Maandelijks archief: november 2017

Halve Marathon van Ell

zon 26/11/2017 10.30u * Halve Marathon van Ell * 21 km * 01:43:00 * 12,2 * 132/257 * 6/10 (65+) * ♥♥♥♥

De challenges zijn afgesloten, de mallemolen van de loopcompetitie draait op een lager toerental. Vele wedstrijdlopers maken de balans op van het afgelopen seizoen maar deze jongen en een aantal even fanatieke collega’s willen van geen ophouden weten. Terwijl Servais Halders op zijn lauweren rust en de herenboer speelt in ‘s-Gravenvoeren heb ik mijn lichaam opnieuw moeten gewennen aan een langere duurinspanning. Want ik heb een halve marathon op het oog. Die van Ell. Ell, dat vergt enige uitleg. Het dorp met de korte naam ligt in Nederlands-Limburg waar Jean-Pierre Immerix al decennia de loopwedstrijden afschuimt… en de horeca gelukkig maakt. De Veldwezeltenaar is hier kind aan huis. Hij brengt ons via de snelste weg naar het ommeland van Weert. Ondanks een noodstop voor een medepassagier zijn we ruim op tijd in Eetcafé de Prairie waar de startformaliteiten worden geregeld. Met het startnummer krijgen we meteen ook een tombolaprijs… als we geluk hebben. Dat hebben we niet maar misschien gooien we straks wel hoge ogen in de wedstrijd. Er zijn hier ook een aantal bekenden van Belgisch-Limburg en natuurlijk de Nederlandse toppers als Roger Rousseau en Jo Schoonbroodt. In een goed verwarmde kleedruimte smeert Jo zijn benen in. “Is dat je wonderzalf?” vraag ik de grijze Keniaan. “Nee, dat is tegen de muggen” is het antwoord. Het is hier op dit uur inderdaad bitter koud. Jo wint vanzelfsprekend de sterk bezette leeftijdsklasse van de 65-plussers waar zelfs de vierde, Joep Drent, mij bijna 7 minuten aan de broek lapt. Om nog even de gure wind te ontlopen, beperk ik mijn opwarming tot het minimum. Voor de start heeft Jean-Pierre zijn lange trainingsbroek aangetrokken, ik heb na enige twijfels mijn windjack uitgetrokken…
De bel luidt, een carnavalesk uitgedost bandje blaast ons moed in, we beginnen eraan. Na 300 meter hebben de eersten al evenveel meter voorsprong. Geen paniek, in de dichte meute verdringen zich ook de 7,5- en de 12,5 km-lopers. Ik ben intussen het Alkense duo Jos Polders en Danny Zwerts voorbij gegaan. Jos zal, zoals in de 10 km-loop in Terkoest, dicht achter me eindigen. Ik ben nu op pad met een ander lid van Atletiekclub Alken, David Baerts uit Wellen, beter bekend als mijnheer Sobkowiak. Zijn echtgenote Martine Sobkowiak rent ook mee in het peloton maar dan minuten voor ons uit. De vederlichte atlete zal hier een nieuw persoonlijk record vestigen met 1u32’53” en haar categorie met ruim verschil winnen. Ze heeft het dan ook professioneel aangepakt met begeleiding van een eigen coach Peter Bellen. Die vertroetelt de snelle benen van zijn pupil voor de start ook met een verwarmend zalfje.
We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of de snelste lopers van de 7,5 km komen ons al tegemoet op het fietspad naar Swartbroek. Daar halen we ook Jean-Pierre Immerix in. Hij heeft zich weer vooraan genesteld bij de start maar na 3,3 km bij de rechterbocht naar de heide is hij zijn bonus kwijt. “Stramme bovenbenen” is het commentaar als ik even informeer naar zijn gevoel. “Hopelijk gaat dat eruit”, geeft hij me nog mee als ik mijn weg verderzet. Ijdele hoop, zo blijkt uit zijn eerste woorden na de finish. “Weer een minuut verloren tegenover vorig