Maandelijks archief: juni 2018

Ans (CJPL)

zon 17/06/2018 10.30u * Ans (Challenge de la Province de Liège) * 10,3 km * 00:49:20 * 12,5 * 43/134 * 1/2 * ♥♥♥♥

Wat heeft een mens op een zondag voor de middag te zoeken in Ans, in de westelijke rand van Luik? Wel, een nieuwe loopwedstrijd. Dan is Willy er weer bij, weet de lezer inmiddels. Hoewel “nieuw” niet helemaal klopt. Volgens Willy Hertogen werd er meer dan tien jaren hier ook al gelopen voor de Challenge van de provincie. De VZW (stichting) “Le coeur ansois” ( Het hart van Ans) die zich inzet voor sociale doelen, heeft de sportieve draad dit jaar weer opgenomen. Ik herken alvast een lid, David Frison, met wie ik al op pad ben geweest in andere wedstrijden. We zijn nog sneller ter plekke dan gedacht en maken nog de briefing van de seingevers mee in de inschrijvingsruimte. Een grote groep mannen en vrouwen in een geel veiligheidshesje luisteren naar de instructies van challenge-organisator Jean-Claude Odeurs. Die zijn vandaag des te belangrijker omdat de organisatie nieuw is en niet kan teren op jaren ervaring. En voor een loop in een verstedelijkte omgeving – zeg maar in een stad – heb je tientallen verkeersregelaars nodig. Als deelnemer word je zo nog eens met de neus op de feiten geduwd: zonder vrijwilligers geen wedstrijd, geen competitie en geen ambiance achteraf.
Pierre Olivier is de snoeren van de tijdsregistratie-apparatuur nog aan het vastklikken als ik aan mijn opwarming begin. Er is hier ruimte zat voor een snelle finish. Alleen de paraatheid van de benen en de wind zouden voor hinder kunnen zorgen. Ik kan ook de tijd nemen de collega’s uitgebreid te begroeten.Ans 1 Willy Hertogen bijvoorbeeld. Vanwege logistieke redenen (om het met een moeilijk woord te zeggen) zijn we vandaag apart naar Ans gereden. Mergelloper Eric Stassen uit Valmeer is er ook. Gisteren moest hij ook al om logistieke redenen verstek laten gaan voor de Aterstaosejogging in Tongeren. Hij heeft het laatste jaar reuzenstappen vooruit gezet. Ik ben nu geen partij meer voor hem. Toch zal hij ongewild nog in mijn verhaal voorkomen. Via Willy Hertogen maak ik kennis met René Eggen, een rijpe v3 en al jaren een vaste waarde in het circuit. Door een verstuiking en een gebroken voetbeentje is hij maanden buiten strijd geweest. “Voorlopig pak ik het rustig aan, ik bereid me voor op volgend jaar. Dan ga ik de strijd aan met jullie bij de veteranen 4!” houdt de man uit Retinne er de moed in. Het blijkt dat hij in Zussen getrouwd is en onze streek op zijn duimpje kent.
Voor de start gegeven wordt en na het gebruikelijke welkomstwoord van de organisator, vraagt Jean-Claude Odeurs nog even de megafoon. Hij deelt mee dat de volgende wedstrijd op de Challenge CJPL-kalender in Awans, op een boogscheut hiervandaan, is afgelast. Tegenslag voor Willy Hertogen en wellicht ook Jean-Pierre Immerix voor wie het minimum aantal deelnames – 10 om in het klassement opgenomen te worden – bedreigd wordt. De deelnemersaantallen gaan de laatste maanden fors naar beneden. Vandaag komen we net boven de 200 man voor de twee lopen. Het overaanbod aan wedstrijden en onenigheid binnen de organisatie beginnen zich te wreken. Is de oudste Luikse challenge – en dertig jaar geleden de enige – die heel wat Zuid-Limburgse lopers over de taalgrens lokte, in gevaar?
