Maandelijks archief: januari 2018

Louis Persoons Memorial Genk

zon 28/01/2018 11u * Louis Persoons Memorial Genk * 11,67 km * 00:55:17 * 12,6 * 23/82 * ==/== * ♥♥♥♥

Dat waren nog tijden. Een heuveltraining van 30 km op dinsdag en de zondag daarop een van je beste tijden lopen in een marathon die je als training bedoeld en gelopen had. We zijn nu 15 jaar later. De oude dag heeft zich definitief meester gemaakt van mijn knoken en spieren maar deze zoete herinnering duikt natuurlijk weer op, nu ik nog eens de richting insla van het domein Kattevennen in Genk. Bij ons vertrek uit Heukelom is Mergelloopster Marina al bezig aan haar ochtendloopje in het gezelschap van echtgenoot Erik op de fiets.
Vandaag houd ik het bij een brave 11 km. Opnieuw in het gezelschap van Jean-Pierre Immerix voordat onze wegen vanaf volgende week tijdelijk scheiden. De organisatoren zien het belang in van een goede opwarming en leiden ons naar een parkeerplaats op een kilometer van de startplaats. Het is even zoeken in de grote drukte aan het BLOSO-centrum. Pijlen naar de inschrijving, de bewaarplaats voor de sporttassen en de douches zouden geen overbodige luxe geweest zijn. Maar er zijn medewerkers in overvloed die hun opdracht snel en met goede luim uitvoeren. LPM 1 De Louis Persoons Memorial (genoemd naar een vroeg overleden lange afstandsloper) trekt heel wat deelnemers aan uit regio’s waar ik zelden vertoef. Weinig bekenden dus in de massa van bijna 500 lopers (voor vier afstanden). Wie ik hier na enkele jaren wel opnieuw ontmoet is Philip Poilvache, de getalenteerde marathonloper uit Martenslinde. Hij rijgt de laatste weken de kilometers aan elkaar als voorbereiding op de Zes Uur van Stein. Hij start hier uiteraard in de marathon. Als “training”. Dat belet hem niet om als zesde te eindigen, een zucht boven de 3 uur. Opgewarmd was hij alleszins, hij had er al 17 kilometer opzitten in de buurt van Bilzen. Als dat trouwens maar goed afloopt met die ultra-ambities… Mergelloper Francis Loyens komt ook kilometers zoeken in de bijna-halve marathon. Ze zijn zelfs zwaarder dan vooraf gedacht. maar met een tijd onder de 1″40′ kan je thuiskomen, in Valmeer.

