Voor de rotonde, op het eerste been van de U, ga ik de veteraan 2 uit Ivoz voorbij. Hij trekt wat met het rechterbeen, merk ik op. Zijn korte broek was me al vroeger opgevallen. De overige posities veranderen nauwelijks. Armand en Philippe spelen enkele keren haasje over. Telkens de weg licht oploopt merk ik dat Armand sneller in het juiste ritme zit. Met dank aan de 1500 meter-trainingen op de Hoeise atletiekbaan. Een keer kom ik met een korte versnelling naast hem. Alweer nadat ik een fotograaf naast de weg zie. Nu maar hopen dat Louis Maréchal zijn objectief op ons heeft gericht. Misschien heeft hij meer oog voor de gracieuze armbeweging van Bernard Dubois die we net hebben ingehaald. Bernard neemt Françoise Debaty (tweede a2) op sleeptouw. Samen met Carine Munaut doen ze na de wedstrijd nog een uitgebreide cooling-down. Some like it cold… Na dat intermezzo neemt Armand opnieuw zijn 2 meter voorsprong. Rond km 8 worden we weer een smal pad ingestuurd. De mevrouw seingeefster geeft met een duidelijk gebaar de richting aan. Een model in het genre. Het is het moment om de prijs voor de man van de wedstrijd toe te kennen. Die gaat niet naar één man of één vrouw maar naar alle vrijwilligers-seingevers die op deze gure ochtend zo’n anderhalf uur de koude hebben getrotseerd om ons de gelegenheid te geven onze lievelingssport te beoefenen.
Vanuit Rosoux gaat het opnieuw oostwaarts naar de finish. De wind heeft hier weer vrij spel. Veteraan 1 Philippe Masset maakt gebruik van de korte klim naar de autowegbrug om me weer voorbij te gaan. De korte afdaling biedt weinig soelaas want daar doemt een nieuwe helling op, 500 meter rechttoe rechtaan naar de rand van het dorp. Armand toont meer souplesse en neemt een vijftiental meter voorsprong en haalt ook weer Philippe in. Ik vecht alleen in de wind tegen het groepje voor me. Ik kan met de nodige taaiheid de schade beperken. Uit de achtergrond snelt senior Mark Groffi mij en nog 5 collega’s voorbij. Indrukwekkend maar te laat voor een spraakmakende uitslag. Mijn ogen lijden onder de ijskoude bries. Mijn zicht is zowaar wat troebel geworden als ik rechtsaf sla richting finish. We hebben overigens nog twee bochten en een kilometer te gaan. In die kilometer laat Philippe het duo Pirotte-Masset achter, consolideert Armand zijn voorsprong op mij en loop ik nog mijn snelste kilometertijd. Ik blijf uit de greep van een snel naderend geel gevaar achter mij. Een jong manneke dat god weet waar vandaan komt (van de 5 kilometer-loop?) zet een furieuze spurt in langs mij maar moet vijftig meter voor de streep uitgeput naar adem happen. Een degelijk gemiddelde, een plaats vlak achter veteraan 2 Armand, meer moet dan niet zijn. Of toch, een warme douche.
De barre omstandigheden hebben ook de organisatoren een loer gedraaid. De doucheverwarming laat het afweten en het toilet is vastgevroren. Het ongemak treft echter alleen de dames. In de mannenkleedkamer, gehuld in een mist van waterdamp, is de douche zelfs zo heet dat alleen doorwinterde sauna-gebruikers zich onder de straal wagen.Berloz 3 Ook onder de tent is het kouwkleumen in afwachting van de prijsuitreiking. Beschouw deze beschrijving niet als botte kritiek op de organisatie. De omstandigheden waren wel echt extreem. Ook in de tent was er een kacheltje en een warmteblazer. Te weinig, maar mag je van een vrijwilligersinitiatief en voor een inschrijving van 5 euro meer eisen? Trouwens volgend jaar beter, belooft organisator Alain Happaerts. De eindbalans in de beoordeling valt overigens positief uit met prijzen voor de eerste drie van niet minder dan 16 klassementen. En een tombola. Tussen de sterke prestaties vallen mij vooral de chrono en de totaaluitslag van Raymond Demaret (v3) en Anne Kerens (a2) op. En de comeback van Max Knapen, tweede veteraan 2. Beladen met fruit en afgeleide producten – voor de gezonde appetijt – zoeken we de thuiswarmte op.

(Foto 1 van Louis Maréchal: Enzo Noël overvleugelt het peloton. Foto’s Marie-Paule: Foto 2: Na 3 kilometer voor Dominique Vanderwaeren en Stéphane Riga. Foto 3: Voor de liefhebbers van podiumfoto’s. Links op het podium: Michel Mancini. Rechts: Mauro Calogero.)

← Toon minder

6 reacties op “Berloz (Challenge hesbignon)”

  1. S. Halders schreef:

    Beste Willy,
    Daar hebben we inderdaad foto3. Daar is toch niks mis mee,
    weer die eerste plek. Dat mag door iedereen gezien;
    Gr.
    Servais

    • willy schreef:

      Voor de collega-lopers, zeker. Mensen die niets met (competitie)lopen hebben, val ik daar niet mee lastig. Dat komt dan lichtjes belachelijk over. Hetzelfde voor mijn verslagen: hopelijk leuk voor sympathisanten. Buitenstaanders zouden dat wel eens te serieus kunnen opvatten.

  2. Mario schreef:

    Knap verslag Willy.
    Eindelijk ben ik er nog eens in geslaagd van voor je te eindigen 🙂
    Misschien door het feit dat we minder opvallend zijn sinds we niet meer in het fluo geel lopen.
    Tot zondag in Tihange ?

    • willy schreef:

      Je kledingkeuze, zwart (heb ik achteraf op de foto’s gezien), was een goede tactische zet:) In elk geval, sterk gelopen. Nu zal je zondag in Tihange moeten bevestigen. Hopelijk kan ik je daar tenminste zien!

      • Mario schreef:

        Zondag verwacht ik alvast zeker niet voor je te eindigen.
        De wegen in Tihange zijn wat zwaar voor mijn logge lichaam 🙂
        Tot zondag !

  3. Wim Meyers schreef:

    Dag Willy

    De lente is pas begonnen en je staat alweer op het hoogste schavotje, proficiat! Het belooft een mooi loopjaar te worden voor jou!!