Hoe dan ook, daar kan ik me nu geen kopzorgen over maken. De focus moet staan op de wedstrijd die start over vijf seconden. Een klein peloton, een brede weg, ik vind zonder problemen de ruimte om snel op tempo te komen. Dat tempo wordt trouwens in de eerste plaats bepaald door de kracht in mijn benen… die ik eerst zal moeten losschudden. Claude Herzet, de vierde Riemstenaar in het pak, is al meteen uit het zicht. Hij heeft soepele benen meegebracht van zijn hoogtestage in het noorden van Griekenland. Hij bouwt een voorsprong op van een dikke twee minuten. Dat blijft binnen de marge van mijn gemiddelde achterstand de laatste jaren. In de eerste kilometer richt ik mij op drie collega’s. De ene in het groen, Bernard Marot, de andere twee in het oranje, Jean-Yves Culot en Pasquale Ruberto. Zij zijn wel geen directe concurrenten maar ik heb ze in een recent of niet te ver geleden nog kunnen verslaan. Ans 2 En dan leef je in de overtuiging of de illusie dat dat vandaag ook lukt. Pasquale, veteraan 3, maakt zich ook snel uit de voeten. Zou ik hem nog kunnen terugpakken vandaag? Jean-Yves Culot, nog maar veteraan 1, blijkt vandaag ook een maatje te sterk. Alleen veteraan 3 Bernard Marot is zo vriendelijk in mijn buurt te blijven. Ik zou hem over een kilometer toch moeten inhalen. Dat leert het verleden me. Maar ja, het is zoals op de beurs: de koersen van gisteren geven geen enkel garantie voor die van vandaag of morgen. We lopen intussen op beton of asfalt tussen de huizen. Achter die huizen liggen de velden. Hier begint Haspengouw. We zijn nauwelijks 2 kilometer ver of er is al een drankpost. Voor de hitte moeten ze het niet doen. De meeste deelnemers zullen de 16 graden als ideaal ervaren. Voor mij mag het wel een tikkeltje warmer zijn. Een bevoorrading dus, heel snel na het vertrek. Die merk ik nochtans niet onmiddellijk op. Plots zie ik plastic bekertjes voor me op weg liggen… en vraag ik me af waar Bernard gebleven is. Ik kijk om me heen en zie aan de rechterkant van de weg in een bocht de drankentafel. Je moet hier echt meters omlopen om aan een slok water te komen. Terwijl de door de wol geverfde loper – ik reken mezelf bij die categorie – altijd de kortste bocht (hier een linkse bocht) zo scherp mogelijk aansnijdt. Mij maakt het missen van het drankje vandaag dus niet uit… en ik ben zonder bijkomende inspanning voorbij Bernard gegaan die wel al behoefte heeft aan een slokje. Maar de kleine man uit Chênée komt vandaag brutaal uit de hoek ( lees: hij heeft er zin in) en gaat me even verder opnieuw voorbij. We kronkelen nog even door een woonwijk. Niets bijzonders te melden, tenzij dat de loper voor mij plots op zijn stappen terugkeert om een verloren bankbiljetje op te rapen. Die heeft zijn premie voor vandaag al binnen. Na drie kilometer komen we uit op een doorgaande weg tussen de akkers. De rechte weg die eerst licht dalend is, gaat tussen de huizen op het voetpad weer licht omhoog. Ik ben al een tijdje in het gezelschap van een blonde dame met wie ik tijdens de verkenning enkele woorden heb gewisseld. Om mij opzoekingswerk te besparen bij het schrijven van het verslag heeft ze haar nummerband gedraaid zodat ik haar nummer “165” mooi op haar rug kan aflezen. Valérie François kan mijn tempo op de glooiing niet meer volgen en haakt af. Adieu, misschien tot in een volgend verslag. Op het einde van de Rue de la Résistance, daar zijn we nu, worden de 10 km-lopers naar links gestuurd. De deelnemers aan de 6 km moeten rechtdoor. En hier loopt het mis voor Eric Stassen. “Dix” en “six” verward, even verstrooid, onduidelijke mondelinge aanwijzingen? De man uit Valmeer is ervan overtuigd dat hij rechtdoor moet en stelt na een dikke tien minuten tot zijn leedwezen vast dat voor hem de pret over is na 6,5 km. Wij worden een parkje ingestuurd over een zandweg waar oneffenheden en gaten het tempo doen stokken. Maar na 300 meter zijn we weer op het verhard. Rond km 5 is er een nieuwe bevoorrading. Ik neem nu wel een slok. Bernard ook, maar die heeft meer tijd nodig en verspeelt zo weer zijn voorsprong. Definitief deze keer? Zeker niet, ook in de volgende kilometers blijft hij aanklampen. Op enkele meters, maar als ik uit mijn ooghoeken naar achteren kijk, krijg ik het groene Lampiris-shirt meteen in het vizier. Aan een rotonde wordt het belang van goede seingevers nog eens duidelijk als de man in het fluogeel een autobestuurder met luide stem de goede rijrichting – dat wil zeggen in de richting van het parcours – moet uitsturen. We maken hier een grote lus in de vorm van een acht. Gelukkig is het autoverkeer ook in het dichtbebouwde centrum van het dorp op deze zondagochtend beperkt. Het café Le Hombroux is nog dicht. Je vraagt je af waar ze de namen vandaan halen. Een blik op de Garmin-kaart leert me dat we hier in het gehucht Hombroux zijn. En laat het nu net hier zijn dat we (Bernard en ik) Richard Mathot inhalen en ter plaatse laten. Voor Bernard een plaats gewonnen bij de veteranen 3, voor mij een bevestiging van wat Richard voor de wedstrijd tegen enkele kompanen zei toen ik in zijn buurt aan het opwarmen was. “Ook de veteranen 3 moeten bang zijn voor die veteraan 4”. Hij had het over mij en krijgt dus gelijk. Te snel gestart en dan noodgedwongen in wandeltempo op adem moeten komen, het is niet de eerste keer dat het Richard overkomt.
