Maandelijks archief: juli 2018

Borlez (Challenge hesbignon)

zat 28/07/2018 19.00u * Borlez (Challenge hesbignon) * 10,75 km * 00:53:22 * 12 * 79/173 * 1/7 * ♥♥♥

Eén dag soelaas heeft de zonnegod ons deze week gegund, op zaterdag, net als de Hesbignonloop in Borlez wordt gehouden. De extreme hitte van de vorige dagen zou competitielopen hebben uitgesloten. Tenminste voor mij. Want de meer dan 350 deelnemers aan de Condruzienwedstrijd in Villers-le-Temple bewijzen dat er altijd lopers zijn die de moed (of de onbezonnenheid) hebben om 30 graden of meer te trotseren. De beslissing om naar de deelgemeente van Faimes in de buurt van Waremme te trekken, neem ik uiteindelijk pas ’s middags. Tien graden koeler dan daags voordien en een weldoende wind, ook mijn achterbuur Martin Kossig ziet een deelname wel zitten. Borlez 1 Voor hem is de wedstrijd een welgekomen gelegenheid om nog eens voluit te gaan in de vakantieperiode van de Victors Cup. Martin is de schoonvader van Wesley Serrano, mijn trainingsmaat van de zomerse woensdagavonden en al twee keren mee op verplaatsing naar Wallonië. Wesley moet zijn trainingen voorlopig beperken tot rustige loopjes van 5 kilometer vanwege pijnlijke kuiten. Ik ben vanavond op weg met een man met een glorierijk marathonverleden. In 1997 stonden we samen aan de start van de marathon van Antwerpen. Met een tijd ruim onder de 3 uur hoorde hij in die periode bij de beste lopers van de streek. Ondanks een lange periode van inactiviteit, opgeëist door beroeps- en familiale besognes, bleef zijn sponsorcontract met Carrefour doorlopen. De laatste maanden bond hij dan opnieuw de loopschoenen aan.