    Groeten,

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Neupré (Challenge condruzien)

zon 11/03/2018 10u30 * Neupré (Challenge condruzien) * 10,7 km * 00:56:34 * 11,3 * 151/500 * 1/7 * ♥♥♥♥

Het is een indrukwekkende groep die om half elf de straten van Rotheux overspoelt. We zijn met 500 in Rotheux, deelgemeente van Neupré, de poort van de Condroz. Het gaat bergaf: niet alleen het aantal, ook de snelheid maakt indruk op de toeschouwers langs de weg waaronder Marie-Paule en Liesbeth, mijn twee fans. Neupré 1Ik probeer al meteen wat achterstand in te halen op de langzamere lopers die een beter plaatsje wisten te bemachtigen bij de start. Mijn schoenen kletteren op het beton. Ik heb in laatste instantie mijn trailschoenen aangetrokken, in navolging van Kris en Maja, die dat op hun beurt deden op advies van de manitou van het joggerswereldje van deze regio, Gaetano Falzone. Ik ben Roland Vandenborne al voorbijgegaan. Ik heb het raden naar de plannen en de conditie van de Truienaar. Mario Smolders hoor ik even later als hij de aanmoedigingen van mijn supporteressen ondersteunt met een luide schreeuw “allez Willy”.

Lees verder →


Het is nog even vlak tussen de huizen en dan krijgen we weer een flinke duik waar ik even onder de 4′ per km geraak. Voor de wedstrijd heb ik geruchten opgevangen dat het parcours zou gewijzigd zijn (in vergelijking met 2015, mijn laatste deelname). Maar Stefan Meekers, naast me, ziet geen verschil met vorig jaar. Hij schuift enkele meters van mij weg in de afdaling maar in de donkere Rue du Moulin waar de weg weer omhoog gaat moet hij zijn voorsprong weer inleveren. We zien de laatste 600 meter asfalt voor ons liggen: een stijgende rijweg. Die leidt naar een hoeve waar de echte Condruzien in het bos kan beginnen. Ik heb hier een ruime uitkijk op het flink uitgedunde peloton voor mij. Mijn interesse gaat uit naar het rode shirt, zo’n twintigtal meter voor me, dat van Michel Mancini. Dat is het voordeel bij de veteranen 4: je hebt maar enkele concurrenten in het oog te houden. Paul Delaitte ben ik al in de straten van Rotheux voorbijgegaan. Alleen Michel loopt nog voor me uit. Ik maak van de klim gebruik om in zijn spoor te komen. Aan km 3, waar we het boerenerf oplopen, is het zover. Neupré 2 Niet voor lang want Michel blijkt de hobbelige weg naar de hoeve soepeler af te lopen en blijft ook op een nieuwe afdaling dwars door een weide van jetje geven. We draaien rechtsaf een smal pad in. Ik blijf voorlopig achter Michel die trouwens flink blijft doorpezen. In ons gezelschap loopt ook aînée 2 Monique Kéris. Ik wil haar niet hinderen in haar offensieve drang en laat haar voorgaan. Onderweg worden we aangemoedigd door Rosario Ilardo. “Geblesseerd?” informeer ik, maar zijn antwoord maakt me niet veel wijzer. In elk geval, door zijn luide aanmoediging aan mijn adres vrees ik dat Michel nu weet dat ik niet ver achter ben. Ik had het eigenlijk wat stiekemer willen spelen.
Ik herken dan toch een stukje van het parcours als we een brede bocht maken aan een ven. We moeten hier op het laagste punt van de ronde zijn, ongeveer halfweg. De afdaling – hier en daar in de modder – is achter de rug en heb ik dank zij mijn aangepast schoeisel zonder problemen kunnen afwerken. Vanaf hier blijven de bospaden in stijgende lijn gaan tot aan de rand van het dorp, op een kilometer van de streep. Ik ben nu weer vlak achter Michel. Ik heb voorlopig geen idee of hij mij in de smiezen heeft. Ik wacht op het geschikte moment en een beetje ruimte om voorbij te gaan. Als dat dan toch gebeurt, blijkt hij me toch al herkend te hebben. De klim, van in het totaal 1 kilometer, gaat voor de laatste 400 meter over het gloednieuwe asfalt van de Rue de Berleur. In de haarspeldbocht naar de rijweg kijk ik even achterom en zie dat Michel al meteen een veertigtal meter afstand heeft opgelopen. Op de smalle strook achter de kegeltjes die voor ons is voorbehouden zit ik plots vlak achter André Piron, een veteraan 3 van Seraing. Ik heb hem al enige tijd in het vizier maar ik heb me voorgehouden in deze wedstrijd niet achter elke bekende en onbekende aan te gaan. Op de smalle loopstrook zit ik zelfs zo kort achter hem dat ik enkele keren verrast word door de kegeltjes en een kleine uitwijkbeweging moet maken. Seingever Croce Falzone stuurt ons opnieuw een bosweg in, wenst ons “courage” en kondigt meteen de bevoorrading aan. Ik houd het bij een klein slokje. André Piron en Monique Kéris nemen wat meer tijd maar zullen hun verloren positie snel weer goed maken. Voor ons ligt het château d’Englebermont te schitteren, midden in de natuur. Het pad door het kasteelpark is even wat breder dan de smalle boswegeltjes waarover het parcours voornamelijk loopt.
We zijn bezig aan een prachtig rondje door de Condroz in voorjaarstooi. Een voorwaarde om volop van al dit moois te genieten: een goede conditie en vandaag de juiste schoenen. Ik beleef alleszins een van mijn betere dagen. Ik ben net op tijd hersteld van de overdaad aan kilometers in de eerste dagen van vorige week. Intussen ben ik genaderd op een groepje met Marcel Baeckelandt. Serge Gillet ben ik al voorbijgegaan. De minnestreel (hij dankt die eretitel aan zijn kapsel) is de vader van winnaar Geoffray. Maar hij mist duidelijk nog wat kilometers in het begin van het seizoen. Op de foto hierboven heeft u al gezien dat de zoon al in blakende conditie verkeert.
In de zevende kilometer wacht weer en lange en bijwijlen pittige helling. Ik wroet me naar boven kort achter André en Monique. Op een plateautje krijgen we plots een vreselijke kasseiweg onder de voeten. Is dit ook een chaussée romaine? De stenen zijn in elk geval even puntig en gemeen. “Miserie, miserie” grijns ik in het voorbijgaan naar Marcel Baeckelandt. Die loopt hier op reserve. Volgende week gaat hij even de Petit Ballon beklimmen in de Elzas. De kleine trail, slechts 27 km… Twee veteranen 1 van Seraing gaan me met een stevig tempo voorbij. Even verder staat een van de twee stil, te wachten op zijn maat die op een akker zijn blaas ledigt. Neupré 3 Het zijn de heren Campeggio en Cinquina, bezig aan een ontspannend zondagochtendloopje.
Aan km 8 komen we weer even in de bewoonde wereld. Dan draaien we weer rechtsop voor een nieuwe klim in het bos. Ze hebben de steilste helling precies bewaard voor het laatste deel. Ik verlies wel een plaatsje maar haal andere lopers voor me dan weer in. Eens boven hebben ze dan weer de modderigste passages voor ons in petto. Ik heb hier verkend samen met Noël Heptia en ben dus voorbereid op wat komt. Is dat trouwens Noël niet die ik daar in de verte zie? Met zijn lange witte benen op de grasstrook links van het pad, zoals hij vooraf had gezegd. Dat is ook zo, blijkt na de aankomst. Hij eindigt 20 seconden voor me. En Kris Govaerts, vraagt de trouwe lezer zich nu af. Wel, die heb ik alleen voor de start (en na de aankomst) gezien. Het heeft bijna drie jaar geduurd maar eindelijk kan ik Kris nog eens kloppen. De smaak van deze overwinning smaakt nog zoeter dan de beste champagne.
Maar de wedstrijd is nog niet afgelopen. Verder met het verslag. Ik besluit dan toch een aanval in te zetten op André Piron. In een met waterige smurrie verzopen bocht ben ik al voorbij en verlaat ik het bos onder het oog van fotografen Jo Defère en Louis Maréchal. De laatste kilometer op het asfalt. Dit lijkt wel Angelique Heindrichs die hier voor me aan het zwoegen is en zich zelf oppept. Na de hellingen en de modder in de laatste 2 km reageren de spieren niet meer ogenblikkelijk op het bevel van de hersenen om weer meer snelheid te maken. Ik geraak dan toch weer op gang, voldoende om Angelique voorbij te gaan. Monique heeft wel nog de soepelheid om te versnellen in de laatste 300 meter. Ik haal nog even de 15 per uur in de laatste rechte lijn terwijl ik de onvoorspelbare bewegingen van enkele loslopende kinderen in de gaten hou. Toch duikt er plots nog een woelwater voor me op aan de rechterkant. Ik kan net een valpartij (en een kindermoord) vermijden en beëindig ongehavend en met een uitstekend gevoel de streep van de Neupréenne.
Neupré 4 De infrastructuur hier in Rotheux biedt de ruimte en het comfort om een grote massa lopers te ontvangen. In de hal zwengelt Gaetano Falzone het enthousiasme voor het tienjarig jubileum nog wat aan. Twee collega’s – Baudouin Fastré en de onvermijdelijke Mauro Calogero – hebben alle tien de lopen meegedaan en worden letterlijk met geschenken overladen. In ons gezelschap aan de tafel vallen we met drieën in de prijzen. Jean Tempels wordt tweede bij de veteranen 2. Op de laatste helling in het bos heeft hij Antonino Diliberto uit Crisnée moeten laten gaan. Maja Van Zand heeft wel een nieuwe concurrente, Myriam Jungblut, maar blijft afgetekend op nummer een. En uw dienaar vindt op het hoogste trapje van het podium troost voor de last van de voorthollende jaren. We krijgen een bijzonder fraaie kistje met accessoires voor fijnproevers en uiteraard een fles wijn.

