Maandelijks archief: mei 2016

Kampioenenviering

Door een speling van de kalender stond er dit weekend geen wedstrijd op mijn programma. Ik heb vorige week dan maar wat heuvelachtige kilometers afgewerkt. Om mijn conditie op peil te houden of… gewoon omdat ik het graag doe. Woensdagavond in het gezelschap van de Mergellopers en vrijdagmorgen met Servais Halders. Ik nodig wel eens een niet-Riemstenaar uit op een trainingsrondje op het onvolprezen plateau van Caestert. Wie dit blog leest en zich geroepen voelt om mij te vergezellen, neme de pen ter hand en maile mij.
Servais Maar ik wilde het eigenlijk over Servais hebben. De veelvuldige winnaar van de Challenge van de Provincie Luik bij de veteranen 3 is dit jaar voornamelijk actief in een andere Luikse challenge, “Cours la province!”. Uit voorzorg om zijn snelle maar ook kwetsbare spieren te sparen, houdt hij het bij één wedstrijd om de veertien dagen. Nu hij al enkele maanden vrij is van fysieke zorgen, heeft hij de kans gezien om een droom te verwezenlijken: kampioen van België te worden in zijn leeftijdsklasse, zijnde 65+. In een race die hij zelfs grotendeels behoudend liep – hij kende zijn tegenstanders immers niet – haalde hij een gemiddelde van 4’02” per kilometer. Na deze meevaller schreef hij zich in voor een nieuwe uitdaging, de sprint trail. De benaming “sprint” slaat duidelijk alleen op de afstand, 6 km, en niet op het tempo. De snelheid van de winnaar bedroeg net 10 km per uur op het parcours in de bossen steil boven Malmédy. En de deelnemers moesten op bepaalde stukken op handen en voeten omhoog. Servais was opnieuw de beste. Met deze nieuwe titel is de medaillehonger van de Voerenaar evenwel nog niet gestild. Hij heeft nu ook zijn oog laten vallen op de 5000 meter in Deinze. Volgens niet-bevestigde berichten zou ook Jo Vrancken interesse hebben voor dit kampioenschap, bij de senioren wel te verstaan. Hopelijk evolueert zijn hamstringblessure gunstig.

(Foto: Het podium in Malmédy.)

Bilzen Run

zon 22/05/2016 15.30u * Bilzen Run * 14,9 km * 01:09:22 * 12,9 * 57/150 * 4/23 (55+) * ♥♥♥♥