Lees verder →


De Hesbignon-karavaan is al voor de tweede maal dit seizoen te gast in Borlez. Na de Jogging de l’Etoile (naar de naam van de voetbalclub), is er vanavond de Jogging des Grigneuses, naar de naam van een plaatselijk bier. Hoe zo’n boerengat – niet laatdunkend bedoeld – twee loopevenementen in eén jaar kan organiseren? Wel, de jogging maakt deel uit van het dorpsfeest, zoals vaak in het Luikse, er zijn enkele gulle sponsoren en de Djoyeus Borlatis ( de vrolijke mannen en vrouwen van Borlez, het feestcomité) hebben er veel zin in.
We verzamelen in de buurt van de feesttent en de kerk waar de speaker even het parcours overloopt dat als vlak en snel wordt omschreven. En voor wie de Franse introductie niet veel wijzer maakt, is er ook de Nederlandstalige presentatie van Koenraad Nijssen, mijn ex-collega die hier woont. De Franstaligen hebben hier echter geen oren naar en uiteindelijk overstijgt het geroezemoes de nochtans krachtige stem van de historicus-journalist-vakbondsman, Koenraad dus. Hopelijk moeten we niet meer te lang ter plaatse trappelen voor de start of het effect van mijn voorbereiding, opnieuw in het gezelschap van Armand Pirotte, gaat weer verloren. “Trois, deux, partez”, we zijn weg.
Tot aan het kapelletje onderaan de Cortil Jonet na 800 meter is het in het peloton – waarbij ook de deelnemers aan de korte wedstrijd, samen goed voor zo’n 250 man – een constant geschuif van snellere lopers die van achteren opkomen en tragere lopers die hun betere startpositie snel moeten inleveren. Dat geeft je dan wel de kans een aantal bekenden te zien die je voor de start niet hebt opgemerkt. Veteranen 3 Mark Geyskens en Bruno Broos bijvoorbeeld. Ik vertrek in het spoor van Stefan Meekers die me meteen achterlaat. Ik zie hem de hele wedstrijd niet meer. Maar na afloop blijkt dat dat ik hem al snel na de start weer heb ingehaald. Ik kan ook niet alles en iedereen in de gaten houden. Wie ik wel heb zien voorbijschuiven, is Noël Heptia. In de afdaling van de Cortil Jonet neemt hij al afstand. Ik keek er natuurlijk naar uit om alleszins een deel van de loop in het gezelschap van mijn dorpsgenoot Martin af te werken. Dat is gezelliger en op basis van zijn tijden in de Victors Cup ook niet onmogelijk. Dag Jan! Na tien meter is hij al ribbedebie. Zo’n snelle start heb ik niet in me. En hij verdwijnt zelfs meteen uit mijn gezichtsveld. We draaien nu achter het kapelletje aan de Cortil Jonet door, ook al vermoed ik dat het officiële parcours voor het kapelletje loopt. Nu denkt de lezer misschien, die Cortleven doet alsof hij hier alle wegen kent. Wel, ik ben hier inderdaad al vaker geweest, als loper, als fietser, zelfs als gast. We krijgen de eerste lange rechte lijn voor de voeten. Armand had me net voor de start nog meegegeven dat het parcours voornamelijk “rectiligne” was. Dat is dus een van die lange rechte stroken. Armand zal overigens maar een halve minuut voor me eindigen. Het is misschien nog wat vroeg om het te zeggen maar qua tijd en positie zal ik op een degelijke loop mogen terugblikken. Maar we zijn er nog lang niet. Nauwelijks een kilometer ver. Hier gaat mijn goede kennis Eric Martin me voorbij. Ik zie een groep met Noël Heptia en Sandrine Balon langzaam van me weglopen. Vervelend want ik zit nu in mijn eentje in de tegenwind. Die zorgt wel voor verkoeling. En dat is in deze barre, hete tijden mooi meegenomen. Borlez 2 Even verder gaat de ruilverkavelingsweg in beton over op een hobbelig aarden pad. Dat is ook niet mijn geliefkoosde ondergrond maar ik maak wel wat plaatsen goed. Scherpe bocht naar rechts aan km 2,6. Oef, weer asfalt. Maar wel 3% omhoog. Ik had mijn benen nog een tijdje willen sparen maar ik weet dat zo’n klimmetje me beter ligt dan de meeste van de collega’s in mijn buurt en dus schroef ik het tempo op. Enkele lopers achter me hebben hetzelfde idee, ik verlies een plaats of twee, drie maar haal anderen dan weer in. De balans boven is in elk geval positief. Ik ga in een aangenaam dalend stukje op mijn elan verder, ten koste van …Gorik Nijssen. Deze piepjonge “starter” (dat is de officiële naam van de deelnemers aan de korte wedstrijd) is de zoon van de Nederlandstalige “Public Address” Koenraad. Ik moedig hem in het voorbijlopen nog even aan. Of dat geholpen heeft, zal ik later misschien nog eens van zijn vader vernemen. De starters lopen rechtdoor, de 10 km-lopers nemen een bocht naar links, een kort knikje omhoog en dan zachtjes dalend – alleen te zien op Garmin – lang rechtdoor. Ik hou een tempo aan rond de 5′ per kilometer. Mijn benen willen voorlopig niet sneller en de wind werkt ook wat tegen. Intussen word ik wel ingehaald door een groepje van drie. De eerste en meest “vooruitstrevende” is Eddy Hoylaerts, de immer vriendelijke veteraan 3. In zijn gezelschap is er een jonge dame in het roze (ik gok op Allison Hans) en een loper in het blauw. De twee verliezen in de bevoorrading weer de kleine voorsprong die ze net hebben verworven. Ik neem een slokje… dat ik snel weer uitspuw. Het lauwe water bevalt me niet. De rest kieper ik uit over mijn kale knikker die de verfrissing in dank aanvaardt. Eddy heeft geen bekertje aangenomen en stoomt door.
We hebben nu enkele bochten achter de rug in een dorpje. Dat moet dan Les Waleffes zijn. De signaalgevers kennen overigens een rustige avond. Veel verkeer is er niet in dit deel van Waals Haspengouw. We zijn nu halfweg. Op een van de lange rechte wegen, nog steeds in het dorp, gaat een loper in het rood me voorbij. Ik herken plots Koen Vangrieken. “Wat doet die hier, tussen de anonieme leden van het peloton?” gaat het door mijn hoofd. Ik heb geen energie over om het hem te vragen maar vermoed dat hij woensdagavond voluit is gegaan in de estafettechallenge van Limont. Koen is de algemene winnaar van de challenge 2016. Hij haspelt de Jogging des Grigneuses af met een voor hem matige snelheid… die Eddy Hoylaerts net lijkt te passen. Ik zie dat de veteraan 3 zich in het spoor van de Truiense senior heeft genesteld of althans een poging doet in die zin. Dan is mijn kans om de man uit Saint-Georges alsnog in te halen helemaal verkeken. Een ogenblik bekruipt me de verleiding om Koen toe te roepen het tempo te milderen. Competitiedrang doet gekke dingen met een mens. We lopen nu met de wind mee blijkbaar en de hitte is