(Foto’s Marie-Paule en Carine Heyne. Foto 1: Geoffray Gillet heeft maar enkele honderden meters nodig om zijn overwicht te bewijzen. Foto 2: Michel Mancini, met baardje. Foto 3: De voorlaatste bocht voor Angelique Heindrichs. Foto 4: Mauro Calogero en Baudouin Fastré, de trouwste Neupréens.)

← Toon minder

2 reacties op “Neupré (Challenge condruzien)”

  1. S. Halders schreef:

    Proficiat Willy,
    Ik lees dat je de goede (oude) benen weer te pakken hebt.
    Een wedstrijd uitlopen met een goed gevoel geeft achteraf altijd een
    grote voldoening/tevreden gevoel.
    De mooiste foto heb ik echter op facebook moeten vinden :
    een mooi podium met Willy in het midden.
    Doe zo voort, zeker nu je de goede conditie te pakken hebt.
    Gr.
    Servais

  2. liesbeth schreef:

    Proficiat Willy !
    En de “after party” pain saucisse was ook heel lekker

    Liesbeth

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bokkensprongen

…maakte het weer in de voorbije (trainings)week. Na de bijtende kou van de eerste dagen leek het gisteren wel lente. Alleen had ik dat wat te laat door en vertrok ik met te warme kleding. En was ik opgelucht dat ik na vijftien kilometer mocht …afkoelen. Ik was in het gezelschap van Wesley Serrano die op zoek is naar kilometers in het vooruitzicht van de halve marathon van Visé. Wesley mag dan voorlopig nog niet mijn kilometersvolume in de benen hebben, hij steekt me wel naar de kroon in oriëntatievermogen (vastgesteld in Wegnez) en observatievermogen. In Klein-Ternaaien merkte hij zelfs een pakje wiet op de weg op. Zelf heb ik het niet gezien. Stuur me dus geen mail met de vraag op je ook iets mag hebben. In elk geval maakt de vondst nog eens duidelijk dat de weg Ternaaien – Maastricht (deel uitmakend van “Groet um”) niet alleen een route is voor langeafstandslopers. Een andere Mergelloper, niemand minder dan de voorzitter Francis Loyens, maalde dan weer 26 km af in het open veld tussen Valmeer en Vroenhoven. Met een marathon, ook in mei, als doelstelling.
Nog even terug naar Siberië. Op dinsdag was ik bij een temperatuur van min 2 graden op pad langs het kanaal naar de sluis en de brug van Ternaaien. ik kwam er een jonge man tegen in korte broek. Ieder zijn uitdaging. Mijn wereld was op maandagochtend op een klein uur tijds plots wit geworden. Niets weervoorspelling, het kwam zomaar uit de lucht gevallen. Intussen weten we dat het sneeuwpakket door het Duitse koerierbedrijf “Ruhr Express” werd afgeleverd. En het was echt “mijn” wereld. Want 2 kilometer van thuis was er geen sneeuw te bespeuren. Jean-Pierre Immerix van Veldwezelt viel uit de lucht toen ik hem vertelde dat ik op woensdag op Caestert met Servais Halders anderhalf uur door de sneeuw had gedokkerd.
Geen bokkensprongen voor de deelnemers aan de Vijf uur van Stein (Nederlands-Limburg) zondagmiddag. Daar is net geen tijd voor als je in vijf uren zoveel mogelijk kilometers wil afleggen. Dat moet gebeuren op een rondje van 2,5 km. Ieder zijn afwijking…
Zo, ik kan dus ook nog korte stukjes schrijven. Hopelijk stel ik hiermee mijn trouwe lezer M.R. uit T. tevreden die na zijn croissant en hardgekookt eitje op dinsdagochtend altijd trek heeft in een berichtje uit Heukelom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bergrun Vijlen

zon 25/02/2018 13.30u * Bergrun Vijlen* 10,4 km * 00:59:03 * 10,6 * 32/92 * ==/== * ♥♥♥♥