jaar.” Elk jaar een minuut verliezen op een halve marathon? Daar teken ik voor! Ell 1 Hoe dan ook, David heeft intussen enkel meters voorsprong genomen en zal die geleidelijk uitbouwen in de volgende kilometers. Ik durf in het eerste kwart van de wedstrijd het tempo niet optrekken en blijf zo een gemiddelde tussen 4’45” en 5’05 aanhouden. De wind speelt ons hier ook parten op de lange rechte stukken. Ik loop al snel afgezonderd, haal hier en daar een enkeling in maar heb vooral tussen km 3 en km 7 ook enkele plaatsjes moeten inleveren. De koude hindert me niet – sommige collega’s klagen na de wedstrijd over de temperatuur – en na 7 km kan ik de handschoenen wegmoffelen achter mijn nummerband. Mijn mutsje hou ik wel op, al was het maar als herkenningsteken voor Jean-Pierre. Ik geniet van de open ruimte en de weldaden van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Eindelijk voorbij het preiveld! Niet dat ik aan het sukkelen ben maar deze prei-aanplant is echt gigantisch. De wind blaast heerlijk in de rug na de bocht naar links aan km 7,5. Daar is de tweede bevoorrading. De eerste heb ik overgeslagen, nu zal ik maar een bekertje meepikken om mezelf gerust te stellen. Dorst heb ik niet maar volgens de theorie moet je op tijd drinken op de langere afstanden. De drankbevoorrading tijdens de loop is het stokpaardje van Peter Kusters. Voor de start heeft hij op niet minder dan vier plaatsen van het parcours een busje sportdrank gedeponeerd. Met de fiets die hij in zijn bestelwagen heeft meegebracht. Overigens bekomen de twee slokken water me slecht. En David? Wel, die zet zijn opmars verder en is intussen een groepje voorbijgelopen. Ik zal op een inzinking van de Wellenaar moeten rekenen om hem nog bij te benen. We lopen terug in de richting van Ell. Een kladje fans wacht ons op even voor km 10. Dit moet de splitsing zijn voor de 12,5- en de 21 km-lopers. De verkeersregelaars geven aanwijzingen aan de fietsers en de autobestuurders. De lopers moeten hun weg zelf uitzoeken op een klein bord. Ik vertraag om de route te ontcijferen. Alweer twee seconden verloren.
We beginnen aan ronde 2. Aan km 10,7 herken ik het fietspad van het begin. Ik zie David heel alleen in de wind en – zo leid ik af uit zijn moeizame tred – in nesten. Ik ben op luttele meters gekomen van het groepje dat David daarstraks heeft achtergelaten. Dat zou de perfecte gangmaker zijn in de winderige strook waar we nu aan begonnen zijn en nog enkele kilometer zal duren. Ik versnel lichtjes en sluit aan. In het pelotonnetje zitten enkele lopers (m/v) van de lopersgroep van Helden. Een begeleider op de fiets voorziet hen op verzoek van drank. Er wordt veel van positie gewisseld. Ik zoek de breedste ruggen om me achter te verschuilen. Dat moet al lang, wat zeg ik, heel lang geleden zijn dat ik gedurende verscheidene kilometers in wedstrijd in een groepje heb gelopen. Ik heb het gevoel dat ik sneller zou kunnen maar besluit wijselijk in het coconnetje te blijven. Ell 2 Intussen blijft die arme David in zijn eentje harken. Hij houdt het nog een drietal kilometer vol maar is dan blij dat hij even beschutting kan zoeken in het groepje. Ook al zal dat voor hem qua postuur moeilijker zijn dan voor mij. De eerste ronde blijkt voor mij een goede herkenningsronde geweest te zijn. Ik heb de route nog in mijn hoofd en haal dus voordeel uit mijn oriëntatievermogen. Ook