weer voelbaar. Gelukkig zorgt een laagstamaanplanting op een recht stuk (of wat u gedacht?) voor wat schaduw. Even verder zijn we in een bosje helemaal beschut tegen de zon. Eddy heeft de voeling met Koen Vangrieken verloren en loopt nu slechts een vijftal meter voor me. Hij lijkt wel wat meer in zijn sas op het bospad. Ik ben nog meer in het nadeel aan de rand van het bos op een ongemakkelijke veldweg die ik herken van de Etoile-loop, ook in Borlez dus. Een lichte graad van opluchting maakt zich van mij meester als we na 900 meter weer op het verhard komen. Even beton tot aan een bocht en dan asfalt. Ik ben intussen nog altijd in de weer aan te sluiten bij Eddy. Het is de eerste keer in al die jaren dat we echt een duel uitvechten. Ik weet overigens niet of Eddy weet wie hem volgt. Borlez 3 En ik heb ook geen idee waar Koen Vangrieken is gebleven. Waarschijnlijk heeft hij na een vijftal kilometer de vermoeidheid van de estafette uit de benen gelopen en is hij nu bezig de ene na de andere amateur (dat zijn wij) op te rollen. Op het asfalt dus, op de mooie dreef die naar het kasteel leidt. We beginnen aan het laatste deel (het laatste derde) van de wedstrijd. De eerste 7 kilometer hebben de pijn en het eeuwig aanwezige stramme gevoel in mijn benen nog aangewakkerd. Maar de geest kan de pijn verdringen of alleszins gedeeltelijk verdoven. Even voor we het kasteelpark inlopen kom ik dan eindelijk langszij bij Eddy. Hij heeft me dan toch herkend. Bij de Etoile-jogging lopen we voor het kasteel door. De organisatoren van vandaag hebben misschien (betere) connecties met de privé-eigenaars. Het is aangenaam lopen op de grindpaden in het park en tussen de eeuwenoude bomen. Ik heb de leiding genomen en behoud die ook in de dalende weg langs het hoevegedeelte van het Château. Rechtsaf nu. Ik zie het parcours nu zo voor me. In de Rue Saint-Pierre is het weer klimmen, enkele procenten, het zwaarste wat hier voorhanden is. Maar ik zie dat ik snel nader op de laatste lopers van het groepje dat na de eerste kilometer van me wegliep. Intussen al zo’n 45 regels geleden. Voor de hoeve rechts ga ik voorbij Sandrine Balon. Nog een slok in de tweede bevoorrading – het water is hier frisser – en dan de lange veldweg op naar het kapelletje op de hoek van de Cortil Jonet en de Rue Georges Berotte. Ik verander enkele keren van loopstrook om de stenen te vermijden op deze “chemin empierré”. (Het Nederlands heeft hier geen woord voor.) Ik ben nu in het spoor gekomen van een langbenige jonge dame (een “espoir) die naar de naam Elise Mievis luistert. En hier een boogscheut verder woont, aldus mijn plaatselijke informatiebron. Zij zweeft over de keien, terwijl ik krampachtig naar de goede cadans zoek. Ik ben haar even voorbijgegaan maar alleen al voor haar gracieuze stijl laat ik haar opnieuw voorgaan. Achter me blijft Eddy Hoylaerts aanklampen. Ik houd het tempo strak en wil alvast nog enkele lopers voor me inhalen. Het duo Bernard Dubois en Françoise Debaty lijkt voor het grijpen maar deze taaie wedstrijdlopers geven zich niet gewonnen. Op de 900 meter lange veldweg tussen de weiden en de plantages herken ik nog meer potentiële prooien. Noël Heptia, bijvoorbeeld, ik heb hem al van in Les Waleffes in het vizier. En kijk wie we daar hebben, Martin Kossig! Voor het eerst sinds de eerste meters binnen bereik… als ik nog een tandje groter kan schakelen. Dan toch gestart met het tempo van de 5k-loop in de Victors Cup en een prijs betaald in het tweede deel? We krijgen aanmoedigingen aan de kruising met de Rue Berotte. Ik herken alvast eén stem maar het tegenlicht verhindert om de fans aan mijn rechterzijde te zien. De stijgende Cortil Jonet biedt het geschikte profiel om nog korter te komen. En een ultieme jump op de dalende Rue Vandervelde brengt me, haast op hetzelfde ogenblik, naast en voorbij Noël en Martin. Ik blijf in het gezelschap van mijn “copain” Noël en kan zowaar nog genieten van de (laaghangende) zon. Het is nog even licht bergaf, rechtdoor naar een boerenerf. De boog staat opgesteld onder de toegangspoort van een hoeve. Links kunnen de kalfjes nog net een glimp opvangen van onze aankomst.
Ik wandel door de koestal naar de tentjes voor een frisse slok en enkele sappige sinaasappelpartjes. De “pendelbus” (zie verder) naar de douches is net vertrokken en samen met Martin neem ik de wandeling van zo’n vijfhonderd meter dan maar te baat om de spieren te ontspannen. In de kleedkamers van de Etoile de Faimes heerst er een saunaklimaat. Na een kwartiertje biedt de open lucht verkoeling. Martin heeft dan al op Strava de wedstrijdgegevens van een aantal collega’s geanalyseerd en stelt vast dat hij niet de enige is die tijd heeft moeten inleveren in het tweede deel. Borlez 4 Ik hoor dan bij de uitzonderingen (?) die het tempo wel hebben kunnen vasthouden. Dat lag dan wel lager in de eerste helft. Maar je kan niet alles hebben… De “pendelbus” staat klaar om ons terug naar het centrum van het dorp en de feestelijkheden te brengen. Het voertuig lijkt nog het meest op een huifkar en is dat misschien ook. En wordt voortgetrokken door een tractor. Bestuurder en begeleiders zijn de Djoyeux Borlatis. Die zorgen dus niet alleen voor vertier maar ook voor een vlotte organisatie. We hotsen en botsen op de houten banken maar de passagiers, zoals Martin, hebben er wel lol in.
Aan de feesttent haalt Noël, opgegroeid in het naburige Viemme, herinneringen op aan zijn jeugd. Aan de danszaal achter bij Irma, aan de voetbalclub gesticht door de vader van organisator Jean-Marc Delchambre. Cortleven, Cuipers en Driessens worden naar voren geroepen voor het podium van de veteranen 4. Drie Limburgse namen. Een “volledige” Limburger. Een uitgeweken Limburger, ook een Willy, van Herderen en wonend in Juprelle. En een Luikenaar, Pierre uit Seraing. Ik zie Willy Cuipers hier voor het eerst dit seizoen. Een spierscheur gooide roet in het eten van de winnaar van de challenge bij de veteranen 4 in 2017. Overigens stonden hier vanavond in onze categorie meer kandidaten aan de start dan er plaatsen zijn op het podium. Pech voor Jacques Detaille. Als ik dan nog vertel dat de ambiance in en rond de tent verzorgd werd door de streetband “Les Marteaux” dan zijn jullie weer helemaal bij. Houd het koel en tot binnenkort voor een volgende loop en verslag!