In een weekend met zes joggings in de provincie Luik trek ik naar Vaals op de grens van Nederlands-Limburg, net voor Aken. Ik heb de relatief nieuwe Bergrun Vijlen – het is vandaag de derde editie – op de kalender ontdekt en voel me wel aangesproken door het mooie decor van het Zuid-Limburgse heuvelland. Om in Vijlen van start te gaan moet je wel een flinke duit veil hebben. Maar een stevige inschrijvingsprijs is een van de specialiteiten van organisator Bearsports uit Maastricht. De start en finish liggen naast Camping Rozenhof op de lange klim van Camerig naar Vaals. Dat is de langste helling in Nederland, lees ik op de webpagina. Ik heb die vroeger wel enkele keren met de fiets gedaan. Benieuwd wat dat gaat geven al lopend, ook al zullen wij voornamelijk boswegen nemen. Bij het afhalen van mijn startnummer val ik al meteen op het groepje Kris Pipeleers, Roger Rousseau en Marc Heusschen. In hun gezelschap is ook Nicole (haar achternaam is me onbekend). Roger, Nicole en Kris lopen in team, 30 kilometer in het totaal over drie ronden. Marc loopt solo zoals uw dienaar, dus een ronde van 10 km. Dat zal wel volstaan zeker? Ook al zijn er 42 vermetelen die de 30 km in hun eentje afhaspelen. Kris vraagt zich af wat er prettig aan kan zijn om dit rondje drie keer af te leggen. Ik vraag het me met hem af, zeker na afloop. Het team van Kris plus Marc zijn ook de enige bekenden van vandaag. Veel Hollanders hier, noorderlingen dus, die hier een voor hun ongewone uitdaging vinden. Voorts nog enkele Vlamingen en ook wat Duitsers.