Lees verder →


Ik sta klaar voor de start van de 11,5 kilometer. Ik ben opgeschoven naar de eerste groep … en dat is ook nodig want de veel grotere tweede groep is die van de 20 km. Die staan dus ook al klaar, op een half metertje van de eerste groep. Op die manier maak je het jezelf als organisator wel moeilijk. Dat de start voor de kortere afstand vijf minuten voor de start van de 20 km wordt gegeven, is trouwens het enige wat ik uit de megafoonaanwijzingen van de starter heb kunnen opmaken. Voor me hebben twee (Amerikaanse?) dames en een Roemeen nog net op tijd de ware toedracht achterhaald en verhuizen naar groep 2.
We zijn ermee weg. Ik begin aan de loop met de overtuiging dat gezien het geringe aantal deelnemers – ruim onder de 100 – een plaats in de eerste helft wel een utopie zijn. Mijn eerste opdracht op korte termijn is Jean-Pierre Immerix in te halen. Die heeft zich meer naar voor weten te werken bij de start… of stond gewoon vroeger klaar. Ik ben al enkele babbelende juffrouwtjes voorbijgegaan als we na 150 meter voorbij de finishlijn komen. Het is hier opletten voor de ongelijke klinkers in het bebouwde deel van het bosgebied. We draaien rechtsaf een asfaltweg op langs een verlaten ski-oefenpiste. Deze weg herken ik nog van de marathon in 2003. Ik had er al een echo van opgevangen voor de start maar nu stel ik ook de visu vast dat er onverhard in het parcours zit. Het is al meteen klimmen op een bospad, zo’n 6OO meter, op het einde vooral vals plat.
Ik heb Jean-Pierre bij de lurven in de eerste klimmende meters en laat hem onmiddellijk achter. In de competitie tellen geen emoties… ook al is het vandaag de verjaardag van mijn streekgenoot. Voor we weer op het asfalt komen ben ik ook nog een jonge dame voorbijgegaan. Ik heb hier in Genk meteen een goed ritme te pakken. Ik ben met overtuiging aan de wedstrijd begonnen maar vaak roepen de adem of de spieren me snel tot de orde. Vandaag zet ik mijn inspanning door en ga op zoek naar de loper voor me. Op de licht dalende weg kan ik aansluiten bij mijn veel jongere collega. In de volgende kilometer kan ik het tempo volgen en zelfs even aangeven. We naderen weer de finish, dit moet het einde zijn van de eerste kleine ronde. Ik ben al opgelucht dat ik niet opnieuw alleen verder moet, zoals vorige week in Posterholt. Jean-Pierre zal minder geluk hebben. Ik hoor langs de weg dat ik bij de eerste 25 zit. In deze positie zou ik mijn doelstelling ruim overtreffen. Andere lopers inhalen is dan weer te hoog gegrepen.
Voorbij de finish worden we rechtdoor gestuurd. Hier ligt een flinke knik in het parcours. Ik kan een redelijk tempo vasthouden maar hoor wel een duo sterk naderen. Boven sluit de man in het rood (jammer genoeg kan ik geen namen plakken op de shirts) aan, zijn fluo-collega heeft zich blijkbaar opgeblazen en wordt achteruitgeslagen. Het duo van daarnet wordt een trio. Er is trouwens sneller volk op komst. Vanaf km 4 beginnen de eerste halve marathon-lopers ons in te halen. Achtereenvolgens stomen David Drion, Hannes Mertens en Pascal Van Marcke ons voorbij. Ik houd het bij de jongens die ik ken. We kronkelen door Gelieren. De man in het zwart lijkt het sterkste. Ongeveer halverwege, als we weer het bos intrekken ( in de zone tussen Genk en Wiemismeer) heeft hij een kleine voorsprong genomen. Op een lichte klim kan ik weer naar hem toe sluipen. Door zijn en mijn versnelling moet de man in het rood wel afhaken. We zijn weer met zijn tweeën. LPM 3 Op wat de moeilijkste strook blijkt te zijn aan km 7 – een brandgang met hobbelige zoden en wat modder – neemt mijn gezel weer enkele meters voorsprong. Die kan ik aan km 7 opnieuw dichten. We zijn net de laatste marathonloper voorbijgegaan. Die is in slow-motion bezig aan wat nog een lange tocht zal worden. Het parcours is ingrijpend veranderd, zoveel is duidelijk. Ik herinner me alleen asfalt van mijn vorige deelname. Na de finish hoor ik dat voor het eerst (zoveel) onverhard in het parcours zit. Verscheidene commentaren op Strava hebben het over een “vettige” ronde. Zalig zijn zij die geen Luikse wedstrijden lopen… Hoe dan ook, het is een gevarieerde omloop, afwisselend asfalt en onverhard. Het soort wedstrijden waar ik van hou, zij het dat het gemiddelde wel telkens een klap krijgt op de moeilijker beloopbare stroken. Ik blijf nog even in het gezelschap van mijn onbekende collega. Er gaat ons opnieuw een klad halve marathon-lopers voorbij. Die zijn minimaal vijf minuten achter ons vertrokken en moeten straks aan het sportcentrum nog een grote ronde afwerken. Als je het zo bekijkt stelt mijn tempo niet veel voor. Ik herken de boomlange en messcherpe Ronny Thijs. In het totaal word ik door 34 lopers “gedubbeld”. Ik kijk angstvallig naar wie me inhaalt. Gelukkig blijf ik uit de greep van enkele bekenden, Daniel Drion bijvoorbeeld. Zo blijft me ook de vermelding bespaard in zijn verslag… De man in het zwart – u kent hem intussen – heeft weer een kleine voorsprong genomen maar is nog steeds in zicht. Km 8,5, daar is de koepel van het planetarium. Een groep halve marathonners haalt ons in. Mijn mikpunt heeft het juiste ingeving… en de benen om aan te haken en laat me definitief in de steek. Ontploffen doe ik niet maar aan snelheid inboeten, zeker wel. Mijn gezwollen beeldspraak is trouwens geïnspireerd door de affiche met de titel “De oerknal en wat daarna kwam” op de gevel van het planetarium.
We zijn weer in de onmiddellijke buurt van het sportcentrum. Ik krijg hier zowaar aanmoedigingen van twee dames. Waarvoor dank. Er blijven nog enkele kilometers te gaan. Ik ben benieuwd wat de parcoursbouwers nog voor ons in petto te hebben. Hetzelfde rondje als daarnet bij het begin. Gebrek aan inspiratie… of aan seingevers? De lichte klim aan km 10 kost me een vijftiental seconden. Meteen de enige kilometer waarin ik niet onder de vijf minuten blijf. Ik kijk uit naar de aankomst. Mijn stevige start en het strakke tempo onderweg hebben veel energie gekost. Ik kan nog een plaatsje inwinnen ten koste van een deelnemer die helemaal stilgevallen lijkt. Een official op de fiets rijdt me voorbij. Ik informeer even wie hij begeleidt. Het is de eerste dame in de halve marathon. En zo haalt Michaela Kondasova me als laatste in. Ik kan ermee leven en Michaela heeft iets om mee uit te pakken in Dilsen. Een onverwacht hoge plaats in de rangschikking en een mooie tijd bekronen mijn tweede LPM-deelname. Ik feliciteer mijn bebaarde gezel van daarnet.. maar vergeet zijn naam te vragen. Mijn informatiebron aan de finish, Marie-Paule, vertelt me later hoe ontgoocheld de winnaar van onze loop was bij zijn aankomst. Geen applaus, geen aanwijzingen van officials, hij moest zelfs vragen of hij nu echt over de streep was. Jammer. En zo gaat de drieëntwintigste gelukkiger naar huis dan de eerste. Ik moet het kopje erbij houden in de kleedkamer zodat me niet hetzelfde malheur overkomt als in Posterholt, mijn loopschoenen vergeten. We kaarten nog even na in de ruime zaal van het sportcentrum. Tomatensoep met balletjes stilt de eerste honger…

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: sculptuur in het natuurdomein Kattevennen. Foto 2: Een medaille, … in Genk houden zo nog aan die traditie vast.)

