Overzicht 2015

zon 04/01/2015 10.30u * Antheit (Challenge Cours la Province) * 10,7 km * 00:48:01 * 13,4 * 113/536 * 2/19 * ♥♥♥♥

Antheit mag dan een onbekende naam zijn voor de gemiddelde lezer van dit blog, de deelgemeente van Wanze bij Hoei biedt wel een toplocatie voor een amateur-loopwedstrijd. Een ruime parking, een verzorgde kantine en comfortabele kleedruimtes, ze hebben het hier. De organisatoren hebben voor deze eerste wedstrijd van het jaar niet het onderste uit de kan willen halen en hebben gekozen voor een evenwichtig, zij het golvend parcours. De hoogste percentages worden dit keer gehaald in de afdalingen.
We staan met 717 (voor twee wedstrijden) klaar op deze frisse en mistige zondagochtend. Als ik de startlijn passeer zijn de eersten al een halve minuut weg, vandaar het verschil tussen de eigen gemeten tijd en de officiële tijd. Antheit 1 Ik kan me vrij snel uit de beknelling bevrijden en zigzag tussen de collega’s op zoek naar ruimte en een aangepast tempo. Dat vind ik op de lange rechte weg die ons al meteen naar het grondgebied Hoei voert. Net nadat ik Maja Van Zand ben voorbijgelopen worden we plots links een smal pad opgestuurd. Ik moet me enkele honderden meters koest houden achter de rug van mijn voorganger. Een poging om buiten om te passeren zou waarschijnlijk gebotst zijn op een blok in beton dat hier gemotoriseerd verkeer moet weg houden. Na 3 voornamelijke vlakke kilometers lopen we door Petite Wanze. Wie daar in de buurt is en onze route wil nalopen slaat daar rechts af … of gaat een pint drinken “au Vieux Tilleul” (in de Oude Linde). Kenners van het parcours hebben me verwittigd dat er een stevige klimstrook wacht na 3 kilometer. Maar de hellingsgraad is me op het lijf geschreven en ik zak op de moeilijkste vijfde kilometer zelfs niet onder de 12 km gemiddeld. Dat levert me heel wat plaatsen winst op. De vierde kilometer kan ik in 4’40” ronden. Op een bochtige passage van de Rue de l’Abattoir (Slachthuisstraat) krijg ik Stefan Meekers en Kris Govaerts te pakken. Kris laat zich nochtans niet afslachten want hij blijft me voortdurend op korte afstand volgen. Intussen heb ik geen idee in welke positie ik loop binnen mijn klasse. Raphael is al lang gaan vliegen, maar waar zitten Noël Heptia en Pasquale Ruberto? Even verder kom ik dan toch bij Noël. Tussen de vijfde en de zevende kilometer worden we beloond met een afdaling meestal op licht lopend asfalt. Km 6 met 13,5 en km 7 met 14,5 gemiddeld, ik hou er lekker de vaart in. Niet spectaculair maar wel “netjes”. Wie spektakel zoekt moet de wedstrijd vooraan volgen. Daar is Jo Vrancken die in een elitegroepje van 5 op kop zit (weer) tegen de grond gegaan. (Zie ook “Angleur” van 28 oktober). Het oponthoud kost hem een podiumplaats. Maar met plaats 5 kan je ook thuis komen. De docent “woundmanagement” heeft zijn kennis op zijn eigen gehavende knie mogen toepassen. Antheit
Ik krijg nu ook Mario Smolders in het vizier. De Speelhofrunner drijft de laatste maanden op een benijdenswaardige conditie. We moeten nog even door een modderige strook voor ik in zijn spoor kom op het fietspad van de Ry d’acosse. Daar is ook Jean-Luc Letellier die hier een kleine versnelling plaatst waarop ik onmiddellijk reageer. Jean-Luc zet zijn inspanning niet door, ik doe dat wel. En blijf op mijn elan verder gaan als we in de buurt van de aankomst naar rechts worden gestuurd. Na 400 meter buigt de route opnieuw naar rechts … en blijft licht stijgen. Daar ga ik voorbij Pasquale Ruberto en Vito Fallica, een verse veteraan 3. De uitloper van de klim aan de fictieve kilometerpaal 8 is meteen de moeilijkste klus van de ochtend. Ik kan daar nog een klein groepje oprollen, alleen een kleine loper in rood shirt blijft me voor. (Philippe Guaino, identificatie onder voorbehoud.) Boven wacht ons nog een lus door de wijk Leumont. Bij het aansnijden van de ronde zien we de snellere jongens en meisjes doorkomen. Ik zie nog net Daniel Degrave uit beeld verdwijnen. Het is aangenaam loopweer, maar toch fris want Daniel loopt niet in zijn “blote prei” zoals Gerard dat plastisch uitdrukt. Ik ben ook meer dan drie minuten te laat om Christophe Castermans nog te zien en hem uit te wuiven voor hij op missie naar Mali vertrekt. Intussen pakt hij hier nog even de tiende plaats mee. Een plaats voor hem eindigt Benny Stulens, langzaam weer op weg naar zijn beste vorm. Het is vlak in Leumont maar door de vele bochten en het grove asfalt is het harken om een gemiddelde van 13,5 km te halen. De “kleine rode” voor me is een taaie brok en ik voel dat ik het niet zal redden. Voor ons loopt de blonde nimf Béatrice Germeau. Als ik haar inhaal is de rode definitief ontsnapt.
Nu gaat het steil bergaf naar de aankomstzone. Het eerste gedeelte is onverhard maar gelukkig heb ik voldoende grip om een hoog tempo aan te houden. Ik verwacht nog een terugkeer van Béatrice maar die zal wellicht best tevreden zijn met haar derde plaats bij de dames. De weg gaat – nog steeds in sterk dalende lijn – over in asfalt. Ik richt de blik naar voren en herken de wat voorovergebogen rug van Philippe Bertholet. Philippe is de laatste jaren een van mijn ijkpunten in de wedstrijden. Meestal haal ik hem in na drie kwart wedstrijd. Maar de kloof is nu een kleine honderd meter. De laatste rechte lijn komt eraan. Ik besluit het er toch op te wagen. Ik schroef de snelheid op tot 15 per uur. Ik maak terrein goed maar intussen is de “kleine rode” Philippe voorbij gegaan. Mijn haas heeft blijkbaar ook nog goede benen en klampt zich vast aan de kleine locomotief. Ik zoek naar de zwarte MJ-aankomstboog. Maar die is nog niet in zicht. Ik heb nog enkele honderden meters en haal de laatste energierestjes uit de tank. Nog twintig meter verschil maar de streep is nu te dichtbij. Te laat aan mijn eindspurt begonnen, ik bol uit in de laatste meters. Ik druk met een tevreden gevoel de stopknop van mijn Garmin in : 48 minuten, goed voor plaats 113. Wel jammer dat ik niet 112 plaatsen meer vooraan geëindigd ben. Dan had ik de zegebloemen kunnen schenken aan mijn trouwste fan die vandaag haar verjaardag viert.
Tijd om weer noordwaarts te trekken, … twee uur later. Ik rij mijn karretje net niet stuk bij het verlaten van de parking (vergeten dat er “biggenruggen” liggen op het parkeerterrein… ) maar bereik toch zonder verdere averij de thuisbasis.
(Foto’s L’Avenir. Foto 1: Christophe Castermans, links en Benny Stulens, rechts vooraan, geven het tempo aan. Frédéric Delchambre ziet sterretjes … Foto 2: Beklimming in de mist.)

14/01/2015 Alken Veldloop

Enkele beelden van de Junioren en Masters in de LCC-veldloop van Alken.

zon 18/01/2015 11u * Herstal (Challenge Cours la Province) * 10,8 km * 00:48:25 * 13,4 * 74/326 * 3/21 * ♥♥♥♥

Een lange en vrij steile klim leidt van de boorden van de Maas naar het sportcomplex van La Préalle waar Pierre Olivier verzamelen heeft geblazen voor de tweede loop van de challenge Cours la Province. Maar met de auto gaat de klim een stuk makkelijker dan lopend. De parcoursbouwers zijn echter mild geweest en hebben de route voornamelijk op het Maasplateau uitgetekend. Maar dat weet ik op dat ogenblik nog niet. De Limburgers zijn goed vertegenwoordigd in het peloton van meer dan 300 “clapants”. (Dat is de naam die de organisatie speciaal aan het Franse vocabulaire heeft toegevoegd om de deelnemers aan deze challenge aan te duiden.) Mijn eigenste gemeente Riemst heeft vier lopers afgevaardigd. Francis Loyens is een nieuwkomer in het circuit. Hij eindigt in mijn buurt maar we zien elkaar pas na de wedstrijd.
Herstal 1 We vertrekken op een ouderwetse sintelbaan, maar vergis je niet, hetzelfde sportcomplex kan ook bogen op een kunstgrasmat en een piekfijne sporthal. Ik heb me tijdig naar voren gewurmd en heb een plaatsje gevonden net achter Claude Herzet en Mario Smolders. Het peloton kronkelt zich als een slang in de bochten die we moeten nemen voor we de lange rechte Rue Emile Muraille opgestuurd worden. In het gewoel op de atletiekbaan ben ik Claude kwijt geraakt maar de rijzige gestalte van Mario ontgaat me niet. Ik besluit zijn tempo te volgen. Ik houd Mario en mezelf op de hoogte van de kilometertijden. Km 3 in 4’27”. “Te snel voor mij” antwoordt Mario. Zeker snel genoeg voor mij, denk ik. Niet te fel van stapel lopen, ik ken het parcours niet en in deze contreien kijken ze niet op een steile klim meer of minder. Op een licht oplopend stuk, na 3 kilometer, moet Mario wat gas terugnemen. Ik ga alleen verder. Even verder haal ik Christian Vandevenne in. Voor me zie ik nu weer Claude Herzet die een babbeltje slaat met Richard Mathot. Als het laatste nieuws is uitgewisseld versnelt Richard. Ik zal hem pas kilometers later terugzien. We zijn intussen op weg naar Milmort. Dicht bij de stedelijke agglomeratie maar toch landelijk. We lopen zelfs voorbij een hoeve, de laatste getuige van het pre-industrieel verleden. Mijn kilometertijden schommelen rond de 4’30”. Rechts van me raast een trein voorbij, voor me wentelt Claude Herzet de benen soepel rond. Een rood verband rond de rechterkuit verraadt een blessure. Na 5 kilometer draaien we onder een spoorwegviaduct terug in oostelijke richting. Even achterom loeren, Mario volgt op een vijftigtal meter. De weg loopt licht omhoog. Ik wissel enkele woorden met Claude en ga nu op zoek naar Pasquale Ruberto. Na 6,5 km kom ik ter hoogte van Pasquale die gewoontegetrouw geen millimeter versnelt en zijn eigen tempo blijft aanhouden. We zijn nu over halfwedstrijd op de terugweg naar La Préalle. Voor een eventuele steile klim hoef ik alvast geen reserves meer te houden. Eens voorbij de beschutting van de spoorwegberm wordt de wind de voornaamste tegenstander. Die verdwijnt daarna weer even als de route tussen de gebouwen van een bedrijventerrein loopt. Achter een hekken hebben twee cerberussen een drukke zondagochtend om de lopers met hun geblaf te imponeren. We lopen onder een viaduct van de E40 door. Er wacht nu een rechte en stijgende lijn van 750 meter, de Rue de Milmort, eerst een geasfalteerde holle weg tussen de akkers, dan een streep in open veld. Maar de achtste kilometer (daar gaat het over) in 4’33” is een onverhoopt succes. Ik verbaas mezelf als ik het tempo spontaan optrek. Ik neem de maat van een jonge snaak. Altijd leuk voor een oude rakker. Vanaf km 8,5 zijn we weer in de woonwijken van Herstal. Herstal 2 De dalende negende kilometer levert me zelfs een gemiddelde van 14 op. Voor het eerst in mijn “Luikse” carrière haal ik Yves Pirlet opnieuw in die me 20 minuten geleden nog voorbij is geschuifeld. Op nu naar Vito Fallica wiens rode Seraing Athlétisme-windjack voor mij de spreekwoordelijke rode lap is. Vito spartelt nog wat tegen maar op de Rue du bon Air heb ik het meeste lucht en neem ik afstand. De 350 meter klim van de Rue de l’Agriculture is uiteindelijk nog de taaiste brok… die ik vrij vlot verteer. Opnieuw op de Rue Emile Muraille vanaf km 10 is het alleen nog kwestie op het voetpad de verkeersborden en honden uitlatende en winkelende Herstaliens te ontwijken vooraleer weer het sportcomplex Emile Muraille in te draaien. (Opnieuw Emile Muraille. Je zou haast vergeten dat we bezig zijn aan de Jogging du Maïeur en die maïeur, burgemeester, is Frédéric Daerden, de zoon van.) De laatste 300 meter maken we opnieuw de ronde van het voetbalveld, dit keer achter de tribune. Ik zie nu plots Richard Mathot net voor me. Ik was hem letterlijk en figuurlijk uit het oog verloren. Maar Richard heeft mij tijdig zien aankomen en versnelt net genoeg om me niet meer te laten terugkomen. Elf minuten geleden heeft Jo Vrancken hier voor de eerste plaats gespurt. Jammer genoeg hebben zowel belofte Oussama Conneux als veteraan 1 Robert Zaradzki nog wat meer poeder in de benen.

(Foto’s Louis Marechal. Foto 1: Samen met Mario Smolders in de eerste kilometers. Yves Pirlet, achter ons, zal ons even verder voorbijgaan maar ik zal hem later weer tot de orde roepen. Foto 2: Francis Loyens, in het licht blauw, op een half minuutje.)

zon 25/01/2015 10u45 * Hannuit (Challenge Cours la Province!) * 10,9 km * 00:50:31 * 12,9 * 44/150 * 1/7 * ♥♥♥♥

“Gaan of thuis blijven” dat is de vraag die de “Luikse” joggers zich zondagochtend stellen. Na de sneeuwval van gisteren en de nachtelijke vrieskou zou het weleens flink glad kunnen worden op de wegen en paden rond Hannuit. Want in dit (Waals-)Haspengouws stadje wordt de derde manche van de Challenge Cours la Province! georganiseerd. Dat is geen toeval want vanaf dit jaar is deze loop opgenomen in een van de klassiekers van het Belgische veldlopen die vandaag op het programma staat. 150 fanaten hebben de vraag van de dag bevestigend beantwoord en staan klaar onder de grote Lotto-boog van de Cross Cup voor twee ronden van vijf kilometer. Hannuit 1 Ik ben een van hen, ondanks de bedenkingen van het thuisfront.
Tijdens de opwarming zoek ik een veldweg op om de staat van de ondergrond te testen. Hier valt alleszins niet te lopen en ik bereid me voor op een oefendrafje. Toch maar afwachten hoe het parcours er zal uitzien. We doen eerst het rondje op het Cross Cup-parcours tussen de reclamedoeken en de televisiecamera’s … die nog niet draaien. Geen Bakkertje of Domenico in beeld dus, u zal het relaas van de jogging moeten lezen in de diverse blogs die het web teisteren. Hoe dan ook, om kwart voor elf in de ochtend is de piste nog bevroren en een snelle start is niet aan de orde. Na 130 meter staan we helemaal stil voor een spekgladde afdaling. Na 750 meter verlaten we het Cross Cup-domein en worden we de weg opgestuurd. Die blijkt perfect beloopbaar en na de ultra-trage start (eerste kilometer in 5’21”) haast ik me naar voren. Ik passeer onder meer Michel Bielen die al enkele weken in trainingsmodus lijkt te zijn en wellicht zijn krachten spaart voor een andere challenge. Voor mij ontwaar ik de gele shirts van twee Speelhofrunners (aan de stijl te oordelen Mario Smolders en Marc Lenaerts in die volgorde). Die hebben na 1400 meter al een voorsprong van meer dan 100 meter. We draaien nu links een Ravel op. (Dat is de Franstalige benaming voor een recreatief fietspad.) Gestrooid of geruimd is hier niet en de vertrappelde sneeuw van gisteren is nu ijzel geworden. Nu zal blijken of ik hier mijn wedstrijdtempo kan halen of mij noodgedwongen moet beperken tot dribbelen. Maar na een tiental meter voel ik me zeker genoeg om het tempo op te trekken en een snellere weg te zoeken tussen de voorgangers. Net ik ter hoogte van Stefan Meekers ben geraakt, komt er een loper in rood shirt in de tegenovergestelde aanlopen. “Dag Willy” hoor ik. Zelf heb ik de ogen op het wegdek gericht maar Stefan heeft Raphael Van Den Broeck herkend. Die keert op zijn stappen terug. Vanuit mijn oogpunt meteen het feit van de wedstrijd. (Na de wedstrijd vertelt Raphael me in de “juiste” kleedkamer – zie verder – dat hij geen risico’s wilde nemen en er dan maar een intervaltraining van maakte op de beloopbare gedeeltes en op de moeilijke stukken terugliep naar zijn maatje Guido Philippaerts.) Het “forfait” van Raphael scheelt voor mij een flinke slok op de borrel. Vorige zondag kreeg ik nog vijf minuten aan de broek in Herstal. Een andere veteranen 3-topper Roger Igo is hier ook maar die schijnt voorlopig geen competitieve aspiraties te hebben. In de tweede ronde zie ik hem trouwens bij een van de lussen van de “acht” die we maken met een enorme achterstand voorbij trippelen. Goed, Raphael einde verhaal voor vandaag. Bakkertje is intussen onder stoom gekomen en is de pijp uit. Ik ben nu op weg naar Mario Smolders. Hannuit 2 Dat is alvast de bedoeling want de Kerkomnaar wordt elke week een paar procentjes beter. Na 800 meter zijn we (voorlopig) van het ijs verlost en komen we weer op de rijweg. Het parcours bestaat hier in het open veld uit lange rechte stukken en haakse bochten. Even voor de derde kilometer draaien we rechts een ruilverkavelingsweg van een goede kilometer in. Een “Haspengouwse” helling van enkele procenten met een uitloper in vals plat, ideaal om mijn weerstandsvermogen uit te spelen. Met een gemiddelde van 13,3 voel ik de derde kilometer aan als mijn beste fase. In de vierde kilometer kom ik tot bij Mario. Fotograaf Louis Maréchal had blijkbaar een voorgevoel want hij heeft zich precies hier geposteerd om ons samen te vereeuwigen. Tijd om uit te blazen heb ik niet want ik wil het spoor van Philippe Bertholet die net voor ons loopt niet kwijt raken. Het lijkt wel of hij me heeft zien naderen en het tempo opdrijft. We zullen elkaar in de volgende twee kilometer van geen vin lossen. Als ik achter hem loop kijkt Philippe voortdurend schichtig achterom om te zien of ik nog volg. Om hem van zijn paranoia te verlossen ga ik dan maar langs hem lopen. Een prater is hij niet, Philippe, en ik heb nog nooit een babbeltje met hem kunnen slaan. Herkent hij me van de vorige wedstrijden, heeft hij op de een of andere manier weet van zijn veelvuldig optreden in dit blog? Na 4,5 kilometer komen we weer op de Ravel terecht en is het weer 500 meter balanceren op het ijs. De laatste hectometers van de ronde lopen door woonwijken. Ik herken rechts de overdekte markthal waar de Grand Prix Léon Jacob, een loop tijdens het jaareinde, zijn beslag krijgt.
Einde van de eerste ronde. Ik slaak een zucht van opluchting – figuurlijk – als we onmiddellijk de Rue de l’Europe worden afgestuurd en dus de ijsbaan – ook figuurlijk – rond het atletiekstadion mogen overslaan. Na 6,3 kilometer zijn we weer aan de Ravel – waar het ijs Raphael Van Den Broeck tot een vroegtijdige terugtocht dwong. Deze tweede passage is er teveel aan voor mijn gezel van de voorbije twee kilometer. Philippe moet al snel een gat laten vallen en zal de achterstand ook op de weg niet meer kunnen goedmaken. Ik vind hier opnieuw een locomotief die een perfect tempo aanhoudt in de eerste honderden meters van de ijsstrook. Zelf zoek ik bij voorkeur de rand van de weg op waar nog sneeuw ligt en ik een betere greep op de ondergrond heb. Ik zal voorzichtig zijn, heb ik thuis beloofd … De “groene” locomotief verliest echter snelheid en ik ga voorbij op de weg. Ik passeer een duo. Ik herken Richard Driesen die in het vorige verslag via een foto met Francis Loyens incognito in het verhaal is geslopen. Nu staat hij dus ook officieel in het wedstrijdverhaal. In de negende kilometer probeert de wind nog even zonder succes mijn gemiddelde rond de 13 per uur te dwarsbomen. Mario is intussen bezig aan een sterke tweede ronde en heeft op zijn beurt Philippe en Richard ingehaald. Hij eindigt twee plaatsen achter me. Hannuit 3 In de slotfase ga ik nog op zoek naar Tony Deneuker maar zijn imposante poolmuts en hijzelf zijn niet meer te bekennen in de wijde omgeving. In de achtergrond doemt er niet onmiddellijk gevaar op en ik kan me veroorloven in de laatste 1500 meter een tandje terug te schakelen. Aan de streep krijgen we een flesje AA-drink, een appel en … na een heel lange tijd nog eens een medaille. Dat is al geleden van mijn marathontijd. Bij de cooling down – ik bedoel eigenlijk het uithijgen na de loop – maak ik nog kennis met een “new kid in town”, de jonge Pieter Dullers uit Herk. Hij eindigde op plaats 22.
En dan … En dan loopt alles mis. Eerst kom ik in de kleedruimte voor dames terecht waar ik samen met een andere Limburger die anoniem wenst te blijven door een kwade dame word uitgekieperd. Voor jullie je wildste fantasieën de vrije loop laten vermeld ik dat de kleedkamer op dat ogenblik nog niet bezet is door (eventueel schaars geklede) dames. Daarna ga ik vergeefs op zoek naar de plaats van de prijsuitreiking voor de jogging. Veel volk, in de tent en het cafetaria, maar geen challenge-bekenden. Nu alle Limburgers al terug zijn naar de heimat blijft er mij geen andere keuze over dan hun voorbeeld te volgen. Ik verlaat het stadion van Hannut Athlétisme waar later op de middag de toppers aan het werk zijn. Sneeuw en ijs zijn dan al lang veranderd in modder.

(Foto’s Louis Maréchal. Foto 1: Winterse omstandigheden zondagochtend.Philippe Bertholet in het blauw met nummer 624. Foto 2: Hallo! Foto 3, eigen foto: Medaille.)

02/02/2015 Huisarrest

Geen bloemrijk verslag van een heroïsche prestatie in een loopwedstrijd deze keer. Voor mijn trouwe lezers heb ik alleen deze korte mededeling. Een griep(je) houdt mij al een week weg van mijn trainingspaden. De arts verwacht dat ik over een drietal dagen weer de oude ben.

Naar boven

10/02/2015 Veldloop Sint-Truiden

Veldloop Sint-Truiden
Ik heb enkele beelden geschoten van de LCC-veldloop in Sint-Truiden. De wedstrijd bij de seniores werd gewonnen door de Duitser Andreas Forneck. Kris Govaerts heeft nog met zijn vader gelopen. De vader stond niet meer aan de start, Kris wel …
De “clapants” (verklaring in een vorig stukje) waren aan het werk in Geer. De wedstrijd luidde de grote terugkeer in van Jules Kempeneers bij de veteranen 3.
Ikzelf ben weer te been en weldra weer te bewonderen op de bekende looproutes…

zon 15/02/2015 10u30 * Alleur (Challenge Cours la Province!) * 21 km * 01:41:05 * 12,5 * 95/272 * 6/13 * ♥♥

Het verhaal van deze zondagloop begint voor mij eigenlijk zaterdagmiddag rond 14uur als ik op het dorpspleintje van Warsage (bij Visé) aankom. Hier heerst alleen rust en vrede, niet de gebruikelijke drukte voor een loopwedstrijd. Er klopt iets niet, zoveel is duidelijk. Even rondgetoerd en dan naar het naburige ’s Gravenvoeren waar Servais Halders bevestigt wat ik al vermoedde: ik ben een week te vroeg vertrokken naar het land van Herve. (Nu ik toch bij de V3-crack in Voeren ben kan ik melden dat de zweepslag in de kuit zo goed als geheeld is en dat Servais zaterdag – 21 februari dus voor de verstrooide geesten onder ons – in Warsage zijn rentrée zal maken.) Goed, intussen mis ik al twee zondagen de competitievibes en dus besluit ik ’s zondags naar Alleur te trekken voor de vijfde manche van de CLAP-challenge. Nadat ik thuis een speciale toelating heb afgebedeld moet ik wel nog een afstand kiezen: de traditionele 10 km-wedstrijd of de halve marathon. Ik opteer voor de langste afstand in de vage hoop op een aangename duurtraining.

Alleur 1 Start en aankomst vinden plaats op de nieuwe wielerbaan van Alleur. De 700 deelnemers voor drie wedstrijden vormen een lang en kleurrijk lint op de piste. Als de eersten (Amaury Paquet voor de “semi” en onder meer Jo Vrancken – derde in de 11 km) het stadion uitlopen zijn de laatsten net vertrokken. Ik sta ergens in de middenmoot maar er is hier ruimte zat om in te halen. Voor de halve marathon zijn ook twee “pacemakers” ingehuurd, één voor een eindtijd van 1u30′, een andere voor 1u45″. Bij het buitenlopen van het sportcentrum zit ik al een flink eind achter de 1″45′-groep. Daar wil ik in elk geval snel naar toe. Maar mijn benen voelen stroef aan en ik heb heel wat moeite om dichterbij te komen. Ik passeer onder meer … een non (er is een prijs voor de best verklede loper/loopster), loer even of het man of vrouw is maar word niet veel wijzer van het gezicht dat achter een kap is verborgen. Hoe dan ook, na een eerste oplopende strook kom ik aan de bocht na 2 kilometer in het spoor van de witte ballon. Ik volg de gangmaker rond wie zich een trosje lopers heeft verzameld. Maar nu belemmert de op en neer zwiepende ballon mijn zicht. Bovendien loop ik net op een vettige strook waar zich de smurrie van de velden heeft opgehoopt – we lopen inmiddels op een ruilverkavelingsweg. Opnieuw geraak ik niet zonder moeite voorbij het groepje. Alleur 2 De derde kilometer verloopt licht dalend maar ik ook hier haal ik geen 13 km per uur. Mario Smolders – mijn mikpunt van de voorbije weken – draaft een heel stuk voor mij uit. Na drie kilometer neem ik aan een bocht het verschil op: een veertigtal seconden. Te voortvarend vertrokken, denk ik bij mezelf, in de tweede ronde zal hij wel de rekening gepresenteerd krijgen. Door de kilometeraanduidingen langs de weg heb ik intussen door dat we twee ronden moeten afleggen. Ik heb het parcours vooraf niet bestudeerd. Plaats, datum en uur heb ik wel grondig gecheckt. Een ezel stoot zich … Aan kilometer 4 scheiden de wegen van de korte loop (4,5 km) en de wedstrijd voor de grote jongens en meisjes. Guido Vrancken heeft zich op deze strategische plaats opgesteld om zoon Jo en de Limburgse deelnemers aan te moedigen. Sorry Guido maar echt helpen doet het niet. We lopen nu door de dorpskern van Lantin waar een lookalike van Charlie Chaplin het verkeer regelt. Het parcours golft op en neer met enkele lange stukken vals plat waar de benen (nog) meer pijn doen. Een beauty is de omloop zeker niet. Maar als je wil vertrekken en aankomen op de wielerbaan en de sponsor een bezoek wil brengen heb je als organisator weinig keuze. MJ-Sport – een verdeler van sportuitrusting en sponsor van dit evenement – is gevestigd in de winkel-en bedrijvenzone van Alleur. Een doortocht op een ongezellig bedrijventerrein en langs breed aangelegde lanen is dus niet te vermijden. En toch zijn er lopers die kicken op dit soort omlopen, Jo Vrancken bijvoorbeeld om hem niet te noemen. Er zit ook een stukje Ravel in het parcours. Op het einde daarvan herken ik het viaduct waar ook de Corrida in oktober passeert. De Corrida van concurrent Decathlon en van de concurrerende Challenge van de provincie. We maken hier een lus van zo’n 400 meter voor de vestiging van MJ-Sport. Ideaal om de afstand op te meten met je vrienden en eventueel concurrenten. Ik kan nog net Claude Herzet groeten die al op de terugweg is. Hij is al aan de laatste kilometers bezig in de 11km-loop. Vito Fallica en het duo Philippe Gheury-Rosario Ilardo geven een teken van herkenning als we elkaar kruisen. In hun gezelschap draait ook Mario Smolders die naar ik aanneem nog meer gemotiveerd zal zijn als hij ziet welke kloof hij geslagen heeft. In de volgende twee kilometer zoek ik vergeefs naar een aangename loopstrook op de stoepen en voetpaden in de wijken die twijfelen tussen woonzone en bedrijventerrein.
Op het einde van de eerste ronde laten we het sportcomplex rechts liggen en draaien links op door het gemeentepark waar een fotograaf met flitsbelichting experimenteert. (Ik kijk met hoge verwachtingen uit naar de plaatjes, alleen ken ik de naam van de artistiekeling niet.) Door de ongelukkige opstelling van de drankentafel moet ik een uitwijkmanoeuvre naar links maken om een bekertje mee te grissen en dan op weg voor de tweede ronde. In mijn eentje, dan kan je wel een aanmoediginkje gebruiken, zoals van Seraing-trainer Fernand die ook alleen op terugweg is naar het sportcomplex om zijn pupillen te zien finishen. Het deelnemersveld is nu helemaal uiteengevallen. Links merk ik nu het Château de Waroux op. Dat was me in de eerste ronde helemaal ontgaan. De stijgende stukken zoals naar de ruilverkavelingsweg aan km 12 moet ik op karakter nemen. Ik raap enkele deelnemers op die nu de tol betalen van een te snelle eerste ronde, zoals een Wacrémien (lid van WAC, de atletiekclub van Waremme). Ik nader nu op een in het blauw gehulde collega. Pas als ik naast hem ben herken ik Richard Driessen. Erg spraakzaam is hij op dat moment niet. (Maar dat komt achteraf wel weer goed in het cafetaria.) Alleur 3 Ik begin aan de klim naar de watertoren (km 3). Mario heeft nog altijd een respectabele voorsprong. Boven neem ik nog eens het verschil op: 50 seconden. Dat gaat van kwaad naar erger. Alleen een monumentale inzinking van de Kerkomnaar kan me nog bij hem brengen. Mijn kilometertijden blijven wel rond de 4:45 schommelen maar versnellen zit er niet meer in. In de lussen tussen de velden rond km 13 komt een “vrijetijdsjogger” uit de tegengestelde richting. Ik wijs hem tot twee keer de buitenbocht aan om ons vrije doorgang te laten. Maar hij sjokt onverstoorbaar verder. De kerel is een halve meter groter dan ik, ik neem dan maar zelf de buitenbocht… Ik kan me niet te lang opwinden over de egotripperij van dit individu want ik moet mijn mooiste snoet opzetten voor fotograaf Jo Defrère die honderd meter verder staat. (Als u geen bezwaren heeft, kies ik vandaag voor een foto van nummer 737.) Ik krijg even een korte verpozing in Lantin voor ik weer aan de klim van de Rue Al’ Trappe begin. Het is een troosteloos stuk weg, links een berm met zwerfvuil, rechts bedrijfsgebouwen die er op deze zondagochtend verlaten bijliggen. Ik ben nu op weg naar de tweede passage op de Ravel. Die is weliswaar vlak maar de korte beklimming naar hier toe op de Rue de Lantin heeft me krachten gekost. Een zwaar gebouwde collega kruipt me langzaam voorbij. Ik kan niet aanhaken. Bij de tweede doortocht aan het MJ-gebouw pak ik nog een energiegelletje aan. Uit nieuwsgierigheid om straks eens te proeven, na de wedstrijd … maar dan helpt het niet meer. Op de Avenue du Progrès ter hoogte van Biofresh, “Distributeur d’Alimentation” maak ik zelf ook nog een plaatsje vooruitgang. In de volgende bocht maant een jonge signaalgever me aan snel de weg over te steken om het verkeer niet te veel op te houden. De brave borst beseft niet dat ik geen millimeter sneller kan lopen. Alleur 4 Geloof het of niet, maar op de Avenue de l’Energie krijg ik opnieuw een beetje energie. Een brede bocht leidt naar de laatste anderhalve kilometer. Twee politie-agenten regelen hier het verkeer voor ons. (Merkwaardig hoe de Luikse organisaties er in slagen de politie in te zetten voor deze amateurcompetities.) Een heuse boog met rode vod (“la flamme rouge”) duidt de laatste kilometer aan. Mijn geteisterde bovenbenen nemen het licht dalend reliëf in dank aan. En dan is het ogenblik aangebroken van Ossi Taavitsainen. Wel ja, Ossi, de Fin. In wit shirt met een brede blauwe band in het midden maakt hij geen geheim van zijn nationaliteit. Ik heb zijn knappe outfit al opgemerkt aan de MJ-winkel. Daar heb ik nog 400 meter voorsprong, nu valt hij me voor het binnendraaien in het Complexe Sportif op de nek. Zou hij speciaal uit het hoge Noorden zijn afgezakt om mijn negentigste plaats af te snoepen? Even verder verlies ik nog drie plaatsen aan jonge Luikenaars. 1u41′ is het verdict. In de buurt van de tijd zoals voorspeld door Kris Govaerts die twee minuten later zal binnenlopen. Aan de finish worden we verwend met allerlei versnaperingen van een rijkelijk gevuld buffet: koeken, wafels, donuts, you name it. Ik kaart nog even na met Mario – terecht opgetogen met zijn prestatie van vandaag, meer dan een minuut voor me – en Tony Deneuker – niet echt happy want minuten langzamer dan vorig jaar. Het water in de douches is koud, de Leffe in het cafetaria ook, maar dat verdraag ik beter…

(Foto’s Jo Defrère. Foto 1: Start op de wielerpiste van. Claude Herzet gooit er onmiddellijk de beuk in. In zijn spoor volgen Françoise Piscart, in het blauw, en Richard Mathot. Foto 2: Mario Smolders -in het wit en blauw- in een groepje naast de Wac-loper in het geel die ik in de tweede ronde zal bijbenen. Mario zelf zie ik pas na de finish terug met een brede smile op het gezicht. Foto 3: Ossi. Foto 4: Voor de liefhebbers: Virginie Soenen, tweede dame.)

zon 22/02/2015 10u30 * Horion (Challenge Cours la Province!) * 12 km * 00:55:13 * 13,2 * 45/203* 2/7 * ♥♥♥♥

Ze houden van dubbele namen hier in de buurt. Ik ben in Horion dat voluit Horion-Hozémont heet en deel uitmaakt van de fusiegemeente Grâce-Hollogne. Dat is even ten zuiden van de luchthaven van Bierset.
Het is mistig en fris, ik doe een uitgebreide opwarming en heb ook het goede idee om even de laatste honderden meters te verkennen. Altijd nuttig mocht het op een sprint aankomen. Conclusie: ik zal het niet tot een spurt laten komen. Verklaring: lees het slot van dit verslag… maar als u tijd en zin hebt ook wat voorafgaat.
Na enig gepalaver gaan we van start, met 203 zijn we. De deelnemers aan de 6 km moeten nog even geduld oefenen. Het parcours is een “Hesbignon”-kloon, na 300 meter zijn we al op een ruilverkavelingsweg in open veld. Ik ben vrij vooraan gestart achter de rug van Philippe Bertholet. Het gelukkige toeval wil dat ook Mario Smolders en Richard Driesen net voor me uit draven. Ik zit dus meteen op de plaats waar ik wil zitten. Alhoewel “zitten” niet te letterlijk moet worden opgevat want genoemde heren hebben minder inlooptijd nodig dan ik en leggen er duchtig de pees op. Maar ik wil deze keer hun tempo vanaf het begin volgen om niet opnieuw tot een “chasse patate” te worden gedwongen. Na twee lange rechte stukken – het zijn niet de enige – bereiken we een zesarmige rotonde. Hier was ik daarnet in de auto even de kluts kwijt. Nu moet ik gewoon de meute voor me volgen en heb meteen de juiste richting beet en dat is de “zevende” arm, de poort naar het château de Lexhy. 19de-eeuws, neo-classicistisch: ik vermeld het even voor wie meer van architectuur dan van joggingverhaaltjes houdt. Fernand Schosse – ook nu weer langs de weg – meldt Françoise Piscart dat ze eerste dame is. Achteraf blijkt dat het de eerste plaats algemeen is. Françoise maakt er dus een vruchtbaar weekend van want gisteren was ze ook al aan de slag in Warsage (eerste van de Ainées 1). Fernand was daar trouwens ook en ik ook (en dat was ook zo bedoeld…) Horion 1 We maken hier een lus door het park. Het is aangenaam lopen op het pad dat kronkelt tussen de hoge bomen en wat weg heeft van een Finse piste. Toch opletten: het pelotonnetje waar ik vertoef is nog vrij gegroepeerd en ik wil niet verrast worden door een weerspannige boomwortel. Een zwaar gebouwde collega wringt zich voorbij Françoise die met korte handbewegingen loopruimte opeist. (Goed zo Françoise, ik houd er ook niet van dat voorbijstekend verkeer mij de pas afsnijdt.) De laatste honderd meter door het park lopen over kasseien, authentiek en pittoresk maar niet echt prettig voor de joggende mens. We zijn intussen aan km 3,5. Philippe Gheury die voorzichtig is gestart schuift op naar voren. De posities in ons groepje wisselen nogal eens. Ikzelf volg en ben blij dat de benen vandaag wel meewillen. Françoise (tevreden met de positie waarin ze loopt) en Christian Vandevenne (een veteraan 3 die na gezondheidsproblemen vorig jaar aan zijn terugkeer bouwt) haken af. De Rue des quatre Fossés (een hele mondvol voor een veldweg in beton) leidt weer over een heuvelkam. Mario en Richard hebben het nu wat moeilijker, Philippe Bertholet volgt een “blauwe” collega en neemt wat afstand. Ik wil Philippe zeker niet laten weglopen ondanks de waarschuwing van Mario daarnet dat de zwaarste kilometers er nog moeten aankomen. (Niettemin bedankt voor de nuttige informatie!) Dankzij onze Garmin (of Polar) weten we intussen ook dat we geen staat kunnen maken op de afstandsaanduidingen langs de weg. De scouts van Horion – organisatoren van deze loop – nemen het niet zo nauw met de kilometers, meer dan 150 meter te optimistisch. Horion 2 In de afdaling zie ik links de staart van enkele vliegtuigen boven de akkers uitsteken – we bevinden ons hier aan de rand van Liège Airport – en rechts beneden de snellere lopers van het peloton die na een bocht naar rechts voor ons paraderen. Op de lange vlakke of licht dalende weg tussen de vijfde en de zevende kilometer geven mijn twee kompanen, Philippe en de man in blauw, het tempo aan. Dat is 13,5 per uur. Aan km 7,7 komt ons een fietser tegemoet, de voorbode van de koploper. Ik moet wachten tot de prijsuitreiking voor ik zijn naam ken: Amaury Paquet, dezelfde jongeling (23 jaar) die mij ook in Alleur te snel af was. Te snel betekent hier in Horion: een kwartier op 55 minuten. Aan km 8 wacht ons weer een kuitenbijter. Boven waar het beton overgaat in onverhard geeft de blauwe man plots een snok aan het tempo. Die is er voor Philippe teveel aan. Ik blijf mezelf verbazen en kan nu ook volgen en moet alleen wat ruimte laten met mijn voorganger om niet in de grote plassen op de veldweg te trappen. Na een bocht naar rechts komen we weer op lichtlopend asfalt. Ik monster even mijn gezel. Veteraan 1, vermoed ik. Ik wissel enkele woorden met Frédéric Graindorge (zijn naam zal ik pas achteraf op de uitslagenlijst zien). Hij informeert naar de tijd en de nog af te leggen afstand. We zijn bijna aan de negende kilometer, antwoord ik. Enkele ogenblikken later passeren we aan het bord van de 10 kilometer. In Horion zijn de kilometers vanmorgen gekrompen. We moeten nog een heuveltje overwinnen voor we op het einde van de lus op het punt komen waar daarstraks Amaury Paquet kwam doorgestoomd. De route is groen en historisch. Aan onze rechterkant ligt nog een kasteel, het middeleeuwse Château d’Horion met machtige hoektorens. Het kasteel staat te koop maar dat is voorlopig niet mijn eerste zorg. Ik bereid me voor op een versnelling van mijn jongere gezel. Op een goede kilometer van de finish verhoogt Frédéric de cadans. (Ik zal hem maar zo noemen alsof ik hem al jaren ken.) Proberen te volgen of niet? Ik ga liever niet tot het uiterste. Hem losgooien zal zeker niet lukken en ik besluit mijn mentale energie te sparen voor de volgende opdrachten. De laatste kilometer levert me nog een plaatsje winst op als ik voorbij de senior Cédric Federowicz ga. Ik ben nu in de laatste meters van de Rue des Cornus Champs aan het voetbalveld. 150 meter scheiden me nog van de boog waar Pierre Olivier ons met zijn O’Top tijdsregistratie opwacht. 150 meter, dat is een millimeter voor een geoefende kilometervreter, hoor ik u zeggen. Maar u weet nog uit het begin van dit relaas dat ik deze laatste meters heb verkend en zelfs geïnspecteerd. Nadat ik mijn ogen had uitgewreven stelde ik vast dat we ons een weg moesten banen op een smalle strook tussen twee omheiningen te midden van hoge graszoden en struiken om dan achter het doel op een strook van 50 centimeter breed, uiteindelijk de aankomst te bereiken. De reden van deze onuitgegeven route is duidelijk: de organisatoren hebben – waarschijnlijk terecht – geen toelating gekregen om meer dan 300 lopers over het reeds gehavende voetbalveld te laten passeren. Dus moest er een weg gezocht worden naar de boog die naast de kantine staat opgesteld. Pierre Olivier belooft na de prijsuitreiking een oplossing voor volgend jaar. Een grondige onderhoudsbeurt van de grasstrook en het opruimen van de rommel rond de kantine zou alvast geen slecht idee zijn. Jammer dat de laatste 150 meter de slotindruk van een voor het overige heel aantrekkelijk parcours donker kleurt. Niettemin, jongens en meisjes van de scouts en Marylou Donni toch bedankt voor het initiatief. Goed, ik sta dus op het punt het poortje naar het voetbalveld in te draaien als ik Cédric met de Russische naam hoor naderen. Hij heeft nog een wanhoopsspurt ingezet. Ik wil hier geen risico meer nemen en geef hem teken om voor te gaan. Bij mijn tweede uitnodiging gaat hij dan toch voorbij. “Ik verdien het eigenlijk niet” aldus de eerlijke jongeling. Als ik mijn slalom tussen de grasknobbels tot een goed einde heb gebracht en ook de valstrikken achter het doel – lees de doelnetten- weet te ontwijken kan ik met een zucht van opluchting en tevredenheid de streep overschrijden. Richard en Mario laten maar enkele seconden op zich wachten. Een andere Truienaar, Peter Dufaux, komt onder luide aanmoedigingen van zijn stadsgenoten over de lijn. De passage rond het voetbalveld heeft hem ook tijd gekost, meer dan de 7 seconden die hij tekort komt om onder zijn streeftijd (1 uur) te blijven. Maar niet getreurd, aan zijn verdienstelijke wedstrijd houdt hij een eerste vermelding over in dit blog.
In de kantine is de geluksfee aan mijn zijde als ik met drie tombolanummertjes drie prijzen/prijsjes win. De pop is voor Raphael Van Den Broeck, enfin zijn kleindochtertje. Voor de winnaars in de leeftijdsklassen zijn er geen prijzen voorzien. Maar met een twaalfde plaats algemeen en een snelste kilometertijd van 3’43” heeft de Alkenaar wel een prijs verdiend.