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Achter de finishlijn. Foto 2: Eindspurt van Armand Pirotte. Foto 3: De laatste meters met Noël Heptia. Achter ons Eddy Hoylaerts. Foto 4: Op weg naar de douches met Martin Kossig.)

← Toon minder

Bolland (Challenge L’Avenir)

vri 13/07/2018 20u * Bolland (Challenge L’Avenir) * 9,1 km * 00:46:17 * 11,8 * 104/242 * 1/5 * ♥♥♥♥

Wedstrijd 31 van de Challenge L’Avenir past precies in mijn wedstrijdschema en dus ben ik in de late middag onder een uitbundige zon op weg naar Bolland. Een lezer die de platgetreden paden node verlaat, vraagt zich nu misschien af: “Waar mag dat wel zijn?” Wel, korter bij dan u denkt. Voor ons is Hasselt zelfs verder. Ik kende de vlek in het land van Herve (en behorend bij die gemeente) door mijn fietstochten en was toen gecharmeerd van het mooie dorpscentrum in een kom gedomineerd door een kasteelhoeve. Het mag dus niet verbazen dat ik ook deze loop aan mijn palmares wil toevoegen. De inmiddels vertrouwde autoweg vanaf Visé brengt ons in no time in Soumagne. Bolland 1 Van daaruit hoeven we ons zelfs niet in de meanders van de asfaltweggetjes rond Herve te wagen om het voetbalveld van CS Bolland te vinden. Dat ligt in het groen in het gehucht Noblehaye op een plateau. Jammer genoeg buiten de dorpskern die we tijdens de loop rechts laten liggen. De passage door het charmante centrum is dus voorbehouden aan wandelaars, zoals Marie-Paule. Zij brengt een rijke oogst aan foto’s mee, waarvan enkele dit verslag opsmukken.