Lees verder →


Een rondje opwarmen hier is geen sinecure. De camping ligt halverwege een steile helling. Ik loop dan maar de benen los naar het dal en verdeel de klim terug in kleine porties lopen en stappen. Mijn trailschoenen mogen alvast in de autokoffer blijven liggen. Was het hier in het begin van de week nog modderig, nu is de ondergrond beenhard geworden door de vrieskou. Kris is hier op verkenning geweest en via Servais had ik weet van de staat van het parcours. Maar de weersomstandigheden zijn intussen dus gewijzigd. Ik heb bij mijn kennissen ook even gepolst naar het profiel van het parcours. Ik onthoud dat er op het einde nog een flinke klim in zit.
We kijken nog even naar de start van de teamloop, een half uurtje voor we zelf op pad worden gestuurd. De omroeper geeft ons nog wat info mee over de loop. Die, voor wat de finale betreft, niet helemaal of helemaal niet blijkt te kloppen. Tenminste ik heb zijn woorden anders geïnterpreteerd en Marie-Paule ook. En mijn vrouw heeft altijd gelijk, dus… Hoe dan ook, het fluitsignaal is wel duidelijk en we zijn vertrokken. Vijlen 1 Voor een fikse duik naar het dal in de eerste kilometer. Ik hou wel van een dalende aanvangsfase. Je kan de benen meteen in competitiestemming brengen en het lichaam op temperatuur brengen, geen overbodige luxe als het kwik niet boven het nulpunt uitkomt. We bereiken het diepste punt van het dal overigens niet maar worden rechtsaf gestuurd richting bos. We zijn al flink aan het klimmen op het asfalt als we na 1,3 km het bos worden ingestuurd. Dat zullen we pas 5 kilometer verder weer verlaten. Ik ben intussen al flink naar voren aan het opschuiven in het gezelschap van enkele lopers van de SC Erftstadt. Die zijn dus uit de omgeving van Keulen naar deze grensstreek afgereisd. Het bospad is smal en steil, ik word even opgehouden in de lopersketting die hier nog intact is. Na 2 km wordt de weg wel wat breder maar nog steiler, tot boven de 15%. Ik besluit meteen op stapmodus over te gaan. Ik verlies nauwelijks één positie. Even verder haal ik een mevrouw uit Amersfoort in. Tenminste die naam prijkt op haar shirt. Ze was mij voor de start al opgevallen met haar lange, witte benen. Haar lange broek vond ze te warm, hoorde ik haar tegen een vriendin zeggen. Ik hoor ook bij de schaarse kortebroekdragers in het peloton. De vrouwen die in mijn buurt de eerste kilometers afwerken gaan allemaal voor de bijl, voor de mannen in mijn gezichtsveld zal ik wat meer tijd nodig hebben.
We hebben de klim van 1,8 km achter ons en krijgen nu een lange afdaling van bijna 1 km voorgeschoteld. Dat is bijlange na niet de 3 km lange klim (de langste van Nederland) waarmee de organisatie schermt in haar publiciteit. We dalen nu weer 60 meter. Daarvoor hebben de parcoursbouwers een smal pad uitgezocht met geulen en voren dat bovendien de laatste weken door rupsvoertuigen is omgeploegd. Ik moet terugdenken aan de Trophée de la Gileppe vijf jaar geleden waar ik ook hoge verwachtingen van had. Deze ambitieuze organisatie had ook de slechtste wegen uitgezocht in een eveneens fraaie omgeving. In uiterste concentratie laveer ik van de ene naar de andere kant van het pad om de meest stabiele loopstrook op te zoeken. De richels van het rupsspoor priemen door de zolen van mijn Brooks-schoenen. De bomen werpen smalle schaduwen op de lichtbruine aarde en maken de visuele interpretatie van de ondergrond nog moeilijker. Gelukkig verlies ik geen snelheid. Mijn achtervolgers blijven op dezelfde achterstand hangen. Een bocht naar rechts en we mogen weer gaan klimmen. Daarvoor zijn we hier trouwens in deze “bergrun”. Nu hoor ik plots wel gekletter achter mij. Ik probeer plaats te maken voor een duo, een man en een vrouw. Aan hun snelheid te oordelen moeten dat de eersten zijn van de teamloop. Ik ben dus 22 minuten uit hun greep kunnen blijven. De man lost de vrouw snel in de eerste hectometers van de klim. Ik neem aan dat de eerste loper van haar team de snelste eerste ronde heeft afgelegd. We zijn intussen weer 60 meter lager dan na de eerste helling. Van hieruit moeten we weer klimmen naar wat echt het hoogste punt van de ronde is. 2 kilometer bergop, met de steilste stroken in het begin. Ik dring niet aan op de meest extreme passages maar haal even verder toch nog een loper voor me in. Dat is al een hele gebeurtenis hier want sinds de helft van de eerste klim loop ik afgezonderd. De laatste kilometer van deze tweede piek voelt aan als vlak, temeer omdat ik de lezer met genoegen mag melden dat ik in goede doen ben. Aan de bevoorrading kies ik voor een bekertje met een roze drank. Ik vermoed dat het een sportdrank is. Ik wil de bevoorraders niet storen in hun babbel. De uitgebreide keuze aan krachtvoer – bananen en dergelijke – laat ik aan de 30 km-lopers. Ik merk plots een loper met een rugzak op die ik in de vorige kilometer niet in het vizier had. Maar dat blijft een fotograaf te zijn die niet te beroerd is om zelf een looppasje te wagen. Hij legt mijn stijl en (hopelijk) mijn glimlach vast, even voor ik een rijweg moet oversteken. Ik informeer even of ik rechtdoor moet. De verkeersregelaars houden zich hier strikt aan hun opdracht – het autoverkeer regelen – en laten de lopers zelf de zwarte pijlen op gele achtergrond zoeken. Die zijn gelukkig overvloedig op de bomen aangebracht waardoor het aantal seingevers op het kronkelige bosparcours tot een minimum is beperkt. Ik vergeet haast te vermelden dat ik weer een plaatsje ben opgeschoven. Er is intussen een tweede duo teamlopers me voorbijgegaan, minuten na de eerste twee. Het pad is intussen beter beloopbaar en dat blijft zo op de lange afdaling die we nu voor de voeten krijgen.
Die afdaling duurt zo lang – althans dat gevoel heb ik – dat ik de indruk heb dat er in deze “bergrun” meer wordt afgedaald dan geklommen. Dat is in afstand niet uitgesloten als de hellingen steiler zijn. En dat gevoel heb ik eveneens. Opnieuw een man ingehaald. Heb ik het u niet voorspeld bij het begin van dit weer te lange verslag? Er zijn op deze zonnige maar berekoude namiddag wel wat wandelaars op pad. De meesten hebben geen aandacht voor de atleten die de berg afrennen. Toch een uitzondering daarstraks bij de tweede klim. Ik zeg een koppel dan maar zelf gedag. En krijg een kort gegrom terug. Ik hou er flink de vaart in op weg naar Cottessen. Vijlen 2 We krijgen zowaar een stukje rijweg, de Epenerbaan, waar je van het uitzicht op deze mooie streek kan genieten. Hiervoor ben ik eigenlijk naar Vijlen gekomen. Maar na 200 meter is de pret voorbij. Ik heb wel even met een snelheid in de buurt van de 4’/km mogen flirten. Opletten aan kilometer 7 waar er volgens de speaker een spekgladde asfaltstrook ligt. Maar de zon heeft het ijs al flink tussen handen gehad. Toch bedankt voor de waarschuwing, speaker. Ik stuif naast en tussen de wandelaars door naar wat het laagste punt op het parcours moet zijn. De in het zwart gehulde loper die me in het begin van de wedstrijd, nog in Camerig, is voorbijgegaan, heeft nu geen verhaal meer tegen mijn tempo. Het laagste punt van de loop is de Geul die hier tussen de weiden meandert. Wij hebben een brede grasstrook ter beschikking. Maar die is even zompig als breed. Daar heb je de modder dan toch. Ik waad tussen de verzopen graszoden door terwijl me nog een teamloper voorbijgaat. Mijn schoenen plonsen in de modder en het water. Na het derde draaipoortje zijn we verlost van het geklieder.
Daar is de laatste helling die Nicole – de teamgenote van Kris Pipeleers – met een venijnig lachje heeft aangekondigd. Dat blijkt een smalle holle weg te zijn die ongeschikt is voor de loopsport en daarom waarschijnlijk in het parcours zit. Voor de derde keer vanmiddag dwingt de stijgingsgraad op een korte strook me tot stappen. Maar ook nu kunnen de achtervolgers daar geen gebruik van maken. Ze zitten even zwaar in het rood als ik. Alsof de miserie nog niet groot genoeg is, neemt een amateurfotograaf nog een eilandje – een aarden bultje – in waar ik mijn voet wilde neerplanten. We eindigen in een keiharde vertrappelde weide achter de parking. Zouden we nu nog een lus moeten maken om in dezelfde richting als de startrichting over de finish te komen? Dat heb ik alleszins uit de woorden van de speaker opgemaakt. Even zoeken en vragen naar de juiste weg aan een lint en zo kom ik terug aan de camping. Rechtdoor zegt men me, na een nieuwe vraag. Dus toch rechtstreeks naar de finish? Dan heeft de omroeper zich daarstraks toch wel ongelukkig uitgedrukt. Er zit overigens geen chip in het nummer. Blijkbaar hanteert de dure Bearsports-organisatie nog de oude manuele methode. In elk geval, nadat ik onder het spandoek ben gepasseerd, komt een jonge man mij nagelopen om mijn nummer te noteren. Oef, ik sta ertussen, is mijn reactie als ik een dag later de uitslag onder ogen krijg. Ik eindig net onder het uur, mijn tijdsdoelstelling heb ik dus gehaald. Mijn prestatie zelf kan ik het nog het beste verwoorden met de aanmoedigingen die ik kreeg van de toeschouwers na de laatste klim: netjes en keurig. Mijn eigenzinnige keuze voor Vijlen levert me een (fictieve) medaille met twee zijden op: een tegenvallend parcours en een prettig loopgevoel.
Nu snel de douche in om de koude geen kans te geven het door de inspanningen opgewarmde lijf opnieuw af te koelen. We verlaten meteen het overvolle campingrestaurant en vinden nog een vrij tafeltje in Epen waar ik de innerlijke mens kan versterken met een boerenpannenkoek. Na omzwervingen op kleine landwegen geraken we dan toch in Gulpen vanwaar het in rechte lijn terug naar de heimat gaat. Net als Dylan Groenewegen met gebalde vuist over de streep rijdt in Kuurne-Brussel-Kuurne , dixit Christophe Vandegoor, staan we voor de garagepoort in Heukelom.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De spieren strekken voor het vertrek. Kris Pipeleers trekt zich op gang als laatste loper van zijn team. Mijn wedstrijd zit er al op.)

← Toon minder

4 reacties op “Bergrun Vijlen”

  1. Wim Meyers schreef:

    Opnieuw een heerlijk verslag Willy! Zeker niet ‘te lang’ zoals je zelf insinueert, het zijn net de details die het zo leuk maken! Ik heb afgelopen weekend eens van een héél klein beetje “offroad” geproefd in Bilzen en dacht al dat dit een redelijk straf parcours was maar dat vergaat in het niets met hetgeen jij afgelopen weekend gedaan hebt!!;-)

    • willy schreef:

      Wim, jouw tempo is in niets te vergelijken met dat van mij. Overigens was de ondergrond vorige week slechter. Zondag viel het parcours me wel tegen omdat ik een ronde op mooie bospaden voor ogen had. Tot binnenkort, hopelijk. Mijn aanbod is nog steeds geldig:) Groeten, Willy

  2. Pipeleers Kris schreef:

    Toch goed gelopen Willy ondanks de omstandigheden!
    Proficiat!