← Toon minder

Halve Marathon van Posterholt

zon 21/01/2018 11u * Halve Marathon van Posterholt * 20,85 km * 01:45:14 * 11,8 * 96/154 * 9/13 (60+) * ♥♥♥♥

Door gehannes met mijn smartphone-gps duurt de trip naar Posterholt een kwartiertje langer dan voorzien. Mijn medereiziger Jean-Pierre Immerix vertoont al tekenen van zenuwachtigheid. Maar we zijn nog ruim op tijd voor de plichtplegingen voor de start. Posterholt is dus de bestemming dit weekend. Dat is in de omgeving van Roermond. De wegen zijn hier biljartvlak en dat is ook de reden waarom een aantal atleten van RFC Liège aan de start staan. Kwestie van afwisseling met de zwaar golvende parcoursen in en rond Luik. Jean-Pierre heeft natuurlijk een groot aandeel in de keuze van deze wedstrijd in de Nederlandse grensstreek. Maar in tegenstelling tot mijn maatje kies ik voor de langste afstand, de halve marathon.
Posterholt 1 De vijf kilometer is al vertrokken als de lopers van de kwart en halve marathon naar de start worden geroepen. Myrthe Meex van Kanne is op weg naar een derde plaats bij de dames. Jean-Pierre duikt gelukkig net op tijd achter mij op in de wachtende groep. Gelukkig, want ik heb een plannetje in mijn hoofd. Mijn maatje volgen of alleszins niet uit het oog te verliezen in de eerste (voor hem enige) ronde. Dan zou ik meteen een goed tempo vasthebben om dan in de tweede ronde mijn duivels te ontbinden. Zoals jullie al lang weten, zijn dat de laatste jaren erg brave duiveltjes geworden. Het tempo houden, zou al een mooie prestatie zijn.