(Foto 1 van Belgiumview.com: Het kasteel van Lexhy. Foto 2 van Eddy Defrère: Peter Dufaux bij het verlaten van het kasteel.)

zon 01/03/2015 11u15 u * Banneux (Challenge de la Province de Liège) * 10,8 km * 00:54:50 * 11,9 * 73/231 * 4/17 * ♥♥♥

Op deze winderige ochtend is er al heel wat beweging in Banneux. Nu eens niet op de bedevaartsite maar aan de rand van het dorp aan het bescheiden voetbalveld dat trots de naam “stade” (stadion) draagt. In de Rue des douze Hommes zijn we vanochtend met meer dan 12. 231 mannen en vrouwen troepen er samen voor de eerste editie van de Banneux-jogging in het CJPL-criterium. Op de eerste rij ook een absolute topper Pierre-Antoine Balhan uit Spa. In januari leverde hij de beste wereldjaarprestatie 800 meter indoor, vandaag slaat hij de eerste achtervolger twee minuten terug. Na de eerste lus rond het voetbalveld draaft hij al voor het peloton uit. Ik zelf ben wat minder snel uit de startblokken geschoten maar probeer toch al in de eerste honderden meters wat plaatsen goed te maken. Voor ik mijn ademhaling enigszins onder controle heb zijn we al aan de eerste strook onverhard. Tijdens de opwarming met Jo Vrancken heb ik nuttige informatie verzameld over het parcours. Jo is een abonnee op de top 5 en daarom een goede bekende van organisator en prijsuitreiker Pascal Julin. De parcoursbouwer vertelt ons met een sardonische lach dat hij een mooie route heeft uitgestippeld – een golvende handbeweging maakt duidelijk dat het flink op en af zal gaan – en verklapt ook dat aan km 4,5 een uiterst gemene helling op ons wacht. Na 700 meter is het voorspel al voorbij en worden we een modderig en met stenen bezaaid pad ingejaagd dat bovendien flink daalt. Opletten dus, maar ook hier ben ik op voorbereid dankzij de informatie van Benny Claes. Staat dezelfde Benny Claes daar toch even verder niet langs de weg terwijl hij voorovergebogen de enkel betast! Servais Halders die enkele meters achter Benny loopt ziet het gebeuren: op een losliggende steen getrapt en de voet verzwikt. Benny out, wij verder. De competitie kent geen genade. Benny Claes Op de Rue de Fraipont krijgen we nog een kilometertje respijt maar na 2,5 km is de pret definitief voorbij. Alleen in de zevende kilometer zal ik nog boven het kilometergemiddelde van 13 per uur uitkomen. De volgende 600 meter gaan in stijgende lijn weliswaar op een goed beloopbare weg, later pad. We worden gadegeslagen door vier ezels die wel van enige interesse blijk geven. Dat zijn ook de enige toeschouwers die we zullen zien voor we weer in de buurt van het voetbalveld komen. Van mijn concurrenten is alleen Richard Mathot binnen oogbereik. Of dat ook binnen beenbereik is valt af te wachten. Aan kilometer 3 kan ik de afstand berekenen: 35″ achterstand. Er staat vandaag heel wat klimwerk op het menu, het is niet uitgesloten dat ik de kloof op de hellingen kan dichten. Hoop doet leven.
Maar voorlopig heb ik alle concentratie nodig voor de scherpe afdaling die nu volgt: een kilometer op een rotsig pad en in de lagere regionen tussen afwateringsgeulen en in modderpartijen. Zoals in de vorige afdaling gaan mij opnieuw een aantal collega’s voorbij. Ze zijn niet alleen jonger van benen maar ook van geest en hebben lak aan risicoberekening. Op het vlakke aan de bosrand haal ik het groepje met twee jonge dames weer in en neem enkele meters voorsprong. We zijn bijna aan de vijfde kilometer, rechts ligt het monster op ons te wachten. Ik verwittig mijn gebaarde jonge compagnon dat er een muur aankomt. Hij schrikt wel even maar gaat toch met een fikse tred naar boven en neemt afstand. De eerste van de twee jonge dames – Bénédicte Bruhl – begint ook met frisse moed aan de steile klim ( 300 meter met een stijgingsgraad van 15% of meer). Ik ben onmiddellijk naar de kleinste versnelling overgeschakeld, 7 km per uur of minder. Gedurende enkele honderden meters zwoegen we in stilte naast elkaar naar boven. Intussen zijn enkele lopers voor ons op wandelpas overgeschakeld. Ze nemen het midden van het smalle pad in en maken het de achteropkomende snellere (of minder trage) deelnemers nog moeilijker. Na 800 meter krijgen we even een adempauze op een “overloop”. Door mijn voorzichtige aanpak in het begin ben ik boven nog niet aan het einde van mijn krachten en heb ik op de laatste bult nog een lichte versnelling in de benen. Voor Bénédicte wegen die laatste loodjes te zwaar. Eindelijk boven. Hier worden we beloond met een prachtig uitzicht over de Ardense heuvels. Ik loop nu alleen en neem ook even de tijd om de omgeving in mij op te nemen. Even verder haal ik merkwaardig genoeg een man in die me op de helling is voorbij gegaan. Hij is verrast geworden door de steile klim die hem blijkbaar de adem heeft afgesneden. Terwijl ik hem achterlaat meld ik hem dat de laatste kilometers ook in stijgende lijn gaan. Mijn altruïsme kent nochtans ook grenzen want tegelijkertijd hoop ik dat hij me niet opnieuw inhaalt. Ik heb nu een ruim zicht op het uit elkaar geslagen deelnemersveld voor me. Allemaal enkelingen. In de verte wacht alweer een nieuwe helling, op een grotere weg deze keer. De benen worden alsmaar zwaarder maar als er een nieuw licht dalende strook aankomt trek ik me nog eens met veel moeite op gang. Het loont want ik loop in op twee lieden voor me. Ik doe een nieuwe tijdsmeting op Richard. Het verschil blijft rond de 35 seconden schommelen. Het is tekenend voor het gevoel vandaag: niet schitterend maar ook niet slecht. In de achtste kilometer krijgen we een veldweg voor de voeten waar modder en brede sporen de hoop op een tempoverhoging de kop indrukken. De benen voelen nu loodzwaar aan maar de twee lopers voor me hebben het nog moeilijker. Op een oplopende strook op het asfalt reken ik “de zwarte” in, op een ellendig klimmetje tussen grote keien in het bos haal ik “de witte” in. Terwijl ik mijn weg moeizaam voortzet hoor ik gehijg achter me maar voel nog net niet de hete adem van de achtervolgers in de nek. Het zal moeilijk worden om mijn plaatsje vast te houden. We lopen nu weer richting voetbalveld, vals plat omhoog. Via de licht dalende rijweg – van de “douze hommes” – nemen we rechts de laatste lussen bosweg rond het voetbalveld. Ik spreek de laatste restjes energie aan om mijn achtervolgers op afstand te houden. Die zitten blijkbaar ook op hun tandvlees. Meer nog, in de laatste meters voor we het voetbalveld opdraaien haal ik zelf nog twee lopers in. Maar tegen de eindspurt van de jongste van de twee – leeftijdsverschil zo’n 40 jaar – kan ik niets inbrengen. En zo hou ik aan de laatste kilometers misschien wel stukgelopen benen maar toch een goed gevoel over. Plots dringt het ook tot me door dat de grote boeman voor de wedstrijd – de wind – mij niet of nauwelijks heeft gehinderd. Subjectief gevoel of objectief gegeven? Ik moet het antwoord schuldig blijven.
Tijd voor een verfrissing. Ik grijp naar een Red Bull én een flesje water. Het is het een of het ander, word ik op de vingers getikt door een strenge mevrouw. Ik kies dan maar voor de rode stier. Michel Jeukens trekt een sip gezicht. Hij is een veertigtal seconden voor me geëindigd en niet echt tevreden over zijn prestatie en het parcours. Hellingen liggen me niet zo en in de modder kan je niet versnellen, jammert hij. Ook van andere lopers vang ik dezelfde echo’s op. Het is duidelijk dat dit soort trailomlopen niet in de smaak vallen van de gemiddelde CJPL-deelnemer. Wie van het zwaardere veldwerk houdt vindt ruim zijn gading in de Condrusien. Waarom dan in de Challenge van de provincie die een traditie heeft van goed beloopbare – zij het golvende – wegen uitwijken naar veld en bos?
In de kantine wordt de balans opgemaakt van 10 km zwaar labeur. Jean-Pierre Immerix pakt een mooie vijfde plaats in de voor hem nieuwe v3-klasse ondanks een parcours dat een beproeving moet geweest zijn voor zijn getormenteerde knie. Servais Halders – opnieuw zonder tegenstand winnaar bij de 60-plussers – heeft diep in zijn krachtenarsenaal geput en zit te rillen aan de tafel. Hij prijkt samen met Stijn Vanderbeuken in de top 30 van het peloton. Jo Vrancken en Paul Esters deden wat van hen verwacht werd, prijzen pakken. Alleen Benny Claes zit er wat beteuterd bij. Ligamenten geraakt, hopelijk blijft het bij een korte herstelperiode. Intussen houdt een spierverrekking Willy Hertogen enkele weken uit competitie.

(Eigen archieffoto: Benny Claes in betere tijden.)

Naar boven

zon 15/03/2015 10u30 * Neupré (Challenge condrusien) * 10,5 km * 00:51:29 * 12,3 * 88/432* 4/21 * ♥♥♥♥

Het joggingseizoen is nu in volle hevigheid losgebarsten. Uit het overvloedige aanbod aan wedstrijden kies ik voor Neupré van de “Condrusien” waar ik vijf jaar geleden mijn eerste stappen zette in het Waalse joggingcircuit. Bij aankomst en tijdens de opwarming blijkt dat Neupré, aan de zuidelijke rand van Luik, ook voor Gerard Thiessens bekend terrein is. Ik heb het parcours vooraf doorgenomen. En ter plaatse in de sporthal laat ik me door een lid van de organisatie nog eens uitvoerig informeren over de staat van de route. Op zijn advies trek ik mijn trailschoenen aan. Gerard is niet te overtuigen en houdt het bij zijn gewone sloffen. Ik heb er wel zin in vanochtend nadat ik vorige week de zondagse competitie heb overgeslagen, wat mij betreft een staaltje van karaktersterkte.
Het is net opgehouden met miezeren als we met meer dan 400 (voor de lange loop alleen al) op pad worden gestuurd. Dat pad is in de eerste drie kilometer nog een verharde weg, beton en asfalt, in en rond de dorpskern van Rotheux-Rimière. Ik weet dat ik hier wat tempo moet maken wil ik nog met een presentabel gemiddelde naar huis gaan. De dalende weg helpt natuurlijk maar in die beginfase voel ik me kiplekker. Misschien met dank aan het eitje van kip Dorothea dat ik om half zeven heb verorberd. Km 2 en km 4 leg ik af in respectievelijk 14,5 en 14 km, dat is zowat het beste wat ik nog vermag. Gerard heeft moeite om mijn tempo te houden al voel ik niet de minste aandrang om hem los te gooien. We komen nog even op een grotere weg, de Route de Bonsgnée waar we onze klimmersbenen al even kunnen testen. Die voelen zoals gezegd goed. Maar het kan nog heel wat sneller, dat bewijst de met een bandana getooide Jose Lemos-Cruz die me hier voorbij dribbelt en twee minuten voor me zal finishen. Na drie kilometer draaien we een boerenerf op en verlaten we met de aanmoedigingen van de eigenaars de bewoonde wereld. Er volgt een scherpe afdaling naar een weide waar Gerard me met grote passen voorbij stormt. Daarna zijn er alleen nog – soms smalle – bospaden. Ik ben intussen weer in het spoor van Gerard geraakt. Maar die zit met een ei, figuurlijk dan.Neupré 1 Zijn veters zijn los geraakt, ik verwittig hem maar hij heeft het euvel zelf al opgemerkt. Het oponthoud kost hem een halve minuut. Na 4,5 km komt de eerste lange helling eraan. Anderhalve kilometer omhoog met hier en daar een knikje naar beneden. Als we een meertje ronden in een bijzonder fraaie bosomgeving kijk ik even rond maar ik zie mijn trainingsmaatje voorlopig niet meer. Nu en dan word ik opgehouden door een tragere collega maar ik kan op de oplopende stroken heel wat plaatsen opschuiven. Al komt uit de achtergrond ook wel eens een onverlaat voorbij. Boven komen we uit een mooie dreef die bij een kasteel moet horen. En ja, even verder ligt het adellijk verblijf. De herinneringen van mijn vorige deelname zijn vervaagd, ik ontdek het parcours opnieuw. We kunnen niet lang genieten van het mooie decor want in kilometer 8 en 9 gaan we opnieuw diep in het rood op de hellingen. De gemiddelden van 10,6 en 10,2 zeggen genoeg. Ik heb intussen twee “roodhemden” in het vizier gekregen. Noël Heptia heb ik het eerst bij de lurven. Gerard zal hem ook inhalen maar laat Noël in de laatste kilometer toch weer weglopen. In een drassige strook bergaf tussen de twee “trappen” van de lange helling loop ik achter een jonge man die zich niet laat afschrikken door het glibberige pad. Om niet uit te glijden in de modder grijpt hij zich vast aan een tak … die prompt afbreekt. Ik kan nog net opzij springen. De jongeman stopt, draait zich om en gooit de tak uit de weg. Een sportief gebaar om de achteropkomende lopers niet te hinderen. De laatste strook met percentages rond de 10% is een verschrikking. De uitstekende stenen priemen door mijn trailschoenen. Ik nader nu snel op het groepje met Lucien Collard, mijn tweede “rood” mikpunt, en twee dames, Stéphanie Legisa en Sophie Defourny die hier een onderling duelletje uitvechten. Ik ben zo geconcentreerd op mijn eigen inspanning dat ik zonder het te beseffen plots het pelotonnetje heb achter gelaten. We zijn nu zo goed als boven, nog steeds in het bos. Via een lint worden we naar een “voorbehouden” strook geleid, naast de bosweg waar het op de oneffen ondergrond opletten geblazen is voor wortels en kuiltjes. Ik vraag me af wat hier de bedoeling van is. Is het om ons de modder op het pad te besparen? Maar daarvoor heb ik nu net mijn trails aangetrokken. Na een halve kilometer krijg ik dan toch mijn zin als we in de modder moeten verder ploeteren. Op een enkeling na kan ik de achtervolgers op afstand houden. Eindelijk weer op het asfalt, nog een kilometertje te gaan. Door de klimexcessen in de vorige kilometers blijft de snelheidsmeter echter onder de 13,7 km/uur hangen. Ik kan wel nog een senior inhalen. Dat historische moment heeft Marie-Paule op film vastgelegd. In de flits ziet u ook Gerard naar de streep snellen. Klik hier.
In mijn leeftijdsklasse wint Alain Waerts met kleine voorsprong op Michel Lannoy. Alain is gehaast om nog enkele overwinningen aan zijn palmares toe te voegen. Half mei vertrekt hij met zijn broer vanuit Flémalle naar Santiago de Compostela. Deze nieuwe uitdaging zal hem een dikke drie maanden uit de joggingtabellen houden. Een andere veteraan 3, Ramon Gadea, vertrekt ook naar Spanje maar dan om te genieten van zon, zee en strand. Intussen blijven wij ons hier afjakkeren.
Ik sluit af met een duim voor Gaetano Falzano en zijn ploeg die voor een feilloze organisatie zorgden.

(Foto en film: Marie-Paule. Foto: met Gerard.)

24/03/2015 Film Hermée

zon 22/03/2015 10u * Trois-Ponts (Challenge Cours la Province!) * 18,1 km * 01:41:03 * 10,5 * 35/97* 2/3 * ♥♥♥♥

Toen veteraan 2 Patrick Renard voor drie weken in de kleedkamer in Banneux de lof zong van het parcours in Trois-Ponts was de beslissing genomen: ik zou de verre verplaatsing naar het diepe zuiden van de provincie Luik en het hart van Luik-Bastenaken-Luik maken om mij aan de betovering van het Ardense landschap over te geven. In het begin van de week koos ik, bedwelmd door mijn roemrijk marathonverleden, voor de langste afstand, 18 kilometer. Ook al had ik toen al echo’s opgevangen van de hoge moeilijkheidsgraad van de loop. Op het grafiekje stond de uitdaging zwart op wit, of beter rood en bruin op wit. Rood begint bij +10% hellingen en afdalingen. Ik had het profiel echter pas bekeken toen mijn inschrijving al onderweg was.

Ik sta hier in de vallei van de Amblève en moet nu maar bewijzen dat mijn keuze voor deze wedstrijd geen ‘hubris” is, geen uiting van overmoed. Ik ben een van de 241 deelnemers aan de 7, 11 of 18 kilometer, georganiseerd door het Institut Saint-Joseph in het kader van het schoolfeest. Mevrouw de Directrice spreekt ons voor de start nog even toe. Ze staat boven op een balkon. Wie het zich wil voorstellen denke aan het Sint-Pietersplein waar de paus de gelovigen toespreekt. In Rome staat er wel wat meer volk … en zijn er trouwens ook meer dan drie bruggen. Bij de dragers van de zwarte rug- of buiknummers – dat zijn die voor de lange afstand – zijn alleen de meeste Truiense deelnemers mij bekend. Die gaan er een training van maken en nemen zich voor te genieten. Op de voorste rij staat wel nog een nobele bekende, Jo Schoonbroodt. Jogger Jo – een begrip in de Nederlands-Limburgse loopwereld en ver daarbuiten – heeft hier in Trois-Ponts zijn vaste trainingsstek. Bij wie, dat leest u ever verder in dit verslag. Ik zie Jo pas terug in de kleedkamer waar hij fris als een hoentje de wedstrijd nog eens doorneemt met Ronald Bonants. Dat is een topper in dit peloton met een vierde plaats. Op een heel mooie vijfde plaats prijkt Robin Leduc. Overbodig te vermelden dat Jo veruit de snelste is van de veteranen 3. Dat ik maar 9 minuten zal toegeven vind ik trouwens een succes. Overigens doen er maar drie veteranen 3 mee. Maar dat kan ook als een compliment gezien worden voor die drie. Nu we toch de uitslag overlopen: volgens de gegevens waar ik nu over beschik zou ook Jo ruim geklopt zijn door een veteraan 4. Toch maar even gegoogeld. De naam van de supersnelle “zeventiger” is bekend in joggingkringen maar wel als senior. Hopelijk wordt deze anomalie rechtgezet. (Remember La Belle Hivernoise.)
Goed, de wedstrijd nu. We volgen eerst even de Amblève. Op het mooie pad ga ik wat lopers voorbij. Ik haal ook een geblokte collega in. Als ik hem voorbijloop herken ik plots Con Olislagers, een oude kennis van de Zweitlanceurs die ik al een eeuwigheid niet meer gezien heb. De eeuwigheid – verneem ik achteraf – is 17 jaar. Zo lang runt Con hier in de streek de groepsaccomodatie Le Mont Saint-Jacques en dat is nu net de uitvalsbasis voor de Ardeense trainingstochten van Jo Schoonbroodt. Al die tijd heeft Con trouwens geen wedstrijden meer gelopen. Vandaag heeft Jo hem nog eens gek gekregen voor de 7 km. Ik wens Con nog succes en zet de intussen flink stijgende weg verder. Nu eens smal, dan weer breder, maar het blijft wel klimmen. Ik bereik de eerste top na 3 km in het gezelschap van veteraan 1 Claude Wergifosse. We zullen tot km 14 de afmattende tocht samen afleggen volgens een vast stramien: hij loopt van mij weg in de afdalingen, ik haal hem in en neem voorsprong in de beklimmingen. (Na de finish vertelt hij me dat hij dat soort afdalingen gewend is met de mountainbike.) Trois-Ponts 1 Boven aan km 3 worden we meteen weer een verdieping lager gestuurd. Zo doen ze dat hier in Trois-Ponts: eerst steil omhoog en zonder rustpauze weer steil omlaag. Aan km 4,5 krijgen we weer een lange klim voor de voeten. Van een pad is hier eigenlijk geen sprake, gewoon recht door het bos, tussen de naaldbomen. Modder, boomwortels, beekjes, en een helling tot 14%, lopen heeft hier geen zin. 8 minuten voor één kilometer. Het tweede deel van de klim is beter beloopbaar en boven aan de de eerste drankpost heb ik weer enkele plaatsjes gewonnen. Ik gris een sinaasappelpartje mee maar de combinatie sap slurpen en overeind blijven in een smal en glad spoor is niet echt bevorderlijk voor een stabiele tred en ik concentreer me dan maar op de … grond. Maar dat is ook niet alleen zaligmakend want nu hangen weer groene struiken – niet bekend in de lage landen – op ooghoogte. Ik blijf overeind en maak me aan km 7 klaar voor een nieuwe passage in het bos als ik plots twee keer mijn naam door de Ardense wouden hoor galmen. Op een honderdvijftig meter rechts voor me ontwaar ik enkele stilstaande geelhemden. Dat moeten de Truiense Speelhofrunners zijn. Door mijn aftakelend gezichtsvermogen kan ik de gezichten niet herkennen. Hun aanmoedigingen geven me een boost voor de zware kilometers die nog komen. Dat verdient een pint bij de volgende gelegenheid. Het duurt enkele honderden meters eer ik doorheb dat ze aan de drankpost van de vijfde kilometer staan waar ik al ben doorgekomen. We hebben hier blijkbaar een lus gemaakt. Dat zou betekenen dat ik na 7 km een voorsprong heb van 1,3 km. Dan zijn ze er echt een gezondheidswandeling van aan het maken. Nu, dit parcours is zeker geen spek voor de bek van Slagertje, euh … Bakkertje.
Aan km 8 bereiken we het hoogste punt van het parcours. De uitzichten op de Ardense bossen zijn indrukwekkend … en de wind is fris. Ik heb intussen Aurore Tumson ingehaald die mij in de eerste kilometers is voorbij gegaan. Ik heb toen even met het idee gespeeld om haar tempo te volgen maar ik dacht aan de wijze woorden van Paul Rihon zaterdag in Hermée: “gérer” doseren en niet koste wat het kost de steilste klimmetjes lopend willen nemen. We zijn nu bijna halverwege en ik heb het gevoel dat mijn aanpak loont. Volgens het beproefde recept moeten we nu weer onmiddellijk omlaag. In Trois-Ponts kennen ze geen maat. De afdaling is steil, lang en gevaarlijk. Ik verlies hier een viertal plaatsen. Dat maakt een heel verschil in dit kleine deelnemersveld. Meester-daler Claude Wergifosse verdwijnt nu zelfs helemaal uit mijn vizier. Aan de tiende kilometer komen we weer in de buurt van de vertrekplaats – hemelsbreed tenminste – en horen we de muziekband tekeer gaan. Er volgt een nieuwe klim waar ik op de steilste stukken samen met mijn kompanen op wandelmodus overschakel. Wie hier zich weer het snelst op gang kan trekken is ook psychologisch in het voordeel. De anderen moeten dan volgen. Aan km 11, opnieuw op het plateau, lopen we door een soort maanlandschap. Het is een open plek in het bos bezaaid met geel-bruine stenen. Een helikoptercamera had hier schitterende beelden kunnen schieten maar die is aan de grond gebleven. Een drone misschien volgend jaar? De weg in deze stenen woestenij loopt alsmaar feller naar beneden. Claude is me voorbij gegaan, ik probeer zijn soepele bewegingen te imiteren maar verlies toch snel terrein. De stenenmassa gaat plots over in een modderbrij. Ik ga daar in het begin fors doorheen maar een schuivertje maant me aan tot voorzichtigheid. Het blijft maar dalen, zo fel dat je moet remmen op de bovenbenen. Rust is je niet gegund. In de diepte ligt een stuwmeer, dat van Coo. Daar moeten we naartoe en na 14 km bereiken we het laagste punt van de ronde. Ik heb op het vlakke Claude weer ingehaald. Ondanks de voorbije inspanningen heb ik nog een aangenaam gevoel in de benen. Dat helpt als we de laatste lange klim aansnijden. Ik haal nog twee lopers in die de euvele moed hadden voor mij uit te lopen. Claude heb ik nu definitief afgeschud. Ik voel me nog verbazend goed op de top na 15 km. Op de twee volgende heuveltjes haal ik nog twee moegestreden collega’s in. In die laatste strook komt ons ook nog een dame, Huguette Legrand, tegemoet gelopen. “Verkeerd gelopen” jammert ze. Ze zal niet het enige slachtoffer zijn van de onduidelijke afpijling in het bos.
Patrick Philippe We zijn nu niet meer ver van de finish. De vraag die mij nu bezig houdt is of we middels een bospad of een asfaltweg naar de aankomstzone worden gestuurd. Een gevaarlijk bospad kan me weer enkele plaatsen kosten die ik met zoveel moeite hebt veroverd. Het lijkt een asfaltweg te worden. Ik informeer bij een van de “signaleuses” hoe de terugweg verloopt. Maar zij hoort het donderen in Keulen en weet niet waarover ik het heb. Ik ga voluit, onder de 4 minuten, nu niet uit een van de haarspeldbochten vliegen. Achter mij gaapt de leegte. Houden zo, ook als we plots weer een helling van 10% opgestuurd worden. Maar die duurt maar een honderd meter en dan weer de dieperik in naar de oever van de Amblève. Een Tripontaine (dat is een inwoonster van Trois-Ponts) kan nog net haar hondje redden voor mijn verschroeiende vaart. Ik kruis de winnaar van de loop Patrick Philippe die hier aan het uitlopen is, want 25 minuten voor mij binnen. “Opletten voor het bruggetje” zegt de knapste man van het peloton (volgens mijn echtgenote). Geen overbodige waarschuwing want het bruggetje is gebouwd uit ronde boomstammen en best wel glibberig. Ik moet in de laatste meters naar de aankomst nog eens informeren waar de streep precies ligt. Gelukkig loop ik niet verkeerd en overschrijd de fictieve aankomstlijn na 1u en 41 minuten. Maar in plaats van toegejuicht te worden door een uitzinnige massa loop ik pardoes op drie oudere dametjes die hier blijkbaar de weg zoeken naar de refter waar de school gehaktballen met frieten aanbiedt. Overigens is er wel applaus voor een evenwichtskunstenaar op de fiets die een demonstratie geeft van zijn kunnen. “Heel tevreden” is mijn eerste reactie als Marie-Paule naar mijn wedervaren polst. Eens een bril op mijn neus kan ik het gemiddelde van mijn Garmin aflezen: 10,5. Toch even slikken, ik had beter verwacht. Het extreme profiel van deze loop heeft het gemiddelde een zware knauw gegeven. Patrick Philippe heeft zijn zegelijst vandaag dus nog met eenheid aangedikt. Maar de coach van de “Run’Attitude”-loopgroep voegt er lachend aan toe. “De eerste heeft zich van weg vergist.” Ik ben dus niet alleen met mijn bedenkingen bij de onduidelijke bewegwijzering in het bos.
Als ik uit de nauwe, edoch gloednieuwe douches met water op perfecte temperatuur kom, zit Patrick Renard (zie het begin van dit verhaal) als een hoopje ellende op een bankje. Nu maakt hij zijn zin van Banneux af: “parcours magnifique … mais très dur”. Ik drink nog een blonde “Lienne” – dat is plaatselijk bier – en verlaat dan in het gezelschap van Marie-Paule het Institut Saint-Joseph om ons Ardens uitstapje in stijl verder te zetten. Gegevens hierover vallen echter buiten het bestek van een joggingdagboek …

(Filmpje: Marie-Paule: de start en het podium. Foto 1: Jo Defrère: In de eerste afdaling. Foto 2: Archieffoto van jogging.lavenir.net: Patrick Philippe zeker sneller dan ik, maar knapper?)

zat 28/03/2015 16u * Héron (Challenge Cours la Province!) * 10,9 km * 00:50:23 * 13 * 22/169* 2/6 * ♥♥♥♥

Héron ligt tussen Hannuit en Andenne, ten noordwesten van Hoei in een landschappelijk aantrekkelijke streek. Door mijn sportieve uitstappen ben ik hier wel al enkele keren in de omgeving geweest maar het dorp zelf ken ik niet. En ik zal het ook niet beter leren kennen door deze wedstrijd want het parcours situeert zich grotendeels “in het veld” buiten de bebouwde kom. De meeste joggingliefhebbers kiezen dit weekend voor wedstrijden met meer traditie en dus staan we maar met 169 aan de start. Enkele diehards zoals Marcel Baeckelandt en Bakkertje Marc Lenaerts lopen zowel zaterdag als zondag. We dienen vandaag een goed doel, “Télévie”, dat is de Franstalige tegenhanger van “Kom op tegen Kanker”.

Op een smal weggetje tussen de akkers wachten we op het startsignaal. We willen snel vertrekken, de wind voelt onaangenaam aan en vooral er hangt hier een indringende mestgeur. (Na consultatie van een specialist, mijn neef-landbouwer, durf ik stellen dat het om kippenmest gaat.) Dat ik hier überhaupt tussen de vertrekkers sta is ook niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Ik ben wel al samen met Gerard Thiessens vooraf ingeschreven maar sinds donderdag word ik geplaagd door een lumbalgie. Dat is een geleerd woord voor pijn in de onderrug. De slijtage van mijn eens zo atletisch lichaam zet zich dus onherroepelijk verder. Ik vraag me vooral af of hoe mijn organisme twee rusteloze nachten heeft verteerd. De benen hebben vanmorgen wel gunstig gereageerd op een korte looptest.

Héron 1 Ik zet alle muizenissen uit mijn hoofd en vertrek meteen met een stevig tempo. In het eerste deel van het parcours dat hoofdzakelijk in dalende lijn gaat wil ik een buffertje opbouwen voor de moeilijke tweede helft. Gerard bijt zich vast in mijn spoor. Twee kilometer in minder dan 8’30”. “Te snel” zegt mijn trainingsmaat maar hij blijft me wel volgen. We hebben een jongeman ingehaald en achtergelaten en zijn al snel afgezonderd. In de volgende vijf kilometer zijn we onder ons beidjes op pad. Een vijftigtal meter voor ons herken ik Philippe Broeckx, die gevolgd wordt door een oranje URP (Unidentified Running Person). Achter ons gaapt ook een kloof. De eerste achtervolgers vormen ook een duo: Maite Breuls en haar border-collie (naam onbekend). Het parcours is afwisselend beton/asfalt en onverhard. Na drie kilometer breekt een steile berm van 300 meter even het ritme maar dan kunnen we weer 3 kilometer van jetje geven. We zijn nu aan kilometer 6: een afdaling op een betonweg kondigt het einde aan van het snelle eerste deel. We laten het gehucht Lamontzée rechts liggen en draaien onmiddellijk een flink stijgende veldweg in. Beneden in het dorp is geen levende ziel te bespeuren – dan gebeurt er eens iets in Lamontzée en blijven de dorpelingen binnen. We zien nu weer lopers voor ons: ze krommen hun rug om de helling met een piek van 10% te nemen. Terwijl ik een voor mij draaglijk tempo zoek en mijn ademhaling probeer te controleren werp ik ook een blik op de omgeving. Wat ligt achter de bomenrij aan onze rechterzijde? Dat blijkt een imposant kasteel en een uitgestrekt park te zijn. Maar de graaf of de baron geeft niet thuis en we zwoegen verder. Op een doorploegde strook aan het eind van de helling neemt Gerard even het commando over. Het lijkt alsof we 60 kilometer ver gereden zijn om hier in de vallei van de Mehaigne een duel uit te vechten. Na 5’20” voor de zevende kilometer komen we weer aan de bevoorrading die we we daarnet ook al zonder te drinken zijn voorbij gelopen.
Er volgt nu een rechte streep van 1 kilometer over een grindweg. In ideale omstandigheden een mooi stuk om het tempo weer wat op te vijzelen maar de weer- en meer speciaal de windgoden beslissen er vandaag anders over. Ze halen het onderste uit de kast om ons tegen te werken. Ik zet me schrap om de confrontatie met de machtige tegenstander aan te gaan. Na een vijftigtal meter gaat Gerard me met krachtige tred voorbij. Het lijkt wel een aflossing en het is het ook, mijn maat zal zijn tactiek na de wedstrijd met zoveel woorden uitleggen. Helaas ben ik niet zo’n specialist in het “colleren” (Vlaamse wielerterm) en vang toch nog veel wind. Er is intussen ook beweging in de achtergrond. Ik zie een achtervolger snel op ons naderen. Als hij ons voorbij gaat probeer ik me in zijn spoor vast te bijten maar het tempo van David Frison, gesponsord door restaurant “La Bella Vita”, gaat mijn petje te boven. Met vereende krachten slepen we toch nog een gemiddelde van 12 uit de wind. Héron 1 We zijn ook een stuk korter gekomen op de oranje loper voor ons die Philippe Broeckx heeft moeten laten gaan. Aan km 9 komen we weer op het asfalt en lopen we zowaar tussen enkele huizen. Ik heb gemerkt dat de loper voor ons eigenlijk een loopster is en zet vanuit een onverklaarbare macho-drang met nog meer verbetenheid de achtervolging in. Het vals plat in de volgende hectometers helpt me in mijn opzet. Gerard lost me van geen vin en halverwege de klim hebben we de Run’Attitude-loopster bijgehaald. Aan de aankomst hoor ik dat Ajla Topalbegovic (dat is haar naam) de eerste dame in de wedstrijd is. In elk geval de Luikse jonge dame vecht voor elke meter en zo gaan we met zijn drieën de laatste kilometer in. Ajla neemt zelfs even opnieuw de kop maar met een versnelling op een knik herstel ik weer de orde. Ik trek mijn inspanning niet door. Ik zie me mijn twee gezellen niet definitief afschudden, daarvoor zijn ze te taai en ik niet explosief genoeg. En ik kan de laatste lussen van het parcours niet precies inschatten. De wedstrijd blijkt trouwens bijna 500 meter langer dan wat op de officiële uitslag staat. Ik verwacht nog een ultieme uitval van Gerard en wil hem laten voorgaan op een smal aangestampt pad tussen de akkers maar hij stelt zijn jump uit tot op … de parking van de sporthal. Daar moeten we – volgens de aanwijzingen van een official – nog een rondje maken naar de aankomstboog achter de hal. Voor ik het goed en wel doorheb is Gerard vanachter mijn rug weggesprongen en neemt 15 meter. “Ik kon het niet laten” verontschuldigt hij zich. Maar daarvoor zijn we naar hier gekomen, Gerard. Dat de beste moge winnen en vandaag was jij dat. De demarrage van Ajla kan ik wel pareren. En zo eindigen we hoog in de rangschikking, met dank aan het relatief kleine peloton en ongetwijfeld het bescheiden niveau van het deelnemersveld. Gerard is de beste veteraan 3. Maar alleen de eerste drie algemeen mogen op het podium. Daar horen we nog niet bij…
De Limburgers in het gezelschap behalen nog mooiere ereplaatsen : Marc Lenaerts negende, Pieter Dullers van Herk-de-Stad elfde, Luc Lenaerts afkomstig van Genk wordt zestiende. Bakkertje heeft zich niet gespaard in het vooruitzicht van de Loonse Jogging morgen. Na de twee snelle aanvangskilometers laat hij zich toch weer door zijn temperament meeslepen en pakt zelfs de eerste plaats bij de veteranen 2.
Héron 2015 is geschiedenis. We lopen nog een tweetal kilometers uit, ik drink nog een recuperatiedrank (kenners weten welke) en dan vertrekken we weer richting Droog-Haspengouw.