    Kris

    • willy schreef:

      Kris, Ik kende de naam van je team niet, anders had ik de uitslag zeker vermeld. Tweede geworden, als ik de podiumfoto goed interpreteer?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wegnez (Challenge L’Avenir)

zat 17/02/2018 15.30u * Wegnez (Challenge L’Avenir) * 7,6 km * 00:42:03 * 10,8 * 120/293 * 1/4 * ♥♥♥

Door een speling van de kalender en mijn eigen voorkeur ben ik opnieuw in het land van Verviers voor mijn weekendloop. Het centrum van de feestelijkheden is gewoon verplaatst van de rechter- naar de linkeroever van de Vesdervallei. Plaats van het gebeuren is Wegnez. Spreek uit “Wenjee”. De Hollandse GPS-juffrouw brengt ons naar “Wegnes” maar we komen uit waar we moeten zijn , aan de Hall du Paire. Dat blijkt een nieuwe sporthal te zijn met een schitterende indoorzaal. Mijn gezel van vandaag vangt op dat de ex eerste klasse-basketclub Pepinster hier haar thuiswedstrijden speelt. Ik heb mijn achterbuur, Mergelloper Wesley Serrano, kunnen verleiden voor deze korte loop met een gemiddelde moeilijkheidsgraad. Dat is tenminste de omschrijving van de organisatie waarmee ik Wesley naar het Zuiden heb gelokt. Na afloop vraagt mijn compagnon me met een van pijn en vermoeidheid vertrokken gezicht hoe ik dit soort parcoursen kan blijven betwisten. Maar laten we niet vooruitlopen op de feiten. In elk geval, zelf heb ik hier nooit deelgenomen. Ik was een aantal jaren geleden wel eens in Wegnez maar dat was toen op een ander parcours in het kader van de Challenge van de provincie Luik. Ondanks enkele omwegen – door mijn eigen verstrooidheid – zijn we bij de eerste inschrijvers. Ik heb ruim de tijd om een aantal kennissen te groeten. Bij het betreden van de hall word ik welkom geheten door Maya. Neen, niet de Maja die jullie kennen, maar een herdershond… Maurice Gillet geeft me een gedetailleerde beschrijving van het parcours maar ik word toch nog verrast door de zware helling in het bos van Lambermont. Ik verken de laatste kilometer met Wesley en ben dus gelukkig op de hoogte van de chicanes en de obstakels in de finale.