Lees verder →


Jean-Pierre dwingt me in de eerste kilometer al meteen tot een tempo van 4’38”. Ga ik die voor mij ongewoon snelle start niet bekopen, flitst het door mijn hoofd. Ook na de tweede kilometer in 4’51” heb ik mijn adem nog niet onder controle. Aan km 2,2 zijn we uit de bebouwing en slaan we rechte landwegen in, op asfalt wel te verstaan. Het peloton van 337 (voor de twee afstanden) is nu al langgerekt. De frisse bries speelt rond onze oren en benen. Ik behoor met mijn korte broek bij de uitzonderingen. Maar te oordelen naar het gejammer van Jean-Pierre over zijn warme lange broek, heb ik de juiste keuze gemaakt. Ver voor ons uit bikkelen Beny Stulens (Mal) en Frankie Verluyten (Hoeselt) voor een plaats in de toptien van de kwartmarathon. Ze eindigen beiden in 36′, Beny op de vijfde plaats (en eerste plaats bij de veteranen 40+), Frankie op de zevende plaats. Overigens wordt de halve marathon gewonnen door Kevin Verluyten. Is dat de broer van Frankie? Enfin, in het tweede deel van het peloton heeft Jean-Pierre het tempo laten zakken en kan ik even herstellen. We zitten nu op een kilometertijd rond de 5′, dat is zowat mijn kruissnelheid. Als je van snelheid kan spreken, natuurlijk. Ik heb intussen de leiding genomen in onze duo-loop en op een moeilijker stuk tegen de wind in verliest Jean-Pierre zelfs voeling. Na die lange, rechte strook van 2,3 kilometer, draaien we de andere richting uit, terug naar Posterholt. Posterholt 2 We hebben een matige wind in de rug. Met een versnelling komt Jean-Pierre opnieuw in mijn spoor. We zijn nu halfweg de eerste ronde. In het tweede deel zitten er welgeteld nog twee echte bochten. Om een lang verhaal kort te maken, we blijven bij elkaar tot de laatste meters. Wie meer bijzonderheden wil, kan het ook vragen aan Jean-Pierre. Ik heb de indruk dat hij blij is als hij de aankomstboog in de verte ziet hangen. Ik maak me klaar voor de tweede ronde. Jean-Pierre draait rechtsaf naar de finish, enkele meters verder. Zijn naam weerklinkt door de luidsprekers. Mij zal deze eer niet te beurt vallen bij mijn finish. Vergeeft u mij deze korte maar onweerstaanbare opwelling van jaloezie?
Ik begin voor de tweede keer aan de kronkelende weg door de woonwijken van Posterholt. Ik ben nu in het gezelschap van Nathalie Baars die daarnet bij ons heeft aangehaakt. Ik ken nu de stoepen en de bochten… en weet waar ik kan afsnijden. Ik vraag Nathalie of zij een plaatselijke vedette is, aangemoedigd als ze wordt door de parcourswachters. Eens we buiten het dorp zijn, werp ik een blik achteruit: een grote leegte met hier en daar een eenzame loper. De tweede ronde wordt een saaie tocht. Aan de haak in de rechte parcoursstreep rond km 13 schat ik de afstand tot de lopers voor me in. Zal ik nog een plaatsje kunnen winnen? Maar eerst afwachten hoe ik de moeilijke kilometer 14 overleef. Nathalie moet lossen in het klimmetje. Dat het een klimmetje is, merk ik nu pas op. Nathalie had het daarnet over een “berg”. Ik kan met enige moeite een redelijk tempo handhaven… dat evenwel niet volstaat om niet ingelopen te worden door een veteraan 2. Maar even verder heb ik nummer 33 te pakken en houd ik de status-quo. Posterholt 3 Fotograaf Jack van Montfort heeft zich net hier geposteerd als ik voorbijkom. Hij heeft zich vandaag de sloffen van onder het lijf uitgelopen (een beetje geholpen door zijn Citroën Picasso) om de wedstrijd in beeld te brengen. Een dag later staan de foto’s op het net. Snel, van uitstekende kwaliteit en gratis: dat betekent het label “javamo” op de plaatjes. Ik roep Jack uit tot man van de wedstrijd. We zijn intussen het bordje 15km en het hoogste punt van het parcours voorbij en kunnen de benen weer licht ontspannen in de volgende kilometer. In de bocht op de uiterst westelijke punt van het parcours zie ik een loper in het blauw naderen. Het gehijg wordt almaar feller, voor de bevoorrading is hij bij me. Op die bevoorrading heb je trouwens de keuze tussen water (rechts) en thee (links). Dat had ik daarstraks niet door en zo zat ik bijna met mijn handschoenen in de gesuikerde thee. Ik houd het nu bij een slokje water en zet mijn weg voort in het gezelschap van de jonge man in het blauw. Die is niet van het spraakzame type en dus malen we de hectometers in stilte af. Tot aan de bocht aan km 17,7 waar hij hersteld lijkt van zijn inhaaljacht van daarnet en de oude knar naast hem achterlaat. Ik lever dus weer een positie in ten opzichte van mijn eerste passage aan de streep maar kan dat verlies even verderop weer goed maken door de loper in te halen die ik al kilometers in het vizier heb. Met dit soort berekeningen zoek ik wat afwisseling in deze eentonige tocht. Ik vraag me af waarom ik nu eigenlijk de lange afstand heb gekozen. En zo krijgt Joep Drent gelijk, de zestigplusser uit Maastricht, die enkele weken geleden bedenkelijk keek toen ik hem, bij een ontmoeting op training, mijn programma ontvouwde. “Daar zal je alleen lopen” was zijn reactie. Nog enkele kilometers geduld, dus. Wie alleszins veel geduld heeft, is het koppel dat hier vorige ronde ook al stond. Ze staan voor een hoeve. (Hun hoeve?) Op het platteland hier zie je trouwens alleen maar boerderijen. Ze bedenken elke loper of groep met een applausje. Ik wenk terug als dankjewel. Voorbij het bungalowpark aan de linkerzijde is het niet meer ver voor we weer in het dorp komen. Frisse benen heb ik zeker niet (meer) maar er zit nog voldoende jus in voor de laatste kilometers. Ik krijg nog een opgestoken duim aan een kruispuntje en neem de laatste bocht naar rechts. Posterholt 4 Die ik me gelukkig nog herinner want de parcourswachters wijzen de weg niet aan. 12 km/uur lopen heeft trouwens soms zijn voordelen. Severino Vega, een van de Luikenaren, winnaar bij de 50+ en toptien overall, schoot op een van de bochten met 15 km/uur rechtdoor en merkte zijn wegvergissing pas enkele honderden meters verder op toen de auto’s zijn weg kruisten. De seingevers stonden met de handen in de broekzakken…
Daar is het gebouw van Geelen Beton, nog 800 meter. Ik verheug me zowaar op het geschal van de omroeper die me voor de start op de zenuwen werkte met zijn luidruchtig en onophoudelijk gedram. Ik verbaas mezelf met een spurt in de laatste rechte lijn. Die me nog een plaatsje winst oplevert. Net boven de 1u45′. Maar ik durf de tijd van vandaag toch even hoog in te schatten als de 1u43′ in Ell, twee maanden geleden. Het parcours was vandaag waarschijnlijk een tikkeltje zwaarder. En ik had ditmaal geen groepje om het tempo te onderhouden en de eentonigheid van de route te breken. Mijn bescheiden plaats globaal en in mijn leeftijdsklasse bewijzen vooral dat hier alleen de beter getrainde en jongere atleten aan de start stonden.
In het cultureel centrum “De Beuk” waar we te gast zijn, loopt het water heerlijk warm uit de douches. Ik vind de mannendouches op goed geluk want aanwijzingen zijn er niet. Erg on-Nederlands. Jammer voor de organisatoren dat de podia zo schaars bezet zijn. De terugrit naar huis verloopt zonder hindernissen. We bereiden ons al voor op de volgende uitdaging…

(Foto , eigen foto: Jean-Pierre Immerix kan nummer 1303 bijschrijven op zijn palmares. Foto’s 2,3 en 4 van Jack van Montfort. Foto 2: Beny Stulens links en Frankie Verluyten in het midden. In het tweede groepje, neem ik aan. Foto 3: Severino Vega van RFC Liège. Foto 4: Op de Aaster”berg”.)

← Toon minder

Olne

zon 14/01/2018 10u * Trèfle à quatre feuilles Olne * 12,7 km * 01:08:17 * 9,7 * 57/209 * 2/8 * ♥♥