Km 5,6, de knoop van de “acht”. Ik kruis hier twee lopers die een voorsprong van zo’n 7 minuten blijken te hebben. Die moeten dan toch in de kop van de wedstrijd lopen. Mij zijn ze onbekend, maar ja, zo vaak zie ik ze niet vanuit de buik van het peloton. We slingeren ons nu door een sociale woonwijk en tussen garageboxen, stoep op, stoep af. Ik kan niet voluit gebruik maken van het dalend reliëf, de vele bochten remmen de snelheid af. Dan weer een rechter stuk waar die duivelse Bernard Marot nog altijd niet van wijken wil weten. Voorbij de Ferme à l’Arbre de Liège (grondgebied Lantin) waar bio-producten worden geteeld en dieren op duurzame wijze worden gefokt. Op zo’n zondagochtend kan je dus nog wat bijleren. Een linkse bocht na 6,7 kilometer leidt ons naar een langere klim – dat betekent hier 1 tot 2%. Dat lijkt een pruts maar ik kan hier wel mijn tempo vasthouden en mijn positie in het klassement nog gevoelig verbeteren. ten koste van onder meer twee dames, Valérie Meyan en Aurore Tumson. Overigens moeten deze jonge dames het wel afleggen tegen aînée 2 Dominique Friedrich en aînée 1 Françoise Piscart, in deze volgorde. De klimmende weg die ook verder blijft doorlopen biedt me ook de kans om Bernard definitief af te schudden. Meer om mezelf te bewijzen dat ik het nog kan, heb ik van mijn hart een steen gemaakt en de sympathieke inwoner van Chênée achtergelaten. Km 8,5: ik zie rechts voor me een sliert lopers in een groene omgeving. Ik herken Pasquale Ruberto. Zijn voorsprong schat ik op zo’n 150 meter. Die kloof krijg ik niet meer gedicht. Het andere oranje shirt van Jean-Yves Culot is nergens te bespeuren, hij is Pasquale al vroeger voorbijgegaan. Dit moet het tweede park op het parcours zijn. Een mooi pad leidt naar een kiosk waar een enkele toeschouwer de esbattementen vanuit de hoogte volgt. Die toeschouwer en fotograaf is Marie-Paule. Zij heeft de weg gevonden naar het mooiste plekje van Alleur. We komen uit op het fraai gerenoveerde kerkplein van Alleur. Want eigenlijk blijkt deze loop voornamelijk in Alleur zijn beslag te krijgen. Door mijn verkenning van daarstraks vind ik moeiteloos de snelste weg tussen het straatmeubilair en ben ik niet verrast door het trapje waar we op moeten. Wel verrast ben ik als ik plots word voorbijgestoken door veteraan 3, Laurent Knapen. “Van waar komt die?”, is de vraag die spontaan bij me opkomt. Ans 3 Het antwoord hoor ik na de finish. Ook Laurent is ergens verkeerd gelopen. De precieze omstandigheden zijn me niet duidelijk, evenmin of hij de enige is die het spoor bijster is geraakt. Wat er ook van zij, Laurent heeft sportieve collega’s. Hij krijgt van Alberto Canales en Claude Herzet de tweede plaats waarop hij recht heeft. Nog even bergop en we zijn weer in de verkavelingszone die we daarstraks na de start ook gedeeltelijk hebben doorkruist. Ik kan een tempo van 4’30” aanhouden, voldoende om eventuele aanvallende neigingen achter me in de kiem te smoren. Behalve die van Julien Bayonnet. Maar van de senior van Seraing Athlétisme kan ik dat wel verdragen: ik ken hem al van mijn eerste deelnames in de de Condruzien de Hesbignon en hij heeft de laatste jaren nogal wat ups en downs gekend. Nog onder het viaduct van de autoweg door. Voilà, opdracht volbracht. Voor het toekennen van de hartjes heb ik dit keer hulp gekregen van een trouwe lezer…
Terwijl we wachten op de prijsuitreiking in het cafetaria van de sporthal stapt een in maatpak uitgedoste knappe heer af op Eric Stassen en schudt hem de hand. “Eric kennen ze wel overal”, denk ik nog. Maar ook wij worden vriendelijk begroet. Het is de burgemeester – vermoeden we, achteraf bevestigd door Google – die al in verkiezingsmodus is. Hij bekleedt nog niet zo lang die functie, verneem ik verder. De artikels over de gemeentelijke politiek in de voorsteden van Luik lezen overigens nog spannender dan mijn verslagen (hum…).