al ben ik voor het eerst in Ell. Ik heb wel de indruk dat het tempo door de koplopers in het groepje wordt opgedreven maar kan vlot volgen. De begeleider met de fiets bekommert zich ook om de andere lopers en biedt iedereen een roze drank in een drinkbus aan. Het smaakt lekker, zegt de eerste proever. Ook David neemt een slok van het brouwsel. Ik bedank, de reactie van mijn maag bij de bevoorrading in de eerste ronde indachtig. Nu, achteraf ben ik eigenlijk wel benieuwd naar de smaak. We ronden voor de tweede maal de serres (de kassen) van Caster waar een niet nader geïdentificeerde klankkast loeiharde muziek uitspuwt. Niet echt passend bij de stille omgeving. Wel passend maar evenmin aangenaam zijn de geuren die hangen rond een varkensfokkerij. Maar alleen de lopers hebben hier last van. En die moeten dan maar wat sneller lopen… Dat doe ik ook en zo schud ik de meeste van mijn kompanen af en draai solo de Laagstraat in waar de wind lekker meewerkt. David bekoopt zijn krachtenverspilling in het eerste deel en moet ook afhaken. Met een eindtijd van net onder de 1u45′ kan hij thuiskomen. En meevieren met Martine. Een dame op de fiets zorgt voor enige afwisseling. Zij rijdt een keer of vijf langs me door met de smartphone in de hand. Wat ze registreert, wie ze begeleidt is me een raadsel.
De laatste 5 km: de benen worden moe – ik ben dat constante ritme niet meer gewend – en de lange rechte stukken stellen ook de mentale weerstand op de proef. Ik doe mijn best om goed op de foto staan van de fotograaf die de lopers in het vizier neemt vanuit een lagere positie. Ik zou wel de perenplantage in herfstkleuren als achtergrond hebben gekozen. Benieuwd naar de foto. Het parcours wordt wat bochtiger in de buurt en aan de rand van Ell. Bij het buitenlopen van een woonwijk krijg ik even, heel even, gezelschap van een ranke brunette die ik herken van het begin van de loop. Zij heeft nog wat snelheid over in de finale. Ik krijg een glimlach terug voor mijn compliment aan haar adres. Euh, over haar prestatie, vanzelfsprekend. We steken de rijweg over op zoek naar de laatste lus voor de finish. We passeren weer langs het voetbalveld – de groenen spelen tegen de roden – en nemen de derde laatste bocht. Er volgen wel nog twee kilometer in U-vorm. Noem het de U van L. Een opkomende jongeman gaat me in de eerste streep van de U voorbij. Hij maakt er wel een bijzonder langgerekte eindspurt van. De mentale energievoorraad raakt stilaan op. Om mezelf op te peppen richt ik mij op de loopster voor me. Haar begeleider van de laatste kilometers is weggesneld, zij vecht tegen de wind en zichzelf. In de laatste vijfhonderd meter kan ik haar voorbijgaan. Haar naam moet ik later niet opzoeken, Jean-Pierre kent de Maasmechelse dame. Het is Elena Spagnoletti. Als dat geen mooie naam is om dit wedstrijdverslag mee te eindigen… Die laatste twee kilometers blijken dan nog de snelste van de wedstrijd te zijn geweest. Een sneller tweede deel, een goed gevoel en een stel benen dat een keer niet te fel tegensputtert, waarover zou een mens dan klagen?
Op de hoek van de fraaie toog van “De Prairie” waar Jean-Pierre elk jaar zijn stekje heeft, babbelen we na met Peter Kusters van Maasmechelen en Eric Martens van Wellen. En zo eindigt een loopdag die om kwart over zes begon met het ontbijt pas om half vier als ik hikkend (als passagier!) weer thuis kom.