Lees verder →


Het gelijknamige riviertje de Bolland zorgt voor een landschap en een parcours in pieken waarvan vooral de eerste twee mijn benen en longen zwaar op de proef stellen. Nog een geluk dat bij het vertrek om 20 uur de zon al haar beste pijlen verschoten heeft en mij alvast niet of nauwelijks hindert.
Tien meter na het vertrek ligt er al een bocht. Die ongewone start heeft waarschijnlijk met de veiligheid te maken. Om de lopers van de rijweg af te houden, hebben de organisatoren verzamelen geblazen achter de startboog op het oefenveld dat vanavond als parking dienst doet. Bolland 2 In de eerste tweehonderd meter is het zoeken naar ruimte. Maar dan begint de weg stevig te dalen en trekt de spontane versnelling van de lopers het peloton uiteen. Een eerste kilometer in 4’16” met inbegrip van het gedrum in de aanvangsmeters, het is me nog niet vaak overkomen. Op de steilste stukken hou ik dan nog wat in om mijn benen te sparen voor de eerste klim die al op de loer ligt. Temeer omdat de pees aan mijn rechterenkel opspeelt, een inmiddels bekend gegeven. Na 900 meter draaien we een smal pad in dat weldra fel omhoog gaat door een bosje. Dit gedeelte heb ik daarnet verkend maar ik blijf op mijn hoede voor stenen en gleuven. Die leveren schijnbaar geen probleem op voor de lopers voor en achter me die ofwel met soepele tred de hindernissen ontwijken ofwel hun laatste prestaties met gemak kunnen navertellen. Ik ga tot mijn verbazing veteraan 3 Guy Raes voorbij. Toch niet in te beste vorm. Ik heb hem voor de start gegroet in het gezelschap van Nicolas Bynens die een klein minuutje voor me zal eindigen. Boven worden we uitbundig aangemoedigd door enkele jonge mannen Ze waren daarnet hun stembanden al het smeren, heb ik bij de verkenning vastgesteld. Maar wat ik daarnet als “boven” omschreef blijkt maar half boven te zijn. De klim gaat gewoon verder, nu op verharde ondergrond tussen enkele huizen. Het is steil en warm maar ik overleef. Ik neem de daaropvolgende afdaling in het gezelschap van twee dames die wel vaker in mijn gezelschap vertoeven. Voor u hier verkeerde conclusies aan gaat verbinden, wij hebben ongeveer hetzelfde tempo. Na 2 km dient de volgende klim zich al aan. Voornamelijk in de schaduw dat wel, maar nog steiler dan daarnet. Op het eerste deel ben ik Sandra Delrez en Magali Beauwens voorbijgegaan, dat zijn de twee dames in kwestie. Op de steilste stroken – boven de 10% – hangen we met de neus haast op het asfalt en is de ene voet voor de ander zetten al een opgave. Ik doe het toch nog een fractie sneller dan Roger Dosseray, mijn collega veteraan 4. Ik vind nog net de adem om hem aan te moedigen, in de stille hoop natuurlijk dat hij zich niet te fanatiek in mijn spoor gaat vastklampen. Een andere jonge dame, Laure Etienne, is me in de klim voorbijgegaan. Ik herken haar van de wedstrijd in Stembert waar ik haar voor kon blijven. Ideaal als mikpunt dus. Ik spoor, niet zonder moeite, mijn benen tot een hoger tempo aan. En ga voorbij Laure. Zij zal nog kilometers op luttele meters blijven hangen. Bolland 4 Op die manier kan ik ook meegenieten van de talrijke aanmoedigingen die ze onderweg krijgt. Roger doet intussen verwoede pogingen om weer aan te sluiten. Na enkele honderden meters neemt het geluidsvolume van zijn zware ademhaling langzaam af… Links ligt een eenzame boerderij tussen de weiden. Het wegdek is ook alleen geschikt voor tractoren en ander landbouwtuig, lopersvoeten vinden hier geen comfort. Ik slaag er maar niet in soepel rond te draaien. Het blijft harken om het tempo vol te houden. Bij het bekijken van tijden en parcours op mijn Garmin, wordt me duidelijk waarom. Het loopt hier gedurende twee kilometer vals plat omhoog. Op een smal graspad vijfhonderd meter rechtdoor nader ik dan toch op enkele voorgangers. Ik zet de achtervolging verder op een rijweg, even op degelijk asfalt. Vanzelf gaat het niet maar ik krijg dan toch Dominique Heusschen te pakken. De veteraan 2 met de outfit van een voetbalscheidsrechter die ik in mijn betere dagen wel kan kloppen. Maar ik ben nauwelijks honderd meter in zijn zog of ik word er weer afgelopen op de volgende helling. Voor wie de tel kwijt is, dit is de derde klim in 6 kilometer. Minder zwaar dan de eerste twee – zo voel ik het aan maar misschien zit ik nu beter in het ritme – maar op de moeilijkste stroken blijf ik toch hangen onder de 10 km/uur. Dominique dus weer enkele meter voor me uit. Een jonge dame, Julie Pirenne neem ik aan, krijgt wel een tikje en kan mijn tempo niet volgen. In een dalletje lopen we tussen enkele huizen door op zoek naar het vervolg van de helling, eerst op een stenen pad. Een collega – bekend gezicht, onbekende naam – ziet me met een door de inspanning getekend gezicht voorbijgaan. We zijn nu weer op een plateau, vanaf hier gaat het langzaam naar beneden. Denk nu niet dat ik hier meteen naar een hogere versnelling kan schakelen. De reden bevindt zich onder onze schoenen. De staat van het wegdek tart elke verbeelding. Het is gissen naar de oorspronkelijke wegbedekking. Precies geasfalteerde molshopen. “Op welke bult ga ik nu mijn voeten zetten?” vraag je je af bij elke stap. Bolland dat is de overtreffende trap van slecht asfalt. En dan km 6,6: de verlossing, na twee derde wedstrijd.
We draaien rechtsaf, het Ravel-fietspad op. Dit is het tracé van de Tectonic. De 38 – genoemd naar de oude spoorweglijn – is een soort passe-partout voor een aantal wedstrijden in de buurt van Herve. Dit moet al de derde keer zijn dit seizoen dat ik over de oude spoorwegbedding loop. En ditmaal in de “goede” richting. Westwaarts, met een licht verval. En dat op een nagelnieuwe asfaltlaag. 900 meter rechtdoor nu. Bolland 5 In de voorgaande kilometers heb ik de eeuwig zeurende pijn niet uit mijn benen kunnen lopen. Dan maar op karakter naar de lopers voor me. Dominique Heusschen is het eerste slachtoffer van mijn aanvalslust. Op het einde nemen we een U-bochtje en draaien in de tegenovergestelde richting terug, 200 meter parallel aan het fietspad. Dat geeft ons de gelegenheid de voorsprong op de achtervolgers in te schatten. Guy Raes loopt op zo’n honderd meter. Roger Dosseray komt nu pas vanachter de bomen te voorschijn. Een spurt in de finale zal dit keer niet nodig zijn. Een scherpe bocht naar rechts. Is dit de laatste rechte lijn? Ik duw het tempo nog verder omhoog, tegen de 4’20” op de vlakke stroken. Uiteindelijk is het nog 1300 meter naar de finish. Er wachten nog twee glooiingen in het tegenlicht. Bij de eerste kom ik in het spoor van mijn voorganger, Michel Terf. Bij de tweede laat ik hem achter. Maar met een uiterste krachtsinspanning haalt de veteraan 2 me in de laatste honderd meter weer in. Ik loop ook nog senior Laurent Leinartz in die wel mooi achter me blijft. “Opletten, volledig draaien”, een toeschouwer wijst er ons op dat de finish enkele meters voorbij de boog ligt. In feite lopen we voor de boog door. Het nummer wordt genoteerd, de buit is binnen. Die buit bestaat vanavond uit een selectie streekbieren, stel ik later vast. Ik neem enkele gulzige slokken van de lekkere Oshee-sportdrank. Roger meldt me met een bedrukt gezicht dat hij echt niet goed was. Bolland 6 Een compliment voor de winnaar in zijn leeftijdsklasse kan hij echter niet over de lippen krijgen. Derde wordt Helmut Weynand. En dat is een verhaal apart. De loper uit Bütgenbach, al met twee voeten in de zeventig, kreeg in januari drie stents ingeplant na een hartaanval. “Ik dacht dat ik ging sterven. Maar ik was niet bang.” Zo beschrijft hij de hachelijke ervaring. “Is dat wel een goed idee, een zware loop in deze temperatuur?” waag ik. Een schouderophalen en dan het laconieke antwoord “Je moet niet forceren”. Mijn eigen wedstrijd wil ik met een understatement samenvatten: ik heb me niet verveeld in deze loop vol contrasten en uitersten: de kortste startstrook, de langste laatste rechte lijn, het asfalt voor twee derden afgrijselijk, op het eind zo glad als een biljartlaken. En vooral: het gevoel ging crescendo naarmate de loop vorderde.
Het is weer lang wachten op de prijsuitreiking. Maar het is zalig genieten in de avondschemering op het voetbalveld van Bolland. En aan de tafel zorgen Nicolas en Guy voor de vrolijke noot.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Een oude richtingaanwijzer in Bolland. Foto 2: De kapel van Noblehaye in de laatste kilometer. Foto 3: Françoise Piscart rept zich naar de finish aan het stadion van CS Bolland. Foto 4: De grinta van Nicolas Bynens die sneuvelt op de vierde plaats bij de veteranen 3. Foto 5: Uw dienaar op honderd meter van de streep. Michel Terf in het groen zal me nog een plaatsje afsnoepen. Helemaal in de achtergrond Laure Etienne.)