Mijn achterbuur Wesley draait zich nog eens om in zijn bed als we om acht uur naar Olne vertrekken. Hij heeft nog wat tijd voor zijn lactaatloop rond Heukelom. Olne, even ten zuiden van de lijn Luik-Verviers, is niet alleen “un des plus beaux villages de Wallonie”, maar ook het centrum van het traillopen in dit deel van Wallonië. Hier worden jaarlijks verscheidene wedstrijden georganiseerd door een traditierijke en dynamische groep onder het motto “Courir pour le plaisir”. Ik ben hier in het verre verleden al enkele keren actief geweest. Met een degelijk resultaat, mag ik achteraf zeggen. De eerste wedstrijd van het jaar is de “Trèfle à quatre feuilles” (“klavertje vier”). Een romantische naam voor een uitdagende loop over vier verschillende ronden. Nu, het hoeven er niet echt vier te zijn. Want de “trèfle” is een atypisch concept in lopersland. Je bepaalt namelijk pas tijdens de wedstrijd (of tenminste je hebt de mogelijkheid om dat te doen) hoeveel kilometer je loopt. Je hebt de keuze tussen vier afstanden: afgerond een kwart, halve, driekwart of volledige marathon. De inschrijvingsprijs is gelijk voor alle afstanden. Als je op de kleintjes let, kan je dus je voordeel doen bij de langste loop. Je moet er dan wel 42 kilometer zwaar labeur voor over hebben. Olne 1 Bij de doorkomst aan de sporthal na elke ronde neem je de afslag naar links als je verder wil doen, naar rechts als je het welletjes vindt. Na vier ronden moet je wel stoppen. Heb je nog niet genoeg aan een marathon, moet je geduld oefenen tot november voor Olne-Spa-Olne, …69 kilometer.