Een heel comité notabelen deelt de prijzen uit. De jongste sporters krijgen een medaille. Dan zijn de grote jongens en meisjes aan de beurt. Grégory Baar is overal aanwezig maar blijft vruchteloos jagen op een overwinning. Vandaag moet hij zich tevreden stellen met de meest ondankbare plaats, de tweede. Rudy Lacroix, winnaar bij de veteranen 3, poseert trots met een grote doos. Marie-Paule – wie niets ontgaat – weet dat er een trolley reiskoffer in zit. Het mag een troost zijn voor Servais Halders, nog steeds afwezig, dat hij niet echt een reisduif is. Willy Cortlevèn en Willy Hertogèn worden naar voor geroepen. Nummers 1 en 2. Of voorlaatste en laatste, als je de uitslag bij de veteranen 4 vanuit de andere richting bekijkt. We geven onze cadeaubon van plaatselijke handelaars na afloop verder aan kennissen die er wel hun voordeel mee kunnen doen. Het komt dan toch nog goed voor Eric. Hij is opgenomen in de uitslag van de 6,6 km-wedstrijd: plaats 6 van 87 en eerste veteraan 2. Helaas zijn de prijzen op na de 10 km…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Briefing van de seingevers. Foto 2: Claude Herzet in het park. In de achtergrond Françoise Piscart. Foto 3: Na de finish met Willy Hertogen en Eric Stassen, in het midden.)

P.S. Bij mijn eerste versie – die sommigen misschien al gelezen hebben – heb ik de namen Alleur en Awans door elkaar gehaald. Die vergissing is intussen rechtgezet.

Wégimont (Challenge Cours la Province!)

vri 08/06/2018 19.30u * Wégimont (Challenge Cours la Province!) * 8 km * 00:43:00 * 11 * 211/568 * 1/8 * ♥♥♥♥

Willy Hertogen kent hier de weg, in het Provinciaal Domein van Wégimont, gemeente Soumagne, waar we dadelijk zullen starten in de Wégi-night. Hij is hier al vaker geweest voor wedstrijden en de uitreiking van de seizoensprijzen van de Challenge van de provincie Luik. We zijn vanavond met z’n vieren naar het land van Herve getrokken: twee Willy’s, twee Paula’s en twee C/Kortlevens. We zijn er samen met bijna 1000 deelnemers en talrijke supporters. Het zal wel geen toeval zijn dat precies op deze locatie drie Luikse challenges de handen in elkaar hebben geslagen: de twee die “provincie” in hun naam dragen, de Challenge de la Province de Liège, de Challenge Cours la Province! en als derde de challenge van de regio Verviers, de Challenge L’Avenir.
Het parcours ziet er op papier aantrekkelijk uit: een combinatie van park, bos en weg met een golvend reliëf. Tijdens mijn verkenning wil ik mij vooral een beeld vormen van de laatste kilometer. Ik probeer enkele routes en richtingen uit tussen de linten voor de aankomstboog ( de groene met de O’Top-bestelwegen van Pierre Olivier zal wel de juiste zijn), klamp een zestal bekenden en onbekenden aan … en ben na een halfuur nog niets wijzer. Wégimont 1 De speaker roept de deelnemers naar de witte boog. Ik kan even zijn onophoudelijk gebabbel onderbreken in de hoop nu eindelijk uit mijn twijfels verlost te worden. “U zal het wel zien, u kan maar in één richting lopen, mijnheer.” “Ne vous tracassez pas” (Maak u niet ongerust). Maar dat doe ik nu net wel. Wat de man niet weet, is dat ik vanavond weer het duel zal moeten aangaan met Roger Dosseray. Ik heb Roger daarstraks even gezien maar nog niet gesproken. Het zou niet de eerste keer dat de beslissing pas in de laatste meters valt. Ik wil dus liever niet verrast worden door het parcours. Enfin, de finale is nog altijd een blinde vlek voor me. En achteraf bekeken, is dat misschien maar goed ook.