(Foto 1 van Eddy Defrère: Pieter Dullers. Foto 2 van Louis Maréchal: We halen Ajla in op 2 km van de finish.)

zat 04/04/2015 17u * Waremme (Challenge hesbignon) * 12,8 km * 00:57:19 * 13,4 * 82/300* 5/18 * ♥♥♥♥

Als ik zaterdagmiddag Heukelom verlaat op weg naar Waremme is Claude Herzet, een CJPL-getrouwe, net met een brede smile aan de laatste voorbereiding aan de paasmaandagwedstrijd van Seraing begonnen. Mijn vorige deelname aan de Jogging des Cloches dateert al van enkele jaren geleden. Maar het (verloren) duel met Roland Vandenborne en de hitte staan in mijn geheugen gegrift. Vandaag is het heel wat frisser en Roland is er niet. Door mijn focus op andere challenges is het pas mijn eerste deelname aan een Hesbignon-wedstrijd dit jaar. Ik zie heel veel kennissen en talrijke Limburgers of aanverwanten in het Collège Saint-Louis waar de start- en aankomstformaliteiten plaats vinden. Ik tref er ook voor de eerste keer dit seizoen Jean-Marie Haekens. Raphael Van Den Broeck heeft zelfs een oude bekende meegebracht, Romain Uitdebroeks. De twee Alkenaren zullen niet in mijn verslag voorkomen, daarvoor zijn ze veel te sterk. Ik warm op met Jules Kempeneers en voel dan al dat de “le grand Jules” goed op dreef is. Dank zij de verkenning van het kasteelpark en de laatste meters in het schooldomein zal ik in de slotkilometer wel niet voor verrassingen komen te staan.
Ik wacht de start af in het gezelschap van Jules en een andere Landenaar, Peter Salmon, al even hoog opgeschoten als zijn stadsgenoot. In de eerste honderden meters volg ik even het tempo van Bakkertje Lenaerts, kwestie van dit heuglijke feit hier te kunnen vermelden, maar die pret duurt niet lang. Ik zou de eerste kilometer afgelegd hebben in 3’45”. Mijn Garmin laat echter een merkwaardige rechte streep achter op de kaart. Een zwak ogenblik van mijn Forerunner, neem ik aan. Wat er ook van zij, ik ben snel uit de startblokken geschoten voor de eerste kilometers door de buitenwijken van Waremme. De benen draaien voorlopig goed rond, dus waarom inhouden. Hoewel daar wel een reden voor zou zijn. Wie het verslag van vorige week in Héron heeft gelezen (heeft iemand een goede reden om dat niet te doen?) weet dat ik toen in de dagen en zeker de nachten daarvoor af te rekenen had met rugpijnen. “Lumbalgie” heette het toen. Maar die diagnose is intussen bijgesteld. Die rugpijn kwam voort uit een een virale zenuwinfectie, zona of gordelroos of “ceinture de feu” in het Frans. Ik moet dus een hele lading pillen slikken … maar de arts heeft me niet verboden mijn “gewone activiteiten” voort te zetten. In elk geval, behalve wat jeuk bezorgt me het euvel geen last. Tot daar het medisch bulletin. Waremme 1 Ik loop in een pelotonnetje en zie na een 2 kilometer Rudi Neven voorbij schuiven. Voor zover mij bekend is het de eerste keer dat ik met Rudi in een wedstrijd zit. Ik heb de trainer van de Alkense Atletiekclub enkele weken geleden toevallig ontmoet. Dat is dus de architect van de carrières van Maja, Kris, Benny en heel wat anderen… Het is druk rond me die eerste kilometers en ik heb het moeilijk om contact te houden met Jules die zich voor in het groepje ophoudt. De route is golvend met hier en daar een strookje wind tegen zoals op de brug over de autoweg. We verlaten nu de bebouwde kom. In een stijgende holle weg haal ik Armand Pirotte bij die al een tijdje voor mij uit draaft. Aan km 4 bevinden we ons in een open vlakte, een typisch Haspengouws landbouwgebied. In een linkse bocht na een lang recht stuk schat ik de achterstand op Jules op zo’n 10 seconden. We zijn op weg naar een bosje in drassig gebied maar de ruilverkavelingswegen houden onze voeten droog. Aan km 5, na een nieuwe scherpe bocht, wacht een helling, 300 meter lang en 4% stijgingsgraad. Als ik Jules nog wil bijhalen zal ik hier uit mijn pijp moeten komen. Terwijl ik het tempo opdrijf en enkele lopers inhaal merk ik Mario Smolders op. Daarmee is wel de vraag opgelost waar Mario zit in het peloton maar ben ik nog niet op zijn hoogte. Ik nader en hoor dat hij vergezeld wordt door een persoonlijke coach die hem aanwijzingen geeft hoe hij deze bult moet overwinnen. Aan km 6 heb ik hem wel bijgebeend maar ik ben al blij dat ik de volgende halve kilometer in zijn spoor kan volgen. Als we beginnen aan een lichte afdaling kan ik wat voorsprong nemen. Mario geeft me de positie van Jules nog mee maar dat komt hem op een berisping van zijn coach te staan. “Niet babbelen, energie sparen” hoor ik. Het gaat verder op vlakke ruilverkavelingswegen,beton met veldwegallures, plassen en smurrie van de velden. Ik laveer van links naar rechts op zoek naar de beste loopstrook en schuif nog enkele plaatsjes op. We passeren nu een boerenerf alvorens voor de kerk van Corswarem (gemeente Berloz) naar links af te slaan. We zijn nu 7 kilometer ver, dat is maar net over de helft.
Hoe zal ik het tweede deel verteren? We zijn opnieuw op weg naar de autoweg waar we deze keer onder door moeten. De wind staat hier op kop. Als ik Peter Salmon bij been, het maatje van Jules, kunnen we alleen vaststellen dat Jules weg is. 20 seconden aan het spoorwegviaduct, dat red ik niet meer. Senior-dame Emilie Crotteux halen we wel nog in. We zwoegen met zijn tweeën zwijgend verder op de lange rechte stukken in Berloz. We hebben eerst nog een helling te overwinnen voor we even voorbij km 10 een langere afdaling krijgen naar Petit-Axhe, dat is al Waremme. “Zouden er vandaag geen fotografen aanwezig zijn” heb ik me al afgevraagd maar daar zie ik Eddy Defrère gehurkt aan de rand van de weg, klaar om ons te vereeuwigen. Ik hou er een tempo in rond de 4’25” maar ik hoor dat enkele achtervolgers op de loer liggen om bij de minste verzwakking toe te slaan. Waremme 2
We duiken het kasteelpark in. Ik verwacht een aanval vanuit de rug. Die komt er, van een loper in witte trui, veteraan 1 Michel Borghs, die ik nog niet heb opgemerkt en er snel van door gaat. We zijn nu in het domein van le Chäteau de Longchamps, een van de weinige Empire-kastelen in België. Van meer onmiddellijk belang is hoe het pad er bij ligt. Dat is smal, kronkelend en dooraderd met boomwortels. Als het pad breder wordt, wordt het ook gladder. Hoe meer kracht je op de benen zet, hoe meer je weg slipt. Jammer van het gemiddelde. Nog een streep beton en dan over het gras naar de speelplaats. Ik heb nog twee man in mijn slipstreaam, Peter Salmon en Ludo Werckx. Tegen mijn verwachting in hou ik stand tot op de finish hoewel ik de indruk heb dat Peter me mijn tweeëntachtigste plaats niet wil afsnoepen. Waremme 3 Tussen Jules en mij zit nog een onbekende veteraan 3, Edouard Pelgrims die uit het Vlaams-Brabantse Schriek is afgezakt om zich op de vierde plaats te nestelen. In de buurt van Jules die zijn voorsprong uitbouwt tot 40 seconden eindigen nog een aantal bekenden. Ze zijn me deze keer voor me gebleven.

We hijgen en praten nog even na. Iedereen tevreden lijkt het wel, behalve Armand Pirotte die met een grimas op het gezicht en een pijnlijke kuit de parking opzoekt. Hier eindigt mijn Hesbignon-uitstap. Door familiale verplichtingen moet ik het Collège Saint-Louis al na een kwartiertje verlaten.

(Foto’s van Eddy Defrère:. Foto 1: Jules Kempeneers snelt naar de finish met in zijn spoor Béatrice Germeau. Foto 2: In de afdaling met Peter Salmon. Foto 3: Een lijdende Armand Pirotte.)

13-04-2015 Film Estafettechallenge Tongeren

Naar boven

zat 18/04/2015 15u30 u * Blegny (Challenge de la Province de Liège) * 9,5 km * 00:42:18 * 13,4 * 68/240 * 5/26 * ♥♥♥♥

De mijnsite van Blegny-Trembleur – de locatie voor de tiende loop van Challenge van de provincie Luik – is Unesco-Werelderfgoed maar dat was op deze zonnige maar frisse zaterdagmiddag niet de enige reden om naar het land van Herve af te zakken. Het mag op het einde van dit verhaal duidelijk zijn dat de afwezigen, of ze nu in Zeeland of in Benidorm vakantie vieren, weer eens ongelijk hadden.
Terwijl Marie-Paule zich onderdompelt in vertier en cultuur van de mijnsite verken ik met Servais Halders de eerste en tevens laatste kilometers van de wedstrijd. Het is inmiddels al veertien jaar geleden dat ik nog in Blegny aan de start stond en ik heb alleen nog een vage herinnering aan een helling te midden van de bloesems. Vlak voor de start informeer ik bij Jo Vrancken hoe zijn kansen ervoor staan. Met de aanwezigheid van de ongenaakbare Guy Fays en van Pierre Maréchal lijkt hij zich zelf al te veroordelen tot een zoveelste ereplaats dit seizoen.
Met een relatief klein peloton – dit weekend is overladen met wedstrijden – beginnen we aan de eerste sterk dalende kilometer. De Garmin mag dan wel 4 minuten aanwijzen na 1 km, ik ben zeker niet overmoedig van start gegaan. Ter vergelijking: Servais Halders rondt de eerste kilometer af in 3’25”. Enkele plaatsen voor me loopt veteraan 3 Bernard Marot. Zodra de weg lichtjes stijgt op weg naar het toeristisch domein zie ik plots zijn grote pet niet meer. Ik ben hem voorbij zonder het zelf te weten. Ik zie in de verte en in de hoogte de eerste lopers die bezig zijn aan het rondje “terril”, rond het steenpuin van de oude mijn. Eerst een fluoshirt, dan Jo Vrancken, in tweede positie zo te zien, na Guy Fays, veronderstel ik. De logica zelve. Weet ik veel dat de eerste loper een snelstarter is die dadelijk zal terugvallen. Het rondje is ook geschikt voor kunstkijken: langs het smalle paadje staan er enkele sculpturen opgesteld. Blegny 1 Mooi, maar mijn aandacht gaat nu meer uit naar iemand die ik net voor me herken, Richard Mathot, een vaste podiumklant in mijn categorie. Het is al enkele maanden gelden dat ik nog zo dicht in zijn buurt heb gelopen. Meer nog, even verder ga ik hem voorbij. “Ça va” hijgt de smalle Luikenaar maar blijkbaar heeft hij toch niet zijn beste dag. Na 2,5 km draaien we de grote weg op. Er waait een schrale noordenwind als we tussen de groene weiden richting Dalhem lopen. Aan de horizon herken ik zowaar mijn trainingsgebied, de Observant. Benny Claes en Jo Vrancken zullen wellicht niet bevroeden dat je hier uitzicht hebt op het natuurgebied waar we een dikke week geleden nog samen van een ontspannend uitstapje, lopend wel te verstaan, hebben genoten. Servais, die er ook bij was, gun ik het voordeel van de twijfel voor wat zijn kennis van de regio betreft. Blegny 2 Op het einde van de streep van twee kilometer, waar we een linkse bocht nemen, zie ik Claude Herzet met vloeiende passen over het asfalt glijden. Ik schat het verschil op een dikke honderd meter. Wellicht te ver om nog in zijn spoor te geraken. Aan km 5 verlaten we het asfalt en duiken een donkere veldweg in. Bomen aan beide zijden, hobbelig en op bepaalde plaatsen nog vrij modderig. “Is dit een holle weg, de uitgedroogde bedding van een beek?” Met dit soort vragen hou ik me dus ook bezig tijdens een loop. Mijn overpeinzingen verhinderen me nochtans niet om in te lopen op de groepjes voor me. Daar zit ook Dominique Frederich tussen, de beste Dame 2, die ik ook al een eeuwigheid niet meer heb kunnen bijbenen. Toch goed bezig, blijkbaar. Maar volgens welingelichte bronnen na de wedstrijd zou Dominique nog wat vermoeid zijn van een skivakantie en daarom niet op volle toeren draaien. Blegny 3 Er komt maar geen einde aan het pad, licht maar toch voelbaar stijgend in het tweede gedeelte. Aan km 6 komen we weer op het asfalt. Ik heb nog een tweede dame ingehaald en heb het nu gemunt op een duo, een stevige jongeman en een lichtvoetig meisje. Het is knokken tegen de wind maar ik haal metertje voor metertje in. De rotonde, even na km 7, biedt de gelegenheid om mijn achterstand op mijn mikpunten in te schatten. Paul Esters is buiten bereik maar mijn tempo is duidelijk hoger dan dat van Claude Herzet. Ik zit nu op hoorafstand van het koppel Dominique Jamin en Delphine Thirifays. Blijkt dat Delphine haar mannelijke gezel moet aanporren om tempo te houden en niet omgekeerd zoals ik verkeerdelijk dacht. Het zal niet mijn enige inschattingsfout van de dag zijn. Ik steek nog een tandje bij, jammer dat de benen niet meer de souplesse hebben van weleer. Ik ben gekleed op de noordenwind en ik krijg het nu wel warm op de helling in km 8 waar we wind mee hebben en de gevoelstemperatuur onder de zon de hoogte in schiet. Claude heeft wel in de gaten dat hij niet uit de greep van de grupetto achter hem zal blijven maar zal wel nog een antwoord klaar hebben in de finale. Mij heeft hij waarschijnlijk nog niet gezien. Ik tracht me achter zijn rug te verschuilen om hem in de laatste honderden meters te verschalken. Maar voor ik mijn snode plan ten uitvoer kan brengen verhoogt hij het beenritme en snelt hij in de laatste afdaling samen met Dominique en Delphine van mij weg. Ik haal Paul Rihon nog. In het begin van de wedstrijd is hij me samen met Philippe Gheury voorbij gegaan. Philippe is een klein minuutje voor me, Paul is aangenaam verrast als ik passeer.
Als ik na 42 minuten met een gemiddelde van 13,4 over de streep kom, hebben mijn snellere Limburgse vrienden al de tijd gehad voor een eerste evaluatie. Ik informeer naar de uitslag van Jo. Hij antwoordt met een opgestoken wijsvinger. Eén vinger in de lucht. Ik ben zo van de kook dat ik vraag “Hoe kan dat?”. Mijn scepsis lokt gejoel uit van de omstaanders die helemaal in de ban zijn van Jo’s eerste zege van het jaar in de Challenge. Wat is er gebeurd: Fays is niet in competitie-modus gestart en Jo is vanaf de eerste meters met een uitstekend gevoel onderweg. Dan was het nog negen en een halve kilometer genieten in het land van Herve. Een minuut voorsprong op de nummer 2, Julien Tilkin. Met Luc Nassen staat er zelfs nog een tweede Tongenaar op het podium: derde plaats algemeen en eerste veteraan 1.
Er valt in het volgende anderhalf uur wel wat te vieren aan de Limburgse tafel. Het gezelschap verlaat Blegny in uitgelaten stemming. Voor wij met zijn tweetjes richting Heukelom inslaan, doen we ons nog te goed aan de “Délices d’Asie” in Aubel.

(Foto’s en filmbeelden van Marie-Paule. Foto 1: Jo Vrancken numero uno met links Julien Tilkin. Foto 2: Met Paul Esters. Foto 3: Vrolijke vrienden, vlnr: euh ikke, Stijn Vanderbeuken, Servais Halders, Jo Vrancken en Benny Claes. Mini-film: Aankomst van Servais Halders en Claude Herzet.)

zon 26/04/2015 11u15 u * Herstal (Challenge de la Province de Liège) * 11,5 km * 00:54:20 * 12,7 * 55/173 * 5/22 * ♥♥♥♥

Herstal mag dan een grauwe industriestad zijn, er is hier wel een lange traditie van loopwedstrijden. Zelf heb in het begin van het jaar al aan de Jogging du Maïeur deelgenomen. Toen schreef ik in mijn verslag dat de parcoursbouwers ons een relatief gemakkelijk rondje hadden uitgetekend. Maar nu zijn we enkele maanden verder, goed gerodeerd – dat mag men tenminste veronderstellen – en dus hebben ze vandaag niet op een hoogtemetertje gekeken.
Het kleine peloton moet lang geduld oefenen voor de weg in het centrum van de stad wordt vrijgemaakt. Jo Vrancken houdt al trippelend de spieren warm op de eerste rij, omringd door zijn Pretoriaanse wachten, Stijn Vanderbeuken en Benny Claes. Na mijn uithaal over de afwezigen van verleden zaterdag zijn Guido en Rita ijlings uit vakantie teruggekeerd om deze keer de blijde intrede van zoonlief niet te missen. Na een kwartier volgt dan toch het verlossend fluitsignaal. In de eerste kilometer krijgen we al meteen een kasseistrook en een opgebroken weg onder de voeten. We lopen over de speelplaats van het Collège Saint-Lambert. (Ik denk aan de 26 jaar die ik rondgelopen heb op de speelplaats van een ander Collège Saint-Lambert, in Bilzen.) We maken ook een korte lus langs de Maas waardoor we twee keer een brede doorgangsweg moeten kruisen. Geen probleem, de politie regelt het verkeer en signaleurs zijn er hier blijkbaar ook bij de vleet. Langs de Maas passeren we een scheepswerfje, waar plezierboten op herstelling en onderhoud wachten. Benieuwd waar mijn schip vandaag gaat stranden…
Na anderhalve kilometer – ik heb dan mijn snelste kilometer van de loop al achter de rug met 4’15” – verlaten we de op sommige plaatsen compleet “versleten” benedenstad. Ik groet veteraan 3 Bernard Marot in het voorbijgaan en begin met goede moed aan de klim uit de vallei. Een jonge man in mijn buurt die voortdurend aan zijn mobieltje of een ander draagbaar gadget aan het prutsen is gaat me drie keer voorbij binnen enkele honderden meters tot de steilere stukken hem doen inbinden.
Hoe hoger de weg klimt, hoe mooier de bebouwing wordt… en hoe steiler de klim. Een kleine honderd meter voor me zie ik Claude Herzet schijnbaar zonder moeite de helling opklauteren. In de laatste honderden meters moeten we percentages rond de 10 % overwinnen. Drie jonge mannen van Herstal Jogging gaan me op het einde van de klim met groot machtsvertoon voorbij. Op een pad tussen de Japanse kerselaars in bloei – wat een verschil met de uitgeleefde wijk van daarnet – kunnen we even herstellen. We zijn drie kilometer ver en komen we nu op de kruising van de “acht” die het parcours vormt. In de bovenstad worden we plots naar rechts gestuurd, ten minste nadat ik aan de verstrooide juffrouw met handbewegingen gevraagd heb welke richting we uit moeten. Plots komen we op een paadje van nauwelijks een meter breed terecht. De enge passage hindert me niet echt want ik loop toch alleen. Wel heeft de felle klim al flink op mijn krachtenarsenaal ingehakt en we zijn nog niet eens halfweg… Heb ik al gezegd dat dit een van de meeste gevarieerde parcoursen is waarop ik ooit op pad was? Stel je voor dat we na 4 km plots in een geel schilderij terecht komen: een groen Ravel-fietspad te midden van een koolzaadveld. In de volgende vijf kilometer blijven we draaien en keren in de wijken hoog boven de Maasvallei. Even plots lopen we op een veldweg die zo uit de Haspengouwse grond zou kunnen geknipt zijn. De geur van de meststoffen op het prille graangewas is al even vertrouwd. Ik haal hier een poulain van Michel Mancini van Seraing Athlétisme in, veteraan 1, Jean-François Martin. In een “gats” hoor ik plots een fel gehijg. Er is nochtans geen loper achter me. Ah, het is een hond die onzichtbaar achter een dennenhaag even met me meedraaft. Met één felle blaf neemt hij afscheid. De rottweiler, even verder, is luidruchtiger.
Herstal 1 Ook nadat we aan km 6 km het hoogste punt bereikt hebben, blijft mijn motortje voortdurend in de hoge toeren draaien en de carrosserie heeft ook al enkele deuken (lees: mijn benen doen al flink pijn)… Dank zij de stijgende stroken ben ik tot op een twintigtal meter van mijn mikpunt Claude Herzet geraakt. In de afdalingen loopt hij dan weer wat verder weg. Ik neem de scherpe bocht waar – dat hoor ik na de finish – Paul Esters rechtdoor wil gaan en uitgerekend door concurrent Richard Mathot weer naar het goede pad wordt geroepen. Hoe Paul zijn bewaarengel Richard bedankt, lees je in de epiloog van dit verhaal. Een van de drie jonge “Herstal Jogging”-jongens heeft zijn krachten overschat en kan ik, in de dalende kilometers nota bene, achter me laten. De twee anderen moeten er bij een nieuwe klim ook aan geloven. Voorlopig dan toch. Aan km 9,5 is het dan eindelijk zover en heb ik Claude te pakken. Vlak daarvoor aan de bevoorrading heb ik zijn voorbeeld gevolgd en tegen mijn gewoonte in een bekertje met water aangenomen. Maar ik wil ook geen vaart minderen en … verslik me. Met het nodige gehoest en gerochel kom ik naast mijn gemeentegenoot. We nemen beiden een steile afdaling met de nodige voorzichtigheid. In het daaropvolgend kort klimmetje kan ik hem nog even pijn doen maar even snel herpakt hij zich in de afdaling en laat me nu definitief achter. Zelf kan ik wel nog een oudere loper voorbijgaan, met koude handen want nog met handschoenen aan. Nicolas Bynens is het, ook een veteraan 3. In de bochtige afdaling naar km 10 let de signaleuse nu wel goed op en nemen we de voorgeschreven weg. Bij mijn opwarming daarstraks was de mevrouw niet goed bij de les in de korte loop en liet een aantal deelnemers zelf de weg – rechtdoor – kiezen. Benieuwd hoe ze dat gaan oplossen.
We zijn nu weer op het hoogteniveau van de start. De parcourstekenaars hebben wel nog een extraatje in petto. We worden een nauw volks straatje ingestuurd. Het volk zelf is binnengebleven door het ongezellige weer, alleen een (brave) hond komt een kijkje nemen. Het straatje wordt een steegje, het steegje wordt een smal onverlicht tunneltje (onder een spoorweglijn). Toevallig en gelukkig maar heb ik dit stukje verkend. In het tunneltje van een dertigtal meter heb je de indruk dat je voeten in de duisternis zwemmen. Het pad loopt nog tweehonderd meter verder tussen twee hoge aarden taluds vooraleer we weer in de bewoonde wereld komen. De laatste hindernis ligt achter me. Van de laatste vlakke passage maken de twee sterkere jongens van de “Herstal Joggingclub” – Monte Devorgyan en Omar Azoucyk – gebruik om mij met een felle en lange eindspurt voorbij te razen. Na de aankomst ligt een van hen languit op de speelplaats om te bekomen. Een bezorgde dame buigt zich over hem. Ik mompel “Dat komt ervan als je mij wil kloppen” maar het brave mens hoort het niet. Senior Geoffray Tourbach stoomt me ook nog voorbij aan Taverne-Karaoke “Le Jordan”. Ik ben nu even buiten adem, de karaoke zal voor de volgende keer zijn. Na 54 minuten piept de aankomstscanner voor nummer 278. Dat is mijn nummer, onthou het, dan hoef ik dat niet telkens te herhalen. Het verdict in mijn leeftijdsklasse: Paul Esters vloert Richard Mathot in de spurt. In topsport is geen plaats voor sentiment… Anderhalve minuut later eindigen we met drieën binnen een zakdoek, dat betekent hier twintig seconden: Claude Herzet, Guy Bona (mij alleen van naam bekend) en uw dienaar.
De wedstrijd zit erop. Alle moeilijkheden achter de rug, denk je dan. Blijkt dat een drankje bestellen in de zaal nog moeilijker is dan de lange beklimming. De toogbeheerders, leerkrachten van het Collège, hebben een ingewikkeld systeem met drankbonnetjes uitgedacht waardoor het bestellen langer duurt dan het drinken van de bestelde pint. Na de bespreking van de afgelopen wedstrijd ( Benny en Willy Hertogen “tevreden”, Stijn “stik kapot”, Paul “we zullen maar niet klagen”, Jo “Ik krijg ocharme een sporttasje”) smeden we alweer plannen voor de volgende loop. A la prochaine !

(Foto: Het podium, van links naar rechts: Patrick Philippe, derde, Olivier Pierron, winnaar, en Jo Vrancken, tweede.)

04-05-2015 Beelden Tungri Run 5 km

zat 02/05/2015 15u * Bütgenbach (Challenge Delhalle) * 20,4 km * 01:42:28 * 11,9 * 160/461 * 16/46 * ♥♥♥♥

Vandaag krijg ik eindelijk de kans om een blinde vlek op mijn palmares weg te wissen. Ik sta voor het eerst aan de start van de klassieke “Rund um den See” van Bütgenbach, een halve marathon die al voor de vijfendertigste keer wordt georganiseerd. Kris Govaerts en Willy Hertogen staan wel al enkele keren vermeld in de annalen van deze “Traditionslauf”. Chauffeur Gerard Thiessens brengt Marie-Paule en mij veilig naar de Oostkantons. We ontmoeten er een aantal bekenden van het Luikse circuit en enkele Maastrichtse loopfanaten. Voor het eerst dit jaar tref ik er Roger Dosseray die zich dit jaar afzijdig houdt van de Luikse Challenge.
Mijn ambities voor deze wedstrijd zijn beperkt. Ik kan de moeilijkheidsgraad (en de precieze afstand) van het parcours niet inschatten en gok voorzichtig op een tijd rond de 1u50′. Het is fris in Hoog-België en voor de start trek ik nog snel een warmer shirt aan. Hier gelukkig geen toespraken en plichtplegingen voor het vertrek, we worden snel uit het startvak verlost. Ik heb me voorgenomen de eerste kilometers rustig aan te pakken en pas vanaf km 8 voluit te gaan… als ik daar dan tenminste nog de kracht toe heb.
Vanuit het Sportcentrum Worriken worden we meteen een helling opgestuurd naar de dorpskern van Bütgenbach waar mijn fanclub – zijnde Marie-Paule – ons opwacht. Ik heb vrij vooraan post gevat in het peloton, naast Gerard. Maar als we in het dorp zijn is mijn trainingsmaat al uit mijn gezichtsveld verdwenen. In de tweede kilometer wordt ons nog even een afdaling gegund. Bütgenbach 1 De benen voelen goed aan. De tibialis posterior, dat is de achterste scheenbeenspier, in de linkerkuit is goed opgewarmd en houdt zich gedeisd. Een tiental meter voor me herken ik de unieke loopstijl van Paul (zeg maar Polleke) Celis die ik al een tiental jaren niet meer gezien heb maar nog altijd even gek is van het zwaardere werk in de Ardennen en aangrenzende gebieden. Met een korte versnelling zou ik hem kunnen bijbenen maar het lijkt me verstandiger de benen te sparen voor het klimwerk dat nog zal volgen. Na 3 km gaat de weg steil omhoog in het bos. Mijn voornemen om Polleke te groeten kan ik meteen opbergen want de kleine Lierenaar is nog altijd in goede doen en loopt langzaam maar zeker van me weg. We hebben het meer nu verlaten en maken kilometers in het bos. Jean-Pierre Immerix – een andere ervaringsdeskundige – heeft me gewaarschuwd voor de boomwortels op sommige gedeelten van het parcours. De krullenbol uit Veldwezelt slaat de nagel op de kop. Dit wordt de loop van de boomwortels. Zou ik ver mis zijn als ik denk dat we er een duizendtal hebben moeten ontwijken? In elk geval mag je hier je concentratie geen ogenblik laten verslappen en moet je voortdurend van het ene been op het andere dansen om rechtop te blijven. Het is dan ook met enige opluchting dat we rond km 6 even de benen kunnen ontspannen op een Ravel-fietspad. Intussen heb ik op een open stuk – na wat zoekwerk – Gerard dan toch in de gaten gekregen. Zijn voorsprong bedraagt liefst 200 meter. Een topdag, een test in functie van een nog langere uitdaging die hij plant, of gewoon zonder nadenken voluit? Het verder verloop van de wedstrijd zal een antwoord bieden. Rond de negende kilometer maken we weer een lus rond een “uitstulping” van het meer. Het blijft flink golven. Ik haal hier enkele dames in maar word zelf ook geregeld gepasseerd door mannen die oprukken vanuit de achtergrond. Aan km 11 lopen we over een brugje over een “poliep” van het meer. Ik heb een blik geworpen op mijn Garmin en tot mijn genoegdoening vastgesteld dat ik ruim op schema zit om onder de 1u50′ te blijven. Maar Gerard inhalen zal er wel niet meer inzitten. Daarvoor is hij te ver vooruit. Aan de dertiende kilometer gaan we weer hoogte zoeken boven het meer. Ik kan een mooi tempo aanhouden en raap nog enkele concurrenten op. We lopen nu op smalle asfaltwegen tussen de weiden. Ondanks de vermoeidheid die zich laat voelen kan ik genieten van de omgeving.
Vanaf de vijftiende kilometer volgen we de oevers van het meer. Ik nader plots snel op Gerard die aan het stilvallen is. “De piep is leeg” is het droge commentaar als ik naast hem opduik. “Te snel vertrokken” is dus het antwoord op de vraag die mij al enkele kilometers bezig houdt. “Ik had nochtans niet de indruk dat ik te snel weg was” vertelt Gerard na afloop. Hij zal in de eindfase nog twee minuten verliezen. Het decor blijft fraai, vooral de passage over een houten “landbruggetje” langs een riviertje. De Warche misschien, het stroompje dat het stuwmeer voedt? Het pad langs het meer is wel smal, bochtig, bezaaid met keitjes en een foltering voor mijn rechtervoet. Ik ben op 3,5 kilometer van de finish als ik in de verte de speaker aan de finish hoor die de aankomst van de eerste dame aankondigt. De weg over de stuwdam aan km 18,5 is het laatste herkenbare merkpunt. Daarna is het weer slalommen in het bos aan de rand van het meer. Maar wat is dat toch voor een gefluit en gepiep achter mijn rug? Ik draai me om. Ik zie een jong meisje getooid met een koptelefoon met grote oorschelpen dat lacht als ze me ziet achterom kijken. Bütgenbach 2 Achter haar loopt de bron van het irritante geluid: een grote jongeman die zijn ademhaling met uitdrukkelijke mondspierbewegingen reguleert. Ik krijg het zo op mijn heupen dat ik hem met enkele armzwaaien tot bedaren probeer te brengen. Het lukt nog ook. Even later loopt hij me voorbij, oef. Op het laatste klimmetje net voor km 20 merk ik plots Roger Dosseray op. Die heeft nog niets van zijn grinta verloren en probeert hardnekkig in mijn spoor te blijven. In de afdaling onder een klein viaduct laat ik hem terugkomen in de hoop samen met hem de aankomststreep te overschrijden. Maar Roger heeft het zo niet begrepen en perst er nog een spurtje uit. Ik ben best tevreden met mijn tijd en loop ontspannen naar de streep. Het meisje met de koptelefoon laat ik ook voorgaan.
Ik kom aan een gemiddelde van 12 per uur (ik lieg een klein beetje…) op een “halve marathon” die volgens mijn Garmin-gegevens een halve kilometer korter is dan de officiële afstand. De loop heeft me zeker energie gekost maar ik ben hier wel enkele minuten sneller dan in de halve van Alleur die vlak was en volledig over asfalt of beton liep. De benen draaiden vandaag heel wat beter dan enkele maanden geleden. Het niveau ligt hier trouwens enkele graden hoger dan in de regionale circuits waar ik meestal actief ben. De wedstrijd zit in de Challenge Delhalle, een criterium van langere natuurlopen in heel Wallonië. Specialisten en liefhebbers van de “courses nature” uit Vlaanderen, Wallonië, Nederland en het naburige Duitsland komen zich hier uitleven. Geen wonder dat ik me moet tevreden stellen met een zestiende plaats bij de veteranen 3. Raphael Van Den Broeck onderstreept zijn ijzersterke conditie met met een vierde plaats in mijn leeftijdsklasse. In de top van de algemene rangschikking prijken ook enkele bekenden. Maastrichtenaar Roger Rousseau legt beslag op een bijzonder fraaie zevende plaats. De broertjes Hannes en Michaël Mertens uit Sint-Truiden staan op plaats 12 en 13 in wat voor de eerste slechts een voorbereiding is op de marathon van Leiden. Guido Philippaerts van Alken is de beste bij de 70-plussers in de korte wedstrijd.

(Foto 1: Het stuwmeer van Bütgenbach. Foto 2 Marie-Paule: Napraten met Roger Dosseray en Gerard Thiessens. Filmpje Marie-Paule: Finish van enkele tenoren.)

Naar boven

zat 09/05/2015 19u * Verlaine (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:48:10 * 13,4 * 70/312* 8/15 * ♥♥♥♥

We zijn in de periode van de avondlopen. Vanavond is Verlaine, even voorbij de luchthaven van Bierset, de plaats van afspraak. Het parcours is licht golvend en zou me wel moeten liggen. Ik wil hier het gashendel dan ook eens goed opendraaien tenminste als de wind niet de spelbreker wordt. Ik verken de laatste 2 kilometer en het heuveltje aan de autoweg dat ik me nog herinner uit mijn vorige deelname nu al vijf jaar geleden. De Nederlandstaligen zijn hier weer goed vertegenwoordigd. Dat is ook het geval na de wedstrijd als de prijzen worden uitgereikt. In het kopgroepje van vier dat de wedstrijd domineert, zitten twee Limburgers: Koen Vangrieken (tweede) en Luc Nassen (derde).
Enkele minuten voor de start moeten we nog snel een schuilplaatsje opzoeken als het begint te regenen. Maar de bui is van korte duur en we vertrekken onder een uitgeklaarde hemel. De startstrook is smal, ik ben niet genoeg bij de pinken en zit plots gevangen in het tweede gedeelte van het peloton. De eerste kilometers zijn dalend. Ik haal 4’13” in km 2 en dat is ook wel nodig om mijn concurrenten niet te ver weg te laten lopen. Van de veteranen 3 zie ik alleen Armand Pirotte die nog adem heeft om wat te grappen met zijn buren in het peloton. Verlaine Na 1,7 km draaien we een kasteelpark in. Op een lekker lopende strook op gras passeren we voor het witte Château d’Oudoumont. Na een kleine 3 km begint het echte “Hesbignon”-werk. Betonwegen in het open veld die in dit geval maar blijven omhoog gaan. Enkele procentjes slechts maar intussen met de wind op kop is het een uitdaging om niet stil te vallen. Ik draai gemiddeldes tussen 4’25” en 4’30″en verlies alleszins geen posities. Armand heeft zich in mijn spoor vastgebeten. Als ik het tempo eens laat verslappen neemt hij zelf over. Op een van de heuveltjes halen we veteraan 3 Nicolas Bijnens in. Ik ken hem sinds Herstal van enkele weken geleden. Nicolas heeft hetzelfde idee gehad als ik, eens op het net gesnuffeld om te zien wie die concurrent wel is. Rond de vijfde kilometer komen we weer even tussen de huizen waar we Martine Hustings voorbij gaan. Zijn wij zo goed vandaag of doet Martine het kalm aan? Ik zal haar naam achteraf niet meer in de uitslag terugvinden. “Monsieur Pirotte” krijgt hier aanmoedigingen van fans. “Et moi, et moi, et moi…”? Op een van de volgende bultjes – de wind is nog even gemeen – moet Armand dan toch afhaken. Jammer, hij had me kunnen helpen om Mario Smolders bij te benen. Die heb intussen wel in de smiezen gekregen maar heeft aan het kapelletje (voor mij een merkpunt aan km 6,3) een voorsprong van 25 seconden. Mario is een veel snellere starter dan ik en rijgt de laatste weken de PR’s aan elkaar. Om hem nog te kunnen vatten zal ik er de pees moeten blijven opleggen en mijn benen nog twintig minuten moeten pijnigen.
Verlaine Dat doe ik onder meer op het asfalt van de Haute Voie waar we tussen de behuizing weer even beschut zijn tegen de wind. Ik ben nu tot op een dertigtal meter van Mario genaderd en nog wat korter op zijn Speelhofmaatje Gilbert Permentier. De wind blaast hier nog even uit volle longen tegen voor hij ons in de laatste kilometer eindelijk wat steun in de rug gaat geven. Nog even een korte verpozing: licht dalend tussen twee imposante boerderijen. “Het zal op de laatste helling moeten gebeuren” spreek ik mezelf moed in. Dat is een bocht van een dikke 300 meter die zich uitstekend leent tot een versnelling … als je er tenminste de benen voor hebt. Maar ik zal het hier vooral op karakter moeten doen. Boven ga ik voorbij Gilbert. Dat die hier op deze positie loopt is op zichzelf al een prestatie… want enkele uren geleden nog in het gareel in Zonhoven. Nu de bult weer naar beneden. Dat loopt vlotter. Ik versnel. Verdorie, Mario doet hetzelfde. Nog maar eens optrekken: 4’15” in kilometer 9. Eindelijk is het zover. Nog even doorbijten tot aan het voetbalveld van RCS Verlaine. Verlaine 3 Een achttal plaatsen voor ons is Eric Martin bezig aan de laatste inspanningen van zijn Condrusien-Hesbignon-tweedaagse. We gaan wel voorbij Paul Rihon. Maar die lijkt ook verdampt in de uitslagenlijst. Eindelijk de linkse bocht naar de laatste rechte lijn. Uit de achtergrond stormen me nog twee jongeren voorbij. Ik hou me gedeisd achter de rug van Mario. Er is geen reden om hier nog een sprintje te trekken. Alleen jammer dat ik het bleekbruine shirt en de man daarin niet ken. Dat blijkt Mark Geyskens te zijn, ook een veteraan 3 die vanuit Boutersem de Hesbignon onveilig maakt. Overigens is het nog maar de vraag of ik hem had kunnen “remonteren”. Ik haal een gemiddelde van 13,4 en dat is krek hetzelfde als in mijn vorige “Hesbignon”- deelname in Waremme. Een verdienstelijke plaats algemeen maar een bescheiden achtste plaats in mijn categorie. Die veteranen 3 worden altijd maar jonger en beter. C’est la vie… Ik wissel de eerste indrukken uit met Nicolas Bijnens en Armand Pirotte. Iedereen moe maar tevreden. Armand heeft zijn zinnen kunnen verzetten na een emotioneel moeilijke week, lopen kan ook een therapie zijn. Even verder maakt Bakkertje een analyse van de wedstrijd met Thierry Vanherck. Maar die lezen we ongetwijfeld in zijn verslag.