(Foto’s. Foto 1 van Jack van Montfort: Een deel van het groepje voor ik er bij aansluit. Op de fiets de gulle bevoorrader. Foto’s 2 en 3 van Marie-Paule. Foto 2 : De verlossing is nabij voor Jean-Pierre. Foto 3: Aan de erwtensoep.)

Seraing Ougrée (CJPL)

zat 11/11/2017 11u * Seraing Ougrée (Challenge Province de Liège) * 10,9 km * 00:55:37 * 11,8 * 85/199 * 10/26 * ♥♥♥

We zijn vandaag in Ougrée. Op zo’n twee kilometer van het stadion van Standard, dat zegt de Vlaamse lezer wellicht al meer. Het grijze en regenachtige novemberweer maakt de sombere woonwijken in het oude Luikse industriebekken nog wat grauwer dan ze al zijn. Even boven de dichtste bebouwing ligt een groene vlek waar paarden, ezels, geiten en kippen rondlopen en over een uurtje ook 250 joggers. De tweevoeters zijn er voor de sportieve “11-11-11”-actie van Michel Mancini: 11 km op de elfde van de elfde maand. Deze editie zal meteen ook de laatste zijn in het kader van de Challenge van de provincie Luik. Volgend jaar stapt Michel over naar de Condruzien op een parcours op bospaden. De omloop is dit jaar ook al gewijzigd. Hoe we dit keer lopen, zal ik straks zelf moeten ondervinden. Voor het eerst sinds maanden ontmoeten we weer Maja Van Zand en Kris Govaerts. Voor Kris is de loop van vandaag een opwarmertje voor de LCC-cross in Neerpelt. Maja wint bij de Ainées 3, heupklachten of niet. Limburgers hebben altijd al het mooie sportweer gemaakt in deze contreien. Dat is ook vandaag zo: Jo Vrancken, Peter Withofs en Beny Stulens bezetten drie plaatsen van de top 5.
Tijd om de benen los te lopen na de start is er niet. Er is nauwelijks honderd meter vlak in de eerste kilometer. Na de tweede bocht waar Willy Hertogen meteen van gebruikt maakt om anderhalve meter af te snijden. “Dat komt in het verslag” bereid ik mijn gemeentegenoot al voor op het in de openbaarheid brengen van zijn manoeuvre. We zullen het maar door de vingers zien in deze wedstrijd waar de steile afdalingen op het asfalt een aanslag betekenen op de kaduuke rug van de eeuwige CJPL-deelnemer. Binnen de eerste kilometer krijgen we percentages tot tegen de 20% te verwerken. Jean-Pierre Immerix gaat mij in de laatste stijgende meters even voorbij maar moet inhouden als de weg boven even steil naar beneden loopt. Na 1,6 km lopen we het bos (van Boncelles?) in op de Ravel. Ik herken het fietspad van twee en drie jaar geleden. Dit jaar lopen we blijkbaar in tegengestelde richting.Seraing 1 Dat kan een lange klim betekenen, leid ik af uit de lange dalende strook van de vorige edities. Ik ben nog altijd in inloopmodus en durf mijn benen zeker niet tot een hoger ritme dwingen. Wat gaat dit geven als we deze klim straks nog eens voor de voeten krijgen, bedenk ik. We zouden dit jaar twee rondes lopen, zoveel heb ik begrepen uit de soms tegenstrijdige verhalen over het nieuwe parcours. Ik heb nochtans wel zin om op een hogere versnelling over te schakelen. Om de kloof te dichten op Roger Dosseray, zo’n vijftig meter voor me. Ik moet dan maar hopen dat de klim van zo’n 3 % – door sommige vrienden omschreven als “vals plat” – me dichterbij zal brengen. De herfstbladeren bedekken het grootste deel van wat eigenlijk een geasfalteerd fietspad is. Het uitzicht – in de eerste kilometer kijken we links uit op een riviertje – en de zachte bochten breken de eentonigheid van de lange klim. Die zal uiteindelijk 2,2 km duren. Intussen zie ik Roger ook in een langer rechter stuk niet voor me. Het veld is al sterk uiteengeslagen en ik loop meestal alleen. Net voor we boven zijn kan ik dan toch een plaats opschuiven. We verlaten het bos en zijn dan al aan de afdaling begonnen. Een seingever waarschuwt ons voor de gladde passage naar het asfalt in een woonwijk. Ik blijf mooi op het voetpad aan de buitenkant van een pleintje. Dan gaat het plots fel naar beneden. Zo fel dat ik moet afremmen. Twee in het zwart gehulde mannen stormen me voorbij. Ik laat de benen weer wat sneller wentelen maar voel plots een prik in mijn geplaagde rechterbil. Oei, die steile duik doet me geen goed. En straks in de tweede ronde is het opnieuw van dat. Een ogenblik bekruipt me de gedachte om uit te stappen om de drukke decembermaand niet in gevaar te brengen. Dan toch maar met de nodige voorzichtigheid verder naar beneden. Na enkele bochten worden we weer een helling opgestuurd. Hier is er geen gevaar meer dat mijn spieren worden geteisterd door een te hoge snelheid…