Lees verder →

De start- en aankomstsite, de sporthal van Froidbermont, is ook voor mij nieuw want “van na mijn tijd”. Ik was hier het laatst in 2007 voor de marathon, de vier ronden dus. Het kleine chalet, jaren het epicentrum van “Courir pour le plaisir”, is tegen de vlakte gegaan. We hebben nu een volwaardige sporthal ter beschikking. Nieuwe hal, ook een nieuw parcours? Ik kan me haast niet voorstellen dat ik met de eerste ronde die we dadelijk voor de voeten gaan krijgen (je krijgt meteen de details) een eindtijd van 3u49′ kon neerzetten. Ik ben de laatste jaren deze “plaisir”-lopen wat uit het oog verloren maar stel ter plekke vast dat de belangstelling vanuit Vlaanderen en Nederland nog is toegenomen. Hier en daar herken ik lopers uit het challenge-circuit. De jongens en meisjes van “Run’Essence”, de lopersgroep van Hermalle-sous-Huy, bijvoorbeeld. Marcel Baeckelandt deinst zelfs niet terug voor drie ronden. Op hun aanraden trek ik trouwens mijn trailschoenen aan. Yves Keil is een andere moedige van de drie ronden. Ook voor Johan Jorissen zal het een lange dag worden, 5u13′ voor de volledige afstand. Voor de wedstrijd had de Maastrichtenaar nog geen idee van de tijd die hij zou lopen. Gelukkig had hij zijn familie niet meegebracht. Bij het napluizen van de uitslagenlijsten ontdek ik nog enkele vertrouwde namen.
Na een schuchter opwarmingsrondje in het mooie dorp, wacht ik de start af achter de dichte rijen van de snelle en loophongerige mannen en vrouwen vooraan. Het toeval brengt me naast Eric Martin. Ik informeer even naar zijn plannen. 2 of 3 ronden. 3 ronden? Dan kan ik misschien zijn tempo volgen in de eerste 2 ronden en zo heb ik meteen een tactisch houvast. Oh ja, ik vertrek met de bedoeling twee ronden af te leggen. Olne 2We nemen onmiddellijk een bocht naar rechts en lopen bergaf door de slaperige straten van Olne. Pascal Julin rijdt voorop in een monsterlijke 4×4 van Adeps, het franstalige BLOSO. Na een goede kilometer laten we het dorp achter ons. De vallei (van de Vaux?) ligt in de zon te glinsteren. Ik herken de slingerende weg van mijn fietstochten. Het gaat nu stevig naar beneden. Ik hou het die eerste twee kilometer bij een matig tempo, ruim boven de 5 minuten. Er zijn trouwens leukere dingen dan met harde trailzolen op het asfalt te kletteren. Na 1,8 kilometer moeten we de vallei weer uit. Het wordt de eerste van een voor mij onbekend aantal hellingen. En het is meteen de steilste, stel ik achteraf vast. Tot ruim boven de 10%. In de afdaling ben ik moeiteloos in het spoor van Eric gebleven maar in het tweede deel van de klim neemt hij onherroepelijk afstand. Op de smalle asfaltweg richt ik herhaaldelijk de blik naar boven, speurend naar de horizon. Die duikt pas op na 1,1 km klauteren. Mijn benen hebben deze eerste aanslag op de spieren overleefd. Maar hoe zullen ze reageren op de volgende beproevingen? Boven wacht Pascal Julin ons op, in het gezelschap van fotograaf Gédéon Baltazard. We lopen een honderdvijftig meter op een plateau voor we rechtsaf weer mogen dalen. Eric heeft zowat de helft van die afstand voorsprong genomen. Mijn plannetje wordt al meteen weggevaagd door de harde realiteit. Eric die gewoontegetrouw in korte mouwen loopt zal zijn tempo ook in de volgende ronde kunnen blijven aanhouden. De drie ronden maakt hij echter niet vol. We blijven op het asfalt. De lezer van dit blog of de bezoeker van deze regio weet wat deze benaming betekent: flarden verhard tussen putten en gaten. Nu, het gaat bergaf en ik haal even een sub-5′ tempo. Voor het dorp Saint-Hadelin worden we linksaf gestuurd, (u heeft het geraden) bergop. Die tweede helling is gelukkig wat milder dan de eerste maar nog altijd fors genoeg om me weer boven de 6′-kilometertijd te duwen. De regionale omroep, TeleVesdre, is hier aan het filmen. De camera draait terwijl ik voorbij loop. Ik word achteraf weggeknipt, u zal mijn vloeiende loopstijl dus niet live kunnen bewonderen. Maar kijk, wie staat daar op de film? Mijn trouwste fan die de frisse wind op het plateau van Froidbermont trotseert om mij na de finish op te vangen! Hier klikken voor de reportage. Wie haar als eerste ontdekt, heeft recht op een grote Leffe, te consumeren in Heukelom Dorp. Antwoorden via het contactformulier.
Door dorpskernen passeren is uit den boze in dit soort wedstrijden, het zou daar maar eens wat soepeler moeten lopen. Dus worden we voor Forêt linksaf geleid, een gigantische weide in. De asfaltwegen hebben we voorlopig achter de rug. Een platgelopen spoor in het gras loopt rechtdoor de vallei in. Ik geef van jetje ( een klein jetje wel te verstaan), mijn trailschoenen bieden me voldoende houvast. Ik had me de moeite kunnen besparen want na 700 meter zitten we strop aan een draaipoortje. We wringen ons door de versmalling en kijken tegen een nieuwe, lange helling aan. Het is harken, de eerste 7 km hebben mijn benen al danig afgemat. Tussen onbekende lopers is het moeilijk om een idee te hebben van mijn positie. Win ik plaatsen of zit ik in een negatieve trend? Net voor de zevende kilometer schuif ik alvast een plaatsje op. Ten nadele van… de onverwoestbare Mauro Calogero. Olne 3 De 77 voorbij en nog altijd goed voor plaats 69 op 209. Boven in Hansez kijk ik even naar links en zie een indrukwekkende lange sliert lopen door het groene landschap kruipen. De laatsten (?) beginnen nu pas aan de afdaling van km 5 in Forêt. Op het vlakke en het asfalt probeer ik toch weer wat tempo te halen. Maar ook op de volgende lange afdaling over gras en aarden, soms modderige, paden blijft het moeilijk vaart te maken. Het is voor mij in elk geval al een geruststelling dat het parcours redelijk beloopbaar blijft en niet te “technisch” (lees gevaarlijk) is. Nu maar hopen dat ons geen onaangename verrassingen wachten in de laatste kilometers van deze eerste ronde. Aan een bomenrij in het midden van een uitgestrekte weidenpartij is het weer prijs. Een draaipoortje met een nog grotere opstopping dan daarnet. Ik zie lopers links en rechts proberen een gaatje te vinden tussen en onder de prikkeldraad die tussen de bomen loopt. Maar dat lijkt niet echt te lukken. Dus sluit ik maar braafjes aan bij de rij wachtenden voor me. En daar zie ik hem plots, de man naar wie ik voor de start al heb uitgekeken. Paul Celis, zeg maar Polle of Polleke. Van Nijlen in het Antwerpse maar niet weg te slaan uit de trails in het Land van Herve. Hij was hier nog enkele weken geleden voor een halve marathon in de sneeuw. Ik weet dat hij voor niet minder dan de marathon komt. Vorig jaar deed hij dat in 4u20′. Een tempo in zijn spoor zou me al aardig op weg zetten naar een mooie chrono. We ploeteren samen door een zompige weide. Even verder worden we op een verzopen weg getrakteerd. Echt hinderen doet het me niet. Rond km 9 komen we weer even tussen de huizen. Ik probeer me te oriënteren. De straatnaamborden geven Olne aan. Op mijn Garmin-track zie ik later dat we in Nessonvaux zijn, in de vallei van de Vaux, een bijriviertje van de Vesder. We kunnen even ontspannen in de kronkelende achterafstraatjes van het dorp voor we de laatste heuvel (hoop ik) van de eerste ronde moeten overwinnen. We moeten immers terug naar de sporthal op de hoogte van Froidbermont. Daarvoor hebben de parcourstekenaars de bedding van een beekje uitgezocht. Gladde keien en stenen, takken, geultjes, dat is het looppad. De organisatoren hebben de grootste moeilijkheden in deze eerste ronde gelegd. Kwestie van iedereen waar voor zijn trailgeld te geven. Dit is het vervelendste stuk hoor ik van Polle achter mij. Ik wil hem voorbij laten maar Polle neem zijn tijd. Er wachten hem nog… 31 kilometer. Ik glij weg op een gladde steen. “Pas op dat je op jouw leeftijd hier niet…” hoor ik achter me “…sneuvelt” vul ik aan. Een luide lach weerklinkt. Mijn gezel heeft nog adem genoeg, zo te horen. De stenen hebben we eindelijk achter de rug. Maar het blijft klimmen: 2,7 kilometer in het totaal met een stijgingsgraad rond de de 5%. Bij een splitsing stuurt Polle me rechtdoor, enkele meters gewonnen. Boven kom ik netjes uit voor de juffrouw in het roze die me daarnet is voorbijgegaan. Aan km 11 lopen we Olne binnen. De hellingsgraad zwakt af op het asfalt. Olne 4Polle heeft nu een kleine voorsprong genomen. Ik gluur even naar mijn Garmin en zie ik dat ik voor deze eerste ronde meer dan 1u15′ nodig zal hebben. Dat betekent een eindtijd voor de twee ronden rond de 2u30′ … als ik geen inzinking krijg. Daarvoor is mijn voorbereiding onvoldoende, besef ik. Bovendien wordt de wachttijd voor Marie-Paule nog een stuk langer. Na een halve kilometer twijfelen ben ik eruit. Ik neem dadelijk de rechterloopstrook. (Wie mijn inleiding aandachtig heeft gelezen, weet wat ik bedoel.) Ik trek nog een spurtje tot bij Polle en wens hem succes voor het vervolg van de loop. Hij zal de klus klaren in 4u30′, goed voor plaats 2 bij de veteranen 3. Ikzelf eindig op plaats 57, dat is niet zo ver van de top 50 die ik voor ogen had in de twee ronden. Te optimistisch, blijkt nu: een matige dag en een veel zwaarder parcours dan gedacht. Ik word hier overigens nog bij de veteranen 3 gerangschikt. Bij de veteranen 4 zou ik trouwens ook op plaats 2 zijn geëindigd. Na de douche neem ik nog even de tijd voor een pintje en een chipje. Dan trekken we huiswaarts. Bij het verlaten van het cafetaria weersta ik met moeite de geuren van een dampende hotdog. Thuis wacht een stevige steak.