(Filmpje van Marie-Paule: het peloton slingert zich door de eerste bocht. Foto’s 1 en 2 van Eddy Defrère. Foto 1: Een pelotonnetje met Armand Pirotte, in het wit, in de eerste kilometers. Foto 2: Sta ik er goed op, Eddy? Foto 3 van Carine Heyne: Norbert Collas van Genoelselderen, derde 60-plusser. )

vri 15/05/2015 19u30 * Bois-et-Borsu (Challenge condrusien) * 11,4 km * 00:56:37 * 12 * 154/433* 6/20 * ♥♥♥

We vertrekken onder een aangenaam zonnetje naar Clavier in de diepe Condroz, op de zuidgrens van de provincie Luik, waar zowat elk dorpje een loopwedstrijd organiseert. Vanavond zijn we te gast bij Manu Huet, een van de meest dynamische organisatoren van het circuit, in Bois-et-Borsu. De tent en de aankomstlijn liggen in Borsu – tenminste dat leid ik uit mijn Garmin-route af. Het parcours is volgens Kris Govaerts voor Condruzien-normen van het lichtere soort. Ik verlaat me op zijn oordeel, ik was hier voor het laatst (en het eerst) in 2010. Geen idee of er toen ook al een aparte tijdsopname van de laatste helling werd gedaan. Ik verken die laatste 750 meter en neem ook even de tijd op van mijn opwarmingschrono op deze strook: 4’15”. Benieuwd waar ik straks in de wedstrijd uitkom.
Bois-et-Borsu 1 In het grote pak merk ik Didier Dendal en Roger Van Langeveld op die ik vorige week nog op mijn eigenste trainingsparcours in Klein-Ternaaien in de Maasmarathon in actie zag. Roger doet het vanavond rustig aan, Didier weet van geen ophouden en gaat er onmiddellijk flink tegen aan. Onvermoeibaar blijkbaar. Dat geldt zeker niet voor mij. De halve marathon van Bütgenbach en de Hesbignon-loop in Verlaine hangen nog in mijn knoken. Ik voel me moe maar ik wil deze geplande loop niet laten schieten. Een veredelde training moet wel kunnen.
We beginnen met een afdaling van twee kilometer. Ik ben het even vergeten bij de start maar na 300 meter besef ik plots dat we onderweg zijn in een Condruzien-loop. In deze challenge zitten altijd wel enkele “speciallekes” verscholen in het parcours. We draaien een boerenerf op en passeren voor de koeienstal. 600 meter verder idem dito (zonder de koeien, tenminste ik heb er geen gezien of geroken.) Een fanfare doet ons uitgeleide uit het dorp. Een veldweg leidt ons door een bosje. Plots een diepe plas voor ons. Ik volg het spoor van Croce Falzone die netjes de plas vermijdt. Een loper voor me gaat gewild of ongewild rechtdoor… en verliest een schoen in de modder. Met een gemiddelde van net onder de 12 per uur hou ik me alleszins aan mijn voornemen van voor de start. Aan de derde kilometer draaien we links op. Een boog en een muziekkast die loeiharde muziek uitbraakt maken duidelijk dat er hier iets loos is. Een groep jongeren heeft hier een toog opgesteld, met bier en geestrijke drank, voornamelijk voor eigen gebruik vermoed ik. Na een streep van 1 km, op onverhard tussen de karrensporen, lopen we 300 meter evenwijdig met de Route du Condroz om dan de brug over de expressweg over te steken naar de gemeente Havelange … in de provincie Namen. Dit is niet voor niets de “Jogging des Deux Provinces”. De route voort nu over een gemaaide grasstrook naar het Château de Bassines dat we in de verte zien liggen. Het ligt in een groen decor waar ik nu eens ten volle van kan genieten. Een muziekspeler die zachte muziek ten gehore brengt maakt het idyllisch plaatje compleet. Bois-et-Borsu 2 (Zie foto 2. Ik doe een beroep op mijn grote schare lezers om het instrument te identificeren…) Op de bochtige zesde kilometer kan er in de afdaling naar het viaduct onder de expressweg weer tempo gemaakt worden. Croce, broer van Gaetano Falzone voor de niet-ingewijden, doet dat ook. De benen jeuken maar ik hou me strak aan mijn “matigingsplan” en laat Croce betijen. Een andere Neupré-loper, Pierre Marchandise, gaat me ook voorbij maar hij kan nadien in een nieuwe beklimming wel zijn voorsprong behouden. Onder de brug en in Méan is het weer klimmen geblazen. Ik haal Croce gemakkelijk in maar zit in een volgende veldweg, van een kilometer lang, gevangen achter de rug van Marc Prévot. Als ik hem op een bredere weg voorbij kan, zijn we weer aan de discobar van kilometer 3. Ik loop nu alleen en kan de singletrack in het bos (km 9,5) ongehinderd nemen. Weer op het asfalt voor de laatste rush naar de finish. Aan de horizont tekent zich de skyline van Borsu af. “Niet versnellen” leg ik mezelf op, “mijn krachten sparen voor de eindklim naar de streep”. Zodra het piepje aan de chipdrempel weerklinkt, trek ik het tempo op. Het wordt alsmaar steiler, van 6 naar 9%. Een aantal toeschouwers slaan onze inspanningen gade, zonder applaus evenwel. De handen gaan dan toch op elkaar als we de onder groene boog van sponsor “Mutualité Chrétienne” doorlopen. Op de dorpsstraat zoek ik een weg tussen het publiek en de snellere deelnemers die al op hun stappen terugkeren. Rechts van me wordt een juffrouw ingepakt in cellofaan op een draagbaar afgevoerd door het Rode Kruis. (Een kwartiertje later zal ik in de kleedruimte zelf een beroep moeten doen op de ambulanciers. Voor een vervelend akkefietje: een snijwonde van vanmiddag is opnieuw open gegaan en een Rode Kruis-jongen moet de bloeding stelpen (debet bloedverdunners) en een pleister aanbrengen. Ook dank aan de onbekende buur in de kleedkamer die mij uit de penarie helpt. Terug naar de wedstrijd.) Ik leg de helling naar de finish af in 3’27”, een mooie chrono waarmee ik in elk geval sprintende lieden in de achtergrond daar ook kan houden. In de totaaluitslag moet ik in vergelijking met Neupré – zelfde challenge en zelfde aantal deelnemers – 70 plaatsen inleveren. Er worden geen cadeautjes uitgedeeld, noch voorin, noch achterin het peloton.
Na een lang oponthoud in de doucheruimte vind ik Marie-Paule gelukkig snel in de overvolle tent en kan ik in Truiens en Alkens gezelschap een Orval savoureren. Even later wordt de zaal in lichterlaaie gezet tijdens de prijsuitreiking. Onder meer Domenico Di Vito (voor de korte loop), Maja Van Zand en Greta Philippaerts worden naar het podium geroepen. Ik ontdek ook het zangtalent van Rosario Ilardo (derde in mijn categorie): “Sono un Italiano, un Italiano vero”. Toto Cutugno in de Condroz! Hoe langer de avond duurt, hoe luider de muziek en hoe feller Manu Huet tekeer gaat. Jos Biets probeert met de handen over de oren te overleven in het pandemonium. Domenico bezweert me morgen de Giro-rit te volgen met aankomst op Capitello Matese in zijn geboortestreek Molise. We verlaten Borsu, de nacht is nog jong, “l’after” barst los.

(Foto 1 L’Avenir: Druk verkeer in het begin van de loop. Foto 2 van Carine Heyne: Muziekspeler aan het kasteel van Bassines.)

zat 23/05/2015 19u * Faimes (Challenge hesbignon) * 10,9 km * 00:50:53 * 12,9 * 93/312* 6/16 * ♥♥


Een aangename avond in het gezelschap van (collega) Koenraad Nijssen en familie en voordien een moeizame 10 km. Dat is in een notendop het relaas van onze uitstap naar Borlez, een deelgemeente van Faimes, aan de rand van Waremme. Wie geen tijd of lust heeft voor een uitgesponnen verslag, is hiermee volledig bij. Of nog dit: zoon Gorik Nijssen bewijst zijn talent met een tweede plaats in de Kidsrun.

Na een lange opwarming sta ik met een driehonderdtal collega’s klaar voor het startsein in de Cortil Jonet. Daarvoor moeten we nog wachten op een uitgebreide parcoursvoorstelling in de twee landstalen. Te elfder ure is mijn collega Koenraad die precies aan de startlijn woont, ingehuurd voor de Nederlandstalige uitleg. Ik start in de buurt van Jules Kempeneers die mij onmiddellijk achterlaat en Mario Smolders die verbaasd is als ik hem al in de eerste meters voorbijloop. Mario heeft last van een sinusitis en verwacht dat hij het vandaag kalmer aan zal moeten doen. Toch maar afwachten … Borlez 1 Ik laat me mee zuigen door de vaart van het peloton en moet op de eerste onverharde strook, na nauwelijks honderd meter, al naar mijn tweede adem zoeken. De stampede van de lopersmassa verstoort de landelijke rust in Borlez en jaagt een kudde koeien op de vlucht. In een mooie groene omgeving lopen we voorbij het kasteel van Les Waleffes. In die eerste twee kilometer met gemiddeldes onder de 4’20” haal ik een aantal lopers in. Voor het monumentale hekken van het kasteel duikt Mario Smolders plots achter me op. Enkele meters voor me zie ik Armand Pirotte. Na 2 kilometer maken we een lus rond het kasteel, eerst op een hobbelige veldweg, daarna weer op het asfalt. Jules neemt al langzaam afstand. De andere veteranen 3 heb ik zelfs niet gezien in die aanvangsfase. Na drie kilometer voel ik de bui al hangen. De benen willen vanavond echt niet mee. Ik moet Mario laten gaan, Armand haal ik wel bij op een van de stoffige paden in het veld maar dat is dan ook meteen mijn zwanenzang. Op een klimmende strook op het beton in het open Haspengouwse landschap moet ik het tempo laten zakken. De kilometertijden worden alsmaar langer, tot net onder de 5 minuten. Een kladje lopers gaat me voorbij. Enkele bekende gezichten, één bekende naam, die van Didier Dendal. De zesde kilometer is weer een veldweg met kuilen en bulten uit de goede oude tijd . Ik blijf plaatsen verliezen. Een dame gecoacht door Patrick Philippe (dat vertelt haar shirt) demonstreert haar goede vorm door me in een vloeiende beweging voorbij te snellen. De Rue Berotte (kilometer 6) leidt ons weer naar het dorp. Het agglomeratiebord heeft al een even doffe glans als mijn vorm de laatste weken. Er nadert opnieuw een groepje. Ik hoor fel gehijg achter mijn rug. Het is Maja Van Zand die in haar energieke stijl nog een andere dame in haar spoor meebrengt, Camille Motte. Ook twee mannen proberen in dat vrouwelijk geweld te overleven. Even voorbij halfweg passeren we voor het stadion van Etoile de Faimes. Hier staan de meeste fans. Mijn supporterslegioen is vandaag vervijfvoudigd, dat wil zeggen gestegen van één naar vijf. Ik neem hun luide aanmoedigingen in dank aan maar eigenlijk is het kalf (dus ik) dan al lang verdronken. In de tweede lus van de “acht” die we lopen zit ook een klimmetje verscholen. Hier kan ik me lichtjes herstellen van de “passage à vide” in de vorige kilometers. Ik ga opnieuw voorbij Marino Vandelli, de kwieke zeventiger uit Flémalle met de zilverwitte haardos. In de straten van Aineffe kan ik dan toch met enige moeite aansluiten bij het vrouwelijk duo voor me. We lopen nu rond het park van het Vieux Château d’Aineffe in plaats van op de mooie kasteeldreef, zoals vorig jaar. Het parcours voert over een smal donker pad waar we elkaar gelukkig waarschuwen voor de boomwortels die her en der opduiken. Camille Motte die in strijd is met Maja Van Zand voor de eerste plaats bij de aînées 2 drijft het tempo op. Maja klampt aan. Ik doe hetzelfde op de grasstrook rond het kasteeldomein en op de Rue Albert Premier. Door de strijd tussen de twee dames haal ik hier zelfs het hoogste tempo van de wedstrijd. Net voor we de laatste lus rond het B-voetbalveld aanvatten moet Maja lossen. Ik probeer haar alsnog in het spoor van haar concurrente te brengen maar dat is net iets te hoog gegrepen voor de atlete van AC Alken. Ik krijg Armand Pirotte weer in het vizier, hij heeft een halve lus voorsprong. In de laatste meters blijf ik achter Maja, dat staat mooier op het filmpje…

Ik haal een gemiddelde van net geen 13 per uur, goed voor een zesde plaats bij de veteranen 3. Voor de eerste plaats vechten Raphael Van den Broeck en Romain Uitdebroeks een duel uit dat Raphael opnieuw in zijn voordeel kan beslechten. Na enkele keren haasje-over blijft Jules Kempeneers voor Mark Geyskens. Na mij volgt Kris Govaerts. (Nu ik het toch over Kris heb: de Truienaar heeft me vorige week met 1 seconde geklopt op de slotklim van 750 meter. Daarmee is deze prestatie nu ook officieel vermeld in dit blog.) Armand Pirotte op de vierde plaats zit geprangd tussen allemaal Vlamingen. Niet zonder ironie stelt Armand de organisator van de jogging van Mielen-boven-Aalst, Jos Biets, voor om een prijs uit te reiken aan de eerste Waal bij de 60-plussers.

(Foto en filmpje van Marie-Paule. Foto: Speaker Koenraad Nijssen. Filmpje: Met onder meer de aankomst van Maja Van Zand en Kris Govaerts.)

Naar boven

vri 29/05/2015 19.30u * Cornesse (Challenge L’Avenir) * 7,8 km * 00:38:35 * 12,4 * 149/353* 7/19 * ♥♥♥

Bij elke organisatie van de Challenge L’Avenir – dat zijn lopen in de buurt van Verviers – hangt er een groot en vooral breed spandoek met alle wedstrijden van het jaar. Dat zijn er niet minder dan 52. In Cornesse, een voorschot groot, zijn er zelfs twee joggings. Vanavond de Jogging Ligne Bleue (geen idee waarom) en later, in de kersentijd, de Jogging des Cerises. Het dorp ligt boven de Vesdervallei op een steile helling. Daar zullen we het nog over hebben, even wachten tot aan kilometer 6. Ik zit de laatste weekje in een dipje, of is het een volgroeide dip. En toch ben ik weer op weg naar het Luikse. Cornesse 1 Hopend op een mirakel? Niet echt, maar gewoon als afwisseling voor een training op Caestert. Dat de Avenir-loop niet te lang is en in een prachtig groen decor plaats vindt, is mooi meegenomen. Zo vaak kom ik niet in deze regio maar ik ontmoet toch een aantal bekenden zoals veteranen 3-collega’s Pierre Brouwier en Roger Dosseray. Op de weide die als parking dienst doet, hoog boven de machtige Vesdervallei en de agglomeratie van Pepinster, wijst Roger me aan waar hij woont, in de buurt van het fort van Tancrémont.
Na tweehonderd meter dalen staat al het eerste klimmetje op het menu. Ik ben zonder ambities midden in het pak gestart en zit al snel klem op de smalle asfaltweg. Geen gekke dingen doen en gewoon wachten tot er ruimte is. Dat zal nog even duren want na 700 meter draaien we een onverharde weggetje op. Nog altijd in de “gruppo compatto” is het hier zaak stenen en keien te ontwijken. Na anderhalve kilometer beginnen we aan wat de speaker aan de start omschreef als een “parcours roulant”. We blijven enkele kilometers op het plateau waar de gure wind niet laat vermoeden dat we bijna in juli zijn. Met een gemiddelde van zo’n 13 per uur zit ik ruim onder mijn anaerobe drempel (dus met een rustige ademhaling) maar toch met pijnlijke benen. Het is mijn lot de laatste jaren en het ziet er niet naar uit dat het nog ooit beter komt. Ik haal Dominique Bertrand in. Een nieuwe naam voor de lezer. Dominique uit Haneffe is nog niet zo lang loper. Daarvoor was hij jarenlang actief in toerritten voor wielertoeristen. Hij heeft het nu wel gehad met dat wereldje waar doping welig tiert. Ik neem de tijd om mijn gezellen gade te slaan. Dat doet ook een in het blauw getooide collega die klaarblijkelijk ook een veteraan 3 is. “Precies een groep ouden van dagen” monkelt hij. Ik wijs hem erop dat de man in het rood links van me zelfs al een veteraan 4 is: Helmut Weynand van Rocherath, met wie ik in Bütgenbach heb kennis gemaakt. Ik geraak ook met Helmut in gesprek tijdens de loop. “Bergaf is geen probleem, maar klimmen gaat me niet meer goed af. De leeftijd…” aldus de zeventiger. Even verder kan Helmut zijn dalersvaardigheden in de verf zetten. Cornesse 2 Zodra de weg vanaf 3,8 alsmaar steiler naar beneden loopt schakelt hij twee versnellingen hoger en laat ons achter. Even een bangelijk ogenblik aan km 4,6. Ik snij een bocht naar rechts af op een smal betonstrookje in het zog van de man voor me. Maar na drie meter gaapt er plots een gat van een halve meter voor me. Met een sprongetje dat mijn stroeve benen nog net aankunnen kom ik dan toch ongedeerd op de lager liggende veldweg terecht en kan ik de afdaling verder zetten. Even haal ik de 15 per uur voor we weer de vallei uit moeten. Een knik van 200 meter brengt ons een verdieping hoger. We hebben hier een schitterend uitzicht op Soiron dat ook mijn gezel (Cyrille Ryckebusch?) weet te bekoren. “Magnifique” klinkt het. De euforie gaat snel over in geknars der tanden en gewrichten op een smal graspad van 400 meter met een stijging tot 13%. De lopers voor me vallen stil. Achter me kunnen enkelen wel in looppas blijven. Ik verleen hun doorgang en krassel naar boven. 3’15” voor 400 meter. Dan weer op gang trekken voor een korte afdaling. Genoeg om even op krachten te komen voor een nieuwe klim van 700 meter, op een kronkelig, rotsig pad in een bosje. Hier haal ik tenminste nog 10 per uur. Kilometer 7: we komen weer op het parcours van de eerste anderhalve kilometer. Een klim, een afdaling en nog een knikje omhoog naar de finish. Helmut loopt nog altijd voor me. Maar ik heb nog wat energie in de tank. Boven op het klimmetje ben ik bij de veteraan 4. Op de laatste bult kan ik er nog een bescheiden spurtje uitpersen. Mijn ultieme inspanning is ook Marie-Paule niet ontgaan. Zelfevaluatie na afloop: Ik moet weliswaar al diep gaan graven in de rangschikking om mijn naam terug te vinden, toch beschouw ik mijn opdracht – een stevige training in groep – als volbracht.
In de “buvette” (kantine) praat ik nog even met Roger over verleden en toekomst. Van onze sportcarrière, wel te verstaan. Roger heeft een lange staat van verdienste in het voetbal. En zo komen we toch weer uit bij Servais Halders. Heroptreden over een maand?
Voor de nacht echt gevallen is, zijn we weer in het vertrouwde Heukelom.

(Foto 1: Marie-Paule: De grote is Bert Ernest van Herderen, de kleine kennen jullie. Illustratie 2: Het parcours.)

zat 06/06/2015 15u * Willerrun Waltwilder (Victors Cup) * 12,6 km * 00:57:30 * 12,4 * 29/80 * 4/14 (55+) * ♥♥

Voor het eerst dit seizoen ben ik in eigen streek aan het werk, in het Bilzerse, waar ik traditioneel heel wat bekenden uit mijn oude professionele biotoop ontmoet. Frederic Jorissen van Hoeselt is een nieuw gezicht in het gezelschap. Hij zal het uitstekend doen met een twaalfde plaats. Dirk Claesen gaat deze keer wel eens voluit en staat eindelijk op de plaats – de derde – die hij op basis van zijn talent al langer verdient. Het is ook mijn eerste loop van de Victors Cup, een reeks wedstrijden in Zuid-Oost-Limburg die allemaal in de zomermaanden worden georganiseerd. Van de getrouwen ontbreken de Veldwezeltse routiniers Harie Roex en Jean-Pierre Immerix. Harie staat letterlijk en figuurlijk langs de kant van de weg met een gescheurde meniscus. Jean-Pierre schuwt – tijdelijk hopen we – de inspanningen en is thuis gebleven. Waltwilder 2 Niet minder dan drie fotografen staan op de strategische punten om onze prestaties in beeld vast te leggen. “Bert” is mij onbekend. De foto’s van Marc Roosen en Ronald Hacken vinden jullie hier.
Enkele minuutjes voor drie uur staan we, even voorbij het voetbalveld van Waltwilder, te wachten op het startsein. We prijzen ons gelukkig dat we niet gisteren aan de bak moesten. Vandaag topt gelukkig een frisse bries de extreme temperatuur van vrijdag af. Het peloton omvat tachtig eenheden. Daar zijn de organisatoren erg tevreden mee, temeer omdat ze voor de korte wedstrijd – op een makkelijker parcours – 158 liefhebbers wisten te lokken.
Wie parcourservaring heeft in de velden rond de Willervijvers – en die heb ik – weet dat de man met de hamer op elke hoek kan toeslaan. Vorig jaar heb ik me hier in de drukkende hitte het licht uitgelopen en dit jaar – ik bedoel de laatste weken – is de conditiecurve naar een dieptepunt gezakt. Met een goed gevoel de twee rondes volmaken, daar wil ik voor tekenen. Ik vertrek voorzichtig maar ook niet te gezapig, je moet uiteindelijk ook nog het competitiegevoel ervaren. Het tempo schommelt in de eerste drie kilometer rond de 3’20”. Te snel? Dat gevoel heb ik niet, ook al heeft Guy Wauters die indruk na de wedstrijd. Guy haalt me in na 2 kilometer. Ik speel even met het idee om hem te volgen maar laat dat plan gelukkig onmiddellijk varen. Ik vraag me intussen wel af waar Francis Loyens, trainingsmaat bij de Mergellopers, is gebleven. Door het gehannes met mijn Garmin na de start ben ik hem uit het oog verloren. In een bocht na 2 km kan ik hem dan toch lokaliseren, met een achterstand van een dertigtal meter. Er volgt nu een mooie afdaling en een lichtlopende vlakke strook. Ik kan er niet echt van genieten want mijn benen zenden intussen alarmsignalen uit. Ik moet temperen tot 4’30”, 4’40” per kilometer en besef dat de weg naar Waltwilder (tenminste naar de finish) nog lang en moeizaam zal zijn.
Als ik het Willerpark inloop voor de lus rond de vijver stuift winnaar Steven Heemskerk in tegengestelde richting langs me door. Hij heeft de ronde al afgelegd en heeft daarmee na 4,7 km een voorsprong van 1 km. Ik zal hem niet meer inhalen… Intussen nadert er een groepje op me. Ze vallen me op de nek bij het buiten draaien van het park. Onder meer Vally Merken, Paul Hendrix en Francis Loyens schuiven voorbij. Bij hen ook Bart Jamaer die ik een anderhalve kilometer daarvoor in de afdaling was voorbijgelopen. Ik heb geen zin en noch minder kracht om aan te sluiten. In de eerste klim van de beruchte muur, 400 meter lang met een maximaal stijgingspercentage van 8,7, verlies ik alsmaar meer terrein. Bij de eerste passage aan de finish loop ik al afgescheiden… achter het groepje. Mijn doortocht laat de kijkers voor de kantine onberoerd. Het zijn dan ook kenners…
In het begin van de tweede ronde krijg ik dan toch een mentale opkikker als ik in het spoor geraak van Pascal Aerts die ik al een hele wedstrijd aan het achtervolgen ben. Een kilometer verder kan ik ook Eric Stassen inrekenen. Het tempo is met een twintigtal seconden per kilometer gezakt maar de concurrenten in mijn buurt hebben blijkbaar ook al hun beste pijlen verschoten.Waltwilder 1 Ik leg de laatste ronde in het Willerpark alleen af en heb dus uitgebreid de tijd om te “poseren” voor de lens van Ronald. Hij beloont me met enkele mooie beelden. (Ik heb het niet over het model…) Ik hoor iemand naderen. Nog een plaats achteruit, denk ik. Bij het uitlopen van het park slaat de hitte op volle kracht toe. Voor de gekapte populieren van www.populier.be is Pieter Dullers, een bekende van de Luikse wedstrijden, me al voorbij. Pieter is hier met een trainingsloopje bezig is, anders zou hij zich niet in dit deel van het peloton ophouden. Ik bereid me mentaal voor op de tweede bestorming van de muur. (De heroïek zit hem in de woordkeuze, niet in de prestatie, maar dat hadden jullie al door…) De bult onmiddellijk na het park op de ruilverkavelingsweg heb ik op reserve genomen. Maar het kan nog langzamer: 9 km per uur op het steilste stuk van de klim. Maar goed, ik val niet helemaal stil en kan in de afdaling en de laatste stijgende meters naar de finish nog voldoende snelheid halen om mijn plaatsje vast te houden. Ik oogst in extremis nog enig applaus van sympathisanten langs de kant en mag bekomen van de inspanningen op een parcours dat geen genade kent.
De nabespreking, dit keer met Jozef Schroeders en Paul Esters, is een onmisbare schakel in het wedstrijdgebeuren, de aanvulling van het verloren lichaamsvocht eveneens. Als de prijsuitreiking eindelijk begint, moet speaker Chris Goevaerts (oud-collega, niet te verwarren met Kris Govaerts, actief in het Waalse circuit) vaststellen dat heel wat prijswinnaars al naar huis zijn vertrokken. De 55-plussers die wel nog in groten getale aanwezig zijn, wachten dan weer tevergeefs op een prijs. Dat kan nog beter. Na een laatste groet en dankjewel aan Philip Pauly en Christophe Roosen vertrek ik naar het vrome dorp Heukelom waar de processie uitgaat.

(Foto 1: Ronald Hacken: Een groepje met Francis Loyens (274), Kristof Rouffa (258), Bart Jamaer (177) en Pascal Aerts (35) op de muur van Waltwilder. Foto 2: Marc Roosen: Dirk Claesen op weg naar de derde plaats.)

22-06-2015 Artikel zonder titel

De titel mogen jullie zelf verzinnen. Suggesties welkom, de beste titel (de jury bestaat uit ondergetekende) zal alsnog boven het artikel geplaatst worden. De beeldrijke naam van een loop – “Jogging van de windmolens” of “De gouden heuvelkammen van de Condroz” – komt niet in aanmerking aangezien ik niet in competitie ben aangetreden. Het tweede weekend al en dat is geen toeval. Jullie hadden al een tijdje begrepen dat de kracht de laatste weken uit mijn benen was gevloeid en het heilige vuur alleen nog smeulde. Hoog tijd voor een “sabbatical” al was het maar voor enkele weken. De opeenvolging van soms zware wedstrijden in het laatste anderhalf jaar – ik ben zo goed als zonder onderbreking het seizoen 2015 ingelopen – hebben me tijdelijk op de knieën gedwongen. Heb ik zelf niet altijd beweerd dat rust even belangrijk is training? Ik heb dus, niet zonder enige moeite, mijn eigen advies gevolgd. En me ver gehouden van wedstrijden. Alhoewel dat eigenlijk ook niet echt waar is. Maar ik stond deze keer wel achter de draad tussen de toeschouwers.
Jef Mijn loopvrienden hebben intussen niet stilgezeten. Ik heb het niet alleen over de Mario’s en andere Jo’s die twee of drie wedstrijden per weekend verteren zonder indigestie. Maar over twee jonge mannen – de ene al wat jongere dan de andere – die in de eerste weken van juni een niet alledaagse prestatie hebben neergezet. Op 6 juni heeft mijn oude marathonmaat Jef Van de Weerdt zijn sportdroom verwezenlijkt: 65 marathons in zijn 65ste jaar. Hij deed het dan nog in zijn eigen achtertuin, in Maastricht. Het parcours was uitgetekend op de Via Belgica (dat blijkt de moderne benaming te zijn van wat wij vroeger de heerbaan Keulen-Boulogne noemden). Hier kan je de tocht van 44 km (De Romeinen telden nog niet in kilometer, vandaar de vergissing?) nog eens beleven. Jef denkt trouwens nog niet aan ophouden. De volgende marathon in de Allgäu (Zuid-Duitsland) is al aangevinkt. En volgend jaar wil zoon Theo op de Via Belgica in de voetsporen van zijn vader treden. Francis
Een week later was het de beurt aan Mergelloper Francis Loyens om zijn uitdaging aan te gaan. Dat was de Bonn-triathlon over een derde van de volledige afstand. Dat betekent nog altijd 1 kilometer zwemmen (in de Rijn), 60 kilometer fietsen en 15 kilometer lopen. Dat lijkt me al een beproeving, zelfs zonder de zwoele temperaturen die in Bonn heersten. Opdracht met brio voltooid, … alleen ’s ochtends wat meer boterhammen eten.
Na veertien dagen van gevarieerde training – mijn aloude recept – begint het weer te kriebelen. De titel van een nieuw artikel kiest zichzelf dan wel…

(Eigen foto’s: Foto 1: Jef op training, foto 2: Francis, gisteren in de Bilzen Run.)

Naar boven

vri 26/05/2015 19u30 * Ocquier (Challenge condrusien) * 12,1 km * 00:59:51 * 12,2 * 66/270* 4/19 * ♥♥♥♥

Voor wie Ocquier niet kent – en dat zal zowat elke lezer zijn die niet zelf in de Challenge condrusien actief is – dat is een deelgemeente van Clavier. Maar deze uitleg zal de meesten nog niet veel wijzer maken, vrees ik. Onthoud dat het een authentiek dorpje is in de Condroz, met natuurstenen huizen en nauwe straatjes, en onthoud vooral dat ik hier vrijdagavond weer met de competitie heb aangeknoopt na een onderbreking van twee weken.
We staan met meer dan 400 opeengehoopt in de vertrekzone. Veteraan 4 Jacques Detaille wordt het slachtoffer van het gedrum. Na nauwelijks 10 meter ligt hij op het asfalt. Maar voor Maja Van Zand hem heeft kunnen recht helpen, krabbelt de zeventiger al weer overeind voor de 12 km die nog volgen. In de eerste 700 meter gaat het al vrij stevig omhoog. Ik start voorzichtig maar moet op het einde van de helling toch al flink naar adem happen. Twee jongetjes van de korte loop voor mij hebben het zo druk met rond zich te kijken dat het lijkt alsof ze een pirouette uitvoeren. We lopen nu het dorp uit en kunnen even bekomen op een afdaling van 500 meter te midden van de weiden en de velden. Het uitzicht is schitterend. Niet dat ik daar nu oog voor heb. Ik kijk rondom me naar mijn concurrenten of collega’s – het is maar hoe je het bekijkt. Ik zie veteraan 3 Guy Raes voorbij razen, euh zo snel was het nu ook weer niet. Maar het landschap heb ik bij het inlopen wel kunnen bewonderen. Ik weet dat we nu linksaf slaan, een bosje in. Nog enkele honderden meters vlak, daarna gaat het langzaam omhoog, van km 2 tot km 5. Ik heb mijn les goed voorbereid en weet wat me wachten staat. Wat ik niet vooraf kan inschatten is de staat van mijn benen. De eerste tekenen zijn alvast hoopgevend.
Na 2,5 km scheiden de wegen van de 5 en de 12 km-lopers. Links zie ik de veldweg een stevige knik naar boven maken. De stijgingspercentages flirten met de 10%. Op het pad is het ook zoeken naar het goede spoor: links, rechts of de hogere grasstrook in het midden. Ik zit even vast achter een grijsaard die niet zinnens lijkt mij vrije doorgang te geven. Ik ben beducht om hier al in het rood te gaan bij het voorbijsteken. Even verder lukt het dan toch, maar Guy Bona (ik gok erop dat hij het is) laat het daar niet bij en gaat me voor de afdaling weer voorbij. In de gematigde klimzone ga ik ook voorbij Guy Raes. Niet zo ver voor me heb ik mijn oude makker Noël Heptia opgemerkt. Het zou wel leuk zijn als ik hem weer eens kon inhalen. Nog een tiental meter, maar dan zijn we boven en verlies ik weer wat terrein.
Op het plateau wacht ons een vlakke strook van 1,5 kilometer. Ocquier 1 Vlak, dat wel, maar het is hier de Condroz. Dat betekent veld- of bospaden waar je nergens comfortabel loopt. Opletten voor elke steen of oneffenheid, dit is niet te vergelijken met een asfaltroute. Ik heb intussen wel een mooie kruissnelheid gevonden. De enkele weken rust hebben me duidelijk goed gedaan en ik probeer dus in elk geval mijn positie te behouden. Na 6,5 km gaat de weg dan flink naar beneden. Wel nog even voorbij twee jonge snaakjes gaan die hun krachten overschat hebben en op aanraden van een oudere begeleider dan maar rechtsomkeert maken. Het gaat er behoorlijk pittig aan toe in de afdalingen. Twee keer struikel ik net niet over een bobbel op de weg. Zoals ikzelf is ook Fabian Maury die in mijn buurt loopt onder de indruk van de dalerscapaciteiten van zijn collega Noël Heptia. Met een voornamelijk dalend profiel in het tweede deel van de loop durf ik me niet meer te veel illusies maken om hem nog in te halen.
We draaien nu al kilometers door bossen en velden. Een ongewoon wedstrijdfeit zorgt voor enige afleiding. Marc Tutelaire – een vaste waarde in het circuit – heeft het aan de stok gekregen met een jongere deelnemer die in hetzelfde (karren)spoor voorbij wil. Er volgt een woordenwisseling die met de excuses van de jongste wordt afgesloten. Overigens loopt Marc duidelijk onder zijn niveau. Hij is een van die deelnemers die hier met een lager toerental draait. Niet verwonderlijk : terwijl ik over geulen, kuiltjes, stenen, losliggend gruis en andere obstakels spring en daarnaast nog een snedig tempo probeer aan te houden, heb ik me trouwens al de bedenking gemaakt dat een loop op een Condroz-parcours niet bepaald een wekelijkse routineklus is.
We zijn nu in de tiende kilometer. Ik ben in het spoor geraakt van een jonge dame met een knieverband. Het is de voor mij onbekende Mélanie Godefroid. Maar we worden beiden voorbijgesneld door een andere dame, Karin Segers. Ook een nieuwe naam. Ik kan nog Benoit Gueuning inrekenen voor we aan de laatste steile klim met een haarspeldbocht beginnen, door een donker bos en over dikke keien. Ik heb de strook verkend en probeer wat krachten te sparen voor de uitloper op het asfalt die lang niet zo steil is maar wel langer en waar ik alleszins nog wat plaatsen kan inwinnen … als alles meezit. Nog even over een veldweg, nog altijd klimmend maar toch al wat zachter voor de voeten. Rechts steekt fotograaf Louis Maréchal midden in een graanveld net boven de halmen uit om het kiekje van de dag te maken.
Ocquier 2 Ik ga de juffrouw met het knieverband weer voorbij. Ik passeer ook Guy Bona die in de eerste kilometers van me is weggelopen maar word zelf weer ingehaald door Didier Dendal. Ik ben ook weer wat korter op Noël genaderd. In de afdaling naar de dorpskern doe ik weer haasje over met Didier maar Mélanie houdt ook wel van dat spelletje en lapt mij hetzelfde. De lens van fotografe Carine Heyne registreert feilloos de positiewisselingen. We steken de “grote”weg door de dorpskern over waar Marie-Paule mij nog even aanmoedigt voor de laatste hectometers. Noël is nu duidelijk tempo aan het inboeten en in de kronkelende straatjes van Ocquier kan ik mijn achterstand van een kleine vijftig meter alsnog goedmaken. Een “gentlemen’s agreement” is vlug beklonken en we lopen als duo over de streep. Ik ben opgetogen over mijn loop en ook Noël glundert, “mijn beste wedstrijd van het jaar”.
Even later trekken we goedgemutst naar de douchetent. De loop mag dan wel “Jogging de la Piscine” heten, douchewater is er niet of nauwelijks. Bier is er wel overvloedig, er wordt zelfs met vaten gesmeten. Achter de tent weliswaar maar zelfs een boom van een kerel als Jos Biets voelt zich even niet veilig achter het dunne zeildoek. Om half elf tuffen we terug naar Heukelom.

(Foto’s Carine Heyne; Foto 1: Noël Heptia met de glimlach – of is het een grijns? – in de afdaling tijdens de laatste kilometer. Karin Segers met nummer 4538 zal hem even verder het nakijken geven. Als je de foto vergroot zie je in de verte een witte vlek, jullie verslaggever. In de laatste vijftig meter kan ik Noël nog bijbenen. Foto 2: Achter de rug van Mélanie Godefroid die me in de afdaling weer voorbij is gelopen. Links Didier Dendal die ik wel kan voor blijven. Ik merk nu pas op de foto dat Didier zijn roze wielerpetje vervangen heeft door een blits zwart exemplaar.)

02-07-2015 Trainen in de hitte

Nauwelijks stond mijn trainingssessie van vandaag op Strava of er liep een reactie binnen. “Willy, dit is toch geen weer om in te gaan lopen?” schreef Pieter Vrijens. Is het toeval dat net vandaag op deze bloedhete middag Pieter Vrijens iemand op zoek gaat naar “collega’s stravisten” die wel zo gek zijn om de loopschoenen aan te trekken? Misschien niet, want ik moet eerlijk bekennen dat ik gisteren hetzelfde idee had …en vaststelde dat er toch enkele “moedigen” of “gekken” (hangt er van af hoe je het bekijkt) zich buiten hebben gewaagd. Ik ga graag even dieper in op de opmerking van Pieter en zal hem met een heuse brief antwoorden. Op mijn blog wordt dat dus een open brief *.