Met 150 staan we klaar op de Markt voor de 15 km van de Bilzen Run. Het ziet ernaar uit dat de stortbui van een uurtje geleden, toen we met de auto onderweg waren naar de Kimpel, nog niet alle regen uit de hemel heeft geloosd. Heeft het weer een aantal lopers thuisgehouden, is de verplaatste datum de boosdoener of overlappen de afstanden van 10 en 15 km elkaar te veel zodat het peloton van zo’n 400 man in twee wordt gesplitst? De organisatoren zullen zich wellicht beraden over het relatief gering aantal starters in wat ooit in mijn jongere jaren een klassieker is geweest. De Bilzen Run is sowieso een flauw afkooksel van de Intercity Maastricht-Bilzen en het parcours van vandaag blijkt dan nog voor het grootste deel een dubbele ronde te zijn. Maar misschien ben ik intussen te zeer verwend door de aantrekkelijke Waalse lopen. Ik ben hier met enkele loopvrienden van de Mergellopers en sta voor het eerst sinds jaren weer aan de start van de Bilzerse lange afstandsloop.
Ik begin mijn verslag deze keer achterstevoren. In de kleedkamer waar ik me snel na de finish naartoe haast, merk ik Jean-Pierre Immerix op. Die is daar wel heel vroeg. De reden: opgave. Een “DNF” (did not finish) in de uitslagenlijst voor één van de trouwste deelnemers aan deze loop. Een zweepslag in de kuit maakt een einde aan zijn wedstrijd op het plateau aan Alden Biesen. Vriendelijke leden van zijn club, de Bilzerse JoggingClub, brengen hem naar de Kimpel. Een nieuwe tegenslag voor Jean-Pierre voor wie nu ook de Willerrun onzeker is geworden.
De start nu. We draaien onmiddellijk de Brugstraat op. De snelle (en/of snellere) jongens voor me zijn al vlug uit mijn gezichtsveld. Onder hen Wim Meyers die een gemiddelde van net geen 14 per uur uit zijn stevig getrainde kuiten zal schudden. Ik heb er geen erg in maar de meeste lopers in mijn buurt die vorig jaar ook hebben deelgenomen, zijn verbaasd dat we deze richting uitgaan. Dat betekent de lange klim van de Brugstraat en Leten twee keer. Geen vlakke aanloopronde dit keer. Voor mij een bijkomende reden om niet te overhaast van stapel te lopen. Ik vertrek al met de handrem op na mijn offday op de hellingen van “le vieux Liège”, mijn laatste wedstrijd veertien dagen geleden. Ik heb de laatste week wel wat kilometertjes afgewerkt en maak me geen zorgen over de afstand. Wel over mijn benen. Ik heb voor de middag al een uitgebreide stretching gedaan en daarnet meer dan een half uur opgewarmd. Hopelijk heb ik mijn spieren in de goede stemming gebracht. Ik klim omhoog in de buurt van de Mergellopers Francis Loyens en Ludo Ramaekers. Tijdens de klim ga ik voorbij mijn leeftijdsgenoot Jean Poesen die Johny Geuten als luxe-begeleider heeft. Samen met Laurent Wijnants – ook van het bouwjaar 1948 – zijn wij de nestoren van het gezelschap. De klim tot net over het viaduct van de ringweg verteer ik zonder problemen. Na een U-bochtje rond een kegeltje komen we Marc Castermans tegen. Hij volgt op korte afstand en zit op schema voor een eindtijd onder de 1:15. Niet ver voor ons uit zie ik de twee witte shirts van de Bilzenaren Vally Merken en Paul Hendrix. Als ik al een poging wil doen om de Tom Sport-lopers in te halen, zal dat in de tweede lus van 10 km moeten gebeuren. De benen van Francis Loyens beginnen te kriebelen en hij neemt wat afstand. Ik zet mijn weg verder in het gezelschap van Ludo Ramaekers. Op de saaie Biesenweg, een streep beton, halen we een gemiddelde rond de 4:30 per kilometer. Francis gaat gezwind enkele collega’s voorbij, wat Ludo de opmerking ontlokt dat hij blijkbaar een goede nachtrust heeft gehad. Ah, dan toch een supporter langs de weg, Jean Stevens van Waltwilder. De oudgediende van de Challenge van Luik is vanwege een gehavende knie zelf niet meer actief als loper. In de afdaling van Meershoven kunnen we nog een tandje hoger schakelen. We passeren een eerste maal in het stadscentrum. Ik kan hier genieten van de ambiance aan de aankomst. Ludo waarschijnlijk wat minder, het tempo ligt een tikkeltje te hoog voor hem. Aan de finish zal het verschil tot een kleine anderhalve minuut oplopen. Voor de tweede keer de Brugstraat op. Het bisnummer ontlokt wel geen applaus van mijn beenspieren maar ik heb toch nog voldoende vaart om weer te naderen op Francis. Boven in Leten zijn we bij elkaar… en dat zal zo blijven tot op de finishlijn. We blijven een mooi tempo aanhouden op een