(Foto’s 1 en 4 van Marie-Paule. Foto’s 2 en 3: Internet. Foto 1: De sliert van de 766 deelnemers trekt zich op gang. Foto 2: de eerste weide aan km 5. Foto 3: De beekbedding aan km 10. Foto 4: Nog enkele meters tot de streep. Rechts in het blauw Polleke Celis.)

← Toon minder

Verviers

zon 31/12/2017 11u * Jogging de la Saint-Sylvestre Verviers * 8 km * 00:39:26 * 12,2 * 221/601 * 7/36 * ♥♥♥♥

Riemst is nog niet goed wakker als ik voor negen uur de richting ’s Gravenvoeren insla om Servais Halders op te pikken. We willen op de valreep nog een wedstrijd breien aan een lang seizoen… dat voor de ene al wat succesrijker verlopen is dan voor de andere. Servais stuurt me langs de kortste weg, dat is via Battice, naar Verviers. De nostalgie maakt zich weer meester van me als ik door dit deel van het Land van Herve toer. We zijn bij de eersten in de “buvette” van het Stade de Bielmont. Het is er nog zo stil dat Servais zich afvraagt of de hoge deelnemersaantallen van de vorige jaren wel gehaald zullen worden. Ik schrijf me in op het smalste formuliertje dat ik ooit op een loopwedstrijd heb aangetroffen. Naam en leeftijd, meer willen ze in Verviers niet weten. Ze vragen zelfs niet onze woonplaats. Dat doet de man aan de inschrijvingstafel wel en zo leert hij ook het bestaan van een gemeente Riemst. Servais was hier al enkele keren actief. Voor mij is het eerste deelname. Maar het Stade de Bielmont is ook voor mij bekend terrein. Ik was hier enkele maanden geleden al voor de “Grand Jogging”. Na 10 uur begint de inschrijvingsruimte dan toch vol te stromen. We draaien enkele rondjes op de atletiekbaan. Servais wijdt mij en Jo Vrancken die intussen ook zijn opwachting heeft gemaakt in de geheimen van het parcours in. Het venijn zit hem hier in het begin van de loop: 3 kilometer bijna onafgebroken klimmen, Daarna even vlak en dan de afdaling terug naar de stad.