Beste Pieter

Ik stel je bezorgdheid op prijs. Want ik neem aan dat je reactie ingegeven is door bezorgdheid om mijn gezondheid. Ik mag eveneens aannemen dat je mijn geestelijke gezondheid nog niet in twijfel trekt en dat je dus wil geloven dat ik ook over die vraag heb nagedacht.
Zo gesteld is het antwoord op je vraag natuurlijk “Neen,dit is geen weer om in te lopen.” “Waarom doe je het dan?” hoor ik al je volgende vraag. Daar wil ik je wel wat uitgebreider op antwoorden.
Ik had erop gerekend woensdagavond een training te doen met de Mergellopers. Maar op het vertrekuur (19u30′) was het nog drukkend warm. Ik ben dan ook niet naar Kanne vertrokken en ik vermoed dat ook de andere leden van de groep wijselijk zijn thuis gebleven. Ik heb dan nog even met het idee gespeeld om te vertrekken om 21u maar op dat uur hing de hitte nog altijd als een loden deken boven Riemst (en grote delen van Europa). Ik moest me neerleggen bij de feiten maar je hebt begrepen dat ik echt aan een “joggingshot” toe was. Vandaag, in de vroege ochtend, dan maar. Dat kon vanwege een andere verplichting ook niet. Maar om 10 uur werd de drang me te machtig en sprong ik in de auto op weg naar Kanne.
“En de hitte dan?” Het kwik had om half elf inderdaad al een hoogzomerse waarde bereikt. Maar je moet weten, ik verdraag de hitte goed. Dat is niet altijd zo geweest. In de eerste jaren van mijn loperscarrière knapte ik af op temperaturen boven de 20 graden. Tijdens een hittegolf in de jaren ’90 heb ik zelfs eens een pauze van drie weken ingelast. Maar in de jaren daarna ben ik me tijdens de zomermaanden speciaal gaan toeleggen op “hittetrainingen”. Zelf geïmproviseerd, nooit literatuur over geraadpleegd, maar geholpen heeft het wel. Meer nog, ik loop nu graag in warm, zelfs plakkerig weer. En als mijn trainingsmaten kreunen onder de hitte heb ik er nog meer plezier in. Maar dat zal wel een uiting zijn van mijn slecht karakter. Voor een wedstrijd heb ik natuurlijk ook liever dat het kwik niet boven de 20 graden klimt. Maar zo rond de 25 graden overleef ik wel. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je tijdens wedstrijden toch met de hoge temperaturen moet rekening houden en je loopgedrag aanpassen: niet overmoedig starten, pet dragen, geregeld (maar ook niet te veel drinken) en zo vaak mogelijk water over je hoofd gieten. Je moet het hoofd koel houden, letterlijk en figuurlijk. Dat heeft me onder meer enkele mooie prestaties opgeleverd in de Intercity Maastricht-Bilzen.
Trouwens, wat als een “training” te boek staat in Strava of andere apps is meestal maar een gezondheidsloopje: je een uurtje in het zweet lopen en genieten van de frisse lucht (dat is de laatste dagen niet echt van toepassing) en de natuur. Als je me zou tegenkomen zou je misschien toch schrikken van mijn door de inspanning vertrokken gezicht. Maar dat heeft te maken met de spier- en andere pijnen die mijn benen de laatste jaren teisteren … en daarvoor ken ik geen remedie.
In deze omstandigheden ga ik ook niet kilometers in de volle zon lopen. Je woont in Kanne – ik zeg het even voor wie meeleest en je niet kent – en je kan de route dus mee volgen. Alles bij elkaar heb ik zo’n 3 kilometer in de zon gelopen, onderbroken door schaduwrijke stroken. Het moeilijkste stuk was de omgeving van de sluis. Ik heb tot mijn eigen verbazing vastgesteld dat ik de “heetste” kilometers het “snelst” heb gelopen. Misschien om er vlugger van af te zijn. Overigens was ik oorspronkelijk van plan het bij een halfuurtje te houden. Maar het draaide redelijk en ik heb er de lommerrijke klim en afdaling van de Saint-Pierre dan maar bijgenomen. Kortom, ik had zeker geen extreme uitdaging voor ogen.
Voor alle duidelijkheid: het afgelasten van de Oversteekrun en de Jogging van Awans op zaterdagmiddag in open veld (ik ken beide parcoursen: op beton en zo goed als zonder beschutting) is volkomen terecht. Ik zou zelf ook niemand aanraden om in deze omstandigheden te gaan joggen en diegenen die het toch niet kunnen laten op het hart drukken de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen.
Ik zal de volgende dagen dus ook weer op mijn trainingsroutes te zien zijn. Wel ga ik – zoals Jo Vrancken – vroeger op pad. Acht uur, half negen lijkt me een mooi startuur. Dit is een uitnodiging …als je toevallig vakantie hebt.

Met sportieve groet

Willy

* Version francophone -orale!- disponible sur demande.

zat 11/07/2015 19.30u * Mielen-boven-Aalst (Challenge hesbignon) * 10,6 km * 00:48:11 * 13,3 * 71/234* 8/26 * ♥♥♥

Hoeveel Franstalige deelnemers zouden weten dat ze vanavond in deze “Waalse” wedstrijd in Gingelom (dat is de fusiegemeente van Mielen) van start gaan op de Vlaamse feestdag? Misschien is deze grappige samenloop van omstandigheden zelfs de meeste Vlaamse lopers niet opgevallen. Hoe dan ook, we zijn in “le pays de Jos et sa bande” (uit een Franstalige commentaar) voor de twaalfde aflevering van het Hesbignon-feuilleton. Dankzij onze Waalse vrienden is dit een van de best bezette Haspengouwse lopen … en wordt er eens een Limburgse wedstrijd in één ronde gelopen. Op de start na is het parcours hetzelfde als vorig jaar. Dat betekent in de eerste helft golvende ruilverkavelingswegen. In open veld en op beton, bij zomerse temperaturen … Gelukkig is de ergste hitte voorbij en waait er een verfrissend windje.
Ik start met Jean-Marie Haekens in het tweede deel van het peloton. Ik hou me niet echt in als we bergaf lopen naar de bewoning in een dorpskern die “Kiekeman” blijkt te heten. Een mooie gelegenheid om de benen los te schudden. Als ik me zelf straks maar geen kieken ga vinden… Na 700 meter lopen we in het open Haspengouwse landbouwgebied met her en der laagstamboomgaarden. De beste veteranen 3 hebben dan al het ruime sop gekozen, alleen Rosario Ilardo is op zijn gemakje gestart. Hij is hier voor de fun en uit sympathie voor Jos Biets. Dat laatste geldt ook voor Noël Heptia. Een geelblauwe plek op zijn bil wijst op een verrekking.
Mielen 1 In het groepje voor me zijn er drie grijze koppen die ik niet uit het oog wil verliezen: Armand Pirotte, Juul Kempeneers en Pasquale Ruberto. Maar ik wil zeker niet op mijn adem trappen in het begin van de loop. Niettemin hou ik er een mooi tempo op na, zo’n 4’15 op de vlakke stukken. Daarover mag ik alvast niet mopperen. Ik loop zelfs Juul voorbij. Na 2,5 km draaien we links op voor een helling van 700 meter, op een smal pad, onverhard of zo goed als en beschut door bomen. Mijn tempo ligt hier wat hoger dan dat van Armand en dus ben ik al een tweede concurrent voorbij. Maar eens boven waar we op een afdaling van meer dan 1 km getrakteerd worden is Juul Kempeneers blijkbaar uit rodage en laat hij me weer achter. Pasquale van zijn kant heeft na 2 kilometer al een kloof van 18 seconden geslagen. (Gun mij wel een foutenmarge van 10%.) Als de weg na 5 km een linkse bocht neemt, ligt er plots een strook van 750 meter ons uitdagend aan te staren. Heeft parcoursbouwer Roland Vandenborne deze helling op onze weg gelegd om onze mentale weerbaarheid te testen? De afstand en de warmte hebben al hun best gedaan om lijf en leden te vermoeien en dan duikt er plots een eindeloos lijkende oplopende strook op. Je kan kijken tot het hoogste punt, je hebt hier geen greintje schaduw.
Het is al een eeuwigheid geleden dat ik Laurence Dressen nog eens heb kunnen inhalen. Maar na tweehonderd meter bergop ga ik haar voorbij. Ben ik zo goed bezig is of verdraagt zij de hitte niet? Ik loop ook in op het groepje voor me, alleen Juul Kempeneers is onvermurwbaar en buiten bereik. Ik heb de 3% stijging vrij goed verteerd en durf mezelf quoteren met een 7,5 op 10. Hopelijk ben ik ook geslaagd voor Roland. We kunnen het tempo weer wat optrekken op de afdaling naar een strook die we twintig minuten geleden ook al onder de voeten hebben gekregen. Ik kan het tempo van het begin van de loop handhaven. Dat levert me nog een plaatsje op. Het slachtoffer is Sandrine Ballon, nog iemand die mij het laatste seizoen nooit voor haar duldde. Pasquale Ruberto van zijn kant geeft geen kik. Nog maar eens de afstand opmeten. Ik zoek een herkenningspunt in het landschap (hier een maïsveld) en vergelijk de tijd op mijn Garmin. 30 seconden, hij is nog verder weg gelopen, ik mag het vergeten. Zo moet een mens de tijd doden op de betonwegen in het veld.
De route draait nu naar rechts. Fini le béton, voilà l’herbe. Na 7 km maakt het harde beton plaats voor gras of beter graszoden. Het gaat even kort maar krachtig omhoog, ten minste zo voelt het aan hoewel het stijgingsgraad niet boven de 2 % uitkomt. We lopen langs een plantage en na enkele bochten belanden we weer in een woonstraat waar tientallen supporters ons hadden kunnen aanmoedigen … maar die van Aalst zijn niet buitengekomen. Want we zijn hier in Aalst. Aalst bij Sint-Truiden wel te verstaan, Marcel Baeckelandt weet er alles van. Ik neem nog een slok aan de O’Top Services-wagen van Pierre Olivier en giet het bekertje uit over mijn hoofd, kwestie van de laatste twee kilometer fris aan te vatten.
Hier had dit verslag langzaam naar zijn einde kunnen kabbelen: ik leg de 10,6 kilometer af in 48 minuten, achter Jules en Pasquale en voor de andere veteranen 3. Hoe heb ik mij vergist! Mielen 2 We zijn net een graspad ingedraaid dat langzaam maar zeker aan hoogte wint of ik word ingehaald door een achtervolger. Ik heb in de voorgaande kilometer wel wat gehijg achter me gehoord maar ik maak me geen zorgen over mijn plaats in mijn categorie. Duikt daar plots Kris Govaerts langs me op. Alle scenario’s heb ik voorzien vanavond maar ingehaald worden door de ACA-loper met de bruine pet, dat is niet ingecalculeerd in mijn tactisch plan. De concentratie in zijn blik, de energieke schouderbewegingen laten er geen twijfel over bestaan: deze man wil vooruit, hier is geen plaats voor geintjes. Ik volg op enkele meters en probeer even wat lucht bij te tanken om straks toch weer aan te sluiten. Het pad is hobbelig en smal. Na enige aarzeling ga ik dan toch een loper voor me voorbij om het contact met Kris niet te verliezen. Maar ik heb jammer genoeg niet de benen van de woensdagtraining met Gerard. Boven, op een vlakke strook versleten asfalt, trek ik het tempo nog eens op. Ik ga wel voorbij Emilie Crotteux die mij de hele beklimming is voor gebleven maar nader geen meter op Kris. We passeren Jean-François Thirion, nochtans een van de smaakmakers bij de veteranen 2 die hier echter op wandelpas is overgeschakeld. Het verschil met Kris blijft vijf meter. Ik doe een nieuwe vertwijfelde poging op het terrein van een fruitbedrijf dat doorgang verleent aan de lopende meute. Dan heb ik het begrepen. Op de kronkelende route door en langs een fruitaanplanting blijf ik achter en mag ik al blij zijn dat ik mijn enkel niet verstuik. Kris loopt nog een voorsprong van 20 seconden bij elkaar en haalt daarbij ook nog Roger Van Langeveld in. “Ik ken dit parcours” is het te bescheiden antwoord van de Truienaar als ik hem feliciteer met zijn prestatie. Maar ik heb duizenden kilometers gelopen op dit soort wegen (ditmaal geen overdrijving, Kris) en ik ben op geen enkel ogenblik in de wedstrijd over de limiet gegaan. Je had een heel sterke dag en dat dan nog in een thuiswedstrijd!
In de klim naar de finish wordt het klassement nog eens onverwacht omgegooid: ik word ingehaald door een mij onbekende, ook niet meer zo jonge collega. Hij gaat mij niet zonder moeite voorbij ook al dring ik zelf niet meer aan . Het blijkt Albert Vandensavel te zijn. Ook een veteraan 3, zo hem ken ik nu ook. En Pasquale Ruberto die zo’n kwieke indruk gaf onderweg, staat plots stil in de laatste rechte lijn. Pijn in de kuit. Ja, wat wil je, we zijn niet meer van de jongsten… Heel wat turbulentie dus nog in de finale van de Vlaamse Hesbignon-loop. Tenminste in de tranche tussen de 60ste en de 80ste plaats. De spits van de wedstrijd is voor mij “terra incognita”…
Mielen 3
Dit verslag is niet volledig zonder een speciale vermelding voor fotograaf Eddy Defrère die als bevoorrader is ingeschakeld maar zo slim is om het toestel zelf de foto’s te laten maken.

( Foto’s 1 en 2 van Eddy Defrère. Foto 1: Een verfrissing is welkom in het zwoele weer. Foto 2: De onweerstaanbare rush van Kris Govaerts. Achter hem Rosario Ilardo. Foto 3: Marie-Paule: Een vrolijk gezelschap in de kantine van Gravelo B: van links naar rechts Hubert Wilderjans, Jos Biets, Noël Heptia blij als een kind met zijn fiets, de grote prijs van de tombola, Kris Govaerts, Pierre Dubois en Roland Vandenborne.)

Naar boven

vri 17/07/2015 19u * Soumagne (Challenge L’Avenir) * 20,2 km * 01:51:02 * 11 * 123/293* 6/22 * ♥♥

Voor dit weekend heb ik gekozen voor een langere wedstrijd, de halve marathon van Soumagne in de Challenge L’Avenir. De organisatoren doen geen moeite om de schijn hoog te houden en communiceren openlijk de afstand: 20,5 km. In werkelijkheid halen we die afstand ook niet helemaal. Maar dat zal ik pas weten als ik de Strava-track van een collega-loopster onder de ogen krijg. Waarom ik dat zelf niet weet? Dat lees je onder meer in dit verslag. Ik verneem gisteren toevallig dat ook Jo Vrancken zijn opwachting zal maken in Soumagne. Hij wil zich zelf opvolgen op de erelijst van de 7 km. Een mooie uitdaging. Zelf heb ik niet zulke hoge ambities. In de buurt komen van mijn tijden in de twee halve marathons die ik dit jaar heb afgewerkt – om en bij 1u45 – en als het even kan genieten van het Land van Herve. Toch maar afwachten: ik weet niet hoe het parcours er precies uitziet – een hoogteprofiel op papier kan in werkelijkheid heel anders uitpakken – en vooral vandaag is het weer een warme dag. Hoe zal ik de combinatie heuvels en hitte verteren?
Om onduidelijke redenen moeten we zo’n kwartier wachten op de start. Niet zo slecht, denk ik, dan is de temperatuur misschien al wat gedaald. De eerste 5 km lopen rechtdoor naar Herve. Het is het Ravel-fietspad, meestal beschut door gebladerte. Wat eentonig na een tijdje maar wel aangenaam als inleiding op het zwaardere werk. Na 1,5 kilometer ga ik voorbij Raymond Jungblut en Jean-Louis Voss, twee kennissen van mijn leeftijdsklasse die mij nog enkele aanmoedigingen meegeven bij het passeren. Ik schat hun ranking wat hoger in dan de mijne en vraag me dus af of ik niet te fel van stapel loop. Ik hou een gemiddelde aan van net onder de 5′ per km en zit dus voorlopig op schema. Een tien- tot vijftiental meter voor me lopen Serge Gillet en Roger Van Langeveld, veteranen 2 en challenge-schuimers zoals ik, maar dan in de overtreffende trap. Ik herken Herve aan de rechterkant. We draaien links op, langs wat lijkt op een bedrijvenzone. Hier voel ik voor het eerst de zon steken. Ik heb me daarnet kunnen verfrissen met een bekertje water en steek een natte spons onder mijn petje maar echt prettig zit dat niet. Serge en Roger nemen nu plots voorsprong en ik word nog door een aantal andere lopers voorbijgestoken. Vanaf km 6,5 lopen we op “panoramahoogte” ook al verstoort de laaghangende zon en de heiige lucht wel wat het uitzicht op het weidelandschap van het Land van Herve. Aan de horizon tekent zich een groene “terril” af, een oude puinheuvel van de mijnen. Ik heb mijn petje intussen weer afgezet. De afkoelingstruc die ik vanmiddag heb uitgedacht helpt in de praktijk niet echt. Het hoofd met water besprenkelen doet wel deugd maar een ravitaillering om de vijf kilometer is echt het minimum op een dag als vandaag. Ik heb trouwens al dorst vanaf het ogenblik dat we de Ravel hebben verlaten na één vijfde van de loop. Aan km 8,5 duiken we Bolland in met enkele scherpe afdalingen tot 14%. Niettemin kan ik niet echt snelheid maken. Wonderbenen heb ik vandaag zeker niet. Ik besef dat ik het nog zwaar ga krijgen in de volgende voornamelijk stijgende kilometers. In de middenmoot van de wedstrijd kan ik nog net mijn doelgemiddelde aanhouden maar als Raymond Jungblut me voorbijgaat rond km 10 kan ik niet aanhaken.
De eerste bruuske knak in het tempo komt er na 12,5 km als we bijna een kilometer op een onverhard pad omhoog moeten naar Heuseux. Deze dertiende kilometer kost me 6 minuten. Ik heb in de voorbije kilometers voornamelijk plaatsen verloren. Alleen een Seraing-runner (ook een veteraan 3?) kan ik zelf nog voorbij… en Pierre Brouwier die meestal minuten voor me eindigt. Pierre liep vooraan maar moest in het bos plots een sanitaire stop inlassen. Gevolg: goede positie weg en motivatie weg. In de klim van Heuseux naar Cerexhe zet het verval zich verder. Daar boven in het dorp is ook Jean-Louis Voss plots bij me. Er volgt eindelijk nog eens een lekker stukje op de dalende asfaltweg als we de dorpskern verlaten. Ik kan even de benen ontspannen en laat Jean-Louis weer achter. Ik blijf zijn zware ademhaling wel horen tijdens de afdaling. Ik loop er zelfs Serge Gillet en Roger Van Langeveld voorbij. De immer vriendelijke Roger groet me nog even in het voorbij gaan. Ik haal ook nog ene Serge in. Maar de afdalingspret is van korte duur. We draaien rechts een bosje in. Ik kom door de vermoeidheid haast ten val op de dikke keien die hier in de eerste meters liggen. Op het smalle pad tussen de bomen is Jean-Louis blijven haperen in een bochtje en volgt even verder. Opletten hier voor de boomwortels en goed het lint volgen om het spoor niet bijster te raken. Ik maak plaats voor Roger en Serge die snel afstand nemen. Na 1 km komt er een einde aan de bultjes in het bos. Nog even een grasstrook en een steile bocht vooraleer we weer op het asfalt komen… waar het blijft oplopen. Hier in Melen na 16,7 km en met een hoogste stijgingspercentage van 10% geeft de batterij van mijn Garmin de geest. Symbolischer kan haast niet, mijn energie is ook op. Ik sleep me voort en schakel tot twee keer toe over op wandelen. Ik wacht op Jean-Louis om in zijn gezelschap naar de streep te krasselen. Maar door krampen kan hij zelfs mijn sukkeldrafje niet volgen. Er wacht nog een gemene helling, geeft hij mij nog mee. Als dat al geen aanmoediging is… En zo ziet het er naar uit dat dit één lang verhaal van smart en pijn wordt… als ik niet getuige was geweest van een blijde gebeurtenis langs het parcours. Op een weide langs de Rue Reux (km 18) wordt een kalfje geboren. Een blijde gebeurtenis voor de landbouwer, voor mij en mijn buur in de wedstrijd, de moeder en de vader(?).
Na dit onverwachte intermezzo begin ik aan de Rue Haute, 800 meter lang. Dat moet de bewuste helling zijn waar Jean-Louis me voor waarschuwde. Tijdens de klim zoek ik even verpozing onder de weldoende stralen van een watersproeier. Voor we opnieuw onder het viaduct van deE40 doorlopen krijgen we nog even een afdaling. Maar een echte versnelling zit er niet meer in. Ik ben moe en – nog erger – ik heb er geen zin meer in. Voor mijn zelfbeoordeling had ik me tot halfweg nog met drie hartjes bedacht maar ik moet mijn “rating” naar beneden bijstellen. Aan kilometer 19 is er nog een korte passage op een veldweg. Serge Collard (zie km 14) komt bij me en meldt me dat we de laatste helling achter de rug hebben. Soumagne 1 Ik ben hem weer voorbij voor we de 400 meter lange Avenue de la Coopération opdraaien. Ik zie nog enkele collega’s voor me maar de benen weigeren elke samenwerking. Ik haal in de laatste 3 kilometer nauwelijks 9,5 km gemiddeld. Na 1u50′ loop ik dan eindelijk de laatste rechte lijn op naar het Sportcentrum van Soumagne. De pijn wordt even verzacht door het applaus van drie fans. Ik krijg goed nieuws te horen van mijn Limburgse vrienden – Jo Vrancken wint de 7 km en Stijn Vanderbeuken wordt vijfde – maar zelf ben ik te moe en te dorstig om mijn eigen ervaringen uitgebreid te beschrijven. Een kwartiertje later is mijn eerste dorst gelest en trek ik naar de douches. Die maken wel bizarre geluiden maar bieden voor het overige alle comfort aan de afgematte lieden die zich hier ophouden. Nog een blonde Leffe en we rijden door de zwoele nacht terug naar het Limburgse land.
(Foto Marie-Paule: Het podium van de 7 km. Jo Vrancken op het hoogste schavotje.)

vri 14/08/2015 19.30u * Waremme (Challenge hesbignon) * 9,9 km * 00:45:35 * 13 * 121/351* 7/23 * ♥♥♥♥

Waremme doet zijn status als hoofdstad van Waals Haspengouw alle eer aan met drie loopwedstrijden ( de estafetteloop meegerekend). Ik ben er vanavond voor de tweede keer dit jaar na een competitiepauze van een maand. Dat is langer dan voorzien, al zit de vakantiereis er ook voor een stuk tussen. De trainingen zijn met de gebruikelijke hoogtes en laagtes verlopen. Het is dus maar afwachten hoe het lichaam zal reageren op een fellere inspanning, vanavond bovendien nog in benauwd weer.
Alle – nu ja, bijna alle – vriendjes en kennissen zijn er, aan het Centre Sportif et Culturel Edmond Leburton. De start zelf wordt gegeven in het centrum van Borgworm waar het verkeer en een beetje het openbaar leven wordt stilgelegd om de meer dan 400 looplustigen vrije doorgang te geven. Ik start vrij achteraan in het peloton en zal me in de eerste kilometer onledig houden met het voorbijsteken van collega’s. Waremme 1 We draaien af voor het station en na een korte afdaling komen we weer in de buurt van Centre Sportif genoemd naar de bekendste politicus uit deze contreien. We passeren voor een haag toeschouwers die voor de nodige ambiance zorgen. Marie-Paule is in het centrum gebleven waar ze zich zal laten verleiden door de frietgeur die tijdens het inlopen met Pasquale Ruberto ook onze neusgaten had geprikkeld. Na 1,3 km lopen we onder een spoorwegviaduct door naar een woonwijk waar verkeersdrempels van kasseien mijn vloeiende loopbeweging afremmen. Dit zal ook wel gelden voor de andere lopers maar u leest deze verslagen tenslotte om mijn ervaringen mee te beleven. De lezer heeft natuurlijk ook het recht te twijfelen aan het vloeiende van mijn loopstijl.
Ik weet van mijn eerste deelname dat het parcours meestal over ruilverkavelingswegen op beton loopt. Na 2,3 km is het zo ver. We komen in het open veld en ik krijg voor het eerst een beeld van de concurrentie tot zo’n 300 meter voor me. Ik herken niet dadelijk bekende silhouetten in het tegenlicht. Ik ga alleen voorbij Stany Barbier van Alken en probeer intussen mijn gemiddelde van net boven de dertien op de vlakke stukken te handhaven. De grote hoeve links voor ons doet me denken aan een wedstrijd enkele maanden geleden (oh ja, Verlaine) maar dit is te ver hier vandaan om hetzelfde deel van het parcours te zijn. Met dit soort beschouwingen hou ik mijn geest op scherp tijdens de fysieke inspanning. Onderschat die trouwens niet, het is nog altijd vrij warm en we zijn tenslotte nog niet eens aan het eerste derde van de loop. Opletten nu, we kunnen een bocht afsnijden over het grint voor de hoeve, hier geen tijd verliezen. Na 4 km wordt mijn vloeiende tred weer onderbroken op een smal pad tussen het groen. Dit is het natuurpark in het stroomgebied van de Jeker. Deze passage was ik vergeten maar Thierry Vanherck heeft me tijdens het inlopen weer geüpdatet. De plaatselijke fauna moet gedurende een twintigtal minuten het rijk delen met de lopers die hier noodgedwongen in indianenpas achter elkaar volgen. Een twintigtal meter voor me zie ik Maja Van Zand aan de leiding van een groepje voor ze weer achter een van de talrijke bochten verdwijnt. Ik kan nauwelijks twee man voor me voorbij en spaar dan maar wat energie voor het vervolg van de tocht. Na 5,5 km en het oversteken van enkele houten bruggetjes komen we weer op het asfalt. Waremme 3 De weg gaat licht omhoog. Hier kan ik weer wat meer vaart maken en voorbij Maja gaan. Na de aankomst is ze boos op zichzelf. “Dom van me. Te snel gestart en daardoor een plaats in mijn klasse verloren”. Niettemin sterk gelopen.
Ik ben nog steeds op zoek naar V3-gabbers voor me. We nemen nu een bocht naar rechts (km 6,2) maar in het open veld zie ik nog steeds geen bekenden. Dat is daar misschien Kris Govaerts maar die haalt nog lopers in. Onbereikbaar vandaag, zo lijkt het. Ikzelf ben ook nog altijd aan mijn grote inhaalbeweging bezig en ik heb nog wel wat in de tank zitten voor de laatste kilometers. Aan km 7,5 ontwaar ik dan toch een bekende, Roland Vandenborne. Hij heeft blijkbaar nog eens de loopschoenen aangetrokken voor een Challenge-wedstrijd. Nu hij er toch is en ik een kans heb om hem nog eens te kloppen ga ik die gelegenheid zeker niet laten voorbij gaan. Dat staat altijd goed in een verslag. In zijn gezelschap lopen ook Noël Heptia en Anne Kerens. Ik haal het trio in net voor de achtste kilometer aan de grote boerderij die u al kent van km 3. De laatste 2,5 km lopen weer over de aanvangsroute. Noël moedigt me nog aan voor “un dernier effort”, een laatste inspanning. Die moet ik dan leveren op het klimmetje – eigenlijk de glooiing – waar ik een deel van mijn achterstand op Pasquale Ruberto kan goed maken. Die heb ik net gespot voor me maar het zal nog tot aan km 8,7 duren voor ik hem inhaal. De kilometers beginnen nu te wegen. Voor me zou Sarah Robinet nu een goed mikpunt kunnen zijn maar ik besluit dat het goed is en tel nu de meters af naar de finish.
De tijdsregistratiematten liggen in de sporthal. Waremme 2 Die reageren blijkbaar niet als ik de finish overschrijd en ik moet tot maandag wachten om mijn naam in de uitslagenlijst te zien verschijnen. Ik haast me uit de sporthal om in de buitenlucht te bekomen van de inspanning, maar niet na Armand Pirotte te hebben gefeliciteerd. Het was vanavond het weer van Armand. Ik ben op geen enkel ogenblik in zijn buurt geweest tijdens de wedstrijd, ook al finishen we uiteindelijk in dezelfde minuut. “The talk of the town” – ik bedoel het gesprek in de kleedkamer – is de verschroeiende inhaalrace van Kris Govaerts. De Truienaar had me vooraf al verklapt dat hij in een goede vorm stak. Nu blijkt hij vanuit de achtergrond zowat de hele V3-tegenstand te hebben opgerold. Hij strandt op 5 seconden van Jules Kempeneers, voor Valère Sauwens. “Valère heeft me laten voorgaan”, aldus de immer bescheiden Jules. Wie de winnaar van de V3-klasse zoekt moet omhoog scrollen naar de …dertigste plaats en een tijd van 38 minuten, meer dan 5 minuten voor nummer twee. Winnaar Luc Henno mag eigenlijk niet meer lopen vanwege een knieprothese…

(Foto’s Carine Heyne. Foto 1: Maja Van Zand leidt een groep door het natuurpark. Foto 2: Ik was er er wel degelijk bij, ook al liet de eerste uitslag anders vermoeden. Foto 3: Armand Pirotte bezig aan een van zijn beste prestaties van het seizoen.)

23-08-2015 Film Champignonloop 10 km

zon 24/08/2015 16.45u * Gotem (Haspengouw Challenge) * 9,8 km * 00:45:28 * 12,9 * 65/93 * 10/19 (55+) * ♥♥♥♥

Ik sta dit jaar nog niet vermeld in de logboeken van de Haspengouw Challenge – het enige echte en sowieso mooiste hardloopcriterium in onze gouw (dat zijn hun eigen woorden) – en wil dat vandaag goed maken. Als ik vertrek naar het land van Loon ben ik niet echt gemotiveerd voor een goede prestatie. Het is immers warm en gisteren in Valmeer – waar ik als toeschouwer was – prees ik me al gelukkig dat ik de hitte niet moest trotseren. Maar in de buurt van Tongeren begint de hemel al te betrekken en eenmaal goed en wel in Gotem is er al een fikse bui gevallen en is de temperatuur tot een lopersvriendelijk niveau gedaald. De eerste kennismaking met Gotem valt trouwens reuze mee want we worden hier verwelkomd in het prestigieuze kader van het Fonteinhof, van oorsprong een adellijk kasteel. De beelden op deze site bevestigen mijn woorden en geven een mooi idee van het parcours in de buurt van de finish. Een gedeelte van de parking blijkt voorbehouden aan de Vips. Als ik een collega-loper in het voorbehouden gedeelte opmerk en plagend mijn verbazing uitspreek, sust hij: “Ik ben hier sponsor, maar een kleine, hé!”
We lopen drie ronden van 3 kilometer en ik heb uitgebreid de tijd om het hele parcours te verkennen. De dames hebben hier een eigen wedstrijd, de “Ladies Classic”, en we staan dus uitsluitend met mannen aan het vertrek om kwart voor vijf. Het begint dan al opnieuw te druppelen en na anderhalve kilometer lopen we in de nattigheid die Stany Barbier voor aanvang al vreesde. Hij wist wat dat zou kunnen betekenen. Ik zou het ook snel weten. Maar voor het zover is hebben we een streep heen en terug getrokken in de Gotemstraat. We maken een U-bocht rond een kegeltje aan coördinaat 50.803205,5.312096. De bedoeling is net aan 10 km te komen. Als neofiet in deze wedstrijd ben ik verrast als ik de twee “voorfietsers” in onze richting zie terugkomen, gevolgd door een meute snelle rakkers. De parcoursbouwers willen het heel precies doen in Gotem maar ze hebben toch geen rekening gehouden met de onweerstaanbare neiging van de joggers om overal waar mogelijk af te snijden. Dit kan in één bocht van het parcours – maal 3 betekent dat toch heel wat meters – en zo komt het dat ik voor de totale afstand uitkom op 9,78 kilometer. Jammer, toch weer geen 10 km.
We zijn nu begonnen aan de eerste van de drie ronden. Met uitzondering van de bochten aan het Fonteinhof trekken we een rechthoek door de velden van Gotem. Het is intussen aan het regenen dat het klettert. Bekijk de beelden geschoten door Marie-Paule tijdens de eerste doortocht aan het Fonteinhof. ( Het commentaar aan de finish betekent dat de videaste en tevens mijn echtgenote blij is dat ik de natte beproeving achter de rug is. Of wat dacht u?) In het begin van de ronde zit een lange klim van 1 km met een stijgingsgraad tot 4%. Ik begin eraan in een groepje met Kris Govaerts en Marc Nelissen van de Gemslopers uit Diepenbeek. Door de stortbui staat er een laagje water van vijf centimeter op de betonweg. Terwijl we door het water plonsen worden we begeleid door muziek die uit de heupgordel van Marc lijkt te komen. De lopende discobar neemt snel afstand. Ik kan me concentreren op mijn inspanning …en die van Kris. Hij heeft me zijn tactisch plan voor de start meegegeven: rustig starten en op de heuvels doortrekken. Daar is hij al meteen al begonnen, ik probeer zo goed en zo kwaad als kan te volgen. Bij de linkerbocht op de top heeft hij een kleine 10 meter voorsprong. Ik bengel achteraan het groepje waar ik nog een ander shirt van AC Alken herken. De regen blijft neer pletsen, er klinkt gedonder in de lucht. Als het maar niet begint te hagelen. Maar die geseling blijft ons bespaard. Gotem 4Op het plateautje werp ik een blik naar achteren om mij een idee te vormen van mijn positie in het peloton dat al flink uiteengeslagen is. Ik tel maar een twaalftal achtervolgers. Wat een verschil met de veel beter bezette Waalse lopen waar meestal nog een lange sliert lopers achter me volgt. (In de uitslag zie ik dat ik toch nog 28 collega’s achter me houd.) Bij het begin van de afdaling naar Gotem kom ik weer bij Kris maar voor we weer downtown Gotem bereiken moeten we nog een bultje over van 300 meter, maximaal 2%. Een niemendalletje, zal u zeggen, maar daar loopt Kris van me weg. Ik zie het gebeuren maar kan het onheil niet voorkomen. Over een gladde (en in droge omstandigheden aantrekkelijke) kasseidreef lopen we het Fonteinhof binnen. Via een chicane verlaten we het kasteel weer. We krijgen nog twee kasseistroken te verwerken. De tweede kunnen we wel grotendeels vermijden op de grasstrook langs de weg al hebben de snellere lopers daar intussen al een modderspoor getrokken. In de tweede beklimming van de ruilverkavelingsweg boet ik een dertigtal seconden in tegenover de eerste doortocht. Boven heeft Kris een gat geslagen van een 70 meter. Ik heb wel een jongeman kunnen bijbenen die te hevig van start is gegaan en even stapvoets verder doet. Enkele tellen later stoomt hij me met een fel gehijg weer voorbij maar voor de top moet hij zijn bruuske inspanning alweer bekopen. Ik kan het gebeuren uitgebreid beschrijven want hij is de enige die ik vanaf km 3 voorbij ben gegaan. Ik loop nu moederziel alleen. Het groepje voor me neemt meer afstand. Op een vijftigtal meter achter volgt er nog een eenzaat. Ik heb uitgebreid de tijd het landschap te bewonderen: de fruitplantages en de velden.
Tweede doortocht in het kasteel. Tussen het publiek klinken aanmoedigingen op aan mijn adres. Ik herken de stem van Jos Biets, de onvermoeibare supporter die hier vandaag al aan zijn tweede event toe is. De ochtend bracht hij door in het zonovergoten Hamoir voor de Challenge condruzien. Bij het ingaan van de laatste ronde valt me een loper van Afrikaanse origine letterlijk op de nek. Dat moet de winnaar zijn die mij net aan de streep dubbelt. De tijdsopnemers kunnen hem nog net de goede richting uitroepen of hij was op weg naar een vierde ronde. Het zou nog al wat geweest zijn. Hij had naar zijn thuisland kunnen skypen dat hij met Willy Cortleven had gelopen. Fita Anayom Gudisa wint voor Maarten Kersten, de pupil van Karel Lismont en afkomstig van het nabije Piringen.
Gotem 2 Ik begin aan de laatste eenzame ronde door de velden van Gotem. Het is in de tweede ronde even droog of minder nat geweest maar nu valt de regen weer ongenadig neer. Er wagen zich geen toeschouwers buiten de beschutte zone van het Fonteinhof. De politieagent en de signaalgever aan het eind van de helling hebben zich in hun auto’s verschanst. Alleen de drie AC Alken-Ladies Bea, Greta en Maja laten zich niet door de regen afschrikken. Zij volgen de esbattementen van hun mannelijke clubgenoten langs het parcours tijdens een uitgebreide cooling-down. In de sombere velden blijf ik wel het shirt van een lang opgeschoten Alken-loper voor me in het vizier houden. Na de finish verneem ik dat ik een hele tijd zonder succes gejaagd heb op David Meekers. Dat is de oudere broer van Stefan (1 jaar, 1 maand en 1 dag ouder, als u het precies wil weten). Nog één keer over het verdronken beton. Ik kan mijn tijd op de klim met luttele seconden verbeteren. Bij de Toyota van de politie meet ik nog even mijn voorsprong op tegenover mijn achtervolger. Daar is niets van afgegaan en ik heb goede hoop dat ik mijn positie kan vasthouden. Zit er nog een plaatsje winst in? Ik heb even het gevoel gehad dat ik inliep op de grote man (jullie hebben intussen met hem kennis gemaakt) maar op het vlakke en de afdaling houdt hij de kloof intact. In de laatste lange afdaling zet ik de spieren wat harder aan het werk maar achteraf bekeken blijkt de gewonnen winst ten opzichte van de vorige ronde minimaal. Niettemin ben ik tevreden over mijn tempo en heb ik een beter gevoel in mijn benen dan bij de veel langzamere trainingskilometers. Nog een keer geconcentreerd over de gladde kasseien door de kasteelpoort voor ik mijn nummer kan laten scannen door de officials die samen troepen onder een klein tentje. Ik hoor een piep en ben min of meer gerustgesteld dat mijn naam ook in de uitslag zal voorkomen. Een bijkomende administratieve procedure zoals in Waremme is dit keer niet nodig.
Gotem Foto Snel onder een zeil schuilen, is nu de boodschap. Ik kijk rond naar drank. De barhouder heeft ook drogere oorden opgezocht en ik tank dan maar zelf een bekertje …water. Nogal krenterig, bedenk ik, maar de organisatoren maken het later goed met streekproducten (appelen, peren, stroop) voor iedere deelnemer. Ik wissel de eerste indrukken uit met de collega’s en informeer naar de plaats van de douches. Euh, dat is in Hoepertingen, dat is maar een kilometertje rijden, zeggen de ingewijden. Ik heb de logistieke voorbereiding van de wedstrijd verwaarloosd en die fout betaal ik cash in dit hondenweer. Ik zoek Marie-Paule tevergeefs en besluit dan toch maar naar Hoepertingen te vertrekken. Aan de krakkemikkige accomodatie van voetbalclub Hoepertingen B wacht er mij nog een koudere douche. Er is een grote toeloop in de enige kleedkamer voor de mannen. Ik loop nog rond in mijn singlet en begin het koud te krijgen. De hoop op een snelle warme douche kan ik ook laten varen. Ik trek een droge trui aan en rij weer terug naar het Fonteinhof waar ik Marie-Paule dan toch aantref. Mijn humeur klaart snel op bij een glas gerstenat en een smakelijke barbecue-schotel voor een vriendenprijsje. We brengen nog een uurtje door in de sjieke feestzaal in het gezelschap van Maja en Kris. Een douche neem ik uiteindelijk bij mijn geliefde schoonmoeder die op een boogscheut hiervandaan woont.