van de aangenaamste delen van het parcours, de Lethenstraat op weg naar Rijkhoven City. In de afdaling van de Reekstraat halen we Jean Hermans in die al van in het begin van de wedstrijd voor ons uit loopt. De benen blijven goed ronddraaien – wat een verschil met de Bestorming van Alden Biesen vorig jaar die hier ook langs kwam! Nu wacht de Maastrichterallee door Alden Biesen. Een scherprechter voor wie slechte benen heeft. Francis heeft er geen goed oog in. Maar aangemoedigd door een fanfare en met de morele steun van een onbekende vrouwelijke fan, geeft hij geen krimp op weg naar het Apostelhuis. Jean Hermans is ons wel weer voorbijgegaan en leidt de beklimming tot boven. Merkwaardig genoeg moet hij opnieuw loslaten in de afdaling op de Notendreef. Het is intussen beginnen motregenen en de fans houden zich schuil onder het poortgebouw van het Apostelhuis. Tussen hen Mergelloper Theo Huls die node heeft moeten forfait geven. “Laat hem niet weglopen” pept Theo mij op. Dat ben ik ook niet van plan, alhoewel Francis geregeld een tussenversnellinkje plaatst. Hijzelf beweert dat daar geen snode bedoelingen achter zitten. Ik blijf niettemin achterdochtig. Bilzen 1 We hebben de mooie Notendreef achter de rug en buigen linksaf naar en door Martenslinde. Dit deel van het parcours kan me niet bekoren ook al doet een fanfare aan het Linnerhof haar best om wat sfeer te brengen op deze grijze zondagmiddag. De signaleurs staan er mistroostig bij in de regen. Toch bedankt jongens voor de opoffering. We worden begeleid door enkele indrukwekkende motoren (Harley’s?). In dit kleine peloton lijkt het me vooral show. De Bornestraat terug naar “het plateau” van Leten brengt ook niet echt vreugde in mijn hart. Maar er is veel zuurstof in de lucht en van wind hebben we ook geen last. En zo blijft het goed vooruitgaan. We halen een duo in dat ik van verre heb herkend. De gebroeders Frank en Frederic Poesen van Munsterbilzen. Ze zijn snel gestart en lopen na twee derde wedstrijd nog steeds in een uitstekende positie. “De training opgedreven?” informeer ik. “Toch niet, antwoordt Frank, puur talent”. Voilà, zo kan het dus ook. Ik heb meer training nodig maar die rendeert vandaag in elk geval. We draaien voor de tweede keer de weg zonder naam langs en boven de ringweg in. In de klimmende bocht pakt Francis weer uit met zijn Keniaanse tactiek, een plotse versnelling. Ik laat hem betijen en sluit even verder op het vlakke weer aan. Het is mij niet echt duidelijk of hij me nu wil lossen of niet. In elk geval heeft hij al alle mogelijke oorzaken van een aan te komen inzinking aangehaald – “te weinig getraind, te druk, te lang in het stof gewerkt, te weinig geslapen” – maar de inzinking komt maar niet. Hij moet zelfs bekennen dat het goed draait en dat we er best een pittig tempo op nahouden. Zo hoort u het dus ook eens van een ander. Een kleine 200 meter voor ons zie ik nog steeds de witte pet van Vally Merken. Dichterbij komen is een illusie gebleken. En Paul Hendrix heeft zijn clubgenoot zelfs in de steek gelaten en snelt naar zijn beste jaarprestatie. Opnieuw goed voor een stukje in het Belang? We zijn bezig aan de laatste 2 kilometer. Jean Stevens meldt zich voor de derde keer langs het parcours. Hij ziet hoe ik in het spoor van Francis de laatste noemenswaardige helling op de Tabaertstraat neem voor we de duik naar de Demervallei aanvatten. We halen nog even de vijftien km per uur. Dat is meteen mijn maximum. Ik hoop nog even de jongere Roald Coppin voor ons bij de kraag te vatten maar zijn korte beentjes zijn op een hoger ritme overgeschakeld en zo blijft hij ons keurig voor. In de bocht naar de laatste rechte lijn schakelt Francis een versnelling lager om mij weer te laten aansluiten. We overschrijden samen de streep. Helaas laat de speaker laat de unieke kans liggen om dit heugelijke feit te melden aan de bevolking van Bilzen en de caféklanten onder de overdekte terrassen in vervoering te brengen.
Onder de niet aflatende regen wisselen we onze eerste indrukken uit en lessen onze dorst met een schraal bekertje water. Een gemiddelde van 13 km op een zwaar golvend parcours, daar wil ik straks wel wat pittigers op drinken. Na de douche en enkele omzwervingen rond de aankomstzone vind ik mijn maatjes terug in het cafetaria van de Kimpel. Ik zie alleen tevreden gezichten. En dit is meteen het happy end van dit verhaal.