Ik sta ergens midden in het pak aan de start. Met een minuut applaus wordt er hulde gebracht aan een verdienstelijk persoon van een van de challenges. Ik kan zo goed als niets opmaken uit de niet aflatende woordenstroom die door de luidsprekers galmt. Alleen dat de “encore trente secondes avant le départ” minuten later nog steeds niet verstreken zijn. Met zo’n 750 man is het op de asfaltpaden in het park vooral uitkijken waar je je voeten zet en tijdig reageren op de onverwachte bewegingen van voornamelijk jonge deelnemers. Ik kan dan toch al wat plaatsen winnen en blijf recht ondanks het gezigzag van enkele zondagslopers. Na 500 meter verlaten we het verharde gedeelte in het park. We hebben dan al vier scherpe bochten genomen, de eerste van een lange reeks. Op een veldweg net buiten het domein wordt het nog smaller en nog hobbelig ook. We draaien weer het kasteelpark in dat snel de allures van een bos krijgt. Het blijft zoeken naar ruimte in de stroom lopers op het op en neer golvende pad. We scheren langs een paaltje midden op de weg en rakelings langs een bank. Dit stuk heb ik wel verkend, maar ik blijf op mijn qui vive en ben dus nog niet aan mijn kruistempo toe. Een korte maar steile afdaling brengt ons naar een pad, later een asfaltweggetje dat eindelijk even rechtdoor gaat. Ik kan nu weer wat plaatsen goed maken. We lopen achter de kleedkamers door – het schitterende openlucht zwembad erachter zal ik pas na de wedstrijd opmerken. Daar is Willy Hertogen. Hij heeft dan toch weer een plaatsje voorin het peloton weten te versieren aan de start. De grote Vlijtingenaar loopt met starre rug voor mij uit. Het is alsof onze twee dames het vooraf wisten maar ze wachten ons op net waar ik in het spoor van mijn voornaamgenoot kom. Marie-Paule heeft het ogenblik feilloos in beeld gebracht (foto 2). We maken nu een scherpe bocht naar rechts op een hellende grasstrook om een vijvertje te ronden. Dan trekken we weer het bos in. Ik zoek naar mijn evenwicht op een pad van nauwelijks 50 centimeter en moet even uitwijken naar rechts waar ik in een vettige smurrie terecht kom. Weer enkele plaatsen verloren. Wégimont 2 Het blijft harken op de bultjes in het bos en draaien van de ene bocht naar de andere. Plots op het beton tussen de caravans. Dit moet de camping zijn. Een campingbewoner die zijn vrije tijd meestal liggend doorbrengt, vermoed ik, daagt ons nog wat uit. “Plus vite, plus vite”. We zigzaggen tussen de caravans door. En blijven lussen tekenen op het gras dat weer parkachtig aandoet.
Mijn oriëntatie ben ik intussen al lang kwijt. Door het onophoudelijke tollen heb ik de indruk dat we al kilometers achter de rug hebben. Maar we zijn nog niet eens halfweg merk ik, als we de splitsing tussen de 4 en de 8 km-loop passeren. We komen weer langs de parking, ik herken de veldweg van de eerste ronde. Dit keer lopen we rechtdoor. Niet dat het me echt veel helpt. Het is laveren van links naar rechts om een geschikte loopstrook te vinden en uitzicht te hebben achter de rug van je voorgangers. Het tempo komt niet hoger dan 5’30”. Terwijl ik wel de energie heb om een tandje hoger te schakelen. Dat verbetert er niet op als we de bosrand verlaten na 4,5 km en op open terrein terecht komen. Ik heb daarstraks in het voorbijgaan bij Willy Hertogen geïnformeerd of Roger Dosseray voor hem liep. Nu zie ik hem daar op een vijftigtal meter voor me. Maar ik zit hier gevangen achter een sliert lopers op een smal aarden lint tussen het hoge gras rondom ons. Ik moet noodgedwongen geduld oefenen tot we op een bredere asfaltweg uitkomen die naar de bewoning leidt. De weg loopt hier vrij steil omhoog. Ik moet van de klim gebruik maken om bij Roger te geraken. Eigenlijk loopt de route vanaf het vijvertje, bijna 3 kilometer geleden, al omhoog. Op een kort plateautje tussen de huizen kom ik in het spoor van mijn taaiste concurrent in alle challenges. “Ik had je al verwacht”, met deze woorden word ik verwelkomd. En Roger voegt er meteen aan toe: “Ik heb last van mijn knie”. Alberto Canales had me vorige week al op de hoogte gebracht. Maar met Roger weet je nooit, ik blijf op mijn hoede. Ik houd mijn hoger tempo aan maar de afdaling is pas begonnen of Roger snelt me weer voorbij. “Toch niet zo erg, die blessure” schiet het door mijn hoofd. Op een korte vlakke strook tussen twee bochten kan ik Roger definitief afschudden. Dat het definitief is kan ik pas later vaststellen. Ik vertel het nu al om de lezer een houvast te geven in dit kronkelige verhaal. Dit is mijn sterkste fase vandaag: rond km 6,2 voor wie het precies wil weten. In de laatste meters van