(Foto’s Benny Cox. Foto 2 : David Meekers op de binnenplaats van het kasteel. Foto 3: Met Kris en Maja in het Fonteinhof.)

Naar boven

zat 29/08/2015 19u * Fumal (Challenge hesbignon) * 11,25 km * 00:55:34 * 12,1 * 54/197* 3/14 * ♥♥♥♥

Fumal, gemeente Braives, in de aantrekkelijke vallei van de Mehaigne is de plaats van afspraak voor de vijftiende wedstrijd van de Challenge hesbignon. Ik begin al een uur vooraf aan mijn voorbereiding om de benen los te schudden en opnieuw kennis te maken met een gedeelte van het parcours. Daarbij loop ik me vast in een natuurgebied aan de Mehaigne. Even bekruipt me de angst dat mijn nachtmerrie van eergisteren (ik mis de start van de wedstrijd) bewaarheid wordt maar een groepje met Richard Paulissen brengt me weer op het juiste pad. Fumal 1
Door het warme weer staan er minder deelnemers aan de start, maar toch nog altijd een respectabele 197 voor de lange loop. Richard Driesen van Sint-Truiden maakt zich met enkele gracieuze bewegingen los uit de gebruikelijke wirwar na de start. Het levert hem de bewondering op van zijn clubvrienden die zijn elegantie vergelijken met die van een antilope. De aanloop is vlak en koel op het Ravel-fietspad. Ik loop in het gezelschap van Mario Smolders met een tempo net boven de 12 per uur. Aangenaam voor mijn benen maar waarschijnlijk wat te traag om mijn V3-companen bij te houden. Maar ik weet dat er ons nog heel wat klimmeters te wachten staan en hou dus maar wat reserve. Mario haakt al snel af en zal in de volgende weken nog wat trainingskilometers voor de boeg hebben (en nog enkele grote “toeren” in het gezelschap van Roland Vandenborne) om weer op het niveau te komen van enkele maanden geleden. Na twee kilometer draaien we scherp naar links een klimmende veldweg in. Ik haal snel een aantal lopers voor me in, onder meer Sarah Robinet die in Waremme nog voor me eindigde. De zon heeft hier vrij spel …en de klim blijft maar duren. Na 800 meter onverhard draaien we links de rue de Marneffe op voor een kilometer op het asfalt met 3,6% gemiddeld en stukken rond de 6%. Fumal 2
Eens ik Noël Heptia heb gelokaliseerd loop ik snel op hem in. Ik ga voorbij een tiental collega’s die zich hijgend en puffend naar de top slepen. Vanop een stoppelveld brengt fotograaf Louis Maréchal de slaven van de weg in beeld. Voor we rechts opdraaien naar een smalle onverharde strook kunnen we ons even laven aan een drankpost. Ook Antilope Richard heeft dorst en staat zelfs stil aan de dranktafel. We zijn nu op een plateau waar ik Camille Motte voorbij loop. Intussen volg ik op korte afstand van een groepje waarin ik Armand Pirotte heb herkend en na enige observatie ook Marcel Baeckelandt die zich meestal heel wat meer vooraan in het deelnemersveld bevindt. Bij de bocht voor het bord van km 5 heb ik 10 seconden achterstand op Armand. Het zal toch nog twee kilometer duren voor ik die kleine kloof heb overbrugd. We moeten eerst over hobbelige en beenharde tractorsporen vooraleer we een korte duik nemen in een weide. Het pad is smal. Mijn visueel geheugen is nog onaangetast (in tegenstelling tot andere vitale functies voor een loper) en ik ben dus alert voor een smalle chicane die ik herken van mijn vorige deelname twee jaar geleden. Na een smalle passage in een streepje bos gaat het bergaf tussen enkele huizen. We halen hier net geen vijftien per uur. Op tijd afremmen voor de scherpe bocht naar links om niet in een diepe weggoot terecht te komen. Het gaat weer omhoog. Voor mij de gelegenheid om aan te sluiten bij het groepje voor me. Boven zie ik rechts een bordje staan met een uitroepteken. Opletten dus! Die waarschuwing staat er niet voor niets: daar is toch weer niet de Chaussée romaine (of iets wat er verduiveld op gelijkt: zijnde grote, puntige en schijnbaar achteloos neergesmeten stenen)! Vandaag moeten we die kruisweg af. De lopers voor me nemen geen risico’s en ik kan rustig in hun zog volgen. Voor wie hier wel wil door jassen, zoals Raphael Vandenbroeck, is deze passage wel een potenbreker. Dat komt er van als je als winnaar van de veteranen 3 een halve minuut per kilometer sneller loopt dan ondergetekende. Eenmaal bevrijd van de stenen foltering schuif ik op naar voren. In het groepje loopt ook Eric Limet die wel vaker in mijn onmiddellijke omgeving loopt in deze challenge. Na de finish kan ik met de hulp van zijn vrienden ook een naam plakken op de man in het wit met de onafscheidelijke pet en bidon. Terwijl ik het groepje voorbijloop plaag ik Marc Tutelaire nog even met de opmerking dat hij Armand Pirotte niet te fel moet aanmoedigen.
Fumal 4Ik neem als eerste een rechtse bocht naar de Rue de Fleuron waar ik daarstraks ook bij mijn verkenning ben doorgekomen en waar zich enkele huizen bevinden. Ik vraag een door de hitte getekende Marcel Baeckelandt wat er aan de hand is. Ik bedoel: waarom zit je hier zo ver achteraan? “Cool, cool” is het antwoord. Dat betekent: ik doe het rustig aan. Achteraf zal blijken dat Marcel zich op een triatlon voorbereidt en deze wedstrijd als een looptraining opvat. We verlaten de vallei van de Mehaigne meteen. Op een eerste heuveltje merk ik dat Armand zich in mijn spoor heeft genesteld. Maar op het vlakke moet hij plots enkele meters laten. “Je bent net op het goede ogenblik weggegaan” aldus Armand na de finish. Maar een doordacht tactisch plan was dat zeker niet. In elk geval, ik neem snel voorsprong en ik loop nu alleen. Voor ons uit loopt Jules Kempeneers in een ander groepje. Maar dat weet ik van Marcel, zelf heb ik hem niet opgemerkt. Het loopt weer op, een kleine driehonderd meter. De bomen links van me bieden geen beschutting want de zon staat rechts en profiteert van een van de laatste zonnige dagen om ons de duvel aan te doen. Dit is het stuk waar ik Matteo Dattoli – derde vandaag – daarstraks bij het inlopen hoorde zeggen “Hier moet je geven”. Ik geef alleszins niet alles, het vervolg van het parcours is ook niet van de poes en ik wil nog iets overhouden als Armand toch nog uit de achtergrond zou opduiken. Rechts staat een signaalgever die een gezellig babbeltje slaat met enkele omstaanders en intussen zijn stokje langs zijn lijf laat bungelen. Gelukkig weet ik dat ik scherp links moet indraaien naar het kasteelpark. Daar is de tweede drankpost. Weer verkeerd opgesteld, denk ik. Maar ik vergis me, we moeten rechts in en kunnen het bekertje met de rechterhand meegrissen. Ik verfris me even voor ik het bosje inloop. Daar is Philippe Bertholet, nog een goede bekende van mijn niveau. Weer een plaatsje gewonnen …dat ik even later weer verlies als ik abusievelijk naar rechts afbuig. Ik ga Philippe een tweede keer voorbij. Fotograaf Eddy Defrère is er ook bij. En nu? Te oordelen naar het gespannen lint moet ik hier naar links. Ik ben niet de enige die twijfelt. Jules Kempeneers – tweede in mijn categorie – is hier rechtdoor gelopen onder het lint en moet natuurlijk op zijn stappen terugkeren. Park uit, terug naar de aankomstzone. Nog een fotoklik van Jean-Louis Masson en een aanmoediging van Pierre Dubois beneden en ik ben klaar voor de laatste klim van de dag. Ik passeer een in zwart geklede loper die helemaal is stil gevallen. Fumal 3Dat moet Albert Vandensavel zijn, nog een veteraan 3. Hij bekoopt zijn snelle start.
De laatste klim is meteen de steilste. 400 meter door de nauwe straatjes van Fumal en op de route de Warnant. Tot 7%. Ik sukkel naar boven maar blijf wel in beweging. Dat moet voldoende zijn om mijn positie te behouden. De seingevers kijken ernaar en zwijgen. We verlaten het asfalt en duiken een weggetje in naar het bos aan de oever van de Mehaigne. Ik heb dit stuk verkend en ben dus niet verrast als plots het licht uitgaat in het bos en we op modderig terrein tussen grote plassen moeten laveren. Nu nog de laatste kilometer over een graspad. Ik kijk nog een keer achterom. Een dame in het rood nadert snel. We draaien naar rechts over een houten bruggetje. Op de single track moet Camille Motte – zij is uit de achtergrond opgerukt – even wachten voor ze voorbij kan. Ze passeert mij en de man voor me in één beweging. Daar is de laatste bocht en de rechte lijn van 100 meter naar de finish. Camille – vierde dame, roept een toeschouwster – draait als eerste op. “Allez Monsieur, courez après la dame” moedigt dezelfde toeschouwster me aan. Ik versnel maar dan wel om de man voor me nog achter me te laten. Dat lukt zonder veel tegenstand. “Derde” geeft Jos Biets me nog mee als ik over de matten glijd. Met dank aan de beperkte tegenstand en toch wel een eervolle prestatie. Later op de avond ontvang ik een setje toiletartikelen wat me op spottend gelach van enkele dames komt te staan. Maar er blijkt opnieuw een fout geslopen in de uitslag. Ik sta te hoog genoteerd met een minuut minder dan mijn reële tijd opgenomen met mijn eigen Garmin. Ik heb de vergissing gemeld aan Francis Brants en de uitslag boven dit verslag al aangepast. De derde plaats in mijn leeftijdsklasse klopt wel.
Het is aangenaam toeven op het grasveld voor het voetbalveld van de Jeunesse Sportive Fumal. Aan de overkant is de kasteeltoren gehuld in de rode gloed van de ondergaande zon. Ik babbel na met enkele gouwgenoten, onder meer met veteraan 4 Jozef Herbots. Ik smaak ook het genoegen een tijdje door te brengen in een gezelschap met dagwinnaar Freddy Loncar. Armand zingt de lof van een weldoende zalf voor sportlui, wintergroenolie. Nooit van gehoord? Ik ook niet, ik ga het in elk geval eens uittesten. Na de tombola is het weer afscheid nemen tot een volgende loop. Het is rustig op de autoweg, om half elf ben ik weer in het vertrouwde Heukelom.

(Foto’s 1 en 2 van Louis Maréchal. Foto 1: Het kasteel van Fumal, in een groen decor. Foto 2: Marcel Baeckelandt en Marc Tutelaire – vooraan in het blauw en het wit – hebben nog zin een geintje op de lange beklimming. De dame in het rood is Camille Motte. Verder naar achter Noël Heptia in het groen. Foto 3 en 4 van van Eddy Defrère. Foto 3: Winnaar Freddy Loncar. Foto 4: Voorbij Philippe Bertholet in het kasteelpark.)

zat 05/09/2015 16.30u * Oversteekrun Lafelt – Rosmeer (Victors Cup) * 9,9 km * 00:44:12 * 13,5 * 40/115 * 8/25 (50+) * ♥♥♥♥

Een kort ritje brengt me naar Rosmeer waar dit jaar de Oversteekrun van start gaat. Twee maanden later dan gepland maar de hondsdagen in juli beslisten er anders over. Het kruim van het Zuid-Limburgse hardloopwereldje is hier aanwezig, evenals enkele exoten van Midden- en Noord-Limburg. De zeven 60-plussers worden in de “categorie 50+” ingeschaald. Met Willy Hertogen en Laurent Wynants voel ik me hier een Methusalem. Oversteek 3 Ik troost me met de gedachte dat we lopen voor een hoger doel, een goed doel Prosperke. Voor één keer geen rondjes lopen in deze manche van de Victors Cup maar één kronkelende streep van Lafelt naar Rosmeer. Logistiek hebben de organisatoren de verplaatsing van de inschrijvingsplaats naar de startplaats goed geregeld maar ik verkies de weg lopend af te leggen bij wijze van opwarming. Dat lukt niet echt goed want ik krijg al snel een buitje over me heen en over de kortste route ben ik al na een dikke twintig minuten in Lafelt. Ik kan me gelukkig nog even warm houden in het Kloosterhof waar de signaalgevers verzamelen hebben geblazen. Die doen hun werk trouwens uitstekend. De hele organisatie verdient overigens het predikaat “voortreffelijk”.
Om halfvijf en nadat Jo Vrancken (winnaar van de 5 km-loop voor Jules Crouzen) met de politiewagen aan de startplaats is afgeleverd, worden we bevrijd uit de starthokken. Ik vertrek achteraan in het peloton in de buurt van een groepje Mergellopers die hier talrijk aanwezig zijn. In de eerste meters herken ik in het voorbijgaan een oude bekende uit mijn vorig leven, Peter Fastré. Kris Evens, een lotgenoot uit datzelfde leven, zie ik pas na de finish. We hebben nauwelijks de eerste bocht gerond in Lafelt of Francis Loyens verschijnt naast me. Op het rafelige beton van de Omloopstraat houdt hij er meteen een goed tempo in. Eerste kilometer in 4’35”. “Als ik dat maar volhoud”, aldus de voorzitter van de Mergellopers, die mij voor de start verklapte dat hij er wil invliegen om de conditie te testen. Ik denk hetzelfde maar hou mijn bedenking voor mezelf om Francis niet nog meer op te jutten. Die versnelt al in de lange S-bocht aan het einde van de Omloopstraat. Ik kom weer in zijn spoor als we ons op de Iers Kruisstraat naar Vlijtingen reppen. Het weer is herfstig, alleen een blonde juffrouw voor ons zorgt een kleurrijke vlek in het grauwe landschap. Maar Francis wil snel vooruit en we moeten de blonde schone achterlaten. De dalende derde kilometer in 4’22” brengt ons in het centrum van Vlijtingen waar een aantal fans ons opwachten. De supporters van een snellere loper bergen hun spandoek al op als we voorbijkomen. Een van de lopers in ons gezelschap, Vincent Moermans die gestart is met een los fladderend regenjack, verspeelt energie met het uittrekken van zijn mini-parachute. Even verder moet hij afhaken als hij zijn gevallen bidon wil oprapen. Km 3,1: de bochtenzone komt eraan. Het sein voor Francis om er opnieuw een snok aan te geven. Ik klamp aan, ik wil in zijn gezelschap door de Kinstraat lopen want ik weet dat supporter Bertho Nassen hier zijn vaste stek heeft. Ik heb zijn aanmoedigingen nodig want Francis stuift hier door de bochten alsof de aankomst tweehonderd meter verder ligt. Aan de tweede bocht van de rechts-linkse combinatie leidt de weg zo’n 3,5% omhoog voor de Sint-Albanuskerk. Francis plaatst een nieuwe versnelling en neemt enkele meters. Op de dalende Kloosterstraat en de klimmende Kabricht zet hij zijn inspanning voort en bouwt hij zijn voorsprong verder uit. 4’24” in de bochtige en bij momenten oplopende vierde kilometer, sneller moet dat voor mij niet zijn. Ik wil me niet opblazen voor we aan het moeilijkste deel van het parcours zijn begonnen. Oversteek 1 Benieuwd of Francis dat felle tempo ook in de volgende kilometers zal volhouden. Na een goede 4 km volgt er opnieuw een fikse klim in een holle weg (400 meter, maximum 5% stijging). We draaien links op. Een afdaling van 200 meter zorgt voor enige ontspanning van de benen. Die voelen overigens verrassend goed aan. De rechter achillespees die opspeelde in de eerste twee kilometer is tot rust gekomen. We lopen nu westwaarts. Dat betekent zo’n 1,5 km tegen de wind in. Francis blijft lopers inhalen, ik doe mijn best om hem niet verder weg te laten lopen. Bij een flauwe bocht naar rechts na 5,2 km waar we de Kerkstraat oversteken kan ik het verschil met Francis opmeten: 11 seconden. De weg gaat nu weer lichtjes omhoog op de Kammerdel. Ik weet uit ervaring dat het hier vaak harken is. Maar de vorige edities werden wel in warmere omstandigheden werden gelopen en vandaag is het ideaal loopweer. Niettemin is deze kilometer ook nu de langzaamste. Ik nader op Eric Stassen. Mijn eerste kennismaking met Eric dateert van de Willerrun. Hij is een nieuwe roeping in het joggen die dit jaar een steile vooruitgang heeft geboekt. Ik fluister een korte groet – energiebesparing, weet u – bij het passeren. Nog een kort vlak stuk en een lichte afdaling op een verregende ruilverkavelingsweg voor we vertrokken zijn voor een 2 km langzame maar wel tergende stijging van 1 tot 2%. Nieuwe tijdsopname na 6,5 km: mijn achterstand op Francis bedraagt maar een 7 seconden meer. Niet dat hij aan het verzwakken is – ik ben onder de indruk van zijn krachtige tred – maar uitlopen doet hij niet meer. Het ziet er naar uit dat hij zijn “moment de gloire” gekend heeft in Vlijtingen, misschien niet toevallig zijn geboortedorp. Hier kan ik ook even de achtervolgers in ogenschouw nemen. Ik herken niet dadelijk Ludo Ramakers die op onze heuvelachtige trainingsparcoursen van de voorbije woensdagavonden blijk had geven van een excellente conditie.
Ik heb intussen wel in de gaten gekregen dat Eric Stassen mij als een schaduw volgt. Na de wedstrijd bedankt hij mij dat ik hem onder de 45 minuten heb gebracht. Maar het is mij nu al duidelijk dat hij zich in mijn spoor heeft vastgebeten. Ik mag dus niet verzwakken op de 600 meter lange klim naar de watertoren, met pieken tot 4%. Fotograaf Marc Roosen die een neus heeft voor de goede plek op het parcours mist niets van deze titanenstrijd. Bent u zelf een loper of een fan van een loper die op dit parcours 4′ of minder in de benen heeft, noemt u het maar een dwergenstrijd. Hoe dan ook, aan de bevoorrading ben ik altijd nog een metertje voor Eric. Ik hou me niet in tijdens de afdaling maar Eric lost van geen vin. In de Hoogstraat na 8,3 km blijf ik mezelf verrassen met een pittig tempo van dicht tegen 15 per uur. “En Francis”, vraagt u. Die weet ook van geen ophouden. Hij rolt in één beweging een groepje van 4 op. Oversteek 2 Jammer, nu ben ik weer enkele plaatsen achter hem. Dat groepje zal ik wel niet meer bijbenen. Net voor de bocht naar de Kerkstraat waar Vic Meesters de wacht houdt en waar we Rosmeer induiken laat Eric enkele meters. Net daar waar ik een versnelling van hem had verwacht. Ik zet dan toch de aanval in op het groepje van 4 voor me. Onder het oog van Jean Stevens, een goede bekende van het Luikse circuit, die hier zijn nieuwe camera uittest. De benen draaien nog soepel op het asfalt in de Diepstraat waar sponsor Guske café houdt. Wat een heerlijk gevoel is dat. In de Daalstraat ga ik in één ruk voorbij de vier. Maar ik weet dat het er nog een ellendige strook aankomt en neem weer wat gas terug. De dame in het gezelschap, Marleen Reijnkens, neemt opnieuw de leiding. Kilometer 9 in 4’10”. We draaien de gevreesde Daalstraat in, daar waar sponsor “Ons Gedacht” thuis is. De Daalstraat is een ellendige strook ruw en heimelijk oplopend beton – dat mijn benen zich nog herinneren uit de glorierijke tijd van de Intercity Maastricht-Bilzen. Marleen, eerste dame in haar categorie, en misschien niet bekend met deze kuitenbijter, moet me weer laten voorbij gaan. De laatste bocht: nog een keer versnellen, me nu geen plaatsje meer laten afpakken. Maar er is geen onmiddellijke dreiging meer achter me. In mijn drang naar de finishlijn loop ik haast de scanner (bedoeld de tijdsopnemer) omver. Met mijn excuses voor de arme man. Ik heb wel geen tijd gehad om de supporter te groeten die mij felicitaties toeriep aan de streep. Die kwamen van François Nelissen, de organisator van de Bilzen Run. Mijn furieuze finish was hem niet ontgaan. Maar hij kent de “focus” van de loper. Om dat te illustreren maakt hij een veelbetekenend gebaar met de gestrekte hand langs de ogen. In elk geval, ik eindig net achter Francis Loyens. Het verschil bedraagt uiteindelijk 8 seconden.
Na een lang uitgesponnen prijsuitreiking schuiven we aan voor de barbecue. We brengen de avond door in het gezelschap van drie Challenge Luik-getrouwen en aanhang, Jean-Pierre Immerix, Willy Hertogen en Jean Stevens. Het zou echt gezellig geweest zijn zonder de dreunende disco-muziek…

(Foto 1 van Jean Stevens: Lieze Hertogen in de Kids-Run. Foto’s 2 en 3 van Marc Roosen. Foto 2: Ik leid voor Eric Stassen. Lijden, doen we beiden. Foto 3: Mergelloopster Marijke Meyers op de laatste helling.)

Naar boven

zat 20/09/2015 10.15u * Wasseiges (Challenge hesbignon) * 10,7 km * 00:49:10 * 13,1 * 87/310* 3/13 * ♥♥♥♥

De GPS brengt ons over smalle wegen in de Haspengouwse vlakte naar Wasseiges, in het uiterste westelijk puntje van de provincie Luik waar richtingborden al naar Namen wijzen. Ook Tongenaren Jo Vrancken en Stijn Vanderbeuken hebben de weg gevonden naar de Challenge hesbignon. “Vlak en beton”, moet Jo gedacht hebben, “net iets voor mij”. De werkelijkheid ziet er wat anders uit, zal blijken. Tijdens het voorbije vakantieweekje heb ik toch twee korte loopjes kunnen afwerken en hebben de loopspieren toch wat beweging gehad. Ik verken de eerste en laatste kilometer en ben alleszins al voorbereid op de onverharde stroken die ons wachten.Wasseiges 1
De driehonderdkoppige groep wordt na 800 meter op het beton een “groene zone” ingestuurd. Eerst een smal brugje over – zo smal dat het peloton hier stil staat – en daarna een kronkelend graspad naast het riviertje, de Mehaigne. Dan gaat het richting Ambresin. We worden uitgewuifd door Guido Vrancken die een dik half uur later zoon Jo zal zien vierde worden. Het beton maakt hier snel plaats voor een veldweg. Ik loop voorlopig nog in het gezelschap van Jules Kempeneers. Ik moet Jules snel laten gaan als die op zoek gaat naar Albert Vandensavel. Ik zie twee “roodhemden” een linkse bocht nemen rond kilometer 2. Het is wel een grappig gezicht: de ene meet zowat het dubbele van de andere. De ene is Jules, de andere is een jong manneke. Jules is weg, het manneke ga ik even verder voorbij. Na 3,3 km zijn we weer op het beton in het dorpje Ambresin. Jules is bij Albert gekomen, ik probeer zo goed en zo kwaad als het kan voeling te houden. Mijn achterstand bedraagt nu zowat 50 meter. Ik heb wel een mooi ritme te pakken en kan een aantal lieden voor mij inhalen op een klim van 800 meter lang. Zo vlak is het hier dus ook niet. Na een aantal kronkels in het dorp loopt de betonweg weer op. Aan km 5,9 lopen we over een ruilverkavelingsweg het veld in. Het uitzicht is prachtig: een open landschap links en rechts van me, lopers in groepjes of alleen voor me die na 400 meter een bocht naar links nemen, in een grote lus rond Ambresin. Het is “werkendag” door de wind en de oplopende weg. Maar ik heb al gemerkt dat de benen nog redelijk soepel draaien en ik kan een tempo rond de 4’30” aanhouden. Dat brengt me korter bij het groepje voor me waar ik naast Jules en Albert ook Laurence Dressen en Eric Limet herken. Op een vlakker stuk gaat Laurence het groepje voorbij. Ik haal Eric in. Na 7,5 km steken we een rijweg over en nemen weer een veldweg. We zijn al meer dan 1,5 km aan het klimmen. In de laatste onverharde strook ga ik voorbij Jules en Albert. Het verbaast me dat Jules niet verder vooruit is. Na de aankomst verklapt hij me dat hij vandaag een tactische wedstrijd heeft gelopen. Zijn eerste plaats in de Challenge komt niet meer in het gedrang. Hij is bewust bij Albert Vandensavel gebleven en had niet echt zin om Raymond Demaret en Romain Uitdebroeks (eerste en tweede bij de V3) te bestoken. Hij pept me op om de achtervolging in te zetten op Raymond Demaret. Maar de fluo-vlek, genaamd Raymond, die al kilometers voor me uit beweegt is ongrijpbaar. Ik neem nu snel afstand van mijn twee categoriegenoten en nader op Laurence. Ik zoek het geschikte spoor op de veldweg om de frêle Flémalle-atlete niet in de weg te lopen. Als ik haar inhaal bijt ze zich vast in mijn spoor en komt op een zeldzaam stuk asfaltweg terug op de dame voor haar, Emilie Crotteux. Een vriendelijke signaleur geeft in een linkse bocht de resterende afstand aan. “Neuf cents mètres”, roept hij als ik om bevestiging vraag. (Het is met mijn oren zoals met mijn benen, ze hebben hun beste tijd gehad.) Het zijn uiteindelijk nog 1300 meter. Eerst moeten we nog een heuvelkam over van 300 meter. De veldweg is bezaaid met hinderlijke steentjes. Dit blijkt nog het vervelendste stuk van het hele parcours te zijn. Dat ondervond ook Thierry Vanherck zo’n 5 minuten voor me, hoor ik na afloop. Na een talud van aarde krijgen we nog een geïmproviseerde grasweg te verwerken waar tractoren grove sporen hebben getrokken. De snelheid daalt tot onder de 12 per uur. Maar alleen senior Benjamin Lambrechts geraakt me nog voorbij. Ik hou de koord in de bochten naar de finish langs het veld van FC Entité Wasseiges en kan zo Vincent Piron, ondanks de aanmoedigingen van zijn fans, achter me houden. Wasseiges 2
In afwachting van de prijsuitreiking drink ik een Leopold 7 met mijn Tongerse loopvrienden. (Die “amberblonde” Leopold 7 van de brouwerij Marsinne in Couthuin is een aanrader. Of Leopold 4 tot en met 6 ook drinkbaar zijn heb ik niet kunnen achterhalen.) En voor de derde keer op rij klopt de uitslag niet, tenminste voor wat mij betreft. Ik kom zelfs niet in de lijst voor. De boosdoener moet de chip zijn die ingewerkt is in mijn borstnummer. Volgende keer een nieuw nummer vragen, is de raad van tijdsopnemer Claudy Dechanet. Enkele uren later is de uitslag op de site al bijgewerkt. Maar de fles Cava voor de derde plaats is ribbedebie. Wel nog een goede Italiaan ontdekt in Hannut.

(Foto 2 van Marie-Paule: Met Romain Uitdebroeks na de finish.)

zon 27/09/2015 13u * Lanaken Maasrun * 16,1 km * 01:12:34 * 13,3 * 57/250 * 3/12 * ♥♥♥♥

De Maasrun in Lanaken enkele kilometers van bij me thuis mag dan al voor de veertiende keer georganiseerd worden, ik ben er nog nooit bij geweest. Dat had vaak te maken met mijn veertigjarige verslaving aan het rechtstreeks televisieverslag van de wereldkampioenschappen wielrennen. Dit jaar kan het wel en zo sta ik voor het eerst in een voor Limburgse begrippen groot peloton aan de start in Oud-Rekem. Bijkomende prettige bijkomstigheid: geen rondjes. Ik ben ruim op tijd in Rekem om mijn opwarming aan te vatten. Als de zon volop doorbreekt rond het startuur besluit ik in laatste instantie in singlet te lopen. De stemming is opperbest aan het kasteel. Die van Riemst vragen zich wel af waar Ludo Ramakers mag zijn. De opwinding aan de start wordt nog groter als we een drone voor ons zien hangen. Mijn interesse in foto-apparatuur kennende zal het u niet verwonderen dat ik al een praatje heb geslagen met de dronebestuurder. Benieuwd naar de beelden. Met dreunende muziek worden we nog wat meer opgepept voor we enkele minuten na één worden losgelaten.
Het parcours is zo goed als vlak in de eerste 12 km, tenminste als we eenmaal de brug over de Zuid-Willemsvaart over zijn. Het gaat eerst naar Uikhoven om na 1,6 km de westelijke richting in te slaan. De bedoeling is immers dat we in “Laoneke” uitkomen en wat mij betreft wil ik dat in minder dan 1u20′ doen. Of mijn ambities te bescheiden zijn zullen mijn benen me wel vertellen na enkele kilometers.
Ik ben gestart met een tempo dat ongeveer moet overeenkomen met wat ik in de Hesbignon op 10 km-wedstrijden in de aanvangsfase aanhoud. De meeste lopers in mijn buurt zijn onbekenden. Kris Govaerts en Maja Van Zand zijn er wel bij in deze Maasrun maar die hebben de 20 km van Fraiture (gisterenavond in de Condruzien) al in de benen zitten en zullen het vandaag wel wat rustiger aan doen. Ik heb wel één mikpunt voor me. Dat is Paul Esters die van bij de start een vijftigtal meter voorsprong heeft genomen. Voorlopig loopt hij wel niet verder weg maar afgaande op zijn tijden in de Challenge van Luik is hij een maatje te groot voor mij.
De eerste kilometers gaan afwisselend over beton en onverharde veldwegen. We passeren tussen hoog maïsgewas voor we rond km 3 een gehucht bereiken, Herbricht. Kijk, dank zij deze loop ken ik nu ook de plaats waar de media het over hebben als de Maas uit zijn oevers treedt. In de vloed van de lopers heb ik intussen mijn plaatsje gevonden. De snellere maar trager gestarte collega’s zijn me voorbij, zelf ben ik ook bezig wat plaatsjes op te schuiven. Er volgt een mooie passage op de Maasdijk. Er hebben zich hier een aantal fans op de fiets verzameld. Dit is echt een loop waar je je favoriet op verschillende plaatsen kan aanmoedigen als je je met een al dan niet elektrische fiets verplaatst. Vanaf km 5 loop ik eenzaam op weg naar Neerharen. Ik hoor wel krachtige voetstappen op het beton. Even voor de brug word ik voorbij gegaan door een robuust gebouwde man, René Duchateau vermoed ik. Hij zal de hele wedstrijd voor mij uitlopen en uiteindelijk met 20 seconden voorsprong over de finish gaan. En luttele meters verder komt mij ook nog een in het zwart gehulde jonge man voorbij die te oordelen aan het tempo dat hij hier ontwikkelt wel erg traag gestart is. Dat is meteen de laatste loper vandaag die bij zijn maatjes kan opscheppen dat hij me heeft voorbijgestoken. Lanaken 1 Aan de linkse bocht naar de Kasteelstraat in Neerharen kan ik het verschil met Paul opmeten: 20 seconden. Ik hoor opnieuw aanmoedigingen aan mijn adres. Dat moet Peter weer zijn. Zijn vrouwtje Tine Timmermans heeft het moeilijk en zal de morele steun kunnen gebruiken. Ik loop nu alleen met mezelf en hou mijn geest onledig met allerlei bespiegelingen. Ik bedenk dat ik voor het eerst in het dorp van mijn voorouders aan vaderskant loop. Toeval of niet, ik vind het een van de leukste passages. Er heerst een gezellige drukte aan het dorpscafé. Een tweemans-band speelt “Tiroler Bergen”. Dat slaat dan toch niet op het reliëf hier in het Maasland want dat is zo plat als een vijg. Even voorbij de kerk lopen we via een wegeltje naar het jaagpad langs het kanaal Briegden-Neerharen (de verbinding tussen het Albertkanaal en de Zuid-Willemsvaart.) De zon straalt een aangenaam nazomerse warmte uit als ik aan km 7 voorbij een bedrijfsinstallatie loop. Een muziekbox verwent de oren. Je loopt niet elke week een 10 mijl-wedstrijd en ik moet me inprenten dat ik nog niet de helft van de afstand heb afgelegd. Paul heeft al die tijd in een groepje gelopen. Ik ben nu al kilometers in mijn eentje aan het zwoegen. Hoewel, zwoegen is het niet echt. Ik voel me uitstekend en verlies zeker geen terrein op Paul. Het groepje is langzaam uiteen aan het vallen en ik raap de afvallers een voor een op.
De organisatoren maken gebruik van de tunneltjes onder de rijksweg om ons veilig naar Pietersheim te loodsen waar we een lus door het domein afleggen. In de eerste bocht schieten twee snelle jongens ons uit de tegenovergestelde richting voorbij. Ze hebben zo’n 8 minuten voorsprong. Ik heb intussen een collega ingelopen, te oordelen naar zijn shirt van de marathon van Meerssen een liefhebber van het lange werk. Pietersheim, dat is 1,5 km onverhard met een stukje door het bos en wat draaien en keren door de gerestaureerde waterburcht. Het tempo – tot dan toe constant onder de 4u30′ – valt wat terug maar dat heeft meer met het bochtenwerk te maken dan met een inzinking want ik nader nu zienderogen op Paul. We draaien weer op naar het kanaal. Mijn achterstand op mijn mikpunt bedraagt nog 8 seconden. Ik kruis Laurent Wijnants, volgende week aan de start in de marathon van Keulen. Waar is Laurent geëindigd? Ik vind zijn naam niet in de uitslag. Bizar. Na 11,5 kilometer kom ik naast Paul die blijkbaar zo in gedachten verzonken is dat hij me eerst niet opmerkt. We zetten onze weg verder op het jaagpad in het groene natuurschrijn van het kanaal. Een toeschouwer die de passage van de lopers vanop een meerpaaltje volgt spaart zijn lof niet. “Dat ziet er nog goed uit, jongens”. Dat is nu krek wat ik ook denk.
Een scherpe bocht naar rechts aan km 12 – van het jaagpad naar Lanaken-city – luidt het moeilijkste deel van het parcours in. We worden nu de woonwijken van Lanaken ingestuurd. Het golvende reliëf in het centrum is een onaangename verrassing voor de benen na de voornamelijk vlakke stukken in het eerste deel. En – hier deel ik mening van Kris Govaerts – deze parcourskeuze doet ook wat afbreuk aan het groene karakter van de wedstrijd. Ik moet even bijpikkelen op het hellinkjes maar op het vlakke houd ik zonder moeite het tempo van Paul bij of geef zelf de snelheid aan. De man voor ons is te ver weg en ik kan best leven met een finish in het spoor van Paul. Dat ik hier überhaupt in zijn gezelschap loop is voor mij al een mooie verrassing. We werken zwijgend de laatste kilometers af. Paul wordt als ATLA-lid (ATLA = Atletiekclub Lanaken) vaak herkend en krijgt heel wat aanmoedigingen. Nog even naar rechts om 200 meter verder via een U-bocht weer naar links te draaien. Bedoeld om de afstand te laten kloppen, en dat is perfect gelukt. Zelfs in een tijd van precieze navigatie is dat uitzonderlijk genoeg om te vermelden. Het seniorenorkest zorgt voor muzikale ondersteuning in de laatste rechte lijn naar het Kerkplein. Ik merk generatiegenoot Ghislain Dops op die een bonus heeft van een honderdtal meter op ons. Mooi van ultraloper Ghislain die ondanks zijn lange afstands-uitspattingen (ik heb het over 100 km-lopen, zes uur tot vierentwintig uurslopen) een fraaie basissnelheid heeft behouden. Ghislain wordt eerste bij de mannen 60. Paul en ik lopen enkele seconden na elkaar over de streep. Tussen hagen toeschouwers. Onder wie Martine en Marie-Paule. Martine is er snel bij om haar Paul te feliciteren. Marie-Paule heeft me niet zien binnenkomen en merkt me pas op als ze de foto bekijkt die ze net van de aankomst van Paul heeft gemaakt…
De kleedkamers na afloop passen in het plaatje van een piekfijne organisatie. De ambiance in het centrum maakt het feest compleet. Twee uur later. Ik bekijk de online-resultaten. Het is alsof de duivel ermee gemoeid is. Nu klopt mijn uitslag – zie mijn wedervaren in de Hesbignon – maar nu vind ik de naam van Paul Esters, net voor me, niet terug. Ik heb de organisatie een mail gestuurd om deze vergissing te laten rechtzetten. De uitslag boven aan het verslag is al aangepast.

(Foto 1 van Ludo Ramakers: Paul Esters net voor uw dienaar. Bij het ter perse gaan van dit verslag staan de officiële foto’s nog niet online. Ik hoop in de volgende dagen nog enkele plaatjes toe te voegen.)

Mijn excuses voor het laattijdig inlassen van de commentaren bij het verslag van Wasseiges. Op mijn email waren om een voor mij onbekende reden geen meldingen binnengelopen.

zat 03/10/2015 12u * Magnée (Jogging de la Pomme) * 8,75 km * 00:49:52 * 10,5 * 17/65 * –/– * ♥♥♥

Twee dagen na de loop is er nog altijd geen uitslag te vinden op het net. Op een mail aan de organisatie krijg ik als antwoord dat ze zelf op zoek zijn naar het klassement. Kafka…
Edit: 10 oktober, de uitslag is er eindelijk.