← Toon minder

Ampsin (Challenge hesbignon)

zat 07/07/2018 19.15u * Ampsin (Challenge hesbignon) * 10,5 km * 00:54:58 * 11,5 * 90/195 * 1/4 * ♥♥♥

De naam “Ampsin” roept herinneringen op aan mijn jeugd toen in Ampsin-Neuville schotbalken werden opgehaald voor de scheepvaart op de Maas. Het grote publiek mocht elke middag meegenieten van de mededeling op de radio die bedoeld was voor de binnenschippers. Vandaar… Vanavond vang ik nauwelijks een glimp op van de Maas, laat staan de schotbalken (als dat systeem nog bestaat…), maar ben ik hier voor een nieuwe wedstrijd (tweede editie) van de Hesbignon. Ampsin ligt aan de linkeroever van de Maas en dat is meteen de reden waarom de loop bij de Hesbignon hoort. Tihange hier schuin tegenover aan de andere oever van de Maas maakt deel uit van de Condruzien, zo heeft de geologie het gewild. Voor het reliëf en het parcours maakt het in dit geval niet veel uit, voor eventuele radio-actieve bestraling evenmin, neem ik aan. De weg naar het dorpje leidt door wat ons als een industrieel erfgoed-landschap overkomt. Straks zal duidelijk worden dat we ons niet vergissen. Op het dorpsplein staat de kerk nog in het midden. De feesttent en de aankomstboog op het kerkplein maken duidelijk dat we onze bestemming hebben bereikt.

Lees verder →


Met de verkenning van de eerste en laatste kilometers in het gezelschap van Armand Pirotte en de gedetailleerde parcoursbeschrijving van Albert Vandensavel en Eddy Hoylaerts – (toevallig of niet?) allen veteranen 3 – in het achterhoofd, voel ik me voldoende gewapend om mijn eerste deelname in Ampsin. Toch één groot vraagteken dat voor elke wedstrijd opduikt, hoe is het met mijn benen gesteld? Het antwoord zal ik snel krijgen. We maken eerst een lusje door het dorp, passeren al een keer voorbij de streep waar de meeste supporters – onder wie Marie-Paule – ons opwachten en gaan dan zachtjes klimmend naar de eerste landmark van de dag, een helling van 100 meter met veertig trappen, mooi uitgehouwen in steen. Ampsin 1 Boven wacht de tweede meegereisde fan op me, mijn zus Liesbeth. We kunnen nu even van de eerste inspanningen bekomen op een dalende kilometer in een fraaie beboste omgeving. Het parcours slingert zich hier namelijk door een natuurgebied boven en langs de verlaten steengroeve Dumont-Wautier. Maar we zijn nu weer in de vallei – links ligt het Musée du Feu (over de verwerking van de gedolven kalksteen en dolomiet) – en we mogen ons middels een zachte helling voorbereiden op een stevige kuitenbijter op het asfalt. De aanmoedigingen langs de weg ten spijt moet Frédéric Florkin achterblijven. De volgende kilometer gaat met korte snokken op en af tussen de huizen waar de bewoners zich binnen schuil houden tegen de zon. Tenzij ze het wereldkampioenschap verkiezen boven de live-ervaring van de Hesbignon. Nu, voor mij moeten ze niet buitenkomen, want ik draag een onaangenaam gevoel mee in de benen. In de vlakke aanvangskilometer heb ik nog even de illusie gehad Armand Pirotte te kunnen volgen maar die is intussen al nergens meer te bespeuren. Armand zal wel dubbel gemotiveerd zijn na een artikel in La Meuse naar aanleiding van zijn duizendste loopwedstrijd. Dit respectabele aantal heeft hij opgebouwd in meer dan 40 jaar baanwedstrijden, marathons en joggings met tijden waarvan u (misschien) en ik (alleszins) alleen maar kunnen dromen. Ik ben nog steeds op zoek naar een aanvaardbaar ritme als we na 3,5 km het bos worden ingestuurd voor de voornaamste uitdaging van de dag: anderhalve kilometer steil klimmen op een smal, gegroefd en met stenen en wortels bezaaid bospad. Ik verlies meteen enkele plaatsen aan achtervolgers en probeer vooral mijn benen niet volledig op te blazen. Na de eerste beroerde hectometers verlies ik dan toch al geen plaatsen meer en blijf ik in het spoor van de lopers in mijn buurt. Een in het zwart geklede jongedame, Mélissa Kinnard, is me ook voorbijgegaan. Even wordt de stijging me te machtig en houd ik het bij stappen. Als ik me weer op gang trek, probeer ik ook Mélissa weer tot lopen te overhalen. Of dat ook meteen gelukt is, blijft onduidelijk. Ik zal haar alleen nog na de finish terugzien. In de laatste 700 meter vals plat kan ik redelijk herstellen en durf ik in de achtervolging te gaan op een duo rijpe veteranen 1 of veteranen 2 – ik gok even voor de leeftijd. Ik heb voor het eerst het gevoel dat er weer wat snelheid te halen valt.
WAmpsin 2 zijn nu half wedstrijd aan de rand van het bos boven op een plateau. Op een korte strook vlakke weg waar zich ook enkele huizen bevinden ga ik het duo – bestaande uit een “gele” en een “paarse”- voorbij. Die hebben nog de lucht om te babbelen, misschien dat ik hen wel prikkel als ze zien dat die ouwe knar hen voorbijgaat. We zijn nu begonnen aan de afdaling naar de Maasvallei. Het moeilijkste is achter de rug maar ik heb wel geen idee of hier nog ergens een plotse klim verborgen ligt. Ik duw de twijfel van mij af en schakel op een hogere versnelling over. Het duo heb ik (voorlopig?) achter me gelaten. We verlaten de schaarse bewoning en duiken een graspad in tussen de weiden. Ik haal een in het zwart gehulde loper in met wat zwabberige beenbewegingen. Het graspad, nu mooi in de schaduw van het bos, is goed beloopbaar maar ik kan het niet nalaten enige voorzichtigheid in te bouwen, vooral in de soms scherpe bochten. Gelukkig heb ik wat bewegingsruimte voor en achter me. Die had veteraan 3 Bruno Broos zo’n 4 minuten voor me niet. Na de finish toont hij me zijn shirt dat de sporen van een valpartij draagt. Het gaat lekker vooruit gedurende een dikke kilometer. Maar ik zie ik het van ver aankomen in de zevende kilometer. De asfaltweg buigt naar rechts af en loopt flink omhoog. De paarse die mij daarnet toch weer is voorbijgegaan botst plots op zijn grens en moet stilstaand op adem komen. Daarnet hadden hij en zijn maat – daginschrijvers aan de nummers te zien – nog de tijd om kennissen langs het parcours te groeten. Even later word ik zelf ingehaald door een “gele”. Het is mij echter niet duidelijk of dat de gele man van het duo is. Na 400 meter is de nieuwe klimellende geleden en duiken we weer steil de dieperik in. De plotse overgang wordt niet op prijs gesteld door mijn bovenbenen. Ik ben net weer op mijn positieven voor een vlakker stuk tussen de huizen waar Liesbeth met het Canon Ixus-cameraatje van Marie-Paule langs de weg staat. Amai, denk ik bij mezelf, hoe gaat die op tijd terug zijn voor mijn triomfantelijke aankomst voor de kerk van Ampsin. Een scherpe helling van honderd meter met een stijging van boven de 10% wordt wel geregistreerd door mijn Garmin maar is blijkbaar volledig van de harde schijf onder mijn hersenpan gewist. Merkwaardig. We zijn opnieuw aan het dalen, in de schaduw tussen de bomen. Heerlijk… en ik ga nog goed vooruit ook want ik haal nog een mannetje voor me in. Ik zie een eenzame supporter langs de weg, de moeder van winnaar Geoffray Gillet. Die ook de prestaties van de anonieme loper weet te appreciëren. We zijn nu voorbij km 9. Ampsin 3 Rechts ligt de trappenpartij van km 1,5. Links draaien we het fietspad van de Rue Hippolyte Dumont op. We rapen nog enkele late loopsters op van de 6 km-loop. Dat geeft je het gevoel dat je wel bijzonder snel onderweg bent. Maar even voor de kerk krijgt de euforie een deuk als ik tweehonderd meter voor me de lopers uit de tegenovergestelde richting naar de aankomst zie opdraaien. We hebben nog een lus te doen, blijkbaar. Hoe lang? Ik heb al geconstateerd dat de kilometeraanduidingen hier correct zijn of zelfs lichtjes onderschat. Ik heb me met volle overgave in de afdaling gestort. Een bijkomende kilometer zou me wel eens zuur kunnen opbreken. Het overkwam Armand Pirotte drie minuten geleden. Hij moest een versnelling op de Rue Hippolyte – u inmiddels bekend – bekopen op het bijkomend rondje dat hij niet had voorzien. Domenico Di Vito snoepte hem de gewonnen meters weer af. Een aantal bekenden – zoals Lucien Collard, Noël Heptia en Philippe Gheury – kon hij wel afhouden. Hoe dan ook, we draaien links in en ik herken de eerste lus van de loop op het korrelige asfalt dat daarstraks mijn voeten al pijnigde. In de eerste bocht ga ik voorbij een loper uit Alken. Die een jongere op sleeptouw neemt. Het is mij nu nog een raadsel wie wie is. Maar ik kan niet bij het duo en de vraag blijven stilstaan. Op karakter probeer ik het tempo vast te houden en zelfs een tijdje mee te gaan in het spoor van veteraan 1 Yves Richard. Daar is fotografe Liesbeth opnieuw! Die kent hier blijkbaar alle tussendoorwegeltjes al of heeft plots vleugels gekregen. Tussen de seingevers en het wachtend verkeer door naar de aankomst. Naar een plaats net in de eerste helft van het peloton. Dat verdient een schouderklopje van Jos Biets. Geen vier hartjes, het laatste was ik al kwijt na mijn tegenvallende eerste derde van de “Ampsinoise”. Michael Guyen eindigt anderhalve minuut voor me. Michael wie? Wel, ik ken de man ook niet persoonlijk maar heb wel zijn blog ontdekt op het net. Een collega-blogger dus. Ik ben benieuwd naar zijn verslag.
Ampsin 4 Het is lang, heel lang wachten op de prijsuitreiking. Organisator David Frison zal zich volgend jaar wel nog een keer bedenken eer hij weer in zee gaat met muzikanten die al voor een pandemonium zorgen tijdens de inschrijvingen en achteraf hun volledig repertorium afwerken voor ze de microfoon weer willen afstaan. Ik heb de ruim de tijd om met Jos Biets een evaluatie te maken van de race: op de lange wachttijd na, niets dan lof. En met Pierre Olivier terug te blikken op de zes jaar in zijn nieuwe leven als tijdsopnemer. Het is dan eindelijk zo ver. De Limburgers gooien opnieuw hoge ogen. Bij de veteranen 2 is het podium zelfs exclusief Limburgs getint: Thierry Vanherck voor Michel Wolfs en Ludo Werckx. Bij de veteranen 4 word ik geflankeerd door Pierre Driessens, voor mij een nieuw gezicht uit Seraing en Willy Simon.