de afdaling, vlak voor we een scherpe bocht nemen weer het kasteeldomein in, ga ik voorbij Claudio Nardozi. De veteraan 3 die ik hier voor de eerste keer ontmoet, heeft zich in de voorbije hectometers flink geweerd om uit mijn greep te blijven. En in één moeite passeer ik ook Sandra Delrez, vaker in mijn buurt in deze regio. Even verder zijn we alweer aan de vijver. Ik ga op mijn elan verder en loop nog een jongere loper voorbij. In het bos nemen we nu een andere weg blijkbaar. Ik hoor een parcourswachter ons waarschuwen: “Attention, escalier”. Die komt er pas aan na nog enkele bobbels. We staan zo goed als stil, gelukkig zijn er geen waaghalzen die hier nog voorbij willen. Verder door het park (of het bos) naar de finish die nu niet meer veraf kan zijn. Wat is dat ineens? Een muur! Het lijkt wel alsof we uit een ravijn moeten kruipen. Niet nadenken nu, vooruit, hoor ik mezelf. Rechts zie ik boomwortels. Die kunnen me houvast geven. Ik glij toch even uit en kruip dan maar enkele meters op handen en voeten verder. In de laatste meters kan ik me dan toch weer min of meer oprichten. Claudio pikt me mijn plaatsje wel weer af. “Kom op Willy, nog dertig meter” hoor ik. Dank je wel, Alberto Canales, hier heb ik nog iets aan. Denk aan de omroeper ” maak je maar geen zorgen” in het begin van het verslag.
Ik vergeet deze keer niet mijn nieuwe Garmin in te drukken en zoek mijn weg tussen de zwetende lijven achter de streep. Ik doe me te goed aan (sport?)drankjes met verschillende kleuren en smaken. Wégimont 3 Ik wissel de eerste ervaringen uit met enkele bekenden. En vertel aan iedereen die het horen wil dat dit soort omlopen helemaal niet naar mijn smaak zijn. Bij de meeste gesprekspartners is een andere toon te horen. Michel Jeukens (veteraan 1 en CJPL-getrouwe) vertelt met een monkellachje dat hij er net wel van genoten heeft. Nicolas Bynens is ook opgetogen… en jaloers op zijn kleinzoontje die bij zijn eerste wedstrijdje (400 meter) al meteen een beker mee naar huis krijgt. “Terwijl ik elke week vecht om op het podium te geraken en er maar niet in slaag” lacht de veteraan 3. De ultieme klim die de parcoursbouwers op onze weg hebben gelegd roept daarentegen alleen negatieve reacties op.
Het lezen van de uitslag – zoals gewoonlijk in kleine lettertjes op een donker plekje – levert een aangename verrassing op voor de twee Willy’s: we staan met zijn beiden op het podium bij de veteranen 4. Mijn naamgenoot is enkele maanden ouder dan ik en loopt hier vanavond zijn beste wedstrijd van het seizoen. Jammer dat Servais Halders er vanavond niet bij is! Een nieuwe (of oude) blessure houdt hem in Voeren. Ik maan Marie-Paule alvast aan haar fototoestel in aanslag te houden. Wanneer dan na veel vijven en zessen de prijsuitreiking begint, steekt dan toch een gevoel van ontgoocheling op. De organisatoren kiezen hier, zoals in Montzen, voor het afroepen per plaats. Alle eersten samen, dan de tweeden, enzovoort. En zo moeten we onze prijs apart afhalen en levert de ceremonie vooral veel gedrum en wanorde op. Naast een fles drank geven de organisatoren nog een boodschap mee: “eat small”, eet… krekels. Ik krijg een doosje met insecten mee. “En hoe smaakt dat?”, hoor ik. Ik hou u op de hoogte. Vanavond heb ik nog de honger gestild met een gebraden worst. En plaats op die manier toch weer een zware ecologische voetafdruk…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: In het Provinciaal Domein van Wégimont. Foto 2: Nog enkele meters en ik heb Willy Hertogen bij de lurven. Foto 3: U herkent de laureaten bij de veteranen 4.)

Stembert (Challenge L’Avenir)

zon 03/06/2018 11u * Stembert (Challenge L’Avenir) * 8,1 km * 00:41:03 * 11,8 * 116/241 * 1/2 * ♥♥♥

Mijn oorspronkelijke bestemming Trooz in de Vesdervallei is overstroomd. Dan maar enkele kilometers verder, op de hoogten boven de Vesder, in Stembert aan de slag. Dat ik vanochtend niet in Trooz sta te koekeloeren en dat u überhaupt een verslag krijgt, danken we aan Kris Govaerts die ik zaterdag toevallig tref op de Willerrun. Hij heeft het onooglijke bericht over het annuleren van de wedstrijd op Facebook opgemerkt. De officiële sites van de organisatie en de challenge zwijgen in alle talen. De jogging in Polleur vrijdagavond, ook een mogelijkheid dit weekeinde, is wel doorgegaan en heeft – zo te horen aan de reacties van enkele collega’s die er wel waren – veel te lijden gehad onder water en modder. Vanochtend is het weer prima, we staan hier hoog en droog en als mijn benen goed zijn – te verifiëren in het vervolg van het verhaal – zou ik wel eens de goede wedstrijd hebben geloot.