Ik kies vandaag voor een nieuwe loop aan de rand van de Luikse agglomeratie. Dat is het zuidelijkste en meest heuvelachtige deel van het land van Herve. Het is in de buurt van ondermeer Beyne-Heusay waar we twee jaar geleden een uiterst heuvelachtig parcours voorgeschoteld kregen. Als ze in Magnée willen, kunnen ze het ons dus erg moeilijk maken. Maar het parcours dat ik op Openrunner heb opgespoord blijkt op asfaltwegen in het dorp uitgetekend te zijn. Mijn bedoeling is immers er een intensieve training van te maken. Ik laat de Ambiorix Run in Tongeren links liggen in de wetenschap dat ik daar toch weer zal proberen een of meer bekenden voor me in te halen. Maar mijn plan valt al voor de wedstrijd in duigen als ik enkele kilometers op het parcours verken en merk dat men de steile hellingen aan de rand van het dorp heeft uitgezocht.
In Magnée is het Fête du Fruit en zoals vaak bij onze Zuiderburen hoort bij een feest een stratenloop. Het is nog vroeg op de dag – de loop start om 12 uur – als ik in het centrum van het dorpje aankom. De inschrijvingen gebeuren in een tent aan de kerk (waar in het portaal biervaten opgestapeld liggen…) en van de Cercle Sainte-Appoline. De stalletjes met streekproducten worden nog opgebouwd. De leden van de Confrérie des Coyêus di Mangnêye dragen trots hun medaille. De Coyeus vormen een genootschap dat ijvert voor het fruit (appelen en peren) in deze streek en afgeleide producten als wijn, sap, siroop, gelei en bier. Liefhebbers kunnen ook een aantal oude tractoren bewonderen die aan de kerk staan opgesteld.
Er zijn dit weekend nog verscheidene wedstrijden in het Luikse. Benieuwd of ik hier kennissen ga tegenkomen van de traditionele challenges. Ah, toch twee bekende gezichten: Françoise Piscart en Richard Mathot! Alles bij elkaar zijn er toch een kleine 100 deelnemers opgedaagd voor een afstand die mijn Garmin zal berekenen als 8,75 km. (Edit 10 oktober: Er zijn uiteindelijk maar 65 vertrekkers.)
We zijn er klaar voor. Het nummer is een geplastificeerd kaartje met een streepjescode. Comfortabeler om te dragen dan de “galet” van de Hesbignon. Nu maar hopen dat het scannen zonder problemen verloopt. Voor de start krijgen we nog enkele woorden uitleg van een jongeman. Die krijgt na zijn eerste zin al meteen een ironisch lachsalvo teruggestuurd als hij het parcours omschrijft als “een beetje heuvelachtig”. Hij verbetert onmiddellijk tot “zeer heuvelachtig”. Hij stuurt ons op pad met de woorden “Eclatez-vous” (Leef u uit). Na enkele kilometers zal ik ondervinden dat hier geen sprake is van uitleven maar eerder van overleven.
Ik vertrek vrij vooraan in de groep met een voor mijn doen snel tempo maar zie Françoise en Richard toch al vlug enkele tientallen meters voorsprong nemen. Na 500 meter loopt de weg steil naar beneden (tot 17%). Dan een scherpe bocht naar links en bijna even steil (een piek van 12%) weer omhoog tot aan km 1,8. De toon is meteen gezet. Tijd om de benen in te lopen op wedstrijdtempo is er niet. In de eerste en derde kilometer haal ik 4’22” en 4’31”. Dan is het feest over. Ik loop in het gezelschap van een Herve-atleet en een man in het zwart die ik gedurende de volgende kilometers ook voortdurend in mijn buurt zal ontwaren. De vierde kilometer gaat weer steil omlaag maar nu op hobbelige grind- en bospaden. Ik daal als een houten Klaas en verlies enkele plaatsen aan leniger lieden. Richard moet Françoise laten gaan. Na 3,8 km, als de benen al heel wat te verduren hebben gekregen, beginnen we aan een nieuwe beklimming, nog steeds in het bos. Met stroken van 15% en meer is voor Richard de pret eraf, hij gaat stapvoets verder. We passeren langs een tennisveld dat hier midden in het groen ligt. Op een open weide heb ik uitzicht op mijn voorgangers. Ik zie dat Françoise al een ruime voorsprong genomen heeft. Als ik achterom kijk is Richard niet meer te bekennen. We lopen opnieuw in de richting van de finish – ik zie de kerk op de hoogte liggen …en realiseer me dat de klim nog niet ten einde is. Een signaleur geeft onze positie mee. 21ste. Dat is op het ogenblik dat ik deze regels tik mijn enige houvast om mijn plaats te bepalen. Ik heb echter geen idee hoeveel lopers nog achter me komen. We zijn nu al meer dan een kilometer aan het klimmen. Na een laatste strook in wandeltempo – en dat geldt voor alle lotgenoten in mijn buurt – bereiken we de kerk op het hoogste punt van het parcours.
We zijn nu voorbij halfweg, er wacht nog een tweede lus. Aan de bevoorradingszone kan ik mijn bebloede vinger schoon vegen. In een van de nauwe afdalingen heeft een doorn mij met enkele schrammen bedacht. We kunnen hier zowaar even de benen ontspannen. Na een afdaling in het dorp op het asfalt zijn we klaar voor de laatste drie kilometer met evenveel bulten, niet meer zo lang als in de eerste lus maar nog altijd met percentages die flirten met de 10%. Magnée 1 Na een afdaling door een weide komen we uit in een laag gelegen natuurgebied. Bij de opwarming heb ik links de kerk van Ayeneux opgemerkt. Nu is er geen tijd om de natuur te bewonderen. De paden zijn smal, kronkelig en bezaaid met takken en andere hindernissen. Gelukkig heb ik vooraf bekend en weet ik wat we voor de voeten krijgen. Het tempo is er wel uit in dit labyrint. De man achter me wurmt zich voorbij. Hij is gekleed in een zwart shirt met de sponsornaam Colas. Zo te zien een wegenbouwbedrijf met als slogan “Les routes sur lesquelles vous courez”. Dat zijn alleszins niet deze paden waar hij zich wel met veel verve in beweegt. Een nieuwe klim in het bos brengt ons naar een asfaltweg in het dorp … die blijft klimmen. Ik ga de zwarte man weer voorbij. Op het steilste stuk zit ik haast met mijn neus tegen de grond en merk zelfs de grote leeuw niet op die hier in al zijn kitscherigheid op een muur staat te pronken. Dat het beest er staat weet ik van de opwarming. Een nieuwe afdaling op het asfalt loopt uit op een veldweg. Die is afgesloten met een hek. We moeten ons tussen een paal en een haag wringen om verder te kunnen. Met de parcourskennis die ik voor de wedstrijd op mijn interne harde schijf heb opgeslagen durf ik hier stevig door te gaan. De passage midden in een maïsveld heeft ook geen geheimen voor me. Overigens is er hier plaats genoeg en is het even vlak.
Op de weg wacht ons de laatste klim naar de finish: 600 meter met stukken tot 10%. Ik zie uit mijn ooghoeken dat er een witte belager op komst is. Zijn gehijg hoor ik duidelijk maar echt in mijn spoor geraakt hij niet. De Herve-man in het blauw is buiten bereik. Met een laatste versnelling op de weinige vlakke meters in het zicht van de finish kan ik mijn plaats veilig stellen (maar de hoeveelste plaats is dat?). Ons nummer wordt gescand met een smartphone. Als dat maar goed afloopt. (Twee dagen later wacht ik nog op het resultaat). De Herve-man ligt met krampen tegen een hek, de “wegenbouwer” in het zwart trekt ook een bedenkelijke grimas. Ik check mijn gemiddelde: 10,5 per uur. Dat is evenveel of even weinig als in de zware bosloop van Trois-Ponts die nochtans dubbel zo lang was. De parcoursbouwers hebben voor hun eersteling niet op een hoogtemetertje gekeken. Benieuwd of ze dit experiment volgend jaar zullen herhalen.
Fruit is er in overvloed in Magnée. Kleedkamers en douches zoek je hier tevergeefs. Dan maar snel naar huis. Ben ik nog op tijd voor de Ambiorix Run, als toeschouwer wel te verstaan. Ik neem een (half) glas appelbier – frisse smaak! – en praat nog even na met Françoise en Richard. Françoise vond zichzelf vandaag eindelijk weer op niveau. En dan moest ze zich nog sparen voor de Condruzien-wedstrijd morgen in Ombret! Ik pols even naar de vooruitzichten van Richard in de Challenge van de Provincie. “Nog één weekje op kop”, trekt Richard een pruillip, “un phénomène, ce Halders”. En zo eindigt de middag in Magnée. Tot de volgende …

Naar boven

zat 10/10/2015 16u * Havelange (Challenge condrusien) * 11,8 km * 00:54:50 * 12,9 * 70/255* 4/15 * ♥♥♥♥

Na een autorit van een uur en een kwartier kondigt de GPS-juffrouw “have lange” aan. Ze bedoelt de gemeente van 5000 inwoners in het noorden van de provincie Namen. Het is een van de verste bestemmingen in het Condruzien-circuit. Ik ben er voor het eerst sinds 2011. Verder zijn er de “usual suspects” en een groot aantal voor mij onbekende joggingliefhebbers. Havelange 1 Terug van weggeweest is ook Alain Waerts. 62 dagen,zo lang is hij weggeweest voor een tocht van 2600 kilometer naar Compostela. Naar het idee en in het gezelschap van zijn broer die net met pensioen is. Alain is er 8 kilo bij ingeschoten (zijn broer 15) ook al vond hij de onderneming voornamelijk een mentale beproeving. Vorige week in Ombret al meteen derde, minder kilo’s mee te torsen: als ik hem tijdens de wedstrijd niet opmerk in mijn buurt ga ik van de veronderstelling uit dat hij onmiddellijk het ruime sop heeft gekozen. Groot is dan ook mijn verbazing wanneer ik tijdens de après-course te horen krijg dat hij achter mij is geëindigd. We schuiven dus allemaal een plaatsje op in de rangschikking die ik in mijn hoofd heb. Wie “we” zijn? Even geduld, dat zal ik later van naaldje tot draadje uitleggen. Voor de meute wordt losgelaten aan de Hall Omnisport laat de starter drie groepjes vertrekken. Het zijn lopers die een wagentje voorttrekken, een soort “sulky” of “riksja”. Ze lossen elkaar af tijdens de loop. De “inzittende” is een gehandicapte die op die manier een tocht kan maken in het golvende landschap rond Havelange. De dragers maken de hele ronde van 11 km op vaak moeilijk beloopbare wegen vol. Chapeau!
Ik start vrij achteraan het peloton maar heb in de eerste 1200 meter op het asfalt al meteen de gelegenheid tragere collega’s in te halen. Daar hoort (tenminste op dit ogenblik van de loop) ook Michel Lannoy bij. Michel Lannoy zal niet echt bekend zijn bij de lezer maar jullie zullen zijn naam tijdens dit verslag nog tegenkomen. Overigens is hij voor mij ook niet echt een bekende want hij houdt zich eerder afzijdig van zijn categoriegenoten. Ik passeer ook Croce Falzone en Paul Delaitte die een duel uitvechten voor de vierde plaats in de Challenge V3 dat vandaag in het voordeel van Croce eindigt.
Op het einde van de licht dalende tweede kilometer (in 4’23”, meteen de snelste van de hele loop) ga ik voorbij Noël Heptia die in het gezelschap is van de lichtvoetige Lucien Collard, een turnleraar die nog niets van zijn jeugdige souplesse heeft verloren. Ik informeer bij Noël naar Kris Govaerts maar die heeft de Truienaar niet opgemerkt. Ik zal pas aan km 4 de visu kunnen vaststellen dat Kris achter mij loopt. Na 2,2 km draaien we een Ravel-fietspad op. Havelange 2 In de bocht ligt José Lemos Cruz te kronkelen van de pijn. Wat is hier gebeurd? Ik verneem het van het slachtoffer zelf na de wedstrijd. José die verscholen zat achter twee andere deelnemers is vol tegen een paaltje aangelopen. Maar even later als de pijn in zijn edele delen is verdoofd stormt de kleinste man van het peloton ons op het fietspad voorbij, voortgedreven door “la rage” (woede) omdat de lopers in zijn buurt hem niet voor het obstakel hebben gewaarschuwd. We hebben de wind in de rug en ondanks het licht stijgende profiel kan ik hier een mooi tempo aanhouden en maak weer enkele plaatsen goed. Na 800 meter verlaten we het comfortabele fietspad en krijgen we de moeilijkst beloopbare strook van het parcours voor de voeten. 700 meter door een bos. Om de modderige plekken te vermijden zoeken de meeste lopers hier een smalle strook op dicht bij de bomen waar kuilen en boomwortels dan weer voor gevaar zorgen. Alleen José kiest resoluut voor de weg rechtdoor. Even een open stuk maar aan km 4,3 verdwijnen we weer in het bos voor een dikke kilometer. Maar dit bospad ligt er droog bij en loopt bovendien in dalende lijn. Ik kan mijn tempo mooi vasthouden maar ik hoor snellere lieden naderen vanuit de achtergrond. Daar is Michel Lannoy, gegangmaakt door Richel Fabry, die mij met een krachtige tred voorbij stoomt.
Aan km 5,4 draaien we links op op een van de veldwegen die hier “tîdges” genoemd worden. Zo weet je meteen wat de naam van deze loop “Les Tîdges d’Havlondge” betekent. Rosario heeft hier 40 seconden voorsprong. Ik kijk ook even achterom om te zien waar Kris zich ophoudt. Die is een beetje dichterbij gekomen maar ik verwacht hem pas over een tweetal kilometer in mijn spoor. Deze “tîdge” lijkt eindeloos: 1,8 kilometer tegen de wind in. Ik verzwak nochtans niet en ben best tevreden met mijn tempo. Plots fel gehijg achter me. Kris Govaerts! Hij moet hier een tussenspurt hebben geplaatst om de 50 meter-kloof van daarnet zo snel te kunnen dichten. Ik volg zo goed en zo kwaad als kan maar voel al snel dat Kris niet te houden is. Ik heb enkele meters achterstand op de weg die door Miécret slingert. In het dorp hebben zich een aantal toeschouwers verzameld. Ze slaan ons zwijgend gade. Ze hebben geen idee van de Limburgse broederstrijd die zich hier voltrekt. Die strijd zal zijn beslag krijgen op de helling van 600 meter die voor ons ligt. Ik zit aan mijn limiet en moet Kris in de eerste meters definitief laten gaan. Intussen nader ik zelf op enkele lopers voor me. Een van hen, senior Jerome Close – die ik overigens voor het eerst tegenkom – heeft op zijn adem getrapt en moet even stappend verder. Maar zodra ik hem voorbijloop pikt hij bij me aan. Zijn tweede adem heeft hij zo te horen nog niet gevonden. Zijn gehijg, gekreun en gerochel zal me gedurende de volgende 4 kilometer begeleiden. Hij pept zichzelf voortdurend op om zijn “haas” te blijven volgen. Maar een oude haas is ook een taaie haas en ik ben niet zinnens om hem in een zetel naar de streep te brengen. Havelange 3 In de afdaling word ik voorbijgesneld door een duo. De tweede man is Didier Delbovier die in het voorbijgaan knipoogt. “Geen paniek. Ik breng Armand (Pirotte) niet terug”. Armand zal het morgen in de Hesbignon opnemen tegen… Noël en Kris. De landwegen over pas gemaaid gras golven op en neer. In een van de bochten kan ik mijn drie voorgangers in mijn categorie in één oogbeweging opvangen. Michel op kop, niet ver daarachter Kris die ook Rosario is voorbijgegaan. Zelf kan ik ook nog enkele posities opschuiven en passeer ook de tweede dame, Céline Collignon.
Na 10 kilometer bereiken we de eerste huizen van Havelange. We worden echter weer dadelijk rechts op het veld in gestuurd. Dit laatste stuk is nog flink heuevelachtig, weet ik van de verkenning. Nog een streepje Ravel-asfalt. Op deze vlakke strook zou Jerome wel eens naar een hogere versnelling kunnen overschakelen. Havelange 4 Maar dat gebeurt niet en in de korte afdaling naar de laatste klim waar fotografe Carine Heyne zich midden op de weg heeft geposteerd moet hij enkele meters laten. Gaat hij dan toch kraken? De 6-7 % pieken van de laatste klim naar het dorp doen nog even pijn maar mijn achtervolgers blijven waar ze zijn, achter mij. In de felle afdaling naar de sporthal kan ik mijn voorsprong behouden. Ik krijg nog een aanmoediging mee van Franca (mevrouw Croce Falzone) en na een korte aarzeling om de goede richting te kiezen overschrijd ik de tijdsopnamematten in de sporthal waar Gaetano Falzone en zijn collega’s voor een feilloze registratie zorgen. Enkele uren later staat de uitslag al in de Avenir en op de Condruzien-site. Daar kunnen ze in Magnée een puntje aan zuigen. We brengen nog een uurtje door in de ruime sporthal van Havelange. Daar verklapt Maja (zelf winnares bij de Aînées 2) het geheim van de uitmuntende conditie van Kris: vis, kip en blond bier…

(Foto’s 1 tot 3 van Carine Heyne. Foto 1 : Een van de riksja’s. Foto 2: Kris Govaerts heeft geen tijd voor grapjes zoals Rosario. Foto 3: De jonge Jerome Close bekkentrekkend in mijn spoor. Foto 4, eigen foto: Het podium bij de veteranen 3: van links naar rechts : Kris Govaerts, Michel Lannoy en Rosario Ilardo.)

zat 17/10/2015 15u * Nivezé (Challenge L’Avenir) * 9,7 km * 00:52:59 * 11,1 * 119/260* 5/20 * ♥♥♥

Op zoek naar een nieuwe loop kom ik in Nivezé uit. Dit plaatsje is op administratief vlak een speciaal geval: een deel hoort bij Spa, een ander bij Jalhay. De GPS geeft Jalhay aan, op de wedstrijdkalender is er sprake van Nivezé-Spa. Wat er ook van zij, op deze grijze zaterdagmiddag wordt hier een Jogging de la Kermesse gehouden. Ik die denk dat ik van het verst ben gekomen stoot (na de wedstrijd) op nog een Riemstenaar, Bert Ernest. Die zie je overal. Nu, hij denkt van mij hetzelfde. Voor de jogging is er veel volk, kermisgangers zijn er niet. De vier kermisattracties zitten nog onder het zeil. Grijs weer, dan zorgt Kamel Troudi voor de kleur met lange fluorescerende stretchkousen die bijna tot aan zijn strak broekje reiken. Ik verken de laatste kilometers. Een korte maar bruuske afdaling tussen de bomen vanuit het bos naar de rijweg oefen ik twee keer om hier tijdens de wedstrijd niet te sneuvelen in het zicht van de aankomst.
Nivezé 1 Even na drie worden we op gang geschoten. Van het dorpje zien we zo goed als niets want na enkele honderden meters worden we al een smal pad ingestuurd richting bos. De passage is zo smal dat het drukke verkeer meteen stropt. Nog een stukje op asfalt en we zijn meteen in het bos waar we ons de volgende 6,5 kilometer mogen uitleven.
Het bospad loopt langzaam omhoog. Een blik op mijn Garmin: 1300 meter. We gaan eraan beginnen. Aan een klim van 2,4 km. Dat weet ik van mijn voorbereiding thuis. En ik heb mezelf voorgenomen niet te snel van stapel te lopen. Ik zit ongeveer in het midden van de meute en hou een prettig tempo aan. Ik ga in de eerste kilometer wel een klad vrouwen voorbij maar hou me gedeisd tijdens de klim. Plots merk ik dat we hier in een idyllisch landschap lopen. Rechts van ons stort een riviertje zich naar beneden. De Hoëgne, neem ik aan. Een ansichtkaart is het, met zelfs enkele mini-watervalletjes. Ik probeer hier en daar wat van de schoonheid van dit stukje Ardeense natuur mee te krijgen maar mag de ondergrond waarop we lopen geen seconde uit het oog verliezen. Het is steil maar ook glad en gevaarlijk met uitstekende rotspunten. De derde kilometer heeft me wel 8 minuten gekost maar ik heb nog wat energie over voor wat komen gaat.
Maar wat gaat komen? Dat heb ik niet uit het parcours op Openrunner kunnen afleiden. Ik zal het snel weten. Een bochtige bosweg waar je van de ene plas naar de andere modderstrook moet laveren. Aanvankelijk tracht ik nog de plassen te vermijden maar als ik met mijn rechterschoen diep in de blubber terecht kom en even verder met mijn linkerschoen in een beekje, besluit ik gewoon rechtdoor te lopen, midden door de plassen. Ik zie een groepje voor mij uit draven maar die lopers voelen zich op deze wegen meer in hun sas en zo blijf ik alleen aanmodderen. Na een stuk afdaling krijgen we zowaar een asfaltweg onder de voeten. We kunnen even de benen strekken op De “Chemin du Banc du Général”. 600 meter afdaling tussen de weiden is ons gegund voor we weer het bos worden ingestuurd. Voor me zie ik een collega die me van achter bekeken door zijn haarsnit en stijl aan Jo Vrancken doet denken. Hij is alleen wat groter en zwaarder. En…niet zo snel want ik ga hem zelfs voorbij. We zijn voorbij halfweg. Nu komen we in het rijk van de boomwortels. Er wacht ons ook een nieuwe beklimming van 600 meter. Maar de pittige stijgingspercentages hinderen me minder dan de ondergrond, een mix van wortels, stenen en modder. Meer dan 6 minuten op de zevende kilometer. Maar ik ben hier meer bezig met recht blijven dan met een leuk ogend gemiddelde. Ik verlies twee plaatsen aan lopers die ik daarnet heb ingehaald. “Jo Vrancken” is een van hen. Voor me zie ik een dame die ook niet echt uit de voeten kan op dit parcours. De laatste strook in dit “onherbergzame” deel van het parcours is een spoor van ocharme 30 centimeter tussen het hoge gras.
Nivezé 2 Een scherpe bocht naar links even voor kilometer 7 en we draaien een lange rechte bosweg op die licht daalt en waar het zelfs aangenaam lopen is. Het is een “pré-ravel”. Voor mij hoeft er niet echt een asfalt- of betonpad te komen in de toekomst als dat al de bedoeling zou zijn. Ik kan eindelijk het tempo optrekken. De benen doen aanvankelijk nog wat pijn na de strapatsen in het bos maar gaandeweg kom ik beter in mijn ritme. De dame met paardenstaart heeft een kleine dertig meter voorsprong maar die maak ik snel goed. Het is mijn eerste kennismaking met Béatrice Kevelaer, vierde bij de Aînées 1. Ik nader ook op een groepje voor me. Anderhalve kilometer verder gaat ook de Jo Vrancken-lookalike voor de bijl. De man in het zwart Mike Lognard is te ver. In de achtste en negende kilometer haal ik respectievelijk 4’20” en 4’15”. Daarvoor moet ik wel recht door twee beekjes lopen. De twee houten bruggetjes langs de kant zijn er voor de wandelaars, ik heb te veel haast. We steken een rijweg over op een kleine kilometer van de finish. Marie-Paule staat hier met haar Canon Ixus in de aanslag. Ik wil vooral mijn eerste achtervolger Marc Lespire ver genoeg achter me houden om de duik van het bos naar de weg (zie eerste alinea) zonder druk te kunnen nemen. “Attention, ça glisse” maant een signaleur me aan. Vriendelijk van de meneer maar niet echt nodig want ik ben voorbereid. Nog een laatste bocht rond de “buvette” van het voetbalveld en ik loop binnen tussen de twee tijdopnemers, de ene met pen, de andere achter de laptop. Nauwelijks uit de overbevolkte kleedkamer kan ik het klassement al “ad valvas” raadplegen.
We wachten niet tot de kermis wordt ingezet en vertrekken snel weer naar het Limburgse laagland.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: Start. Foto 2: Op 1 kilometer van de finish achter senior Mike Lognard en voor veteraan 1 Marc Lespire.)

zon 25/10/2015 10.15u * Oreye (Challenge hesbignon) * 9,6 km * 00:43:15 * 13,4 * 84/287* 7/22 * ♥♥♥♥

Oreye is na Mielen de meest Limburgse van alle Hesbignon-manches. Vanuit Oerle – dat is het Nederlands voor de gemeente – zie je bij goed weer zelfs de basiliek van Tongeren liggen. En de Limburgers zijn ook dit jaar weer in dichte drommen naar de ex-“suikergemeente” afgezakt. Armand Pirotte weet dit ook en kiest voor de “Côtes du Dragon” in Saint-Georges om de concurrentie uit de weg te gaan. Hij mikt daar op het podium, meldt Marcel Baeckelandt. En hij zal het nog waarmaken ook. Tweede plaats bij de veteranen 3, een trapje hoger dan Michel Mancini. Het parcours houdt voor mij geen geheimen meer in… maar de “Boucle d’Oreye” is dit jaar door wegwerkzaamheden wel aangepast, verneem ik in laatste instantie. Dan laten we ons maar verrassen. Achteraf kan ik zeggen dat het nieuwe parcours best aangenaam is want gevarieerd qua ondergrond en niet te steil qua beklimmingen.
Als we goed en wel vertrokken zijn krijgen we meteen een beklimming van 1300 meter. Het hoogteverschil bedraagt slechts enkele procentjes maar de spieren zijn hier nog in de inloopfase en dus mag je hier al niet over je toeren gaan. Ik ben vrij achterin het pak van start gegaan en schuif tussen vele bekenden op naar voren. Bijvoorbeeld Ianthe (dat is de voornaam) die samen met haar mama de vijf kilometer loopt. Oreye 1 In mijn buurt zijn ook Stefan Meekers, Piro Calogero, Sarah Robinet en andere Marino Vandelli’s aan de “zondagse uitstap” begonnen. We zijn zo goed als boven aan de Chaussée Romaine (dat is de weg naar Tongeren waar fotograaf Eddy Defrère dit maal als signaalgever aan het werk is) maar worden even verder weer naar beneden gestuurd. Het is een strakke afdaling naar de vallei van de Jeker waar ik even van een 15 km-tempo mag proeven. We lopen het park van het kasteel van Otrange binnen. Niet ver voor me zie ik het echtpaar Maja Van Zand en Kris Govaerts over een veerooster springen. In het bos achter het kasteel word ik even opgehouden door een forse collega die voor mijn gevoel net even te traag loopt maar ik wacht tot we op het beton in het dorpje Otrange komen om hem voorbij te gaan. Ik ben wel wat genaderd op Maja maar Kris is intussen verder weg. Dat belooft voor mij niet veel goeds als ik hier een einde wil maken aan de reeks zeges die Kris in onze onderlinge duels heeft geboekt. Het beton wordt gevolgd door een grasstrook van zo’n 700 meter. Ik haal Maja hier bij en loop op luttele meters van categoriegenoot Albert Vandensavel. Een forse knik omhoog en een scherpe draai naar links. We zijn nu weer boven op het plateau waar de wind vrij spel heeft en in ons nadeel blaast.
Voor ik mijn eigen relaas verderzet, zoom ik even in op de voorste gelederen van het intussen uitgerekte peloton. Veteraan 1 Thierry Vanherck van Jeuk die ver voor mij rond de veertigste plaats evolueert heeft zijn tactiek in deze wedstrijd aangepast. Hij is in de vorige wedstrijden telkens rond de derde kilometer voorbijgesneld door het duo Henno-Zielinski. Vandaag wil hij het anders aanpakken. Niet meer te snel van start gaan maar in het spoor blijven van zijn dubbel mikpunt. Ook ditmaal is het boter aan de galg. Na ongeveer dezelfde afstand schakelt de Tongerse tandem enkele tandjes hoger en moet Thierry met lede ogen toezien hoe de twee in de verte verdwijnen. En dan is Luc Henno zelfs al veteraan 3. Zonder concurrentie voor de eerste plaats, dat spreekt vanzelf.
We zijn dus op de Rue du Geer die hier overgaat in de Langesteeg. De veredelde ruilverkavelingsweg brengt ons even op het grondgebied Lauw. Peter Salmon is nu bij me gekomen. Ik heb hem tijdens de opwarming opgemerkt en ben niet verbaasd dat we elkaar in de wedstrijd tegenkomen. In april zijn we lange tijd samen op pad geweest in Waremme. Ik ga weer voorbij Peter. Maar vraag me af of ik me niet beter zou verschuilen achter de rijzige gestalte van de veteraan 1. Ik wil echter tempo blijven maken in de wankele hoop aan te sluiten bij een groep zo’n veertig meter voor me. Daar lopen twee leden van Atletiek Club Alken. De ene is Kris Govaerts, welbekend bij de lezer en de andere Edouard Pelgrims. Zijn naam verneem ik achteraf, zijn leeftijdsklasse ook, veteraan 3. Ik herken ook Camille Motte, aînée 2. Oreye 2 We lopen weer Wallonië binnen als we in de straten van Otrange uitkomen. Ik ben al enkele kilometers onder de indruk van het tempo en de fighting spirit van Maja. Als ik even inhoud gaat ze me zo weer voorbij. Ik moet mezelf nochtans van de karwats blijven geven om Albert Vandensavel binnen bereik te houden. Kris Govaerts heeft het groepje met Camille Motte in de steek gelaten en zal nog een minuut uitlopen. Een bultje in Otrange doet even pijn. Plots zie ik een man in het zwart met een passende pet naast me opduiken. Een veteraan 3? Ik zal het pas weten in de kleedkamer. Het is Eddy Van Hoof, veteraan 2, uit Begijnendijk. Met mevrouw op weekendtrip in Wallonië, zullen we maar zeggen…
Even verder krijgen we weer een klimmetje te verwerken. Peter Salmon die de hele tijd voor me uit heeft gedraafd krijgt het hier moeilijk. Eddy blijft aanklampen. Maja heeft nog energie voor een grapje als ze fotograaf Louis Maréchal in de mot krijgt. De weg loopt langzaam weer omhoog. “Al weer een berg” zucht Maja als we de bocht naar de Rue Saint-Eloi nemen. We zijn nu opnieuw op het beginparcours maar dan in tegengestelde richting. Die nieuwe beklimming is er voor Maja te veel aan.
De strakke afdaling van daarstraks is nu een pittige klim geworden. Dit zou een mooie springplank kunnen zijn om de achterstand met Albert in één klap goed te maken. Mijn V3-concurrent harkt zich naar boven. Mijn stijl zal wel niet vloeiender zijn. Effectiever evenmin want ik blijf op een dikke 10 meter hangen. Ik ga de man voor me wel voorbij maar Albert is intussen ook een plaats opgeschoven. Na de doortocht door een bosschage boven krijgen we meer dan een kilometer afdaling. Ik ben op enkel meters genaderd van het groepje voor me waar ook Jean-Marc Thonon bij loopt. Die is ook een stuk sterker geworden… of ik zwakker. Oreye 3 Tweehonderd meter voor de bocht naar de laatste rechte lijn. Eindelijk ben ik erbij… maar Albert heeft me zien (of horen) aansluiten en plaatst even verder een demarrage waar ik geen antwoord meer op heb. Door de temposnokken in de laatste dalende kilometer heb ik geen overschot meer in de klim naar de finish. Albert is buiten bereik. Hij houdt drie seconden over. Ik wil in elk geval de man met de zwarte pet achter me houden. Tot drie keer toe trek ik mezelf op gang. Ik red het met twee seconden. En zo worden voor mij de laatste 400 meter nog de zwaarste van de loop.
Mijn plaats staat vast, dat is zeker. Want na de problemen met de chip in de vorige Hesbignon-wedstrijden heb ik een nieuw nummer dat wel betrouwbaar is. Claudy Dechanet staat voor de caravan met de registratie-apparatuur en meldt me bij het overschrijden van de matten dat de chip “gepakt” heeft. Dat noem ik klantenservice.
Ik moet vrede nemen met plaats 7 in mijn leeftijdsklasse. En die positie is nog gevleid door het afhaken van Juul Kempeneers en Raphael Van Den Broeck die respectievelijk door ziekte en blessure niet op volle kracht kunnen acteren. Noël Heptia kan met een geblokkeerde rug door een ongelukkige beweging kort voor het vertrek zelfs niet starten. De tijd tot de prijsuitreiking die ik letterlijk en figuurlijk van verre gade sla, breng ik door in het gezelschap van onder meer Jean-Pierre Immerix die mijmert over lang vervlogen tijden toen de knieën nog intact en de 10 km-tijden nog scherp waren. Jean-Marie Haekens is dan al naar huis vertrokken, “om te gaan werken voor het pensioen van Willy” zoals hij het tegen Marie-Paule uitdrukt. Dank je, Jean-Marie.

(Foto’s Louis Maréchal. Foto 1: Thierry Vanherck – op de tweede rij in blauw tenue – nog in de buurt van Luc Henno en Michel Zielinski. Foto 2: Met Maja poseren voor de fotograaf. Eddy Van Hoof volgt ons voorbeeld. Foto 3: Jean-Pierre Immerix zonder pijn maar niet zonder moeite onderweg.)

Naar boven

zon 08/11/2015 11u * Embourg (Challenge Cours la Province!) * 10,1 km * 00:56:20 * 10,8 * 58/227* 2/9 * ♥♥♥

Ik kies dit weekend niet voor het vertrouwde parcours van Braives maar voor een nieuwe uitdaging en organisatie in Embourg. Voor het eerst in maanden start ik nog eens in de challenge van Pierre Olivier, Cours la Province!. (Hier staat geen punt te veel. Het uitroepteken hoort bij de naam!) Ik bekijk vooraf het parcours op Openrunner. Het is meteen duidelijk dat het een klimkoers zal worden. Hoe de boswegen eruit zien valt af te wachten. Maar ik heb er geen goed oog in en besluit mijn tactiek (doorlopen vanaf het begin of het rustig aan doen) aan te passen aan de omstandigheden. DH-Corrida de Liège Net op het ogenblik dat ik bedenk dat ik hier wel eens de enige Limburger kan zijn, bots ik op Jo Vrancken die in gesprek is met de journalist van La Meuse. Deze week verscheen overigens een stuk in de Luikse pers over de winnaar van de Challenge van de provincie Luik… en dat is niemand anders dan Jo Vrancken. “De overwinning van de regelmaat” vat de krant de prestatie van de Neremnaar samen. Jo is er zonder zijn trouwe acoliet Stijn Vanderbeuken die voor het eerst van een veldloop wil proeven op de Motten in Tongeren. Ook aanwezig is zijn grootste fan, vader Guido. Ik zal Guido niet zien langs het parcours. Niet verwonderlijk, in de eerste kilometers zal mijn blik eerder gericht zijn op de grond dan op de toeschouwers langs de weg of het natuurschoon in de omgeving.
We moeten eerst een kwartiertje ter plaatse trappelen eer we de benen mogen losgooien voor een dalende eerste kilometer op asfalt. Echt snel zal die niet worden door filevorming. De “Avenue du bout du monde” (van het einde van de wereld) leidt ons naar het bos. Het einde van de wereld is het niet, wel het einde van mijn eventuele aspiraties om een toonbaar gemiddelde te halen in deze loop. Het pad dat meestal stevig naar beneden loopt is smal en vooral verraderlijk door de gladde stenen en rotsen die vaak onder de herfstbladeren verscholen liggen. “Safety first”, geen risico’s. Deze tweede kilometer kost me 6 minuten. Ik slaak een figuurlijke zucht van opluchting als we op een breder, vrij goed beloopbaar bospad uitkomen waar ik enkele plaatsen kan terugwinnen die ik in de afdaling ben kwijtgespeeld. Rechts van ons en een verdieping lager raast het verkeer van de E25 Luik-Luxemburg voorbij. In de vierde kilometer volgt er een irritant smalle en schuin liggende strook naast een kloof van enkele meters diep. Ik verlies opnieuw tempo. We lopen door een viaduct onder de E25 en zien nu rechts van ons de Ourthe stromen. Die is hier maar enkele kilometers meer verwijderd van haar rendez-vous met de Maas. Dit is meteen het mooiste stuk van het parcours. Alleen haalt een lange helling nu de snelheid uit mijn looppas. Echt voluit gaan wil ik sowieso niet want het moeilijkste moet nog komen, dat weet ik uit het roadbook.
Een signaalgever voor me wijst naar links. Even een blik naar mijn Garmin: 5,5 kilometer. We zijn zover: een beklimming van 2,5 kilometer met ijzingwekkende stijgingspercentages. Dit is een muur met een hellingsgraad tussen de 15 en de 20%. Verpletterend, zelfs naar Luikse normen. Na enkele passen erken ik mijn meerdere in de steile helling. Een drietal moedigen gaat me nog wel voorbij maar de meeste collega’s gaan ook stapvoets naar boven. Het weggetje is geasfalteerd en wordt dus in het dagelijkse leven ook gebruikt. Een kwelling voor wie naar boven wil, een foltering voor wie naar beneden moet. Als we deze Rue Hachelette achter de rug hebben biedt de Rue d’Embourg even soelaas met gemiddeldes rond de 5%. Dan duiken we weer een viaduct in onder de E25. Het is een lugubere plek meer geschikt voor druggebruik en ander onguur amusement dan voor buitensport. In het midden is het pikkedonker. Ik schuifel vooruit en tast met mijn schoenen naar de ongelijke betonnaden die ik hier vermoed. Ik ben blij dat ik weer in open lucht ben maar de vreugde is van korte duur. Want de klim gaat onverminderd verder. Nu een beetje minder steil dan in de eerste honderden meters maar wel op een omgewoelde ondergrond. Het resultaat is hetzelfde: stappend naar boven. We naderen kilometer 7. Ik heb 12 minuten nodig gehad voor de klim tussen km 5,5 en km 7. Dat is een gemiddelde van 7,3. Intussen heb ik de eerste bekende, veteraan 3 Christian Vandevenne, in het vizier gekregen. In zijn gezelschap probeert een andere loper de percentages rond de 10% te overwinnen. Die glijdt plots uit in een scherpe bocht naar links maar kruipt onmiddellijk weer recht. Ik maak me klaar om Christian voorbij te gaan. Ik zet me af met mijn rechtervoet om het tempo op te krikken. Een fractie van een seconde later lig ik op het bladertapijt. Ik heb mijn steunvoet blijkbaar afgeduwd op een gladde kassei onder de bladeren. En pardoes val ik voorover op mijn neus. Ik krabbel recht en check de averij aan mijn reukorgaan. Dat heeft een tik gekregen maar is niet gebroken. (Stel je voor dat ik verder door het leven moet met een scheve neus zoals M., een van de trouwste lezers van “Groet um”!) Ik vraag aan de bezorgde jonge man langs me of ik niet bloed. “Vous ne saignez pas, Monsieur” (U bloedt niet, Mijnheer). Hier zijn de jongeren nog goed opgevoed. Ik trek me opnieuw in gang en na enkele meters begin ik zonder schijnbare inspanning andere lopers in te halen. Het lijkt wel alsof de kus met de Waalse grond me nieuwe krachten heeft gegeven. Ik ga voorbij Christian en een andere in het zwart gehulde collega die al kilometers voor me uit loopt. De uitlopers van de lange helling verteer ik plots met gemak. Ik ben wel op mijn hoede voor de netten die hier over de rotsige bodem zijn gespannen en als het ware gecamoufleerd worden door het bladerdek.
Na 8 kilometer verlaten we het bos en komen op de Rue des Sept Collines. Voor ons ligt een streep asfalt van een halve kilometer, eerst steil naar beneden, daarna weer bruusk omhoog. Ik probeer de her en der verspreide bladeren op de grond te vermijden. Elk nat blad kan hier wel eens het effect hebben van een bananenschil. Voor me heb ik nu duidelijk de oranje pet van Bernard Marot herkend. Hij loopt enkele meters voor een ander duo. Ik wil en kan naar Bernard toe maar de afdaling is zo steil dat ik eerder moet remmen dan gas geven. In de beklimming kom ik snel bij het groepje van Bernard. Mijn leeftijdsgenoot haal ik bij vlak voor een bocht naar rechts waar ons alleen nog een afdaling wacht. Embourg 1Ik voel me hier nog vrij fris en wil er in de resterende anderhalve kilometer de pees opleggen … als het parcours het toelaat. Ik denk er even aan om te informeren bij de lange man achter me maar besluit mijn adem te sparen en op goed geluk door te gaan. Senior Michaël Bastin, de lange “rode” man, heeft nu duidelijk mijn spoor gekozen… en maakt het competitiebeest in mij wakker. Ik schroef het tempo al meteen op om even zijn weerstand te testen. Maar hij geeft geen krimp. Kilometer 9: we draaien links op naar de Voie de l’Ardenne. Dat is een rijweg. Voor de lopers is een smalle strook afgezet achter een lint. Op de stoep of tussen de stoep en de weg. Een half metertje, een metertje. Ik ben blij dat ik hier voorop loop en de ideale lijn zelf kan bepalen. Stoep op, stoep af, een modderplek, opgehoopte bladeren, hier en daar de uitstekende pootjes van nadarhekken. Geconcentreerd… en rechtop blijven, zegt het kopje, terwijl de benen een tempo halen waar het kopje op training alleen maar van kan dromen. De derde in de race – Jo Vrancken – vertelt me achteraf dat hij hier heeft ingehouden uit schrik voor een valpartij. Na een tweehonderd meter langs de N30 hoor ik het geluid van de loopschoenen achter me verminderen. Mijn lange opponent moet loslaten. Nog enkele hectometers. Ik moet hier ergens links in. “Heb je de tank gezien?” vraagt Marie-Paule me na de wedstrijd. Neen, die heb ik niet gezien, want ik wil zeker de afslag naar de finish niet missen. In de laatste rechte lijn “Au Chession” kan ik mijn voorsprong probleemloos vasthouden. Alleen langzame rijdende auto’s voor me (een werkpunt voor de organisatie) hinderen nog even voor ik aan de registratiewagen van O’Top-services onder de aankomstboog loop. En zo beëindig ik deze loop niet alleen heelhuids maar ook met een prettig gevoel. De Garmin vertelt me dat ik de 1500 meter voor de finish met een gemiddelde van net geen 16 heb afgelegd. Meer moet dat niet zijn.
We zijn snel weer op de autoweg die ons terug naar de heimat brengt. Onderweg voel ik mijn vermoeide… armen. De plotse inspanning in de bovenarmen om mijn val te breken speelt me bij het tikken van deze regels nog altijd parten.