(Foto van Marie-Paule : Bij de eerste passage aan de streep beschikt Jean-Pierre Immerix nog over alle krachten.)

Luik (Corrida des Remparts)

woe 04/05/2016 19.30u * Luik (Corrida des Remparts) * 9,1 km * 00:56:18 * 9,8 * 407/500 * 3/5 * ♥

De Corrida des Remparts of het rondje over de (intussen verdwenen) wallen van Luik dankt zijn naam en faam aan het parcours dat deels door de stad en deels door de groene gordel op de hoogten van de linker Maasoever is uitgetekend. Het groene gedeelte zal ik voor het eerst betreden, de lagere regionen in de ville historique ken ik goed na talloze schoolexcursies.
Door de plotse ingeving om zondag de Tungri-run te lopen, heb ik mezelf weer in de ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd dat ik twee wedstrijden op vier dagen moet afwerken. De Corrida in Luik stond al enkele jaren op mijn verlanglijstje. ik was vooraf ingeschreven, de wedstrijd laten vallen was dan ook geen optie. In elk geval, jonge lezers van dit blog, volg mijn voorbeeld niet. De opwarming maakt me duidelijk dat ik vanavond geen mirakels mag verwachten. Mijn benen zijn nog niet hersteld van de Tungri-run en mijn maag pruttelt ook tegen.
500 man aan de start. Maar nauwelijks een tiental bekenden. De Place Saint-Léonard is de ideale startlocatie, ruim en verkeersvrij. We moeten wel lang geduld oefenen voor het startschot weerklinkt. Het wachten heeft een catastrofaal effect op mijn benen. Ik probeer dan maar van de eerste 2 kilometer op de Rue Hors-Château en de Rue Féronstrée gebruik maken om in mijn ritme te komen. Ik haal op de gemakkelijkste stukken dan toch 12 per uur. Intussen hebben we al een blik kunnen werpen op het nevralgieke punt van deze loop, de trappenpartij van de Montagne de Bueren. Vergelijk deze passage met de Muur van Geraardsbergen vroeger in de Ronde van Vlaanderen. Na een kleine 2 km zijn we terug aan het vertrek waar ons een eerste zware beklimming wacht. Hoe lang? Dat hoor ik van Serge Massin, de fietser met het fluitje die vaak voor de lopers uitrijdt en twee keer in beeld komt op mijn filmpje van de Jogging van Blegny. Hier houdt hij de wacht aan de voet van de klim. “Courage, il y a du soleil à 800 mètres”. Humor als peptalk. 800 meter dus voor we boven zijn. We zigzaggen door het bos op kleine, ongelijke en gladde klinkertjes. Ik zoek meestal de zachte strook aan de rand op en houd hier nog redelijk stand. Achteraf bekeken is dit mijn beste fase. Boven maken we in de weiden een lus naar rechts voor we op de Boulevard du 3ème Génie ronde de Citadel uitkomen. Dan hebben we al een tweede stevige helling achter de hielen. Lopers inhalen zit er nauwelijks in, ingehaald worden des te meer. Marie-Paule die mij opwacht aan de bevoorrading onder de citadelmuren heeft al honderden lopers zien passeren voor ze mij ziet opdagen. We zijn nu halverwege. We moeten rechts houden om plaats te maken voor de eerste lopers die al op de terugweg zijn. Arnaud Dely en Geoffray Gillet even later hebben een halve wedstrijd voorsprong. Maar zouden zij ook hebben genoten van de twee magnifieke uitzichten op de stad in de volgende 700 meter in het groen?
Luik 1 De stad, daar moeten wij ook weer naartoe. Dat betekent een kilometer dalen, het laatste stuk tussen de 15 en de 20% op de kasseitjes van de Rue Pierreuse. Maar snelheid maken lukt hier ook niet. Mijn bovenbenen branden en jeugdige vermetelheid is mij al lang vreemd. En zo leer ik ook deze historische straat in het hart van de stad kennen. Ondanks al mijn omzwervingen in deze buurt ben ik hier nooit geweest. We lopen achter het Prinsbischoppelijk Paleis door op weg naar de strook van de waarheid, de Montagne de Bueren. De feiten: 374 treden, een hoogteverschil van 70 meter op 180 meter, stijgingsgraad van zo’n 30 %. Nog een feit: ik ben al op voor ik eraan begin. De voorbije kilometers hebben me zo afgemat dat ik er al na drie trappen de brui aan geef. Stappend naar boven, maar ook dat kost moeite. De meeste collega’s doen hetzelfde. Nu en dan is er een moedige die het toch lopend probeert. Ik weet dat Marie-Paule hier ergens staat tussen de vele supporters. Zodra ik haar opmerk – dat is al vrij hoog – probeer ik het dan toch lopend. Voor de film… die gelukkig mislukt. Ik overwin een tiental trappen maar val dan weer stil. Als beloning krijgen we boven nog een kasseistraat van 13%. Ik zet mijn weg stapvoets verder tot aan het monument van het 14de Linieregiment. 6 minuten voor 400 meter. Ik trek me weer op gang voor de laatste 2 km. Die gaan voornamelijk over de paden van daarstraks. Mijn benen zijn om zeep, alle kracht is uit mijn vege lijf gevloeid. In de afdaling blijf ik plaatsen verliezen. Nog een smalle strook boven langs de spoorlijn naar Liège-Palais en dan de laatste kronkelende hectometers naar de aankomst. Niet gevaarlijk maar evenmin geschikt voor de oude en stramme spieren van uw verslaggever. Ik verlies in het zicht van de finish nog een twintigtal plaatsen.
In de schaars bevolkte sporthal praat ik nog na met collega-veteraan 3 Nicolas Bynens. Volgens Nicolas wagen zich maar weinig 60-plussers aan deze loop. Luik 4 Hij rekent met zijn tijd van 49 minuten op een prijs in onze categorie. En is dan ook opgetogen dat hij als laatbloeier in deze discipline op het hoogste trapje van het podium mag plaatsnemen. Dat ik met 7 minuten achterstand en plaats 407 op 500 – het slechtste resultaat ooit – nog op de derde plaats uitkom, is een aanfluiting van de sportieve waarde van onze leeftijdsklasse. Intussen probeer ik het warm te krijgen – ik ben rillend uit de kleedruimte gekomen – en eet met lange tanden een croque. Ik ben blij als ik een half uurtje later in mijn bed kan kruipen. Waar ik na enkele weer uit moet. De darmen die al de hele dag morren, schakelen plots over op een verhoogde activiteit. Buikgriep? Die breekt meestal niet door. Ik hou het voorlopig bij beschuit en kippenbouillon.