(Foto’s Marie-Paule en Liesbeth. Foto 1: Verkenning met Armand Pirotte boven naast de steengroeve. In de wedstrijd zelf gaat het hier bergaf. Foto 2: De dreigende koeltorens van de kerncentrale van Tihange beheersen de Maasvallei. In kilometer 8 op het opgekalefaterde Waalse asfalt. Foto 3: In de laatste lus voor de finish. Veteraan 1 Yves Richard in het wit blijft me net voor. De dame rechts is een deelneemster van de 6 km. Foto 4: Nagenieten na de inspanning. Samen met mijn twee fans en op het podium. Links van me Willy Simon, derde veteraan 3, rechts Pierre Driessens en organisator David Frison.)

← Toon minder

Eben

zon 01/07/2018 10.30u * Eben Au cours du Geer * 9,5 km * 00:47:47 * 12 * 14/59 * 1/3 * ♥♥♥♥

Het is vandaag een thuiswedstrijd voor mij, althans zo voelt het aan. Nauwelijks enkele kilometers van Heukelom en op mijn trainingsroutes. De nieuwe loop – voor de tweede maal georganiseerd door de Fanfares van Eben – moet nog naam maken en zal het moeten stellen met een klein deelnemersveld van een honderdtal lopers. Daartussen enkele Limburgers die allemaal hun plaatsje krijgen in dit verslag. Eben, dat meestal in één adem genoemd wordt met Emael, ligt in de Jekervallei en is voor mij vaak een passage op langere en relatief vlakke trainingstochten. Het uitgetekende parcours laat van het predicaat “vlak” evenwel niet meer veel over. Eben 2 Er zitten twee stekelige hellingen in, een op asfalt, de ander op een smal, hobbelig pad. Reken daar nog twee andere smalle passages en enkele draaipoortjes bij en de snelheid is er meteen ook uit. Om het gemiddelde omhoog te krikken blijven dan nog alleen de kleine 3 kilometer vlakke Ravel-kilometers over. De parcoursbouwers zijn er wel in geslaagd hun 10 km-loop uit te tekenen op alle autoluwe wegen die er in het dorp te vinden zijn. En ze hebben het zusterdorp Emael de eer gegund van een passage voor het internationaal vermaarde Fort van Emael. In de hoop natuurlijk dat de lopers, die nog al eens de neiging hebben zich van de wereld af te sluiten, de grijze historische getuige opmerken. De loop is overigens “Au cours du Geer” gedoopt maar de meeste lopers die hier niet zo bekend zijn, zullen het riviertje waarschijnlijk ternauwernood gezien hebben. Ik heb vrijdag bij wijze van voorbereiding de route herkend, althans een poging ondernomen nadat ik het tracé had proberen te memoriseren. Ik heb alvast een veldweg ontdekt langs de mergelgroeve. Dat is de groeve die enkele jaren geleden is uitgebreid en een deel van een traditionele Zweitlanceurs-route heeft opgeslokt. Voor de ontbrekende schakel in de laatste kilometer heb ik moeten wachten tot vanochtend. Een pijl wijst naar een smal donker pad. Ik ben hier dus al twintig jaar voorbijgelopen zonder die doorgang ooit opgemerkt te hebben.