(Foto 1 : Persbericht over de winnaar van de Challenge van de Provincie Luik. Foto 2 van Marie-Paule: Met Christian Vandevenne)

woe 11/11/2015 11u15 u * Ougrée (Challenge de la Province de Liège) * 10,8 km * 00:51:52 * 12,5 * 100/402 * 12/30 * ♥♥

Ik loop mijn tweede wedstrijd in vier dagen, allemaal “de schuld” van Michel Mancini. De sympathieke Sérésien heeft niet minder dan 588 joggingamateurs weten te verzamelen voor de tweede loop in en boven Ougrée. Ontbreekt Jean-Pierre Immerix die de raad van een wijze man heeft opgevolgd en niet is gestart om zijn knieën niet nodeloos te belasten in de lange en soms steile afdaling. Ontbreekt ook Jo Vrancken die op zijn lauweren rust in Nerem.
Ougrée 1 Een stevig trainingsloopje, dat mag vandaag de enige bedoeling zijn. Misschien in de buurt blijven van Maja Van Zand, twijfel ik nog. De benen zijn alleszins nog niet hersteld van zondag. De verzuring in de bovenarmen – de schokdempers van mijn val in Embourg – ebt stilaan weg.
Ik begin voorzichtig aan de steile klim uit de Maasvallei. Onderweg groet ik Noël Heptia die vandaag als signaalgever actief is voor de organiserende club. Hij is onder de indruk van de eerste veteraan 3, Servais Halders, die hier in de voorste gelederen van het peloton is voorbijgekomen. Op het vals plat naar het Fort van Boncelles, boven op het plateau, drijf ik het tempo langzaam op. Maar de benen zijn Embourg nog niet vergeten en sputteren tegen. Is Maja voor af achter me? In de vierde kilometer kan ik haar dan toch lokaliseren. Ik begin de achtervolging met 25 seconden achterstand. Een kilometer verder heb ik daar nog niets van afgeknabbeld. Dit wordt nog een harde dobber. Ik zal in de lange afdaling op het beton in het bos, een Ravel-fietspad, door de verzuring moeten heen lopen om nog aansluiting te krijgen. “Is dit een training?”, vraag ik me af. 12’50” over vier kilometer. Dat is voor mij een spurt, zelfs in een afdaling.
Ik ben net op tijd bij het groepje met Maja voor de foto van Carine Heyne. In het gezelschap lopen nog drie dames en Bernard Marot. En zo duikt Bernard voor de tweede keer in enkele dagen in mijn verslag op. In de negende kilometer zit er nog een stevige bult in het parcours. Veel meer dan overleven zit er voor Maja, Bernard en mij niet meer in. Uit de achtergrond gaan ons enkele collega’s weer voorbij. We beginnen nu aan de steile weg terug naar het voetbalveld van Ougrée. Bernard heeft er nog zin en neemt een tiental meter voorsprong. Voor mij is het welletjes geweest. Ik spaar mijn benen voor de volgende uitdagingen. En ik spaar mijn inkt voor de volgende verslagen…

Ougrée 2

(Foto 1 van Carine Heyne: In het groepje met Maja Van Zand en Bernard Marot, rechts. Foto 2: Eigen foto: Het podium van de veteranen 3: Links Richard Mathot, in het midden Servais Halders, ook de nummers 1 en 2 van het algemene klassement, rechts Vito Fallica, met zijn beste prestatie van het seizoen.)

zon 15/11/2015 10u * Grivegnée (Challenge Cours la Province!) * 7,6 km * 00:40:27 * 11,3 * 45/337* 1/8 * ♥♥♥♥

“En, goed gelopen?” vraagt een dame aan Jo Vrancken. “Eerste” is het droge antwoord. Dus ja mevrouw, Jo heeft goed gelopen. Zijn maatje Stijn trouwens ook. Hij mag er dan wel wat bleekjes bijzitten na de wedstrijd, zijn plaats heeft wel kleur. Dertiende ondanks een opspelende maag en een valpartij. De Truiense delegatie bij ons aan tafel heeft ook reden tot juichen. Gilbert Permentier, die zich net heeft laten ontvallen dat hij blijkbaar nog niet oud genoeg is om in de prijzen te lopen, stelt tot zijn grote blijdschap vast dat hij als tweede is geëindigd bij de veteranen 1. Nooit wanhopen, Gilbert. Grivegnée 1 We zitten in het ruime “Centre des Loisirs” van de TEC in Grivegnée, in de oostelijke agglomeratie van Luik. Dat is het vrijetijdscentrum van het Bedrijf voor stads-en streekvervoer in Wallonië. Hoe we daar terechtkomen? Wel, dank zij Patrick Philippe, werknemer van het bedrijf, en coach en drijvende kracht van de bedrijvige joggingclub Jog’in Attitude. Zoek je hem in een wedstrijd, kijk dan uit naar een krullenbol in een oranje shirt. Als je hem niet opmerkt in de eerste vijf van het peloton loopt hij waarschijnlijk niet mee. Zoals vandaag.
Na een minuut stilte als eerbetoon voor de slachtoffers van de aanslagen in Parijs worden de meer dan 300 deelnemers op pad gestuurd voor een van de kortste lopen van het seizoen. Ik ben gemotiveerd voor mijn derde wedstrijd in acht dagen. Wie weet, misschien heeft de versnelling in de achtervolging op Maja in de 11 km van Ougrée wel een gunstig effect op mijn benen.
We hebben al een eerste helling op het asfalt achter de rug als we na 1200 meter het bos van de Chartreuse induiken. Ik ben daar voorbij het trio Paul Rihon, Roger Van Langeveld en Eric Martin gegaan. De drie lijken niet echt gehaast. De passage in het bos – zo’n 5 kilometer – staat officieel te boek als een trail. Dat betekent in dit geval smalle en kronkelende paadjes, met stekelige hellinkjes en enkele trappenpartijen. Het is ook uitkijken voor modder en overhangende takken. Maar extreem wordt het nergens. Met andere woorden, ik heb dit seizoen al veel erger meegemaakt. Snelheid moet hier wel niet gezocht worden, te meer omdat je meer dan eens vast zit achter lopers voor je. Ik probeer zo goed en kwaad mogelijk in het spoor te blijven van Pasquale Ruberto. Na 2,5 km krijgen we een breder bospad voor de voeten dat naar een speelplein leidt. In de bocht rond het park ga ik voorbij Pasquale. Die krijgt als lid van de organiserende club bij de bevoorrading een persoonlijke bediening en verspeelt daarmee nog enkele meters. De weg loopt nu een kilometer in dalende lijn. Het geasfalteerde pad zigzagt naar beneden. Bij elke bocht moet je bijna vanuit stilstand weer optrekken. Pasquale vertelt me na de wedstrijd dat het asfalt pas van vorig jaar dateert. Mij komt het in elk geval goed uit. Ik lust er wel pap van. Het is droog en ik geniet van de duik die ik eens niet met dichtgeknepen billen moet nemen. Mijn enthousiasme bekoelt wel snel als we beneden onmiddellijk steil omhoog moeten. De trappenpassage gaat me wel goed af. Mijn trainingstrap in het Cannerbos is zwaarder. Roger en Eric zijn intussen bij me gekomen en lopen een tiental meter voor me.
Aan km 4,5 haal ik twee dames in. Volgens een te optimistische toeschouwer de derde en vierde dame in de wedstrijd. We worden gewaarschuwd voor een smalle passage. Maatje “xxs”. Ik hoor een loper achter me uitglijden in de modder. Het slachtoffer is Paul Rihon maar dat weet ik pas na de finish. Terwijl hij zijn beslijkte armen en bebloede hand monstert zegt hij lachend “ce sont les risques du métier” (dat zijn de risico’s van het vak). Gevallen in zijn laatste challenge-wedstrijd als veteraan 2. Voor wat mij betreft, volgend jaar een nieuwe tegenstander en weer een plaatsje achteruit in het klassement. We krijgen nog een pittige helling van 700 meter te verwerken voor we het bos verlaten. Tussen haakjes, ik moet nauwelijks inhouden voor de laaghangende takken. Hier heb ik een voordeel ten opzichte van Mario Smolders en andere hoog opgeschoten collega’s. Straks aan Marie-Paule vertellen dat we door het Fort de la Chartreuse zijn gelopen. Misschien een suggestie voor een uitstap. Zij zelf is achteraf wat ontgoocheld omdat het cimetière de Robermont – wel eens het Belgische “Père-Lachaise genoemd – gesloten was. Ik heb het trailparcours in het bos goed verteerd. Door het draaien en keren ben ik nergens in de verleiding gekomen om te hoog in het toerental te gaan en heb ik nog wat reserves voor de laatste 2 km in de bewoonde wereld.Grivegnée 2 Ik steek een tandje bij. Eén man voorbij, nu op weg naar Roger Van Langeveld en Eric Martin. Zij lijken er een trainingsloopje van te maken. Ik kan moeilijk achter hen blijven lanterfanten en geef gas op de afdaling van de Avenue Joseph Merlot. Opletten voor de scherpe bocht naar rechts. Het pad langs de muur van de immense begraafplaats van Robermont gaat in stijgende lijn. Is dat Christian Vandevenne niet daar op een zeventigtal meter voor me? Ja, ik herken zijn zwoegende stijl. Die is eigen aan lopers van boven de zestig die zich nog aan competitiewedstrijden menen te moeten wagen. Ik zal er nog flink de pees moeten opleggen om hem in te halen. Eric volgt. Roger heeft Marchin van gisteren nog in de benen zitten en laat los. Ik win snel terrein in op Christian. We nemen een scherpe bocht naar rechts voor de laatste rechte lijn naar de finish. Op het verhakkelde asfalt kom ik in het spoor van Christian Vandevenne en Françoise Piscart. Ik kan nog een lichte versnelling plaatsen, als mijn schaduw gevolgd door Eric Martin. In die positie komen we over de finishlijn, al vermoed ik dat gentleman Eric mij heeft laten voorgaan uit diep respect voor mijn hogere leeftijd. Ziezo, dat was een aangenaam parcours, ik behaal een mooie uitslag en eindig met een goed gevoel. Dat kunnen ze me niet meer afpakken.

(Foto’s Marie-Paule. Foto 1: De Luikse politie legt het verkeer lam voor Jo Vrancken. Foto 2: Podium van de grijsaards met Christian Vandevenne links en Pasquale Ruberto rechts van me op de foto. Met de micro in de achtergrond Patrick Philippe.)

Naar boven

24-11-2015 Broeihaard

Een weekend zonder wedstrijd. Dus geen al of niet waarheidsgetrouw en/of bijgekleurd verslag van een loop ergens te velde. Ik maak van de nieuwsluwte gebruik om even terug te komen op enkele opvallende sportieve gebeurtenissen van de laatste maanden. Ronny Hertogen In de officiële pers zult u het niet lezen maar ik durf zeggen dat ook Vlijtingen een broeihaard is… van langeafstandslopers. In september en oktober hebben drie atleten afkomstig uit deze deelgemeente van Riemst een sterke sportieve prestatie neergezet. Ronny Hertogen, zoon van Willy die geregeld opduikt in mijn verslagen van wedstrijden in de Challenge van de Provincie Luik, heeft in Winschoten (provincie Groningen) niet minder dan 100 kilometer afgelegd in 8u25′. Dat is een gemiddelde van bijna 12 per uur. Waarom doe je zoiets Ronny? Francis Loyens Een duidelijk antwoord heb ik van de naar Mal uitgeweken loper niet gekregen. De uitdaging of zoals Jef van de Weerdt (voorlopig meer dan 60 marathons) het verwoordt: “De oerdrift om te overleven…”?
Francis Loyens – residerend in Valmeer – bracht de Marathon van Amsterdam tot een goed einde in 3u27′. Hij heeft nog een jaar om zijn volgende doelstelling te bereiken: een volledige triatlon voor zijn vijftigste verjaardag. Dat houden we in het oog.
Wim Meyers Wim Meyers, de jongste van het drietal, legde de Marathon van Berlijn af in 3″19′ en belooft nog beter te doen in de toekomst. Blijven volgen, die jongen! Wim woont nog in Vlijtingen. Wie hem daar wil zien trainen zal vroeg moeten opstaan of laat moeten opblijven want hij schrikt niet terug voor nachtelijke trainingen. En dat is geen kwestie van oerdrift maar gewoon van drukke professionele bezigheden overdag.

(Archieffoto’s van Marc Roosen. Foto 1: Ronny Hertogen. Foto 2: Francis Loyens. Foto 3: Wim Meyers.)

29-11-2015 Toekomst en verleden

Symposium PXL

De beloftevolle jongeren Maarten en Dieter Kersten, Lotte Scheldeman en marathoncoryfee Karel Lismont – toekomst en groots verleden van het Belgische hardlopen – zitten op de sofa bij de PXL Hogeschool in Hasselt. Zij waren de special guests op het mini-symposium “Voeding en (hard)lopen: tips and tricks”. Dat werd op 26 november georganiseerd door de lopersgroep van de PXL. De jongeren deden hun toekomstplannen uit de doeken, Karel blikte terug op zijn briljante en langdurige carrière. Benny Claes leidde het gesprek met verve. De presentaties van de avond vindt u hier.
Op de foto ziet u Maarten links en Dieter rechts. Kent u de andere personen niet dan bent u waarschijnlijk per ongeluk op deze site terecht gekomen.
(Eigen foto)

zon 06/12/2015 14u * De bestorming van Alden Biesen * 15,7 km * 01:17:07 * 12,2 * 51/138 * === * ♥♥♥

“Heb je je geamuseerd?” vraagt organisator Jürgen Ritzen me in de Tiendenschuur waar ik met enkele vrienden nakaart over de nieuwe loopwedstrijd, “De bestorming van Alden Biesen”. Ik twijfel even. De initiatiefnemer van dit nieuwe running-event verwacht en verdient ook een volmondig “ja”. Maar het lijden hangt nog te vers in mijn lijf en geest en het eerlijke antwoord kan alleen “neen” zijn. Neen, ik heb hier niet echt (en echt niet) genoten. In het parcours van 16 km zitten zes hellingen van verschillend kaliber verwerkt. Het decor is prestigieus, het landschap grandioos. Of dat tot grootse prestaties kan inspireren? De toeschouwers die hun idool hier tot zes keer kunnen bewonderen zullen ongetwijfeld wel een gezellige namiddag doorbrengen.
Ik had het kunnen weten na de verkenning van vorige zondag. Maar je hoopt altijd op een begenadigde dag en een plotse conditiepiek in de euforie van de wedstrijd. Mijn opwarming voorspelt ook al niet veel goeds. Om mijn benen toch onder spanning te brengen hou ik me niet in op de dalende stroken van de eerste anderhalve kilometer. Ik sluit aan bij Guy Wauters en Jean-Pierre Wijnen maar in de eerste meters van de korte maar steile Keiberg word ik al onmiddellijk op mijn plaats gezet door deze twee sterkhouders van de Bilzerse Joggingclub. Ik dring niet aan. Ik wissel enkele woorden met Pieter Dullers. Ik ben verbaasd dat hij van achter me doorschuift. “Voorbereiding op de marathon, geen gekke dingen” is de verklaring. Dat belet niet dat hij zes minuten uitloopt. We passeren voor het eerst aan het Apostelhuis op het hoogste punt van het parcours. Ik herken Marie-Paule en even verder fotograaf Ronald Hacken. Weer mooie foto’s in het verschiet, te meer omdat ik Ronald uitdrukkelijk groet zodat hij weet dat ik er bij ben en me bij de volgende passage op mijn voordeligst in beeld kan nemen. Mijn ijdelheid evolueert omgekeerd evenredig met mijn conditie. De afdaling van de Eikendreef laat me nog even in de waan dat de benen soepel draaien. Ik geniet nog even van de skyline van Kleine-Spouwen (wie weet, misschien als enige van het driehonderdkoppige peloton) voor we rechts een rafelige betonweg opdraaien. Het tempo stokt meteen op het vals plat richting Baanhofstraat. Daar gaat Jean-Pierre Massot me met grote schreden voorbij. Voor de start heb ik nog met hem gegrapt dat we elkaar nog zouden tegenkomen. De vraag was wie de rug van de ander zou zien. Na 3 km ligt de volgorde vast. Ik zal Jean-Pierre de hele wedstrijd voor me uit zien draven. Het verschil blijft aanvankelijk beperkt maar loopt op het einde op tot 1’20”. Op de lange, rechte ruilverkavelingsweg snelt een vriendelijke jongeman me voorbij die ik later met grote snelheid in tegenovergestelde richting over de kasseien van de Maastrichterallee zal zien denderen. De lichte wedstrijdschoentjes die hij draagt zijn dus geen blits fantasietje. Ter rechterzijde wordt mijn aandacht getrokken door een seingeefster die zich met een warme sjaal tegen de wind heeft gewapend en zich zo te zien niet moet druk maken over aankomend verkeer uit Martenslinde. Alden Biesen 1De lange klim van de Notendreef komt eraan. De zijdelingse wind zorgt voor nog meer tegenkanting. Ik houd hier een gemiddelde van 11 per uur aan. Verscheidene groepjes gaan me voorbij. In één daarvan schuift Stefan Jans mee. De Eigenbilzenaar groet me met “meester”. Ik nader wel even op een jong manneke maar die schiet plots als een raket(je) vooruit en laat me alleen verder zwoegen. Boven word ik opgepept door Marc Maurissen die deze keer langs en niet op het parcours actief is. De lezer die Marc niet kent, leze alvast dit artikel. Er volgt nu een vlakke strook onverhard langs de buitenmuur van het Alden Biesen-domein. De wind van de laatste dagen heeft de modderstroken opgedroogd en… parcoursbouwer Johan Withofs heeft nog enkele verraderlijke passages over veeroosters vakkundig beveiligd. Ik loop de volgende kilometer in het gezelschap van een jonge man. Rechts voor ons komt een opgewonden paard met een vloeiende glijbeweging nog net voor de omheining van de wei tot stilstand. En we zijn beiden onder de indruk van een jong veulen (dame) dat (die) ons met hoge snelheid voorbijgaat. Een deelneemster aan de 10 km? Dat moet wel want ik finish in de buurt van de eerste dame van de 10 mijl. In dit gezamenlijke gezelschap van 10 en 16 km-lopers weet je niet voor welke wedstrijd iemand onderweg is. Ik heb wel al opgemerkt dat alle nummers dezelfde kleur hebben. Dat maakt het gevaarlijk om het tempo van een sneller groepje te volgen. Niet dat ik die bedoeling zou hebben. Daarvoor mis ik de kracht. Bij het binnenlopen van het kasteel hoor ik nog fans die ik zonder bril niet dadelijk herken aan de overkant van de weg… en die even later ook een genaamde Ludo aanvuren. Ludo Ramakers of een andere Ludo? In de klim op de Maastrichterallee dribbelt Paul Hendrix me voorbij, de aanmoedigingen van Paula (mevrouw Hertogen) ten spijt. Onder de boog van de toegangspoort tot het kasteel kruis ik Tom Partoens (vijfde van de race) die hier na bijna 10 km een voorsprong heeft van 2 km. Met die snelheid word je vijfde. Ik krijg nog een figuurlijk steuntje in de rug mee van de organisator himself voor ik weer even de benen kan ontspannen op de afdaling van de Keiberg. Meer zit er trouwens niet in. We krijgen nog een bult te verwerken die zelfs niet in het lijstje van de zes beklimmingen is opgenomen. Dan naar rechts op onverharde maar goed beloopbare paden naar de aankomstboog. De vierde klim begint al op het gras en loopt op het asfalt van de Bosselaar verder. Ik meen iets blauws te hebben opgemerkt. Als ik achterom kijk, zie ik Ludo Ramakers van de Mergellopers uit Riemst zich naar boven hijsen. We hebben vorige week hier nog samen verkend. Toen kon ik nog een versnelling plaatsen. Nu is het alleen nog overleven in de laatste 6 kilometer.
We lopen nu weer naar beneden door het kasteeldomein. Ik mijd de harde kasseien en drijf op het zandpad rechts de snelheid weer even op. Nog enkele honderden meters kan ik mijn positie handhaven. Tot we de Reekweg worden opgestuurd. Er is voldoende ruimte vrijgemaakt voor de lopers (in de Haspengouwchallenge wil dat wel eens anders zijn) en daarvan profiteren enkele achtervolgers om mij voorbij te gaan. Bij hen ook Ann Houbaer, naar later blijkt de eerste dame. Ik wacht op Ludo maar die komt niet. Op het onverharde pad van de vijfde kilometer maar nu in omgekeerde richting is het zoeken naar het beste spoor op het vals plat. Ik sterf een langzame dood. Ludo volgt in mijn spoor maar kan of wil maar niet voorbij. Alden Biesen 2Bertho Cleuren schreeuwt ons naar boven. Ik snak naar adem. Mijn maag speelt op, het teken dat ik aan mijn limiet zit. Als u Ludo ooit zou tegenkomen in Kanne, Tilburg of Deerlijk en hij vertelt u dat hij nog fris zat op de top van de Notendreef, geloof hem niet. Ik heb zijn gehijg gehoord, dat was angstaanjagend. We krijgen nu de afdaling van de Notendreef om te recupereren… of de snelheid weer op te drijven. Dat doen de drie lopers voor me. De signaalgever links zwengelt de muziek nog eens aan om er de schwung in te houden. De eerste loper van het groepje heeft een beetje te veel schwung en glijdt uit in de bocht naar de Baanhofstraat. Als hij de modder van zijn witte shirt heeft geveegd, gaat hij ons alweer voorbij. Ik tel de meters af. Ik voer een gevecht met mezelf en de felle wind. Een eventuele reactie op een concurrent heb ik niet meer in de benen. De mevrouw zit nog altijd langs de kant zie het verslag van 10 kilometer geleden). Ludo nadert millimeter voor millimeter. Tussen de bomen is hij me dan toch eindelijk voorbij. Te oordelen naar de foto’s die ik achteraf onder ogen krijg moet Ludo zich al zo’n 8 kilometer in mijn zog hebben opgehouden. Wachtend op het goede moment of worstelend met de gewetensvraag of hij een ouder clublid niet zou laten voorgaan? In elk geval, mijn lot is bezegeld. Op de eerste helling van de Eikendreef (maximaal 5%) moet ik er onherroepelijk af. En zo gebeurt het ook. Ann en Ludo nemen langzaam afstand. Ik kan nog net in looppas blijven. We zijn boven. Ludo is nu ontketend en laat ook Ann achter. Het Apostelhuis ligt een driehonderd meter voor me. Ik heb voor het eerst naar mijn stopwatch gekeken en merk dat ik nog niet aan 1u15′ zit. Een tijd onder de 1u20′ – die ik vooraf als te optimistisch had ingeschat – is nog altijd mogelijk. Ondanks het verlies van nog een plaatsje verteer ik de laatste knik beter. Bertho Nassen – hij was de onbekende supporter van daarstraks – gidst me voorbij een tractor naar de laatste afdaling van de Bosselaar. Ik haal nog eens even veertien per uur in de laatste hectometers. Het voelt als een bevrijding aan als ik onder de oranje boog van de SQTM (Sports Q Time Measuring) loop. Alden Biesen 3) Ik eindig ruim onder de 1u20′. Met de speling van drie munten haal ik zelfs in een volledige 10 mijl – de afstand is enkele honderden meter korter – mijn snelste doelstelling. Ik heb mijn niveau blijkbaar goed ingeschat en mijn relatief snelle start heeft me dan toch nog een mooie tijd opgeleverd. De chrono smeert wat balsem op mijn gepijnigd lijf. Ik heb net mijn flesje water aan de mond gezet of Daniel Drion van Hasselt komt over de streep. Fris als een hoentje. Trainingsloopje afgewerkt met het oog op de trails in de volgende maanden. We verlaten samen het strijdperk. Hij linea recta terug naar huis. Ik een kilometer verder naar de douches.
De Mergellopers sluiten hun loopjaar af met een in laatste instantie beslist etentje in het domein van Alden Biesen zelf. De warme gezelligheid jaagt de kilheid uit mijn knoken. De kleedruimte in de oude installaties van voetbalclub Rijkhoven leek wel een ijskelder.
Als ik na een lange dag mijn bedstede opzoek ontrolt de film van de loop zich nog enkele keren voor mijn geest. Alsof ik de knop “herhalen” heb ingedrukt. Rond drie uur val ik in slaap…

(Foto 1 van Ronald Hacken: Theo Huls links en Marc Castermans rechts bereiken de top van de derde helling. Geen pretje zo te zien. Aan Pascal Goessens vragen hoe die dat doet, jongens. Foto 2: Ronald drukt af op het ogenblik dat Paul Hendrix me voorbij gaat. Ik kruip nog net niet in de grond. Ludo Ramakers, in het blauw, volgt even verder. Foto 3 van Marie-Paule: Bekomen van de inspanning. De man in het blauw kent u uit het verslag. Alle foto’s van Ronald Hacken staan hier.)

zat 12/12/2015 19u * Waremme (Corrida) * 7,7 km * 00:35:27 * 13,1 * 37/163 * 2/10 * ♥♥♥♥

Duistere avonden en flonkerende kerstverlichting: het is de tijd van de corrida’s. Elke Waalse stad die zich respecteert heeft zijn kerstloop. Waremme kan niet achterblijven en zo organiseren Pierre Olivier en zijn vrienden de eerste Corrida de Noël in Waremme. Ik ben er ook bij, een half uurtje van thuis en weer een nieuw parcours voor mijn Garmin. Mijn supporters in Waremme mogen niet klagen: ze zien me hier al voor de derde keer dit jaar aan het werk.
4 rondjes door het centrum, een kleine 8 kilometer en – gelukkig voor mij – redelijk verlicht. Ik heb het parcours niet kunnen verkennen bij gebrek aan bepijling. De eerste ronde is meteen ook de kennismaking met de omloop: enkele langere lanen en straten tussen de Eglise Saint-Pierre en het station met tussendoor wat bochtenwerk. Het is een aangenaam rondje met een gezellige samenscholing van fans en kerstmarktbezoekers aan de Place Roi Albert. De organisatie loopt gesmeerd ook al ziet het geheel er vooraf nogal geïmproviseerd uit te midden van de drukte van de kerstmarkt en het winkel- en uitgaansverkeer in het centrum.
In afwachting van de vertraagde start praat ik nog met Bert Ernest na over de “Bestorming van Alden Biesen” van vorige zondag. Om die uit de knoken te krijgen heb ik het deze week maar bij kortere trainingsloopjes gehouden. Benieuwd of het zal helpen. Maja Van Zand meldt nog dat er geen leeftijdsklassen zijn. “Ik zal toch proberen Kris te kloppen” antwoord ik met een knipoog.
We zijn weg met Serge op zijn knipperende en flikkerende mountainbike voor ons uit. Na enkele honderden meter passeren we onder een boog waar de ravitaillering is en organisator Pierre Olivier de esbattementen volgt. Ik vermoed dat hier de aankomst is maar zal het voor alle zekerheid in de laatste ronde nog eens vragen aan Dominique Bertrand die dan naast me loopt. Ik heb snel mijn “kruissnelheid” te pakken en volg in het gezelschap van een aantal mij onbekende collega’s. In de eerste ronde heb ik al mijn aandacht nodig voor het vinden van het snelste en het veiligste “spoor” (99,95 % asfalt). De doortocht onder de inschrijftent en meteen daarna de trappenpassage aan de schaatsbaan is bijzonder tricky maar dank zij de aanwijzingen van de signaleurs geraak ik er zonder kleerscheuren door. Ik moet wel wat tempo inleveren in de tweede ronde maar wil nog enige reserve houden om een aanval van achteruit op te vangen. Die verwacht ik namelijk al een tijdje. Bij de U-bocht aan de kerk kan ik even achterom kijken. Ik meen een rode bandana te hebben opgemerkt. Dat moet Kris Govaerts zijn. Tweehonderd meter verder is hij er. Zoals in Havelange lijkt het wel alsof hij me met een tussenspurt letterlijk en figuurlijk de adem wil afsnijden. Zo’n vaart loopt het niet maar ik durf de Truienaar toch niet te volgen in zijn inhaalrace. Hij zal ook nog de derde dame Sandrine Balon bijbenen en afklokken met een halve minuut voorsprong. Ik blijf een mooi tempo aanhouden en verlies alleen wat seconden aan de schaatsbaan waar we trappen op en af moeten en bovendien enkele opstaande planken – te vergelijken met “veldritbalken” moeten verwerken. Hier houdt Jos Biets de wacht om de weg vrij te houden voor de lopers en nukkige passanten tot de orde te roepen.
In het begin van de derde ronde word ik gedubbeld door een ranke jongeman, Joachim Cardillo. Hij heeft een ronde voorsprong. Een dikke halve minuut later snelt Arnaud Renard me voorbij. En een kilometer voor de aankomst word ik ook nog “gelapt” door de derde, Antoine Guillick.
We draaien in het centrum weer naar rechts voor een lus rond het station. Marie-Paule volgt ons met de camera en zorgt voor de beelden die jullie hierboven natuurlijk al lang bekeken hebben.
Laatste ronde. Ik heb Dominique Bertrand in het vizier gekregen. Hij is, samen met Kris, voor mij de enige bekende in mijn buurt. Hij houdt er een mooi tempo op na maar ik heb ook nog over in de laatste (en snelste) ronde. Ik ga hem voorbij maar de dorpsgenoot van Pierre Olivier bijt zich vast in mijn spoor om bij de eerste en beste gelegenheid weer toe te slaan, zo vermoed ik. Die gelegenheid biedt zich aan bij de laatste passage over de trappen. Dominique neemt de bochten en de hindernissen met veel zwier. Ik word bovendien gehinderd door achterblijvers van de derde ronde. Er blijven dan maar een goede honderdvijftig meter meer over tot de finish. Te weinig om Dominique nog te bedreigen. Ik loop binnen met goede benen, een dito gevoel en een leuke plaats in de totaaluitslag.
Officiële douches zijn er niet maar bijdehands als we zijn, vinden we de weg naar de installaties van het sportcentrum. De loop was achter de rug voor acht uur. Om half twaalf zijn we weer thuis. Er waren nochtans geen files op de weg…

zon 27/12/2015 10.30u * Haneffe (Jogging des Templiers) * 8,8 km * 00:40:59 * 12,9 * 97/438 * 5/16 * ♥♥♥♥

Met Jean-Pierre Immerix als chauffeur heb je geen GPS nodig om Haneffe te bereiken. Hij is hier al zo vaak geweest dat de weg naar het Waals-Haspengouwse dorpje voor hem geen geheimen inhoudt. De talrijke flitspalen op de Chaussée Verte zullen hem evenmin verrassen. Haneffe 1 We zijn er al vroeg voor mijn laatste wedstrijd van het jaar. Met meer dan 400 staan we klaar voor een parcours dat uiteindelijk een kleine 9 kilometer lang blijkt te zijn, merkwaardig genoeg meer dan de officieel aangekondigde afstand. Alain Woolf en zijn ploeg hebben een leuk rondje uitgetekend: licht glooiend en met een aangename afwisseling van asfalt/beton en veldwegen. Ik heb het vermoeden dat het middenstuk gewijzigd ten opzichte van mijn vorige deelname.
Ik vertrek niet te overmoedig en moet in de eerste kilometer (in de Rue de la Rue!) sowieso wat inhouden in de mêlée. Voor me zie ik Didier Dendal en Jean-Marc Thonon die ik wel zou willen volgen. Het verschil blijft wel binnen de minuut maar van hen bij te halen is geen sprake. In de sporthal grapte Valère Sauwens nog dat Jean-Marc een andere man geworden was. In elk geval een lichtere man, min 15 kilo. Haneffe 2 We draaien nu links op – we zijn intussen al in Donceel (dat is ook de naam van de fusiegemeente) – een kasteelpark in. Het tempo gaat naar beneden ook al omdat ik gehinderd word door een loper die een buggy voortduwt met als “passagier” zijn dochtertje. Na 1,7 km verlaten we het park waar de harde supporterskern, Guido Vrancken dus, de Limburgse lopers aanvuurt. We krijgen nu een mooi asfaltweggetje onder de voeten. Aangenaam, ware het niet dat de buggy nog steeds voor me “loopt”. Ik volg dan maar het tempo van de vader met de kinderwagen die bovendien een praatje slaat met een bekende. De man heeft adem op overschot en even later laat hij me met een versnelling achter. Na 2,5 km komen we in de bebouwing van een ander dorpje, Limont. Marc Tutelaire – in wieleroutfit – moedigt hier zijn vele kennissen aan. Ik ben één van hen. De weg gaat nu voornamelijk in stijgende lijn. In de volgende 3 km haal ik een gemiddelde van 4’45”. Aan km 3,4 maken we een lus want ik zie een aantal snelle jongens een bocht in tegenovergestelde richting nemen. Onder meer een deelnemer met ontbloot bovenlijf. (Zoals in Alden Biesen). Is dat een nieuwe hype, is er een speciale prijs voor de minst geklede deelnemer? Hoe dan ook, hij eindigt achter Jo Vrancken die ik net moet gemist hebben in die bocht. Haneffe 3 Het parcours slingert zich nu over onverharde paden. Onder meer de Sentier des Demoiselles. Niet alleen een mooie naam maar ook een lekker lopende aarden weg tussen de bomen. In een van de oplopende stroken ga ik voorbij de piepjonge Clément Renard. Dat is het jongetje dat in het filmpje van Marie-Paule in Waremme als een speer door het beeld schiet. Minder leuk wordt het aan km 4,6 op een klassieke veldweg met karrensporen. Ik kan niet soepel ronddraaien, gevangen achter trager verkeer en jawel de buggy. Als we meer ruimte krijgen op een betonnen ruilverkavelingsweg kan ik eindelijk voorbij. Hier – op weg naar een eenzame nieuwgebouwde boerderij in het veld – zijn we op het hoogste punt van de ronde. Net op de top word ik ingehaald door een fel hijgende loper in een geel shirt. “Teveel Duvels en kerststronk” hoor ik. Het is Richard Driesen. De overdaad van de laatste dagen heeft hem in elk geval niet belet mij bij te benen. Maar in de afdaling – het snelste stuk van de loop – kan hij zijn inspanning niet doorzetten. Richard zal wel in een groepje achter mij blijven volgen en uiteindelijk maar 10 seconden toegeven. En wie gaat me daar weer in volle vaart voorbij? Vader en dochtertje, de “buggyriders”. Je hoeft geen specialist te zijn in tekstexegese om door te hebben dat de man mij ongewild op de zenuwen werkt. Ofwel zonder wagentje en op grond van zijn snelheid minuten voor me. Ofwel voor de gezelligheid met wagentje maar achteraan het peloton. Dat vind ik tenminste.
Haneffe 3 Aan km 6,2 – Marc Tutelaire staat nog steeds op zijn plekje – komen we weer op het parcours van de eerste kilometers uit. Ik kan het tempo weer opschroeven tot rond de 4’30”. De tweede doortocht in het park kost me wel 20 seconden op 1 kilometer. De laatste kilometer op beton zal de uitslag bepalen. Ik loop al zo’n 5 kilometer in hetzelfde groepje waar nu de ene positiewijziging na de andere volgt. Ik kan de tempowisselingen beantwoorden maar wacht tot de laatste bocht om mijn kaarten op tafel te gooien. Alleen de buggy wil ik onmiddellijk voorbij. Dat lukt net voor een rij geparkeerde auto’s. In de laatste rechte (eigenlijk kromme) lijn pers ik er een spurtje uit en kan zo onder het oog van enkele supporters mijn belagers achter me houden. Exact drie minuten na mij bereikt Jean-Pierre de finish. Ik geef mezelf het maximum aantal hartjes voor de laatste loop ook al zat er misschien nog een half minuutje tijdwinst in. En ik sluit het lange seizoen af met een goed gevoel.

(Foto’s 1,2 en 4 van Marie-Paule. Foto 1: De naam van de jogging herinnert aan de Orde van de Tempeliers. Foto 2: Het park van het kasteel van Donceel opengesteld voor de sportievelingen. Foto 3 van Louis Maréchal. In het pak na 7 km. Foto 4: Met Jo Vrancken erbij staat er altijd wel een prijs op tafel. Zoekt Guido zijn flesje uit?)

Naar boven