(Foto 2 van Marie-Paule: Met Nicolas Bynens en een fles Côtes du Rhône.)

Tungri Run

zon 01/05/2016 15.15u * Tongeren (Haspengouw Challenge) * 9,4 km * 00:42:02 * 13,4 * 136/451 * 10/50 (55+) * ♥♥♥♥

Met mijn impulsbeslissing om toch van start te gaan in de Tungri Run heb ik mijn loopvrienden van de Mergellopers bij verrassing genomen. Het voorspelde mooie weer en de stadsomloop tussen hagen toeschouwers sprak me wel aan als afwisseling voor de zware parcoursen in het Luikse. De betere Luikse lopers hebben trouwens de laatste jaren ook de weg gevonden naar de vlakke wedstrijden in de Ambiorix-stad. Ze bezetten er ook vaak de mooiste plaatsen in de uitslag en geven zo de Vlaamse winnaars in de Luikse challenges een koekje van eigen deeg. Bij de daginschrijving stel ik vast dat de organisatoren het briljante idee gehad om de deelnemers zelf hun gegevens op computer te laten ingeven. Deze snelle procedure in samenwerking met een Tongerse computerfirma blijkt bij navraag al vier jaren te bestaan. Ik ben ook aan een update toe. Hoog tijd dat ik nog eens in Tongeren in actie kom.
Tungri Run 1 Een indrukwekkend peloton van 450 man trekt zich onder een blauwe hemel op gang in het Mottenstadion. Ik zie Marie-Paule in laatste instantie hoog boven in de tribunes en zal dus mijn windjack de eerste ronde moeten meezeulen. Voorbij de Moerenpoort – na 500 meter – begint de weg langzaam op te lopen. Mijn benen worden niet echt happy van de kasseien van de Leopoldwal maar eenmaal weer op het asfalt kan ik toch een redelijk tempo ontwikkelen. Via de Schuttersgang bereiken we de binnenstad. Maar daarvoor hebben we nog een stevige bult aan de middeleeuwse muur te verwerken gekregen. Ik kan wat plaatsjes opschuiven en haal onder meer een dame in met een kapsel dat verdacht veel op dat van Mergelloopster Marijke Meyers lijkt. Een dubbelgangster, stel ik bij het voorbijgaan vast. Nu het mysterie van de blitz-start van Marijke is opgelost, kan ik me concentreren op de twee fluo-hemden voor me. Twee Speelhofrunners, u kent ze. Boven op de Maastrichterstraat gaat mij een loper voorbij die mij herinnert aan mijn, euh… zijn glorierijk marathonverleden. Ik moet in mijn archief duiken om het jaartal terug te vinden: 2006, marathon van Brussel. Ik kwam de man over wie ik het heb, Koen Neven, toen tegen bij het buitenlopen van Tervuren, met een voorsprong van 7 km. Nu is hij een anoniem lid van het peloton geworden. Ik ben het altijd geweest. In elk geval, ik ben op zoek naar Speelhofrunner Stefan Meekers en kan hem inrekenen op de Sint-Truiderstraat. We hebben dan net de laatste licht klimmende meters van de eerste ronde op de ring achter de rug en kunnen nu een versnelling hoger schakelen in de 1,3 km lange afdaling naar de Moerenpoort. We mogen paraderen tussen de terrassen van de Grote Markt. We laten het Vrijthof rechts liggen met excuses aan de SP die hier haar 1 mei-viering houdt. Rond het Gallo-Romeins Museum en dan in gestrekte vaart naar de Jekervallei tot we weer worden afgeremd door de chicane van de Moerenpoort. 4’17” in de vierde kilometer. In de tweede ronde zal ik zeven tellen meer nodig hebben. Op de lommerrijke Kastanjewal waar de supporters in dichte drommen hun favorieten aanmoedigen krijg ik ook de tweede Speelhofrunner, Mario Smolders, na een lange achtervolging te pakken. Het is alweer enige tijd geleden dat ik het genoegen smaakte om Mario voorbij te gaan. Met Marie-Paule langs de kant ben ik eindelijk verlost van mijn windjack. Ik zie niet dadelijk bekenden voor me en probeer nu in eerste instantie mijn tempo vast te houden. Dat is, volgens mede-organisator Patrick Nijs in de bocht bij het buitenlopen van de atletiekbaan, degelijk en… waarom zou ik aan zijn woorden twijfelen? Ik moet raden naar de positie van de Mergellopers. Misschien daagt Francis of Ludo in de tweede ronde wel op.