Stembert is mij bekend van de vorige jaren. Het verstedelijkte dorp aan de noordoostrand van Verviers organiseerde – tot vorig jaar alleszins – twee joggings. Die ik beide al heb betwist. Ik vertrek naar Verviers met de wedstrijd van de Futurofoot in mijn hoofd. Tijdens de opwarming dringt het pas tot mij door dat dit de “Grand Jogging” is. Die verloopt voor het grootste deel op asfaltwegen, maar dat komt mij evenmin slecht uit. Ik ben al om kwart over tien aan mijn verkenning begonnen. “Voilà déjà un échappé” (daar is er al een ontsnapt uit het peloton) hoor ik iemand in een deuropening tegen twee kennissen grappen. Voor de start heb ik al zo’n 5 kilometer – wandelpauzes inbegrepen op een lange klim en afdaling – in de kuiten. Stembert 1 Die lange opwarming heb ik nodig. Of ze ook resultaat zal opleveren, valt af te wachten. Aan de inschrijvingstafel herken ik de drie oudere dames van vorig jaar. Tenminste, ik vermoed dat het dezelfde zijn als toen. De twee dames links achter het koffertje met de munten en de biljetten sturen me met mijn inschrijvingsstrookje naar de dame aan de rechterzijde. Ik krijg mijn nummer mee en vertrek terug naar de auto. Dat verloopt vlot als je vroeg bent, denk ik. Ik ben al een eindje onderweg als mij plots te binnen schiet dat ik nog niet betaald heb. Ik meld de vergetelheid bij de dames aan het koffertje die mijn bijdrage met de glimlach in ontvangst nemen.
Het is al een tikkeltje te warm als we starten. Maar ik zal in de wedstrijd nauwelijks last ondervinden van de zomerse temperatuur. Ik trek me rustig op gang tijdens de eerste 400 meter. Zo lang hebben we respijt voor de eerste lange klim begint. We vertrekken aan het voetbalveld van FC Stembert, ongeveer halverwege boven de vallei van de Vesder. Er blijven dus nog de nodige hoogtemeters over om een pittig rondje uit te tekenen. 2 kilometer zijn het, naar het plateau. Met stevige percentages. Twee korte, steile bultjes roepen de herinnering op aan de echte Grand Jogging, die van Verviers. We verlaten nu even de brede weg en worden een smal donker paadje ingestuurd tussen het groen achter twee rijen huizen. Een jong koppeltje dat dacht hier met zijn tweeën alleen op de wereld te zijn, ziet plots een meute hijgende sportievelingen passeren. Ze maken zich smal en kruipen zo dicht mogelijk tegen een haag en tegen elkaar. Iedereen blij. Voor het overige hou ik mijn ogen op de grond gericht. Het is hier uitkijken voor stenen die plots achter de benen van de lopers vlak voor je opduiken. Weer op de weg. Bij een bocht na een kilometer klimmen hoor ik een seingever een aanmoediging roepen naar een passerende kennis: “Kom op, het wordt vlak… een beetje”. Ik doe het rustig aan, voor zover dat hier mogelijk is en wil mezelf zeker niet voorbijlopen, zoals vorige week. Enkele meter voor me zie ik Magali Beauwens die ook al de eer heeft genoten in mijn verslagen te figureren.