Lees verder →


Ik volg Servais niet als hij een plekje in de eerste gelederen zoek maar hou het bij een bescheiden plaatsje net voor de helft van de toch weer 600 deelnemers. Ik heb zoals Servais mijn kleding daarnet aangepast aan de haast lenteachtige omstandigheden, 13 graden liefst. Geen muts, geen handschoenen. TV Vesdre schiet nog enkele beelden voor het startschot weerklinkt. Dat schot lijkt meer op een knallende voetzoeker maar dat is misschien bewust zo gedaan in deze eindejaarssfeer. We komen meteen ter zake in de eerste 150 meter met een piek tot boven 10%. Op de brede avenues van de eerste hectometers is er ruimte genoeg voor iedereen, inhalen is geen probleem voor wie de goede benen heeft. De afdaling in de volgende 400 meter doet mijn benen alleszins goed. Een goed gevoel is overigens een samenspel van hoofd en benen. En in dat hoofd speelt het besef dat ik hier vandaag een periode afsluit. Die van de veteranen 3, de leeftijdsklasse tussen 60 en 70. Vanaf morgen hoor ik officieel bij de veteranen 4 en treed ik toe het groepje overlevers dat nog de fitheid… en het karakter heeft om wedstrijden te betwisten. Ik hoop nog enkele jaren te kunnen meedraaien en te blijven berichten over mijn “prestaties” of beter belevenissen. Maar eerst proberen om het veteranen 3-tijdperk in schoonheid af te sluiten.
Na het dalend intermezzo gaat het vanaf nu zo’n kwartier nu eens steil, dan weer wat zachter, omhoog. Tot aan km 2 tussen de huizen, dan op een aarden weg tussen de weiden en langs bomen- en hagenrijen. Een kilometer verder komen we uit in een villawijk die ik meen te herkennen van de Grand Jogging in de zomer. Toen liepen we wel in de tegenovergestelde richting. De stijgingsgraad voelt aan als een stevig “vals plat”. Alsof ze de aanvangskilometers nog wat zwaarder willen maken, blazen de weergoden hun adem hier pal in ons gezicht. Maar ze krijgen me niet klein. Een lange man in het zwart heeft zich in mijn spoor genesteld. Hij stelt me gerust dat hij me niet voor de voeten wil lopen maar schijnt mij wel een geschikte gangmaker te vinden. Ik hoor hem zwaar ademen achter mijn rug. Enkele honderden meter verder moet hij dan ook lossen. Ondanks het grijze weer staan hier en daar groepjes toeschouwers langs de weg. Ik zal wel niet veel indruk maken met mijn kilometertijden ruim boven de 5 minuten. Nochtans voel ik me in mijn nopjes.
We zijn aan kilometer 4. Aan een bocht naar rechts merk ik Roger Dosseray op. Ik heb een kleine 100 meter goed te maken. Ik schroef het tempo op. Het licht dalend profiel maakt dat trouwens een stuk makkelijker. Ik nader snel maar wil me ook niet opblazen om de taaie Roger straks in de steilere afdaling van het laatste deel niet te laten terugkomen. 1200 meter verder ga ik de veteraan 4 voorbij. Hij zal me nog zo’n kilometer van nabij blijven volgen. Het parcours slingert zich in het bocage-landschap dat hier geprangd zit tussen de uitlopers van Verviers. Even typisch voor de streek is de staat van het wegdek. Is dit nu een pad of een asfaltweggetje? Het is misschien ooit een asfaltweg geweest. Er is ook best wat modder en er staan waterplassen. “Je vroeg of er modder was?” hoor ik Roger achter me zeggen. Hij komt even terug op de vraag van Servais voor de wedstrijd. Moeilijk beloopbaar, denken jullie dan. Toch niet, je hebt hier voldoende grip en je zult alleszins niet door het wegdek in je elan gehinderd worden. Mijn vrienden bevestigen achteraf trouwens mijn beoordeling “aangenaam parcours”. Ik wring me tussen twee jonge knapen naar voor. Vader bepaalt hun ritme. Roger neemt wat meer tijd maar even verder volgt hij weer. Ook al moet hij blijven vechten om in mijn buurt te blijven. Op een korte knik kan ik het beenritme de hoogte indrijven – een zalig gevoel dat helaas een hoge uitzondering is geworden – en kan ik wat meer afstand nemen. Kort voor kilometer 7, terwijl we al een tijdje aan het dalen zijn, ligt er nog een stekelige helling op onze weg. Die ken ik precies nog van de loop in juni. Toen ging het een stuk moeizamer. Die 150 meter breken nu wel even het lekkere tempo dat ik al enkele kilometers kan aanhouden maar boven herstel ik snel. Servais kende hier het moeilijkste moment van zijn loop.
Twee ijverige toeschouwers roepen onze plaats in het peloton. Ik zit rond plaats 220. Dat is net buiten het eerste derde, ongeveer mijn waarde in mijn nadagen als 60-plusser. Ik ben wat verbaasd als ik hoor dat Servais “slechts” op plaats 89 eindigt. Nochtans is hij opgetogen over zijn tijd. 2 luttele seconden meer dan drie jaar geleden. Op de tweede plaats bij de veteranen 3. Ze moeten wel uit Duitsland komen en 7 jaar jonger zijn om Servais van het hoogste trapje van het fictieve podium te houden. Dat hier een sterk deelnemersveld van start is gegaan, ondervindt ook Jo Vrancken op plaats 12.
Voorbij km 7 dus. We zijn nu weer helemaal in de stad en nemen de duik naar het stadion. Voor mij betekent dat op bepaalde stroken een tempo rond de 4 minuten. Twee jonge mannen die ik op de moeilijke stukken heb ingehaald snellen me weer voorbij. Daar piept een waarschuwingssignaal uit mijn rechterbil. De hamstringblessure speelt nog altijd op. Ik maak me klaar voor de bocht naar de atletiekbaan en de laatste 200 meter. Servais komt me tegemoet gelopen – hij heeft meer dan vijf minuten op me moeten wachten – en draait met mij de piste op. Ik puur nog een extra puntje snelheid uit mijn benen. Ook al om Servais te tonen dat ik soms, heel soms, toch wat meer in petto heb dan het gekrassel op training. Net voor de laatste bocht haal ik nog een dame in. Met een spurtje beëindig ik mijn carrière als veteraan 3. Degelijke wedstrijd, lekker gevoel. Zo geef ik mezelf nog een mooi afscheidscadeautje.
Na de douches sluiten we de wedstrijd en het jaar af in het ruime cafetaria van het stadion. Deze accommodatie zou bij de beste horen in het tweede klasse-voetbal maar er speelt hier zelfs geen eerste ploeg meer. Servais legt mij in de watten met een succulente chocoladereep en een blonde Leffe. We vinden nog wat ruimte dicht bij de uitgang waar zich een aantal oude gloriën hebben verzameld, Roger Dosseray, Pierre Bruwier, Maurice Gillet, onder meer. Jo Vrancken is veruit de jongste in het gezelschap. Wie hem ook volgend seizoen wil bewonderen moet de kalender van de CJPL (Challenge de la Province de Liège) in het oog houden. Servais en Kris Pipeleers zullen daar ook weer van de partij zijn. Zoals ook Willy Hertogen, Jean-Pierre Immerix en Claude Herzet. Ik laat me niet strikken voor een vastomlijnde planning en zal vrij als een vogel mijn wedstrijden blijven uitkiezen. 2018 wenkt. We wensen elkaar het beste in het nieuwe jaar en vertrekken in alle windrichtingen naar huis voor een rustige/uitbundige (schrappen wat niet past) feestnacht.

(Geen foto’s vandaag. Mijn privé-fotografe is thuis gebleven en de andere fotografen blijkbaar ook. Te druk met het voorbereiden van de “réveillon”?)

← Toon minder