Daar is precies de richtingaanwijzer naar Boncelles weer. Zouden we aan de tweede ronde begonnen zijn? Ja, dit is de tweede ronde. De hond die daarnet zo fel te keer ging houdt nog altijd de wacht achter het hekken. Nu is hij stil. Misschien vindt hij het niet de moeite waarde om zijn stembanden te forceren voor de lopers van de tweede rij. Claude Herzet, volgens een betrouwbare bron (Richard Mathot in de kleedkamer) vandaag in heel goede doen, is hier al lang voorbij. We beginnen voor de tweede keer aan de lange klim. Maar zal dat dezelfde zijn als daarnet of… nog langer? Ik verteer de helling veel beter dan gevreesd in de eerste ronde… maar haal geen hoger gemiddelde dan een kwartier geleden. De gegevens van Garmin durven het gevoel wel eens tegenspreken. Seraing 2 Ik haal de tweede zwarte man opnieuw in maar het witte shirt van Roger Dosseray is nergens meer te bespeuren. Na twee derde van de vorige klim worden we naar rechts gestuurd. Noël Heptia (lid van het organiserende Seraing Athlétisme) is vandaag seingever en kondigt de nieuwe strook aan als de weg naar de afdaling. Dat klopt als je eerst nog een 900 meter lange helling klein krijgt. En laat dat nu net het moeilijkste deel van het parcours zijn, althans voor mij. Halverwege word ik ingehaald door veteraan 2, Joseph Roda, die metertje voor metertje wegloopt op de stroken tot 6%. Ik zie hem geregeld achteruit kijken alsof hij in mij een concurrent ziet voor zijn categorie. Als dat zo is, bedankt voor het compliment. Na een klim van 3,8 km zijn we dan toch op het hoogste punt (dicht bij het Fort van Boncelles). We lopen dit keer de Rue du Fort af in tegengestelde richting, dus licht dalend. We hebben 1 kilometer om het gemiddelde op te krikken. Ik haal 4’32” maar zie Joseph Roda verder weglopen. Martial Dheur kan ik wel bijbenen. Op het einde van de lus (voor de start door Michel Mancini bestempeld als “l’appendice de Boncelles”) draaien we rechtsop het bos in. Over een 300 meter lang maar nat bladertapijt in het bos gaat het weer naar het asfalt en begint de duik naar het voetbalveld van Royal Amical Club Ougrée waar de prijzen worden verdeeld. Nog eerst een stukje Ravel waar ik op mijn hoede ben voor de herfstbladeren, daarna zijn we in ijltempo weer op het parcours van de beginkilometer. Niet verwonderlijk met 20% reliëfverschil net voor de Place de la Chatqueue. Ik hou het tempo strak op de korte vlakke strook tussendoor. In de laatste dalende meters hoor ik plots hevig getrappel achter me. Wie komt daar in een rotvaart aan? Het is een jongeman, Arno Zanella. Hij heeft zich als een havik naar beneden gestort en peuzelt zijn prooi – dat ben ik – met haar en huid op. Aan het haar heeft hij wel niet veel werk gehad…
Eindelijk op het vlakke. We zijn bijna rond op het nieuwe parcours dat erg in de smaak blijkt te vallen bij mijn vrienden. Ik zelf vind het jammer dat de steile afdalingen er nog altijd inzitten. Die spelen niet echt in de kaart van de categorie stramme lopers waartoe ik helaas behoor. Ik word niet meer opgejaagd door achtervolgers, zo lijkt het althans, en doe het wat rustiger aan in de laatste meters rond het voetbalveld. En zo duikt plots André Piron – met wie ik enkele weken geleden in de Ambiorix Run in Tongeren heb kennisgemaakt – achter mijn rug op in de laatste rechte lijn. Jean-Pierre loopt minder dan een minuut na me binnen. Het verdict is hard : drie tot vier minuten achter de veteranen 3 met wie ik in betere dagen wel het duel kon aangaan. Speaker Michel Mancini kondigt me bij de finish aan als “un futur vétéran 4”. Zou dat de verklaring zijn?