We zijn nu op het hoogste punt van het parcours. In een betere woonwijk maken we een lus van een kilometer. Een afdaling van vijfhonderd meter naar en rond een visvijvertje, gevolgd door een steile beklimming die uitvlakt in een bosje. Ik ben opgelucht als we het smalle en hobbelige bospad achter de rug hebben en de achtervolgers niet langer achter je rug zitten te dringen. Bij de kruising kan ik mijn voorsprong meten op de bezemwagen, een kilometer dus. De meeste deelnemers zijn aan die kilometer bezig, dat leert de uitslag me achteraf. Bij de volgende afdaling – op “Waals” asfalt – kan ik wat snelheid maken. Ik houd echter vast aan mijn behoudende tactiek. Magali loopt nog steeds met dezelfde voorsprong voor mij uit. Na een scherpe bocht naar links duiken we een smal en donker pad in tussen bomen. Hier word ik niet gehinderd door mijn kaduke benen maar door mijn oude ogen. Ik ben beducht voor de stenen en de geulen in het pad, kom enkele keren haast tot stilstand en til mijn knieën hoog op om niet tegen een of ander natuurlijk obstakel te stoten. Het ziet er waarschijnlijk niet uit maar ik ambieer ook geen schoonheidsprijs. Kortom, veel voordeel kan ik niet halen uit deze afdaling. De Rue de Mariomont is dan weer helemaal mijn ding. Mooi asfalt tussen de weiden, een plaatje voor een reclametekening. De volgende helling ligt in haar glorie in de zon te schitteren. Vooral op het einde, voorbij de tweede hoeve, wordt het nog even steil. Ze spelen het toch weer klaar: “slechts” 8 kilometer maar wel drie hellingen onderweg. Overigens mag ik vandaag niet klagen. Het beste moet nog komen, dat voel ik aan mijn water, euh mijn benen. Ik tuur even vooruit en herken de top van de helling. Tot hier heb ik daarstraks verkend. Vanaf hier gaat het bergafwaarts. Stembert 1 Met een korte snok op het laatste bultje kom in het spoor van Magali. Ik laat de handrem nu definitief los en begin de achtervolging op de lopers voor me. Ook al zijn het allen onbekenden. Voor zover ik weet heb ik hier vandaag geen tegenstand in mijn leeftijdsklasse. Ik richt me dan maar op de dames voor me. (Ik zie er al sommigen grijnzen bij het lezen van deze regels.) Ze zijn met minder en makkelijker te detecteren in de uitslag. Magali Beauwens heb ik in de eerste hectometers van de afdaling achtergelaten. Laure Etienne met de hoofddoek (tegen de zon, vermoed ik) is me in het begin van de loop voorbijgegaan. Het is altijd een kleine overwinning als je de snelle(re) starters op het einde nog kan terughalen. En Françoise Bonaventure. Zij is nog in gesprek met een mannelijke collega naast haar. En kijkt verbaasd op als ik haar voorbijsnel. Ik volg toevallig een plaatselijke loper die ruim de tijd neemt om zijn supporters, of alleszins kennissen, langs de weg te groeten. Muziek in de oren, zwaaiend naar de mensen, hij pakt het “cool” aan. In het midden van de afdaling ligt er een dubbele rotonde. Twee politiewagens sluiten de weg af om ons vrije doorgang te verlenen. Voor zoveel attenties van de stedelijke overheid moet je wel je best doen. Ik steek nog een tandje bij op het steilste stuk. Françoise heeft haar mannelijke begeleider in de steek gelaten en wil dat deze loop alsnog een “bonne aventure” wordt en plaatst een versnelling in de laatste rechte lijn naar het voetbalveld, met andere woorden de aankomstzone. Ik verlies enkele meters. Na 2,4 km op de grote plaat op het asfalt is het even aanpassen op de hobbelige graszoden langs het voetbalveld van vierde provincialer Stembert. Ik pers er nog een versnelling uit om mijn plaatsje veilig te stellen. Dat lukt tot we op een smal betonnen paadje komen waar de streep (het streepje) getrokken is. Een jonge onstuimigaard (Julien, vermoed ik) wringt zich nog voorbij mij en Françoise voor me. De posities worden hier nog manueel geregistreerd en door het manoeuvre van Julien heeft de dame aan de finish het nummer van Françoise niet kunnen noteren. Ze roept “Votre dossard”. Ik ben niet zeker of ze mijn nummer genoteerd heeft en maak rechtsomkeert om het nummer 805 te tonen. “Pour vous c’est en ordre” stelt ze me gerust. Intussen zijn enkele achtervolgers voor me in geglipt… en vergeet ik mijn Garmin in te drukken. Strava houdt blijkbaar rekening met deze stilstaande fase en zo worden de vier minuten die ik verlies met het losmaken van de spelden niet meegerekend. Peanuts, denken sommigen nu. Wel, dat die het rondje maar eens gaan lopen. Ik zal met plezier de gps-track sturen.
Ik sta op het podium met René Coumont. Zijn naam was mij bekend, zijn profiel eveneens – mag ik het omschrijven als het profiel van een piraat? Maar de link tussen beide kan ik pas leggen bij de prijsuitreiking. Het toeval wil dat ik hem voor de koers heb gegroet toen hij een praatje sloeg met Louis Schmetz, mijn vast aansprekingspunt in de “Avenir”. Overladen met prijzen kan ik als een tevreden man de terugweg aanvatten. Nu enkele dagen genieten en ontspannen op training. De volgende wedstrijd staat al binnen minder dan een week op het programma.

(Foto’s. Foto 1 Google: Km 2, op de lange klim. Foto 2, eigen foto: Op het podium met René Coumont.)