Lees verder →


Ik wil meteen vanaf de start de benen onder spanning brengen. Geen rustige aanloop dus. Mijn laatste twee trainingen zijn een afknapper geworden en een (relatief) snelle start is een paardenmiddel om vandaag wel in mijn ritme te komen. Het is nu maar afwachten of de remedie ook werkt. Het vertrek wordt gegeven in de Rue du Village, haast voor de deur van zeventiger Guy Okwicka. Hij maalt nog twee keer per week zijn kilometers. Ik zie hem geregeld op de helling naar de kerk van Eben. Vandaag staan we voor het eerst in lange tijd samen aan de start. Na een korte afdaling draaien we rechtsaf een veldweg in. Ik heb me jaren afgevraagd waar die naartoe leidt – als het al geen doodlopende weg was naar een boerenerf – nu weet ik het dus eindelijk. Al meteen klimmend op losse stenen, daarna dalend op grind waar onder de volle zon moeilijk te herkennen gaten alle aandacht vragen. Rechts achter de bomen ligt een grote groeve en een breekinstallatie voor silexstenen. Niet dat ik daar nu enige belangstelling voor heb, de blik is gericht naar voren, een antwoord zoekend op de vraag waar ik mij in het peloton bevind. Nier ver voor me zie ik Claude Herzet, evenals ondergetekende een “régional de l’étape”. Nicolas Bynens heeft na een kilometer al een 75 meter voorsprong. Na 1,2 km steken we de N671 over. Dat is de weg door het afgegraven gedeelte van de groeve. Een gewaagde keuze van de organisatoren. Op deze weg wordt wel eens doorgevlamd door autobestuurders maar de weinige auto’s op deze zondagochtend blijven braaf staan voor het bord van de signaleuse terwijl de politie een officieel oogje in het zeil houdt. Eben 2 Daar is de eerste serieuze klim. Een bochtige asfaltweg die hier eigenlijk alleen ligt voor de mergelwinning en de toegang naar Eben-Ezer, een kasteel of toren in silexstenen. Een aanrader voor wie de streek niet kent en voor wie een rustige wandeling wil maken in en boven de Jekervallei. Ik zie dat Claude het traditioneel moeilijk heeft op de helling, ik kom wat dichterbij. Na een van de bochten hoor ik plots aanmoedigingen voor een Willy. Is dat voor mij? Jawel, ik zie Jean Tempels die hier vorig jaar derde eindigde. Dit jaar maakt hij zich verdienstelijk aan de rand van de weg met het filmen van onze moeizame doortocht. Boven draaien we rechts af en passeren dus niet voor en onder de apocalypsebeelden van Eben-Ezer. Ik heb nu geen tijd om meer uitleg te geven. Ga er, zoals gezegd, eens een kijkje nemen. Of kom eens een keertje mee op training. Het gaat nu een driehonderdtal meter stevig naar beneden over een veldweg en een weide. Ik ken hier wel elke morzel grond maar neem geen overdreven risico’s om bijvoorbeeld Francis Smets van Millen bij te houden. Ik zal hem tot bij de splitsing van de 5 km een vijftiental meter voor mij uit zien draven. Hij neemt dan de kortste route maar moet in het moeilijke tweede deel (gelijk aan dat van de 10 km) nog heel wat tijd inleveren. Er wacht ons nu een tweetal golvende kilometers over asfalt en beton. Ik houd mijn tempo goed aan en stel tot mijn voldoening vast dat Claude niet verder uitloopt. Mijn benen voelen alleszins heel wat beter aan dan tijdens de week, ondanks de hitte. Die heeft me wel een droge tong bezorgd. We doorkruisen het dorp naar het gehucht Lava waar we weer op de Ravel zullen uitkomen. Ik kijk al uit naar het licht dalende fietspad tussen de bomen. Maar eer het zo ver is… kan er nog heel wat fout lopen. En dat gebeurt ook… bijna. Bij het indraaien van het Ravel-fietspad na 3,8 km verstuikt Claude Herzet zijn voet. Even paniek, dan toch verder en na afloop geen pijn meer. Maar het ontwaken morgenochtend kan pijnlijk zijn. Even verder, aan de bevoorrading, loopt het bijna verkeerd voor mij. Ik zie nog net dat de 10 km-lopers rechts een graspad worden opgestuurd. Na de eerste lettergreep van een Vlaamse vloek heb ik de juiste richting te pakken. Ik verfris mijn hoofd met het koele water (een pluspunt voor de organisatie!) en bedenk dat de parcourstekenaars geen zijweg onbenut hebben gelaten. Het pad wordt almaar smaller tot we weer op het Ravel-beton uitkomen en eindelijk de gashendel kunnen opendraaien. Ik haal hier een gemiddelde van tegen de 4’35”. Dat is voldoende om Claude in het vizier te houden maar onvoldoende om Anne Balter te volgen. Deze jongedame is me daarnet voorbijgegaan en zal op weg naar Emael ook Claude achter laten. We lopen voorbij de paardenstallen – ik ga er nu even vanuit dat jullie weten waar ik mij bevind – en kom voorbij de Rue du Garage op de hoogte van Claude. Die heeft mijn stap intussen herkend. Ik hou bewust even in om Claude de gelegenheid te geven te volgen. Met tweeën is het aangenamer dan alleen, lijkt ons. We draaien samen om bij het Fort en slaan de single track in rechts naast de Jeker op weg naar het vijvertje in de Biotope du Guizette. We kennen deze plek beter dan onze eigen tuin. Alleen heeft Claude weer de leiding genomen en is het voor mij in zijn spoor toch uitkijken, bijvoorbeeld om niet mijn voet te verstuiken… De kerkklok van Emael slaat elf uur als we ons sierlijk – Claude doet het alleszins sierlijk – voorbij het draaipoortje wentelen en onze smalle weg langs de Jeker verderzetten.
Na 6,4 km komen we weer op het verhard, de Rue du Garage. Honderd meter verder draaien we de Rue l’Aumont in – ik vermoed dat dit nog altijd Emael is – waar het weer bergop gaat. Dit is geen makkelijk stuk, weet ik uit jarenlange ervaring, en het verhakkelde asfalt tussen de weiden even verder blijft nog honderden meters irritant oplopen. Wat ik vermoedde, wordt bevestigd. Claude heeft vandaag niet zijn beste dag en moet al snel loslaten. Anne Balter loopt niet meer verder uit. Ik hou mijn tempo netjes vast maar bouw nog wat reserve in, er volgen immers nog twee moeilijke slotkilometers. In de open stukken schijnt de zon ongenadig maar ook dank zij de schaduwpartijen kan ik mij staande of beter gezegd lopende houden. Ik vraag me intussen wel af waar Marie-Paule zich ophoudt. Aan het Fort is ze niet. Ze zal dus wat verderop staan, hoop ik. Stel u voor, een verslag zonder foto’s. U zou mijn verhaaltjes misschien niet geloven… Ah, daar is ze, vlak voor we links weer de natuur worden ingestuurd. Eben 3 In de schaduw over een Jekerbrugje, dan opnieuw een smal voetpad met boomwortels, scherpe bochten en twee draaideurtjes. Ik heb de strook vrijdag en vandaag herkend en ben dus voorbereid op de obstakels. Niettemin blijf ik uitkijken. Als de loper achter mij die ik nu snel hoor naderen, mij inhaalt, het zij zo. Nu, voorlopig gaat niemand me voorbij, ook niet op de Rue des Enclos en de Rue du Vieux Moulin. De namen zeggen u wellicht niets, mij des te meer. Ik ken hier elke gevelsteen, elke spleet in het wegdek, elke hond – dat zijn er drie in de eerste straat. Het is wel voor het eerst dat ik hier in wedstrijdtempo voorbijkom. Voor mij is er vandaag dus ook iets nieuws te beleven. Mijn benen mogen dan wel eens in goede doen zijn, mijn rechtervoet bezorgt me wel last. Een eeltplek in het midden onder de voet en een onverklaarbare maar irritante pijn aan de binnenkant naast de hiel. Het ongemak heeft zich vorige week ook al gemanifesteerd tijdens het tweede deel van een lange training. Toevallig of niet, ook in deze omgeving. Dadelijk worden we het smalle en donkere pad ingestuurd waar een klimpercentage tot 10% op ons wacht. Zal ik mijn achtervolger hier ook kunnen voor blijven? Aan gebrek aan steun zal het niet liggen. We lopen opnieuw voorbij de plaats waar Marie-Paule heeft post gevat. Maar ze is niet alleen. In haar gezelschap schreeuwt Dania, de vriendin van Nicolas Bynens, haar stem schor om de lopers – zonder uitzondering – aan te moedigen. Het is met “Willy Willy Willy” in de oren dat ik de laatste moeilijkheid van de dag aanpak. De signaleur bereidt ons ook voor : “Allez. Dernière bosse” (Vooruit, laatste klimmetje). En dan, een seconde later, je hebt net alle moed bij elkaar geraapt: “Mais c’est une bonne bosse, quand même”. (Let op, het is toch wel een ferme klim). De hoeveelheid moed zakt met 50 percent. We beginnen eraan. Meer dan 10% in de eerste meters. Ik sta haast stil, ook al omdat twee dames – van de vijf kilometer ongetwijfeld – zich met moeite en stapvoets naar boven hijsen en dus de best beloopbare strook, zo’n halve meter breed – in beslag nemen. Ik kruip dan maar links voorbij. Ik voel intussen de hete adem van mijn achtervolger in de nek. De tweede dame laat ons voorbij. “Merci” is het minste wat ik kan zeggen. We zijn nu uit het donkere gedeelte, het graspad intussen loopt nog zachtjes verder omhoog. De doortocht blijft smal en mijn rechteroor schuurt langs een laurierhaag. We zijn boven en moeten hier de rijweg naar Kanne kruisen. Een seingever moet een opdringerige autobestuurder tot de orde roepen opdat ik mijn weg veilig kan verderzetten. Nu volgt er een korte uitstulping richting Zichen, eerst nog stijgend, tot na een draai. Eben 4 Daar komen we uit op de oude rijweg naar Zichen die wat verder in de uitgegraven mergeldiepte is “gevallen”, zoals dat in deze regio van mergelgroeven wordt gezegd. Mijn achtervolger, veteraan 1, Xavier Heyns, is intussen op mijn hoogte gekomen. Vanaf nu is het alleen maar dalen. Ik trek het tempo meteen op en doe er in de Rue du Couvent nog een schepje bovenop. De eindspurt van Xavier komt er niet. Meer nog, hij moet een vijftiental meter toegeven en ik kan afgescheiden over de streep lopen. Merkwaardig is wel dat Xavier – wiens loop ook op Strava is vastgelegd – een hoger gemiddelde haalt dan ik. Hij heeft een honderdtal meter meer op de teller staan. Nochtans waren er zo goed als geen afsnijmogelijkheden… Ik sleep nog een behoorlijk gemiddelde uit de brand, of alleszins de hitte. Ik eindig binnen de minuut en op drie plaatsen van Nicolas Bynens. Anne Balter houdt maar 9 seconden over. Goed standgehouden in het tweede deel van de loop dus.
Geen leeftijdsklassen vandaag. Wel prijzen voor de eerste drie bij de dames en de heren in beide wedstrijden. En prijzen voor Limburgers. Ianthe Bauduin van Millen legt beslag op de tweede plaats in de 5 kilometer. Haar moeder, Linda Smets, wordt dan weer eerste bij de Aînées 2. De grote winnaar van vandaag in de 10 kilometer is Raf Clerinx uit Piringen. Hij heeft eerst zijn voornaamste tegenstander Didier Lopez-Nava laten uitrazen in de eerste 3 kilometer om dan met een gemiddelde boven de 16 per uur naar de overwinning te snellen. Ronny Vanhay van Mal eindigt op de tiende plaats. Voor we de korte trip huiswaarts maken, geeft Henri Hardy, ook al een eind in de zeventig, ons nog een boodschap mee “Wat is er mooier dan een rondje te lopen en dan met de vrienden te genieten?”.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De wedstrijd wordt georganiseerd door de fanfares van Eben. Na de loop even nakaarten met Claude Herzet. Foto 2: Om het zusterdorp Emael ook tevreden te stellen een foto van de kerk van Emael. Wij lopen vandaag in tegenovergestelde richting en hebben dit uitzicht dus niet. Op dat ogenblik heb ik het trouwens te druk om Claude Herzet te volgen. Foto 3: Onder de zon op weg naar de laatste en moeilijkste helling van de wedstrijd. Foto 4: Ianthe Baudiun van Millen, links, tweede bij de dames op de 5 km. Naast haar de duitstalige Sonja Vernikov.)

← Toon minder