Tungri Run 2 Ik loop al een tijdje in hetzelfde gezelschap als we voor de tweede maal de kasseien van de Leopoldwal te verwerken krijgen. Stefanie Heeren leidt het groepje tot op de Koemarkt maar moet haar inspanning bekopen op de tweede beklimming naar de middeleeuwse muur. Ik wissel enkele keren van positie met lopers in mijn buurt. In de Schuttersgang heeft de enthousiaste familie van daarnet nog niets aan geestdrift verloren en blijft ons fanatiek aanmoedigen. Het is weer zoeken naar het meest comfortabele “spoor” op de Maastrichterstraat en de Hemelingenstraat. De gladde stenen of de ruwere klinkers? Ik probeer ze beide. Al blijf ik naar mijn gevoel een fikse cadans aanhouden, op de Eeuwfeestwal moet ik toch Vally Merken van Bilzen laten voorbijgaan. Er zit nog souplesse in zijn benen, meen ik uit zijn foulée af te leiden, en ik doe geen poging om in zijn zog mee te gaan. Misschien kan ik in de afdaling wel terugkomen. Die komt er zo dadelijk aan. Ik bestel maar geen blonde Leffe aan de ober van de Bazilik die de esbattementen langs het parcours gadeslaat en schakel twee tanden groter. Maar er is nog een kaper op de kust. Daniël Luts stoomt me in de Moerenstraat voorbij. Ook Vally ontsnapt niet aan zijn greep. Het is nu zaak stand te houden tot de finish. Ik krijg nog aanmoedigingen mee van mijn schoonbroer en aanhang voor ik de laatste 1200 meter inga. Na de mooie en stille passage (ik loop even alleen) door het park wacht nog de Dijk. Nauwelijks 300 meter lang maar wel een vervelende strook die mij niet ligt. Ofwel kies je het smalle voetpad waar ook nog electriciteitspalen in de weg staan ofwel kies je de afhellende weg. Ik verander onderweg van optie maar word toch nog even opgehouden door een loper “in verval” (lees: die tempo aan het verliezen is) voor ik de bocht naar rechts kan nemen naar het Mottenstadion. Tungri 3 Nog twee brede bochten op de tartanbaan. Ik drijf het tempo op en pijnig mijn benen nog een laatste keer in de hoop nu geen plaatsje meer te verspelen. Maar dat is gerekend zonder Niels Notelaers, een bekende uit mijn vroeger leven, die nog een bijkomende versnelling uit zijn jonge benen kan schudden.
Na de finish staan de Mergellopers in groep er allemaal met een blij gezicht bij. Het blijdste gezicht is dat van Pascal Goessens. Hij zal daar wel zijn redenen voor hebben. We sluiten de dag af aan de grote feesttent waar de massa zich buiten koestert in een aangenaam zonnetje. De prijswinnaars hebben vandaag minder geluk met het mooie weer. Ze staan er achteraan in de tent wat eenzaam bij op het podium.

(Foto 1 van Jo Defrère: De start. Foto 2, ook van Jo die speciaal van Leuven naar Tongeren komt getuft voor deze reportage. Nu ja, je kan hem wel begrijpen als je ziet wie hij voor de lens krijgt, hier Marijke Meyers en Sabine Cuypers van de Riemsterse Mergellopers. Foto 3 van Marie-Paule: Met Ludo Ramakers, links, en Francis Loyens, van dezelfde loopclub als voornoemde dames.)