(Foto 1 van Marie-Paule : Met Roger Dosseray. De witte handboeken komen uit de kast van Michel Mancini. Foto 2: De eerste twee van de veteranen 3. Links Daniel Weidner, rechts Servais Halders.)

Saint-Georges (Challenge Cours la Province!)

zon 05/11/2017 10.15u * Saint-Georges-sur-Meuse (Cours la Province!) * 10 km * 00:52:35 * 11,4 * 103/263 * 9/20 * ♥♥

De vroege zondagochtendtrip gaat vandaag naar Saint-Georges-sur-Meuse. Wie hier overigens naar de Maas zoekt, zal van een kale reis thuis komen, zoals ik zelf al eens ondervonden heb. In de verte kan je wel een glimp opvangen van de hoogste toppen van de Maasvallei. Het is nog fris aan het Athénée Royal. Ik warm op met muts en handschoenen maar die kledingstukken kan ik een uur later voor de wedstrijd al weer uittrekken. Ik begroet de bekenden, de vaste klanten van de Challenge Cours la Province. Eddy Hoylaerts is er vandaag ook bij, nadat hij dit seizoen vooral de halve marathons heeft opgezocht. Hij wijst me op een moeilijke strook op het parcours. Hij kan het weten als thuisloper. Ook enkele leden van Seraing Athlétisme hebben de korte verplaatsing vanuit hun thuisbasis gemaakt. Met knipperende lichten kondigt een andere deelnemer zijn komst aan. Het blijkt de voorzitter van de Mergellopers Francis Loyens te zijn. Hij is voor de tweede keer in evenveel weken naar het zuiden uitgeweken om de Bestorming van Alden Biesen voor te bereiden. “Ik doe graag een wedstrijdje als training” verklaart Francis zijn deelname. Als zijn tempo in de eerste kilometers straks een aanwijzing is voor Alden Biesen, loopt hij over enkele weken de kasseien uit de grond in Rijkhoven.