Lees verder →


De traillopers zijn al op pad als we met een vijftal minuten vertraging en na een voorstelling van het parcours (die achteraf ook niet helemaal blijkt te kloppen) op gang worden geschoten. Het peloton is enkele eenheden kleiner dan vorige week… en ik zoek vergeefs naar Roger Dosseray. Een revanche, of alleszins een nieuwe confrontatie, zit er dus niet in. Jammer. Zoals door de speaker vooraf aangekondigd, beginnen we met twee rondjes rond de sporthal. Met als enige bedoeling waarschijnlijk de afstand te rekken tot circa 8 km. Maar de lopers zijn wie ze zijn en er wordt hier dus duchtig afgesneden. Langs een rechte, voornamelijk dalende rijweg verlaten we het dorp. Dit is een van de drie stroken van het parcours waar wat snelheid kan gemaakt worden. Na 600 meter is de pret over. De eerste klim is daar, eerst nog op de rijweg. Het stijgingspercentage gaat bruusk de hoogte in op een smallere asfaltweg met de gebruikelijke hobbels en gaten. We hebben de koekjesfabriek van Delacre net achter ons gelaten. De oude knol is sneller gestart dan het jonge veulen – euh ik bedoel, ik ben sneller gestart dan mijn 30 jaar jongere collega Wesley. Maar Wesley herstelt de leeftijdsorde op de eerste helling en gaat me voorbij. Ik tracht intussen adem en benen te sparen op de 7%-klim. Zelden heb ik zo’n zware en heftige ademhaling gehoord als die van Nicolas Bynens tijdens de klim. Ik heb hem daarnet bij de afdaling in het vizier gekregen en ga hem nu voorbij. Nicolas is duidelijk nog niet op wedstrijdniveau. Yves Van Tomme die ik al een eeuwigheid niet meer heb gezien, staat al wat verder in zijn conditie-opbouw na maanden van blessureleed. Ik vang een glimp van hem op tijdens de beklimming. Daarna is hij de pijp uit. Bij een bocht naar links na 2,3 km, op het einde van de klim, moet ik even uitwijken voor Keyla. Wie is Keyla? Wel, dat is het vrouwtje spitshond waar ik het in mijn vorig verslag over had. Ik weet nu al wat meer over de enthousiaste viervoeter met de mooie witte vacht. Haar baasje (Stéphanie Lognard?) is er vandaag ook weer bij. Na de wedstrijd vraag ik me wel af hoe het duo Keyla-Stéphanie door de smalle bospaadjes geraakt is. We kunnen weer even op krachten komen in een woonwijk die ik herken van een wedstrijd in Lambermont van enkele jaren geleden. Ik hoop van de korte, min of meer vlakke, strook op beton gebruik te maken om weer in het spoor van Wesley te geraken. Dat is me zo goed als gelukt aan km 3. Maar daar duiken we het bos in en mijn dorpsgenoot is net wat soepeler op de kronkelende en vrij gladde bospaden. Ik kijk snel weer tegen een achterstand van 15 meter aan. Ik zie Wesley enkele keren achterom lonken als schijnt hij een snelle terugkeer te verwachten. Maar daarvoor is zijn tempo in het bos net dat tikkeltje hoger dan dat van uw verslaggever. Met mondjesmaat vergroot hij zijn voorsprong. We zijn nu vertrokken voor 4 km bospaden. Dat bos is overigens maar een zakdoek groot en zo kronkelen we hier een klein halfuur als een lange slang rond. Meer dan eens zie je de snellere en/of tragere lopers in je buurt in tegengestelde richting lopen. Hier en daar duikt er ook een trailloper op die bezig is aan zijn 18 km. Goed dat ik andere lopers in mijn buurt heb die de goede richting (schijnen te) kennen of ik was nu nog rondjes aan het draaien in het Bois de Lambermont. Plots zijn we aan het klimmen. En het gaat fors omhoog. Met uitschieters tot boven de 10%. Ik blijf wel in loopmodus. Wesley overigens ook, hij breidt zijn voorsprong weer met enkele seconden uit. Op een van de weinige rechte stukken kan ik hem in de verte dan toch nog even ontwaren. Dat is meer dan 100 meter, schat ik. Er zit zowaar een vlak stuk in het bos. Dat op mijn Garmin overigens overigens ook lichtjes omhooggaat en de kilometertijd nog ruim boven de 5′ houdt.
Daar is de bevoorrading, op het hoogste punt van het parcours. Ik bedank voor het bekertje en begin vol goede moed aan de afdaling. Het tempo verhogen? Vergeet het. De zone aan een brugje en bijbehorend beekje is behoorlijk drassig en vereist al de nodige acrobatie om rechtop te blijven. Op een korte maar steile afdaling geraken mijn benen plots in overdrive. Gelukkig heb ik grip in het malse bladertapijt in het midden van het pad. In de verte turen om te zien waar Wesley zich ophoudt, is nu niet meer aan de orde. Het is te riskant om de ogen af te wenden van het pad voor me. Ik kan zelfs de tijd niet nemen om mijn handschoenen weg te moffelen. Een boomstam die de weg verspert, kost me weer wat oponthoud. Even later is het opnieuw van dat. Ik ben daarnet in de beklimming een duo voorbijgegaan, een man en een vrouw. Hun persoonlijke relatie is mij onbekend. Hun sportieve verhouding is er een van coach en pupil. De coach regelt het tempo. Dat wil zeggen, hij poogt met onophoudelijke peptalk het tempo van zijn gezellin aan te zwengelen. Dat lukt het beste in de afdaling en ik maak me maar snel uit de voeten in de strook van de ontwortelde bomen. Ze nemen echter nauwelijks voorsprong en ik zal straks net achter hun over de streep komen. Met kilometertijden in het bos rond de 6′ kom ik niet boven de 11 km gemiddeld uit. En dan ben ik nog niet eens zo slecht bezig, vind ik zelf. Voor wie de beschreven omstandigheden nog niet voldoende vindt als verklaring, vermeld ik nog de verraderlijke boomwortels en de smalle loopstrook, op bepaalde plaatsen niet meer dan een diepe voor in de bosgrond. Het zal de lezer niet verbazen dat ik snak naar het einde van het boscircuit. Ik herken het pad dat ik daarstraks heb verkend. Het is nu niet ver meer. Nog even opletten in een afdaling. En net hier daagt een mountainbiker in tegengestelde richting op. Die heeft ook het verkeerde uur gekozen voor zijn ritje. Ik geraak heelhuids langs hem heen. Daarnet heb ik zelf vrije baan gegeven aan een loper die met hogere snelheid achter me aankwam. Misschien wel de eerste trailer want bij mijn aankomst meldt de omroeper net dat dat de winnaar van de 19km-lange trail over de streep is gekomen.
Ik ben nu in de laatste kilometer. Die houdt door een dubbele verkenning daarstraks geen geheimen meer in. Ik zit nog even vast achter Françoise en Eric, het duo van daarnet. Françoise zit compleet stuk op de hellinkjes maar straks in de afdaling zal ze weer onvermoede krachten vinden om nog een versnelling te plaatsen. Het bos ligt achter ons. Gédéon Baltazard neemt ons nog een tweede keer in het vizier van zijn Nikon. We wringen ons tussen twee smalle poortjes door, duiken op een kort asfaltpad van 16% naar beneden en kunnen dan eindelijk nog eens de benen strekken in de laatste 500 meter. Maar de afstand tot de finish is te kort om nog voldoende souplesse op te wekken in mijn benen. Wesley heeft de loop in ralenti beëindigd en houdt zo maar 20 seconden over. Hij trekkebeent naar de auto. Zijn linkerknie heeft blijkbaar de glibberige en ongelijke ondergrond niet goed verteerd. Gelukkig heeft de warme douche een gunstig effect op het gehavende lichaamsdeel. Het is wel een geruststelling dat ik hem straks in intacte staat op de Heukelommerweg kan afleveren.
Ik verlaat de sporthal van Wegnez met een krat Saint-Feuillien. Ze leggen hier ook de veteranen 4 in de watten. Wesley blijkt over een uitstekend oriëntatievermogen te beschikken en loodst me feilloos naar de autoweg. Een drie kwartier later krijgen onze afgepeigerde lijven rust in Heukelom. Of ik mijn dorpsgenoot in de volgende weken nog eens kan warm maken voor een Luikse wedstrijd is voorlopig een open vraag. Het antwoord binnenkort op deze site…

(Foto’s: nog niets gevonden op het net…)

← Toon minder

Eén reactie op “Wegnez (Challenge L’Avenir)”

  1. liesbeth schreef:

    Proficiat Willy.
    Oud worden heeft ook zo zijn voordelen.
    Ik zal die Saint-Feuillien eens komen proeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Heusy (Challenge L’Avenir)

zat 10/02/2018 16u * Heusy (Challenge L’Avenir) * 7,5 km * 00:37:59 * 11,8 * 125/306 * 2/4 * ♥♥♥

Het Luikse challengeseizoen is weer begonnen. Als eerste wedstrijd heb ik gekozen voor Heusy, in het ommeland van Verviers. Het alternatief, Modave, de start van de Challenge condrusien, heb ik opzij geschoven wegens een vermoeden van modder. Dat vermoeden wordt later op de avond bevestigd door drie ooggetuigen. Het is meteen mijn eerste wedstrijd als veteraan 4. Naar mijn tegenstander van vandaag moet ik niet lang zoeken. Dat is in deze challenge Roger Dosseray. Het grappige is wel dat Roger mijn inschrijvingsgeld voorschiet nu ik Marie-Paule niet dadelijk terugvind… In de meute van meer dan 300 is er nog een Limburger,of beter een Limburgse, Isabelle Haesen. Dochter van Maja, voor wie haar niet kent. Ik maak een opwarmingsrondje in het gezelschap van Roger. Het korte parcours heb ik nog van vorig jaar in mijn hoofd zitten.
In de eerste honderden meters zit ik opgesloten in de compacte groep. Daarna kan ik in de eerste rechte lijn (die ook de laatste rechte lijn zal zijn) wel wat plaatsen goed maken. Net voor we de Drève de Maison-Bois verlaten, ga ik voorbij Nicolas Bynens. Het is afzien voor Nicolas. “C’est la croix et la bannière” zou hij zeggen. Hij voelt de naweeën van een nog niet geheelde blessure in de bil.