Lees verder →

Het is nog even ter plaatse trappelen voor de start wordt gegeven in de kasteeldreef. Enkele tellen later heb ik al meteen natte voeten als we in een grote plas terechtkomen die verborgen ligt achter de dichte lopersdrommen voor me. We hebben dadelijk een mooi tempo te pakken. Niet moeilijk als het bergaf gaat. Een bocht na 200 meter zou ons op het asfalt moeten brengen. Dat is echter bedekt door een laag kleismurrie. Ik probeer de aardkluiten te ontwijken en wat plaatsen op te schuiven. Zou ik opnieuw Béatrice Kevelaer – enkele plaatsen voor me – kunnen volgen zoals in Slins? Dan zullen de benen soepeler moeten draaien dan daarnet tijdens de opwarming. Na 1 km komt de eerste klim eraan. Francis heeft zich dan al uit de voeten gemaakt. Van mijn categoriegenoten zie ik alleen Luc Hilderson en Christian Vandevenne nog voor me. Saint-Georges 1 Ik haal Luc snel in , Christian houdt zijn voorsprong voorlopig (?) vast. Ik begin samen met Luc aan een kilometer lang smal paadje tussen afsluitingen en prikkeldraad. We blijven hier min of meer noodgedwongen braafjes achter elkaar lopen. Een achtervolger murwt zich toch nog tussen de rij en de prikkeldraad… om zich even verder weer te laten inlopen. De tactiek van sommige collega’s is ondoorgrondelijk. In de daaropvolgende afdaling speel ik enkele keren haasje-over met Luc. Christian blijft in zijn eigen energieke stijl voorop en loopt zelfs wat verder uit. Op het plateau herken ik in de verte de schoorstenen van de electriciteitscentrale in Engis. Mijn eigen energie kan ik maar met moeite aanspreken. Ik krijg het tempo niet omhoog en eenmaal we weer op onverharde veldpaden komen, duiken de kilometertijden ook onder de 5 minuten. Het parcours komt me trouwens ook niet bekend voor. Ik was hier wel al aan de slag in 2010 en 2013 maar mijn harde schijf is stilaan volgeslibd met de vele parcoursen die ik sindsdien heb verkend. Overigens weet ik van Eddy Hoylaerts dat de passage door het Kasteel van Warfusée uit het parcours geschrapt is. Hoe dan ook, de bultjes in de volgende kilometer, zijn nieuw voor me en – die vaststelling kan ik nu niet langer negeren – te moeilijk voor me vandaag. Ik heb geen kracht in de benen en moet me beperken tot volgen. Rond km 5,5 sta ik zelfs zo goed als stil op een klim van zowat 200 meter. De schoenen glijden weg in de smalle geul waar we doorheen moeten. Het is hier ook wroeten voor mijn collega’s en zo verlies ik toch maar twee plaatsjes. De modder blijft ons ook verder parten spelen. Een FCLuik-loper voor me gaat plat op de buik maar krabbelt onmiddellijk weer recht. Een heel steile afdaling waar je de “bovenbeenrem” moet optrekken om niet in het decor te belanden, brengt ons naar het laagste punt van de ronde. Van nu af aan is het voornamelijk klimmen geblazen. Wie nog illusies koesterde om zijn gemiddelde in het tweede deel op te krikken, kan het schudden.
We lopen het gehucht Tincelle binnen, of beter gezegd we kruipen het gehucht Tincelle op, over een helling van meer dan 10%. Mijn neus schuurt haast tegen het asfalt maar ik blijf in beweging en neem zelfs weer enkele meters op Luc. Oef, denk je als je boven bent op de muur van 300 meter. Dan buigt de weg licht naar rechts en … klimt verder. Zo een 2 tot 3% , op een mooi graspad… dat eindeloos schijnt te duren. Eindeloos betekent in dit geval 1,2 km. Het is met zijn allen vechten voor elke meter. Vraag het maar aan mijn twee fans die post hebben gevat op het einde van de helling. Achter een treurwilg… de symboliek is nooit ver weg in een loopwedstrijd. De klim heeft me toch een plaatsje vooruit geholpen, ten nadele van de JoginAttitude-loper Marcello Caracini. Boven op het plateau kan ik eindelijk weer wat tempo maken op een vlakke strook. Althans dat is de bedoeling maar eerst staat de wind in de weg en na een bocht naar rechts werken de benen tegen. Luc Hilderson, nog altijd in mijn spoor of wat had u gedacht (hij had dit verslag misschien kunnen schrijven), Luc Hilderson dus, kan blijkbaar net aanklampen maar slaagt er niet in om het kloofje van ocharme twee meter te dichten.
We draaien nu de kasteelhoeve van Oulhaye in. Ik neem nog net op tijd de bocht naar rechts …of Luc was me toch voorbij geraakt. Vanaf hier heb ik daarnet bekend. We duiken een bosje in waar we nog een laatste klimmetje te verwerken krijgen. Niets bijzonders maar toch voldoende voor veteraan 2 Sergio Dall’Oca om me nu, na enkele voorafgaande pogingen, definitief voorbij te gaan. We komen weer op de verharde weg voor de laatste lus. Mijn twee fans duiken hier plots weer op en moedigen me aan voor de slotkilometer. We ronden de bocht aan het imposante Kasteel van Warfusée voor de laatste rechte lijn door de kasteeldreef. Meteen na het bos heb ik het tempo opgetrokken om Luc geen adempauze te gunnen. Ik doe er nog een heel klein schepje bovenop tussen de plassen van de kasteeldreef. Dan moet de kleine uit Wonck toch enkele meter prijs geven. Nog opletten in de laatste bocht op het voetpad waar winnaar Michel Bertrand zijn categoriegenoten aanmoedigt. Hij zelf is hier al meer dan vijf minuten geleden voorbijgekomen. Na een afwisselend maar pittig rondje – dat voor mij vandaag net te zwaar uitvalt – eindig ik op plaats 103. Diep in het klassement. Na de finish stoot ik op een kladje veteranen 3 die de dorst lessen, voorlopig met een bekertje water. “Dat is mijn revanche voor verleden zondag” lacht Noël. Hij loopt binnen met anderhalve minuut voorsprong in het gezelschap van Armand Pirotte, even na Béatrice Kevelaer. Christian Vandevenne heeft de bonus van 15 seconden dat hij halverwege al had, niet meer uit handen gegeven.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Noël Heptia aan het eind van de lange klim. Foto 2: Eindelijk boven. Luc Hilderson in het geel klampt zich vast in mijn spoor.)

← Toon minder