Lees verder →

Op de dalende asfaltweggetjes – zoals altijd hier van bedenkelijke kwaliteit – loop ik in het gezelschap van een hond (ik moet u het ras schuldig blijven) op een drietal meter gevolgd door zijn/haar baasje. Het baasje is vrouwelijk en jong, dat kan ik u wel met zekerheid bevestigen. Zij stuurt het beestje met een mooie dikke vacht door de bochten. “A gauche, à droite”, de viervoeter volgt stipt de bevelen van het meesteresje. Zij moet het beestje wel geregeld intomen. Dat “doucement” zou ook voor mij kunnen gelden. Ik probeer mijn vierpotige gezel niet in de weg lopen en hier en daar ook bevroren ijs-en sneeuwplekken te ontwijken. Bij een klein knikje bergop laat ik het duo achter me. Ik ben bezig aan twee kilometer in respectievelijk 4’19” en 4’24”. Daarmee heb ik het beste gehad voor vanmiddag.
Ik kijk uit naar Roger Dosseray en meen zijn karakteristieke houding te herkennen in een bocht na een dikke kilometer. De afstand, een kleine honderd meter. We lopen voorbij de “Golf du Haras”, het golfterrein van de stoeterij, dat ik overigens niet zie. Ik blijf me voor alle zekerheid maar concentreren op het wegdek. We zijn nu in het bos, op aarden paden. Het gaat almaar steiler naar beneden. Heusy 1 De winterse omstandigheden dwingen wel tot enige voorzichtigheid maar ik verlies nauwelijks plaatsen. Ik verbaas er mij over dat er een flinke afdaling in het bos in het parcours zit. Dat gedeelte zit althans niet meer in mijn geheugen. De speaker heeft het ons voor de start al ingepeperd. We zullen de traillopers (een uur voor ons gestart) kruisen en moeten dus niet in paniek geraken als we lopers uit de tegengestelde richting zien naderen. Die krijgen trouwens aanmoedigingen van de joggers, dat zijn wij. Ik uit mijn bewondering voor de traillopers niet hardop – kwestie van adem te sparen – maar neem hier mijn petje af voor de moedigen die niet opzien tegen 20 km in de winterse bossen. Ik speur intussen vergeefs naar het profiel van Roger in de groepjes voor me. De laaghangende zon in tegenlicht maakt het mij niet gemakkelijk. En kijk, op het laagste punt van de ronde, net voor de bevoorrading, zie ik hem plots vlak voor me. We slaan beiden het aangeboden bekertje af en beginnen aan de enige moeilijkheid van de dag. De enige moeilijkheid, maar wel een die kan tellen. Een klim van 2 km, zei de omroeper, maar dat is te laag geschat. Mijn Garmin geeft achteraf 2,4 km aan. Met pieken boven de 5% op een ondergrond van stenen, geulen en voren. Een jonge dame is ons net voorbijgegaan als ik naast Roger verschijn. We wringen ons met veel moeite naar boven, voortdurend zoekend naar de meest stabiele ondergrond. Roger krijgt aanmoedigingen van een supporter die mij daarnet bij de opwarming met “Allez champion” begroette. Zo voel ik me nu nochtans niet. Ik ben al blij dat ik in het spoor van mijn wat oudere collega kan blijven. Ik heb daarnet wel even vooropgelopen maar Roger neemt niet veel later weer het commando over. Om de tweehonderd meter gluurt hij even over de schouder om te zien of ik nog altijd volg. Dat doe ik. Maar van het tempo op te drijven, is er geen sprake. “Jij hebt veel geduld” concludeert Roger na de aankomst. Maar deze keer is mijn geduld geen tactische keuze, maar de noodzaak om mijn ademhaling en zware benen te sparen. We zijn dan toch aan de rand van het bos geraakt maar het blijft klimmen. Het asfalt vanaf hier is bedekt met sneeuw en maakt een verrassingsaanval nog moeilijker. De jonge dame, Espoir Emma Straet, hebben we intussen wel achter ons gelaten.
Boven op de helling is het sneeuwtapijt gesmolten. Nu rest er alleen nog (nat) asfalt. Hier, in de laatste anderhalve kilometer, zal het moeten gebeuren. Op een zacht oplopende strook neem ik de leiding over van Roger. Een linker- en een rechterbocht brengt ons voorbij het voetbalveld op de laatste (en dus ook de eerste rechte lijn, remember het begin van mijn verhaal). Roger plaatst een van zijn geliefkoosde versnellingen. Die zijn al fel afgezwakt sinds onze memorabele confrontatie in de jogging van Voeren, nu alweer enkele jaren geleden. Heusy 2 Ik sluit weer aan. We lopen langs elkaar op de brug over de autoweg. Het geluid van de onder ons door razende auto’s overstemt het gekreun van Roger. Een jongere collega stormt ons nog voorbij. Ik geraak in de finale wel niet boven de 13 k/u. Wij halen Dominique Heusschen nog in. Toch nog een opstekertje. Meestal gaat Dominique mij vooraf. Hij heeft er geen idee van, maar dank zij hem pak ik nipt mijn derde hartje… Het verdict zal dus moeten vallen in de laatste tweehonderd meter. Die gaan weer licht omhoog… en bieden Roger de springplank voor een nieuwe aanval. Ik kijk meteen tegen een kloofje van vijf meter aan. Te veel om nog goed te maken. Te weinig kracht in het lijf en de benen. Ik knijp nog wel enkele meters van mijn achterstand af maar Roger houdt als een volleerd pistier mijn bewegingen in te gaten. Ik laat u oordelen over het verschil op de foto van Marie-Paule die de laatste meters feilloos en voor de eeuwigheid heeft vastgelegd. Deze eerste ronde van het nieuwe seizoen eindigt in het voordeel van mijn collega uit Pepinster die hier een thuiswedstrijd betwist. Vanuit zijn woonst op de hoogte heeft hij uitzicht op het parcours, vertelde hij me voor de start.
Roger is me ook voor in de douches. Die zijn hypermodern en kraaknet. En ruim genoeg, ook voor de traillopers die nu in groten getale aankomen. In een deelnemersveld van 4 is het niet moeilijk een podiumplaats te veroveren. Maar de prijsuitreiking laat te lang op zich wachten. Een afspraak wenkt en zo verlaten we de mooie Kineo Fitness-zaal voortijdig. Het is al over middernacht als we huiswaarts keren. Maar we zijn niet de laatsten, er is ook nog een vos op pad…

(Foto’s van Marie-Paule. Foto 1: De kop van de wedstrijd… die ik dus nooit zie. Ik herken Eddy Vandeputte (840) en Gregory Baar (groen-blauw gestreept in vierde positie). Foto 2: Samen met Roger Dosseray voor de start en een klein uurtje later. Het verschil is miniem. Maar elke centimeter telt…)

← Toon minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *